Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 




Lyrische kamerjazz door internationaal kwartet
Wolfert Brederode Quartet, zaterdag 22 november 2008, SJU Jazzpodium, Utrecht

Pianist Wolfert Brederode, die zowel klassiek als jazz heeft gestudeerd op het Haags Conservatorium, verloochent die eerste invloed niet, zowel in zijn pianospel als in zijn composities. Omringd door internationale jonge voortreffelijke muzikanten (Claudio Puntin op klarinetten, bassist Gulli Gudmunsson en slagwerker Samuel Rohrer) heeft hij het al zo ver gebracht dat het zeer respectabele en belangwekkende label ECM een cd van zijn kwartet heeft uitgebracht. Het label dat bekend staat om zijn nogal klassiek en melodieus geörienteerde stal van contemporaine jazzmusici - zoals Trygve Seim, Jan Garbarek (zelfs met het Hilliard Ensemble), Keith Jarrett, Charles Lloyd, Marilyn Crispell, Manu Katché, Thomas Stanko, Joe Maneri, Louis Sclavis, John Surman - schroomde niet het jonge talent te contracteren voor het uitbrengen van de cd 'Currents'.

Tijdens dit concert werd een groot aantal nummers van dat album ten gehore gebracht. In de geest van de klassieke ensemble-uitvoering werd met een hoge graad van concentratie het repertoire uitgevoerd. Op een enkel nummer na waren het samenspel en de collectieve contrapuntische improvisaties van Brederode en Puntin prominenter dan de individuele solo's. Maar als er dan eenmaal sprake was van ruimte voor solo's, dan werd er ook stevig uitgepakt.

Brederode speelt pittig en puntig. De single notes van zijn rechterhand klinken glashelder. Hij improviseert virtuoos, met invloeden uit de romantische klassieke muziek en zelfs de minimal music. Wat de jazz betreft, is hij nogal geïnspireerd door de lichtvoetige en sprankelende lange improvisatielijnen van Keith Jarrett. Bredero is een pianist van grote klasse en een exponent van de melodieuze kamerjazz.

Ook Claudio Puntin heeft - naast de jazz - veel affiniteit met de klassieke muziek, in het bijzonder de hedendaags gecomponeerde muziek. Hij speelde ondermeer met het befaamde Duitse Ensemble Modern, het Ensemble für neue Musik Zürich en het Gerdur Gunnarsdottir String Quartet. Daarnaast was hij ook te vinden in bijvoorbeeld de bigbands van de WDR en NDR, het King Of Swing Orchestra (Benny Goodman), in Lucas Niggli's Zoom en in Fred Frith's Tense Serenity. Zowel qua toonvorming als techniek is hij een meester op de klarinet en basklarinet. De instrumentatie van piano en klarinet matcht goed, gelet op de gevoelvolle kamerjazz van dit kwartet.

Lyrische, melodieuze muziek, adequaat ondersteund door een zeer muzikaal ritme tandem, met een vette knipoog naar de klassieke muziek is een relevant genre in het brede spectrum van de jazzmuziek. Wolfert Brederode en zijn kwartet verdienen dan ook een tweede release op het wereldlabel ECM.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Maarten Jan Rieder.

(Jacques Los, 30.11.08) - [print] - [naar boven]





Flat Earth Society - 'Psychoscout' (Crammed, 2006)

Op hun vorige cd ('The Armstrong Mutations') namen Peter Vermeersch en zijn nu 14-koppige Flat Earth Society (FES) het repertoire van Louis Armstrong onder handen. Voor 'Psychoscout' wordt gekozen voor eigen werk, dat geschreven werd voor het project dat de band ondernam met de Amerikaanse jazzpianist Uri Caine. Net als op de concerten met Caine, wordt de muziek geen piano(concerto)jazz, maar een stevige brok op en top FES-muziek. Wel is FES op 'Psychoscout' duidelijk in de richting van de jazz geëvolueerd. De instrumentale solo's zijn gevoelig sterker dan vroeger en bij momenten verraadt het denken in orkestblokken invloeden van de moderne bigbandtraditie.

Zo klinkt FES bij momenten iets 'ernstiger', maar gelukkig zonder dat de muziek verstikkende stropdassen omgeknoopt krijgt. Daarvoor scheurt er te vaak een semi-illegaal Cotton Club-sfeertje door de muziek: jaren-dertig junglejazz voor dames die dansen in bananenrokjes en die de temperatuur tot ver over het toegestane maximum jagen. Dat FES daar deze dames zelf niet voor nodig heeft, wordt duidelijk in 'Clusterthing'. Met de regelmaat van de klok zappen Vermeersch en zijn bende hier van de hyperkinetische swing van drummer Teun Verbruggen naar jungle- of misdaadjazz.

Dat de groep plots massaal aan het zingen slaat, of een tot noise vervormde menselijke stem over de muziek uitgegoten wordt, laat er geen twijfel over bestaan: FES wil nog steeds niet 'deugen'. Bovendien trekt Vermeersch nog te graag dwarse strepen door de verschillende muzikale referentiepunten. De hoempa zwart-witfilmmuziek van 'Without' wordt bijvoorbeeld opgezadeld met pianoclusters en dissonant fladderende blazers, waardoor de sfeer van deukhoeden en lange regenjassen een stevige twist meekrijgt. In andere stukken zijn het dan weer het prominente accordeon, gezoem als van een oud ruimtetuig, een rondmarcherende Peter Vermeersch of mysterieuze, hoge zangstemmen die de clichés komen verstoren, terwijl in de titeltrack de weerbarstige maatwisselingen niet geschuwd worden.

Opvallende geluiden, zelfs naar FES-normen, zijn er te noteren in 'Edward, Why Don’t You Play Some Blues', waar de gitaar van Roland Vancampenhout (gitarist David Bové heeft het schip op deze cd verlaten) bij momenten lekker jankend, maar vooral bluesy uit de hoek mag komen. Misschien nog opvallender zijn 'Lie To Me' en 'Waterman', twee ballads die een nieuwe kant van de Flat Earth Society laten horen. Vooral 'Lie To Me' getuigt van een zuiverheid en melodische eenvoud die – met de beperkte bezetting van ritmesectie, vibrafoon en twee trompetten – buitengewoon kan ontroeren. Deze rustpunten tussen alle muzikaal geweldig verantwoorde FES-gekte, de composities in dito knappe arrangementen en de sterkere solistische prestaties maken van dit album een meesterwerkje in het oeuvre van FES.

Meer horen?
Op de
MySpace-pagina van Peter Vermeersch kun je luisteren naar twee tracks van deze cd: 'Waterman' en 'Clusterthing'.

Labels:

(Koen Van Meel, 30.11.08) - [print] - [naar boven]



I Compani brengt 'Last Tango In Paris'

'Last Tango In Paris' is een voorstelling waarin de tangomuziek, speciaal hiervoor geschreven door Bo van de Graaf, een belangrijke rol speelt. De stukken zijn bewerkt door Wouter van Bemmel, Falk Hübner en Frans Vermeerssen.

Het tweede deel wordt gevormd door een nieuwe visuele en muzikale bewerking van de beroemde gelijknamige film van Bernardo Bertolucci uit 1973. In de hoofdrollen Marlon Brando en Maria Schneider. De muziek is van Gato Barbieri. Deze muziek is bewerkt door filmcomponist/jazzpianist Loek Dikker.

Voor uitgebreide informatie en speeldata klik
hier.

(Jacques Los, 30.11.08) - [print] - [naar boven]





Geïnspireerd, maar ook enigszins academisch
Joshua Redman Trio, vrijdag 31 oktober 2008, LantarenVenster, Rotterdam

Weinig bezettingen vragen zo veel van een saxofonist als het trio bas-sax-drums. Deze, van een piano ontdane versie van het klassieke kwartet is lastig, omdat er maar minimale mogelijkheden zijn om je ritmisch of melodisch te verschuilen. Een piano zorgt namelijk voor deze mogelijkheden.

Het weglaten van de piano biedt natuurlijk ook extra mogelijkheden: je kunt vrijer spelen, zoals Ornette Coleman op zijn 'Golden Circle'-albums, of je kunt dieper in de melodie graven, zoals Sonny Rollins op 'Live At The Village Vanguard' en 'Way Out West'.

Op laatstgenoemd album heeft Joshua Redman zijn album 'Back East' geënt. Samen met de voortreffelijke ritmesectie van Reuben Rogers (bas) en Brian Blade (drums) bracht hij live in Rotterdam vrij ingetogen onderzoekingen in de aard van de melodie. Redmans fluwelen geluid en muzikale inzicht maakten het tot een geïnspireerd, zij het wat academisch, optreden.

Hij moest even op gang komen, met 'Far Away', dat op zijn nieuwe album 'Compass' zal moeten verschijnen. Deze muziek moet nog iets ingewerkt raken in het vocabulaire van de muzikanten. Daar staat tegenover dat het bijzonder is een kijkje in de keuken te krijgen bij een echte working band; Redman, Blade en Rogers schreeuwden elkaar vanaf het begin van alles toe ter motivatie.

Toen eenmaal het ingestudeerde repertoire kwam, werd het voor de band makkelijker en dit leverde bij vlagen geniaal, bij vlagen wat droog spel op. Redman speelde veel ingewikkelde akkoordsubstituties in solo's uit de school van Sonny Rollins en Joe Henderson. Hij had weinig nodig voor een goede solo, en speelde bijvoorbeeld zeer zelden double time.

Dit sierde hem, maar toen hij in 'Chill', van het album 'Moodswings', zijn kenmerkende uitstapjes naar het hoge register liet horen, kwam de boel pas echt van de grond. Dit gaf meer spanning aan de stukken en dat is nodig, want bij een trio als dit hangt veel af van de saxofonist.

Een even succesvolle behandeling kreeg 'Just Like You'. Wat ingetogen begon, ging na het thema over in een groove die Rogers en Blade van hun beste kant toonde. Rogers blijft een voortreffelijke bassist met een lenig spel dat in melodieus opzicht goed past bij dat van Redman. Blade lijkt als drummer geboren om saxofonisten (naast Redman bijvoorbeeld ook Wayne Shorter) te begeleiden. Zijn solo's waren het meest opzwepend van de avond en aan de duetten die hij met Redman aanging, was te zien dat beide muzikanten goed op elkaar ingespeeld zijn.

Het is duidelijk dat Redman de triovorm goed beheerst en dat bevestigt hem als een van de grote saxofonisten van zijn generatie. Grote vernieuwing bleef echter uit; Redman is meer een man van het uitwerken van de traditie dan een hemelbestormer die met revolutionaire ideeën komt. Dat mag, maar daardoor miste de avond net die spanning die van een prima concert iets onvergetelijks maakt.

Meer zien?
  • Klik hier voor een fotoverslag van het optreden dat Joshua Redman gaf op North Sea Jazz 2007.

    (Sybren Renema, 29.11.08) - [print] - [naar boven]





    Vooruitblik / The Jazztube
    Mike Mainieri bij jubilerende Stichting Jazz in Arnhem


    Stichting Jazz in Arnhem bestaat in december vijftien jaar en is inmiddels een belangrijke factor geworden in het Arnhemse uitgaansleven.

    Iedere maand organiseert zij in de Mahler, het café-restaurant van Musis Sacrum, jazzconcerten. Elke derde dinsdag van de maanden september tot en met mei staan daar bekende namen uit de Nederlandse en de Europese jazzwereld op het podium. De stichting gaat haar jubileum vieren met een drietal extra concerten. En heel toepasselijk, die worden georganiseerd in de Jubileumzaal van Musis Sacrum.

    Vanavond gaat het eerste concert van start met niemand minder dan vibrafonist Mike Mainieri, de oprichter van de fameuze band Steps Ahead, waarmee hij in de tachtiger jaren de basis legde voor de fusion jazz, die nog steeds erg populair is. Hij wordt begeleid door het trio van Marnix Busstra (gitaar), Eric van der Westen (bas) en Pieter Bast (drums).

    In de hoogtijdagen van de fusion speelde de vibrafonist in de supergroep Steps Ahead naast Michael Brecker en Steve Gadd. Als tiener oogstte hij al lof als begeleider van Billie Holiday en Buddy Rich. Zijn samenwerking met de Nederlandse gitarist Marnix Busstra in de elektrische groep Second Vision krijgt nu een vervolg in een akoestische setting. De vibrafoon van Mainieri krijgt de volle ruimte bij het nieuwe trio van Busstra.

    Het concert van Mike Mainieri in Musis Sacrum begint vanavond om 20.15 uur. De entree bedraagt €15,00 of €12,50 voor CJP-houders of kinderen jonger dan 16 jaar.

    De Jazztube biedt een fraai stukje Steps Ahead. Met naast Mainieri Michael Brecker (Steinerphone), Mike Stern (gitaar), Darryl Jones (basgitaar) en Steve Smith (drums). 'Beirut' opent een concertfilm uit 1986, die live werd opgenomen in Tokyo's Kan-i Hoken Hall, en ook op dvd verkrijgbaar is. De uitstekende solo's worden verzorgd door Brecker en Mainieri. Klik op bovenstaande afbeelding om de video te bekijken en te beluisteren.

    Meer weten?
  • Kijk op de website van Stichting Jazz in Arnhem voor meer informatie over de extra concerten ter gelegenheid van het 15-jarig jubileum.

    Labels:

    (Maarten van de Ven, 27.11.08) - [print] - [naar boven]





    In dienst van de drums: Swingen in vijfkwart - Part 2
    Pierre Courbois 5/4 Sextet, zaterdag 8 november 2008, USVA, Groningen

    Intrigerend, die stukken die slagwerker Pierre Courbois voor zijn sextet heeft geschreven. Niet eens zozeer omdat alles in vijfkwartsmaat staat – daar wen je snel aan. Het zijn allemaal composities met een uitgesproken karakter. Geen echte liedjes, eerder vlechtwerken van melodische drumlicks en uitgekristalliseerde breaks. Je zou er een zware dobber aan hebben de nummers na te fluiten, maar de structuren meestampen gaat automatisch.

    Dat Pierre zo griezelig exact drums speelt, helpt daarbij uiteraard. Verwacht bij hem geen obligaat tsjieng-tsjieke-tsjieng-tsjieke-tsjieng: voortdurend is de beat in beweging, versierinkje hier, accentje daar, rolletje er dwars doorheen. Maar, zoals gezegd, gevaar voor ontsporing is er nimmer. Ook niet in een nummer als '1953' (baritonsaxofonist Jan Menu, van 1962: "toen ben ik in Kloosterzande nog bijna verdronken"), dat klonk alsof een beeld weigerde uit het blok steen tevoorschijn te komen.

    Referenties aan de jazzgeschiedenis waren er nochtans. Het openingsnummer 'Re-education', wekte de indruk op een Monk-dieet geschreven te zijn en in 'Revocation' zweefde je onwillekeurig terug naar de jaren vijftig, de tijd van Charles Mingus' Jazz Workshop.

    De drummer bleef daarbij de spin in het web. Zoals bij zijn illustere voorgangers Art Blakey en Max Roach het geval was, leek de hele band rond zijn breaks en zijn dynamiek opgetrokken. Daarbij excelleerde Courbois met de vegertjes (een bijna vergeten kunst!) en met zijn onwaarschijnlijk vernuftige en effectieve pedaalwerk.

    Dat Jan Menu voor het vaste bandlid Ilja Reijngoud inviel, was alleen hier en daar in het ensemblewerk te bespeuren. 'Opaque' was niet zo strak en glad als de titel suggereert. Daarentegen fungeerde Menu in 'Revocation' als oerbetrouwbaar harmonisch vangnet voor de jonglerende Toon de Gouw en Jasper Blom, die het thema speels naar elkaar overgooiden. Van de blazers maakte De Gouw met zijn bescheiden, doch zeer lyrische trompetspel in het volle USVA-zaaltje de meeste indruk.

    Tenslotte wil ik jelui het laatste sportnieuws van Pierre niet onthouden: het Internationaal Olympisch Comité heeft de sprong van Herman Brood niet erkend.

    (Eddy Determeyer, 26.11.08) - [print] - [naar boven]





    Mischa van der Wekken - 'Momentum' (eigen beheer, 2008)
    Opname: 2007-2008

    Tenorsaxofonist Mischa van der Wekken lijkt voor zijn debuut een groot voorbeeld te hebben gehad: Wayne Shorter rond zijn Jazz Messengers-tijd. Het mag dan ook niet verbazend genoemd worden dat er op dit debuutalbum, 'Momentum' genaamd, een versie van Shorters 'This Is For Albert' staat. De samenstelling van zijn band lijkt ook op die van de Messengers: sax, trombone, trompet, bas, piano en drums. Hoewel dit een veelvoorkomende samenstelling is, is het zelden zo duidelijke hardbop in de stijl van de band waar Shorter zijn sporen verdiende.

    'Momentum' opent dan ook, geheel in stijl, met 'Tell Me More', een echt bopnummer, en daardoor ook een beetje obligaat. Té vaak spelen prima muzikanten dit soort muziek en dat is jammer, want er is zoveel meer. Zoals 'Spiaggia', door Van der Wekken op sopraan gespeeld. Om de analogie vol te houden; dit nummer kan nog het beste worden vergeleken met Shorters recente plaat 'Alégria'. Net als op dat album is de muziek hier ruimtelijk, zoals de titel suggereert, maar ook complexer en zoekender. Het is kortom veel spannender.

    Ook 'Traveling Night' en 'Momentum' verheffen zich boven de standaard bop-kloon. Ze bevatten meer dynamiek en vrijheid, en laten zien dat Van der Wekken het in zich heeft om boeiend te soleren of slim te schrijven. Ook de bijdrage van Eric Vloeimans doet hem duidelijk goed; de dialoog tussen beide muzikanten op 'Traveling Night' is een van de spannendste momenten op het album.

    Een ander bewijs voor Van der Wekkens potentieel is zijn driedelige 'Suite Parisienne' voor saxofoonkwartet. Helaas duurt de hele suite nog geen zes minuten, wat te kort is om alle ideeën die in de muziek zitten uit te bouwen. En daarmee is de essentie van het probleem blootgelegd: Van der Wekken is een prima saxofonist, maar heeft, anders dan de liner notes beweren, zijn stem nog niet helemaal gevonden. Hij moet nog een aantal keuzes maken voordat hij de belofte die dit album in zich draagt, inlost.

    Bezetting: Mischa van der Wekken (tenor- en sopraansax), Eric Vloeimans (trompet), Michael Rörby (trombone), Nicola Andrioli (piano), Manolo Cabras (bas), Jasper van Hulten (drums), Michiel van Dijk (sopraansax), Werner Janssen (altsax), Sebastian Ohm (baritonsax).

    Meer horen?
    Op de
    website van Mischa van der Wekken kun je luisteren naar vier nummers van deze cd: 'Tell Me More', 'Traveling Zagzagel', 'Change Of Plans' en 'Melquíades'.

    (Sybren Renema, 26.11.08) - [print] - [naar boven]





    Swingen in vijfkwart: Part 1
    Pierre Courbois 5/4 Sextet, zaterdag 1 november 2008, SJU Jazzpodium, Utrecht

    Boy Edgar Prijs-winnaar Pierre Courbois is op 19 oktober gestart met een uitgebreide tournee langs de Nederlandse jazz- en aanverwante podia. Op 1 november stond zijn Vijfkwarts Sextet in het SJU Jazzpodium. Een formatie waarin twee generaties prominente en sublieme musici in een niet al te gebruikelijke maatsoort (5/4) swingende jazzmuziek produceren. De ene generatie (de ritmesectie) bestaat uit oudgedienden pianist Willem Kühne, bassist Nico Langenhuijzen (beiden wonnen in 1973 met het trio Ohm het concours tijdens het Laren Jazzfestival) en drummer Courbois. De andere generatie is de frontlinie (de blazers) bestaande uit de relatief jonge honden tenor- en sopraansaxofonist Jasper Blom, trombonist Ilja Reingoud en trompettist Toon de Gouw.

    Blom, die op een relaxte en humoristische wijze de nummers aankondigde (waar kom je dat nog tegen op de jazzpodia?) raadde het meetellen met de 5/4 maat ten zeerste af. Het is ingewikkeld en frustreert het luisteren naar de muziek. Relevant is het inderdaad niet, want met het tellen zat het wel goed. De vreemde maatsoort was voor het ensemble geen enkel beletsel de composities soepel, vloeiend en gemakkelijk uit te voeren.

    Het repertoire – geschreven door Courbois en voor een deel verschenen op de cd 'Révocation' (live opgenomen op 16 juni 2005 in het Amsterdamse Bimhuis) was erg origineel en gevarieerd, en inspireerde de musici inhoudelijk en interessant te soleren. Daaraan droeg bij de voortreffelijk stuwende begeleiding van de ritmesectie, inclusief de alerte en pittige drumfills en groove van leider Courbois.

    De blazers soleerden zeer enthousiast; Jasper Blom, inmiddels een groot saxofoontalent met een prachtige heldere toon en verrassend moderne improvisatie met reminiscenties aan Coltrane's Miles Davis-periode, de technisch immer imponerende Ilja Reingoud en de relaxed puntig spelende trompettist Toon de Gouw. Pierre Courbois, één van de nestors van het moderne Nederlandse drummen, kan niet anders dan blij en trots zijn op zo'n eigen ensemble. Het ensemble combineert vakmanschap met enthousiaste, originele, eigenzinnige en hedendaagse harmonieuze improvisaties.

    In een overdonderende drumsolo in het laatste nummer voor de pauze bewees Courbois eens te meer dat hij tot Nederlands beste en muzikaalste drummers behoort. Een prijswinnaar van groot allure en een 65-plusser die nog veel concerten moet worden gegund.

    Klik hier voor Maarten Jan Rieders fotoverslag van dit concert.

    (Jacques Los, 23.11.08) - [print] - [naar boven]





    Twobones 2007 - 'Groovin’ Bones' (TCB, 2008)
    Opname: 2007

    'Pennies From Heaven', 'Love Is Here To Stay', 'Watermelon Man', 'I Love You', 'The Days Of Wine And Roses'. Standards met een rijke historie in de jazz, en in het Zwitserse Brugg kregen ze vorig jaar een beetje extra glans. Tijdens een concert van Twobones, het tromboneduo Paul Haag en Danilo Moccia, bijgestaan door pianist Dado Moroni, bassist Isla Eckinger en drummer Paul Schmidlin. Het jazzwiel werd hier niet opnieuw uitgevonden, maar de heren bliezen wel overtuigend nieuw leven in het aloude format van twee-trombones-met-ritmesectie, ooit bedacht door J.J. Johnson en Kai Winding.

    Glanzend samenspel, gebaseerd op een mooie trombonesound en doorwrochte techniek, een hecht swingende backing, het was genieten op die avond. Het openingsnummer is de enige original, het titelstuk 'Groovin’ Bones' van Haag. Het programma bevat een gepast eerbetoon aan Jay & Kai, doordat Haag en Moccia in 'Pennies From Heaven' hun arrangement van dat thema uit de fifties hergebruiken, met een respectvolle buiging naar dat markante duo uit de jazzgeschiedenis. Isla Eckinger doet er nog een schepje op met een gestreken bassolo, à la Paul Chambers, ook iets moois uit die tijd.

    Deze recensie was eerder te lezen in HVT Magazine.

    (René de Cocq, 23.11.08) - [print] - [naar boven]





    Ornette Coleman is niet te stoppen
    donderdag 30 oktober 2008, Paleis voor Schone Kunsten, Brussel

    Hoewel hij klassiekers uitbracht als 'The Shape Of Jazz To Come', 'Free Jazz' en 'Dancing In Your Head', is het met name live dat levende legende Ornette Coleman tot zijn recht komt. Zijn muziek is namelijk vooral een muziek van communicatie; alle muzikanten genieten grote vrijheid en soleren mét, óver en lángs elkaar heen. Minimale structuren ondersteunen dit fragiele bouwwerk; Colemans direct herkenbare composities.

    Door zijn hoge leeftijd (78) is Coleman niet vaak meer in Europa, hoewel hij in 2007 nog op North Sea en Middelheim speelde. Maar elke keer kan de laatste zijn, dus ook ditmaal, in het Bozar in Brussel, was er aardig wat (deels Nederlands) publiek. Dit werd niet teleurgesteld.

    De saxofonist presenteerde een kwartet dat vrijwel identiek was aan dat waarmee hij zijn laatste album, 'Sound Grammar', maakte. Alleen contrabassist Greg Cohen was vervangen door de elektrische bas van Al McDowell. Dit was geen groot verschil en de muziek werd er niet beter of slechter van, alleen wat funkier.

    Coleman maakte zich er niet makkelijk van af. Er werd vooral nieuw repertoire gespeeld, en pas bij de toegift de onvermijdelijke klassiekers: het vrolijke, nerveuze 'Theme From A Symphony' en het in blues gedrenkte 'Lonely Woman'. Hij speelde bescheiden en attent; soms werd hij onaangenaam overspoeld door het geluid van zijn bandleden, maar met zijn kenmerkende, klagende sneer wist hij dit vaak recht te zetten. Zo doemde hij, deels ongewenst, op uit een zee van geluid. De belangrijkste reden voor dit geluidsprobleem lag bij drummer (en Ornette's zoon) Denardo Coleman. Zijn microfoons stonden niet goed afgesteld en waren te luid, terwijl die van Ornette te zacht stonden. De geluidstechnici leken dit niet te merken, waardoor iets van de brille verloren ging.

    Toch was er nog genoeg schoonheid over. Met name in de ballads liet Coleman zich zien, zoals in het schitterende 'Sleep Talking', hoogtepunt van zijn laatste cd. Dit nummer kenmerkt zijn stijl: Coleman bouwt uit op een thema, dat hij naar wil in verschillende tempi speelt en daarna melodisch binnenstebuiten vouwt. De concentratie waarmee dit gebeurde, was indrukwekkend. Ook 'Jordan' was imposant. Dit nummer, dat sterk doet denken aan de oude composities uit de jaren zestig, vraagt een ingewikkeld samenspel, omdat er in het thema veel abrupte stops zitten. Deze werden door de goed op elkaar ingespeelde band zonder moeite genomen.

    Coleman speelde ook weer trompet en viool. Op deze instrumenten is hij autodidact en zijn benadering is onorthodox. Vroeger leidde dit tot moeilijk te verteren solo's, die door de een vals en door de ander microtonaal werden genoemd. Met de jaren is zijn trompetspel gerijpt en doet het in klank steeds meer denken aan dat van Don Cherry, met wie Coleman in de jaren vijftig en zestig een bijna telepathisch samenspel had.

    Iets onverwachts was er ook: tweede bassist Anthony Falanga speelde de prelude uit Bach's cellosuite nr. 1 (BBV 1007), wat uitmondde in een wirwar van solo's volgens Colemans principe, dat zowel free jazz, harmolodics, als sound grammar heeft geheten. Wat het ook mag zijn, het was ontroerend en ondersteunde Colemans claim op de hoes van zijn laatste album: 'The conclusion is that the Grammar of Sound is universal.'

    Toen hij, na een (waarschijnlijk door zijn fragiele conditie) vrij korte set van een uur en veertig minuten, het podium verliet, kon het publiek niet anders dan instemmen.

    (Sybren Renema, 23.11.08) - [print] - [naar boven]





    Moker: hoekig en weerbarstig, maar ook sfeervol en lyrisch
    donderdag 16 oktober 2008, JazzCase, Dommelhof, Neerpelt

    Het Gentse jazzcollectief Moker wordt steevast omschreven als een groep zoekende en experimenterende muzikanten die het muzikale zoekproces als een essentieel onderdeel van haar muziek beschouwt. Niet zozeer het afgewerkte eindproduct als wel het voorafgaande creatieve proces staat centraal. Dat deze aanpak kan leiden tot avontuurlijke en buitengewoon boeiende muzikale momenten, bewees de groep met haar concert in JazzCase te Neerpelt.

    Met het spetterende 'Kinky Business' zat de drive er meteen in. Een catchy nummer met een strak ritme, een stevige beat en een smooth en tegelijk ongaaf geluid. Van meet af aan werd de eigenheid van de groep bepaald door het gitaarspel van Mathias Van de Wiele en de krachtige ritmesectie met Giovanni Barcella op percussie en Dajo De Cauter op bas, bijgekleurd en in perspectief gezet door trompettist Bart Maris en saxofonist Zeger Vandenbussche. Zacht en ingetogen ging het verder met het melodieuze 'SOS', waarbij Van de Wiele's gitaar losjes rond de ritmesectie slalomde. Het was een nummer dat wat oosters aanvoelde, waarbij de beide blazers aan het einde het roer overnamen.

    Duidelijk andere koek was het hectische 'Dialogues On Statements', dat erg chaotisch op gang kwam op sax en percussie en dat vervolgens werd overgenomen door gitaar en trompet. Avant-gardistische free jazz die op het einde naar een passend ritme en een mooie melodie toegroeide. Van de Wiele's vindingrijke composities zitten vol bizarre kronkels en wendingen; muziek met diepe wortels in de jazz, maar waarin ook vele andere stijlen en stromingen worden gebruikt, die met durf tot een geslaagde synergie worden gekneed, waardoor er een eigen, herkenbaar Mokergeluid ontstaat. Zoals in 'Twister', dat wel wat klassieker van opbouw en structuur was.

    In het nerveuze en wervelende 'Impro' verkende Maris improviserend de grenzen van zijn instrument: piepend, stampend, kreunend, klagend en knagend kleurde hij mooi buiten de lijntjes. Een chaotisch nummer met een knipoog naar John Zorns Masada. Ook Moker laat in zijn muziek duidelijk veel ruimte voor vrije improvisaties, maar toch is er in Van de Wiele's composities een heldere harmonische onderliggende structuur aanwezig, waarvan weliswaar regelmatig wordt afgeweken, maar die ook telkens weer terug op de rails wordt gezet. Met 'Crush My Bones' gingen we snakkend naar adem de pauze in.

    Het opzwepende 'Cir-cul-air' balanceerde tussen zacht en luid, beheerst en uitbundig, ingetogen en opzwepend. In 'Konglong', het titelnummer van de gelijknamige plaat van Moker, verraste de groep ons met een stevig rocknummer, strak ritmisch en met een neverending slot.

    Bart Maris, altijd nadrukkelijk aanwezig, had er duidelijk zin in en vroeg op kousenvoeten of hij nog een bisnummer mocht spelen, waarna hij 'Smells Like Friday The Thirteenth' uit zijn bugel perste. Na 'Direction Échafeaud' viel het doek over dit potige concert waarbij hectische passages en sfeervolle soundscapes elkaar afwisselden.

    De kracht van Moker zit verscholen in de solide sound vol power, krachtig en heftig gebracht; een geluid dat vaak hoekig en weerbarstig klinkt, maar dat evenzeer lyrisch en sfeervol kan zijn. Het is derhalve muziek met veel variatie, tempowisselingen en contrasterende breaks. Verbazend is ook het gemak waarmee verschillende stijlen door elkaar worden gebruikt: enerzijds diep geworteld in de jazztraditie en anderzijds met verwijzingen naar Zorns experimentele aanpak. Deze veelzijdigheid verveelt nooit en weet een heel concert lang te boeien.

    Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Cees van de Ven.

    (Robert Kinable, 20.11.08) - [print] - [naar boven]



    Prinses Christina Jazz Concours

    In het weekend van 29 en 30 november 2008 vindt er een nieuwe editie plaats van het Prinses Christina Jazz Concours. Ruim driehonderd jonge jazzmuzikanten uit het hele land komen dat weekend naar de selecties in het Bimhuis en het Muziekgebouw aan 't IJ om een plaatsje in de Nationale Finale te bemachtigen.

    Uiteindelijk worden er acht jonge jazzmuzikanten geselecteerd om terug te komen voor de Nationale Finale op zondagavond 30 november in de grote zaal van het Muziekgebouw aan 't IJ. Iedere finalist mag een kort eigen optreden verzorgen voor publiek en jury, bestaande uit onder anderen Ruud van Dijk, Jan Formannoy en Benjamin Herman. Terwijl de jury in beraad gaat, kan het publiek genieten van een optreden van Nueva Manteca. Aan het eind van de avond wordt bekendgemaakt wie er in de prijzen valt. Zangeres Denise Jannah reikt de prijzen uit. De avond wordt gepresenteerd door Hans Mantel.

    Op zaterdagmiddag 29 november zal pianist Randal Corsen een masterclass verzorgen voor blazers en ensembles. Corsen woont de selecties op zaterdag bij en kiest vervolgens deelnemers die in aanmerking komen voor een openbare les. De masterclass op zaterdagmiddag om 17.00 uur is toegankelijk voor pers en publiek en vindt plaats in het Bimhuis.

    (Jacques Los, 20.11.08) - [print] - [naar boven]





    Intiem muzikaal feestje
    Fraanje Duo's, zaterdag 25 oktober 2008, Livestock Festival, Paradox, Tilburg

    Zaterdag 25 oktober was het genieten geblazen met een gedeelte van het Livestockfestival in het Tilburgse muziekpodium Paradox. De in Amsterdam woonachtige pianist Harmen Fraanje daalde weer even neer op zijn vertrouwde nest Paradox. Hij speelde twee sets. Een met de uit Kameroen afkomstige en in Rotterdam studerende zangeres Ntjamrosie, een tweede met toptrompettist Eric Vloeimans.

    Ntjamrosie is een rising star. Ze zingt in verschillende talen, beheerst verschillende muzikale achtergronden: Afrikaanse, maar ook Zuid-Amerikaanse. In de eerste set vertolkte ze met Fraanje originele bestaande composities, die waren gearrangeerd en een andere titel hadden gekregen. Ze karakteriseerde zich door een rijke traditionele achtergrond. Een heel authentiek geheel. Knap om dat live te vertolken! Zowel Fraanje als Njtamrosie namen een solostuk voor hun rekening. Fraanje imponeerde met een expressief stuk met klassieke invloeden. Sommige passages deden me denken aan Bach en Debyssy, prachtig! Ntjamrosie zong een solo die de het voltallige aanwezige publiek deed verstillen.

    Beide sets waren van een hoog muzikaal niveau. Waar in de eerste set fijnzinnig en met veel gevoel voor finesse werd gemusiceerd door een goede match van de warme stem van Ntjamrosie met het spel van Fraanje, ging het in de tweede set naast ingetogen ook voluit met Vloeimans. Tjonge, wat een spel van beide heren! Fraanje en Vloeimans waren net terug uit de VS, waar ze toerden met Vloeimans' band Fugimundi, waarin ook gitarist Anton Goudsmit speelt. De twee gunden elkaar de ruimte en kwamen om in termen van Maslov te spreken tot een niveau wat aan zelfactualisatie deed grenzen. Grote instrumentbeheersing, maar altijd in dienst van de muziek. Solo's vol overgave. De composities in de tweede set waren van eigen hand, met voldoende ruimte om te improviseren. En dat gebeurde met veel inventiviteit en creativiteit. Goed te horen was dat Fraanje en Vloeimans elkaar muzikaal van haver tot gort kennen en aanvoelen.

    Een bijzonder geslaagde avond, een intiem muzikaal feestje in het sfeervolle Paradox, een podium wat zich bij uitstek leent voor deze intieme muziek. Gezien het enthousiasme en de goede sfeer tijdens deze avond denk ik dat het publiek het met me eens zal zijn...

    Klik hier voor een fotoverslag van dit concert.

    (Koen Scherer, 20.11.08) - [print] - [naar boven]



    Leidse Jazzweek

    Van 21 januari tot en met 25 januari staat Leiden in het teken van de jazz. Op het programma staat voor ieder wat wils: van blues tot soul, van jazz tot pop. Lokale en internationale artiesten geven op verschillende podia acte de présence. Op woensdag wordt het festival ingeluid met de traditionele opening en kroegentocht. De apotheose van de Leidse Jazzweek is op zaterdagavond, als in Holiday Inn het Keytown Festival plaatsvindt. Op verschillende podia spelen dan tegelijkertijd grote namen uit de jazzwereld.

    Deelnemende musici en groepen zijn onder anderen Rita Reys - in concert met Scott Hamilton en het Ruud Jacobs Trio, New Cool Collective, Oxymore Quintet, The Ploctones, het Toon Roos Kwartet met Karel Boehlee, Pierre Courbois, Jasper van 't Hof en op 25 januari een door Harry van der Blom georganiseerde tenor battle met de 'tough tenors' Wouter Kiers, Boris van der Lek en Rinus Groeneveld.

    Klik
    hier voor uitgebreide informatie.

    (Jacques Los, 20.11.08) - [print] - [naar boven]





    Breekbare muziek en hecht samenspel
    Michael Moore Quartet, vrijdag 24 oktober 2008, De Tor, Enschede

    Line-up: Michael Moore (altsax, klarinet), Harmen Fraanje (piano), Clemens van der Veen (bas), Michael Vatcher (percussie).

    Michael Moore heeft al in vele samenstellingen gespeeld. In essentie verandert er niet veel als hij met verschillende muzikanten speelt. Altijd blijft die prachtige, warme klank die onmiddellijk herkenbaar is, op klarinet nog mooier dan op sax. Zijn muziek is de ene keer wat meer improviserend dan de andere, de ene keer wat expirimenteler dan de andere, maar heeft altijd die eigen touch. De muziek is bedachtzaam, meditatief en hecht. Er is nu een nieuw kwartet dat al een cd heeft uitgebracht ('Fragile'), maar nog nauwelijks heeft opgetreden.

    Het concert in Enschede was het eerste in Nederland. Voor een matig gevulde zaal bracht Moore een groot deel van het repertoire van de cd. Die muziek is inderdaad breekbaar. De snellere, meer jazzy nummers als 'Troubadors' en 'Bagdad' vallen een beetje uit de toon. Een nummer als 'Paint As You Like' laat horen waar de groep sterk in is: een mooie melodie, geen overbodige noten en hecht samenspel. Een nummer dat aangekondigd werd als "een blues" maakte duidelijk dat de jonge garde op bas en piano ook uitstekend past in dit concept. Nu ook nog de glasharp van Michael Vatcher live en het is perfect.

    (Hugo de Vries, 20.11.08) - [print] - [naar boven]





    Medeski, Martin & Wood – 'Zaebos, Book Of Angels Vol. 11' (Tzadik, 2008)

    Kosten nog moeite hebben Medeski, Martin en Wood gespaard om deze cd tot iets bijzonders te maken, en is het ze nog gelukt ook. Want de succesformule van dit trio is wat al te lang doorgevoerd, wat risicoloze en futloze cd's tot gevolg had. Zo niet hier: akoestische jazztrio's, woeste free jazz en sferische filmmuziek, het komt allemaal langs en het is nog spannend om naar te luisteren ook.

    De hoofdrol is weggelegd voor John Medeski, die de meest uiteenlopende toetseninstrumenten bespeelt en zijn fantasie de vrije loop kan laten. Het mooist komt dit alles samen in het nummer 'Asaliah', waar de slepende groove waar dit trio bekend om staat, nog een tandje langzamer wordt gezet en de Fender Rhodes werkelijk fantastisch klinkt. De inspiratie en lol is weer terug bij dit trio en dat is prettig om te horen.

    Meer horen?
    Op de
    MySpace-pagina van Medeski, Martin & Wood kun je luisteren naar drie nummers van deze cd: 'Tutrusa’i', 'Zagzagel' en 'Rifion'.

    (Eric van Rees, 20.11.08) - [print] - [naar boven]





    All Stars niet uit op avontuur
    Dizzy Gillespie All Stars & Roy Hargrove Quintet, woensdag 12 november 2008, Muziekcentrum Frits Philips, Eindhoven

    Jazz kan een enerverende stijl zijn, waarin muzikanten op het scherp van de snede soleren en zo het publiek op het puntje van hun stoel zetten. De twee bands die met trompettist Roy Hargrove als bindende factor in het Eindhovense Muziekcentrum optraden, namen genoegen met plichtmatig applaus als antwoord op plichtmatige solo's. Van de Dizzy Gillespie All Stars zou je verwachten dat ze de vijftien jaar geleden overleden bandleider zouden eren met een spetterend optreden. Het gebrek aan verbeeldingskracht waarmee ze speelden stond haaks op de staande ovatie die ze mochten ontvangen.

    Het leek of zowel het Roy Hargrove Quintet als de All Stars de intro van elk nummer binnen de kortste keren achter zich wilden hebben. Nog geen minuut verwijlden ze daar, en dan was het de ene solo na de andere. Technisch goed gespeeld, daar niet van. Maar al snel kreeg ik de stellige indruk dat al die snelle nootjes weinig meer waren dan een trucje. Een muzikaal tijdrekken dat onderhand al zo'n veertig jaar meegaat: de muziek klonk alsof de tijd heeft stilgestaan. Je kon je eraan vergapen; ontroeren of verrassen deed het niet. Hargrove liet zich kennen als een vaardige trompettist, maar hij speelde zonder enige nuance - alles op dezelfde snelheid en hetzelfde volume.

    De Dizzy Gillespie All Stars (met TM achter de naam - er zou eens iemand mee op de loop gaan) gebruikten de associatie met de overleden muzikant als grote publiekstrekker. Dat was met een halfvolle zaal niet helemaal geslaagd. Het stempel kon evenmin garant staan voor briljante muziek. Van sprankelende arrangementen was sowieso al geen sprake. Solo's hadden nauwelijks opbouw. Het optreden van zangeres Roberta Gambarini verhoogde de landerigheid op het podium alleen maar. Alleen een groepsscat gaf dit concert nog wat pit. Avontuur was hier nauwelijks te beleven.

    Klik hier voor een fotoverslag door Cees van de Ven.

    Deze recensie verscheen eerder in het Eindhovens Dagblad.

    (René van Peer, 19.11.08) - [print] - [naar boven]





    Uitreiking eerste exemplaar Leidse Jazz Geschiedenis 1899 tot 2009
    donderdag 6 november 2008, Marekerk, Leiden

    Op 6 november 2008 ontving Rita Reys, Europe's First Lady of Jazz, in de Marekerk in aanwezigheid van wethouder Jan Jaap de Haan en talrijke prominenten uit handen van auteur Cees Mentink het eerste exemplaar van het boek over de Leidse Jazzgeschiedenis.

    Dat Leiden niet alleen bekend staat om zijn Pilgrim Fathers, maar ook om het dixielandorkest The Jazz Pilgrims (1957–1972), is te lezen in deze prachtig verzorgde uitgave over de jazzhistorie van Leiden. Het boek (in een oplage van 3000 exemplaren) telt 288 pagina's, heeft 20 hoofdstukken en is bijzonder rijk geïllustreerd. Bovendien zijn er twee gratis cd's bijgevoegd, met daarop bekende musici die de lezer muzikaal meenemen vanuit het verleden, via het heden naar de toekomst van de jazz.

    Er was echter naast het gesproken woord ook ruimte voor muziek. Teddy Charles bracht met een tentet bestaande uit Eef van Breen, Anja Nielsen, Eldert van Oosten, Helene Neerhoff, Wim Millenaar, Paul van Egmond, Martien de Kam, Walter Wolff, Johannes Radianto, Francesco Angiuili en Andreas Fryland het prachtige 'Word From Bird' ten gehore.

    De verkoopprijs van het boek, inclusief 2 cd's, bedraagt € 39,90. Voor meer informatie: ton@leidsejazz.nl.

    Met dank aan Cathy van Driesten

    Klik hier voor een fotoverslag door Cees van de Ven.

    (Cees van de Ven, 18.11.08) - [print] - [naar boven]





    Sanborn blaast stoom af
    maandag 3 november 2008, Jazzpower, Wilhelmina, Eindhoven

    Een club leent zich goed voor ballads, had saxofonist David Sanborn van tevoren gezegd. Maar het was vooral van belang om in te spelen op de stemming van het publiek. Er kwam weinig van ballads terecht in een afgeladen Wilhelmina, waar Sanborn op het programma stond van Jazzpower. Van het begin af was de sfeer in de zaal uitgelaten. De vijf muzikanten voeren op de toppen van die energie en bliezen twee uur lang stoom af.

    De muziek die Sanborn met zijn band speelde, greep terug op stromingen uit de jaren zeventig als jazzrock en funk. Drummer Gene Lake en bassist Richard Patterson hielden het ritme strak en dansbaar. Als de zaal groter was geweest hadden de muzikanten uit kunnen kijken over een uitbundig swingende massa. Wat de mensen niet konden uiten in bewegingen, deden ze in applaus en gejoel. De band betaalde in gelijke munt terug. Sanborn speelde als een bezetene. Soms daalde hij af naar de lagere regionen van zijn altsax, maar meestal zocht hij het in hoge snelle noten. In die voortrazende melodieën wist hij zichzelf nog genoeg ruimte te geven om naar tonen toe te glijden.

    Ook de leden van zijn band mochten zich uitleven in solo's. Met name Gene Lake en toetsenist Ricky Peterson kregen volop gelegenheid om vindingrijkheid en virtuositeit tentoon te spreiden. Peterson, die de muziek met zijn synthesizer voorzag van een vet knorrende ondergrond, overtuigde ook als zanger in de langzame blues 'I Got News For You' van Ray Charles. Het plezier spatte van het podium af, en kwam even zo hard weer terug.

    Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Cees van de Ven.

    Deze recensie verscheen eerder in het Eindhovens Dagblad.

    (René van Peer, 16.11.08) - [print] - [naar boven]



    Brussels Jazz Orchestra International Composition Contest 2009

    In 2009 organiseert het Brussels Jazz Orchestra in samenwerking met het Gent Jazz Festival de vijfde editie van de BJO International Composition Contest. Deze compositiewedstrijd staat open voor nieuwe bigbandcomposities van componisten tot en met 40 jaar.

    Na preselecties kunnen maximum vier laureaten doorvloeien naar de finale. De composities van de laureaten worden op donderdag 9 juli 2009 vertolkt door het Brussels Jazz Orchestra op het Gent Jazz Festival onder leiding van de respectievelijke finalisten. Een internationale jury zal dan de uiteindelijke winnaar van de BJO International Composition Contest bekend maken. Deze ontvangt de Brussels Jazz Orchestra Composition Award. Een nieuwigheid voor deze editie is de invoering van een Publieksprijs.

    Composities van de kandidaat-componisten moeten uiterlijk 1 mei 2009 naar het wedstrijdsecretariaat worden gestuurd om ontvankelijk te zijn.

    Klik
    hier voor het volledige reglement.

    (Jacques Los, 15.11.08) - [print] - [naar boven]





    Stefan Bracaval - 'Insight Inside' (Prova Records, 2008)

    De titel van Stefan Bracavals album, 'Insight Inside', is goed gekozen. Het album bestaat voor een groot deel uit kalme melodieën vol rust en introspectie, afgewisseld met een aantal sprankelende, snellere stukken.

    Openingsnummer 'Folkdance' is zo'n stuk. Na een korte, flamenco-achtige aanzet op de akoestische gitaar van Hendrik Braeckman, zet Bracaval in met een lange, vrolijke solo op de dwarsfluit. Hierop volgt een aangename, atmosferisch aandoende bijdrage van Braeckman, overgedubd, op elektrische gitaar. Vervolgens rondt Bracaval het nummer af.

    Het melancholieke 'Arcadie' kenmerkt de andere kant van Bracaval. Dit is een rustige melodie met ruimte voor bassist Werner Lauscher. Zijn contrabas combineert schitterend met de klank van Bracavals basfluit. Dit instrument, dat in de jazz relatief weinig voorkomt, past in de sfeer die Bracaval neerzet; die van rust en de late avond.

    'Tengo Un Tango' is een vrolijke tango met een aangename dynamiek; kalmte en het subtiele thema worden afgewisseld met solo's van Bracaval en Braeckman, die elkaar goed aanvullen. Ook laat het de Spaanse en Latijns-Amerikaanse invloeden goed horen, die op dit album volop aanwezig zijn.

    Wat dit album echter het meest typeert, is het instrumentarium. Dat is niet heel gangbaar, maar past zeer goed: een helder gitaargeluid en een soms zwoele (bas)fluit met contrabas en drums in dit repertoire maken deze cd net een beetje anders. Soms, zoals in 'La Noche', is het arrangement van de muziek net iets te overdacht. Dan krijgt de muziek iets zweverigs.

    Desalniettemin is 'Insight Inside' een prima album, dat zeker voor de liefhebbers van de fluit of jazz met een Latin-randje iets te bieden heeft.

    Meer horen?
    Op de
    MySpace-pagina van Stefan Bracaval kun je luisteren naar vijf nummers van deze cd: 'Folkdance', 'Arcadie', 'Tengo Un Tango', 'Children’s Game' en 'River Man'.

    (Sybren Renema, 13.11.08) - [print] - [naar boven]





    Stranger than Paranoia 2008

    Tussen 24 en 30 december 2008 vindt op het Tilburgse muziekpodium Paradox en het popcentrum 013 alweer de zestiende editie plaats van het improvisatiefestival Stranger than Paranoia. Met een pakkend nationaal- en internationaal programma en een extra concertavond op 30 december in 013 is Stranger than Paranoia wederom een muzikale wereldreis; een festival waarbij het publiek op verrassende, soms zelfs confronterende wijze kennis maakt met muziek die op vele manieren grenzen overschrijdt.

    Op elke festivalavond vinden drie optredens plaats, waarbij een breed (inter)nationaal scala aan muziek wordt verkend. Fantastische zang door jazzdiva Greetje Kauffeld, de Britse stersaxofonist Courtney Pine met een topband, Gregoriaanse liederen door de 12-koppige jazz-latin groep Nueva Manteca en vier vocalisten, de prettig gestoorde NU-jazz-pop-rock van het Duitse 20-koppige The Dorf, Scandinavisch vetste hardcore-acid-jazzband Jazzkamikaze, de wereldse cocktails van Monica Akihary, de Marokkaanse Touria Hadraoui en cymbalonspeler Vasile Nedea uit Roemenië als gasten bij het Nederlandse CRAM, meditatieve jazz en Indiase invloeden uit Nederland met onder meer Eef Albers en Leo Janssen, de ethnotic groove van Njava met de zingende zusjes uit Madagaskar, het puntige blazersduo Puntin-Schorn uit Duitsland, de Afrobeat-funk-rap van Fanga uit Frankrijk, de piano-virtuozen Aki Takase uit Japan en Alexander von Schlippenbach uit Duitsland, en natuurlijk weer speciaal voor het festival enkele bijzondere muzikale ontmoetingen, zoals die van Misha Mengelberg en Peter Beets, twee compleet verschillende pianisten.

    Verder het traditionele kerstconcert van het Paul van Kemenade Quintet. De altsaxofonist presenteert de nieuwe cd/dvd 'Two Horns And A Bass', waarop Van Kemenade te horen is in duo met Harmen Fraanje, in trio met Wiro Mahieu en Eric Vloeimans, en met zijn kwintet.

    Voor uitgebreide informatie klik
    hier.

    (Jacques Los, 11.11.08) - [print] - [naar boven]





    Complexe muziek van fluisterzacht tot en met harde beat
    Henry Threadgill & Zooid, woensdag 5 november 2008, Bimhuis, Amsterdam

    Henry Threadgills fascinatie voor een zware donkere beat als achtergrond voor zijn grillige atonale solo's en voor het totale groepsgeluid bleek al uit de in 1979 opgenomen lp 'X-75 volume 1' (X-75 was de naam van zijn eerste eigen groep) op het label Arista. Niet de min of meer gebruikelijke ritmesectie (piano, bas en drums), maar liefst vier bassen (Leonard Jones, Brian Smith, Rufus Reid en Fred Hopkins) zorgden daar voor een donkere spannende groove. Ook in zijn voorgaande formatie Very Very Circus schroomde hij niet in de ritmesectie gebruik te maken van twee tuba's. Iets dergelijks past Threadgill toe in zijn nieuwe formatie Zooid. Tubaïst (in enkele nummers speelde hij ook trombone) Jose Davila en bassist Stomu Takeishi produceerden in innige samenwerking een solide zware achtergrond voor de solobijdragen van Threadgill en gitarist Liberty Ellman.

    Threadgill sloot zich in de zestiger jaren aan bij de legendarische Association for the Advancement of Creative Musicians (AACM) in Chicago. Met drummer Steve McCall en bassist Fred Hopkins formeerde hij het befaamde en zeer succesvolle trio Air. Tot in de jaren tachtig produceerde dit trio een tiental platen op labels als Black Saint, Novus en India Navigation.

    De rietblazer is een prominente componist in de avant-garde scene. Zijn composities zijn een amalgaam van stijlen - traditionele Afrikaanse muziek, latin, bebop, ragtime en free jazz – en liggen niet gemakkelijk in het oor. De melodieuze lijnen worden in samenspel met de gitarist niet synchroon gespeeld, maar door beiden ad hoc omspeelt. Het vergt voor de luisteraar een fikse dosis concentratie om door te kunnen dringen in de complexiteit van de diverse muzikale lijnen. Het werd enigszins vergemakkelijkt door de merendeels funky gerichte ritmische groove. Zowel drummer Elliot Kavee als Davila en Takeishi wisten daar goed raad mee. Fascinerend in het geheel was de coöperatieve samenwerking in de dynamische passages; van fluisterzacht tot en met een stevige en harde rockbeat.

    Gitarist Ellman en fluitist/altsaxofonist Threadgill waren niet alleen de belangrijkste, maar ook de betere solisten. Ellman was vooral vingervlug, maar ook stuwend en swingend, en soleerde in een gematigd free-jazz idioom, geïnspireerd door illustere hardbopgitaristen als Kenny Burrell en Herb Ellis. Leider Threadgill had mijns inziens wel wat meer solo's voor zijn rekening kunnen nemen. Vooral op de altsax maakte hij indruk door een fraai geluid en originele improvisaties. Virtuoze capriolen zijn van hem niet te verwachten, maar wel duidelijke en fraaie muzikale lijnen, gecombineerd met een beheerste mooie en zuivere toonvorming, ook in de flageoletten.

    In de langere set voor de pauze waren enkele zwakke momenten, vooral veroorzaakt door het vlakke trombonespel van Davila, die op de tuba overigens veel resoluter speelde, en de uiterst vage en warrige solo's van bassist Takeishi. Gelukkig bleek de pauze beiden goed te hebben gedaan, zodat er sprake was van een zeer inspirerende tweede set.

    Klik hier voor Maarten Jan Rieders fotoverslag van dit concert.

    (Jacques Los, 10.11.08) - [print] - [naar boven]



    Sensuàl wint tweede Edison Jazzism Publieksprijs

    De band Sensuàl is de winnaar van de tweede Edison Jazzism Publieksprijs. Dat heeft de Edison Stichting bekend gemaakt. Sensuàl, met ondermeer zangeres en tekstschrijver Eva Kieboom en toetsenist/muziekschrijver Emiel van Rijthoven, krijgt de Edison voor hun album 'Salve'.

    De Edison Jazzism Publieksprijs is een initiatief van de Edison Stichting en het blad Jazzism Magazine. Lezers van het blad konden in de afgelopen maanden via een website stemmen op hun favoriete artiest met bijbehorend album. De andere genomineerden waren Room Eleven en Rik Mol. Met een totaalscore van ruim 42 procent van de stemmen is Sensuàl de overtuigende winnaar.

    De publieksprijs wordt ondersteund door Radio 6. Dit station zal uitgebreid aandacht besteden aan de winnaar. Tijdens de uitreiking van de Edison Jazz/World, op 28 november aanstaande, speelt Sensuàl met het Metropole Orkest in het Muziekcentrum Frits Philips in Eindhoven. Het concert is live te beluisteren op
    Radio 6.

    (Jacques Los, 8.11.08) - [print] - [naar boven]





    Bik Bent Braam – 'Extremen' (BBB, 2008)

    Voor de laatste cd, 'Extremen', heeft Michiel Braam, leider van Bik Bent Braam, wederom een interessante methodiek als uitgangspunt genomen. Alle dertien muzikanten in zijn ensemble heeft hij een compositie toegewezen, welke door de muzikant in kwestie 'gedirigeerd' wordt. Dit dirigeren gebeurt door middel van een tabel met aanwijzingen, zoals 'Didgeridooooooooo', en 'Laugh'. Dat is op zichzelf niet uniek; (hand)gebaren komen bijvoorbeeld voor in de Indiase karnatische traditie, en het componeren van losse thema's die door middel van improvisatie aan elkaar verbonden worden, is sinds Cecil Taylor en Sun Ra ook in de jazz gangbaar. Wel is Braams tabel vrij eclectisch, hetgeen goed bij hem past.

    Deze set is afgelopen februari live opgenomen in het Bimhuis. Het live-gevoel is duidelijk aanwezig in de muziek, die avontuurlijker en minder bondig is dan wanneer het een studioalbum zou betreffen. Dat heeft voordelen, maar ook nadelen; het duurt even voordat alle muzikanten volledig op gang lijken te zijn. Na een paar nummers lijkt het ijs echter gebroken en is de Bik Bent in volle glorie te beluisteren. Met zoveel individuele klasse (Wierbos, Gratkowski, Vermeerssen, Vatcher en natuurlijk Braam zelf zijn in bloedvorm), is er genoeg potentieel voor solo's. Deze zijn dan ook volop aanwezig en volgen elkaar op zoals gebruikelijk in de experimentele ensemblemuziek: golven van geluid waaruit opeens een improvisatie opdoemt.

    Op zijn best echter is Bik Bent Braam in de ensemblestukken: deze zijn puntig, zoekend en speels, in de traditie van Ellington, Mingus en Monk. Door de directieaanwijzingen van de muzikanten passen deze feilloos in het volledig vrije werk. De overgangen zijn nooit geforceerd, eerder speels en soms een beetje ondeugend. Braam klinkt afwisselend als een ontketende Taylor en een vrolijke Monk, en vult zo de ruimten goed in. Zeer memorabel is 'Puttex', de enige ballad op het album. Dit is een zeer syncopisch stuk met een melancholieke ondertoon. Tegelijkertijd is het een ideaal vehikel voor Bart van der Putten, die multiphonics op zijn saxofoon afzet tegen de warme klanken van de koperblazers. Ondanks dit imposante technische vertoon blijft het stuk zijn warmte behouden.

    'Pjax' en 'Michaelx', beiden composities met een groot aandeel voor de (contra)basklarinet, zijn ook interessant. Met name 'Pjax' geeft de mogelijkheid de schoonheid van dit instrument, dat afwisselend blaffend en borrelend klinkt in de handen van Gratkowski en Van der Putten, goed te beluisteren. In 'Michaelx' ontvouwt zich, net als in een aantal andere melodieën, een vrolijk thema, dat in de verte aan het Willem Breuker Kollektief doet denken.

    Het grotere experimentele jazzensemble is een vorm van grote schoonheid die de moeite waard is in de handen van de talenten, maar die ook kan vermoeien. Dat doet dit album slechts incidenteel. Soms is het, doordat het een live-opname betreft, onmogelijk duidelijkheid te krijgen over wie wat speelt of welk instrument er überhaupt klinkt. Tegelijkertijd is dat de charme van de programmatische aspecten van 'Extremen': dit is muziek die live beleefd moet worden en, zoals Braam aangeeft in zijn liner notes, elke keer totaal anders is. Met dat in het achterhoofd slaagt Braam wederom in het afleveren van een interessante luisterervaring, die na een aantal keren in de cd-speler alleen maar meer gaat intrigeren.

    Meer horen?
    Op de
    MySpace-pagina van Bik Bent Braam kun je luisteren naar drie nummers van deze cd: 'Franxs', 'Puttex' en 'Michaelx'.

    (Sybren Renema, 6.11.08) - [print] - [naar boven]





    De tijd vliegt bij het Pascal Niggenkemper Trio
    maandag 27 oktober, Jazzpower, Wilhelmina, Eindhoven

    Het seizoen is nog jong bij Jazzpower, maar het was maandag al meteen raak. Want hier stond een trio van formaat, en dat heeft het Jazzpowerpubliek geweten ook! Dit trio maakte duidelijk wat nodig is om royaal twee uur voluit te spelen, zonder in herhaling of verveling te vervallen. Daarvoor zorgden naast bassist/leider Pascal Niggenkemper en diens composities, Robin Verheyen (tenor- en sopraansax) en Tyshawan Sorey (drums).

    Niggenkempers composities waren helder en ogenschijnlijk eenvoudig van opzet. Soms hoorde je een liedje, goed in het gehoor liggend en meezingbaar, maar dat duurde maar even. De heren hadden immers anders in de zin. Zoals het ontwikkelen van laagsgewijs boeiende constructies, waarmee men zorgvuldig, doch niet met voorbedachten rade, creatief de opbouw van de stukken vormgaf.

    Deze opbouw verraste voortdurend door zijn ritmische variaties, improvisaties en dynamiek. En met dynamiek bedoel ik dat het trio vanuit een bescheiden pianissimo - eenmaal op stoom gekomen - met behulp van Sorey het forte bepaald niet schuwde. Vanuit het genoteerde notenspel was het een individueel komen en gaan van elk triolid met sublieme improvisaties. Fascinerende individuele exercities, zoals die veelzeggende en beklemmende intro-bassolo van 'Poême', een sterke Niggenkemper-original. Daarna vervolgde Verheyen met een bovenaardse improvisatie die tot ieders verbeelding sprak.

    De leider manifesteerde zich als een uitmuntende en creatieve bassist, die alle gekende en niet gekende registers van zijn instrument boeiend exploiteerde en etaleerde. Inclusief zijn weldadige dynamische contrasten en ritmische verschuivingen. Gestreken of geplukt, met een klassieke approach of eigenzinnig eigentijds, het maakte hem niet uit; hij zette zijn bas naar zijn hand, luim of idee. In zijn composities maakte hij ook plaats voor humor en ironie, die de druk mooi van de ketel haalde.

    Robin Verheyen stak wederom in bloedvorm in Eindhoven. Dit trio paste hem als gegoten. Afwisselend op tenor- en sopraansax liet hij horen wat hij waard is. Bij ieder concert worden de contouren van zijn muzikale persoonlijkheid scherper. Hij barst van ideeën en zijn improvisaties liggen qua originaliteit en eigenheid ver boven het landelijk gemiddelde. Zijn vocabulaire op zijn instrument lijkt onuitputtelijk. Als een kameleon speelde hij het ene moment uiterst contemplatief, zoals in 'Penser', dan weer uitzinnig expressief, getuige 'Brothers'. Dubbeltonen, screamen, flageoletten of enkel het geluid van de kleppen op zijn saxofoon: alles zette hij met overtuiging in.

    Drummer Tyshawan Sorey had een groot aandeel in dit trio. Hij was de man met de grote oren. Steeds attent en anticiperend, of agerend op zijn medespelers. Maar vaker nog sterk inspirerend met stuwende en prikkelende accenten of passende in-en aanvullende ritmische invallen. Hij grossierde in even adembenemende als onberispelijke roffels en schoot soms legitiem en onverwachts uit zijn slof met verrassende rake klappen van sticks, mallets of handen.

    Omdat er op zo'n hoog en onderhoudend niveau werd gemusiceerd, zat het concert erop voor je het wist. Na dit concert reisde het trio af naar Keulen voor het opnemen van een nieuwe cd, die in mei 2009 op de markt zal komen. Dat wordt nog even afzien dus, maar met hun cd 'Pasàpas' komen we de winter wel door.

    Klik hier voor een fotoverslag van dit concert.

    Meer weten?
  • Klik hier voor de website van Pascal Niggenkemper.

    (Cees van de Ven, 4.11.08) - [print] - [naar boven]





    Rein de Graaff's Bebop Boek #2
    Wynton Kelly


    "Wynton was hip to anything you put in front of him, he could play it right off first time the way it's meant to be played", zei baritonsaxofonist Cecil Payne eens over pianist Wynton Kelly. In het tweede deel van een serie jazzprofielen zet Rein de Graaff deze muzikant in de spotlights.

    "Als je hem (...) per se met iemand wilt vergelijken, doet hij nog het meest aan Hank Jones denken, hoewel Kelly's toucher veel gespierder is. Wat verder opvalt, is dat hij zo geweldig exact speelt. Elke noot die hij wil spelen, speelt hij ook, dit in tegenstelling tot tijdgenoten als Walter Davis jr. en Walter Bishop."

    Klik
    hier om het te lezen.

    (Jacques Los, 4.11.08) - [print] - [naar boven]





    James Carter in Nederland: Part 2
    James Carter Quintet, zondag 26 oktober 2008, Bimhuis, Amsterdam

    De jazzrevolutie zal niet door multi-rietblazer James Carter worden ontketend. Dat is overigens wel lastig, want heeft die niet al plaatsgevonden in de zestiger jaren onder leiding van Ornette Coleman, John Coltrane, Cecil Taylor en Albert Ayler? Inderdaad valt er niet zo veel meer te 'revolutioneren'. Daarentegen is Carter bezig met terug te keren naar de swing- en rhythm & blues-periode: oude liedjes ('Tenderly') en 'honken en screamen', maar dan wel op een moderne manier met toepassing van de freejazz-verworvenheden. Overigens, wel erg knap en virtuoos uitgevoerd. Aan techniek, enthousiasme en lekkere vette toonvorming ontbreekt het niet bij hem.

    Het door Carter koesteren van de roots resulteerde in cd's met titels als 'Gardenias For Lady Day' (Billie Holiday), 'Swing Is The Thing' en 'Chasin’ The Gipsy' (Django Reinhardt). Ook op zijn meest recente cd 'Present Tense' wordt merendeels geput uit het standard repertoire, getuige onder andere Victor Youngs 'Song Of Delilah', Django Reinhardts 'Pour Que Ma Vie Demeure' en Gigi Gryce's 'Hymn Of The Orient'. Enkele van die nummers van zijn cd - inclusief de eigen compositie 'Bro Dolphy' - werden in een totaal uitverkocht Bimhuis ten gehore gebracht.

    Vooral in de hommage aan Eric Dolphy wist Carter op basklarinet te imponeren. Met verve en groot technisch vertoon bewees hij – als bespeler van het nogal lastige instrument - een waardig opvolger van Dolphy te zijn. Ook op de andere rieten (sopraan en tenorsax) en de dwarsfluit demonstreerde Carter zijn fenomenale techniek. Op al die instrumenten vertoonde hij zijn meesterschap. Gedurende het concert begon ik echter wel de indruk te krijgen dat zijn muzikale virtuositeit nog al eens ten koste ging van op inhoud gerichte improvisaties.

    Naast de immer groovende bas van Ralphe Armstrong en slagwerk van Leonard King waren de solo's van pianist Gerard Gibbs nogal bleekjes. Hij paste veelvuldig de nogal ouderwetse blokakkoorden-techniek toe in zijn solo's en tijdens zijn relatief spaarzame exercities met de rechterhand klaterde hij veelal in het hoge pianoregister. Als begeleider daarentegen voldeed hij meer dan bekwaam en inspireerde hij de beide blazers.

    De relatief onbekende trompettist Guy Barker handhaafde zich redelijk naast het spierballengeweld van James Carter. Hij stelde zich bescheiden op en speelde als zodanig; bekwame, maar wat vlakke solo's zonder uitglijders. Dat had wat mij betreft een flinke streep feller gekund.

    Beslist geen slecht concert, maar de hooggespannen verwachtingen werden door Carter & Co niet helemaal waargemaakt.

    Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Govert Driessen.

    (Jacques Los, 3.11.08) - [print] - [naar boven]





    Masada – 'Sanhedrin' (Tzadik, 2005) 2 CD
    Opname: 1994-1997


    De verpakking van dit product vertoont veel gelijkenis met de cd-boxen van verzameld werk van Miles Davis uit de jaren zeventig: oftewel een luxueuze verzamelbox met boekwerk. Mooi? Zeker. Het goede nieuws is dat deze twee cd's met outtakes van het sterrenkwartet Masada een mooie dwarsdoorsnede bieden van alle studiosessies tussen 1994 en 1997. Voor wie niet bekend is met de tien studio-cd's van Masada, is dit een mooie samenvatting.

    Waar in de studio plek is voor nuance en detail, ontwikkelde Masada zich op het podium tot een luide karikatuur van zichzelf, waarbij snelheid en volume belangrijker werden dan melodie. Dat is jammer, maar dat was in het begin dus een heel ander verhaal. In de studio was volop gelegenheid voor experiment, en met name John Zorn en Dave Douglas vinden elkaar in meerstemmige klezmer-melodieën, zoals prachtig geïllustreerd in de klassieker 'Abidan'.

    Ingetogen, melancholieke stukken worden afgewisseld met chaotische, hardere stukken. Door het ontbreken van een piano ligt de structuur van de composities open, en kan er eindeloos gevarieerd worden op een thema, naar het concept van Ornette Coleman. Je hoort hoe composities vorm krijgen en hoe er gezocht wordt naar muzikale oplossingen. Een sterrenkwartet in wording dus.

    (Eric van Rees, 3.11.08) - [print] - [naar boven]





    James Carter in Nederland: Part 1
    James Carter Quartet, zaterdag 25 oktober 2008, LantarenVenster, Rotterdam

    Publiekslieveling James Carter is een veel- en graaggeziene gast. Carter bezit een fenomenale techniek en kenmerkend geluid in de school van de tough tenors en Ben Webster. In de loop der jaren heeft hij zijn arsenaal saxofoons uitgebreid met basklarinet en dwarsfluit, en hoewel hij op dit laatste instrument minder vloeiend is dan op de anderen, heeft dit brede palet zijn muziek verdiept.

    Zijn eclectisme bleek zaterdag in Rotterdam uit elke noot; hij kent zijn boekje en de geschiedenis van de jazz, van Dixieland tot Coltrane en van R&B tot ballad. Deze kennis etaleert hij iets te gretig; soms leidt het tot overdreven spel, zoals op North Sea dit jaar bij vlagen het geval was.

    Maar het moet gezegd: makkelijk maakt Carter het zichzelf nooit. Hij opende zijn concert met Sidney Bechets 'Chant In The Night', gespeeld op – hoe kan het ook anders – sopraansax. Door middel van circular breathing en eindeloze reeksen triolen deed de behandeling van het stuk denken aan Coltrane's sopraan (het andere ijkpunt voor dit instrument) en aan de hoge saxen van Roland Kirk. Deze vogelvlucht door de geschiedenis van een instrument is kenmerkend voor Carters aanpak.

    Hiervan getuigde ook 'Bro. Dolhpy', een compositie van Carters laatste album, uitgevoerd op basklarinet. Dit instrument, door Eric Dolphy geïntroduceerd in de jazz, leent zich goed voor lage bromtonen en hoge piepen, en kan klinken als het gakken van een gans. Carter buitte deze – door Dolphy geïntroduceerde – cliche’s met verve uit in opzwepend machtsvertoon. Charmant was ook dat hij de Radetzkymars en delen van Bizets 'Carmen' in zijn solo verwerkte, zeker omdat dit in eerste instantie niet foutloos gebeurde. Het toonde aan dat zelfs techniekbeest Carter menselijk is.

    Naast Carter maakte ook pianist Gerard Gibbs veelvuldig gebruik van citaten, zoals een wat onwaarschijnlijk 'Kortjakje' in de intro van 'Odyssey'. Dit stuk werd door Carter op fluit geopend. Zijn fluitspel is ietwat schel met een vibrato dat wat teveel golft. Dit verraadt hem als tenorist wiens kamerbrede stijl juist gebaat is bij zo'n vibrato. Toen er een tenorsolo volgde, was Carter dan ook meedogenloos en furieus. Hij klonk als Coltrane in de laatste jaren van diens carrière, maar ook als rockpionier Big Jay McNeely: veel toeten, scheuren, schreeuwen en brullen.

    Deze flexibiliteit van de bandleider maakte een hoop goed, zoals de overbodigheid van een feature voor de pianist en Carters neiging te lange solo's te spelen die weinig ruimte overlaten voor de rest van de band. De toegift, een duet tussen Carter en bassist Ralphe Armstrong, liet zien dat de saxofonist wel degelijk tot interactie in staat is. Sterker nog; dan is hij op zijn best. Dat hij in kwintetbezetting werd aangekondigd, maar uiteindelijk in een kwartet zonder trompettist kwam, leek niet te deren. Carter was prima in staat de ruimte op te vullen, want wat er ook gebeurt, in zijn muzikale universum is Carter heer en meester.

    (Sybren Renema, 3.11.08) - [print] - [naar boven]



    Juul Anthonissen overleden

    In het Woon- en Zorgcentrum Sint-Jozef in het Belgische Wiekevorst (Heist-op-den-Berg) is op 31 oktober Juul Anthonissen (77) overleden. Anthonissen was achtereenvolgens directeur van de Dienst Film, Muziek en Dans bij het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap en directeur van de Academie voor Beeldende en Toegepaste Kunsten van Heist-op-den-Berg.

    Hij was vooral bekend als jazzspecialist. Meer dan een halve eeuw lang was hij in diverse gedaanten in de jazzwereld actief: als journalist/publicist (onder meer voor de krant De Standaard van 1965 tot 1996), als radiomaker (voor de toenmalige Radio 1, 2 en 3), als docent (aan de Conservatoria van Brussel en Gent en in talloze Vlaamse cultuurcentra), als programmator (onder andere van Jazz Bilzen van 1966 tot 1973), enzovoorts. Van 1999 tot 2001 gaf hij een eigen jazztijdschrift uit: Juul's Halo.

    In 1955 stichtte hij de Hnita-Jazz Club in Heist-op-den-Berg, waar tot op heden vele groten uit de jazzwereld aantraden, zoals Charles Mingus, Keith Jarrett, Bill Evans, Chet Baker, Sun Ra, Dexter Gordon, Jackie McLean, Clark Terry en Toots Thielemans. Juul Anthonissen werd verschillende malen onderscheiden, onder meer met de Heistse Cultuurprijs in 1996 en met de internationale Blue Bird Award in het Duitse Weinheim in 2001.

    De begrafenisplechtigheid vindt plaats op zaterdag 8 november om 11.30 uur in de Sint-Lambertuskerk te Heist-op-den-Berg.

    (Jacques Los, 3.11.08) - [print] - [naar boven]





    Een staande ovatie krijg je niet, die verdien je!
    Dave Holland Quintet, woensdag 22 oktober 2008, Bimhuis, Amsterdam

    Line-up: Dave Holland (contrabas), Chris Potter (sopraan- & tenorsax), Robin Eubanks (trombone), Steve Nelson (vibrafoon & xylofoon), Nate Smith (drums).

    Dave Holland wordt als één van de belangwekkendste vernieuwers van het contrabasspel beschouwd. De brochure van het Bimhuis repte zelfs van de beste componerende bassist na Charles Mingus. Of dat de reden was, weet ik niet, maar zo'n vol Bimhuis heb ik nog nooit meegemaakt. Hollands participatie eind jaren zestig op revolutionaire Miles Davis-albums als 'Bitches Brew' en 'In A Silent Way' heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de bekendheid van deze inmiddels 62-jarige contrabassist, maar ook de meer dan twintig albums onder eigen naam, voornamelijk bij ECM Records uitgebracht, mogen er zijn. De één nog aansprekender dan de ander. Met zijn eigen kwintet, zéker in deze samenstelling, mochten de aanwezigen veel verwachten, want alle kwintetleden kunnen bogen op een mooie carrière, wat vooraf deed vermoeden dat tijdens dit concert niet alleen traditionele jazz gespeeld zou gaan worden.

    Het eerste stuk, 'Step To It', opende met een ritmisch lopende bas, waarna de vibrafoon en drums eronder gezet werden, gevolgd door de tenorsaxofoon en trombone. De blazers speelden zowel unisono als polyfoon en leken elkaar als het ware te willen omspelen. Zij werden hierbij regelmatig fel door de ritmesectie onderbroken. Consequent hierbij, en eigenlijk gedurende het hele concert volgehouden, zorgde Holland voor een soepele en stuwende basisritmiek, die alle solisten deed ontstijgen aan zichzelf. Direct werd duidelijk, dat dit kwintet bestond uit stuk voor stuk excellent solerende musici, die daarnaast moeiteloos een dienende en kleurende rol vervulden. Steve Nelson wisselde moeiteloos van vibrafoon naar xylofoon. Nate Smith bespeelde zijn drumstel niet alleen met sticks, brushes of paukenstokken, maar ook met zijn handen. Moeiteloos bereikte hij elke gewenste klankkleur en effect.

    'Soul Harbour', geschreven door Chris Potter, 'Tales Of Tears' en een onbekend vierde, fel swingend freejazz-nummer aan het einde van de eerste set ontlokten enthousiaste reacties. Weliswaar kwamen niet alle complexe passages even mooi en stabiel gespeeld over, maar ieder lid van de groep bleek in een kakofonie van geluid toch zijn eigen ding te kunnen doen. Alle stukjes van de schijnbaar onoplosbare puzzel kwamen keurig op hun plaats terecht, wat heel bijzonder overkwam.

    De tweede set startte Holland met een swingende en intrigerende baslijn, Smith verkende met zijn handen alle mogelijkheden van zijn drumstel, en dat alles in een aansprekend calypsoritme. Hierbij wisselden bas en drums elkaar in een meeslepend schouwspel met grootse solo's af. 'Full Circle' van Robin Eubanks en 'Secret Garden', ingetogen gespeeld en met oosterse invloeden, volgden. Opnieuw een steeds van instrument wisselende Nelson en de blazers in een schijnbaar voortkabbelend geheel. De eerste solo werd door Robin Eubanks erg beheerst in low- tot mediumtempo gespeeld, met kleine invullende kleuraccenten op vibrafoon en een sterke ondersteuning van Holland en Smith. Echt twee alleskunners.

    Het laatste stuk 'Massachusetts' van Chris Potter had een opgewekt, haast juichend klinkend thema. Potter wist, solerend in zijn eigen stuk, een ongekende hoogte in zijn spel te bereiken door alle registers van laag tot hoog te verkennen. Hierna trokken Nelson en Holland de zaak rockachtig spelend naar zich toe, maar met een ruim tien minuten durende drumsolo was het Nate Smith, die met een onwaarschijnlijke diversiteit in zijn spel de zaal plat wist te krijgen.

    Een lange staande ovatie viel het Dave Holland Quintet ten deel. Een toegift kon dan ook niet uitblijven, want de zaal stond werkelijk op zijn kop. Het werd 'Easy Did It' (wat een understatement), een oorspronkelijk uit New Orleans afkomstig nummer, dat, sfeervol en opnieuw vol contrasten gespeeld, dit adembenemend mooie concert afsloot.

    Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Joop Mutsaers.

    (Rolf Polak, 1.11.08) - [print] - [naar boven]



    Amerikaanse vibrafonist Teddy Charles in Nederland

    Op zaterdag 8 november (aanvang 21.30 uur) treedt de legendarische Amerikaanse vibrafonist Teddy Charles met het trio van Walter Wolff op in Sociëteit De Burcht te Leiden. Charles is in Nederland op uitnodiging van de stichting 'Leidse Jazz Geschiedenis'. Hij is eregast bij de uitreiking van het eerste exemplaar van het gelijknamige boek in de Marekerk op 6 november aanstaande.

    Teddy Charles zal tijdens de uitreiking, in samenwerking met een tentet van docenten en studenten van het Koninklijk Conservatorium in Den Haag en de Streekmuziekschool, 'Word From Bird' uitvoeren. Charles was vriend en collega van de in 1899 in Leiden geboren componist, arrangeur en dirigent David Broekman, die hij begin jaren vijftig ontmoette. In het historische boek 'Leidse Jazz Geschiedenis' (1899-2009), wordt in het eerste hoofdstuk uitgebreid aandacht besteed aan het rijke en vooral muzikale leven van Broekman, die menig jongensdroom tot werkelijkheid liet komen.

    De 80-jarige Teddy Charles, die nu voor het eerst naar Nederland komt, is een muzikaal fenomeen. Hij speelt naast vibrafoon ook marimba, xylofoon, glockenspiel, piano en percussie. Hij was tijdens het swingtijdperk lid van de orkesten van Benny Goodman, Artie Shaw en Buddy DeFranco. Charles behoort bij zijn leven nu al tot de jazzlegenden. Hij geldt als de experimentor, die met name in de jaren vijftig met zijn composities en arrangementen naar nieuwe wegen zocht. Hij musiceerde met alle groten uit de jazzwereld, waaronder Charlie Parker, Miles Davis, Shorty Rogers en Jimmy Giuffre. Ook was hij nauw betrokken bij de workshops van Charlie Mingus. Met zijn kwintet was hij in maart van dit jaar een week lang top of the bill in de New Yorkse Village Vanguard.

    Na als eregast aanwezig te zijn bij de boekpresentatie van de 'Leidse Jazz Geschiedenis', concerteert Charles ook nog op vrijdag 7 november in het Bimhuis in Amsterdam.

    (Jacques Los, 1.11.08) - [print] - [naar boven]


    Lees verder in het archief...






  • Menupagina's:

    Redactieadres:

    Hoekstraat 1 B17
    3910 Neerpelt
    België
    (0032) 11747180
    (0032) 498788554

    Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
    Mail de redactie.