|
Draai om je oren Jazz en meer - Weblog |
|
||
|
| |||
CdJoost Zoeteman & Paul Schäfer Quartet - 'Fratellanza' Challenge, 2024 Een elektrische en een akoestische gitaar combineren, dat kan een goed idee zijn. Als het gaat over een jazzbox en een gypsygitaar, dan wordt het spannend. En als de elektrische gitarist ook nog een mengeling van gypsy en mainstream jazz speelt én de gypsygitarist internationaal geseind staat als een van de besten in zijn genre, dan wordt het helemaal te gek. Voeg daar expressieve baslijnen aan toe met subtiel aanstekelijk drumwerk, en je hebt het recept voor een voltreffer. En dát is deze plaat helemaal. Zoeteman laat zich kennen in de eerste track, een eigen, swingende compositie waarin de dialoog tussen de cleane jazzbox met de zilveren klank van de gypsygitaar al duidelijk wordt. Verderop wordt dat meeslepend ten top gedreven. De ietwat samenzweerderige Italiaanse broedersfeer wordt helemaal duidelijk in tune 2, het thema van 'The Godfather'. Dat wordt heerlijk geïnterpreteerd in verschillende tradities: vanuit de basismelodie naar de jazzy, de gypsy, de Italiaanse swing... En zo gaat het stevig virtuoos door met Italiaanse deuntjes ('Volare' bijvoorbeeld, wat een bewerking!), 'Sicily' (Chick Corea) enzovoort, om te eindigen met het heerlijke 'Puglia Swing': Zoeteman als hekkensluiter dus. Wat een heerlijke schijf, wat een virtuositeit, wat een speelplezier en dientengevolge: wat een luisterplezier. Een topschijf! Joost Zoeteman (gitaar), Paulus Schäfer (gitaar), Jasper Somsen (bas), Wim de Vries (drums). Klik hier om dit album te beluisteren. Deze recensie verscheen ook in Jazz&mo' Labels: cd, Jasper Somsen, Joost Zoeteman, Paulus Schäfer, Wim de Vries (Marc Van de Walle, 30.11.24) - [print]
- [naar boven] Het is wellicht significant dat het Amerikaanse trio Xiu Xiu de Poolse componist Krysztof Penderecki noemt als een van zijn invloeden. Diens afwissend splinterende, borrelende en monochrome soundscapes hoor je in de duistere klankwereld van de groep terug. Soms begint een nummer met de enigszins serene, timide en gekwelde vocalen van gitarist Jamie Stewart, die dan fluks worden verstikt door het massieve geluid van Xiu Xiu. Bakken teringherrie, waarin we de schaduw van freejazzsaxofonist Albert Ayler menen te ontwaren. Tegelijkertijd heeft het gebodene iets feestelijks - al vraag ik me af of je het als achtergrondmuziek moet gebruiken. Het gedreun van de baspartijen voel je via de lambrisering van VERA terug in je ribbenkast. De oordopjes die aan de bar verkrijgbaar zijn vinden gretig aftrek. Uit een wat ander vaatje tapt het voorprogramma Mirusi Mergina met haar noise- en dronemuziek. De donderende dreun uit haar synthesizers en computers waarmee ze haar recital begint zijn doorspekt met gelispel en al even bescheiden klikjes. Lenig en sensueel maakt ze haar buig- en strekoefeningen achter de toetsen. Klagende elektronica wordt afgewisseld met het schuren, schuiven en scheuren zoals je dat op het rangeerterrein van het nachtelijke Marseille kunt horen. Post-middeleeuwse koormuziek: check.
Foto: Marc de Krosse via VERA Labels: concert, Jamie Stewart, Mirusi Mergina, nov24, Xiu Xiu (Eddy Determeyer, 29.11.24) - [print]
- [naar boven] Labels: ambrose akinmusire, festival, Meshell Ndegeocello, rockit, Samora Pinderhughes, Shabaka (Louis Obbens, 25.11.24) - [print]
- [naar boven] ECM Records bracht onlangs onder de titel 'September Night' oude opnamen uit van de in 2018 overleden Poolse trompettist Tomasz Stańko. Gemaakt in 2004, in München. Stańko behoorde bij de grondleggers van de freejazz in Europa en heeft sinds dat moment, begin jaren 60, altijd een voorname rol gespeeld binnen de meer experimentele jazz. De laatste jaren vormde hij onder andere een kwartet met zijn veel jongere landgenoten pianist Marcin Wasilewski, bassist Slawomir Kurkiewicz en drummer Michal Miskiewicz, die, zoals u wellicht wel weet, ook samen een trio vormen, inmiddels alweer dertig jaar. Het is Kurkiewicz die begint in 'Hermento’s Mood' met een bescheiden ritmisch patroon, al snel volgt Stańko. Direct al met die toon die hem zo uniek maakte: wat omfloerst, rafelig en diep doorleefd. Gaandeweg de jaren werd die toon steeds verfijnder. Een toon ook die bijzonder goed past bij dit trio, dat eveneens al jaren grossiert in het produceren van breekbare klanken. Wat volgt is het prachtig ingetogen 'Song For Sarah'. Hier is het allereerst Wasilewski die uitpakt uit met tere pianoklanken, zorgvuldig zijn patroon neerleggend. Dan volgt Stańko met een prachtige, fragiele melodie, met ook hier weer die voor hem zo kenmerkende omfloerste klank. Wasilewski pakt het weer terug, al even melodieus. En dan horen we Kurkiewicz met slechts enkele grepen - maar meer is ook niet nodig - en even later Miskiewicz, al even bescheiden. In 'Euforia' is het Kurkiewicz die begint met een opvallend melodieuze bassolo. Stańko volgt met veel dynamischer spel, scherp op de wind varend, gevolgd door Wasislewski en Miskiewicz. En verderop valt dat stomende triospel op, met Wasilewski aan de leiding. Weinig pianisten kunnen zo swingen als hij.
Foto: Cees van de Ven In de Jazztube hieronder een concert van het Tomasz Stańko Quartet, opgenomen tijdens JazzBaltica in Salzau (Duitsland) op 3 juli 2005. Labels: cd, Marcin Wasilewski, Michal Miskiewicz, Slawomir Kurkiewicz, Tomasz Stańko (Ben Taffijn, 23.11.24) - [print]
- [naar boven] Nog een geluk dat er zo weinig tocht stond, woensdagavond in Brouwerij Martinus. Bij ieder zuchtje wind zou de muziek weggekringeld zijn, niet langer te horen. Jeroen van Vliets Moon Trio speelt procesmatige muziek. Cellen worden neergezet en om- en uitgebouwd. Er is hoogstens nog een geïmpliceerde beat. Parameters als verdichtingen en verdunningen, ostinato-structuren, organische groei, dynamiek en stemmingen, zeker ook stemmingen, bepalen het gebodene. Het openingsnummer, 'Gravity', was daar een voorbeeld van. Aarzelende, mijmerende noten om te beginnen, een elektronische schaduw achter de pianoklanken. Een zwaartepunt dat zich van de piano naar de contrabas (Cord Heineking) verplaatste, waarbij de leider zich gaandeweg tot accenten ging bepalen. Drummer Mark Schilders speelde zoals gezegd geen vaste beat, maar figuurtjes, licks en commentaar. 'Nafar' was een herinnering aan een ervaring in Syrië, een beeld van de woestijn daar. Een woestijn, zul je zeggen, wat is daar nou te beleven, behalve sterven van dorst? Nou, er huizen daar ook myriaden slangen en schorpioenen en kleine roze giftige torretjes. Best wel avontuurlijk, dus. Van Vliets uitgebeende, stemmige pianospel voerde ons ook terug naar de voorlaatste eeuwwisseling. Naar de salons waar aristocraten, schrijvers, cultuurliefhebbers en huwbare dochters zich verpoosden en waar de impressionistische muziek werd geboren. Had ook wel wat, die scene. Foto: Wim van de Vrugt Labels: concert, Cord Heineking, Jeroen van Vliet, Mark Schilders, Moon Trio, nov24 (Eddy Determeyer, 21.11.24) - [print]
- [naar boven] Het mag geen mens verbazen dat Peter Beets zich waagt aan werk van een resem klassieke componisten - naast Tsjaikovski en Rachmaninov ook nog eens Borodin, Scriabin, Prokofiev en Rimsky-Korsakov - want een deel van zijn reputatie is gestoeld op zijn knappe Chopin-albums en een hommage aan George Gershwin. Het is ook niet zomaar een album van een jazzpianist die de klassieke stukken een jazzy vernislaagje geeft, maar eentje die de muziek daadwerkelijk vertaalt naar oldschool jazzcontext. Dat Beets een aardig stuk kan spelen is een understatement, maar vooral: hij kan swingen als de pest, en dat is ook wat hier regelmatig gebeurt. Voor wie weinig met klassiek heeft, is dit een overtuigend album dat je meevoert naar een klassieke jazzclub met gedimde lichten, rinkelend glas en louche achterafzaaltjes. Voor wie vertrouwd is met de originele stukken zou het weleens een openbaring kunnen zijn, want Beets zet de composities naar zijn hand met zwier en panache. Peter Beets (piano), Tom Baldwin (bas), Byron Landham (drums). Klik hier om dit album te beluisteren. Deze recensie verscheen ook in Jazz&mo' Labels: Byron Landham, cd, Peter Beets, Tom Baldwin (Guy Peters, 20.11.24) - [print]
- [naar boven] David Murray is een saxofonist van de buitencategorie en al decennia een sleutelfiguur in de stromingen van freejazz en avant-garde. Murray is enorm productief, getaxeerd voor meer dan 100 albums onder zijn eigen naam en meer dan 500 albums als sideman. Ook is hij voor veel muzikanten actief als mentor. Door zijn veranderingsgezindheid verbaast het niet dat David Murray met een geheel nieuw kwartet én met relatief jonge musici op de bühne staat. Het zijn Marta Sanchez achter de vleugel, Luke Stewart op contrabas en Russell Carter achter de drumkit. Dit jaar heeft het kwartet, met dezelfde line-up als tijdens het optreden in Paradox, het uitstekend ontvangen album Francesca uitgebracht, opgedragen aan de partner van Murray: Francesca Cinelli-Murray. Murrays creatieve zegetocht is begonnen in de jaren tachtig, maar heeft nog niets aan intensiteit en creativiteit ingeboet. Het gehele kwartet imponeert door tijdens de hele setlist vol hartstocht en met grote muzikaliteit te spelen. Hier zijn de jonge begeleidende muzikanten debet aan. Opvallend is dat het kwartet uitbundig en dartel te werk gaat, afgewisseld door nummers met een meer romantische touch. Dat wil niet zeggen dat deze kost makkelijk te verteren is. Met een niet aflatende dadendrang weet het kwartet het muzikale vuur voortdurend hoog te stoken. De opbouw van Murrays solo's zijn complex én goed te volgen. De zachte passages gaan geleidelijk over in intense delen en de lyriek voert de boventoon, zowel op de tenorsaxofoon als - eenmalig - op de basklarinet. Vaak zijn de stilistisch gemengde composities van een latin flavour voorzien en zelfs dansbaar. Op gepaste wijze vliegt Murray vlammend uit de bocht, zoals bij het nummer 'Come And Go'. In dat geval raken zijn muzikale uitspattingen nadrukkelijk het avant-gardistisch gedachtegoed. De toon verontrustend of juist getergd, maar altijd weer terugkerend bij het oorspronkelijke thema.
Zonder overdrijving laat dit inspirerende optreden duidelijk zien dat, met de combinatie van een meesterlijke saxofonist en een nagenoeg perfecte ritmesectie, fantastische composities en vurig solowerk, de toekomst voor Amerikaanse jazz nog volledig open is. Foto's: Louis Obbens. Klik hier voor meer foto's van dit concert. Labels: concert, David Murray, Luke Stewart, Marta Sanchez, nov24, Russell Carter (Louis Obbens, 18.11.24) - [print]
- [naar boven] Cellist Erik Friedlander ken ik hoofdzakelijk van zijn deelname aan projecten van John Zorn, zoals het Masada String Trio en het Bar Kohkba Sextet. In De Singer zag ik hem echter als leider van zijn eigen kwartet The Throw, dat verder bestaat uit pianist Uri Caine, bassist Mark Helias en drummer Ches Smith. Ja, voor minder doet Friedlander het niet. Op zijn website haalt hij een citaat aan van Virginia Woolf: 'What is the meaning of life? That was all - a simple question... The great revelation perhaps never did come. Instead, there were little daily miracles, illuminations, matches struck unexpectedly in the dark.' Een citaat dat onverkort van toepassing is op de muziek die tijdens dit concert klinkt en waarin Friedlander een ode brengt aan het gewone. Een citaat dat op diverse momenten ook terug komt in de titels van de stukken. Het kwartet speelt zowel 'The Great Revelation' als 'Little Daily Miracles'. Opvallend is dat Friedlander, Caine en Smith alle drie ook samenspeelden met Zorn, volgens mij alleen Helias niet. Daar kennen ze elkaar van, maar vooral ook van het feit dat ze allemaal in New York wonen en regelmatig in diverse verbanden samenspelen. Dat hoor je ook hier goed terug in relatief compacte, maar altijd opvallend ritmische stukken. En ja, ook de invloed van de klezmer klinkt er op gezette tijden in door. Direct al in 'Match Strikes' schieten we vol in de ritmiek, overigens een heel verschil met de studioversie waarvoor dat veel minder geldt. Mooi ook die solo van Caine hier en later die van Friedlander zelf en het gevoel voor de blues dat hier doorheen piept. 'Foot Stomp' valt eveneens op door de ritmiek, in dit geval in speels staccato en tevens door die duidelijke klezmerinvloeden in het spel van Friedlander. Verder valt hier het puntige slagwerk van Smith op.
Neem 'Seven Heartbreaks', dat toch qua titel geenszins vrolijk klinkt, maar Friedlander geeft er een heerlijk swingende draai aan, teruggrijpend op de traditie van de jazz, met een prachtige pianosolo van Caine. Maar ook met een zowel door Friedlander als Helias met de strijkstok gespeelde melodie, iets meer vorm gevend aan het weemoedige dat toch ook bij dit nummer hoort. Frisse dynamiek en krachtige ritmiek vinden we ook in 'Sprawl', waar iedere keer weer die melodie gespeeld door Friedlander subtiel doorheen breekt. Overigens ook het perfecte stuk voor een drumsolo van Smith, blijf hier maar eens bij stil zitten! Soms gaat het er ook wat rustiger aan toe, bijvoorbeeld als Friedlander de ietwat slepende melodie speelt van 'As They Are', mooi gecombineerd met staccato ritmiek. Een stuk waarin eveneens een zekere weemoed doorklinkt. Bijzonder in dit stuk is ook het einde, met een repetitieve minimalistische frase die langzaam uitdooft. Ook het eerdergenoemde 'Little Daily Miracles' is een ballade, het kwartet speelt het als een van de twee toegiften, prachtig hoe Caine hier de melodie neerzet. Foto's: Jef Vandebroek Labels: Ches Smith, concert, Erik Friedlander, Mark Helias, okt24, Uri Caine (Ben Taffijn, 16.11.24) - [print]
- [naar boven] Zo langzamerhand, zou je denken, is toch wel elk snippertje geluid van altist Charlie Parker op de plaat terechtgekomen. Mooi niet. Op 'Bird In Kansas City' zijn dertien nummers samengebracht die ik in ieder geval nog niet kende. Twee tracks laten het orkest van pianist Jay McShann horen, twee maanden voordat het zijn inmiddels ruimschoots legendarische opnamen voor Decca maakte. Dat zat zo. In januari 1941 had de manager van de band, John Tumino, een platensnijder aangeschaft waarmee hij opnamen maakte van het orkest. De geluidskwaliteit van die registraties (met één microfoon?) was niet geweldig. Nochtans krijgen we hier een fascinerend beeld van McShanns orkest, dat zich op dat moment nog niet beperkte tot bluesnummers. Bovendien gold de limiet van drie minuten niet voor de onderhavige apparatuur, zodat Parker twee chorussen de tijd krijgt voor zijn solo in 'I'm Getting Sentimental Over You'. We horen dat hij op dit moment in een overgangsfase zit, tussen traditioneel legatospel en de latere, meer grillige bebopstijl. De versierinkjes die Parker aanbrengt verwijzen naar zijn aanpak van drie jaar later, met gitarist Tiny Grimes, zijn eerste 'echte' bebop-uitingen op de plaat. Drie maanden voor de sessie met Grimes stond de saxofonist in de transcriptiestudio van Vic Damon, in Kansas City. De geluidskwaliteit van die vier opnamen is een stuk beter, al zit er wat ruis in. Parker krijgt hier alle ruimte - voor vijftig cent per minuut, het tarief van de studio. Voor vijf dollar vijftig hebben we hier dus ruim tien minuten vintage Parker.
Om te beginnen zijn er drie ongebonden improvisaties, 'Bird Song' #1, #2 en #3 getiteld. De geluidskwaliteit is verbluffend en het is duidelijk dat de Bird het prima naar zijn zin heeft. Structuren zijn grotendeels afwezig, al schemeren de blues en 'I Got Rhythm' door. In #2 citeert de blazer zijn 'Moose The Mooch'. #3 suggereert 'Lady Be Good' en is met zijn vier minuten en vierenveertig seconden een van de langste soli die van Parker bekend zijn. De gekte is de wereld nog niet uit. Foto: Dave E. Dexter, Jr. Collection In de Jazztube hieronder een documentaire die terugkijkt op de jaren die Bird in Kansas City doorbracht en zijn blijvende invloed op de jazzscene van die stad. Labels: bebop, cd, Charlie Parker, Jay McShann, jazztube (Eddy Determeyer, 13.11.24) - [print]
- [naar boven] Alweer de twaalfde editie van So What's Next in het Muziekgebouw Eindhoven. Altijd prettig om in november nog een festival van dit kaliber in de agenda te hebben staan. De programmering slaagt er telkens weer in een avontuurlijke en aantrekkelijke mix van gevestigde en nieuwe namen op het affiche te krijgen van de Grand Festival Night op de zaterdagavond. Met Teus Nobel als opening, Michelle David, Hans Dulfer, Branford Marsalis en Al Di Meola op het programma leek men dit jaar met gevestigde namen op zeker te willen spelen. Dat laat dan Lakecia Benjamin, Sam Newbould en Vincen Garcia als nieuw aanstormend talent over. Het openingsconcert van Teus Nobel leverde meteen een volle zaal op, die door het trio getrakteerd werd op een uitgebalanceerde set met mooi akoestisch werk, waaronder een aantal nummers van de recente plaat 'After Hours', die Nobel wijdde aan een van zijn inspiratoren: Chet Baker. Met een volstrekt eigen geluid en interpretatie werd er oorstrelend gemusiceerd. In een korte inleiding voorzag Nobel het stuk 'No Goodbye' van een passende inleiding, die meteen verklaarde waarom het stuk zo mooi gedragen en doorleefd klonk. Je kon een speld horen vallen. Prachtige kippenvelmuziek in een gevarieerde set, die even later met een fraaie en vrolijke bossanova werd afgesloten.
Wat mij betreft was het Branford Marsalis Quartet het hoogtepunt van de dag. Het onuitputtelijke enthousiasme en spelplezier van dit kwartet is erg overtuigend en aanstekelijk. Marsalis is al jarenlang een fenomeen op tenor- en sopraansax en put uit een rijk repertoire, gevoed door inspirators als Coltrane, Dolphy en Brubeck. Elk nummer dat wordt ingezet lijkt ter plekke te ontstaan en ook elke keer weer anders te verlopen. Dat komt doordat het kwartet inmiddels zo op elkaar ingespeeld is, maar tegelijkertijd ook zo virtuoos op het eigen instrument is, dat ze er zichtbaar lol in hebben elkaar uit te dagen en te verrassen. Hetzelfde gebeurt dus ook met de toehoorder. De dynamiek die ontstaat is fantastisch, van fluisterzacht tot extatisch volle bak. Het publiek en de band genoten ervan. Zoals wel vaker was drummer Justin Faulkner de grote gangmaker. Op festivals met keuzemogelijkheden heb ik geleerd dat het rust geeft vooraf je keuze te maken en zo veel mogelijk volledige concerten te volgen. De consequentie daarvan is dat je een aantal concerten mist, maar dat geeft veel rust. Ik besloot in dit geval de rooftop links te laten liggen en miste daarmee de concerten van Sam Newbould, BNNYHUNNA en Dulfer's Total Response. Ik ging wel naar Vincen García, een jonge en energieke bassist uit het Spaanse Valencia, die vorig jaar zijn eerste Album 'Ventura' uitbracht. Tijdens het concert werd de bijzondere mix van hiphop, soul en funk met veel vertoon uitgeserveerd. Een overtuigend visitekaartje van iemand die we nog gaan terugzien.
Foto's: Johan Pape. Klik hier voor zijn fotoverslag van So What's Next 2024. Labels: Al Di Meola, Branford Marsalis, festival, So What’s Next, Teus Nobel, Vincen García (Johan Pape, 11.11.24) - [print]
- [naar boven] Bill Evans is een gevestigde naam in de wereld van jazzrock en fusion. Door zijn rol in de comeback van Miles Davis wordt de saxofonist in de jaren tachtig in een klap bekend. Hij speelt op zes platen met Davis, waaronder 'The Man With The Horn', 'Star People' en het livealbum 'We Want Miles'. In de afgelopen decennia is Evans stilistisch niet ver verwijderd geraakt van de fusion van zijn voormalige broodheer. Iedereen heeft reikhalzend uitgekeken naar de bassist van dienst, de zoon van de iconische, virtuoze bassist Jaco Pastorius. The Vansband All Stars wordt gecompleteerd met drummer Keith Carlock en toetsenist Gary Husband. Fusionmuziek trekt nog steeds een groot aantal bezoekers. Het optreden in Tilburg is dan ook al weken voor aanvang uitverkocht. Een verklaring voor deze toeloop kan ook zijn dat de band voor hun enige concert in Nederland Paradox aandoet. Vanaf het begin grossiert Bill Evans een onmetelijke hoeveelheid noten uit zijn tenor- of sopraansax. Meestal hoogenergetisch, soulvol en opzwepend. Slechts incidenteel wordt de spreekwoordelijke gashendel enigszins teruggedraaid. De saxofonist en toetsenist vragen beurtelings om aandacht, waardoor vele solo's ontstaan. De bijdragen van Husband wedijveren met die van Evans en zijn muzikaal interessanter op het gebied van ritmische variatie, getoonde souplesse en tonale virtuositeit op de toetsen. Evans speelt met een eigen geluid, vurig en vol passie, vooral op de sopraansaxofoon. Zowel de composities als het saxofoongeweld zijn niet baanbrekend, maar wel altijd solide, vol van een niet aflatende speelvreugde.
In vergelijking met Gary Husband en Felix Pastorius blijkt Bill Evans zich tijdens het concert helaas in toenemende mate te herhalen. De nummers die in één lange set worden gespeeld zijn verschenen op zijn laatste plaat 'Who Am I'. Tot groot vermaak speelt de band in de toegift het overbekende 'slaapliedje' 'Jean-Pierre'. Foto's: Louis Obbens. Klik hier voor meer foto's van dit concert. Labels: Bill Evans, concert, Felix Pastorius, Gary Husband, Keith Carlock, okt24 (Louis Obbens, 10.11.24) - [print]
- [naar boven] The Herbaliser Band is een van de producten van de vruchtbare Engelse kruisbestuiving tussen funk, jazz, drum-'n-bass en hiphop. Dat begin ligt inmiddels dertig jaar achter ons en oprichters Jake Wherry (gitaar en basgitaar) en Ollie Teeba (draaitafels) zijn nog steeds van de partij. De vette blazerssectie - trompet, alt- en baritonsax - heeft een overwegend ritmische functie en toont een voorkeur voor een uitermate relaxte aanpak. Nochtans klinken er hier en daar flarden onversneden jazz door, bijvoorbeeld in het nummer 'Ginger Jumps The Fence', waar fluitist Andrew Ross op een uit een claveritme geboren jazzbeat soleert. Scratcher Ollie Teeba draait dwingende ritmes in met name de toegift 'Forty Winks'/'The Missing Suitcase'. Sowieso is zijn rol als beatmaker essentieel. Grappig, hoe de huidige generatie twintigers weer danst op de huidige jazzvormen. En de hele avond geen noot gezongen, hè. Labels: concert, nov24, The Herbaliser (Eddy Determeyer, 9.11.24) - [print]
- [naar boven] Een samenwerking die niet helemaal uit de lucht gevallen komt (Lisle is een van Serries' meest frequente internationale partners en met Amado werkte hij ook al samen, zie hun duo-release 'Jazzblazzt' uit 2019), maar die toch verrast. Serries is nauw verwant aan de Britse improvisatie-scene waar Lisle deel van uitmaakt, terwijl Amado ondanks een focus op vrije muziek sterker in de jazz geworteld is. Zijn robuuste spel draagt sporen in zich van de klassieke tenoren, binnen en buiten de vrije vleugel. De goede luisteraar beseft snel dat het trio er een bijzondere interactie op nahoudt, die beweegt tussen densiteit en spaarzaamheid, finesse en rauwe kracht, abstractie en spanning, maar vooral getuigt van een eb- en vloedbeweging waarbij de drie samen die massa van geluid controleren. En als dat al iets zegt over de coherentie van dit verhaal, dan kan je je net zo goed richten op een van de drie en vervolgens horen hoe die muzikale driehoeksverhouding voortdurend blijft transformeren. Een uurtje vrije meeslependheid is het resultaat. Dirk Serries (gitaar), Rodrigo Amado (tenorsax), Andrew Lisle (drums). Klik hier om dit album te beluisteren. Deze recensie verscheen ook in Jazz&Mo' Labels: Andrew Lisle, cd, Dirk Serries, Rodrigo Amado (Guy Peters, 8.11.24) - [print]
- [naar boven] Concert Op de laatste zondagnamiddag van oktober waren we te gast op een wel heel speciaal verjaardagsfeestje, in de jazzclub van De Casino in Sint-Niklaas. Nu ja, 'verjaardagsfeestje'. Rhythm-grootmeester, percussionist Stéphane Galland was uitgerekend die dag jarig, zo vertelde hij op gegeven moment en stoemelings. Samen met zijn Rhythm Hunters zette Galland een intense, ongelooflijk ritmische en swingende set neer. Meanderende en virtuoze pianopartijen, het subtiele zingen van de bas, alsook prominenter aanwezig én in dienende rol, een fenomenale blazerssectie én de galante multi-ritmes die Galland gretig uitdeelde: het was het recept voor een geniale negentig minuten. Het lichtjes fantastisch nieuwe zelfgetitelde album werd voorgesteld, met - op 'Transe Culture' na - alle machtige composities uit het album present in de set, plus nog één standard als toegift. Het was fasten your seatbelt en de ritmes, geniale composities en fraaie soli tot ons laten komen en volop genieten, die zalige zondagnamiddag. The Rhythm Hunters zijn eigenlijk het logische vervolg op '(The Mystery Of) Kem', Gallands vorige project. Ook nu was het doel om verschillende benaderingen van ritme te verkennen en ze te integreren in een vloeiend muzikaal discours. Galland en zijn ritmejagers deden dat met brio, nooit klonk het 'kijk mama zonder handen'-geforceerd of technisch. Alle puzzelstukjes vielen vlotjes en organisch in elkaar. Het spelplezier spatte ervan af, de een-tweetjes en uitgewisselde blikken tussen de muzikanten waren aandoenlijk, ook zij genoten overduidelijk met volle teugen.
'Positivv' vloeide naadloos over in een andere compositie, of was het gewoon deel twee? Alleszins vinnig en swingend met weerom prima performant pianowerk van Riahi, erg mooie sax- en trompet een-tweetjes en een geweldige bassolo van Van den Heuvel. Dan weer sax-a-gogo, terwijl Galland het tempo gevoelig aan het opdrijven was, wat een geweldig ritme, wat een vibe, wat een groove. Even vervloekte je de jazzclub-setting en wou je het op een dansen zetten, enfin wij alvast. Galland stelde zijn band voor en zette altsaxofonist Yonatan Hes in de bloemetjes, die moest invallen voor Sylvain Debaisieux: "Het is nog maar de tweede keer dat hij meespeelt". Waarop 'Morphing Dolphins' werd ingezet door de blazers. Wat een gewéldige tune. Blazers in de lead, dan verrukkelijk toetsenwerk van Riahi, de ritmesectie Van den Heuvel-Galland die subliem begeleidde. Wanneer Riahi rustig soleerde, hoorde je Louise en Stéphane nog heel subtiel begeleiden. Magisch mooi. Galland versnelde even, Savoyat gaf een trompetsolo ten beste, waarop het de beurt was aan beide saxofonisten. En wat Shoko Igarashi met die tenorsax deed, de ogen gesloten in volle concentratie, was gewoon fenomenaal. Met een pianoriedel kondigde Riahi 'The Lindy Effect' aan, gevolgd door een funky basloopje van Van den Heuvel, opnieuw Riahi op de toetsen en Hes die overnam op altsax. Dan voluit alle blazers – wat een power, jongens – terwijl Riahi mooie dingen op piano deed, zuinige en toch prominente percussie van Galland, nog meer koperenpracht en pure virtuositeit. En die keren dat Riahi de toetsen niet beroerde, zag je hem volop genieten van het gebeuren. Mooi, toch? 'Ipseity' werd door Louise zachtjes ingezet op de bas, Stéphane tikte de compositie zuinig verder op gang, de trompet en saxen zetten in, waarop Igarashi de lead nam, met Riahi die onderwijl weer schandalig mooie pianolandschapjes tekende. Een geweldige trompetsolo van Savoyat, blazersgalore en Galland die het tempo gevoelig opdreef, waarop de compositie weer een weinig uitstierf.
"Are you still alive?" vroeg Galland aan diens aandachtige publiek. Dat bevestigde gretig, waarop de muzikant ons vertelde dat we al aan de laatste compositie toe waren. Op de "oohs" antwoordde hij "Yes, but these are long songs. Oh, today is my birthday", waarop Louise Happy Birthday op de bas inzette en menig melomaan voor Stéphane zong. Met 'Morpheus' werd de set besloten. Van den Heuvel zette in op bas, de blazers namen meteen de meerstemmige lead, geweldig percussiewerk van Galland, Riahi met subtiel en machtig pianospel, nog meer blazerspracht en fantastische overall sound. En plots was het voorbij, Stéphane Galland dankte iedereen, ook de mensen van De Casino: "altijd fijn om hier te spelen!". Een guitige Louise was opnieuw aanstoker van dienst en zette opnieuw 'Happy Birthday' in, nu nog gretiger meegezongen door de zaal, waarop Galland besloot om nog een bis te brengen: "Jullie hebben zo mooi voor mij gezongen, dus we doen er nog eentje. Het is een standard, benieuwd of jullie het herkennen." Met 'Afro Blue', een compositie van Mongo Santamaria, werd feestelijk besloten - een feest van percussie, piano en blazers. Ondertussen was het halfzes. Hongerige magen of niet, velen gingen toch nog eerst langs de merchandise-stand om die nieuwe cd ('Stéphane Galland & The Rhythm Hunters', Challenge Records) te scoren. Tekst: Mark Van Mullem, Luminous Dash Foto's: Cees van de Ven. Klik hier voor zijn fotoverslag van dit concert. Labels: concert, okt24, Rhythm Hunters, Stéphane Galland (Maarten van de Ven, 6.11.24) - [print]
- [naar boven] "Op een gegeven moment ging King Kolax bij Eckstine spelen. King Kolax zelf. Man, die gast, dat moet ik toch even zeggen. Hij heeft nooit erkenning uit het jazzkamp gekregen. Hij was een eersteklas blazer en werkte overal in de Verenigde Staten. But boy, he was a terrific trumpet player himself. Ik zeg altijd: als je soms denkt dat Maynard Ferguson hoog kon blazen, had je hem moeten horen! Hij had een enorm bereik. Boy, that guy was something! Oh yeah, he was something else." In februari 2010 sprak Eddy Determeyer met Arnold Raymond 'Sweets' DePass, lid van de trompetsectie van het Dooky Chase Orchestra, de eerste bigband die bebopstukken op de lessenaars had liggen. Klik hier om het interview te lezen. Foto: familiearchief Arnold DePass Labels: Arnold DePass, interview (Maarten van de Ven, 5.11.24) - [print]
- [naar boven] Concert Op zich paste het recital van het Mats Eilertsen Trio prima in de dertiende-eeuwse aan Jacobus de Meedere gewijde kerk van Feerwerd. Niet alleen omdat de muziek een serene sfeer uitstraalde, de Noorse bassist heeft zich ook grondig verdiept in de vocale middeleeuwse muziek. Het fijnzinnige werk van zijn trio detoneerde met andere woorden allerminst in het godshuis. Ik zag heel wat toehoorders in gedachten verzonken, de ogen geloken, volledig open voor deze gewijde zondagmiddag.
Drummer Thomas Stronen had zichzelf een vooral dienende taak toebedacht. Meer Peter Ypma dan Art Blakey. Opmerkelijk was zijn beheersing van het bekkenarsenaal. Zijn soli waren even bescheiden als pregnante percussie-concerto's. Vervuld van verheven gedachten keerde de gemeente huiswaarts. Foto's: Jan Tempel Labels: concert, Harmen Fraanje, Mats Eilertsen, okt24, Thomas Stronen (Eddy Determeyer, 1.11.24) - [print]
- [naar boven] Lees verder in het archief...
|
Archief
Artikelen Cd-recensies Concertrecensies Colofon Festivalverslagen Interviews Jazz in memoriams Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken? |