Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 




Cd
Iman Spaargaren Quartet & Septet - 'Flow' (eigen beheer, 2011)


Alhoewel Iman Spaargaren met de groepen Captain Hook, Thelonious4, het European Quartet en de New Generation Big Band al enkele albums heeft opgenomen, is hij nog een enigszins onbekende saxofonist in het Nederlandse jazzwereldje. Wellicht komt daar met het uitbrengen van zijn debuut-cd 'Flow' verandering in.

Met zijn splinternieuwe formaties – Iman Spaargaren Quartet en Septet – heeft hij een melodieus en harmonieus modern jazzalbum met eigen composities en arrangementen geproduceerd. Zijn muziekstukken worden gekenmerkt door zeer melodieuze, lichtvoetige lijnen. Een ruimtelijke en open klankkleur wordt verkregen door de zorgvuldige arrangementen en de summiere en bescheiden akkoordenbegeleiding van de gitaristen, Marzio Scholten in het kwartet en Santeri Sulkunen in het septet. Van een hardblowing session is hier geen sprake.

Het spreekt voor zich dat Spaargaren het grootste deel van de soloruimte op zich neemt en dat doet hij met verve. Veelal soleert hij ingetogen en fraai fraserend over het akkoordenschema. Het meest dynamische nummer van de plaat is 'Flow' in kwartetbezetting. De saxofonist laat hier solistisch het achterste van zijn tong zien. Zijn toon is bijtend en in zijn improvisatie onttrekt hij zich enigszins aan het strakke akkoordenregime en laat hij zijn emoties prevaleren. De intens en zeer melodieus gespeelde ballad 'The Mauve Sky' is een ander hoogtepunt van deze plaat.

De solistische bijdragen van onder meer Scholten, fluittist Mark Alban Lotz en trompettist Gerard Kleijn zijn eveneens het vermelden waard en maken dat dit album het gemiddelde overstijgt.

Meer horen?
Op de
Myspace-pagina van Imam Spaargaren kun je vijf stukken van deze cd beluisteren: 'Flow', 'Contemplation', 'House By The Lake', 'Wake Up Call' en 'Neil York'.

Labels:

(Jacques Los, 30.4.11) - [print] - [naar boven]





Concert
Barnicle Bill vlamt in Smederij

dinsdag 19 april 2011, De Smederij, Groningen

Dat is natuurlijk de goden verzoeken, wanneer je je optreden begint met Ornette Colemans 'When Will The Blues Leave'. Dan weet je zeker dat het de rest van de nacht party time is. En dat was het, met Barnicle Bill in De Smederij. Wat een waanzinnig bandje! "John houdt ons jong," grijnsde Miguel Martinez, altsaxofoon, 43, doelend op John Engels, drums, 75. Junior, zeker. Geen spoortje van slijtage hier – oortjes, een en al; coördinatie, ha, als in de War Room. Alleen al de samenwerking tussen de drummer en Mark Haanstra, die een mooie akoestische Taylor-basgitaar bespeelde. "Ik moet John in de ogen kunnen kijken," verontschuldigde die laatste zijn ongebruikelijke positie, met zijn rug naar een gedeelte van het publiek. Zo kwam het, dat genoemd deel van het publiek kon vaststellen dat er tegen het derde nummer twee zweetriviertjes tussen zijn schouderbladen ontsprongen, die zich geleidelijk uitbreidden tot een compleet stroomgebied met estuaria, zijarmen, gevaarlijke draaikolken en grintafzettingen. Waarmee de avond ook nog een educatief tintje kreeg.

Destijds, toen de free jazz victorie kraaide, heb ik me vaak afgevraagd waarom het merendeel van de (Europese, met name) muzikanten zo de schurft had aan het spelen van standards. Juist binnen en buiten het kader van een liedje kun je zo vrij als een vogel vliegen. Getuige ook het werk van altist Charlie Parker, primus inter aves. Hoe dan ook, Barnicle Bill bewees in De Smederij dat een nummer als Thelonious Monks 'Brilliant Corners' zó open en uitnodigend kan zijn, dat de muzikanten echt alle kanten op konden fladderen. Miguel Martinez, wiens basisgeluid koel en kaal is, blaatte hier voluit als een schaap in barensnood. In de ballads werd zijn sound precieus en glimmend, alsof hij een cadeautje uitpakte; langzaam, o zo voorzichtig, om de voorpret maar te rekken.

Dat het optreden begon en eindigde ('Lorraine') met Ornette Coleman was niet zo verwonderlijk; een tijdje geleden bracht Martinez een dagje door in Colemans loft in New York, waar de saxofonisten elkaars toeters uitprobeerden en jamden. Sindsdien draagt hij de vader van de free jazz met zich mee en zo kwam het dat het absolute hoogtepunt van de avond gevormd werd door een vlammende vertolking van 'Una Muy Bonita'. Ook hier gold weer dat er binnen de aantrekkelijke structuur van die song de meest vreemde, verrassende en verontrustende zaken plaatsgrepen. Wat een waanzinnig bandje! Ik zeg het nog maar eens, voor de zekerheid.

We gaan hier in Groningen een huisje voor John zoeken. Met een grote kelder, voor de trommels. Jullie hebben hem nu wel lang genoeg gehad, daar in Amsterdam.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Willem Schwertmann.

Klik hier voor foto's die Cees van de Ven maakte tijdens een eerder concert van Barnicle Bill bij Jazz At The Crow in Eindhoven. En hier kun je een track van dat optreden bekijken en beluisteren.

(Eddy Determeyer, 28.4.11) - [print] - [naar boven]





Jazzprofiel
Bobby Jones


Bobby Jones, geboren op 12 oktober 1928 in Kentucky, kreeg reeds op vierjarige leeftijd drumles van zijn vader, die een professioneel drummer was. Toen Bobby acht jaar werd, ging hij klarinet spelen. Het verhaal gaat dat hij meespeelde met platen van klarinettisten als Jimmy Noone, Barney Bigard, Benny Goodman en Artie Shaw. Miste hij een noot, dan gaf zijn vader hem een mep.

Jones' professionele carrière begon bij het orkest van drummer Ray McKinley (vooral bekend als leider van de Glenn Miller Band). Spoedig hierna moest hij het leger in. Daar speelde hij in de Fort Knox Army Band met onder anderen Nat en Cannonball Adderley en Junior Mance. Nadat hij het leger had verlaten, speelde hij veelal tenorsaxofoon in studio's, met de nadruk op countrymuziek en rock 'n roll.

In 1970 vertrok Jones naar New York. Hij had inmiddels besloten om te proberen in de band van bassist Charles Mingus terecht te komen. In die tijd bewonderde hij weliswaar ook Miles Davis en John Coltrane, maar zijn muzikale God was Mingus. Toen Mingus een keer optrad in jazzclub The Village Gate, vroeg Jones hem of hij mee mocht spelen. Na afloop van het concert nam Mingus hem aan.

Vanaf dat moment bleef Jones gedurende twee jaar in Mingus' formatie. Mingus toerde in die tijd door Europa en Japan en er werden enkele lp's opgenomen, zoals 'Reincarnation Of A Love Bird', 'Charles Mingus Sextet In Berlin', 'Let My Children Hear Music', 'Charles Mingus And Friends In Concert' en tijdens de Europa-tour 'Nice Jazzfestival 1972', 'The Great Pescara Jazz Sessions', 'Charles Mingus Live In Holland 1972' en 'Lost Ronnie Scott’s Jazz'.

Tijdens de Europa tour deed Mingus' band ook België aan, waar de bandleider hevige ruzie kreeg met Jones. Uiteindelijk kreeg Jones zelfs een mes naar zich toe geworpen. Enkele dagen later, na hun vertrek uit België, hadden de kemphanen het wederom stevig met elkaar aan de stok. Jones verliet kwaad en teleurgesteld de formatie van Mingus en keerde terug naar België. Aldaar verbleef hij enige tijd bij collega-saxofonist Jacques Peltzer.

Horst Weber, medeoprichter van Enja Records, promotor van jazzconcerten en vriend van Peltzer, boekte Peltzer en Jones voor de jazzclub Domicili in München. Vanaf dat moment tot aan zijn vroegtijdig overlijden op 6 maart 1980, verbleef Jones in Duitsland. In Duitsland leidde hij met trompettist Dusko Goykovich de band Summit. De laatste jaren van zijn leven kon hij niet meer spelen. Door een longaandoening had hij problemen met zijn ademhaling.

Onder zijn eigen naam heeft Bobby Jones slechts enkele plaatopnamen gemaakt. Zijn in 1974 op het label Enya opgenomen plaat 'Hill Country Suite' wordt beschouwd als één van de hoogtepunten van de catalogus van dat label. Een alert en fier spelende Jones wordt op de huid gezeten door bassist George Mraz en drummer Freddie Waits. Twee jaar eerder neemt hij op Cobblestone Records zijn debuutplaat 'The Arrival Of Bobby Jones' op, met onder meer altist Charles McPherson en pianist Jaki Byard. Volgens de muziekwebsite
AllMusic klinkt Jones formidabel in de grillige inside/outside muziek.

Als zeer competente freebop-klarinettist en vooral -tenorsaxofonist heeft Jones onvoldoende tijd gehad om zijn verdiende erkenning te krijgen.

(Jacques Los, 28.4.11) - [print] - [naar boven]



Concert
Orion reikt naar de sterren

EunJung Jo Kwartet plus sessie, maandag 11 april 2011, JazzOnMonday, De Spieghel, Groningen

Als je tegenwoordig de jazzsessies in Groningen afloopt, in De Smederij, De Spieghel en Peter Pan, hoor je geheid elke avond nieuwe, frisse en doorgaans jonge muzikanten. Uit alle hoeken en gaten van de aardbol komen ze. Zo maakten we tijdens de laatste JazzOnMonday kennis met het kwartet van EunJung Jo. De bas van de leidster bleef de hele avond een betrouwbaar baken dat subtiele berichten naar de overige muzikanten twitterde. Jungha Lee zat achter de piano en haar voorkeur voor lange welluidende single-note lijnen trok ook een paar verdiepingen hoger de aandacht; Lennie Tristano stootte Bud Powell wakker en wees grijnzend naar het pand aan de Peperstraat.

Na de pauze werd De Spieghel de poort naar wonderland. Tenorist Johannes Roosen-Runge had ik dacht ik al eens eerder in het bovenzaaltje aan het werk gezien, maar ik kan me vergissen. Hij heeft volop ideeën en de adem, letterlijk en figuurlijk, om die de ruimte te geven. Maar Roosen-Runge en bugelblazer Tobias Hoffmann kregen versterking van de onvermijdelijke Patxi Valverde, die nu zijn sopraansaxofoon had meegenomen. En aangezien Valverde energie voor drie heeft, hielden de andere blazers zich maar ternauwernood staande in de Iberische orkaan. À decharge moet worden aangevoerd, dat de Spanjaard met de niet direct oersimpele changes van 'Days Of Wine And Roses' geen enkel probleem had.

De hele avond hadden we al naar pittige drummertjes geluisterd, maar toen Orion Turre achter de ketels plaatsnam, ging ik toch even verzitten. Hé hallo, deze maatregelaar houdt niet van halve maatregelen! Hij heeft een roffeltechniek om te zoenen en een dynamiek waarvan de nagels uit de balken trilden. Indrukwekkender nog waren de hippe combinaties die hij sloeg; met zijn klookmop-gehalte zat het wel snor. Daarbij liet hij zijn ridebekken het werk doen. En, ook dat hoorde je, volop groeipotentieel – deze Orion reikt naar de sterren.

(Eddy Determeyer, 27.4.11) - [print] - [naar boven]





Cd
Mike Mainieri/Marnix Busstra Quartet - 'Trinary Motion' (NYC/Buzz Music Records, 2010)

Opname: 2008

Na de studio-cd's 'It’s All In The Mind' van Second Vision en 'Twelve Pieces' van het Mainieri-Busstra Quartet is dit de derde uitgave waarop de samenwerking van gitarist Marnix Busstra met vibrafonist Mike Mainieri wordt vastgelegd. Mainieri en Busstra worden allebei terecht geassocieerd met melodieus solowerk en ongedwongen virtuositeit. Op 'Trinary Motion', een live-dubbel-cd die opgenomen werd tijdens een tournee in België en Nederland, staan overigens ook versies van een aantal stukken die al op 'Twelve Pieces' te horen waren: 'Kannada', 'Don’t Break Step', 'Lost In Little Spain', 'Piece', 'Square Brown' en 'All In A Row'. Met andere woorden, deze uitgave is een soort uitgebreide liveversie van het eerdere album. Na nogmaals 'Twelve Pieces' beluisterd te hebben, denk ik wel dat de liveopnamen iets toevoegen: iets meer ontspannen samenspel en een informelere sfeer.

Met Eric van der Westen op contrabas en Pieter Bast op drums heeft de band een vrij droog, licht swingend geluid, dat wars is van effectbejag. Het eerste stuk, 'Piece', net als de meeste stukken van Busstra's hand, zet de toon voor het hele album. Ritmisch is het intense muziek met veel fusion-achtige fraseringen. Door het goed gedoseerde geluid blijft de interactie tussen de musici altijd helder. Zo wordt ook ruimte gecreëerd voor kleine surprises. Hoewel het hier een samenwerking van Busstra's trio met Mainieri betreft, is het aandeel van de gitarist, zowel qua klank als vorm, dominant.

Busstra heeft een vloeiend en precies geluid, dat soms slangachtige souplesse vertoont. Ook op de bouzouki heeft zijn spel voor een deel dezelfde kwaliteiten. Mainieri's handelsmerken zijn een zangerige articulatie en een ontspannen timing, die de muziek van Steps net iets interessanter maakte dan die van andere fusionbands. Zo wordt elk stuk een interessante arena voor melodieuze interacties, overigens met weinig tegendraadse momenten. Ondanks de lengte kent het dubbelalbum geen zwakke plekken.

Labels:

(Ken Vos, 27.4.11) - [print] - [naar boven]





Concert
Mary Halvorson schrijft opgerekte liedjes

vrijdag 8 april 2011, Grand Theatre, Groningen

De muziek van gitariste Mary Halvorson intrigeert; op het eerste gehoor klinken de fluwelen thema's tamelijk traditioneel, maar als je even doorluistert, ontdek je weeffoutjes, rafels en andere anomalieën. Haar woordloze liedjes bezitten niet de gangbare song- of bluesstructuur, maar lijken een deugdelijke verbouwing achter de rug te hebben, waarbij nieuwe bijkeukens en serres meer bewegingsruimte bieden. Maar het blijven duidelijk gedefinieerde liedjes die ambachtelijk zijn gebrouwen. Als je als lid van haar trio je leesbrilletje bent vergeten, mag je niet meer meedoen.

Elk lied van Halvorson heeft een nummer meegekregen als titel: de meest recente aanwinst van het repertoire heet 'Number Twenty-Eight.' Soms wordt een lied voorzien van een soort ondertitel. Zo heet 'Number One' ook 'Temporary Lapse.' Misschien stamt die gewoonte, om haar werk een cijfer te geven in plaats van een descriptieve of associatieve titel, wel van haar samenwerking met rietblazer Anthony Braxton.

Een nummer van Halvorson wordt heel secuur gespeeld, er wordt gevarieerd, gezamenlijk geïmproviseerd en dan scheurt het plotseling open. De inhoud kan dan borrelend overkoken of als bij een springbalsemien weggeslingerd worden. Het opmerkelijke is dat de musici voortdurend in de peiling hebben waar de brokstukken zich bevinden en wat ermee moet gebeuren. Tegen het eind voegt alles zich dan weer naadloos samen.

Ondanks al die woeste dynamiek is Halvorson au fond een keurig, ingetogen, frêle type, dat graag tussen Jim Hall en Bill Frisell op een bankje naar de zonsondergang boven de Chippewa-vallei, Wisconsin, mag turen. Helemaal wanneer bassist John Hébert en de melodisch denkende drummer Ches Smith beiden belletjes ter hand nemen. Voor haar solo's komt ze even haar holletje uit, snuffelt in het rond, trippelt een zenuwachtig ommetje en duikt het vertrouwde melodietje weer in.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Willem Schwertmann.

(Eddy Determeyer, 25.4.11) - [print] - [naar boven]





Cd
Pee Wee Ellis – 'Tenoration' (Art Of Groove, 2011)


'From jazz to funk and back' is het motto van deze dubbel-cd van tenorsaxofonist Pee Wee Ellis. En dat is hem wel toevertrouwd. Op de eerste cd ('From Jazz To Funk') wordt uit een stevig funkvaatje getapt. Als oudgediende' van de James Brown Revue en JB Horns, Van Morrison's Band en de groep van Maceo Parker beheerst hij het funkmetier tot in zijn tenen.

Vooral in 'Slanky' - een knipoog naar Neal Hefti's swingende en vroegere eindtune van Brandpunt 'Splanky'?! - en Cannonball Adderley's 'Sticks' combineert Ellis geraffineerd jazzlicks met screaming funky riffs. Zijn geluid is vol en stevig, en de rockende ritmesectie zorgt voor de passende groovy ondersteuning.

De gevoelige oude standard 'At Last' van Mark Gordon & Harry Warren - het laatste nummer van cd 1 - is de opmaat voor de tweede cd ('...And Back To Jazz') met standaard jazzkwartetbezetting. Ook op deze cd Adderley's 'Sticks'. Eveneens funky gespeeld, maar dan wel met een jazzy feel en in plaats van keyboards de vleugel oftewel grand piano, waarop Gareth Williams vlammend soleert.

Ook het mainstream jazzidioom beheerst Ellis op overtuigende wijze. Hij soleert soepel en fraseert gemakkelijk. Onmiskenbaar put hij zijn inspiratie uit de Coleman Hawkins-school, met volgers als onder anderen Gene Ammons, Jimmy Forrest, Red Holloway, Frank Foster en David 'Fathead' Newman.

Of Ellis nu funkt of jazzt; het gaat hem zeer goed af. Daarbij wordt hij adequaat ondersteund door voortreffelijke sidemen als funkgitarist Tony Remy, keyboardspeler Dan Moore en de eerder genoemde pianist Gareth Williams.

Meer horen?
Klik
hier voor geluidssamples van dit dubbelalbum.

Labels:

(Jacques Los, 25.4.11) - [print] - [naar boven]





Concert
Een geslaagde formule

Ruben Hein, vrijdag 1 april 2011, Tivoli De Helling, Utrecht

Eerst zag ik hem opduiken bij het Felix Schlarmann Quintet, daarna kwam ik hem tegen op een album van Ernst Glerum. Voor mij was Ruben Hein meteen jazzpianist nummer 1 van Nederland. Wát een artiest! De autoriteit in zijn spel, de zeggingskracht... Een jongen die het als jazzmusicus verdient om internationaal door te breken, vond ik, en vind ik nog steeds. Maar nu ontpopt hij zich eventjes als zanger. En niet met jazzstandards als 'All The Things You Are' en 'You Go To My Head', maar met onvervalste popsongs van eigen hand. Het kan verkeren.

Volgens eigen zeggen combineert hij op zijn eerste album "soul, jazz en singer-songwriter". Oké, goed, wat er ook op dat album staat ('singer-songwriter' is tegenwoordig blijkbaar een genre!), het wekte bij mij als Ruben Hein-fan meer dan voldoende nieuwsgierigheid om eens te gaan kijken bij een popconcert van hem.

Stevig gehypet en geplugd stond hij deze avond met zijn band in een met gemak uitverkocht Tivoli De Helling. Nog niet zo lang terug van een tourneetje in Djakarta, waar hij tot zijn eigen verbazing – zo vertelde hij in het VPRO-programma Vrije Geluiden – getrakteerd werd op een zaal vol uitzinnig gillende tienermeiden. En ook in Utrecht werd hij gul onthaald door het publiek, alsof het al jaren reikhalzend had uitgekeken naar zijn komst.

Ik gunde het hem van harte, al koester ik sinds geruime tijd het vermoeden dat het Nederlandse jeugdpubliek het instant-juichen heeft geleerd van de Nederlandse televisie, die op haar beurt de inspiratie voor geconditioneerd massakabaal heeft ontleend aan de Amerikaanse televisie. De Nederlandse jeugd anno 2011 juicht heel anders dan die van 1968. Maar goed, dat is meer een gedachte voor een cultuurfilosofisch essay.

De band stond in ieder geval als een huis. Dat mocht ook wel, met drie blazers en een oerdegelijk swingende gitarist, die Heins eigen opmerkelijk bescheiden pianospel bijna overbodig maakte. Veel romantische songs, waarin vanaf de tweede minuut al werd aangezet tot een emotionele climax. Betrekkelijk weinig raffinement dus, weinig verrassing in de vorm van een bridge met dieptewerking of een onverwachte wending. We moesten het doen met een enkele tempowisseling. Pas in de tweede helft van het concert was er ruimte voor wat meer avontuur en experiment, al werden de wetten van de popsong nauwelijks geweld aangedaan.

Het ging een beetje mijn ene oor in en het andere weer uit. Ik weet niet of ik meer had mogen verwachten. Afgaande op Heins pianistische kwaliteiten had ik misschien op meer registers gerekend. Ironie, speelse en bijtende songs à la Steely Dan, eigenzinnige solo's die wonderwel opeens op hun plaats vallen binnen de contouren van een popliedje. Dat idee. Karakter dat zich nergens verloochent. Maar nee, het was allemaal nogal middle of the road, een term die ik ook opving bij de rokers, buiten.

Niets van meerwaarde dus. Het blijft bij een goede zanger met een strakke band. Met zijn repertoire onderscheidt Ruben Hein zich niet werkelijk. In Vrije Geluiden sprak hij zichzelf over dat repertoire overigens nogal tegen. Het ene moment zei hij dat hij precies deed waar hij zin in had, het volgende moment verklaarde hij dat hij zo zijn tegenspelers had om te bepalen wat cool was, wat goed overkwam. Tja, zeg dus maar gerust: wat commercieel genoeg was. De formule die voorrang krijgt op de authenticiteit. Met als resultaat: tamelijk kleurloos, obligaat-Amerikaans materiaal.

Afijn, authenticiteit is in de popwereld al sinds jaren niet meer nodig om hoog in de charts te komen. Alleen houdt dat succes, indien enkel gebouwd op vocale mazzel en de drift tot scoren, nooit heel lang stand. Binnen een half jaar wordt er al weer nieuw stemtalent geoogst. Bijna zonder uitzondering talent met artistieke bloedarmoede; een inteeltverschijnsel dat veroorzaakt wordt door de haastige aanmaak van commercieel steeds gehaaidere variaties op Idols. Maar dat is wederom cultuurfilosofie.

Geklapt en gejuicht werd er dus in ieder geval meer dan genoeg, voor 'the local Bill Withers'. En eigenlijk wel terecht, want een sympathieke jongen verdient een sympathiek publiek. Hij heeft er in ieder geval geen talentenjacht voor nodig gehad. Maar alles goed en wel – als in het poplandschap waar Ruben Hein zich nu bevindt, de hype-wind is bedaard en de nieuwe dag een nieuwe waan brengt, hoop ik dat hij weer honderd procent authentiek wordt. Achter de piano, waaruit zijn eigen stem opklinkt.

(Paul van den Belt, 20.4.11) - [print] - [naar boven]





Musical
Nat King Cole blijft plat als een dubbeltje

'Unforgettable - The Nat King Cole Story', vrijdag 16 april 2011, Theater 't Kielzog, Hoogezand

Alle muzikanten die hem kenden en die ik gesproken heb waren het erover eens: Nat Cole was een toffe peer. Sterallures – nooit van gehoord. Een beetje verlegen was hij zelfs, maar in het gezelschap van vrienden kon hij de beste moppen tappen en het hardst lachen. Rubbing elbows at the Ritz with those millionaires was voor hem een marteling. Het was zijn mateloos ambitieuze tweede vrouw Maria die hem aanspoorde zijn jazztrio te dumpen en voor het grote sologeld te gaan. In de jaren vijftig, zijn succesperiode, moet hem dat hebben verscheurd. Het verergerde in elk geval zijn nicotineverslaving – die uiteindelijk tot zijn dood zou leiden.

Stof voor een dramatisch theaterstuk, niet? Maar Clarke Peters en Larrington Walker, de schrijvers van 'Unforgettable – The Nat King Cole Story' dachten daar anders over. Die hebben voor de makkelijke weg gekozen. De show is een aaneenschakeling van bekende hits en meer obscure songs, die door Monroe Kent III, de vertolker van alle rollen, aan elkaar worden gebabbeld. De hoofdpersoon blijft tweedimensionaal en het drama beperkt zich tot de commotie rond Coles aanschaf van een villa in een 'keurige' blanke wijk.

De mythe dat Nat King Cole met zijn vocale carrière begon toen een dronken droppie hem herhaaldelijk had gemaand 'Sweet Lorraine' te zingen, wordt maar weer eens van stal gehaald. In feite zong hij vanaf zijn allereerste opnamen, in 1938.

De makers hebben wijselijk geen imitatie van de grote crooner nagestreefd. Zoiets zou alleen maar potsierlijk uitpakken, of karikaturaal. Monroe Kent is ook geen jazzzanger: hij is een musicalvocalist, die de songs eerder maniertjes bijbrengt dan persoonlijkheid. Ook in fysiek opzicht lijkt Kent niet op Cole. Zijn vertolking van Sparky, Nat Coles bediende, was paradoxaal genoeg opmerkelijker dan die van Cole zelf. Brilletje, ander stemmetje, andere houding.

Deze voorstelling is nog twee keer te zien: morgen in het De La Mar Theater, Amsterdam en donderdag in Theater 't Mozaïek, Wijchen. De aanvang is in beide gevallen 20.15 uur.

(Eddy Determeyer, 18.4.11) - [print] - [naar boven]



Artikel
Multimiljonair bleef nature boy


Naar aanleiding van bovenstaande musical schreef Eddy Determeyer een artikel over Nat King Cole. "Van alle kanten werd er druk op de ster uitgeoefend om zijn jazztrio op te doeken, inclusief de piano, en zich te concentreren op een lucratieve carrière als solozanger van romantische ballads. Die druk kwam uiteraard van zijn platenmaatschappij, Capitol Records, maar ook zijn tweede echtgenote Maria deed haar duit in het zakje."

Klik
hier om het complete artikel te lezen.

(Maarten van de Ven, 18.4.11) - [print] - [naar boven]





Cd
Celano Baggiani Group – 'Alienology' (TryTone Records, 2011)

Opname: 11 april 2010

Hoewel dit kwintet steeds wordt gelabeld als een Amsterdamse band, krijg je ze zelden internationaler dan dit. Leiders Guillermo Celano (gitaar) en Marcos Baggiani (drums) hebben Argentijnse roots, Gorka Benitez (tenorsax/fluit) werkt vanuit Spanje en Michael Moore (klarinet/altsax) waaide een paar decennia geleden over vanuit de Verenigde Staten. Blijft enkel Sven Schuster (contrabas) nog over om de Nederlandse kleuren vol overgave te verdedigen.

Of het te maken heeft met die geografisch sterk verschillende afgronden, daar durven we geen boude uitspraken over doen, maar de combinatie van deze vijf leidt op 'Alienology' alleszins tot een originele sound, die niet meteen te linken valt aan een groot buitenlands voorbeeld. Dat Celano en Baggiani deze band intussen al een decennium gaande houden, bewijst natuurlijk ook al dat er sprake is van wederzijds vertrouwen en voldoende creativiteit. Anders maak je geen vier cd's.

Op dit album hoor je een eclectische combinatie van moderne jazz en improvisatie, met hier en daar accenten uit de filmmuziek, een handvol rockreferenties en melodieën die eerder uit de volksmuziek lijken te komen. Als je de chaotisch getekende hoes moet geloven (die toont een vetzak die een bever (?) gebruikt als blaasinstrument) dan gaat het er onomwonden grof aan toe, maar dat klopt niet. Het is wel zo dat de pruttelende scheetgeluidjes van opener 'Potato Boy' vermoedelijk voor wat gegniffel zullen zorgen, net zoals de hardrockriff van 'El Cortito' menig wenkbrauw omhoog zal doen schieten, maar goedkoop scoren gebeurt hier zelden. Daarvoor zijn de muzikanten net iets te goed.

Mooi om te horen hoe Celano à la Nels Cline/Henry Kaiser gebruik weet te maken van allerhande weirde gitaareffecten om in 'El Cortito' de spooky sfeer, die al gecreëerd werd door de fluit van Benitez, nog eens te versterken. Ook opvallend hoe Baggiani in 'Bank Robbery', een compositie die aanvankelijk een ballade belooft te worden, een hypnotiserende puls weet te stoppen die goed past bij zijn met de postrock flirtende stijl. Of de laatste vier minuten van dat nummer: een climax die start vanuit een jankende gestreken bas en eindigt met de jubelende sax van Moore.

Als de band iets te verwijten valt, dan is het misschien dat het album meteen van start gaat met drie opvallende kleppers op rij, waarna de plaat gedoemd is om net iets minder verrassingen uit de mouw te schudden. Maar dat is dan eigenlijk een luxeprobleem, want je hoort op 'Alienology' puike composities, sterke improvisaties, catchy en soms exotische thema's, bevlogen solo's en een mooie combinatie van spieren en verfijning, waardoor het deel van het dansbare 'Binocular Eyeglasses, New Prescription' tot afsluiter 'Abuela' met zijn schimmige gitaarpartijen eigenlijk amper moet onder doen voor die imposante start. Dit is gewoonweg een hele goede plaat.

In het najaar trekt deze band de hort op met het duo Ellery Eskelin/Sylvie Courvoisier. Dat wordt iets om niet te missen!

Meer horen?
Op de
homepage van de Celano Baggiani Group kun je naar drie stukken van deze cd luisteren: 'Potato Boy', 'El Cortito' en 'Bank Robbery'.

Labels:

(Guy Peters, 18.4.11) - [print] - [naar boven]





Vooruitblik
Concert en expositie Han Bennink in Neerpelt


Altijd op zoek naar interessante muzikale uitdagingen zijn de talloze losse en vaste engagementen die drummer Han Bennink in de loop der jaren aanging, ondertussen niet meer bij te houden: dwarsliggen met het ICP Orchestra, rocken met The Ex of trommelen op boomstammen en rotsblokken met Peter Brötzmann op 'Schwarzwaldfahrt'; niets is te gek voor deze extraverte Zaandammer.

In cultureel centrum Dommelhof in Neerpelt treedt de drummer aanstaande donderdagavond op met een trio met twee jonge leeuwen - de Deense pianist Simon Toldam en Antwerpenaar Joachim Badenhorst op rieten, een heel bijzondere bezetting omwille van de frisse interactie tussen veteraan Bennink met deze leergierige en ondernemende jonge musici. 'Parken', de eerste cd van dit trio, bevat naast een zestal eigen composities en improvisaties ook stukken van Ellington (en Strayhorn) die stevig onder handen worden genomen.

Ondanks het feit dat Bennink vooral bekend staat als een vrije improvisator, heeft hij een zwak voor de oude jazzstijlen, wat te horen is in zijn drumstijl, die vaak een onweerstaanbare oerswing herbergt. Deze wisseling maakt van zijn laatste album 'Parken', zijn eerste als leider, een meer dan geslaagd album, waarbij het trio moeiteloos overschakelt van improvisatie naar het interpreteren van frêle standards of van een melodieus pingpongspelletje naar percussieve dribbels. Het Han Bennink Trio speelt overal kort op de bal en laat geen kans onbenut om te scoren.

Aanstaande donderdag is tevens de opening van een tentoonstelling met werken van de beeldend kunstenaar Han Bennink, die hij immers ook is. De drummer en de beeldend kunstenaar Bennink (Kunstnijverheidsschool, cum laude 1964) zijn geen onbekenden van elkaar. Ze delen een voorkeur voor collagetechnieken en objects trouvés. Zoals de slagwerker muziek maakt uit alles wat voorhanden is (een stoel, een brandblusapparaat of de planken van een podium), zo gebruikt ook de beeldend kunstenaar in assemblages wat de dagelijkse praktijk hem aanreikt: een flard drukwerk, een kapotte drumstick, of een in het weiland gevonden slagpen van een kiekendief.

Ook in de afkeer van de gepolijste perfectie zijn de beide Benninks verwant. Als de muziek dreigt te stagneren in schoonheid, verstoort de drummer de rust met een knallende dissonant, zoals de graficus aan een afgewogen ontwerp een impulsieve vlek toevoegt, als een uitweg, het levenloze evenwicht uit.

De tentoonstelling is te zien in Dommelhof tot dinsdag 3 mei. Het Jazzcase-concert van het Han Bennink Trio begint donderdag om 20.30 uur. De entree bedraagt 10 euro.

Klik hier voor meer informatie.

Meer weten?
Onze recensie van de cd 'Parken' van het Han Bennink Trio.

(Maarten van de Ven, 18.4.11) - [print] - [naar boven]





Concert
Abstract aquarel met delicate vervloeingen en aansprekende tonaliteit

Equilibrium, maandag 4 april 2011, Jazzpower, Wilhelmina, Eindhoven

Mikkel Ploug is een Deense gitarist, Sissel Vera Pettersen een Noorse zangeres/saxofoniste en Joachim Badenhorst een Belgische rietblazer. Alle drie zijn het uitgesproken orginele musici met een persoonlijk vocabulaire, maar tijdens hun samenspel ontstond een fascinerende organische versmelting. Equilibrium bracht oud en nieuw repertoire van de twee gewaardeerde cd's die van het trio bestaan. Gedrieën leverden ze hiervoor composities aan.

Ofschoon saxofoon het hoofdinstrument is van Sissel Vera Pettersen, ligt haar muzikale rijkdom toch vooral in haar stem. Het gebruik en de inbreng daarvan waren uitzonderlijk, kristalhelder en trefzeker bij de lastige of grote intervallen. Ze beschikt over een bereik van ruim drie octaven en gebruikt wat basale live electronics, waarmee ze op bescheiden schaal haar soundscapes vervolmaakt. Zij vocaliseerde aansprekend en wist zonder woorden feilloos haar verhaal te vertellen.

Het gitaarwerk van Mikkel Ploug is niet spectaculair in de letterlijke betekenis. Vrij van opsmuk en clichés, maar met zijn juiste keuzes voor akkoorden, grooves, begeleiding en interacties droeg hij beeldbepalend bij. Hij was gedurende dit concert het veilige ankerpunt van het trio.

Joachim Badenhorst toonde weer eens dat hij uit het goede (bas-)klarinethout gesneden is. Zijn prachtige toon verried dat hij tijdens de studielessen van zijn docenten Michael Moore en John Ruocco niet zat te suffen. Zijn persoonlijkheid qua inzicht en spel krijgen steeds meer contour. Voortdurend frappeerde hij met fantasievolle improvisaties, interacties en eigenzinnige kleuringen.

Het biotoop van Equilibrium is de vrijheid in gebondenheid. Thema's, melodielijnen, unisono's: het was er allemaal. Maar er werd op onverwachte momenten weer even gemakkelijk tegendraads afscheid van genomen en overboord gezet. De drie rekenden op elkaars integriteit en muzikaal besef, en dat betaalde zich deze avond ten volle uit. Na dit verfijnde concert zien we reikhalzend uit naar een vervolg. Misschien is een concert van Equilibrium met gastspeler Nils Petter Molvær, Arve Henriksen of Eric Vloeimans wel een interessante optie?

Klik hier voor foto's van dit concert door Cees van de Ven.

(Cees van de Ven, 17.4.11) - [print] - [naar boven]





Cd
Chad McCullough/Michal Vaňouček – 'The Sky Cries' (Origin Records, 2010)

Opname: 23 oktober 2009

Chad McCullough (trompet en bugel) is een uit Seattle afkomstig musicus, die het niet schuwt muzikale verbintenissen aan te gaan met Europese pianisten. Onlangs is een cd verschenen – 'Imaginary Sketches' – waarop hij samenspeelt met de Belgische pianist Bram Weyters. Op de cd 'The Sky Cries' is McCullough de samenwerking aangegaan met de in Den Haag wonende en in Slowakije geboren pianist Michal Vaňouček.

McCullough, die geboren is in 1981, heeft al een aardige carrière achter de rug. Hij speelde onder meer met Wayne Horvitz, Hadley Caliman, Don Byron en Claudio Roditi. De wat oudere Vaňouček (geboren in 1977) won in 2008 de Deloitte Jazz Award. Kortom, twee talentvolle musici.

Met altsaxofonist Mark Taylor, bassist Dave Captein en drummer Matt Jorgensen is een gedegen en beheerst modern hardbop-album geproduceerd. De vonken springen er echter niet vanaf. Het accent ligt vooral op de melodische benadering - ook in de solo's - van de composities.

Zowel McCullough als Taylor zijn dan ook geen notenspuwers. Beiden soleren goed fraserend, elegant en met een ingetogen toonvorming. In combinatie met de subtiel dienende ritmesectie wordt het repertoire – composities van McCullough en Vaňouček – beheerst en gecontroleerd uitgevoerd. In de wat heftigere nummers – 'Tryskàč' part 1 en 2 en 'Soliloquy For D.G.' - wordt adequaat tekeer gegaan en eveneens vrijer geïmproviseerd. De beide ingetogen en sfeervolle ballads, 'Krásna' en 'Katia', gecomponeerd door respectievelijk McCullough en Vaňouček, worden met gepaste emotie vertolkt, waarbij pianist Vaňouček de trompet- en bugelsolo's vrij en aanvullend begeleidt.

Labels:

(Jacques Los, 17.4.11) - [print] - [naar boven]





Column Herbert Noord
Mijn 'beminde' hammondorganisten


"Zeker op de Blue Note-opnamen is er geen verwarring meer mogelijk; hier heeft Larry Young zijn eigen stijl gevonden. Een stijl die ik kortweg zou willen omschrijven als licht; hij danst over de toetsen, heel swingend en zeer intelligent. Altijd onverwachte oplossingen en kleurschakeringen. Hij doet niet zo veel met de orgelregistratie en zeker niet met de Leslie, maar net genoeg om iets herkenbaar eigens te creëren. Misschien zou je het kunnen omschrijven als orgel spelen op een Hammond-piano, wat totaal iets anders is dan pianisten die orgel proberen te spelen."

In het tweede deel van een special over het beruchte hammondorgel belicht Herbert Noord een zestal door hem geliefde organisten: Larry Young, 'Big' John Patton, 'Baby Face' Willette, Odell Elliott Brown Jr., Don Patterson en Sonny Phillips.

Klik op bovenstaande button om zijn column te lezen.

Meer weten?
Klik hier om het eerste deel van deze Hammond-special te lezen.

(Maarten van de Ven, 17.4.11) - [print] - [naar boven]





Concert
Met hart en ziel

zaterdag 26 maart 2011, Oleg Fateev/Simone Sou featuring Ceumar, De Accordeonslag 2011, Paradox, Tilburg

'Muziek heeft de mogelijkheid tot vermenging van verschillende tradities, maar het levert meer op dan louter muzikale ontdekkingen. Musici van verschillende culturen verdiepen zich in elkaars achtergrond, onderzoeken raakvlakken en creëren van daaruit een nieuw gezamenlijk idioom. De bezoeker die deze ontdekkingsreis van dichtbij meemaakt, is getuige van een proces van uitdaging en toenadering, experiment en eeuwenoude tradities, vertrouwde klanken en onverwachte wendingen, confrontatie én verzoening. Niet wat ons onderscheidt staat centraal, maar wat ons bindt.' (Jazz International Rotterdam)

Deze treffende woorden zijn de perfecte inleiding voor een beschrijving van een muzikale samenkomst van de Braziliaanse percussioniste/drumster Simone Sou en bayanist Oleg Fateev, afkomstig uit Moldavië. Binnen het thema 'Balkan meets Brasil' creëerden Sou en Fateev een geheel eigen stijl, die het best te omschrijven valt als vrij, dynamisch, lyrisch en warm. Hierin verwerkt ligt een breed scala aan muzikale stromingen, zoals jazz, gecomponeerde muziek, klassiek en volksmuziek.

Cross-over in een pure vorm. Tijdens de versmelting van deze twee authentieke persoonlijkheden gebeurt er op het podium iets wonderlijks. Zij stellen zich open, zelfs kwetsbaar op, zodat ook maar de kleinste interruptie binnen de synergie waarneembaar wordt. Het leidt echter nooit tot een stagnatie, maar vormt steeds een nieuw uitgangspunt met een nieuwe bestemming. Onzeker soms, maar steeds met een verrassende uitwerking.

Fateev speelt bayan, wat net iets anders klinkt dan de accordeon, waarmee hij zowel breekbare melodieën en jazzy loopjes als prachtige grote jazzakkoorden kan produceren. Hij heeft een volkomen eigen stijl, waarbij zijn ego inferieur lijkt aan het gezamenlijke product. Hij werd gegrepen door de jazz toen hij vijftien jaar geleden in Nederland kwam wonen. En ondanks de onmiskenbare invloed van de volksmuziek uit zijn vaderland en zijn klassieke basis, sijpelt dat consequent door in zijn composities.

Met Simone Sou is hij de laatste tijd vaak te horen en hun samenwerking heeft op dit moment prioriteit. Volkomen begrijpelijk. Want voor een zonderlinge muzikant als Fateev moet het een uitdaging zijn om met haar te werken. Immers, Sou geeft het hanteren van 'de trommel' een nieuwe dimensie, ze vertelt verhalen waarbij de onderliggende dramatiek of blijmoedigheid in beeld wordt gebracht middels verschillende inheemse, maar ook onconventionele percussiematerialen.

Als de Braziliaanse zangeres Ceumar Coelho zich bij het duo voegt, lijkt het plotseling of ook de Braziliaanse zon op het podium is verschenen. Met Ceumars heldere, verfijnde stemgeluid en stralende lach wordt de teneur van het concert even minder serieus en geeft het drietal een geheel eigen draai aan muziek uit hun geboorteland. Afkomstig uit totaal verschillende culturen en met uiteenlopende muzikale achtergronden, hebben zij in ieder geval een heel belangrijke gemeenschappelijke factor; zij maken muziek met hart en ziel.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert.

(Donata van de Ven, 16.4.11) - [print] - [naar boven]





Cd
Liquid Lefty - 'Frozen' (Liquid Lefty, 2010)


Liquid Lefty, een kwintet opgebouwd rond saxofoniste Jelske Hoogervorst en bassist en broer Pieter Hoogervorst, is een jonge band die de Nederlandse nu jazz, jazz met vooral elementen uit de elektronische muziek, wat kan verbreden. Even wennen is het aan het soms wat dunne geluid van de sax in de eerste twee stukken, 'Wannabe' en 'Frozen Fish'. Het saxofoongeluid wordt daarin, zoals Eddie Harris dat placht te doen, door effectapparatuur vervormd. Het zijn toevalllig ook deze stukken die zich makkelijk in je brein nestelen na slechts één keer afspelen.

Jelske Hoogervorst is vooral op de tenorsax te horen, maar speelt ook onder meer basklarinet. De klank wordt echter zodanig bijgekleurd door de elektronica, dat het soms moeilijk is uit te makem op welk instrument ze nu speelt. Het bandgeluid is reuze strak, een verdienste niet alleen van Pieter Hoogervorst, maar ook van drummer Bernhard Weichinger, gitarist Jaap Berends en toetsenspeler Clemens Horn.

Berends krijgt weinig soloruimte, wat jammer is gezien zijn heldere improvisatie in de 'Urb Hog'. Daarin is de saxofoniste zonder effectapparatuur te horen is en dan blijkt plotseling dat ze op de tenorsax ook in het laag goed articuleert. Haar solo's weet ze met een goede dosering van eenvoudige stijlmiddelen mooi consistent te maken. Het solowerk is trouwens over het algemeen van solide kwaliteit, met net genoeg onverwachte elementen die de zaak spannend houden.

Liquid Lefty werkt vooral met strakke, funky ritmes, maar de stukken krijgen ondanks de vele herhalingen in de thema's altijd een iets andere uitwerking dan je zou verwachten bij dergelijke lichtelijk poppy crossoverjazz. Een enkele keer worden de herhalingen me iets te veel, zoals in 'Ladylay', dat wel een heel trage opbouw heeft. In het stevig groovende 'Crank' is de herhaling van slidegitaarfraseringen weer wel bijzonder effectief. In hetzelfde stuk maken we ook kennis met het afgeknepen geluid van wat ik aanneem de basklarinet via de synthesizer is, zodat die haast als een fagot klinkt. Het laatste stuk, 'Liquid Lefty', straalt een mysterieuze rust uit die mooi contrasteert met de rest van het album. Nu jazz met genoeg eigenzinnige elementen om ook andere jazzliefhebbers te boeien.

Meer horen?
Op de
homepage van Liquid Lefty kun je van vijf stukken van deze cd uitgebreide geluidsfragmenten beluisteren: 'Frozen Fish', 'Wepetepewy', 'Urb Hog', 'Rien Ne Va Plus' en 'Wannabe'.

(Ken Vos, 16.4.11) - [print] - [naar boven]





Jazz on the road #5
Tineke Postma worstelt en komt boven


Maart 2011. Nijmegen, 'huis voor de kunsten' De Lindenberg biedt huisvesting aan stichting Jazz & Impro Nijmegen (kortweg JIN), de organisatie achter de jazzconcerten. Een ontmoeting met Tineke Postma, die in feite permanent op reis is: van Japan naar New York, via Zweden naar de studio in Osnabrück, dan weer naar Spanje en in de zomer naar Mexico. Reizen langs de internationale podia en festivals is haar leven geworden. Kritieken zijn vol lof en regelmatig staat de altsaxofoniste zij aan zij en oog in oog met de masters of jazz, waar dan ook.

Omdat ze vandaag in Nederland eerst nog een file moet trotseren, vindt het vooraf geplande interview pas na afloop van het concert plaats. Later blijkt dat een essentieel verschil. Ik kwam met een andere Tineke Postma op het netvlies naar De Lindenberg. Mijn eerste kennismaking stamt ergens uit 2007. De saxofoniste is veranderd, speelt krachtiger en opener tegelijk: energie. "Ik sta toe dat het gebeurt," zegt ze zelf daarover.

'The Dawn Of Light' is de titel van haar nieuwe cd. Vanaf de cover kijkt ze vol zelfvertrouwen zowat recht in de camera, haar Selmersax rustend op haar schouder. Licht weerspiegelt in een raam. Reflectie is hier het terugkerend thema. Diepgang, echtheid en techniek. Geen concessies aan oppervlakkige schijndoelen. Ze is componist, arrangeur, solist. De sax is haar spreekbuis, vriend en vijand tegelijk. Componeren is lijden, alleen zijn. Is ze daarmee een einzelgänger? "Ja en nee. Als rondreizend musicus ontkom je niet aan alleen zijn. Dat is hard en confronterend. Thuis is voor mij: vrienden en familie, ontspannen, om iets hard kunnen lachen. Saxofoon spelen leer je door het te doen, door samen te spelen met anderen, te luisteren, op je bek te gaan. New York is hard, de concurrentie meedogenloos; breng je niks over het voetlicht, dan heb je er niks te zoeken. In dat klimaat vrienden maken is niet makkelijk, maar ik heb het wel nodig. Dus ga ik de uitdaging aan. Als je wereld op de kop staat, moet je vriendschap met jezelf sluiten."

Muziek scheppen geeft haar voldoening, brengt haar inzicht, confronteert haar met zichzelf. Ze maakt het zich daarmee niet gemakkelijk. De lat ligt hoog. De eenzame uren, dagen en maanden die ze in de New Yorkse scene doorbracht met studeren, hebben hun sporen nagelaten. Ze is binnengetreden in de dynamische wereld van Wayne Shorter.

Op het podium geeft Postma leiding op een charmante manier; ze staat ze namelijk af, zonder ze te verliezen. Ze legt de bal in het midden. Het kwartet toont een grote cohesie. Ingespeeld, gemotiveerd, ambitieus. "We willen ego's loslaten, ontdekken. Over de schutting ligt een zee van ruimte, waar we elkaar ontmoeten." Ze kijkt me doordringend aan: "De enige manier om gelukkig te worden, is jezelf los te laten, je echte ik vrijmaken... niet moeten."

Ze doorleeft haar werk; dat is te merken, te horen en te zien. Haar persoonlijkheid is gegroeid, mag er zijn - vooral van haarzelf, benadrukt ze. Ze zegt dat het reizen, het samenwerken met andere musici, het alleen zijn, het omgaan met tegenslagen haar vormen. Niets is meer uitgesproken waar, er is geen een waarheid en als die er is ligt die eerder in de stilte dan in het woord. Stiltes die ook deze ontmoeting binnen komen vallen. Bedachtzaam en zorgvuldig kiest ze haar woorden . In de comfortzone gebeurd niet veel meer, daar met je buiten blijven. Ik schroom niet om grenzen op te zoeken en mezelf op de pijnbank te leggen, ik word daardoor beter."

Nummers als 'Before The Snow' en 'Newland', een compositie van pianist Marc van Roon, onderstrepen deze spirituele zoektocht. De musici vullen en voelen elkaar goed aan. Op het podium gebeurt iets tussen deze vier mensen. Dat bevestigt maar weer eens waarom deze kunstvorm van muziek beslist in het theaterzaaltje thuishoort en niet in de kroeg. Technisch is het allemaal knap en de muziek laat zich niet gemakkelijk ontrafelen; voor de liefhebber des te boeiender. Ik zit op het puntje van mijn stoel.

Ik vind dat Tineke Postma dat introverte, ingedikte in haar spel is kwijtgeraakt. Ze weet nu met mooie variaties en onverwachte melodische lijnen een boog te spannen, die de pijlen doelgericht ver wegschiet, terwijl ze toch verbonden blijven met de schutter. Bovenal maakt ze bewust contact met haar publiek. Daarin neemt ze een bijzondere en verrassende plaats in binnen het kleine groepje jazzvrouwen in Nederland, zelfs in de wereld, denk ik. Een groep waarmee ze goede banden onderhoudt, getuige de aanwezigheid van niemand minder dan een schitterend zingende Esperanza Spalding op 'Leave Me A Place Undergroud', een muzikale en zeer inspirerende bewerking van een gedicht van Pablo Neruda.

Het concert in de Lindenberg verloopt, evenals het interview pal daarna, ontspannen en geconcentreerd. De zaal zat helemaal vol. Na een staande ovatie volgde een toegift: 'Searching And Finding'. Precies dat is wat deze 32-jarige traveller in 'The Dawn Of Light' doet en waar ze steeds beter in wordt.

(Jo Dautzenberg, 14.4.11) - [print] - [naar boven]





Cd
Bill Evans - 'The Sesjun Radio Shows' (Out Of The Blue, 2011) 2 CD

Opnames: 1973-1979

In de jaren zeventig hadden we het niet zo op de TROS, de zeer populaire familiezender. Maar je moet het ze nageven: ze zonden toch maar wekelijks vanuit Laren - eerst De Boerenhofstede, later Nick Vollebregt's Jazzcafé - geweldige, een uur durende live-jazz radioprogramma's uit. Je kon er ook bij zijn. Dat was nog beter dan met je oor aan de radio te liggen.

Talloze Amerikaanse solisten (begeleid door het kwartet van gitarist Joop Scholten met pianist Rob Franken) en groepen waren in die jaren te beluisteren. Om er enkelen te noemen: George Coleman, Bobby Hutcherson, Dee Dee Bridgewater, Illinois Jacquet, James Moody, Clark Terry en wie al niet!

Gelukkig zijn van die opnamen vele bewaard gebleven. Er is sinds kort een serie dubbel-cd's opgezet, 'The Sesjun Radio Shows', waarvan reeds
Chet Baker en Art Blakey zijn verschenen. De derde in de reeks is van pianist Bill Evans. De presentator van weleer, Cees Schrama, zorgde net als bij de twee voorafgaande releases ook deze keer voor de selectie van het beschikbare materiaal.

Bill Evans speelt op dit dubbelalbum met verschillende bezettingen: duo met bassist Eddie Gomez (1973), trio met Gomez en drummer Eliot Zigmund (1975) en trio met bassist Marc Johnson en drummer Joe LaBarbera, op vijf nummers aangevuld met Toots Thielemans op mondharmonica (1979). Hoewel van Evans een niet te tellen aantal albums zijn verschenen, is dit een welkome aanvulling, vooral gelet op de heldere en transparante geluidsopname, de diversiteit van de bezettingen, de samenwerking met Toots, maar ook vanuit het Nederlands historisch jazzperspectief.

Evans is een romantisch jazzvertolker. Zijn improvisaties zijn meer op de melodie dan op de akkoordenstructuur gericht. Hij soleert zeer harmonieus en helder articulerend. De bassisten in zijn formaties hebben een belangrijke completerende en solerende rol, meer nog dan de drummers. Naast de op deze cd prachtig spelende Gomez heeft Evans veelal zeer competente bassisten om zich heen gehad, zoals Scott LaFaro, Chuck Israels en Gary Peacock.

Op cd 2 speelt de lyrische mondharmonica van Toots Thielemans een hoofdrol. De combinatie van twee virtuoze romantici (Toots en Bill) is een voltreffer en dat alleen al maakt de aanschaf van dit album meer dan de moeite waard.

Labels:

(Jacques Los, 14.4.11) - [print] - [naar boven]





Concert
Een wat stijve tijdreiziger

Pavel Shcherbakov, maandag 4 april 2011, JazzOnMonday, De Spieghel, Groningen

Speelgeil dat die jonge honden zijn! Tien minuten voor sluitingstijd - het publiek heeft zijn biezen gepakt en de warme nestjes al opgezocht, want het college Tripolaire Semantiek 's anderdaags wacht niet en het practicum Irrationele Gausskrommen al helemaal niet, het drumstel is reeds half ontmanteld - zetten twee blazers nog snel even een gospel in. En hup, luttele seconden later staat er weer een bandje te blowen.

De Spieghel mag dan al jaren afgedaan hebben als jazzhol en voornamelijk onderdak bieden aan lokale rock- en reggaebandjes van onduidelijk kaliber, eens per week verzamelen zich nog altijd conservatoriumstudenten in het bovenzaaltje om eens lekker loos te gaan tijdens de JazzOnMonday-sessies. Afgelopen maandag was de Russische trombonist Pavel Shcherbakov in charge en hij had een trio meegebracht, dat verder uit een digitale hammondspeler en een drummer bestond.

Er werd overwegend eigen werk vertolkt, waarvan het nummer 'Tiny Jumps' mij goed beviel. Gebaseerd op 'Giant Steps' bleek het een vreemd soort ingebouwd ritme te bezitten, dat je op het puntje van je stoeltje deed belanden, waarbij je moest uitkijken om niet met bier en al ernaast te kukelen. Die Shcherbakov mag dan de uitstraling hebben van een wat stijve tijdreiziger, afkomstig uit de era van Bill Harris of daaromtrent, een softie is hij niet. 'Too Much Sugar' is een inderdaad geparfumeerde blues, maar wel mannenwerk. Drummer Carmelo Graceffa speelt springerig doch exact en organist Adra Karim leverde bij ontstentenis van een bas de hele avond baslijnen. Ook voor de sessie die op het optreden volgde.

Daar hoorden we onder meer hoe twee tenoristen elkaar tegen het eind van 'Just Friends' vonden, aarzelend aanvankelijk, in een chase die uitmondde in een vliegensvlug contrapuntisch duet. Toen Vasileios Panagiotopoulos vervolgens achter het drumstel plaats nam, zat alles gebeiteld. Zijn dwingende bassbeats en knalharde rimshots, zijn hippe figuurtjes en niet te vergeten zijn onwrikbare gevoel voor structuur dreven de kudde gedwee 'You And The Night And The Music' in, waarbij ieders gedachten als vanzelfsprekend afdwaalden naar de ultieme vraag 'What Is This Thing Called Love'.

(Eddy Determeyer, 14.4.11) - [print] - [naar boven]



   

Cd / The Jazztube
Kepera Trio & Yoram Lachish – 'Levantasy' (Kepera Records, 2011)

Opname: november 2009

Enkele jaren geleden sloegen pianist Rembrandt Frerichs, bassist Tony Overwater en drummer Vinsent Planjer de handen ineen en vormden het Kepera Trio. Hun doel: het doen samensmelten van oosterse en westerse muziek. Met als prettig bijverschijnsel: spelen met musici van heinde en vooral van ver. Op hun eerste album 'Levantasy' is Yoram Lachish te gast, een Israëlische multi-hoboïst, die behalve de hobo ook de althobo, de zurna (een Turkse volkshobo) en de shehnai (een Indische hobo) bespeelt.

Eigenlijk is deze cd hier, op een jazz-georiënteerde website als Draai om je oren, een beetje verdwaald. Weliswaar spelen er drie jazzmuzikanten op mee en slechts één musicus met een andere achtergrond, maar een echte jazz-cd is dit niet. Ook al vermeldt het begeleidend boekje dat de vier heren 'attempt to incorporate the sounds and concepts of middle Eastern music into what's essentially a jazz environment, never losing sight of the ultimate goal, which is to create things of beauty.'

Hmmm, 'jazz environment'? Zeker, er wordt ruimte geschapen voor improvisatie, maar door de plechtige thema's, het overwegend ingehouden musiceren en de stijlvolle arrangementen, komt het album op mij op de eerste plaats over als klassiek(ig)e muziek met een jazzy touch.

Afijn, mooi is de cd zeker, met veel 'leering ende vermaeck'. Ongebruikelijke maatsoorten, exotische instrumenten en beschaafde jazz-improvisatie over oosterse-muziekachtige thema's. Het enige wat je er op tegen zou kunnen hebben, is dat het de genoemde lering ook zo nadrukkelijk beoogt. Als ware het een schoolconcert op cd. Die indruk wordt versterkt door het wat brave, educatieve uiterlijk van het cd-boekje.

In de inleidende tekst daarvan worden de intenties van het Kepera Trio verwoord. Eén daarvan is om met hun muziek alle politiek even te doen vergeten. Het komt een tikje zweverig op mij over, net als de muziek zelf, die zo'n beetje tussen oost en west door fladdert, en alle risico's op haar rug meetorst die vastkleven aan wereldmuziek: ijlheid, vrijblijvendheid, een honger om alles te omvatten, die uitmondt in een halfslachtige poging een kern te raken, een soort cross-over...-anything. En dat zijn risico's die volgens mij ook niet helemaal zonder gevolgen blijven. Het is me allemaal iets te verantwoord, iets te esthetisch en beheerst. Ik mis vuur, gevaar, kortom, échte risico's.

Maar goed, als ik mijn westerse analyseerdrift uitschakel en vervolgens 'Levantasy' opzet, dan zink ik weg in een muzikaal bubbelbad, dat het water constant op een uitermate prettige temperatuur houdt. Je moet jezelf soms ook eens wat gunnen.

Bekijk de Jazztube!
Op zondag 27 februari jl. trad het Kepera Trio & Yoram Lachish op in het Bimhuis voor een aflevering van het VPRO-programma 'Vrije Geluiden'. Klik op de afbeelding linksboven om een live-opname van 'Apadana', een compositie van Vinsent Planjer, te bekijken en te beluisteren.

Labels: ,

(Paul van den Belt, 12.4.11) - [print] - [naar boven]





Concert
Boekweit versus soulfood

Square Orange & Eric Vloeimans, dinsdag 5 april 2011, USVA Theater, Groningen
Jochem le Cointre Trio & Alex Sipiagin, dinsdag 5 april 2011, De Smederij, Groningen

En ik maar denken dat die zogenaamde new age-muziek samen met de niet minder enge millennium bug de eeuwwisseling niet had overleefd. Niets blijkt minder waar: in het USVA Theater bewees de groep Square Orange dat deze gebakken etherische oliën nog springlevend zijn. Volgens de bijsluiter zou deze muziek, die nergens vandaan komt en nergens naartoe gaat, vooral rust geven na een drukke werkdag – ikzelf krijg er een branderig soort uitslag van. Dus zeg nu niet te gauw dat het niet werkt.

Nou, nergens vandaan: je hoorde wel degelijk echo's van de Miles Davis en de Weather Report van de jaren zeventig. Om de sacrale sfeer een beetje op te leuken was trompettist Eric Vloeimans als gast uitgenodigd. Maar ook diens heldere, soms zelfs als een orgel stralende en zingende spel kon de saaiheid van de armoedige vampjes niet maskeren.

Een kilometer verderop was de boekweit vervangen door meer substantiële soulfood. In De Smederij zat ook een groep die een toptrompettist als gastsolist had uitgenodigd. Het trio van de zestienjarige pianist Jochem le Cointre, Prinses Christina Concourswinnaar, speelde de sterren die de orangisten hadden laten hangen behendig van de hemel. Wat werd hier voorbeeldig naar elkaar geluisterd en op elkaar geanticipeerd!

Le Cointre, als een veer gespannen en als een veertje zo licht, hield gezeten tussen de perssinaasappelen en de verbanddoos de touwtjes stevig in handen en zag toe op een ordelijk verloop. Hij staat op goede voet met funky volk als Cedar Walton en Ray Bryant. Bassist Jan Ruerd Oosterhaven wisselde 4/4 walks slim af met ritmische figuurtjes en vrijere passages en drummer Mats Voshol is een dynamische drummer, die perfect accentueert en als een acrobaat met spanning en ontspanning jongleert.

Dat de groep vermoedelijk slechts een vluchtige repetitie met trompettist Alex Sipiagin had gehad, hoorde je aan de manier waarop de liedjes eindigden - via een soort akoestische fade-outs namelijk. Maar waar Square Orange met Vloeimans rond een reukkaarsje had zitten mediteren, veroorzaakte Sipiagin een uitslaande brand. Tijdens de erop volgende jam gooide de trompettist nog wat extra olie op het vuur, zodat hij tijdens 'I’ll Remember April' daadwerkelijk richting zoldering leviteerde.

Even eerder was het al even onvermijdelijke 'Just Friends' al voorbijgekomen, zodat het leek alsof de sessie van 24 uur eerder in De Spieghel gewoon was doorgegaan. Temeer daar twee van de hoofdrolspelers van die jam ook nu weer van de partij waren: trombonist Pavel Shcherbakov en Patxi Valverde, een van Groningens boss tenors. Valverde moet uitkijken dat hij in zijn ongebreidelde enthousiasme de vorm niet uit het oog verliest. Want dan zou hij in de lichtelijk gênante situatie terecht kunnen komen waarin Shcherbakov verstrikt raakte. Halverwege het thema van 'Have You Met Miss Jones' raakte die de draad kwijt. Gelukkig was De Smederij vergeven van de muziekstudenten, zodat de halve zaal in een split second de akkoorden meezong. Kicken, jongen!

Ook kicken: drummer Vasileios 'Apothiki Ecriktikon' Panagiotopoulos, hij weer, die giftig werd toen de blazers niet reageerden op zijn overduidelijke invitaties tot vier-om-viertjes en dus een alles verwoestende tsunami lanceerde op het moment dat Valverde het thema weer wilde inzetten. Net goed.

(Eddy Determeyer, 12.4.11) - [print] - [naar boven]





In memoriam
Ellen Helmus


Ellen Helmus is zaterdag 26 maart na een ziekbed op 53-jarige leeftijd overleden. De fluitiste werkte onder anderen met Cor Bakker, het Rosenberg Trio, maar liet ook internationaal van zich horen, bijvoorbeeld met Georgie Fame. Haar eigen sextet begeleidde Fame op zijn album 'A Portrait Of Chet'.

Helmus (1957) begon haar carrière begin jaren tachtig met de Ellen H. Band, waarmee ze twee cd's maakte. Bij de uitreiking van de Wessel Ilcken Award in 1984 kreeg ze een eervolle vermelding. De fluitiste ging op tournee met het Rosenberg Trio, nam onlangs een cd op met de Limburgse chansonnier Gé Reinders en trad op in onder meer New York en Indonesië. Recent toerde ze met pianist Jan Vayne door Nederland.

Ook gaf ze les op het conservatorium in Utrecht. Verder richtte de muzikante de Stichting Asante Sana op, voor de bouw en het beheer van een middelbare school in Kenia. Ze zamelde daarvoor geld in door jaarlijks een benefietconcert met Nederlandse jazzmusici te organiseren.

(Cees van de Ven, 11.4.11) - [print] - [naar boven]





Concert
Supergroep speelt boeiende composities

Michael Formanek Quartet, woensdag 6 april 2011, SJU Jazzpodium, Utrecht

De primeur was voor het SJU Jazzpodium. Het Michael Formanek Quartet opende een intensieve Europese tournee in Utrecht. Het kwartet is in augustus 2008 tot stand gekomen en heeft inmiddels een, volgens het Amerikaanse jazztijdschrift DownBeat, 5-sterren album 'The Rub And Spare Change' op het ECM-label uitgebracht.

Formanek, die al 35 jaar een veelgevraagd en spraakmakend bassist en componist is, werkt al enkele decennia samen met altsaxofonist Tim Berne, onder meer in Berne's formatie Bloodcount. Ook met de twee andere teamgenoten, pianist Craig Taborn en drummer Gerald Cleaver, heeft hij voorheen veelvuldig samengewerkt. Het viertal kan dan ook als 'supergroep' gedefinieerd worden. Het is dus niet verwonderlijk dat het kwartet een voortreffelijke muzikale eenheid vormt.

In de eerste set werd uitsluitend de muziek van de gelauwerde cd gespeeld. Na de pauze wierpen de vier zich op nieuw materiaal. Formanek zei dan ook vooraf: "Let’s see what happens." Hoewel hier en daar wat onwennig - zoals het lange aarzelen van Berne alvorens het thema in te zetten - viel dat erg mee. Overigens, alle composities komen voort uit de fantasievolle pen van leider Formanek.

De muziek is een combinatie van lange, complexe en gevarieerde uitgeschreven partijen en evenzo lange en vrije improvisaties. Het uitgeschreven materiaal wordt merendeels unisono door piano en altsax secuur en strak uitgevoerd, ondersteund door aanvullende en stuwende ritmische patronen van bas en drums. Zowel swingende passages als chaotische, collectieve freejazz elementen vormen bestanddelen van het geschreven materiaal. Ook schuwt Formanek niet repeterende, minimal music-achtige fragmenten uit te schrijven. Al met al intellectuele hedendaagse jazz, waarin veel aan jazz gerelateerde muziekgenres zijn verwerkt, zonder de specifieke jazzstijlen te verloochenen.

Naast de boeiende en sublieme composities waren de solistische bijdragen van Tim Berne en Craig Taborn van hoog niveau. Berne soleerde met groot gemak, soepel, expressief en origineel interpreterend. Taborn is een inventieve pianist, die muzikaal en eigenzinnig begeleidt en virtuoos improviseert, met hedendaagse jazzlijnen.

Dit superkwartet is nog twee keer in Nederland te zien en te horen: vanavond bij Jazzpower in Wilhelmina in Eindhoven en op zondag 17 april in het Bimhuis in Amsterdam. Mis het niet!

Klik
hier voor een fotoverslag van dit concert door Maarten Jan Rieder.

(Jacques Los, 11.4.11) - [print] - [naar boven]





Cd
Bill Coleman & Don Byas – 'At Théâtre Bel-Air, Lausanne 1949' (TCB, 2010)

Opname: 11 februari 1949

Het applaus dat op de aankondigingen volgt, zegt veel over de Europese jazzscene anno 1949. 'St. James Infirmary', 'How High The Moon', 'Hey-Ba-Ba-Rebop' en 'St. Louis Blues' krijgen het meest enthousiaste onthaal. Dixieland, bebop, Lionel Hampton en dixieland, zo lag de zaak erbij.

'Der hervorragende Neger-Trompetist' Bill Coleman was geen onbekende in Europa. Al in 1933 trad hij in Frankrijk op, als lid van het Lucky Millinder-orkest. Twee jaar daarna vestigde hij zich in Parijs. Gedurende de Tweede Wereldoorlog zat hij weer in New York en het zal een ontnuchterende ervaring zijn geweest om na zijn verblijf in de hippe ensembles van Sy Oliver en Billy Kyle in 1948 in de van dixieland doordrenkte Oude Wereld terug te keren. Hij was een swinger pur sang, een soort Roy Eldridge zonder diens branie en neigingen richting stratosfeer. Een mooie heldere sound had hij – maar de show wordt hier toch duidelijk gestolen door tenorist Don Byas, ook al zo'n nestvlieder.

Byas waagt zich hier aan 'Body And Soul', dat collega Coleman Hawkins zich (na diens terugkeer uit Europa in 1939) had toegeëigend. Waar de Hawk als een dandy flaneerde, deze en gene dame een buiginkje of een knipoog gunnend, sluipt de Don met soepel verende tred over de boulevard. Zoals 'Body And Soul' bij Hawkins hoorde, zo was 'Laura' van Byas zelf. Zijn aantrekkelijke ronde geluid komt hier het best tot zijn recht. Overigens pakt Byas in het epigrammatische 'How High The Moon' onbeschaafd uit. Alsof de wereld aan één Illinois Jacquet niet genoeg had.

Labels:

(Eddy Determeyer, 9.4.11) - [print] - [naar boven]





Concert
Virtuositeit met een kwinkslag

Stefano Bollani, zaterdag 19 februari 2011, Bimhuis, Amsterdam

Een briljante speler en zo nu en dan een nar die in volkstoneel niet zou misstaan. Zo wordt de Italiaanse pianist Stefano Bollani vaak gekarakteriseerd. In zijn optreden in een uitverkocht Bimhuis op 19 februari maakte hij zijn naam in beide opzichten waar. Voor de pauze speelde hij eigen werk, na de pauze een mix van stijlen waar hij faam mee heeft verworven. In het tweede deel stak Bollani ook de draak met van alles en nog wat. Hedendaags volkstoneel in een jazzy outfit. Grappig, of net niet meer?

Een paar jonge mannen staan op een kluitje op het podium. Ze wijzen giechelend naar een poster van Bollani. Alsof ze hem kennen. Even later gaan de lichten uit en klinkt applaus. Bollani en zijn makkers komen het podium op. En jawel, het zijn de mannen van zojuist: Mirko Guerrini (saxofoon), Nico Gori (klarinet), Stefano Senni (bas) en Cristiano Calcagnile (drums). Verder blijven de grappen en grollen in de eerste akte vrijwel achterwege. Bollani kruipt meteen achter de piano. Een paar tonen, herhaling, het begin van een melodie. Het is alsof de muziek wordt aangeroepen. De rest van het kwintet valt bij en er volgt een uitgebalanceerde mix van samenspel en wervelende solo's. De mannen zijn aan elkaar gewaagd. Ongetwijfeld waren er ook sterke harmonielijnen te horen, maar die zijn aan me voorbijgegaan. Mijn oren zitten nog in het beginnersklasje. Soms fluit Bollani mee. Dat hoor ik dan weer wel. En dat swingt de pan uit, zeker als de heren elkaar opzwepen.

Dan een paar langzame noten. Verstild, en heel erg spannend. Wat zal de volgende noot zijn? Lang hoef je daar niet over na te denken. Bollani vindt dat de spanning lang genoeg geduurd heeft en laat de trein weer swingen. Hup, het tempo omhoog, sterke akkoorden in de linkerhand en ritme erbij. De pianist gaat staand spelen en gooit nog meer ritme in de strijd. Zittend spelen, dat is voor watjes. Als een zwetende kolenschepper laat hij de locomotief dampen. Swingen moet die trein. Het publiek kan nu af en toe zelfs rekenen op een grapje en vlak voor de pauze komt de komiek in hem op stoom. "We speelden nu vooral eigen composities van onze cd 'I Visionari'. Vond u er niets aan? Blijf dan vooral, want na de pauze spelen we iets totally different."

Die belofte maakt hij waar. In de tweede set klinkt de muziek waarmee Bollani in het ensemble van de Italiaanse avant-garde trompettist Enrico Rava faam heeft vergaard. Ook nu weer knopen de mannen met het grootste gemak een thema van Beethoven aan een liedje van de Beach Boys, om vervolgens met ragtime de entertainer wakker te kussen en daarna de loftrompet te steken over Prokofiev (hulde aan de recensenten die al deze stijlen wel herkennen). André Rieu zou het een medley noemen, maar in de pastasaus van Bollani blijf je de tomaten, winterwortel en bleekselderij wel proeven.

In de tweede set geeft Bollani zijn harlekijn vrij spel. Met al het drama dat Italianen in de genen lijkt te zitten, steekt hij wat de draak als zijn maten hun kunnen tentoonspreiden. En bij een solo van de drummer neemt Bollani het voortouw om met zijn muziekbroeders wat te gaan klieren. Is dit ook nog volkstoneel, of zien we hier een genie die wat verveeld is geraakt van zijn eigen speeltjes, hoe briljant ook? In de toegift draait het gelukkig wel weer om de muziek. Modern, creatief en soms visionair.

(Heleen van Tilburg, 8.4.11) - [print] - [naar boven]





Cd
POW Ensemble - 'Continuum' (X-OR Records, 2010)


Luc Houtkamps POW Ensemble blijft met grote regelmaat nieuwe wegen inslaan en de resultaten zijn altijd de moeite waard. Als componist en improvisator zoekt Houtkamp naar structurele vernieuwingen die de relatie tussen gecomponeerde elementen en improvisaties interessanter kunnen maken.

'Continuum' is een opname van twee projecten. Het eerste, 'Uiterste Staat' uit 2009, bestaat uit drie delen en is geschreven voor twee computers en elektrische gitaar. De improvisaties worden deels aangestuurd door de computersoftware. De opzet is dat extremen aan elkaar worden gekoppeld en leiden tot een virtuoze, snelle uitwisseling van klanken. Mooi, verfijnd gitaarwerk van Wiek Hijmans staat tegenover soms grof elektronisch geweld van de computers. Het laatste deel heeft iets ouderwets en doet denken aan de avant-garde rock uit de jaren tachtig.

'BoXof BriX', het tweede, meest recente project, bestaat uit vier delen en wordt uitgevoerd door een sextet, dat door zijn bezetting - altviool, cello, dwarsfluit en clavecimbel - associaties met de barokmuziek oproept. Ook hier spelen de computers en de live-elektronica een belangrijke rol. De eerste drie lange, zeer verschillende opgebouwde delen bestaan uit gecomponeerde stukken, die via tekens (met delen voor solo-instrumentalist, duo's en trio's) en wederom aangestuurde improvisaties aan elkaar worden verbonden. Er zijn grote contrasten, zoals vriendelijke samples, stevige improgrooves en een vrolijk kinderliedje van Han Buhrs, dat de basis van het vierde deel vormt. Even horen we Houtkamp flink tekeer gaan op de altsax, terwijl we hem de laatste jaren vooral achter de computer hebben gezien. Een belangrijke rol is weggelegd voor de stem van fluitist/computerbespeler Guy Harries, met zijn formeel gezongen Engelstalige teksten.

De soms ongemakkelijke combinatie van live-elektronica, samples en akoestische instrumenten is vaak verrassend en altijd interessant. Houtkamp weet ons muzikaal referentiekader te verbreden.

Meer horen?
Op de
homepage van het Radio 6-programma 'Café Sonore' kun je twee stukken van deze cd beluisteren: 'Part I' van 'Box Of Brix' en 'La Danse Estropiee' van 'Uiterste Staat'.

(Ken Vos, 8.4.11) - [print] - [naar boven]





Concert
Sinas vooral ongecompliceerde feestband

vrijdag 1 april 2011, USVA Theater, Groningen

Drie slagwerkers zijn geen overbodige luxe, wanneer je je zoals Sinas bezighoudt met panplanetaire percussiemuziek. De hobbelige ritmes van 'Turkish Wedding' klinken heel naturel door een slimme taakverdeling tussen drumkit, conga's en timbales. Maar het blijft natuurlijk een precaire opzet: soms vloeit al dat slagwerk ook ineen tot een massieve, non-descripte klont herrie.

Sinas is eerst en vooral een ongecompliceerde feestband; danslustigen hebben hier, mede vanwege bassist Hassie Dune, die onvermoeibaar toffe beats oppompt, niets te klagen. De belangen van de pure luisteraars worden evenwel uit het oog verloren. Ondanks zijn indrukwekkende staat van dienst (New Cool Collective Big Band, Cubop City Big Band, Raise The Roof) maakte saxofonist Wouter Schueler, oprichter en leider van de groep, in het USVA Theater weinig indruk. Een soort Hans Dulfer, maar dan zonder diens sound en praatjes. Trompettist Rob van de Wouw startte zijn solo's veelbelovend, met een ferme, heldere attack, maar liep vervolgens steevast vast in weinigzeggende loops en flauwe echo's. De enige solist met een verhaal was gitarist Jan Willem Oostenrijker.

Een makke is dat Sinas nauwelijks interessante liedjes te bieden heeft – uitgezonderd het al genoemde 'Turkish Wedding', dat terecht veel airplay heeft gekregen. Vergeleken met Bongomatik, dat een paar weken eerder in dezelfde ruimte optrad en een vergelijkbare oriëntatie bezit, is het hier armoe troef. Meer melodie graag en minder modieuze modems en modulators.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Willem Schwertmann.

(Eddy Determeyer, 7.4.11) - [print] - [naar boven]





Nieuws
April: jazzmaand in Nijmegen


Tien jaar na het verdwijnen van het legendarische podium O42 in Nijmegen begint zo geleidelijk aan het gat dat daarmee ontstond, opgevuld te raken. Organisaties als het Muziekenhuis, stichting Jazz & Impro Nijmegen (JIN) en East of Eastern laten de jazz en improvisatiemuziek weer leven in Nijmegen. Michiel Braam heeft zijn kantoor en thuishaven weer naar Nijmegen gehaald. En ook dat wordt gevierd.

Het aanbod is veelzijdig. Neem nu de maand april: zes concerten, een festival en de concertreeks Jazz@Lib, waarin de Godfathers van de Nederlandse jazz- en geïmproviseerde muziek worden gecombineerd met toonaangevende musici uit de huidige generatie. Zie de gloednieuwe site NWGLD (Nieuw Geluid Gelderland).

De JIN brengt vanavond in haar serie 'jazz confrontations' vanavond het Duitse trio You Are So Me met Jan Klare op saxen en in haar serie 'local heroes' het kwartet van Philipp Rüttgers, een geweldige pianist en componist, waar we nog veel van zullen horen. De JIN is trots een van de boegbeelden van de Nederlandse NU-Jazz te presenteren: Monsieur Dubois. Deze band, die hevig aan de weg timmert als het gaat om dansbare jazz, zal haar nieuwe cd 'Slow Bombastik' presenteren.

En er wordt samengewerkt. Muziekenhuis en JIN brengen Lumisokea, semi-gecomponeerde muziek, soundsculpturen en pompende ritmes. Lindenberg, Muziekenhuis en JIN presenteren Michiel Braam's Hybrid Tentet. Tot slot in Lux Square Orange van Bob van Luijt met als speciale gast Eric Vloeimans. In de Jazz@Lib samenspraak en samenspel van Anton Goudsmit en Han Bennink.

Ook het programma van het jazzfestival East of Eastern op tweede paasdag is om te smullen. Je vindt er namen als Dimami, Tineke Postma, Simin Tander, Barnicle Bill, Talking Cows en vele anderen. Klik hier voor meer programma-informatie.

Kortom, Nijmegen en de jazzliefhebbers in de wijde omtrek kunnen tevreden zijn. Jazz, geïmproviseerde en nieuwe muziek leven in Nijmegen. En hoe!

Kijk voor meer informatie over bovenstaande concerten ook op de website van JIN.

(Maarten van de Ven, 7.4.11) - [print] - [naar boven]





Cd
Bram Stadhouders - 'The Ship Comes' (eigen beheer, 2009)


Bram Stadhouders is inmiddels meer dan een jonge, veelbelovende gitarist uit het zuiden des lands. Door middel van projecten met onder meer Jim Black werkt hij zich langzaam naar de top van de afwijkende, want verassende, muziek. Zijn 'The Ship Comes' is een plaat met muziek die maar moeilijk te categoriseren valt. Er zijn invloeden van jazz, flamenco, folk en prog-rock te horen en de muziek lijkt vooral een serie soundscapes te zijn. Het niveau is echter consistent hoog, zodat classificering slechts bijzaak is.

Het meest opvallend zijn de scherpe, goed uitgevoerde solo's van de leider, met net genoeg echo om het ijzig te laten klinken en net te weinig om tot smakeloosheid te vervallen. Ergens doen ze denken aan David Gilmour midden jaren zeventig. Daarnaast vallen het sterke spel van Harry Cherrin en Santiago Botero op. Cherrin op fluit en sax kan niet altijd stralen, omdat dit het atmosferisch effect zou doorbreken, maar wanneer hij de ruimte krijgt, is het resultaat uiterst bevredigend. Botero, wiens gestreken bas af en toe de gitaarpartij ondersteunt, zet de boel goed onder spanning en zorgt voor een aantal van de meer onheilspellende passages.

Het enige waar vragen bij gesteld kunnen worden is de mix. Die is soms zo compact dat het moeilijk is vast te stellen wat er te horen is, op de gitaar na. Daardoor voelt de plaat soms wat massief. Pas na een aantal luistersessies is het soms duidelijk dat iets een saxofoon is en geen computereffect. Dat is jammer, want hoewel dit het geheel ten goede komt, wordt het individu daardoor soms wat tekortgedaan. Toch is dit een uiterst smaakvolle plaat, die iedereen met een voorliefde voor spannende muziek zal waarderen.

Meer horen?
Op
last.fm kun je van dit album de track 'The Center Of A Valley With Soft Rain' gratis downloaden.

(Sybren Renema, 6.4.11) - [print] - [naar boven]





Concert
Watch his dancing shoes

Peter Beets Trio, dinsdag 22 maart 2011, Jazz on the Roof, Schunck*, Heerlen

Parelend zweet op het voorhoofd, turbo speed in de vingers, een vrolijke grimas trekkend over de gehele vleugellengte, netjes in het pak gestoken. Oscar Peterson, Chopin en de blues in de roerbakpan: Peter Beets maakt er chocola van. Ontspannen, grappend, maar vooral beklemmend goed stuwt het trio onder Beets' leiding voort. De noten vliegen je om de oren, alleen al van de maat meetikken schiet je in een kramp. Op het puntje van je stoel volg je de escapades van deze wereldpianist. Hij gooit alles erin wat hij te bieden heeft en doet dat met veel humor, overtuiging en wilskracht. Onconventioneel stampt hij de maat luidt mee met zijn glimmende lakschoenen op de hardstenen vloer.

De film 'The Pianist', de ballroom, het Poolse landleven, de ingetogen nouvelle, gecombineerd met de swing, de dubbele swing, de driedubbele swing... Ebke Zonderland, toch ook niet de eerste de beste, komt voorbij met een driedubbele schroef en nog een salto achterwaarts. De rasbegeleider in Beets komt helemaal los van de Hilversumse visschoteljazz en laat het sjoebidoebadaba-gezang ver achter zich. Op een lenteachtige zondagnamiddag heeft hij verzonnen om de diepe en genuanceerde Poolse Chopin maar eens te gaan kruisen met de cotton fields & the blues. "Why not?", dacht hij. Naar blijkt: een gouden greep in het langzaam in kommer en kwel wegkwijnende jazzlandschap. "Een soortement nieuwe insteek in B mineur zogezegd," zou Peter met twinkelende pretoogjes zeggen.

Het toegestroomde pianominnende publiek komt tijdens de cross-over in het Schunck* café geheel aan zijn trekken. Tussendoor legt hij in korte tussentekstjes uit hoe het stuk zoal in elkaar steekt, om vervolgens het publiek in verwondering achter te laten en met zijn maten te gaan surfen in de branding van de jazz. Op de achtergrond dansen de grote kleurrijke ronde figuren van Niki de Saint Phalle mee; ze zijn tijdelijk in Schunck* neergestreken om aan de mensen uit te leggen dat echte vrolijkheid alleen maar voort kan komen uit of in bevrijding; het zelfde vlak waar ook de romantische Chopin en de true-blue feeling elkaar toucheren.

Op complete waanzin of een Poolse landdag draait het bij dit trio niet uit, want ze weten wat ze doen, kennen elkaar door en door en vergeten geen moment dat ze - een voor allen, allen voor een - aan het performen zijn. Vriend en vijand zijn het eens over de energie en kwaliteit van dit concert. Een staande ovatie klinkt door een galmend Glaspaleis, het biertje na afloop smaakt hen goed. De ogenschijnlijk coole Beets komt langzaam tot bedaren. De tot op het bot getergde vleugel heeft de krachtproef doorstaan en kraakt nog minzaam na. Echte Hollandse jongens zijn het (wat heeft dat er nu mee te maken?). Sommige mensen werken keihard, veroveren lachend de wereld en oogsten alle lof, mensen zoals 'ons' rekstokwonder Ebke Zonderland en als 'onze' Edisonwinnaar Peter Beets. Kortom, geheel in de traditie van de roerbakpan gesproken: dit was een leuk en leerzaam concert van een gewone virtuoos. Bluesy, jazzy, Chopy. "Watch his dancing shoes," roept Nat King Cole...

(Jo Dautzenberg, 5.4.11) - [print] - [naar boven]





Cd
Bachelor Beats - 'One Vision Of The Queen' (Square Cloud Music, 2009)


Bachelor Beats is een initiatief van de altijd onvoorspelbare percussionist Hans Hasebos, die hiermee een nieuwe brug slaat tussen de pop en de jazz. Het project heeft niets van doen met het populariseren van de jazz, veeleer met het muzikaal uitdagend maken van popachtige vormen met behulp van jazztechnieken. Op de website van Bachelor Beats zijn de songteksten te lezen, maar die zijn soms ook geheimzinnig en moeilijk te volgen. Voor de muziek geldt dat zeker niet. Die doet het meeste denken aan avant-rock, zonder gedateerd te klinken. Het sextet wordt gevormd door een combinatie van nieuwe talenten en gevestigde namen. Tot de eerste groep behoren gitarist Jerôme Hol en drummer Salle de Jonge. Basgitarist Pieter Douma, accordeonist/pianist Pieter Jan Cramer, vocaliste Kristina Fuchs en uiteraard de leider hebben hun sporen verdiend in bands die iets met jazz te maken hebben en tegelijk genre-overschrijdend zijn.

Het popdeel van Bachelor Beats bestaat vooral uit het strakke ritme, dat soms funky klinkt. Dat element wordt aangenaam opgewaardeerd met mooi afgemeten en getimed solowerk van Hol, Hasebos (vibrafoon en sopraansax) en Cramer (accordeon). Jerôme Hol is in ieder geval een gitarist om in de gaten houden. De zang van Fuchs is, zoals we van haar gewend zijn, mooi gearticuleerd, en één stuk zet ze zelfs in met jodeleffecten, die toch subtiel klinken. Het album klinkt ondanks de expliciete vormen tegelijk speels en muzikaal integer, verfrissend in deze tijden. Een leuke bijzonderheid van de
website van de band is de extra song met zang van Bob Fosko in streaming audio, die niet op de cd is terechtgekomen.

Meer horen?
Op de Myspace-pagina van Bachelor Beats kun je van dit album de volgende tracks beluisteren: 'Mammalmam', 'One Vision Of The Queen' en 'Professor Moriba'.

(Ken Vos, 5.4.11) - [print] - [naar boven]





Concert
Marshall Allen zit gewoon op een andere planeet

Cinema Soloriens & The Cosmo-Drama, zaterdag 19 maart 2011, 4AD, Diksmuide

Fantastisch toch, dat een figuur als Marshall Allen, een van de laatste nog levende en musicerende space troopers van Sun Ra's legendarische Arkestra, op gezette tijden naar deze contreien afreist om zijn kosmische performance te laten horen. In de klauwende schaduw van de IJzertoren dan nog.

Allen doet het nog steeds doet met multi-instrumentalist/filmmaker James Harrar en gelegenheidspercussionist Eric Thielemans, een van de weinige Belgische muzikanten die vrij genoeg speelt om die muzikanten tegemoet te kunnen treden. De films van Harrar alleen al – een combinatie van Barbarella, Nicolas Roeg en fout uitgedraaide arthouse-kortfilms vol wazige repetitieve shots, rituele mystiek en de obligate blote reet – volstaan om de gemiddelde kijker in hogere sferen te brengen. De muzikale en verbale invulling was zo mogelijk nog geschifter.

Onze muzikale held uit Sun Ra's orkest was dan wel de in 1995 overleden John Gilmore, maar er zijn nog een paar kleurrijke figuren actief. Terwijl trombonist Julian Priester opdook bij Chicago drummer Mike Reed en dronekoningen Sunn O))), is ook Allen een original die op zijn 86e (!) nog erg kwiek zit te spelen. In tegenstelling tot de twintig jaar jongere Arthur Doyle, die een paar weken geleden nog een schrijnende show speelde als een fysiek en mentaal wrak, weet Marshall duidelijk waar hij mee bezig is. Hij zit gewoon op een andere planeet, experimenterend met muziek die uit een eigen traditie lijkt te stammen.

De altsax liet hij bijna de hele show voor wat hij was, om in plaats daarvan te rotzooien met een speelgoedkeyboard en een EWI (een elektronisch blaasinstrument, waarvan de sound gemanipuleerd kan worden tot science fiction-proporties), terwijl partner Harrar het deed met klarinet, bamboefluit, altsax en allerhande speeltjes. Het was een festijn voor de liefhebbers van de vreemdste instrumenten en outsider music. Harrars declamaties bij de beeldensoep leken ook het gevolg van te veel hallucinogene drugs: onsamenhangend geneuzel over de aarde, de planeten en de kosmos.

Thielemans deed zijn best om de platgetreden paden te ontwijken met een rusteloze ondersteuning, die te nergens te dominant was. Eigenlijk was er slechts één echte climax, toen de drie naar het einde van de set steeds intenser gingen spelen en bouwden aan een forse freak-out. Op dat moment kwam ook voorprogramma Dans Dans vanuit de coulissen om de herrie nog uitzinniger te maken. Het maakte het slotkwartier ook overbodig. Gelukkig kreeg je op het scherm te zien wat een losgeslagen evenementen Sun Ra's concerten waren in 1968: happenings vol wild in het rond dansende muzikanten en Nubische schoonheden.

Geen idee of dit naar de normen van deze heren nu een geslaagde performance was of niet. Het was alleszins een belevenis die schipperde tussen 'indrukwekkend' (een paar keer), 'irritant' (idem) en 'ronduit verwarrend' (zowat de hele show). Er staat nog steeds aardse beperking op Allen & co., dus space is nog steeds heel erg the place. Waar het dan allemaal over ging? Alles. En misschien ook niets in het bijzonder. Kan het iemand wat schelen? Far out, maaaan.

Deze recensie verscheen eerder op Goddeau.com

Een paar dagen eerder deed Cinema Soloriens & The Cosmo-Drama het Tilburgse jazzpodium Paradox aan met een even verzengende als intense show, mede dankzij de prima bijdragen van gastgitarist Jasper Stadhouders. Klik hier om te kijken naar een fotografische impressie van deze avond door Cees van de Ven.

(Guy Peters, 4.4.11) - [print] - [naar boven]





Nieuws
Martijn Vink stopt als drummer bij The Ploctones


Na zes intensieve en zeer succesvolle jaren met The Ploctones gaat drummer Martijn Vink de groep verlaten. Hij gaat zich richten op meerdere andere projecten, waaronder ook diverse mogelijkheden in het buitenland, om zich zo muzikaal nog breder te ontwikkelen. Door de volle agenda van The Ploctones was er tot dit moment weinig ruimte voor deze projecten.

Vink heeft aan de wieg van de groep gestaan en neemt met pijn in het hart afscheid. Samen met de andere bandleden (saxofonist Efraïm Trujillo, gitarist Anton Goudsmit en bassist Jeroen Vierdag) is hij ontzettend trots op de plaats waar The Ploctones nu staan. Alleen al in de afgelopen vier jaar speelde hij met The Ploctones 124 concerten in Nederland en 19 in het buitenland. Vier keer trad hij met het kwartet op voor de nationale tv.

The Ploctones brachten samen met Martijn Vink twee cd's uit, waarvan er inmiddels 8500 zijn verkocht. De drummer is nog wel te horen op de nieuwe, derde cd van The Ploctones, die vanaf 29 april te koop is. Zijn opvolger zal op zaterdag 14 mei gepresenteerd worden tijdens de officiële cd-release party in de Melkweg, Amsterdam.

(Jacques Los, 4.4.11) - [print] - [naar boven]





Cd
Simin Tander – 'Wagma' (Neu Klang Records, 2011)


De in Nederland woonachtige Duits Afghaanse vocaliste Simin Tander is al enige tijd geen onbekende meer in de nationale en internationale jazzscene. Succesvol verovert ze steeds meer podia tot ver over de landsgrenzen. Verwachtingsvol werd dan ook uitgekeken naar haar debuutalbum 'Wagma', dat afgelopen vrijdag verscheen bij het Duitse Neu Klang Records en in Nederland wordt gedistribueerd door Challenge.

Het album bestaat zowel uit bestaande composities, zoals het fraaie 'The Windmills Of Your Mind' en 'River Man', als eigen werk wat rijk is aan oriëntaalse invloeden. Tander zingt in verschillende talen. In de titelsong 'Wagma' (wat ochtenddauw betekent in het Pashtoe ) zingt ze in haar eigen fantasietaal. Dat zegt iets over het enorme improvisatietalent van Tander. Het improviseren gaat bij deze zangeres heel vanzelf en natuurlijk. Ze toont lef en is vindingrijk in haar improvisaties en ook tekst brengt ze met volle overgave.

De indrukwekkende flow en intimiteit die ze bij haar live performances weet te creëren, heeft Tander met haar band ook weten vast te leggen op deze release. Dat is een groot compliment waard! Ook bij het beluisteren van dit fraaie album word je geraakt en meegenomen door de verhalen die Tander met haar muziek vertelt. Ze zingt heel intiem en dichtbij, met een grote variatie in klankkleuren en stijlen. Van heel precies en ingetogen melancholisch tot blijmoedig, uitbundig en lyrisch.

Simin Tander heeft zich omringd met drie uitstekende muzikanten, waar ze een hecht collectief mee vormt. Pianist Van Vliet soleert sterk en is met zijn lyrische spel ook een meester in het creëren van ambience; het lijkt Tander vleugels te geven. Etienne Nillesen hanteert zijn slagwerk op een inventieve en alerte manier, wat resulteert in rijk en origineel spel. Bassist Cord Heineking is wendbaar in zijn spel en zorgt voor cohesie in het geheel.

De combinatie van het beheersen van een uitstekende techniek en het hebben van een groot improvisatietalent maakt Tanders muziek overstijgend. Met haar veelzijdigheid neemt zij een unieke positie in de Nederlandse jazzvocalisten-scene in. 'Wagma' is een bijzonder en verfrissend album en zal zeker aanslaan bij een publiek dat zich graag laat verrassen door de grote diversiteit en authenticiteit van Tanders muziek. Klasse!

Meer horen?
Klik
hier om samples van dit album te luisteren.

(Koen Scherer, 4.4.11) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...






Menupagina's:

Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Neerpelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.