Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 


Cd's
Christoph Erb / Jim Baker / Frank Rosaly - '...Don’t Buy Him A Parrot...' (HatHut, 2017)

Opname: 2 mei 2014
Christoph Erb / Jim Baker / Frank Rosaly - 'Parrots Paradise' (Veto, 2017)
Opname: 2 mei 2014

Rietblazer Christoph Erb, pianist Jim Baker en percussionist Frank Rosaly speelden voor het eerst samen op het Umbrella Festival in 2013. Dit treffen was weer een gevolg van Erbs verblijf van vier maanden in Chicago twee jaar daarvoor. De Zwitser had daar reeds kennisgemaakt met zowel Baker als Rosaly. Zoals dat vaker gaat met dit soort gelegenheidsensembles, het volgend optreden vond plaats in mei 2014, in The Experimental Sound Studio, Chicago. Dit concert is onlangs uitgekomen op een tweetal cd's: eentje verscheen op HatHut onder de titel '...Don’t Buy Him A Parrot...', de andere op Erbs eigen label Veto Records, 'Parrots Paradise'.

Die papegaai is niet zo maar gekozen. Zoals het essay bij de HatHut-cd aangeeft is een gekooide papegaai zo ongeveer het tegenovergestelde van een vrij improviserende musicus. Die papegaai kan nergens heen en het woord papegaaien staat voor ons gelijk aan nabootsen. Beiden zijn toestanden die haaks staan op de vrijheid en creativiteit van de improviserende musicus. De titels van de nummers zijn dan ook meer dan leuk gekozen. Op het titelstuk horen we allereerst Erb, die op tenorsax kleine motiefjes rondstrooit, doorkruist door gerichte aanslagen van Baker en na verloop van tijd door stuwend slagwerk van Rosaly. De muziek klinkt hier als een papegaai die eindeloos heen en weer loopt op dat kleine stokje in die benauwde kooi. Nerveus is wellicht nog wel de beste omschrijving. In '[Parrot, Figuring]' gaat het er zo mogelijk nog heftiger aan toe. Baker en Rosaly steken elkaar hier naar de kroon, terwijl Erb kiest voor bijna lyrische frases.

Melancholiek klinken Erb en Baker in 'For Canaries, Career Oppotunities In The Mining Industry'. Met name doordat Erb hier kiest voor de basklarinet, die hij ingetogen hanteert en waarmee hij vooral donkere, zoetgevooisde klanken produceert. Baker strooit er lichte noten doorheen en als Rosaly zich erbij voegt, is dat al even ingetogen. Bijzonder is ook het enigszins enigmatische duet van Baker en Rosaly aan het eind van dit boeiende stuk. In 'It Isn’t Hard To Follow A Man Who Carries A Bird Cage With Him Wherever He Goes...' horen we allereerst een fluisterzacht krassende Rosaly en aansluitend Erb in een piepende en ploppende solo op tenorsax. Een boeiend duet. Baker voegt zich erbij met gerichte loopjes, waarop de compositie zich ontvouwt tot het meest experimentele stuk van dit album.

Zoals hierboven gezegd werd onlangs de andere helft van het concert op cd uitgebracht onder de titel 'Parrots Paradise', verdeeld in twee stukken met als titel 'Paradise One' en 'Paradise Two'. De papegaaien zijn hier duidelijk bevrijd. Die conclusie is alleen al te trekken uit het feit dat Baker hier zijn piano heeft verruild voor een analoge synthesizer, waar hij de meest bizarre geluiden uit tovert, die het midden houden tussen een flipperkast en een op hol geslagen videogame. Maar ook Erb laat zich hier niet onbetuigd en blaast op zijn basklarinet geen enkele normale noot. Verder valt in het eerste stuk Rosaly's ietwat tribale drumstijl op, veroorzaakt door het werken met vilten stokken. De gezamenlijke inspanningen leiden uiteindelijk tot een prachtig symbool van de vrijheid, een paradijs voor papegaaien.

Labels:

(Ben Taffijn, 31.1.18) - [print] - [naar boven]



Concert
Alle kanten op met Monk

Moore, Witmer, Robaard, Kesselaar: 'Tribute to Monk', dinsdag 23 januari 2018, De Smederij, Groningen

Dat de band 'Bemsha Swing' na drie maten stillegde begrijp ik wel: iets met een andere toonsoort, of een compleet ander liedje of zo. Maar toch. Stel dat de muzikanten stoïcijns op de afzonderlijk ingeslagen wegen waren doorgegaan, dat had volgens mij in principe best gekund. Het materiaal, maar ook de spelers zelf, zijn er sterk genoeg voor. Ik bedoel, zo'n Thelonious Monk werkte misschien weken, maanden aan een song - hij was niet echt een flitsende componist. Tot dat stuk dus helemaal compleet was, als een standbeeld ten tijde van de onthulling. Vervolgens kan een muzikant zich helemaal verzadigen aan zo'n werk, dat heeft tijd nodig, maar daarna kan-ie er wel mee doen wat hem of haar goeddunkt. Alle toonaarden, met andere woorden, alle ritmen, alle melodieën zelfs staan tot je beschikking.

Dat is wat pianist Cajan Witmer in De Smederij liet horen. In hetzelfde 'Bemsha Swing', take 2 dus, bouwde hij solo's op, haalde daar vervolgens weer bepaalde elementen uit om die door alternatieve aspecten te vervangen en gaf al doende een afwijkende kijk op het fenomeen feestmuziek. In 'Shuffle Boil' liet de pianist horen dat je met behulp van virtuele, doch listige algoritmen, een al even denkbeeldige 3D-printer en vluchtige koolstofvezels avontuurlijke bouwwerken kunt optrekken, met geheimzinnige doorgangen, uitbundige uitbouwsels en weelderige daktuinen. Let wel: een bouwwerk dat volgens de gangbare sterkte-analyses niet zou kunnen bestaan. Geen wonder dat die Witmer de nederige staande piano van De Smederij al doende transformeerde tot een Steinway van drie en een halve meter.

Michael Moore, klarinet en altsax, leek aanvankelijk wat minder gefocust. Pas in de tweede helft, tijdens het al gememoreerde 'Shuffle Boil', bracht hij de zaal met onbeschaafd raspende harmonischen aan de kook. Daardoor was het vooral drummer Joost Kesselaar, die naast Witmer de solohonneurs waarnam. Ook Kesselaar heeft Monk geïnternaliseerd; in zijn solobijdragen bleef je de melodie altijd horen. Hij kan een verhaal vertellen dat uit louter accenten is samengesteld.

Heel heilzaam voor lichaam en ziel, zo'n avonddienst opgedragen aan de hogepriester zelve.

Foto's: Daniel Patriasz & Cees van de Ven

Labels:

(Eddy Determeyer, 30.1.18) - [print] - [naar boven]



Cd's
Erlend Apneseth Trio - 'Åra' (Hubro, 2017)

Opname: januari 2017
Erland Dahlen - 'Clocks' (Hubro, 2017)
Stein Urheim - 'Utopian Tales' (Hubro, 2017)
Opname: maart/september 2017

Het Noorse Hubro Music heeft in de afgelopen jaren een veelzijdige catalogus opgebouwd, waarin het experiment niet wordt geschuwd. De musici die hier onder contract staan, trekken zich dan ook geen van allen ook maar iets aan van muzikale stijlen en grenzen. Jazz, experimentele elektronica, hedendaags gecomponeerd, krautrock, postrock, Scandinavische folk: het is er allemaal. Een bepaalde stijl mag dan soms dominant zijn, de andere invloeden zijn er ook altijd.

Zo wortelt de muziek van Erlend Apneseth vanzelf in de folk omdat hij de Hardangerviool bespeelt, het instrument dat zich kenmerkt door de vier extra snaren naast de vier snaren die een gewone viool ook heeft en die we resonantiesnaren noemen. Samen met gitarist Stephan Meidell, die we hier ook achter de elektronica vinden en percussionist Øyvind Hegg-Lunde bracht hij onlangs zijn tweede album Åra uit. Voor het debuut, 'Det Andre Rommet' kreeg hij nog een Norwegian Folk Award in de open categorie, want traditionele folk maakt Apneseth geenszins. Reeds in opener 'Utferd' zorgt Meindel voor onverwachte en aangename effecten die de traditie overstijgen. En in 'Tundra' horen we de leegte, het uitgestrekte landschap verklankt door een wiegend ritme. Datzelfde effect sorteert het trio met 'Stryk' en 'Saga'. Lange droneachtige lijnen, de ambient sfeer en de geslaagde mix tussen akoestisch en elektronica nemen je als luisteraar mee op reis. De Hardangerviool is zondermeer een bijzonder instrument, met name door het zangerige karakter, veroorzaakt door de resonantiesnaren en door het warme geluid. Beleef 'Oyster' en beter nog 'Undergrunn' en u weet wat we bedoelen. Vooral in dit laatste stuk excelleert Apneseth. Leuk is overigens dat in dit stuk halverwege het ritme een zeer belangrijke rol krijgt, wat een mooi contrast vormt met Apneseth's spel.

Erland Dahlen doet het op 'Clocks' volledig in zijn eentje. Met een onafzienbare collectie percussie en elektronica creëert hij enerverende nummers. Met opener 'Clocks' zet hij stevig en ritmisch in. Een dansbaar nummer, met duidelijke invloeden uit de wereld van de rock en de dance. De hoes van het album is wat dat betreft goed gekozen. Dit is muziek om te draaien in de auto tijdens een lange rit op een rustige weg. Nee, niet té hard rijden! Dat dwingende, aan dance refererende ritme blijft bij ons, al neemt het wel steeds een ander gedaante aan. 'Ship' klinkt vooral hypnotiserend, is trance-gestuurd en kan zo gedraaid worden op een loungeavond. Imposant duister klinkt Dahlen op 'Bear'. Het zijn de beukende, nadreunende slagen, de inktzwarte drones en het ijl jankende geluid van de zingende zaag die je hier aan de zetel doen kluisteren.

Multi-instrumentalist Stein Urheim bracht eerder drie soloalbums uit en komt nu met 'Utopian Tales', waarvoor hij een sextet formeerde. Urheim bespeelt een range aan instrumenten, maar excelleert met name op de slidegitaar in zangerige, dromerige melodieën. Maar vergis u niet, dit is het meest experimentele album van de drie. Vreemd vliedende klanken worden dan ook ons deel in 'Mikrotonia' en het ruim acht minuten durende 'Just Intonation Island' klinkt tropisch en surrealistisch door de ijle wolken elektronica. Het past goed bij de wonderlijke tekst die bij het nummer is afgedrukt: 'An anual meeting was being held at the Tone & Interval Explorations Club on Just Intonation Island.' Wie hier voor welk geluid verantwoordelijk is valt onmogelijk te achterhalen, maar tezamen leidt het tot een zeer bizarre, maar wel opwindende geluidscollage, bestaande uit geluiden van akoestische instrumenten, machines, gesampelde teksten en andere elektronische uitingen. En dan is daar 'Letter From Walden Two', het meest jazzy nummer van de drie albums tot nu toe, met dank aan saxofonist Kjetil Møster en trompettist Per Jørgensen. Een en ander op een typisch Afrikaanse, zeer opzwepende beat. Niet te stuiten dit sextet. In 'Trouble In Carnaticala' gaan ze dan ook gewoon door, nu in een Zuid-Amerikaans georiënteerde bedding. Pas in de laatste nummers vinden ze de nodige rust, om stemmig te eindigen.

Labels:

(Ben Taffijn, 28.1.18) - [print] - [naar boven]



Concert
Een frisse, uitdagende droomgroep

Ray Anderson - Han Bennink - Ernst Glerum - Paul van Kemenade, vrijdag 19 januari 2018, Paradox, Tilburg

Paul van Kemenade streek met zijn internationale droomgroep neer in thuishaven Paradox. Het werd een topavond, waarin alle bandleden volop de ruimte kregen om te schitteren. De heren lieten zien, horen en voelen dat de lange en gevarieerde loopbanen van elk van hen en de kilometers op de teller geen afbreuk hebben gedaan aan het frisse en vernieuwende elan van hun muziek.

In een tiental nummers, waarbij een gebalanceerde keuze was gemaakt uit oud en meer recent werk, spatte het speelplezier ervan af. 'A Tune For N.' werd in de aankondiging opgedragen aan Niko Langenhuijsen, "de Tilburgse Godfather van de geïmproviseerde muziek". De heren lieten meteen zien dat ze er zin in hebben en gewoon veel muzikaal plezier willen maken.

In 'Checking Out' zaten sterke solo's van Han Bennink en Ernst Glerum, vandaag op mini/baby bas. Een bluesy intro van Ray Anderson op trombone leidde 'Left Shoe' in, waarin de trombone en de altsax van Paul lekker naar elkaar toe kropen, om elkaar heendraaiden en perfecte harmonieën lieten horen. Dit mooie gedragen stuk werd door een geweldige solo van Glerum verbonden met 'Interlock', een lekker uptempo nummer. Bennink was scherp, zoals deze avond vaker zou blijken. Hij deelde rake, onverwachte klappen uit of wist met zijn brushes net dat toe te voegen wat nodig was. Zo nu en dan werden nog wat extra's van de vloer geplukt of uit de tas getoverd om een subtiel effectje toe te voegen. Anderson leidde met gevoel voor humor zijn compositie 'Alligatory Merengue' in. Het werd een echt feestje, dat duidelijk maakte hoezeer dit kwartet op elkaar is ingespeeld, met een ritmesectie die de blazers subliem ondersteunt.

Na de pauze opende Ernst Glerum met een mooi gestreken solo op zijn mini bas. Er ontstond wat verwarring, omdat blijkbaar iets anders gepland stond. "Maar we speelden toch het Wilhelmus?!" riep Han Bennink met gevoel voor humor uit. Vervolgens werd een strakke uitvoering van 'Nothing Is Every' gespeeld. Met een solo van Anderson, waarin hij zijn veelzijdigheid nog eens kracht bij zette door lekker diep, donker, scheurend en fluisterend spel te combineren.

'Who’s In Charge?' is een terechte vraag in dit gezelschap. Het antwoord is echter niet duidelijk te geven. Ieder bandlid krijgt en neemt volop de ruimte om zijn individuele klasse te bewijzen. Tegelijkertijd zijn ze zo op elkaar ingespeeld en beleven zo veel plezier aan het samenspel, dat de vraag helemaal niet relevant meer is. Dit uptempo nummer laat dat duidelijk zien.

'Hommage For Charles Moffett' was het volgende hoogtepunt van de avond. Ray Anderson liet nog eens horen hoe hij zijn instrument kan laten scheuren, fluisteren en ontroeren. Hij speelde met veel gevoel voor ritme dat, hoe kan het ook anders, magistraal door Han Bennink werd ondersteund en soms overgenomen. Met een heerlijk uitvoering van een oud stuk werd deze mooie avond afgesloten.

Paul van Kemenade had er duidelijk lol in vanavond. Er werd flink gegrapt en gegrold op het podium en tijdens zijn solo's werden zijn veelzijdigheid en eigen geluid voortdurend onderstreept. Wat we zagen was een viertal muzikanten die stuk voor stuk virtuoos zijn op hun instrument en een indrukwekkende berg ervaring meebrengen. Ze zijn uitstekend op elkaar ingespeeld en voelen elkaar perfect aan. Daardoor zijn ze in staat hun muziek fris, spannend en uitdagend te houden.

Klik hier voor foto's van dit concert door Johan Pape.

Labels:

(Johan Pape, 27.1.18) - [print] - [naar boven]



In memoriam
Hugh Masekela


Hugh Masekela was een van de Zuid-Afrikaanse muzikanten die de westerse wereld in de jaren zestig confronteerde met de misdadige apartheidspolitiek van zijn regering. De trompettist kampte al langer met gezondheidsproblemen, hij overleed op 23 januari 2018 in Johannesburg en werd 78.

Geboren in Witbank bij Johannesburg begon Ramopolo Hugh Masekela al jong piano te spelen en te zingen. De film 'Young Man With A Horn' (1949), losjes gebaseerd op het leven van Bix Beiderbecke - met de trompet van Harry James op de soundtrack - maakte diepe indruk en op zijn veertiende begon hij op trompet in de Huddleston Jazz Band. Louis Armstrong had het instrument gedoneerd waarop hij speelde.

Inmiddels was apartheid de officiële doctrine geworden en Masekela's carrière voltrok zich grotendeels ondergronds. Beïnvloed door de platen van Dizzy Gillespie en Miles Davis werd hij een van de vooraanstaande jazzmuzikanten van zijn land, die hardbop met traditionele dansmuziek vermengden. Als lid van de cast van de musical 'King Kong' belandde hij in Londen en besloot niet terug te keren naar zijn vaderland. Hij werkte met vocaliste en activiste Miriam Makeba, met wie hij ook trouwde, en was te horen op Paul Simons album 'Graceland'. Na het ineenstorten van het apartheidsregime keerde Hugh Masekela terug naar Zuid-Afrika.

Foto: Fred van Wulften

Labels:

(Eddy Determeyer, 26.1.18) - [print] - [naar boven]



Jazzradio
Jazz Rules #144


In de eerste aflevering van 2018 al meteen drie gloednieuwe Belgische jazzalbums. Zoals 'We Have A Dream' van het Brussels Jazz Orchestra featuring Tutu Puoane. Dit album bevat een verzameling bekende en minder bekende protestsongs en verschijnt naar aanleiding van de moord op Martin Luther King, bijna vijftig jaar geleden.

'Strange Deal' is de nieuweling van The Magnificent Seven van de jonge Belgische jazz: het LG Jazz Collective. Gitarist Guillaume Vierset tekende voor alle composities.

Het RBV Quartet is een nieuwe, jonge Gentse band rond gitariste Rebekka Van Bockstal. Via een crowdfundingcampagne brachten ze onlangs hun eerste album 'Crossing Dimensions' uit.

Verder hoor je muziek van Tom Rainey Obbligato, Koen De Bruyne en Or Baraket.

Klik hier om Jazz Rules #144 te beluisteren.

Labels: ,

(Maarten van de Ven, 25.1.18) - [print] - [naar boven]



Concert
Mâäk 20 years

MikMâäk, dinsdag 16 januari 2018, Bussels Jazz Festival, Flagey, Brussel

Het leek wel of de muziek in Dolby Surround begon bij de begingeneriek van een film. Op het podium had nog geen enkele muzikant plaatsgenomen, maar van de balkons aan weerszijden van de zaal weerklonken trompetten en andere blazers. Rustig en verfijnd, maar niet zonder daar de eerste tekenen van suspense in te verwerken, vatten die de soundtrack aan voor twintig jaar Mâäk. Toen de jonge drummer Samuel Ber met koperen belgeluidjes de aandacht naar het podium trok, was dat voor het vervolg van de eerste compositie. Omdat hij dat deel solo inleidde en de spots hem alleen belichtten, lag het voor de hand om even aan een echte film te denken over een drummer en zijn leraar.

MikMâäk speelde natuurlijk geen soundtrack en al evenmin tekende de bigband voor een doordeweeks concert, al was het dan een dinsdag. Pianist Fabian Fiorini, als enige in kostuum, wierp zich na het openingsstuk op als presentator. Het eerste stuk heette 'Aller/Retour' en was van altsaxofonist Guillaume Orti. Met een kwinkslag duidde Fiorini de Franse inslag van de compositie. Hij vervolgde met een opsomming van de titels die zij zouden brengen, die hij elk van een verklarend woordje uitleg voorzag. Om te besluiten dat dat eigenlijk allemaal bijzaak was en dat alles draaide om het geluid, om de klanken.

Toen viel het talrijk opgekomen publiek een rijkelijk gevulde set te beurt, vaak met een gestage en weloverdachte uitbreiding van de aanwezige instrumenten. Naargelang de compositie of de passage verschoof de focus naar de verschillende muzikanten, zodat alle instrumenten en klankkleuren op de voorgrond kwamen. Bijvoorbeeld lustig danserig de fluit, gespeeld geënerveerd de trombone, met virtuoze zwier de piano, als voor een sacrale gelegenheid de contrabas met strijkstok.

Zoals het een bigband betaamt die traditie en vernieuwing omarmt, droegen een aantal stukken een dermate verkwikkelijke drive uit dat het moeilijk was om stil te blijven zitten. En zoals je van Mâäk mag verwachten, mondde het hier en daar uit in een gecontroleerde, wilde uitbarsting, waarin verschillende partijen door en met elkaar een georganiseerde chaos ten beste gaven. Elders was het dan puur genieten van superbe schoonheid, die in haar afgemeten opbouw verwant scheen aan Europese klassieke muziek.

Waar solo's zouden eindigen, waar precies andere muzikanten de solo gingen begeleiden of opnieuw zouden invallen met de volgende partij; het lag minder vast dan de passages die deel vormden van de compositie. Het was dan ook, typisch jazz, heel spannend voor zowel het publiek als de muzikanten, die er zichtbaar de volle aandacht bij hielden. Daarbij gaven vooral Blondiau, Orti en Fiorini tekens aan hun collega's, waarbij de pianist geleidelijk de rol van orkestleider op zich nam en zich lopend, springend, soms in de handen klappend of gesticulerend tot podiumbeest ontpopte.

Net toen ik bedacht dat de uiteenlopende stemmingen en sferen die elkaar opvolgden zich toch in vooral Europees aandoende kleedjes bewogen, kwamen Oost en West nog aan bod. Richting Arabische invloeden trok het met Grégoire Tirtiaux op baritonsax in een hoofdrol en doorspekt met Amerikaanse postbopinvloeden speelde trompettist Jean-Paul Estiévenart een briljante lange solo - nadat even daarvoor, schijnbaar bij verrassing, Bart Maris een kort, maar heerlijk solootje had ingevoegd. Voor het afronden van de show stelde Fiorini, bij een luid intermezzo op bas en drums, nog alle muzikanten voor, waarna krachtig het slotboeket de zaal in werd gespeeld. Laat ik zelf dit korte bestek afsluiten met te wijzen op nog een kans om MikMâäk live te zien: 4 mei in De Roma in Antwerpen. Dames en heren, ga dat beleven!

Concertfoto's: Olivier Lestoquoit

Deze recensie verschijnt ook op Jazz'Halo.

Labels:

(Danny De Bock, 24.1.18) - [print] - [naar boven]



Cd
Thomas Fonnesbaek & Justin Kauflin - 'Synesthesia' (Storyville, 2017)

Opname: 14-15 juni 2017

Wie zich Justin Kauflin herinnert uit de documentaire 'Keep On Keepin’ On' uit 2014, over zijn relatie met zijn mentor, de dodelijk zieke trompettist Clark Terry, zal hem hier niet meer terug kennen. Zo onzeker en zenuwachtig als de pianist daarin overkwam, zo krachtig en zelfverzekerd speelt hij hier.

Let alleen eens op zijn pedaalgebruik - en dan die timing, perfect in synch met die van bassist Thomas Fonnesbaek. De Zweed is een duivelskunstenaar, een tovenaar met kleuren die zijn instrument in alle toonaarden laat zingen. Ik moest denken aan Scott LaFaro, ook zo levendig, ook zo'n briljante technicus.

De muzikanten zijn twee rotsen in de branding die je ene moment ziet, om ze het volgende ogenblik weer uit het oog te verliezen. Maar wanneer het erop aankomt zijn ze er. Je kunt je hier bijna geen drummer bij voorstellen, dat zou onherroepelijk op een crowd uitlopen. De heren leveren ook nog eens prima werk als schrijvers van pakkende melodieën. Dit is zeer zeker niet een van de minste jazzalbums van het afgelopen jaar.

Labels:

(Eddy Determeyer, 23.1.18) - [print] - [naar boven]



Concert
Met muziek de wereld kleiner maken

Louis Sclavis Quartet, vrijdag 19 januari 2018, Beaux Jazz, Chassé Theater, Breda

Met zijn project 'Silk And Salt' brengt de Franse klarinettist Louis Sclavis een ode aan de eeuwenoude contacten tussen de volkeren van de wereld. Immigratie op de schaal zoals vandaag de dag plaatsvindt mag dan ongekend zijn in de geschiedenis, de wederzijdse beïnvloeding is dat allerminst. Eeuwenlang werden goederen als zijde en zout van oost naar west gebracht. Eerst over land middels een uitgebreid net aan karavaanroutes, later over zee. Met die goederen kwam de cultuur mee, waaronder de muziek.

Sclavis, die al sinds de tweede helft van de jaren zeventig in het vak zit, staat al decennia bekend als een musicus die doorheeft dat de Franse - beter nog de Europese - jazz een vermenging is van de Amerikaanse oervorm, de Europese volksmuziek en die andere invloeden die al eeuwen deel uitmaken van onze cultuur. Als geen ander slaagt hij erin om die diverse muzikale werelden te verklanken in over het algemeen zeer melodieuze, lyrische, van een zekere weemoedigheid doortrokken composities, zo als het ware de wereld kleiner makend. Wat onverlet laat dat de man zijn (bas)klarinet ook vervaarlijk kan laten klinken, op het scherpst van de snede. Daar is ook debet aan de bijdrage van gitarist Gilles Coronado, die met zijn spel regelmatig de wereld van de rock weet te raken.

'Dance For Horses' is zo'n typisch Sclavis-stuk. De gitaarsolo van Coronado is prachtig verhalend, met een lyrische basis, ondersteund door de oriëntaalse percussie van de uit Iran afkomstige Keyvan Chemirani, die hier een aardewerken kruik bespeelt. Als Sclavis vervolgens aansluit ontstaat er een meeslepend, ritmisch patroon, waarin hij laat horen waar hij zijn faam aan ontleend; Sclavis bezit als geen ander het vermogen om je als luisteraar in vervoering te brengen. De stuwende maalstroom aan klanken die het trio zonder Sclavis vervolgens produceert, is overigens al even imponerend, net als de melodie die pianist Benjamin Moussay hieruit losmaakt en waar Sclavis later bij aansluit. Diezelfde Moussay trakteert ons in 'Road To Algiers' op een poëtische en ook wat weemoedige solo, alsof we in een pianorecital verzeild zijn geraakt. Met de komst van eerst Sclavis en vervolgens Coronado wordt het thema verder uitgebouwd en ook hier schuift uiteindelijk weer het ritme naar binnen: een trage, slepende dans op Sclavis' weemoedige klanken. Die groove vinden we ook in het titelstuk 'Sel Et Soie' oftewel 'Silk And Salt', waarin we tevens een fel solerende Sclavis tegenkomen.

Al met al is 'Silk And Salt' een alleszins boeiend project te noemen, waarin Sclavis ons er weer eens aan herinnerd dat zoiets als een zuivere cultuur de grootst mogelijke onzin is. Gelukkig maar, want al die invloeden hebben ons deze en andere prachtig muziek gebracht. Voor wie deze muziek op cd wilt beluisteren, kan terecht bij het in 2014 bij ECM verschenen 'Silk And Salt Melodies'.

Klik hier voor foto's van dit concert door Louis Obbens.

Labels:

(Ben Taffijn, 23.1.18) - [print] - [naar boven]



Cd
Mary Halvorson Quartet - 'Paimon, Book Of Angels Vol. 32' (Tzadik, 2017)


Met zijn eigen muziek, het label Tzadik en de club The Stone drukt John Zorn vanuit New York al enkele decennia een stempel op voornamelijk experimentele muziek. Gitariste Mary Halvorson van haar kant ontpopte zich de voorbije 15 jaar als een opvallend productief en indrukwekkend talent. Het Mary Halvorson Quartet sluit nu met Volume 32 het Book Of Angels af, een van de hoofdstukken in het grote Masada-verhaal dat John Zorn in 1994 begon met het akoestische Masada. De 10 nummers van de meer dan 300 die Zorn schreef voor zijn tweede Masada Book 2 die nog niet in deze reeks verschenen waren, zijn nu uitgebracht op de cd 'Paimon'.

Zoals in alle andere composities van het Masada-project verenigt Zorn zijn joodse wortels met vooruitstrevende jazz. Daarbij kan het dan nog vele kanten uit, omdat hij inspiratie vindt in uiteenlopende invloedssferen. Zo komt de elektronische drukte in 'Beniel' even in de buurt van Ornette Coleman, ten tijde van 'Song X' met Pat Metheny. Bij 'Yeqon' kun je dan weer aan een traag opbouwende spaghettiwestern denken en aan richtingen waar het Belgische Dans Dans ook kan uitgaan. Het kan ook mooi melodisch psychedelisch worden, zoals in 'Phul' en om te eindigen zoekt deze cd met 'Rachmiach' het hoge goed van aangrijpende schoonheid op.

Mary Halvorson drukt er een persoonlijke stempel op met haar eigen meer dan slightly out of tune-klanken. Op dit album met gitarist Miles Okazaki in de groep en het keurslijf van compacte nummers komt ze er spaarzamer mee over, maar niet minder efficiënt. Haar stijl, waarin zij zo graag met vervormingen uitpakt, sluit in zekere zin aan bij effecten (en toenemende kansen op haperingen) in een steeds meer gedigitaliseerde wereld - waarin beeld en geluid vaak worden bewerkt en gemanipuleerd. Okazaki speelt anders gitaar en met hem in de band krijgen de grooves een vloeiende beweging mee, die vlotter aansluit bij wat we van gitaristen op grotere podia gewend zijn. Halvorson en Okazaki samen creëren hier een spanningsveld dat trilt en aan bijzondere melodieën en wendingen een extra dimensie geeft.

Het Mary Halvorson Quartet mag dan klinken als de naam van een band die al langer meegaat, het is eigenlijk de zoveelste verschijning van Mary als leider van een groep. De combinatie met drummer Tomas Fujiwara op drums is niet nieuw - die vind je bijvoorbeeld ook op 's mans 'Triple Double' - en bassist Drew Gress kent zij van het Ingrid Laubrock Octet, wat er wellicht toe bijdraagt dat dit kwartet op deze cd zo hecht klinkt.

Het welslagen van dit album ligt anderzijds en ongetwijfeld ook aan de kwaliteiten van de muzikanten én de composities. Fujiwara is hierbij vaak heel prominent aanwezig en toont zich bijzonder geïnspireerd in de eclectische samensmeltingen van Zorn. Een paar keer dacht ik bij zijn keuze van cimbalen aan Chris Joris en elders in rollende rocksferen aan Steven Cassiers - om maar een paar richtingen aan te geven in de smaken van zijn brede pallet en duidelijk te maken dat dit geen mega-elitair plaatje is. Gress valt minder op, maar met zijn spel vormt hij pijlers die medebepalend zijn voor de kracht en het totaalbeeld van klanken. Als hij met een solo op de voorgrond treedt, zoals in 'Verchiel', dan valt de passie in zijn spel niet te missen.

Wie van Bar Kokhba Sextet hun Lucifer houdt of van Dans Dans en nog eens variatie wil, vindt hier mischien wel zijn gading. Wie openstaat voor cross-over met melodische wereldmuziek - in casu joodse sferen - én een parcours met spannende hindernissen aandurft, wacht hier mogelijks meer dan één ontdekking.

Deze recensie verschijnt ook op Jazz'Halo.

Labels:

(Danny De Bock, 20.1.18) - [print] - [naar boven]



Concert
Met Steve Altenberg door het spitsuur

Ghasem Batamuntu Quintet, dinsdag 16 januari 2018, De Smederij, Groningen

De combinatie sopraansax/baritonsax is niet bepaald gebruikelijk, maar ze werkte dinsdag voortreffelijk. De diepe, ruige sound van Laurens Blinxma's bariton refereerde aan de betreurde meester Leo Parker. De kwikzilveren kromme sopraan van Ghasem Batamuntu had wel wat van John Coltrane geabsorbeerd en voegde er een subtiele glans aan toe. Dat, in combinatie met een ongewoon grote dosis speelplezier, maakte het optreden memorabel.

De motor van deze feestband is drummer Steve Altenberg. Onder het motto 'vooruit jongens, het is maar één keer hemelvaart' joeg hij het gezelschap en de zaal van hoogtepunt naar hoogtepunt. Als een fietskoerier die zich in het stadscentrum door het spitsuur slingert koerste hij door de liedjes. Zijn flitsendfelle breaks hadden het bevrijdend effect van een karbonkel in je nek die na weken eindelijk openbarst, om maar eens een onsmakelijke metafoor te gebruiken. Dat gold vanzelfsprekend voor de (hard)bopstukken; in een ballad als 'A Sketch Of René', een eigen compositie van Batamuntu, droegen zijn schuifelende vegertjes bij aan de serene atmosfeer van de schets. Hier liet de Amsterdamse Amerikaan zich ook horen op de Australische didgeridoo, eveneens een wezenlijk kleurelement van dit impressionistische stuk.

In 'Yellow Moon' (niet die van de Neville Brothers, doch andermaal eigen werk) droeg de saxofonist een gedicht van eigen makelij voor, zodat we een paar minuten behaaglijk weg konden zakken in die goeie ouwe jazz & poetry.

Foto: Katja Draper

Labels:

(Eddy Determeyer, 19.1.18) - [print] - [naar boven]



Cd
Wadada Leo Smith - 'Solo: Reflections And Meditations On Monk' (TUM, 2017)

16-17 november 2014 / 8 augustus 2015

Zo kennen we trompettist Wadada Leo Smith eigenlijk nog niet. Hij speelt hier als solist heel recht en respectvol stukken van Thelonious Monk, afgewisseld met eigen observaties van de Monkse wereld.

Technicus Nikopetri Paakkunainen heeft hem ruimtelijk opgenomen, met een flinke dot echo, waardoor het geluid van de trompettist een etherische dimensie heeft gekregen. Wanneer je Smith qua stijl en aanpak ergens tussen Miles Davis en Don Cherry kunt plaatsen, is hij hier dichter naar de melancholische Miles opgeschoven. Naar Cherry verwijzen frasering, fragmentatie en vervorming.

Duidelijk is dat Monk, als componist en als performer, grote indruk op Wadada Leo Smith heeft gemaakt. Op dit album is het niet zozeer dat hij in de huid of het hoofd van de Hogepriester is gekropen. Nee, hij mijmert meer voor zich uit, waarbij de stilte die zo'n grote rol speelt in het oeuvre van de componist een belangrijk element vormt. Dat komt pregnant naar voren in 'Monk And His Five Point Ring At The Five Spot Café', een verwijzing naar het engagement van Monk in 1958. (Significant: het was een van de eerste langere verbintenissen van de pianist met een jazzclub.) In 'Crepuscule With Nellie', dat van zichzelf al een emotioneel geladen liefdesverklaring is, valt Smiths mooie spel op. Dat kwadrateert hij in 'Monk And Bud Powell At The Shea Stadium', waar het geluid van de trompet zo puur wordt dat het aan het licht raakt.

Labels:

(Eddy Determeyer, 19.1.18) - [print] - [naar boven]



Cd
Timuçin Şahin's Flow State - 'Nothing Bad Can Happen' (Challenge, 2017)

Opname: 23 juni 2016

Het is een geruststellende gedachte: 'Nothing Bad Can Happen'. Het is de titel van het meest recente album van de Turkse gitarist Timuçin Şahin, zijn derde inmiddels bij Challenge Records in de serie 'Between The Lines'. Şahin studeerde in Nederland. Jazzgitaar in Hilversum en compositie in Amsterdam, bij Daan Manneke. En compostie in New York, bij George Crumb. Die New Yorkse connectie vinden we terug op dit laatste album, waarin Şahin zich laat begeleiden door pianist Cory Smythe, drummer Tom Rainey en bassist Christopher Tordini, allen lid van de New Yorkse avant-garde scene. Samen vormen ze Timuçin Şahin's Flow State.

Die naam is volgens Şahin niet zo maar gekozen. De 'Flow State' is voor hem het tegenovergestelde van de 'Default Trance State', zeg maar de automatische piloot, waarin wij normaal leven. De gitarist brengt het als volgt onder woorden: "The default trance state has been exponentially accelarated through virtuality and the posthuman calculus to the point that we've almost resigned from our lives." Şahin wil hier met zijn band een kracht tegenover zetten, "in order to focus on what really matters". Het album vangt aan met het titelnummer, aanvankelijk een ingetogen stuk met een wat zoekende structuur, waarin Şahins gitaarspel ruimschoots aan bod komt. En dat spel is bijzonder vanwege zijn zelfontworpen dubbelnek gitaar, bestaande uit een fretloos deel met zeven snaren en een deel met frets, voorzien van zes snaren. Met dit bijzondere instrument weet Şahin een grote rijkdom aan klanken te produceren, waarin zowel de westerse als de niet-westerse muziek een plaats krijgt.

Zo horen we in 'Mahir’s Plan To Find Scrus' duidelijk de invloed van Şahins geboorteland Turkije; de klank van zijn gitaar heeft hier meer van een citer. Rainey horen we hier heel anders dan we van hem gewend zijn. Bijzonder in dit stuk is tevens het samenspel van Şahin met Smythe. In 'Bakumbaba Is Scrus' komt de Afrikaanse invloed naar voren. Ook in 'One Hundred Days In A Weekend' kunnen we uitgebreid genieten van Şahins bijzondere spel. Grappige titel overigens, hoezo een te kort weekend?! Verwijst 'SNS' naar een van onze banken? Ik kan het nergens terugvinden, maar gezien Şahins eerdere woorden over 'posthuman' lijkt me dat niet erg waarschijnlijk. De eerste associatie bij deze muziek staat dan ook ver af van het bankieren. Onze gitarist schildert hier met zijn collega's op bijna impressionistische wijze met klank en strooit er en passant verfrissende rockelementen doorheen, om aan het eind het geheel naar een stomende climax te sturen.

Het stuk 'Flow State', verdeeld in 'Resurrection', 'Reconstruction' en 'Coexisence' heeft Şahin door het album verweven. Het zijn drie beschouwende, bijna poëtishe stukjes, waarin eens te meer opvalt hoe goed deze vier heren elkaar aanvoelen en aanvullen en hoezeer ze samen in de flow weten te geraken. Fascinerende jazz.

Klik hier voor een trailer van dit album.

Labels:

(Ben Taffijn, 17.1.18) - [print] - [naar boven]



Cd-box
Paul van Kemenade - 'Master Of Lyric - Selected Works 1977-2017' (KEMO, 2017)


Zoals links en rechts al duidelijk is gemaakt, viert altsaxofonist, componist en conceptmuzikant Paul van Kemenade dezer dagen allerlei jubilea. Zelf zestig jaar, daarvan veertig muzikant en het door hem georganiseerde Stranger Than Paranoia-festival vierde eind vorig jaar zijn zilveren feest.

Om een en ander te vieren heeft Van Kemenades stichting een luxe box met vier cd's in gelimiteerde oplage uitgebracht, die een overzicht biedt van zijn carrière. Je gaat natuurlijk zijn alleroudste solo, met pianist Ron van Rossem uit 1981, vergelijken met het nieuwste spul, afgelopen jaar met toetsenprins Jasper van 't hof en drummer Mariá Portugal. Ja, die door Cannonball Adderley geïnspireerde bluesschreeuw heeft er altijd al ingezeten. Maar ik hoor elders ook Charlie Mariano, met name in 'Contra Suite II' en 'Jajaja... M'. 'M' lijkt me voor Charles Mingus te staan, wat dan weer de associatie met Mariano oplevert. Het geluid lijkt door de jaren aan inhoud, aan nuancering te hebben gewonnen. Een beetje analoog aan het uiterlijk van zijn Yamaha YAS-61, die er op recente foto's uitziet als een uit de Golf van Elefsina opgedoken nog niet nader geïdentificeerd artefact van 2500 jaar oud. Hoe dan ook, de passie en de nieuwsgierigheid zijn onverminderd.

In het nummer 'Close Enough' uit 2010 hoor je Van Kemenade ten voeten uit. Binnen het tijdsbestek van een minuut of acht is hij achtereenvolgens lyrisch, assertief en kwetsbaar. Die mood swings verlopen heel naturel en geloofwaardig. Het onderhavige hofje, met Ray Anderson, Frank Möbus, Ernst Glerum en Han Bennink, is overigens zo ongeveer de sterkste combinatie onder Van Kemenades commando. Al mag het trio met trompettist Eric Vloeimans en bassist Wiro Mahieu (2008) ook niet onvermeld blijven. Uniek, dat weemoedige geluid van de twee blazers. Maar ach, elk project leverde voor de betrokken muzikanten en de luisteraars spannende momenten op.

Zijn thema's – vrijwel alles is eigen werk – hebben de eenvoud van volksmuziek. Het zijn de kleuren en de variaties die de stukken fascinerend maken. Met hun simpele vormen kunnen ze makkelijk blijven haken. Ik had 'Mex' drie jaar niet meer gehoord, maar floot het zó mee.

Een ander hoogtepunt is 'Freeze' uit 2001, met het Metropole Orkest. Arrangeur Jim McNeely vergrootte het geluid en het idioom van de saxofonist heel mooi naar het 53-koppig ensemble. Of, in een ogenschijnlijk meer intieme setting, met de gitaristen Jacques Palinckx en Maurice Leenaars. Hoe de saxofonist tegen de rauw krijsende gitaar van Palinckx opklimt en gaandeweg energie wint.

Punten van kritiek tenslotte: waarom moest een aantal nummers ingekort worden? Nota bene de allereerste solo mogen we niet tot het einde beluisteren! Vreemder nog, gezien de zorg en de munten die er in de productie zijn gestoken, is de titel van de collectie. 'Master Of Lyric'. Hoezo de Meester van de Tekst? Uit het bijgesloten boekje maak ik op dat 'Master Of Lyricism' is bedoeld. Ai.

Paul van Kemenade is momenteel op tournee met Ray Anderson, Ernst Glerum en Han Bennink. Klik hier voor tourdata.

Labels:

(Eddy Determeyer, 16.1.18) - [print] - [naar boven]



Vooruitblik / Festival
Sound Of Europe


Als het gaat om jazz dankt Breda zijn naam en faam aan het festival dat de eerste twintig jaar van zijn bestaan, sinds 1971, bekend stond als het Oude Stijl Jazz Festival Breda. De jazz tot aan de swing, zeg 1940, stond hierin centraal. Dat mag dan inmiddels veranderd zijn, voor de ontwikkelingen die van jazz een hedendaagse muzieksoort maken, kun je Breda met Hemelvaart nog steeds beter mijden. Op andere tijden van het jaar was dat tot voor kort overigens niet veel anders. Maar de verandering is dagende. Stichting Beaux Jazz timmert met concerten in het Chassé Theater op dit moment hard aan de weg en heeft ook voor dit seizoen een aantal sterke concerten geprogrammeerd, met als hoogtepunt het festival Sound Of Europe, dat op 3 en 4 februari aanstaande plaats vindt. Gedurende de zaterdagavond en de gehele zondag zijn er diverse concerten, verspreid over meerdere zalen van het theater. En zo geprogrammeerd dat u geen enkele act hoeft te missen. En het zijn niet de minsten die programmeur Frank van der Kooij naar Breda heeft gelokt.

Op zaterdagavond vinden we allereerst pianiste Saskia Lankhoorn, een concert waarmee Van der Kooij direct laat zien dat we op dit festival niet alleen maar hardcore jazz tegenkomen. Lankhoorn is een klassiek pianiste, die al enkele jaren zeer succesvol aan de weg timmert met hedendaags repertoire en als een van de weinige Nederlandse musici een album uitbracht bij het prestigieuze ECM Records, met daarop de muziek van de Australische componiste Kate Moore. 'Dances And Canons' heet dit album en Lankhoorn zal een deel van deze bedwelmende, aan minimal music verwante pianomuziek ten gehore brengen. Op dezelfde avond die andere Nederlander die albums uitbrengt bij ECM, Wolfert van Brederode. Hij komt met zijn trio. Bijzonder kan ook het concert worden van cellist Thomas van Geelen. Hij stelde voor dit festival een nieuw kwintet samen met Ab Baars op klarinet en shakuhachi, Moisés Toscano Fuentes op fluit en bansuri, Emiel van Rijthoven op piano en Fender Rhodes en Tarang Poddar op tabla en percussie. Afgaand op deze musici en hun instrumentarium kan het niet anders dan dat we hier gaan genieten van muziek uit alle windstreken.

Op zondagmiddag staat de cross-over eveneens centraal. Vibrafonist Pascal Schumacher en gitarist Maxime Delpierre nemen naast deze instrumenten de nodige elektronica mee om een wervelende show neer te kunnen zetten, terwijl de Noorse tubaspeler Daniel Herskedal juist aansluiting vindt bij de folktraditie van zijn eigen land, maar ook bij die van de Oriënt. Gitarist Gijs Idema zal deze middag er ongetwijfeld voor gaan zorgen dat we op dit festival ook onversneden moderne jazz horen. Samen met saxofonist Ben van Gelder en pianist en Wurlitzer-virtuoos Koen Schalkwijk kan het niet anders dan dat ook dit concert zal slagen.

En dan is er nog de avond waarop we allereerst meestersaxofonist Marius Neset aantreffen. Deze Noor heeft zich de afgelopen jaren met zijn lyrische stijl ontwikkeld tot een van de beste saxofonisten van dit continent. Om nog maar te zwijgen over de drie musici waar hij zijn kwartet mee vormt. Pianist Ivo Neame en drummer Anton Eger, beiden bekend van Phronesis en bassist Petter Eldh, onder andere lid van de onvolprezen Gard Nilssen's Acoustic Unity, horen eveneens tot de Europese top. Maar kwaliteit vinden we deze avond ook van Nederlandse bodem. Pianist Rogier Telderman, hij was in 2016 nog Young VIP, komt met violist Adam Bałdych, een van de verrassende artiesten op het Duitse ACT-label en cellist Vincent Courtois in een set die wel eens intiem zou kunnen worden. Percussionist Joost Lijbaart, gitarist Bram Stadhouders en stemkunstenares Sanne Rambags zullen in ieder geval onze zinnen strelen. Het trio verraste bijna een jaar geleden met het bijzondere album 'Under The Surface' en zal hier ongetwijfeld een boeiend vervolg aan geven.

En voor de armlastige jazzliefhebbers: de concerten van Thomas van Geelen, Gijs Idema en Sanne Rambags zijn gratis te beluisteren.

Klik hier voor meer informatie over Sound Of Europe.

Labels: ,

(Ben Taffijn, 15.1.18) - [print] - [naar boven]



Cd
Mark Guiliana Jazz Quartet – 'Jersey' (Motema, 2017)

Opname: 27-28 oktober 2016

Wanneer je achter de ketels hebt gezeten bij David Bowie, Avishai Cohen, Dave Douglas, Danny McCaslin en Brad Shepik kun je wat. Mark Guiliana, 37, geldt als een van de hotste drummers van New York. Op 'Jersey', zijn zevende album onder eigen naam, hoor je voldoende om je bij het koor der aanprijzers te scharen.

Hij komt met zijn rockvaste beat sterk binnen in het openingsnummer, 'Inter-Are' - met behulp van bassist Chris Morrissey, dat wel. Guiliana geeft zich wat meer bloot in 'Our Lady', dat hij met hippe accenten, roffeltjes en patroontjes optuigt. Ook in het meer subtiele werk is hij een meester. 'Where Are We Now?' vraagt de band zich op de laatste track af. Een introspectief proces, met uiterst subtiel slagwerk op de vierkante centimeter.
So far so good.

Het probleem lijkt hier bij tenorist Jason Rigby te liggen. Een brave borst die keurig zijn themaatjes oplepelt, doch nergens echt los wil komen. Pas in 'Big, Big Jones' - we zijn dan al ruim over de helft - kiest hij het luchtruim. Terwijl mij persoonlijk lijkt dat elke kruk met zo'n Marc Guiliana achter zijn kont automatisch boven zichzelf uit gaat stijgen.

Guiliana is de auteur van de helft van het repertoire. Zijn 'September' is een door de gestreken bas gedragen dirge die nog lang in je hoofd blijft naspoken. Wie tenslotte benieuwd is hoe het 'The Mayor Of Rotterdam' is vergaan, een compositie van Morrissey: dat feestje kwam rustig op gang, om het woord saai niet in de mond te nemen. Maar uiteindelijk slaat, gelukkiggelukkig, de vlam in de pan, zodat het toch nog een pan werd daar in Rotterdam.

Klik hier om het album te beluisteren.

Labels:

(Eddy Determeyer, 13.1.18) - [print] - [naar boven]





Jazztube
Charles Mingus: Triumph of the Underdog


Deze film uit 1998 geeft een compleet overzicht van het leven van de Amerikaanse jazzmusicus Charles Mingus. Over de man die beroemd was om zijn muziek, zijn temperament en zijn vermogen om soul, blues en gospel te vermengen in zijn eigen muziek. Mingus was een enorm gedreven bassist en ook nog eens een fantastische componist, wiens muzikale erfenis heden ten dage in leven wordt gehouden door weduwe Sue Mingus en de Mingus Big Band.

Klik op de afbeelding om deze fascinerende Jazztube te bekijken.

Labels:

(Maarten van de Ven, 13.1.18) - [print] - [naar boven]



Concert
Een boeiende collage

DUETS, vrijdag 5 januari 2018, Willem Twee Concertzaal, Den Bosch

Voor de vierde keer organiseert de Willem Twee Concertzaal, de voormalige Toonzaal, het fenomeen DUETS. De opzet is simpel: één muzikant begint solo, waarna na vijf minuten een tweede muzikant het podium betreedt en het eerste duo-optreden vorm krijgt. Na weer vijf minuten wordt de eerste muzikant afgelost, waardoor we een serie van twaalf zeer afwisselende optredens krijgen van elk vijf minuten, tot helemaal aan het eind één muzikant weer solo mag eindigen. We zijn dan inmiddels 70 minuten verder.

De Vlaamse trompettist Bart Maris mag beginnen. Eerst op piccolotrompet en dan op bugel strooit hij zijn noten uit over de zaal in een continue stroom. Het ritme doet zijn intrede als hij gezelschap krijgt van drummer Yonga Sun. Melodische patronen leggen zij ons voor, die door hoornist Morris Kliphuis moeiteloos worden voortgezet. Even breken ze hier met de code: Kliphuis vraagt Maris nog even te blijven, samen blazen ze verstilde noten. De komst van Bram Stadhouders, vijf minuten later, brengt het tempo naar beneden. Stadhouders laat hier weer horen als gitarist vooral te excelleren in het fijnzinnige metier. Aan bassist Stefan Lievestro krijgt hij een goede partner. Vijf minuten contemplatie is het devies.

Je hoeft als musicus natuurlijk niet altijd aan te sluiten bij wat er gaande is. John Dikeman kiest er juist voor om de stilte aan flarden te blazen. Vanuit de coulissen horen we zijn ferme uithalen op tenorsax. Lievestro schakelt over op elektronica en Dikeman voert met hoge, afgeknepen klanken langzaam maar zeker het tempo op. Dan beklimt tablaspeler Niti Ranjan Biswas het podium, om met Dikeman een boeiend en krachtig vraag-en-antwoordspel aan te gaan. Na een laatste stevige saxstoot is het de beurt aan Reinier Baas, die naadloos aansluiting vindt bij Biswas. Mooi is ook de combi die hij aansluitend vormt met de hier vooral experimenterende pianist Fulco Ottervanger. Zijn percussieve spel past prima bij het wat stevigere gitaarspel van Baas. De verstilling zoekt Ottervanger in het hierop volgende duet met stemkunstenares Sanne Rambags. Haar hoge uithalen en wendbare stem vormen een prachtig geheel met de hoge noten die Ottervanger uit zijn piano tovert en waarbij hij vooral onder de klep is te vinden.

En dan doet accordeonist Tuur Florizoone zijn intrede en start de boeiendste vijf minuten van de avond. Florizoone en Rambags blijken elkaar meer dan goed aan te voelen, in een aardse intensiteit voorzien van een voorzichtige ritmiek. Je houdt als luisteraar de adem in. Iedere noot valt hier perfect op zijn plek. Florizoone's zachte, hoge noten klinken als een zomerbries, terwijl Rambags' gefluisterde woorden eromheen cirkelen. Pure fragiliteit. De combi Florizoone met altsaxofonist Ben van Gelder is al net zo de moeite waard. Prachtig melodieus materiaal leveren de twee ons hier, die combi van accordeon en altsax willen we vaker horen! Melodieus is tevens het duet van Van Gelder met pianist Harmen Fraanje, die tot slot al even harmonieus, gegrond in de beste jazztraditie, solo mag eindigen.

Het zit er weer op. Waarbij wel weer opvalt dat de jazz nog steeds een mannenwereld is. Twaalf heren stonden er op het podium en slechts één vrouw. Die wist overigens wel het meest te raken, dat dan weer wel. Maar alles bij elkaar een mooie en onverwachte avond. Op naar de vijfde editie.

Concertfoto's: Paul Janssen

Labels:

(Ben Taffijn, 11.1.18) - [print] - [naar boven]



Cd
1000 - '1000 Anthems To Work On A Good End' (Umland/El Negocito, 2017)

Opname: 15 januari 2017

Het is geen alledaags gegeven dat een nationale hymne in een andere context wordt gespeeld dan om de eer van de natie hoog te houden. Nog ongewoner is het dat muzikanten er hun speeltuin van maken. Op zoek naar nieuw materiaal popte bij Jan Klare en co het idee op om nationale volksliederen te gaan bewerken. De saxofonist/fluitist was al langer geboeid door luistergewoonten en verwachtingen. Van de vraag hoe melodieën inwerken op mensen is het niet zo'n vergezochte sprong naar muziekstukken die bedoeld zijn om grote groepen mensen achter een bepaalde vlag te laten lopen. Daar dan een nieuw repertoire rond bouwen mag dan weinig evident klinken, met 1000 wordt het een verrassende reis langs verre werelddelen.

1000 is een kwartet van muzikanten die graag improviseren, dus hoeft het niet te verbazen dat de cd opent met een eigen uitvinding - een om een cd vol vrije muziek mee te beginnen. Dan volgt een knap ingevuld spanningsveld tussen structuren die vastliggen en originele bewerkingen. Dat betekent hier dat grenzen aan het schuiven gaan, want deze jongens kleuren niet enkel buiten de lijntjes, zij spelen er mee alsof ze elastisch zijn. De blazers Klare en Maris vullen elkaar schitterend aan in harmonische en minder orthodoxe speelwijzen, met de geweldig creatieve ritmetanden van De Joode en Vatcher erom heen.

Soms kan je er op '1000 Anthems To Work On A Good End' niet naast dat je een vertolking hoort van een nationaal volkslied, bijvoorbeeld wanneer je een duidelijke verwantschap hoort met westerse, militaire marsen of een toegankelijke, statige melodie. Daarbij klinkt een verband met folk en kleinkunst soms niet ver weg. Wat verder zou je dat weer bijna vergeten, bijvoorbeeld als de sierlijke noten van de blazers en het regelmatige slagwerk je meevoeren naar een karavaan die traag opschiet door een warm en dor gebied. Als de rijkdom van de percussie dan meer doet klingelen dan aan karren of lastdieren kan hangen te klingelen, als de muzikaliteit van een verre realiteit met veel verbeelding wordt verklankt. Als dan tussendoor ook nog enkele feestelijke thema's voorbij komen dansen, zo geinig dat je vanzelf vrolijk wordt, dan verlies je zelfs uit het oog dat het gekozen materiaal vooral afkomstig is uit Aziatische conflictgebieden met bloederige geschiedenissen.

De keuze van de nationale hymnes lijkt uit te zijn gegaan naar gebieden die door hun strategische ligging niet gespaard zijn gebleven van veroveringszucht en totalitaire regimes. (Het hadden er dus misschien net zo goed van dichterbij kunnen zijn.) Reeksen van volksliederen die elkaar in de 20ste eeuw opvolgden in Cambodja en Afghanistan beslaan het grootste deel van dit album. Daartussen zitten het eigen 'Refugia', een oud volkslied van China en een van Syrië. Na de Afghaanse reeks volgen er nog twee van Niue (een eiland in de Grote Oceaan), waarna de cd wordt afgewikkeld in een staat van korte bezinning. Zonder politieke statements te maken raakt de muziek wel aan onderwerpen en tendensen die pijnlijk kunnen uitdraaien. De groepsbewegingen zijn muzikaal soms warm en dan weer kil en rafelig, maar de vluchtelingenproblematiek wordt nergens expliciet in verband gebracht met klimaatveranderingen. Het viertal sleutelt en morrelt intuïtief en op het gevoel aan volksliederen en doet dat zowel met speelplezier en humor als ernst. Om dat live te doen, moesten ze intussen op zoek gaan naar een nieuwe vierde man – sinds kort is dat pianiste Marta Warelis. Op deze cd hoor je nog hun jarenlange drummer van dienst, Michael Vatcher, die in 2017 terug naar de USA is verhuisd.

1000 zien en horen is een belevenis, de cd '1000 Anthems To Work On A Good End' verdient minstens een plaatsje als unieke voetnoot in een gedurfde geschiedenis van de muziek.

Klik hier om dit album te beluisteren.

Labels:

(Danny De Bock, 10.1.18) - [print] - [naar boven]



Concert
Stralende snaren in schitterend spookhuis

Cuerdas, zaterdag 6 januari 2018, Museum De Vosbergen, Eelde

Is het verstandig om u Museum De Vosbergen aan te bevelen als intiem en sfeerrijk concertpodium? Kijk, het is natuurlijk een voortreffelijk onderhouden, ruim bemeten villa uit 1890 op 110 hectare bosgrond. De vier meter hoge concertzaal is, mede dankzij het parket, qua akoestiek pico bello. Je zit er midden tussen 800 historische muziekinstrumenten, in vitrines, in de vensterbanken, aan de muren, op de schoorsteenmantels en gewoon nonchalant in de hoeken. Hele klarinetfamilies natuurlijk, tot en met een Griekse aulos van 500 jaar v.C. Maar ook trompetten met extra klankkamers, wonderlijke trombones met haakse hoeken, ophicleïdes, serpenten en - de nieuwste en oudste aanwinst - witte benen kleppers in de vorm van handjes uit het Egypte van omstreeks 1700 v.C. De deskundigen zijn er nog niet uit hoe precies ze gebruikt werden.

Ook hoe je door het echtpaar Dick en Rieteke Verel ontvangen wordt, dat de collectie in zes decennia bijeenbracht en restaureerde, niets dan lof. ("Een biertje? Dat haal ik wel even voor u uit de kelder.")

De muziek dan. Hoewel de bezoekers van de kamerconcerten die de Verels hier om de paar weken organiseren gewend zijn aan en verwend zijn met adembenemende sopranen, stijlvaste strijkkwartetten en een enkele singer-songwriter, vallen de verrichtingen van Cuerdas in vruchtbare aarde. Het snarentrio combineert de flamencogitaar van Pascal 'Pascalito' Binneweg met de gipsyswing van Don Hofstee op gitaar en viool en de allround jazz van bassist Bert van Erk.

Binneweg, die de meeste stukken schreef, heeft een fascinatie voor de Cermona's, die in het bevrijde Spanje van na Franco de traditionele flamencomuziek optuigden met pop, afro en jazz. Zijn 'Tango Carmona' getuigt ervan en in feite is dat ook het hele concept van Cuerdas. De flamencodans hoor je in het klakken van de hakken van de musici. Zelf is Pascalito een uiterst solide ritmegitarist en in zijn bewerking van een Spaans mijnwerkerslied zingen de instrumenten de ontbrekende tekst. In het stuk 'In A Gentle Way' beweegt het trio in een aangename golfbeweging, als een perfecte machine. Het swingt robuuster nog in Hofstee's walsje 'Sugar Island', dat de componist aan zijn Eilandjes van Langerhans heeft opgedragen ("ik denk, daar wordt niet zoveel voor geschreven, voor die eilandjes"). Wat heeft die Hofstee een lekkere Django-sound. Een samba heeft de allure van een standard. De muzikanten stralen eenheid en speelplezier uit. Dus ook dat was eigenlijk allemaal prima de luxe.

Het probleem was en is: je moet er natuurlijk wel op stuiten, op dat landgoed en zijn villa. Want, zo bekenden enkele inheemsen mij, zelf hadden ze er ook wel moeite mee, zo in het donker. Kijk, je verlaat de bebouwde kom ergens in het zuidoosten, richting vliegveld zeg maar en dan duik je ergens in de bosrand een zwart zandgat in dat een soort spooklaantje blijkt en zich al snel tot een redelijk uitgestrekt spookdoolhof ontwikkelt en op dat moment gaat Tante Tom Tom kuren vertonen en dan eindelijk, ergens in de verte tussen de bomen door, zie je een verlicht venster. Wanneer je tot dan toe alle kuilen hebt weten te ontspringen, is het nog maar een peuleschil.

Ik hoop dat de muziekminnaars die in de buurt van Huis De Duinen verdwaalden, of nog verder Lappenvoort in, helemaal tot aan de Eelder Schipsloot misschien wel, dat die inmiddels gevonden zijn.

Labels:

(Eddy Determeyer, 9.1.18) - [print] - [naar boven]



Cd's
Tom Rainey Obbligato - 'Float Upstream' (Intakt, 2017)

Opname: 26 januari 2017
Borderland Trio - 'Asteroidea' (Intakt, 2017)
Opname: 18 december 2016
Elliott Sharp, Mary Halvorson & Marc Ribot - 'ERR Guitar' (Intakt, 2017)
Opname: 25-26 juli 2016

Een belangrijke rode draad in de catalogus van het Zwitserse Intakt Records is de aandacht voor de New Yorkse avant-garde. Vrij recent zagen drie albums van vertegenwoordigers van deze stroming het licht. De drie albums delen het een en ander; de musici die we horen spelen immers allemaal op regelmatige basis met elkaar samen, maar kennen ook de nodige opmerkelijke verschillen.

De eerste betreft het nieuwe album van Tom Rainey's kwintet Obbligato. In 2014 viel het eerste titelloze album reeds op door de keuze van het materiaal; het is volledig gevuld met jazzstandards. Op het recent verschenen 'Float Upstream' trekt Rainey deze lijn door. Ook hier zes standards, die gekozen zijn door het kwintet. Alle musici voelen iets van een band met deze stukken. Met het kiezen voor standards benadrukt Rainey de tweeledigheid van hedendaagse jazz op onmiskenbare wijze: er zijn individuele bijdragen en er is samenspel. Die twee staan op gespannen voet met elkaar, zoals altijd. En dan zijn het ook nog eens voor een belangrijk deel heel bekende stukken. Zoals opener 'Stella By Starlight' uit 1944, een stuk van Victor Young uit de soundtrack van de film 'The Univited'. Trompettist Ralph Alessi komt met de fragiele melodie, waar saxofoniste Ingrid Laubrock zwoel tegenaan schurkt. Of neem Cole Porters 'What Is This Thing Called Love'. Het tempo ligt hoog bij de beide blazers en de ritmetandem, Rainey en bassist Drew Gress, stookt het vuur hoog op. En dan is daar pianiste Kris Davis, clusters noten in het rond slingerend. Het kwintet presenteert ons hier een opmerkelijk vitale lezing van deze klassieker. In Bob Haggarts 'What’s New' horen we allereerst Gress in een prachtig beeldende solo, gevolgd door ingetogen aanslagen van Davis, Laubrock op sopraansax en Rainey bescheiden op de achtergrond. Als dan Alessi het front komt versterken, ontstaat andermaal dat eclatante samenspel. In al deze nummers en tevens ook in degenen die we hier niet noemen, valt op hoe goed die individuele bijdragen passen in het grotere geheel. Hoe goed dit kwintet erin slaagt om een coherent stuk neer te zetten, terwijl ieder lid tevens optimaal de ruimte krijgt.

Kris Davis is ook een van de leden van het kersverse Borderland Trio, dat verder bestaat uit bassist Stephan Crump en drummer Eric McPherson. De aanduiding 'een van de leden' is een terechte, aangezien dit allesbehalve een traditioneel pianotrio is waarin de pianist automatisch de leidersrol heeft. Het debuut 'Asteroidea' maakt duidelijk waar we het over hebben. Opener 'Borderlands', dat met bijna een half uur ongeveer de helft van het album beslaat, is een aan minimal music refererende ritmische compositie, waarin de drie leden om beurten de toon zetten en tegelijkertijd samen voor een coherent geheel zorgen. Davis is dus duidelijk niet de leider, maar speelt om een andere reden wel een heel belangrijke rol binnen dit trio, en wel door het geluid van haar piano. Door alle preparaties gelijkt de klank maar al te vaak op alles, behalve op een piano. In de overige stukken op dit album speelt het ritme eveneens een belangrijke rol. Zo heeft 'Flockwork' een bijna tribaal karakter, met name door het spel van McPherson en ook hier is het weer Davis' klank die een bijzondere wending aan het stuk geeft.

'ERR Guitar' bestaat uit een set van duo-opnamen, die gitarist Elliott Sharp in de zomer van 2016 maakte met respectievelijk Marc Ribot, met wie hij reeds 30 jaar samenspeelt, en met Mary Halvorson, die hij inmiddels een decennium kent. Aangevuld met twee triostukken, die echter niet als zodanig werden opgenomen. Zo speelde Halvorson haar bijdrage voor 'Blindspot', waar het album mee begint, pas later in. Dat nummer is overigens een zeer sfeervolle improvisatie van in elkaar vloeiende klanken. Een gemene deler in de stukken - en het maakt wat dat betreft niet uit of Sharp nu met Ribot speelt of met Halvorson - is de afwisseling van ritmische en melodische fragmenten met vaak gewaagde klankexperimenten. Voeg daarbij het veelvuldig gebruik van elektronische hulpmiddelen en u krijgt een idee wat u bij het beluisteren te wachten staat. Waarbij het er over het algemeen redelijk beheerst en ingetogen aan toegaat. De intimiteit van het duo staat op dit album duidelijk voorop. Maar het is waar wat Sharp zelf opmerkt over de muziek: "It revels in its twists and turns, its imperfections, breaks and its provocations while springing from a postive and heartfelt vision."

Labels:

(Ben Taffijn, 8.1.18) - [print] - [naar boven]



Festival
Brokkenfestival 2017

zaterdag 30 december 2017, Bimhuis,
Amsterdam


Het is Corrie van Binsbergen weer gelukt om met een sterke programmering het publiek te vervoeren met een delicate aaneenschakeling van vernieuwende optredens van bevlogen muzikanten. In het sfeervolle Bimhuis, waar je op de achtergrond een fraai uitzicht hebt op het altijd drukke Amsterdam, werd de avond geopend door Sólin. Roosmarijn Tuenter beschikt over een mooie krachtige stem en bespeelt haar viool op een schitterende manier, ook als tokkelinstrument. Bassist Sjoerd de Roij en drummer Mees Siderius vullen haar met veel gevoel aan. Binnen no-time bevind je je in een andere wereld, waarin folk en pop samen een nieuw genre ontwikkelen.

Maar het programma moet door met het uitserveren van lekkers en dus wordt Too Noisy Fish aangekondigd, zeg maar de ritmesectie van Flat Earth Society. Dit trio, bestaande uit Peter Vandenberghe (piano en composities), Kristof Roseeuw (bas) en Teun Verbruggen (drums), pakt het publiek meteen in met een aantal composities waarin met name Vandenberghe met groot enthousiasme en op originele wijze soms volkomen los gaat. Op andere momenten wordt het uiterst ingewikkelde samenspel weer teruggebracht tot een bijzondere melodische ballad.

Een korte pauze is de opmaat naar een ander onderdeel van het programma. De zichzelf op piano begeleidende zangeres LAVALU krijgt de zaal stil en in vervoering door haar bijzondere stem en frasering, eigenwijze composities en haar sterke pianospel.

Vervolgens treedt Alan Purves aan, een bijzondere Schotse percussionist, die vanavond uitsluitend met allerlei speelgoed binnen de kortste keren een akoestisch landschap weet te creëren. Dit combineert hij met de nodige humor. Als hij een gordel van opblaasganzen heeft omgeknoopt en spontaan bij iemand uit het publiek op schoot gaat zitten, lijkt dit onschuldig. Maar op het moment dat hij weer opstaat leidt dit tot een hilarische kakofonie aan geluid door de zich met lucht vullende ganzen. Succes verzekerd. Fantastisch om te zien hoe Purves erin slaagt met gevonden voorwerpen een universum te creëren waarin je langer wilt blijven.

Dianne Verdonk ontwikkelt en bouwt haar eigen instrumenten. Haar prachtige stemgeluid combineert perfect met de unieke soundscapes die ze met haar instrumentarium weet te creëren. De Diantenne is een metalen plaat, die door buigingen en ritmisch getik zeer bijzondere effecten produceert. Een enorm soort zitzak die uitloopt in een trechter, de bellyhorn, blijkt eveneens bijzonder sfeervolle geluiden te produceren als Verdonk haar hoofd al zingend daarin steekt.

En dan komt Corrie van Binsbergen zelf aan bod. In haar reeks projecten met schrijvers wordt nu 'Olijven moet je leren lezen' voorbereid. In het voorjaar moet dit in première gaan. We krijgen alvast een voorproefje, waarbij schrijfster Ellen Deckwitz een passage uit haar boek op een aangename manier voorleest en Van Binsbergen op onnavolgbare wijze perfect bij de teksten aansluitende klanken uit haar gitaar tovert. Het begrip luisterboek krijgt zo een volledig nieuwe betekenis. Dit smaakt zeker naar meer.

Het slotakkoord van de avond wordt verzorgd door Dimlicht, een sextet met bijzondere samenstelling. Doordat het programma iets uitliep kon ik dit helaas niet meer meemaken. Volgend jaar graag weer een Brokkenfestival!

Klik hier voor foto's van deze avond door Johan Pape.

Labels:

(Johan Pape, 6.1.18) - [print] - [naar boven]



Cd
Glerum Omnibus – 'Handful' (Favorite, 2017)

Opname: 4 juli 2016

Dat bassist Ernst Glerum de laatste jaren meer en meer de 'traditionele' kant op lijkt te gaan, is iedereen opgevallen die hem een beetje volgt. Nee gekkie, niet op de asociale media bedoel ik, maar met de Instant Composers Pool, zijn eigen Omnibus of via zijn albums. Zijn mini-album met pianist Uri Caine van drie jaar eerder bevatte al louter evergreens.

Een voordeel van al dat gewroet in het hiervoormaals is dat je alle kanten op kunt - want deze lieden laten zich niet in hokjes stoppen. Zo stopt de Omnibus in 'Fifth' (dat is de derde halte hier) bij het Les McCann Trio van 1969. Maar dan alsof de muzikanten nog teenagers zijn, een beetje ongedurig, tikje wild, die voor het eerst met dit soort souljazz geconfronteerd worden. 'Sriwanah' is opgedragen aan bassist Victor Kaihatu en drummer Broer Pronk. Dus geen wonder dat je hier met Howard Hughes in hoogsteigen persoon mee mag vliegen, in zijn Sikorsky, in het maanlicht boven de Tik Kumai baai. Ik bedoel, veel romantischer wordt het niet, jongens en meisjes (o sorry, dat mag je niet meer zeggen). Mensjes dus.

Philly is dood, leve Jamie. Ik denk niet dat ik de enige ben die altijd vrolijk wordt als hij Jamie Peet achter de vellen en de deksels ontwaart. Jamie is hier ontegenzeglijk ook zeer aanwezig, als een kind dat eropuit is meer dan een derde van de taart binnen te hengelen. En hoor hem bezig met de vegertjes, zo vormvast en zo genuanceerd, hoe hij het ritme springlevend houdt. Ik maak me sterk dat Jamie vroeger in de klas de grootste moeite had langer dan een halve les stil te zitten.

Pianist Timothy Banchet is een vis die zich in alle wateren thuis voelt. In zijn eigen compositie 'Cuaida' is hij een zalm die barstend van de energie tegen de stroom inspringt. Glerum zelf leverde niet alleen de helft van het gespeelde materiaal, hij is ook echt de leider. Leider in de zin van scout. Heel duidelijk is dat in 'Kinda Trouble' en 'Cry Me A River'. Maar ook in de overige nummers kun je niet om zijn stuwende pizzicato's en loepzuivere arco's heen.

Klik hier om dit album te beluisteren.

Labels:

(Eddy Determeyer, 5.1.18) - [print] - [naar boven]



Festival
Aangenaam en eigenzinnig

Stranger Than Paranoia: Elliot Galvin Trio & Jasper Høiby Fellow Creatures, woensdag 27 december 2017, Paradox, Tilburg

Altsaxofonist, componist, bandleider en concertprogrammeur Paul van Kemenade heeft dit jaar vol verve de jubileumeditie van zijn festival Stranger Than Paranoia georganiseerd. De eerste editie vond plaats in 1993 in Paradox. Inmiddels is het festival toe aan de 25e editie, die van 23 tot en met 29 december uitbundig werd gevierd in verschillende steden. Het credo is nog steeds de dagen tijdens het kerstreces vullen met de lichtheid en sprankeling van grensverleggende, geïmproviseerde muziek. Op woensdag na kerstmis krijgt dit gestalte door twee droomformaties uit het Verenigd Koninkrijk met als onderschrift: 'Paranoia goes Exit Brexit'.

Een zachte hoge toon, in een verstilde sfeer, vraagt bij aanvang van het optreden van het Elliot Galvin Trio ogenblikkelijk om aandacht. Drummer Simon Roth is verantwoordelijk voor het verfijnde geluid, afkomstig van een licht getoucheerde kleine metalen kom. De gestreken baslijnen en de meanderende, pastorale pianoklanken maken al direct bij aanvang duidelijk dat een onorthodoxe aanpak het handelsmerk van dit trio is. De relatief onbekende, jonge Galvin ontpopt zich deze avond niet alleen als een onderscheidend en creatief pianotalent. Hij bespeelt een variëteit aan andere instrumenten, waaronder een gemodificeerde melodica en een elektrische speelgoedgitaar! Gedurende het enerverende optreden schakelt het trio moeiteloos van hogere tempi naar grillige tegendraadsheid, in een zuiver akoestisch setting of juist voorzien van elektronica. Om de klankkleuren te veranderen wordt de voortstuwende contrabas van Tom McCredie incidenteel ingewisseld voor de elektrische gitaar. Elliot Galvin kan de piano, voorzien van allerlei randapparatuur, afwijkend laten klinken. Deze effecten zorgen voor een rauw randje, een kwinkslag of een eigenzinnige draai in de muziek. Hij laat de elektronisch geladen piano klinken als een klavecimbel, beroert rechtstreeks de snaren van de vleugel of bespeelt de speelgoedgitaar om de sound naar zijn hand te zetten. Overwegend aangenaam, vreemdsoortig en soms prettig chaotisch. Daarbij verliest Roth de ritmische cadans nooit uit het oog.

Tussen het Elliot Galvin Trio en Jasper Høiby Fellow Creatures duikt de mystery guest Earl Okin op. Deze zorgt, ter overbrugging en voorzien van een soort vrolijke meligheid, voor een aantal standards en bossanovaliedjes. De kwalitatief hoogstaande muzikale avond wordt er lichtelijk door ontsierd. Niet meer doen!

De Deense Jasper Høiby behoort inmiddels tot een van de meest spraakmakende bassisten uit de moderne jazz. Het meest bekend is Høiby van het trio Phronesis. Maar in zijn door blazers gedomineerde Fellow Creatures worden nieuwe ideeën uitgewerkt. Deze door Britten gedomineerde band bestaat, naast Høiby, uit Laura Jurd op trompet, Mark Lockheart op tenorsaxofoon, Will Barry achter de piano en Corrie Dick op drums. De balans tussen de uiteenlopende composities en de individuele bijdragen is om van te watertanden. Vooral de muzikale impact van de voortdurende dialoog tussen de trompettist en saxofonist is markant en duizelingwekkend mooi. Deze blazerstandem zorgt voor de signature van deze groep. Jurd en Lockheart kunnen een verfrissend samensmeltend geluid produceren, maar ze kunnen hun individuele bijdragen ook op een volstrekt natuurlijke wijze uit elkaar laten lopen. Ook de kort op elkaar geplaatste muzikale statements, als een vraag-en-antwoordspel, zijn aanvullend of juist contrastrijk en altijd bomvol spanning. Opvallend genoeg is Høiby deze avond niet de dominante solist. Hij is de vormgever en componist, maar solistisch gelijkwaardig en ook vaak, met een mooi en indrukwekkend contrabasgeluid, slechts dienend aan het intrigerende muzikale geheel. De setlist wordt op democratisch wijze op het podium bepaald. Deze band klinkt als een klok en heeft nog heel wat in petto!

Klik hier voor foto's van deze festivalavond door Louis Obbens.

Tip: in het voorjaar van 2018 spelen Elliot Galvin en Laura Jurd samen in de vernieuwende groep Dinasour in Paradox.

Labels: ,

(Louis Obbens, 4.1.18) - [print] - [naar boven]



Cd
De Beren Gieren - 'Dug Out Skyscrapers' (SDBAN, 2017)


Het trio De Beren Gieren timmert al even aan de weg en kan intussen een indrukwekkend parcours voorleggen. In 2012 wonnen ze Jazz Hoeilaart, terwijl de groep inviel omdat een van de geselecteerde finalisten er niet bij kon zijn. Sindsdien versierden ze optredens in zowat heel Europa. Daarnaast spelen ze elk in nog enkele andere groepen en valt vooral pianist Fulco Ottervanger op in mediaberichtgeving, onder andere als stadscomponist van Gent. Het drietal bracht in het najaar met 'Dug Out Skyscrapers' de wellicht voorlopig beste plaat van De Bieren Gieren op de markt. De elektronica die zij al een tijd aanwenden, wordt nu bijzonder vernuftig ingezet.

Hun vorige langspeler 'One Mirrors Many' stak ook al weloverdacht in elkaar, maar hier balanceren humor en lichtvoetiger spel op indrukwekkender wijze met ernst en zeg maar zwaarwichtige ideeën. 'Dug Out Skyscrapers' presenteren zij als geïnspireerd op mogelijke verhalen die toekomstige archeologen zullen samenstellen op wat zij opgraven uit onze tijd.

Het album opent elegant met 'Broensgebuzze 9' en dat straalt meteen een volwassen sérieux uit. Sierlijk en ernstig klinkt het ook verderop, bijvoorbeeld in 'De Belofte Treurwals', waar het trio, met een hen kenmerkende speelse spot, de drang naar grandeur een draai geeft en een fascinerende evenwichtsoefening in elkaar sleutelt. Die fraaie bewegingen passen in het coherent opgebouwde geheel van de plaat, die diep ingaat op onvermijdelijke tijdelijkheid. Het spooky 'Voorlopige Dagen' is een van de nummers die daarbij een onheilspellende kaart trekken. Elektronische effecten en trage, nogal monotone drums begeleiden gefragmenteerde, melodische lijnen. Als luisteraar kan je er, zoals wat later in 'We Dug Out Skyscrapers', makkelijk associaties bij maken met voorbijglijdende en uit elkaar waaiende wolkenlandschappen. Hier lijkt ook een eerste keer een radarwerk aan bod te komen - dat gaat haperen.

Een brede waaier aan invloeden komt nu hechter dan ooit samen in dit sterke bouwwerk. Donkerder en kunstzinniger dan op hun vorige werk blijft het trio trouw aan hun speelse vindingrijkheid. De Beren Gieren hebben zich altijd al fantasierijk getoond, steeds verwerkten zij ook rockinvloeden in hun muziek. Die vind je onder meer terug in 'Weight Of An Image', dat geweldig krachtig uithaalt met luide drums en meeslepende tempowisselingen. Al vanaf hun beginperiode leken zij tevens een zwak te hebben voor expressionistische films en die indruk geven zij nog, misschien het meest bij 'Oude Beren'. Het trio klinkt op hun nieuwste schijf dan ook soms typisch De Beren Gieren, maar alweer een aantal grote passen vooruit. Niet verwonderlijk dat sommigen dit de beste Belgische jazzplaat van 2017 vinden!

Beluister hier 'We Dug Out Skyscrapers'.

Labels:

(Danny De Bock, 2.1.18) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...






Menupagina's:

Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Neerpelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.