Concert
Voortdurend veranderende structuren
Maarten Hogenhuis & Jesse van Ruller, woensdag 19 februari 2025, Brouwerij Martinus, Groningen
Welbeschouwd spreken rietblazer Maarten Hogenhuis en gitarist Jesse van Ruller twee verschillende talen. Die worden dan op wonderlijke wijze overkoepeld door een metataal, zodat alles mooi aaneensluit. Het recital van de heren was een samenspraak die deels schematisch afgesproken was en voor het overige de instant composing-beginselen was toegedaan.
De oorsprong van het duo ligt in de coronatijd, toen de muzikanten een ad-hocproject in de Amsterdamse Studio 150 uitvoerden dat naar meer smaakte. Zo kwamen de albums 'Spirits High' en 'Follow The Sound' tot stand.
Ook al daar de heren elkaar voortdurend nauwlettend in de gaten hielden bleken ze aan elkaar gewaagd. In 'Breaking Mirrors' speelde Van Ruller een borrelende groove die geaccentueerd werd door een figuurtje uit het loopstation. 'Imagine A Room' resulteerde in een weids klanklandschap, verstild als een ECM-plaat. Ook associaties met het contrapuntisch werk van rietblazer Jimmy Giuffre dienden zich aan. Maar Hogenhuis en Van Ruller trokken net zo makkelijk in spiralen rond elkaar vervlochten bouwsels op, zoals je die in het echt in feite alleen met een computer vorm zou kunnen geven. Maar hier fiksten ze het live, in 'Spirits High'.
Uit de collectie van zijn vader, de vermaarde fluitist en fluitenbouwer Jelle Hogenhuis, had zoonlief een voyanka opgediept, een herdersfluit uit de Balkan met twee kanalen. Zo kon hij in 'The Outsider' à la Rahsaan Roland Kirk simultaan twee melodietjes laten klinken. Maar dan dus niet met drie of vier instrumenten in de bakkes, gewoon een nietig fluitje. (Hij beloofde het uit te proberen op de schapen van de buren.)
Gaandeweg ontstonden er in de muziek voortdurend nieuwe structuren - maar echte liedjes werden die niet. Eerder een tochtje per kajak over de Colorado River, met al haar vortexen, versnellingen, vertragingen en onzichtbare scherpe rotspieken.
Cd | Concert | Film
Steven Kamperman - The Adventures of Prince Achmed
zaterdag 4 januari 2025, PlusEtage, Baarle-Nassau Steven Kamperman - 'Prince Achmed'
ZenneZ, 2025
Op 2 mei 1926 ging in Berlijn de film 'Die Abenteure des Prinzen Achmeds' van Lotte Reiniger in première. Het is een animatiefilm, maar dan gemaakt met uitgeknipte figuren en uitgekiende belichting, een zogenoemde 'silhouet-animatiefilm'. Een in alle opzichten bijzondere productie waarin Reiniger diverse verhalen uit het beroemde 'Duizend-en-een-nacht' aan elkaar smeedt. Componist en musicus Steven Kamperman kwam de film enige jaren geleden op het spoor en besloot hier nieuwe muziek voor te schrijven, mede daar het verhaal bij hem de liefde voor de muziek van het Midden-Oosten weer aanwakkerde. Baraná, de groep die Kamperman aan het begin van dit millennium vormde met de in 2013 overleden Behsat Üvez, kwam daarbij weer in zijn gedachten. Intussen ontmoette Kamperman de Turkse bassist Esat Ekincioğlu en de Iraanse gitarist Hamid Reza Behzadian, waarmee hij dit project, opgedragen aan Üvez, oppakte. Met film en muziek tourt hij nu langs diverse zalen, ik woonde de tweede uitvoering in de PlusEtage bij, terwijl de bij ZenneZ verschenen cd 'Prince Ahmed' de muziek in de vorm van een serie suites bevat.
Een film met muziek is geen onverdeeld succes. En zeker niet in een vrij complex - en bijzonder oubollig - verhaal als dat van deze prins. Kijk je naar de film en probeer je het verhaal te volgen, dan ontgaat je deels de muziek en vice versa. Als je daarbij dan ook nog wat aantekeningen wilt maken voor dit verhaal, wordt het helemaal een lastige kwestie. Nu kan ik de muziek voor een groot deel terughoren op die cd en het verhaal teruglezen in het bijgaande boekje, volgens Kamperman dé reden om vooral ook de cd te kopen, waar ik het natuurlijk volledig mee eens ben, maar daar heb je op het moment dat je daar zit niet zoveel aan. Je kunt ervoor kiezen om het verhaal niet te volgen en louter plaatjes te kijken, veel mis je niet. Het is nogal stereotype en soms zelfs ronduit bedenkelijk wat Reiniger ons hier voorschotelt, al moeten we wel in gedachten houden dat er in 1926 heel anders naar niet-westerse culturen gekeken werd dan nu bijna een eeuw later. Zo heeft de Chinese keizer duidelijk meer weg van een aap dan van een Chinees en is die slechte tovenaar natuurlijk een Afrikaan. Verder is de man-vrouwverhouding uiterst voorspelbaar. Beide vrouwen die een hoofdrol spelen zijn uiterst frêle dames, die maar amper op hun eigen benen kunnen staan. Zonder hun beider geliefden die hen uit alle mogelijke benarde situaties redden, zijn ze helemaal nergens. En ja, het is een sprookje en dus loopt het allemaal goed af, na een felle strijd tussen goed en kwaad.
Maar het inspireerde Kamperman tot het schrijven van gloedvolle muziek, waarin hij dit verhaal zo goed mogelijk volgt. Het is hedendaagse jazz, vermengd met een stevige scheut rock - met name op het conto van Behzahdian, die we horen op bijzondere instrumenten als een Indiase slidegitaar en een lapsteelgitaar - en op de nodige momenten duidelijke invloeden uit het Midden-Oosten en China. Kortom: een aantrekkelijke mix van muzikale stijlen, aaneengesmeed door Kampermans compositorische gaven, waar we overigens reeds eerder getuige van waren. We beginnen met een ouverture, waarin we allereerst Ekincioğlu en dan Behzadian ontwaren, een ouverture die spanning oproept, met name door het spel van de gitarist. Kamperman voegt zich erbij met de melodie gespeeld op altklarinet. Dan bevinden we ons op de verjaardag van de kalief met vrolijke noten van Kampermans melodica en Behzadians mondharmonica. En daar gaat het mis als de Afrikaanse tovenaar opduikt met een vliegend paard, dat al snel Ahmed, de zoon van de kalief, mee de hemel insleept. Die weet niet hoe het paard te stoppen en belandt uiteindelijk op het eiland Wak-wak waar hij prinses Pari Banu ontmoet en haar dienstmeisjes, overigens in omgekeerde volgorde. Beide ontmoetingen gaan overigens muzikaal gepaard met prachtige solo's van Behzadian op lapsteelgitaar.
Hij ontvoert haar op zijn paard - hij weet inmiddels hoe hij moet opstijgen en landen - en brengt haar naar China, waar hij haar ten huwelijk vraagt. Het is vooral Kamperman die hier opvalt met een flitsende solo op altklarinet. Dan duikt die tovenaar echter weer op. Hij ontvoert Pari Banu en verkoopt haar aan de Chinese keizer - iets dat vanzelfsprekend vergezeld gaat van duidelijk Chinees geïnspireerde, maar ook spannende muziek - en sluit Ahmed op onder een steen op de top van een vulkaan. Hij rekent echter buiten de vulkaanheks. Zij bevrijdt Ahmed en besluit hem te helpen, iets dat gepaard gaat met muziek op de grens van rock en jazz en met een prachtige bassolo van Ekincioğlu. Na de nodige verwikkelingen, waarin we ook nog Aladin tegenkomen die inmiddels zijn hart verpand heeft aan Ahmeds zuster Dinarsade, ontbrandt de eindstrijd tussen de tovenaar en de demonen van Wak-wak aan de ene kant en de vulkaanheks en de geesten van Aladins lamp aan de andere kant. Een episode waarin dit trio volledig losgaat in een mix van experimentele jazz en tegen metal aanleunende rock, met - en dat noemde ik nog niet eerder - Kamperman op drums, een rol die ik hem niet eerder zag vervullen. En dan spoeden we ons naar het einde, de goeden winnen vanzelfsprekend en Ahmed en Dinarsade worden verenigd met de kalief. Deze maakt het ook goed met de in ongenade gevallen Aladin en accepteert Pari Banu als vrouw van zijn zoon. Eind goed, al goed.
Op woensdag 26 februari is dit programma te zien bij Podium JIN in de Lindenberg, Nijmegen. Klik hier voor meer informatie.
De Nijmeegse pianist/componist Michiel Braam speelt al ruim drie decennia een eigen rol in de Nederlandse jazz- en geïmproviseerde muziek. Op 17 mei vorig jaar werd hij 60. Dat vormde de reden voor een speciaal programma in het Nijmeegse filmtheater LUX, met 's middags de première van de film 'Braam Sixty' en 's avonds een concert door Bentje Braam met Braam zelf op de piano. Het werd een memorabel feestje!
Op overrompelende wijze wordt in 'Braam Sixty' duidelijk hoe breed en divers het muzikale universum van Braam is. Filmer/kunstjournalist Bas Andriessen heeft in de loop van de jaren een onschatbaar uitgebreid archief van beeldmateriaal gefilmd en talloze documentaires gemaakt, die samen een boeiend beeld geven van de Nederlandse muziekscene, met een focus op contemporain gecomponeerde en geïmproviseerde muziek. In de bijna vier uur durende film neemt Andriessen met Braam diens carrière onder de loep, gelardeerd met liveopnamen en studiosessies van de vele muzikale projecten van de pianist/bandleider. Zo horen en zien we onder meer Bik Bent Braam, Nopera, eBraam, Nos Otrabanda, Son Bent Braam en optredens met Willem Breuker en Theo Loevendie.
Al met al is het een prachtig document geworden over een bijzondere muzikant. Veel kijkplezier!
Concert
De ouden zongen, de jongen piepten daar niet voor onder
Miguel Martinez Kwartet plus gastsolisten, dinsdag 11 februari 2025, De Smederij, Groningen
Zou er dan toch nog hoop zijn? Nou, getuige de verrichtingen van de jonge muzikanten op de wekelijkse Jazz Jams in De Smederij ben je onwillekeurig geneigd je zwartgalligste gedachten even achter slot en grendel te zetten. Altsaxofonist Miguel Martinez is docent op het Prins Claus Conservatorium in Groningen. Hij was op het lumineuze idee gekomen om drie van zijn meestbelovende leerlingen uit te nodigen een bijdrage te leveren aan het optreden van zijn kwartet. Goeiedag! Zo'n Marina Mihaylova, tenorsaxofoon, wil je wel uitnodigen voor je verjaarspartijtje. Mooi rond en zelfverzekerd geluid, fraaie opbouw, niks mis mee. Ook in de afsluitende jamsessie deed ze van zich spreken. Net als - nu we toch bezig zijn - drummer Alexia Harpa, die opvallend pittig, precies en enthousiast tekeerging.
Kortom: er zijn kennelijk nog jongelui die niet naar bed gaan met beginnende blindheid annex een voorlopig bescheiden bochel ("staat je echt heel goed, Keesje") van het turen op hun walkietalkiescrollie. Die de dag daarentegen eindigen met kramp in het kakement, lippen die het loodje hebben gelegd of ontwrichte polsgewrichten van het blazen en het trommelen. ("Ik heb nog zo gezegd, Liesje, niet langer dan zes uur achter elkaar studeren!")
Goed, het Miguel Martinez kwartet dus. De bezetting van zijn band - Gijs Idema op gitaar, Andrea Caruso op bas en Joost van Schaik op drums - was nieuw: de muzikanten hadden nooit in deze configuratie met elkaar gespeeld. En dat was wonderbaarlijk: hoe konden Martinez en Idema in godsnaam ter plekke die contrapuntische lijnen verzinnen, laat staan spelen in 'Parker 51'? In datzelfde nummer werden we vergast op het melodische drummen van Van Schaik. Hij bezit tevens de faculteit om achter de soli van Caruso op zijn bekkens een tropische regenbui te evoceren, zoals je die van achter een dikke muur kunt horen. Zo'n moessonbui die dagenlang blijft drenzen. Zelf heb ik overigens een voorkeur voor tropische buien van maximaal vijf minuten, waarbij er vijf ton hemelwater op je kanis pleurt, maar dat terzijde.
In het openingsnummer 'Driftin'', van Herbie Hancocks eerste lp, klonk het gezelschap nog wat onwennig. Maar daarna vonden de muzikanten elkaar in 'Subconscious-Lee', "van Lee Konitz, een van mijn favoriete saxofonisten," aldus Martinez. Daarin werd gelijk duidelijk hoe Idema het complete bereik van zijn gitaar gebruikte, van laag gonzen tot het hoogste piepen. Hij is een speelse speler die elk nummer met plotselinge sprongetjes, pirouettes en wendingen een avontuurlijk karakter geeft. De leider zelf, die zijn bewondering voor Cannonball Adderley niet onder stoelen of banken stak, was op zijn best in lyrische ballads als het onverwoestbare 'Darn That Dream'.
Nog meer goed nieuws? Ja: door een gelukkige samenloop van omstandigheden treedt Joost van Schaik de komende weken elke dinsdagavond aan in De Smederij. Die Groningers hebben ook altijd mazzel.
Sja, hoe gaat dat. Zo eens in de zoveel tijd moet ik even aanwippen bij Sem van Gelders Swingmaster (nog altijd de beste platenzaak voor jazz en blues in Nederland). Ook al omdat ik Sem sinds 1970 ken. Voor een praatje - Swingmaster is de dorpspomp hier in Groningen - en om de collectie thuis een beetje op een gezond peil te houden.
Ik moest maar even achterin de zaak kijken, zei Sem, daar stonden nog wat 78-toeren platen die hij uit zijn eigen verzameling had gevist. Doch echt goedkoop zouden die niet zijn, waarschuwde hij. Maar goed, Sem matst mij altijd, dus ik was niet bang. Hij vroeg voor vier exemplaren 25 euro, niet onredelijk inderdaad. Zo kwam ik in het bezit van Vogue V. 3264, van Tab Smith and his Fabulous Alto and his Orchestra; Blue Star No 215, van Charlie Ventura and his Orchestra; Jazz Selection J.S. 587, van J.C. Heard and his Orchestra en Savoy 592, van Herbie Fields' Hot Seven. Allemaal favorieten en om ze naar de juiste plek in de 78-toeren kast te dirigeren sloeg ik Jepsens 'Jazz Records' op. Juist ja, Savoy 592 van 5 mei 1945, opgenomen in New York en hee, kijk eens, met ('possible') ene Miles Davis op trompet. Raar hoor: het platendebuut van Davis was toch zijn Savoy-sessie van 26 november met Charlie Parker's Reboppers. Nou ja, dat wil zeggen, hij had, eveneens met een gelegenheidsorkestje onder leiding van diezelfde Herbie Fields, met zanger en danser Henry 'Rubberlegs' Williams twee weken eerder, op 24 april, zijn debuut gemaakt, ook voor Savoy. Maar daar was hij slechts in wat obligato's op demper te horen, achter de vocalen. Alsof hij off-mike was opgenomen. Dus gelijk de Jazz-Research Group ingeschakeld, een internetforum van musicologen, muziekjournalisten, muzikanten en andere kenners, waarop de leden elkaar prangende vragen voorleggen, zoals, onlangs, heeft Artie Shaw echt een lamp gemaakt van zijn klarinet? (Antwoord: niet erg waarschijnlijk, Shaw was wel apart, maar niet gek.)
De goegemeente reageerde verdeeld. Niemand die de opnamen kende; er was nooit iets van heruitgebracht. Hoe kan het in godsnaam dat deze opnamen niet in de Miles Davis-canon staan, vroeg violist en labeleigenaar Anthony Barnet zich af. 'I think I have never heard Miles play like that before,' aldus Jan Lohman, auteur van 'The Sound of Miles Davis: The Discography - A Listing of Records and Tapes 1945-1991'. Maar ook: 'This sounds like young Miles shaking in his shoes,' aldus Marcello Piras, die verbonden is aan het Center for Black Music en de University of Michigan. Van dichter bij huis reageerde de Spaanse, in Amsterdam woonachtige trompettist Pablo Castillo Gómez de la Torre: "Yes! That is Miles Davis' record debut as far as I know (...) Great sides, nice to hear Miles so much influenced by swing music!" De geleerden zijn er nog niet helemaal uit, met andere woorden.
Zelf dacht ik aanvankelijk dat het voor 75% zeker was dat we hier inderdaad met Davis van doen hebben. Inmiddels, mede nadat ik alle andere suggesties had overwogen en verworpen, ben ik er voor 95% zeker van (vier procent voor Joe Morris, een procent voor een willekeurige trompettist).
Het is uiteraard leuk om zo'n kennelijk zeldzaam, nimmer heruitgebracht plaatje in huis te hebben. De reden dat de nummers nooit op lp of cd zijn uitgebracht zou kunnen zijn dat op één kant van de schijf sprake is van oversturing bij de opnamesessie - althans, zo hoor ik dat. In ieder geval een euvel dat een beetje geluidsrestaurateur wel op kan lossen, lijkt mij.
Nogmaals, heel grappig, zo'n artefact en wellicht zou ik er op een gespecialiseerde veiling of platenbeurs best wat munten voor kunnen krijgen. Ik kan me voorstellen dat er wel wat malloten zijn die dit Portrait of the Artist as a Young Man in huis zouden willen hebben. (Hoho, Madonna, jou bedoel ik uiteraard niet.) Maar aardiger nog zou zijn dat dit spul onder het volk komt. Dus contact opgenomen met Universal, dat Concord vertegenwoordigt, de eigenaar van de Savoy catalogus. Leuk, zeldzaam plaatje heb je daar, was de reactie. Verder niks. Terwijl ik al een heel album voor ogen had. In 1992 heb ik namelijk in St. Louis Eddie Randall Jr geïnterviewd. Hij is (was?) de zoon van trompettist, bandleider en begrafenisondernemer Eddie Randall, die begin jaren veertig zijn Blue Devils leidde, waarin Miles debuteerde. Bij die gelegenheid liet hij me opnamen van dat orkest horen, met voor zover ik me kan herinneren een duidelijk aanwezige Miles. Ook die registraties zijn nimmer op de plaat verschenen. Mijn idee zou zijn: spoor die opnamen op, via de erven Randall of een plaatselijke universiteit. Combineer die met 'Pointless Mama Blues', 'Deep Sea Blues' en 'Bring It on Home' van Rubberlegs, voorts de twee opnamen op Savoy 592, dan zijn eerste platen met Parker, plus nog een willekeurige obscure jamsessie of radio-opname uit die tijd (Royal Roost?). Dan heb je een gouden plaat, zo niet de plaat van het jaar.
Maar ja, je weet: bij platenmaatschappijen houden ze zich al jaren uitsluitend bezig met het aanslijpen van hun algoritmes.
Cd
Bo van de Graaf - 'One Way Ticket To Tibet' Icdisc, 2024
'One Way Ticket To Tibet' bevat het eerste postcorona-concert dat gespeeld werd in Brebl in Nijmegen, op 20 februari 2022. Misschien verklaart dat de intensiteit en weerbaarheid die zelfs in de kalmste momenten voelbaar blijven.
De muziek wijkt af van Van de Graafs werk voor en met I Compani, maar is eigenlijk al net zo'n rijke combinatie van geluiden en invloeden. Nu eens dobbert de muziek op een hamerende jazzdrive, dan weer verkeert het in zinderende folkoorden of lijkt het bezwangerd door spirituele intenties. Soms staat het ten dienste van het woord. Maar het is vooral een viering van de spontane en poëtische interactie, want de vrijheid en het plezier van samen muziek maken spatten van dit album.
Er één muzikant uitpikken zou flauw zijn, want alle zes leveren ze een cruciale bijdrage. En trouwens, wie er in slaagt om eigen composities, iets van Steve Reich, een ode aan Coltrane en teksten van T.S. Eliot, Gertrude Stein, Matsuo Bashō én Robbie Basho (zijn machtige 'Blue Crystal Fire') samen te brengen en te laten klinken alsof het zo moest zijn, heeft iets bijzonders klaargespeeld.
Een performance om te ontdekken.
Annelie Koning (zang), Bo van de Graaf (altsax, tenorsax), George Dumitriu (viool, altviool), Dion Nijland (bas), Albert van Veenendaal (piano, klokkenspel), Makki van Engelen (drums).
Concert
Bazuingeschal in toverlicht
Joep van Rhijn Trio, zondag 9 februari 2025, Jacobuskerk, Feerwerd
Dat de naam van trompettist en bugelblazer Joep van Rhijn niet bekender is in Nederland heeft te maken met het gegeven dat hij tegenwoordig in en vanuit Zuid-Korea opereert. (Inderdaad, ook in K-Pop situaties.) Met name het zuivere laag van zijn bugel kwam mooi tot zijn recht in het Jacobuskerkje. Ik denk dat de Heere toch wel een voorkeur heeft voor bazuingeschal en het slepende psalmengalmen maar voor lief neemt. Ach, de schaapjes bedoelen het goed.
De rol van bassist Ronald Jonker was bescheiden, maar daarom nog niet oninteressant. Hij speelde de gangbare baspartijen, maar wist die in een soort orkestraal geluid in te bedden. Gitarist Joost van der Beek bleek een eigenzinnige muzikant. Zijn bijdragen waren evenzovele brutale commentaren op de soli van de leider, maar dan net een paar graden gekanteld. Alsof het rood en groen van een ouderwets 3D-plaatje uit elkaar verschoven waren. Arretje Nof in outer space. Daarbij ontsnapte geen zijpaadje of oprit aan zijn aandacht. Soms sprong hij onverwacht op een voorbijsukkelend treintje, zodat we voortdurend op nieuwe vergezichten werden vergast. Hij bleek ook nog eens een authentiek 1938-geluid in huis te hebben.
Dit alles speelde zich af in de mooiste lightshow van Nederland. Nergens valt het zonlicht 's middags zo betoverend via geslepen ramen op de goegemeente. Kan zijn dat de zeventiende eeuwse Hollandse schilders de Zuiderzee gebruikten als lichtspiegel voor hun landschappen. Hier in het Noorden hadden we de Waddenzee - tot op de dag van vandaag.
Het kwartet van Tomeka Reid is bijzonder vanwege de bezetting van cello (Reid zelf), gitaar (Mary Halvorson), contrabas (Jason Roebke) en drums (Tomas Fujiwara), maar zeker ook vanwege de muzikale verrichtingen van deze musici, die allen inmiddels tot de meest bekende behoren in dit genre van de jazz. Drie albums verschenen er tot nu toe: het titelloze debuut uit 2015, 'Old New' uit 2018 en '3+3', dat vorig jaar uitkwam. Deze avond staan ze in het Tilburgse Pardadox, de dag erop doen ze het Amsterdamse Bimhuis aan. Overigens als enige concerten in Nederland en België. En wat me het meest opviel tijdens het concert in Paradox zijn twee dingen: het enorme ritmegevoel van dit kwartet en het prachtige samenspel tussen Reid en Halvorson.
Tijdens de eerste set, van bijna een uur - op zichzelf al een concert - speelt het kwartet de drie stukken van het laatste album, beginnend met 'Turning Inward / Sometimes'. Een subtiele klankwereld vormgegeven door Reid, Roebke en Fujiwara brengt ons in de stemming. Halvorson wacht geduldig af tot het haar beurt is, tot het volume is toegenomen en Reid het roer omgegooid heeft met een fijnzinnige, ietwat weemoedige melodie, haar strijkstok hanterend. Dan pas treedt deze gitariste aan met een opvallend licht geluid, een eerste moment waarop zij en Reid elkaar treffen. En dan treedt dat andere element aan het licht dat dit concert zo bijzonder maakt: de groove, vooral in handen van Roebke en Fujiwara, krachtig gebracht en met veel passie, wat onder andere leidt tot een uitmuntend duet van die twee. Maar eerst horen we nog die flitsend swingende solo van Halvorson, nog altijd een van de beste gitaristen van dit moment. Mooi is dat dit stuk, na een kort en wat abstracter moment, op diezelfde ingetogen wijze eindigt als dat het begon.
Reid start 'Sauntering With Mr. Brown' met een mooi pizzicatopatroon, Fujiwara komt erbij met boeiende accenten, Roebke volgt en het geheel ontpopt zich tot een langzame blues. En dan horen we Halvorson met een speelse, enerverende klank. Opvallend in dit stuk is ook die solo van Reid wat verderop: explosief spel met de strijkstok. Wat 'Exploring Outward / Funambullst Fever' bijzonder maakt is het experimentele spel van Roebke en Reid, waarbij we die laatste haar snaren horen bespelen met de achterkant van haar strijkstok, terwijl Fujiwara de zijkanten van zijn trommels bespeelt. Het tweede deel van dit stuk, 'Funambulist Fever' is met zijn ingetogen blues van een geheel ander karakter. Een hoogtepunt hier is de bezwerende solo van Fujiwara, spelend met vilten stokken, een dwingende ritmiek ontvouwt zich. En ook hier horen we weer een krachtig duet van Reid en Halvorson.
Na de pauze staat ouder werk op het programma, te beginnen met 'Niki’s Bop', te vinden op 'Old New'. Een bijzonder stuk, waarbij het marsachtige ritme doet denken aan de begrafenismarsen van New Orleans. 'Woodlawn', van het naamloze debuut, zou ik aansluitend willen definieren als een ritmische ballade. Halvorson speelt hier een grote rol, onder andere door die solo - het geluid hier associeer ik enigszins met dat van oude computerspelletjes - en ook hier valt het duospel weer op van haar met Reid. En dan is er nog die meesterlijke solo van Roebke. Wat een ritmegevoel heeft die man, de vonken vliegen ervanaf! Ook 'Ballad' bezit kenmerken van een mars, vormgegeven door Fujiwara op de snaredrum. Een ritmiek dat Reid gebruikt voor een boeiende melodie. En let hier ook zeker op de wijze waarop Halvorson de tweede stem vormgeeft. Qua samenspel tussen die twee moet ook zeker 'Glass Light' van dat eerste album genoemd worden. Prachtig zoals de twee elkaar hier afwisselen in de rol van solist en begeleider. Als toegift van dit fantastische concert klinkt 'Sadie', ook te vinden op 'Old New'. Ook al zo'n mooi ritmisch stuk, waarin jazz, blues en folk hand in hand gaan en waarin alle vier de bandleden nog eens de kans krijgen om te schitteren.
Foto's: Louis Obbens. Klik hier voor meer foto's van dit concert.
In de Jazztube hieronder kun je kijken naar een concert van het Tomeka Reid Quartet uit 2017 in het Art Institute of Chicago.
"Topacts van de zogeheten Western Swing, zoals Bob Wills en Spade Cooley, trokken frequent 10.000 bezoekers op hun avonden. Zoveel lui pasten er natuurlijk niet in de reguliere ballrooms. Dus werden er dansavonden gehouden op sportterreinen en in boerenschuren. In staten als Kentucky en Virginia werden de geoogste tabaksbladeren gedroogd in reusachtige hallen. Wanneer die oogst daar een tijdje had gehangen werd hij naar de fabrieken getransporteerd om daar tot de bekende witte gifstaafjes te worden verwerkt. Aldus de weg vrijmakend voor een platte aanhanger met daarop een band plus zang en dans."
Eddie Determeyer belicht een bijna vergeten muziekgenre: de Western Swing, gedurende de jaren dertig en veertig de populaire muziek van de witte bevolking van het zuidwesten van de Verenigde Staten, van Texas tot Californië.
Cd | Concert
Ella Zirina Trio live
vrijdag 24 januari 2025, Paradox, Tilburg Ella Zirina - 'Boundless Blue, Sunset Hue'
Dox, 2024 | Opname: 21-23 april 2024
De Letse gitariste Ella Zirina trok enige jaren geleden naar Amsterdam om te studeren aan het conservatorium, onder andere bij Jesse van Ruller, Reinier Baas, Maarten van der Grinten en Martijn van Iterson, bleef aansluitend hangen en geldt op dit moment als een van de meest markante stemmen binnen de Nederlandse jazz. In 2023 verscheen haar eerste album bij Bimhuis Records, 'Intertwined', dat ook hier voorbij kwam en later dat jaar volgde het louter als download verkrijgbare soloalbum 'Unraveler' bij Dox Records. Eind vorig jaar volgde haar derde album, 'Boundless Blue, Sunset Hue', wederom bij Dox, waarop ze te horen is met bassist Ton Felices en met afwisselend op drums Jamie Peet en Eldi Pascual Nogue, met daarnaast op twee stukken een aantal gasten. Met Felices en Peet tourt ze op dit moment, al kende het optreden in Paradox weer een net iets andere bezetting: Felices liet zich vervangen door William Barrett, die er overigens wonderwel in slaagde ons het idee te geven dat hij de vaste bassist is.
Op twee na zijn alle stukken die Zirina in Paradox speelde terug te vinden op dat laatste album. De enige uitzonderingen zijn 'Intertwined' en 'Black Narcissus' van Joe Henderson, tevens de enige cover. Want ja, dat moet zeker ook vermeld worden: Zirina schrijft vanaf het allereerste begin alle stukken zelf, op alle drie haar albums is geen cover te vinden. Ze schrijft mooie, hechte composities, over het algemeen vrij melodieus en zonder veel franjes. Beluister dat soloalbum 'Unraveler' en je krijgt een heel goed beeld van haar kwaliteiten als componist. Twee stukken van dat album belandden ook op haar trioalbum en werden deze avond ook uitgevoerd door de band: 'Etude Trills' en 'Etude 7th'. Met name die eerste etude is hier bijzonder, omdat Zirina dit stuk ook live aanvangt met een lange solo, waardoor we een mooi beeld krijgen van de wijze waarop dit bij haar gaat. Maar goed, dan zitten we al halverwege de tweede helft van het concert. Het begint allemaal met ingetogen noten van Barrett, in de weer met de strijkstok, en al even ingetogen slagwerk van Peet, waarna een duidelijk door folk geïnspireerde melodie volgt van Zirina, dit is 'Intertwined'. Het tempo loopt op en verderop valt het bevlogen, maar ook relatief rauwe spel van Barrett en Peet op. 'Dancing Light On Water' is, conform de titel, geheel anders van karakter. Vederlicht gitaarspel, terwijl Barrett een enkele greep doet en Peet zacht de bekkens beroert. Het is een van die meer ingetogen stukken in deze set: warmbloedig, ietwat melancholiek - bijvoorbeeld in die solo van Barrett - en bijzonder overtuigend. Leuk is dat die andere etude aanvangt met een lange solo van Peet. Een speels ritmisch patroon, dat gaandeweg wint in tempo en dynamiek, uitmondend in een stevige groove waar het spel van Zirina en Barrett naadloos inpast. En ook in dit stuk valt weer op dat Zirina in haar composities kiest voor een eclectische vorm van jazz, waarin invloeden van folk, blues, rock en gecomponeerde muziek prachtig samenkomen.
Dat blijkt ook uit drie stukken die tijdens dit concert klinken en ook alle drie te vinden zijn op 'Boundless Blue, Sunset Hue'. Voor een jazzgitariste is 'Song For Bill', waarmee natuurlijk Bill Frisell wordt bedoeld, nog redelijk voor de hand liggend. Het uit zich in een vrij krachtige compositie, ritmisch en vooral met opvallend slagwerk van Peet. Iets minder voor de hand liggend is dan 'Joni', waar Joni Mitchell mee wordt bedoeld. Een bijzonder stuk waarin Barrett de melodie speelt en Zirina de begeleiding voor haar rekening neemt met strakke ritmische patronen, een mooi ingetogen ballade. Maar een hommage aan de Russische componist Aleksandr Skrjabin is wel het laatste wat we verwachten en laat goed zien hoe veelzijdig haar muzikale smaak is. Deze componist die leefde rond de vorige eeuwwisseling schreef vooral veel voor piano, het instrument waarmee Zirina haar studie aan het conservatorium begon - ze stapte pas in 2017 over op gitaar. Maar 'Album Leaf' is zonder meer een fraaie compositie, rechtdoend aan de late romantiek, de stijl waar deze componist in werkte. Uit het voorgaande blijkt dat de stukken van Zirina over het algemeen opvallend toegankelijk zijn, melodieus, ietwat melancholiek en dat het experiment nagenoeg afwezig is. Natuurlijk wordt er tijdens dit concert wat meer gesoleerd dan op het album, die vrijheid krijgen Barrett en Peet zeker, maar het blijft wel altijd vrij kort en passend binnen het geheel. Verwacht van Zirina geen abstracte uitweidingen en onverwachte technieken, geen batterij aan effectpedalen, geen stokjes tussen de snaren en wat veel van haar collega's al niet weten te verzinnen. In plaats daarvan gewoon mooie liedjes, prachtig gespeeld, het is goed zo.
Foto: Djangology
In de Jazztube hieronder zie je de opname van het nummer 'Album Leaf' door het Ella Zirina Trio voor het album 'Boundless Blue, Sunset Hue' in de Wisseloord Studios, Hilversum op 22 april 2024.
Concert
Monk op eigenwijze eigen wijze
Artan Buleshkaj, Jos Machtel & Matthias De Waele, zaterdag 18 januari 2025, Lokerse Jazzklub, Lokeren
De in Gent woonachtige Kosovaarse gitarist Artan Buleshkaj heeft een boontje voor Monk en kwam daar rond voor uit tijdens het concert in de Lokerse Jazzklub. Samen met bassist Jos Machtel en drummer Matthias De Waele was het een en al Monk wat de klok sloeg. Het trio legt zich toe op minder bekend werk van Thelonious Monk, zoals 'Teo', 'Ugly Beauty', 'Functional', 'Little Rootie Tootie', 'Introspection', 'Bright Mississippi' en het bisnummer als toegift 'Stuffy Turkey'.
Het werd een concert om door een ringetje te halen. Jawel, het was herkenbaar werk van Monk, maar de eigenwijze eigen wijze waarop dit trio ze ten gehore bracht was magisch. De hoekigheid, timing, drive en improvisaties zorgden voor een Buleshkaj-party die zelfs bij Thelonious tot een brede instemmende glimlach zou hebben geleid.
Bassist Jos Machtel was in goeden doen zoals te doen gebruikelijk en drummer Matthias De Waele imponeerde met voortreffelijk drumwerk en dito solo's. Na alle welgemeende superlatieven hierboven tenslotte nog dit cliché: de thuisblijvers hadden weer eens ongelijk. Het was een memorabel concert.
Foto: Cees van de Ven. Klik hier voor meer foto's van dit concert.