Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 


Concert
Terug op het jazznest

Echoes Of Four, dinsdag 25 november 2026, De Smederij, Groningen

Vraag: wat krijg je wanneer je de begeleiders van Ilse de Lange, Mathilde Santing, André van Duin en A Chorus Line bij elkaar zet?
Antwoord: dan krijg je Echoes of Four, een frisse fusionjazzband met een aantrekkelijke swing en stootkracht.

Drummers krijgen vaak de eerste en niet zelden de meeste aandacht en Peter Weissink is geen uitzondering. Voor elke maat lijkt hij een aparte, toepasselijke groove in petto te hebben. Zijn solo in 'Three Views Of A Secret' begint met handen en vingers, wordt mooi op- en uitgebouwd, de mallets komen erbij, en dat alles met veel vertoon van finesse, power en techniek. Al dan niet bescheiden, ingehouden. Héle goeie drummer, soms vol op de plank waar dat zinvol is. Dwingend en dat toch op een vriendelijke manier.

Gitarist Folker Tettero zouden we moeten kennen van 'A Chorus Line' (ik niet hoor), maar zijn jarenlange werk met vocaliste Carmen Gomez is in ieder geval boven alle kritiek verheven. Hij kan zijn instrument laten janken, is avontuurlijk en beweeglijk (in 'Bent Fender').

Soms stort de band zich in de gruwelijkste grooves aan deze zijde van de Elbe. Na de pauze bleek de band geëvolueerd van een vriendenclubje naar een vervaarlijk voorwaarts stormend peloton. Toetsenman Will Maas laat een vamp niet zomaar los wanneer hij die te pakken heeft. In 'Red Cross' kunnen de muzikanten hun jazzroots botvieren, zodat dat een intense aangelegenheid wordt. De heren luisteren goed naar elkaar en er wordt smaakvol gespeeld. Zij, en wij met hen, raken allengs in de juiste stemming. 'No Woman No Cry' wordt losgebikt uit zijn reggaeritme, zodat Bob Marley wreed uit zijn weed dreams losgerukt zou worden - wanneer die nog geleefd had.

Tekst: Eddy Determeyer | Foto: Diederik Idema

Labels: , , , ,

(Eddy Determeyer, 29.11.25) - [print] - [naar boven]



Cd
Jelle Van Giel's Close Distance Band - 'All I Hear'

W.E.R.F., 2025 | Opname: 13-15 december 2024

Sommige albums weten je meteen te raken en slaan in als een bom. Dit is er zo eentje. De tien juweeltjes van de hand van drummer Jelle Van Giel (de opener doet even aan Aaron Parks denken) schitteren van kracht, evenwicht en dynamiek.

Met een schier onuitputtelijke energie weet dit viertal dynamische en stuwende composities vorm te geven, schatplichtig aan de jazz, rock, elektro, of wat dan ook. Het maakt niet uit: alles valt vloeiend samen, de sound is een muur, een wolkbreuk waar je onmogelijk onderuit kunt. Ook in de meer lyrische tracks schuilt die energie.

Het fijne, melodieuze, ritmische klavierwerk, gemengd met de soundscapes verdient een pluim. De schitterende lijnen van gitaarwizard Roeland Celis zijn verbluffend. De mooi inpassende en stuwende baslijnen - soms merk je hun aanwezigheid bijna niet, soms tekent de bas net de melodie - verdienen scherpe aandacht. En zeker driewerf hoera voor het subtiele, swingende, viriele, gevoelige drumwerk.

Verwacht je aan eigentijdse, complexe maar toegankelijke composities, evenwichtig opgebouwd, harmonieus uitgevoerd: dit is een boek met tien netjes in elkaar passende hoofdstukken. Swingend, beheerst, met een constante continuïteit, een zingende verhaallijn, ingebed in een oerstevige sound. Geloof ons: na tig beluisteringen bleef de ziel van de muziek én het luisterplezier intact. Dit is een absolute top-cd, met een eigen stem die een eigen genre creëert en waar het speel- en luisterplezier van afspat. OMG! Een muzikaal orgasme!

Jelle Van Giel (elektronica, drums, soundscapes), Roeland Celis (gitaar), Ewout Pierreux (piano, Fender Rhodes), Yannick Peeters (contrabas)

Klik hier om dit album te beluisteren.

Tekst: Marc Van de Walle | Deze recensie verscheen ook in Jazz&mo'

Labels: , , , ,

(Marc Van de Walle, 25.11.25) - [print] - [naar boven]



Cd | Jazztube
Anouar Brahem - 'After The Last Sky'

ECM, 2025 | Opname: mei 2024

Volgend jaar is het vijfendertig jaar geleden dat Anouar Brahem zijn eerste album bij ECM Records lanceerde: 'Barzakh'. Inmiddels is hij toe aan zijn twaalfde, 'After The Last Sky'. Geen geweldig grote productie, maar wel een van een constant hoge kwaliteit. En ook dit album is weer direct herkenbaar als een echte Brahem met zoals Adam Shatz in het cd-boekje schrijft 'elegance of articulation and structure, sensitivity to the silence between notes; a sense of searching and striving to overcome barriers; an oscilation between moods of melancholy and rapture'. Naast Brahem, natuurlijk op de oud, horen we Anja Lechner op cello, Django Bates op piano en Dave Holland op contrabas.

Elf jaar geleden schreef ik naar aanleiding van een concert tijdens November Music: 'Knap aan de muziek van Brahem is, en dat bleek ook weer eens tijdens dit concert, dat het in grote mate inwerkt op de emoties en het gevoel van de luisteraar, terwijl het nergens sentimenteel en kitscherig wordt'. Het is een uitspraak die onverkort ook weer van toepassing is op dit bijzondere album, volledig bestaande uit eigen stukken van de meester, waarover Brahem bovendien zegt: "While preparing the music for this album, the tragedy of Gaza was very much on my mind." Direct in het vrij korte 'Remembering Hind' horen we Lechner en Bates een melodie bouwen waarin melancholie een allesoverheersende rol speelt, zonder dat vals sentiment ook maar een ogenblik doorbreekt. 'After The Last Sky' klinkt wat abstracter, met een grote rol voor Brahem zelf, al valt hier wel het repetitieve karakter op. Brahems prachtige, weloverwogen spel dringt zich eveneens op in het uiterst introspectieve 'Endless Wandering', maar let hier zeker ook op Lechner en de wijze waarop zij de melodie vertolkt op de cello. Met de titel verwijst Brahem, aansluitend op zijn woorden van hierboven, naar de eindeloze omzwervingen van de Palestijnen in de afgelopen decennia. In 'The Eternal Olive Tree', het enige stuk waaraan Holland mee componeerde, horen we de klanken van de oud en de contrabas innig met elkaar verstrengeld, een stuwende en meeslepende ritmiek is het gevolg.

'Awake' is van een geheel andere orde, hier overheerst de introspectie. Een stuk ook waarin we de verklanking horen van wat voor Brahem op het spel staat: "Reducing this conflict (dat tussen Israel en de Palestijnen, RED.) to a simple opposition between Jews and Muslims is unbereable to me," zo zei hij tegen Shatz. "The real barriers are neither religious or cultural, but rather result from a growing separation between those who denounce injustice and those who choose to remain indifferent." Brahem en zijn medemusici scharen zichzelf duidelijk bij de eerste groep en geven hier middels muziek, het beste middel dat ze ter beschikking hebben, duidelijk uiting aan. Wellicht nog wel het mooist verklankt in die cellosolo van Lechner in 'In The Shade Of Your Eyes', eentje die door merg en been gaat. Maar laten we vooral niet vergeten dat dit album ook zonder die boodschap zonder meer de moeite waard is, zoals een wat opgewekter stuk als 'Dancing Under The Meteorites' mooi laat horen, of het van melancholie doordrenkte 'The Sweet Oranges Of Jaffa' en dan niet in de laatste plaats door dat krachtige spel van de meester zelf.

Tekst: Ben Taffijn

Labels: , , , , ,

(Ben Taffijn, 23.11.25) - [print] - [naar boven]



Concert
Één ademhaling verdeeld over vijf longkamers

Sun Mi Hong Quintet, zaterdag 8 november 2025, Artishock, Soest

In het intieme zaaltje van jazzclub Artishock in Soest bewees het Sun Mi Hong Quintet dat muzikaal samenspel geen kwestie is strikte afspraken, maar van intuïtie, vertrouwen, verstandhouding en durf. Het kwintet klinkt als één organisme. Het is alsof de musici met gesloten ogen dezelfde droom volgen. Lijnen worden ingezet, overgepakt, losgelaten, en uit dat samenspel ontstaat telkens opnieuw iets levends en vloeibaars, soms helemaal vrij. Waar de een stopt, pakt de ander moeiteloos over - één ademhaling verdeeld over vijf longkamers.

Aan de basis van deze ogenschijnlijke vrijheid ligt echter wel degelijk een overwogen vorm en structuur, komende uit de koker van drummer en componist Sun Mi Hong, die subtiel dirigeert vanachter haar kit. Niet met gebaren, maar dynamisch pulserend, met roffels op snare, toms en bekkens. De Zuid-Koreaanse is in de afgelopen jaren uitgegroeid tot het paradepaardje van de Nederlandse jazz, eerste als permanent Artist in Residence in het Bimhuis, spoedig op de grote festivals en in de media, met prijzen en onderscheidingen. Het is bewonderenswaardig hoe Sun van meet af aan is blijven volharden in haar eigenzinnige muzikale opvatting, haar vrije en schilderachtige drumstijl in te bedden in een impressionistische post-bop setting. In haar werk herschikt zij de elementen ruimte en tijd, op een wijze die aansluit bij Miles' 'Nefertiti' en Ravels 'Asie'. In Sun Mi Hongs composities versmelt impressionistische harmonie met de vrije adem van de moderne jazz. Haar vier albums zijn de weergave van een voortdurende zoektocht naar klank en textuur, passend bij haar contemplatieve en zelfreflecterende karakter.

Sun mag dan de aanjager zijn van het internationale hofje uit Amsterdam; de andere leden van het kwintet liegen er ook niet om. De dromerige soli van tenorsaxofonist Nicolò Ricci en trompettist Alistair Payne lijken om beurten uit de lucht te vallen. Tonaal zoeken de heren de grenzen op, zij deinzen niet terug voor abstracte klankentapperij en ijle lokroepen. Dan, op instigatie van bassist Alessandro Fongaro, worden de krachten weer gebundeld tot een warmbloedige klankmassa. De nieuwe pianiste Chaerin Im, eveneens uit Zuid-Korea afkomstig, past daar perfect bij. Zij zorgt voor een heldere frasering met Raveliaanse kleuren.

Hulde aan jazzclub Atishock, met name Semmy Prinsen, die dergelijke muziek 'in de provincie' durft te programmeren. De subsidiekranen zijn al enige tijd dichtgedraaid en menig jazzclub in den lande wordt gedwongen om minder avontuurlijke muziek te programmeren, dan wel de deuren te sluiten. Gelukkig kwam er genoeg volk op af en werd er geen verlies geleden.

De enige wanklank van de avond kwam niet van het podium, maar van de spreekstalmeester, die in Artishock de rol van wijlen Cees Schrama op zich heeft genomen. Zijn grappig bedoelde edoch vrouwonvriendelijke opmerkingen vormden een pijnlijke dissonant binnen een avond die juist draaide om respect, subtiliteit en muzikale gelijkwaardigheid.

Tekst: Storm Bakker | Foto's: Evert-Jan Hielema

Labels:

(Storm Bakker, 19.11.25) - [print] - [naar boven]



Concert | Performance
Fysiek geweld

Aaron Dilloway | Lily Dollner, woensdag 12 november 2025, VERA, Groningen

Het was weer helemaal 1965. Maar ook duidelijk 2025, 12 november om precies te zijn en in het undergroundcentrum VERA ligt in het midden van de zaal een assortiment gipsen ledematen uitgestald, afkomstig, zo op het oog, van een gispen beeld. En daar treedt Lily Dollner in de lichtcirkel, gekleed in niet meer dan een dun laagje gips in stofvorm, zodat het verschil tussen haar en de gipsen armen en benen wegvalt. Dollner knielt neer, neemt een elektrisch versterkte rasp ter hand en begint aan een arm te vijlen. Dat levert een geluid op dat varieert met de hoek waaronder het apparaat wordt gehouden, de snelheid en de keuze tussen ledematen en tors. Dat raspend geluid wordt ondersteund en soms overweldigd door een soundtrack vol geruis, gekners en gehuil. Wanneer de artieste een been ter hand neemt zien we inderdaad het verschil tussen de dode en levende materie niet meer. Ook Dollner zelf kennelijk niet, getuige de bloeddruppels die opwellen uit knieën en knokkels. Als ik een vrouw was had ik wel even geslikt op het moment dat Dollner aan een tepel begint en vervolgens zorgvuldig een complete borst wegraspt. Maar dat zou ongetwijfeld een seksistische gedachte zijn geweest. Wanneer het hoofd aan de beurt is neemt ze dat liefdevol in de armen, alsof het een baby betreft. En zo wordt het hoofd geleidelijk aan een kop van een sneeuwpop, maar dan zonder winterpeen.

Na dit event (noemen ze dat nog steeds zo?) volgt een performance door geluidskunstenaar Aaron Dilloway, een oude rot in het vak. Verschanst achter computers, synthesizers, toetsenborden, schuiven en knoppen voert hij een sjamanistisch ritueel uit, waarin we worden meegesleurd als in een tropische tsunami. Het begint allemaal heel onschuldig, met een zachte lage toon die om de zoveel seconden wordt gemarkeerd door een luid machinaal geluid, alsof er een stempelhandeling wordt versterkt. Trossen geluid slingeren zich door alle hoeken, gaten en oren van de ruimte. Daarbij gedraagt de kunstenaar zich alsof de vervaardiging van de soundscapes hem de grootst mogelijke moeite kost. Hij leunt gevaarlijk ver achterover in zijn klapstoeltje, valt er bijna vanaf en trekt een grimas of hij B.B. King moet zien te verslaan. We hebben hier met puur fysiek geweld te maken, dat is wel duidelijk. Maar waarom zou ik deze helse potpourri proberen te verwoorden, wanneer het persbericht van VERA het zo kernachtig en helder samenvat. 'Met 8-track tapeloops, stem delays en organisch geruis bouwt hij sonische collages waarbij spanning, humor en vervreemding samenvallen.'

Mooi hè.

Tekst: Eddy Determeyer

Labels: , , ,

(Eddy Determeyer, 17.11.25) - [print] - [naar boven]



Nieuws | Concert | Jazztube
Craig Taborn wint MacArthur Fellowship

Craig Taborn behoort tot de meest vernieuwende en veelzijdige pianisten van zijn generatie. In de internationale jazz-, improvisatie- en creatieve muziekscene heeft hij een unieke plek veroverd met zijn eigenzinnige en meeslepende speelstijl. Taborn heeft in zijn lange carrière vele onderscheidingen ontvangen, maar geen enkele was zo lucratief als zijn laatste. De 55-jarige pianist/componist is een van de namen op de lijst van MacArthur Fellows voor 2025.

De beurs, vaak een 'genius grant' genoemd, is een prestigieuze prijs van 800.000 dollar, die jaarlijks door de John D. en Catherine T. MacArthur Foundation wordt toegekend aan wetenschappers, kunstenaars en anderen als investering in hun potentieel. Volgens de stichting gaat de geldprijs naar 'buitengewoon getalenteerde en creatieve individuen'.

'Tijdens optredens en opnames als solist, bandleider en sideman brengt Taborn een onverschrokken en verfijnde benadering van muziek maken', aldus de stichting in een verklaring waarin zijn fellowship werd aangekondigd. 'Hij put uit uiteenlopende muzikale tradities, zoals traditionele en hedendaagse jazz, hedendaags klassiek, experimenteel, elektronisch, rock, metal en hiphop. Zijn constante verkenning van genres en stijlen vormt zijn eigen unieke muzikale intelligentie en stem.'

Taborn is een van de 22 nieuwe fellows die voor 2025 zijn aangekondigd en de enige muzikant in deze nieuwe lichting. Hij sluit zich aan bij recente jazzmusici als Tomeka Reid (2022), Cécile McLorin Salvant (2020), Mary Halvorson (2019) en Tyshawn Sorey (2017).

Momenteel is hij op tournee door Europa, zowel solo als in triovorm met Tomeka Reid en Ches Smith. Met dat laatste trio speelt hij zondag 16 november op Jazz Brugge in het Concertgebouw aldaar en op donderdag 20 november in het Bimhuis, Amsterdam.

Op vrijdag 7 november gaf Craig Taborn een indrukwekkend soloconcert op het podium van De Singer in Rijkevorsel. Cees van de Ven maakte een fotoverslag en een videoregistratie van het gehele concert, die je hieronder in twee delen kunt bekijken.

Tekst: Maarten van de Ven | Foto & video: Cees van de Ven

Labels: , , , ,

(Cees van de Ven, 14.11.25) - [print] - [naar boven]



Cd's
Mother Tongue - 'Mother Tongue'

Makkum, 2025
LOOT - 'LOOT'
De Platenbakkerij & ICP, 2025 | Opname: 11-13 juli 2023

In de afgelopen jaren is Oscar Jan Hoogland uitgegroeid tot een van de meest originele en veelzijdige toetsenisten binnen de jazz en de geïmproviseerde muziek. Hij is een echte gangmaker binnen de Amsterdamse jazzscene en lanceert het ene na het andere bijzondere project. Zo zagen we recent de naamloze debuutalbums van Mother Tongue, dat Hoogland vormt met vocalist en multi-instrumentalist Mola Sylla en drummer Frank Rosaly en van LOOT, dat verder bestaat uit rietblazer Ab Baars, bassist Uldis Vitols en drummer Onno Govaert voorbij komen. De eerste kwam uit bij zowel Astral Spirits als Makkum Records, de tweede verscheen bij De Platenbakkerij, in samenwerking met het eigen label van ICP.

Het geluid van Mother Tongue wordt in hoge mate bepaald door Sylla, afkomstig uit Senegal, en zijn instrumentarium bestaande uit een xalam (een traditionele luit), de m'bira en de kongoma (beide lamellafoons, waarbij die eerste ook vaak een duimpiano wordt genoemd) en tot slot de bolon bata (een soort van harp). En natuurlijk horen we Sylla met zijn indringende vocalen, direct al in het heerlijk ritmische 'Djangalomba Dara'. Een ritmiek op conto van die lamellafoon en Rosaly's aanstekelijke slagwerk. Volop experimenteel ritmische Afrikaanse klanken ook in 'Déglul Kadu Rab Yi', klanken waar Rosaly en Hoogland zich duidelijk uitstekend bij thuis voelen. Een grote rol in dit stuk, iets verderop ook voor het instrument dat Hoogland op dit album bespeelt: een elektrische versie van een clavichord, ook wel clavinet genoemd. Zoals Hoogland hem bespeelt heeft het geluid veel weg van een elektrische gitaar, waarmee het een opwindende combinatie met Sylla's instrumentarium vormt. Nog pregnanter klinkt die clavichord in 'Duk Kawe', een prachtig stukje experimentele muziek, waar gaandeweg een slepende ritmiek in kruipt. Hoogtepunten op dit album zijn de ballades 'É Nah' en 'Kër Gi' en dan met name vanwege de allesdoordringende zang van Sylla, op het tweede stuk louter begeleid door de m'bira. Daar tussenin zit het weer opvallend ritmische 'Ndap', waarin ik een overvloed aan wonderlijke klanken hoor die moeilijk zijn thuis te brengen, maar die het stuk des te aantrekkelijker maken.

LOOT is - en dat tekent Hooglands veelzijdigheid - een totaal ander kwartet. Zoals de naam aangeeft, vormt dit een nieuwe loot aan de stam van de vaderlandse experimentele jazztraditie, waarbij met name de naam Misha Mengelberg - van wie Hoogland een van de laatste leerlingen was - zich opdringt. Dat we Hoogland op dit album op piano horen is dan ook niet meer dan logisch. In opener 'Krijshaan' ontdekken we direct Mengelbergs erfenis, zowel in de naam van het stuk als de knotsgekke muziek met duidelijke circusinvloeden. Baars laat hier horen uitstekend met dwarse noten uit de voeten te kunnen, terwijl de rest van het kwartet een aangename ritmiek optrekt. In 'MMM (Triple M)' gaan we verder op de ingeslagen weg. Sterker nog, hier klinkt het allemaal nog net een fractie dwarser. Bijna zoekend spel van Hoogland in 'Impala'. En terwijl Govaert de spanning verhoogt, blaast Baars aangename lijnen op zijn tenorsax. En dan is het 'Lamantijn'-tijd, een opvallend ingetogen klanklandschap creëert het kwartet hier. Al even subliem en wederom een mooi staaltje van Hooglands compositorische kwaliteiten is 'Reiger'. Ingetogen pianoaanslagen worden gevolgd door een prachtig intieme solo van Baars op klarinet. En dan zijn we bij het titelstuk 'LOOT', met een fijn hoekige ritmiek, perfect passend binnen de Nederlandse jazztraditie, iets waar overigens 'Upperclass Underground (Double U)' uitstekend bij aansluit. Tot slot noem ik nog 'Sleeping Policemen' en dan met name vanwege dat indringende spel van Baars, dat altijd weer door merg en been snijdt.

Tekst: Ben Taffijn

Labels: , , , , , , ,

(Ben Taffijn, 9.11.25) - [print] - [naar boven]



Concert
De kunst van het samensmelten

Will Jasper-Peter Beets Kwartet, dinsdag 28 oktober 2025, De Smederij, Groningen

Heel lang heb ik geloofd dat vaste bands te prefereren zijn boven ad-hoc ensembles. Ik herinner me een repetitie van een aantal R&B-grootheden die nimmer met elkaar speelden, in Cultuurcentrum De Oosterpoort. Het betrof George Kelly, voormalig tenorist van de roemruchte Savoy Sultans, gitarist Billy Butler van het Bill Doggett Combo en Roy Milton, drummer en zanger van zijn eigen Solid Senders, in de jaren veertig. Nou, het duurde meer dan een uur eer de club 'RM Blues', de grote hit van Milton, een beetje onder de knie had. Terwijl het, althans in mijn oren, een doodsimpele riff betrof.

Nee, dan het Bill Doggett Combo, een vast gezelschap dat we ooit op het (Haagse) North Sea Jazz Festival mochten aanschouwen. Wat een eenheid, wat een stootkracht, wat een feest.

Inmiddels zijn we een paar decennia verder. De jonge muzikanten van vandaag de dag zijn een stuk beter opgeleid, ze zijn veelzijdiger en lezen als de raven. (Wat niet impliceert dat ze daarmee ook per definitie 'beter' zijn, opwindender. Ik zou bijvoorbeeld wel eens willen weten hoeveel uur een gemiddelde blazer van een willekeurig conservatorium met de vorming van zijn of haar sound bezig is.)

Zomaar wat overpeinzingen tijdens het optreden van het Will Jasper-Peter Beets Kwartet, gisteravond in De Smederij. Deze muzikanten hebben allen wel eens met elkaar gespeeld, maar (zo goed als) nooit in deze constellatie. Hier en daar kon je dat even merken: dan stokte de flow eventjes, om gelijk daarna weer opgepikt te worden. Het grote voordeel van zo'n incidenteel verband van door de wol geverfde muzikanten is natuurlijk dat de artiesten op hun tenen moeten lopen, hun oren dienen te laten flapperen en zo weinig mogelijk op hun routine varen. Wanneer het inderdaad goed geverfde lieden betreft kun je er donder op zeggen dat het een memorabele avond wordt.

Gelijk in het eerste nummer, 'You Stepped Out Of A Dream', kregen we de groeten van tenorist Dexter Gordon. Will Jasper heeft daar vast en zeker een grote poster van boven zijn bed hangen. Hij heeft het fraaiste, meest doorleefde geluid van Groningen en Ommelanden.

De meeste bezoekers, dat lag wel voor de hand, waren afgekomen op pianist Peter Beets. Zijn kwaliteiten mogen bekend worden geacht. Listige modulaties in ballads, solo's die gelijk Brusselse kant lijken te zijn gesponnen, een zenuwslopende speurtocht in 'Caravan'. En heel soms plaatste de pianist één nootje dat het hele nummer memorabel maakte, om niet te zeggen het hele optreden. 'Perfect', om met componist en performance-kunstenaar Charlemagne Palestine te spreken. 'Yesterdays' kreeg een Art Tatum-intro en een Erroll Garner-behandeling in de begeleidende partij. 'Cedar's Blues' culmineerde in een enerverend duet in contrapunt tussen de klavierleeuw en de saxofoontitaan, een soort opgepimpte Bach Inventie. In Joe Hendersons 'Recorda-Me' speelde Beets een montuno, een kenmerkend deel van de mambo, waarin de solist improviseert op een repeterende melodisch-ritmische vamp.

De kracht- en breuklijnen werden gemarkeerd door bassist Hans Lass en drummer Sander Smeets. Die laatste had een mooie roffel over zich en was niet bang voor royale doses dynamiek. Lass verdween bijkans in zijn instrument wanneer hij de hoge nootjes aanstipte.

Altijd tof om in Groningen te spelen, verklaarde Peter Beets. Doorgaans denk je: ja, dat zei je gisteren in Spekholzerheide ook. Maar Peter meende het. Denk ik.

Tekst: Eddy Determeyer | Foto's: Hammie van der Vorst

Labels: , , , ,

(Eddy Determeyer, 4.11.25) - [print] - [naar boven]



Cd
Ineke Vandoorn, Marc van Vugt, Christine Duncan & The Soundmakers - 'The Soundmakers Project'

Baixim, 2025

In september bracht het innovatieve label Baixim Records een opmerkelijke cd uit: The Soundmakers Project. Deze uitgave laat zich moeilijk in een genre vatten. Het is geen traditionele concertregistratie, noch een klassieke studio-opname, maar een hybride vorm die elementen van beide combineert. Geen old style jazz, geen free jazz, latin, standards of mainstream - wat je hoort is iets unieks: vocale improvisatie, soms op basis van melodie of tekst, soms gebaseerd op enkele aanwijzingen, dan weer geheel vrij.

Wat deze cd onderscheidt, is de manier waarop het koor functioneert. Niet als achtergronddecor, maar als actieve, improviserende solist. In het elf minuten durende nummer 'The Collar' komen tekst, melodie, gitaarsolo en koorimprovisatie samen in een gelaagde compositie. Het Nederlandstalige 'Dansen' is een bewerkte chanson, waarin passages zijn herschreven en gearrangeerd voor het Soundmakers-koor, wat het een geheel een nieuwe dimensie geeft.

Zangeres Ineke Vandoorn en gitarist Marc van Vugt zijn de drijvende kracht achter het project. Ze vormen niet alleen een muzikaal duo, maar ook een artistiek partnerschap dat al jaren grenzen verlegt binnen de jazzwereld. Hun eerdere album 'Love Is A Golden Glue', met Eric Vloeimans, werd bekroond met een Edison en vestigde hun reputatie als vernieuwers. Als oprichters van Baixim Records staan ze achter diverse grensverleggende projecten, waaronder het Soundmakers Project.

Tijdens een reis ontmoetten ze de Canadese zangeres en koordirigent Christine Duncan, bekend van haar Element Choir in Toronto. Duncan experimenteert al jaren met collectieve vocale improvisatie. Gelijktijdig soleren is een concept dat zijn wortels heeft in de New Orleans-jazztraditie van simultane instrumentale improvisaties. Maar waar instrumenten elkaar kunnen overlappen, lijkt gelijktijdig zingend improviseren een brug te ver. Toch bewijst het Soundmakers Project dat het wél kan - en hoe!

Het Soundmakers-koor bestaat uit zo'n 70 vocalisten afkomstig uit drie verschillende koren. Onder leiding van Duncan improviseren zij op haar aanwijzing met klanken, ritmes, teksten en melodieën. Het resultaat is een vliegend tapijt dat door klanklandschappen zweeft, waarin de composities van Vandoorn en Van Vugt tot leven komen. De cd bevat zowel vrije improvisaties als gearrangeerde stukken, waarbij de grenzen tussen compositie en spontane creatie vervagen.

Na herhaald luisteren kruipt de cd onder je huid. Wat eerst experimenteel lijkt, wordt vrij snel vertrouwd. Het collectieve improviseren klinkt als de normaalste zaak van de wereld en wordt een meeslepend muzikaal verhaal, waarin telkens nieuwe lagen en details opvallen. De emotionele diepgang, de dynamiek tussen solist en koor, en de verrassende wendingen maken dit album tot een unieke luisterervaring. De Soundmakers Project-cd is onderdeel van een breder educatief traject waarin workshops en masterclasses worden gegeven. Check ook de '25–'26 serie 'Marc Meets' uit, waarin het duo met steeds andere gasten improviseert.

Tekst: Monica Rijpma

Labels: , , , ,

(Monica Rijpma, 2.11.25) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...








Menupagina's:




Album van de maand:
Mete Erker - Tilburg
Noord | Tilburg B-Side
Klik hier voor meer informatie









Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.