Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 




Reportage
Vriendendag Nederlands Jazzarchief


"Bassist Ruud Jacobs verhaalde van zijn eerste ervaringen met Amerikaanse gastsolisten ('Ik was niet zo gek van Herbie Manns fluitspel. Het was geen Hubert Laws.') en van zijn eerste plaatopnamen met drummer Wessel Ilcken ('Fijne vent. En altijd een stickie erbij, hè.'), in het kader van 'Jazz Behind The Dikes'. Van zijn werk met saxofonist Stan Getz en Oscar Pettiford op cello ('Dat staat in mijn geheugen gegrift.') en van zijn arbeid als producer, vanaf de jaren zestig ('Vijftien miljoen platen verkocht.')."

Dat vertelde Jacobs aan interviewer Bert Vuijsje tijdens de tweede bijeenkomst voor de Vrienden van het Nederlands Jazzarchief in het Bethaniënklooster in Amsterdam, waarvan onze correspondent Eddy Determeyer verslag doet.

Klik hier om zijn reportage te lezen.

Labels:

(Maarten van de Ven, 26.6.14) - [print] - [naar boven]





In memoriam
Horace Silver


Op 18 juni overleed op 85-jarige leeftijd pianist Horace Silver. Hij gold als een invloedrijk en populair pianist en bandleider. In de vijftiger jaren behoorde hij tot de prominente hardboppers. Met invloeden uit de blues, gospel en een funky speelwijze werd afscheid genomen van de bebop en deed de hardbop zijn intrede. Andere prominente musici in dat genre waren onder anderen Cannonball Adderley, Clifford Brown, Dexter Gordon, Lee Morgan en Hank Mobley.

Horace Silver begon als saxofonist, maar schakelde al snel over op de piano. Hij werd sterk beïnvloed door bebopper Bud Powell. Tenorsaxofonist Stan Getz zag wel wat in de jonge pianist en nam hem mee op tournee. Kort daarna verhuisde Silver naar New York, waar hij een contract kreeg voor Blue Note. Zo'n 25 jaar maakte hij opnamen voor dat wereldberoemde jazzlabel.

In de jaren vijftig speelde hij met Art Blakey's Jazz Messengers. De band werd zeer populair en beroemd en maakte de befaamde opnamen 'A Night At Birdland' en 'At The Cafe Bohemia'. Na vier jaar verliet hij de Messengers en formeerde hij zijn eigen kwintet. Van toen af aan was zijn naam en faam gevestigd. In zijn formaties speelden dan ook niet de minste musici, onder meer Blue Mitchell, Junior Cook, Donald Byrd, Woody Shaw, Joe Henderson, Benny Golson en Hank Mobley maakten er deel van uit. Niet alleen als pianist en bandleider was hij succesvol, maar eveneens als componist. Hij schreef onder meer de jazzhits 'The Preacher' , 'Sister Sadie' , 'Song For My Father' en 'Doodlin’'. Veel songs behoren nog steeds tot het standaardrepertoire van de jazz.

Tot eind jaren negentig was hij nog actief. Hij heeft dan ook een indrukwekkend platenoeuvre achter gelaten. Bijna alle albums die hij in de jaren vijftig en zestig uitbracht – uiteraard op het Blue Note-label - werden door de critici unaniem uitermate positief beoordeeld. Om maar enkele toppers te noemen: 'Horace Silver And The Jazz Messengers' (1955), 'Finger Poppin’' en 'Blowing The Blues Away' (1959), 'Song For My Father' (1964), 'The Cape Verdean Blues' (1965), 'Jody Grind' (1966) en de in 2007 uitgebracht cd 'Live At Newport ’58'.

Horace Silver heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van het hardbop-idioom, mede dankzij zijn hippe en catchy composities en zijn pittig, bondig, fantasierijk en stevig funky pianospel.

Meer zien en horen?
Klik hier om een Jazztube te bekijken van het Horace Silver Quintet: 'Señor Blues', een opname uit 1959.

Labels:

(Jacques Los, 23.6.14) - [print] - [naar boven]





Cd
Bill Carrothers - 'Sunday Morning' (Vision Fugitive, 2013)


Op 'Sunday Morning' duikt de Amerikaanse pianist Bill Carrothers in de wereld van de kerkgezangen. Niet voor een nieuw pianoalbum, want daarvoor is zijn rol aan het klavier te bescheiden. Carrothers laat zich hier meer horen als arrangeur en voorziet de vaak bekende kerkmelodieën van een aankleding met piano, cello, klarinet, bas, solostem en, jawel, koor.

Wie nu meteen denkt aan gospelachtig enthousiasme moet de verwachtingen bijstellen. De protestantse muziek waaruit Carrothers put is veel bescheidener en introspectiever. Carrothers laat die muziek bovendien in haar devote eigenheid. Het gevolg is dat 'Sunday Morning' een plaat is die bij momenten nostalgisch klinkt, zonder louter naïef te worden, zoals de muzikale aanpak ook consequent blijft, zonder dat het resultaat saai wordt. Het evenwicht dat Carrothers zoekt en vindt tussen traditie en zijn eigen insteek is dan ook de kracht van dit album.

Bij inzet klinken de stukken heel klassiek, zeker wanneer Carrothers de songs laat beginnen als een statig koraal. Wanneer het arrangement, zowel qua instrumentale aankleding als in de soms wringende harmonisatie, van strofe tot strofe verschilt, wordt echter duidelijk dat hij een eigen stempel wil drukken. Cello, bas en klarinet zijn daarbij vaak niet meer dan accenten, maar met nu eens elegant klinkende partijen, dan weer meer abstract spokende geluiden, worden die accenten een essentieel onderdeel van het geluid.

Al even belangrijk is solovocaliste Peg Carrothers, die klinkt als de vermoorde onschuld en zingt als een stersoliste van een lokale kerkgemeenschap: ongedwongen en met een natuurlijke schittering, zeker wanneer ze boven de koorpartijen een oorverblindende discant plaatst, alsof ze recht uit de middernachtmis geplukt werd.

Wanneer Carrothers het pad van de gemeenschapszang verlaat, doet hij dat omzichtig. Zo kunnen 'Just A Closer Walk With Thee' (rustig struinend, als om de titel te illustreren) en 'The Lord’s Prayer' ongegeneerd jazzy elementen krijgen, zonder dat die de muziek schreeuwerig bijkleuren. Zelfs de ballad-achtige aanpak van dit laatste stuk past perfect dankzij de metrische vrijheid. Dat uitgerekend in deze setting de muziek wat meer open komt, kan op het eerste zicht opmerkelijk zijn, al is het dan waarschijnlijk geen toeval dat dit net gebeurt bij het slot: 'For Thine is the kingdom, and the power, and the glory', opnieuw een voorbeeld van bescheiden maar efficiënte tekstexpressie?

De meest beklijvende tracks op de cd zijn echter diegene waarin Carrothers resoluut kiest voor een surrealistisch, mystieke aanpak. Fragiel, soms fonkelend, dan weer beneveld klinken 'Jesus Loves Me', 'Watchman, Tell Us Of The Night' en 'Just As I Am, Without One Plea' vanaf de eerste noot anders. Hier gebruikt Carrothers geregeld meerdere toonaarden tegelijkertijd, met een onwezenlijk Charles Ives-achtig geluid tot gevolg. Toch resulteert deze polytonaliteit niet zozeer in harde dissonanten, wel in een dromerige verwondering, waardoor alles blijft passen in het geheel van het album.

Iets minder fascinerend klinken de twee instrumentale tracks, waar Carrothers vooral zijn gevoelige speelstijl laat horen, maar voor het overgrote deel klinkt 'Sunday Morning' als een heerlijke brok romantisch jeugdsentiment, verlangend naar een tijd toen het leven harder, maar ook duidelijker was. Misschien toch eens gaan kijken wat er zondagmorgen in de parochie te doen is...

Deze recensie verscheen ook op
Kwadratuur.

Meer horen?
Klik hier om van dit album te luisteren naar de track 'Oh God Our Help In Ages Past'.

Labels:

(Koen Van Meel, 22.6.14) - [print] - [naar boven]





In memoriam
Jimmy Scott


Wanneer Little Jimmy Scott in een nachtclub zong kon je een speld horen vallen. En als je goed luisterde hoorde je het plenzen van tranen in whisky. Wanneer Little Jimmy Scott zong hield niemand het droog. Zijn publiek, hoeren, pooiers, winos, junkies, zat gebiologeerd te luisteren naar die kleine, breekbaar ogende zanger. 'When Did You Leave Heaven', 'I Wish I Knew', 'Imagination', elke ballad werd door hem uitgerekt en uitgerekt, tot nog slechts het pure, etherische geluid van zijn jongenssopraan zich geleidelijk met de traag opkringelende rook van de sigaretten en de reefers mengde. Na afloop rinkelden de munten en dwarrelden de dollars, niet zelden een compleet weekloon, voor de voeten van de vocalist.

James Victor Scott, die donderdag 12 juni op 88-jarige leeftijd in zijn woning in Las Vegas overleed, werd geboren met wat later bekend zou staan als het syndroom van Kallmann. Daardoor bleef zijn reukvermogen onderontwikkeld en maakte hij evenmin een normale puberteit mee. In lichamelijk opzicht bleef hij zodoende zijn leven lang een dertienjarige. Ook zijn stem veranderde nauwelijks.

Bandleider Lionel Hampton ontdekte hem toen hij achttien was en lijfde hem vervolgens in zijn orkest in. Met de Hamp maakte hij ook zijn eerste platen, maar daar profiteerde Jimmy nauwelijks van, aangezien zijn naam niet op de labels stond. Zodoende werd het nummer 'Everybody’s Somebody’s Fool' zijn eerste en enige grote hit, zonder dat hij daarvoor de credits kreeg. Jazzcritici namen aan dat Irma Curry, de vocaliste van Hampton, het nummer had gezongen. Iets dergelijks herhaalde zich datzelfde jaar, 1950, toen altsaxofonist Charlie Parker hem op een avond uitnodigde, het nummer 'Embraceable You' mee te zingen. Daar bestaat een opname van – die vervolgens aan rhythm-and-blueszangeres Chubby Newsome werd toegeschreven.

Meer dan veertig jaar zou Scott in de anonimiteit van zwarte bars en nachtclubs werken voordat popzanger Lou Reed hem onder de aandacht bracht. Intussen had hij wél twee generaties van soul- en jazzvocalisten beïnvloed, onder wie Frankie Lymon, Nancy Wilson, Smokey Robinson en Michael Jackson.

In 1995 haalde impresario Paul Acket hem naar Nederland. Op het Haagse North Sea Jazz Festival konden we vaststellen dat zijn stem, een contra-alt inmiddels, nog maar weinig slijtage vertoonde. "Ik heb altijd die drive gehad om te zingen," vertelde hij die middag op zijn hotelkamer. "Ik herinner me de keren dat de dames geld naar me gooiden – ik zong dus en zij smeten dat geld op het podium. Dat ze me accepteerden... en dan de warmte van het applaus. De meeste artiesten kennen dat gevoel. Dat is al het voedsel dat je als zanger nodig hebt. De reactie van je publiek. Dat geeft je zelfvertrouwen, zekerheid. Dat ze na afloop komen vertellen hoezeer ze van een bepaalde song genoten hebben. Dat vrouwen kwamen zeggen hoe ze in de put zaten en dat ze zich zóveel beter voelden nadat ze me hadden gehoord. Heb ik te horen gekregen, hoor. Des te beter, toch? Van anderen hoorde ik dan weer dat ze zich juist ellendig gingen voelen. Allebei. Billie [Holiday] was ook zo'n zangeres. Die had een soortgelijke uitwerking op mensen. Die kon je overweldigen met haar magie."

Labels:

(Eddy Determeyer, 20.6.14) - [print] - [naar boven]





Festival
International Jazz Festival Middelburg 2014


"Het trauma van vorig jaar - een verregend festival - achtervolgt de organisatie in financieel opzicht nog steeds en ook onder het publiek leeft het nog als de dag van gisteren. De line-up van deze editie met Larry Graham Central Station, Courtney Pine, Jose James, Carla Bley en Phronesis laat gelukkig niets te wensen over. Het getuigt van een evenwichtige balans tussen fijngevoelige, avontuurlijke improvisatie en soul/funk voor doorgewinterde festivalgangers."

Op zaterdag 7 juni en maandag 9 juni bezocht Louis Obbens het International Jazz Festival Middelburg. Op het Abdijplein zag hij concerten van Keno Harriehausen Quartet, Marzio Scholten's Identikit, Phronesis, Courtney Pine, Tineke Postma Kwartet en Larry Graham Central Station.

Klik hier om zijn uitgebreide festivalverslag te lezen.

Louis Obbens maakte ook een fotoverslag van dit festival. Bekijk het hier.

Labels:

(Louis Obbens, 15.6.14) - [print] - [naar boven]





Concert
Odyssee langs het bopfirmament

Joep van Weert Kwintet, dinsdag 3 juni, De Smederij, Groningen

Joep van Weert moet snel een stuk slechter worden, wil hij kans lopen te zakken voor zijn eindexamen Uitvoerend Musicus. Dezer dagen staat hij in het Zwolse theater Odeon voor het vuurpeloton, in casu de examencommissie van de hogeschool ArtEZ. In Groningen gaf de crooner vast een voorproefje dat naar meer smaakte.

Twee jaar geleden stond hij ook al eens in De Smederij. Zijn timing en frasering vond ik toen al hip en dat geldt in feite onverminderd. Hij verstaat de kunst een noot lekker lang fris en krachtig te houden. Zo kreeg in 'You Are Too Beautiful' elk woord zijn eigen waarde – wat door de niet bepaald optimale versterking helaas voor een deel ongehoord bleef. In een droge, meer directe ruimte zou Van Weert beter tot zijn recht komen.

'More Than You Know' had hij van langoureuze ballad omgetoverd in een opgewekt feelgood-liedje en Eddie Jeffersons 'Lester’s Trip To The Moon' (gebaseerd op 'It’s Only A Paper Moon') werd een vingerknippende odyssee langs het bopfirmament. Hier viel de voortreffelijke, messcherpe samenwerking tussen de zanger en zijn gitarist Vadim Neef op.

En toen was het sessietijd. Waardoor de aanwezigen in de gelegenheid werden gesteld de verrichtingen van pianiste Yoonmi Choi op hun merites te beoordelen. Welnu, haar solo in 'I’ll Remember April' was slechts twee of drie chorussen lang, maar daarin slaagde ze erin ons op een avontuurlijke reis door driekwart van de jazzgeschiedenis mee te nemen. Dankjewel, Yoonmi.

Labels:

(Eddy Determeyer, 14.6.14) - [print] - [naar boven]





Jazztube
'Ben Webster in Europa'


'Big Ben - Ben Webster in Europa' (1967) is een korte film van de Amsterdamse documentairemaker Johan van der Keuken (1938-2001). Ben Webster was al een legendarische saxofonist in het swingtijdperk en maakte deel uit van Ellingtons meest gelauwerde orkest (de zogenaamde 'Blanton-Webster Band'), maar nam ook in de jaren vijftig een aantal klassieke jazzplaten op, zoals 'Soulville' en zijn ontmoetingen met Gerry Mulligan en Oscar Peterson, die je kan gebruiken om uit te leggen wat klassieke jazz nou eigenlijk betekent. In de laatste jaren van zijn leven verbleef Webster vooral in Europa. Zo woonde hij in de tweede helft van de jaren zestig vier jaar in Amsterdam, de stad waar hij uiteindelijk ook zou overlijden in 1973.

Van der Keuken is er in geslaagd om een origineel portret te maken van de muzikant dat het midden houdt tussen een biografisch portret en een experimentele korte film, met een markante montage en ongebruikelijke aanpak. Daarbij geen gemijmer over de Gouden Jaren, maar terugblikken op minder bekende figuren, flarden uit repetities, een tenenkrullend tv-gesprek met icoon Mies Bouwman en hilarische dialogen met zijn hospita over een bezoek aan Artis. Het gaat niet (rechtstreeks) over jazz of over hoe het is om jazzmuzikant te zijn, maar toch krijg je een heel apart beeld van een legende die zelf ook graag een camera hanteerde.

Klik op de afbeelding hierboven om de film te bekijken.

Labels:

(Guy Peters, 13.6.14) - [print] - [naar boven]





Concert
Van ambachtelijke kwaliteit

Laughing Bastards & Dans Dans, zondag 1 juni 2014, Ham Sessions, Gent

Ham Sessions is een kleinschalig festival dat jaarlijks plaatsvindt in de stadstuin van Michel Mast (saxofonist bij onder andere Flat Earth Society en Wofo), op een steenworp van het Sint-Jacobsplein te Gent. De Ham Sessions verhouden zich tot een gewoon festival zoals vlees van de slager om de hoek tot voorverpakt vlees uit een warenhuis; het is een festival op mensenmaat, waar muziekliefhebbers, buren en kennissen van de heer des huizes een gevarieerd en gekruid programma voorgeschoteld krijgen, zonder veel poeha en met een ongedwongen charme gepresenteerd.

Michel Mast kon zijn eigen tuinfestivalletje zelf op gang schieten met The Laughing Bastards. Op het repertoire de muziek van het Jimmy Giuffre Trio van eind jaren vijftig, met ondere andere 'Gotta Dance' en 'The Train And The River'. Bastaardmuziek, waarbij folk- en bluesinvloeden de jazz kwamen bevlekken en dit alles uiterst relaxed gebracht, music for cocktailbars, maar met te veel kwaliteit om camp te zijn. Niet toevallig stond ook 'Lawns' van Carla Bley op het programma, nog zo'n componiste van indringende niemendalletjes. De bezetting was identiek aan die van het Giuffre Trio, ware het niet dat Mast uitsluitend (en uitstekend) tenorsax speelde en Lander Gyselinck als drummer werd toegevoegd aan het trio. Gezien de muziek zat Gyselinck minder op de voorgrond dan we van hem gewoon zijn, maar hij wist toch een aardige draai aan de muziek te geven. De relatief onbekende Jan-Sebestiaan Degyter verraste op gitaar en klonk allesbehalve als een kloon van Jim Hall, de gitarist van het originele Giuffre Trio. Bassist Nils Vermeulen kweet zich voorbeeldig van zijn taak.

Na de licht verteerbare en fijne opener was het tijd voor iets stevigere kost. Dans Dans speelde ook bastaardmuziek, maar dan met de volumeknop naar rechts gedraaid. De sound en de gedrevenheid waren die van een rockband, de muzikale opbouw en solo's refereerden naar de jazz. In 'Yesterday Is Here' van Tom Waits klonk iets van 'The House Of The Rising Sun' door, en dat lag heus niet alleen aan de gebruikte akkoorden. De song baadde in een Americania-sfeer zoals Daniel Lanois die wel eens durft neer te zetten. In 'The Sicilian Clan' hoorde ik dan weer iets van Piazolla doorklinken - of was mijn hoofd al helemaal beneveld? Ornette Colemans 'Mothers Of The Veil' klonk alsof het onder handen genomen werd door Cream. Bassist Frederic Leynn speelde efficiënt, drummer Steven Cassiers hield alles in ritmisch juiste banen, hier en daar het vuur nog wat oppokend, en gitarist Bert Dockx klonk als een kruisbestuiving tussen Sonny Sharrock, Bill Frisell en Marc Ribot. Vooraf wist ik niet wat te verwachten en vreesde iets tussen jazz en rock dat mogelijks te veel in een vrijblijvende jam zou uitmonden. Niks van dat: solo's die er toe deden, gevarieerd repertoire met een knappe keuze van geleend materiaal, filmische thema's afgewisseld met power play... We zijn fan. Nu nog leren dansen op die muziek.

Deze recensie verscheen ook op Jazz'Halo.

Klik hier voor foto's van dit concert door Cees van de Ven.

Labels:

(Iwein Van Malderen, 11.6.14) - [print] - [naar boven]





Cd
Ideal Bread - 'Beating The Teens: Songs Of Steve Lacy' (Cuneiform, 2014)

Opname: 16-19 augustus 2013

Crowdfunding afdoen als een randverschijnsel is de realiteit ontkennen. Tegenwoordig worden op elke hoek fans of sympathisanten geronseld om projecten van het benodigde startkapitaal te voorzien, van kleine commerciële ondernemingen en sociale projecten tot in het voetbalwezen en de jazzmuziek. Ideal Bread, het kwartet van baritonsaxofonist Josh Sinton dat zich uitsluitend op het oeuvre van Steve Lacy toelegt, haalde via de crowdfundingwebsite Kickstarter meer dan 8000 dollar op om 'Beating The Teens', het derde album van de groep, te financieren. Die investeerders worden nu bedankt voor hun vertrouwen met een beresterke dubbelaar.

Conceptueel verschilt 'Beating The Teens' met de vorige twee platen ('The Ideal Bread' en 'Transmit') in die zin dat het kwartet de stukken van Lacy niet langer simpelweg speelt of interpreteert. Sinton wilde meer creatieve inbreng van zichzelf en van de groep en ging daarom op zoek naar het Lacy-repertoire dat het meest kneedbaar is. Zo kwam hij uit bij enkele albums die de sopraansaxofonist in de jaren zeventig voor het Saravah-label maakte en die later met de cd-box 'Scratching The Seventies/Dreams' werden gebundeld. Hij ging met dit materiaal aan de slag, schreef aangepaste of nieuwe arrangementen en liet daarbij veel ruimte voor de improvisatorische inbreng van Kirk Knuffke (cornet), Adam Hopkins (bas) en Tomas Fujiwara (drums).

Die aanpak resulteerde in dertig relatief korte tracks, met daarin een opmerkelijke afwisseling en een karrenvracht aan invloeden. Zo spreekt Sinton in de promotekst over een lange lijst met onder meer Fugazi, Iggy Pop, Tim Berne, Henry Threadgill en Mos Def, wat meteen verklaart waarom Ideal Bread op dit dubbelalbum alle kanten opstuitert. In 'Wish' doet het kwartet denken aan een rockband, maar dan wel in een wereld waar Henry Cow als de standaard voor die categorie geldt: strak en groovy, maar tegelijk ook onvoorspelbaar, gevaarlijk en met een serieuze hoek af. De baritonsax van Sinton wordt hier ritmisch mooi uitgespeeld tegen de bas van Hopkins, iets waar Knuffke met een uiterst sappige solo van profiteert. Eenzelfde ritmische fixatie is terug te vinden in 'Scraps', waar Sinton zich op zijn beurt solistisch uitleeft bovenop het druk hotsende werk van de ritmesectie.

Slechts enkele tracks vallen min of meer onder de noemer 'traditionele jazz'. In 'Obituary' en 'The Owl' worden de typische jazzstrategieën vooral gebruikt om de composities op een groteske manier uit te vergroten. 'Crops' is daarvan zowat de tegenhanger. Het kwartet ontdoet de muziek hier van alle complexiteit en legt de zoete charme van een eenvoudige muzikale constructie bloot. Op andere momenten kiest het kwartet louter voor wat sfeer en ongein. 'Cryptosphere(s)' en 'Cryptosphere' worden gekleurd door piepende, kreunende en ritselende geluiden, terwijl ver op de achtergrond een opname van het kwartet lijkt te worden afgespeeld. Muzikaal heeft het dan wel weinig waarde, qua zelfrelativering kan het absoluut tellen.

Verrassend is het brutale geluid dat de groep soms laat horen. 'The Oil' is een bundeling van muzikale uppercuts, dankzij punky elektrische baslijnen en gebroken ritmes, die samen telkens een punch van jewelste veroorzaken. Ook laat Sinton zijn bariton geregeld briesen en knorren in onder meer 'The Wire' en 'Lapis', waar het speeksel bijna voelbaar in het rond vliegt. Zulk geweld heeft de groep nooit eerder gebruikt, maar het staat haar wel, net zoals al de rest van de muzikale potpourri die 'Beating The Teens' in zijn totaliteit is.

Deze recensie verscheen ook op
Kwadratuur.

Meer horen?
Klik hier om twee tracks van dit album te beluisteren: 'Spell' en 'Crops'.

Labels:

(Joachim Ceulemans, 11.6.14) - [print] - [naar boven]





Concert
Waard tapt uit ander vaatje

Hugo Beukema-Hans Bosch Quintet, dinsdag 29 mei 2014, Jazzcafé Alto, Groningen

Horeca-mensen die zich op het jazzpad begeven. Het vreemdste voorval dat ik op dit gebied meemaakte, was tijdens een optreden van saxofonist, fluitist en raconteur James Moody in een New Yorkse jazzclub. Op een gegeven moment sprong de maître d', die eerder op de avond een uitgesproken gedistingeerde, om niet te zeggen hautaine indruk had gemaakt, het podium op om een enthousiaste vocale versie van ik meen 'Donna Lee' ten beste te geven. Behoorlijk professioneel, ook nog eens.

Een behoorlijk professionele indruk maakte ook Hugo Beukema dinsdag in zijn eigen tent. In plaats van de fles Pinot hanteerde Heer Hugo, waard van jazzcafé Alto, nu de tenorsaxofoon en dat ging hem heel best af. Hij heeft in het verleden geruime tijd in workshopverband gespeeld, maar qua ideeën, spankracht en frasering is hij dat stadium inmiddels ontgroeid. De zenuwen die hem aanvankelijk toch wel een beetje parten speelden, speelde hij glansrijk weg. Dexter Gordon staat bij hem op het nachtkastje en alsof dat nog niet genoeg is oefende hij zich de afgelopen weken een slag in de rondte. Hij weet zeker een chorus of zes de aandacht vast te houden en dat is meer dan je van het merendeel van de conservatoriumstudenten kunt zeggen die je in plaatselijke lokalen als De Smederij of Peter Pan tegen het lijf kunt lopen. Ook de gezamenlijke thema's, die onder leiding van baritonsaxofonist Hans Bosch waren ingestudeerd, kwamen er smeuïg en krachtdadig uit. Ginne flauwekul, zoals we dat bij ons in Brabant zeggen. Als hij mocht kiezen om zijn brood te verdienen met dit of met dat, knikte hij richting bar, nou, dan wist Beukema het wel.

Hans Bosch is een oude rot die we veel te weinig in zijn woonplaats Groningen horen. Een luxe probleem: zijn brood verdient hij voornamelijk met uiteenlopende jazzorkesten in den vreemde. Meteen in het openingsnummer, Johnny Griffins 'Twist City', een orgelbarblues in straf medium tempo, zette hij de toon. Leo Parker in de riolen, om de gedachten te bepalen. Hier hoorden we al hoe Bosch zich geleidelijk, maar onweerstaanbaar naar een climax kan blazen.

Dat Diederik Idema een handzame Hammond SK-1 had meegebracht, verhoogde de feestvreugde in niet geringe mate. Overigens wordt er in Alto relatief weinig piano gespeeld: daar zijn óf de pianisten óf de piano niet goed genoeg voor. Idema wist behendig alle valkuilen in de vorm van loze toetsen te omzeilen. Ook had hij er een handje van de gang van zaken met onverwachte akkoorden en andere zijsprongen leep te ontregelen. Alles onder het motto: wie houdt wie hier voor het lapje? Wat dat betreft had hij in drummer Sebastian Demydczuk een geslepen partner in crime. Ook die legde een duivelse voorliefde aan de dag voor eigenzinnige, net niet passende ritmes en raadseltjes, maar liet alles uiteindelijk netjes op zijn pootjes terechtkomen. Bassist Bert van Erk tenslotte, de schout bij nacht van deze maandelijkse vlootschouw, haalt altijd het beste in drummers naar boven. Zijn ingenieuze duetten met Demydczuk behoorden tot de adembenemendste momenten van de avond.

Het leven van Alto, dat op de nominatie staat gesloopt te worden, is onlangs wederom met een jaar verlengd. En dat van ons met dat van de tapperij, naar we mogen hopen.

Klik hier voor foto's van dit concert door Willem Schwertmann.

Labels:

(Eddy Determeyer, 10.6.14) - [print] - [naar boven]





Vooruitblik
Jazz in de Goffert


Op vrijdag 20 juni vindt de tweede editie van het festival Jazz in de Goffert plaats in het prachtige openluchttheater in het Nijmeegse Goffertpark. Het is een toplocatie wat betreft akoestiek en ambiance, uitermate geschikt voor jazzconcerten. Afgelopen jaar vond hier de eerste succesvolle editie van Jazz in de Goffert plaats. Dit jaar staan optredens van het Matangi Strijkkwartet, Flex Bent Braam en eBraam op het programma.

Het Matangi Strijkkwartet presenteert deze avond hun nieuwste programma: 'Jazzics'. Daarin smelten jazzklanken en klassieke muziek samen. De composities zijn speciaal voor het strijkkwartet geschreven door kopstukken uit de Nederlandse en Vlaamse jazzscene: Wolfert Brederode, Michiel Braam, Martin Fondse en Jef Neve. Daarnaast speelt het Matangi Strijkkwartet 'Facing Death' van Louis Andriessen en een compositie van Chick Corea.

Flex Bent Braam speelt het programma 'Lucebert'. Het gelijknamige album heeft geweldige recensies gekregen en is door diverse media genoemd als een van de beste jazzalbums van 2013 (ook op Draai). Na een succesvolle tournee in november 2013 voert Flex Bent Braam dit programma op deze avond nogmaals uit.

De avond wordt afgesloten met een bijzondere set van eBraam. Als gasten spelen Jerome Hol (gitaar) en Joel Botma (trompet) mee. Speciaal voor deze uitgebreide bezetting componeerde Braam nieuwe stukken. Improvisaties worden gecombineerd met jazz, funk en rock. Invloeden van Soft Machine, George Duke en Ten Years After klinken door in de muziek.

Kaarten zijn verkrijgbaar via de website van Doornroosje en aan de kassa tijdens het festival.

Labels:

(Maarten van de Ven, 9.6.14) - [print] - [naar boven]





Concert
Euforische energie

Omer Avital Quintet, woensdag 28 mei 2014, Bimhuis, Amsterdam

Een groot publiek, variërend van doorgewinterde jazzliefhebbers tot vaak jonge luisteraars, wordt aangetrokken door de frisse, energieke muziek van het Omer Avital Quintet. Opvallend is dat de vaak in het Hebreeuws aangekondigde titels met enthousiasme worden ontvangen door het publiek. De nieuwe release van het kwintet van componist en bassist Avital vormt de directe aanleiding voor het bezoek aan Nederland. Naast stukken van het album 'New Song' worden tijdens het optreden ook oudere stukken van stal gehaald.

Geboren en getogen in Israël, met ouders van Jemenitische en Marokkaanse afkomst, is Avital altijd omringd geweest door een zeer divers, muzikaal en cultureel landschap. Zoals Israëlische volksliederen, Jemenitische en Joodse liturgische muziek en Arabische en mediterrane populaire muziek. European Art, populaire westerse muziek en zeker Amerikaanse jazz en blues zijn de overige fundamenten waarop zijn muziek drijft.

Met trompettist Avishai Cohen, tenorsaxofonist Joel Frahm, pianist Yonathan Avishai en drummer Daniel Freeman worden, vol euforische energie, tijdloze melodieën over het voetlicht gebracht. Het groepssamenspel is er een van grote gebaren en de schoonheid van de aangebrachte solo's en nuances is glashelder. De vrolijke bounce bij aanvang van de titeltrack 'New Song' contrasteert met de flikkerende zielensmart van 'Ballad For A Friend', dat als toegift wordt gespeeld. De assimilatie van eindeloze kleuren en ritmes mist zijn uitwerking niet. Dat valt af te leiden uit de vreugdevolle combinaties van de muziek waarin Afro-Amerikaanse grooves gekoppeld zijn aan de frasering van melodieën uit het Midden-Oosten. Dit blijkt eens te meer uit Avitals klassieker 'Song For Peace', afkomstig van het album 'Suite Of The East'. Bedwelmende, hypnotiserende melodieën en kloppende, ritmische patronen, voorzien van een intens samen- en tegenspel van Frahm en Cohen, delen het vreugdevol en aanstekelijk optimisme dat de groep wil uitdragen.

Tijdens het optreden maakt Omer Avital er geen geheim van dat hij ook bij solo's zijn contrabas tot in de puntjes beheerst. Opgeleid als klassiek gitarist speelt hij akkoorden over de nek en maakt hij gebruik van gitaartechnieken voor het staccato tokkelen op zijn bas. Met als resultaat een vleugje flamenco, een smoothy blues, hoopvolle oosterse lyriek of baslijnen uit het pure jazzjargon. 'Sabah El-Kheir (Good Morning)' brengt een boeiend zangerig openingsduet tussen Avital en Cohen. Ook dit uitgesponnen stuk laat net als 'Song For Peace' vele stijlen en echo's uit het verleden doorklinken, waaronder fragmenten van Herbie Hancocks Headhunters klassieker 'Chameleon'. Joel Frahm soleert ronduit zonnig en avontuurlijk met een ontegenzeggelijk warm bluesgevoel. Terwijl Avishai Cohen het stuk laat exploderen tot een groteske swing, met afwisselend korte en vloeiende trompetaanslagen. Het wordt alleen zwaar en onheilspellend in 'The Abutbuls'. De compositie, opgedragen aan zijn vader, laat expliciet klezmer toe en wordt zeer feestelijk tot een einde geleid.

Klik hier voor foto's van dit concert door Louis Obbens.

Labels:

(Louis Obbens, 7.6.14) - [print] - [naar boven]



 

Cd / Jazztube
Reinier Baas - 'Smooth Jazz Apocalypse' (Mainland, 2014)


Op zijn derde album als leider gaat de Nederlandse gitarist in de weer met 'de meest krankzinnig getalenteerde en best geklede musici van het Noord-Westelijke gedeelte van het vasteland van Europa'. Het levert na 'Mostly Improvised Instrumental Indie Music' (2012) opnieuw een plaat op die bulkt van de knipogen, maar zorgvuldig vermijdt om een ironische genreoefening te worden, ook al heb je daar dan een paar luisterbeurten voor nodig.

In de bandbio reiken invloeden van Prokofiev en Coltrane tot A Tribe Called Quest en Arctic Monkeys. Kan wel zijn, maar het is ook enigszins met een korrel zout te nemen, want die invloeden zitten er niet expliciet in; het is eerder een kwestie van de invloeden te kneden en te incorporeren in een bandsound die op zich al behoorlijk kleurrijk is. Daarvoor heeft Baas zijn vaste kwintet The More Socially Relevant Jazz Music Ensemble uitgebreid met twee kleppers, pianist Harmen Fraanje en basklarinettist Joris Roelofs, die de sound en aanpak van de band extra raffinement en kleur bezorgen.

Dat van die smooth is trouwens niet gelogen. Het album is speels en creatief, maar verwacht op basis van bovenvermelde referenties en de naar Hitchcock knipogende hoes geen schreeuwerige festijnen van dwarse free jazz of rauwe knoesten van songs. Baas blijft een componist en bandleider die vanuit een toegankelijke aanpak de bakens probeert te verzetten met ingenieuze composities en hier en daar best een paar originele keuzes maakt, zoals de merkwaardige albumopbouw. Maar eerst krijg je die soepele opener 'Squalor' op je bord, een elastische brok inventiviteit met stotende ritmes en knappe blazerspartijen, waarbij vooral het gebruik van twee altsaxen blijft opvallen, alsook het knappe rondje solo's, met clean gekringel van Baas, de haast nonchalante elegantie van de licht klinkende Roelofs en de immer goed klinkende Fraanje.

Die vrij directe aanpak krijg je zelden van meet af aan te horen. Het in de rock gewortelde 'Gregarious' met zijn knoestige gitaarsound is er zo eentje, maar echt voorspelbaar wordt het nooit. Daarvoor liggen de start/stop-dynamiek, versnellingen en vertragingen veel te dwars. Grappig is dan weer dat Baas net in dit stuk kiest voor een schaamteloos afgelikte solo. Ook het korte titelnummer dat de plaat afsluit is leuk: het trekt zich op gang vanuit een trippelend gitaartje en belandt vervolgens in een gruizige funkgroove.

Daartussen gaat het er doorgaans wat ingetogener aan toe. In 'Orthodox' krijg je zo een haast Scandinavische start met een net niet melig stukje melancholie dat gaandeweg iets krachtiger wordt, terwijl Fraanje's toepasselijk getitelde 'Ballad', met een glansrol voor Roelofs, je wat stroop rond de mond smeert alvorens terug te slaan met 'Gregrarious'. De tweede albumhelft begint zijn eigenaardige verhaal met het filmisch aanvoelende 'A World Within #16' van Fraanje: een mysterieuze, repetitieve compositie, die hier het buitenbeentje is, maar wel blijft plakken.

Daarna komt 'Epilogue (For Helena Basilova)', dat solo uitgevoerd wordt door pianiste Basilova zelf. Het stuk wordt naar voren geschoven als een samenvatting van de plaat, en je hoort er daadwerkelijk ook melodieën van een paar albumtracks in terugkeren. Vervolgens krijg je ook nog eens 'Orthodox (Reprise)', een kortere variatie waarin de rol van de bas wordt ingevuld door een diep brommende basklarinet en de drum al helemaal afwezig blijft. Een fijn ideetje.

'Smooth Jazz Apocalypse' lijkt aanvankelijk een wat eigenaardige plaat, een beetje met het vlees-noch-vissyndroom, maar leg die plaat vervolgens nog eens op en je zult merken dat die stukken hier en daar al onder de huid gekropen zijn. En ze zullen er ook even blijven. Het doet dan ook vermoeden dat Baas & co. verdomd goed weten waar ze mee bezig zijn en de traditie van binnenuit opfrissen met een plaat die charmeert, zonder dat je je er (aanvankelijk) van bewust bent. En dat is ook een kunst, zij het een lepe.

Deze recensie verscheen ook op Enola.be

Bekijk de Jazztube!
Klik op de afbeelding linksboven voor een live-uitvoering van 'Orthodox' in het VPRO-programma 'Vrije Geluiden' op 10 november 2013. Met Reinier Baas op gitaar, Joris Roelofs op basklarinet en Harmen Fraanje op piano.

Labels: ,

(Guy Peters, 7.6.14) - [print] - [naar boven]





Concert
Eigenzinnig en ondernemend, extatisch en kleurrijk

Sun Rooms & Sun Rooms Extended, woensdag 21 mei 2014, Bimhuis, Amsterdam

De vooravond van de honderdste verjaardag van Sun Ra (22 mei 1914 – 30 mei 1994) wordt in het Bimhuis gevierd met een interactie tussen musici uit Chicago en Amsterdam. Deze internationale is ook een klein voorproefje van het 40-jarige Bimhuis-jubileum in het najaar *, aldus de toelichting, al is het verband tussen dit concert en dat naderende heugelijke feit niet direct duidelijk.

Het trio Sun Rooms uit Chicago speelt de eerste set. Het is de moeite waard dat vibrafonist Jason Adasiewicz wederom de ruimte krijgt om zijn muziek breed uit te meten als leider, begeleider en solist. Na de pauze wordt het trio verlengd met Eric Boeren op cornet, Michael Moore op altsax en Joost Buis op trombone, tot een mix van avant-garde en improvisatie. Sun Rooms Extended vormt een boeiende variant op het trio.

Vanaf 2008 was Adasiewicz met regelmaat te bewonderen in het Bimhuis en het is altijd een feest om hem te zien optreden. De manier waarop hij de vibrafoon bespeelt, is volstrekt uniek en blijft verbazen. Zijn bewegingstheater is slechts een middel om zijn muzikale ideeën te verwezenlijken. Toch is zijn fenomenale choreografie een lust voor het oog en maakt hij met de lichaamstaal van een dronken koorddanser veel zichtbaar van wat er is zijn brein moet omgaan. Zijn motoriek is een onderdeel van het recept dat hem als kunstenaar voedt en dat een voortdurende confrontatie aangaat met het statische metalen stelsel van frame en buizen. De vibrafoon kent weinig comfort. Adasiewicz is een antiheld in woest gevecht met de materie (vrij naar Karel Appel).

De inbreng van Adasiewicz is bepalend tijdens het hele concert, waar hij zijn houtskoolschetsen slordig explorerend overheen legt in schrille frases, felle ritmische accenten en syncopen. Echo en resonantie vormen een ondoordringbaar tapijt van lyrisch drama. Motiefjes lijken soms op ongrijpbare dromen uit een machinerie van Jean Tinguely. Eenvoudige wijsjes doen soms denken aan een steeldrum.

In de triobezetting van Sun Rooms is ditmaal bassist Ingebrigt Håker Flaten vertegenwoordigd. De sterk fysieke manier waarop hij de contrabas bespeelt, leidt evenzeer tot verbijstering. Met zijn instrument doet hij alles wat hem op het conservatorium nooit werd aangeleerd. Hij etaleert spectaculaire pluktechnieken en creëert onwaarschijnlijke geluidseffecten met zijn soms tollende vingers. Tonen assimileren of verbrokkelen totaal. Ook zijn gestreken tremolo's grenzen aan geniale waanzin. Mike Reed blijft dicht bij zichzelf en drumt strak en gortdroog. Deze benadering staat in mooi contrast met zijn hyperenergieke collega's.

In de tweede set ligt de nadruk op werk van Sun Ra. Adasiewicz licht toe dat er de laatste jaren veel onderzoek is gedaan in de archieven van Ra in Chicago. Onder leiding van The John Corbett and Jim Dempsey Art Gallery heeft dat diverse nieuwe vondsten opgeleverd, in geluid en beeld. Nieuw materiaal dat alsnog is gepubliceerd en nu ook wordt uitgevoerd.

Met toevoeging van de blazers wordt de muziek meer gelaagd. De improvisaties worden abstracter, tunes verdampen en er ontstaan steeds nieuwe uitgangspunten. A capella ontstaan schurende tonen, schrille boventonen en clusters van spannende samenklanken, als in een multitonaal systeem. De instrumenten komen in hun totale spectrum aan bod. Eric Boeren produceert achteloos bruggetjes van razendsnelle frases. In dat opzicht het vermelden waard is het initiatief dat Boeren een paar jaar geleden nam om de Nederlandse en Amerikaanse improvisatiescene hechter met elkaar te verbinden.

Een subtiel element is dat de meeste gespeelde stukken in het niets verdwijnen en plotseling worden beëindigd. Een stijlelement dat wonderwel mooi aansluit op de energieke muziek.

* Om dit jubileum te vieren zal een reeks aan speciale activiteiten tijdens het gehele seizoen 2014-2015 plaatsvinden. Het kick-off weekend vindt plaats van 1 tot en met 4 oktober in het Bimhuis.

Labels:

(Roland Huguenin, 6.6.14) - [print] - [naar boven]





Vooruitblik
Jazz in Duketown


Een van de meest bijzondere jazzfestivals staat voor de deur, want van vrijdag 6 tot en met maandag 9 juni is het weer Jazz in Duketown in Den Bosch. Van straight-ahead jazz tot cross-overs met wereldmuziek, kamerjazz, elektronica, afrobeat, pop en funk, en dat alles uitgevoerd door zowel topgroepen uit binnen- en buitenland als opkomende bands. Alle muziek is gratis te bezoeken.

Het programma puilt letterlijk uit, met een scala aan artiesten verspreid over diverse podia in de binnenstad van Den Bosch. Wat bijvoorbeeld te denken van jazzzanger José James, een jonge ster van het jarige Blue Note-label. Hij combineert jazz, soul en pop met hiphop en spoken word. Of bassist Larry Graham, de oude bassist van Sly & the Family Stone, die aantreedt met zijn band Central Station. Ook een slagwerklegende staat op het festival geprogrammeerd: Billy Cobham (70), die in de bands van Miles Davis, Carlos Santana en George Benson speelde en deel uitmaakte van het Mahavishnu Orchestra. Maar ook de Nederlandse scene is uitstekend vertegenwoordigd, met onder andere Jan Akkerman Band & Eric Vloeimans, Tineke Postma, de Ploctones, Paul van Kemenade 'Soul d’Afrique', Re:freshed Orchestra (jazz, funk, hiphop, pop), Koffie (afrobeat) en Plastik Soldiers (elektrojazz).

Voor de fijnproevers is er uiteraard weer het Tonejazz Festival, dat vier avonden achtereen plaatsvindt in de sfeervolle Toonzaal, een kleine, sfeervolle concertzaal die gehuisvest is in een oude Bossche synagoge. Op vrijdag staat er het Britse Kairos 4tet, met speciaal voor dit concert als gast de Britse vocaliste Emilia Martensson. Zaterdag is het de beurt aan de onvolprezen keyboardwizzard Jozef Dumoulin, de Belgische keyboardwizzard die met een opzienbarend trio komt: The Red Hill Orchestra, waarin de Amerikanen Ellery Eskelin (tenorsax) en Dan Weiss (drums) spelen, twee absolute 'kleppers' uit de hedendaagse vrijere jazz. Zondag een andere populaire band uit de nieuwe lichting van de Britse jazz: Phronesis. Een drietal dat beïnvloed is door pianotrio's als The Bad Plus en het Esbjörn Svensson Trio, maar duidelijk haar eigen pad kiest. En maandagavond sluit Pablo Held het festival af. Een begenadigd pianist met een verfijnd gevoel voor lyriek en klank, die met zijn muzikale kompanen Robert Landfermann (contrabas) en Jonas Burgwinkel (drums) al bijna 15 jaar een verrassend hecht en volkomen natuurlijk klinkend trio vormt.

Met dank aan Vera Vingerhoeds, die ook dit jaar het Tonejazz Festival zal presenteren. Op haar blog veravingerhoeds.nl is een zeer uitgebreide voorbeschouwing op Jazz in Duketown te vinden.

Labels:

(Maarten van de Ven, 6.6.14) - [print] - [naar boven]





Concert
Onwezenlijk indringend

Bill Carrothers' Armistice 1918, donderdag 8 mei 2014, De Singel, Antwerpen

Met alle aandacht die momenteel naar het herdenken van de Grote Oorlog gaat, lijkt Bill Carrothers' Armistice 1918 een project met een bijzonder strakke en lucratieve timing. Toch dateert de cd van het project al van tien jaar geleden. Gelukkig bleek de tijd (opnieuw) geen vat te hebben op straffe muziek en werd het voorlopig laatste jazzconcert in De Singel er een om bij naar adem te happen.

De opzet van Bill Carrothers' Armistice 1918 is even eenvoudig als verraderlijk. Met een septet speelt Carrothers overwegend Amerikaanse songs die ten tijde van de Eerste Wereldoorlog in zwang waren. Het gevaar van een 'Tijd van Toen'-jukebox ligt daarbij uiteraard op de loer, maar de pianist en zijn collega's lichtten de soms erg bekende stukken uit hun hengsels, waardoor ze vehikels werden voor een verbluffende muzikale en sferische trip, die even eigenzinnig als emotioneel geladen bleek te zijn.

Het concert zette in met 'There’s A Long, Long Trail A Winding', als vocaal duet gebracht tussen Bill Carrothers en zijn echtgenote Peg. De zoete harmonisatie rolde de rode loper uit voor nostalgische romantiek, althans voor een minuut, want meteen daarna trok Carrothers op pad voor het verhaal dat hij wilde vertellen en daarin was weinig plaats voor feel good vibes. De ragtime 'Hello Ma Baby' werd ritmisch, harmonisch en qua vorm gedemonteerd: niet met de botte bijl, maar zoals Monk dat zou kunnen hebben gedaan. Het zo maar aan flarden rijten van het materiaal was er niet bij. Carrothers behield het overzicht en de controle, waarbij hij de originele compositie dissonant door elkaar haalde, maar zoals steeds ver weg bleef van de opzichtige clusters of macho uithalen. In plaats van daarvan serveerde hij een heel persoonlijke lyriek, die niets te maken had met zeemzoetigheid, maar perfect op de grens liep tussen dissonantie en herkenbaarheid.

'Let Me Call You Sweetheart' begon als een charmante, volkse wals, maar trad geleidelijk aan buiten de harmonische oevers om er later tijdens een verstild duet tussen Carrothers en basklarinettist Jean-Marc Foltz in terug te trekken. Van een echt doordacht arrangement was aanvankelijk weinig sprake. De ritmesectie van dienst (met Dré Pallemaerts op drums en Drew Gress op bas), aangevuld met percussionist Jay Epstein, cellist Matt Turner, Foltz en het echtpaar Carrothers leende zich daar wel toe, maar de bandleider zette zijn collega's aanvankelijk in als solisten, met uitzondering van Epstein, die met allerlei kleine materialen (cimbaaltjes, belletjes, houten blokjes, buisklokken of metalen ringen en platen) eerder als kleur dan als ritmische speler actief was.

Echt donker werd het in 'A Call To Arms', waarbij de cello van Turner mee deed in het koppig herhaalde ritme waarop het hele stuk gebaseerd was, meteen een eerste opstoot van ideeën in het arrangement. Opvallend genoeg keerde daarna het licht even terug in de gedaante van Peg Carrothers' kristalheldere stem, onder andere voor 'America, I Love You', dat in een fragiel trio van stem, piano en cello gebracht werd. Toch bleef de sfeer van het concert trouw aan de lading die het door de vorige stukken gekregen had. De ketting van soms stevig bewerkte songs zorgde voor een onwezenlijke sfeer, zoals het begin van de Eerste Wereldoorlog ook moet geweest zijn: een bizarre mengeling van optimisme, avontuur en dreiging.

Met het zwellende geluid van 'I’m Afraid To Come Home In The Dark' werd het eerste deel van het concert naar een sonoor hoogtepunt gestuwd om verstild en door Carrothers alleen neergelegd te worden in het traag walsende 'Till We Meet Again': van aangekondigde dramatiek naar een speeldoosachtige naïviteit, zonder dat de spanningsboog verloren ging. Het was maar afwachten wat het tweede deel van het concert daar nog aan zou kunnen toevoegen.

Visueel in elk geval niet veel, want de montage van foto's, teksten en gedichten die achter de muzikanten getoond werd en die in het eerste deel al meerdere rondjes gedraaid had, bleef ook in het vervolg gewoon doorlopen. Jammer, maar muzikaal zette Carrothers gelukkig wel een volgende stap. Bleven in het eerste deel de melodieën dominant, na de pauze haalde Carrothers haast alle comfort uit de muziek, zoals de oorlog alle heroïek, avontuur en romantiek verloor voor een jaren aanslepende mengeling van verveling, ontbering en dood.

De muziek leek te ontbinden tot louter een spel van abstracte klanken. Hier nog even een marsritme, daar nog een wals ('Rum Ration'), maar de glans werd er bewust afgehaald. Nog meer dan ervoor werd de luisteraar teruggeworpen op de realiteit van de oorlog, ver weg van het Hollywoodiaanse heldendom, recht in het hart van de weinig tot dromen aanzettende realiteit. Wanneer er nog wel even wat herkenbaar melodisch materiaal aan te pas kwam, verscheen dat in verbleekte gedaante, alsof de wereld van de soldaten alle felle kleuren verloren had en het moest stellen met vergeelde tinten.

Door minder te doen voerde Carrothers de luisteraar steeds verder mee in een oorlog die in plaats van onwezenlijk absurd geworden was, waarbij zelfs lachen van loutere zenuwachtigheid geen optie meer was. Ook naar het einde koos Carrothers niet voor het grote gebaar, maar nam hij de luisteraar mee in een wereld van details en emotionele lading die culmineerde in verstikkende versies van 'Keep The Home Fires Burning' en 'I Didn’t Raise My Boy To Be A Soldier', waarna enkele laatste dreunen van de buisklokken de wapenstilstand bezegelden.

Deze recensie verscheen ook op Kwadratuur.

Labels:

(Koen Van Meel, 3.6.14) - [print] - [naar boven]





Cd
Various artists - 'Electric Guitar Story' (Frémeaux & Associés, 2014)

Opname: 1935-1962

De Franse platenfirma Frémeaux & Associés begint zo langzamerhand de allure te krijgen van een top-reissuelabel. Denk: Bear Family, denk: Mosaic. Haar cd's en boxen zijn met zorg en kennis van zaken samengesteld, voorbeeldig qua geluid en de bijbehorende achtergrondinformatie is uitgebreid, vaak verrassend en ter zake.

Deze 3-cd box biedt een aardig compleet overzicht van de ontwikkeling van de elektrische gitaar. Daarbij beperkten de samenstellers zich niet tot jazz, maar betrokken ze ook Western Swing, blues, R&B en rock 'n' roll bij hun selectie. Het overzicht loopt tot en met 1962, dus iconen als Eric Clapton, Jimmy Page of Sonny Sharrock zul je hier niet aantreffen.

Begin jaren dertig waren er her en der reeds nerds bezig met het elektrificeren van de gitaar, maar pas in 1935 kwamen de eerste seriemodellen op de markt. Aanvankelijk waren het vooral lieden uit het zogeheten Western Swing-genre die, geïnspireerd door de eerste Hawaianbands die destijds door de Verenigde Staten tourden, hun lapsteelgitaren onder stroom zetten. De eerste was Bob Dunn van Milton Browns Musical Brownies. We horen hem in 'Some Of These Days'. De muziek zit dicht tegen de destijds gangbare comboswing; je hoort zelfs echo's van gitarist Django Reinhardt. Andere Western Swingpioniers op deze verzameling zijn Lefty Perkins, Eldon Shamblin, Leon McAuliffe en Roy Honeycutt.

Zanger en gitarist T-Bone Walker geldt als de wegbereider van de elektrische bluesgitaar en hij is hier vertegenwoordigd met het nummer 'I Got A Break Baby' uit 1942. Op dat moment speelde hij al drie jaar versterkt. Maar blijkens deze anthologie nam gitarist, componist en zanger Big Bill Broonzy al in 1938 een elektrisch bluesnummer op, 'It’s A Low Down Dirty Shame'. De gitaarsolist hier is evenwel George Barnes, een blanke pionier.

De eerste jazzman die zich elektrificeerde was Eddie Durham, die de versterkte gitaar in 1935 in de band van Jimmie Lunceford had geïntroduceerd. Aanvankelijk was dat een (akoestisch) resonatormodel, met een ingebouwde conus, maar vanaf 1936-37 gebruikte Durham een reguliere elektrische gitaar. Hier horen we hem met de Kansas City Five, een opname uit 1938. Hij is een echte creatieve solist, de vader dus van alle jazzgitaristen na hem. Inclusief Charlie Christian, Leonard Ware, Floyd 'Guitar' Smith en Jimmy Shirley, die hem al snel navolgden en hier ook vertegenwoordigd zijn. Shirley als lid van het trio van de geniale pianist Clarence Profit (1912-1944), die een soort minimalistische stride-stijl combineerde met barokke uitweidingen à la Art Tatum en zo een ongewoon orkestraal concept creëerde. Ware is aanwezig met een van de allertofste studio-orkestjes van de jaren dertig, onder leiding van sopraansaxofonist Sidney Bechet en met de al even weergaloze Ernie Caceres op baritonsax.

Inderdaad, dis is een collectie die tot superlatieven noodt. De al gememoreerde George Barnes horen we tevens onder eigen naam, met een klarinetkwartet dat ook naar hobo, fluiten en piccolo kan grijpen en zo een uniek breed palet tot zijn beschikking heeft. Zeker zo interessant is gitarist Alvino Rey, die net als Les Paul altijd aan het experimenteren was met alternatieve technieken en oplossingen. Reeds in 1939 ontwikkelde hij een voorloper van de vocorder, de Sonovox, een soort interface waarbij zijn echtgenote vervormd met de gitaarlijnen meezong. Daarmee realiseerde het paar, analoog aan Les Paul en Mary Ford tien jaar later, een uniek effect. Hier is hij in de weer met een 'gewone' gitaar, ongetwijfeld van eigen ontwerp. Dean Kincaide schreef een avontuurlijk arrangement van 'De Vlucht Van De Hommel', dat hij 'Bumble Boogie' noemde.

En zo is er nog veel meer te vertellen over 'Electric Guitar Story'. Over Sister Rosetta Tharpe, die de elektrische gitaar tijdens haar tournees met trombonist Chris Barber in Engeland onder de aandacht bracht en zo medeverantwoordelijk was voor het ontstaan van de Britse popmuziek. Over Jimmy Bryant, die al in 1952 behoorlijk spacy tekeergaat ('Bryant Bounce') en de weg vrijmaakt voor de Space Guitar van de jonge Johnny 'Guitar' Watson van twee jaar later. Over Bill Haley, wiens 'Rock The Joint' uit 1952 een nauwkeurige blauwdruk was voor zijn latere rock 'n' rollwerk. Over Johnny Winter, die als vijftienjarige zijn platendebuut maakte met 'School Day Blues'.

Een vette aanrader, deze box, dat zal duidelijk zijn.

Labels:

(Eddy Determeyer, 3.6.14) - [print] - [naar boven]





Concert
Motor City overwoekerd

'Grand River Crossing: Motown And Motor City Inspirations', door Geri Allen, zaterdag 24 mei 2014, Stedelijke Muziekschool Groningen

Motown, dat is eigenlijk een beetje aan mij voorbijgegaan. Ik vond het maar oppervlakkige muziek, veel minder swingend en indringend dan wat er op Atlantic uitkwam, of Stax. Nee, het ware geloof vond je bij Ray Charles. Er waren wel uitzonderingen, zoals de destijds reeds archaïsche jumpsaxofonist en zanger Jr. Walker. En ik denk dat het singletje 'Fingertips Pt. 1 en 2' van pianowonder Little Stevie Wonder nog wel ergens op zolder te vinden is.

Vandaar dat het recital 'Grand River Crossing: Motown And Motor City Inspirations' van pianiste Geri Allen voor mij geen feest der herkenning werd. Één dingetje van Michael Jackson kwam me bekend voor – maar voor de rest? The Jackson Five of The Three Jacksons, mij kon mevrouw Allen alles wijsmaken.

Voor een deel had dat ook met haar aanpak te maken. De pianiste (die voor het eerst sinds de Jazzmarathon van 1990 in Groningen optrad) speelde niet keurig themaatje, improvisatie, themaatje. Ze had ervoor gekozen haar bronnen zorgvuldig te camoufleren met wilde vegetatie, waaruit dan gaandeweg het originele materiaal werd losgekapt. Dat werkte heel goed in het openingsnummer, Thelonious Monks 'Epistrophy'. Daarvan herkende je de basnoten het eerst. Langzaam ontvouwde het thema zich, heel organisch. De overvloedige arpeggio's en andere barokke versieringen, die op zich fel contrasteerden met Monks eigen Spartaanse aanpak, verleenden het nummer een orkestraal karakter. Daarmee verwees Allen impliciet naar de versie uit 1942 van de bigband van trompettist Cootie Williams, de eerste die Monks composities op de lessenaars had staan. 'Epistrophy' was zijn herkenningsmelodie – Williams nam het nummer zes jaar vóór Monk zelf op.

Maar dat Motownspul dus. Ik maak me sterk dat ook (labelbaas) Berry Gordy's artiesten zelf moeite hadden gehad hun hits te herkennen. Of Holland/Dozier/Holland, de hofleveranciers van Motown.

Geri Allen liet maar weinig lucht toe in haar meanderende improvisaties. Notenclusters dreven als supermoleculen door de zaal van de Muziekschool. Op het album 'Embraced' werd Cecil Taylor, de avant-garde pianoprins van de jaren zestig en zeventig, ooit ongemakkelijk gepaard aan Mary Lou Williams, het boegbeeld van de jazzvrouwen van een generatie eerder. Welnu, Geri Allen klonk als (CT + MLW): 2. Ze sloot haar optreden af met haar versie van Williams' 'Roll ’Em'. Ha, dat soort toffe boogies kwam niet van de lopende band rollen daar in Hitsville USA. "Boogie? Bubblegum!", bepaalde baas Berry bars.

Klik hier voor foto's van dit concert door Willem Schwertmann.

Labels:

(Eddy Determeyer, 2.6.14) - [print] - [naar boven]





Cd
John Hollenbeck, Alban Darche, Sebastien Boisseau & Samuel Blaser - 'JASS' (Yolk, 2014)

Opname: januari 2012

De hoesfoto doet denken aan vooroorlogse clubs waar illegaal gestookte alcohol, keihard swingende jazz en stijlvolle kostuums en kleedjes de orde van de dag bepaalden. De titel - de voorloper van het woord 'jazz' en ooit nog gebruikt door de Original Dixieland Jass Band, het ensemble dat in 1917 de eerste echte jazzopnames maakte - bevestigt die denkrichting nog eens. Toch is dat niet wat je te horen krijgt.

'JASS' bevat immers ook de eerste letters van de voornamen van John Hollenbeck, Alban Darche, Samuel Blaser en Sebastien Boisseau. Tenorsaxofonist Darche en bassist Boisseau vormden een decennium geleden Yolk Records (het label waarop dit album uitgebracht werd) en zijn een spil van de jazz in en om Nantes, waar deze opnames werden vastgelegd. De twee hebben in Frankrijk al een aardige reputatie opgebouwd door te spelen met een resem binnen- en buitenlandse muzikanten, maar hier zijn het hun internationale gasten die de ronkende namen hebben en ook laten horen waarom dat is.

Drummer John Hollenbeck mag immers gerust tot de meest opvallende percussionisten van het moment gerekend worden, een veelzijdige figuur die meerdere werelden bewandelt (van avant-garde tot jazz en moderne compositie), het voorbije decennium de ene prijs aan de andere reeg en vooral als componist hoog ingeschat wordt. Zijn meest gelauwerde project is waarschijnlijk het Claudia Quintet. De Zwitser Samuel Blaser is dan weer de coming man van de trombone. Alhoewel, als jonge dertiger behoort de muzikant al een paar jaar tot de meest gerespecteerde uitvoerders op dat instrument, en is hij al even veelzijdig als Hollenbeck, zowel actief binnen moderne, swingende jazz als de vrije muziek en alles ertussen. Kortom: kleppers.

Toch valt meteen op dat 'JASS' vooral het product van een democratie is. Drie van de leden dragen composities aan (twee van Blaser, drie van Hollenbeck, vijf van Darche) en er is geen sprake van een solist die het voortdurend mag komen tonen op de voorgrond. Dit is duidelijk een collectief dat weliswaar met een kloeke spreidstand het evenwicht opzoekt en voortdurend de spanning tussen traditie en experiment actief houdt. Extreem wordt dit nergens; het is geen plaat van schreeuwerig getoeter of hysterische explosiviteit, en evenmin van gerekte spanningsbogen. De inventiviteit speelt zich op bescheidener, maar niet minder boeiende manier af.

De composities lenen zich ook tot een vrije benadering, worden steeds opnieuw aangegrepen om een spontaan ontwikkelend verhaal op te bouwen, waar alle leden hun ei in kwijt kunnen, soms door gezapig hetzelfde spoor te volgen, dan weer door afwijkingen te ontwikkelen. Blasers opener 'Recurring Dreams' is zo'n mooie: vertrekken met unisono materiaal en een dansend ritme, maar gaandeweg op zoek gaan naar een splitsing van de ideeën, ongeforceerd en met zwier. Het klinkt allemaal lekker soepel en ontspannen en net als je denkt dat het iets té ontspannen gaat worden, zorgt een versnelling voor een energiestoot die aanhoudt tot het einde.

'It Began To Get Dark' begint wat krachtdadiger, maar laat zich daar niet op vastpinnen. Hollenbeck blijft druk in de weer, maar de blazers laten de teugels plagerig vieren en zetten vooral in op hechte communicatie met lyrische inslag. Hollenbecks composities zijn net als die van Blaser al eerder uitgevoerd, maar daarom niet minder boeiend. 'Jazz Envy' smokkelt allerhande geluidengepruts binnen in een stuk met traditionele en soms haast klassiek aandoende wendingen, terwijl 'Limp Mint' de oren doet spitsen met mysterieuze geluiden. Het uitbundiger 'No D' is dan weer een flukse stuiterbom met een knoert van een groove en een exotische toets.

Darches stukken vormen een mooie combinatie met de rest van het geheel, van 'Saj’s', dat origineel van start gaat met een vraag-en-antwoordspelletje tussen de blazers en de drummer, tot het introverter aanvoelende 'Water', dat plots uitpakt met semimilitaire roffels van Hollenbeck. Een merkwaardige track, die de originaliteit van deze combinatie knap onderstreept. En zo vallen al die composities wel op, hetzij door individuele schittermomenten (de solo's van Blaser en Hollenbeck in 'Driver’s License'), eigenaardige geluiden (de rinkelende percussiespullen) en verrassende momenten van schoonheid (afsluiter 'Tricéphale').

Heel opvallend klinkt 'JASS' bij een eerste beluistering niet, maar het dwingt aandacht af en laat een geslaagd evenwicht horen tussen vier klasbakken, al zijn het vooral de Zwitser en de Amerikaan die het meest indruk maken. Een uitstekend modern jazzalbum en vermoedelijk een hele fijne instapplaat voor nieuwsgierigen die klaar zijn om zonder bruuskeren de experimentele vleugel te gaan verkennen.

Deze recensie verscheen eerder op Enola.be

Meer horen?
Klik
hier om drie tracks van dit album te beluisteren: 'Recurring Dream', 'Saj’s' en 'No D'.

Labels:

(Guy Peters, 2.6.14) - [print] - [naar boven]





Vooruitblik
North Sea Jazz


De connaisseur en de gemiddelde liefhebber van moderne, geïmproviseerde muziek wordt vaak geconfronteerd met de vraag of er nog wel sprake is van een rechtgeaarde jazzprogrammering tijdens het NSJ. De criticasters wijzen daarbij op de grote namen uit de genres pop, soul, blues en wereldmuziek. Deze keer prijken ultieme popsterren Pharell Williams, Stevie Wonder, Joss Stone, Darryl Hall & John Oates, Outkast en Nile Rodgers & Chic op het affiche. De basis van het festival is echter, zonder enige twijfel, nog steeds jazz en het moderne, geïmproviseerde genre. In tegenstelling tot de opvatting van traditionalisten is jazzmuziek, meer dan andere muziekstromingen, een kunstuiting die voortdurend uitdaagt, vernieuwt en zich laat bestuiven door andere stijlen. En het ook niet nalaat maatschappelijke ontwikkelingen te becommentariëren. Het NSJ is een festival dat in de breedte programmeert en er ook dit jaar met vlag en wimpel in slaagt om vele genres en subgenres over het voetlicht te brengen. Hieronder een persoonlijke greep.

Vrijdag 11 juli. Het nieuwste project van de briljante trompettist en componist Tom Harrell opent een serie van boeiende concerten in de Hudson. Harrell lijdt aan paranoïde schizofrenie. De aandoening wordt met krachtige medicatie zoveel mogelijk onderdrukt en dat stelt hem in staat om te functioneren als uiterst creatief muzikant. Gezien zijn voortdurende strijd tegen de ziekte verdienen zijn muzikale getuigenissen het predikaat gedenkwaardig: het pure melodische genie treedt aan met een pianoloos sextet met twee bassisten, waarvan Esperanza Spalding er een van is. Voor gitaarliefhebbers een must-see: John Scofield Uberjam. Tot kunst verheven groove, het gevarieerd gebruik van swingende akkoorden en de inventieve catchy samples zijn de moeite van het luisteren meer dan waard. De solo's van Scofield tillen het optreden naar een hogere dimensie. Het streven naar nieuwe vormen van improvisatie door bewegend beeld en andere media volledig te laten integreren met zijn muziek: velen hebben Tony Roe dit al zien volbrengen met zijn groep Tin Men & The Telephone. Op het festival is hij dit jaar verantwoordelijk voor de compositieopdracht en wordt zijn visie door een illuster, Nederlands getint, gezelschap uitgevoerd. Het zal ook intrigerend zijn om Mehldau's experimenten met de klassieke synthesizer te horen in een samenwerking met drummer Mark Guiliana. Kracht en pathos in deze zeer originele setting: 'experimentele garage jazz'! Tijdig in de zaal zijn voor de publiekstrekker en hitmachine van nu: de innemende Pharell Williams. Als alternatief op dit tijdstip: stilstaan en luisteren bij 'Blue Note 75 Jaar', met oude en nieuwe jazzcats uit de stal van dit label.

Zaterdag 12 juli. Snarky Puppy, de band van bassist en leider Michael League, streeft energiek muzikale vernieuwing na, in een amalgaan van stijlen, van rauwe funk, soul, progressieve rock tot moddervette jazz. Een concert van dit innovatieve ensemble uit Brooklyn is pure noodzaak! De jonge, Armeense pianist en componist Tigran Hamasyan (1987) trapt op zaterdag af in de Congo. De afgelopen jaren heeft Tigran volop erkenning gekregen voor zijn verbindende creatie van de rijke folkloristische muziek van zijn geboorteland met krachtige jazzimprovisaties. Ibrahim Maalouf zorgt voor de afsluiting in de Congo. Persoonlijke motieven, zoals illusies uit zijn jeugd tot en met zijn visie op het huidige, jachtige maatschappijbeeld, vormen de inspiratie voor zijn laatste album. Ook Maaloufs muziek is doorspekt met een volstrekt eigenzinnige smeltkroes van stijlen: jazz, funk en rockende passages, gecombineerd met Arabische melodieën. Drummer Manu Katche, bassist Richard Bona, saxofonist Stefano Di Battista en pianist Eric Legnini hebben voor de eerste keer samen gespeeld in Merciac. Het kwartet heeft hierna besloten hun betoverende muziek ook naar andere festivals te brengen. Trompettist Dave Douglas heeft in zijn hele loopbaan garant gestaan voor vernieuwing. In het gelijkwaardige Riverside Quartet wordt een mix van impro, bluegrass en sacred hymns gebracht.

Zondag 13 juli. Met Nir Felder kondigt zich wellicht een nieuwe topgitarist aan. Hij gebruikt politieke teksten als collages in zijn muziek. De line-up op zowel zijn plaat als tijdens het optreden in de Yenisei is veelbelovend. Zo staat op NSJ de voormalige pianist van Avishai Cohen, Shai Maestro, hem bij. De Volga biedt ruimte aan vele kleine combo's met een volstrekt eigen karakter. Het zoeken naar avontuur is het gemeenschappelijk uitgangspunt. De vrije, maar dansbare muziek van Naked Wolf, de fijnbesnaarde Britse pianist John Escreet met zijn trio in samenwerking met free jazz-saxofonist Evan Parker, Kasei met Van Kemenade, Takase en Bennink en als afsluiting het kwintet van de sensationele en grensverleggende trompettist Nate Wooley. Op deze dag veel ruimte voor soul en funk! Het podium in de Maas wordt een kolkende, drie uur durende, revue, bevolkt door artiesten van het Daptone label. In de Nile staan de oldies Darry Hall & John Oats en Nile Rodgers & Chic geprogrammeerd. Neneh Cherry werkt samen met RocketNumberNine, een elektronicaduo dat ongrijpbare ritmes verzorgt met herkenbare jazzinvloeden. Boeiende afsluiter van het festival is de Japanse trompettist Takuya Kurida. De sideman van Jose James maakt muziek die het midden houdt tussen post-bop en souljazz, met een flinke scheut hiphop en afrobeat.

Labels:

(Louis Obbens, 1.6.14) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...






Menupagina's:

Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Neerpelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.