Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 


Cd's
Sean Ali - 'My Tongue Crumbles After' (Neither Nor, 2017)

Opname: 8 augustus 2016
Natura Morta - 'Environ' (Neither Nor, 2017)
Opname: 17 oktober 2015

Neither Nor Records, het label van de in New York bivakkerende percussionist Carlo Costa, kwam hier reeds eerder voorbij. Inmiddels liggen er twee nieuwe schijven. Nu met als centrale figuur de bassist Sean Ali. Allereerst hebben we 'My Tongue Crumbles After', een soloalbum en ten tweede is er 'Environ' van Natura Morta, een trio waarin we naast Ali altviolist Frantz Loriot horen en de hierboven genoemde Carlo Costa op percussie.

Ali komt oorspronkelijk uit Dayton, Ohio, maar maakt al weer enige jaren deel uit van de rijke avant-garde scene van New York. Hij is daar actief in een handvol ensembles, waaronder Natura Morta, als curator van een concertserie, als mede-eigenaar van platenlabel Prom Night Records en daarnaast werkt hij in zijn projecten samen met musici en beeldende kunstenaars. Kortom, een man die van vele markten thuis is. Die veelzijdigheid horen we vooral terug op 'My Tongue Crumbles After', want dit is allesbehalve een standaard soloalbum van een bassist. Naast de contrabas hanteert Ali namelijk ook de cassettespeler en een verzameling tapes met veldgeluiden. Reeds in opener 'Salutations' levert deze combinatie een verrassend veelzijdige klankwereld.

In 'Missing Persons Report' horen we Ali's kwaliteiten als bassist in volle glorie. Een gejaagd ritmisch patroon, veroorzaakt door het in hoog tempo heen en weer bewegen van de strijkstok. De angst die je ervaart als iemand vermist wordt, voelbaar gemaakt in klanken. Gaandeweg wordt het tempo lager, alsof bij Ali de vermoeidheid toeslaat. Is dat het moment waarop de lethargie toeslaat? Ook in 'Beneath The Cobbles' rijzen de haren je te berge. Het krassende geluid dat Ali hier produceert is daar debet aan. In 'Heartstack' haalt Ali weer zijn cassettebandjes tevoorschijn. We horen een stem spreken, ruis, vogelgeluiden en daarmee vermengd subtiel basspel. En wat Ali in 'Lime Works' en 'Queens Gothic' allemaal uitspookt, zal wel altijd een raadsel blijven. Belangrijker is of alles aan het eind nog wel heel is? Juist, dat is maar helemaal de vraag. Het venijn zit ook hier weer eens in de staart en afsluiter 'Hunger' heet niet voor niets zo. Ruim zeven minuten verontrustende klanken perst Ali uit zijn bas.

'Environ' van Natura Morta bevat drie stukken. In 'Pulvis' maakt het trio aanvankelijk omtrekkende bewegingen, maar beluister het stuk voor een tweede keer en je hoort dat hier heel geleidelijk een ritme wordt gebouwd, als een machine die langzaam op gang komt. Tot diezelfde machine heel geleidelijk weer bijna stilvalt, op een cirkelgang na die tot stand komt middels Costa's spel op de bekkens. Een bijna meditatief moment, tot het geheel wederom aanzwelt tot orkaankracht. Geëindigd wordt hier met een muzikaal potje tafeltennis. Ook 'Ventus' heeft een bijzondere structuur. Ali en Loriot leveren een drone-achtige structuur, die vergezeld gaat van een hoop geknars, terwijl Costa het eerder genoemde partijtje tafeltennis weer heeft opgepakt. En dan gaat het alarm af, althans dat is de indruk die dit trio ons geeft in het vervolg van dit stuk. In afsluiter 'Mycella' zorgt het trio eveneens voor een grote portie creatieve onrust. Dat hier slechts sprake is van drie instrumenten - altviool, contrabas en slagwerk - het is dat je het weet, geloven doe je het niet!

Labels:

(Ben Taffijn, 29.11.17) - [print] - [naar boven]



Concert
Onmetelijke muzikale geldingsdrang

Mark Guiliana Quartet, zaterdag 18 november 2017, Bimhuis, Amsterdam

Het Bimhuis is al weken uitverkocht voor een van de meest veelzijdige drummers van dit moment. De drummer is geroemd vanwege zijn pioniersgeest binnen de moderne drumkunst. Mark Guiliana, Jason Lindner en Donny McCaslin zijn vanwege hun essentiële rol in David Bowie's meesterwerk 'Blackstar', in het centrum van de muzikale aandacht geraakt. Guiliana is in staat de scheidslijnen tussen het gangbare, akoestische en hedendaagse, elektronische muziek op te rekken. In zijn jamsessies incorporeert Guiliana nieuwe ritmes uit hiphop met elektronische dansmuziek. Het gebruik van elektronica, zoals loopings, sampling en elektronische percussie, wordt geenszins geschuwd.

Het Mark Guiliana Quartet laat tijdens het optreden wel de elektronica maar niet de moderniteit buiten beschouwing. In beide sets wordt voornamelijk muziek gespeeld van de recent verschenen plaat 'Jersey', de opvolger van 'Family First' uit 2015. Op de hoes van het nieuwe album prijkt op het eerste oog een abstracte schets, maar bij nader inzien herken je er de vorm van de staat New Jersey in. Tijdens het concert draagt Guiliana het basketbalshirt van New Jersey. Het album lijkt een hommage aan zijn geboortestreek.

Het kwartet opent met 'Inter-are', geschreven door Guiliana en zijn partner Gretschen Parlato. In een transparante sfeer wordt het uptempo stuk langzamerhand intenser, met in elkaar grijpende lijnen. De fragmentarische melodie vloeit uiteindelijk samen tot een logisch muzikaal geheel. In de daarop aansluitende nummers neemt de ruimtelijkheid toe en druipt de muzikaliteit ervan af. Binnen de beschikbare ruimte gaat saxofonist Jason Rigby steeds rafeliger spelen. Het precieze, metronomische drummen wordt afgewisseld met flitsende poly-ritmische intermezzo's.

De basis van de pakkende tracks wordt zonder uitzondering veroorzaakt door een ijzersterke melodie. De stukken zijn zonder uitzondering, hoe ingenieus ook, na te zingen. De afwisselende stemmingen, zo kenmerkend voor deze akoestische muziek, worden smakelijk uitgeserveerd. Guiliana schroomt niet om de drumstokken onaangeroerd te laten wanneer de muziek geen percussie duldt. In het laatste stuk voor de pauze worden bloemrijke pianoakkoorden gespeeld in een zonnige sfeer. Zij dienen als opmaat voor een uiterst knap geconstrueerd en fel duel tussen pianist Fabian Almazon en saxofonist Jason Rigby. Als wilde dieren opgejaagd door de op drift geraakte Guiliana.

De tweede set laat meer explosiviteit horen in vergelijking tot de luchtige eerste set door verbindend samenspel en nietsontziende solo's. De improvisatiekracht en uitbundige spontaniteit reiken veel verder dan op de geluidsdrager is vastgelegd. Onderscheidend, spannend en aanzwellend, maar fijngevoelig waar nodig. Mark Guiliana laat op subtiele wijze horen hoe groot zijn drumarsenaal is. Vederlichte touches bij vertraagde passages, magistrale uithalen en verrassende percussiewendingen. Veelkleurig en uitputtend gebruikmakend van uiteenlopende genre's en stijlen, gericht op het collectieve resultaat. In de eerste toegift keert de ingetogenheid terug bij een een uitvoering van Bowie's impressionistische 'Where Are We Now?'. Een gedreven optreden met een onmetelijke muzikale geldingsdrang.

Klik hier voor foto's van dit concert door Louis Obbens.

Labels:

(Louis Obbens, 28.11.17) - [print] - [naar boven]



Cd
Avishai Cohen - '1970' (Sony, 2017)


Dat er wat ironie in schuilt dat Avishai Cohen de jazz even de rug toekeert in het jaar van zijn honderdjarige bestaan, dat zal hij vast wel beseffen. Wie de man al een tijdje volgt, zal echter niet verbaasd zijn dat hij zich na talloze zijstappen ook eens op het pad van de pop begeeft. Ook dat doet hij op een manier die een breder publiek zal charmeren.

Dat over de muurtjes loeren, zit er natuurlijk al langer in. De uit graniet gehouwen bassist heeft er nooit om verlegen gezeten diverse stijlen op een hoopje te kwakken. Jazz, klassiek, pop, soul en folklore uit verschillende windrichtingen en in meerdere talen, het gulpt allemaal uit zijn creatieve koker in gulle porties. Wie de man al live aan het werk zag, heeft vermoedelijk ook aan den lijve ondervonden dat zijn gevoel voor spanningsopbouw, soms balancerend op de grens van effectbejag, niet moet onderdoen voor die van nog befaamdere publiekmenners. Maar met zijn krachtige statements weet dat hij daar ook wat vlees aan te hangen. De vraag was of hij ook stand zou kunnen houden binnen een conventionele popcontext.

Laat er geen twijfel over bestaan: 1970 is geen jazz met een poppy randje. Het is pop en speelt het spel volgens die regels, al zit er wel nog iets in dat doorgaans een 'jazzy sensibiliteit' genoemd wordt. Net zoals bij singer-songwriter Josh Rouse, die het hem voordeed met 1972, is een album noemen naar je geboortejaar ook een duidelijke suggestie over de koers. Meer dan eens herinnert Cohens album aan de pop, soul en funk die rond die tijd, maar eerder iets later, grote sier maakten. Opener 'Song Of Hope', dobberende soul opgesmukt met wat percussie en cello, heeft iets van de ingetogen soulfunk van de grote Donny Hathaway (nog altijd the smoothest tussen Marvin Gaye en Al Green), al zou je net zozeer kunnen verwijzen naar Terry Callier, Bill Withers of bluesy soulcrooner Robert Cray.

Warm, gloedvol en misschien ook verrassend sober. Met dat laatste is de song alleszins geen alleenstaand geval, want Cohen beschikt dan wel over een uitstekende band met veel mogelijkheden; hij behoudt de controle en voorkomt dat de songs uitmonden in bombast of egoptripperij. Hij heeft begrepen dat je best recht naar de kern gaat, met vetvrije muziek zonder overbodige poespas en duidelijke aangezette boodschappen. Voor sommigen zal het er misschien iets té dik op liggen, en zij zouden misschien ook liever de leegheid van 'Emptiness' voelen dan het helemaal uitgespeld te krijgen, maar je kan de man alleszins niet beschuldigen van al te complexe zwaarwichtigheid.

Er passeren dan ook een resem eigen songs die live ongetwijfeld goed zullen zijn voor een gevoelige temperatuurverhoging. Cohen neemt naast akoestische en elektrische bas en piano ook de zang voor zijn rekening, met een strot die zijn ietwat beperkte bereik compenseert met karakter en hier en daar herinnert aan Hathaway of Frank McComb, en in 'My Lady' ook heel even Los Lobos' David Hidalgo. Ook de combinatie met zangeres Karen Malka is in heel wat songs een meerwaarde. Zelfs als hij balladeterrein betreedt, zoals met 'It’s Been So Long' (degelijk) of 'Move On' (prima), blijft hij overeind, terwijl afsluiter 'Blinded' volledig op maat van de zomerradio is.

Om de breuk met zijn achtergrond niet té groot te maken, stak Cohen ook nog een paar traditionele stukken in zijn album. In 'Se’i Yona' mag ud-speler Elyasaf Bishari het voortouw nemen in een song die traditie en pop fijntjes in evenwicht houdt. Nog beter is 'D’ror Yikra', dat met z'n stemmentrance een effect creëert dat een verre verwant is van Tinariwens woestijnhypnose. 'Ha’ahava' doet dan weer een fiftyfifty: een moderne popsong die in het Hebreeuws gezongen wordt.

Nieuw spul, check. Oud spul, check. Nog een cruciale restgroep: covers. Cohen groeide naar eigen zeggen op met plaatjes van The Beatles, Led Zeppelin en The Police, dus mag het niet verrassen dat hij zich waagt aan een versie van The Beatles' 'For No One'. Dat doet hij alleen, met zang, bas en piano. Een beetje zoet, maar het is dan ook een van de meligere songs uit McCartney's pen, en dat wil iets zeggen. En als 'Motherless Child' al iets te veel neigt naar 'Ricky Martin meets de Santana van Supernatural'-terrein, dan is het wél een oorwurm, wat ook geldt voor de prima versie van 'Vamonos Pa’l Monte' van latin-pianokoning Eddie Palmieri, waarin cellist Yael Shapira een centrale rol krijgt.

Met een zak vol compacte songs met hier en daar een paar sterke uitschieters heeft Cohen bewezen dat hij dit format ook naar zijn hand weet te zetten. Wie een zwak heeft voor Cohen de bassist of de man die iets gewaagder cross-overspul uitbrengt, die is bij deze gewaarschuwd. Dit is niet die plaat. Wie daarentegen een zwak heeft voor warmbloedige pop op de wip tussen groovy soul en latin, met hier en daar wat traditionele opsmuk, die vindt hier wel zijn gading. Al zullen de live-uitvoeringen ongetwijfeld nog wat anders zijn.

Klik hier voor geluidsfragmenten van dit album.

Deze recensie verscheen ook op Enola.be

Labels:

(Guy Peters, 27.11.17) - [print] - [naar boven]



Concert
BJO's MONK'estra brengt wisselende resultaten

Brussels Jazz Orchestra o.l.v. John Beasley, woensdag 15 november 2017, Bozar, Brussel

Het Brussels Jazz Orchestra (BJO) overstijgt naar eigen zeggen graag de verwachtingen. Ter ere van de 100ste verjaardag van de geboortedag van Thelonious Monk zette het BJO de schouders onder Monk'estra, een project van John Beasley. Die kreeg enkele jaren geleden de smaak te pakken om muziek van Monk te arrangeren voor bigband. Van het een kwam het ander, zoals Grammy-nominaties voor de eerste cd met zijn Monk'estra ('Vol. 1'), een tweede cd die in september uitkwam ('Vol. 2') en samenwerkingen met andere orkesten. John Beasley vertelde voor het concert enthousiast dat die dan hun eigen stijl en inbreng hebben. Dat beloofde dus wat, ook gezien het groeiende rijtje van eerdere samenwerkingen van BJO met binnen- en buitenlandse artiesten als Philip Catherine, Bert Joris, Tutu Puoane, Joe Lovano en Kenny Werner.

Beasley kwam tijdens het concert in Bozar best blij over, maar het valt wat te betwijfelen of de wisselwerking door alle betrokkenen echt werd gesmaakt. Op 'Vol. 1' had Beasley bewezen dat hij composities van Monk kon transponeren naar de setting van een hedendaagse bigband. Minder hoekigheid vormde daarbij geen gemis, dankzij originele arrangementen met kleurrijke klemtonen en enthousiasmerende ritmes. Het concert in Bozar begon veelbelovend met 'Epistrophy' in een versie in de lijn van de versie op de 'Vol. 1'-cd, met solo's op trompet en trombone in plaats van op vibrafoon. Ook op 'Played Twice' zat het allemaal nog lekker, maar daarna leidden de keuzes van de dirigent om de spontane inbreng te onderdrukken dan wel om de teugels te vieren evengoed tot wisselvalligheid als tot hoogtepunten. Datzelfde gold voor de momenten waarop hij zelf elektronische of akoestische toetsen voor zijn rekening nam. Zijn muzikale imitatie van een mondharmonica met een moderne melodica op 'Ask Me Now' bijvoorbeeld klonk in de stad van Toots Thielemans niet geweldig smaakvol.

Thelonious Monk stond zelf bekend als onvoorspelbaar, maar op verrassende richtlijnen van Beasely scheen BJO niet echt voorbereid - of de heren hadden te weinig gerepeteerd, of te weinig goesting. Een flink deel van het publiek in Bozar vond het allemaal best goed zo en vaak viel zeker wat te zeggen voor de uitvoeringen die, anders dan Monk dat zelf deed, speelden met stiltes en ruimte. Absolute toppers in de arrangementen van de Amerikaan hoorde ik zeker ook, zoals 'Evidence' en 'Little Rootie Tootie' - daar overtuigde de samenwerking over de hele lijn. Waar Frank Vaganée zijn sound mocht plaatsen weerklonk klasse, tenorsaxofonist Kurt Van Herck speelde een van de sterkste solo's van het concert en aldoor toonde de sterke motor van bas en drums zich present. Het was ook genieten bij de rollen voor de verschillende klarinetten – soms zaten we daardoor bijna dichter bij Eric Dolphy dan bij Monk. Toch ontbrak het her en daar aan scherpte en inspiratie. Beasley maakte nummers langer en feestelijker met nog een zwierige beweging, nog een sierlijke draai en nog eens aanzwellen voor het afronden. De muziek van Monk werd door zijn aanpak toegankelijker, maar een heerlijke hommage? Zelf ging ik de hoekigheid van Thelonious Monk missen, waar Nathalie Loriers maar een enkele keer mee wou of mocht spelen.

Een duidelijke moeheid vertoonde BJO vrij frappant op het einde van het concert. Toen speelde Beasley als bisnummer een vrij vloeiende versie van 'Round Midnight' solo op piano, waarna hij het woord en de vrijheid wou geven aan het orkest. Alleen Bo Van der Werf met zijn basklarinet, bassist Jos Machtel en, met een snelle reflex, drummer Toni Vitacolonna waren zo alert om te reageren. In een of andere vorm van bezieling herpakte de rest zich. Dat leverde toch een slotboeketje op, plus andermaal luid applaus. Laten we maar aannemen dat ik de bril op had van de lastige recensent, het soort dat Monk zo vaak bekritiseerde.

Foto's: Facebookpagina Brussels Jazz Orchestra

Labels:

(Danny De Bock, 27.11.17) - [print] - [naar boven]



Cd
Artvak Saxophone Quartet - 'Trance' (Oink, 2017)


Het nieuwe album van het Artvark Saxophone Quartet, het zesde alweer, is zeer toepasselijk 'Trance' gedoopt. Ga er maar eens rustig voor zitten of - beter nog - liggen. De vier saxofonisten – Rolf Delfos en Bart Wirtz op de alt, Mete Erker op de tenor en Peter Broekhuizen op de bariton – nemen ons mee op een boeiende reis en strelen onze oren met weldadige klanken. Die reis kun je gerust letterlijk nemen, getuige ook titels als 'Darkness' en 'The Path Of Hogs'. Maar eigenlijk doen de titels niet zo ter zake. Voor dit album koos het kwartet namelijk niet voor een aantal losse stukken, maar voor een doorgaande lijn, waarin die trance centraal staat. Een trance die we verkrijgen middels prachtig met elkaar vervlochten muzikale patronen, die tevens een voedingsbodem vormen voor eclatante solo's.

Daarnaast is er een verhaal over vier varkens die op reis gaan, op zoek naar een genezende truffel. Het lijkt The Lord of The Rings wel. Typisch zo'n reis dus zoals we die ook tegenkomen in veel mythische verhalen en die eigenlijk staat voor het eigen leerproces. Bij 'Epilogue' staat dan ook niet voor niets: “The four hogs return. Life settles down and begins to resemble old days. But are they happier? Are they wiser? Is it different?” We zullen het nooit weten. Maar gelukkig maakt het allemaal niets uit, want het gaat natuurlijk om de muziek.

En ja, natuurlijk vertonen de klanken op dit album verwantschap met andere beoefenaars van het in trance brengen. De repetitieve klanken die we ook terug vinden in de minimal music en in diverse niet-westerse culturen – Broekhuizens baritonsax lijkt soms wel een didgeridoo – en de sfeervolle klanken die we kennen uit de ambient. Maar dat neemt niet weg dat Artvark Saxophone Quartet wel degelijk wat toevoegt aan deze eeuwenoude traditie.

Klik hier om naar een track van dit album te luisteren: 'As All Is Now'.

Labels:

(Ben Taffijn, 26.11.17) - [print] - [naar boven]



Concert
Blue Note aan de Kostersgang

Eric Ineke JazzXpress, zondag 19 november 2017, Brouwerij Martinus, Groningen

Als je je ogen dicht had kon je denken: Ha! Eindelijk wordt die tenorsax eens goed versterkt. Maar als je je ogen opende moest je constateren: Verrek! Die Dijkhuizen heeft helemaal geen microfoon. Inderdaad, die Sjoerd Dijkhuizen heeft helemaal geen microfoon nodig. Misschien heeft hij er als kind een ingeslikt, wie zal het zeggen, maar de machtige sound van de tenorsaxofoon vulde zondagmiddag alle hoekjes en gaatjes van brouwerij-café Martinus. Soms lijkt hij haast te hebben en dan breekt de energie ongebreideld door. Een beetje haast op zijn tijd kan geen kwaad. Doch vaker rekt de sax zich loom uit en daalt de bespeler af naar het soulvolle loeien van een Big Nick Nicholas, of - nog dieper en smeriger - naar de elementaire blues cry van een Buddy Floyd. Er huist een corpulente neger in die zoon van het Groninger land.

De middag was gewijd aan het oeuvre van tenorheld Dexter Gordon. Gelijk in het eerste nummer, 'Fried Bananas', Gordons kijk op 'It Could Happen To You', stoof het combo van drummer Eric Ineke er als een roedel jonge honden vandoor. Met het vuur van een Flammenwerfer 35 en de stuwkracht van een J-79 hield de slagwerker zijn mannen in toom en op koers. Trompettist Rik Mol blies een mooie boogvormige solo in 'The Panther', die hij reliëf gaf met kleine versierinkjes, goed gedoseerde dynamiek en een listige afwisseling van korte en langere noten.

Als we onze ogen nog wat langer dicht hadden gehouden, hadden we gehoord dat pianist Rob van Bavel zich helemaal niet op 53 graden 13 minuten NB en 6 graden 34 minuten OL bevond, maar 7500 kilometer westelijker. In een zwarte baptistenkerk, waar de piano opriep tot devote extase. De gemeente bleek geen last te hebben van dovemansoren.

Al met al was het, wanneer we ons dan toch in de metaforen begeven, alsof er een complete Blue Note-sessie vanuit de sixties naar de Kostersgang was geteleporteerd. "Hardbop in Groningen, dat hoor je ook niet vaak meer," bromde een gedistingeerde heer aan de bar vergenoegd.

Klik hier voor foto's van dit concert door Willem Schwertmann.

Labels:

(Eddy Determeyer, 25.11.17) - [print] - [naar boven]



Festival
Rockit 2017


"De naam van het festival verwijst naar Herbie Hancocks funk-dance hit uit 1983. Het splinternieuwe festival is een coproductie tussen de Oosterpoort in Groningen en het North Sea Jazz Festival. Onder één dak en op één dag zijn achttien acts in vijf zalen te bewonderen. Bij gelijktijdige optredens in verschillende zalen wordt de bezoeker van het festival in de Oosterpoort gedwongen tot het maken van keuzes. In Groningen is er echter minder keuzestress dan bij de grote broer in Rotterdam. Dit komt door de relaxte ambiance en het uitblijven van wachtrijen voor de ingang."

Op zaterdag 11 november bezocht Louis Obbens in de Oosterpoort in Groningen de eerste editie van Rockit, een festival met als credo a journey into jazz & beyond. Hij zag er optredens van Portico Quartet, BadBadNotGood, Miles Mosley, Herbie Hancock, Donny McCaslin en Avishai Cohen.

Klik hier om zijn festivalverslag te lezen.

Bekijk hier een fotoverslag van Rockit 2017 door Willem Schwertmann. En hier vind je festivalfoto's van Louis Obbens.

Labels: ,

(Maarten van de Ven, 23.11.17) - [print] - [naar boven]



Cd's
Thelonious Monk - 'The Centennial Edition, Paris 1954' (Sony, 2017)

Opname: 1-4 juni 1954
Thelonious Monk - 'Les Liaisons Dangereuses 1960' (Sam/Saga, 2017)
Opname: 27 juli 1959

In 2017 verschenen van Thelonious Monk twee historische documenten. Een brengt voor het eerst de muziek uit die hij opnam voor de film 'Les Liaisons Dangereuses', het andere is een heruitgave van het eerste soloalbum van de pianist. Beide laten knappe en bijzondere versies horen van nummers die hij toen in zijn repertoire had, plus een aantal extra's.

Monk had in de jaren 40 mee aan de wieg gestaan van de bebop, zonder zelf zoals Charlie Parker en Dizzy Gillespie een ster te worden. In 1954 was de grondlegger van de moderniteit in de jazz uitgenodigd op het Salon de Jazz in Parijs, waar ook niet alles van een leien dakje liep. Voor zijn eerste concert moest Monk aantreden met twee lokale muzikanten. Zij waren niet vertrouwd met de artiest en zijn muziek, met niet bepaald topversies van klassiekers uit 's mans oeuvre tot gevolg. Opnamen getuigen hoe Monk compromisloos kon zijn. Ontevreden over het drumwerk staakte de pianist twee keer zijn innemende spel, wat de drummer dan maar probeerde op te lossen door een solo uit de mouw te schudden... Het vervolg van zijn verblijf in Parijs verliep in stijgende lijn, met onder andere het begin van een levenslange vriendschap met barones Pannonica de Koenigswater en een solo-opname voor een radio-uitzending. Op een dag dat het technisch personeel staakte, maakte Monk zijn eerste soloplaat in een radiostudio. De geluidskwaliteit was niet optimaal, maar dat heeft zijn charme.

De negen solonummers op 'Paris 1954' laten een muzikant horen die ook voor plezier en vertier speelde, maar niet minder kunstig dan een groot schilder. Hij haalde uit met krachtige, moderne lijnen ('Evidence'), verbond er met oude stijlen en gaf naar goede gewoonte een klassieker een persoonlijke glans ('Smoke Gets in Your Eyes'). Ontwapenend mooi en met een groot vermogen tot mededogen speelde hij 'Reflections' (toen als 'Portrait Of An Ermite' genoteerd). De pianist gaf niets minder dan glorieuze uitvoeringen ten beste. Dit was Monk op zijn puurst, met eigen klassiekers als '’Round Midnight' en 'Well You Needn’t' bijvoorbeeld.

Monk trok tijdens die week in Parijs ook op met Marcel Romano, die Miles Davis in 1957 de soundtrack liet verzorgen bij de film 'Ascenseur Pour L’Échafaud' van Louis Malle. Romano wou bij 'Les Liaisons Dangereuses' ook zoiets regelen voor Monk en filmmaker Roger Vadim, maar dat wou niet lukken. Monk geraakte niet in Frankrijk, deels door een drukke agenda, deels door zaken die grondig misliepen. Romano trok uiteindelijk met een voorlopige kopie van de film naar New York om er de muziek te halen. Monk speelde op basis van wat hij gezien had een aantal nummers zó in dat ze zich zouden lenen voor de film. Aan saxofonist Charlie Rouse, bassist Sam Jones en drummer Art Tayler had hij kompanen met wie hij in 1959 vaker samenspeelde. Saxofonist Barney Wilen, die mee was overgevlogen uit Frankrijk, werkte zich snel in.

Je hoeft de film niet gezien te hebben om van het merendeel van deze uitgave te genieten. De opwinding van 'Rhythm-A-Ning' en het levendige 'Well You Needn’t' komen met een schitterende drive. 'Crepuscule With Nellie' in uitermate traag tempo levert een intrigerende gevoeligheid op. Versies van 'Pannonica' dragen nog meer schoonheid aan in rustige tempi, met en zonder arpeggio's die de verheerlijking extra doen schitteren. De blues 'Six In One' is een verrassend fijn kleinood, de versie van 'Bal-Lue Bolivar Ba-Lues-Are' vloeiend bluesy, met twee tenorsaxen die elk een onderscheidende sound hebben. De korte gospel van 'By And By (We’ll Understand It Better By And By)' voegt een diepe warmte toe.

Los van de film valt op dat trage ritmes domineren. In de film onderlijnt Monks muziek verschillende keren de onconventionele brieven en gesprekken tussen de hoofdpersonages. Het koppel dat graag vreemdgaat en daar openlijk over praat, verzeilt in sinistere spelletjes. 'By And By (We’ll Understand It Better By And By)' is onder meer te horen in het katholieke decor van een kerk, terwijl een volgend slachtoffer nog niet wankelt. Het stukje 'Light Blue', met een drumpatroon als van soundcheck dat zonder filmscène heel vreemd aandoet, paste wonderwel in de film. Daarin hoor je ook speelsere jazz met Art Blakey, die indertijd wél op de plaat uitkwam die voor de soundtrack doorging. Echte filmmuziek of niet, functioneel waren de bijdragen van Monk zeker ook.

Deze recensie verschijnt ook op Jazz'Halo.

Labels:

(Danny De Bock, 22.11.17) - [print] - [naar boven]



Concert
Morris Kliphuis / Lucky Fonz III - The Secret Diary of Nora Plain

November Music, zaterdag 11 november 2017, Willem Twee Concertzaal, 's-Hertogenbosch

Hoornist Morris Kliphuis, we kennen hem binnen de jazz van The Kyteman Orchestra en natuurlijk van Kapok, ontwikkelt zich steeds meer als musicus en componist die van meer markten thuis is. Zo is hij lid van het grensverleggende, in Berlijn gevestigde ensemble Stargaze en leverde hij al de nodige interessante composities af. Tijdens de vorige editie van November Music ging zijn 'A Thousand Foxes' in première. Voor North Sea Jazz deze zomer creëerde Kliphuis 'Dimlicht' en nu ziet 'The Secret Diary Of Nora Plain' het licht.

Het is een zeer actuele liederencyclus die Kliphuis samen met tekstdichter Lucky Fonz III ons hier presenteert. Hoe vrij en onafhankelijk zijn wij nog in een wereld waarin de sociale media steeds dominanter worden en dienovereenkomstig ons leven indringen? Het duo heeft daarbij zeker oog voor de ambivalentie die hierin een grote rol speelt. We presenteren onszelf onbeschaamd op de diverse fora, maar willen tegelijkertijd controle houden. Dat dit niet altijd samengaat horen we eigenlijk liever niet. We willen wel compromitterende foto's rondsturen, maar zijn vervolgens van slag als deze in verkeerde handen vallen. Zonder iets af te willen doen aan ieders verantwoordelijkheid kunnen we met recht wel stellen dat de sociale media en haar mogelijkheden ons soms ook redelijk boven het hoofd groeien.

Prachtig is de scène, een hoogtepunt in de liederencyclus, waarop de sopraan Nora Fischer 'There’s A Rat In My Room' zingt, gevolgd door met beklemmende muziek ondersteunde 'I Can Hear It!'. Die eerste zin, Fischer blijft hem herhalen, steeds vuriger, angstiger, tot ze volledig buiten zinnen is! Laat dat maar aan Fischer over, die buiten een grandioze zangeres ook zeker een actrice genoemd kan worden. Die hier op zeer expressieve wijze aan Nora Plain gestalte geeft. En daarmee aan de ambivalentie. Ze verleidt, de erotiek is voelbaar, maar is tegelijkertijd kwetsbaar, terugschrikkend voor hetgeen ze eerst zelf in gang heeft gezet. Het culmineert in 'To Be Watched', op een slepend, zwaar ritme. Fantastisch vertolkt door het fenomenale Ragazze Quartet en slagwerker Remco Menting. De spanning tussen gewenst en ongewenst ligt hier aan de oppervlakte.

Maar Kliphuis schreef niet louter een actueel en prangend stuk. Hij laat hier ook horen muzikaal van wanten te weten en combineert ingetogen, subtiele momenten op mooie wijze met onvervalste dynamiek, regelmatig vervat in eclatante ritmische patronen waarin zich de invloed van de betere popmuziek doet gelden. En hij boft! Want wat deze musici hier presteren is van het allerhoogste niveau. Aan alles is dan ook te merken dat hier vanaf het allereerste begin een kruisbestuiving heeft plaatsgevonden tussen componist, tekstschrijver en uitvoerende musici.

Foto's: Cees van de Ven & Cedric Craps

Labels: ,

(Ben Taffijn, 21.11.17) - [print] - [naar boven]



Vooruitblik / Nieuws / Jazztube
Lenine te gast bij uitreiking Buma Boy Edgar Prijs aan Martin Fondse


De gelauwerde Braziliaanse singer-songwriter Lenine zal een gastoptreden geven op de door Martin Fondse samengestelde concertavond op 6 december in het Bimhuis. Fondse krijgt die avond de Buma Boy Edgar Prijs uitgereikt, de meest prestigieuze Nederlandse prijs voor jazz en geïmproviseerde muziek.

In 2013 ging Lenine een samenwerking aan met het Martin Fondse Orchestra (MFO) onder de naam 'The Bridge'. De titel van dit project verwijst naar de historische relatie tussen Brazilië en Nederland en de symboliek van de brug als verbinding. Het project van Lenine en MFO duurt al meer dan vier jaar en bracht hen wereldwijd op toonaangevende podia. In juli 2017 werd hun dvd/cd 'The Bridge, Live At Bimhuis' onderscheiden met twee Prêmio da Música Brasileira (de Braziliaanse Grammy) in de categorieën Best Album en Best Singer (Lenine).

De overige artiesten die op 6 december het podium delen met pianist, componist en arrangeur Martin Fondse zijn: Claudio Puntin, Eric Vloeimans, Dirk Peter Kölsch, Eric van der Westen, Mete Erker, Morris Kliphuis , Remy van Kesteren, Sanne Rambags, Anna Serierse, Jörg Brinkmann, Annie Tangberg en Kees van Kooten. Fondse ontvangt de Buma Boy Edgar Prijs 2017 uit handen van Wim Vos. De presentatie van de avond is in handen van Vera Vingerhoeds.

Speciaal voor zijn Buma Boy Edgar Prijs Tournee in 2018 componeert Martin Fondse de nieuwe suite Card Games. Op 6 december zal voor het eerst het stuk 'Hearts' uit deze suite te horen zijn.

VPRO Vrije Geluiden zal verslag van de avond doen op NPO Soul & Jazz en op www.vrijegeluiden.nl.

Martin Fondse (1967) speelt piano en vibrandoneon (de barokke versie van de melodica) en geniet daarnaast bekendheid als componist en arrangeur van jazz en hedendaagse muziek. Hij heeft een voorkeur voor grote bezettingen en vormde diverse eigen ensembles, zoals het Martin Fondse Oktemble, de Groove Troopers en het Starvinsky Orkestar (later het Martin Fondse Orchestra of MFO). Fondse speelt veelal eigen composities, variërend van solostukken tot werken voor symfonieorkest. Zijn muzikale speelveld reikt van cartoonachtige muziek en traditioneel bigbandrepertoire tot muziek met invloeden uit diverse windstreken, moderne dansmuziek en klassieke muziek. Kenmerkend is de eigen, narratieve en humoristische stijl. In zijn eigen ensembles figureren vaak jonge talenten naast ervaren krachten. Hij ontving (inter)nationale onderscheidingen voor zijn orkestraal werk en zijn filmmuziek.

Uit het juryrapport: "Martin Fondse verdient de prijs voor zijn veelzijdige en kleurrijke bijdrage aan de Nederlandse jazz- en muziekscene, om zijn talrijke ensembles, zijn composities en arrangementen, de bijdragen aan film en theater en voor zijn rol als motivator, inspirator en mentor voor talloze jonge musici en bezettingen."

Foto: Tami Toledo Matuoka

In de Jazztube hierboven zie en hoor je Lenine en het Martin Fondse Orchestra met 'The Bridge', live op Moers 2013.

Labels: , ,

(Maarten van de Ven, 20.11.17) - [print] - [naar boven]



Jazzradio
Jazz Rules #138


In deze aflevering komt programmator Pieter Koten (kunstencentrum KAAP, WERF Records) vertellen over het driedaagse Storm!-festival in Oostende. Je hoort uiteraard muziek van de bands die er spelen. Met onder andere nieuw werk van Octurn, Verneri Pohjola en Jon Balke Siwan.

Ook Peter Vermeersch van Flat Earth Society komt naar de studio. Hij vertelt er aan Dirk Roels het verhaal van 'Boggamasta', de nieuwe en spetterende plaat van Flat Earth Society featuring David Boveé. Uiteraard hoor je ook muziek van dit dampende album.

Klik hier om Jazz Rules #138 te beluisteren.



Labels: ,

(Maarten van de Ven, 20.11.17) - [print] - [naar boven]





Concert
Sextet los zand

Odei Al-Magut Sextet, dinsdag 7 november 2017, De Smederij, Groningen

Eigenlijk is het elke dinsdag raak in het Groninger eetcafé De Smederij. Het simpele basisrecept is: voor de pauze een min of meer vaste groep of project en daarna een niet zelden uitbundige jamsessie. Er is altijd wel wat bij dat er uitspringt.

Dat was afgelopen dinsdag niet anders. Eerst kregen we het Odei Al-Magut Sextet, een groep die een jaar of zes geleden geformeerd werd en sindsdien incidenteel een reünie viert. Dat kan ook niet anders, gezien de zeer uiteenlopende locaties waar de respectieve leden zich ophouden. De leider/trombonist bijvoorbeeld houdt om beurten domicilie in Amsterdam, New York, Groningen en de rest van de wereld. Het Sextet trad thans dan ook niet aan in de organieke bezetting: de helft van de groep bestond uit remplaçanten. Dat hoorde je in het gebrek aan samenhang en in de neiging de tempi te laten versnellen. Jammer ook dat Al-Magut kennelijk geen achtergrondjes voor de solisten had uitgeschreven, wat met een frontlijn van trompet, trombone en tenorsax heel goed uit had kunnen pakken.

Toetsenspeler Dart Morris viel op met zijn elegante spel en zijn grote oren. Er waren momenten van intense interactie met de onvolprezen funkmeister en basgitarist Benson Itoe.

Liet de souljazz van het Al-Magut Sextet dus een onbevredigend gevoel achter, de jamsessie bood meer vuurwerk. In 'I’ll Remember April' – waar heb ik dat liedje toch eerder gehoord? – gaf Iakovos Symeonidis een beknopte, doch volledige cursus bopgitaar, maar we spitsten onze oren en schoven naar het puntje van onze stoel toen hij samen met udspeler Özhan Acikbas een oosterse drone inzette. Heel curieus: secondenlang was ik ervan overtuigd dat de muzikanten hun instrumenten aan het stemmen waren, terwijl de performance allang begonnen was. Voorzichtig werd er wat ritme toegevoegd. Bassiste Rozan Asmussen, een klein doch kennelijk onbevreesd meiske (of mag je dat ook niet meer zeggen? Nou, sorry hoor) spijkerde de groove grondig vast en Morris kon de verleiding niet weerstaan om het Roland-keyboard ter hand te nemen. En toen trombonist Vlad Psaruk er passende jankende noten aan toe kwam voegen hád de zaal het niet meer. Met bijna onzichtbare gebaartjes en ogenblikken werd de zaak op koers gehouden – dit is jazz, friends and neighbors. Bij de laatste noot pleurde het drumstel in elkaar, ook nog eens.

Labels:

(Eddy Determeyer, 18.11.17) - [print] - [naar boven]



Cd
Atomic- 'Six Easy Pieces' (ODIN Records, 2017)

Opname: 13-14 april 2016; 4 februari 2016

Het bijna zeventien jaar bestaande Atomic heeft zich inmiddels naar de voorhoede van de Scandinavische jazz begeven. Na het in 2015 uitgekomen 'Lucidity' kwam enige maanden geleden 'Six Easy Pieces' op de markt , hun eerste album op het ODIN-label, met naast die zes eenvoudige stukken een over twee cd's verspreid liveconcert uit februari 2016. Als van ouds zijn ook hier saxofonist Fredrik Ljungkvist en pianist Havard Wiik verantwoordelijk voor de composities van dit illustere kwintet. Verder is er weinig veranderd. Magnus Broo bespeelt nog altijd de trompet, Ingebrigt Håker Flaten is ook nu weer de bassist van dienst en de nieuwkomer op 'Lucidity', drummer Hans Hulbækmo is eveneens van de partij. De kenmerkende stijl van Atomic die varieert tussen ingetogen kamermuziek en felle impro is ook gebleven, dus zo 'easy' zijn die stukken nu ook weer niet.

Opener 'Be Wafted' begint weliswaar rustig, met stemmig verkennende blaaspartijen van Ljungkvist en Broo, maar slaat na ruim twee minuten langzaam, maar gestaag om in het tegendeel. Op een stampend ritme is het Broo die als eerste voor vuurwerk zorgt in een flitsende solo. Ljungkvist haast zich - of hij er niet voor onder wil doen - om het stokje over te nemen, waarna het geheel eindigt met het melodisch patroon. Be wafted! (wat dat ook moge betekenen).

Onverwacht gezellig gaat het eraan toe in 'Fölt Strid'. En dat verbaast, want de titel betekent 'felle strijd'. Ljungkvist klinkt weliswaar redelijk getergd, maar een strijd, nee. Of het zou natuurlijk de strijd met zichzelf moeten zijn. In 'Five Easy Pieces', wat gewoon klinkt als één stuk, horen we Wiik stemmige noten in het rond strooien, ondersteund door de overige musici die het geheel verder inkleuren. Het toont die andere kant van Atomic, die zwaar leunt op de hedendaags gecomponeerde muziek. Bijzonder is ook 'Ten Years', eveneens van Wiik, met dat wat vreemde, schokkerige ritme, die hevig swingende solo van Ljungkvist en die vrolijk springende solo van Broo. Maar nergens klinkt deze laatste zo mooi als in 'Sinusoidal Arches'. Vurig en ingetogen tegelijk vreet hij zich hier een weg door de noten. 'Stuck In Stockholm' dan tot slot. Het nummer horende, kunnen je ergere dingen overkomen. Hier trapt het kwintet hem nog één keer op zijn staart en sleept ons mee naar een heuse climax.

Het aparte van de twee live-cd's, twee sets van een optreden op 4 februari 2016 in de Pit-Inn in Tokyo, is dat er in de prachtige uitklapbare cd-verpakking totaal niets over is terug te vinden. De titels van de gespeelde nummers staan louter afgedrukt op de schijfjes! Bijzonder lastig als het ding in de speler zit. Met de muziek is verder niets mis. Het kwintet speelde die avond een aantal stukken van 'Lucidity' en een aantal stukken van het hierboven besproken 'Six Easy Pieces'. De geluidskwaliteit is iets minder dan het studioalbum, maar dat is dan ook de enige kritische kanttekening die gemaakt kan worden. Verder vormt dit een prachtige bonus bij een meer dan interessant album.

Klik hier om twee tracks van dit album te beluisteren: 'Be Wafted' en 'Five Easy Pieces'.

Labels:

(Ben Taffijn, 18.11.17) - [print] - [naar boven]



Concert
Van luchtig plezier naar subtiele contrastwerking

Uri Caine, vrijdag 3 november 2017, De Singer, Rijkevorsel

De gastvrijheid in De Singer en de omgeving van de Noorderkempen verraste en verblijdde al eerder Amerikaanse jazzmuzikanten. Het lijkt voor een aantal artiesten zo'n beetje aan te komen als een onvermoed sprookje – een tegenhanger voor wat Disneyland is voor de massa's. Daar krijgen zij dan ook nog een aandachtig publiek bij, vaak zo luisterbereid dat in een stille passage iedereen het kan horen als iemand een koffielepel op een schoteltje neerlegt. Ook Uri Caine voelde zich blijkbaar heel welkom, hij kwam ontspannen op en startte energiek. De pianist zou het publiek, dat pas met luid applaus uitpakte als hij een pauze liet vallen, belonen met een concert van bijna twee uur.

Uri Caine heeft zeker niet minder met klassieke muziek van doen dan met jazz. Hij nam bijvoorbeeld muziek van Händel en Bach onder handen en componeerde zelf voor menig (kamer)orkest. In de wereld van de jazz is hij bekend van samenwerkingen met onder anderen Dave Douglas, John Zorn, Han Bennink en uiteenlopende eigen trio's. In De Singer bracht hij een jazzconcert, maar hij diepte wel meer op uit zijn enorme bagage. Zijn manier van een soloconcert bij elkaar improviseren was er een van vrij associëren en dat bracht hem eerst en vooral langs verschillende thema's uit de jazzgeschiedenis. Daar ging hij na een tijdje uitstapjes aan vastknopen richting klassieke- en filmmuziek. Meermaals klonk een thema vertrouwd of bekend, maar bracht Caine het op zo'n originele manier dat het benoemen er niet in zat.

In een lang eerste stuk passeerden verschillende oude nummers de revue. Was dat niet 'Honeysuckle Rose' waarmee de pianist ons eerst in een sfeer van variété meenam, om dan het ene thema na het andere aan elkaar te rijgen? In een keur van melodieën ging het dan van luchtig plezier naar subtiele contrastwerking. In zijn virtuositeit wist hij stokoude muziek als van de pianorol met een bijzonder oog voor logica over te laten gaan in heel andere sferen, tot sprookjesachtige toe. In deze vrije lezing van de geschiedenis van de jazz kwam ergens ook de mijlpaal 'Round Midnight' van Thelonious Monk aan bod. Uri Caine drukte vlotjes zijn eigen stempel op de compositie.

Na een eerste lange aaneenschakeling had de pianist er nood aan om even zijn ongenoegen te ventileren over president Trump. Weinig later trakteerde hij ons op grappige tunes, die misschien wel verwezen naar Laurel & Hardy om vandaar te evolueren naar muziek van Amerikaanse grandeur, die hij dan weer liet ontsporen. In een liefdevol aanhalen van liedjes uit The American Songbook danste de improvisatie ook met 'Cheek To Ceek'.

Toen hij er ongeveer de voorziene speeltijd had opzitten en het publiek zijn enthousiasme in luid applaus uitte, had de pianist er blijkbaar zelf zo veel plezier in dat hij opnieuw ging zitten en verder speelde. De blues waren toen eerst even aan de beurt, voordat hij weer meesterlijk verder improviseerde en zijn klasse nog wat langer etaleerde.

Concertfoto: Cedric Craps

Deze recensie verschijnt ook op Jazz'Halo.

Labels:

(Danny De Bock, 16.11.17) - [print] - [naar boven]



Jazzradio
Jazz Rules #137


Alweer drie nieuwe Belgische releases in deze uitzending! 'Evergreen' is het gloednieuwe album van Veder, de band van euphoniumspeler Niels Van Heertum, samen met Ruben Machtelinckx op banjo en gitaar, Joachim Badenhorst op rieten en de Noorse trompettist Eivind Lonning. 'Nostalgia' is een productie in eigen beheer van Trio In Bocca Al Lupo. Dat zijn trompettist Carlo Nardozza, pianist Alano Gruarin en gitarist Tim Finoulst. De drie Limburgers doken in het Italiaanse repertoire voor dit album.

Kris Auman komt in de studio de nieuwe ep van haar duo Ladakh voorstellen. Ayman speelt contrabas in duo met Nele De Gussem op gitaar. Twee getalenteerde jongedames uit het Gentse. Uiteraard breng Auman, ook bekend van Alfredo, enkele van haar favoriete jazzplaten mee.

Verder is er aandacht voor het Brand! Festival in Mechelen.

Klik hier om Jazz Rules #137 te beluisteren.

Labels: ,

(Maarten van de Ven, 15.11.17) - [print] - [naar boven]



Concert
John Zorn eindelijk weer eens in Nederland

November Music, zaterdag 4 november 2017, diverse locaties,
's-Hertogenbosch


John Zorn, een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de New Yorkse avant-garde was weer eens in Nederland. Dat was alweer even geleden. In 2009 trad hij nog met een uitgebreid programma op tijdens het North Sea Jazz Festival, maar nadien was het hier stil - of hebben wij iets gemist? Het meest dichtbij kwam hij nog in 2012, toen hij onverwachts de toen zieke Ornette Coleman verving op Jazz Middelheim, en in 2013, toen hij met zijn karavaan aan musici de festivals van Moers en Gent aandeed ter gelegenheid van zijn zestigste verjaardag. Maar nu dus weer eens in Nederland. En dan niet met één concert, daar begint de meester niet meer aan, maar met een marathon van 's morgens tien uur tot middernacht! Aan energie heeft deze man namelijk geen gebrek.

Wie Zorn een beetje volgt, weet waar we het over hebben. Zijn discografie is inmiddels gigantisch, niet alleen kwantitatief maar ook kwalitatief. Wat daarbij het meest opvalt is de grote diversiteit aan projecten die Zorn sinds zijn eerste album in 1978 tentoonspreidt. Hij speelt vrije improvisatie op zijn altsax, schrijft filmmuziek, componeert serieuze hedendaagse muziek, maakt met Naked City en Painkiller de meest intense aan metal verwante muziek, creëert voor de Dreamers een variant op de surfmuziek, voor zijn Masada-projecten een variant op de klezmer en zo kunnen we nog wel even doorgaan. We kunnen beter melden wat deze man nog niet heeft gedaan (een opera kan ik nog niet vinden).

Zo'n hele dag John Zorn is dan ook niet eens een dwarsdoorsnede van zijn oeuvre. Al was het maar omdat hij niet op ieder moment met ieder project even actief is. Van Naked City horen we al jaren niets meer en Masada trad ook al enige tijd niet meer op. Hier in 's-Hertogenbosch horen we Zorn dan ook vooral in zijn rol als componist. Een bijzonder hoogtepunt daarin is de uitvoering van boek 1 en 2 van 'Madrigals', dat in 2016 ook op album werd uitgebracht. De zes zangeressen - Jane Sheldon, Kirsten Sollek, Elizabeth Bates, Mellissa Hughes, Rachel Calloway en Sarah Brailey - brengen de stukken met overgave. Aan alles is te horen dat ze dit niet voor het eerst zingen. In deze stukken is goed te horen dat het Zorn primair gaat om de structuur van de klank en dan pas om de woorden. De stemmen zijn hier de instrumenten en het is prachtig te horen hoe de componist hier de patronen stapelt om te komen tot verdichte harmonieën. De akoestiek van de Grote Kerk komt hem hierbij overigens uitstekend te hulp. Bijzonder is ook de uitvoering door het Asko|Schönberg Ensemble van een zestal stukken kamermuziek. Ze spelen het klassiek aandoende pianotrio 'The Aristos', te vinden op Zorns album 'Hen To Pan' en het prachtige 'Orphee', waarin Zorn met behulp van harp, klavecimbel, fluit en elektronica - een gastrol van Ikue Mori - de sfeer van dit verhaal prima weet op te roepen. Bijzonder is ook 'A Rebours', met name vanwege de solorol van cellist Jay Campbell, die de meest onstuimige klanken aan zijn instrument weet te ontlokken.

Maar Zorn zou Zorn niet zijn als er niet ook geheel andere muziek zou klinken. Zijn 'Simulacrum'-project bijvoorbeeld, waarvan sinds 2015 reeds zes albums verschenen, de laatste onlangs onder de titel 'The Garden Of Earthly Delights'. Zorn zelf zegt op de site van zijn label Tzadik Records over dit album: "Inspired by his surreal visions of Heaven and Hell, 'The Garden of Earthly Delights' blends heavy metal, blues, funk, jazz and modern classical music together into one of the strangest amalgams you've ever heard. Tighter than ever and joined by bassist Trevor Dunn, Medeski, Hollenberg and Grohowski are at their manic best in this jaw-dropping visit to a wild musical world where absolutely anything is possible!" In Den Bosch ontbreekt weliswaar Trevor Dunn, het bovengenoemd trio weet zeker te inspireren. Bij tijd en wijlen snoeihard en even duister als de zwarte t-shirts van de heren stuwen ze de klanken voort. Met als hart Medeski's grillige, maar o zo swingende orgelspel en Hollenbergs splijtende riffs. Naked City, Painkiller en de Japanse grunge waar Zorn door geïnspireerd is, komen hier weet tot leven.

Tot slot horen we John Zorn op deze dag zelf. Allereerst in een prachtige nieuwe passage van zijn in 2012 gestarte serie 'The Hermetic Organ', waarvan reeds vier albums verschenen. De imposante Sint Jan zit dan ook afgeladen vol tijdens deze vrij toegankelijke recital. Zorn definieert hier het orgel op een totaal andere wijze dan we vaak gewend zijn bij orgelmuziek. Hij maakt opvallend veel gebruik van de stilte en het hoogste register van het orgel. Messcherpe hoge klanken vullen de ruimte. De overeenkomst met de 'Madrigalen' is groot. Er zijn opnamen gemaakt, dus als de cd-serie eerdaags met het concert in de Sint Jan wordt aangevuld, hoeft dat niet te verbazen.

Een tweede optreden verzorgt Zorn helemaal aan het eind van de dag, als onderdeel van een programma met filmmuziek. Hier in de rol die tegenwoordig in al die projecten nogal eens ondergesneeuwd raakt: gewoon op altsax, in een verpletterd trio met Trevor Dunn op contrabas en Kenny Wollesen op drums. Met volle energie wordt hier even alles gegeven. We zijn niet anders gewend van deze mannen!

Foto's: Cees van de Ven & Beowulf Sheehan

Labels: ,

(Ben Taffijn, 13.11.17) - [print] - [naar boven]



Concert
Neset kraait victorie!

Marius Neset Quintet, vrijdag 3 november 2017, Paradox, Tilburg

Als een warm welkom kondigen de kristalheldere, suggestieve carillons het openingsstuk 'Satellite' aan. Het publiek is stante pede muisstil, verwachtingsvol en kan op dat moment nog niet vermoeden dat het, na de laatste gespeelde noten, in extase zal achterblijven. De livepresentatie van het nieuwe album 'Circle Of Chimes' is ontegenzeggelijk van een grensverleggende schoonheid.

Saxofonist Marius Neset heeft op het album een 78 minuten durende suite gecreëerd, in een donkere, markante en uiterst weemoedige sfeer. De grenzen tussen jazz, improvisatie en klassieke muziek worden opgerekt. Naast zijn vaste kwintet zijn Lionel Loueke (gitaar en zang), Andreas Brantelid (cello) en Ingrid Neset (fluit, piccolo en altfluit) op het album toegevoegd. Zij zijn niet aanwezig in Paradox, maar het optreden lijdt daar niet onder.

De ruimtes voor de musici om te improviseren worden, zonder enige uitzondering, volop benut om het muzikale optimum te bereiken. De compositorische verfijning die Neset heeft aangebracht in 'Satellite' staat niet op zichzelf. Het is meer een toonbeeld van de ingenieuze wijze waarop alle stukken van de avond zich gaan ontvouwen. 'Satellite' is een uitgebreide muzikale vertelling, met uitzinnige plotwendingen, sfeermutaties, tempofluctuaties en machtige solo's, dat niet in één concertsessie te doorgronden is. Opnieuw luisteren is dan ook een absolute noodzaak.

In het tweede stuk zet de vitaliteit zich onverminderd voort. Waarbij de solo op de tenorsaxofoon overkomsten vertoont met een op drift geraakte stoomcarrousel. In 'The Silent Room' wordt aanvankelijk gas teruggenomen. Het klokkenspel doemt weer op. Deze keer als omlijsting van het eenzaam klinkende, ingehouden saxofoonspel. Het intermezzo van Ivo Neame op de piano vormt de inleiding voor een schijngevecht tussen alle improvisatoren. Onder furieuze aanvoering van drummer Anton Eger wijzigt het ritme abrupt en de muziek explodeert. De solo van Neset reikt verder dan de fantasie aankan. De saxofonist wekt de indruk dat er meerdere saxofonisten aan het werk zijn. Episch, virtuoos, creatief en met een unieke uitbundigheid.

Ook na de gedwongen pauze domineert de veelzijdigheid. Te beginnen met de staccato hiphopklanken en de vertraagde, ritmische herhalingen die voor een hypnotiserende werking zorgen. De tenorsax lijkt elektronisch geladen en wordt rijkelijk voorzien van dissonante vibrafoonklanken. Het ritmisch en fluctuerend krachtenspel tussen percussie, bas, piano, vibrafoon en saxofoon is duizelingwekkend in zijn schoonheid. De luisteraar wordt betoverd door de veelkleurige, magisch-deinende saxofoonsolo. Nesets compositorische vaardigheden staan als een huis, maar komen tot volle wasdom in het, door de klassiek muziek geïnspireerde, 'Prague’s Ballet'. Delicaat en met lichte melancholie gebracht door piano, vibrafoon en sopraansax.

In de toegift bezet Neset op indrukwekkende wijze minutenlang alleen het intieme podium. Uiteindelijk vieren ook de overige leden nog eenmaal en vol overgave de overwinning van de schoonheid. Kortom, een optreden dat bol staat van de originele ideeën en vol verve wordt volbracht.

Klik hier voor foto's van dit concert door Louis Obbens.

Labels:

(Louis Obbens, 13.11.17) - [print] - [naar boven]



Cd's
Martine Verhoeven & Dirk Serries - 'Innocent As Virgin Wood' (New Waves Of Jazz, 2017)

Opname: 9 april 2017
Quartet & Quintet - 'Double Vortex' (New Waves Of Jazz, 2017)
Opname: 8 februari 2017
Kodian Trio - 'II' (TROST, 2017)
Opname: eind 2016

Gitarist Dirk Serries is het type musicus dat zichzelf iedere keer weer opnieuw uitvindt. Ooit was hij geliefd in de hoek van de ambient onder zijn alias Vidna Obmana. Zo geliefd dat hij er nog jaren mee door had kunnen gaan. Maar hij wierp zijn alias af, ging verder onder zijn eigen naam en verwierf bekendheid met een heftigere en duistere vorm van dronemuziek, onder andere met zijn trio Yodok III. Serries heeft echter meer in zijn mars, getuige ook het net verschenen album dat hij met Martina Verhoeven opnam, 'Innocent As Virgin Wood', en dat in niets lijkt op wat we tot nu toe van hem hoorden. Verhoeven op piano en Serries op akoestische gitaar en zonder elektronica in een uit vijf delen bestaande suite. Wat hier vooral opvalt is het uitgebeende, bijna schrale karakter van de muziek, die ongeveer evenveel stilte als noten bevat. Hier geen ritme, geen melodie, louter een aaneenschakeling van op zichzelf staande klanken, teruggebracht tot de naakte essentie. Vertolkt door twee musici die elkaar in opperste concentratie aftasten.

De eerste maten van 'Double Vortex' maken al duidelijk dat we hier met een totaal ander album van doen hebben. Van een kwartet met saxofonisten John Dikeman en Colin Webster verwachten we overigens niet anders. Beiden staan bekend als blazers die alles uit hun instrument halen wat erin zit en niet vies zijn van een portie fikse dramatiek. Het betreft hier opnames in de Londense Vortex, uitgebracht als 'Session One', bovengenoemde musici aangevuld met drummer Andrew Lisle en 'Session Two' waarop het kwartet is uitgebreid met een derde saxofonist: Alan Wilkinson. In beide sessies verrast het kwartet/kwintet ons op een rijke klankwereld. Soms vrij ingetogen, tegendraads schurend – een prachtig voorbeeld hiervan zit vrijwel aan het einde van de eerste sessie - maar vaker onstuimig knallend en verontrustend scherp. Maar altijd overtuigend en meeslepend. Aan alles hoor je: hier wordt gemusiceerd met hart en ziel, hier wordt de kern geraakt.

Met Webster en Lisle vormt Serries ook het Kodian Trio. In 2016 zag het eerste album van dit trio het licht en eind oktober komt het tweede uit, als lp bij het vermaarde Oostenrijkse label TROST. Simpelweg 'II' geheten. Op dit album valt met name het enerverende, getormenteerde spel op van Webster, terwijl Serries en Lisle het vuur op de achtergrond iedere keer weer flink opstoken. Een mooi rustpunt in al het geweld is het eerste deel van het derde titelloze stuk op de A-kant van de plaat. Lisle legt hier een prachtig subtiel ritmisch patroon, waar Webster zeer ingetogen, bijna gevoelig op aansluit. Het tekent dit trio dat het hier niet bij blijft, dat de spanning gaandeweg weer stijgt en dat Serries met zijn elektrische gitaar uiteindelijk aan het subtiele spel een einde maakt. Het stuk eindigt met wellicht wel Websters beste solo. Amechtig piepend, krassend en pruttelend begeeft hij zich naar het einde. De B-kant van het album kent meer rustige momenten. Het bijna zoekende spel van het trio in het tweede stuk mag bijzonder genoemd worden, klinkend als een ingetogen dialoog, maar vooral de solo van Webster in het derde stuk. Als een soort spiegelbeeld van de eerdergenoemde solo. Hier hanteert hij de circular breathing-techniek op uiterst subtiele wijze, zeer bescheiden ondersteund door Lisle op bekkens. De saxofonist voegt daar een verbazingwekkende serie vreemde geluiden aan toe. Als Serries zich erbij voegt, is dat eveneens fluisterzacht. Eindigen doen we in stijl, met een intiem, door Webster geblazen melodietje.

Maar hoe mooi ook die cd's en 'lp's, een man als Dirk Serries moet je live beleven. Dat kan gelukkig regelmatig. Bijzonder in dat verband gaat ongetwijfeld zijn residentie met zijn project Tonus bij Jazzcase in Dommelhof, Neerpelt worden. Bekroond met een concert op 16 november. Naast Serries zelf vinden we daarin Verhoeven en Webster, Jan Daelman op fluit, Nils Vermeulen op contrabas en George Hadow op drums.

Labels:

(Ben Taffijn, 12.11.17) - [print] - [naar boven]



Concert / Festival
Kwartet explodeert en blijft heel

JACK Quartet, zondag 5 november, Soundsofmusic, Grand Theatre, Groningen

Dit is trapezewerk op het hoogste niveau. Het New Yorkse JACK String Quartet tackelt de meest complexe partituren. Niet alleen met superieur gemak, het weet ook een eenheid, een Gestalt te blijven wanneer de muziek explodeert en de afzonderlijke stemmen door de ruimte spiralen en zigzaggen.

Het Groninger Soundsofmusic, het jaarlijkse festival voor Nieuwsgierige Oren, had in het verleden een hoger impro-gehalte. Juist op het snijvlak van hedendaagse kamermuziek en improvisatie zijn mooie zaken aan de orde. In de editie van dit jaar was een centrale rol toebedeeld aan de Amerikaanse componiste Julia Wolfe, oud-studente van Louis Andriessen en petemoei van Bang On A Can. Van haar hand werd in grote bezetting 'Anthracite Fields' uitgevoerd en, door het strijkkwartet, 'Early That Summer'.

Het vierspan had ook John Zorns 'Necronomicon' en 'The Unseen' op de lessenaars staan – aha, de connectie met de impro. Maar improviseren was er niet bij en ook verder hoorde ik geen connecties met jazz of klezmer. 'Necronomicon' is geïnspireerd door de gothic horror van H.P. Lovecraft, het gestoorde zoontje van Edgar Allan Poe. In het eerste deel kon je met niet eens bijzonder veel fantasie enge contrapties herkennen, met intimiderende messcherpe uitsteeksels. En in het daaropvolgende legato stapte je bij het schijnsel van een half achter een wolk schuilgaande maan op een gore glibberige substantie, waarvan je niet wist of het nou glanzende, soppende ingewanden waren of iets nog veel vreselijkers. Maar als de componist had verklaard dat het stuk de dans chscûskcic als basis had, die oudere Karpatische boeren in de donkere dagen voor kerst in duffelse jassen met slepende tred dansen, had ik dat er ook in gehoord. Er was kortom veel te genieten.

'Mouthpiece XII' van Erin Lee had een speels karakter, met noten die schijnbaar lukraak de zaal insprongen. Het fluiten van de muzikanten dat daarmee gepaard ging was een amusante toevoeging. Gloria Coates' 'String Quartet No. 8' bevatte passages die zó zacht waren, dat de geluidsgolfjes moesten wedijveren met de moleculen die je trommelvliezen aantikten. De contrasten tussen het pastorale en de extase waren hier extreem.

Wanneer 'Early That Summer' inderdaad het laatste stuk was van de middag (een bron claimde dat John Zorns 'The Unseen' ermee was verwisseld), konden we vaststellen dat Wolfe country fiddles tot waanzin kan drijven. Maar zij laat haar individuele violienen ook uiterst subtiel als een Grieks rei-koor uit het totaalgeluid opstijgen. En met name haar pianissimo passages zijn trance-verwekkend.

Het voorprogramma, Michael Gordons 'Weather', werd uitgevoerd oor het lokale Haydn Jeugd Strijkorkest. Dat moest opboksen tegen een niet aflatende sirene van een luchtalarm. Aarzelend kropen de violen het gierende apparaat binnen, waarbij schitterende dissonanten opbloeiden. De contrabassen en de celli volgden de violen op gepaste afstand, maar zorgden er wel voor dat het orkest de machine uiteindelijk kon muilkorven.

Klik hier voor foto's van dit concert door Willem Schwertmann.

Labels: , ,

(Eddy Determeyer, 11.11.17) - [print] - [naar boven]





Jazztube
Live in concert: 'A Love Supreme'


In deze Jazztube bijzondere filmbeelden van de enige keer dat saxofonist John Coltrane de suite 'A Love Supreme', zijn tot een klassieke status uitgegroeide album, live uitvoerde. Jean-Christophe Averty maakte opnamen tijdens het internationale jazzfestival in Antibes Juan-les-Pins op 26 juli 1965. Slechts 12 minuten zijn daarvan bewaard gebleven.

We zien en horen naast Coltrane McCoy Tyner op piano, Jimmy Garrison op bas en Elvin Jones op drums. Ze spelen de eerste twee delen uit de suite: 'Acknowledgement' en 'Resolution', met een geweldige solo van het enige nog levende bandlid van dit klassieke kwartet, McCoy Tyner.

Labels:

(Maarten van de Ven, 10.11.17) - [print] - [naar boven]



Concert / Film
Ogen en oren aangezogen

STUFF. Plays Howard Shore, 31 oktober 2017, De Studio, Antwerpen

Als een van de meest succesvolle, jonge Belgische bands wat doet rond filmmuziek, dan kan je er op rekenen dat dat volk trekt. Ideaal voor een speciale avond in De Vooruit met het Film Fest Gent, dat traditioneel speciale aandacht geeft aan filmmuziek, ideaal voor de feestelijke heropening van het vernieuwde, Antwerpse centrum De Studio. Wat STUFF. presteert met composities van Howard Shore is zelfs ideaal om als hommage later hernomen te worden in binnen- en buitenland.

Met soundtracks van Howard Shore als basis creëerde STUFF. een uniek programma rond filmmuziek bij films die hen zelf fascineren, met name van David Cronenberg. Van deze Canadese regisseur moe(s)t je zeker niet alle films gezien te hebben om onder de indruk te raken van deze show. De groep speelde in de setting van bijna een halfrond met vier hoge, smalle beeldschermen waarover het beeldmateriaal verdeeld werd. Kwamen de projecties aan als staaltjes van videokunst, de livebegeleiding versterkte het effect van de getoonde scènes - en omgekeerd. De bewerkingen door STUFF. van thema's van Shore bij vroege horrorfilms en latere thrillers van Cronenberg zetten de dramatiek, de horror, de stiltes voor de storm aldoor kracht bij.

De jongens speelden bij de thema's en fragmenten in strakke arrangementen, met hun kenmerkende injecties van invloeden uit jazz, funk en elektronische genres. Met het personage van wetenschapper Set Brundle was 'The Fly' de eerste film om stukjes uit te tonen en spanning op te bouwen. Om de spanningsboog uit te diepen en met veel kleuren en vormen te tooien, passeerden ook scènes uit 'Videodrome', 'Scanners', 'A Dangerous Method', 'Eastern Promises', 'Crash' en 'eXistenZ'.

In de lijn van de films kaartte de voorstelling de thematiek aan van de invloed van vooruitgang en techniek op het menselijk lichaam en diens psyche. Met expliciete horror uit 'Videodrome' uit het VHS-videotijdperk, waarin Deborah Harry, de zangeres van Blondie, een lijdende SM-rol speelde en de buik van het hoofdpersonage zich als een vagina opende voor een videocassette. Met de kil erotische spanning en de duistere ontladingen bij de botsende auto's van Crash. Met het oraal bevochtigen van de jack en het inpluggen in de ruggengraat om videospelletjes te spelen in 'eXistenZ'. Tussendoor afgewisseld met rustige beelden, zoals een bootje op een meer – met onderhuidse spanning bij Freud en Jung in 'A Dangerous Method'.

Dat de originele soundtracks van Shore geschreven waren voor een andere instrumentatie dan die van STUFF. - sommige voor symfonisch orkest - was bepaald geen handicap. De perfect getimede ideeën op bas, drums, toetsen, blaasinstrumenten en in scratches en samples leverden een meeslepende transformatie op van de filmmuziek. De fusie van de originele composities met de input van STUFF. plus de montage van filmfragmenten en verknipte scènes, met of zonder woorden uitgesproken door de karakters in de film, resulteerde in een fantastische audiovisuele stroom. Die behoefde geen duidelijke verhaallijn; de flux was zo fascinerend en kreeg zo'n sterke muzikale begeleiding dat ogen en oren aangezogen beleven. Je kon je daarbij soms in de opwinding van het nachtleven en de lounge sfeer van een nachtclub wanen – het soort ruimte waarin STUFF. als groep zelf ontstond.

Foto's: Cees van de Ven

Labels: ,

(Danny De Bock, 9.11.17) - [print] - [naar boven]



In memoriam
Muhal Richard Abrams


Op 29 oktober is in Manhattan, New York pianist Muhal Richard Abrams overleden. Hij werd 87 jaar oud.

Na zijn studie aan het Chicago Musical College startte in 1948 zijn professionele carrière in de moderne jazzmuziek. Hij speelde alras met de toenmalige hardbop-musici als Gene Ammons, Eddie Lockjaw Davis, Johnny Griffin, Clark Terry, Max Roach, Dexter Gordon en Kenny Dorham. Hij zat een korte periode in het orkest van Woody Herman en begeleidde de vocal group Lambert, Hendricks & Ross.

In het begin van de zestiger jaren besluit hij de mainstream jazz achter zich te laten en richtte hij zich op de progressieve en min of meer 'free' stroming in de jazz. Hij formeerde The Experimental Band, hetgeen enkele jaren later resulteerde in de oprichting van de AACM, Association for the Advancement of Creative Musicians. De focus van de AACM was in het bijzonder gericht op de presentatie van eigentijdse originele muziek, het formeren van diverse formaties en het coachen van talentvolle jonge musici. Veel AACM-leden waren zeer belangrijke en invloedrijke musici in de avant-garde jazzscene van de jaren zestig, zoals Anthony Braxton, Jack DeJohnette, Chico Freeman en het Art Ensemble Of Chicago. Op de labels Delmark, Black Saint, Soul Note en India Navigation was de muziek te horen.

In 1967 verschijnt Abrams' eerste plaatopname onder eigen naam op het Delmark-label. De titel is 'Levels And Degrees On Light' en onder meer de saxofonisten Anthony Braxton en Maurice McIntyre nemen er aan deel. In die periode blijft Abrams toch ook nog spelen met bop-georiënteerde musici als Eddie Harris en Dexter Gordon.

In de zeventiger jaren vestigt hij zich in New York, waar hij prominent aanwezig is in de 'loft jazz'-scene. Hij schrijft zelfs een klassiek strijkkwartet, String Quartet No. 2, dat is uitgevoerd door het Kronos Quartet. Nadien neemt hij veel platen op. Vooral op het label Black Saint. Hij toert dan met en in diverse formaties door de VS, Canada en Europa. In 1990 wint hij de Deense Jazzpar Prize. In 1997 ontvangt hij de Foundation for Contemporary Arts Grants to Artists Award en in 2010 de Lifetime Achievement Award.

Ook als sideman is Abrams op een grote hoeveelheid plaatopnamen te beluisteren, onder meer bij Anthony Braxton, Eddie Harris, Creative Construction Company, Art Ensemble Of Chicago, Chico Freeman, Woody Shaw en Roscoe Mitchell. Hoewel Abrams tot de avant-garde musici behoorde, schroomde hij niet in de vrije improvisaties boogiewoogie, bebop en hardbop-elementen aan zijn spel toe te voegen.

Foto: Cees van de Ven

Labels:

(Jacques Los, 9.11.17) - [print] - [naar boven]



Cd / Jazztube
Kris Defoort - 'Diving Poet Society' (W.E.R.F., 2017)

Opname: 6-7 oktober 2016

Jazz is natuurlijk niet enkel een verhaal van virtuoze snoeshanen die als ongeleide projectielen tekeergaan, maar ook van stabiele allianties die vroeg gesmeed worden en soms verrassend lang standhouden. Een goed voorbeeld is dat van het Brugse W.E.R.F.-label en lokale pianist Kris Defoort. Die laatste tekende niet enkel voor het eerste album van het label en een paar jubileumreleases, maar staat nog altijd garant voor ambitieuze en inventieve muziek die het experiment niet schuwt. Diving Poet Society is een erg geslaagde toevoeging aan een rijk oeuvre.

Voor dit nieuwe project doet Defoort beroep op zijn Trio-kompanen Nicolas Thys (elektrische bas) en Lander Gyselinck (drums), maar inviteerde hij twee extra gasten: altsaxofonist Guillaume Orti (Mâäk) en zangeres Veronika Harcsa. De muziek werd deels geïnspireerd door poëzie van Peter Verhelst, en er worden ook teksten van hem voorgedragen. Op zich geen verrassing, want Defoort zoekt het vaak tot ver buiten de grenzen van de jazz (opera, muziektheater, etc.) en was in het verleden ook al in de weer met tekstmateriaal van Arnon Grunberg en Roddy Doyle.

De grote troef van dit project lijkt vooral dat Defoort werkte met open vizier en zijn vier gasten ook zichzelf liet zijn, waardoor het haast onbegonnen werk is om een label te kleven op het album. Dat voelt wel aan als een zevendelige suite, maar laveert via suggestieve, uitgebeende passages, lome grooves en theatrale energie, en houdt schijnbaar contrasterende adjectieven in balans. Diving Poet Society is afwisselend raadselachtig, funky, ijselijk, broeierig, experimenteel én uitgepuurd. Het is een album dat van zijn bonte variatie een troef gemaakt heeft, iets dat nog eens in de verf gezet wordt door het feit dat elke muzikant ook een kleur toegekend krijgt.

Vanaf 'The Pine Tree And The Marching' wordt ook duidelijk dat Harcsa geen conventionele jazzzangeres is. Ze draagt de onheilspellende tekst (met een hint naar de ecologische uitputting) voor met een opmerkelijke intensiteit, meerdere accenten en temperamenten. Ook daarna varieert ze van kinderlijke onschuld naar ijzingwekkende spanning. Vooral het samenspel met Orti klinkt hier haast als een intense Q&A, met Defoort die een repetitieve spanning creëert en de ritmesectie die in de weer is met vrije kleuring én zorgvuldige plaatsing van explosies. 'Liquid Mirrors' vloeit eruit voort, maar klinkt helemaal anders, met een minimale groove en opnieuw een markant evenwicht van onschuld en perversie in de vocalen, en een kwikzilveren sax die het terrein tussen Steve Coleman en Steve Lehman verkent. Een uitgebeende koortsdroom.

Vervolgens wordt het album zo'n beetje heen en weer geslingerd tussen de polen van bijna tussen de vingers glippende fragiliteit die wordt opgebouwd met piano, stem, intimiteit en stilte ('The Pine Tree And The Fire'), en slow motion funk met knisperende snaredrum, gezapig kronkelende bas, slingerende saxslierten en woordeloze zangsculpturen ('Diving Poets', opgedragen aan Pierre Van Dormael). En als 'Diepblauwe Sehnsucht' het moment is waarop Defoort even zijn voorliefde voor klassiek en avant-garde uit de doeken doet, dan vindt 'New Sound Plaza' een evenwicht door de iele, mysterieuze kant van het verhaal te laten omslaan in een rollend en botsend verhaal vol hoekige wendingen, excentrieke wartaal en een imposante hechtheid in het samenspel.

Uiteindelijk is het laatste woord aan de nachtelijke lyriek van 'Heavenly Billie', een ode aan Billie Holiday, die geschilderd wordt met dunne penselen. Het is een verrassend lieflijk slot voor een album dat laat horen dat jazz niet enkel een genre of attitude is, maar ook een inspiratiebron, of een springplank om de speelzone gevoelig uit te breiden. Meer nog dan een verkenning van akkoorden of harmonieën, is dit dan ook een ode aan de creatieve verbeelding, met het album als muzikaal kleurboek, vol rijke schakeringen en wisselende sferen.

In de Jazztube hierboven zie je Kris Defoort's Dead Poet Society in de studio tijdens de opname van dit album.

Deze recensie verscheen ook op Enola.be

Labels: ,

(Guy Peters, 8.11.17) - [print] - [naar boven]



Festival
Festival Jazz International Rotterdam

vrijdag 27 oktober 2017, LantarenVenster, Rotterdam

Onder de titel 'The Nordic' legde de laatste editie van het Festival Jazz International Rotterdam de nadruk op Scandinavische jazz. Daarnaast waren er echter ook andere acts, waaronder op vrijdag twee van eigen bodem, te horen. Helaas waren wij alleen op de vrijdag present en kunnen we ook louter op deze dag terugblikken.

Een kenmerkend onderdeel van Koeniverse3, het vehicle van Koen Schalkwijk, is de Wurlitzer-piano van deze laatstgenoemde. Het instrument, dat door de Rudolph Wurlitzer Company werd gebouwd tussen 1955 en 1982, vormt de ruggengraat van het geluid van dit trio, hier aangevuld met Joris Roelofs op basklarinet. Het direct herkenbare geluid van de Wurlitzer met die lichte echo geeft de muziek iets surrealistisch en kleurt mooi bij Roelofs' basklarinet. Op sommige momenten, als Schalkwijk echt loos gaat, heeft het geluid van die Wurlitzer overigens ook wel wat weg van een elektrische gitaar. Het kwartet grossiert verder in pakkende melodieën, lyrische lijnen en lekkere grooves. Een prima start dus van dit festival.

Ellen Andrea Wang begint zo onderhand een gevestigde naam te worden in het Noorse. Ze zit in Pixel, het kwintet van trompettist Matthias Eick -
waarover straks meer - en heeft haar eigen trio. Wang is niet alleen een van de weinige vrouwelijke bassisten, maar combineert dat ook nog eens door op te treden als zangeres. In haar optredens en op haar laatste album met het trio, 'Blank Out', vermengt ze op succesvolle wijze jazz met pop en strakke composities met vrije improvisatie. Daarbij is ze een uitstekende zangeres met een mooie, warme lyrische stem. Voeg daarbij persoonlijke liedjes als 'Heaven' en 'Electric' en het feest is compleet.

Bijzonder is ook het trio Lijbaart/Stadhouders/Rambags, dat hier reeds eerder voorbijkwam met hun debuutalbum 'Under The Surface'. Bijzonder aan dit trio blijft de muzikale benadering. Zoals slagwerker Joost Lijbaart het uitdrukt zijn de stukken niet meer dan schetsen. Verkenningen die vooraf gaan aan uitgewerkte stukken. Dat onaffe is tegelijkertijd het aantrekkelijke. Bijzonder daarin is de rol van Sanne Rambags, die als ware instrumentalist met haar stem aan het groepsgeluid bijdraagt. Ze zucht, imiteert de wind, kraait, krijst en neuriet - alles met grote passie en overredingskracht. Als de oerzang die er was voordat de mens de taal kreeg om er een boodschap mee over te brengen. Het levert in combinatie met Bram Stadhouders' gitaar en Lijbaarts creatieve percussiespel menig prachtig moment op. Een hoogtepunt is 'Sbylla', een schets van Rambags waarvoor ze haar inspiratie haalde uit Noorwegen. Dat ze dat hier kan uitvoeren, op dit festival waarin Scandinavië centraal staat, raakt haar duidelijk en leidt tot een intens gevoelige uitvoering.

De hoofdact op deze vrijdag is het kwintet van trompettist Mathias Eick. Veel stukken van het album 'Midwest', dat in 2015 verscheen bij ECM, naast nieuw materiaal. Eick ontdekte tijdens een reis door de Verenigde Staten dat er meer overeenkomsten zijn tussen de Midwest en zijn eigen Noorwegen dan hij aanvankelijk dacht, al was het maar vanwege het grote aantal kolonisten dat een eeuw geleden naar de VS trok. Met 'At Sea' brengt hij een prachtige ode aan die kolonisten. Eick is - en daar getuigt ook 'Hem' van, dat een ode genoemd kan worden aan het Noorse gehucht waar hij opgroeide – een verhalenverteller. Muzikale verhalen die zich vastzetten in je hoofd, verhalen voorzien van prachtige melodieën. Met zijn kwintet weet hij daarmee de gemoederen dan ook flink in beroering te brengen. We zien alvast uit naar het nieuwe album dat voor april volgend jaar op de rol staat.

Klik hier voor foto's van dit festival door Louis Obbens.

Labels:

(Ben Taffijn, 7.11.17) - [print] - [naar boven]



Cd
Mihály Dresch Quartet with Chris Potter – 'Zea' (BMC, 2016)

Opname: 16 april 2012

Als 'Ereszkedõ' inderdaad 'Zacht Vallen' betekent, moet ik mijn valtechniek nodig uit het vet halen. De compositie, van leider en rietblazer Mihály Dresch, heeft een scalaire structuur en dat houdt in dat gastsolist Chris Potter hier voluit kan gaan. De combinatie tenorsaxofoon-tenorsaxofoon werkt hier lekker vet. Dresch is qua beweeglijkheid en chops gewaagd aan Potter, maar die laatste heeft ontegenzeglijk een voller, rijker geluid.

Potter gaat er gelijk in het openingsnummer, Ed Blackwells 'Togo', hard tegenaan. Zijn hoog op de basklarinet klinkt rond en bezield. In 'Futás Miska' ('Doe je schaatsen aan, Mick') heeft zijn staccato tenor de functie van de viool in de Hongaarse volksmuziek. Hij gaat hier ook als een onbeschaamde machodanser tekeer. Dat neemt allemaal niet weg dat de Amerikaan prima geïntegreerd is in dit combo. Er zijn momenten dat ik de blazers ervan verdenk via speciale implantaten telepathisch met elkaar in verbinding te staan. Ze zijn best ver in Boedapest, hoor.

Nochtans is het het geluid van cimbalonspeler Miklós Lukács dat dit album zijn eigen karakter geeft. Wanneer u nu visioenen heeft van Heck's in Amsterdam, waar u in 1952 als klein jongetje met uw vader een broodje kroket at en waar dat fascinerende zigeunerorkestje speelde, dan kan ik u mededelen dat de cimbalon sindsdien wel een evolutie heeft doorgemaakt. In de compositie 'Zea' lijkt het instrument een keyboard van buiten de exosfeer. 'Free', eveneens van de pen van Potter, heeft een Ornette Coleman-achtige cut-up compositie en de cimbalon voert hier inderdaad een vrije vlucht uit. Aangevuurd door de vlammende drums van István Baló bereikt Lukács een spirituele deining vanwaar het nog slechts luttele stappen is naar 'A Love Supreme'.

Klik hier om het album te beluisteren.

Labels:

(Eddy Determeyer, 6.11.17) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...






Menupagina's:

Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Neerpelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.