Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 


Interview
Tim Langedijk


"Ik probeer te spelen wat ik van binnen hoor. Anders wil ik het eigenlijk niet eens spelen. Je ziet nu vooral bij studenten dat ze als een jonge hond die ladders afgaan, maar dat hoeft natuurlijk niet, want je kunt het ook in een paar noten al zeggen. Dat hele snelle hoor je niet van binnen en kun je ook niet zingen. Ik heb een week van John Abercrombie les gehad. Die zei niet zoveel, maar wat hij wel zei was: 'I only play what I hear man!' Daar ben ik over gaan nadenken en daardoor ben ik ook heel anders spelen."

Donata van de Ven sprak met gitarist Tim Langedijk, volgens haar zeggen 'een aanwinst voor de Nederlandse jazz, een verademing zelfs'. Op 19 februari komt de nieuwe cd van zijn trio uit, 'Up North', met Udo Pannekeet op bas en Hans van Oosterhout op drums.

Lees hier het volledige interview.

Labels:

(Maarten van de Ven, 31.1.17) - [print] - [naar boven]



Concert
Kolkende ritmes in een compromisloze muzikale opvatting

Sons Of Kemet, donderdag 19 januari 2017, Bimhuis, Amsterdam

Sons Of Kemet bestaat uit een line-up met de meest vooruitstrevende 21e eeuwse talenten uit de Britse jazzmuziek. Bandleider, componist, saxofonist en klarinettist Shabaka Hutchings heeft zich vernoemd naar een Nubische farao-filosoof. Hij is ook bekend van formaties zoals Shabaka And The Ancestors en Yussef Kamaal. Hutchings brengt zijn visie op muziek in Sons Of Kemet, samen met de bandleden Tom Skinner en Seb Rochford op drums en met Theon Cross op tuba (in het Bimhuis wordt Rochford vervangen door Maxwell Hallett). Het in 2014 verschenen debuutalbum 'Burn' kreeg in 2015 een opvolger met 'Lest We Forget What We Came Here To Do'.

Bij een groep die bestaat uit twee drummers, een tubaspeler en een saxofonist is sprake van een uniek concept. Het solide fundament dat de beide drummers neerleggen is niet alleen origineel; de krachtige synchroon pulserende Afrikaanse grooves en het niet zelden extatische percussiewerk doen de zaal zinderen. De afwisselend swingende, onheilspellende, agressieve en soms zelfs ongemakkelijke dynamiek zorgt voor een aanvallend ritmische modus. De rol van Theon Cross op tuba is al even vermeldenswaardig. De door hem aangelegde baslijnen zijn ronduit funky. Ook verlevendigt hij ogenschijnlijk met speels gemak het groepsgeluid met heroïsch gespeelde solo's. Met grommend, brullend en gillend geproduceerde oergeluiden baant hij voor zichzelf, en zijn kolossale instrument van messing, een weg door de mysterieuze duisternis. De avontuurlijke verbinding van ritme en melodie zorgt voor een kokend en dampend eclecticisme. In deze overdonderende muzikale smeltkroes komen wilde Caribische varianten zoals calypso en ska samen met ethno jazz uit Afrika en zware free-jazz flarden en marsmuziek uit New Orleans. Deze intercontinentale en doordenderende muzikale trein stopt slechts één keer voor een verplichte pauze.

Bijna terloops introduceert leider en rietblazer Shabaka Hutchings zijn bandleden. Maar de innemende en ongekroonde Britse koning van de saxofoon getuigt in zijn vurig spel van een niet aflatende dadendrang. Spiritualiteit vormt de basis voor zijn opvatting en zijn spel. Het is een zegen dat 'comfort' in zijn woordenboek niet voorkomt. Strijd en het nemen van risico's zijn opgesloten in zijn spel. De muzikale elementen dansbaarheid en trance zijn onlosmakelijk verbonden met het saxofoonspel van Hutchings. In de opening schakelt hij dertig minuten lang moeiteloos over van een calypso naar de free jazz in het spoor van Albert Ayler. En vervolgens strijdbare marsmuziek te laten cumuleren in een overweldigende psalm. Slechts eenmaal laat de tenorsaxofonist de teugels vieren met een ballad. Om daarna weer gevarieerd en stormachtig, van apotheose naar apotheose, zijn saxofoon te laten gillen en gieren. De muziek van Sons Of Kemet genereert een almachtig en energiek collectief geluid, maar de individueel hoogstaande solo's zijn de spreekwoordelijke kersen op de taart.

Klik hier voor foto's van het concert door Louis Obbens.

Labels:

(Louis Obbens, 29.1.17) - [print] - [naar boven]



Cd's
Jens Maurits Orchestra - 'They Do It For A Reason' (Suite, 2016)

Opname:december 2015
Philémon Le Chien Qui Ne Voulait Pas Grandir - 'Philémon Le Chien Qui Ne Voulait Pas Grandir' (Suite, 2016)

Enige maanden geleden maakten we kennis met het in Brussel gevestigde kersverse label Suite, dat zijn eerste twee releases presenteerde. De eerste betreft het album van het Jens Maurits Orchestra, het tentet van drummer en componist Jens Maurits Boutery, met de veelzeggende titel 'They Do It For A Reason'. De cd gaat vergezeld van een 90 pagina's tellend fotoboekje, waarin als een soort van stripverhaal de avonturen worden verteld van Jean-Godefroy, een karakter gebaseerd op het werk van Robin Dunbar, een antropoloog en evolutionair psycholoog.

Het Jens Maurits Orchestra bestaat uit de voorhoede van de Belgische experimentele muziek en kent leden als euphoniumbespeler Niels van Heertum en gitarist Benjamin Sauzereau. De muziek van dit orkest doet opvallend klassiek aan en is overwegend rustig en ingetogen van aard. Boutery blijkt een volwaardig componist en doorstaat de vergelijking met veel hedendaags gecomponeerde muziek met glans. Een componist ook die de mogelijkheden van dit tentet optimaal benut en de rijke orkestratie maximaal uitbuit. Zoals in 'Episode 1', waarin we vergast worden op een subtiel duet van Van Heertum met pianist Dorian Dumont en in 'Endorphins' waarin Sauzerau's zacht vibrerende gitaarspel de show steelt. Maar dit orkest heeft ontegenzeggelijk ook een speelse kant, passend bij het verhaal van Jean-Gedefroy en een zin als: "He should know better then to eat unripe fruit", vergezeld van een foto (van Lisa Gambey) van twee honden op schommels. Humor die ook terug komt in 'Proteins'. Hier in de vorm van een bijna melig repeterend melodietje, die de luisteraar een glimlach ontlokt.

Bijzonder is ook 'Episode 4'. En dan met name vanwege de tegenstellingen. Hoe het ronduit romantische melodietje langzaamaan wordt omgezet in onvervalst ritme. En dat niet alleen, we horen hier ook nog eens Sauzereau in een solo die op een stevig rockalbum niet zou misstaan. Een groter contrast is bijna niet denkbaar. In het laatste stuk, 'Episode 7', strijden melancholie en een positieve blik op de toekomst om de voorrang, machtig verklankt in een samenzang van het tienkoppig ensemble.

De tweede release betreft een cd van het sextet Philémon Le Chien Qui Ne Voulait Pas Grandir. Of in het Nederlands: Philemon, de hond die niet zou opgroeien. Een wat vreemde naam voor dit sextet, waarin we twee musici tegenkomen die we ook al in het Jens Maurits Orchestra zagen: Sauzereau en Dumont. Verder aangevuld met Mathieu Robert op sopraansax en, heel opvallend, drie strijkers. Benoit Leseure op viool, Nicole Miller op altviool en Annemie Osborne op cello. Met het eerste nummer van de plaat 'La Ville Verticale' zet het sextet direct ritmisch en meeslepend in, waarbij Dumont voor de nodige tegenspraak zorgt om het geheel levendig te houden. Dat ritmische, hier zelfs bijna dansbaar, vinden we ook in 'Taco'.

Opvallend op dit album is het verhalende, bijna filmische element. De strijkers spelen daarbij een belangrijke rol en zorgen op menig moment voor een klassieke sfeer. Meer nog dan 'They Do It For A Reason' is dit een cd waarop de harmonie overheerst. Maar de twee componisten, saxofonist Robert en gitarist Sauzereau, weten tevens voldoende afwisseling te creëren om te kunnen blijven boeien.

Suite maakt met deze beide albums een vliegende start. Als dit niveau een constante blijkt te zijn, staat ons nog heel veel moois te wachten.

Klik hier om 'They Do It For A Reason' te beluisteren. En hier kun je het album 'Philémon Le Chien Qui Ne Voulait Pas Grandir' horen.

Labels:

(Ben Taffijn, 27.1.17) - [print] - [naar boven]



Jazzradio
Jazz Rules #109


In deze aflevering van Jazz Rules laat Dirk Roels je nieuwe muziek horen van GLiTS (Getting Lost In Tiny Spaces), het duo van trompettist Bart Maris en pianist Peter Vandenberghe. Hun album is net uit bij El Negocito Records.

Verder een openhartig studiogesprek met bassist Nicolas Thys: over het fuck you-gehalte van TaxiWars, het triootje met Nathalie Loriers & Tineke Postma en de samenwerking met het Kris Defoort Trio. Thys stelt op zaterdag 28 januari ook drie gloednieuwe projecten voor op het River Jazz Festival. De bassist zit intussen alweer zo'n 25 jaar in het vak!

'Symphony For 2 Little Boys' is het tweede album van gitarist Bruno De Groote en bassist Ben Faes. Op een paar nummers hoor je ook de trompet van de Amerikaanse legende Dave Douglas.

Klik hier om Jazz Rules #109 te beluisteren.

Labels: ,

(Maarten van de Ven, 27.1.17) - [print] - [naar boven]



Concert
Verhalen uit Rusland

David Berkman Trio + jamsessie, dinsdag 17 januari 2017, De Smederij, Groningen

"Het eerste nummer was 'I Hear A Rhapsody', dat we vandaag in de Standard Memorizing Class hebben behandeld. Als je het je niet meer herinnert, wel...", sprak pianist en New Yorker-come-to-Groningen David Bergman. Tegenwoordig vraagt De Smederij toegang, maar dankzij de studentvriendelijke prijsstelling was de ruimte weer goed gevuld met een delegatie van het internationale studentencorps van het Prins Claus Conservatorium.

Wat voor vlees we dit jaar in de kuip hebben bleek na de pauze tijdens de jamsessie. Die gastjes (m/v) zijn stuk voor stuk echt op z'n minst competent en een enkeling steekt er nu al duidelijk bovenuit. Neem tenorist Ivan Baryshnikov, die ondanks zijn bescheiden geboortejaar al veel heeft geabsorbeerd van de Oude (Hard)Bop Meesters. Onder meer hoe hij een melodische lijn op- en uitbouwt, een chorusje of vier zonder zwakke plekken, discontinuïteiten of stoplappen. Laat die Russen maar verhalen vertellen.

Basveteraan Bert van Erk staat erom bekend dat hij graag in gesprek raakt met de drummer van dienst. Ilya Blazh vervulde die laatste functie, geholpen door grote oren, met verve. Fascinerend om te zien en te horen hoe die unie tot stand kwam en hoe die zich opsplitste in een dialoog.

Het hoofdmenu betrof een muzikale vergadering van drie docenten. Behalve Berkman waren dat drummer Steve Altenberg en bassist (en jazzcoördinator) Joris Teepe. Altenberg was voortdurend in beweging, letterlijk en figuurlijk: hij gaf het harmonische spel van Berkman reliëf en een snufje extra soul. Dat kon geen kwaad in een programma dat behalve uit originals uit standards van onder anderen Horace Silver en Benny Golson was opgetrokken.

Foto: Cees van de Ven

Labels:

(Eddy Determeyer, 27.1.17) - [print] - [naar boven]



Cd
Shabaka And The Ancestors - 'Wisdom Of The Elders' (Brownswood Recordings, 2016)


De laatste keer dat ik tenorist Shabaka Hutchings zag, stond hij solo te blazen met zijn rug naar een vitrinekast. Terwijl alle glazen en borden uit volle borst meezongen en –rinkelden, naderde de beweeglijke muzikant gedurende de duur van de performance de kast soms tot op een centimeter. Maar net zo goed als een beetje danser nimmer op andermans tenen zal trappen, kende Hutchings elke milliseconde zijn coördinaten.

Hier zijn de coördinaten 26012' ZB en 2804' OL: Johannesburg. Met een cast van zeven lokale muzikanten nam de in 1984 in Londen geboren blazer een album op dat niet zozeer een Zuid-Afrikaanse of een Engelse sfeer ademt, als wel een universeel karakter heeft. De leider klinkt hier beheerst; hij gebruikt weinig vibrato, zijn sound is traditioneel en puur. In het nummer 'Give Thanks' echoot een Albert Ayleriaanse geëxalteerde zangerigheid. Samen met vocalist Siyabonga Mthembu trekt hij in 'Mzwandile' unisono lijnen, zó scherp geëtst dat ze wel gelezen moeten zijn. Mthembu duikt her en der in nummers op, gelijk een dwalend spook.

Buiten Hutchings is de belangrijkste muzikant hier bassist Ariel Zamonsky (de enige wiens achternaam niet met een B begint). Hij is een belangrijke vormgever van de muziek en de primus inter pares van de ritmesectie. Zijn lijnen zijn onverbiddelijk. In 'The Sea' genereert hij samen de saxen een deining waar je je gaarne aan overgeeft. Ook in het onderdeel 'trance' heeft hij een aandeel.

Misschien is het werk van Shabaka Hutchings in de Sons Of Kemet en The Comet Is Coming wel sterker, expressiever. Nochtans lijkt mij 'Wisdom Of The Elders' een belangrijke mijlpaal voor de ontwikkeling van deze belangwekkende saxofonist. Code Oranje.

Klik hier om vier tracks van dit album te beluisteren: 'Mzwandile', 'Joyous', 'The Observer' en 'Natty'.

Labels:

(Eddy Determeyer, 26.1.17) - [print] - [naar boven]



Concert
Perfect samenspel

Larry Goldings / Peter Bernstein / Bill Stewart, maandag 16 januari 2017, De Singer, Rijkevorsel

De titel 'The best organ trio of the decade' krijg je natuurlijk niet zomaar. En al helemaal niet van de New York Times. Dan moet het wel bijzonder zijn. En ja, dat is het trio rondom Hammond-organist Larry Goldings ook wel. Dat de drie heren - met naast Goldings drummer Bill Stewart en gitarist Peter Bernstein - reeds sinds halverwege de jaren 90 samenspelen, betaalt zich uit. De nummers glanzen stuk voor stuk van perfectie, waarbij vooral het hechte groepsgeluid opvalt en het enorme grote gevoel voor structuur en vorm. Goldings en Bernstein wisselen elkaar af met solo's, waarbij Bernstein meestal begint en Stewart beduidend meer doet dan het ritme verzorgen. Met zijn pakkende drumspel steelt hij menigmaal de show.

Vernieuwend is het allerminst wat hier gebeurt; eerder wordt hier de traditie van de jaren 50 en 60 verder doorgetrokken. Maar dan wel op een bijzonder hoog niveau. In het concert, bestaande uit deels eigen nummers en een paar standards, laat dit trio horen vooral te excelleren in de uptempo stukken. Als Goldings en Bernstein elkaar afwisselen, aanvullen en soms naar de kroon steken en Stewart met zijn spannende, opwindende korte drumsolo's voor welkome afwisseling zorgt. Nummers als 'Jive Coffee', 'Fagan' en 'Simple As That' getuigen hiervan.

De gespeelde standards zijn eveneens goed gekozen. Het ingetogen 'Reflections' van Thelonious Monk vormt daarbij ook een uitzondering op het hierboven gestelde. Het ingetogen gitaarspel van Bernstein, dat zich langzaam ontvouwt, kleurt mooi bij Stewarts brushesspel en het zacht ruisende orgel van Goldings en vormt daarmee de perfecte ballade. Opvallend is ook - en niet alleen hier - hoe weinig Goldings nodig heeft om zijn boodschap over te brengen. Het vormt een boeiend contrast met het gitaarspel van Bernstein. Zo los, bijna terloops als Goldings speelt, zo zorgvuldig en gedetailleerd klinkt Bernstein.

Ook 'I’m In the Mood For Love' van Jimmy McHugh krijgt hier een bijzondere uitvoering en valt verder op vanwege de solo van Stewart. Met zijn brushes klinkt deze subtiel en dynamisch tegelijk. En dan die overgang waarbij Goldings de melodie weer overpakt. Fenomenaal en een voorbeeld van perfecte timing. Als toegift volgt nog 'Django' van John Lewis. Zo dicht bij Frankrijk vindt Goldings een hommage aan deze gitarist wel op zijn plaats. Het nummer klinkt totaal anders dan de rest van de set, maar ook hier weet dit trio zijn kwaliteiten te laten gelden. Vooral Bernstein schittert hier als een bijzonder veelzijdige en fijnzinnige gitarist.

Foto's: Louis Obbens

Labels:

(Ben Taffijn, 25.1.17) - [print] - [naar boven]



Cd / Jazztube
Einzelgänger – 'Musica Gymnastica' (eigen beheer, 2016)


WAARSCHUWING!

Gebleken is dat dit product bij onzorgvuldig gebruik schade kan toebrengen aan het gehoor, het hart en in sommige gevallen ook de hersenen. Deze klachten zijn evenwel van voorbijgaande aard.

Dierenvrienden moeten erop verdacht zijn, dat het eerste nummer, 'Koppie Krauw', over een bijzonder levendig exemplaar gaat, dat onwelvoeglijk taalgebruik niet schuwt. Anderen zullen in dit werk eerder een poging zien een Senegalese hofkapel uit 1848 te evoceren. Diezelfde gebruikers kunnen constateren dat het nummer erna, 'Wenn 3 Einzelgänger Den Blues Haben', een variant is op een compositie van de toondichter T. Monk, die zoals bekend mag worden verondersteld eveneens de blues had. 

De discussie over de betekenis van het nummer 'Flyte' is nog gaande. Wij hebben begrepen dat er gebruikers zijn die hiervan spontane visioenen kregen van uitgestrekte, hen onbekende tuinderijen en bosschages, waar men zich in flarden grondmist en doorbrekend zonlicht kan vermeien. Er is ook gewezen op de mogelijkheid, dat de titel slaat op een aangename sensatie juist boven het wolkendek. Alle gebruikers waren eensgezind in hun mening dat het effect slechts tijdelijk werkte. Een enkeling heeft daar zelfs zijn teleurstelling over geuit. 

Hoe men ook over het product denkt, men zal moeten toegeven dat de makers een degelijke christelijke opvoeding hebben genoten, getuige hun 'Einzel Hymne'. Rooms-katholieken kunnen, op vertoon van hun doopbewijs, hier een volle aflaat bekomen.

De bedrijfsarts wijst op het gevaar dat men dit product beluistert terwijl men juist getafeld heeft en zich een moment op de bank terug wil trekken om energie voor de rest van de avond op te doen. In zulke gevallen raadt hij de gebruiker met klem aan thans het toestel uit te schakelen. Wegens een betreurenswaardig technisch misverstand is het dynamisch contrast in het laatste nummer, 'Surfer Girl', dermate groot en plotseling dat de gebruiker er oorsuizingen, hartritmestoornissen en steken in het hoofd aan kan overhouden. Doch zoals hierboven reeds is aangegeven, hebben deze ongemakken een tijdelijk karakter.

De Directie
(w.g. E. Determeyer)

Werkzame bestanddelen: Louk Boudesteijn - trombone, Anton Goudsmit - gitaar, Nils van Haften - rieten.

Labels:

(Eddy Determeyer, 24.1.17) - [print] - [naar boven]



Concert
Een prachtige ode aan Rotterdam

New Rotterdam Jazz Orchestra, vrijdag 13 januari 2017, Paradox, Tilburg

Voor de vijfde keer op rij, het begint reeds een aardige traditie te worden, het nieuwjaarsconcert van het New Rotterdam Jazz Orchestra in Paradox, Tilburg. Na vier jaar met een gastsolist dit concert verzorgd te hebben, speelt het orkest nu het eigen repertoire. En wat voor repertoire! Als variatie op de beroemde Zeeland Suite componeerden de leden afgelopen zomer de Rotterdam Suite. Niet zomaar. De reden was 75 jaar wederopbouw en dat vraagt om een feestje. Welnu, dan ben je bij dit orkest aan het goede adres, het speelplezier knalt ervan af. En verder zijn de composities die de Rotterdam Suite vormen stuk voor stuk zeer melodieus en vol muzikale afwisseling. Composities die de bruisende, multiculturele stad die Rotterdam is alle eer aandoen.

De twaalfkoppige bezetting is daarbij van grote waarde. Met vijf keer koper, vier keer rieten en een ritmesectie kun je een prachtig, vol geluid neerzetten. Wat dan ook regelmatig gebeurt. Maar de solo's zijn evenmin te versmaden. Die van gitarist Reinier Baas in 'Wall Relief', te midden van de zacht wiegende rieten; die van trombonist Louk Boudesteijn in 'Aqua Popolus', vergezeld door zachte zang door de overige leden en die van Miguel Boelens op altsax en Rob van de Louw op trompet in 'Waar Een Trein Mij Heen Leidt', dat in een arrangement is gegoten dat wel wat aan de jaren twintig van de vorige eeuw doet denken. Andere nummers haken eveneens aan bij de geschiedenis van de jazz. Zo is de ode aan de nieuwe markthal, 'Cornucopia', duidelijk schatplichtig aan de swing, mede dankzij het ritme - het is niet voor niets geschreven door drummer Mark Schilders - en wanen we ons in 'De Laurentius Kerk' tussen een fanfare, inclusief opwekkende trompet en maatslaande drummer. En dit alles voordat een contemplatieve fase zijn intrede doet, het gaat tenslotte over de kerk. Lang kan dat met dit orkest natuurlijk niet duren en een pittig duet Baas–Oswald (tenorsax) brengt ons dan ook al snel in andere sferen.

Naast de Rotterdam Suite komen een aantal andere stukken voorbij. Zij hebben hun geschiedenis in een van de andere groepen waarin de leden van het New Rotterdam Jazz Orchestra spelen. 'Camels' van Bart Wirtz, hier met een vurige solo van Tini Thomsen op baritonsax; 'Waterboarding' van Boudesteijn met een al even opwindende solo van Boelens op tenorsax en het intieme 'Untold Story' van bassist Johan Plomp, met een prachtig basloopje en een ten hemel schreiende tubasolo van Frans Cornelissen.

Afsluiten doen we met 'Oso', Surinaams voor 'thuis'. Trompettist Jan van Duikeren brengt hiermee een stevig gekruid eerbetoon aan het multiculturele Rotterdam en de Surinaamse afdeling in het bijzonder. Want dat is wat de stad zijn thuis maakt. Niet de gebouwen, maar de mensen. Het is maar dat u het weet!

Foto's: Louis Obbens

Labels:

(Ben Taffijn, 22.1.17) - [print] - [naar boven]



Cd
Pitch Plot 4 - 'Big Eyebrow' (Zennes, 2016)

Opname: mei 2015

Dat het samen maken van een album niet altijd vanzelf gaat, is ons wel bekend. Illustere grootheden als Charles Mingus en Miles Davis jaagden menig medemuzikant in de gordijnen en stonden bekend om hun woede-uitbarstingen en sterallures. Het kan ook anders. Fluitist Jeroen Pek gewaagt ervan in een beschouwing over zijn collega's waarmee hij Pitch Plot 4 vormt. Energie, plezier, wederzijds respect, nieuwsgierigheid en een open blik is wat toetsenist Christian Pabst, drummer Onno Witte en bassist James Cammack naar eigen zeggen met hem delen. Het maakte de tour door Nederland, Frankrijk en Spanje in mei 2015, waarvan de opnames op 'Big Eyebrow' terecht zijn gekomen, duidelijk tot een genoegen.

Mooi, fijn voor deze heren. Maar horen we dat ook terug op dit album? Levert het een goede plaat op? Want daar gaat het tenslotte om. Het antwoord is positief. Het is allereerst een album geworden waarin het groepsgeluid centraal staat. Hier geen dominante ego's die zo nodig de show moeten stelen. Gesoleerd wordt er, maar altijd in dienst van de compositie en geplaatst in een duidelijke context. En ze klinken alle vier zeer energiek en enthousiast. Dus ja, daar kun je zeker aan merken dat de heren het goed met elkaar kunnen vinden.

Een vernieuwend en trendsettend project is Pitch Plot 4 niet. Dat pretenderen ze ook niet. Het is veeleer Peks missie om een groot en gevarieerd publiek aan te spreken. Dus op dit album geen gepiep, geknars en anderszins (on)welkome dissonanten. Integendeel, wat we hier horen valt meer in de categorie opgewekte kamerjazz met een exotisch scheutje. En op een aantal momenten wordt duidelijk de grens met de pop gepasseerd. Muziek ook waarin de melodie voorop staat en de musici een verhaal vertellen met een kop een staart. En daar is niets mis mee.

Om het geheel spannend te houden, wordt op een aantal momenten het instrumentarium wat aangepast. Cammack stapt dan over op de elektrische bas en Pabst haalt de Fender Rhodes erbij, waardoor 'Flabbergasted' een flinke funk- en jazzrockinjectie krijgt. Het vormt een welkome afwisseling. Wat overigens ook geldt voor 'Super Sellam', een nummer van slagwerker Witte dat uit een zorgvuldige en redelijk ingetogen drumsolo bestaat.

Een zeer afwisselend album dus, voor een breed publiek van een kwartet dat hier laat horen waar een goede onderlinge verstandhouding toe kan leiden.

Klik hier om dit album te beluisteren via players van VPRO's Vrije Geluiden.

Foto: Cees van de Ven

Labels:

(Ben Taffijn, 19.1.17) - [print] - [naar boven]



Jazzradio
Jazz Rules #108


In deze aflevering van dit onvolprezen radioprogramma hoor je muziek van de Zwitserse pianist en componist Nik Bärtsch. Hij speelt aanstaande vrijdag op het Brussels Jazz Festival in Flagey en zaterdag in de Handelsbeurs met zijn band Mobile (Extended).

Drummer Lionel Beuvens komt in de studio bij Dirk Roels het nieuwe album Lionel Beuvens MOTU, 'Earthsong', voorstellen.

Drifter, het vroegere Alexi Tuomarila Quartet, start deze week zijn tournee met JazzLab Series. Je hoort werk uit hun recentste plaat 'Flow'. Verder besteedt Jazz Rules veel aandacht aan het Brussels Jazz Festival, met muziek van onder andere Yaron Herman Trio, Brussels Jazz Orchestra featuring Bert Joris en nog veel meer!

Klik hier om Jazz Rules #108 te beluisteren.

Labels: ,

(Maarten van de Ven, 18.1.17) - [print] - [naar boven]



Concert
Meester van de minzaamheid

Fred Hersch, zondag 11 december 2016, De Roma, Borgerhout

Als pianist Fred Hersch de faam die hij de voorbije dertig jaar opbouwde ergens aan te danken heeft, dan is het ongetwijfeld zijn liefde voor de songs, voor het klassieke jazzrepertoire dat hij als geen ander heeft verkend. In de liner notes voor 'Horizons' (1985), het debuutalbum van de toen dertigjarige pianist, liet hij al optekenen: "I like the concept of a repertory album," says the pianist, who admits to being "a tune freak".

Het werd gaandeweg Hersch' handelsmerk, iets dat hij uitwerkte met een elegantie die snel een synoniem voor zijn naam werd. In dezelfde liner notes schuift hij onder meer Bill Evans, Monk, Wynton Kelly en Paul Bley naar voor als invloeden, en dat hoor je tot op vandaag in zijn spel. Hersch is niet de man van de blues en de vitale expressie, maar van het raffinement, de gedoseerde en compacte verkenning van het bronmateriaal. Beschouwen sommige collega's dat als een springplank om hun fantasieën op bot te vieren, dan blijft het (respect voor het) origineel vooropstaan bij Hersch. Het leverde al pracht op die menig componist zou doen zwellen van trots.

Hersch zou na dat debuut een resem albums opnemen als eerbetoon aan een reeks grote namen. Dat deed hij onder andere met werk van Rodgers & Hammerstein, Antônio Carlos Jobim en Monk, dus het is geen verrassing dat er werk van die iconen in De Roma passeerde, met het stukje Monk zoals gewoonlijk achteraan in de set. Ook opvallend bij het binnenkomen: Hersch had geen zin om op het hoge podium te zitten, waardoor de piano achteraan de zaal op een verhoog werd opgesteld en het publiek plaatsnam aan de andere kant, wat meteen zorgde voor een kleinere afstand en meer intimiteit, iets dat dit concert alleen maar ten goede kwam.

Vanaf het tweeluik 'Olha Maria'/'O Grande Amor' (Jobim) werd immers duidelijk dat je geen grootse gebaren moest verwachten, dat er geen snelheid- of volumerecords zouden sneuvelen. Van meet af aan voelde je dat Hersch een pianist is die evenveel werd beïnvloed door klassieke componisten en jazzkleppers (Brahms en Bach zijn al net zo cruciaal als Hancock en Hines), en binnen schijnbaar nauwe afbakeningen weet hij het potentieel bijzonder fraai uit te buiten. Dat gebeurt dan zonder poeha, waardoor je nooit geconfronteerd wordt met bruuske stijlbreuken. Nee, je krijgt te horen hoe sluimerende melodieën langzaam openbloeien en thema's gestaag aan het dansen slaan. Het is dan geen uitbundige dans, geen gezwier met lijf en leden, maar zacht getrippel, soms met de schuchterheid van nieuwe danspartners. Vol passen die schijnbaar achteloos, als in een onbewaakt moment, gezet worden.

Zoals gewoonlijk passeerde ook wat eigen werk, zoals 'West Virginia Rose', een eerbetoon aan zijn moeder en grootmoeder, en 'Down Home', een stuk voor oude metgezel Bill Frisell. Uit beide stukken, die naadloos in elkaar overvloeiden, sprak een warme tederheid, waarbij de pianist heel even in het vaarwater van Randy Newman leek te belanden. Pop hoeft immers geen vies woord te zijn, en iets later volgde ook nog een bedwelmend mooi 'Both Sides Now' van Joni Mitchell, een liefde van voor de jazz. Noten dwarrelden even als sneeuwvlokken die smolten voor ze goed en wel geland waren. Delicaat en teder, maar nooit melig. En al helemaal niet goedkoop.

Hersch speelde ook een handvol stukken uit zijn recente trioplaat, waarbij het vooral opviel dat eigen compositie 'Serpentine' de hoekigheid van de trioversie had ingeruild voor een veel gaver, meer gestroomlijnd parcours, en Kenny Wheelers lijfsong 'Everybody’s Song But My Own' uitgroeide tot een hoogtepunt. Zelden klonk zwier zo ingetogen, met slechts een paar kleine barokmomenten bij de verkenning van het thema. Iets later buitelde en trippelde hij speels door Ellingtons 'Caravan' en werden korte spurtjes getrokken in een vief 'It Might As Well Be Spring'. Het ene moment zat je te glimlachen bij een speelse vlucht, iets later was het wegdromen bij de romantiek van een cocktailpianist. Maar dan wel een van de best denkbare.

Kortom: het was geen concert van baldadigheden, van opwippen in je stoel en collectief door het lint gaan. Integendeel: dit was op sleeptouw genomen worden door een meester van de minzaamheid en de sierlijke penseelstreek. Wat je kon bij verzuchten bij 'Valentine', eerste toegift en een van zijn eigen klassiekers, kon dan ook gelden als slotconclusie: Hersch, de man van de klasse die het allemaal zo gemakkelijk en vanzelfsprekend doet klinken, blijft imponeren en nooit gaat vervelen.

Deze recensie verscheen ook op Enola.be

Concertfoto's: Geert Vandepoele

Labels:

(Guy Peters, 17.1.17) - [print] - [naar boven]





Cd's
Perelman/Berger/Cleaver - 'The Art Of The Improv Trio, Vol. 1' (Leo, 2016)

Opname: mei 2016
Perelman/Maneri/Dickey - 'The Art Of The Improv Trio, Vol. 2' (Leo, 2016)
Opname: augustus 2015
Perelman/Shipp/Cleaver - 'The Art Of The Improv Trio, Vol. 3' (Leo, 2016)
Opname: juli 2015
Perelman/Parker/Cleaver - 'The Art Of The Improv Trio, Vol. 4' (Leo, 2016)
Opname: maart 2016
Perelman/Morris/Cleaver - 'The Art Of The Improv Trio, Vol. 5' (Leo, 2016)
Opname: juli 2016
Perelman/Morris/Cleaver - 'The Art Of The Improv Trio, Vol. 6' (Leo, 2016)
Opname: juli 2016

Onder de overkoepelende titel 'The Art Of The Improv Trio' bracht tenorsaxofonist Ivo Perelman bij Leo Records onlangs maar liefst zes(!) cd's uit. Iedere cd in een andere samenstelling, met als rode draad het kenmerkende spel van Perelman zelf en het slagwerk van Gerald Cleaver, die op vijf van de zes albums acte de présence geeft.

Perelmans spel komt op deze uitputtende set in al zijn facetten naar voren. Het wortelt duidelijk in de traditie van Hawkins, maar ook in die van Ayler en Coltrane, en voegt daar nog het zijne aan toe. Bijzonder bij Perelman is zijn klankkleur: doortastend, indringend en het complete spectrum beschrijvend van romantisch tot fel en rauw. En slechts weinigen bestrijken het complete register van de tenorsax zoals Perelman dat doet; razendsnel manoeuvrerend tussen de diverse toonhoogtes, van ijselijk hoog tot diep grommend laag. En dat alles met een enorme intensiteit, die regelmatig door merg en been snijdt.

Op Volume 1 is het pianist Karl Berger die het trio met zijn puntige, uitgebeende, maar evengoed poëtische spel completeert. Cleavers bijdrage is op dit album uiterst beperkt, wat vooral Perelman in staat stelt zijn kunsten optimaal te vertonen. Vanzelfsprekend bepaalt de derde man en zijn instrument voor een belangrijk deel het geluid van het trio. Op Volume 2 is deze derde man altviolist Mat Maneri, naast drummer Walt Dickey. De tweede cd is daarmee de enige waarop Gerald Cleaver niet meedoet. Het meest opvallende op dit album is het samenspel van Perelman en Maneri. Vooral als Perelman uitwijkt naar het hoge register zijn de twee bijna niet van elkaar te onderscheiden. En door het spel van Dickey is dit een van de meer ritmische albums van deze collectie.

Op Volume 3 is de derde man weer een pianist. Deze keer Matthew Shipp. En als we dit album vergelijken met het eerste, dan valt op hoe anders de toon is. Want zo puntig en minimalistisch als Berger speelt, zo melodisch en vooral ritmisch speelt Shipp. Daarmee ook Perelman en Cleaver bewegend tot al even ritmisch en soms ook heftig musiceren. Het maakt deze cd tot een van de spannendste van de set.



En daar hebben we dan de eerste bassist; op Volume 4 worden Perelman en Cleaver vergezeld door William Parker. Dit album bestaat uit twee korte stukken en één bijzonder lang, van ruim veertig minuten. En juist hier, in dit lange stuk glorieert Perelman in onnavolgbare frases, opgezweept door de stomende ritmes van Cleaver / Parker. Dit nummer, simpelweg 'Part 2' geheten – op alle albums zijn de nummers op deze wijze van titels voorzien – vormt beslist een van de hoogtepunten van deze set.

Op de laatste twee delen horen we Joe Morris als derde man. Op Volume 5 als gitarist en op cd 6 als bassist. Vooral dat vijfde schijfje is zeer de moeite waard. Perelman, Morris en Cleaver gaan hier een vaak doorleefde dialoog aan, met als hoogtepunten wederom 'Part 2', waarin Perelman een ongekende intensiteit bereikt met zijn instrument, waarmee hij consequent de hogere registers verkent; 'Part 4', waarin het experiment voorop staat in een serie felle uitbarstingen, die uitmonden in een eclatante solo van Morris en 'Part 6' waar de drie als volleerde acrobaten over elkaar heen tuimelen en waarin we een van de weinige drumsolo's van Cleaver tegenkomen.

Volume 6, de enige plaat die live is opgenomen, bestaat bijna geheel uit 'Part 1', dat ruim 42 minuten in beslag neemt. Tomeloze energie, nog versterkt doordat het allemaal voor publiek plaatsvindt, wordt hier ons deel. Morris en Cleaver zorgen hier voor een niet te stuiten ritme en Perelman laveert hier op grootse wijze tussendoor, meesterlijk wisselend tussen hoog en laag. En dan die solo van Morris, we zijn dan bijna tien minuten op weg, waarbij hij zijn strijkstok gebruikt en zo een duistere, dramatische klank produceert, ondersteund door Cleavers ritmische spel.

Laten we maar besluiten met Perelmans eigen woorden over deze set: "But it's all the same saxplayer, that's constant. And it is an incentive to growth, to have such brilliant musicians reacting to one dominant voice. So I decided to make it a method: The Art Of The Improv Trio."

Labels:

(Ben Taffijn, 15.1.17) - [print] - [naar boven]



Concert
Met brave boogies het nieuwe jaar in

Nieuwjaarsconcert met Eeco's Jazz & Boogie Express, zondag 1 januari 2017, De Hertenkamp, Assen

In de handen van Frank Robberscheuten is de tenorsaxofoon zo licht als een veertje. Hij heeft de Lester Young-Stan Getz School met goed gevolg doorlopen en met zijn bescheiden ronde geluid swingt hij subtiel, maar hij swíngt. En helemaal akoestisch, just like the doctor ordered. Met bassist Alex Milo speelde hij 'You’d Be So Nice To Come Home To' als een verstild duet, als een soort smeekbede tegen beter weten in, zoiets. En dat paste dan weer precies in de ambiance van de Nieuwjaarsbijeenkomst van de Jazzclub Assen. Want achter mij werd met verve verhaald van poes Pieternel die pas 's middags was teruggevonden in de wijnkelder en van het Skypegesprek met zoon Herbert die in Nieuw-Zeeland zit, waar het 23 graden is. Tenminste, als ik het goed gevolgd heb. Men zal begrijpen dat de medewerking van dit grijze Griekse koor De Hertenklamp op dit soort momenten in een jodenkerk veranderde. Maar alla, op de voorste rij was het discrete discours van sax en bas goed te volgen. En live is en blijft nu eenmaal levendig. Bovendien nam Robberscheuten in 'Lady Be Good' revanche door zijn klarinet tot in de verste uithoeken te laten snerpen.

Nu had het gebodene als geheel ook een ingetogen karakter. Amos Milburn had de Classic Jazz & Boogie Express gemist, maar Jimmy Yancey was aan boord. In de geest dan - of hoorde ik toch diens 'Sweet Patootie'? Behalve Yancey is Albert Ammons duidelijk favoriet van pianist Eeco Rijken Rapp. Doch het gewicht van Ammons bezit die niet, qua postuur noch qua power. 'Caldonia' kreeg een uitgesproken tamme uitvoering. In 'Wait ’Til The Sun Shines, Nellie' maakte de pianist van de nood een deugd door in een onmogelijk tempo, ergens tussen ballad en medium in, onbehoorlijk te swingen en zijn Express (lees Choo Choo) met hem. Hier ging de saxofonist zowaar een potje honken. Het geheel bleek meer dan de som der delen. Drummer David Herzel wiegde de band met zijn soepele bekkens comfortabel – maar in zijn soli zit teveel boem-boem. Met zijn meegehumde solo's zei Alex Milo gedag tegen Major Holley.

In de laatste set zong Mary Veldkamp, Assen's First Lady of Jazz, nog twee nummertjes mee. Toen Eeco Rijken Rapp 'Cheek To Cheek' naar haar smaak een beetje te slijperig inzette, werd hij door Veldkamp onmiddellijk teruggefloten met "lekker een beetje dansbaar". Aldus geschiedde.

Concertfoto's: Hans Mijsbergh

Labels:

(Eddy Determeyer, 15.1.17) - [print] - [naar boven]



Nieuws
Stad Antwerpen en VRT verzekeren toekomst Jazz Middelheim


De stad Antwerpen neemt de praktische organisatie van Jazz Middelheim op zich. Daarnaast zal de stad het festival als merkversterkend evenement ondersteunen, zowel logistiek als op het vlak van communicatie en marketing.

In 1969 organiseerde de toenmalige Belgische Radio- en Televisieomroep (BRT) - de voorloper van de VRT - voor het eerst Jazz Middelheim. Oorspronkelijk in het Middelheimpark, later in park Den Brandt. Bij al die edities verleende de stad Antwerpen haar medewerking en zorgde ze voor financiële en logistieke ondersteuning. Op die manier konden over de jaren heen duizenden muziekliefhebbers gedurende meerdere dagen de grote namen van de jazzwereld aan het werk zien. Naast internationale bekendheden stonden er steevast verschillende Belgische artiesten op het programma. Het festival, waarop alle jazzstromingen aan bod komen, bouwde daarmee een internationale uitstraling en uitstekende reputatie op.

Na 35 succesvolle edities van Jazz Middelheim neemt de stad Antwerpen de fakkel nu over van de VRT. De openbare omroep zal het festival blijven ondersteunen. Klara zal het festival blijven coveren en live uitzenden vanaf het festivalterrein. De praktische organisatie van het evenement draagt VRT over aan de stad en de vzw Jazz en Muziek. De stad is daarnaast ook eigenaar van de locatie waar het evenement plaatsvindt. "Dankzij deze overeenkomst is een mooie toekomst verzekerd en blijft Jazz Middelheim de baken en het ankerpunt van de Belgische jazz. De stad helpt zo verder bouwen aan de eigen jazzscene met plaats voor onze eigen muzikanten, plaats voor vernieuwing en een opstap naar het grote publiek", zegt Schepen voor Cultuur Caroline Bastiaens. "Het festival richt zich niet alleen tot de echte jazzliefhebbers, maar blijft zich expliciet profileren als een open, cultureel familiefeest met een gemoedelijke en ongedwongen sfeer."

Foto: Bruno Bollaert

Labels: ,

(Maarten van de Ven, 14.1.17) - [print] - [naar boven]



Concert
All Ellington – en een beetje Boeren

donderdag 29 december 2016, Bimhuis, Amsterdam

Met enig misprijzen zat een oudere Ellingtonfan naar het drumwerk van Michael Vatcher te kijken. Nochtans hield die zich voor zijn doen donderdagavond rustig. Ook de slagwerkers van pianist, componist en bandleider Duke Ellington bleven doorgaans in de luwte. Voor Sonny Greer was het niet elke avond Oudjaarsfeest, zoals bij het orkest van Benny Goodman, met de zwetende en opzwepende Gene Krupa achter de ketels. Maar anders dan Greer heeft Vatcher er een handje van de ritmische flow te breken met bokkige zijsprongen en impulsieve interjecties. Dat is natuurlijk het hele eieren eten: All Ellington is een Nederlands orkest – al is het merendeel van de muzikanten niet hier geboren. Dat houdt in dat de inspiratiebronnen minstens tweeledig zijn. De Ellington-canon én de impro-traditie zoals die in Nederland en de rest van Europa de afgelopen vijftig jaar vorm heeft gekregen.

In de ritmesectie was dat nog het duidelijkst. Bij pianist Oscar Jan Hoogland zul je vergeefs speuren naar sporen van Ellingtons elegante, verfijnde melodievorming. Hoogland is meer van de ritmische accenten en de gehamerde herhalingen. Maar hij weet ook rechtstreeks echte melodieën te ontlokken aan het binnenwerk van de vleugel. De meesten van zijn klaviercollega's houden zich wat dat betreft bij het plaatsen van al dan niet grappige accentjes.

Een compositie als 'Strange Feeling' werd voorafgegaan door piepjes en knarsjes die je typisch Europees zou kunnen noemen en werd uiteindelijk ook weer ontbonden in losse pixels. Maar het arrangement daartussenin was wonderschoon. Iets dergelijks gold voor het merendeel van het gespeelde materiaal. Cornettist en leider Eric Boeren had de handicap dat hij slechts zes blazers tot zijn beschikking had, in plaats van Ellingtons dertien of veertien krachten. Maar Duke kon natuurlijk ook prima een compleet orkest toveren uit drie of vier blazers. Incidenteel gebeurde dat hier ook, het laten samensmelten van rieten en koper.

Ellington had op zijn concerten ook altijd ruimschoots ruimte ingeruimd voor zijn solisten, in de vorm van specifieke concerto's. Die ontbraken in het Bimhuis, al werd er uiteraard wel gesoleerd. Boeren zelf was te horen in een lange solo met demper, maar de solist die de meeste indruk maakte was baritonsaxofonist Giuseppe Doronzo. Zoals Harry Carney bijna een halve eeuw de hoeksteen van de Ellington-band was, zo domineerde ook Doronzo All Ellington. Een duidelijk geval van reïncarneyatie. Tot en met het circulair geblazen coda van 'Sophisticated Lady'. Griezelig, hoor. De rietsectie, met Gideon Tazelaar en Natalio Sued, maakte sowieso de meeste indruk. Mooi romig, mooi homogeen, mooi van coloriet en mooi zacht, als het arrangement dat eiste. Die microfoons die erbij stonden maakten niet zoveel uit: de band bepaalde zijn balans akoestisch – lekker ouderwets.

Dat er een contingent echte Ellingtonkenners in de uitverkochte zaal zat had te maken met de bijeenkomst, eerder op de dag, van de fanclub.

De Dutch Ellingtonians, op volle sterkte doen er ook zeven Belgen mee, zijn een jaar geleden op initiatief van Louis Tavecchio en Piet Schilte opgericht. Simpel omdat het uiterst plezierig is je liefde voor de heilige hertog met andere aanbidders te delen. Zo luisterde een select gezelschap in een zaaltje net buiten Amsterdam naar elkaars ontboezemingen, herinneringen en inzichten. Tenorsaxofonist Ad Oud legde uit hoe hij spelenderwijs steeds dichter bij de kern van 'All Too Soon' komt. Het gezelschap luisterde naar uitvoeringen van Ellingtons composities door Simon Rattle en Joe Jackson en keek naar de Duke aan de Côte d'Azur en in Parijs. Met close-ups van altsaxofonist Johnny Hodges, die de beste oogjes van de business had. Daar in die spleetjes hield hij alles in de gaten: de leider, zijn medeblazers, alle mooie dames in de zaal.

Alvast voor uw nieuwe agenda: Duke op het Diemerplein, in Diemen, op 11 juni. En Louis Tavecchio presenteert Ellington dinsdag om de veertien dagen op de Concertzender. Alle inlichtingen omtrent de activiteiten van de Ellingtonians: contacteer Piet Schilte.

Foto's: Maarten van de Ven & Cees van de Ven

In de Jazztube hierboven zie en hoor je All Ellington live in Zaal 100, Amsterdam, op 17 december 2015. Ze spelen 'The Village Of The Virgins'.

Labels:

(Eddy Determeyer, 13.1.17) - [print] - [naar boven]



Vooruitblik
Jazztalks: praten over de liefde voor jazz


De Lindenberg presenteert in samenwerking met saxofonist/componist Bo van de Graaf een serie gesprekken over jazz. De serie start op vrijdag 13 januari 2017 om 20.15 uur in de Lindenberg. De andere Jazztalks vinden plaats op vrijdag 10 februari en vrijdag 10 maart 2017.

In Jazztalks nemen twee bijzondere gasten elkaar en het publiek mee in hun persoonlijke fascinatie voor jazzmuziek. Samen spitten ze door hun eigen lievelingscollectie aan platen, cd's en filmfragmenten, brengen live muziek ten gehore en leggen de ziel van jazz als energieke en experimentele muziekvorm bloot. De duo's bestaan uit een jazzmuzikant en een jazzprogrammeur, criticus of liefhebber. De serie is bedoeld voor iedereen die op een andere manier wil luisteren naar de muziek en nieuwsgierig is naar persoonlijke verhalen over liefde voor jazz.

Rietblazer Joris Roelofs en journalist Bert Vuijsje bijten het spits af op vrijdag 13 januari 2017. Roelofs speelde met bekende jazzmusici zoals Brad Meldau en James Carter. Hij ontving diverse prijzen en maakte compositieopdrachten voor onder andere het North Sea Jazz Festival 2016. Vuijsje schrijft sinds 1962 over jazzmuziek, onder meer voor De Volkskrant, als columnist in Jazzism en als redacteur van Jazz Bulletin. Hij ontving diverse onderscheidingen voor zijn bijzondere journalistieke prestaties.

Op vrijdag 10 februari spreken fluitist/componist Ronald Snijders en muziekprogrammeur Marcel Roelofs met elkaar. Snijders maakte reeds 50 cd's en platen, waarop zijn Surinaamse roots verweven zijn met jazz. Hij trad over de hele wereld op en werkte samen met Willem Breuker en Theo Loevendie, het Metropole Orkest en de Dutch Jazz Orchestra of the Concertgebouw. Roelofs is verwoed ambassadeur van de nieuwste stromingen in de jazz en impromuziek. Hij organiseert de festivals ZomerJazzFietsTour en Les Trois Jours, maakte radioprogramma's en was de impresario van onder anderen Sean Bergin.

Op vrijdag 10 maart zijn jazzmuzikant Pieter Douma en acteur/trompettist Hans Dagelet te gast bij Jazztalks. Douma is actief in het grote gebied tussen jazz en pop en speelt in eBraam, roots-improvisatieorkest BGUTI en het roots/rockproject Any Vegetable. Dagelet is als trompettist actief en speelde met Vera Vingerhoeds en recenter bij Spinvis. Hij is zo bevlogen van jazz dat hij zijn kinderen namen gaf van jazzmusici: Mingus, Tatum en Charlie Chan.

Klik hier voor meer informatie over de serie Jazztalks.

Foto: Cees van de Ven

Labels:

(Maarten van de Ven, 12.1.17) - [print] - [naar boven]



Cd's / Tapes
Kabas - 'Abel' (El Negocito, 2016)

Jukwaa - 'Harbinger Of Imminent Ruin' (El Negocito, 2016)
Jan Daelman, Dirk Serries & Thijs Troch - 'Daelman/Serries/Troch' (Tombed Visions, 2016)

Jan Daelman en Thijs Troch. We kennen de beide heren van het duo Keenroh en het daaruit voortgekomen Keenroh XL, waarin ze bewezen het vak van de vrije jazzimprovisatie, ondanks hun nog jonge leeftijd, reeds op hoog niveau te beheersen. Vooral het debuut als duo, met die subtiele combinatie van piano en fluit, was een schot in de roos. De heren hebben echter meer in hun mars, zo bleek de afgelopen maanden.

In Kabas vinden we ze in goed gezelschap van bassist Nils Vermeulen en drummer Elias Devoldere en op hun gezamenlijke album 'Abel' staat, evenals bij Keenroh het geval is, het experiment centraal. In het nog geen twee minuten durende 'Gilles' horen we Daelman wonderlijke, maar ook onheilspellende geluiden uit zijn fluit puren, waarna de rest van het kwartet bijvalt in een chaotisch klinkende constellatie. In 'Monocle' gaat het er wat beheerster aan toe. Hier staat het klankonderzoek centraal. Vermeulen laat zijn bas vervaarlijk krassen en Daelman wijkt hier uit naar de onderste regionen van zijn klankpalet. Dit terwijl Devoldere en Troch hier zorgen voor meer dan accenten om tot een spannend geheel te komen. 'Ex Id 3' levert ons een onstuimig om zich heen slaande Devoldere in duet met Vermeulen, die hier om het contrast te vergroten de strijkstok hanteert en een bijna klassiek geluid produceert.

Voor Jukwaa ging Troch vreemd, want maatje Daelman is hier niet van de partij. Wel Vermeulen. En de rest van de line-up verraadt dat het hier om wat steviger muziek zal gaan. Zo kennen we saxofonist Otto Kokke van Dead Neanderthals en zijn gitarist Jonas Van den Bossche en drummer Sigfried Burroughs eveneens musici die we niet in eerste instantie met jazz associëren. En ja, het klopt. Op 'Fantome' blaast Kokke ijle, piepende notenslierten op zijn sopraansax en zorgt Burroughs voor een behoorlijk straf tempo. Maar het kan nog bonter. In het titelnummer 'Harbinger Of Imminent Ruin' waait de geest van de punt en in 'Rose' en 'Blossom' zet het kwintet je met hun titels helemaal op het verkeerde been. Want dit is pure metal jazz, voor de meer avontuurlijke geesten onder ons, zoveel is wel duidelijk.

En tot slot zijn daar de twee recent verschenen cassettes, met in totaal twee uur(!) muziek - ook verkrijgbaar als download voor diegenen die niet langer de beschikking hebben over zo'n prehistorisch apparaat om deze dingen af te kunnen spelen. Hierop vinden we Thijs Troch en Jan Daelman in gezelschap van gitarist Dirk Serries.

De eerste cassette is voor twee duo's, met Serries als constante factor. Pure improvisatie is wat we hier krijgen. In het duo met Daelman, hier voor de verandering op altsax, gaat het er daarbij redelijk stevig aan toe en horen we Serries ook op geheel andere wijze dan we meestal van hem gewend zijn. Het is Daelman die hier de toon zet. Pas helemaal tegen het einde, Daelman is inmiddels overgestapt op fluit, krijgt de muziek een meer ambient karakter. In de set met Troch gaat het er rustiger, subtieler aan toe en horen we de beide musici met name als creatieve klankkunstenaars, elkaar aftastend, in een serie improvisaties met elk een andere sfeer.

De tweede cassette bevat een registratie van een concert dat het trio gaf in De Singer, Rijkevorsel op 17 november 2015. Op de eerste kant vinden we een al even subtiele improvisatie, waarin de lange, ambientachtige lijnen opvallen van Daelmans fluit en Serries' gitaar. Op de tweede kant heeft Serries duidelijk de leiding. Dit is muziek die het beste aansluit bij wat we van de man kennen: duistere, atmosferische muziek.

Beluister de hierboven beschreven albums en tapes van Kabal, Jukwaa en Daelman/Serries/Troch.

Labels:

(Ben Taffijn, 11.1.17) - [print] - [naar boven]



Festival
Jazz op het scherpst van de snede

Stranger Than Paranoia, donderdag 29 december 2016, Paradox, Tilburg

Een belangrijke doelstelling van Stranger Than Paranoia, zo herhaalt organisator Paul van Kemenade diverse keren, is het publiek in contact brengen met andere vormen van jazz dan waar ze in eerste instantie voor komen. Het festival programmeert dan ook zeer breed, van meer traditionele jazz tot experimenteel en vergeet ook aanpalende stijlen als soul, blues en gipsy niet.

Zo krijgen we op de afsluitende avond Knalpot Extended. Knalpot is het duo van slagwerker Gerri Jäger, onder andere bekend van Naked Wolf, en gitarist Raphael Vanoli. Beiden zijn graag geziene gasten binnen de Amsterdamse impro-scene. Onlangs waren ze nog van de partij tijdens de October Meeting. Ze paren een grote mate van creativiteit aan een onorthodox gebruik van hun instrumenten. Vanoli bewerkt zijn gitaar met allerhande apparaten, maar vooral door tegen zijn snaren te blazen of deze met zijn tanden te bewerken. En Jäger is tegenwoordig zodanig met elektronica bezig dat zijn drumspel soms bijna niet meer herkenbaar is. Tijdens Stranger Than Paranoia krijgen ze versterking van Jozef Dumoulin, zijn Fender Rhodes en nog een berg aanvullende elektronica. Voor Jäger is dit na een concert van de onvolprezen The Black Napkins de tweede keer dat hij met Dumoulin op een podium staat. Repetitietijd was er niet, dus in plaats van een knetterende en knallende set zoals we van Knalpot gewend zijn, brengen ze een relatief ingetogen, volledig geïmproviseerde set, die het vooral moet hebben van de subtiliteit en het meeslepende karakter. Maar de chemie is er, alsof Knalpot al jaren uit drie leden bestaat.

De set van het Vlaamse LABtrio, reeds tien jaar bij elkaar en dat terwijl de leden nog geen 30 zijn (!), is een lust voor het oor. Dynamische, felle jazz, doorspekt met een veelvoud aan invloeden, van Michael Sembello's 'Maniac' tot de 15e 'Goldberg Variatie' van de heer J.S. Bach. Dit trio kan het allemaal, met verve. De leden, drummer Lander Gyselinck, bassist Anneleen Boehme en pianist Bram de Looze zijn perfect op elkaar ingespeeld en creëren zo het ene magische moment na het andere. Gyselinck heeft zich in no time ontwikkeld tot een begenadigd drummer, zoals we ook al in STUFF. mochten constateren. De Looze heeft een vrij klassieke stijl van spelen, is een prima solist, maar verstaat ook de kunst van het begeleiden door zijn empathisch gehoorvermogen. In 'Igor' bijvoorbeeld, waar het Boehme is die mag uitpakken met een lyrische, bijna dramatisch mooie solo. In die composities trouwens, bijna allemaal van eigen hand op de bovengenoemde twee na, combineert het trio eveneens jazz, pop en klassiek op prachtige wijze met elkaar. Het pianotrio mag dan zo langzamerhand een versleten vorm lijken, het LABtio laat horen dat er nog steeds veel mogelijk is met deze bezetting. Gewoon doen! En nu die nieuwe cd nog in februari, we gaan het beleven.

Afsluitend was het tijd voor een feestje met de soul van Myles Sanko & Band. De vloer wordt vrijgemaakt voor bezoekers die juist dit optreden van dichtbij willen meemaken om er voorzichtige danspassen op te zetten. De achtpersoons band van deze Britse 'lovechild of soulmusic' verwierf bekendheid als voorprogramma van Gregory Porter, die Sanko meenam op enkele tours. De zanger is overduidelijk geïnspireerd door old school-soul, jazz en funk en beïnvloed door grote namen als Otis Redding, Al Green, Bill Withers en Marvin Gaye, wiens 'Mercy Mercy Me' en 'What’s Going On' door Sanko wordt samengebald tot één stuk. Wellicht ligt daar nu ook juist het probleem met dit soort concerten: juist omdat je de voorbeelden kent en er volop uit dat idioom wordt geput, ga je al dan niet bewust toch vergelijken. En dan blijkt het weliswaar muzikaal allemaal verantwoord te zijn, met fijne spicy injecties van de blazers en Sanko die zijn best doet, maar dat het topniveau van diens idolen niet wordt aangetikt. Echt spannend wil het concert dan ook niet worden.

Desalniettemin mag opnieuw de conclusie worden getrokken dat de avontuurlijke en gevarieerde opzet van het Stranger Than Paranoia-festival met deze programmering alle eer is aangedaan.

Klik hier voor foto's van deze festivalavond door Cees van de Ven. En hier vind je foto's van deze avond door Louis Obbens.

Labels: ,

(Ben Taffijn & Maarten van de Ven, 10.1.17) - [print] - [naar boven]



Cd
Sun Ra - 'Singles - The Definitive 45s Collection' (Strut, 2016)

Opname: 1952-1991

Sun Ra (1914-1993) is het soort artiest waar platenverzamelaars van gaan kwijlen: hij construeerde niet enkel een volledig eigenzinnige sciencefictionmythologie rond zijn persoon, maar liet ook een bijzonder omvangrijke en kwalitatieve discografie achter. Voor de minder toegewijde luisteraars kwamen de laatste jaren al enkele verzamelaars uit met hoogtepunten, en nu voegt Strut daar nog een verzameling aan toe van alle 45-toerensingles die Sun Ra ooit uitbracht. 'Singles' omvat bijna zeventig nummers, min of meer chronologisch gespreid over drie cd's.

Sun Ra bracht vooral aan het begin van zijn muzikale carrière in de jaren vijftig veel singles uit, voornamelijk op zijn eigen label Saturn Records, maar bleef ook daarna sporadisch bondiger materiaal op 45 toeren drukken. Soms waren dat tracks die ook op albums te vinden waren, al dan niet in langere versies, maar nog meer van deze nummers waren exclusief op het singlegebeuren gericht. Dat zorgt ervoor dat er enkele behoorlijk verrassende dingen op deze compilatie staan, zelfs naar Sun Ra-normen. Neem bijvoorbeeld het duo 'It’s Christmas Time' en 'Happy New Year To You!', twee bijzonder aanstekelijke songs die tussen doowop en barbershopmuziek schommelen, en zich meteen prominent in onze eindejaarsplaylist genesteld hebben. Elders is zelfs een compleet van muziek gespeende speech te horen op 'Cosmo Drama (Prophetika 2)', waarin Sun Ra met zijn sappig zuiders accent zijn filosofie uiteenzet.

Door de grotendeels chronologische volgorde is deze compilatie vooral interessant om de continue evolutie van Sun Ra's muzikale idioom te volgen. Zo zijn de songs op de eerste cd voor het merendeel thuis te brengen als swing jazz met een hoek af, experimenten met commerciële doowop (met vooral de instant meefluiter 'Daddy’s Gonna Tell You No Lie', hier in twee versies te horen), en opruiende bebop. Op die vroege opnames hoor je verschillende incarnaties van het altijd evoluerende en om de haverklap van naam veranderende Arkestra, maar een constante is het strakke samenspel en de relatief conventionele muzikale taal die Sun Ra hier nog gebruikte. Op de tweede cd begint dat langzaamaan plaats te ruimen voor een lossere, opzettelijk rommeligere aanpak, om op de derde schijf te culmineren in het soort chaotische exploraties tussen spirituele jazz, vrije improvisatie, dissonante keyboardjams en spacy experimenten waarvoor Sun Ra het meest bekend is.

De grote merite van deze compilatie is dat het een mooie dwarsdoorsnede van muzikale facetten toont, door in te zoomen op minder bekend werk uit de gehele carrière van Sun Ra. De nadruk mag dan wel eerder op ouder, en dus iets minder typisch herkenbaar werk liggen, het is net dat gedeelte dat zowel voor de leek als de kenner veel lekkers om te ontdekken biedt.

Hoogtepunten aanduiden in deze omvangrijke collectie is haast onbegonnen werk, zeker aangezien de kwaliteit eigenlijk continu hoog ligt. Sommige latere opnames zijn weliswaar van bedenkelijke geluidskwaliteit, zoals een wel erg lo-fi groovend 'Journey To Saturn', maar zelfs door de ruis heen blijven de nummers boeien. Voor de derde cd is weliswaar een wat avontuurlijker aangelegde maag wenselijk, door enkele behoorlijk dissonante en zelfs ronduit lawaaierige escapades, maar de erg korte duur van een plaatkant op een 7" zorgt er in feite voor dat ook dit soort composities steeds bondig en verteerbaar wordt gehouden.

Is 'Singles' de best mogelijke introductie tot het werk van Sun Ra? Wellicht niet, daarvoor ligt de nadruk iets te sterk op het vroege, meer conventionele werk en te weinig op het afrofuturistische aspect van ’s mans muziek. Maar het is wel zonder meer een boeiende inkijk in de artistieke evolutie van een van de opmerkelijkste muzikanten uit de twintigste eeuw en een omvangrijke schatkist aan songs van allerlei allooi om eindeloos in te grasduinen.

Deze recensie verscheen ook op Enola.be

Klik hier om deze compilatie te beluisteren.

Labels:

(Gowaart Van Den Bossche, 9.1.17) - [print] - [naar boven]



Concerten
Gaan we weer swingen?

Nederlands Studenten Jazzorkest / Big Band Prins Claus Conservatorium, dinsdag 13 december 2016, Simplon / De Smederij, Groningen

Het aardige met die bigbands is dat je bijna altijd een volle bak hebt, met al die vrienden, vermaagden en verre nichten. Zo ook met de optredens van het Nederlands Studenten Jazzorkest in Simplon en - een paar honderd meter verderop - in De Smederij de bigband van het Prins Claus Conservatorium. Aan het gejuich kon je aflezen welk orkestlid van het NSJO in Groningen geronseld was.

Twee bigbands dus, met een compleet verschillende aanpak. Wat een luxe. Het NSJO is een monsterverbond met een strijkkwintet en zeven, acht, toen raakte ik de tel kwijt, trompetten. Ondanks die afmetingen werd er naar hartelust gefunkt en gegrooved. Arrangeur Robert Scherpenisse had een voedzame mix van drum-'n-bass, hiphop en bombast bereid, waarin hij de strijkers bedeeld had met een prominente en contrasterende plek in het geheel. Gastvocalist bij deze korte (zes avonden achter elkaar) lustrumtournee was Pete Philly. Bij de aftrap in Simplon moest je concluderen dat de timing van de rapper nog niet helemaal spoorde met die van het orkest. Het belette de aanwezigen niet er stevig de danspas in te zetten.

In De Smederij werd uit een traditioneler vaatje getapt. Orkestleider Kurt Weiss steekt zijn liefde voor componist Thad Jones niet onder stoelen of banken, maar wel op de lessenaars van zijn Prins Claus-studenten. Veel aandacht voor het coloriet derhalve. Met plastische gebaren kneedt Weiss het bij vlagen indrukwekkende orkestgeluid. De toegift 'Second Line' was min of meer geïmproviseerd. Hier initieerde de orkestleider ter plekke lijntjes voor de saxofoons en wees hij de solisten aan, die er vervolgens een vreselijk vrolijke New Orleans-gumbo van stoofden. Inmiddels stond het publiek op tafels te swingen.

Is de bigband summa summarum het medium om het jonge volkje weer aan het dansen (écht dansen bedoelen we) te krijgen? Het zou zomaar kunnen.

Klik hier voor foto's van het concert van het Nederlands Studenten Jazzorkest in Simplon door Zoltan Acs.

Labels:

(Eddy Determeyer, 9.1.17) - [print] - [naar boven]



Cd
Dog Life - 'Dog Life' (Omlott, 2014)

Opname:15 november 2013

Door de duivel achterna gezeten. Dat was de associatie die ondergetekende had bij saxofoniste Anna Högberg tijdens het concert van Dog Life als onderdeel van een Oorstof-programma in mei van dit jaar.

Bij het beluisteren van het reeds in 2014 verschenen album doemt hetzelfde beeld op. In 'New Public Management' horen we Högberg met een alarmerende, verontrustende toon, ingebed in het rauwe drumspel van Mårten Magenfors en het stuwende basspel van Finn Loxbo. Opzwepend, anders kunnen we het niet noemen. In 'Bakgrundsmusik' - Zweeds voor achtergrondmuziek - is de klank van Högbergs altsaxofoon bijna klagelijk, schrijnend, met een mooi ongepolijst randje en naar het einde toe bijzonder explosief, mede dankzij de ritmesectie. Als dit achtergrondmuziek is, dan ben ik benieuwd wat dan voorgrondmuziek is bij Högberg. Het vrij lange 'Piston Honda' is niet minder explosief. Hoogtepunt hier is de dumsolo en het bijna zenuwslopende spel van Högberg, hier op baritonsax.

En dan dat pompende, overweldigende, hypnotiserende ritme in 'Cigg Eller Filter' (sigaret of filter), komend in een niet aflatende stroom noten. En laat u niet misleiden door 'Waltz For Bubby'. Hier geldt hetzelfde als met die achtergrondmuziek. Het is allesbehalve een wals, dit trio houdt helemaal niet van dit soort rustige dansen. Het betreft hier louter een nieuwe uitbarsting van klanken. In afsluiter 'Barrikad' (gebarricadeerd) is wederom een grote rol weggelegd voor de drums. Een strak en hoekig ritme legt Magnefors hier. Dwingend qua structuur. Högberg stuitert er krachtig tussendoor, hoge noten blazend op haar alt. Gebarricadeerd? Ik niet!

Klik hier om naar twee tracks van dit album te luisteren: 'Piston Honda' en 'Cigg Eller Filter'.

Labels:

(Ben Taffijn, 8.1.17) - [print] - [naar boven]



Festival
Traditie en vernieuwing gaan hand in hand bij Stranger Than Paranoia

dinsdag 27 december 2016, Paradox, Tilburg

Ook op de tweede avond van het Stranger Than Paranoia-festival in Paradox slaagt saxofonist-organisator Paul van Kemenade, die overigens zelf zijn aanwezigheid beperkt tot aankondigen en luisteren, er weer in om een aantal bijzondere acts te presenteren.

Onvervalste jazz, in de traditie geworteld, krijgen we middels Reeds & Deeds. Een sextet dat zich vernoemd heeft naar het gelijknamige album van saxofonist en legende Rahsaan Roland Kirk en dat naast een uitstekende ritmesectie bestaat uit een drietal rietblazers: Alex Coke, Bo van de Graaf en Frans Vermeerssen, waarbij Coke zich wegens verplichtingen elders hier laat vervangen door Efraïm Trujillo. Bijzonder vernieuwend is hun muziek niet en alle clichés vermijden lukt evenmin, maar op topniveau spelen kunnen de heren als geen ander.

Reeds in het eerste nummer weten ze Paradox op zijn kop te krijgen, met als basismateriaal de geweldige composities van Kirk. Want Kirk mag dan vooral zijn faam ontlenen aan het feit dat hij twee, soms zelfs drie saxofoons tegelijkertijd bespeelde; zijn composities mogen er eveneens zijn. Lyrisch en verhalend en vaak voorzien van een prachtige spanningsboog maken composities als 'The Inflated Tear', 'From Bechet, Fats And Byas' en 'Lovelleveliloqui' indruk. Reeds & Deeds brengt ze met verve en verrijkt ze her en der met schitterende solo's, vooral van de blazers. Trujillo op tenorsax in 'From Bechet, Fats and Byas' – op geen enkele manier is te horen dat hij niet tot de vaste bezetting van dit sextet behoort; Bo van de Graaf eveneens op tenorsax in 'Lovelleveliloqui' en tot slot ook nog in 'Lady’s Blues', waarin tevens een dialoog zit met pianist Michiel Braam, subtiel en overrompelend.

Tijdens een optreden in Rusland ontmoette Van Kemenade het Espen Eriksen Trio en besloot op basis van hun optreden om het trio dit jaar uit te nodigen voor het festival. Dit pianotrio past geheel in de traditie van het vernieuwde pianotrio waarin de pianist niet langer de leiding heeft, maar geldt als een van de deelnemende musici. We horen bassist Lars Tormod Jenset dan ook even vaak soleren als Eriksen en ook drummer Andreas Bye speelt een belangrijke rol met zijn ritmische spel. De strakke en stijlvolle composities - alle van Eriksen - wortelen in de Scandinavische volksmuziek en de jazz en hebben dat Noorse, melancholische gevoel dat we vaker bij musici uit die contreien tegenkomen en dat zijn hoogtepunt vindt in 'Never Ending January', waarin Eriksen zijn problemen met de lange Scandinavische winter verklankt. Probleem met dit trio is wel dat wat ze doen al heel vaak is gedaan. Het klinkt dan ook allemaal zeer bekend, al hebben we Eriksen en zijn maten nog nooit aan het werk gehoord. En dat is geen compliment.

Bij Flat Earth Society (FES) werkt het precies andersom. Die hebben we al heel vaak gehoord en toch blijft hun muziek klinken alsof het nieuw is. Iedere keer weer. De Belgische grootmeesters hebben een patent op het verrassingseffect. Het vandaag 13-koppige ensemble mengt jazz, rock, varieté en circus op vlotte manier. Het houdt daarbij van messcherpe overgangen en wisselt verslavend vette ritmes af met dwarse uitbarstingen, waar met de beste wil van de wereld geen touw aan vast te knopen is. Melige melodietjes met stevige gitaarsolo's op het conto van Pierre Vervloesem, waar menige rockgitarist jaloers op is.

Hoogtepunt? 'Miss Man’s Mist', met een solo op tuba door Berlinde Deman. De rest van de band verlaat op dat moment demonstratief het podium. Demans diepe geluid wordt doorspekt met de meest bizarre door elektronica voortgebrachte, onderwereldachtige geluiden. Dat is FES in een notendop. De gekte ten top. Een band die met niets is te vergelijken. Wellicht soms met het ICP Orchestra, zeker als het gaat om de bizarre stijlwisselingen en de knotsgekke titels van klarinettist en componist Peter Vermeersch, maar in FES zit meer rock. En ja, er is zeker overeenkomst met het werk van Zappa, waar ze overigens nog niet zo lang geleden nog een geheel programma aan wijdden, maar FES heeft weer meer jazz. Kortom een unieke band, die hopelijk nog jaren mee kan.

Klik hier voor foto's van deze festivalavond door Paul Janssen.

Labels: ,

(Ben Taffijn, 5.1.17) - [print] - [naar boven]



Cd
Christian Ferlaino – 'Bad Habits' (Autrecords, 2016)

Opname: oktober-december 2015

Naar eigen zeggen heeft altsaxofonist Christian Ferlaino met dit soloalbum een brug willen slaan tussen de volksmuziek uit Calabria (die hij bestudeerde) en de vrije improvisatiemuziek. Tot dusver hield hij die twee werelden altijd zorgvuldig gescheiden. Ik neem aan dat Ferlaino mij haarfijn zou kunnen uitleggen waar precies je die schakelingen en kruisbestuivingen zou kunnen vinden, maar vooralsnog kan ik er weinig chocolade van fabriceren.

Om te beginnen hoor ik nergens de specifieke (tarantella)ritmen die uit Italiës tenen komen. Met enige goede wil kan ik volkswijsjes destilleren uit 'Cutting Grace', met zijn hoboachtige geluid, of uit 'The Jaw Trick (For Nicola)', met zijn beverige karakter. En een slaapliedje hier en daar wil ook nog wel lukken. Maar daar houdt het wel mee op. Het grappige is dat ik op zijn vorige album, 'New Dog', wél echo's waarnam van de orgelende accordeons die kenmerkend waren en zijn voor de populaire muziek uit Calabria.

Wat resteert is een soort nawoord bij het geluidsonderzoek waarmee we in de jaren zeventig werden opgezadeld. Voor elk nummer lijkt de saxofonist/componist een andere parameter te hebben gekozen. Een specifieke blaastechniek of een consequente afwisseling van noten. Zo horen we in 'All’s Well That Ends Well' noten die vergezeld gaan van hun zwakke echo's, als een schaduwspel waarin het duister het licht contouren geeft. 'The Thesaurus Of Musical Invective' draait uit op een amechtige draaimolen, waarin Ferlaino twee schurende melodieën simultaan speelt, circulair ademhalend.

Ik zal de komende zomer de kermis van Corigliano persoonlijk moeten bezoeken, er zit niets anders op.

Klik hier om drie tracks van dit album te beluisteren: 'Le Cattive Abitudini Dello Zampognaro', 'The Four Bass Hierarchy' en 'All’s Well That Ends Well'.

Labels:

(Eddy Determeyer, 4.1.17) - [print] - [naar boven]



Cd / Concert
Bart Wirtz - 'Beneath The Surface' (Coast To Coast, 2016)

Bart Wirtz Quintet live
woensdag 21 december 2016, De Bussel, Oosterhout

Met zoveel jazz op de grotere podia zouden we bijna vergeten dat er, gelukkig, ook nog op heel wat andere plaatsen prima jazz te beluisteren valt. Zoals in het Brabantse Oosterhout, waar onder de poëtische naam 'Liever in de Kluiz dan ThuiZ' – in een voormalige archiefruimte, vandaar de naam - iedere derde woensdag van de maand jazz klinkt. Ditmaal die van altsaxofonist Bart Wirtz, die enige maanden geleden zijn nieuwe album 'Beneath The Surface' ten doop hield. Op dit album is Wirtz een nieuwe weg ingeslagen, of eigenlijk een oude. Want eindelijk is hij gaan doen wat hij altijd al wilde. De muziek spelen die hem het meest na aan het hart ligt en die bestaat uit een synthese van jazz, rock en funk. Muziek waarin hij zich even schatplichtig toont aan Miles Davis als aan Prince en waarin een belangrijke rol is weggelegd voor de elektronica in handen van alleskunner Frank Wienk.

De muziek leent zich uitstekend voor op het podium - in dit geval voor een keer dan van de grote zaal van theater De Bussel, waar wij als bezoekers deze avond eveneens plaats mogen nemen – en werkt wel zo aanstekelijk. Nummers als 'Yusef', 'Minor Robots', 'Beta Blocker' en 'French Press & A Bottle Of Coke' weten de luisteraar mee te slepen door de aantrekkelijke groove, maar bovenal door het frisse en puntige geluid van Wirtz en het soulvolle spel van toetsenist Emiel van Rijthoven, vooral als hij met die vroeg-jaren-zeventig klank zijn Fender Rhodes bedient.

Maar de cd biedt zeker een meerwaarde, met name vanwege de uitgebreidere instrumentatie en de gastvocalisten. Zo horen we op het eerdergenoemde 'Minor Robots', het openingsnummer van de cd, Mete Erker, die het podium helaas niet haalde, op basklarinet in het repeterende basispatroon, terwijl Wirtz bij de melodie ondersteuning krijgt van gasttrombonist Loek Boudesteijn. Daardoor wint de compositie beslist aan zeggingskracht. Op het aantrekkelijk swingende 'Beta Blocker' horen we naast gitarist Lucas Meijer de beide zangeressen Ntjam Rosie en Ai Ming Oei, wat bijna vanzelfsprekend een andere sfeer geeft aan het nummer. Wel valt op dat deze en soortgelijke composities qua sfeer beter tot hun recht komen op het podium dan op de cd.

Vermeldenswaard zijn verder 'Beneath The Surface' en 'Growth & Change' met een gastrol van rapper Soweto Kinch, waarmee Wirtz andermaal laat horen niet in een hokje te willen passen. De manier waarop Wirtz hier jazz, hiphop, soul en funk met elkaar vermengt is verfrissend en laat zien dat de jazz nog steeds, het is bijna 2017, springlevend is.

Concertfoto: Gerard Kievits

Labels: ,

(Ben Taffijn, 3.1.17) - [print] - [naar boven]



In memoriam
Jacques Schols


In zijn woonplaats Ede overleed vrijdag 30 december bassist Jacques Schols. De in Delft geboren muzikant werd 81.

Rond de tijd dat Schols naar het Haags conservatorium ging, 1957, werd hij beroeps. Zijn eerste vaste verbintenis had hij met het Zaans Rhythm Quartet (1957-58), waarvan ook drummer Han Bennink deel uitmaakte. Deze groep won de AVRO Jazzcompetitie.

Zijn finest hour beleefde Schols toen hij in 1959 bij de Diamond Five aanmonsterde, de toonaangevende moderne jazzgroep van Nederland. Daarmee werkte hij dagelijks in de Amsterdamse jazzclub Sheherazade. Tevens speelde hij in de bands van de pianisten Boy Edgar, Louis van Dijk, Frans Elsen en Pia Beck. Hij excelleerde als walking bass-speler, waarbij alle noten aandacht kregen. Dat werkte ook heel goed met meer avontuurlijk ingestelde geesten, zoals rietblazer Eric Dolphy (album 'Last Date', 1964).

Hij speelde al geruime tijd bij The Ramblers toen Schols in 1997 het stokje van leider Marcel Thielemans overnam. Na achttien jaar nam hij zelf als leider afscheid en stond hij zijn plaats af aan drummer Cees Kranenburg jr. Hij bleef evenwel met kleinere combo's werken. De Jacques Schols Combination en het Bourgondisch Combo hadden de laatste zeven jaar zelden een vrij weekend. De cd 'Ik Zei Ja' uit 2014 van die laatste groep bevat de zwanenzang van Jacques Schols.

Foto: Cees van de Ven

Labels:

(Eddy Determeyer, 1.1.17) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...






Menupagina's:

Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Neerpelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.