Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 



Concert
Emotievolle vertelkunst
Ibrahim Maalouf, vrijdag 31 oktober 2014, Muziekgebouw aan 't IJ, Amsterdam

Vaak baseren kunstenaars hun werk op ervaringen en gebeurtenissen uit hun eigen leven. Impressies die een leidraad vormen en een leven lang blijven inspireren. In muziek werkt dat anders door dan in literatuur of beeldende kunst.

Trompettist Ibrahim Maalouf lijkt zich te hebben verzoend met de impressies die in zijn ziel staan gekerfd. Hij verbindt verbijstering en ongeloof met kwetsbaarheid en schoonheid. In zijn eigen composities geeft hij uiting aan woede en inkeer en creëert hij evenwicht. Vertelkunst is zijn ware passie. In dit concert speelt hij voornamelijk stukken van het vorig jaar verschenen album 'Illusions'.

De zaal van het Muziekgebouw aan 't IJ is veranderd in een poptempel en oogt daardoor compacter. De sfeer is intiemer. Gitarist François Delporte opent het concert met sobere, lang uitgesponnen melodielijnen. Unisono voegen de vier trompettisten zich bij hem en creëren een orkestrale soundscape. Het thema is eenvoudig. Subtiele harmonische verschuivingen maken de muziek toch spannend en onvoorspelbaar. De elektrische gitaar kleurt de muziek verder in met fraaie motieven. Echo bepaalt de atmosfeer.

Een ander stuk is gebaseerd op een Arabisch dansritme. Maalouf maakt zich los uit de trompetsectie voor een vraag-en-antwoordspel met zijn collega's. De klank van de trompetten verandert geleidelijk en doet soms denken aan de klankkleur van strijkers. Het neutrale geluid van de elektrische gitaar past hier goed bij. Na een heftige interruptie verstilt de groep en fluit Maalouf een melodietje dat hij aan de zaal overdraagt. Een intiem verhaal met ruimte voor bezinning. Een volgend stuk begint swingend met een thema dat Frank Woeste op de Fender Rhodes-piano transformeert in een groovende blues. Het stuk slaat om in een bijna wanhopig smeken. Maalouf speelt een geknepen, ijle noten. De swing keert terug met strak gearrangeerde ritmes. Ook nu verstilt de groep en klinken alleen de vier trompetten na. Het publiek klapt ritmisch mee.

Met zijn ouders ontvluchtte Maalouf Libanon om het gevaar en de verschrikkingen van de burgeroorlog te ontwijken. Als 20-jarige ging hij terug naar zijn geboorteland en zag de vernielingen. Terwijl hij Led Zeppelin op zijn walkman hoorde, bekeek hij de ravage als gevolg van een autobom. Deze beelden vormen de achtergrond van 'Beirut', de eerste compositie die hij schreef. 'Beirut' is het hoogtepunt van de avond. Het publiek ontvangt de eerste noten met gejuich en er ontstaat een spontane interactie. Maalouf neemt de tijd, waardoor er ruimte is voor een spectrum van emoties. Uitbundig meezingen en plezier wordt gevolgd door een indrukwekkende litanie, waarbij de trompet fluistert en treurt. Het contrast is groot als de band overdondert en beukt bij een fantastische gitaarsolo van Delporte. Daarna haalt Maalouf de meest krankzinnige fratsen uit. Ook 'Flight Of The Bumble Bee' zoemt voorbij.

In een feestelijk toegift bespeelt trompettist Youenn Le Cam een elektrische doedelzak, waarmee hij de zaal op zijn kop zet. De doedelzak bestaat al duizenden jaren. Met de toepassing van elektronica krijgt het instrument totaal nieuwe dimensies.

Ibrahim Maalouf is een klassiek geschoold trompettist die invloeden uit jazz, Arabië, Balkan en rock onhoorbaar aan elkaar smeedt. Zijn melodische composities liggen goed in het gehoor en worden gekenmerkt door een theatrale lading. In zijn werk liggen euforie en smart dicht bij elkaar. Maalouf gebruikt een door zijn vader Nassim uitgevonden trompet met een extra kwarttoonventiel. Deze maakt het mogelijk om Arabische muziek te spelen. Hij past deze tonen vooral toe in zijn improvisaties, waarbij hij blue notes verweeft met Arabische fraseringen. Het talent en de veelzijdigheid van Maalouf is een grote aanwinst voor de muziek van dit moment; de jazz-georiënteerde wereldmuziek in het bijzonder. Op een onnavolgbare manier vangt hij zijn emoties in zijn werk.

Klik hier voor foto's van dit concert door Louis Obbens.

Labels:

(Roland Huguenin, 30.11.14) - [print] - [naar boven]





Cd
Mâäk - 'Nine' (W.E.R.F., 2014)

Opname: augustus 2014

Misschien, ja misschien was dit veertig jaar geleden revolutionair geweest, uniek, ja, hemelbestormend. Misschien. Maar ook toen al zou opgevallen zijn dat dit muziek is zonder humor, niet bezield, zonder fantasie. Niemand die hier uit de band springt of een gore mop vertelt.

Mâäk - trompet, twee saxofoons, tuba en drums - is een soort miniatuur brassband. Een nummer als 'Ah, Le Beau Mois De Mai!' begint orkestraal, om gaandeweg op te lossen in collectieve improvisaties. Het pointillistische 'Nexus' gaat een stap verder: hier bezigen de muzikanten buitenmuzikale technieken – valse lucht blazen, op het mondstuk kloppen en dergelijke. Doch ook dat zet geen zoden aan de dijk.

De cd klinkt eerder als een voorspeelavond van een workshoporkest voor gevorderden dan als het resultaat van een creatief proces door profs. Saai hoor.

Andere opinie?
Klik hier om een eerdere recensie van dit album te lezen door Koen Van Meel, die een geheel andere mening is toegedaan.

Labels:

(Eddy Determeyer, 30.11.14) - [print] - [naar boven]





Concert
Hete klanken uit het noorden

Tingvall Trio, woensdag 19 november 2014, Platformtheater, Groningen

Over Scandinavische jazz bestaan hardnekkige vooroordelen. Het zou tegenwoordig vooral gaan om fluisterende feeën, mijmerende trollen en eeuwig zingende bossen. Om te beginnen vergeten we dan dat in Europa Zweden in de jaren vijftig voorop liep qua bebop. En we vergeten tevens meer recente dynamische bands als EST, die de zaak behoorlijk grondig omgeploegd hebben.

Ook het internationale Tingvall Trio kunnen we in die laatste categorie onderbrengen. Want bassist Omar Rodriguez Calvo komt oorspronkelijk uit Cuba en drummer Jürgen Spiegel uit Duitsland, maar pianist Martin Tingvall is Zweed en schrijft de composities. Wanneer zij de zingende bossen intrekken is dat om er brandhout van te maken, of er op z'n minst van het dikste hout planken te zagen. De geesten van het stuk 'Spöksteg' zijn geen wazige watjes, maar alleszins weerbare wezens die je een welgemikte watjekouw op je waffel kunnen toedienen. De muziek van Tingvall wortelt, behalve in de jazz, met haar vele repeterende figuren ook in rock, folk en zelfs new age. Maar dan dus met de energie van een Saab Viggen. In hun enthousiasme vertonen de muzikanten de neiging de tempi op te drijven. En dan dreigen ze het onderlinge verband kwijt te raken.

Voor Tingvall zelf en ook voor Spiegel was de tocht naar het Platformtheater een soort sentimental journey. Achttien jaar geleden studeerden ze aan het Groninger conservatorium en destijds golden ze reeds als wonderkinderen. In het nummer 'Beat Train' zat de drummer erbij alsof hij een Romeinse menner was van een zesspan, eropuit Charles Heston al roffelend en ratelend in de wielen te rijden. Laat die Heston maar uitkijken: deze Duitser houdt niet van gevangenen.
In ballads als 'Beat' gaat het er nauwelijks minder zachtzinnig aan toe. Met zijn felle toucher, in combinatie met een uitgekiend pedaalgebruik, laat Tingvall de vleugel als een metalig carillon klinken. Zo lijkt het of hij hoger gestemd is.

Zo op het oor wordt er betrekkelijk weinig geïmproviseerd. De composities klinken alsof ze gezamenlijk zijn ontwikkeld en ik kan me voorstellen dat ze geleidelijk evolueren. Alles is meer orkestraal geconcipieerd dan improvisatorisch tot stand gekomen.

Een tijd geleden speelde de discussie of de mens een snelheid groter dan die van een paard kon overleven. Welnu, het Tingvall Trio heeft bewezen, dat zulks wel degelijk tot de mogelijkheden behoort.

Klik hier voor foto's van dit concert door Willem Schwertmann.

Labels:

(Eddy Determeyer, 28.11.14) - [print] - [naar boven]





Cd
Lana Trio - 'Live In Japan' (Va Fongool, 2014)

Opname: 22 februari 2014

Ook in de wereld van de vrije improvisatie is stilstaan hetzelfde als achteruit gaan. Heel wat artiesten proberen er voortdurend om nieuwe oorden te verkennen, creatieve strategieën uit te dokteren, frisse invalshoeken te bedenken, andere manieren van zingeving te vinden. Bij de ene lukt dat natuurlijk al wat vlotter dan bij de andere. Maar zelden hoor je zo'n opmerkelijke sprong als bij het Lana Trio, dat het roer helemaal omgooit voor hun tweede album.

Die eerste plaat, die in 2012 werd opgenomen, liet immers een prima op elkaar afgestelde band horen (en dat terwijl de muzikanten in de periode die eraan voorafging amper met elkaar gespeeld hadden), en brokken improvisatie die eigenlijk nog redelijk compact en direct bleven. Er werd meer gedaan dan zomaar in elkaar haken en van jetje geven, maar het bleef best toegankelijk, op een jeugdig bruisende manier.

Groot is dan ook de verwondering als je deze release, die in februari van dit jaar in Chiba (even buiten Tokyo) werd opgenomen, te horen krijgt. Dit is immers geen band die gretig de beuk erin gooit en de bal heftig heen en weer laat kaatsen. Geen trio dat zo snel mogelijk de buit binnen wil halen. Integendeel. Wat hier opvalt, is de ruimte die de muzikanten elkaar gunnen, de tijd die ze ervoor nemen en de halsstarrige weigering om op de proppen te komen met snel verteerbare kost. Met drie tracks die variëren tussen achttien en zesentwintig minuten dwingt het Lana Trio de luisteraar tot opperste concentratie en luisteren met een open geest.

Vanaf opener 'Candyism' valt ook meteen op dat er geen continuïteit is van ideeën, energie en geluid. De muziek stroomt niet (meer), maar ze gulpt eruit, en klinkt daarbij opvallend matuur en complexloos. Hadden er namen van veteranen op het doosje gestaan – pakweg Paul Hubweber, Paul Lovens en John Tilbury, om maar iets te noemen - dan had je je daar misschien niet eens vragen bij gesteld. Dit is breedbeeldimpro waarin Henrik Munkeby Nørstebø's aanzwellende trombonegolven in perfecte balans zitten met het ingetogen spel van drummer Andreas Wildhagen en pianist Kjetil Jerve.

Minutenlang hoor je zelfs amper iets anders dan broebelende klanken door het koperinstrument, terwijl hij erna een stap achteruit zet voor een dialoog van piano en drums. De muziek wordt hier zo sterk ontmanteld dat het regelmatig over duoconversaties gaat, met een derde gesprekspartner die zich beperkt tot amper hoorbaar commentaar. In 'Meanwhile, Somewhere' is het nog extremer. Of beter gezegd: stiller, want de band speelt bijna tien minuten lang op fluisterniveau, waardoor ruis, luchtverplaatsing door de trombone en geïsoleerde, maar eindeloos resonerende pianoaanslagen het enige zijn dat je in de schoot geworpen krijgt. Een minimalistische aanpak die in de tweede helft meer volume en punch krijgt, maar zich ook daar ophoudt in een zone tussen unheimliche improvisatie en modern klassiek.

In afsluiter 'Through Sound' houdt Wildhagen het minutenlang vooral bij cimbalengetik, tot ook Jerve's piano ineens binnengeklaterd komt en het trio gaandeweg het vuur aan de lont steekt, om een beetje te exploderen in het voluptueuze middenstuk. Dat wordt op zijn beurt dan weer heel mooi ontmanteld en omgevormd tot een statig einde dat het bijna obsessieve tegelstaren laat voor wat het is, om uit te pakken met een grandeur die dubbel zo verrassend aankomt. Het maakt van 'Live In Japan' nog altijd geen toegankelijke plaat, en al helemaal geen doorsnee kost, maar wel eentje die de oren doet spitsen. Geen evidente evolutie dus, wel eentje die getuigt van durf en een eigen smoel. Een blijvertje, deze band.

Deze recensie verscheen ook op Enola.be

Meer horen?
Klik hier om het album op Spotify te beluisteren.

Labels:

(Guy Peters, 27.11.14) - [print] - [naar boven]





Concert
Zinnenstrelende mystiek in Antwerpen

Eyvind Kang, Jessika Kenney, Hyeonhee & Hyeonmi Park / Giovanni Di Domenico, Tatsuhisa Yamamoto & Manuel Mota, Oorstof, zondag 16 november 2014, Zuiderpershuis, Antwerpen

Eyvind Kang, Jessika Kenney en Hyeonhee Park presenteerde afgelopen zondagavond als onderdeel van Oorstof, de onvolprezen reeks concerten die door Sound In Motion op dit moment in Antwerpen wordt georganiseerd, hun nieuwe album 'At Temple Gate'. In 2013 stonden Kang en Kenney al eens samen op het podium, eveneens als onderdeel van een door Sound In Motion georganiseerd concert. Beiden kennen elkaar ook van een reeks van samenwerkingen met bands en artiesten als Sun City Girls, Bill Frissell, John Zorn, Laurie anderson, Mike Patton, Beck, SunnO))) en Stephen O'Malley. En nu dus als trio met Hyeonhee Park, waarbij Kang tekent voor de altviool, Kenney de vocalen voor haar rekening neemt en Park de percussie is toevertrouwd. Alle drie bedienen ze daarnaast de nodige elektronica. Voorwaar een bezetting die garant staat voor een avontuurlijke set. Een extraatje, speciaal voor dit concert, is de bijdrage van de Koreaanse danseres Hyeonmi Park, zusje van. Zij voegt een ruimtelijk en lichamelijk element toe en maakt zo van deze nieuwe ontmoeting een unieke totaalervaring. 

De muziek is een sterke combinatie van Aziatische muziek (Iran, Centraal-Azië, Oost-Azië), elektronica, veldopnames en jazz. En dat op een onorthodoxe manier met elkaar verweven. Soms heel fijnzinnig, sereen en bijna transcedent. Vooral als Kang een minimalistisch repeterende solo geeft over een elektronisch gevormde drone. Maar soms is het ook ronduit onheilspellend en zeer dramatisch wat er klinkt. Menig stuk misstaat dan niet als soundtrack bij een stevige thriller.

En dan Hyeonmi Park. In eerste instantie leidt haar dansen mij eerder af dan dat het voor mijn gevoel iets toevoegt. Gaandeweg moet ik echter erkennen dat het wel degelijk wat toevoegt. De langzame bewegingen in Oosterse gewaden, die Park vaak geheel bedekken, inclusief het gezicht verhogen de spanning. En de spaarzame belichting waardoor ze vaak half in het donker danst en de ambiance van de oude fabriekshal Zuiderpershuis maken het verhaal dan compleet. De zinnenstrelende mystiek wordt daarmee alleen maar groter.

Het tweede concert was in het café en werd verzorgd door een gelegenheidstrio bestaande uit de Italiaanse pianist Giovanni Di Domenico, hier op Fender Rhodes, de Japanse drummer Tatsuhisa Yamamoto en de Portugese gitarist Manuel Mota. Ook hier werd zeer avontuurlijk gemusiceerd, waarbij de stijl meer die van vrije impro was. Di Domenico legde vooral een klanktapijt, waar Mota op soleerde en waar Yamamoto goed op reageerde met goed geplaatste accenten.

Mota's gitaarspel kenmerkt zich over het algemeen als beheerst en sensitief, soms zelfs wat sensueel. Al kan hij met zijn ingewikkelde patronen ook de randen van de chaos opzoeken. Yamamoto's slagwerk is krachtig, kleurrijk en creatief, en past vooral goed bij het gitaarwerk van Mota, vooral als ze op spaarzame momenten samen optrekken. En zoals gezegd, Di Domenico creëert vooral een sfeervolle onderlegger waarin de invloed van ambient duidelijk terug te horen is.

En dan toch een klein puntje van kritiek. Persoonlijk had ik Kang, Kenney, Park en Park liever nog een kwartiertje langer gehoord en gezien en daarmee klaar. Na zo'n indrukwekkende presentatie van klank en beeld met zo'n impact vind ik het lastig omschakelen. Waarmee ik dus ook Giovanni Di Domenico, Tatsuhisa Yamamoto en Manuel Moto onvoldoende recht kon doen. Een royale avond dus, maar wellicht iets té royaal.

Labels:

(Ben Taffijn, 26.11.14) - [print] - [naar boven]





Concert
Boeiende dialoog van melodie en ritme

Endangered Blood, zondag 16 november 2014, AchterHam Sessions, Ham 12, Gent

Op de Ham 12 te Gent gebeuren boeiende dingen. Tot voor kort vond er enkel één keer per jaar een driedaags kleinschalig festival plaats. Tegenwoordig stelt de heer des huizes, Michel Mast, in de koudere periodes van het jaar zijn repetitiekot annex opbergruimte ter beschikking van boeiende muzikanten en groepen voor een namiddagje muzikaal vertier. Meestal maken Belgische musici de dienst uit, maar de spreekwoordelijke uitzonderingen op de regel doen naar adem happen.

En dat is net wat Endangered Blood, all the way from downtown New York, deed. Chris Speed op tenorsax en klarinet stond vooraan naast Oscar Noriega, die altsax en basklarinet speelde. Beiden hebben een eigen geluid en de gave hun sound te laten samensmelten om uitzonderlijke rijke melodieën en tegenmelodieën te spelen, die dan weer opnieuw een geheel eigen duogeluid meekrijgen. Laat Jim Black met exuberant drumspel en Trevor Dunn met een mooi diep geluid op contrabas erop los en je krijgt een originele mix, waarbij melodie en ritme een eigenaardige en boeiende dialoog aangaan met elkaar.

Het resultaat klinkt adembenemend, intens en eigentijds, hoewel er ook in de rijke jazzgeschiedenis geroerd wordt. Met een nummer van Monk bijvoorbeeld, of met iets dat wel heel erg leek op een niemendalletje van Ornette Colemean, maar dan gespeeld zoals op de 'Spy Vs. Spy'-cd van John Zorn. Op een zeker moment klonken de blazers dan weer heel erg bluesy op iets wat in de verte als 'St. James Infirmery' klonk.

Het viertal van Endangered Blood toonde ook een perfect gevoel voor timing. Zonder armgezwaai, muzikale knipperlichten of wat dan ook werden unisono passages gestart en gestopt en ging het van solo naar duo naar ensemble. De nummers werden ook niet uitgemolken en duurden net zo lang als nodig om ze boeiend te houden. Endangered Blood op de Ham 12, downtown Gent, een namiddag om niet snel te vergeten...

Deze recensie verscheen eveneens op Jazz'Halo.

Klik hier voor foto's van dit concert door Cedric Craps. En hier vind je een fotoverslag door Cees van de Ven.

Labels:

(Iwein Van Malderen, 24.11.14) - [print] - [naar boven]





Vooruitblik
Stranger Than Paranoia 2014


Stranger Than Paranoia is sinds 1993 vooral een begrip in Tilburg. Het uitgangspunt van het festival is al meer dan twee decennia zo helder als glas: de donkere dagen rondom de kerst vullen met niet alledaagse, geïmproviseerde muziek. De ambities van organisator Paul van Kemenade zorgen al jaren voor verrassende programmatische of organisatorische invalshoeken. Het spraakmakende Tilburgse muziekfestival groeit nog steeds en is inmiddels uitgebreid naar andere steden, zoals dit jaar voor de eerste maal in Amsterdam.

Tijdens de 22e editie van Stranger Than Paranoia zijn dit jaar verschillende (inter)nationale artiesten te zien en te horen, met Paradox als uitvalsbasis. Het festival wordt woensdag 24 december traditioneel sfeervol geopend op kerstavond door het Podium Trio. Deze 'Jongens van ’57' - alle drie geboren in 1957 - brengen oorspronkelijke en nieuwe composities in een onorthodoxe bezetting van trombone (Wolter Wierbos), altsax (Paul van Kemenade) en gitaar (Jan Kuiper). De Tilburgse Boy Edgar Prijswinnaar Jeroen van Vliet mag natuurlijk niet ontbreken. Hij verzorgt een solo-optreden. De afsluitende groep is Windkracht 7, een jong septet met een bijzondere bezetting van gelauwerde muzikanten: Floris van der Vlugt (saxofoon), Reinier Baas (gitaar), Morris Kliphuis (hoorn), Robbert Scherpenisse (trompet), Jamie Peet (drums), Katharina Thomsen (saxofoon) en Mark Haanstra (bas). Zijzelf beschrijven hun muziek als toegankelijk, filmisch en expressief.

Het festival wordt vervolgd op zaterdag 27 december in De Toonzaal in 's-Hertogenbosch met naast het Podium Trio een duo-optreden van de verbindende schakel tussen traditie en avant-garde: meestersaxofonist David Murray met aan zijn zijde geestverwant John Betsch op drums. Het Jorge Pardo Trio produceert een gepassioneerde akoestische mix van flamenco en jazz. Deze fluitist-saxofonist Pardo, gitarist Josemi Carmona en zanger-cajonist El Bandolero vormen de afsluitende act bij het matineeprogramma in het Chassé Theater in Breda. Paul van Kemenades oosters-spirituele New Fugara met de Britse trompettist Tom Arthurs, de Finse drummer Marrkku Ounaskari en de Duitse pianist Stevko Busch, gevolgd door de gerenommeerde Nederlandse zangeres Denise Jannah completeert het affiche van deze middag.

Op maandag 29 december keert het festival terug in Tilburg voor optredens van David Murray & John Betsch, New Fugara en het Jorge Pardo Trio. Voor de eerste maal vindt de afsluiting van Stranger Than Paranoia plaats in het Amsterdamse Bimhuis, met optredens van het reeds genoemde illustere Podium Trio, David Murray & John Betsch en met als openingsact Three Horns And A Bass, waar altsaxofonist/componist Van Kemenade het podium deelt met twee blazers (Angelo Verploegen en Louk Boudesteijn) en een bassist (Wiro Mahieu). Deze line-up heeft met het album 'Close Enough' het vijfsterren predikaat van DownBeat Magazine op zijn naam staan. Een niet te missen kans dus om ze weer eens aan het werk te zien.

Klik hier voor meer informatie over Stranger Than Paranoia 2014.

Labels: ,

(Louis Obbens, 24.11.14) - [print] - [naar boven]





Cd
Stian Westerhus & Pale Horses – 'Maelstrom' (Rune Grammofon, 2014)


'Maelstrom' heet de nieuwe cd van de Noorse gitarist Stian Westerhus, die hij opnam met de twee mannen die samen Pale Horses vormen: pianist Øystein Moen en drummer Erland Dahlen. De in een zwart kartonnen doosje verpakte cd doet zijn naam alle eer aan. Het is inderdaad een maalstroom van muziek.

Het driemanschap levert met dit album een ongemakkelijk werkstuk af vol intense muziek, waarbij het instrumentarium bestaande uit gitaar, piano en elektronica wordt aangevuld met de zang van Westerhus. En daar schuilt direct de bron van het ongemakkelijke gevoel dat het luisteren naar deze cd oplevert: Westerhus' stem is van een zeer grote emotionele intensiteit. Echt mooi zingen doet hij niet, maar het komt wel over. Van laag naar soms hoog, zelfs schel, overstuurd, soms wat klagelijk en slepend beweegt hij zich door de tekst. Het is bij tijd en wijle melancholiek, zelfs zwaarmoedig te noemen wat hier gebeurt. Een en ander wordt dan nog versterkt door de muziek, die over het algemeen melodieus van aard is met soms wat heftigere momenten als Westerhus zijn gitaarkunsten vertoont of door het slagwerk van Dahlen.

Neem bijvoorbeeld het nummer 'Nights And Sleepless Days'. Het begint tegen een achtergrond van elektronische geluiden, die klinken alsof iets niet helemaal goed gaat in een of andere machine. En dan komt Westerhus erdoorheen, ditmaal met een serene falsetstem. Het slagwerk van Dahlen komt erbij, brengt de spanning naar een kookpunt en activeert de maalstroom. De chaos wordt geïntensiveerd, de stem valt weg en de muzikanten bouwen een muur van muzikaal geweld. Dan valt het stil en speelt een piano een dramatische melodie, terwijl Westerhus zijn zang hervat. Wat een emotionele intensiteit is hier hoorbaar en voelbaar.

De kracht van dit album zit hem duidelijk niet primair in de vernieuwing - de invloed van een band als Radiohead is duidelijk aanwezig - maar veel meer in de intensiteit waarmee gemusiceerd en gezongen wordt. Geen cd die geschikt is als achtergrondmuziek, wel één die raakt en zelfs emotioneert.

Meer horen?
Klik hier om een track van dit album te luisteren: 'Nigths And Sleepless Days'.

Labels:

(Ben Taffijn, 24.11.14) - [print] - [naar boven]





Festival
Geslaagde KunstmuziekRoute

zondag 9 november 2014, November Music, diverse locaties, Den Bosch

Een van de hoogtepunten van November Music is de KunstmuziekRoute op zondagmiddag. Op diverse locaties in de binnenstad van Den Bosch vinden concerten en performances plaats, waaruit je zelf je programma samenstelt. Hedendaags klassiek, jazz, muziekinstallaties en muziektheater, het aanbond is divers.

Ik begon mijn muzikale tocht bij een volledig geïmproviseerde set van Evan Parker en Sten Sandell. Parker speelde tenorsax en Sandell bespeelde het orgel van De Toonzaal en, in de tweede helft van de set, de piano. Vooral de combinatie orgel-tenorsax leverde mooie momenten op. Sandell weefde een tapijt van orgelklanken, waarop Parker soleerde. Soms heel ingetogen, zacht aanhoudend, gebruikmakend van de circular breathing-techniek, die Parker als geen ander beheerst. Dan weer met forse uithalen en veel vertoon van kracht. De traditie blijft altijd hoorbaar, maar de uitwerking is iedere keer weer verrassend.

Het tweede optreden was in de Statenzaal van het Noordbrabants Museum. Een mooie ruimte met een heel behoorlijke akoestiek. Het duo Joris Roelofs en Mats Eilertsen kwam er goed tot zijn recht. Een mooie combinatie ook: basklarinet en contrabas. Eilertsen is een ritmische bassist met een mooie, warme toon en een zweem van Scandinavische melancholie. Roelofs soleerde daar prachtig op met zijn heldere, vaak messcherpe toon. Maar ook andersom leverde het mooie momenten op: als Roelofs in de begeleidende rol stapt - waar de basklarinet zich natuurlijk prima voor leent - en Eilertson laat soleren. Een mooie afsluiter was de eigentijdse uitvoering van 'Mood Indigo', het overbekende nummer van Ellington. Krachtig en tegelijkertijd subtiel geblazen door Roelofs en met ingetogen swing begeleid door Eilertsen.

Het derde duo die middag werd gevormd door violist Mark Feldman en pianist Sylvie Courvoisier. Zij speelden composities van John Zorn uit zijn 'Book Of Angels'. Composities met elementen uit hedendaags klassiek, de Joodse traditie en de jazz, en dat alles op een spannende manier met elkaar verweven. En kenmerkend voor het werk van Zorn: grote afwisselingen binnen de stukken. Ragfijne melodieën met grote intensiteit afgewisseld met duizelingwekkende passages vol virtuositeit. Welnu, laat dat maar aan Feldman en Courvoisier over. Ieder voor zich heeft een fabelachtige techniek. Maar wat nog veel meer opvalt is het loepzuivere onderlinge samenspel, de mate waarin ze elkaar aanvoelen en de perfecte timing.

En tot slot een trio: Michiel Stekelenburg op gitaar, Clemens van der Feen op bas en Yoram Lachish op hobo, een scala aan fluiten en een ramshoorn. Met deze bijzondere bezetting brachten ze een verstilde, zeer subtiele en ingetogen mix van klassiek en oriëntaalse muziek met een vleugje jazz. Het was heel mooi, maar kwam niet helemaal tot zijn recht als onderdeel van deze dag. Zo rond 16.30 uur wiegt deze muziek je dan iets te snel in slaap. Maar al met al ook dit jaar weer een geslaagde muziekroute.

Labels:

(Ben Taffijn, 22.11.14) - [print] - [naar boven]





Cd
Tom Rainey Trio with Mary Halvorson & Ingrid Laubrock - 'Camino Cielo Echo' (Intakt, 2012)

Opname: 1 mei 2011

Het verhaal van het Tom Rainey Trio is met deze plaat aan zijn tweede hoofdstuk toe en de protagonisten zijn nog steeds dezelfde: Rainey zelf op drums, Mary Halvorson op elektrische gitaar en Ingrid Laubrock op tenor- en sopraansax. De Amerikaan zweert niet voor niets al enkele jaren bij dit vrouwelijke duo: Halvorson en Laubrock zijn twee van de meest boeiende instrumentalisten van het moment. Vooral de gitariste is een waar fenomeen en heeft deels door haar eigenaardig effectengebruik een heel originele en instant herkenbare stijl. Halvorsons trio en voornamelijk haar kwintet en behoren tevens tot de interessantste jazzcombo's van het moment. Laubrock heeft als saxofoniste net iets meer concurrentie op haar domein, maar met haar bands Anti-House en Sleepthief speelt ze al een tijdje mee in de hogere regionen van de moderne jazz.

Met dit alles in het achterhoofd is het niet meer dan logisch dat Rainey zijn personeel alle kansen geeft om te schitteren, ook op compositorisch vlak. Halvorson en Laubrock mochten elk een handvol composities bijdragen, zoals het lichtjes geniale 'A Third Line Into Little Miss Strange' van de Amerikaanse gitariste. Wat begint als een duet van sax en drums (met een redelijk bitsige Laubrock) evolueert naar een geïmproviseerd steekspel, tot plots enkele warme akkoorden weerklinken. Het door Halvorson vaak gehanteerde effect, waarmee ze de toonhoogte van de door haar gespeelde noten radicaal kan wijzigen, speelt in deze passage een hoofdrol samen met de zeer uiteenlopende kleuren die Laubrocks tenorsax aanneemt.

De drie komen regelmatig stevig uit de hoek. Met 'Mullet Toss' wordt al vroeg op de plaat een triobommetje gegooid en ook in 'Two Words' en vooral 'Flutter' gaat het er pittig aan toe met een ontketende Rainey en een (alweer) onnavolgbare Halvorson, die de meest bizarre geluiden geniaal weet in te passen. Het trio komt ook in andere contexten goed uit de verf. De trage titeltrack (met Laubrock een zeldzame keer op sopraansax) is een vijf minuten durende dynamische luistertrip, dankzij het cimbalenwerk van Rainey en enkele gebroken gitaarakkoorden. In de meer jazzy stukken zoals 'Leapfrog' komt dan weer vooral het technisch meesterschap van de drie naar boven. Muzikaal is dat allemaal net iets minder interessant, hoewel nog altijd de moeite waard puur omwille van het spektakel.

De interactie tussen de drie blijft gelukkig overal primeren en het verhaal van 'Camino Cielo Echo' krijgt bijgevolg vorm via drie evenwaardige stemmen. Het Tom Rainey Trio staat voor triomuziek van de allerhoogste orde en minder hadden we eerlijk gezegd ook niet verwacht.

Deze recensie verscheen ook op het helaas ter ziele gegane
Kwadratuur.

Labels:

(Joachim Ceulemans, 22.11.14) - [print] - [naar boven]





Concert
Titanenstrijd

Big Band Explosion met Big Band Friesland & Stageband, vrijdag 14 november 2014, Huize Maas, Groningen

Inmiddels is het (bijna) 90 jaar geleden, dat het Groninger Huize Maas geopend werd, aanvankelijk als dansschool. Voor de oorlog traden er al vermaarde bigbands op, zoals The Plus Fours, de plaatselijke favorieten en Siegfried Courant And His Commanders. Met solisten als vocaliste Annie de Reuver en Tinus Bruyn, Fred van Ingen en Willy Langestraat in de rietsectie waren de Commanders jarenlang het huisorkest van Maas. Inmiddels vormen de betegelde pilaren het enige authentieke element van het interieur, maar het etablissement is onverminderd een van de brandpunten van danslustig Groningen. En luisterlustig Groningen: er werd tijdens de Big Band Explosion niet gedanst, maar des te aandachtiger geluisterd naar de verrichtingen van de toporkesten van Friesland en Groningen.

Big Band Friesland opende de avond met relatief traditioneel orkestwerk. De Friezen excelleerden in het stuk 'Wetlands', een compositie van dirigent Frans Vermeerssen. De sound van de band was hier zo'n beetje het enige traditionele element. De saxen speelden een intrigerend a capella thema – nu ja, zo goed als a capella, want slechts begeleid door Bob Pruiksma's bas. Heel grillig getimed, overigens. Ook de combinatie gestopte trompet-sopraansaxofoon pakte hier heel verrassend uit. In 'Hûs Te Keap' van Kurt Weiss wist die laatste met de mix trombones-tenorsax-baritonsax, ondersteund door een ostinato basloopje, het geheel een aangenaam krokant korstje te geven.

Dit orkest bezit stoot- en stuwkracht. Het enige punt van kritiek zou kunnen zijn dat de bas en de drums niet altijd synchroon liepen (wat in feite een doodzonde is in een bigband). Daardoor wrong het ritme, waar het gewoon lekker soepel had moeten lopen. Daarentegen sneed de gitaar van Martin Beekman als een skûtsje door het Sneekermeer.

De Groninger Stageband startte niet voordat dirigent Steven Sluiter de balans uitgebreid had getest. Bij dit orkest komt het op de details aan. Direct in het eerste nummer, Jim McNeely's 'Extra Credit', hoorden we waarom deze formatie al jaren de schrik is van elk bigbandtoernooi en tegenwoordig, naar verluidt, zelfs actief ontmoedigd wordt om deel te nemen. De Groningers maakten indruk met secuur 'wapperende' secties (een betere term zou ik zo gauw niet weten) en out-of-tempo spelende trombones. Dit zou als de soundtrack van een fantasy film kunnen fungeren.

Met plastische gebaren wist Sluiter er elke nuance in dynamiek en timing uit te zuigen. Dit, friends and neighbors, is een jazzorkest! In het tweede nummer, John Claytons bewerking van 'The Jody Grind', werd dat nog eens nadrukkelijk onderstreept. Hier krijste de band van vreugde en wij met hem. Dit is, zoals we dat in Brabant zeggen, ginne flauwekul. Dit kan zó in een eigentijds dancepaleis. Bij wijze van contrast speelde de Stageband vervolgens 'The Very Thought Of You', in een bewerking van Henri Gerrits, die hier een warm dertienstemmig koorwerk van had gemaakt. Met zijn gisse staccato timing is 'Walkin’ Tiptoe' van Bert Joris zo langzamerhand een echte bigband-standard. In 'Georgia On My Mind', tenslotte, nam tenorist Gerben Wasser het in zijn eentje tegen de knallende en kolkende rest op. Beiden wonnen.

Labels:

(Eddy Determeyer, 20.11.14) - [print] - [naar boven]





Cd
Naked Ears – 'Icebear' (Speedwell Tracks, 2014)

Opname: 2012-2013

Het Amsterdamse Naked Ears is in 2012 opgericht door basgitarist Jasper de Beer. Een relatief jonge band dus nog, maar wel samengesteld uit musici die hun sporen ruimschoots verdiend hebben binnen de jazz en aanverwante stromingen. Het debuut heet 'Icebear'.

En deze ijsbeer zet direct de toon. De titelsong, een compositie van De Beer en gasttrombonist/zanger Joseph Bowie gaat over niets minder dan wat er allemaal mis is onze wereld, gesymboliseerd door het lot van, jawel, de ijsbeer, die zijn wereld letterlijk steeds kleiner ziet worden: "Icebear, stressed and nervous. Gettin' in circles, going nowhere. World is melting under my feet. Don't you see, why can't you believe." Het is een stevig nummer met invloeden van funk en rock dat zich direct in je hoofd nestelt en daar voorlopig niet uit wil verdwijnen.

Het album bestaat volledig uit eigen composities van de zes bandleden en hun gasten. Waarbij de vast kern van Naked Ears naast De Beer bestaat uit Gil Lopez (gitaar), Stormvogel (toetsen), Dirk Beets (trompet), Remko Smid (saxen) en Mark Eshuis (drums). Met dan nog zes gasten die op deze cd meespelen en meezingen is het een ruimhartig georkestreerd en zeer afwisselend album geworden.

Jazz die stevig wortelt in funk en rock is ruimschoots aanwezig, maar ook de invloeden uit andere culturen komen regelmatig voorbij. In 'Ethijojo' bijvoorbeeld, een samenwerking tussen De Beer en zangeres Minyeshu Kifle waarin de Arabische invloeden duidelijk te horen zijn. Maar ook met een hypnotiserende saxofoonsolo van Smid, alsof je op een kameel zit. Of 'Skavia', waarin de invloeden van de skamuziek zich vermengen met een soort Balkanswing. Maar hoogtepunt van deze cross-over is 'King Of Jerusalem'. Een echt knotsgek nummer van Stormvogel, een soort kruising tussen klezmer en Frank Zappa. Krachtige zang van Bowie, gierend gitaarwerk van Lopez en van die heerlijk melige klezmermelodietjes met 'hey!' ertussendoor. Om dan via een mooie trompetsolo van Beets aan het eind door te schieten in vette soul. Een heerlijke pastiche.

U heeft het al door, dit is een cd waar je je niet bij verveelt. Alles, maar dan ook alles komt in één vrolijke achtbaan voorbij. Een brevet van vermogen van een creatieve band die laat zien dat Amsterdam een wereldstad is. En laat ik besluiten met de onsterfelijke vraag van Frank Zappa, die hij ooit als titel aan een album mee gaf: 'Does Humor Belong In Music?'. Het antwoord mag duidelijk zijn!

Meer horen?
Het complete album is te beluisteren via SoundCloud:
klik hier.

Labels:

(Ben Taffijn, 20.11.14) - [print] - [naar boven]





Festival
November Music: Colours of Improvisation


"Marc Ribot staat tijdens dit festival twee maal op het podium. In de middags met zijn trio in W2 en in de avond in de Verkadefabriek samen met Zapp 4, een van de samenwerkingsprojecten tijdens November Music. Het is op papier een leuke combinatie. De Zapp'ers en Ribot zijn beiden actief in de jazz, maar hebben ook absoluut veel met rock en integreren dat op natuurlijke wijze in hun werk. Bovendien zijn beiden wars van conventies. Gelukkig werkt het niet alleen op papier, maar ook op het podium."

Op zaterdag 8 november bezocht Ben Taffijn het November Music-festival in Den Bosch. 's Middags zag hij een optreden van het Marc Ribot Trio en 's avonds het programmaonderdeel 'Colours of Improvisation' met Zapp 4 featuring Marc Ribot, The Bad Plus featuring Anton Goudsmit en het Tigran Hamasyan Trio.

Klik hier om zijn festivalverslag te lezen.

Labels:

(Maarten van de Ven, 18.11.14) - [print] - [naar boven]





Cd
Jozef Dumoulin & The Red Hill Orchestra - 'Trust' (Yolk, 2014)

Opname: 10-11 juni 2014

Eerder dit jaar verscheen van de Belgische Fender Rhodes-wizard Jozef Dumoulin een soloalbum. Nu staat hij er opnieuw, maar in het gezelschap van twee Amerikanen: drummer Dan Weiss en saxofonist Ellery Eskelin, muzikanten die zonder meer grote persoonlijkheden genoemd mogen worden en die wars van rages en trends een eigen stijl ontwikkeld hebben.

Dat komt dan mooi uit, want Dumoulin is ook zo iemand die niet de meest evidente paden bewandelt. Het abstracte en vaak erg flou klinkende geluid dat hij tot in de puntjes beheerst, is niet van die aard dat het overdag op de radio welkom is. Dat belet Dumoulin niet om het verder te ontwikkelen en daar slaagt hij met zijn nieuwe trio opvallend goed in.

Natuurlijk heeft hij in drummer Dan Weiss een ideale partner. Het krokante en bij momenten spaarzame geluid van de percussionist past naadloos bij het elektronische en harmonisch gesofisticeerde geluid van de Belg. Niet ascetisch, maar wel perfect getimed, zowel wat betreft geluid, ritme als dynamiek, flirten de twee af en toe met een groove, maar echt doorbreken mag die nooit. Ofwel trekt Weiss wat aan het tempo, ofwel verbrokkelt Dumoulin het vaste ritme, waardoor de muziek haar schimmige karakter en dus ook haar geheimzinnige eigenheid bewaart. Zo verraadt die invloeden van ambient, soundscapes, funk en instrumentale hiphop, zonder dat die ergens in mag gaan hangen. Hierdoor laat The Red Hill Orchestra misschien wel de muziek horen die Miles Davis had kunnen maken, mocht hij niet vastgelopen zijn in het moeras van Cyndi Lauper en Marcus Miller.

In 'Lord Blue Throat', dat nochtans begint met aardig verknipte elektronica, trekken de twee de lijnen uitzonderlijk wat strakker, maar dan is het aan saxofonist Ellery Eskelin om stoorzender te spelen. Die laat zich niet verleiden tot een populaire decibelontwikkeling en blijft koppig zijn eigen gang gaan. Die attitude om nooit het achterste van zijn tong te laten zien, zweeft als een constante door het saxspel. Soms half neuzelend of met wat wind op de toon, maar steevast melodisch, zoekt Eskelin zijn eigen weg, één waarbij dynamiek van secundair belang wordt. Opvallend genoeg maakt deze voor hem zo typische benadering de muziek niet tam, wel integendeel. De terughoudendheid, gecombineerd met de plagerige wazigheid van de ritmetandem, maken het geheel juist erg uitdagend en zegenen het met de zompigheid van Henry Threadgill.

Dat neemt niet weg dat de groep meesterlijk met sferen kan spelen, waarbij de complexiteit van de muziek een bijkomstigheid wordt. Zo laat opener 'Sea Green' een desoriënterende loomheid horen van de eerste zonnestralen die in de ochtend licht verblindend komen piepen. Heel wat minder vriendelijk klinkt 'M'. Een verwijzing naar de gelijknamige film? Het zou kunnen, want de muziek baadt in de verwrongen sfeer van Randy Newmans 'In Germany Before The War', een nummer dat qua thematiek wel wat parallel loopt met Fritz Langs meesterwerk. Echte horror valt er niet te rapen, maar Dumoulin zorgt wel voor een latente spanning met onvatbare akkoorden en dito melodielijnen, waarbij Weiss het tempo geregeld subtiel laat haperen.

Een even schitterend samenspel is te horen in 'The Gate', waarin het trio zweeft en mooi samenblijft, hoewel niemand echt het anker uitgooit. Hier werkt Dumoulin zijn Fender Rhodes-partij gelaagd uit, om die te laten uitmonden in een passage waarin hij even een roterende standvastigheid in het basregister wil toestaan. Dat is echter schijn, want Eskelin moet zich hoe dan ook blijven bewegen op een ijsvlakte die net genoeg houvast biedt om niet bij elke beweging onderuit te gaan, maar die wel alle concentratie vergt. Het belet hem niet om ook hier even onder stoom te komen, maar - moet het nog gezegd - zonder de boel aan flarden te trekken. Sommige luisteraars zullen dat waarschijnlijk betreuren, maar ook die zouden moeten weten dat ze voor testosteron-festivaljazz bij Dumoulin, Weiss en Eskelin sowieso aan het verkeerde adres zijn. Het belet de drie niet om met 'Trust' een bijzonder boeiende cd af te leveren, die wel wat vraagt van de luisteraar, maar de geïnvesteerde energie dubbel en dwars terugbetaalt.

Deze recensie verscheen ook op het helaas ter ziele gegane
Kwadratuur.

Meer horen?
Klik hier om twee tracks van dit album te beluisteren: 'Water Bears' en 'Inner White'.

Labels:

(Koen Van Meel, 18.11.14) - [print] - [naar boven]





Festival / Reportage
Jazzfestival Heerde: vestzak-kroegentocht

vrijdag 7 november 2014, centrum Heerde

Het Rabo Jazzfestival Heerde vond dit jaar voor de 38ste keer plaats en dat is een felicitatie waard. In 1976 debuteerde het evenement in het plaatselijke Dorpshuis en daar was het vervolgens 36 jaar lang niet meer weg te denken. Maar in augustus 2013 ging dat dicht om gesloopt te worden. Zodoende zocht het bestuur van het jazzfestijn naar een alternatief, dat gevonden werd aan de voet van de Johanneskerk, in café Rooster, alias Van Heck, de daar tegenover gelegen discotheek SQ en restaurant Vier Jaargetijden, even verderop. In het voorwoord van het programmaboekje rept voorzitter Joop van Schaik van de positieve reacties, vorig jaar, van bezoekers en musici, reden waarom andermaal voor deze horecagelegenheden gekozen is.

Daarmee is het festival, ooit een van de meer prominente provinciale showcases voor de muziek, een soort mini-kroegentocht geworden. Want hoewel het programma onverminderd kwaliteit biedt, is de presentatie toch een stuk informeler geworden. Eufemistisch gesteld. Op zich hoeven ze zich daar niet te schamen, met het trio van pianist Rein de Graaff plus baritonsaxofonist en pollwinnaar Gary Smulyan, Charlie Parkermuziek door een stel all stars onder leiding van altist Jacco van Santen en de Louis Armstrong Legacy van trompettist Michael Varekamp. Edoch: in café Van Heck kon je na tienen nog slechts van bovenop de sigarettenautomaat, turend over een diffuse zee van deinende koppen en door zweterige flarden wasem, gewaar worden dat het het bolhoedje van zanger Curtis T van de Soul Snatchers was dat daarginds zo monter op en neer wipte. Beetje mechanisch, die Snatchers.

Met het zaaltje zelf is overigens weinig mis. De opkringelende rook van decennia tabaksgenot had het plafond in zachte geelbruintinten gepenseeld. Langs het plafond en de muren woekert een chaotisch netwerk van buizen en snoeren, zoals zich dat vanzelf aan een café hecht, na verloop van tijd. Aan de muren foto's van 'Heerde in Oude Ansichten', door verstandelijk beperkten vervaardigde schilderijtjes, prijzenvitrines die van een groots verleden getuigen, spaarkastjes, een banier van FC Kobenhavn, boeketten droogbloemen.

Een paar uur eerder opende de salsaklas van Artez Zwolle het festival daar met dansmuziek die mank ging aan vals blaaswerk. Vrijwel gelijktijdig trapte aan de overkant de Big Band Allotria af met mainstream orkestmuziek die een stuk zuiverder klonk. Dit was ook voor het orkest de 38ste keer (!) en het bewees dat zijn rieten ook in de meest subtiele passages homogeen en subtiel bleven. Althans, voor zover je dat in de SQ kon vaststellen. Want dat is een soort grot met de akoestiek van een sportfondsenbad, uitgedost als een discotheek van drie verdiepingen, met balkons en discobollen en niveauverschillen (die de oorzaak zijn van de bloeduitstortingen op je schenen en de daarmee gepaard gaande schrijnende, dan wel doffe pijnen, de ochtend erna). Opzij en tegen de achterwand zijn spandoeken bevestigd, aan waslijnen en met duct tape, van de sponsors van het festijn. De Rabobank vanzelfsprekend ('jazzmuziek tot leven brengen'), maar ook de Rotary Club Hattem-Heerde ('draagt met genoegen bij aan dit grandioze jazzfestijn'), MTH Accountants & Adviseurs ('een goed gevoel') en Installatiebedrijf Gert Lammers v.o.f. ('vakmanschap en kwaliteit'). Die laatste kwalificatie kon ook op de verrichtingen van De Graaff en zijn gast Smulyan slaan. Uitgerekend van die twee was evenwel bitter weinig terug te vinden in het dofgalmende geluidsbeeld. Bassist Marius Beets bleek de gelukkige bezitter van het diploma Reddend Zwemmen D, die hoorden we wel, net als drummer Eric Ineke. Dat de pianist in 'Little Willie Leaps' een coherente ideeënstroom op overtuigende wijze vormgaf, moesten we maar zo'n beetje raden. Ik kreeg de indruk, dat de blazer een andere, meer laidback timing had, wat in curieuze faseverschillen resulteerde. Doch volgens De Graaff, na afloop, hadden ze goed gespeeld – we zullen hem maar op zijn woord geloven.

Iets dergelijks gold voor Humphrey Campbell, die met de Toon Roos Group zong. Campbell bezit een soort ingebouwde soul. Hij heeft een messcherpe timing en legt een voorkeur aan de dag voor smooth jaren tachtig-soul van lieden als George Benson en Al Jarreau. Maar ook saxofonist Roos slaagde er niet in de obstakels van de lastige akoestiek te overwinnen. Een barjuffrouw kon slechts met de grootste moeite boven de muziek uitkomen. En zonder microfoon! Wanneer is dat nieuwe Dorpshuis eigenlijk klaar?

Labels: ,

(Eddy Determeyer, 17.11.14) - [print] - [naar boven]





Concert
Een tenorgeluid als het leven zelf

David Murray Infinity Quartet, zaterdag 8 november 2014, LantarenVenster, Rotterdam

Overdonderend, verrassend, met formidabele creativiteit en machtig tenorgeluid heeft David Murray de vele bezoekers in LantarenVenster overspoeld. Murray blijkt niet met zijn Infinity Quartet naar Roterdam te zijn afgereisd om routineus de muziek te promoten van zijn laatste cd 'Be My Monster Love'. Op dit album uit 2013 staan opvallend genoeg veel vocale bijdragen van de moderne voices of soul-jazz Macy Gray en Gregory Porter. Murray heeft inmiddels een lange en indrukwekkende weg in de jazz afgelegd als een inventieve leider van de avant-garde beweging op sax en basklarinet.

De schrik voor een fiasco ligt heel even op de loer wanneer Murray norse, murmelende opmerkingen maakt over zijn in gebreke blijvend instrument evenals de vroegtijdig ingezette pianosolo, terwijl deze speelruimte bestemd was voor een drumsolo. De all-star band, met oudgediende Jaribu Shahid op contrabas, runner-up Nasheet Waits op drums en postbop pianist Orrin Evans op akoestische piano, pakt de draad spoedig op. Murray toont zich niet alleen als een geweldige technicus, maar misschien wel als de meest getalenteerde tenorsaxofonist van dit moment. Hij maakt het zichzelf en zijn publiek niet makkelijk.

Het Infinity Quartet graaft en ploegt zich door woelige akkers van relatief oude standards en oorspronkelijke composities. Murray strooit met zaad en de oogst van zijn uitgesponnen solo's kent een verscheidenheid aan stijlen en emoties. Deze visie en de gewaagde spelopvatting bevrucht de ritmesectie. Het ligt niet in de aard van Murray en met hem zijn Infinity Quartet om plichtsgetrouw de melodie te volgen. Zoals in Billy Strayhorns 'Chelsea Bridge', waar de melodie weliswaar het anker vormt, maar dat ritmisch alle kanten op tuimelt en verschuift van lieflijke naar macabere sferen. 'Spooning', de ode aan wijlen cornist/componist Laurens Butch Morris, is monumentaal. De donkere maar elegante tango is in aanleg romantisch van aard. Het thema verdwijnt snel naar de achtergrond wanneer Murray, onder aanvoering van gestaag aanzwellende staccato piano-akkoorden fluitend en proestend naar een weelderig einde soleert.

De free jazz wordt virtuoos en chaotisch gepredikt in 'Cycles And Seasons'. Meesterlijk in de brutaliteit en opstandigheid van het solowerk en chaotisch in zijn vele wendingen, akkoordenwisselingen en talloze tegendraadse, ritmische accenten. Murray getuigt bij het naderend einde ook veel zeggingskracht te hebben op de basklarinet. Aanvankelijk solistisch, en later met de toevoeging van de totale ritmesectie, laat de meester zijn rietinstrument zwierig kolken en dampen.

Dankzij dit optreden, met een open benadering waarin traditie en avant-garde hand in hand gaan, blijkt eens te meer dat de Amerikaanse jazz volop bestaansrecht heeft. De rijkdom en fruitigheid van de tenorsaxofoon werkt aanstekelijk binnen de complexe gelaagdheid die de muziek heeft te bieden. In hoge registers klinken pijnlijke kreten en gekerm, in donkere passages klinken oergeluiden, naargeestig en inktzwart. Zijn geluid is als het leven zelf.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Louis Obbens.

Labels:

(Louis Obbens, 16.11.14) - [print] - [naar boven]





Cd
Charlie Parker – 'Intégrale Charlie Parker Vol. 8: Laura' (Frémeaux & Associés, 2014)

Opname: maart-september 1950

De opzet van de Intégrale-series van het Franse Frémeaux zal inmiddels bekend zijn. Van prominente artiesten als trompettist-zanger Louis Armstrong en saxofonist Charlie Parker wordt domweg alles gerestaureerd en in 3-cd boxjes uitgebracht. Dus zowel studio-opnamen als radiouitzendingen en concertregistraties, voor zover het geluid enigszins acceptabel is.

Met 'Laura' van Parker, het achtste album, zijn we in het midden van 1950 aangeland. In november 1949 had de altist zijn fameuze 'The Great Charlie Parker With Strings'-album opgenomen en het jaar daarop ging hij met een strijkerssectie op tournee. Althans, hij speelde daar waar men bereid was de pittige prijs te betalen voor de extra hobo, vijf strijkers en harp. Op dit album zijn studio-opnamen bijeengebracht, plus live registraties, vastgelegd in het Apollo Theatre en Carnegie Hall.

Er is al veel geschreven over het concept. Het is waar dat de arrangementen van Joe Lippman en Jimmy Carroll braaf zijn – waardoor de alt van Bird schittert als een juweel in een fabriekssetting. In Wallace McManus had hij een uitgesproken woeste harpist tot zijn beschikking. Maar stel je voor dat George Handy of Robert Graettinger voor de bewerkingen waren gevraagd!

In de liveopnamen, met name die uit Carnegie Hall, lijken de publieksreacties Parker te stimuleren. Doch tegen orkestleider Duke Ellington had Parker al geklaagd dat het project hem tegen begon te staan – te saai. In de New Yorkse club Birdland, waar hij samen met vocaliste Dinah Washington geboekt stond en waar het 24/7 feest was met ongelimiteerd whisky en reefers, kwam het tot een uitbarsting. Parker ontsloeg zijn strijkers op staande voet.

Het aardige van de Frémeaux-series is dat er altijd weer relatief onbekende liveopnamen bijzitten. Althans, de nummers met Afro-Cuban pionier Machito, vastgelegd in mei 1950 in de Renaissance Ballroom, kende ik nog niet. De orkestleider wordt opgevoerd als componist van het nummer 'Mambo Fortunado', maar ik hoor hier ook sporen van trompettist Mario Bauzá, diens muzikaal leider en arrangeur.

Ook deels 'nieuw' zijn de achttien tracks die in juni-juli in het New Yorkse Café Society zijn opgenomen. Het publiek is rumoerig – heeft het vermoedelijk te druk met het smeden van complotten om het kantoor van de FBI op te blazen of zo. Doet me denken aan de keren dat de Groninger Partij van de Arbeid na haar wekelijkse vergaderingen in het naburige Muziekkafee Lenting kwam doorzakken. Of die John Coltrane wat zachter kon? Nee, natuurlijk niet! Dit is muziek van en voor het proletariaat! Waarop 'Expressions' een klikje harder werd gezet. Het applaus in 'The Wrong Place For The Right People' is gereserveerd of non-existent. Nochtans speelt Parker superbe. Opmerkelijk zijn de medleys en de lengte van de stukken, tot zeventien minuten.

Bekender zijn de tracks die Parker in juni voor producer Norman Granz vastlegde. Met een supergroep: Dizzy Gillespie, Thelonious Monk, Curley Russell en Buddy Rich. Een all star-bezetting if there ever was one. Fantastisch, hoe Monk meteen al in de intro's zijn geurvlag plant. Neem een whisky en een reefer, zou ik zeggen.

Labels:

(Eddy Determeyer, 16.11.14) - [print] - [naar boven]





Concert
Elkaar gevonden op inhoud en sfeer

Franz von Chossy Quintet featuring Wu Wei, vrijdag 7 november 2014, Verkadefabriek, Den Bosch

Het Franz von Chossy Quintet kent een bijzondere samenstelling. Naast Von Chossy zelf op piano bestaat dit kwintet uit Jeffrey Bruinsma op viool, Jörg Brinkmann op cello, Yonga Sun op drums en Alex Simu op klarinet. Voorwaar geen alledaagse bezetting en vooral het ontbreken van een bas valt op. Maar deze bezetting is wel zeer geschikt voor het type muziek dat dit kwintet vertolkt: een mix van jazz, wereldmuziek en kamermuziek. Waarbij subtiele en weldoordachte momenten en meeslepende melodieën - waarin vooral de klassieke wortels goed naar voren komen - afgewisseld worden met stevigere fragmenten van pure swing. Maar ook met invloeden uit Oost-Europese stijlen als klezmer. Vooral Sun kan hierbij het ritme flink opzwepen.

Voor dit concert, als onderdeel van November Music, kwam daar nog Wu Wei bij. Iets wat past binnen een van de tradities van dit festival: musici die nog nooit met elkaar gespeeld hebben samenbrengen op één podium. En op deze avond ging het dus om de combinatie van het Von Chossy Quintet met Wei, een shengspeler. Een sheng is een mondorgel. Hier in het westen kennen we dit instrument niet, althans niet in deze vorm. Het ziet eruit als een miniformaat pijporgel en werkt in wezen op dezelfde manier, alleen dien je erop te blazen. De klank heeft nog het meest weg van een accordeon. Wu Wei beheerst het instrument perfect en het is een prachtig gezicht om hem dit instrument te zien bespelen. Want echt gemakkelijk ziet het er allemaal niet uit.

Samenspelen was voor beide partijen dus de eerste keer en vooral in de eigen stukken die het kwintet speelde en die ook te vinden zijn op de cd 'When The World Comes Home', moest Wu Wei dan ook wel wat zoeken naar zijn rol. Soms diende hij lang te wachten, maar daar waar hij erin kon springen leverde het mooie momenten op. De sheng is een subtiel instrument waarmee je goed emoties kunt uitdrukken en dat viel mooi samen met het pianospel van Von Chossy en met beide strijkers Bruinsma en Brinkmann. Maar Wei kwam vooral tot zijn recht in de stukken die Von Chossy speciaal voor deze avond had geschreven of bewerkt. Hier kon hij uitstekend laten zien wat hij kan en hoe subtiel zijn spel is.

Al met al was dit zeker een boeiend concert, waarbij de musici elkaar goed vonden op de inhoud en de sfeer van de muziek. De organisatoren van November Music kunnen tevreden zijn: er is weer een geslaagde samenwerking toegevoegd aan het lijstje.

Labels:

(Ben Taffijn, 14.11.14) - [print] - [naar boven]





Cd / Jazztube
Flying Lotus – 'You’re Dead!' (Warp, 2014)

Opname: 2013-14

Flying Lotus, het alter ego van rapper, producer en jack-of-all-trades Steven Ellison, erkent geen hokjes of scheidslijnen. Zijn album 'You’re Dead!' is een nerveuze, maar overwegend vrolijke hutspot van elektronica, free jazz en rock. Dat wringt dus een beetje met de titel en met de illustraties van Shintaro Kago, die nauwkeurig ontploffende en gevilde hoofden, geplette en gekliefde lichamen en ander ongerief in beeld heeft gebracht.

Afgezien van de minutieuze productie heeft de muziek ook wel wat van de no wave jazz van jaren tachtig-groepen als Defunkt en Dizzazz. Dit is echte designer's music; ik moet nog zien hoe FlyLo dit op de bühne brengt. Alles klinkt ook superclean – geen vuiltje dat in de machinerie terecht is gekomen.

Het gebodene moet het hebben van contrasten en confrontaties, maar er zitten ook rustige, zelfs lieflijke momenten in. De negentien nummers, van gemiddeld nog geen twee minuten, gaan naadloos in elkaar over. In de 'Siren Song' heeft de maker een uitloopgroef gesampled, wat resulteert in een soort Back to the Future-gevoel – maar dan omgekeerd. En is dat een theremin in 'Obligatory Cadence'?

Er kan uiteraard op gedanst worden, op 'You’re Dead!', maar beter nog werkt dit spul in de vroege ochtend, als iedereen lijp in zijn stoel of op de grond ligt.

Bekijk de Jazztube!
Klik op de afbeelding linksboven voor een leuke album teaser, waarin de illustraties van Kago verwerkt zijn en je flarden hoort van het album, waarop overigens een heel arsenaal aan gasten meedoet, waaronder Herbie Hancock, Thundercat, Kendrick Lamar en Snoop Dogg.

Labels: ,

(Eddy Determeyer, 13.11.14) - [print] - [naar boven]





Concert
Een cursus emotioneren zonder sentimenteel te worden

Anouar Brahem, woensdag 5 november 2014, Verkadefabriek, Den Bosch

November Music slaagde er ook dit jaar weer in om een aantal bijzondere acts binnen te halen, wat ongetwijfeld veel te maken heeft met de status die dit festival inmiddels heeft opgebouwd. Naast het Kronos Quartett, dat op zondag 9 november aantrad, was het podium nu voor de andere publiekstrekker: het Anouar Brahem Quartet, dat speciaal voor dit festival voor een eenmalig concert naar 's-Hertogenbosch toog. Welnu, dat mag toch zeker wel bijzonder genoemd worden. De grote zaal van de Verkadefabriek was dan ook volledig uitverkocht. Met, wat natuurlijk met zo'n concert ook wel te verwachten is, veel fans van Brahem. Mijn buurman slaakte aan het eind van het concert dan ook de zucht: "om te huilen zo mooi..."

De udspeler uit Tunesië timmert al sinds begin jaren negentig aan de weg met zijn zeer herkenbare oeuvre. Intussen is hij met acht cd's een van de sterren van het ECM-label. Brahem trad ditmaal op met het kwartet waarmee hij ook in 2009 zijn laatste album 'The Astounding Eyes Of Rita' heeft opgenomen. Een groot deel van de nummers die werden gespeeld waren van die cd afkomstig. Naast Brahem bestaat dit kwartet uit Khaled Yassine op darbouka (een vaastrommel) en bendir (een raamtrommel), Björn Meyer op bas en Klaus Gesing op basklarinet.

Knap aan de muziek van Brahem is, en dat bleek ook weer eens tijdens dit concert, dat het in grote mate inwerkt op de emoties en het gevoel van de luisteraar, terwijl het nergens sentimenteel en kitscherig wordt. Emoties die samenhangen met de titel van de cd, die niet voor niets luidt 'The Astounding Eyes Of Rita'. De muziek gaat over verlangen, sensualiteit, weemoed en melancholie. Want zoals het gaat met verlangen: als het vervult is, komt het weer terug. Alleen dan sterker, iedere keer weer. En daar gaat deze muziek over. Dat beeldt het uit. Je voelde de zaal zuchten.

En oh, wat is de valkuil dan groot voor een musicus om dat eens lekker uit te buiten. En dan hebben we er weer een smartlap bij. Maar niet bij Brahem. Hij voelt als geen ander aan dat je alleen maximaal effect bereikt als je ervoor zorgt dat je in het musiceren niet uit bent op effectbejag! Hij bewandelt juist de tegenovergestelde weg: de muziek is zeer ingetogen, vaak zelfs bijna minimalistisch. Neem een slagwerker als Yassine met twee toch zeer eenvoudige instrumenten. Hij doet heel weinig, maar bereikt heel veel. Iedere slag is op zijn plaats en perfect getimed. Of Meyer op zijn zessnarige basgitaar. Hij zorgt voor een zeer doeltreffende groove, die de muziek exact dat geeft wat nodig is, maar ook niet meer dan dat. Met mindere goden was dit een draak van een concert geworden. Dat dit nu niet gebeurt, is de grote verdienste van dit kwartet.

En dan valt er muzikaal bijzonder veel te genieten. Meyer, die een prachtige groove neerzet en een groot gevoel heeft voor de blues. Wat dat betreft is een zessnarige elektrische bas een prachtig instrument, die in deze context net even meer biedt dan de traditionele contrabas. De accenten van Yassine, die hier nog een streep onder zetten. En dan Gesing, die hier zo nu en dan perfect in meegaat, om op andere momenten zijn eigen weg te gaan en bijna filmische melodieën te blazen van verlangen en sensualiteit. Tot slot Brahem zelf op zijn ud, fijnzinnig en subtiel. En als hij dan ook nog zingt, klinkt de pure melancholie.

Ik zou het zelf zo niet gezegd hebben, maar het is waar: "om te huilen zo mooi."

Labels:

(Ben Taffijn, 12.11.14) - [print] - [naar boven]





Concert
Sfeervolle klanksculpturen

Batik, vrijdag 31 oktober 2014, Cultuurschip Thor, Zwolle

Klankschilderen is het woord voor Batik, de band rondom drummer Joost Lijbaart en pianist Wolfert Brederode. Al wat langer samen met gitarist Ed Verhoef en op deze avond in Zwolle geflankeerd door Gulli Gudmunsson, die vaste bassist Mark Haanstra geweldig verving.

Al vanaf de eerste noten is duidelijk waar het bij deze formatie om gaat: sfeer, veel sfeer, geluidscollages, overvloeiende lijnen, overlappende soli, wegdromen en ruimte voor elkaars ideeën. Daarbij staat de technische bagage van de bandleden in dienst van de eigen composities, die soms ook een minimal touch krijgen vanuit de pianomotieven van Brederode.

De band - wel genomineerd voor de Jazz Edison, maar toch net niet gewonnen - speelde vooral materiaal van de laatste cd 'Headland'. Live net iets sprankelender en levendiger door datgene wat ter plekke ontstaat; door een loopje vanuit de piano of een extra impuls vanuit het percussiearsenaal van Lijbaart.

De ruimte in Cultuurschip Thor leent zich uitstekend voor dit soort concerten. Elk detail is goed hoorbaar en dat in een zeer bescheiden versterkte setting, een comfortabele seat in een prettige ambiance. Dit jazz-initiatief van eigenaar/pianist en programmeur Rik Elings verdient alle steun en, bij de nog komende concerten, meer publiek.

Klik hier voor foto's van dit concert door Maarten Jan Rieder.

Labels:

(Geert Topper, 11.11.14) - [print] - [naar boven]





Cd / Jazztube
Tim Langedijk Trio - 'Açenja' (The Sand, 2014)

Opname: 5 & 9 augustus 2013

'Açenja' is het vijfde album van het Tim Langedijk Trio en het derde in deze bezetting met bassist Udo Pannekeet en drummer Hans van Oosterhout. Het woord zelf heeft geen betekenis, maar het kwam gitarist Tim Langedijk voor de geest na het componeren van een ballad, en het raakte hem. Hij besloot zowel de ballad als zijn album deze titel te geven.

Het woord açenja straalt kracht uit, maar ook gevoeligheid en elegantie. Termen die zonder meer van toepassing zijn op de tien tracks waarvan er negen van de hand zijn van de gitarist zelf, en een bijzonder fijne bewerking van J.J. Cale's 'After Midnight'.

Langedijk is een gitarist die het avontuur niet schuwt. En met zijn warme, heldere geluid is het een genot om naar hem te luisteren. Zijn composities zijn origineel en zonder fratsen zou ik haast zeggen, waardoor de hele cd een zekere puurheid uitademt. Diverse muziekstijlen zoals blues, jazz, en zelfs country klinken door in zijn stukken. Af en toe met een dikke knipoog naar een heersende hokjesgeest, waardoor een spontane glimlach niet te onderdrukken valt. Inhoudelijk is hij scherp en doelmatig en krijg je als luisteraar genoeg muzikaal voer om het verhaal te ontdekken.

Mooi voorbeeld daarvan is het openingsnummer 'The Woods'. Het begint gevoelig en kwetsbaar, haast nerveus, met om elkaar heen rollende klanken. Maar de druk bouwt op, waardoor je jezelf rennend tussen de bomen waant, volledig verdwaald en op zoek naar een uitgang. Om uiteindelijk (in de climax) terecht te komen op een open plek, verlicht door heldere zonnestralen.

Langedijk laat zich in zijn trio volgen door twee krachtige muzikale persoonlijkheden. De inhoudelijke puurheid krijgt er een extra dimensie door. Pannekeet is een lyrische bassist, die met melodieuze baslijnen en knappe rond-de-noot improvisaties extra diepgang brengt. Hij en Van Oosterhout vormen samen een vette drive; Van Oosterhout is de dynamische ritmekunstenaar die het plaatje compleet maakt. Sterke staaltjes hiervan zijn 'Blue Birdy' (een titel die verwijst naar Charlie Parker en een vogelsoort op Hawaii) en 'More'.

Het derde nummer op de cd, 'Religion', is een bewerking van een lied dat Langedijks vader met zijn broer schreef in de jaren zeventig. De intro is een unieke opname uit die tijd. De simpele melodie wordt door Langedijk gevoelig en integer neergezet. Het past prima in de gevarieerde tracklist. 'Açenja' is een album waarmee Langedijk weer een prachtig stukje van zichzelf prijsgeeft.

Bekijk de Jazztube!
Klik op de afbeelding linksboven om te kijken naar een live-uitvoering van 'The Woods' door het Tim Langedijk Trio.

Labels: ,

(Donata van de Ven, 10.11.14) - [print] - [naar boven]





Festival
So What's Next?


"Wat een souplesse en wat een timing in dit trio! Maar het was ook een prachtige show. Zeker toen Moran de papiermaché kop die op de hoek van de piano stond - de kop van Fats Waller - zelf opzette en zo letterlijk in de huid van kroop. Je waande je soms echt in een bar in Saint Louis een eeuw geleden."

Ben Taffijn bezocht het festival So What's Next? in het Muziekgebouw Eindhoven. Hij zag er optredens van Swamp, Jason Moran & The Bandwagon, Trio Bugge Wesseltoft, Henrik Schwarz & Dan Berglund, Gideon van Gelder, Windkracht 7 en Ibrahim Maalouf.

Klik hier om zijn festivalverslag te lezen.

Klik hier voor een fotoverslag van So What's Next? door Cees van de Ven

Labels:

(Ben Taffijn, 9.11.14) - [print] - [naar boven]





Concert
Hoogstaande interactie in een imponerende akoestiek

John Scofield Trio ft. Steve Swallow & Bill Stewart, zaterdag 1 november 2014, Concertzaal Tilburg

Gedurende zijn hele muzikale carrière heeft Scofield een open muzikale opvatting uitgedragen. De oorspronkelijke jazzstijl is doorspekt geweest met andere stromingen, maar funk en andere elektrische muziek zijn de pijlers waarop zijn ontwikkeling gestalte heeft gekregen. Vorig jaar nog on tour met zijn 'Überjam'-band, een onvergetelijk optreden in een uitverkocht Paradox en een volle zaal tijdens het North Sea Jazz. De uitgave van het vierde samenwerkingsproject, met Medeski, Martin & Wood, heeft dit jaar plaatsgevonden. De Jamband laat hier improvisatie en afro-latin ritmes samenvloeien.

In het brandpunt van een live-setting richt Scofield zich op hoogstaande interactie binnen een kleine, maar hechte samenstelling. In dit trioverband speelt de meester gewoontetrouw met beperkte elektronische gitaar-randapparatuur. En is hij slechts bewapend met zijn trouwe semi-akoestische Ibanez-gitaar, een versterker en een wah-wah pedaal. In de concertzaal blijkt het trioconcept geëvolueerd, met meer ruimte voor de inzet van uitgebreide elektronica, waaronder een loopingmodule. Een opmaat tot echte jazzimprovisatie? De ritmesectie is er helemaal voor geëquipeerd. Op het eerste oog speelt Bill Stewart een relatief beperkte rol. Maar zijn spaarzame en overwegend lichte drumwerk onderscheidt zich door een opzienbarende muzikaliteit. Het open, lichte karakter en het verborgen, polyritmisch gehalte zorgt voor verkwikking en variatie. De opvallende, vijfsnarige Citron-bas is een hollow body bas, in gitaarvorm met een ovaal klankgat. Steve Swallow bespeelt deze bas voorzien van een enkelvoudig element. De vernieuwer van de bas speelt een heldere toon, gebruikt vele registers en laat het kenmerkende gitarisch-lyrische geluid, zowel ondersteunend als solistisch, op sublieme wijze horen. Bij vlagen laat hij zijn toon licht agressief grommen.

Het accent van de avond ligt op lange gitaarsolo's. Scofield gebruikt de vele mogelijkheden van zijn elektrische gitaar en speelt vloeiend en natuurlijk met verschillende tempi, sterktes, klankkleuren en vervormingen. Volstrekt uniek in zijn sound en timing, effectvol in het overbrengen van muzikale stemmingen, met harmonieuze overgangen tussen gespeelde akkoorden en lenige, lyrische solo's. Scofield is onweerstaanbaar in zijn laid-back ballads en een echte country toegift, maar dat wordt overtroffen in een kolkende afwisseling van verraderlijke, ongepolijste rock of brandende high-speed funk-jazz. De variatie in de playlist wordt aangebracht door zowel eigen als bekende en minder vanzelfsprekende jazzstandards. De akoestiek van de zaal maakt het mogelijk de rijke detaillering en verfijnde nuances moeiteloos te volgen.

Klik hier voor foto's van dit concert door Louis Obbens.

Labels:

(Louis Obbens, 8.11.14) - [print] - [naar boven]





Cd
Oscar Peterson – 'Oscar Peterson And Friends' (Documents, 2014)

Opnamen: 1950-1959

In bepaalde jazzkringen was het in de jaren zestig bon ton om zich denigrerend over pianist Oscar Peterson uit te laten. Heleboel noten, maar weinig diepgang. Kunstje dat steeds herhaald werd en ging vervelen. Nee, dan Cecil Taylor! Daar kwam het zo'n beetje op neer.

Inmiddels kunnen we veilig vaststellen dat Peterson een van de echt grote pianisten van de jazz is geweest. Begiftigd, inderdaad, met een fenomenale techniek, maar o zo muzikaal (toucher en kleuring!) en daarbij een ideale begeleider, ook nog. Dat is vast te stellen aan de hand van deze 10-cd box, bevattende twaalf albums uit de jaren vijftig. Een prima dwarsdoorsnede van zijn oeuvre, als leider van zijn trio, als begeleider van eersteklas solisten en vocalisten – en als hoofdpersoon van een van de meest abominabele albums uit die tijd, 'Soft Sands'. Producer Norman Granz en orkestleider Buddy Bregman moeten met een jaloers scheel oog naar de succesvolle reeks kitschplaten van Jackie Gleason hebben gekeken: dat kunnen wij nog veel beter! Versterkt met een dubbelgemengd aaaah-koor is dit een bewijs dat wansmaak van alle tijden is. Wil je van een dreigende verkering af? Aanklikken zo gauw ze binnenkomt. Wil je, al dan niet onder laboratoriumomstandigheden, aantonen dat tijd maar een relatieve grootheid is? Fluks opzetten die hap en de studenten casu quo de onderzoekers laten schatten hoe lang de nummers duren. Gegarandeerd dat de bevindingen een factor vier à vijf keer zo lang uitvallen dan de exacte tijden, die tussen de twee en drie minuten liggen. Wegpleuren dus, dit wanstaltige cd-tje. Zou je zeggen, ja. Maar de tweede helft bevat de lp 'Ben Webster Meets Oscar Peterson', en dat is een héél ander verhaal. Weliswaar is ook hier sprake van introspectieve muziek, maar dan wél met kloten. We horen Webster als de balladeer par excellence.

Met solisten als Lester Young en Stan Getz en vocalisten Louis Armstrong en Ella Fitzgerald zijn dit soort solo-features goed vertegenwoordigd in deze box. Van klarinettist Buddy DeFranco zijn twee albums gekozen, 'Buddy DeFranco And The Oscar Peterson Quartet' en 'Buddy DeFranco And Oscar Peterson Play Gershwin', beide uit 1954. Alleen al deze documenten rechtvaardigen de toch al lage aanschafkosten van het tiental. Want DeFranco steekt in bloedvorm, zijn ideeënstroom lijkt nimmer op te drogen en hij weet dat ook allemaal rechtstreeks over te brengen op de luisteraar. De pianist heeft er eveneens plezier in. Zijn geraffineerde afwisseling van korte en lange frasen zet het geheel onder spanning.

Ook de twee eerste albums die Peterson voor Granz opnam zijn hier geselecteerd. Een half jaar eerder had hij zijn New Yorkse debuut gemaakt en op van wat er van dat optreden in Carnegie Hall bewaard is gebleven horen we een groot talent dat nog wat onevenwichtig (zenuwen?) klinkt. Hier, op de lp 'Tenderly', springt hij tot de tanden bewapend op het toneel. Meteen al in het allereerste stuk, toepasselijk 'Debut' getiteld (en gebaseerd op 'Perdido'), geeft hij zijn visitekaartje af. Zijn grote affiniteit met Art Tatum is evident, maar qua harmonieën neemt hij zijn hoed af voor Bud Powell. Wanneer hij op de tweede track 'They Didn’t Believe Me' wat gas terugneemt, vallen de feilloze plaatsing van de noten, zijn orkestrale inslag en zijn uitbundige swing op. Opvallend is dat bassist Ray Brown, die hem in Carnegie Hall reeds had begeleid, hier andermaal van de partij is met krachtig, gefocust werk.

Brown zou een kwart eeuw lang niet van zijn zijde wijken. Als hij niet beschikbaar is voor het tweede album 'Keyboard' valt Major Holley voor hem in. Alhoewel we weten dat Mule een voortreffelijke bassist is, legt hij het hier toch tegen Brown af. Niet alleen is zijn sound wat meer omfloerst en zijn timing meer laid-back, hij speelt ook slordiger. Brown stelt zich op als gelijkwaardige partner en zijn timing - pets bovenop de tel - geeft de muziek een enorme voorwaartse beweging. Duidelijk is ook dat de arrangementjes van tevoren minutieus zijn uitgewerkt en ingestudeerd. Zoals Peterson ook later zou blijven doen, toen een gitarist en/of drummer deel gingen uitmaken van het combo. Wanneer ze in 1952 Lester Young begeleiden, voelt dat als lopen door oud, van mos doorschoten gras.

Wat goed dat impresario Paul Acket zich nooit wat van het gemor van de jazzpolitie heeft aangetrokken en Oscar Peterson gewoon voor bijna al zijn North Sea Jazz Festivals noodde.

Labels:

(Eddy Determeyer, 8.11.14) - [print] - [naar boven]





Concert
Bart Wirtz met no-nonsense mainstream

Bart Wirtz, Bert van Erk & Elmer Bergstra, donderdag 30 oktober 2014, Jazzcafé Alto, Groningen

Voor wie altsaxofonist Bart Wirtz nog altijd associeert met de funky smooth-jazzgroep Monsieur Dubois was zijn optreden in het Groninger café Alto een aangename verrassing. Erg smooth ging het er niet aan toe en de funky aspiraties bleven beperkt tot de latin tinge van 'My Little Suede Shoes' en het door gospel en calypso doordrenkte 'Resa Mo’', opgedragen aan zijn jongste dochter. Daar Bart ruzies aan de ontbijttafel wil voorkomen, was ook zijn oudste dochter bedeeld met een compositie, de ballad 'Dunya’s Dance'. Hier hoorden we zijn voorkeur voor het lage register, een voorkeur die het optreden een eigen signatuur gaf.

Qua geluid en aanpak zou je Wirtz ergens halverwege de lijn Cannonball Adderley-Lee Konitz kunnen plaatsen. De 'late Konitz', welteverstaan. Een stevige sound in de mainstreamsfeer, kortom, een geluid dat de roddeltantes en Italiaanse ooms achter in de zaal keer op keer op de knieën kreeg.

De spanning werd, heel professioneel, langzaam opgebouwd. 'Two Bass Hit' kreeg een rustige, relaxte behandeling, maar 'I’ll Remember April' werd al ingeleid door een vrije exercitie die naar 'A Love Supreme' smaakte. Zijn eigen compositie 'Honque Honque' is zo catchy dat ze terecht veel airplay heeft gekregen. Hoewel de gelegenheidsband hier, tegen het eind van de eerste set, al als een vaste groep begon aan te voelen, kun je je voorstellen dat Wirtz' eigen formaties hier meer power aan zouden hebben kunnen geven.

'The Gang', een andere eigen compositie, bevatte plenty, plenty soul en ging in volle vaart richting 'It Could Happen To You', waarin zweetplekken die tot dan toe onschuldig hadden liggen sluimeren onbeschaamd aan het daglicht (lees: nachtverlichting) traden. Een regelrechte urgentieverklaring was 'Trianon'. 'Softly, As In A Morning Sunrise' wordt in de praktijk zelden echt softly uitgevoerd en de versie in Alto was geen uitzondering op die regel.

Bert van Erks baswerk is altijd een genot om te ondergaan. De contrabas is in zijn handen een zeer persoonlijk en wendbaar instrument, dat gelijkwaardig is aan om het even welk solovehikel. Drummer Elmer Bergstra grossierde in combinaties en figuurtjes die de aandacht vasthielden en het gebodene reliëf en spanning gaven. Gezond voer, alles bij elkaar.

Labels:

(Eddy Determeyer, 7.11.14) - [print] - [naar boven]





Cd
ICP Orchestra – 'East Of The Sun' (ICP, 2014)

Opname: 18-20 maart 2014

Dit is een historische opname, de eerste ICP-plaat namelijk zonder de oprichter, pianist en componist Misha Mengelberg. De chronisch zieke Mengelberg is vervangen door Guus Janssen, een geestverwant in die zin dat hij eveneens gepokt en gemazeld is in zowel de klassieke als de improvisatiemuziek. En beiden zijn in staat de traditie de traditie te laten en alle stijlen en genres relativerend te kannibaliseren. Het lijkt er dan ook op dat het Instant Composers Pool Orchestra gewoon doorgaat op alle ingeslagen paadjes. Wat Mengelberg misschien niet meer in zijn hoofd heeft, is hier in goede handen.

Het eerste paadje voert door een gereformeerde kerk, waar de gemeente vroom Mengelbergs 'Psalm' zoemt. Hier hoor je hoe zelfs een kerkgang met een miniem klikje tot een feestelijke gebeurtenis getransformeerd kan worden. En dat je die tekst dus inderdaad helemaal niet uit je hoofd hoeft te kennen. Van de grefo's naar de roomsen, het kan allemaal tegenwoordig. Want 'Bleekgezicht' van Maurice Horsthuis roept lang vergeten beelden op van 'De Wigwam', het jaren vijftig-jeugdprogramma van de Rooms Katholieke Radio Omroep. Maurice is net oud genoeg om zich dat te kunnen herinneren. Dankjewel, Maurice.

De opnamekwaliteit mag dan niet meer te vergelijken zijn met die van de begintijd van de ICP, het anarchisme is er niet minder springlevend om. In 'Browse Of Morning' van Ab Baars klinkt het gezelschap als een fanfare-orkest dat die drie extra repetities echt hard nodig heeft. Van de twee collectieve improvisaties bevalt 'Impro Een' me het beste. Hier verstopt het orkest zich onder een quilt waar de spelden per ongeluk in zijn blijven zitten. We horen er gesmoorde stemmen onder wegkomen en gegiechel, maar halverwege ontstaat er toch een soort consensus. Nonchalance en toewijding, dat zou het motto van deze cd kunnen zijn.

Meer horen?
Klik hier om van dit album de titeltrack 'East Of The Sun, West Of The Moon' te beluisteren.

Labels:

(Eddy Determeyer, 7.11.14) - [print] - [naar boven]





Concert
Avontuurlijke en evenwichtige mix van structuur en improvisatie

Kapok, donderdag 16 oktober 2014, JazzCase, Dommelhof, Neerpelt

Kapok, 'the unusual Jazz Trio' vermeldt de uitvouwbare foto aan de binnenzijde van het al even unusual hoesje van de laatste cd van het trio. En ongebruikelijk mag je wel stellen, als je kijkt naar de bezetting van het trio, met Remco Menting op elektrische gitaar, Timon Koomen op percussie en Morris Kliphuis op hoorn en cornet, wat voor een unieke klankkleur zorgt. Naast de atypische samenstelling van Kapok schuilt de magie van dit trio in zijn avontuurlijke aanpak, zijn frisheid en het speelplezier, waardoor we hier echt wel met een unusual jazz trio te maken hebben en wat verklaart waarom het trio op korte tijd furore maakte.

Het openingsnummer, eigenlijk drie naadloos in elkaar vervlochten stukken, was sterk ritmisch, met een stevige groove en opgebouwd naar een mooie spanningsboog. De toch wel unieke combinatie van rock- en funkklanken van de elektrische gitaar, de subtiele percussie en de klassieke hoornklanken kwam tot zijn volle recht in 'Lesotho'. Van ingetogen, fris en frivool naar uitbundig en stevig, waarbij hier en daar invloeden uit de pop doorschemerden om in een ritmisch handgeklap te eindigen.

'Señor Mysterioso', een compositie van gitarist Timon Koomen, was totaal anders dan de vorige ritmische stukken: trager, filmisch, bij wijlen contemplatief en met een bluesy ondertoon. Het voortstuwende uptempo 'Day Of The Tentacle', waarvan er een mooie surrealistische clip op hun website terug te vinden is, was uitbundig en uitzinnig en doorspekt met sterke gitaarsolo’s.

De tweede set was gedrevener en meer gebald van opbouw. Vol met boeiende interacties tussen gitaar en hoorn, opgejut door een striemende percussie. We werden overweldigd door de bevlogen en snedige uithalen op hoorn en cornet, die werden afgewisseld met stevige beats en gitaarriffs. Als bisnummer kregen we het swingende 'Tarantella', een nummer met een afroritme van de eerste cd. Schouder aan schouder en dicht tegen elkaar werd het concert in schoonheid afgesloten.

Kenmerkend voor het trio is de avontuurlijke en evenwichtige mix van structuur en improvisatie. In de erg ritmische composities met funky- en rockritmes, maar ook in de meer lyrische passages doorklonken vleugjes van herkenbare melodieën, wat Kapoks muziek eigentijds en laagdrempelig maakt. Voeg daarbij het aanstekelijke speelplezier van deze jonge en talentrijke muzikanten en het concert wordt een feest.

De nieuwe nummers die het trio bracht, maken nieuwsgierig naar de nieuwe cd, die in december wordt opgenomen en in het voorjaar 2015 uitkomt. Voorlopig kom ik de donkere dagen door met de eerdere twee voortreffelijke cd's van het trio.

Klik hier voor foto's van dit concert door Cees van de Ven.

Labels:

(Robert Kinable, 7.11.14) - [print] - [naar boven]





Cd
Various artists – 'Meet The Bands' (Doctor Jazz, 2014)

Opnamen: 1943-1958

De Nederlandse jazz was eind jaren dertig, ongetwijfeld mede door de aanwezigheid hier van prominente Amerikanen als Coleman Hawkins, Benny Carter en Freddy Johnson, volwassen geworden. Beter gezegd: de ritmesecties hadden zich weten te ontworstelen aan de boerse hoempa van (pseudo) volks- en kermismuziek. Aangezien de Duitse bezetter afwijzend stond tegen deze vrolijke entartete Musik mochten bigbands als het Ramblers Dansorkest zich tijdens de Tweede Wereldoorlog verheugen in een ongekende populariteit. Van die band staan vier nummers op deze door Doctor Jazz Magazine uitgebrachte verzamelaar. Curieus zijn de Duitse radio-opnamen uit de zomer van 1952. 'Lady Bird' is een hippe versie van Tadd Damerons standard, terwijl '12th Street Rag' verwijst naar de square namaak-dixieland van trombonist Pee Wee Hunt.

Het merendeel van dit materiaal was niet eerder verkrijgbaar. Dat geldt bijvoorbeeld voor Pi Scheffers 'Give Out', door de bigband van pianist Dick Willebrandts in 1943 voor de Deutsche Europa Sender vastgelegd. Deze formatie kan zich meten met die van Benny Goodman, een associatie waar de klarinet van Cees Verschoor haar steentje aan bijdraagt. Het thema heeft overigens veel weg van de song 'Foo Gee', die door pianist en zanger Erskine Butterfield in 1941 op de plaat was gezet. Willebrandts en Ernst van 't Hoff leidden tijdens de oorlogsjaren de beste Nederlandse bigbands. Van Van 't Hoff horen we hier 'Meet The Band'. Zo gauw de mensheid wat verder is in de beheersing van tijd en ruimte, moeten we maar eens een band battle tussen deze twee voortreffelijke orkesten organiseren.

De Nederlandse bigbands en combo's van de jaren veertig en vijftig hadden gemeen dat er goed naar de Amerikaanse voorbeelden was geluisterd. In 'Opus 5' van Frans Wouters horen we echo's van het orkestje van collega-bassist John Kirby, voor wie diens trompettist Charlie Shavers deze bewerking van Frédéric Chopins 'Rondo À La Mazur' vervaardigde. Maar ook de namen van pianist/uitvinder Raymond Scott en, vanwege het gebruikte klavecimbel, Artie Shaw en diens Gramercy Five komen bovendrijven. Zo is Jan de Vries, de beste crooner die Nederland heeft voortgebracht, schatplichtig aan Dick Haymes. Maar hij is, getuige de ritmische vrijheden die hij zich permitteert, een jazzvocalist pur sang, met toch wel een eigen geluid.

Het schijfje bevat letterlijke kopieën (het KRO Dansorkest dat onder leiding van Klaas van Beeck Glenn Millers 'Song Of The Volga Boatmen' vijftien jaar na dato noot voor noot naspeelt), maar ook werk van een onafhankelijke geest als trombonist en componist Pierre Wijnnobel. Met 'Studio X Boogie' bewees die nog eens, dat hij anno 1954 de tijdgeest perfect aanvoelde – hij was dat jaar ook de producer van de allereerste (proto-)rock-'n-roll die hier op de plaat werd gezet, door het duo Black And White met de Melody Sisters. Moet ook maar eens heruitgebracht worden.

Zeven jaar eerder hadden accordeonist Johnny Meijer en violist Sem Nijveen op hun manier de bebop ontdekt (Amerikaanse grammofoonplaten werden in verband met deviezenbeperkingen mondjesmaat ingevoerd). In 1949 bewees trompettist Ado Broodboom dat hij een volbloed bopper was, getuige het nummer 'Boppish Tea' van Piet van Dijks orkest. Trompettist Ack van Rooyen geeft het geraffineerde arrangement van 'The Things We Did Last Summer' van de intrigerende bigband van Boyd Bachman een Harry James-twist.

Het vervelendste nummer op deze cd is 'Dutch Navy Blues' van violist Frans Poptie. Dat is namelijk gebaseerd op het niemendalletje 'De Zilvervloot' en verrot het je hoofd te verlaten.

Labels:

(Eddy Determeyer, 7.11.14) - [print] - [naar boven]





Concert
Van Gelder tovert messcherpe thema's uit altsax

Ben van Gelder Quartet ft. Ambrose Akinmusire, vrijdag 31 oktober 2014, Paradox, Tilburg

Ben van Gelder tourt deze weken met zijn Amerikaans kwartet langs de Nederlandse en Belgische podia. Naast hemzelf op altsax, Matt Brewer op bas en Craig Weinrib op drums deelt hij het podium met niemand minder dan Ambrose Akinmusire op trompet. Vanavond deed het viertal Tilburg aan.

Het was een bijzonder concert van vier musici die spelen op het scherpst van de snede en elkaar op perfecte wijze aanvoelen en aanvullen. Zowel Van Gelder als Akinmusire zijn natuurlijk geweldige solisten, die hun sporen de laatste jaren reeds verdiend hebben. Akinmusire is reeds diverse keren internationaal in de prijzen gevallen. En ook in dit concert werd weer duidelijk waarom: een weergaloze techniek, grote souplesse en een prachtige toon. Maar dat niet alleen: hier staat een trompettist die je weet te raken, die emoties naar boven haalt. En dat geldt niet minder voor Van Gelder. De prachtige messcherpe thema's die hij uit zijn altsax tevoorschijn tovert, zijn altijd krachtig, to the point en perfect getimed. En bij beiden valt misschien wel het meest op dat iedere noot er ook écht toe doet. Hier geen franjes en eindeloze solo's van een stel egotrippers.

Hetzelfde geldt voor Brewer en Weinrib. Zij ondersteunen niet alleen, wat ze overigens perfect doen, maar zijn ook op de goede manier zeer aanwezig. Weinrib is een zeer creatieve en krachtige drummer, die de solo's van Van Gelder en Akinmusere vaak net dat beetje meer geeft dat het tot een spannend geheel maakt. En Brewer is een kleurrijke bassist, die vaak bijzondere lijnen toevoegt in het samenspel. Spaarzaam spelen ze samen in duet, zoals in een mooi stuk voor de pauze. En dan hoor je pas echt wat een talenten hier staan: lyrisch spel, melancholiek, met een duidelijke bluesy ondertoon.

Over blues gesproken: dit kwartet wortelt in de Amerikaanse jazztraditie. Je hoort de invloeden overduidelijk. De blues, maar ook de begindagen van de jazz in New Orleans en de swing. En verder natuurlijk de invloed van het pianoloze kwartet van Ornette Coleman uit zijn Atlantic-periode, met Don Cherry op cornet. Maar het knappe is dat het nergens een kopie wordt. Het zijn veeleer indrukken die ze hebben opgedaan, verwerkt en samengebald tot iets nieuws. Maar dat Van Gelder er goed aan heeft gedaan om voor langere tijd naar New York te gaan, dat hoor je hier wel.

En dan de toegift. Ben van Gelder solo op zijn altsax. Messcherp en loepzuiver. En hij laat weer een andere kant van zichzelf zien. Want hier kijkt Coleman Hawkins toch duidelijk over zijn schouder mee. Ook Van Gelder blaast hier zo prachtig fluweelzacht. Hawkins kan tevreden zijn met zo'n navolger.

Klik hier voor foto's van dit concert door Monique van der Lint.

Vanavond is het Ben van Gelder Quartet te zien bij JazzCase in Dommelhof, Neerpelt.

Labels:

(Ben Taffijn, 5.11.14) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...






Menupagina's:

Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Neerpelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.