Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 




Column Herbert Noord
Duidelijk


"Dat het begrip jazz dusdanig geërodeerd is, dat muziekliefhebbers het spoor volledig bijster zijn en geen idee meer hebben waar die omschrijving nu eigenlijk voor staat, begrijp ik volledig. Dat onder de noemer 'jazz' zo langzamerhand alles wordt geschaard wat buiten het muzikale idioom van de gemiddelde luisteraar valt, zie ik knarsetandend aan. Dat onder de nieuwe lichting pennenlikkers die denken over 'jazz' te schrijven elk historisch begrip totaal niet relevant is, verbijstert me. Maar dat in het land van oorsprong, de Verenigde Staten, de erosie nog heviger heeft toegeslagen en de enige culturele boreling die deze natie heeft voortgebracht rücksichtslos met het badwater wordt weggegooid, daar ben ik sprakeloos van."

Herbert Noord laat zijn licht schijnen over de teloorgang van de jazz. Klik op bovenstaande button om zijn column te lezen.

Labels:

(Maarten van de Ven, 30.12.11) - [print] - [naar boven]





In memoriam
Sam Rivers


Afgelopen maandag, 26 december 2011, overleed op 88-jarige leeftijd saxofonist, fluitist en componist Sam Rivers. Hij was in de zeventiger jaren een leidend figuur in de New Yorkse loft scene. Alvorens hij in 1970 met zijn vrouw zijn loft Studio Rivbea opende, die het middelpunt werd van deze scene, had hij al een imposante carrière achter de rug.

De in 1923 geboren Samuel Carthorne Rivers komt uit een muzikale familie. Zijn vader is een gospelzanger en zijn moeder pianiste. De jonge Sam leert viool, trombone en piano spelen en vertrekt in 1937, na de dood van zijn vader, met zijn moeder naar Little Rock. Daar besluit hij zich serieus op de tenorsax te bekwamen.

Na zijn militaire dienst studeert hij in 1947 op het conservatorium in Boston en rolt dan in de daar aanwezige jazzscene. Hij formeert onder meer zijn eigen kwartet met pianist Hal Galper en speelt mee op een Blue Note-platensessie met de groep van pianist Tadd Dameron. In 1959 speelt hij met de dan 13-jarige drummer Tony Williams, die later zou doorbreken in de groep van Miles Davis. Rivers raakt dan betrokken bij de avant-garde beweging waarvan ook Archie Shepp en Cecil Taylor deel uitmaken.

In 1964 speelt hij, op voorspraak van Tony Williams, in het kwintet van Miles Davis. De samenwerking duurt niet lang. Rivers nogal stevige, ruige en ongepolijste geluid op de tenorsax en zijn energieke speelwijze bevalt de trompettist niet zo. Op het album 'Miles In Tokyo' uit 1964 is een en ander te beluisteren.

Na de kortstondige Davis-periode krijgt Rivers een contract bij het Blue Note-label aangeboden. Het resulteert in een aantal opmerkelijke experimentele en vrije bebop-albums. Het bekendste is 'Fuchsia Swing Song'. Onder invloed van Ornette Coleman en John Coltrane combineert hij zowel bebop als free jazz in zijn solo's. Dit is de aanzet voor zijn latere nog vrijere speelwijze.

In de zeventiger jaren wordt zijn Studio Rivbea de place to be voor free-jazzers. Het is ook de repetitie- en concertplek voor zijn Rivbea Orchestra en eigen trio. Op het Impulse-label is kenmerkende muziek uit die periode uitgebracht, zoals 'Hues', 'Streams', 'Crystals' en 'Sizzle'.

In de jaren tachtig vestigt Rivers zich in Orlando, waar hij een nieuw Rivbea-orkest formeert. In die jaren produceert hij albums met dat orkest op zijn eigen Rivbea Sound-label. Ook speelde hij vier jaar met Dizzy Gillespie. Sinds het midden van de jaren negentig speelt hij in een trioformatie met Doug Mathews en Anthony Cole en leidt hij het Orlando Orchestra.

Sam Rivers was een belangrijk musicus in de eigentijdse, vrije jazz en een inspirator voor jonge musici. Tot kort voor zijn dood trad hij nog op. "Music was his life, music is what kept him alive", aldus zijn dochter Monique Rivers Williams.

Labels:

(Jacques Los, 30.12.11) - [print] - [naar boven]





Concert
's Avonds als het dorsen gedaan is

Klezmokum, zaterdag 17 december 2011, Synagoge, Groningen

Het is ook nooit goed. Al 22 jaar stelt pianist en componist Burton Greene alles in het werk om de traditionele klezmermuziek fris en fit te houden door die met eigentijdse scats en improvisaties op te pimpen. Zitten er vervolgens zure oude dametjes in het publiek, die hem bits vragen waarom hij hun muziek niet speelt. Terwijl muziekliefhebbers anno 2011 juist vinden dat hij die Oost-Europese klezmer misschien beter met niet-joodse bruiloftsklanken uit het Balkangebied zou kunnen kruisen.

Voor zijn optreden in de Groninger synagoge had Greene zanger Marek Balata en klarinettist Perry Robinson thuisgelaten en dat was maar goed ook. Klezmokum had het zo, met vier man en een vrouw, al zwaar genoeg. De synagoge bleek de akoestiek van een sportfondsenbad te hebben, zodat de zang van Patricia Beysens bijvoorbeeld in de vorm van een compleet koor van serafijnen uit den hoge terugkeerde. Terwijl ze van nature een intiem, bescheiden geluid heeft met een hoog 's avonds-als-het-dorsen-gedaan-is-en-we-met-z'n-allen-rond-de-olielamp-zitten-gehalte. Men kan zich voorstellen dat het huis van Jahweh op de momenten dat alle klezmorim van zich lieten horen een echte jodenkerk werd.

Sommige liedjes, zoals 'Y’did Nefresh', waarmee geopend werd, leenden zich goed voor een scatbehandeling. En Mikhl Gelbarts 'Di Nakht' heeft de reis van New York anno jaren twintig via het getto van Warschau naar Groningen opmerkelijk goed doorstaan. Toch was de overheersende indruk, dat die oude dansmuziek vroeger een stuk levendiger en swingender moet hebben geklonken.

Dat schraalhans ook in de sjoel tegenwoordig keukenmeester is, merkten we toen de kapelmeester tijdens het recital tot tweemaal toe zijn broekriem een gaatje strakker moest trekken.

Labels:

(Eddy Determeyer, 30.12.11) - [print] - [naar boven]





Cd
Estafest - 'Live!' (Challenge, 2011)

Opname: mei 2009

Het kwartet Estafest neersabelen mag voor de zelfverklaarde avant-garde en vernieuwers geen probleem zijn. Met een been in de traditie en een ander in de hedendaagse toonspraak staat het ensemble in een gevaarlijke spreidstand. Dat daarbij ook nog eens getwijfeld wordt tussen improvisatie en compositie maakt de groep helemaal een dankbare schietschijf.

Gitarist Anton Goudsmit, rietblazer Mete Erker, altviolist Oene Van Geel en pianist Jeroen Vervliet beginnen hun live opgenomen album dan ook nog eens met 'Ben Benieuwd': slenterjazz uit het Parijs van de jaren veertig, waarbij de altviool de hele zaak een chanson-sfeertje meegeeft. Een walkpover voor de moderniteitpolitie, tot plots opvalt dat de compositie helemaal niet zo vanzelfsprekend is, de melodie vreemde kronkels vertoont en de tenorsaxsolo begeleid wordt met inside pianospel. Dit is nostalgie op moderne wijze. De melodische sfeer van Tin Hat, die verbogen wordt door vreemde harmonieën, eigenzinnig verlopende melodieën en herhalingen die vergeven zijn van de afwijkingen en haperingen.

Deze muzikale aanpak vraagt veel van de muzikanten: technisch, maar ook qua ingesteldheid. In sommige stukken moeten ze zichzelf wegcijferen om op te kunnen gaan in het geheel. Zonder deze kwaliteit is de breekbare schemering van Goudsmits 'Ernesto' ten dode opgeschreven. Het is maar dankzij het subtiele evenwicht in de vaagheid dat de melodieën uit het niets kunnen opduiken, om even snel weer te verdwijnen. In 'Hyper' van Van Vliet wordt dan weer eerder de ritmische motor van de groep aangesproken. Eerst door een folkachtige melodie in een asymmetrische maatsoort, later door een ritmische formule, die obsessief herhaald wordt in steeds veranderende, dissonante stapelingen om te culmineren in een dynamische climax.

Het sterkst klinkt Estafest echter in de composities van Oene Van Geel. Hier wordt het groepsaspect op een heel andere manier uitgewerkt. Ieder individu krijgt een eigen rol, waardoor de gelaagdheid maximaal wordt. Bovendien bestaan de stukken van Van Geel uit verschillende delen die vlot naar elkaar doorkoppelen, wat de kamermuziekkwaliteiten van Estafest extra in de verf zet. De manier waarop de vier elkaar aanvullen in 'De Hamer' is een genot om horen. 'King’s Son' lijkt dan weer eerder vertellend van aard, zeker wanneer Van Geel zelf inzet met een 'er was eens'-passage. Een klassiek sprookje wordt het echter niet. Daarvoor is het muzikale verloop te grillig en tegendraads.

Moeilijk is de muziek van Estafest nooit te noemen, goedkoop en vanzelfsprekend evenmin. Ook daarmee beweegt de groep zich dus op een snijvlak en net in die tweespalt zit de klasse van het ensemble. Het labelen is niet vanzelfsprekend en 'Live!' is dan ook eerder een album voor luisteraars met een open geest en aandachtige oren, die voorbij tussenschotten en (ongeschreven) regeltjes willen denken.

Deze recensie verscheen eerder in
Kwadratuur.be.

Meer horen?
Op de Myspace-pagina van Estafest kun je naar een liveconcert van deze band in het Bimhuis luisteren.

Labels:

(Koen Van Meel, 27.12.11) - [print] - [naar boven]





Concert
Thomas Hilbrandie in latinsferen

dinsdag 13 december 2011, De Smederij, Groningen

Gitarist Thomas Hilbrandie zouden je kunnen kennen van de vrolijke multiculti-groep Bongomatik – al vraag ik me af of die wel voldoende optreedt (wordt er niet meer gefeest in Nederland of zo?).

In Groningen kennen we hem als een secure alleskunner. Vorige week hulde hij zich nog in een authentiek klinkende Turkse kaftan voor een sessie met zanger en multi-instrumentalist Behsat Üvez. Deze keer was hij wat verder naar het zuidwesten afgezakt, met een programma van bossoïde dansritmes. Dat het een gelegenheidscombinatie was, hoorde je eigenlijk alleen aan de wat brave collectieven af. Als de ritmesectie (pianist Diederik Idema, bassist Hans Lass, drummer Elmer Bergstra en percussionist Rafael Tahapary) eenmaal een groove te pakken had, liet ze die niet zomaar meer los. Lass trok strakke patroontjes, waaraan Bergstra en Tahapary in voorbeeldige eendracht hun speelse variaties haakten.

Wil Jasper was gehandicapt vanwege een valpartij van zijn fluit, eerder op de dag. Daarom was het moeilijk bepaalde noten te pakken. Enfin, het bleek toch al tijd voor een deugdelijke revisie. Hilbrandie zelf heeft Charlie Parkers motto 'it’s playing clean and looking for the pretty notes' ter harte genomen. Zijn spel straalt een soort rust uit, hoewel zijn punctualiteit ook cerebraal, misschien zelfs intimiderend kan overkomen. Maar: je weet wel wat je aan hem hebt.

In het echte jamgedeelte vielen twee pianisten op. Erik Bergstra speelt lekker spaarzaam en Remko Windt is zo'n muzikant, die zelfs wanneer hij uit het heelal op een piano zou vallen, daar nog een intrigerend akkoord uit zou knallen. En het is welbeschouwd toch wel verbluffend dat je jazzmuzikanten uit letterlijk alle windstreken binnen de kortste keren een gemeenschappelijke (ritme)taal hoort spreken. Dat is van die muziek misschien een nog wel groter raadsel dan dat die gasten allemaal min of meer coherente solo's kunnen spelen.

Labels:

(Eddy Determeyer, 27.12.11) - [print] - [naar boven]





Concert
Na 18 jaar weer op een Nederlands podium

Dean Brown Group, zaterdag 3 december 2011, Paradox, Tilburg

Ruim een half jaar na zijn enerverende trio-optreden met de power-hitter Dennis Chambers doet Dean Brown met een geheel andere bezetting opnieuw het Tilburgse podium Paradox aan. Twee optredens zo kort na elkaar is geen sinecure. Het risico van tegenvallende publieke belangstelling en vooral van muzikale overlappingen ligt op de loer. Destijds riepen de funk-grooves van het Dean Brown trio ook nog eens dubbelslachtige gevoelens op. De aanstekelijke cocktail van jazzrock, funk en blues was bij vlagen langdradig. Daar kan nog aan toegevoegd worden dat er een dichtgetimmerde geluidswal ontstond door de orkaankracht aan drumsalvo's die Chambers produceerde. Hoopgevend is echter dat Brown al decennialang in de internationale jazz/fusionscene variatie teweegbrengt. Als sessiemuzikant heeft hij zijn sporen verdiend op meer dan honderd uiteenlopende albums. Voorbeelden hiervan zijn samenwerkingen met Marcus Miller, Santana, Roberta Flack en de Brecker Bros.

De meest opvallende mutatie in zijn huidige groep is de aanwezigheid van jazzdrummer pur sang Marvin 'Smitty' Smith. Voor de eerste maal in 18 jaar doet deze studio- en sessiemuzikant Nederland aan. Smith is te horen op een ontelbaar aantal releases van andere muzikanten (waaronder Sonny Rollins), variërend in stijl van bop en mainstream, tot M-Base en post-bop. De belangrijkste reden waarom de drummer maar weinig in Europa te zien is geweest, wordt door zijn jarenlange verbintenis met 'Jay Leno’s Tonight Show'. De drummer toont tijdens het optreden in Paradox van alle markten thuis te zijn. Naast zijn veelzijdigheid zorgt hij behalve zijn souplesse bovenal voor meer ruimte in het groepsgeluid.

Het gepassioneerde en energieke gehalte in het spel van Dean Brown is vanzelfsprekend nog steeds leidend. Onder aanvoering van de drummer wordt echter meer bedachtzaam, intens en lyrisch gesoleerd. Effectvol worden vurig repeterende riffs ingezet of verwordt de van blues doordrenkte dampende funk tot onstuimige rock. Variatie is het credo van de avond, waarin, vol tempowisselingen, zwaarmoedige tegendraadsheid afgewisseld wordt met vederlichte transparantie.

De compositie 'After The Rain' reflecteert hooguit aan Coltrane's versie en kent zelfs een opvallend abstract psychedelisch karakter. In 'McCoy' buigt de groep de aanvankelijke lichtvoetige swing, via een kort funk-jazz statement, om naar opzwepende jazz. Hierin vormen de pulserende ritmische patronen van Smith de basis. Zeer vermeldenswaardig is de hemelse techniek en oprechte muzikaliteit van de jonge Franse bassist Hadrien Feraud. Dit in tegenstelling tot het dissonante, kitscherige spel van Bernard Marsali op E-vibe.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert.

Labels:

(Louis Obbens, 26.12.11) - [print] - [naar boven]





Jazz on the road #6
Edith van den Heuvel over jazz in Luxemburg


Edith van den Heuvel is jazzzangeres. Vanuit het Brabantse vertrok ze 17 jaar geleden naar het Hertogdom Luxemburg. Vandaag is ze op doorreis. We hebben afgesproken elkaar te ontmoeten om eens kennis te maken.

"Er zijn in Luxemburg weinig speelgelegenheden en er is niet veel animo voor moderne jazz bij het publiek. Als je het in een zondagochtend-formule-in-rustiek-gebouwtje giet, komen er wel wat mensen op af en soms, als een bekende Luxemburgse jazzmusicus als Pascal Schumacher optreedt, wil het wel vollopen. Als de wereldtop komt, zit het sowieso vol. Doordat er goede nieuwe voorzieningen zijn, is dat nu ook mogelijk. Dan moet je denken aan mensen als Chick Corea met Return To Forever en Maria Schneider. Ik sprak Brad Mehldau, dat zijn voor mij onvergetelijke een belevenissen!"

"We hebben dus topconcerten en enkele kleine festivals. Die moeten echter voortdurend vechten voor het bestaan. De gage is vaak gelijk aan de entree-inkomsten, maar het kan ook zijn dat je goed betaald wordt. Af en toe moet je gewoon eens bij de 'bank' gaan zingen. Bij het kiezen van het repertoire moet je rekening houden met wat er zoal gangbaar is. Mainstream, of het nu om bigband gaat of om duo. Ik zou wel willen experimenteren, maar waar vind je de mensen, de tijd en het geld? Eigenlijk houdt het dan snel op. Als je een avontuur aangaat, ben je toch snel afhankelijk van mensen uit verdere omgeving, zoals Berlijn."

"Je zou zeggen: zoek het over de grens, Luxemburg is maar klein. Dat doen we dus ook. We hebben soms interessante combo's met Italianen, Duitsers, Fransen en Belgen. Ik vind die tijdelijke groepen boeiend. Zo vind ik bijvoorbeeld de samenwerking tussen Eric Vloeimans en Simin Tander erg bijzonder."

"Als autodidact heb ik geen belemmeringen, maar ik moet veel op gevoel doen en dat hindert op sommige momenten. Durven, voelen, het experiment aangaan, dat wil ik eigenlijk steeds meer. Ik word daarin gestimuleerd door mijn vaste gitarist Dany Schwickerath. En natuurlijk door bigbandleider Georg Ruby. Hij zei tegen me "begin maar, doe het" en opeens stond ik daar zonder enige begeleiding te zingen. Jazz, echte jazz, zo uit het hart en de tenen. Het staat nu op de cd. Uit haar modieuze handtas verschijnen enkele cd's. Daar zing ik overigens een paar nummers, stilistisch loopt het uiteen. Dat blijft denk ik ook zo; als je je specialiseert, vind je al snel geen plek meer om te spelen. Het wereldje is maar klein."

Tijdens het gesprek draaien we een nummer van de cd 'Sketches Of A Working Band'. De stemimprovisatie vult de ruimte. Ze zit geconcentreerd te luisteren. Wanneer ik de stilte doorbreek, heeft ze daar even moeite mee. Het lied neemt haar mee, verbaasd haar zichtbaar, ze hoort er steeds nieuwe dingen in, zegt ze verwonderd. Het gevoel van de opname komt weer even bij haar terug. Ook legt ze uit hoe ze werkt met de
gitarist; het is een wisselwerking, stukken komen van hen beiden, maar worden levend gebracht met her en der open eindes en tussenruimte voor improvisatie. Je hoort dat dit voor haar en de gitarist een heel fraaie werkwijze is. De muziek is intiem en knap gespeeld en zingen kan ze.

"De toekomst is voor mij helder in die zin dat ik graag zing, waar dat zingen mij brengt weet ik niet." Het bracht haar deze keer in ieder geval bij mij in de werkkamer en als ze er weer vandoor is, luister ik naar de cd 'Hidden Waltz'. Edith van den Heuvel: een bijzonder fijne vrouw met een warme innemende stem.

Labels:

(Jo Dautzenberg, 25.12.11) - [print] - [naar boven]





Concert
Marc Ribot Trio: freejazz vibrations

maandag 7 november 2011, Jazzpower, Wilhelmina, Eindhoven

Wie voor het eerst café Wilhelmina binnenkomt, ademt de traditie in van een lange jazzgeschiedenis. Met een blik op de oude jazz foto's , het behangpapier van oma, de mengelkroes van bruine tafeltjes en stoelen, zit de gezelligheid voor een avondje jazz meteen goed. Vanavond gaat het café Wilhelmina trillen bij de schurende akkoorden van Marc Ribot, bij de buitenaardse grooves van bassist Henry Grimes en bij de spannende opbouw van drummer Chad Taylor.

Gitarist Marc Ribot, die dit jaar samen met Allen Toussaint nog te horen was op Jazz Middelheim, brengt vanavond een combinatie van eigen nummers ('FAT Man Blues' en 'Bb Blues') afgewisseld met standards van John Coltrane, Thelonious Monk en Albert Ayler. Met zijn herkenbaar geluid, gebogen over zijn gitaar, vastgekleefd aan zijn stoel, varieert hij zijn spel van weird naar harmonisch, van energiek en enerverend naar rustig en zacht. Zijn techniek is en blijft indrukwekkend. Ook bij snerpende solo's blijft zijn geluid genietbaar en verdraagzaam. Toegankelijke en verstaanbare free jazz waarbij het goed toeven is, ja het bestaat!

Henry Grimes is een opmerkelijk figuur op dit podium. Hij startte in 1957 met sessies met Lee Konitz/Bill Evans. In het begin van de jaren zestig stond hij aan de basis van de free jazz met Albert Ayler. Van 1966 tot 2002 verdween hij van de jazzscene, maar hij staat er opnieuw sinds 2002. Met een downtown look recht voor zich uit starend, volgt hij nauwgezet de instructies op van zijn vrouw Margaret Davis die aangeeft wanneer hij moet wisselen van bas naar viool. Ontroerend hoe hij met een kinderlijke blik nagenoeg automatisch schakelt tussen verschillende ritmes en bewegingen. Hectische vormen en tinten veren uit zijn strijkstok.

Drummer Chad Taylor verdient absoluut een dikke pluim. Hij drumt lekker stevig, nauwlettend en subtiel. Het klankenpalet van dit trio zorgt voor een enthousiast en spannend groepsgevoel bij muzikanten en publiek. Marc Ribot sluit af met een wiegelied voor het slapengaan, maar als we bijna ingedommeld zijn, laat hij voor een laatste keer een staaltje zien van zijn grote explosiviteit. Een optreden dat zeker blijft nazinderen bij het verlaten van Wilhelmina.

Klik hier voor foto's van dit concert door Cees van de Ven.

Labels:

(Gerda Boel, 24.12.11) - [print] - [naar boven]





Cd
Arne van Coillie Unit - 'De Hipste' (RailNote, 2011)

Opname: juli 2011

Merkwaardig genoeg vat pianist Arne van Coillie mijn bezwaren tegen zijn cd in zijn eigen liner notes al aardig samen. 'Who the hell is waiting for yet another postboppish effort? By whom? Arne how-do-you-pronounce-that?' Goede vraag, want er is echt niets dat deze schijf uit doet stijgen boven wat er op dit gebied zoal uitkomt. De composities zijn slap en de muzikanten braaf, saxofonist Andy Declerck voorop.

'De Hipste' is dus een vlag die de lading allerminst dekt. De titel slaat op de middelbare schoolervaringen van Van Coillie, toen hij als enige naar Duke Ellington, Charles Mingus en Thelonious Monk luisterde, terwijl de rest van de meute in The Cure of Madonna was. De hipste van Leuven dus.

Er gebeurt kortom hoegenaamd niets op deze cd. De muzikanten verstaan hun vak – misschien zaten ze allen dik onder de valium, wie zal het zeggen. De unisonolijntjes die Van Coillie en Declerck frequent spelen, moeten die nog genoemd worden? Ik voel me na het beluisteren van 'De Hipste' eerlijk gezegd te slap om er verder nog iets over te zeggen.

Meer horen?
Klik
hier om van dit album de volgende tracks te beluisteren: 'De Hipste', 'Seen The Light?' en 'Fleeting'.

Labels:

(Eddy Determeyer, 24.12.11) - [print] - [naar boven]





Masterclass / Concert
Die Kraft von musikalischem Reichtum und seiner Entfaltung

Jesse van Ruller (Trio), zondag 27 november 2011, Jazz at the Crow, Kraaij & Balder, Eindhoven

Im Cafe Kraaij & Balder fand zum zweiten Mal eine Ausgabe der durch die Stiftung Live Jazz Promotion geförderten Serie Masterclass & Concert statt. Hintergrund und Idee dieser Veranstaltung ist, mit eingeladenen Musikern in einer lockeren Gesprächsrunde Entstehung von Kompositionen und deren Spielweise zu erörtern. Dies geschieht anhand von selbstgeschaffenen Werken oder aber am Beispiel von Standards, die modifiziert werden können.

Für die Ausgabe im November war Gitarist und Komponist Jesse van Ruller eingeladen, um dem Publikum auf interessierte Fragen, Rede und Antwort zu stehen. Begleitet wurde er dabei von seinen Bandmitgliedern Clemens van der Feen am Kontrabaß und Schlagzeuger Joost van Schaik.

Ein Thema des Nachmittages war natürlich die Entstehung eines Entwurfes oder vielmehr die verschiedenen Möglichkeiten eines Entwurfes, die zur Entstehung einer Komposition führen. Für Van Ruller ist es für den künstlerischen Prozess wichtig, eine Idee direkt in die Tat umzusetzen und sie sogleich zu spielen. Eher hinderlich sei es, lange darüber nachzudenken. Die inspirierende Grundlage bestehe darin eine Melodie zu spielen und daraus eine zweite begleitende Stimme zu erschaffen. Diese Vorgehensweise stelle, was diese Form des Komponierens anbetreffe, zugleich eine Plattform und stützende Rahmenbedingung dar. Ausschließlich in Noten zu denken sei jedoch weniger erfüllend. Kreativer ist vielmehr, sich in Töne und Klangwelten zu versetzen.

Bereichernd wäre zudem, sich Akkorde und Klänge auf verschiedenen Instrumenten vorzustellen: So habe doch jedes Instrument sein individuelles musikalisches Leben und seine eigene musikalische Sprache. Vor allem aber beziehe er spontane Inspiration und Eingebung während des Musizierens mit anderen Musikern, besser noch, wenn unterschiedliche Stilrichtungen im Spiel sind. Überhaupt, das Erforschen anderer Musikstile, Ausdrucks- und Spielweisen eröffne immer wieder neue Horizonte und Erkenntnisse. Wichtig sei es ihm dabei, unabhängig und seinem eigenem, authentischem Klangbild treu zu bleiben. Sei es nun mit der Semi- akustischen Gitarre oder der Telecaster.

Eine weitere Frage war, wie man es am Besten angehe, um eine Komposition spannend und abwechselungsreich zu gestalten. Dies gelänge nach Auffassung des Gitaristen über Variation und Ungewöhnlichkeit in der rhythmischen Technik. Sich lösen von den meist gebräuchlichen zeitlichen Anordnungen, Harmonien und Gewichtungen der Töne, mache das Präsentieren und Zuhören spannender und zugleich mysteriös. Vor allem dann, wenn es spontan, also unmittelbar aus dem Inneren heraus geschähe und eigene Gedanken verwirklicht werden können. Es dürfe auch ruhig rätselhaft und mit ungeplantem Ergebnis zu und hergehen, denn genau da liegt der Knackpunkt.

Komponieren und improvisieren ist nun mal ein Unterschied. Das eine frage um Struktur, das andere um Mut, Flexibilität und Risikobereitschaft eine musikalische Reise mit unvorhersehbarem Ausgang anzutreten. Die Improvisation stelle immer wieder eine komplexe und kreative Herausforderung dar. Dort, mit einem Schmunzeln erwähnt, wo man schon mal die Orientierung verlieren kann, werden, wie er selbstkritisch preisgibt, bisweilen auch unbekannte, eigene musikalische Begrenzungen offengelegt. Konfrontierend genug, biete sich zugleich die tiefgreifende Chance, dieses zu akzeptieren, noch weiter zu gehen und sich frei weiterentwickeln zu können.

In diesem Zusammenhang wurde von allen beteiligten Musikern betont, wie wichtig es sei in einer Band zusammenzuhalten und daß vor allem eine gut funktionierende Rhythmusgruppe von unschätzbarem Wert ist. Sie biete Solisten eine Art doppelten Boden oder wenn notwendig, ein vertrauenvolles Auffangnetz. Der Garant also, um aus Ausflügen in höhere musikalische Sphären wieder in einer gemeinsamen Quintessenz in das Hier und Jetzt zurückzukehren.

Ein persönliches Anliegen war es Van Ruller zu betonen, daß es ihm darum gehe, der Musik etwas geben, ja zufügen zu können und sie zu 'erkennen'. Das eigene musikalische Wachstum und dabei niemals stehen zu bleiben, das seien seine erstrebenswerten Vorhaben. Der kommerzielle Aspekt spiele dabei eine untergeordnete oder besser realistische Rolle.

Das anschließende Konzert stand im Zeichen der in 2010 veröffentlichten CD 'Chambertones'. Hier wurde das soeben Besprochene dermaßen in die Tat umgesetzt, daß es einer weiteren Bewusstwerdung gleichkam und die Balance widerspiegelte. Das Publikum war beeindruckt und es kam immer wieder der Wunsch zum Vorschein mehr davon hören zu wollen. Nicht so sehr das Was, sondern das Wie.

Idealismus, Authentizität und unabhängige Entfaltung waren die wichtigsten Eindrücke aus diesem interaktiven Vortrag. Ebenso wurde man Zeuge, wie sympathisch zurückhaltende Selbsteinschätzung direkt in musikalischen Reichtum und schöpferische Kraft umgesetzt wurde. Durch selbstlose Hingabe und zugleich konzentrierter Haltung wurde hier die Wichtigkeit der Musik spürbar. Die Intensivität dieser Präsentation erinnert in übertragenem Sinne an das Zitat, welches Ludwig van Beethoven seiner Messe Missa solemnis widmete: "Von Herzen - Möge es wieder - Zu Herzen gehn!"

Klik hier voor een fotoverslag van deze masterclass en het aansluitende concert door Cees van de Ven.

Labels: ,

(Sabine Fleig, 21.12.11) - [print] - [naar boven]





Vooruitblik
Yuri Honing viert 'Winterreise 5' in Paradiso


Zoals ieder jaar op 29 december, viert saxofonist/componist Yuri Honing een muzikaal feest in de grote zaal van Paradiso: de vijfde editie van 'Winterreise'. Honings muzikale universum is onbegrensd, en daarom zijn de drie verschillende sets dat ook: van klassiek tot rock en van jazz tot country & western. De avond wordt, net als ieder jaar, gepresenteerd door Peter Heerschop.

Deze editie opent Honing de avond met zijn nieuwe kwartet, dat deze zomer een album heeft opgenomen in Berlijn. Hoewel de release pas half februari 2012 is, brengt het gezelschap een exclusieve selectie van dit album ten gehore. De samenwerking met Roos (Roosbeef) levert een intieme set met mooie liedjes op, begeleidt door gitaren en natuurlijk saxofoon. De finale is een uniek optreden van Honing met Torre Florim, de leadzanger van de Nijmeegse rockband De Staat. In de uitdagende samenstelling van twee drummers, twee gitaristen, een basgitarist en uiteraard een saxofonist gaat dit slot ongetwijfeld voor beroering zorgen.

Klik hier voor meer informatie over 'Winterreise 5'.

Labels:

(Maarten van de Ven, 21.12.11) - [print] - [naar boven]





Nieuws
Liefhebbers brengen jazz terug in Utrecht


Vanaf deze maand wordt elke tweede donderdagavond van de maand Het Vorstelijk Complex in Utrecht omgetoverd tot chique nachtclub voor 'La Couleur Royale'. Met dit evenement brengen jazzliefhebbers hun favoriete muziek weer terug in de Domstad. De eerste keer werd gepresenteerd door nieuwslezer Eva Brouwer. Samen met de Charli Green Bigband zong ze een aantal jazznummers.

De initiatiefnemers zijn Utrechtse muzikanten die door de sluiting van het SJU Jazzpodium geen plek meer hebben om jazz te spelen. De bedoeling is dat in het Muziekpaleis een zaal komt voor jazz, maar daar kunnen de muzikanten op zijn vroegst pas over anderhalf jaar terecht. 'La Couleur Royale' moet een maandelijks terugkerende muziekavond worden. Een keer in de drie maanden wordt er een groter jazzoptreden gepland in de theaterzaal.

Ongeveer tegelijkertijd organiseerde een andere groep jazzmuzikanten een evenement in het Muziekhuis Utrecht aan de Loevenhoutsedijk. Op zondagmiddag 18 december zette belangenvereniging U Jazz meerdere jazzbandjes in de spotlichten. Zo waren er optredens van Mark Alban Lotz, Wolter Wierbos, Coen Kaldeway, Akos Laki, Tjitze Vogel, Ad Colen, Corrie van Binsbergen, Michael Baird, Tetzepi, Jan Schellink, Dion Nijland, Haytam Safia en Albert van Veenendaal.

Labels:

(Maarten van de Ven, 21.12.11) - [print] - [naar boven]





Cd
Belgian Jazz (Flanders Music Centre/Wallonie-Bruxelles Musiques, 2011)

Promo-cd, niet verkrijgbaar in de reguliere verkoop

Hij viel me bij toeval in handen – en wat een gelukkig toeval: 'Belgian Jazz', een dit najaar verschenen promo-cd met een presentatie van twaalf talentvolle Belgische jazzensembles. De cd en het bijbehorende festival (of vice versa) vormen de output van een initiatief van de culturele overheidsorganen Flanders Music Centre en Wallonie-Bruxelles Musiques om de Belgische jazzmuziek een duwtje in de rug te geven. In de voorgaande jaren was het een zuiver Vlaamse aangelegenheid, nu, in 2011 hebben de Vlamingen en Walen voor het eerst de handen ineengeslagen. Daar kan de politiek nog een voorbeeld aan nemen!

Het genoemde festival, dat plaatsvond in september, is helaas aan mij voorbijgegaan, maar de cd pakken ze me niet meer af. Ik vind het een openbaring. Dionysus in klank gevat. Muziek met een immens groot hart: warm, wild en vooral grenzeloos. Een jazzpolitieagent zal zich suf tobben over de vraag 'Is dit wel allemaal jazz?'. Maar zoals het begeleidend boekje al constateert: 'Jazz has shot off into many directions. The result is a wide and complicated delta of music. The jazz canon has been shattered, irreversibly so.' De Belgen zitten er niet mee, ze gaan vrolijk hun gang en maken muziek met het hart op de tong.

Er komt veel samen in de muziek van de bands op deze cd: jazz, pop, folk, Afrikaanse muziek en klassieke muziek. Wat alles bindt en verrassend homogeen maakt, is de weldadige vrijheid, de drang een zeer persoonlijk en direct verhaal te vertellen en daarvoor uit elk genre te putten wat dienst kan doen. Ironie, afstandelijkheid, intellectualisme – het is alle muzikanten op dit album vreemd.

Ook afwezig: de drang om individueel te excelleren. Hun muziekinstrument gebruiken deze muzikanten om samen te spelen, om samen een proces op gang te brengen, een spanningsboog op te bouwen en een climax zonder weerga te garanderen. Zijn deze artiesten dus technisch beperkt? Nee, integendeel, er wordt op hoog niveau muziek gemaakt, maar het is vooraleerst muziek in het nu. Geen van hen probeert de volgende Keith Jarrett te worden, de volgende Charlie Parker of Wynton Marsalis; in plaats daarvan lijkt eenieder zich in zijn instrument vast te bijten alsof men het wil consumeren. Het instrument is het doel niet, maar een middel; een middel om de honger naar het hogere te stillen.

Afijn, aan tafel, zou ik zeggen, er is genoeg voor iedereen. Hamster Axis: een aarzelend, Debussyiaans begin, dan een opzwepend ritme, met daaroverheen ferme blazerssolo's, slechts onderbroken door heftige breaks. De Beren Gieren: het dwarse pianotrio van Fulco Ottervanger, die eerder dit jaar bij Gent Jazz al meer dan een beetje opviel in het Nathan Daems Quintet. En nog zo'n trio dat de term 'pianotrio' opnieuw definieert: dat van Pascal Mohy, een veelzijdige pianist die bovendien subliem componeert.

Verder noem ik graag het Rêve D'Éléphant Orchestra (een vehikel met tien versnellingen, maar zonder rem of achteruit) of Tuur Florizoone/Mixtuur (zinderende energie, ritmisch geweld en jungleklanken, maar o zo zorgvuldig gestructureerd). En last but not least: Nicolas Kummert Voices. Ik dacht daarbij eerst aan een getraind vocaal ensemble, begeleid door een tegendraadse, virtuoze band, maar nee, het gaat hier om een collectief zingende band, die je de strot weet dicht te knijpen van ontroering en dan ook nog de kans ziet zichzelf instrumentaal op geraffineerde wijze voor de voeten te lopen – disharmonie om de harmonie te accentueren. Kom er maar eens op.

En zo straalt dit hele compilatie-album van het plezier om goede vondsten. Dionysus daarboven slaat zich erbij op de knieën van pret en neemt nog een stevige slok.

Labels:

(Paul van den Belt, 20.12.11) - [print] - [naar boven]





Concert
De ruimte in met Craig Taborn

donderdag 8 december 2011, USVA OUTheater, Groningen

Vanaf de eerste noten is duidelijk dat we te maken hebben met een pianist die over een uitzonderlijk toucher beschikt. Tijdens de eerste van zijn reeks improvisaties liet hij één noot een motiefje in dynamisch opzicht domineren, als een element dat er in een spectrogram uitspringt. Dat motiefje werd herhaald, onderging mutaties, verdween en dook weer op. Uit het themaatje ontvouwde zich zo gaandeweg een breed en boeiend panorama, zoals een ontzagwekkende ruimte kan opduiken achter een reeks astronomische waarnemingen – om nog een beeld uit de exacte wetenschappen te lenen.

Ondertussen vraag je je af of Craig Taborn, gezien en gehoord de uitzonderlijk beweeglijke linkerhand, misschien ambidexter is (dus zowel rechts- als linkshandig). Dat is hij overigens niet, vertelde hij na afloop.

Taborn hoort momenteel bij de top van de nieuwe generatie jazzpianisten, waartoe ook Robert Glasper en Jason Moran gerekend kunnen worden. Zoals hij met hetzelfde gemak een avondje techno, Indonesische muziek of reggae voor u zou kunnen verzorgen, zo onbekommerd en onbegrensd stoeide hij in het Universiteitstheater met de vleugel.

Tussen de stukken door vertelde de pianist dat Groningen bij hem een bijzonder plekje inneemt. Zijn allereerste Europese optreden beleefde hij hier, in de band van saxofonist James Carter. Door een of andere bug in het tourschema moest hij twee dagen alleen in de Martinistad doorbrengen. Waarbij hij op de eerste avond twee uur lang in de stromende novemberregen (ook toen al) rondjes liep, voordat hij zijn hotel herkende. Zijn gloednieuwe leren jack kon hij daarna met de vuilnisman meegeven. Tja, zoiets schept een band.

Een associatie die tijdens een van de exercities opdook, was die met Keith Jarrett. Ook die kan zijn rechterhand schijnbaar volledig vrij over het klavier laten dwalen, terwijl de linker een ostinato motiefje blijft spelen. De manier waarop Taborn dicht bij elkaar gelegen noten met elkaar confronteerde, door de een extreem hard aan te slaan en de ander daar een fractie van een seconde later een bescheiden kleurtje aan toe te laten voegen, was weer helemaal des Craigs.

Intussen loopt ook het Universiteitstheater op zijn laatste benen. Nu ook de rantsoenering van de koffie de Rijksuniversiteit Groningen onvoldoende besparingen heeft opgeleverd, zal de ruimte vermoedelijk omgebouwd worden tot collegezaal. Scheelt toch al gauw een paar honderd euro (op een begroting van 600 miljoen). Die studenten moeten dan maar op hun eigen manier de ruimte in zien te komen.

Klik hier voor enkele foto's van dit concert door Willem Schwertmann.

Labels:

(Eddy Determeyer, 19.12.11) - [print] - [naar boven]





In memoriam
Bob Brookmeyer


Afgelopen vrijdag, drie dagen voor zijn 82ste verjaardag, overleed componist, arrangeur, pianist, maar bovenal ventieltrombonist Bob Brookmeyer.

De in 1929 geboren Brookmeyer doorliep het conservatorium in Kansas City, waarna hij vertrok naar New York. Hij speelde daar eerst piano in de orkesten van Mel Lewis en Tex Benecke. Daarna als freelancer met musici als Coleman Hawkins, Ben Webster, Charles Mingus en Teddy Charles.

Op trombone was hij technisch bekwaam en soleerde hij lyrisch en harmonisch. Geen wonder dat hij vanaf 1953 deel uitmaakte van het kwintet van de eveneens lyrische toonkunstenaar saxofonist Stan Getz. De echte doorbraak voor Brookmeyer kwam in 1954, toen hij zich aansloot bij baritonsaxofonist Gerry Mulligan.

Met trompettist Chet Baker had Mulligan al een zeer succesvol pianoloos kwartet geleid. Na een korte detentieperiode ten gevolge van drugsgebruik kon Mulligan zijn succes vervolgen met Brookmeyer.

Sinds Brookmeyers vertrek bij Mulligan werd hij niet alleen een veelgevraagd solist, maar maakte hij ook indruk als arrangeur. Hij schreef en speelde voor en met musici als Jimmy Giuffre, Jim Hall, George Russell, Clark Terry, Bill Evans, Gerry Mulligan's Concert Jazz Band en het Thad Jones/Mel Lewis Orchestra.

Als orkestleider werkte hij regelmatig in Europa – Duitsland, Zweden, Nederland – en in de Verenigde Staten was hij actief als docent op de afdeling 'Jazz Composition at the New England Conservatory' in Boston.

Met het Europese New Art Orchestra heeft Brookmeyer op het label Challenge Records inmiddels de cd's 'New Works', 'Waltzing With Zoe' en 'Get Well Soon' uitgebracht. Op hetzelfde label verscheen onlangs 'Music For String Quartet & Orchestra' met het Metropole Orkest. Zijn laatste album is 'Standards' (ook op Challenge) met het New Art Orchestra en ons aller eigen Fay Claassen.

Er is dus genoeg materiaal om kennis te nemen van Brookmeyers componeer- en arrangeertalenten, maar de opnamen uit midden jaren vijftig van het Gerry Mulligan kwartet en sextet, waarop hij soepel, harmonieus en contrapuntisch (met Mulligan) soleert, zijn zeker niet te versmaden.

Labels:

(Jacques Los, 19.12.11) - [print] - [naar boven]





Concert
Baraná even verfrissend als uniek

Xenopolis/Baraná featuring Ceylan Ertem en Ernst Reyseger, vrijdag 9 december 2011, Paradox, Tilburg

Heel verfrissend, dit optreden van de Turks-Nederlandse crossover band Baraná, een samenwerkingsverband tussen de Utrechtse rietblazer Steven Kamperman en de Turkse zanger en multi-instrumentalist Behsat Üvez. En dat 'verfrissend' is slechts een deel van de omschrijving dat hier van toepassing is, 'opzienbarend' en 'uniek' zijn beslist noodzakelijke aanvullingen. Het uitgangspunt van beide frontmannen is het mengen van traditionele Turkse thema's met spannende nieuwe composities. Resultaat bij Xenopolis, stevige funky beats met de folk als rode draad, aaneengeregen door beschouwende, jazzy breaks.

Kolkende energie denderde over het podium en stuiterde in het publiek, alwaar deze gretig werd geabsorbeerd en omgezet in een niet aflatende drang om je stoel weg te schoppen en mee te dansen. Een hele mond vol maar het dekt wel de lading. Stilzitten was in ieder geval onmogelijk, en dat al na het eerste nummer.

Maar het werd nog mooier toen de Turkse zangeres Ceylan Ertem het podium betrad. Ze is klein en oogt eigenlijk best verlegen, maar ze transformeerde in een podiumtijger toen de dwingende ritmes haar bereikten. Deze jonge, hippe zangeres timmert al een tijdje aan de weg en sleepte in 2006 een platencontract binnen bij Sony/BMG met haar band Anima.

Ertems stem is sterk en warm met een ongepolijst randje. Ze is zonder meer creatief en origineel in het gebruik ervan en plooide zich moeiteloos naar het klankenidioom van de groep. Een groep met een opvallend diverse samenstelling en uiteenlopende muzikale achtergronden. En dat maakt de band ook zo interessant. Vanuit een individuele benadering en eigen aandachtsveld, maar met een gezamenlijk doel worden raakvlakken zichtbaar, afgetast en ingekleurd.

Bezieling is daarbij een essentieel gegeven. Bezieling die voortkomt uit de liefde van een volk voor hun land en het verdriet om de verloedering daarvan. Vergane liefdes en het afscheid bij de dood. Of uit het geluk en plezier van vriendschap en de bonte maalstroom van een metropool. De gedrevenheid leek te ontstaan uit herinneringen en verhalen, vertaald in een opzwepende cadans, smaakvol opgeluisterd door kunstige (jazz)improvisaties en inspirerende solo's.

De vaste kern van Baraná bestaat uit Üvez en Kamperman, maar het treedt op in verschillende bezettingen. Voor dit gloednieuwe project 'Xenopolis', inclusief cd en tour, laten zij zich vergezellen door Ertem, de Molukse gitarist Jeff Sopacua, die het podium deelde met onder anderen Jan Akkerman en Candy Dulfer, en de uit Iran afkomstige percussionist Afra Mussawissade. De beats en samples van laatstgenoemde vormen de basis voor deze ode aan de stad Istanbul. Mussawissade was vanavond echter niet van de partij en werd vervangen door de Poolse slagwerker Sebastiaan Demydczuk.

Maar ook cellist Ernst Reyseger maakt deel uit van dit gemêleerde gezelschap. Zijn haast ongeëvenaarde muzikaliteit en improvisaties maakten dit concert extra bijzonder. Op zijn rode cello en elektrische cellobas funkte hij er op los, zichtbaar ingepakt door de drive en bevlogenheid van zijn podiumgenoten.

Üvez speelde vanavond op de elektrische saz (of baglăma), een typisch Turks, luitachtig instrument. Hij zong en vertelde verhalen. De onderliggende emoties hiervan vonden hun weerklank bij het publiek. Zijn inbreng en het uitstekende spel van Kamperman mogen niet onderschat worden. Zij zijn er als initiatiefnemers in geslaagd een exclusief project van de grond te krijgen, dat uitblinkt in uniciteit en dat zeker een groter podium verdient.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Louis Obbens.

Labels:

(Donata van de Ven, 18.12.11) - [print] - [naar boven]





Nieuws
Saxofonisten Iman Spaargaren en John Dikeman zijn Young VIPs 2012


In 2012 vindt de 14e editie van de Young VIPs Tournee plaats, dé jaarlijkse jazztournee voor buitengewoon talent met hoogwaardig eigen repertoire langs toonaangevende Nederlands jazzpodia. Het dubbelprogramma wordt dit jaar verzorgd door twee saxofonisten met uiteenlopend repertoire: Iman Spaargaren en John Dikeman. De première is op donderdag 1 maart 2012 in Bimhuis, Amsterdam. Daarna volgt een tournee.

Componist, saxofonist en bandleider Iman Spaargaren bracht in maart 2011 met zijn eigen Quartet & Septet het debuutalbum 'Flow' uit. Spaargaren is als muzikant actief in veel verschillende jazzgroepen, zoals Captain Hook, European Union Quartet en Thelonious4. Hij trad op in programma's als Vrije Geluiden en Mijkes Middag, speelde op het North Sea Jazz Festival en ging op tournee in Engeland, Ierland, België, Duitsland en Finland. Het kwartet bestaat verder uit Marzio Scholten (gitaar), Cord Heineking (contrabas) en Klaas van Donkersgoed (drums).

De sinds 2007 in Nederland gevestigde Amerikaanse tenorsaxofonist John Dikeman is improvisator in hart en nieren. Met free jazz als uitgangspunt brengt hij ruige en opzwepende muziek. Hij speelde met veel grote namen uit de Nederlandse en internationale improvisatiescene. Dikeman treedt tijdens de Young VIPs tournee op met zijn trio Cactus Truck – gitarist Jasper Stadhouders en drummer Onno Govaert - plus de Noorse bassist Jon Rune Strøm. In november 2012 volgt een tour door de Verenigde Staten.

Tournee
01-03-2012: Bimhuis - Amsterdam
02-03-2012: Muziekhuis - Utrecht
03-03-2012: Hot House - Leiden
04-03-2012: Axes/Jazzpower (Café Wilhelmina) - Eindhoven
22-03-2012: Cultureel Studentencentrum USVA - Groningen
08-04-2012: Theater De Stoep - Spijkenisse
12-04-2012: JIN (Lindenberg) - Nijmegen
14-04-2012: Diekhuus – Middelharnis, Goeree Overflakkee
16-04-2012: Cultuurhuis - Heerlen
21-04-2012: LantarenVenster - Rotterdam
29-04-2012: Porgy & Bess - Terneuzen
05-05-2012: Dordtse Jazz Sociëteit - Dordrecht
31-05-2012: Provadja - Alkmaar
09-06-2012: Cafe Thembi - Maastricht
20-10-2012: Artishock – Soest

Labels:

(Jacques Los, 17.12.11) - [print] - [naar boven]





Concert
Straight ahead powerjazz

Stormvogel & Friends featuring Ben van den Dungen, woensdag 7 december 2011, De Observant, Amersfoort

In het Amersfoortse Stadscafé de Observant vinden tweemaandelijks op de woensdagavond informele jazzconcerten plaats. Initiator is saxofonist Alexander Beets, die tevens organisator is van het jaarlijkse Amersfoortse jazzfestival.
Beets nodigt iedere keer een gastsolist uit en blaast zelf veelal een deuntje mee. In de ritmesectie spelen wisselend mensen als Peter en Marius Beets, Stormvogel, Gijs Dijkhuizen en Jan Reinen. Vanavond was het de beurt aan tenorsaxofonist Ben van den Dungen. Zijn begeleiders waren pianist Stormvogel, bassist Guus Bakker en drummer Jeroen Vrolijk.

Vooral de eerste set met modale Coltrane-jazz was spectaculair en heftig. Van den Dungens warme, volle, krachtige toon en razendsnelle gevarieerde improvisaties plaatsen hem in de eredivisie van de Europese moderne mainstream-saxofonisten. Het ad-hoc begeleidingstrio had even tijd nodig om aan het onstuimige spel van Van den Dungen te wennen en de juiste groove te vinden, maar reeds in het tweede nummer – 'Psalm' van John Coltrane – was de klik aanwezig. Met de onvermijdelijke snelle blues in de eerste set was het al helemaal ouwe-jongens-krentenbrood.

Pianist Stormvogel, die formaties leidt als Alter Ego, Pitch White Storm (met fluitist Jeroen Pek), Wieke Garcia Group, Bohemian Groove Orchestra en Ottomania Jazz Quartet, liet zich van zijn allerbeste kant zien en horen. Geïnspireerd door het enthousiaste spel van Van den Dungen begeleidde hij met pittig geplaatste akkoorden en soleerde hij stuwend en met een virtuoze rechterhand, met dank aan inspiratiebronnen McCoy Tyner en Lennie Tristano.

Ben van den Dungen, die naast zijn tweedaagse leraarschap aan het Rotterdamse conservatorium ook nog over de wereld zwerft met onder meer Tango Extremo, Nueva Manteca en pianist Juraj Stanik (onlangs nog in Pakistan), zou met zijn straight ahead robuuste tenorspel vaker op de jazzpodia te horen moeten zijn.

Na dit enerverende kwartetoptreden is het weer wachten op de volgende sessies. In de komende perioden worden onder meer verwacht de trompettisten Bert Lochs, Ruud Breuls en Rob van de Wouw en de saxofonisten Rolf Delfos en Sjoerd Dijkhuizen. Gaat dat zien en horen. De toegang is tenslotte gratis en de verrassing kan groot zijn.

Klik hier voor foto's van dit concert door Maarten Jan Rieder.

Labels:

(Jacques Los, 16.12.11) - [print] - [naar boven]





Concert
Thuiskomen met het Bart Defoort Quartet

Bart Defoort Quartet, zaterdag 4 december 2011, Lokerse Jazzklub, Lokeren

De gemoedelijke Lokerse Jazzklub was goed volgestroomd met luisterbereid publiek. Op het programma stond het Bart Defoort Quartet, met naast de leider op tenorsaxofoon Ron van Rossum (piano), Jos Machtel (bas) en Sebastiaan de Krom (drums). Wie Bart Defoort kent, weet uit welk vaatje hij tapt: het post-bebop vaatje. En daar is helemaal niks mis mee. Integendeel, met zijn kompanen maakte de gerenommeerde saxofonist uit het Brussels Jazz Orchestra er een swingend concert van, dat goed in de smaak viel. Met gekende stukken als 'I’m Confessin', 'Milestones', 'The Man I Love' en 'Dark That Dream'.

Moeiteloos vonden Defoort, Van Rossum en Machtel hun weg in de akkoordenschema's van deze jazzstandards. Ze deden het aanwezige publiek versteld staan van de variaties, interpretaties en boeiende improvisaties, die zij uit deze bronnen wisten te delven. Dat was goed te horen in de eigentijdse en tegendraadse uitvoering van 'The Man I Love', met een prominente rol voor Van Rossem.

Defoort beschikt over veel technische bagage, een lekker eigentijds geluid en bite en sprankelende ideeën, die hij met orenschijnlijk gemak over de toehoorders uitstrooide. En over Van Rossem niets dan goeds. In 'I’m Confessin' gaf hij college in timing, frasering en kleuring met gebruikmaking van het totale klavier. Hij was in begeleidingen én in improvisaties altijd de moeite waard.

Drummer Sebastiaan de Krom was vanavond de timekeeper; hij hield de zaak uitstekend bijeen. Zijn drumkit klonk lekker, al kwam zijn sizzle cymbal soms wat expliciet over. Misschien was de akoestiek van de ruimte daar mede debet aan. In zijn improvisaties etaleerde hij straight ahead en strak drumspel, waarmee hij in de vele concerten met Jamie Cullum de handen op elkaar kreeg. En dat was hier niet anders!

Jos Machtel, met zijn typische aanslag met zijn duim (een techniek die hij leerde van zijn leraar Victor Kaiatu), speelde zoals altijd gefocust en met vindingrijke improvisaties, zoals in 'Dig', waarin het door Defoort geblazen thema fraai werd omlijst door bas en piano.

Uw recensent van dienst neemt vaak met genoegen en soms ook met scepsis kennis van nieuwe ontwikkelingen in de jazz in al zijn verscheidenheid. Dat is buitengewoon boeiend, inspirerend en hoopgevend. Maar het is goed om af en toe eens 'thuis te komen' met musici die de traditie in ere houden en het jazzerfgoed eigentijds herinterpreteren, met een voor iedereen verstaanbare structuur en vakmanschap. Dat nu deed het Bart Defoort Quartet hier vanavond op overtuigende wijze. Het publiek was er dankbaar voor.

Klik hier voor foto's van dit concert door Cees van de Ven.

Labels:

(Cees van de Ven, 14.12.11) - [print] - [naar boven]





Vooruitblik
Stranger Than Paranoia 2011


Voor de eerste maal gaat het inmiddels landelijk vermaarde muziekfestival Stranger than Paranoia on the road. Een festival waarbij het publiek op verrassende soms zelfs confronterende wijze, kennis kan maken met muziek die - vaak letterlijk - de grenzen overschrijdt. Stranger Than Paranoia is een festival dat zich sinds 1993 bezighoudt met het etaleren van diverse muziekdisciplines en cross-overs, in de breedste zin des woords. Het wordt jaarlijks rond kerst in Paradox te Tilburg gehouden.

Als extra uitbreiding/aanvulling op het reeds bestaande festival brengt Stranger Than Paranoia nu ook één van die vele typische 'Paranoia'-avonden voor het eerst naar de theaters toe. Onder de noemer 'Stranger than Paranoia on the road' treden geheel in de 'Paranoia'-traditie drie groepen uit totaal verschillende muziekdisciplines op, aangekondigd (-gedanst, -gezongen, -gemimed) door diverse spreekstalmeesters.

Dit jaar te zien in drie steden: Breda (Avenue Theater, 19 december), Den Bosch (Toonzaal, 21 december) en vanzelfsprekend Tilburg (Paradox, 22, 24 en 27 december). Vijf avonden met zo'n 12 groepen, zoals Kurt Rosenwinkel, het Giovanni Falzone Quartet (met een ode aan Jimi Hendrix), Ray Anderson-Han Bennink-Paul van Kemenade, het Brabants Jazz Orkest met Eric Vaarzon Morel en Deborah Carter, Tuur Floorizone, het Free Tallinn Trio en Earl Okin.

Sinds de eerste editie van Stranger Than Paranoia in 1993 is musicus Paul van Kemenade de programmeur van dit bij musici, publiek en pers geliefde festival. Hij tekent ook voor de 'Stranger than Paranoia on the road'-edities.

Klik hier voor uitgebreide informatie.

Labels: ,

(Jacques Los, 14.12.11) - [print] - [naar boven]





Concert
Oscar Noriega heeft alles

Endangered Blood, donderdag 1 december 2011, Grand Theatre, Groningen

Oscar Noriega is de ontdekking van het jaar. Deze altsaxofonist en basklarinettist uit New York heeft alles. Zijn rijke, rijpe sound op de alt zou tot Beschermd Geluid moeten worden verklaard. Het is groot en groots en je hoort er zo'n beetje de hele jazzgeschiedenis in. Dus vanaf Johnny Hodges (de allereerste belangrijke altsolist; het is goed om dat maar weer eens even tot ons door te laten dringen) via Charlie Parker, het ijkpunt, tot 2011. Als Noriega iets met één noot kan zeggen, zal hij er geen 2400 gebruiken – al kan hij noten spuwen als de beste. Hij is aards, uiterst muzikaal en alert, en verrijkt het groepsgeluid of een solo met desnoods onhoorbare achtergronden.

Het merkwaardige is dat Noriega eigenlijk helemaal geen geboren jazzman is. Hij komt uit Tucson, Arizona, heeft een Mexicaanse achtergrond en groeide op met norteña-muziek. Maar ik hoorde in het Grand Theatre ook een paar vlagen klezmer. Kan te maken hebben met het gegeven dat Noriega ook met gitarist Brad Shepik werkt. Ik hoorde ook een paar vlagen van Ornette Colemans 'Dancing In Your Head'. En dat klopte weer wél: de saxofoontandem Oscar Noriega-Chris Speed verwees naar Ornette Coleman-Dewey Redman.

De saxofonisten bliezen de thema's griezelig gelijk. Alsof er twee instrumenten door één muzikant bespeeld werden. Een voor de prijs van twee. Eigenlijk stond er een compleet orkest op het speelvlak. Het mooist vond ik dat in 'Epistrophy', toen tenorsax (Speed), basklarinet (Noriega) en de gestreken bas van Trevor Dunn een intiem, uitgebeend orkestraal arrangement speelden met daarachter de zenuwendrums van Jim Black. Die laatste produceerde een gefragmenteerd soort swing, waarbij de weggelaten accenten een even grote rol speelden als de gehoorde. Iets dat alleen lukt wanneer de onderliggende beat spijkervast zit. Dat werd ook weer bevestigd in de fragmenten waarin Black ouderwets in vieren swingde, met ambachtelijke tripletten op de bekkens.

Klik hier voor foto's van dit concert door Willem Schwertmann. Een dag later speelde Endangered Blood in het Tilburgse Paradox. Klik hier voor foto's van dat concert door Donata van de Ven.

Labels:

(Eddy Determeyer, 13.12.11) - [print] - [naar boven]





Cd
Knalpot - 'Sauce' (eigen beheer, 2011) EP


Drummer Gerri Jäger en gitarist Raphaël Vanoli leerden elkaar kennen in Amsterdam, waar ze allebei jazz studeerden. Toch is geen van de twee 'echt' Nederlander. Jäger komt uit Oostenrijk en Vanoli heeft een Frans-Duitse achtergrond. Evenmin doken de twee van meet af aan de jazz in. Allebei passeerden ze langs de rock en de metal, invloeden die hier en daar nog doorschemeren in 'Sauce', zei het iets minder dan op hun vorige ep 'Serious Outtakes' uit 2009.

Op de nieuwe plaat ligt de nadruk veeleer op de elektronica; geen high tech, maar knutselachtig aandoende technologie, waardoor vooral de gitaar van Vanoli wat minder herkenbaar wordt. Opvallend zijn de invloeden van dub en dubstep, zeker in de meer sobere fragmenten. Vooral in 'Saus' zijn de verwijzingen naar de populaire dansmuziek niet te missen, inclusief de haperende ritmiek die zo eigen is aan de hippe beats. Alleen ligt het in de lijn van Knalpot om het nog allemaal een beetje verder door te trekken; wat bij de dansgerichte muziek haperen is, wordt bij Jäger en Vanoli ronduit struikelen.

Het rafelige en tegendraadse randje dat zo eigen is aan de de muziek van Knalpot, wordt dus gelukkig ook op dit schijfje bewaard. Hetzelfde geldt voor de klankstapelingen, die nooit resulteren in een overweldigende geluidsmuur. Het ambachtelijke gehalte blijft intact.

Dat Jäger en Vanoli wel houden van een stapje buiten de lijntjes betekent niet dat ze hun publiek zomaar het bos in nemen om het daar moederziel alleen achter te laten. Elke track op 'Sauce' heeft een eigen toegankelijkheid. Zo is '15' opgebouwd uit duidelijk te onderscheiden en bij hun terugkeer herkenbare episodes. Ook wanneer het allemaal wat diffuser wordt, krijgt de luisteraar een handvat. Zo drijft 'Professional Grin' op een eenvoudig basmotiefje in een metrisch mistige sfeer. De geluiden die toegevoegd worden, bevestigen eerder de onvoorspelbaarheid dan dat ze een duidelijke lijn aanbrengen en wanneer er dan toch plots even meer ritmische richting komt, wordt die snel weer ongedaan gemaakt. Het is wachten op een strak gemepte artrockgroove van Jäger voor de zaak echt op de sporen schiet. Deze spanning tussen duidelijkheid en vaagheid maakt van 'Professional Grin' het boeiendste stuk van de cd.

Stijl achterover vallen is er voor de luisteraar op 'Sauce' niet bij. Daarvoor gaan Jäger en Vanoli niet ver genoeg in hun muzikale sloopwerk. Wie echter zijn electro-jazz-rock graag wat levendig heeft en niet vies is van een onophoudelijke stroom plaagstoten, vindt in deze ep een waardige opvolger voor 'Serious Outtakes'.

Deze recensie verscheen eerder in
Kwadratuur.be.

Donderdag 15 december geeft Knalpot een concert bij Stichting JIN in De Lindenberg, Nijmegen. Klik hier voor meer informatie.

Meer horen?
Klik hier om deze ep te beluisteren.

Labels:

(Koen Van Meel, 13.12.11) - [print] - [naar boven]





Concert
Madeleine Peyroux op eigen benen

woensdag 23 november 2011, Muziekgebouw Frits Philips, Eindhoven

Deze zomer bracht Madeleine Peyroux een nieuwe cd uit, 'Standing On The Rooftop', met eigen nummers geschreven in samenwerking met voormalig Rolling Stones-bassist Bill Wyman en geproduceerd door Craig Street, die onder meer cd's van Norah Jones produceerde. Slechts vier nummers krijgen we hiervan te horen vanavond, maar in zijn geheel zet de singer-songwriter een stevige prestatie neer, waarbij ze bewijst een eigen weg in te slaan. Voor wie haar deze zomer nog aan het werk zag in Comblain-La-Tour, was er een opmerkzaam verschil. Ze staat hier vanavond zelfverzekerd, straalt een eigenheid uit en haar stem klinkt steviger en rauwer dan vroeger.

Haar band, bestaande uit Shane Theriot (gitaar), Gary Versace (keyboards), Barak Mori (bas) en Darren Beckett (drums), komt op in het donker. Als Peyroux zelf in de schijnwerpers komt te staan, getooid in een zwart pak met prachtig geborduurde bloemmotieven, fleurt het podium helemaal op. Na de beginwoorden 'don't be sad, we are trying to cheer you up' zet haar band in met het bluesy nummer 'Don’t Cry Baby'. Gevolgd door 'Don’t Wait Too Long' van haar album 'Careless Love', en krijgen we de boodschap niet te lang te wachten om volgend jaar opnieuw naar haar te komen kijken.

Want tussen de nummers door communiceert ze graag met het publiek en via haar gezang laat ze ons binnenkijken in haar eigen wereld. De donkere zijde die zij gekend heeft, getekend door alcoholisme en huiselijke conflicten, vormt de basis voor de vaak heimelijke teksten zoals in 'Between The Bars', een weerspiegeling van diep verdriet. Bij deze uitvoering krijgt dit nummer een uniek stempel mee met een persoonlijk doorleefd karakter. Het pianospel hierbij is zeer intiem en teder. In diezelfde sfeer past ook het nummer 'The Kind You Can’t Afford' van haar nieuwe cd. De toon is gevoelig, maar niet melig, wel vertellend, sensueel, vragend en smekend terzelfder tijd. De pianosolo hierbij wordt beloond met een warm applaus.

Haar repertoire is afwisselend, zowel in emoties als in genre. Volgens Peyroux zijn er slechts twee soorten liederen: liefdesliedjes en zuipliedjes. Bob Dylan noemt dat: "You’re gonna make me lonesome when you go". Zonder eigen gitaarbegeleiding laat Peyroux hierbij haar stem swingen. Het klinkt juist en ze kabbelt rustig verder in een ontspannen sfeer. Ook in het nieuwe nummer 'Ophelia' is de versmelting voelbaar van droefheid en geluk, voortgestuwd op een stroming van rust. Afwisseling in het genre brengt ze met 'La Javanaise' van Serge Gainsbourg. Beckett, die met zijn brushes een lege wijndoos streelt, en Versace, die de piano inruilt voor de mondharmonica, werpen een terugblik op haar leven als straatmuzikant in Parijs. Folk hoor je in 'Don’t Pick A Fight With A Poet'. En dat ze af wil van het imago een kloon te zijn van Billie Holiday en op eigen benen wil en kan staan, bewijst ze met covers als 'Dance Me To The End Of Love' van Leonard Cohen, gedurfd maar gebracht in een originele interpretatie, en 'Love In Vain' van de Rolling Stones, opmerkelijk met de gierende tussenkomst van de basgitarist.

Als afsluiter brengt het swingende nummer 'Instead' van haar nieuwe album het publiek in een opgewekte stemming. Luid handgeklap en het herhalen van 'be glad, be happy' ondersteunt Peyroux in haar vraag 'Cheer me up!'. Geen volgelopen zaal, maar dan wel één gevuld met echte fans die met een staande ovatie Madeleine Peyroux bedanken voor haar boeiende concert.

Klik hier voor foto's van dit concert door Cees van de Ven.

Labels:

(Gerda Boel, 12.12.11) - [print] - [naar boven]





Concert
De tapdance geïntegreerd

Geri Allen & Time Line, woensdag 30 november 2011, Bimhuis, Amsterdam

Geri Allen is een mainstream-pianiste, die de moderne jazzopvattingen van onder meer de Brooklyn 'M-Base' musici rondom saxofonist Steve Coleman incorporeert in het swingende hardbop pianotrio-idioom van illustere pianisten als Herbie Hancock, Chick Corea, Keith Jarrett en Bill Evans. Met haar Time Line-kwartet creëert ze in een mix van (hard)bop standards en eigen composities een verbluffende en zinderende muzikale jazzgeschiedenis.

Allen heeft zich in het bijzonder pianistisch laten inspireren door McCoy Tyners 'Enlightment'-periode. Getuige een krachtige stuwende linkerhand gecombineerd met virtuoze, melodieuze lijnen met de rechter. Het resulteerde in enerverende en swingende solo's.

Naast het voortreffelijk groovende ritmeduo – bassist Dwayne Dolphin en drummer Kassa Overall – was de spectaculaire tap-percussie van Maurice Chestnut een aparte en visuele aanvulling. Razendsnelle tapdance-triolen, roffels en acrobatische figuren op de tap-plank waren het resultaat van Chestnuts muzikaliteit en soepele elastieke benen. Je hield je hart vast. Hij zal toch niet met al zijn spring-, dans- en tapcapriolen van de tapdansplank vallen?!

De aanwezigheid van de tap-percussie was beslist geen gimmick. Integendeel, het was een extra percussieve aanvulling op het dynamisch spelende trio.

Het tapdansen, dat in de vooroorlogse swingperiode nog enorm floreerde, is door Geri Allen in ere hersteld. Met haar formatie Time Line heeft ze een statement gemaakt voor de gouden swing era en laat zij zien en horen dat de tap zeer goed toegepast kan worden in de door haar gespeelde hedendaagse mainstream jazz. Het optreden van haar kwartet was dan ook een lust voor oor en oog.

Klik hier voor een live-uitvoering van 'Philly Joe' door Geri Allen & Time Line op het Detroit International Jazz Festival.

Labels:

(Jacques Los, 11.12.11) - [print] - [naar boven]





Cd
Stan Getz - 'The Small Group Sessions Vol. 1' (House Of Jazz, 2011) 3 CD

Opname: 1946-52

Op dit driedubbel cd-album kunnen we de vroege ontwikkeling van het geluid van tenorist Stan Getz mooi volgen. De opnamen beslaan de periode 1946-52; we horen hoe hij begon als een bopper met een relatief ruw geluid en hoe hij zijn sound rond 1948 opnieuw uitvond. Zijn saxofoon had een soort fluwelen kwaliteit gekregen.

Dat geluid maakt dat ballads als 'Indian Summer', 'Yesterdays' en 'Autumn Leaves' je ziel strelen zoals slechts een ervaren courtisane dat zou kunnen. Zelf was hij inmiddels geëvolueerd van een zo goed als anonieme sideman in de bigband van klarinettist Benny Goodman tot een van de best betaalde jazzstilisten.

De set laat ook horen hoe de toevoeging van meestergitaristen als Jimmy Raney en Johnny Smith met hun unisonolijnen of harmonische partijen Getz' geluid verrijkte. De hit 'Moonlight In Vermont', onder Smith's naam, deed de deur dicht en opende de poorten naar het grote geld.

Labels:

(Eddy Determeyer, 10.12.11) - [print] - [naar boven]





Concert
Met Viktorija Pilatovic op de woelige baren

woensdag 30 november 2011, De Spieghel, Groningen

Kennelijk hadden de Rijksuniversiteit Groningen en de Hanzehogeschool de handen ineengeslagen en de beste kwekkers naar het bovenzaaltje van De Spieghel afgevaardigd. Want het was niet eens vol, maar toch produceerden de dames en heren een bewonderenswaardige rabarberrabarber. Ik bedoel, Groningers staan bekend als gesloten en stug. Maar zo gedragen ze zich uitsluitend als er toeristen in de buurt zijn. Als je je ogen sloot, hoorde je de stralende stem van Viktorija Pilatovic boven het geroezemoes uitkomen, als het zeil van een zwoegende schuit tussen en boven de woelige baren. Toen ik tijdens de pauze bezorgd informeerde of het wel ging zo, antwoordde de zangeres opgewekt dat het onlangs op een maandagavond véél erger was geweest.

Pilatovic is echt een jazzzangeres van de klassieke snit die haar songs reliëf weet te geven. Ik miste de speciale arrangementjes die ze met haar kwartet pleegt uit te voeren, maar in duo met gitarist Adedeji Adetayo koos ze voor Gigi Gryce, Thelonious Monk en voor minder gangbare standards als 'Devil May Care'. Ze heeft geen uitzonderlijk bereik, al kan ze behoorlijk de laagte in, waarbij ze genuanceerd blijft articuleren. Viktorija mag graag een potje scatten en dat pakte in geïmproviseerde duetten met Adedeji soms goed uit. Die laatste fungeerde als compleet orkest. In zijn solo's sprong en trippelde hij behendig van akkoord naar akkoord. Dat werkte heel aardig in 'But Not For Me' en 'Darn That Dream'. De afwezigheid van een traditionele ritmesectie gaf Pilatovics frasering veel ritmische vrijheid.

Merkwaardig was dat het duo het hele optreden zittend afwerkte. Wellicht droeg dat bij aan de ongedwongen sfeer, waarin een en ander zich voltrok. Wat dus weer resulteerde in het reeds gememoreerde gemurmureer. Als Pilatovic haar repertoire staand had gebracht, had dat wellicht toch meer impact gehad. Nu verwachtte je min of meer dat ze tijdens het solowerk van haar kompaan een breiwerkje ter hand nam.

Labels:

(Eddy Determeyer, 10.12.11) - [print] - [naar boven]





Column Herbert Noord
Overpeinzingen over verdwijnende cultuur


"Natuurlijk, er zal heus hier en daar nog wel op een ambachtelijke wijze door jongeren gemusiceerd worden. De conservatoria zorgen voor een toestroom van genoeg gediplomeerden om deze lespraktijk nog gedurende een paar decennia gaande te houden. Als enige mogelijkheid voor deze gediplomeerden, voeg ik er dan aan toe, omdat er bijna geen podia meer zullen zijn waar zij het geleerde ten gehore kunnen brengen."

Muziek is vogelvrij en derhalve gratis, betoogt Herbert Noord in zijn nieuwe column. "De toekomst is: effe 'n vette beat downloaden op m'n iPod."

Klik op bovenstaande button om zijn column te lezen.

Labels:

(Maarten van de Ven, 10.12.11) - [print] - [naar boven]





Nieuws
Rembrandt Frerichs tekent contract bij Challenge Records


Pianist en componist Rembrandt Frerichs heeft een contract getekend bij Challenge Records. In maart zal zijn album 'Continental' met het Rembrandt Frerichs Trio uitkomen. Het trio bestaat naast de pianist uit Guus Bakker op contrabas en Vinsent Planjer op drums.

"This guy sounds great," zei Michael Brecker ooit over Frerichs. Een betere aanbeveling is nauwelijks denkbaar. De pianist heeft een brede blik, maar weigert de gebaande paden te bewandelen. Hij put uit Europese klassieke muziek en zijn passie voor Arabische muziek, die werd aangewakkerd door zijn tweejarig verblijf in Egypte.

De nu 33-jarige pianist debuteerde elf jaar geleden op het North Sea Jazz Festival. Frerichs presenteerde zijn muziek in de legendarische Jazzclub Birdland in New York. In 2007 werd zijn debuutalbum genomineerd voor de Edison Publieksprijs.

Meer horen?
Klik hier voor een preview van het nieuwe album Continental.

Labels:

(Maarten van de Ven, 10.12.11) - [print] - [naar boven]





Concert
Vette grooves bij de Poogie Bell Band

maandag 21 november 2011, Paradox, Tilburg

De Poogie Bell Band, dat is eigenlijk de Marcus Miller Band zonder Marcus Miller.

Op het podium staat het drumstel van Poogie Bell, aangevuld met minstens tien microfoons. Daar tegenover staat het toetsenpark van Bobby Sparks opgesteld. Een Fender Rhodes met tijgerprint, een clavinet, een orgel en een minimoog op een paars bontkleedje. Daarvoor de soulmates (alt- en tenorsaxofoon) van Keith Anderson en de fraai bewerkte trompet van Michael Patches Stewart.

De band start met 'Breezeword', een groovy maar keurig jazzrocknummer van de cd 'Get On The Kit'. Daarna horen we meer soulvolle en funky geluiden in nummers als 'One Note Charlie' en Andersons compositie 'XTC'.

Hier zijn vier doorgewinterde muzikanten aan het werk, die het podium gedeeld hebben met vele grootheden zoals Al Jarreau, Herbie Hancock, Roy Hargrove en vele, vele anderen, maar die ook al heel lang met elkaar samenspelen. En dat hoor je!

De goedgemutste Poogie Bell zet onvermoeibaar zijn vette grooves neer. Samen met de stevige geluiden van toetsenist Bobby Sparks vormen ze een gedegen setting voor de ene na de andere fantastische solo van de blazers, die steeds meer los komen. In prachtige battles zwepen ze elkaar op en vullen ze elkaar aan om uiteindelijk weer de rust terug te brengen met een beheerst thema.

Na de pauze opent de band met het enorm funky 'Red Fox', waarin Sparks schitterende baslijnen wegzet op de Moog en jankende gitaargeluiden produceert op het clavinet. De rest van de tweede set is een 'Tribute to Miles'. In Michael Hendersons 'You Are My Starship' schittert Patches op trompet en met tin mute parafraseert hij uitbundig authentieke Miles Davis-licks.

In het laatste nummer krijgt Poogie Bell alle ruimte om voluit te gaan en dat doet hij met een verrassende energie. Hij heeft er zichtbaar lol in en zijn stukgeslagen stokken vliegen je dan ook om de oren. In het toegift tenslotte horen we de Marcus Miller/Poogie Bell-versie van 'So What', waarin de verwantschap met Miles nogmaals wordt benadrukt.

Wederom is het de Paradox gelukt een maandagavond op te luisteren met een topband. Met suizende oren maar tevreden keren we huiswaarts.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert.

Labels:

(Monique van der Lint, 8.12.11) - [print] - [naar boven]





Cd
Michiel Braam's Hybrid 10tet – 'On The Move' (BBB, 2011)

Opname: 13 april 2011

Het is al langer dan vandaag bekend dat de Nederlandse pianist Michiel Braam niet voor één gat te vangen is en dat wordt ook binnen dit hybride tentet ten volle bewezen. Wat een band ook, met daarin blazers Taylor Ho Bynum (cornet), Nils Wogram (trombone), Carl-Ludwig Hübsch (tuba), de rockgerichte ritmesectie van Dirk-Peter Kölsch (drums) en Pieter Douma (bas), en tenslotte het Matangi Strijkkwartet. De band is minder onvoorspelbaar dan de vrijbuiters van het ICP Orchestra en speelt met een grotere cohesie dan de postmoderne knip-en-plakkers van Flat Earth Society, maar is al net even bruisend.

Lekker wegrockende rockpassages, weelderige jazz, momenten van experiment, gestileerde kamermuziek, verrassende grooves: het zit er allemaal in en soms zelfs in één en hetzelfde nummer. Opener 'Three Grazing Arches' is daarvan een goed voorbeeld. Het tentet gooit meteen de beuk erin, met repetitief gedender, klaterende pianostukken en weemoedig zingende strijkers. Schurkt het nu eens tegen de avant-garde aan, dan krijg je later ook prachtige stukjes samenspel (luister hoe de tuba zich tegen de strijkers aanvleit) of verwacht je dat Tom Waits elk moment kan opduiken om het orkest door een tarantella te dirigeren.

De muziek werd uitvoerig gecomponeerd en wordt strak, maar levendig uitgevoerd, waarbij alle elementen perfect geïntegreerd worden. De filmische fusion van 'Cuba, North Rhine-Westphalia' heeft bakken schwung, een niet te stoppen drive en doet zelfs tangoterritorium aan. Je zou dan kunnen gaan denken dat Braam zijn bende in een afremmend keurslijf plaatst, maar het heeft er alles van dat al deze muzikanten zich ruimschoots kunnen uitleven. De blazers kunnen zich te buiten gaan aan uitgelaten unisonopassages en pruttelende inkleuringen, zelfs in stukken die in hoofdzaak geschreven lijken voor de strijkers.

'Huize Jinnenberg' vertoont verwantschappen met een Zorn-achtig klankgedicht, 'El Frecuentemente' vertrekt dan weer vanuit een kromme hamergroove vol krassende strijkers en pompommend koper. 'On The Move' is een album dat, inderdaad, steeds in beweging is en schippert van knappe contrasten naar kolossale dynamiek, waarbij zowel een plaats gegund wordt aan weelderigheid (let op Ho Bynums spetterende solo in 'A View To A Sound') als aan pure ingetogenheid (het korte pareltje 'Pit Stop Ball Ad'). Soms lijkt het wel alsof je een update gepresenteerd krijgt van Mingus' expressieve koortsdromen ('Fat Centered Gravy').

Imposante klankkleur, fijnzinnigheid en eclecticisme gaan een zinderend en knetterend huwelijk aan, maar het wordt allemaal gebracht met klare visie en een zeer geslaagd evenwicht tussen collectieve touwtrekkerij en individuele hoogstandjes. 'On The Move' is een absolute klepper en een prachtige pleister op de wonde voor wie de concerten moest missen.

Meer horen?
Op de
website van Michiel Braam kun je van dit album geluidsfragmenten beluisteren.

Labels:

(Guy Peters, 7.12.11) - [print] - [naar boven]





Nieuws
Wie naar jazz luistert, rijdt sneller


Is er een verband tussen de muziek waar je naar luistert en je rijstijl? Dat is een vraag die vandaag steeds meer aan de orde is. Onderzoek bij 2000 Britse chauffeurs toont aan dat wie naar jazz luistert achter het stuur de zwaarste voet heeft. Rockfans zijn dan weer het vaakst betrokken bij een ongeval.

Uit onderzoek door het Britse enquêtebureau Populus bij 2000 chauffeurs komt naar voren, dat wie klassiek prefereert in de auto de minste risico's loopt op snelheidsovertredingen. Ook zijn de fans van Mozart, Bach en consorten het minst geneigd hun kalmte te verliezen in netelige verkeerssituaties en zul je die chauffeurs het minst vaak betrappen op het irritante bumperkleven. Liefst 42 procent van de groep vindt autorijden zelfs uiterst ontspannend. Dat is helemaal anders bij de fans van rock. Ruim twee derde daarvan vervalt achter het stuur makkelijk in vloeken en uithalen met obscene gebaren naar andere chauffeurs.

Opmerkelijk zijn de resultaten over popmuziek en jazz. Slechts een kleine groep van de vooral jonge chauffeurs die pop in de auto verkiezen, namelijk 13 procent, raakt betrokken bij lichte ongevallen. De jazzfans zijn dan weer diegenen die de meeste snelheidsovertredingen begaan.

De onderzoekers wijzen erop dat klassieke muziek duidelijk een ontspannende invloed heeft door de gelijkmatige composities en zachte klanken. Rock pept meer op en schept zo ook meer onrust. Popliedjes zijn onschuldiger om twee redenen: ze hebben doorgaans een repetitief en voorspelbaar ritme en veel fans kennen de teksten, waardoor ze de concentratie op de weg niet zwaar verstoren.

Bij jazz is dat net het omgekeerde. Ook al geeft dat genre in eerste instantie vaak een ontspannen, somptueuze indruk, de composities zijn meestal erg complex. Mensen luisteren daarom analytischer naar die muziek, wat de focus veel meer afleidt van de rijactiviteiten en het verkeer.

Bron: De Morgen

Labels:

(Maarten van de Ven, 7.12.11) - [print] - [naar boven]





Concert
Tussen Ommelanden en Balkan

Jazzfanfare o.l.v. van Harry van Lier, zaterdag 26 november 2011, Heerenhuis, Groningen

Toen Harry van Lier in 1996 in opdracht van de ZomerJazzFietsTour een aantal composities schreef voor het Christelijk Wielrijderscorps Crescendo uit Opende, beviel dat zo goed dat hij vervolgens de Jazzfanfare oprichtte. Een club amateurmuzikanten uit de streek benoorden de stad Groningen, die gerekruteerd werden uit diverse bestaande harmonie- en fanfaregezelschappen. Als de avond valt en de kippen op stok zijn, kun je sindsdien vanaf menige deel een trompet horen hikken of een saxofoon horen blaten.

Het vijftienkoppige gezelschap heeft er na vijftien jaar nog altijd veel plezier in. Het is meer pop en blues dan jazz wat er op de lessenaars staat en ik denk ook wel dat de klankkleur en het ritme beter passen bij betrekkelijk 'rechte' popsongs als 'You Can Leave Your Hat On', 'Dead End Street' of 'Like A Hurricane'. Dat wil niet zeggen dat de groep of haar dirigent annex zanger geen ambities hebben. De intro door sousafoon plus klarinet voor 'I Fell In Love With A Girl' was effectief, precies en muzikaal. De numerologische compositie 'Een Negen Vijf', die Van Lier ter gelegenheid van het 195-jarig bestaan van Muziekgezelschap De Eendracht uit Ezinge had vervaardigd, bleek ronduit imponerend. Het was een caleidoscopisch stuk met wisselende klankvelden en ritmes, waarbij de sousafoon van Harry Peppelenbos ervoor zorgde dat het hoempa-ritme wat ontspande.

Het hoogtepunt van de avond was het gastoptreden van altsaxofonist en componist Stanislav Mitrovic (Belgrado, 1963). Via het wijde wijde web was Van Lier de Rotterdammer op het spoor gekomen en die laatste had drie stukken voor de Groningers geschreven. De Ommelanders bleken wel affiniteit te hebben met het Balkan-idioom, dus die richting biedt voor de toekomst wellicht nog meer perspectief. Al stelt de muziek van die Orkestars natuurlijk hoge eisen aan de blazers. Intussen mochten die zich vergapen aan de vurige verrichtingen van Mitrovic, in wiens bijdragen een gepassioneerd Slavisch jammeren de boventoon voerde.

Labels:

(Eddy Determeyer, 7.12.11) - [print] - [naar boven]





Nieuws
Justin van Uum wint Eujazz Award 2011


Tijdens een sfeervolle jazzavond in het Cultuurhuis te Heerlen is op 26 november onder grote belangstelling de Eujazz Award uitgereikt aan Justin van Uum. De 22-jarige bassist en conservatoriumstudent uit Meerssen ontving de prijs uit handen van Jean Heasen, voorzitter van het Eujazz-samenwerkingsverband van jazzfestivals, waaronder Aken, Luik, Maastricht en Heerlen.

De driekoppige jury, bestaande uit Jan Jan Formannoy, Paul van der Steen en Walter Hennecken, schreef in haar rapport: 'Een man met een goede timing, voortdurend luisterend naar en communicerend met medemuzikanten. Hij valt bovendien op door zijn open en ronde geluid. De articulatie is uitstekend verzorgd. Muziek wordt nooit een brij.' De jury viel ook voor zijn drive. "Dat is er een die leeft voor zijn instrument en er uiteindelijk ook in begraven wil worden", zei een van de juryleden tijdens het beraad over de deelnemers aan deze competitie.

De prijs bestaat uit het beeld 'Snap your fingers' van beeldend kunstenaar Marc Truijen, een concerttour langs de EUjazz-festivals in 2012 en enkele masterclasses naar keuze. Een aanmoedigingsprijs ging naar de 17-jarige saxofonist Christian Martens. Aansluitend aan de prijsuitreiking gaf Boy Edgar Prijswinnaar Ferdinand Povel met zijn kwintet een concert voor de volle zaal.

Labels:

(Jo Dautzenberg, 6.12.11) - [print] - [naar boven]





Vooruitblik
Fantasy Colours brengt vier muziekstijlen samen


De Tilburgse altsaxofonist en componist Paul van Kemenade schuwt geen enkele muzikale samenwerking. Aanstaande donderdagavond brengt hij in de Concertzaal Tilburg onder de noemer 'Fantasy Colours' een uniek, eenmalig concert rond vier compleet verschillende muziekdisciplines.

Op het programma staan de zangers van het befaamde renaissancegezelschap Cappella Pratensis, de gelauwerde* altsaxofonist en componist Paul van Kemenade met zijn groep, flamenco-gitarist El Periquin en de Senegalese percussionist Serigne C.M. Gueye, alsmede een duo van pianist Stevko Busch met Van Kemenade met Russische songs.

De avond wordt gepresenteerd en onderbroken door de Engelse komiek en muzikaal genie Earl Okin. Een uniek en eenmalig optreden.

*De cd 'Close Enough' van Paul van Kemenade werd onlangs door het toonaangevende Amerikaanse jazzmagazine DownBeat gekozen als een van beste cd's van 2011 in de vijfsterren-categorie 'Masterpieces'.

Klik hier om kaarten te reserveren voor dit concert.

Labels:

(Maarten van de Ven, 4.12.11) - [print] - [naar boven]





Festival
Follow The Sound 2011 Part 3

zaterdag 12 november 2011, De Singel, Antwerpen

Het Antwerpse festival Follow The Sound kan wederom terugkijken "op een geslaagd en kleurrijk parcours", al was er ook een punt van kritiek: "Heeft een kleinschalig festival als dit vooral baat bij een navenante sfeer en omkadering, dan zag je na elk concert dozijnen toeschouwers doelloos ronddwalen in de gangen van het massieve, onpersoonlijke gebouw, tevergeefs op zoek naar manieren om de tijd te verdrijven."

Guy Peters bezocht de derde en laatste dag van Follow The Sound in De Singel, waar hij concerten zag van het Jorrit Dijkstra & John Hollenbeck Lab Orchestra, Ken Vandermark 'Made To Break', Teun Verbruggen 'Carte Blanche', The Thing + Ken Vandermark & Lasse Marhaug.

Klik hier om zijn verslag te lezen.

Deze recensie verscheen eerder op Goddeau.com

Cees van de Ven maakte op deze festivaldag fotoverslagen van drie concerten. Klik hier voor foto's van het concert van Made To Break, hier voor foto's van Teun Verbruggen Carte Blanche en hier voor foto's van The Thing + Ken Vandermark & Lasse Marhaug.

Labels:

(Maarten van de Ven, 4.12.11) - [print] - [naar boven]





Cd
Sonny Rollins - 'Road Shows Volume 2' (Doxy/Emarcy, 2011)

Opname: oktober & november 2011

"Een van de meest vreugdevolle momenten in de jazz van het afgelopen decennium was de aankondiging dat Sonny Rollins een reeks archiefopnamen zou uitbrengen. De saxofoongigant, die onlangs nog in Eindhoven optrad, is namelijk al jaren meer geliefd om zijn live-optredens dan om zijn studiowerk. Met 'Road Shows Volume 1' kwam er eindelijk een begin aan iets waar hij zich jaren tegen heeft verzet.

In tegenstelling tot Volume 1, dat werk van 1980 tot 2007 bevatte, is Volume 2 geheel gewijd aan 2010. Met uitzondering van de opener en de afsluiter, die uit Japan komen, is de rest van de muziek opgenomen op 10 september in New York, waar Rollins zijn verjaardagstournee bekroonde met een reeks gastoptredens van invloedrijke muzikanten. En hoewel het album niet het hoge niveau van 'Roadshows Volume 1' haalt, is deel twee een buitengewoon aangename plaat en een prima weergave van een buitengewoon feestelijk jubileum."

Aldus Sybren Renema in een uitgebreide bespreking van de nieuwe cd van "de beste tenorsaxofonist ter wereld".

Klik
hier om zijn recensie te lezen.

Labels:

(Sybren Renema, 4.12.11) - [print] - [naar boven]





Concert
Het brede palet van Kurt Weiss

Stageband, dinsdag 22 november 2011, De Smederij, Groningen

De Stageband, ooit begonnen als een soort Glenn Miller-kloon, is in zijn dertigste levensjaar en mag inmiddels tot de betere professionele bigbands van het land gerekend worden. In De Smederij voerden de zeventien heren en één dame composities en arrangementen uit van Kurt Weiss, de dirigent. Dat in zijn schrijfwijze echo's van het Thad Jones-Mel Lewis Jazz Orchestra te horen zijn, is niet verwonderlijk. Dat was immers de hipste bigband van de jaren zestig en zeventig, toen Weiss met zijn trompetstudie begon. Zelf heeft hij ook deel uitgemaakt van het Village Vanguard Monday Night Orchestra, de voortzetting van Thad's Band.

Weiss heeft een zwak voor mooie kleuren. Een combinatie die een paar keer voorbij kwam, is drie open bugels plus gestopte trompet. De trombones, die als sectie niet optimaal uit de verf kwamen (maar dat kan te maken hebben gehad met de plek waar je je als luisteraar bevond), linkte de arrangeur frequent aan óf de trompetten óf de rieten, wat mooi uitpakte. In de op een Madrileens servetje geschreven 'Tren A Palencia' combineerde hij drie klarinetten, een basklarinet en een fluit. In de stampvolle Smederij klonk het allemaal even hemels.

Weiss is ook een stand-upcomedian van formaat. Onderkoeld en heel joods, als je het mij vraagt. Judeo-Amerikaans. Zo verhaalde hij hoe hij in de jaren negentig in een appartement aan Bogardus Place in het noorden van Manhattan woonde, waar overdag joodse bejaarden in rolstoelen mijmerden over de goede oude tijd en 's nachts je auto gejat werd door joyriders. Dat hij zelf getuige was geweest van de diefstal van een jeep had hij de eigenaar maar niet verteld, een buurman die in de lift stond te schuimbekken en bij het NYPD werkte. Nochtans bleek 'Bogardus Place' een coherent, evenwichtig stuk, waarin de componist de stemmen voorbeeldig had verdeeld.

Ter plekke regelde Weiss nog even een pianosolo voor Tony Hoyting in 'Short Story', een op 'Topsy' gebaseerd bopstuk. Daarin excelleerde tenorist Steven Paul met een sound die uit het goede hout was gesneden en een stootkracht alsof hij in een gestolen jeep over de Riverside Drive racete.

'Suite James', een vrij stuk dat opgedragen was aan een jonggestorven collega uit het Vanguard-orkest en dat Weiss vijftien jaar had gekost voor hij er tevreden over was, bevatte fraaie brede akkoorden. Maar ook een baritonsolo van veteraan Harry Broekman die in een fluisteren eindigde, waarmee hij de bar zowaar stil kreeg. En dat, dames en heren, is slechts een doodenkele sterveling gegeven.

Labels:

(Eddy Determeyer, 2.12.11) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...






Menupagina's:

Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Neerpelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.