Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 


  

Concert
Klassieke verstilling en monolithisch gitaargeweld

Castel/Van Damme Quartet & Clemens van der Feen Band, Young VIPs Tour, vrijdag 18 februari 2011, USVA Theater, Groningen

Wat is het gezicht van de Young VIP in jazz anno 2011? Als je onze nationale soul- en jazzzender Radio 6 moet geloven, maakt die een slap soort funky popmuziek, die niet slecht scoort als muzak voor supermarkten en in de al even spreekwoordelijke hotelliften. De programmeurs van de vaderlandse jazzpodia hebben er een ietwat andere kijk op. Ieder jaar wijzen die twee jonge, veelbelovende groepen aan, die een reeks optredens aangeboden krijgen op die podia. Momenteel reizen het Castel/Van Damme Quartet en de Clemens van der Feen Band het land rond. Die duiken duidelijk dieper dan de 'hippe' jazz van 6.

Ik stel me zo voor dat Tierry Castel, pianist en componist, zeker zo vaak Claude Debussy op heeft staan als Stevie Wonder. Om van Wolfgang A. Mozart ('Salzburg Syndrome') nog maar te zwijgen. Hij houdt zich aardig staande op het slappe koord tussen bedacht en bedachtzaam. Sommige van zijn stukken hebben een etude-achtig karakter. De muziek van het kwartet is zorgvuldig vormgegeven. Een enkele keer slaagt de groep er niet in die tot leven te wekken, maar drummer Mark Schilders verlevendigt de boel met ter zake doende roffeltjes en ritseltjes. Denk: Paul Motian. De samenwerking tussen de pianist en bassist Sven Happel is voorbeeldig. Jasper van Damme's koele sax past ook goed in deze verfijnde aanpak. De sopraan zal bij hem nooit schel of vals klinken. Enfin, alles is nog eens na te luisteren op 'Argentinian Freakshows', de cd die het Castel/Van Damme Quartet onlangs heeft uitgebracht. Het begrip 'luisterliedjes' heeft bij deze band een nieuwe inhoud gekregen.

Heter ging het er aan toe bij het optreden van de Clemens van der Feen Band, na de pauze. Die heeft de makke dat gitarist Jesse van Ruller, meer VIP dan Young, alle aandacht naar zich toezuigt. Zijn soli zijn monolithisch en betoverend, hebben geen begin of einde. Maar je kunt je voorstellen dat zijn tomeloze energie de rest van de groep meesleurt. Waarbij ik dan wil aantekenen dat ik pianist Harmen Fraanje te weinig solistisch hoorde. Wél opvallend was diens samenwerking met de gitarist. Nergens zaten ze elkaar in de weg - wat makkelijk had gekund - integendeel: de twee bepaalden eendrachtelijk de totaalsound.

Het merendeel van de composities is van de hand van de leider. Ze zijn gebaseerd op basloopjes en -verhalen, die je zou kunnen interpreteren als routebeschrijvingen voor de sidemen. Zoals Tierry Castel zijn inspiratie zoekt bij de grootmeesters van de klassieke muziek, zo heeft bassist Van der Feen de hele jazz- en rocktraditie (en de helft van de klassieken) tot zijn beschikking.

Drummer Flin van Hemmen, die het hele optreden betrouwbaar als een Stork-stoommachine uit 1878 had gewerkt, schakelde in 'The Devil’s Dilemma' over op een soort vertraagde New Orleans-street beat. Ook dat is allemaal terug te horen op een nieuwe cd, 'High Places'. Op één track speelt harmonica-icoon Toots Thielemans een riedeltje mee. Jammer dat hij in de uiteindelijke mix wat achteraan terecht is gekomen. Alsof hij voor straf in de hoek moest staan. En zó erg was het toch ook weer niet.

Op maandag 21 januari jongstleden deed de Young VIPs Tour café Wilhelmina in Eindhoven aan (Jazzpower). Cees van de Ven maakte daar foto's van de concerten van het Castel/Van Damme Quartet en de Clemens van der Feen Band. Mark Schilders verving in de Van der Feen Band Flin van Hemmen. Klik
hier om ze te bekijken.

Meer weten?
Meer informatie over de Young VIPs Tour 2011 en de komende speeldata vind je hier.

(Eddy Determeyer, 27.2.11) - [print] - [naar boven]





Cd / Terugblik
Dimami & Joost Buis - 'Shadow Of A Cloud' (Morvin Records, 2010)


Dimami is een band die nog steeds niet de bekendheid geniet die hij verdient. Bassist Dion Nijland, drummer Makki van Engelen en saxofonist Miguel Boelens maken met z'n drieën muziek die stilistisch verfrissend en moeilijk te plaatsen is, maar wel solide in elkaar steekt en de jazztraditie verder uitbouwt. Met trombonist Joost Buis als gast ligt het accent meer dan op de drie eerdere albums op vrije improvisaties, maar de uitwisselingen tussen de musici hebben dan ook duidelijk een melodieus karakter. De meeste gecomponeerde thema's zijn van Nijlands hand en hebben een typische jazzswing. De korte, spontaan geïmproviseerde stukken zijn opgezet als heldere soundscapes, die ook wel elk een eenduidige karakter hebben.

Er wordt strak en toch swingend gemusiceerd zonder overbodige versieringen, je zou haast zeggen typisch Nederlands. Het werk van Nijland doet door zijn vocabulaire sterk denken aan dat van Mingus, misschien geen toeval omdat het beiden bassisten zijn. Het enige stuk van Boelens, 'Dimami Special', is trouwens ook een hard swingend postbopstuk. Een in deze context onverwachte track is 'Blues?' van Joop van Erven, inderdaad een amusante namaak-blues.

De aanwezigheid van Buis geeft de band uiteraard een breder en gevarieerder geluid, maar heeft ook als effect dat de eigen, flexibele sound van Dimami wat logger wordt. Buis draagt ook het titelnummer bij, een compositieopdracht van het Fonds Podiumkunsten, dat als laatste van het album een referentiepunt is voor de eerdere vrije improvisaties. Een mooie productie met een breed palet.

Meer horen?
Op de
Myspace-pagina van Dimami kun je luisteren naar vier tracks van dit album: 'Zwalken', 'Cloud Seeding', 'Givet' en 'Borstkrabbel'.

Op maandag 10 januari jongstleden gaf Dimami samen met Joost Buis een geïnspireerd en gedreven concert bij Jazzpower in Wilhelmina, Eindhoven. Cees van de Ven maakte een fotoverslag. Klik hier om het te bekijken.

(Ken Vos, 26.2.11) - [print] - [naar boven]





In memoriam
Frans Elsen


Jazzpianist en jazzdocent Frans Elsen is op woensdag 23 februari in Den Haag op 76-jarige leeftijd overleden.

Frans Elsen (geboren op 28 mei 1934 in Den Haag) behoorde in de jaren vijftig tot de eerste moderne jazzpianisten van Nederland. Vanaf de jaren zeventig speelde hij ook een belangrijke rol in de ontwikkeling van het jazzonderwijs aan de Nederlandse conservatoria.

Hij begon als zevenjarige met pianospelen en doorliep tussen 1952 en 1958 het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. In diezelfde periode begon hij op te treden met allerlei jazzformaties. Met zijn eigen kwartet maakte hij in 1955 en '56 opnamen voor de lp's 'Jazz Behind The Dikes', volumes 2 en 3. In 1953 had hij al meegewerkt aan de 'Jazz At The Kurhaus'-lp's. Vanaf 1956 maakte Elsen ook geregeld platen met onder anderen het Peter Schilperoort-kwartet, Ann Burton, Greetje Kauffeld, Ferdinand Povel en het Metropole Orkest. Een van zijn laatste albums dateert van 2006: 'As Long As There's Music' met gitarist Axel Hagen.

In de loop der jaren werkte Frans Elsen met tientallen grote namen uit de Amerikaanse jazz, onder wie Barry Harris, Phil Woods, Zoot Sims, Stan Getz, Art Farmer, Oliver Nelson, Donald Byrd, Clark Terry, Thad Jones, Chet Baker en Ben Webster.

Vanaf het begin in 1979 was hij nauw betrokken bij de jazzopleiding aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Meerdere generaties Nederlandse jazzmusici hebben daar bij hem gestudeerd, tot zijn pensionering in 1999. Voordien was Frans Elsen ook al actief geweest als initiator van jazzopleidingen in onder meer Zwolle en Hilversum. Hij publiceerde twee meerdelige leergangen: 'Jazzpracticum' en 'Jazzharmonie aan de piano' (zowel in het Nederlands als het Engels).

Tijdens het North Sea Jazz Festival 1991 werd Elsen onderscheiden met de Bird Award Special Appreciation.

Bron: Muziek Centrum Nederland

(Jacques Los, 26.2.11) - [print] - [naar boven]





Nieuws
Foto-expositie 'Paradox zwart/wit'


De expositie omvat 34 foto's in zwart-wit van documentair- en theaterfotograaf Stef Mennens, waarin de jazzmusicus centraal staat. De beelden, alle in de afgelopen jaren gemaakt in het Tilburgse podium voor geïmproviseerde muziek Paradox, getuigen van gedrevenheid, passie en emotie van de musici tijdens hun optredens. De fotograaf zoekt steeds dat ene moment, die blik waaruit blijkt dat de musicus volledig opgaat in de muziek en het publiek in feite niet meer waarneemt, en vangt dat in zwart-witbeeld. Het ontbreken van kleur in het werk benadrukt de intensiteit van het moment nog eens extra.

De expositie start aanstaande maandag in Bibliotheek Tilburg Centrum. De opening (van 19 tot 21 uur) zal muzikaal worden omlijst door het Mete Erker Trio (saxofoon en basklarinet), Eric van der Westen (bas) en Pascal Vermeer (drums), die na 21 uur het concert zullen vervolgen in Paradox.

De foto-expositie is daarna nog te bezoeken tot en met 31 maart tijdens de openingsuren van de bibliotheek. Daarnaast worden enkele speciale activiteiten rondom de expositie georganiseerd. Zo is er op zondag 13 maart een discussiemiddag, waar journalist/schrijver Rinus van der Heijden musici en culturele ondernemers uit de Tilburgse jazzscene ontmoet, alsmede de nieuwe Paradox-directeur Paul Guldemond.

Bezitters van een Biebpas kunnen bovendien met 50% korting naar een of meer concerten in Paradox, zoals Joris Dijkstra's Pillow Circles (2 maart), Boi Akih Group (4 maart), Sun Ra's Marshall Allen Cinema Soloriens & The Cosmo-Drama (16 maart) en het Tineke Postma Kwartet (18 maart).

Klik hier voor meer informatie.

(Maarten van de Ven, 26.2.11) - [print] - [naar boven]





Concert
Grote dynamische variatie bij Nikos Tsilogiannis Pan Project

zaterdag 12 februari 2011, Hot House, Leiden

Het was bijna twintig jaar geleden dat ik de Utrechts-Griekse slagwerker Nikos Tsilogiannis hoorde met zijn formatie. Het huidige Pan Project is een kwartet met de saxofonisten Henk Spies en Paul Weiling en bassist Tjitze Vogel, waarbij pianist Albert van Veenendaal deze avond als gast optreedt. Eigenlijk net als op de in 2008 verschenen cd van het Pan Project, 'El Greco'. Tsilogiannais – vroeger gespeld als Tsjilojannis, volgens de musicus veranderd om administratieve redenen – is geen typische jazzdrummer die zich het lekkerst voelt bij swingvierkwarten. Het repertoire van de band stamt gedeeltelijk uit de tijd dat Nikos' kwintet bestond uit Dick de Graaf, Arnold Dooyeweerd en Jeff Reynolds, in 1983. In die periode speelde Van Veenendaal ook met Tsilogiannis. De meest opvallende ingrediënten van het kwartet zijn de vaak Grieks aandoende thema's en de grote dynamische variatie in de stukken, die eerder geleidelijk zijn dan abrupt van karakter. Griekenland behoort met maatsoorten als 7/8 en 9/8 en 12/8 ritmisch tot de Balkan.

Een belangrijke factor is de klankkleur van Tsilogiannis' uitgebreide drumset. Op zijn hihat is bijvoorbeeld een tamboerijn gemonteerd. Achter hem hangt een set metalen cirkelvormige voorwerpen, waaronder een cirkelzaag. Vóór de eigenlijke drumset ligt nog een verzameling kleinere gestemde gongs op een tafel. Niet altijd klinkt zijn spel op de gongs even effectief, maar de slagwerker klinkt nooit geforceerd en heeft een aangenaam transparante speelwijze. Aan de andere kant swingt hij niet naar gebruikelijke jazzmaatstaven, dat doet bassist Vogel eerder. Hij heeft een open, consistente speelwijze, waarmee hij meer dan de drummer voor ritmische continuïteit zorgt. Saxofonisten Henk Spies (bariton en tenor) en Paul Weiling (alt en sopraan) zorgen ritmisch en qua klankkleur voor een gevarieerd geluid in de frontlinie. Technisch volmaakt is het niet altijd, maar muzikale spanning zit er zeker wel in. In enkele thema's is de Griekse invloed onmiskenbaar, niet alleen in de bewerkingen van ouder Grieks materiaal, maar ook in het stuk 'Iris' van Tsilogiannis zelf.

Er is veel ruimte voor improvisaties. Van Veenendaal vormt een duidelijke meerwaarde in het bandgeluid, vooral in zijn eigen stukken. Voor het eerste stuk van de tweede set, een spontane ritmische improvisatie ingezet door de pianist, heeft hij de vleugel bewerkt door haken met pluggen tussen snaren te klemmen, zodat bepaalde noten flink afgedempt worden. De band begint ook wat soepeler te spelen in de laatste helft van het optreden. Weilings 'El Greco', opgedragen aan de slagwerker, is een leuk en krachtig thema, dat soms Spaans aandoet. Hierna wordt een toegift voor het Leidse publiek onvermijdelijk.

(Ken Vos, 26.2.11) - [print] - [naar boven]



Users manual
Meld je (opnieuw) aan voor de nieuwsbrief van Draai om je oren!


Op 31 december 2010 is Surfnet gestopt met het verzorgen de verzending van onze nieuwsbrief. Met ingang van 2011 gaan we de nieuwsbrief daarom zelf verzenden met Mailchimp. Wil je maandelijks onze nieuwsbrief ontvangen, meld je dan aan via onderstaande knop. In de nieuwsbrief van Draai om je oren krijg je een handig overzicht van recent verschenen artikelen op de website.

Meld je ook aan als je onze nieuwsbrief al ontving. We vragen dit om twee redenen:
- in de oude adressenlijst zaten veel verouderde adressen waarop we een 'onbestelbaar retour' ontvingen;
- vanuit de privacywet hebben we een 'eigen' aanmelding nodig om aan te kunnen tonen dat we je gevraagd mailberichten sturen.

Na je aanmelding ontvang je de meest recente nieuwsbrief in je mailbox!

Klik op de button hieronder om je aan te melden:

(Erno Mijland, 24.2.11) - [print] - [naar boven]





Cd
Abbey Lincoln – 'Melancholy' (Jazz Cat Records, 2010)

Opname: 1957-1959

Zangeres Abbey Lincoln was onmiddellijk herkenbaar. Zoals ze haar alt om de woorden vleide en die woorden tegelijkertijd inhoud en gewicht wist te geven, nam ze je mee op reis naar haar ziel en inspireerde ze een complete generatie jongere jazzzangeressen.

Op 'Melancholy' is materiaal bijeengebracht dat afkomstig is van vijf verschillende sessies uit het begin van haar jazzcarrière. Opvallend is het kaliber van haar begeleiders. Kenny Dorham, Art Farmer, Julian Priester, Sonny Rollins, Benny Golson en Philly Joe Jones blijven bescheiden op de achtergrond. Een verrassing is pianist Wynton Kelly, die in 'Don’t Explain' de bas van Paul Chambers overneemt en daar heel goed mee uit de voeten blijkt te kunnen. Heel mooi is hier ook de gestopte trompet van Dorham achter de vocaliste, die deze Billie Holiday-klassieker naar mijn smaak een ietsje te veel vibrato heeft gegeven. Naast Holiday, van wie ze ook 'My Man' zingt, eert Lincoln grote voorgangers Aida Ward en Ethel Waters. Die hadden het nummer 'Porgy' dertig jaar eerder op hun repertoire staan. Deze song heeft inhoudelijk wel iets weg van Du Bose Heywards 'I Loves You Porgy', uit de opera 'Porgy and Bess', maar is toch echt een jaar of zeven ouder.

Lincolns vertolking van 'Afro Blue', in een sterk, simpel arrangement van ik vermoed pianist Cedar Walton, is waarschijnlijk de allereerste vocale versie van deze standard. De tekst is van Oscar Brown Jr., op dat moment eveneens aan het begin van zijn carrière. Brown zou in 1960 samen met Lincolns echtgenoot, drummer Max Roach, het monumentale 'We Insist!' schrijven, hun niet mis te verstane pleidooi voor gelijke burgerrechten in suitevorm. Met het drieluik 'Triptych', waarin Abbey, begeleid door het mitrailleurvuur van Roach, alle frustraties en boosheid eruit krijst. Die schreeuw is letterlijk in de groeven van de lp te zien, een 5,5 millimeter breed gebied waarin wanhoop en waanzin om de voorrang vechten. Iets van die intensiteit, van die pijn horen we hier al in haar eigen compositie 'Let Up', waarvan ze de woorden liefkoost, terwijl Julian Priester in een hoekje van de studio zachtjes zijn gedempte trombone laat spreken.

(Eddy Determeyer, 24.2.11) - [print] - [naar boven]





Concert
Grande dame wordt weer meisje van zestien

A Brazilian Love Affair, met Josee Koning (zang), Hans Vroomans (piano), Jura Gomes (bas) en Enrique Firpi (drums), zaterdag 12 februari 2011, USVA Theater, Groningen

Je hebt mensen die hun hele leven al weten dat ze in het verkeerde lichaam geboren zijn. Via een geslachtsveranderende operatie komen die dan weer op hun pootjes terecht – min of meer. Zo kan ik me voorstellen dat de Josee Koning, die in de jaren zeventig nog als brave stewardess bij de KLM vloog, gaandeweg tot de overtuiging kwam dat er eigenlijk een wilde Braziliaanse zangeres in haar huisde. Gelukkig hoefde ze geen pijnlijke operatie te ondergaan. Het was alleen maar (nou ja: alleen maar) een kwestie van keihard studeren, opsnuiven, werken. Het was een Brazilian Love Affair, die tot op de dag van vandaag voortduurt. Wat je niet van elke liefde kunt zeggen die op het strand van Copacabana opbloeit.

Inmiddels is ze de Grande Dame van het Braziliaanse lied. Haar repertoire beslaat zo'n vijftig jaar bossanova's en alles wat daarna kwam. En incidenteel maakt ze een uitstapje verder terug, richting Heiter Villa Lobos, de 'vader' van de Braziliaanse muziek. Doch Ivan Lins staat toch wel het hoogst op haar erelijstje. Diens 'Comencar De Novo' viel in het USVA Theater op vanwege het bijzonder fraaie arrangementje waarin Konings trio het had gestoken. Je zou overigens wensen dat Hans Vroomans een royale Steinway tot zijn beschikking had gehad, liefst onversterkt, zodat de dynamische nuances beter tot hun recht waren gekomen. En als we dan toch aan het herschikken zijn: een contrabas had in deze intieme omgeving wellicht ook beter, want sprekender, gewerkt dan een basgitaar. Maar dat is in feite geneuzel op de vierkante millimeter; het trio dat de zangeres sinds jaar en dag bijstaat, past haar als een handschoen.

Het mooist is ze in de ballads. Als ze zingt over hoeveel verdriet er wel niet in eenzaamheid past, wordt Konings stem een puur instrument - een altfluit om precies te zijn - en is ze weer even het meisje van zestien dat voor het eerst verlaten is.

(Eddy Determeyer, 23.2.11) - [print] - [naar boven]





Nieuws
Corrie van Binsbergen in muzikaal theater over liefde en verlangen


Van 4 tot en met 6 maart organiseert Stadsschouwburg en Muziekcentrum Enschede een festival rond schrijver Toon Tellegen. In dit weekend staan zijn fabelachtige dierenverhalen en poëzie centraal. Onderdeel van het festival is de Nederlandse première van de muziektheatervoorstelling 'Brieven aan Doornroosje' op 5 maart, met acteur/trompettist Hans Dagelet. Gitariste/componiste Corrie van Binsbergen maakte een selectie uit Toon Tellegens boek 'Brieven aan Doornroosje', verschenen in 2002. Brieven van de prins over het leven, over onderweg zijn, verlangen en de liefde.

Dagelet en Van Binsbergen bundelen hun krachten in deze unieke muziektheatervoorstelling samen met twee bijzondere musici: de virtuoze jonge Duitse harpiste Miriam Overlach, die al vele prijzen won en die moeiteloos hedendaags gecomponeerde muziek met improvisaties afwisselt, en de Schotse kleurrijke muzikant Alan Purves, die het publiek met zijn rijke arsenaal aan eigengemaakt instrumentarium van de ene verbazing in de andere laat vallen. Glasschilderingen van Frédérique Spigt, geprojecteerd door een toverlantaarn, geven het toneelbeeld een extra dimensie.

Sinds 2003 organiseert Corrie van Binsbergen literaire concerten met verschillende schrijvers. Met Tellegen is uiteindelijk een vaste groep ontstaan. Na het programma 'De trein naar Pavlovsk en Oostvoorne' en andere verhalen, het literair concert waarmee schrijver Toon Tellegen in 2003 en 2004 met een elfkoppig ensemble optrad, ging in het najaar van 2006 een kleiner gezelschap met hem op tour: het Wisselend Toonkwintet. De absurde en ontroerende verhalen van onder andere 'Eekhoorn en Mier', vormen een onuitputtelijke bron van muzikale inspiratie voor jazz- en improvisatietalent Van Binsbergen. Hun eerste programma 'De Dierenverhalen' verscheen op cd en werd genomineerd als Beste Luisterboek 2007.

In maart 2009 maakten ze een nieuwe voorstelling: 'Het Vertrek van de Mier', een voor volwassenen geschreven dierenverhaal over zelfbewustzijn, onzekerheden en afscheid. Tellegen las daarin voor uit zijn boek, ondersteund door muziek van Corrie van Binsbergen en haar kwintet, dat naast Purves bestaat uit Joost Buis (trombone & lapsteel), Albert van Veenendaal (piano) en Hein Offermans (bas & tuba). Met twee uitverkochte concerten is op 19 januari 2011 de voorjaarstour van Toon Tellegen en het Wisselend Toonkwintet van start gegaan. Dit voorjaar gaan 'Het Vertrek van de Mier' en 'De Dierenverhalen' in reprise.

Op 16 maart, de eerste avond van de Boekenweek, organiseert Van Binsbergen wederom het BrokkenBal in het Bimhuis in Amsterdam. Hier verwelkomt zij traditiegetrouw bekende Nederlandse schrijvers en dichters. Voor de pauze de eerdergenoemde voorstelling 'Brieven aan Doornroosje'. Na de pauze gastoptredens van Dichter des Vaderlands Ramsey Nasr, Toon Tellegen en Hans Dagelet met een fragment uit zijn debuutroman. Na afloop wordt in het café muziek gedraaid, ditmaal met het thema 'De keuze van Remco Campert'.

Speellijst voorjaar 2011
(V = Vertrek van de Mier D = Dierenverhalen)

27-02 Thembi, Maastricht (D)
28-02 Rosa Spierhuis, Laren (V)
06-03 Muziekcentrum, Enschede (D)
16-03 BrokkenBal, Bimhuis, Amsterdam (gastoptreden)
13-05 Lux, Nijmegen (V)

Klik hier voor meer informatie.

(Donata van de Ven, 23.2.11) - [print] - [naar boven]





Lp
J.R. Monterose - 'In Action' (VSOP, 1964)


Tot een aantal maanden geleden liep ik ongeveer eenmaal per week bij een inmiddels ter zielen gegane platenzaak in Glasgow binnen. De eigenaar, Jerry, was absoluut niet geïnteresseerd in de handel in jazz en verkoopt vooral zeer zeldzame progrock en af en toe wat van de betere punk. Hij koopt op van de nabestaanden van recensenten en wegbezuinigde bibliotheken. Inmiddels heeft hij vijf garageboxen vol muziek staan, waarvan een flink deel nog in de plastic verpakking zit. Hij is er zo rijk mee geworden, dat de winkel wel kon sluiten en nu kun je alleen nog op afspraak bij hem langs.

Tijdens mijn ellenlange bezoeken aan zijn winkel was het voor mij de truc om in de kelder en achter de toonbank te komen. Daar bewaarde Jerry namelijk de dingen waar hij geen raad mee wist. Meestal was dit geen probleem, want Jerry is nogal een kletskous en vond het maar wat mooi dat iemand van in de twintig zo fanatiek door vijftig jaar oude lp's zat te graven. Vaak prijsde hij de dingen die ik vond ter plekke en op goed geluk en zo heb ik voor een totaalbedrag van nog geen 300 pond een leuk archief aan topjazz opgebouwd. Absolute hoogtepunten zijn de originele Contemporary-platen, de vrijwel complete Black Saint-werken van Steve Lacy en een stapeltje originele Brötzmanns op FMP. Daarnaast lag er een schat aan gesigneerde platen (onder anderen David Murray, Barney Kessel en Shorty Rogers), waarvan de meest spectaculaire (Art Blakey, met de tekst: 'Will never forget you') voor nog geen twee tientjes de mijne was.

Maar de allermooiste is 'In Action' van tenorsaxofonist J.R. Monterose. Verschenen in een oplage van 250 is dit een lp die tot de komst van de cd haast onverkrijgbaar was. Zelfs nu is hij amper gehoord. De andere muzikanten op de plaat zijn compleet onbekend gebleven. Het is namelijk een plaat die is opgenomen door ambitieuze liefhebbers van jazz in Cedar Rapids, Iowa. De muziek is prima, maar wanneer je de foto's op de hoes bekijkt, snap je wat er mis is: dit zijn geen jazzmuzikanten zoals de wereld ze graag ziet, maar heel erg nette jongens met een hobby. En dat hoor je ook terug; de muziek is prima, maar alleen de aanwezigheid van Monterose maakt de plaat tot wat hij is.

Gelukkig is J.R. (een afkorting voor Junior) in topvorm. Hij speelt verschrikkelijk sensueel, met uithalen in de hoge registers en heeft duidelijk plezier. Met name in de ballads laat hij zich gaan, op een manier die laat zien dat hij schatplichtig is aan Sonny Rollins en John Coltrane. Maar ja, wie is dat niet? Ook wanneer het tempo omhoog gaat, zoals op 'Herky Hawks', vliegt de inventiviteit van de saxofonist je om de oren. 'That You Are', een onomfloerste variant op 'All The Things You Are', is ook al geweldig. Je neuriet zo over de akkoorden mee met het origineel.

Afgaand op dit album zou je denken dat Monterose meer heeft opgenomen, maar dat valt tegen. Naast deze plaat is er een album voor Blue Note, aardig wat werk als sideman voor bijvoorbeeld Charles Mingus en Kenny Dorham, en een handvol aan platen bij kleinere labels (Storyville, Uptown). Waar de echte Monterose-vorser het van moet hebben, is een batterij aan bootlegs en priveopnamen. Maar waar zijn die? Wat is er bijvoorbeeld gebeurd met de sessie uit 1973 in De Bron, een verschrikkelijk lelijke naoorlogse hallelujakerk in Alphen aan den Rijn? Of die van 1970 in Paradiso, met Han Bennink, opgenomen voor privégebruik? En er is nog ergens een opname die Monterose een jaar eerder maakte met hetzelfde pianotrio als op 'In Action', met bijdragen van niemand minder dan Al Jarreau? Deze is ten lange leste ook op cd terecht gekomen. Dat moeten Dale Oehler (piano), Dick Vanizel (bas) en Joe Abodeely (drums) natuurlijk helemaal mooi hebben gevonden.

Meer weten?
Klik
hier voor een uitgebreide discografie van J.R. Monterose door Michael Fitzgerald.

(Sybren Renema, 22.2.11) - [print] - [naar boven]





Concert
Jef Neve zweeft glorieus over alle hokjes heen

vrijdag 11 februari 2011, LantarenVenster, Rotterdam

Wie een concert van de Vlaamse pianist Jef Neve meemaakt – zoals ik, vrijdag 11 februari jongstleden in de spiksplinternieuwe vestiging van LantarenVenster in Rotterdam – wordt getrakteerd op een avond zeer persoonlijke muziek. Bijna elke compositie heeft zijn eigen, autobiografische verhaal, dat door Neve eerst op innemende wijze verbaal uit de doeken worden gedaan. Daarna steekt hij op de piano van wal. Al zijn stukken, én die van zijn bassist Ruben Samama, beginnen klein, breekbaar en toch trefzeker, om uit te groeien tot schitterende, veelkleurige bouwwerken, die hun voltooiing vinden in de subtiel getimede plaatsing van de vlag op de nok van het dak.

Het zijn ijzersterke verhalen, met drama, emoties en een voorbeeldige spanningsboog. En hoe persoonlijk de aanleiding voor een compositie van Neve vaak ook mag zijn, de muziek wordt er nergens sentimenteel of narcistisch van. Het is muziek die geworteld is in de aarde, zoals de beste Vlaamse romans en verhalen. Er spreekt een soort nuchtere noodzakelijkheid uit, die nergens verleidt om het verleiden zelf, maar ten gehore wordt gebracht omdat een mens zich in kunst wil uitdrukken.

Geen moment heb ik die avond het idee gekregen dat ik naar een hard werkend pianotrio zat te luisteren. Daarvoor zijn Neve, Samama en drummer Teun Verbruggen te begenadigde artiesten. Natuurlijk, het zijn óók virtuoze muzikanten, maar ze creëren samen één verrukkelijke illusie, magisch als het werk van David Copperfield.

Te veel lof? Nee. Ging het hier eigenlijk wel om een jazzconcert? Jazeker. Nou en of. Maar een jazzconcert dat de herinnering aan genres en hokjes (en de eventuele noodzaak daar uit te breken) deed vervagen. Simpelweg omdat die voor Jef Neve niet bestaan. De muziek begint vanuit hemzelf. En tja, hij is ook niet van gisteren en heeft dus wel eens naar andere pianisten geluisterd, zoals Esbjörn Svensson en Brad Mehldau, maar die invloeden heeft hij geheel verwerkt en opgenomen in zijn eigen muzikale belevingswereld.

Wat hij bijvoorbeeld bepaald niet met hen gemeen heeft, is zijn klassieke techniek. Bij Neve hebben we te maken met een pianist die het hoogromantische passagewerk niet schuwt als hij daarmee een muzikaal doel kan verwezenlijken. In het imposante, bijna vijftien minuten eisende 'Endless DC' bijvoorbeeld – een soort litanie die weinig minder dan de tragische ontoereikendheid van de ene tot de andere mens bezingt – werkt Neve met volle, hamerende akkoorden toe naar een zinderende climax.

En wat Neve en zijn compagnons ook onderscheidt van vrijwel alle andere moderne pianotrio's, is dat hun muziek, ondanks de democratische rolverdeling, altijd transparant blijft. Nergens lijdt hun muziek aan het soort pompeusheid dat, met de invloed van de popmuziek, is binnengeslopen in het werk van vele collega-trio's. Dat is met name te danken aan de uiterst sensitieve Verbruggen, die principieel niet doet aan logge, hoekige slagen – boem-tak-boem-tak – op zijn bass- en snaredrum. Vederlicht ritselend en tegelijkertijd onberispelijk strak volgt hij de verrichtingen van Neve, die door de drummer nog letterlijk opgevangen zou worden als hij een keer van zijn pianokruk mocht vallen.

Jef Neve blijft zich voortdurend verder ontwikkelen. Het concert in de Lantaren was een afspiegeling van zijn jongste cd 'Imaginary Road', die het door zijn artistieke veelzijdigheid verdient om een wereldhit te worden. Overigens verkies ik Neve live boven het album, dat mooi is, maar ook enigszins overgeproduceerd, met geluidseffecten die aansluiten bij een trend om het klankspectrum van het pianotrio-klank te verrijken. Het verhoogt echter niet de zeggingskracht van wat Neve en zijn twee partners live voor elkaar krijgen.

(Paul van den Belt, 21.2.11) - [print] - [naar boven]





Cd
Jamaaladeen Tacuma - 'For The Love Of Ornette' (Jazzwerkstatt, 2010)


Bassist Jamaaladeen Tacuma is de Bootsy Collins van de free funk. Hij debuteerde op 19-jarige leeftijd uit het niets bij de allergrootste jazzmuzikant die er op dat moment was: Ornette Coleman. Net als bij Bootsy en James Brown is er tussen Tacuma en Ornette altijd een soort van leerling-meester relatie geweest. De latere projecten die Tacuma deed, waren vrijwel altijd in het idioom dat hij samen met Ornette had ontworpen. De grootmeester volgde daarentegen rustig zijn weg en keerde na Prime Time (de band waarin Tacuma de motor was) terug naar de akoestische jazz. Colemans 'Sound Grammar' uit 2007 is het meest recente document dat we van hem hebben. Het is dan ook zeer te verwelkomen dat Ornette weer eens officieel op cd verschijnt. Op internet zijn wel bootlegs van festivaloptredens te vinden, maar dat is niet hetzelfde, al was het maar vanwege de geluidskwaliteit en Ornette's zwakke gezondheid, die musiceren op het scherpst van de snede niet altijd toelaat. Dat hij nog tot veel in staat is, kan eenieder beamen die de laatste editie van North Sea Jazz of Colemans concert in Brussel in 2008 heeft gezien.

Dat Coleman uberhaupt verschijnt op een cd die niet zijn eigen is, is zeer zeldzaam. Jackie McLean, Charlie Haden en James Blood Ulmer zijn zo'n beetje de belangrijkste van Ornette's incidentele bandleiders. Dat daar iemand bij komt die zo doordrenkt is van Ornette's harmolodics, moet gevierd worden. Daarom alleen al moet deze cd in de verzameling van elke jazzliefhebber.

De plaat is bijna een facsimile van alles dat Coleman ooit heeft gedaan. Er is free funk, blues, free jazz en Arabische muziek. Het geheel voelt dan ook soms wat onsamenhangend aan. Tegelijkertijd is het echter hartverwarmend om de grote man zelf te horen. Bandleider Tacuma is goed op dreef, zodat het geheel altijd geweldig stoomt. Met name 'Funky Stomp' is een mooie showcase voor diens talent. Zijn samenwerking met drummer Justin Faulkner is uitstekend. Deze piepjonge slagwerker weet hoe hij moet kleuren en invullen in de vrije gedeeltes, terwijl zijn shuffle-achtige bijdrage op 'Celestial Conversations' ook effectief is.

Naast Coleman is de Britse Toni Kofi de tweede saxofonist, op tenor. Deze houdt zich bescheiden op de achtergrond en vult Ornette's kronkelende solo's prima aan. Zijn eigen solo's volgen een patroon dat dichter bij de akkoorden ligt en duidelijk een formelere scholing laat zien. Toch houden ze de aandacht vast en doen ze in een vrije context denken aan die van Colemans meest onderschatte medestander, Dewey Redman. Wanneer er meer structuur is, zoals op 'Vibe On This, OC', is zijn spel meer als dat van een young lion en zijn samenwerking met Tacuma en Faulkner uitstekend. De heren laten hier zien dat ze een paar generaties jonger zijn dan Coleman en dus ook de popmuziek van de jaren tachtig begrijpen. Coleman speelt helaas dan ook niet mee, net als op het laatste nummer, 'Celebration On Prince Street'.

Een interessant gegeven is de bijdrage van Wolfgang Puschnig. Deze beperkt zich tot de dwarsfluit en de hojak, een soort dubbelriet, te vergelijken met de hobo of de duduk. Als fluitist is zijn bijdrage niet bijster memorabel. Hoogstens is het een adequate invulling achter de beide saxofonisten. Puschnigs bijdrage op de hojak is echter uitmuntend, al was het maar omdat het op miniatuurschaal herinneringen oproept aan de Master Musicians of Jajouka, de Marokkaanse muzikale orde waarmee Coleman op 11 juli op North Sea stond en waarmee hij in de jaren zeventig opnam. Hier steekt zijn spel prachtig af tegen dat van Ornette, die duidelijk meer heeft aan blaasinstrumenten dan aan harmonische begeleiding.

In dat opzicht is de aanwezigheid van de piano ook een betrekkelijke zeldzaamheid. Dat was sinds 1993 niet meer voorgekomen, en daarvoor zat dat instrument eigenlijk alleen in Colemans vroegste band, die werd geleid door Paul Bley. In het meer vrije werk, vooral de pseudo-suite die het eerste deel van de cd beslaat, is de bijdrage van toetseniste Yoichi Uzeki wat beperkt. Vaak speelt ze enkele noten, zonder linkerhand, om de problemen van het harmonisch inlijsten van deze muziek te omzeilen. Af en toe zijn er snelle loopjes en invullingen achter de prominente bas- en saxpartijen, maar daarmee is haar bijdrage wel af. Pas wanneer er gefunkt wordt, blijkt zij een zeer adequate, zij het niet bijster inventieve pianiste.

Dat geeft echter niet. Zoals gezegd is deze plaat een bonte verzameling van stijlen en ideeën, maar vooral een hommage van de leerling aan de meester. Iedereen die deze cd hoort, zal teruglopen naar zijn platenkast, omdat het ene nummer lijkt op 'Dancing In Your Head', het volgende op 'Lonely Woman' en weer een ander op 'Rejoicing' of 'Turnaround'. Wie Colemans andere platen allemaal niet bezit, zal zich genoodzaakt zien ze aan te schaffen. 'For The Love Of Ornette' is de charmantste, vriendelijkste en luchtigste kant van Ornette Coleman, gepresenteerd door een van zijn beste leerlingen. Uiteindelijk, net als de kleine man met de scheve tandjes, de zelfgemaakte soepjurken, plastic saxofoon en de minzame glimlach, is het het geheel onweerstaanbaar.

Meer horen?
Op de
website van Jamaaladeen Tacuma kun je luisteren naar het titelnummer van deze cd: 'For The Love Of Ornette'.

Labels:

(Sybren Renema, 20.2.11) - [print] - [naar boven]





Jazz on the road #4
Tanya Schaap: liever haar droom leven dan het leven dromen


Woensdag 9 februari. Plaats Utrecht. De Winkel van Sinkel. Restaurant, grand café. Een mooie plek voor een gesprek met violiste Tanya Schaap. Langbenig, lichtblauwe ogen, vrolijk, open, oog voor details, een gulle lach, vol van nuchtere zelfspot, serieus als het over haar vak gaat. Ze claimt aandacht voor tango en jazz (in die volgorde) en de golf van gevoelens die daarin verscholen liggen. De jonge vrouw (34) is wars van doen alsof, van nepromantiek, van geveinsde vriendschap. De wereld over zee kent ze beter dan Almere. Vast werk, structuur, truttige netheid: het burger bestaan trekt haar niet. Ze leeft haar passionele droom liever dan ze het leven droomt. Ze doet haar zaken zelf, blijft aan de bak, is alert op nieuwe kansen, verzet veel werk, voor en achter de schermen. Bescheiden maar zelfbewust, runt de 34-jarige violiste haar muziekkantoor in Den Haag. Gigs vallen niet uit de lucht, een tournee krijg je niet aangereikt.

Als secretaresse bij Justitie verdiende ze ooit twee keer zoveel. Maar ruilen? Geen denken aan. Soms is ze verbaasd over de naïviteit van de jonge conservatoriumgasten. "Spelen, daar draait het om, maar je moet leren hoe dat aan te pakken. Jezelf verkopen, dat is een vak apart, dat kunnen ze niet, krijgen ze niet geleerd en dan verkommeren ze maar ergens in een leslokaaltje of in een Vinexwijk." Tanya kiest daar bewust niet voor. Haar doel is haar muziekproduct; de passie, de illusie van het moment, de trillende snaar, bravoure versus ingetogenheid, de ontroering. Dat is de musicus in haar. Maar er is ook een creatief manager, want om van idee tot uitvoering te komen, moet werk worden verzet. De levenslessen van de tango; winnen en verliezen, klappen oplopen, vallen en opstaan, waar dan ook ter wereld, voor wie dan ook. Ze heeft geen voorkeuren, geen establishment kan op tegen de ontroering bij die ene luisteraar die ze midden in het hart weet te raken. Dat kan zijn in de krottenwijken in Zuid-Afrika, in een bejaardenhuis in China of aan het Spaanse Hof.

Nuchter analyseert ze haar positie in het krachtenveld van het aanbod. In Nederland is de waardering op gang gekomen, maar komt ze nog het minst aan de bak. Verkeerde naam, verkeerde nationaliteit, verkeerd instrument; je bent Hollander, violiste en speelt tango?! De melancholische Zuid-Amerikaan heeft hier een voorsprong. Het gekke is dat het zo werkt in Nederland... Hoe is dat eigenlijk in Duitsland? Ze kijkt me vragend aan. "De vraag overvalt me; ik woon dicht tegen de Duitse grens aan en ken diverse podia tussen Keulen en Aken, maar een combi van tango en jazz? "Och, Duitsers vinden Hollanders leuk," zeg ik, licht onnozel, refererend aan 'der lustige Rudy und die hubsche Linda'. Dan maar overstappen op de schlager of in de voetsporen treden van André Rieu? Echt niet. Tanya speelt met haar unieke groep kriskras over de hele wereld, de formule blijkt een groot succes. Het is geen makkie om het allemaal in te plannen. Niet iedereen heeft evenveel begrip voor de voortdurende onduidelijkheid in de agenda's, die allemaal op elkaar afgestemd moeten worden. Egypte staat in mei op de rol, Groenland en IJsland komen binnenkort aan de beurt en een tour door Rusland ligt net achter haar. Twee keer per jaar China is bovendien vaste prik. Tanya speelt in een Chinees armenhuis.

Ze zou de cd's zo gratis willen uitdelen. Ze realiseert zich hoe verstoken de mensen zijn van 's werelds cultureel erfgoed en merkt aan de waardering die ze krijgt, hoezeer deze mensen daarnaar verlangen. Ze drukt de hand van de Spaanse kroonprins en loopt plechtstatig achterwaarts terug; je mag het vorstenpaar de rug niet toekeren. Ze spreekt met een Chinees meisje dat tijdens een workshop vol bewondering naar haar strijktechniek zit te kijken. "Ik bracht haar geluk, spelen is voor mij iets interactiefs, anders kun je net zo goed voor een lege zaal gaan staan." Ze speelt gemakkelijk en licht. Met piano is het ooit begonnen. Het was niks voor haar, ze werd helemaal gek van die twee handen die twee verschillende dingen moesten doen; de viool vraagt om eenheid, het op elkaar inspelen van links en rechts. "Ik zou ook niet met twee violen kunnen spelen." Ze doet alsof ze speelt met twee handen en grijpt vertwijfeld naar haar hoofd. Ze lacht en relativeert alles in een beweging.

De donkere kant van de tango, de stem van het volk. De geur van passie en mislukking, ondergedompeld in weemoed. Tango is drama, mineur. Ze doorleeft het in de muziek en haalt daarbij alles uit zichzelf. Ze straalt betrokkenheid uit, maar uit deze niet expliciet. Ze zag en ziet vele mensen in sloppenwijken, die de meeste mensen alleen kennen van nieuwsbeelden. Ze heeft een band met muziek van het volk. Toch ervaart ze de armoede in haar nabijheid eerder als gewoon dan bijzonder; ze past zich snel aan de omstandigheden aan. Ze is blij met haar reizend bestaan, wil het niet anders. Over enkele weken pakt ze haar koffers voor enkele concerten in Egypte, waar de volksopstand naar een kookpunt stijgt. Het negatief reisadvies en de huidige realiteit aldaar laten haar ogenschijnlijk onberoerd. Bang? Spannend? Eén zin moesten alle deelnemende musici als reclameslogan instuderen voor deze tournee: eenheid in diversiteit. "Nou," klinkt het ironisch, "en dan breekt enkele weken eerder de pleuris uit. Maar ja, uitgerekend die zin kunnen we met zijn allen nu des te beter van het podium scanderen."

Tanya 'danst' de tango alsof haar leven ervan afhangt en toont een groot aanpassend vermogen. Ondanks de vrijage met jazzklanken, verliest ze zichzelf geen moment. Haar muziek is wereldmuziek, diverse invloeden krijgen ruim baan; ondanks de gestileerde toonzetting gaat ze voor zo'n breed mogelijk resultaat. Inmiddels produceerde ze al vijf cd's. Terug thuis, beluister ik haar cd 'Erase Una Vez'. Vanachter een half weggeschoven doorzichtig oranje gordijn kijkt ze strak in de lens van de camera. De binnenzijde van de cd-inlay toont een schets van een violiste in een temperamentvolle beweging gevangen. De muziek klinkt uit de speakers alsof het nooit anders was of zal zijn.

(Jo Dautzenberg, 19.2.11) - [print] - [naar boven]



  

Cd / The Jazztube
Rudresh Mahanthappa & Bunky Green – 'Apex' (PI Recordings, 2010)


Het generatieverschil tussen de twee altsaxofonisten Rudresh Mahanthappa en Bunky Green is in de progressieve hardbop-, in and out the chord changes-speelwijze van beiden amper te horen. In de toonvorming zit een gradueel verschil. Mahanthappa's toon is voller en warmer, terwijl Green een fel en wat scherp geluid produceert. Mahanthappa is zeer behendig in de snelle arpeggio's en Green kiest meer voor een lyrische benadering in zijn solo's.

De 75-jarige Green is een nogal onterecht ondergewaardeerd musicus, die in zijn loopbaan toch met talloze belangrijke en bekende musici als Charles Mingus, Andrew Hill, Louie Bellson, Yusef Lateef, Sonny Stitt en Elvin Jones heeft gespeeld en de hedendaagse altisten Greg Osby en Steve Coleman heeft beïnvloed. Toen Mahanthappa nog een leerling was op het Berklee College of Music, werd hij door zijn leraar Joe Viola geattendeerd op Bunky Green. "What I heard blew my mind." Tussen beiden ontstond een – inmiddels – twintigjarige vriendschap, die uiteindelijk resulteerde in de gezamenlijke cd 'Apex'.

Als je denkt, bijvoorbeeld in 'Who?', dat Mahanthappa middels zijn virtuoze meesterschap Green op achterstand heeft gezet, volgt - na een onstuimige pianosolo (ja, Jason Moran is ook van de partij) - een evenzo onstuimige altsolo van de oude meester. En zo zit deze cd vol met amicale en toch concurrerende altsax-battles op het scherp van de snede, met daar bovenop een klasse ritmesectie, die naast Moran bestaat uit bassist Francois Moutin en Jack DeJohnette en Damion Reid, die samen de drumstoel delen.

Aldus, een cd met eclatante saxsolo's, interessante composities en een inventief stuwende ritmesectie. 'The Journey', het laatste nummer, waarin de alten en de ritmesectie excelleren in solo's in uptempo, is exemplarisch voor het kwalitatieve niveau van dit album.

Bekijk de Jazztube!
Klik op de afbeelding linksboven om een filmpje te starten over de ontstaansgeschiedenis van dit project.

Labels: ,

(Jacques Los, 19.2.11) - [print] - [naar boven]





Concert
Cor Bakker laat zich inspireren door kritisch jazzpubliek

vrijdag 4 februari 2011, Paradox, Tilburg

Een paar jaar geleden trok pianist Cor Bakker met een bundel goede ideeën onder zijn arm naar Italië om een jazz-cd op te nemen, wat uiteindelijk in 2010 resulteerde in de cd 'Elettra'. Het was een lang gekoesterde wens van Bakker om na 'Declared' in 1993 - met werk van Clare Fischer - weer eens een jazz-album te maken, maar dan met louter eigen composities. Voor deze opnamesessie vroeg hij, heel slim, ervaren jazztoppers Jesse van Ruller (gitaar), Clemens van der Feen (bas) en Hans van Oosterhout (drums), waardoor in de pers zelfs de term 'volbloed jazz' voorbij kwam.

Terug naar de jazzmuziek dus, zijn eerste maar ook grote liefde. Immers, Bakker dankt zijn bekendheid grotendeels aan zijn samenwerking met Paul de Leeuw en profileert zich als pianist vooral in de lichte muziek. De kiem werd echter al gelegd tijdens zijn conservatoriumstudie, waarin hij vijf jaar bij jazzinnovator Niko Langenhuijsen studeerde. Nu rest alleen nog het oogsten...

Enigszins gespannen raakte Bakker overbluft door de interactie met het kritische jazzpubliek, dat in groten getale kwam opdraven en verwachtingsvol op zijn vingers zat te kijken. Maar de pianist liet zich erdoor inspireren. De door hemzelf, Van Ruller en Van der Feen geschreven stukken tijdens dit concert uit de Elettra-tour blonken uit in lyriek en harmonie, met veel ruimte voor improvisaties.

Diepgravende dialogen werden afgewisseld met lichtvoetige melodielijnen. Opvallend was de synergie tussen de heerlijk melodisch bassende Van der Feen en Van Oosterhout, die weer eens op ingenieuze wijze de juiste dynamiek wist aan te brengen.

Alhoewel de combinatie piano/gitaar soms best een lastige kan zijn, lijkt het in dit kwartet totaal geen probleem. Sterker nog, het geeft het net een ster meer. Van Ruller bracht zijn solo-improvisaties stemmig ingebed door de handen van Bakker. Zwoel en melancholisch in 'Il Cavallino', swingend in 'Jesse Feel', maar altijd met die unieke eigen sound.

Ook Bakker schroomt het improviseren niet. Grote dramatische akkoordensolo's, zoals in de titelsong 'Elettra', of een gevoelige visualisatie van Italië ('Ogenle'). Grensverleggend nee, oorstrelend zeker. Maar als hij zichzelf de kans zou geven om wat dieper op de materie in te gaan, zou het dat zeker kunnen zijn. Aan zijn uitstekende techniek zal het zeker niet liggen.

Bakker kon het theatergevoel niet helemaal van zich afschudden en praatte de muziekwerken met verve aan elkaar. Grappige anekdotes en mooie verhalen, maar ook een mini-workshop over Clare Fischer waren bij de prijs inbegrepen. En dat was het jazzpubliek weer niet gewend. Enfin, een volwaardig avondje uit, waarbij het plezier aan beide kanten er vanaf spatte. Cor Bakker en jazz? Ja, dat mag je best wel zeggen!

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Monique van der Lint en Donata van de Ven.

(Donata van de Ven, 17.2.11) - [print] - [naar boven]





Cd
Five Spot - 'Poltva' (SoLyd Records, 2008)

Opname: december 2007

Five Spot is een international kwintet, waarvan niet duidelijk is of deze liveopname een eenmalige exercitie was. Poltva is de naam van de rivier die door Lviv, in het westen van de Oekraïne, stroomt. De genummerde stukken zijn alle spontane improvisaties. De opname is van het Lviv Jazz Festival 'Jazz Bez', dat in december 2007 werd gehouden. Ze zijn op inititatief van drummer Klaus Kugel bewerkt in Duitsland en al eind 2008 uitgebracht op het Russische label SoLyd, dat onder meer bekend is van zijn uitgaven van Sergei Kuryokhins muziek.

Contrabassist Mark Tokar en saxofonist Yuri Yaremchuk zijn beiden woonachtig in Lviv. Kugel komt uit Duitsland, pianiste Roberta Piket uit de Verenigde Staten en sopraansaxofonist Petras Vyšniauskas uit Litouwen. Wat de musici met elkaar gemeen hebben, is een uitgebreide internationale ervaring in de geïmproviseerde muziek. Vyšniasukas (1957) is vanwege zijn lange muzikale carrière en zijn zeer eigen speelwijze waarschijnlijk het bekendst.

Het eerste dat opvalt is de ontspannen wijze van samenspelen, waarbij individuele bijdragen ondergeschikt zijn aan het grotere geheel. Ondanks de afwezigheid van een duidelijk thematisch centrum klinken de improvisaties niet willekeurig, al ontwikkelen de stukken zich vaak wel lineair, dat wil zeggen: er wordt zelden teruggekeerd naar eerdere aanzetten. De aandacht voor de klank gaat ook niet ten koste van de spanningsopbouw. De meest consistente improvisator lijkt Vyšniauskas te zijn, maar het is ook mogelijk dat dat komt omdat zijn geluid mij het bekendst klinkt. Hoe dan ook, een cd die het moeite van het opzoeken zeker waard is. Jammer dat we in Nederland zo weinig merken van opmerkelijke muziek buiten de onze buurlanden en de VS.

(Ken Vos, 16.2.11) - [print] - [naar boven]





In memoriam
George Shearing


Op 91-jarige leeftijd is op maandag 12 februari 2011 de pianist George Shearing aan een hartstilstand overleden.

De in 1919 in Engeland blind geboren Shearing kreeg op jeugdige leeftijd pianoles, bleek een talent te zijn en had interesse in jazzmuziek. Hij bewonderde Fats Waller en Teddy Wilson. In 1937 hoorde de Amerikaanse jazzjournalist en promotor Leonard Feather hem spelen tijdens een jamsessie in de Londense Rhythm Club. Hij zorgde er later voor dat Shearing zich in de Verenigde Staten kon vestigen.

Zo ver was het nog niet. Tijdens en kort na de Tweede Wereldoorlog speelde Shearing als pianist/accordeonist in de orkesten van Claude Bampton en Bert Ambrose. In het beroemde Engelse muziektijdschrift Melody Maker werd hij regelmatig tot Engelands jazzpianist nr.1 verkozen.

Eind 1947 vertrekt hij dan uiteindelijk naar Amerika, hetgeen in 1947 resulteert in een platensessie voor het label Discovery. Op die plaat wordt de 'Shearing Sound' geïntroduceerd. De locked hands-pianostijl in combinatie met de unisono partijen voor vibrafoon en gitaar wordt Shearings handelsmerk en vindt een miljoenenpubliek. Het succesvolle kwintet bestaat uit vibrafonist Majorie Hyams, gitarist Chuck Wayne, bassist John Levy en slagwerker Denzil Best. 'September In The Rain' wordt een grote hit voor het kwintet. Later zal die worden overtroffen door Shearings compositie uit 1952, 'Lullaby Of Birdland'.

Gedurende een groot aantal jaren houdt de succesformule stand, onder meer door toevoeging van latin percussie-instrumenten. In de jaren vijftig en zestig kent Shearing's populariteit nauwelijks grenzen. Hij maakt dan in die periode voor Capitol en MGM tientallen goed verkopende platen, waaronder 'The Swingin’s Mutual!' (met zangeres Nancy Wilson), 'Nat King Cole Sings / George Shearing Plays', 'George Shearing Meets The Montgommery Brothes', 'Jazz Moments' (met bassist Israel Crosby en drummer Vernel Fournier) en 'Beauty & The Beat', het vermaarde album met zangeres Peggy Lee.

Eind jaren zestig is zijn populariteit wat tanende, maar hij weet zich te handhaven en treedt nog steeds veelvuldig op, vooral in triobezetting. Hij sluit een platencontract met Concord. Voor dat label maakt hij ook een grote hoeveelheid albums: in diverse kleine bezettingen, met Mel Tormé en solo.

Voor drie Amerikaanse presidenten – Gerald Ford, Jimmy Carter en Ronald Reagan - heeft hij geconcerteerd. Lichtvoetige, melodieuze, harmonieuze, elegante pianomuziek, voor presidenten en een groot publiek. In 2007 werd hij in Engeland geridderd. Hij zei daarover: "I don't know why I'm getting this honour. I've just been doing what I love to do."

(Jacques Los, 16.2.11) - [print] - [naar boven]





Cd
Sarah Vaughan – 'If This Isn’t Love' (MCN, 2010)

Opname: 7 juni 1958

Voor liveopnamen van zangeres Sarah Vaughan bestaat er sinds jaar en dag een internationaal erkende standaard: 'After Hours At The London House' – de Parthenon-sessie. Nu wil het geval dat dat een opname betreft die vlak voor haar Europese tournee van 1958 werd gemaakt, op 7 maart namelijk. Dus als we de onlangs uitgebrachte opnamen uit het Amsterdamse Concertgebouw naast die uit het London House (in Chicago) leggen, wat horen we dan?

Dan horen we om te beginnen dat Sassy in Chicago de tijd nam; die nummers duurden gemiddeld bijna vijf minuten. In Amsterdam was ze er, als we de tien minuten durende jam over 'How High The Moon’ buiten beschouwing laten, in drie minuten klaar mee – vier nummers klokken zelfs om en de nabij twee minuten. Okay, in het London House betrof het een nachtelijke jamsessie van de zangeres met haar trio, aangevuld met vier blazers uit de band van Count Basie. In de relaxte sfeer van een betrekkelijk intieme club nam de Divine One met name in de ballads rustig de tijd.

Ernstiger is de afwezigheid van drummer Roy Haynes, die juist die ballads reliëf gaf. Vlak voor het vertrek naar Europa had die ontslag genomen en de inderhaast opgetrommelde trommelaar Art Morgan, een brave borst uit Albion, kon het gemis vanzelfsprekend niet goedmaken.

Dat neemt allemaal niet weg dat Vaughan die zevende juni een prima concert gaf. Ook hier verblufte ze de verzamelde pleiners vooral met de ballads. In 'Body And Soul' speelt ze letterlijk én figuurlijk met de tekst, die ze als element van haar improvisaties gebruikt. Haar stemcontrole in 'Autumn In New York' en 'Tenderly' is griezelig, daar klinkt ze echt als een instrumentaliste. Ook in 'How High The Moon' is ze volstrekt gelijkwaardig aan tenorist Don Byas, met wie ze vier-om-vier scat.

Met glazige ogen en de tong uit de bek strompelden de hipsters het Concertgebouw uit.

(Eddy Determeyer, 16.2.11) - [print] - [naar boven]





Interview / Vooruitblik
Albert van Veenendaal


"Ik verbaas mij erover dat niet veel meer mensen een brede muzikale interesse hebben. Zeker als je in een stad leeft heb je alles om je heen, alle invloeden: pop, jazz, klassiek, latin, rock, noem maar op. Ik heb nooit begrepen dat mensen voor één kamp kiezen. Ik hou van Franse én Duitse literatuur, ik hou van zowel Hollywoodfilms als van Deense films. Het zegt eigenlijk iets over hoe je in het leven staat. Als je nieuwsgierig bent en er zijn al die invloeden, waarom zou je je dan beperken?"

Kwadratuur-redacteur Sven Claeys sprak met pianist, instant composer en labeleigenaar Albert van Veenendaal. Een uitgebreid vraaggesprek over zijn muzikale helden, het streven naar uniciteit, het vrije improviseren, zijn nieuwe solo-cd 'Minimal Damage' en het runnen van een platenlabel.

Klik hier om het interview te lezen.

Aanstaande donderdag treden in Dommelhof, Neerpelt twee formaties op met een centrale rol voor Van Veenendaal: Spoon 3 + Fork en het trio Veenendaal/Kneer/Sun. Een interessant Jazzcase-dubbelconcert met Jodi Gilbert (stem, little instruments), Robert van Heumen (elektronica), Meinrad Kneer (contrabas) en Yonga Sun (drums). Klik hier voor meer informatie.

(Maarten van de Ven, 15.2.11) - [print] - [naar boven]





Cd
Atomic - 'Theater Tilters Vol. 1' (Jazzland Recordings, 2010)

Opname: 6 & 7 oktober 2009

Hoog op mijn persoonlijke favorietenlijstje van 2010 prijkt 'Theater Tilters Volume 1' van Atomic, de Scandinavische superformatie van Fredrik Ljungkvist (saxen en clarinet), Magnus Broo (trompet), Håvard Wiik (piano), Ingebrigt Håker Flaten (bas) en Paal Nilssen-Love (drums).

De vijf muzikanten, allemaal gepokt en gemazeld in de Europese geïmproviseerde muziek, brengen te weinig platen uit, maar wat ze uitbrengen is van consistent hoog niveau. Het eerste nummer, 'Green Mill Tilter', heeft bijvoorbeeld allerlei moeilijk te navigeren unisono-passages, die schijnbaar uit de chaos opduiken, maar toch met militaire precisie worden doorlopen. Hetzelfde geldt voor 'Andersonville', denkelijk een ode aan de overleden supersaxofonist Fred Anderson. Dit nummer varieert op hoogst authentieke wijze hardbop met free jazz en impro, om vervolgens weer uit te komen bij een thema dat even argeloos als moeilijk klinkt, geheel in de traditie van Anderson. Het laatste nummer, 'Bop About', is een smakelijke uitsmijter en doet zozeer denken aan de composities van Ornette Coleman, dat ik verbaasd was dat het hier om een eigen compositie van Ljunkvist gaat.

De muziek van Atomic is behalve superstrak en avontuurlijk ook opvallend aangenaam. Soms wordt er geswingd alsof het de Jazz Messengers betreft, soms wordt er ingehouden gemusiceerd en soms gaat de beer los, vooral bij Ljungkvist en Nilssen-Love. Wanneer dit gebeurt en de klarinet en de trompet letterlijk het hoogste lied willen zingen, doet de muziek opvallend vertrouwd aan. En dan daagt het; als er ooit iets het antwoord was op de geniale anarchie, technische perfectie en conceptuele dapperheid van bijvoorbeeld het ICP, dan is het Atomic. Hoe anders deze band ook is van samenstelling en hoezeer anders de muzikale resultaten ook zijn, het kwintet is diep geworteld in de Europese traditie, wars van conventie, en speelt met ultieme overgave. Atomic is free jazz voor de 21ste eeuw en ver daarna.

(Sybren Renema, 15.2.11) - [print] - [naar boven]





Concert
Complex project houdt luisteraar bij de les

Horn Please!, met Eric Vloeimans, Xenophonia, Fanfaresque & Rotterdams Jongenskoor, zaterdag 29 januari 2011, De Marekerk, Leiden

'Gezichtsbepalend 2010', de oeuvre-onderscheiding van de Provincie Zuid-Holland, stelde Eric Vloeimans in staat om een complex project op te zetten met de hulp van Martin Fondse en Carlo Balemans. In de Leidse Marekerk staan naast Vloeimans drie groepen musici. Het trio Xenophonia uit Parijs, het Rotterdams Jongenskoor en Fanfaresque, een voor de gelegenheid door dirigent en componist Balemans samengesteld fanfareorkest. Fanfaresque bestaat uit musici geselecteerd uit Codarts (het Rotterdams conservatorium) en het fanfareorkest De Hoop uit Middelharnis. Vloeimans heeft als jongeling ook in een fanafareorkest gezeten. Xenophonia bestaat uit pianist Bojan Z (Zulfikarpaśić), zanger/gitarist Damir Imamović en percussionist Bachar Khalifé, die allen in Parijs wonen. Vloeimans ontmoette hen in 2009 in Sarajevo, toen Bojan Z artistiek adviseur was van een festival dat ook Xenophonia heette.

Oorspronkelijk was het de bedoeling dat het koor meerstemmige partijen zou zingen, maar dat lukte door allerlei logistieke problemen tijdens de repetties niet. Het concert begint met een stuk van Balemans, 'Connect Please', ook door hem gedirigeerd en gearrangeerd. De spanning wordt met minimale middelen opgebouwd voor de solo van Vloeimans. Het geluid verdeelt zich op onvoorspelbare wijze onder de grote koepel van de zeventiende-eeuwse kerk. Alleen wie op de voorste rijen zit, heeft geen last van de stevige nagalm. Fanfaresque speelt gelukkig heel ingetogen, zodat er in combinatie met het viertal in het midden toch een mooie spanningsboog ontstaat. Het tweede stuk, 'A Drone Throughout' is van Fondse en wordt ook door hem gedirigeerd. Bojan Z speelt zowel op vleugel als op de Fender Rhodes, nu ook aangevuld met elektronica. Met de subtiele zang van Imamović en de Midden-Oosterse percussie - inclusief cajón van Khalifé - krijgt het stuk een bijna Arabo-Andalusisch karakter.

In het thema van de serie 'Majesteit' van Vloeimans ,dat gearrangeerd is door Balemans, speelt Fondse op de vibrandoneon, een melodica-achtig instrument met een klank die deels lijkt op de bandoneon. Hij zal daar ook later uitgebreid en interessant op soleren. Vloeimans speelt op zijn gebruikelijke manier, met de nodige valse lucht en met een grote dynamiek, die in de ruimte goed tot haar recht komt. Slechts af en toe doorbreekt de trompettist de serene sfeer met scherpe, snelle tonen. De rest van het repertoire is grotendeels gebaseerd op composities van Bojan Z, die evenals Vloeimans eerder een ingetogen benadering voorstaat. De combinatie van balkanritmes en jazzharmonieën klinkt verrassend natuurlijk, maar af en toe ook wat gezapig.

De finale is 'The Art Of Honking', een levendig stuk van Fondse dat onder meer het hectische verkeer in India oproept. 'Horn Please' staat op de achterzijde van veel Indiase vrachtwagens, die het liefst op het midden van de weg rijden omdat de randen van veel wegen afgebrokkeld zijn. Er is ook ruimte voor een korte stukje improvisatie en geluidseffecten van het koor en de blazers. Het optreden bestaat uit één set van bijna twee uur, maar de aandacht van de luisteraars lijkt geen moment te verslappen. Een toegift na een staande ovatie komt dan ook niet onverwacht. Met wat meer voorbereiding had het optreden nog mooier kunnen zijn.

(Ken Vos, 15.2.11) - [print] - [naar boven]





Nieuws
Young VIPs Tour 2011: veelbelovend dubbelprogramma met jong jazztalent


Dit jaar vindt de dertiende editie van de Young VIPs Tournee plaats, dé jaarlijkse jazztournee voor buitengewoon Nederlands talent met hoogwaardig eigen repertoire. Het dubbelprogramma op toonaangevende jazzpodia bestaat dit jaar uit de band van bassist Clemens van der Feen en - als vanouds - de winnaar van de Dutch Jazz Competition, het Castel/Van Damme Quartet. De première van deze veelbelovende Young VIPs Tournee is aanstaande donderdagavond in het Bimhuis, Amsterdam.

Het veelbelovende Castel/Van Damme Quartet is opgericht door pianist Thierry Castel en saxofonist Jasper van Damme. Met Sven Happel op contrabas en Mark Schilders op drums brengt het kwartet met creatief samenspel en oog voor detail eigen composities tot leven. Ondanks de uitdagende ritmiek is hun muziek ook zeker voor het grote publiek aangenaam om naar te luisteren. In 2007 en 2008 wonnen Castel en Van Damme de Erasmus Jazz prijs en in 2010 won het kwartet de Dutch Jazz Competition tijdens het North Sea Jazz Festival. Jasper van Damme werd onderscheiden met de NORMA-prijs voor Beste Solist 2010.

Clemens van der Feen speelde al met grootheden als Michael Moore, Toots Thielemans, Tony Malaby en Chris Potter. Hij won al diverse prijzen. Nu presenteert de bassist zich met een eigen band en een verrassend debuutalbum. Hij profileert zich daarmee nu ook als bandleider en componist. Die composities bewegen zich ergens tussen rock en jazz, met de basgitaar als uitgangspunt. Met Jesse van Ruller (gitaar), Harmen Fraanje (Wurlitzer & piano), Flin van Hemmen (drums) beschikt Van der Feen over een uitgelezen hofje.

Tournee 2011
17/02: Amsterdam, Bimhuis
18/02: Groningen, USVA
19/02: Rotterdam, LantarenVenster
21/02: Eindhoven, Wilhelmina
22/02: Arnhem, Musis Sacrum
04/03: Middelharnis, Het Diekhuus
08/03: Utrecht, SJU Jazzpodium
10/03: Nijmegen, De Lindenberg
11/03: Terneuzen, Porgy en Bess
04/06: Wijk bij Duurstede, Jazz by Duurstede
27/10: Edam, Mahogany Hall
28/10: Den Bosch, De Toonzaal
29/10: Leiden, Hot House
04/11: Tilburg, Paradox
06/11: Hoorn, Jazz Affairs in Huis Verloren

De Young VIPs tournee 2011 wordt georganiseerd door de Vereniging van Jazz- en Improvisatiemuziek Podia in samenwerking met Muziek Centrum Nederland, en wordt mede mogelijk gemaakt door het Fonds Podiumkunsten. Klik hier voor meer informatie.

Meer weten?
Klik hier voor een recensie van het concert van de Clemens van der Feen Band op 2 mei 2010 in De Hetebrij, Zwolle.

(Maarten van de Ven, 14.2.11) - [print] - [naar boven]





Cd
Nicolas Kummert Voices – 'One' (Prova Records, 2010)


Kummerts stemmenproject zorgde ongetwijfeld voor een van de verrassingen op het afgelopen C-mine Jazzfestival in Genk. Je kreeg er immers een gretig musicerende band te zien, die schijnbaar moeiteloos oversprong van pop en chanson naar world jazz en pure groove en de temperatuur aardig in de hoogte joeg. Tenorsaxofonist Kummert toonde zich een charmante bandleider en zijn driftig swingende band zorgde ervoor dat de zitjes tegen het einde van het concert aan een nieuwe bedekking toe waren. In vergelijking daarmee valt het album wat tammer uit.

Er wordt wel tegemoet gekomen aan de uitgangspositie: het centraal stellen van de stem. Zowel opener 'Petit Simon Millionaire' als afsluiter 'Mourir Vivant' moeten het hebben van transparante opbouw en meerstemmigheid, eerder dan van compositorisch avontuur. Je krijgt hier ook eerst een heel ander gezicht van de band te zien: een ontspannen, lome kant die ook het voortouw neemt in een reggaeversie van 'Monk’s Dream'. Geen aanfluiting om jazzpuristen mee op stang te jagen, maar ook niet bepaald een opwindende hoogvlieger.

Daarvoor kan je beter terecht bij het groovefestijn van 'Affaire De Famille', met voorsprong het meest dansbare en aanstekelijke stuk op deze plaat, en het door een lang spoken word-stuk ingeleide 'Compagnons Des Mauvais Jours', dat al snel een trance-effect teweegbrengt en een platform biedt aan gitarist Hervé Samb, die hier zelden laat horen waartoe hij wel de ruimte kreeg op het podium. En dat gevoel krijg je wel vaker; Kummert heeft met Samb, Jozef Dumoulin (piano), Lionel Beuvens (drums) en Nicolas Thys (bas) een uitstekende band rond zich verzameld, maar er was blijkbaar een reeks concerten voor nodig om écht indruk te maken.

'One' is een diverse, ontspannen klinkende plaat, maar het evenwicht is soms zoek. Zorgde het live voor een behoorlijk indrukwekkende ervaring, dan zijn de hoogtepunten hier dunner gezaaid en krijg je bij enkele stukken (de verrekt sterk naar muzak neigende covers 'Close To You' en 'Folon' in het bijzonder) het gevoel dat er meer in gezeten had. Ofwel moeten die troeven gewoonweg met meer opportunisme uitgespeeld worden.

Meer horen?
Op de
Myspace-pagina van Nicolas Kummert kun je luisteren naar twee tracks van dit album: 'Affaire De Famille', 'Petit Simon Millionaire', 'Close To You' en 'Compagnons Des Mauvais Jours'.

(Guy Peters, 14.2.11) - [print] - [naar boven]





Concert
Lehmans hippe, slimme, ultramoderne jazz

Steve Lehman Octet, zondag 23 januari 2011, Bimhuis, Amsterdam

Altsaxofonist en componist Steve Lehman is al een aantal jaren de geroemde nieuwkomer op de avant-garde jazzscene. Lehman heeft gestudeerd bij Anthony Braxton en Jackie McLean, en gespeeld met onder anderen Dave Burrell, Vijay Iyer en Oliver Lake. Hij heeft in relatief korte tijd composities geschreven voor grotere orkesten en eigen ensembles opgezet. Naast zijn Octet leidt hij samen met saxofonist Rudresh Manthappa het kwintet Dual Identity, met onder anderen gitarist Liberty Ellman.

Steve Lehman schrijft muziek waarover diepgaand is nagedacht. Hij houdt zich ook bezig met 'spectral music', een componeerbenadering gericht op esthetische timbrestructuren en frequenties, waarvan Tristan Murail één van de pioniers is en bij wie Lehman ook heeft gestudeerd. Lehmans composities zitten intelligent doorwrocht in elkaar, maar hebben tegelijkertijd een sterke flow, mede door ritmische elementen van funk en hiphop en zelfs flarden drum 'n bass. Zo was drummer Tyshawn Sorey constant bezig met verschoven en gebroken, gecompliceerde ritmes. In 'Living In The World Today', een bewerking van Wu Tang Clan's rapper GZA/Genius, werd het ritmisch accent hikkend verlegd in een uitgesmeerde hiphop meets modern jazz.

In een vol Bimhuis waren de meeste gespeelde werken afkomstig van Lehmans laatste cd 'Travail, Transformation & Flow', in 2009 door de NY Times gekozen als jazzalbum van het jaar. Bassist Drew Gress zette een enorme vaart bovenop het al zeer sterke drumwerk van Sorey. Samen waren ze ongenadig swingend en stuwden de muziek mijlenver vooruit. Gress is een veelgevraagd bassist, en terecht. Hij heeft gespeeld met mensen als John Abercrombie, Tim Berne en Ravi Coltrane.

Lehman zelf heeft een scherp, edgy geluid. Hij was minder vaak als solist op de voorgrond, maar meer steeds in samenwerking met trompettist Jonathan Finlayson en de andere blazers. Finlayson klonk even prachtig subtiel met alleen de drums. Het enige moment waar de vibes even hadden moeten worden losgelaten. Tenorsaxofonist Mark Shim viel op met een paar zeer sterke, geïnspireerde solo's. Over dat alles heen lagen de geweldig indringende vibes van Chris Dingman en de beetje duistere, prachtige tubaklanken van Dan Peck.

Lehmans muziek is hippe, ultramoderne jazz-in-beweging. Het klinkt zo nieuw en met een toekomstgerichte visie, het is een soort 'shape of jazz to come' (naar Ornette Coleman), maar dan een halve eeuw later. Een spannend kijkje in de glazen bol.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Maarten van de Ven.

(Margretha van den Bergh, 13.2.11) - [print] - [naar boven]





Cd
Stefan Lievestro's Mona Lisa Overdrive – 'Elevator Fitness' (Mainland, 2010)


Stefan Lievestro's Mona Lisa Overdrive is een 'no-nonsense hard driving' jazzband. Ruige, heftige, felle staccato jazzthema's (interessante composities van Lievestro) vormen de basis waarop vooral tenorsaxofonist Jasper Blom en organist Arno Krijger te keer gaan.

Gitarist Jesse van Ruller, die de groep inmiddels heeft verlaten, is op dit album ook nog in enkele nummers te horen. Hoewel hij zich in talloze andere formaties virtuoos in het mainstream idioom manifesteert, ontpopt hij zich in Lievestro's kwartet als een vurig en ruige jazzrock-improvisator, in het bijzonder in 'Single Track Road'. Tenorist Jasper Blom, die Van Rullers plek heeft ingenomen, is een aanwinst voor Mona Lisa Overdrive. Hij soleert magistraal, heeft een strakke warme toon en blaast furieus in het rockgenre.

Op dit album gaat het vooral om heftige en felle moderne eigentijdse rock-georiënteerde jazzmuziek. Virtuoze, snelle, achtste-noten thema's worden in groovy rock- en funkritmes uitgevoerd. Hierin vervult drummer Hans van Oosterhout op enerverende wijze een prominente rol. Door de wijze waarop het orgel door Arno Krijger wordt bespeeld, zowel in begeleiding als solerend, wordt een 'smerige' gepaste totaalsound gecreëerd.

Naast vijf onstuimige nummers worden – om even op adem te komen – een drietal nummers - 'Rubha Reidl, 'Sokoban' en 'Baos Bheinn' - relatief rustig en relaxed uitgevoerd. Zowel Blom als Van Ruller soleren daarin smaakvol in het melodieuze mainstream idioom.

Mona Lisa Overdrive is een welhaast ongekende kwalitatieve en vitale powerjazzformatie, getuige hun tweede cd 'Elevator Fitness'.

(Jacques Los, 12.2.11) - [print] - [naar boven]





Nieuws / The Jazztube
Colin Benders en Eric Vloeimans bundelen krachten in Kytecrash


In de herfst van 2010 betraden trompettisten Colin Benders en Eric Vloeimans samen met zes bevriende muzikanten de in Utrecht gevestigde Kytopia-studio voor een aantal sessies. Deze sessies zijn een muzikaal 'Kytopiaans gesprek' geworden. Dit betekent dat de betrokken muzikanten met minimale voorbereiding een maximale artistieke vrijheid creëren. De synergie na slechts vijf dagen intensief converseren, is gebundeld op het album 'Kytecrash', die 12 maart uitkomt op het label Kytopia.

De aanleiding voor deze ontmoeting lag een aantal maanden ervoor. De wegen van Benders en Vloeimans kruisten elkaar nadat zij werden uitgenodigd op het Duketown Jazzfestival in Den Bosch. Na dat optreden nodigde de jonge trompettist zijn voormalig leermeester uit om een aantal dagen samen te komen in de studio van Kytopia.

De sessies resulteerden in een intense muzikale conversatie waar alle acht muzikanten een even belangrijk aandeel in hadden. Of die conversatie iets heeft opgeleverd? "De cd is een speeltuin vol avontuur, waar werelden bij elkaar komen,” zegt Vloeimans. "We tuimelen over elkaar heen, we roetsen van de glijbaan en
springen in de lucht." En Benders vult aan: "Ik zou duizend dingen kunnen zeggen over dit project, en geen van allen zullen ook maar enige waarde toevoegen aan wat het is. Het gromt en bijt, het kwispelt en kwijlt. Dit project leeft en wil niet in een zin gevangen worden. Laat je in de tijdspanne van een nummer gestraft en getroost worden. Neem de tijd. Laat mijn bedoeling van dit project
secundair zijn en vertel je eigen verhaal. Dit is Kytecrash.”

De line-up van Kytecrash is een interessante kruisbestuiving tussen leden van de groep van Kyteman en Eric Vloeimans' Gatecrash: naast Benders bestaat deze uit Pax (vocalen), Niels Broos (toetsen), Jeroen van Vliet (toetsen), Mathijn den Duijf (No Input Dubmachine), Gulli Gudmunsson (basgitaar) en Jasper van Hulten (drums).

Alle nummers zijn volledig analoog opgenomen op een 24-sporenrecorder in one track recordings, dus zonder overdubs achteraf. Dat zorgt ervoor dat zowel de dynamiek van het samenspelen als de dynamiek van de nummers zelf maximaal tot hun recht komen op het album. Beide trompettisten zijn naast Kytecrash bezig met eigen projecten. Benders heeft zich in januari teruggetrokken in IJsland om nieuw materiaal te schrijven en de altijd bezige Vloeimans is te horen in verschillende projecten, zoals in tournees als solist met de Holland Baroque Society, Martin Fondse en het Matangi Quartet.

Kytecrash is sinds begin deze maand op tour door de Nederlandse popzalen. Hieronder een speellijst met de concerten die nog op stapel staan:

03/03 Theater De Veste, Delft
04/03 P60, Amstelveen
12/03 Tivoli (cd-presentatie), Utrecht
21/04 Luxor Live, Arnhem
07/05 Paard van Troje, Den Haag
12/05 Mezz, Breda
13/05 Hedon, Zwolle
22/05 De Victorie, Alkmaar

Bekijk de Jazztube!
Een repetitie van Kytecrash in de Kytopia-studio. We horen het nummer 'Tribute To The Mighty 6'. Klik op de afbeelding linksboven om het filmpje te starten.

Labels:

(Maarten van de Ven, 11.2.11) - [print] - [naar boven]





Cd / Terugblik
Ingrid Laubrock - 'Anti-House' (Intakt Records, 2010)


Uit Duitsland afkomstig, lang in Londen gewoond en nu verhuisd naar New York: de saxofoniste Ingrid Laubrock is niet meteen honkvast. Ook muzikaal niet, want wat ze met haar nieuwe groep Anti-House laat horen, is muziek die zich in geen genre, stijl, school of concept laat vangen. De hoofdmoot mag dan (gemakshalve) jazz genoemd worden, de manier waarop compositie en improvisatie onherkenbaar door elkaar lopen, maakt van deze plaat een uitputtingslag voor de concentratie van de luisteraar. Die zal zich mogen inspannen om in de sfeer van de plaat te komen, maar de beloning kan tellen.

Anti-House is een kwartet dat voor enkele tracks door de komst van pianiste Kris Davis wordt aangevuld tot een kwintet. Een echt kwartet en een echt kwintet, want de muziek van Anti-House is in de eerste plaats een groepsprestatie. De composities zijn meestal van Laubrock zelf en bestaan meestal uit verschillende delen die abstractasurrealistisch aan elkaar geregen worden. Toch klinkt de muziek heel organisch; dingen die niets met elkaar te maken hebben, lopen natuurlijk in elkaar over.

Eigenlijk klinken de eerder korte, vrij geïmproviseerde stukken nog het 'normaalst'. In de andere tracks domineert een taal die nog het meest lijkt op een vrije versie van Schönbergs atonaliteit. Niet in het minst in de kubistische ballad 'Tex & Clementine', waarvoor het kwartet eerst in duo's wordt gesplitst om daarna te evolueren naar drie canonische stemmen.

Op geen enkel moment is te voorspellen welke kant de muziek opgestuurd wordt. Quasi-klassiek gecomponeerde passages worden plots de pas afgesneden door grooves, metrisch vrije zwevende stukken of hoekige versnellingen. Dan weer strompelt de muziek, is die gemillimeterd nauwkeurig of duiken er referenties aan rock en cartoonmuziek op.

Bepalend voor het geheel zijn, naast de stukken zelf, de immer flexibele Tom Rainey op drums en gitariste Mary Halvorson. Haar bizarre, verwrongen gitaarklanken doen de muziek schuiven als een draaitafel waarvan de stekker wordt uitgetrokken en terug ingestoken. Deze techniek mengt soms bijzonder goed met de andere muzikanten: de vrije drums en de vingervlugge bas van John Hébert ('Oh Yes') of de pianoclusters ('Anti-House').

Naast de openlijke complexiteit is er ook de bedrieglijke eenvoud; de drastische veranderingen van 'Quick Draw' worden afgerond met het gewoon terugkeren van het thema, alsof er niets aan de hand is. Het toepasselijk getitelde 'Tom Can’t Sleep' lijkt dan met een walking bass, prikakkoorden van Halvorson en een lead van Laubrock weer klassieke jazz. Alleen wil Rainey niet mee en wordt zijn vrij bewegend spel een streep door de traditionele rekening.

Zo krijgt elke track een eigen gedaante. Opmerkelijke verschijningen zijn 'Funhouse Glockwork', waar klokkenspel, piano, gitaar en bas klinken als op hol geslagen mechaniekjes, die niet meer synchroon willen lopen. 'Big Crunch' klinkt dan weer minimalistisch, met bandleden die traag en geïsoleerd door elkaar kruipen. Dat de groep beslist om naar het einde nog verder uit te dunnen en niet (voorspelbaar) aan te zwellen, zegt veel over de attitude van deze band. Anti-House is een groep om heerlijk mee te verdwalen in haar eigen muziek, die op haar beurt een ramp is voor elke muzikale GPS. En dat soort rampen kunnen er nooit genoeg zijn.

Deze recensie verscheen eerder op Kwadratuur.be

Meer horen?
Op de Myspace-pagina van Ingrid Laubrock kun je luisteren naar twee tracks van dit album: 'Slowfish Glowfish' en 'Funhouse Glockwork'.


Op maandag 24 januari jongstleden gaf Anti-House een fascinerend concert bij Jazzpower in Wilhelmina, Eindhoven. Cees van de Ven maakte een fotoverslag.
Klik hier om het te bekijken.

(Koen Van Meel, 10.2.11) - [print] - [naar boven]





Nieuws
Delegatie Nederlandse jazzartiesten op handelsmissie naar India


Een delegatie van elf Nederlandse jazzartiesten vertrok gisteren naar India voor een uitgebreid muziek-, blend- en netwerkprogramma. Onder de naam Dutch Jazz India Expedition doet de delegatie onder andere Mumbai, Pune en Goa aan. De jazzexpeditie is een initiatief van Buma Cultuur en Stichting JazzNL, en wordt ondersteund door NL EVD Internationaal.

De expeditie bestaat uit Anne Chris, DJ Maestro, Izaline Calister, Jaime Rodriguez, Mike Del Ferro, Phaedra Kwant, Robbie Taylor, Roy Dackus, Theo de Jong en de initiatiefnemers Saskia Laroo en Alexander Beets. De artiesten verzorgen naast concerten - onder meer in de fameuze BlueFROG en op het Kala Ghoda Festival in Mumbai - ook networkmeetings en workshops in de diverse steden. Doel van de expeditie is om het Indiase jazznetwerk op alle niveaus te verbinden met de Nederlandse jazzsector, waaronder tussen musici, media, boekers, festival en clubs.

Vorig jaar tijdens de vierde editie van de jaarlijkse Jazzdag was een uitgebreide delegatie uit India aanwezig, waaruit de Dutch Jazz India Expedition is voortgekomen. Later dit jaar zal tijdens het Amersfoort Jazzfestival ruimte zijn voor Indiase jazzmusici om zich in Nederland te presenteren.

De Dutch Jazz Expedition bracht in september 2010 verscheidene Nederlandse jazzartiesten naar Thailand. Tijdens deze expeditie traden onder andere Renske Taminiau, Roos Jonker en Susanne Alt op in Koh Samui en Bangkok. Een expeditie naar Spanje staat voor later dit jaar op de planning. Ook is inmiddels interesse getoond voor jazzexpedities naar Brazilië, China, Rusland en Australië.

Klik hier voor meer informatie.

Bron: MusicFromNL

(Maarten van de Ven, 9.2.11) - [print] - [naar boven]





Concert
East meets West: perfecte symbiose

Tori Ensemble feat. Ned Rothenberg, Vincent Ségal & Satoshi Takeishi, woensdag 2 februari 2011, RASA, Utrecht

RASA is bij uitstek hét wereldmuziekpodium in Utrecht. Dat is dan ook de organisator van een nieuw tweejaarlijks festival: The Wild Wild East. RASA-programmeur Maarten Rovers schrijft in zijn voorwoord in de festivalbrochure: 'het is een festival met muziek en dans uit dat deel van de wereld dat ten westen ligt van het Wilde Westen'. En ook: 'muziek met stokoude wortels die volgens ons behoort tot de meest avontuurlijke op aarde'.

Wat heeft dat met jazz te doen? Bitter weinig, behalve dan dat jazz ook avontuurlijke muziek is. Daarom waarschijnlijk ook is het Tori Ensemble de samenwerking aangegaan met New Yorkse improviserende jazzmuzikanten. Hoewel de meeste samenwerkingen met wereldmuziek en jazz weinig succesvol zijn – het ene of het andere genre overheerst – was in dit geval sprake van een goed werkende, inspirerende symbiose.

Altsaxofonist/klarinettist Ned Rothenberg, cellist Vincent Ségal en percussionist Satoshi Takeishi voegden zich na de pauze bij het Tori Ensemble. Dat ensemble had voor de pauze een nogal eentonig – spaarzaam melodieus en vooral percussief – concert gegeven. De bezetting van het ensemble leent zich slecht voor een gevarieerde en melodieuze muziekbenadering. De door Yoon-Jeong Heo bespeelde geomungo – een Koreaanse citer die qua speelwijze het equivalent van de contrabas is – en de zandlopertrom die geroerd werd door Young-Chi Min zijn niet bepaald melodieus bespeelbare instrumenten.

Met de toevoeging van de exponenten van de moderne New Yorkse jazz werd een verrassend complete muziek tot stand gebracht. De combinatie van de authentieke Koreaanse klanken en ritmes met de vrije jazzinterpretaties van Rothenberg & Co werkte voortreffelijk.

Zowel de moderne jazz als de Koreaanse folkmuziek waren in het geheel totaal geïntegreerd. Een nieuw muziekgenre ontstond, waarbij jazz- en (Koreaanse) folkimprovisaties op een natuurlijk wijze mixten. De wezenskenmerken van beide genres niet werden aangetast. Sterker nog, het geheel vormde een perfecte eenheid van Koreajazzimpro. Rest nog te melden dat Takeishi fenomenale percussiepartijen produceerde en dat Rothenbergs enige altsaxsolo, begeleid door beide percussionisten, virtuoos en furieus was.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Herre Vermeer.

(Jacques Los, 9.2.11) - [print] - [naar boven]





Cd
Bende van Drie – 'Traces Of Tides' (LopLop, 2010)


Je moet ze met een kaarsje zoeken, trio's bestaande uit saxofoon, bas en accordeon. Toch is deze samenstelling vrijwel altijd effectief. De Bende van Drie (Onno van Swigchem, Dion Nijland en Pieter Jan Cramer van den Bogaart) levert met zijn derde cd, 'Traces Of Tides', een welkome bijdrage aan deze veel te ondergewaardeerde samenstelling.

'Manor', het eerste nummer, levert gelijk een goed beeld van wat er allemaal mogelijk is. Van Swigchem (baritonsax) en Cramer van den Boogaart (accordeon) delen samen het voetlicht en bewegen heen en weer tussen oosters aandoende muziek en de jazztraditie. 'Portrait Of Willy Vargas', een compositie van Ray Anderson, wordt aangegrepen voor vrijer spel. Terwijl Van Swigchem op zijn alt alles van slap tonguing tot de meest bitterzoete bluesfrasen laat horen, strijkt Cramer van den Boogaart op zijn accordeon soms tegen de haren in. Dit doet hij door zijn instrument zeer traag te bewegen, zodat het bijna lijkt te zuchten. Ondertussen houdt bassist Nijland de boel bij elkaar en levert hij gelijktijdig een goede bijdrage aan de spanning van de muziek.

'Drone', het derde stuk van de cd, herinnert eraan dat deze heren hun wortels in de Nederlandse jazzwereld hebben; de altsax van Van Swigchem klinkt zeer veek als Michael Moore, bij wie hij lessen heeft gevolgd, en het geheel doet denken aan Moore's cd 'Holocene'. Dit is echter eerder een blijk van veelzijdigheid dan van kopiisme, want verderop worden zowel eigen composities als werk van bijvoorbeeld John Zorn gespeeld. Diens 'Abidan' heeft een metamorfose ondergaan, maar tegelijkertijd is het meteen duidelijk dat het hier een stuk betreft uit het Masada-project. Zoiets bewijst de flexibiliteit van deze groep.

Labels:

(Sybren Renema, 8.2.11) - [print] - [naar boven]





Nieuws
Jef Neve verovert Tokyo


De prestigieuze jazzclub The Cotton Club in Tokyo nodigt het Jef Neve Trio uit om drie concerten op rij te spelen op 8, 9 en 10 juni 2011. Het trio zal er hun laatste album 'Imaginary Road' voorstellen aan het Japanse publiek.

Voor Jef Neve is het reeds de tweede keer in een jaar tijd dat hij op dit beroemde podium mag aantreden. Afgelopen herfst speelde hij er in duo met de Amerikaanse zanger José James. Hun cd 'For All You Know' is erg goed onthaald in Japan. Het is dan ook één van de landen waar de meeste platen van Jef Neve verkocht worden. De pianist is ondertussen een 'BJ', een Bekende Japanner. Hij wordt er zelfs op straat herkend.

Wie het Jef Neve Trio dichterbij huis bezig wil zien, kan ze gaan beluisteren in Lantaren-Venster in Rotterdam (vrijdag 11 februari), theaterzaal De Valkaart in Oostkamp (zaterdag 12 februari), De Warande in Turnhout (vrijdag 18 februari), het Cultureel Centrum van Torhout (vrijdag 4 maart) en SJU Vredenburg Leeuwenbergh in Utrecht (zaterdag 12 maart).

Meer weten?
Lees hier onze recensie van 'For All You Know'.

(Maarten van de Ven, 8.2.11) - [print] - [naar boven]





Lp
Charles Mingus – 'Mingus Ah Um' (Columbia, 2010)

Opname: mei 1959

1959 Was een belangrijk jaar voor bassist, componist en bandleider Charles Mingus. Nadat hij jarenlang met kleinere combo's in de platenstudio's had gestaan, had hij zijn groep nu met drie, soms vier blazers uitgebreid, zodat hij een soort mini-bigband tot zijn beschikking had. Het zal de componist vooral om het bredere palet aan klankkleuren te doen zijn geweest.

De muzikanten schijnen nauwelijks voor deze twee sessies gerepeteerd te hebben. Dat het klinkend resultaat een vaste groep suggereert, heeft ongetwijfeld met zowel Mingus' leiderschap te maken als met de empathie tussen hem en zijn musici – en de kwaliteit van die laatsten. De muziek is blues-georiënteerd, wat niet impliceert dat alle nummers een twaalfmatige structuur hebben. De bluesroep en de gospelschreeuw zijn bij Mingus nu eenmaal nooit ver weg. Dat, in combinatie met het zoekend karakter, is kenmerkend voor zijn unieke muziek.

'Ah Um' introduceert niet minder dan drie nummers die min of meer tot het standaardrepertoire zijn gaan behoren. Om te beginnen 'Better Git It In Your Soul', in de vorm van Woody Hermans razende achtbaan, en verder 'Fables Of Faubus', hier nog volledig instrumentaal, dat tot het eind van zijn leven in het boek van Mingus zou blijven. En 'Goodbye Pork Pie Hat' kun je zelfs in menig workshoporkestje aantreffen. Dat ontstond toen Charles Mingus op 15 maart in een New Yorkse club met een blues bezig was en iemand het podium opstapte, om hem in het oor te fluisteren dat tenorist Lester Young net was overleden. Je zou het als een soort goedaardige karikatuur van de saxofoonvernieuwer kunnen beschouwen.

De venijnige ode aan de racistische gouverneur Orval Faubus is ook interessant vanwege de twee verschillende ritmes die de leider door de muziek klutste. Voor solowerk van de bassist ben je bij 'Jelly Roll' aan het goede adres. Wat een weergaloos mooi breed 'houten' geluid, wat een feilloze attack. Dit nummer nam hij in verschillende versies in 1959 niet minder dan driemaal op en kan dus beschouwd worden als een work in progress.

Deze plaat is als 180-grams lp op de markt gebracht, wat inhoudt dat je een massieve bonk plastic in handen hebt, een beetje te vergelijken met de eerste 30-cm Decca's uit begin jaren vijftig. Het geluid valt me eerlijk gezegd een tikje tegen. De 'Nostalgia In Times Square'-dubbelaar die in 1979 in de Contemporary Masters Series verscheen en die gedeeltelijk met 'Mingus Ah Um' overlapt, klinkt helderder.

(Eddy Determeyer, 8.2.11) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...






Menupagina's:

Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Neerpelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.