|
Draai om je oren Jazz en meer - Weblog |
|
||
|
| |||
ConcertKlanken tot in je diepste vezel Philip Catherine Piano Trio, donderdag 10 maart 2022, Pelt Jazz, CC Palethe, Pelt Als we het over Belgische artiesten hebben die in de internationale jazzscene tot ware monumenten uitgroeiden, dan komen de namen van Toots Thielemans en Philip Catherine ons onmiddellijk voor de geest. Toots kunnen we jammer genoeg nog maar enkel beluisteren via de talrijke opnames die hij maakte, maar voor Philip Catherine is het podium nog steeds de omgeving waarop hij graag vertoeft. Podiums die hij deelde met de allergrootste jazzlegendes. Charlie Mingus, Chet Baker, Dexter Gordon en Benny Goodman: Philip speelde met hen allemaal. Eind dit jaar mag hij 80 kaarsjes uitblazen en het is dan ook tof dat Pelt Jazz hem nog eens naar CC Palethe haalde. Met Nicola Andreoli aan de piano en Bart De Nolf op staande bas, die gedurende jaren deel uitmaakte van Toots' kwartet, vormt Catherine het Piano Trio. Wat meteen duidelijk werd is het feit dat hij, alhoewel hij niet meer tot de jongste artiesten behoort, nog niets aan inleving, vakmanschap, virtuositeit en spelplezier heeft ingeboet. Terwijl hij lyrische klanken uit zijn Gibson toverde, beroerden zijn vingers met de grootste souplesse het volledige fretboard. Alhoewel hij een formidabele techniek heeft, bluft hij er niet mee. Liever overklast hij die met klanken die tot in je diepste vezel doordringen. Spelen gaat nog steeds moeiteloos, al kwam hij soms wat moeilijk uit zijn woorden. Philip zou Philip niet zijn als hij dit niet wist te counteren door een humoristische aanpak, rijkelijk gevuld met leuke anekdotes.
Zoals Philip het zelf aangaf, houdt hij zich verre van politiek. Maar de situatie van de bevolking in Oekraïne en het lijden van alle mensen waar ook ter wereld, deden hem toch besluiten om het eerste deel af te sluiten met een pakkende ode aan alle noodlijdenden. Na een korte pauze startten Philip en Nicola als duo met een ode aan 'Janet' en dat zou niet het enige eerbetoon worden. Aan een goede vriendin werd aandacht geschonken in 'To Martine' en George Shearing werd geëerd in 'Hello George'. Pakkend was Philips introductie tot 'Letter From My Mother', waarin hij liet uitschijnen dat het leek alsof zijn moeder hem het nummer deed schrijven. Charlie Chaplin passeerde dan weer de revue via zijn compositie 'Smile', die Catherine op meesterlijke wijze uitvoerde.
Het was ons eerste concert na een lange coronaperiode, maar beter dan het Piano Trio had het onmogelijk kunnen zijn. Deze recensie verscheen ook op Keys And Chords | Foto's: Stefan Meekers Klik hier voor foto's van dit concert door Cees van de Ven. Labels: concert, Philip Catherine (Lambert Smits, 30.3.22) - [print]
- [naar boven] In augustus 2020 gaf saxofonist John Dikeman samen met pianiste Marta Warelis, drummer Frank Rosaly en bassist Aaron Lumley een concert in het in Amsterdam Noord gevestigde podium De Ruimte, waarvan de opnamen onder de titel 'Sunday At De Ruimte' verschenen in eigen beheer van Stichting Doek. Verder treffen we Dikeman aan in het project van Jeroen Kimman, het Orquestra Del Tiempo Perdido. Bij Astral Editions verscheen vorig jaar het tweede album, 'Traantjes'. Ietwat onbestemde klanken, waaruit het pianospel van Warelis opdoemt, zo begint 'Juniper Fields', een wat aarzelende melodie. Dan horen we Dikeman, voor zijn doen nog redelijk beheerst, al ontbreekt ook hier de onderliggende rauwheid geenszins. Rosaly en Lumley trappen met schermutselingen af bij 'Masquerade Charade', een enkele uithaal van Dikeman doorklieft het spel, een paar akkoorden van Warelis. Een subtiel klanklandschap ontvouwt zich. Hier hoor ik een klap, kermt Dikemans saxofoon, daar strooit Warelis met een paar noten en trekt Lumley aan een snaar. Die laatste horen we verderop nog veel uitgebreider, in een voor dit stuk opvallend melodieuze solo. Een solo die tevens de opmaat vormt voor een forse wijziging, een overkokende uitbarsting van klanken, waarin Dikeman voorop gaat. In 'Lake Perfidy' horen we allereerst Dikeman van de meer melodische kant, gericht ondersteund door met name Lumley en Rosaly, terwijl Warelis zo nu en dan een krachtig akkoord plaatst. Verderop dient de abstractie zich weer aan en draait het weer meer om het effect dat geluid heeft. Het laatste stuk, 'Post War Fiction' kent diezelfde combinatie van sferen, ook hier horen we Dikeman in vrij melodieuze frases, ook hier wordt het afgewisseld met meer abstracte momenten.
Labels: Aaron Lumley, cd, Frank Rosaly, Jeroen Kimman, John Dikeman, Marta Warelis, Orquesta Del Tiempo Perdido (Ben Taffijn, 26.3.22) - [print]
- [naar boven] Als een tombe die vijf millennia door grafrovers onontdekt is gebleven, die je haar volle pracht en praal toont. Zo ziet De Smederij er na twee jaar uit. Niks veranderd. Nou, als ik dan toch pietluttig moet zijn: er waren drie stoelen verplaatst en voor de deuren van de toiletten hing nu een kuis geel gordijn. Zodat je desgewenst de deur op een kier kunt laten staan om tijdens het drukken toch maar geen noot te missen. Met de stankoverlast is het nu ook beter gesteld, zou je dan denken. Maar door een vreemde speling der natuur hing er gisteren juist een geur vóór het gordijn. Heel contra-intuïtief. Een over het hoofd geziene rattenkoning, ergens? Toch iets misgegaan in de keuken? Gelukkig had dat alles geen invloed op de swingende vibraties in het zaaltje. Funky, ja, dat was vooral de pianosolo van Diederik Idema in 'Pennies From Heaven'. En stralend middelpunt de in Groningen woonachtige Fries-Russische vocaliste Hiske Oosterwijk. Welke zangeres beschikt over een vergelijkbare microfoontechniek, zodat ook haar imposante uithalen naturel bleven klinken? Oosterwijk voegt aan haar performance een vleugje drama toe, wat de aandacht vasthoudt. Haar interactie met het trio ('Old Devil Moon') was om door een ringetje te halen. Spontaan werd 'I'm Old Fashioned' ingezet en het duel tussen Oosterwijk en drummer Elmer Bergstra halverwege was een spannende aangelegenheid. Die laatste stal ook nog even de show met een tweetal melodische en geïnspireerde solo's.
De constante factor van de avond was bassist Hans Lass. Niet alleen trok hij onverstoorbaar zijn baantjes, ook solo had hij verhalen te vertellen. Een verrassing was tenoriste Marina Mihaylova (Bulgarije), die in de gebiedende wijs soleerde in 'Softly As In A Morning Sunrise'. Gitariste Sarasvati Gricar ging in hetzelfde nummer nog een stapje verder. Toen de versterker halverwege haar solo uitviel, speelde ze stoer akoestisch door. En nadat een collega met een goed gemikte mep het onwillige stekkertje tot de orde had geroepen zette de Sloveense er nog een tandje bij. De jazz op sterven na dood, jaja. De hele zaal zong het thema van 'Billie's Bounce' vlekkeloos mee, zodat ook uw verslaggever zich gewonnen moest geven en overging tot participerende journalistiek. Foto's: Eddy Taatgen Labels: Diederik Idema, Jiske Oosterwijk, mrt22, Smederij (Eddy Determeyer, 23.3.22) - [print]
- [naar boven] Bassist Eric van der Westen werkt al enige tijd aan een nieuw kunstwerk, zijn 'The Crown & Lobster Trilogy' , waarvan vorig jaar bij Greenbag de delen één en drie verschenen, het wachten is nog op het middendeel. Wat opvalt is dat hij per album wisselt van bezetting, althans bij de delen die tot nu toe zijn verschenen. Zo horen we hem in het eerste deel, dat de ondertitel 'PTM (XS) Modus Operandi' meekreeg, met gitarist Aron Raams, pianist Jeroen van Vliet en drummer Dirk Peter Kölsch en in deel drie, 'New Quadrant', met trompettist Joël Botma, trombonist Efe Erdem, violist Yannick Hiwat en wederom Raams. Maar het is niet alleen de bezetting waar Van der Westen mee varieert. De albums ademen ook allebei een totaal eigen sfeer. Wat daar zeker aan bijdraagt is het feit dat 'PTM (XS) Modus Operandi' een elektrisch georiënteerd album is - we horen Raams op elektrische gitaar, Van Vliet op keyboards en Van de Westen op elektrische bas - terwijl 'New Quadrant' - met twee blazers, een viool en Van der Westen op contrabas – nagenoeg volledig akoestisch is, met Raams als de enige uitzondering. De muziek op 'PTM (XS) Modus Operandi' is zeker jazz, maar tegelijkertijd sterk doortrokken van rock en funk. De titel van opener 'Keep On Moving' is daarbij zonder meer sterk gekozen. In 'Methamphetamorphose' en 'In The Light' ligt het tempo een stuk lager. In beide stukken valt het lome ritme op, naast de meeslepende klankwolken die van Vliet en Raams hier creëren. Aanstekelijke muziek, waarbij stilzitten je moeilijk afgaat. Zeker bij dat 'Keep On Moving' en bij een stuk als het ijverig stomende 'Like It Or Not'.
Labels: Aron Raams, cd, Eric van der Westen, Jeroen van Vliet (Ben Taffijn, 20.3.22) - [print]
- [naar boven] De saxofonist Immanuel Wilkins roept misschien niet bij iedereen herkenning op, maar hij is de revelatie onder de huidige generatie altsaxofonisten. Wie verwacht dat Wilkins hapklare jazzbrokken brengt, komt van een koude kermis thuis. Wilkins is opgegroeid in de suburbs van Philadelphia en is 9 jaar geleden verkast naar New York om op de fameuze Juilliard Music School te gaan studeren. In deze periode schrijft hij een deel van het repertoire voor zijn eerste album 'Omega'. Al snel is Wilkins onder collega's een veelgevraagde sideman. Hij zet de eerste stappen richting publieke bekendheid door zijn indrukwekkende bijdrage aan het album 'KingMaker' van vibrafonist Joel Ross. Terwijl deze nieuwe ster pas 24 jaar oud is. Tijdens zijn optreden in Paradox staat het recent verschenen album 'The 7th Hand' centraal. Wilkins toont zijn verbluffende compositorische talenten in deze zevendelige suite van nieuwe originele stukken, uitgevoerd door zijn kwartet met Micah Thomas op piano, Tyrone Allen op bas en Kweku Sumbry op drums. 'The 7th Hand' ontleent zijn titel aan een vraag doordrenkt van bijbelse symboliek. Wilkins, lid van de pinkstergemeente, vroeg zich namelijk af: "Wanneer het getal 6 de omvang van de menselijke mogelijkheden vertegenwoordigt, hoe pakt het dan muzikaal uit wanneer, via het inroepen van een goddelijke interventie, een zevende element aan de muziek wordt toegevoegd?" Het getal 7 staat voor voltooiing, rust en overvloed. Net als John Coltranes 'A Love Supreme' is 'The 7th Hand' een suite, maar in plaats van vier worden zeven composities uitgevoerd.
Het geluid van de altsaxofoon van Wilkins kent, binnen het hoog-explosieve muzikale gehalte, een opmerkelijk rond, warm en emotioneel geladen toon. Pianist Micah Thomas verdient meer dan een eervolle vermelding voor zijn gepassioneerde spel en bloemrijk, percussief akkoordengebruik. Zijn verbindingskracht is essentieel voor het ultieme groepsgeluid. Ook wanneer het kwartet pas op de plaats maakt en de snelheid en veelvuldig maar gepast gebruik van noten inwisselt voor een ballad, blijft de verwondering bestaan. De onmetelijke stroom aan muzikale ideeën, de flair en de kracht waarmee gespeeld wordt: het is bijna ongeëvenaard. Klik hier voor foto's van dit concert door Louis Obbens. Labels: concert, Immanuel Wilkins, mrt22 (Louis Obbens, 16.3.22) - [print]
- [naar boven] O ja, zo ging dat dus, die jazz. Dat realiseerde je je met genoegen in het (nieuwe) Petit Théâtre, waar bassist Bert van Erk audiëntie hield. Dat wil zeggen, uiteraard waren wij, het publiek de eigenlijke luisteraars. Maar de nog echtere luisteraars stonden op het podium. Want daar werd, zeker tijdens de jamsessie na de eerste pauze, intens naar elkaar geluisterd. Ja, zo ging dat. De eerste gast die zich aandiende was tenorsaxofonist Hans Sulman. Hier in Groningen kennen we hem als de ruggegraat van al dan niet extreme bandjes als Jammah Tammah, Das ALDI Combo, Maison de Malheur en Rudy and his Fascinators. In het kleine theater blies hij evenwel mainstreamjazz. Daarbij werd hij in niet geringe mate geholpen door zijn gloednieuwe King uit 1956. Hij speelde zonder versterking en het resulterende breedgrommende en -gonzende geluid maakte onze dag weer goed. Hij bezit een felle attack en in ballads als 'It Might As Well Be Spring' zuchtte hij Ben Webster eruit. Het stuk was ook heel jazzy begonnen. "In welke...?" informeerde de saxofonist bij sessieleider Van Erk. "Ik heb geen idee, begin maar," ried die hem aan. En zo ontstond er ter plekke een intrigerende expositie van het thema door tenorsax en gestreken bas. Die Van Erk is niet vies van boventonen en pianist Remko Wind roerde er gelukzalig een Bach-variatie doorheen.
Freek Laban deed intussen wat je van een deugdelijke jazzdrummer mag verwachten. Hij begeleidde met beide oren, heel levendig en met accenten strooiend alsof het niets kostte. Maar de voor mij grootste verrassing van het recital was vocaliste Lulu Sluyter. Het improviseren (en het acteren) zit haar in het bloed, ze zingt intens en gefocust, maar daarom niet minder spontaan. Als er in de toekomst nog een Nieuw Normaal komt hoort la Lulu daar zeker bij. Foto's: Sandra van der Veen Labels: Bert van Erk, concert, Freek Laban, Hans Sulman, Lulu Sluyter, mrt22, Remko Wind (Eddy Determeyer, 13.3.22) - [print]
- [naar boven] De uit Bergen, Noorwegen afkomstige saxofonist Marius Neset betoont zich de laatste jaren steeds vaker componist, op het snijvlak van jazz en hedendaags gecomponeerd, zonder daarbij zijn werk als uitvoerend musicus te verzaken. Twee nieuwe cd's getuigen hiervan en vormen de twee uiterste punten van het spectrum. Het bij ACT verschenen 'A New Dawn' is het door hemzelf lang gewenste soloalbum, terwijl het bij Chandos verschenen 'Manmade' vier stukken voor symfonieorkest bevat, drie stukken voor saxofoon en orkest en één orkeststuk. We horen hemzelf op de saxofoon, begeleid door zijn eigen Bergen Philharmonic Orchestra, onder leiding van Edward Gardner. Wat we vaker horen van musici dezer dagen: Covid-19 bracht ook kansen. Zo begon Neset door het wegvallen van alle concerten aan dit soloproject, bestaande uit negen stukken, alle gespeeld op de tenorsax. Wat opvalt is de melodische kracht; Neset kiest ervoor om muzikale verhalen te vertellen, eigenlijk net zoals hij dat in zijn composities doet. Overigens legt hij op meer plaatsen die link, want het tweede stuk op het album is het thema van zijn saxofoonconcert 'Manmade' en 'A Day In The Sparrow’s Life' vinden we als solo op dit album en als versie voor saxofoon en orkest op 'Manmade'. Een ander aspect dat opvalt is de grote afwisseling in de gekozen structuur. Soms kiest hij, zoals in 'Old Poison' en 'Brighter Times', voor het werken met repetitieve clusters van noten, soms voor het werken met lange, fragiele lijnen, zoals in 'Taste Of Spring' en de prachtige ballade 'The Real Ysj'. En altijd met een warme, kraakheldere klank en een perfecte beheersing van zijn instrument. Ook dit album bewijst weer eens dat hij zonder meer een van de meest getalenteerde saxofonisten van dit moment is.
Het eerder genoemde 'A Day In The Sparrow’s Life', uit 2016/17 en 'Windless' uit 2017 zijn twee andere, relatief korte stukken voor de combinatie saxofoon en orkest. Zo ritmisch en gedreven als 'A Day In The Sparrow’s Life' klinkt, het stuk heeft wel iets weg van een volksdans, zo ingetogen en verstild klinkt 'Windless' met zacht geblazen noten, terwijl het orkest vaak niet meer dan accenten plaatst. Pas halverwege gaat het gordijn op en ontvouwt zich een feeëriek klanklandschap. Het vorig jaar voltooide 'Every Little Step' is wellicht nog wel het meest bijzondere stuk, aangezien Neset in deze compositie voor orkest zelf geen rol heeft. Het is een zeer dynamisch, enerverend stuk, met prachtige effecten, waarmee hij zijn reputatie als componist zonder meer waarmaakt. Labels: cd, Marius Neset (Ben Taffijn, 12.3.22) - [print]
- [naar boven] Concert Het trio Donder - drummer Casper Van De Velde, pianist Harrison Steingueldoir en bassist Stan Callewaert - staat erom bekend om bij elk album op zoek te gaan naar een nieuwe benadering, een nieuw geluid en vooral naar nieuwe manieren om hun repertoire te verrijken. Voor 'Het Verdriet', dat in 2020 bij W.E.R.F. Records uitkwam, was dat niet anders. Zelf noemen ze dit album het resultaat van nieuwsgierigheid naar hun muzikale roots; het repertoire is geïnspireerd op oude muziek uit De Lage Landen. Een belangrijke bron was het archief van Pol Heyns, die in de jaren dertig door Vlaanderen reisde om volksliederen en dansen te vereeuwigen voordat het te laat was. Naast veldopnames vond Donder ook inspiratie in oude liedboeken en polyfone muziek.
Het viertal trapt deze avond indrukwekkend af met een lang en zorgvuldig uitgesponnen exposé met drone-achtige texturen. Na een fijnzinnig begin, waarin de mooie samenklank van de piano en het harmonium al meteen opvalt, ontstaat er een ritmischere passage, op smaak gebracht door Van De Velde met subtiel gebruik van mallets, bekkens en brushes. Ook Apeland laat zich hier gelden; hij weet prachtige serene tonen aan zijn instrument te onttrekken. Delicate klanken, tegelijk rustgevend en troostrijk, met een even sferisch als bedwelmend effect. Kamermuziek met een sacraal tintje.
Steingueldoirs piano en Apelands harmonium leiden het tweede stuk pastoraal in, waarna de ritmesectie heel 'klein' invalt met gestreken bas van een fluitende Callewaert en Van de Velde die een flesje verklankt en zijn cymbalen strijkt. De opdoemende samenzang van de muzikanten geeft het geheel een koraal effect. Was het concert tot dat moment rustig, nu volgt er opeens veel dynamiek, aangedreven door stevig slagwerk.
Klik hier voor foto's van dit concert door Cees van de Ven. Labels: concert, Donder & Apeland, feb22 (Maarten van de Ven, 9.3.22) - [print]
- [naar boven] Helaas kon het jaarlijkse concert rond de winnaars van The Records, een initiatief van Keep An Eye, dit jaar wederom niet doorgaan met publiek. In plaats daarvan werd een livestream gemaakt, die je hieronder in de Jazztube kunt bekijken. De winnaars van vorig jaar, Mo van der Does, Marta Arpini en het Lucas Santana 5tet, namen in het afgelopen jaar hun album op, waarvan de muziek klonk tijdens dit concert. Hier aandacht voor beiden. 'Motet' van Van der Does en 'I Am A Gem' van Arpini verschenen bij Dox Records, 'Ambivalence' van Figueiredo Santana kwam uit bij ZenneZ.
Ik begin bij 'Motet'. De jury was 'erg onder de indruk van de sterke composities, de artistieke diepgang en gelaagdheid en zowel het samenspel als de solistische kwaliteiten' een uitspraak die verwachtingen schept. Zes musici vroeg Van der Does voor zijn project, wat betekent dat we naast deze rietblazer trompettist Alistair Payne, tenorsaxofonist/fluitist Matthias Van den Brande, basklarinettiste Jessie Brevé, pianist Floris Kappeyne, bassist Tijs Klaassen en drummer Wouter Kühne horen. Vier blazers impliceert een geluid dat regelmatig aardig in de buurt komt van een bigband, dat maakt opener 'Redemption' direct al duidelijk. Maar het album bevat ook prachtige individuele bijdragen, bijvoorbeeld die van Van den Brande op tenorsax en van Payne in het ingetogen 'Edward & Charles At The Diner'. Maar het meest opvallende aan dit album is inderdaad de hoge kwaliteit van de over het algemeen vrij ingetogen en verhalende composities. 'Mass For The Infidels', maar zeker ook 'Kappus’ Questions' met prachtige bijdragen van Kappeyne en Klaassen, zijn daar mooie voorbeelden van. Dit is een album dat de gemiddelde jazz overstijgt. De laatste drie stukken op het album vormen de titeltrack 'Motet', een voortzetting van al het moois daarvoor.
Labels: cd, Keep an Eye The Records, Lucas Santana, Marta Arpani, Mo van der Does (Ben Taffijn, 6.3.22) - [print]
- [naar boven] Twee blazers, als duo, hoor je zelden. Vandaar dat klarinettist Tom Jackson en saxofonist Colin Webster nog nooit samen op het podium stonden of samen een album opnamen, ook al kennen ze elkaar al jaren en wonen ze beiden in Londen. En als Dirk Serries ze niet gevraagd had voor het bij zijn A New Wave Of Jazz verschenen 'The Other Lies', was het er wellicht wel nooit van gekomen. Onlangs waren de twee ook live te horen in de PlusEtage. Verder hier aandacht voor bij het bij Websters Raw Tonk verschenen 'Scaffolding', waarop we Webster horen in gezelschap van bassist Otto Willberg en drummer Andrew Lisle.
Wellicht komt het duo Jackson/Webster wel het mooist tot zijn recht in de fragiele, ingetogen passages, direct al in het eerste stuk op de cd en op menig moment tijdens het boeiende treffen in Baarle-Nassau. Boeiend hoe de klanken in elkaar haken, elkaar kruisend in het hoog. Soms hoor je niet eens of het nu de klarinet is of de altsax. Bijzondere klanken, vaak het gevolg van het op vrij onorthodoxe wijze inzetten van de instrumenten. Met name Webster werkt veel met zijn kleppen, blaast over het riet, lispelt, gromt en sputtert naar hartenlust. Op andere momenten, het tweede stuk voor de pauze tijdens het concert is er een mooi voorbeeld van, overheerst de speelse creativiteit, gaan de twee met elkaar het duel aan in het hoogste register. Al kwetterend en schreeuwend zoeken de heren de grenzen op van hun instrument. Mooi is ook het begin van het laatste stuk in Baarle-Nassau, waarin de twee door middel met circulaire ademhaling een krachtige drone neerzetten. De klanken haken hier volledig in elkaar.
Tekenend voor 'Scaffolding' is de overstuurde basgitaar van Willberg. Als een draaiende motor horen we hem in 'SUS', terwijl Lisle zware, maar lome slagen uitdeelt en Webster zich een weg zoekt op zijn altsax. Gaandeweg neemt de hectiek toe, verdichten de noten zich, Willberg en Lisle laten Webster steeds minder ruimte, al weet hij er met zijn altsax toch iedere keer weer tussendoor te piepen. In 'SUP' is het al niet veel anders. Lisle en Willberg creëren hier een verdicht ritmisch patroon waar Webster prima raad mee weet. Prachtig is ook die solo van Willberg verderop. Tot slot klinkt het heerlijk ongestructureerde 'AE'. Webster verrast met springerige patronen, terwijl Lisle en Willberg er nog een laatste keer stevig ingaan.
Foto: Jef Vandebroek Labels: cd, Colin Webster, concert, feb22, Tom Jackson (Ben Taffijn, 1.3.22) - [print]
- [naar boven] Lees verder in het archief...
|
Archief
Artikelen Cd-recensies Concertrecensies Colofon Festivalverslagen Interviews Jazz in memoriams Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken? |