Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 


Concert
Tutu zingt Joni

Tutu Puoane 'The Joni Mitchell Project' feat. Tineke Postma, vrijdag 19 oktober 2018, Paradox, Tilburg

Joni Mitchell wordt gezien als een van de belangrijkste artiesten van de twintigste eeuw. Haar unieke stemgeluid, puurheid en gedreven verlangen om vrij en onafhankelijk te zijn vormen de basis voor meesterlijke liedjes en een indrukwekkende serie albums, die alle stadia van haar carrière typeren. Hiermee laat zij diepgewortelde sporen na, in ieder geval bij de sixties-generatie. Ze is dan ook wereldwijd een groot voorbeeld voor andere artiesten en haar imposante oeuvre een inspiratiebron voor velen. Zo won Herbie Hancock een Grammy met zijn 'The Joni Letters' en in eigen land bracht Mathilde Santing een ode aan de Canadese zangeres met een theatershow en de cd 'Both Sides Now'. Heel interessant dus nu om hier in het Tilburgse Paradox de interpretatie te beleven van de Belgisch/Zuid-Afrikaanse Tutu Puoane.

Puoane is als jazzzangeres een rising star van deze tijd en liep al langer rond met een idee voor een project rondom het werk van Mitchell. Ze voelde een diep verwantschap met Mitchell en soms werd ze ook geduid op overeenkomsten in haar klank en frasering. Wat begon met een eenmalig concert tijdens de opening van TivoliVredenburg in 2014, mondde uit in een concerttour en een (live)cd: 'The Joni Mitchell Project'.

Tutu Puoane heeft een prachtige, warme stem met een mooie vibrato. Ze creëert een geheel eigen dynamiek - die eigenzinnigheid heeft ze ook gemeen met Mitchell. Flarden van haar Zuid-Afrikaanse roots geven de songs een spannend accent en maken het authentiek. Wat ook opvalt, is dat ze juist niet voor alleen maar Joni-hits gekozen heeft, maar in haar selectie ook voor onbekendere werken heeft gekozen. En het is waar, soms - ook als je de cd beluistert - hoor je Joni Mitchell terug in haar klank, een bepaalde zin, een verbuiging, haar timing.

Daarnaast laat de zangeres zich begeleiden door uitstekende jazzmuzikanten waardoor het geheel mooie, verdiepende momenten krijgt. Ze musiceren lekker vrij met jazzy intervallen. De band gaat af en toe ook wat steviger los, niet in de laatste plaats door de electronics op de saxen van Tineke Postma en het heerlijk soepele drumwerk van Jasper van Hulten. Prachtig lyrisch spel ook van Postma en bassist Clemens van der Feen als repliek op de zang van Puoane.

Tutu Puoane zet met haar project een zonder meer waardige bespiegeling van Joni Mitchell en haar songs neer. Dat doet ze stemmig en respectvol, zonder daarbij haar eigenheid te verliezen.

Klik hier voor foto's van dit concert door Donata van de Ven.

Labels:

(Donata van de Ven, 30.10.18) - [print] - [naar boven]



Concert / Cd's
The Thing live

vrijdag 20 oktober 2018, Het Bos, Antwerpen
The Thing - 'Again' (Trost, 2018)
2-3 juli 2017
Fire! - 'The Hands' (Rune Grammofon, 2018)
10-12 mei 2017

Met The Thing, het eerste titelloze album verscheen in 2001, gaat Mats Gustafsson meer dan in zijn andere projecten back to basics. The Thing is dan ook een powertrio, dat Gustafsson sinds het allereerste begin bij elkaar houdt. Samen met bassist Ingebrigt Håker Flaten, wisselend te horen op contrabas en elektrische bas, en drummer Paal Nilssen-Love weet het drietal telkenmale te verrassen met heftige klankuitbarstingen. Zo bleek ook weer tijdens het concert in Het Bos, te Antwerpen. Al kwamen hier ook twee zeer intieme ballades aan bod.

In een nieuw stuk vangt Gustafsson aan met een serie monotoon geblazen rauwe akkoorden, terwijl Håker Flaten zo nu en dan aan zijn bassnaren plukt. Na enkele minuten start het ritmische drummen van Nilssen-Love, uitmondend in aanzwellende roffels. Met de rust is het nu gedaan. Klinkt het eerst nog redelijk recalcitrant, gaandeweg wordt het stuk steeds ritmischer en melodischer en wordt er hier en daar zelfs nog een beetje gedanst. En dan na een kwartier keert de rust weer. Gustafsson speelt ingetogen hoge noten. De solo van Håker Flaten die hierop volgt is intens. Driftig trekt hij aan de snaren van zijn contrabas. De spanning is voelbaar, ritme en tegendraadsheid omarmen elkaar hier. Wat er naadloos op volgt zijn de melodische lijnen van 'PHW', maar dan wel met een rauw randje, ritmisch en krachtig begeleid. In het vervolg horen we Gustafsson zowaar bijna romantische noten blazen. Met veel gevoel blaast hij de melodie op zijn altsax, ondersteund door een meeslepend, enerverend ritme. Eindigen doen we hier met een paar rauwe kreten, of we een gewond dier aanschouwen. Het moment ook voor Håker Flaten om over te stappen op zijn elektrische bas. De getormenteerde solo vormt daarmee de brug naar het hoogtepunt van het concert: 'Vicky Di'. Håker Flaten en Nilssen-Love trekken een voor The Thing typische muur van geluid op, waar Gustafsson maar moeilijk doorheen komt. Het culmineert in een solo waarin Håker Flaten zijn gitaar geselt en uitstekend gebruik maakt van de feedbackloop van de versterker. Het trio eindigt de set echter met een intieme ballade. Zelden hoorden we Gustafsson en Håker Flaten in een zo fragiel duet.

Inmiddels ligt er ook een nieuw album bij het Oostenrijkse Trost, toepasselijk (The Thing) 'Again' geheten. Drie stukken met in totaal nog geen veertig minuten, opgenomen in de studio. In opener 'Sur Face' zitten we direct op full speed en creëert het trio een eerste rustpunt na ruim vier minuten met een lange solo van Håker Flaten, waarin vooral de passage met de strijkstok opvalt, eerst rafelig dan melodisch. Een melodie, duidelijk geïnspireerd op de Scandinavische volksmuziek, die Gustafsson aansluitend oppakt en verder uitbouwt. Als Håker Flaten mag soleren mag Nilssen-Love het ook, met wederom een grandioze, overdonderende solo. En de opmaat voor een volgend nietsontziend stuk jazz-metal. Op 'Decision In Paradise', een cover van Frank Lowe, krijgt het trio ondersteuning van Joe McPhee op zaktrompet. Het begin klinkt opmerkelijk ingetogen. Om beurten zetten Gustafsson en McPhee de fragiele melodie neer, terwijl we vooral Håker Flaten horen in de begeleiding. Ruimte voor felle uithalen is er eveneens. Tot het geheel aan het einde toe alsnog explodeert. 'Vicky Di', het derde stuk op het album kwam hierboven reeds ter sprake.

Van dat andere trio van Gustafsson, Fire!, verscheen er onlangs eveneens een nieuw album, 'The Hands'. Sinds 2009 spelen bassist Johan Berthling, drummer Andreas Werliin en Gustafsson in deze bezetting, en sinds 2013 ook in het uitgebreide Fire! Orchestra. Eén van de verschillen met The Thing is dat we Gustafsson hier ook horen op live elektronica. Ritmisch is Fire! ook zeker een ander trio. Meer rock dan jazz. Een beukend, zeer heftig ritme kenmerkt dan ook opener en titelstuk 'The Hands'. In 'When Her Lips Collapsed' schakelen Berthling en Werliin een paar tandjes terug en leggen een loom ritme neer, waar Gustafsson met zijn baritonsax heerlijk getormenteerd op soleert. Bijzonder is ook zeker het - met name door Werliins percussiespel - opzwepende 'Washing Your Heart In Filth', met een al even enerverende bijdrage van Gustafsson. 'Up.And Down.' is al even stevig rockend. In 'To Shave The Leaves. In Red. In Black.' tenslotte gaan het trage, zeer strakke ritme en Gustafssons schurende saxofoonspel door merg en been.

Het nu dertien leden tellende Fire! Orchestra speelt op 17 november in het Bimhuis.

Klik hier voor foto's van het concert door Hans van der Linden.

Klik hier om 'Again' te beluisteren.

Labels: ,

(Ben Taffijn, 27.10.18) - [print] - [naar boven]



Concert
Fay Claassen op de cabarettoer

Fay Claassen & Jazz Orchestra Of The Concertgebouw, vrijdag 19 oktober 2018, De Nieuwe Kolk, Assen

Toch altijd een problematische relatie geweest, die tussen de Nederlandse taal en de jazz. Het experimentele begin was er in 1959, toen Rita Reys 'Zon In Scheveningen' en 'Venus Bespied' voor Philips vastlegde. Helemaal niet onaardig, elegant zelfs en hip - maar zelf was ze er naar verluidt niet erg enthousiast over. Een paar maanden later zong Janny Stalknecht 'Laiverd Kom Weer Bie Mie' en drie andere door haar echtgenoot Jan Groenendal uit het Engels in het Gronings vertaalde liedjes voor de microfoon van platenmaatschappij CNR. En toen bleef het lange tijd stil.

De laatste tijd verschijnen er mondjesmaat nieuwe producties, waarbij opvalt dat het veelal om albums en projecten gaat in een streektaal. Kennelijk is een dialect vaak soepeler dan het Algemeen Beschaafd, laat het zich makkelijker naar jazz-inflexies voegen.

Met haar 'Dutch Songbook' is ook Fay Claassen op de Nederlandse toer gegaan. Grappig genoeg kwam het initiatief uit de gelederen van de WDR Big Band. Toch is het resultaat veel minder jazzy dan je op grond van haar reputatie zou verwachten. Kun je van 'Aan de Amsterdamse Grachten' een jazzsong maken? Natuurlijk kun je dat. De melodie is er sterk genoeg voor. Maar ondanks Claassens lekkere losse timing bleef het pareltje van Pieter Goemans een 'recht' cabaretliedje. Meer in het idioom van de musical getrokken dan van de jazz. Dat gold ook voor materiaal van Toon Hermans, Herman van Veen, Doe Maar en Rob van Kreeveld. Soms, ja soms hoorden we 'echte' jazz, zoals in 'Find That Screw' en in 'Dat Mistige Rooie Beest' vormde de vocaliste al scattend een volwaardige sectie van het begeleidende Jazz Orchestra Of The Concertgebouw. In 'Zing, Lach (etc.)' van Ramses Shaffy kon ze haar niet geringe kracht kwijt.

De solisten van het orkest kwamen in korte, functionele en nauwkeurig begrensde bijdragen aan bod; met pianist Peter Beets had Fay Claassen een bijzondere klik. De blazers kregen vrij baan in het laatste nummer vóór de toegift, Benjamin Hermans' 'Five Up High' - dat volgens mij gestolen is, of toch op zijn minst per ongeluk meegenomen, van Stevie Wonder.

Labels:

(Eddy Determeyer, 23.10.18) - [print] - [naar boven]



Cd
Jukwaa - 'Cushion' (Smeraldina-Rima, 2018)

Opname: februari 2017

Na een titelloos album in eigen beheer in 2014, verscheen in 2015 Jukwaa's 'Harbringer Of Imminent Ruin' bij het Gentse El Negocito Records. Een stap die tevens de uitbreiding van trio naar kwintet betekende. Naast Thijs Troch op toetsen, Nils Vermeulen op bas en Sigfried Burroughs op drums hoorden we hier ook gitarist Jonas Van den Bossche en saxofonist Otto Kokke. Eerlijk is eerlijk, dat album smaakte naar meer. Maar nee, Troch, Vermeulen en Burroughs dachten er anders over. Want nu, drie jaar later, ligt er 'Cushion'. Jukwaa is wederom een kwintet, maar de bezetting is andermaal ingrijpend gewijzigd, Van den Bossche en Kokke zijn vervangen door een tweede ritmesectie, bestaande uit bassist Laurens Smet en drummer Elias Devoldere. Een pianotrio in het kwadraat dus.

Vier dagen trok het kwintet uit in de Gentse Bijloke om met elkaar te spelen, te discussiëren en uiteindelijk dit album op te nemen. Na het ingetogen en redelijk traditionele 'Feodorovna', waarin overigens de dubbele ritmesectie wel degelijk opvalt, horen we in 'Tatu' voor het eerst echt de meerwaarde van Jukwaa. Hier klinken alle vijf de instrumenten als slagwerk in een ietwat vreemde, stroeve ritmiek. Vleugjes Afrikaans, overgoten met Jukwaa-saus. De gestreken bas verrast vervolgens, zet het geheel op zijn kop en brengt op de valreep heel andere sferen binnen. Ook
'Yakhont' klinkt verrassend. In de verte heeft dit stuk iets oosters in het gebruik van de instrumentatie en de sfeer. Ook hier overheerst het percussieve, natuurlijk bij de beide drummers, maar ook bij de bassisten en zelfs bij Troch, die hier de binnenkant van zijn vleugel verkent. In 'Vekselberg' verkent het kwintet het begrip ritme op eensluidende wijze. Een dwingend, pregnant aanwezig ritme, als van een machine.

In 'Hen' gaat andermaal het roer om. Zo dwingend als het er in 'Vekselberg' aan toegaat, zo subtiel en vluchtig klinkt het hier. Strijkstokken worden langs bekkens gehaald - u kent het geluid dat hiermee gepaard gaat - en Troch slaat een enkele hoge noot aan. Langzaam groeit de compositie, neemt het geheel vorm aan. Het kwintet sluit af met 'Trellis', waarin het vooral lijkt te gaan om de samenhang tussen de klanken. De piano speelt hier met wonderlijke klankclusters een hoofdrol, terwijl de slagwerkers en de bassisten het effect op boeiende wijze versterken.

Jukwaa dus, benieuwd waar ze volgende keer weer mee komen.

Klik hier om naar een track van dit album te beluisteren: 'Tatu'.

Labels:

(Ben Taffijn, 22.10.18) - [print] - [naar boven]



Concert
Magiërs met buitenaardse inzichten

Sylvie Courvoisier & Mary Halvorson / Dré Pallemaerts Seva, vrijdag 12 oktober 2018, Handelsbeurs, Gent

'Eigenzinnige stemmen' plaatste de Handelsbeurs bij deze dubbelaffiche. Van twee verschillende werelden, zo bleek, de ene buitengewoner dan de andere.

Het internationale kwartet Seva voorzag in eigen varianten van melodieuze en nette jazz. Drummer en spil Dré Pallemaerts bouwde en liet bouwen op toegankelijke jazztradities. Enkele nummers hadden titels in het Sanskriet en spraken zijn belangstelling uit in oosterse spiritualiteit. Die zat verweven in een warmhartig, heel aards, muzikaal groepsgebeuren. Daar zaten naast eigen nummers een ode bij aan Toots Thielemans en 'Goodbye' van Frank Sinatra.

Hoe Dré finesses aanbrengt in zijn drumspel is niet anders dan meesterlijk te noemen. Zijn spelen met klankkleuren in tedere zowel als in groovende passages en zijn genuanceerd inkleuren van talrijke details zijn om duimen en vingers bij af te likken. Zijn handen en armen stuurt hij beweeglijk naar de verschillende delen van zijn drumstel. Zijn hele lichaam legt dan soepel en bevlogen perfectie aan de dag.

De jongere muzikanten in Seva dragen minder jaren ervaring mee, maar zijn uitgelezen, getalenteerde kompanen. Clemens van der Feen bewees zich, ook in deze groep, alweer als een contrabassist die met zijn elegante inbreng bewegende funderingen kan leggen. Hoe de jonge Sebastian Gille zeer expressief en warm zijn tenorsaxofoon aanblies deed een beetje denken aan grote namen uit de jazzgeschiedenis. Hij straalde daarbij de honger uit van de jeugdigheid en dat deed ook de verfrissende pianist Pablo Held. Die rijzende ster lag alert op de loer om zowel ritmisch als melodisch iets extra aan te bieden.

Een deel van het publiek was duidelijk in de wolken met de positieve vibes die de verfijnde muziek van Seva uitdroeg. Dat een aantal stoelen niet opnieuw waren ingenomen en dat sommigen tijdens de set vertrokken, toonde aan dat een deel van het publiek was opgekomen voor wat voorafging: de unieke kans om Sylvie Courvoisier en Mary Halvorson samen te zien spelen. Wat zij presteerden maakte het voor sommigen gewoon moeilijk om het optreden van Seva helemaal naar waarde te schatten.

De pianiste en de gitariste, die intussen al flink wat jaren elk hun eigen parcours afleggen, vormen een uitzonderlijk duo. Zij bewegen zich graag in avant-middens, maar hebben niet minder de geschiedenis onder de knie. Zij hadden ook een nummertje mee voor een onvergetelijke held, namelijk 'Eclats For Ornette'. Courvoisier citeerde ergens stokoude stride, maar gaf daar tegelijk een hoogstpersoonlijke draai aan. Vervorming is voor dit duo een stijlkenmerk. Met een enkele ingreep maakte de pianiste een geprepareerde piano van haar instrument. De gitariste speelde, gewoontegetrouw, zoals geen ander met elektronische effecten.

Dat Halvorson achter haar pupiter verscholen zat was visueel geen meerwaarde, maar hielp te benadrukken hoe snel zij partituren kan lezen en spelen. De belichting bleef bij dit optreden een pak soberder dan bij het tweede, maar in de muziek schitterden de onderdeeltjes sneller na elkaar meer kanten uit. Tegelijk plakte alles perfect aan elkaar. Vloeiende lijnen en hoekige punten figuren schikten zij in een verbijsterend knappe taal. Zij musiceerden als magiërs die buitenaardse inzichten in hun technieken legden. Tederheid en kinderlijke onschuld passeerden net zo goed als intellectueel genot in buitengewone constructies. De match tussen de twee dames resulteerde van begin tot eind in overweldigende uitvoeringen van eigen composities.

Foto's: Geert Vandepoele

Deze recensie verschijnt ook op Jazz'Halo.

Labels:

(Danny De Bock, 19.10.18) - [print] - [naar boven]



Cd
Giuseppe Doronzo - 'GOYA' (Tora, 2018)

Opname: 23 januari 2018

Bevatte zijn eerste album met zijn trio AVA, 'Music From An Imaginary Land' (2017), nog referenties aan een - toegegeven - imaginair land, met zijn soloproject 'GOYA' begeeft baritonsaxofonist Giuseppe Doronzo zich op abstract terrein. Hier geen denkbare dansjes meer uit een streek die ergens tussen Italië en Oost-Europa zou moeten liggen; hier gaat het om klankklompen die een statisch karakter hebben en langzaam in elkaar overvloeien. Prima meditatiemateriaal, zo'n
'Arundo Choir', waarmee 'GOYA' opent. 'Flusso Di Coscience' bevat nog een register meer aan boventonen, waarin een SOS-signaal gegenereerd wordt van een dolende poolvorser (is het Nobile?), wiens zender onherroepelijk ten onder gaat in de ruis en het kraken van het ijs. Dat Doronzo zijn instrument perfect beheerst is inmiddels wel duidelijk.

Met het kale karakter van de kleppen en het riet maken we nader kennis in 'Nesciobrug'. Zoals Nescio aan de buiten(lees: voor)kant van de literatuur opereerde, zo bekommert Doronzo zich om het buitengebied van de bari. Doch luttele seconden later schemert en scheurt de typerende majestueuze sound van de sax door, die geconfronteerd wordt met extreme fluittonen. Al circulair blazend lijkt de saxofonist eer te betonen aan Harry Carney, die niet alleen de grondlegger was van de jazzbariton, maar ook een pionier op het terrein van circular breathing.

Allengs tekent zich meer lijn en melodie af. Zo is 'Canti Dal Grano', het slotnummer, een soort samenvatting van het voorafgaande. Wederom circulair blazend klinkt Giuseppe Doronzo bepaald triomfantelijk. Al dat spul waar hij jarenlang op oefende staat er toch maar mooi op.

Klik hier om dit album te beluisteren.

Labels:

(Eddy Determeyer, 17.10.18) - [print] - [naar boven]





Concert
Een heel andere concentratie

Tonus / Dirk Serries 50, zaterdag 13 oktober 2018, De Singer, Rijkevorsel

Het oeuvre van Dirk Serries bevat een paar terugkerende principes - de fascinatie voor pure klank, een onderzoek naar het spanningsveld tussen tijd en ruimte - maar de uitwerking daarvan kende intussen al erg uiteenlopende vormen. Na de sprong in de vrije improvisatie, die enkele jaren geleden begon, is er nu een andere substroom bijgekomen, vertegenwoordigd door het project Tonus. Met vijf gelijkgezinden liet de man horen dat lage volumes en ijzingwekkende intensiteit elkaar niet uitsluiten.

De ambientwerken van Serries zijn (of waren, want dat hoofdstuk zou afgesloten zijn) soms van zo'n uitgepuurde aard, dat het voor de luisteraar eigenlijk ook een confrontatie wordt met zichzelf. Tot hoe ver kan die meegaan in de radicale ontmanteling en micro-aanpak van pure sound? Bij Tonus, een project dat gestalte kreeg tijdens een residentie in JazzCase, gaat het nog een stuk verder. De volledig akoestische muziek is zo kaal, zo uitgebeend, dat haast meer opvalt wat er niet is dan wat er wel is. Daardoor vergt het een heel andere concentratie, word je als het ware gedwongen om met een vergrootglas boven op de muziek te zitten. Daarnaast ga je ook beseffen hoe moeilijk het is om complete stilte te bewaren, want de muziek van Tonus was bij momenten zó stil en sober dat elk geschuifel, geschraap en gefluister meteen uitvergroot werd. Je hoorde gewrichten kraken, je hoorde zelfs luisteraars ademen.

Tonus is vooral een vehikel om minimalistische strategieën mee uit te werken en dus is een vaste line-up geen vereiste. Voor deze performance werd Serries bijgestaan door Martina Verhoeven (piano), Nils Vermeulen (contrabas), Colin Webster (altsax), Benedict Taylor (altviool) en Patrick De Groote (trompet/flügelhorn). Vooral die laatste was een verrassing, want terwijl de anderen allemaal al eens opdoken aan de zijde van de leider, in gelijkaardige context, is De Groote vooral gelinkt aan de free jazz en vrije improvisatie. Maar de man staat open voor een uitdaging en liet horen ook een mooie bijdrage te kunnen leveren binnen een heel andere discipline.

Saxofonist Webster gaf het voor het concert al mee: het is aartsmoeilijk om een fluisterniveau aan te houden op een instrument dat gemaakt is om vitaal te laten schallen. Het vergt een aanzienlijke technische bagage en controle om bijvoorbeeld de juiste lipspanning aan te houden, en bovendien een immense concentratie, want je werkt samen met anderen aan een zacht schuifelende processie van geluid. In twee relatief compacte sets (35-40 minuten) werden simpele motieven en timbres eindeloos tegen het licht gehouden. Het was niemands egotrip, er zat geen stersolist in. Dit was een les in gelijkwaardigheid. Er werd ook niet gewerkt met strak aanzwellende crescendo's of volumineuze ontlading. Nee, zelfs dat was je niet gegund, want de muziek zwol hier en daar wel aan, maar dunde steeds opnieuw weer uit, plooide terug op zichzelf.

Het was Serries die van start ging met een strijkstok op gitaar, waarna de anderen een na een invielen. Vermeulen roteerde de strijkstok over de snaren, Verhoeven produceerde losse noten en liet een stokje door de pianobuik glijden, Taylor creëerde iele, amper hoorbare glijklanken, en Webster en De Groote hielden de ademhaling zo sterk mogelijk onder controle, met zuchtende ruis, aarzelende harmonieën en lucht die met mondjesmaat ontsnapte aan het koper. Het was muziek met een grote vrijheid, want de zes stemmen werden in steeds andere constellaties op elkaar gelegd, maar er was ook een enorme discipline aan het werk, want niemand werd verondersteld uit de band te springen. Het was De Groote die misschien nog het breedst kleurde, vooral dan met de warme, lyrische sound van de flügelhorn.

Voor de tweede set schakelde Serries over op een klavieraccordeon, maar ook daar bleef het gebruik van knoppen beperkt. Ook de aanpak veranderde, want hier kreeg Verhoeven een iets meer sturende rol toebediend, met haar noten/akkoorden als rode draad, en de band die er vervolgens rond en tussendoor speelde. Het bereik van klanken breidde een beetje uit - Taylor ging iets nadrukkelijker plukken en wrijven, Vermeulen liet de strijkstok stuiteren tegen de klankkast, Webster hanteerde zachte plop-effecten, De Groote smakte en piepte - en het sextet leek soms een beetje te zigzaggen over een herhaling van twee, drie noten, maar het totaalgeluid bleef confronterend in zijn hardnekkige weigering om de strenge principes opzij te zetten.

Het maakte van de avond best wel een uitdaging, ook voor getrainde oren. Voor de muzikanten was het een must om binnen dat kader maximale controle te bewaren en toch voortdurend oog te hebben voor elkaar en de transformerende groepssound, voor de luisteraar betekende het even alle verwachtingen en automatismen opzij zetten en een maximale focus op de interactie. Het resultaat was een intense, gedeelde ascese, die appreciatie teweegbracht voor zowel de glorieuze kracht van de stilte, als die van pure klank.

Het concert viel samen met Serries' 50ste verjaardag én de release van drie nieuwe albums op het New Wave Of Jazz-label. Die kunnen via Bandcamp beluisterd en gekocht worden.

Deze recensie verscheen ook op Enola.be

Labels:

(Guy Peters, 15.10.18) - [print] - [naar boven]



Cd / Jazztube
Imagine Raymond - 'Imagine Raymond' (W.E.R.F., 2018)


Met Imagine Raymond zet saxofonist Michel Mast het verhaal verder dat begon met 'Wofo Plays Raymond Scott'. De Amerikaanse componist/pianist/bandleider Raymond Scott was een buitenbeentje, die een tijd lang de swing een hoogsteigen draai wou geven. Veel van zijn muziek uit die periode werd opgepikt voor Looney Tunes en andere tekenfilms uit de stal van Warner Bros. Vanuit zijn interesse in opnametechnieken en het sturen van klanken ontpopte Scott zich tot een pionier in de elektronische muziek en uitvinder.

Met Dijf Sanders heeft Imagine Raymond ook iemand in de rangen die zich opwerkt als elektronicawizard. Voor de rijkdom in klankkleuren tekenen daarnaast klarinetten, cornet, piano, elektrische bas, drums en natuurlijk de tenorsax van Mast. Composities van Scott uit zijn elektronische periode vormen de basis en dat materiaal werd met de hele groep geïnspireerd gearrangeerd. De blazers blazen letterlijk nieuw leven in stukken die in de uitvoeringen van Imagine Raymond aan warmte winnen. Soms blijft het ensemble vrij dicht bij het origineel, soms maken zij er een bijna orkestrale gebeurtenis van - en meestal zit het daar ergens tussen.

Meermaals is een voorliefde aanwezig voor een aanpak die wat aanleunt bij die van Flat Earth Society rond Peter Vermeersch. 'Baltimore Gas & Electric Co' is daar meteen een lekker voorbeeld van, met leuke wendingen tussen luchtige en zwaardere passages. Elegantie wordt gecombineerd met humor. Grappig is bijvoorbeeld het tellen in het West-Vlaams op 'Rhythm Modulator', dat fijntjes verder huppelt. De cartooneske en filmische trekjes van Scott doet Imagine Raymond met een warm hart alle eer aan.

In een eclectische aanpak passeren diverse stijlinvloeden, die hier meestal een lichtvoetigheid uitstralen. De opvallendste uitzondering daarop is 'Blue Grotto In Capri', dat meer emotionaliteit bevat. Of het er nu sober aan toe gaat (zoals in 'Bass Line Generator') dan wel zottekes wild ('Celebration On The Planet Mars'), schijnbaar onbekommerde combinaties van sierlijke lichtheid en verdraaide gewichtigheid zijn voor deze cd typerender. Erg leuk randje-kitsch is trouwens de lounge van 'Lightworks'.

Geestig en fijn is elk nummer op de cd, al valt het hier en daar, en dan eigenlijk trouw aan het origineel, wat dunnetjes uit. Dan treedt voor mij het omgekeerde effect op als bij de live-voorstelling. Die zat bij momenten zo heerlijk vol met de begeleiding van projecties erbij (in interactie met de muziek!) dat je gewoon niet altijd alles mee kon hebben. Dan is het jammer dat er nu enkel de cd is en geen dvd.

In de Jazztube kun je kijken naar een live-uitvoering van 'Rhythm Modulator', opgenomen tijdens een concert van Imagine Raymond in de Handelsbeurs, Gent op 18 april 2018.

Labels: ,

(Danny De Bock, 14.10.18) - [print] - [naar boven]



Concert
Drie city birds ontwapenen Tilburg

Philippe Lemm Trio, woensdag 10 oktober 2018, Paradox, Tilburg

New York, stad waar het bruist van creativiteit in een melting pot van culturen, maar waar je gemakkelijk ook met heel veel mensen heel eenzaam kunt zijn. Het is alweer zeven jaar de stad van de in Amsterdam opgegroeide slagwerker Philippe Lemm. Met de nieuwe cd 'City Bird' in de reiskoffer, tourt hij deze maand met zijn trio in Europa. De band trakteerde Tilburg 's middags op een masterclass voor studenten aan het conservatorium én een erg fijn optreden, 's avonds in zaal Paradox.

Het Philippe Lemm Trio bracht twee sets toegankelijke, maar toch ook avontuurlijke jazz, met een geluid waarin de tradities en actuele muzikale ontwikkelingen van Europa en de Verenigde Staten elkaar treffen. De band speelt thema's die gemakkelijk in het gehoor liggen. Soms zijn ze zelfs aandoenlijk lieflijk, bijvoorbeeld als Lemm met een kleine xylofoon een dartel melodietje inbrengt. Het avontuur zit vooral tussen de thema's, met solo's van de drie muzikanten of een vonkend samenspel op weg naar een beheerste climax. Het trio brengt deze avond eigen composities en put uit de grenzeloos rijke muziektraditie met arrangementen van stukken van Simon & Garfunkel, Le Mystère des Voix Bulgares (een 'kopanitsa') tot Irma Thomas ('Anyone Knows What Love Is').

Lemm, sinds kort met een master degree op zak van de Manhattan School of Music, beschikt over een rijk arsenaal aan registers om zijn drumstel zowel zoet als vlijmscherp te laten klinken, waarbij hij gemakkelijk schakelt, vaak in een scherpe hoek van 180 graden. Dan speelt hij een subtiel bekkenspel, om vervolgens zonder mededogen op zijn snare te meppen. Daarbij blijft hij steeds in full control. Lemm is ontwapenend in zijn aankondigingen, zichtbaar blij dat hij weer voor even in Nederland is. Pianist Angelo Di Loreto speelt met veel flair zijn mooie arrangementen van bekende muziek. Maar hij weet ook te raken met eigen werk, zoals het wonderschone 'Emerge', dat zich met een melancholiek dansende melodielijn als een oorwurm in je geheugen nestelt. Hij blijft muzikaal bescheiden, geeft vooral ruimte en legt de basis. Dat doet hij samen met bassist Jeff Koch die met verve speelt, waarbij hij afwisselend de contrabas en de elektrische bas hanteert.

Hier spelen drie vrienden, 'city birds' die voortdurend oogcontact houden, zichtbaar plezier hebben in het spel dat ze aan het spelen zijn. Het publiek geniet mee. En dan mag het trio uiteraard geen afscheid nemen zonder toegift. Het wordt een improvisatie op Charlie Chaplins 'Smile'. Ik kijk rond in de zaal en zie glimlachen die verraden dat die boodschap is overgekomen.

Draai om je oren bezocht eerder een concert van het trio in 2016 in Zwolle. Op zondag 4 november is het Philippe Lemm Trio te zien in Vrije Geluiden bij de VPRO. Voor een overzicht van de concerten die dit drietal binnenkort geeft, klik hier.

Foto: Erno Mijland

Labels:

(Erno Mijland, 11.10.18) - [print] - [naar boven]



Concert
De voetjes en de kaken

Anton Goudsmit, Bert van Erk & Victor de Boo, woensdag 3 oktober 2018, Brouwerij Martinus, Groningen

Van een goed concert hou je vaak moeë voetjes over, vanwege het meetikken, het op de plaats dansen. Van een optreden van baasjes van het kaliber Goudsmit, Van Erk en De Boo hou je bovendien een degelijke kaakkramp over, vanwege de lol op het podium en in de zaal. Bij hen is het ook niet zozeer een kwestie van dat ze muziek produceren; het lijkt eerder of ze achter de muziek aanlopen, heel wonderlijk.

"DjippiedoeljedieBeng!Beng!" roept gitarist Goudsmit naar drummer De Boo, wanneer hij niet zo gauw op de titel van het volgende nummer kan komen. Hij maakt er een sierlijk danspasje bij, ter verduidelijking. Zo gezegd, zo gespeeld. Opmerkelijk is de vrolijke vrijheid waarin een en ander zich voltrekt. Daarbij lijken de standards meer ruimte te bieden dan de eigen nummers. 'Bye-Ya', 'In Your Own Sweet Way' en 'Love Me Tender' hebben zich dieper in de herinnering en de motoriek genesteld dan het eigen spul, daarmee kunnen de musici beter en verder uit de voeten.

Het verzoek om 'Love Me Tender' is afkomstig van een dame die voor geen goud zou willen toegeven dat ze de film gezien heeft toen die voor het eerst rouleerde. (Goed, goed, ze zal met haar leeftijd gesjoemeld hebben, wat met haar toenmalige figuurtje een koud kunstje zal zijn geweest.) 'Love Me Tender' dus, wordt een dronken dialoog van twee wenende heren aan de bar, waarbij de bediening achter hun ruggen reeds bezig is de stoeltjes te stapelen. Met gestreken contrabas en veel sustain op de gitaar slagen de muzikanten erin ook 'Take The A Train' en 'Mood Indigo' in de tedere liefde te betrekken.

In 'Isfahan' zit Goudsmit op een George Benson-kick. Dat hij de neiging heeft met zijn gitaarlijnen mee te mompelzingen versterkt dat effect. Bij hem is het alsof de gitaar naar boven staat te roepen, of die stem ook buiten wil komen spelen.

En zo zijn er wel meer fenomenen die de aandacht vragen. De grote oren van Victor de Boo bijvoorbeeld, die voortdurend op het puntje van zijn krukje zit en wiens brein perfect synchroon loopt met dat van de overige twee. Of de gestreken basbegeleiding in 'I’ve Got A Woman', waar je toch normaliter een geplukt ostinato zou verwachten. De galmende Link Wray-achtige riffjes van Goudsmit in 'Duppin’ Around' - als ik de titel goed heb verstaan. En, meer in het algemeen, de heerlijke neiging van de gitarist bij het minste of geringste in een zieke popmodus te schieten.

Het was nog lang onrustig aan de bar.

Klik hier voor foto's van dit concert door Willem Schwertmann.

Labels:

(Eddy Determeyer, 11.10.18) - [print] - [naar boven]



Concert
Oum brengt de woestijn naar het Bimhuis

Oum, zaterdag 29 september 2018, Bimhuis, Amsterdam

De Marokkaanse zangeres Oum El-Ghait Ben Essahraoui trad drie keer op in Nederland, het laatste concert uit deze serie vond plaats in een uitverkocht Bimhuis in Amsterdam. Zoals te verwachten waren in het publiek ook diverse gasten met een Marokkaanse achtergrond die zeer enthousiast reageerden op haar muziek. Een dame in een mooi rood gewaad met zwarte hoofddoek werd uitgenodigd om samen met Oum een dansje te doen op het podium. De muziek werd in de aankondiging getypeerd als een unieke mix van moderne soul, akoestische jazz, bossanova en gnawa, de Marokkaanse woestijnblues.

Er werd veel werk gespeeld van haar album 'Zarabi' - de titel verwijst naar de kleden die vrouwen in de Sahara weven van oude kleding. Een mooie metafoor om de mengeling van oud en nieuw en verschillende invloeden weer te geven. Het resultaat is per definitie uniek te noemen. Dat geldt ook voor de muziek die gespeeld werd. Je hoorde en voelde de woestijn, en ook al was het Arabische dialect Darija voor mij totaal niet te volgen, de zeggingskracht en sfeer kwamen zeer duidelijk over.

De bezetting van de begeleiding was ook bijzonder te noemen. Vanzelfsprekend zorgde de door Yacir Rami meesterlijk bespeelde oed voor dat typische woestijnsfeertje, neergelegd op het ritmische tapijt dat door bassist Damian Nueva en percussionist Inor Sotolongo vakkundig werd geweven. Het verrassende en vernieuwende zat hem in het toevoegen van de trompet van Arno de Casanove. En natuurlijk in de composities, de stem en niet te vergeten in de verschijning van Oum zelf.

Het geheel leverde een mooi en verrassend concert op, waarin zo nu en dan ook mooie solo's en interacties van de muzikanten te horen waren. Voor mij was deze eerste kennismaking met Oum een eyeopener. Ik ben altijd geïnteresseerd in cross-overs waarin verschillende culturen op een originele manier met elkaar worden verbonden en dat is iets wat in dit concert voortdurend gebeurde. Het publiek was een beetje verdeeld. Je zag een aantal mensen voortijdig het pand verlaten, maar de overgrote meerderheid bleef zitten en werd alsmaar enthousiaster. Een toegift kon dan ook niet uitblijven.

Een hoogtepunt was 'Hna', waarin de trompet een heel mooie interactie aanging met de stem van Oum. Onmiskenbaar ook een nummer met wortels in de Sahara-cultuur, maar op eigenzinnige wijze van een voortreffelijk jazzy sausje voorzien, waarin de heerlijke bas en percussie voor een stevige basis zorgden. Iets dergelijks gebeurde ook in het prachtige 'Taragalte', waarin ook de typische Afrikaanse vibrato verweven zat.

Een prachtig concert met bevlogen muzikanten, die zeer geconcentreerd het concert tot in perfectie uitvoerden. Al leidde dat misschien wel tot het onbestemde gevoel dat er meer in had gezeten als het wat losser en spontaner was uitgevoerd.

Klik hier voor foto's van dit concert door Johan Pape.

Labels:

(Johan Pape, 8.10.18) - [print] - [naar boven]



Vooruitblik
Jazz On The Sofa


Op zondag 4 november presenteren artiesten uit Japan, Cuba, India, Duitsland, Italië en Nederland zich op Jazz On The Sofa. Voor het festival zijn zes woonkamers in Zeist omgetoverd tot podia waar de bezoeker samen met de artiesten beleeft hoe puur de muziek tot je kan komen.

Als in een woonkamer muziek wordt gemaakt, gaat dat verder dan een kunstje doen. Dan communiceert muziek tussen maker en toehoorder. Heel direct. Het zoveel mogelijk akoestisch spelen, zonder tussenkomst van technische snufjes, versterkt dat gevoel. Dat is waarom Jazz On The Sofa is begonnen. Er komen ook veel bezoekers die niet gemakkelijk de drempel naar een podium overstappen, maar nieuwsgierig zijn naar concerten met een meerwaarde. En wat is er leuker voor jou als concertbezoeker als je niet weet wat de middag zal brengen, wie je zult ontmoeten en waar je terecht zal komen?

Jazz On The Sofa is een middag met verrassingen. Het festival staat voor een intieme setting, persoonlijke betrokkenheid en kwaliteit. De organisatie heeft gekozen voor een combinatie van (inter-)nationale artiesten, musici uit de eigen regio en nieuwe talenten. De line-up voor 2018 bestaat uit: Ernst Reijseger/Harmen Franje, Ramon Valle, Wakaba Otsu/Tiago Lageira, Toon Roos/Karel Boelhee, Steven Kamperman/Ad Colen en Mark Lotz/Reinier Baas.

Klik hier voor meer kaarten en meer informatie.

Foto: Cees van de Ven

Labels:

(Maarten van de Ven, 7.10.18) - [print] - [naar boven]



Concert
Bloms revanche prikkelt Juuls oren

Jasper Blom Quartet + Pablo Held, donderdag 20 september 2018, JazzCase, Dommelhof, Neerpelt

JazzCase startte het nieuwe seizoen met het Jasper Blom Quartet, aangevuld met Pablo Held. Naast saxofonist Jasper Blom op sax bestond de band uit Jesse van Ruller op gitaar, Frans van der Hoeve op bas en twee uit Keulen afkomstige muzikanten: Jonas Burgwinkel, die inviel voor Martijn Vink, op drums en Pablo Held op piano. Het gezelschap was enkele dagen in Dommelhof in residentie en bracht een aantal dagverse composities die nog niet van titels voorzien waren en gewoonweg nummer 1, 2 en 3 genoemd werden.

Voor aanvang van het concert werd de jazzdocumentaire 'Juul’s Ears' vertoond, een beklijvend portret van de in 2008 overleden Juul Anthonissen: vermaard jazzkenner, -verzamelaar en –journalist en oprichter van de befaamde Hnita-Jazz Club in Heist-op-den-Berg. Na de documentaire weerklonk bij het binnenkomen van de concertzaal de gelijknamige compositie 'Juul’s Ears', sober gebracht door Jasper Blom en Pablo Held. Deze warme en melancholische compositie schreef Etienne Verschueren als ode aan Anthonissen. Het vormde een gepaste overgang van documentaire naar concert.

Het optreden werd door de volledige band ingezet met een stevig uptempo nummer, waarbij Blom, Van Ruller en Held elkaar solerend afwisselden. Deze fonkelnieuwe en zelfs wat funky aandoende compositie kreeg als werktitel 'Nummer 2' mee. Hierna volgde 'Lumen', een meeslepende ballad met een zingende sax, warm en sferisch aangevuld door piano en gitaar. Compositie 'Nummer 3' was een swingend uptempo nummer met veel tempowisselingen. Een aanstekelijk ritme met sterke interacties tussen Held en Burgwinkel, waarbij ook Van Ruller het voortouw nam. 'Nummer 1' ontvouwde zich als een melodische ballad met mooie donkere baslijnen van Frans van der Hoeven. De subtiele percussie- en pianopartijen rond een lyrische sax werden ingekleurd met sferische gitaaraccenten.

Opmerkelijk was de anekdote die Jasper Blom vertelde over zijn frustrerende ervaring met Juul Anthonissen aan het begin van zijn carrière. Toen de jonge en ambitieuze Blom met zijn band deelnam aan een jazzcompetitie in Hoeilaart, maakte Anthonissen deel uit van de jury. Al voor de start van de wedstrijd liep Juul rond met een t-shirt met daarop de naam van de latere winnaar. Blom eindigde met zijn band op een gedeelde laatste plaats. Als revanche schreef hij kort na de wedstrijd een magistraal nummer, dat er nog steeds mag zijn. Deze 30 jaar oude compositie, geschreven uit frustratie, was een juweeltje dat door iedereen werd gesmaakt.

Als toegift kregen we een eigenzinnige interpretatie van de oude klassieker 'Besame Mucho'.

Een krachtig en eigentijds swingend bebopconcert, zonder onderbreking en mooi gebalanceerd, waarbij uptempo en ballads elkaar evenwichtig afwisselden. Sterk melodisch, maar toch ook met de nodige improvisatiemomenten... wat wil je nog meer. Vermeldenswaard is dat het Jasper Blom Quartet tegen het eind van dit jaar twee cd's zal uitbrengen, 'Polyphony' en 'More Polyphony', die live werden opgenomen met respectievelijk trompettist Bert Joris en trombonist Nils Wogram.

Na afloop van het concert kon het publiek in de foyer van Dommelhof nog genieten van een prachtige expositie in het kader van de vertoonde documentaire 'Juul’s Ears', met zorg geselecteerd en gepresenteerd door Gerda Boel. Met foto's, brieven, aantekeningen en affiches uit het omvangrijke archief van Juul Anthonissen.

Klik hier voor foto's van dit concert door Cees van de Ven.

Labels:

(Robert Kinable, 6.10.18) - [print] - [naar boven]



Cd
Fish-Scale Sunrise - 'No Queen Rises' (Relative Pitch, 2018)

Opname: 30 november 2017

Fish-Scale Sunrise, de naam is ontleend aan een gedicht van Wallace Stevens, bracht onlangs zijn eerste album uit. We hoorden dit trio rond rietblazer Ab Baars en verder bestaand uit pianiste Kaja Draksler en bassist Joe Williamson, voor het eerst in februari 2015 in het Bimhuis en verder eind vorig jaar in een duo bill met het Alexander von Schlippenbach Trio, eveneens in Amsterdam. In de recensie van het laatste concert schreef ik: 'Reeds tijdens een eerder optreden van Fish-Scale Sunrise werd duidelijk dat dit trio een geheel eigen stijl hanteert, waarin humor en ernst hand in hand gaan. De muziek heeft zeker speelse trekjes en zorgt zo nu en dan voor een glimlach op ons gezicht, maar op andere momenten voeren de melancholie en de ernst de boventoon.'

Op die cd komen stukken voorbij, allen uit de koker van Baars, die het trio speelde tijdens het concert op 2 december 2017, enige dagen na de opnames van dit album, zo weten we nu. Beginnen doen we met 'Fish-Scale Sunrise', onstuimig klinkend, met name door Baars, die hier op ritmische, maar ook wat duistere akkoorden van Draksler naar hartenlust piept en knarst. In 'Endless' valt het creatieve samenspel op tussen Draksler en Baars, een verzameling hoekige miniatuurtjes als dartelende vlinders. En ja, dit zou zo eindeloos door kunnen gaan als daar 'For Toby' niet was. Toby is Tobias Delius, een van Baars' partners in crime in het ICP Orchestra. Draksler geselt haar piano met ruwe aanslagen en Baars levert hier prachtige, ietwat melancholieke solo's op tenorsax.

Groots klinkt Ab Baars in 'Now', waar hij een verhalende, intieme solo blaast met een mooi rafelrandje. Draksler vult het aan met subtiele loopjes en Williamson completeert het geheel met mooie donkere kleuren. Samen starten ze in 'Catch The Moon'. Een kort, steeds herhaald loopje van de pianiste wordt geflankeerd door experimenteel basspel van Williamson, tot Baars erbij komt en weer een ander loopje op klarinet inbrengt. 'Receding Mountains' is een improvisatie, waarbij je de musici elkaar hoort aftasten, met veel gevoel voor nuance en wederzijds respect en waardering. Bij deze drie muzikanten voel je gewoon de chemie.

Het titelstuk van dit album, 'No Queen Rises', is een nog geen drie minuten durend klankfestijn, waarin vooral de springerige noten van Baars - hier op klarinet - en Draksler opvallen. Zo fel als dat het er hier aan toe gaat, zo beheerst en ingetogen klinkt 'The First Sea', dat Baars baseerde op een gedicht van de Chileense dichter Pablo Neruda. Prachtig is die ene hard aangeslagen hoge noot van Draksler, waar Baars en Williamson met veel gevoel en intensiteit omheen cirkelen. Tot slot klinkt 'There', waarvoor Baars inspiratie haalde uit Leonard Bernsteins 'Somewhere'. Een cover is dit geenszins. Wat het deelt met het stuk van Bernstein is de intimiteit, innemend en fragiel verklankt door Baars op klarinet. Een grootse afsluiting van een prachtig album.

Foto: Willem Schwertmann

Labels:

(Ben Taffijn, 3.10.18) - [print] - [naar boven]



Concert
MJO heeft Bernstein te pakken

Bernstein Celebration Tour, Millennium Jazz Orchestra o.l.v. Joan Reinders feat. Laura Bohn, zondag 30 september 2018, Muziekkamer Assen

"De populaire song is geschreven voor geld, wordt gezongen voor geld en sterft wanneer het geld niet langer binnenrolt. Hij imiteert en is gewoontjes, zonder emoties."

Geen uitspraak die je van Leonard Bernstein zou verwachten, bij uitstek degene immers die de 'lagere' en de 'hogere' kunsten verbond. Toch schreef de componist, pianist, dirigent en educator dat in 1947, in het tijdschrift Esquire. In datzelfde artikel steekt hij de loftrompet over George Gershwin, Cole Porter en Richard Rodgers, maar, vindt hij, hun werk heeft geen invloed op de 'serieuze' muziek.

Daaruit zou je mogen opmaken dat de componist van 'Westside Story', 'On The Town' en 'Fancy Free' de werelden van de klassieke en de amusementsmuziek als volstrekt verschillende entiteiten zag. Dat sluit aan bij wat Laura Bohn, de vocaliste van deze Bernstein Celebration Tour, in de programmatoelichting schrijft: "Zijn lichte werk is vanuit klassieke principes uitgedacht, opgebouwd en genoteerd."

Leonard Bernstein leende uit de werelden van de jazz, de film en de musical, elementen - ritmen, kleuren, cut-up technieken - die hij in zijn werk integreerde, waarmee hij een unieke hybride klanktaal creëerde. En Joan Reinders vertaalde dat weer terug naar het jazzidioom. Dat ging overigens niet zonder slag of stoot, ook in juridische zin niet. Zijn bewerkingen, op papier en op geluiddrager, moesten eerst naar het Bernstein Estate, waar ze grondig tegen het licht werden gehouden. Het verlossende jawoord markeerde de eerste keer in de geschiedenis dat de erven toestemming gaven voor jazzarrangementen van het oeuvre. Een prestatie van formaat: Reinders trok het materiaal namelijk onmiskenbaar naar zich toe. De orkestleider heeft het onderste uit de kan gehaald. Zijn 'Cool' (uit de 'Westside Story') was een overweldigend klanktapijt waarin kleuren subtiel in elkaar overrimpelden en stemmingen haasje-over speelden. Het Millennium Jazz Orchestra tackelde "het meest complexe stuk dat ooit op Broadway is gespeeld" (Reinders) met een concentratie en precisie die je niet echt van een jazzensemble zou verwachten.

Iets dergelijks gold ook voor de integratie van de stem van de klassiek geschoolde Bohn in het orkestgeluid. In het hoog houdt de sopraan het orkest met gemak bij. Haar heldere geluid is overigens eerder voor musical dan voor jazz geschikt. Daarvoor is er te weinig rook op de stembanden en in de longen neergeslagen. Maar haar scatduetten met de solisten van de band waren grappig en to the point. Ook in 'One Hundred Ways' (uit 'Wonderful Town') toonde Bohn haar gaven als comédienne.

'Prelude, Fugue And Riffs' is het enige stuk dat Bernstein ooit voor een jazzorkest heeft geschreven - voor dat van Woody Herman, in 1949. Het is aanzienlijk jazzier, swingender en minder abstract dan het befaamde 'Ebony Concerto' dat Igor Stravinsky vier jaar eerder voor de Herman Herd had gecomponeerd. 'PF&R' sterft van de dynamiek, het contrapunt en de ritmen.

Hier past slechts de ontbloting van het hoofd en een nederige neiging. Voor Bernstein én voor Reinders, Bohn en het Millennium Jazz Orchestra.

Labels:

(Eddy Determeyer, 1.10.18) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...






Menupagina's:

Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Neerpelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.