Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 




Column Herbert Noord
Jazzdag


"Ineens wordt de achtergrond van die hele Jazzdag/conservatoriumshowcase duidelijk. In (blanke) ogen diende jazz zich te ontwikkelen tot kunstmuziek en daar kan de door toch al suspecte zwarten ontwikkelde swing worden gemist als kiespijn. Want dat is iets wat niet aan te leren valt en daar zijn dit soort instituties niet van gediend. Negeren die swingers en verbannen naar de uithoeken van de muzikale periferie. Nu dat is aardig gelukt, ze zijn al gekomen tot kutmuziek. Nu nog de 'n' en de 's' zien toe te voegen en dan kunnen Ellington, Hampton, Monk en Russell bij het grof vuil. Alleen door het duidelijke gebrek aan echte inspiratie zit die uitbreiding tot kunstmuziek er - terecht - niet in."

Herbert Noord trekt weer ouderwets van leer in zijn nieuwe column. Ditmaal moet de Jazzdag het ontgelden. Bijna alle deelnemende groepen en musici krijgen van Noord een pandoering. Alleen Benjamin Herman lijkt er relatief ongeschonden uit te komen.

Klik op bovenstaande button om zijn nieuwe column te lezen.

Labels:

(Maarten van de Ven, 30.6.13) - [print] - [naar boven]





Concert
Volle bak bij kleinschalig Tilburgs initiatief

Eric van der Westen & Aron Raams, maandag 24 juni 2013, NooTstop, Tilburg

Per toeval belandde ik op een doodgewone maandagavond in de gitaarstudio van Walter Stadhouders, waar vanaf februari van dit jaar huiskamerconcerten plaatsvinden. Stadhouders maakt het niet uit of het nou jazz, klassiek, pop of experimentele muziek is wat er gespeeld wordt, zolang de kwaliteit maar hoorbaar is.

De beurt was deze keer aan gitarist Aron Raams en bassist Eric van der Westen. Zij speelden onder meer stukken van hun succesvolle cd 'A Traveller’s Tale: Alvin'. Het oorspronkelijk akoestische project leende zich uitstekend voor de kleine ruimte, geschikt voor pakweg 25 toehoorders.

Van der Westen benadrukte hoe lastig de combi bas/gitaar in hun format kan zijn. In een intieme setting als deze doet iedere noot ertoe en moet je wel heel goed op elkaar ingespeeld zijn om een harmonisch evenwicht te vinden. Als duo ben je dus behoorlijk kwetsbaar. De veelal melancholische melodieën zoals in 'For J.K.', 'For Those Who Leave Too Soon' en 'Unspoken' werden dan ook uiterst zorgvuldig uitgerold, maar bleven klein en breekbaar. Ik verbaasde me over de kunst om een enkele noot in al zijn eenvoud zo effectief neer te zetten. Het adagium less is more kreeg ter plekke een nieuwe dimensie. Maar simpel was het dus allerminst.

Het lijkt een gouden greep, de samenwerking tussen deze twee fantastische muzikanten die allebei hun sporen al ruimschoots verdiend hebben. Vertrekkend vanuit een totaal verschillende muzikale historie hebben ze elkaar gevonden in de liefde voor mooie muziek en het plezier om die te maken. Raams tovert melodieën met lyrische bevlogenheid en Van der Westen is naast een integere begeleider ook nog eens een geloofwaardig solistisch partner. In hun samenspel ontstaan verhalen over verlies, geluk, hoop en liefde, hun composities gaan over raken en geraakt worden.

Wat een prachtig initiatief weer in het Tilburgse, waaruit eens te meer blijkt hoe veel behoefte er is aan kleinschalige projecten naast de massale concerten van internationale artiesten in grote zalen. En die behoefte is er niet alleen bij het publiek, maar dus ook bij de artiesten, getuige het feit dat NooTstop volgeboekt is tot in 2014 met artiesten van formaat.

Voor het duo Van der Westen/Raams is 'Alvin' slechts het begin van een bloeiende samenwerking als duo, en het buitenland lonkt. Mooi, mooi, mooi, we gaan er nog van horen.

Klik hier voor meer informatie over de NooTstop-sessies.

Klik hier voor foto's van dit concert door Donata van de Ven.

Labels:

(Donata van de Ven, 28.6.13) - [print] - [naar boven]


Vooruitblik / Prijsvraag: Bijzonder concert eBraam



Vooruitblik / Prijsvraag
Bijzonder concert eBraam


Op zondagavond 30 juni geeft het trio eBraam een concert op een wel heel speciale locatie: in het Openluchttheater de Goffert in Nijmegen, dat ligt ingebed in de prachtige omgeving van het tachtig hectare grote Goffertpark. Het theater heeft een tribune met 900 zitplaatsen en mag 1500 mensen toelaten. Voor dit concert wordt eBraam (basgitarist Pieter Douma, drummer Dirk-Peter Kölsch en toetsenist Michiel Braam) versterkt met Benjamin Herman op saxofoon en Ulrike von Meier op harp.

In 2006 heeft Braam als tegenhanger van zijn akoestische Trio BraamDeJoodeVatcher het Wurli Trio opgericht. Omdat Braam een breder palet aan geluiden wilde, werd de Wurli in 2011 ingeruild voor een modernere Nord Stage Ex. Vanaf dat moment heet de groep eBraam. Deze groep is stilistisch afwijkend van zijn andere projecten. De ritmische basis is rock-georiënteerd. Net zoals in zijn andere groepen zijn improvisatie en het gebruik van korte stukken die daartoe uitnodigen de belangrijkste elementen. Bij eBraam doet hij dit met een instrumentarium dat doorgaans niet wordt geassocieerd met improvisatiemuziek.

Improvisaties worden gecombineerd met een mix van jazz, funk en rock. George Duke, Soft Machine en Ten Years After zijn inspiratiebronnen. Het trio heeft inmiddels drie cd's uitgebracht, waarvan de cd 'Non-Functionals!' uit 2009 door het Amerikaanse blad All About Jazz is uitgeroepen tot een van de beste albums van dat jaar.

Begin 2013 is de derde cd van dit trio uitgebracht, simpelweg '3' getiteld. Het is een verwijzing naar de plaat 'Third' van Soft Machine. eBraam heeft zich door dat album laten inspireren. Daarnaast zal in de composities het getal drie de rode draad zijn: drieklank, Pindarische ode, terts, wals en stelling van Pythagoras zijn voorbeelden van bouwstenen die aan de nieuwe composities ten grondslag liggen.

Laurent Sprooten schreef in een recensie van '3' op Draai om je oren: 'Wars van elke poging om hip te zijn, roept de muziek van eBraam associaties op met mythische namen uit vervlogen tijden. De muziek houdt iets luchtigs en licht opruiends, en weerspiegelt zo toch weer helemaal de naar dwarse ironie neigende geest van Michiel Braam.'

Het concert begint om 20.00 uur. Kaarten à € 10,- zijn verkrijgbaar aan de kassa en via de website van Doornroosje.

Prijsvraag: Weet jij met welke van de volgende artiesten Michiel Braam nog nooit heeft samengespeeld? Is dat: 1) Larry Coryell, 2) Jozef Dumoulin, 3) Mats Gustaffson, of 4) Frank Gratkowski? Mail je antwoord naar draaiomjeoren@live.nl. Onder de goede inzenders verloten we drie exemplaren van '3'.

Labels:

(Maarten van de Ven, 26.6.13) - [print] - [naar boven]


Cd: Dave Pell Octet - 'Jazz Goes Dancing'



Cd
Dave Pell Octet - 'Jazz Goes Dancing' (Fresh Sound, 2012)

Opname: 1956-1957

Geen vuiltje was er aan de lucht toen tenorsaxofonist Dave Pell, stersolist bij de Band Of Renown van saxofonist/klarinettist Les Brown, in 1953 voor zichzelf begon. Goed, er waren meer en meer blanke teenagers die een opvallende voorkeur aan de dag legden voor zwarte rhythm-and-blues voor hun periodieke portie partymuziek. Doch de rock-'n-roll-zondvloed zou nog een paar jaar op zich laten wachten. Voorlopig waren er nog volop brave middelbare scholieren, die de brave muziek van het Dave Pell Octet ideaal vonden voor hun brave dansavondjes.

Hoewel het Octet aanvankelijk bestond uit muzikanten van het Les Brown-orkest, was het daarvan toch geen schaalmodel. Het idioom paste perfect in het destijds vigerende westcoast jazzgenre. Marty Paich, Bill Holman en anderen zorgden voor mooie arrangementjes voor de vier blazers en de viermans ritmesectie. Een derde bewerker, John T. Williams, werd destijds, in 1957, door Pell aangekondigd als een 'bright newcomer to our fold'. Williams was inderdaad een begaafde arrangeur en een briljante pianist, die twee jaar later deel zou gaan uitmaken van het Octet. Op dat moment had hij zijn eerste filmscores reeds afgeleverd, waarmee hij op weg was een van de meest gevraagde en gewaardeerde schrijvers van soundtracks te worden. Hoewel ik niets met filmmuziek heb, mag ik hopen dat John Towner Williams schandalig rijk is geworden van zijn studio-arbeid.

Jammer, maar in het inlaytje wordt niet gespecificeerd welke arrangeur welk nummer onder handen heeft genomen. Als ik zou moeten gokken zouden 'I Know Why' en 'I’ll String Along With You', met hun respectieve avontuurlijke, sfeervolle karakters in aanmerking komen voor de J.T. Williams-touch. Voor de rest is de muziek eerder behaaglijk dan spannend. 'Let’s Face The Music And Dance' is elegant en voluptueus en 'Remember Me' grijpt, via Les Elgart, terug op vooroorlogse salonjazz. Een mooi contrast, dit staccato deuntje, met de legato aanpak van het overige spul.

De leider heeft een grotere vrijheid dan bij Les Brown. Hij toont hier meer pit, hoewel hij een bescheiden geluid heeft en houdt. Ergens tussen Stan Getz en Zoot Sims in, eveneens zoontjes van Lester Young. Een cd om lekker nostalgisch bij weg te mijmeren.

Labels:

(Eddy Determeyer, 26.6.13) - [print] - [naar boven]





Vooruitblik
North Sea Jazz 2013


Op vrijdag 12 juli gaat het 'Elck Wat Wils'-festival - ook wel North Sea Jazz genoemd - in het Rotterdamse Ahoy voor de 38ste keer van start. In 1976 begon het festival in het Congresgebouw in Den Haag. Paul Acket was de organisator, die uitsluitend jazzgrootheden programmeerde. Kom daar nu maar eens om!

In de huidige tijdgeest – groter, meer, commerciëler – komen naast jazz ook andere muziekgenres aan bod: blues, soul, funk, hiphop, world, pop en nog veel meer, als vermeld in de glossy brochure. Ook is het heerlijk en gezellig eten en drinken – van Thaise curry tot pizza en alle wereldgerechten ertussenin, van bier tot tropische cocktails en kan er naar hartenlust gewinkeld worden: elpees, cd's, boeken, tijdschriften, muziekinstrumenten, sieraden, kleding, kunst en de North Sea Jazz t-shirts en posters. Wat een feest!

Gelukkig is er voor de hardcore jazzfan iedere dag een interessante keus te maken. Gerenommeerde namen als Terence Blanchard, Roy Hargrove, Steve Coleman, Mathias Eick, Ibrahim Malouf, Willie Jones III, Tim Berne, Avishai Cohen, Branford Marsalis en Robert Glasper rechtvaardigen een bezoek aan het festival.

Ook zijn een groot aantal Nederlandse jazzhelden te zien en te horen, waaronder Eric Vloeimans, Michiel Borstlap, Florian Wempe, Joris Roelofs, ICP Orkest, New Cool Collective en het jonge saxtalent Tim Wes.

Als opwarmer van het weekend North Sea Jazz is er van 28 juni tot en met 14 juli het North Sea Around Town. Op de meest bijzondere plekken van de stad vinden - vaak gratis - concerten plaats, van jazz en hiphop via blues en soul tot alle denkbare crossovers.

Voor uitgebreide informatie klik hier (North Sea Jazz) en hier hier (North Sea Around Town).

Labels:

(Jacques Los, 25.6.13) - [print] - [naar boven]





Concert
Gepassioneerd, niet vernieuwend

Maite Hontelé, donderdag 6 juni 2013, Bimhuis, Amsterdam

Een opgewonden sfeer maakt zich meester achter de coulissen en in de zaal van het Bimhuis. Het massaal opgekomen publiek leeft hartstochtelijk toe naar de eerste noten van de nieuwe salsasensatie uit Nederland. De geboren Utrechtse trompettiste Maite Hontelé wekt vooraf verwondering. Zij is een vreemde eend in de bijt van de salsawereld, waarin van oudsher de mannen heersen. Sterker nog: Hontelé steekt ze zelfs naar de kroon. Ze is een sensatie in Colombia, waar ze vanaf 2009 woont en door het leiden van haar eigen groep tot een begrip is uitgegroeid. De salsa is haar met de paplepel ingegoten. Haar vader is een meer dan gemiddelde gepassioneerde verzamelaar van latinmuziek. Op jonge leeftijd wordt ze gegrepen door deze stijl en naar de de trompet toegezogen. Dit vormt, samen met een opleiding aan het conservatorium, de opmaat voor een professionele loopbaan in de salsa. Nadat de Nederlandse is gevraagd deel te nemen aan een tour door verschillende landen, waaronder Colombia, is haar bedje gespreid. Na meerdere succesvolle optredens in Colombia verhuist de trompettiste naar Medellín. Haar stoutste dromen worden overtroffen door de boeking in het Amsterdamse jazz-mekka.

Na een aarzelende start neemt de overtuiging in het spel van Maite Hontelé en haar begeleiders zienderogen toe. Voor Bimhuis-begrippen staat er een atypische formatie op het deels verhoogde podium. Geen individuele dan wel collectieve improvisaties of ontluikende vernieuwingen binnen het impro-genre. De uiteenlopende mix van stijlen van aanstekelijke chachacha, son cubano, charanga, boogaloo en vanzelfsprekend swingende salsa komt voort uit diverse windhoeken van Middden- en Zuid-Amerika. Op een stevige, opzwepende ritmische ondergrond staat vooral de herkenbare melodie centraal. Deze wordt opgediend in directe, voor de hand liggende sentimenten en sferen. Het uitdragen van oeroude stijlen lijkt bij de leider het leidmotief te zijn. Soleren is nauwelijks aan de orde, maar de enigszins schelle trompetsound leidt desondanks tot zindering in de zaal.

De groep wekt bij vlagen ontroering op, als afwisseling op de zonnige uitgelatenheid. In haar nuchtere presentatie weet Hontelé paradoxaal genoeg een gevoel van euforie teweeg te brengen. Op het nieuwe album 'Déjame Así' prijkt de stem van de salsaster Oscar D'León, die de beroemde bolero 'Perdón' vertolkt. Deze wordt in het Bimhuis geloofwaardig voor het voetlicht wordt gebracht door Yumarya Grijt. Na verloop van tijd gaat het opzwepen van het publiek, tot allerlei vormen van participatie, een te grote rol spelen. Deze wordt slechts onderbroken door een gastoptreden van Joris Linssen. Hij vertelt het meeslepende verhaal over de ontmoeting met zijn idool Armando Manzanero en trekt overtuigend van leer in de vertaalde tranentrekker 'Rebecca'.

Samenvattend: een gepassioneerde mix van salsa met een onmiskenbaar Nederlands randje, maar allerminst hemelbestormend.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Louis Obbens.

Labels:

(Louis Obbens, 22.6.13) - [print] - [naar boven]



 

In memoriam / Jazztube
Sam Most


Op 13 juni overleed in Los Angeles jazzfluitist Sam Most op 82-jarige leeftijd. Hij werd de 'Father of the Bebop Flute' genoemd. De bekendere fluitist Herbie Mann werd enorm door hem beïnvloed.

Voor zowel Mann als Most en nog een enkeling, waaronder Hubert Laws, James Newton en Jeremy Steig, was de dwarsfluit het hoofdinstrument. Voor andere fluitspelers, in het bijzonder saxofonisten, was de fluit slechts een wel of niet belangrijk bij-instrument. Bekende namen desbetreffend: Sam Rivers, Eric Dolphy, Bud Shank, James Moody, Lew Tabackin en Roland Kirk.

Op 18-jarige leeftijd begon Sam Most zijn professionele carrière bij de orkesten van Tommy Dorsey, Boyd Reaburn en Don Redman. Zes jaar later ontving hij de Critic's New Star Award van het jazzmagazine DownBeat. In de vijftiger jaren nam hij een fiks aantal platen op voor labels als Prestige, Vanguard en Bethlehem, en speelde hij in de groepen van Chris Connor, Paul Quinichette en Teddy Wilson. Na een tour met Buddy Rich vestigde hij zich in het begin van de jaren zestig als studiomuzikant in Los Angeles. Sindsdien is hij op tientallen albums te horen, zowel onder eigen naam - op onder meer het label Xanadu - en als sideman op platen van Louis Bellson, Lalo Schiffrin, Clare Fisher, Don Elliot, Ray Brown, Tal Farlow, Terry Gibbs en Teddy Charles.

Gedurende zijn carrière werkte hij met talloze befaamde jazztoppers als Kenny Barron, Ray Charles en Monty Alexander. In 2012 verscheen op Timeless 'Indian Summer' met het trio van pianist Rein de Graaff. Het zijn opnamen die gemaakt zijn tijdens hun tournee eind 2011.

Eddy Determeyer had ter gelegenheid van de bovengenoemde tour een interview met de fluitist, dat je hier kunt lezen.

Bekijk de Jazztube!
Klik op de afbeelding hierboven om Sam Most live aan het werk te zien in de jazzclub Steamers in Fullerton, California. In maart 2006 maakte hij daar samen met de band van klarinettist Mort Weiss opnamen voor het album 'Mort Weiss Meets Sam Most' (SMS Jazz). We horen en zien het nummer 'I Got It Bad', waarin Most laat zien dat hij behalve een uitmuntende fluitist ook een niet onverdienstelijke zanger is. Hij wordt begeleid door Ron Eschete op gitaar, Luther Hughes op bas en Roy McCurdy op drums.

Labels: ,

(Jacques Los, 21.6.13) - [print] - [naar boven]





Festival
Moers Festival 2013 Part 2

vrijdag 17 t/m maandag 20 mei 2013, Freizeitpark & Rathaus, Moers

"Deze editie zal de boeken ingaan als een gedenkwaardige: het is namelijk de laatste keer dat het festival plaatsvond in het stadspark van Moers. De volgende editie dus geen circustent, maar een tot theater omgebouwde tennishal. Geen paniek, aangezien Carla Bley tijdens repetities in 2012 zeer gecharmeerd was van de akoestiek in de zaal. De vraag blijft natuurlijk of ook de sfeer, die het Moers festival kenmerkte, kan worden meegenomen."

Voor Draai om je oren doet Patrice Zeegers verslag van dag 2 en 3 van het festival. Hij zag optredens van The Dorf, Je Suis, Jenny Hval, Blixt, Lenine & Martin Fondse Orchestra, Endresen & Westerhus, Dafnis Prieto Proverb Trio, Katrin Scherer's The Bliss, Michael Schiefel, Caravaggio, Nohome en Evelyn Glennie & Fred Frith. De foto's bij het verslag zijn gemaakt door Ken Vos.

Klik hier om het festivalverslag in woord en beeld te lezen.

Labels:

(Maarten van de Ven, 19.6.13) - [print] - [naar boven]





Cd
Eric Boeren 4tet - 'Coconut' (De Platenbakkerij, 2012)

Opname: 3 juni 2012

De jazz avant-garde houdt zich veelal op in de schemerzone tussen compositie en improvisatie. Het op een originele of interessante manier verbinden van deze twee concepten, met harmonie als leidraad, behoort tot de boeiendste uitdagingen die een jazzmuzikant zich vandaag kan stellen. Cornettist Eric Boeren laat zich wat dat betreft al geruime tijd inspireren door het Ornette Coleman Quartet, dat eind jaren vijftig aan wieg van de free jazz stond. Het oeuvre van deze legendarische band was ooit het vertrekpunt voor Boerens eigen kwartet, wat ook op 'Coconut' nog sporen nalaat.

Op eerdere albums van het Eric Boeren 4tet was het gros van de gespeelde stukken afkomstig van Coleman, maar van de elf tracks op het in 2012 uitgebrachte 'Coconut' zijn nog slechts twee van de hand van de Amerikaanse altsaxofonist. De groep, met Michael Moore (sax), Wilbert de Joode (contrabas) en Han Bennink (uitsluitend op snaredrum) speelt hier vooral eigen werk en dat volgens een methode die het resultaat is van een jarenlange samenwerking. De muzikanten krijgen in de uitvoering veel vrijheid en moeten slechts rekening houden met de kern waaruit wordt vertrokken. Dat zijn veelal deuntjes die fungeren als kapstok waar de improvisaties aan worden opgehangen. In 'What Happened At Conway Hall, 1938?' en 'Shake Your Wattle', twee tracks die als een mini-suite fungeren, wordt dit uitgebreid gedemonstreerd. Het neergeschreven materiaal is hier minimaal, maar toch weten de groepsleden met hun improvisaties een richting te kiezen die de stukken op een originele manier in elkaar doet klikken.

Ornette Coleman is op deze plaat dan wel minder expliciet aanwezig, qua stijl is zijn invloed nog steeds dominant. De kruising van New Orleans-jazz met zijn Creoolse elementen en de vrijheid en onvoorspelbaarheid van free jazz vormen nog steeds een cocktail die tegelijk aanstekelijk en uitdagend klinkt. Zo zijn de thema's van 'Journal' en titeltrack 'Coconut' deuntjes die niet zouden misstaan in optochten van oude marching bands en vormen ze in hun sierlijke eenvoud tevens een ideaal lanceerplatform voor solo's en improvisaties van vooral Boeren en Moore. Ook Bennink laat zich niet onbetuigd. Door uitsluitend gebruik te maken van de snaredrum zit hij zijn kompanen voortdurend achter de veren en legt daarbij een onwaarschijnlijke variatie aan de dag. Als een op hol geslagen machine rijgt hij de ene partij aan de andere vast, terwijl de overige drie de muziek in de breedte opentrekken.

Het kwartet bouwt aan haar improvisaties in een sfeer van eendracht. Er ligt niemand dwars als er een richting wordt gekozen, hoewel Bennink het af en toe niet kan laten wat in het vuur te poken door grote dynamische contrasten te creëren. Alles verloopt bovendien zo vanzelfsprekend, dat het niet opvalt dat deze muziek grotendeels ter plaatse is ontstaan. Muziek spelen en spelen met muziek komen dan ook zelden zo dicht bij elkaar als bij het Eric Boeren 4tet.

Deze recensie verscheen eerder op Kwadratuur.be

Meer horen?
Klik
hier om te luisteren naar het titelnummer van de cd 'Coconut'.

Labels:

(Joachim Ceulemans, 18.6.13) - [print] - [naar boven]





Concert
Stomen in De Smederij

Ellister van der Molen Quartet, dinsdag 4 juni 2013, De Smederij, Groningen

Dat is toch het grote verschil met zo ongeveer alle andere soorten muziek. Ik bedoel, je kunt een stel willekeurige popmuzikanten bij elkaar zetten en met een beetje mazzel spelen ze een min of meer coherent bluesje in C. Maar plaats een paar door de wol geverfde jazzmusici op een podium en het volgende moment heb je een vuurvast orkest dat speelt alsof het al jaren on the road is, compleet met achtergrondfiguurtjes en spatgelijke breaks.

Dat was tegen het einde van het optreden van het Ellister van der Molen Quartet aan de orde in De Smederij. Toen voegden Kurt Weiss (trompet), Dave Glasser (altsax) en Ruben Hein (piano) zich bij de band en flitste er een magische vonk. De muzikanten inspireerden elkaar en het publiek – en vice versa. Het is alweer een tijdje geleden dat ik een even intense en feestelijke performance zag en hoorde.

Weiss, die vooral naam heeft als arrangeur en dirigent van zo'n beetje alle Nederlandse top-bigbands, was in De Smederij een fel boppende trompettist die zijn soli speelde met het vormgevoel eigen aan een componist. Indrukwekkender nog kwam zijn kameraad Glasser voor de dag. David is voormalig sideman van de orkesten van Illinois Jacquet en Count Basie en voor zover Clark Terry nog van zich laat horen, is hij ook daar van de partij. Hij bezit een diep, gelooid geluid dat van heel ijl tot verstikkend laag imponeert. Alsof Oliver Nelson persoonlijk in hem is neergedaald. Op een gegeven moment nam zijn interactie met het publiek bijna genante vormen aan.

Ondanks een spaarzame linkerhand maakte Ruben Hein gebruik van het complete toetsenbord. In 'Stompin’ At The Savoy' swingde hij als de spreekwoordelijke tierelier en daarnaast legde hij spaarzame akkoordjes en accentjes neer voor de blazers. Inmiddels is Ellister van der Molen een van Nederlands beste swing- en boptrompettisten. Ze heeft haar geluid voor 100% onder controle en vult een song als 'I’m Old Fashioned' (een statement, zo leek het) tot in alle hoeken en gaten. Haar knetterende vibrato deed in het aan het Haagse café De Pater opgedragen 'Places Like P' zowaar denken aan Clifford Brown en diens discipelen, Lee Morgan voorop.

Haar pianist Jeremy Manasia kent ze van het Koninklijk Conservatorium, waar beiden in de jaren negentig studeerden. Inmiddels is Manasia zelf docent aan de Manhattan School of Music. Zijn solo in 'I’m Old Fashioned' deelde hij mooi in drieën: een uitweiding over het thema, een serie harmonische variaties en oplossingen, en een gedeelte in blokakkoorden. In 'The Kicker' bracht hij het adagium van saxofonist Charlie Parker - 'just looking for the pretty notes' - in de praktijk. Echt alle kanten ging het op in 'Be Bop', waarbij de pianist bijna verdwaalde in een nerveus netwerk van weggetjes en sluiproutes.

"Doodzonde dat er geen opnamen zijn gemaakt," merkte een buurman terecht op.

Klik hier voor foto's van dit concert door Willem Schwertmann.

(Eddy Determeyer, 17.6.13) - [print] - [naar boven]





Vooruitblik
Gent Jazz 2013


Het Gent Jazz Festival vindt dit jaar plaats op de Bijlokesite tussen 12 en 20 juli. Het is alweer de twaalfde editie. Het programma staat weer bol van de gevestigde en grote namen en is aangevuld met internationaal en Belgisch jong talent. Tevens is er een grote knipoog naar commerciële muziekgenres, die enigszins aan de jazz aanschurken en aanverwant zijn. Op alle grote jazzfestivals is al sinds jaren de vermenging met jazz en commerciële muziek gaande.

Het neemt niet weg dat ook weer dit jaar de programmering voor de jazzliefhebbers zeer interessant is. Wat te denken van optredens van Joe Lovano met het Brussels Jazz Orchestra, pianist Jacky Terrasson met zijn groep Gouache, waarin onder anderen klarinettist Michel Portal meespeelt, het Avishai Cohen Quartet en het pianoduo Martial Solal en Stefano Bollani. Ook zijn er weer befaamde vocalisten vertegenwoordigd, zoals Dee Dee Bridgewater, Kurt Elling, Diana Krall en Jamie Cullum.

Een wel heel bijzondere dag is zondag de veertiende. Die dag is 'Zorn at 60' gedoopt. Diverse groepen en de meester zelf zullen muziek van John Zorn ten gehore brengen. Op 2 september wordt saxofonist, componist, orkestleider en producer Zorn zestig jaar. Dat wordt alvast in Gent gevierd met een keuze uit zijn diverse projecten en composities. Met musici als gitarist Marc Ribot, drummer Joey Baron, vibrafonist Kenny Wollesen, organist John Medeski en groepen en projecten als The Dreamers, Electric Massada, Templars-In Sacred Blood, Illuminations, Song Project en The Alchemist kan dit alleen maar een zeer bijzondere dag worden.

Naast het grote podium is er dit jaar voor het eerst ook de Garden Stage. Op dat podium zullen vooral Belgische toppers en internationale ontdekkingen worden gepresenteerd. Om daar enkelen van te noemen: Sal La Rocca Band, Nicolas Thys Trio, Raphaël Imbert Quartet en natuurlijk op 14 juli onderdelen van 'Zorn at 60'.

Als toetje organiseert het Gent Jazz Festival de tentoonstelling 'The Art of the Obsessions Collective', met werk van onafhankelijke beeldende kunstenaars die John Zorn rond zich verzamelde. De tentoonstelling is een Europese première en te zien van 20 juni tot 28 juli in de Zebrastraat. Op vertoon van een festivalticket is de entree gratis.

Klik hier voor uitgebreide informatie over Gent Jazz 2013.

Labels:

(Jacques Los, 15.6.13) - [print] - [naar boven]





Concert
Wofo goes crazy: the music of Raymond Scott

The Wofo Sextette, zaterdag 1 juni 2013, Lokerse Jazzklub, Lokeren

De heren van Wofo (= with others, for others) sloten met hun Raymond Scott Tribute het reguliere concertseizoen af en deden dat met flair. Het optreden begon met 'La Morra' van de zestiende-eeuwse Brabantse componist Heinrich Isaac. De versie van Wofo klonk overtuigend mooi en hedendaags. Isaac zal dan wel een heel ander instrumentarium in gedachten gehad hebben bij het componeren, maar met hun polyfone jazzbewerking deed Wofo de compositie alle eer aan.

Na deze verrassende opener werd overgeschakeld naar het repertoire van Raymond Scott, door Michel Mast treffend omschreven als 'redelijk meesterlijke flauwekul'. Wofo toonde respect voor het 'redelijk meesterlijke' en behandelde de 'flauwekul' met een dosis ironie. De ensembles klonken hecht, met een timing op het scherp van de snede en met de klankkleur van de grote bigbands uit de dertiger jaren, maar met de inzichten van muzikanten van nu. 'The Penguin', 'Oil Gusher', 'Twilight In Turkey' (inclusief het citaat uit 'Istanbul (Not Constantinople)') en nog meer gekke muziekjes passeerden de revue. Bij 'Toy Trumpet' protesteerde kornettist Jon Birdsong even dat zijn kornet beslist geen speelgoedtrompet was...

Op het programma stonden ook eigen nummers, neergepend door bassist Xavier Verhelst. 'Soon The Sphinxes' werd een Koptische ska, waarin pianist Pieter Baert enkele kleine wonderen verrichtte op de voor- en achtergrond. In dat nummer speelde kornettist Jon Birdsong trouwens een heel sterke solo, waarmee hij het stuk plots naar de eenentwintigste eeuw projecteerde. In 'Singing Of The Numbers' etaleerde tenorsaxofonist Michel Mast zijn jazzbagage. 'Devil Drums' bood klarinettist Mattias Laga de kans om een folky Jiddische solo te spelen en bracht ook drummer Simon Raman op de voorgrond. Deze jonge drummer speelt nog maar enkele maanden bij Wofo, maar klonk alsof hij al jaren met de band optrekt. De minste bekende naam van de groep bleek een meer dan aangename verrassing.

De groep werd tot tweemaal toe teruggeroepen en besloot zo op meesterlijke wijze een meer dan geslaagde avond van een geslaagd concertseizoen.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Cees van de Ven.

Labels:

(Iwein Van Malderen, 14.6.13) - [print] - [naar boven]





Cd
Alkibar Gignor - 'La Paix' (Sahelsounds, 2012)

Opname: 2009-2011

Het door oorlog en stupiditeit verscheurde Mali kent een van de rijkste culturele tradities ter wereld. Zo is Djenné bekend vanwege de kleiarchitectuur, terwijl de maskers van de Dogon de insipiratie vormden voor elementen in het werk van Pablo Picasso. Timboektoe, voor velen alleen bekend uit de Donald Duck, huisde eeuwen geleden de grootste bibliotheek ter wereld. Waarschijnlijk is het echter de Malinese muziek, van Ali Farka Touré tot Tinariwen of Amadou & Mariam, die voor westerlingen de duidelijkste associaties met het land oproept.

Het uiterst sympathieke Sahelshounds, dat zich specialiseert in muziek uit deze regio, presenteert met Alkibar Gignor een band die harder rockt dan de traditionele Malinese muziek, maar dezelfde dansbaarheid heeft. Stilistisch bevindt Alkibar Gignor zich ergens tussen de Touareg-rock van Tinariwen en de zwarte muziek waar Mali om bekend staat. Zich voortbewegend op ezelswagens afgeladen met instrumenten en versterkers, reizen de bandleden de regio rond Timboektoe door. Impromptu-optredens worden even vaak betaald in zakken rijst als in geld.

Uiteraard roept deze exotische situatie idyllische beelden op bij westerse muziekconsumenten, die uit een mengsel van interesse en romantiek het ene na het andere Afrikaanse curiosum zouden kunnen aanschaffen. Zo was daar bijvoorbeeld enkele jaren terug het uitstekende Staff Benda Bilili, een Congolese band waarvan de dakloze leden in zelfgemaakte rolstoelen rondreden. Het risico bestaat dat westerlingen zich om de verkeerde redenen vergapen aan deze bands, door slechts aandacht te geven aan de onconventionele omstandigheden die buiten de muziek om bestaan. Gelukkig is dit soort cynisme meestal ongegrond en geldt ook voor Alkibar Gignor dat de muziek zonder achtergrondkennis nog steeds uitstekend is. 'La Paix', helaas momenteel een ironische naam in de regio rond Timboektoe, is bij vlagen meditatief en dansbaar, met hypnotische gitaarpartijen en eindeloze ritmes.

Het predikaat garage band, dat op de website en in persberichten extra aandacht krijgt, lijkt op de A-kant van de LP wat overtrokken, maar met name de laatste helft van B-kant maakt dit meer dan goed. 'La Paix' is in bescheiden oplage verschenen, maar gelukkig is er ook een download van vijf dollar. Wie van de zomer wil dromen van eindeloze woestijnnachten, maar toch ook flink wil dansen, doet er goed aan deze plaat aan te schaffen.

Meer horen?
Klik
hier om dit album te beluisteren.

Labels:

(Sybren Renema, 13.6.13) - [print] - [naar boven]





Artikel
Earl Hines: Fatha, de Vader


"Luisteren naar Earl Hines is net zoiets als tijdens een storm naast een ravijn staan," vond hoornist en musicoloog Gunther Schuller later. Een toucher van staal, verpakt in fluweel, oordeelde een ander. Whitney Balliettt merkte dat Hines een pas gestemde piano binnen twintig minuten perfect vals kon meppen. Saxofonist en arrangeur Budd Johnson werkte tussen 1934 en 1942 in het orkest van de pianist en hij maakte mee dat die soms met één klap van zijn linkerklauw een snaar van de Bechstein kon laten knappen. "Soms, na ons werk, stonden Trummy [Young] en ik er met onze vuisten op te rammen – bam! – om te zien of ook wij een snaar konden laten springen, maar dat lukte nooit!"

Naar aanleiding van het verschijnen van de gelimiteerde 7 cd-box 'Classic Earl Hines Sessions 1928-1945' bij het onvolprezen Mosaic Records blikt Eddy Determeyer in een uitgebreid artikel terug op deze legendarische pianist en bandleider, die meer nog dan Art Tatum hét voorbeeld was voor alle pianisten die na hem kwamen, van Teddy Wilson tot en met Thelonious Monk en Cecil Taylor.

Klik hier om het artikel te lezen.

Labels:

(Maarten van de Ven, 13.6.13) - [print] - [naar boven]





Festival
Moers Festival 2013 Part 1

vrijdag 17 t/m maandag 20 mei 2013, Freizeitpark & Rathaus, Moers

"Het zal duidelijk zijn dat een goede programmering en ervaring alleen geen garantie bieden voor een succesvol muziekfestival. Juist dit jaar, onder de druk van verminderde subsidies en achterblijvende sponsorgelden, was het programma als geheel weer iets minder ambitieus dan in de jaren daarvoor. Toch kon de organisatie een dag voor het einde al bekendmaken dat er een record aantal kaartjes was verkocht. Op vrijdagavond en zondag was de festivaltent namelijk uitverkocht. Hoewel het festival sinds jaar en dag ter verluchting wat r&b- en wereldmuziekachtige acts inroostert, is het toch bijzonder dat een grotendeels muzikaal uitdagende programmering in een klein stadje bijna 15.000 bezoekers trekt."

Onze correspondent ter plaatse, Ken Vos, doet verslag van dit festival in woord en beeld. Op de eerste dag, de zogenaamde 'Zorntag', zag hij optredens van formaties rond de New Yorkse saxofonist/componist John Zorn: Song Project, Illuminations, Holy Visions, The Alchemist, Moonchild, The Dreamers en Electric Massada. Na de Morning Sessions op dag twee zag hij The Dorf aan het werk.

Klik hier om zijn verslag in woord en beeld te lezen.

Labels:

(Maarten van de Ven, 11.6.13) - [print] - [naar boven]





Concert
Ode aan de Clube da Esquina

Lilian Vieira & Gideon van Gelder, zondag 2 juni 2013, Platformtheater, Groningen

De muziek waarmee de in Teresópolis (Brazilië) geboren zangeres Lilian Vieira opgroeide, heeft ze sedert 1999, toen ze naar Nederland verhuisde, eigenlijk nooit meer gezongen. Vandaar dat ze vorig jaar de kans om met pianist Gideon van Gelder een programma rond vocalist, gitarist en componist Toninho Horta uit te voeren, met beide handen aangreep. "Tegenwoordig is er zo veel slechte muziek in Brazilië," klaagde ze in het Platformtheater. "En jullie hebben, eh, Herman van Veen, toch? Gideon heeft in zijn jeugd veel goede muziek gehoord en ik ook. Dat zit er allemaal in." Behalve repertoire van Horta bracht het duo vooral werk van zanger, multi-instrumentalist en componist Milton Nascimento, een ander prominent lid van de Clube da Esquina. Dat collectief was rond 1970 in Belo Horizonte, parallel aan de bossanova van Rio de Janeiro, een vernieuwende kracht in de Braziliaanse muziek.

Van Gelder is een 'complete' pianist. Van alle markten thuis, met andere woorden. Met het ritmische Braziliaanse materiaal heeft hij niet de minste moeite – alsof zijn wiegje niet in Groningen, maar in Ipanema stond. Percussie-instrumenten miste je hier niet, integendeel. In zijn eentje is hij een volledig en volwaardig orkest. De intro van 'Sonhando Sobre Meu Primeiro Amor' was exemplarisch: al mijmerend van zijn allereerste liefde bouwde hij een intense solo op met daarin veel lucht. Hij manoeuvreerde heel listig een ritmisch ostinato in een song, dat vervolgens als een audiofosgeen achter je trommelvliezen bleef gloeien, terwijl hij alweer bezig was aan een vrije exercitie. Mijn enige punt van kritiek is dat hij misschien wat meer dynamiek in zijn spel zou kunnen brengen. Met name in de meer gevoelige ballades had hij de neiging, de zangeres te overspoelen.

Lilian Vieira, die velen vooral zullen kennen van de latin funkgroep Zuco 103, had vooral nummers gekozen die wortelden in oudere tradities, toen de Europese salonmuziek nog heerste in Rio. Ik maak me sterk dat Frédéric Chopin ook daar geliefd was. Dat je de teksten niet verstond hinderde niet: een gedicht blijft een gedicht. Trouwens, wat moeten we ons voorstellen bij De Stem van de Maan? Die Toninho Horta wist het wel, in zijn 'Pedra Da Lua'. In 'Aquelas Corsas Todas' werden de ritmes door vocaliste en pianist slechts vluchtig geïmpliceerd, wat uitstekend werkte.

"Ik had verwacht dat jullie wat meer zouden dansen," lachte Lilian quasi-teleurgesteld. Verdomd, ja. Daar waren we niet eens aan toegekomen.

Klik hier voor foto's van dit concert door Willem Schwertmann.

Labels:

(Eddy Determeyer, 8.6.13) - [print] - [naar boven]





Cd
Various artists - 'Ladies First!' (Intense, 2013)


Het is in het algemeen verstandig om goedkope verzameldoosjes met tien jazz-cd's met gepast wantrouwen te bezien. Alle kans dat het dubieuze, om niet te zeggen lukrake selecties betreffen, die bovendien nare kuren vertonen in je speler. Dat wantrouwen is niet gewettigd in het geval van 'Ladies First!'.

Het geluid is heel behoorlijk en de keuze goed te verdedigen. Opvallend is wel dat het allemaal zangeressen zijn, op pianiste en componiste Mary Lou Williams na. Op haar negen tracks horen we meer jazz dan op de rest van de set. Bij wijze van spreken. Waarom kreeg Williams, net als Ella Fitzgerald, Sarah Vaughan, Billie Holiday, Lena Horne, Anita O'Day en Ethel Waters geen complete cd? Per slot geldt zij als de belangrijkste vrouwelijke muzikant uit de jazzgeschiedenis.

Dat Waters hier zoveel aandacht krijgt, is overigens niet meer dan terecht. Niet alleen was zij zo ongeveer de allereerste echte jazzzangeres, de grote voorganger van Mildred Bailey, Holiday en Fitzgerald, met haar warme expressiviteit, haar timing en haar theatrale aanpak overklast ze ruimschoots haar begeleiders, onder wie de Dorsey Brothers en Benny Goodman.

Labels:

(Eddy Determeyer, 8.6.13) - [print] - [naar boven]





Concert
Passie, gedrevenheid en braafheid

Enrico Pieranunzi Trio, woensdag 22 mei 2013, Paradox, Tilburg

Wat is het toch een voorrecht om in een intieme setting als het Tilburgse Paradox artiesten van wereldformaat te kunnen zien en meemaken. Zoals ook dit concert van pianist Enrico Pieranunzi in zijn Europese trio met drummer Pieter Bast en bassist Jasper Somsen. Pieranunzi, geroemd om zijn kleurrijke composities, vloeiende improvisaties en technische perfectie, geldt als een van de grootste jazzpianisten van de wereld, dus de verwachtingen waren hooggespannen.

Misschien kwam het daardoor dat de eerste set toch wat tegenviel. Algemene indruk: leuk bandje, mooie muziek, maar wel erg braaf! Maar de pianomeester had een duidelijke opbouw in petto en naarmate het concert vorderde werden de stukken interessanter en uitdagender. En dat zat hem voornamelijk in Pieranunzi's ingenieuze improvisaties, gebaseerd op competentie, maar ontstaan vanuit passie en een enorme gedrevenheid. En door Somsen.

De samenwerking met Somsen ontstond door een album dat laatstgenoemde geheel wijdde aan muziek van de veelgeprezen pianist. Dat vereerde Pieranunzi zo, dat hij het plan opvatte een trio samen te stellen met hem en Pieter Bast. Geheel begrijpelijk, gezien de inventieve en originele benadering die Somsen aan de dag legt. Hij is technisch zeer begaafd, vingervlug en staat garant voor het avontuurlijke aspect in de arrangementen.

Dramatiek en melancholie zijn sterke drijfveren in Pieranunzi's composities en de gevoelige, verhalende melodielijnen zijn hartveroverend. Met het grootste gemak rolde het ene na het andere lyrische hoogstandje onder zijn handen vandaan, zoals 'Transitory Grace' en het wonderschone 'Where Stories Are', waarin ook Somsen ruimschoots de kans kreeg om de melodie te verkennen. De swing werd bepaald door de ritmische ongedwongenheid van de ervaren Bast. Intensief oogcontact en parelende zweetdruppels op zijn voorhoofd verraadden wel enige spanning bij de drummer, die soms het spreekwoordelijke bos in werd gestuurd, wanneer Pieranunzi totaal verdiept in zijn spel zijn eigen gelouterde weg ging.

Het is hem vergeven. Na een welgemeend applaus was de toegift van een dankbare Pieranunzi 'Every Smile Of Yours'. Dat zegt genoeg, denk ik.

Klik hier voor foto's van dit concert door Cees van de Ven.

Labels:

(Donata van de Ven, 7.6.13) - [print] - [naar boven]





Cd
Mostly Other People Do The Killing - 'Slippery Rock!' (Hot Cup, 2013)

Opname: 9 & 10 april 2012

Na een live-cd op het Clean Feed-label keert Mostly Other People Do The Killing terug naar de vaste stal Hot Cup, waarbij ze meteen weer aansluiten bij de traditie van over-the-top artwork en fake liner notes. Dat de muzikanten van het kwartet ook muzikaal met de glimlach de scheve schaats rijden, is gelukkig ook nog niet veranderd. Deze kerels spelen niet alleen jazz, ze spelen er vooral mee. Het begint al bij de composities van bassist Moppa Elliott, die doorgaans inzetten in een bekend, zelfs populair idioom: funky jazz uit de Blue Note-stal, bubblegum jazz, ongegeneerd groovend of als een klassieke ballad. Het basismateriaal wordt echter stevig onder handen genomen: de vier zijn kwistig met hun (enorme) mogelijkheden en hebben er duidelijk zin in.

Lang duurt het niet voor de muziek ontspoort. Herkenbaar ingezette thema's krijgen een slag van de molen: ze missen net die ene tel die het schema mooi zou doen kloppen en tijdens de solo's gaan de muzikanten er geheid helemaal over. Bovendien is drummer Kevin Shea zijn ongedurige zelve. Alleen in 'Dexter, Wayne And Mobley' blijft hij minutenlang in een normaal patroon hangen. Dat doet blijkbaar pijn, want elders haalt hij na enkele seconden reeds de klassieke ritmische spanningsboog overhoop en rammelt hij zijn collega's eens goed door elkaar, alsof hij een lange reeks fill-in's aan elkaar plakt.

Daar bovenop stoeit de groep met tempoveranderingen (of beter: verschuivingen) en zijn ze niet bang om in polyfone passages elk een eigen weg te gaan. Het mag dan ook duidelijk zijn: de voeten van de luisteraar dienen niet zozeer om te dansen, dan wel om eens goed mee te rammelen. Toch bewaart de muziek vaak een zekere toegankelijkheid. Moordaanslagen op de vaste metriek gebeuren net binnen een herkenbaar kader dat de muziek volgbaar houdt en de muzikanten vinden elkaar steeds op het juiste moment terug, al is het dan af en toe niet om zomaar het thema van het nummer opnieuw te geven. Zo moet de luisteraar het op het einde van 'Hearts Content' stellen met een aankondiging van de hoofdmelodie, zonder dat het spreekwoordelijk punt geplaatst wordt. In plaats daarvan tovert Shea een punky afterbeat uit zijn hoed en kruipt saxofonist Jon Irabagon in de huid van een slangenbezweerder.

Trompettist Peter Evans maakt het al even bont. De hem zo typerende, ongeëvenaarde energie en technische vaardigheden jagen hem in alle registers en van min of meer klassieke melodieën (hoewel die ritmisch steeds overkokend) naar reutelende geluidseffecten. Hij speelt dwars over alle maatsoorten heen, alsof hij geen besef heeft van de ritmesectie in zijn rug.

Irabagon blijft soms net iets langer in conventioneel vaarwater, maar schuift als hij wil vlot mee met de trompettist. Voor de ballad 'Can’t Tell Shipp From Shohola' genereert hij enkele niet mis te verstane stoombootgeluiden en in 'President Polk' wringt hij samen met Evans de nostalgische ondertoon van het stuk vakkundig de nek om met een dissonante, net-niet unisono cirkelende trompet-saxcombinatie.

De meest stabiele factor in het bandgeluid is bassist Moppa Elliott, die het mag gaan uitleggen bij de luisteraar, hoewel hij als componist minstens evenveel boter op het hoofd heeft als zijn collega's. Bij de Daltons van de hedendaagse jazz is niemand onschuldig.

Deze recensie verscheen eerder op Kwadratuur.be

Meer horen?
Hier kun je een sample van dit album beluisteren.

Labels:

(Koen Van Meel, 7.6.13) - [print] - [naar boven]





Concert
Weinig ritmische finesse bij New Cool

New Cool Collective, vrijdag 17 mei 2013, Simplon, Groningen

Twintig jaar New Cool Collective. Is het inderdaad al twintig jaar geleden dat ik als een godgek stond te dansen en te springen, in de Amsterdamse Meander, daar bij het Spui? Want de New Cool, dat was toch zo'n beetje het eerste jazzbandje waarop het jonge volk weer volledig op loos ging.

Zo gek veel is er sindsdien niet veranderd. Oké, de band heeft inmiddels overal ter wereld zijn sporen achtergelaten en en passant de ritmes van de ganse aardkloot opgezogen. Nou ja, de ganse kloot – in ieder geval de Amerika's en een groot deel van Afrika.

Dat knelt een beetje: je zou, gezien het aanwezige potentieel, meer ritmische finesse verwachten. Te veel nummers hebben een vergelijkbare groove, een amalgaam van jaren zestig funkjazz à la Lou Donaldson/Quincy Jones en een royale scheut afrolatin. Tekenend vond ik dat bij een stuk als 'Samba Kitsu' alle ritmische potentie oploste in een soort verdubbelde beat, gemixt met een al te voor de hand liggende hoempadreun. In het Afrikaanse 'Ogun', met zijn gezang en de ritmes van Jos de Haas en Frank 'Dokkie' van Dok, was de NCC wat dat betreft beter op stoom. Het is dus wel degelijk mogelijk dynamischer en meer gedifferentieerd te spelen. Ondanks de versterking. In dat verband vond ik het ook jammer dat leider Benjamin Herman zich voornamelijk bepaalde tot hoog en hard gesnerp. Blijkens zijn laatste solo-cd is hij inmiddels toch echt toegetreden tot het eerbiedwaardige gilde der 'klassieke' altisten. Tegelijkertijd moet ik toegeven, dat Herman, samen met trompettist David Rockefeller, in staat is een complete bigband te evoceren.

Rory Ronde is de gitarist die Anton Goudsmit onlangs verving. Ook hij lijkt zijn inspiratie te putten uit de jaren zestig. Doch waar Goudsmit een zingende fladderaar is, zoekt zijn vervanger het meer richting heavy metal. Mooi contrast, al met al.

Labels:

(Eddy Determeyer, 5.6.13) - [print] - [naar boven]





Cd
I Compani - 'Extended' (icdisc.nl, 2013)

Opname: 27 januari 2013

Mag het wel swingen, daar in Nijmegen? Neem 'The Happy Cooker', het slotstuk van deze liveregistratie. In de begeleidende tekst wordt gerept van 'een kokende, op zware jazzkost geïnspireerde compositie in New Orleans-stijl'. Daar hoor ik niks van: het stuk reutelt en strompelt maar door, acht en een halve minuut lang. Heb ik niet per ongeluk een verkeerde cd in de slede gestopt? Hm nee, het stuk daarvoor is wel degelijk Sun Ra's 'Enlightenment'. Maar in de compositie (van Bo van de Graaf) 'Sun Ra', waarmee de plaat opent, is de magister uit Germantown, Philadelphia nergens te bekennen. Toch wel een beetje in de geest van heer Ra, dat moet ik toegeven.

De enige solist die indruk maakt is Van de Graaf, saxofonist en leider van I Compani. De groep afficheert zich thans nadrukkelijk als 'Jazz & Film Music Ensemble'. Van de Graafs naar Gato Barbieri lonkende tenor is tegelijkertijd plechtstatig en zangerig.

Het optreden in LUX had een interactief karakter: zo konden de bezoekers via sms'jes opdrachten verstrekken en bezettingen suggereren. Ter plekke was dat ongetwijfeld heel onderhoudend. Achteraf moet vastgesteld worden, dat het gebodene vooral slap, cerebraal en verbrokkeld was.

Labels:

(Eddy Determeyer, 5.6.13) - [print] - [naar boven]





Festival
International Jazz Festival Middelburg 2013


"Opvallend is een tweetal bijna strijdige versies van Gershwins 'Summertime'. Op zondag kondigt Benjamin Herman de gouden keuze van zijn bassist voor deze klassieker met enige schroom aan. Deze wel zeer trage variant oogst lof! Op maandag verkiest Joshua Redman de oorspronkelijke aria om letterlijk verlichting te brengen in het door hemelwater geteisterde Abdijplein. De vliegensvlugge interpretatie doet de zon in ieder geval figuurlijk stralen."

Van vrijdag 17 mei tot en met maandag 20 mei bezocht Louis Obbens een verregend, maar kwalitatief hoogwaardig International Jazz Festival Middelburg. Op het Abdijplein zag hij concerten van Stephanie Francke, Tin Men And The Telephone, Bruut!, Ntjam Rosie, Kurt Elling, Gregory Porter, Mike Stern/Bill Evans Band, Benjamin Herman, The Bad Plus en Joshua Redman.

Klik hier om zijn uitgebreide festivalverslag te lezen.

Louis Obbens maakte ook een fotoverslag van dit festival. Bekijk het hier.

Labels:

(Maarten van de Ven, 3.6.13) - [print] - [naar boven]


Boek: 'Hammonditis' - Herbert Noord



Boek
'Hammonditis'

Door: Herbert Noord / Uitgave in eigen beheer, 2013

Herbert Noord is Hammondorganist, wijnverkoper en columnist, voor onder meer Draai om je oren. Degenen die deze website al een tijdje volgen, zullen bekend zijn met zijn licht cynische kijk op het jazzwereldje.

In 'Hammonditis', een eigen uitgave, heeft hij 46 stukjes gebundeld. De eerste helft gaat over het wel en (vele) wee van zijn muzikantenpraktijk. Blijkens een staatje in het boek is zijn instrument 192 keer zo zwaar als een blokfluit. Daar begint de ellende al.

Ik tekende ooit een conversatie op tussen tenorist Eddie 'Lockjaw' Davis en organist 'Wild' Bill Davis (geen familie). Jaws: "Ik heb negen jaar orgelgroepen geleid, mijnheer Bill Davis! Negen jaar duwde, reed, trok ik de aanhangwagen met het orgel. Negen jaar. Geloof me, allemaal vanwege jou! Mij hoef je niks te vertellen over orgels, me dingen op de mouw te spelden. Want negen jaar lang had ik last van maagzweren vanwege organisten, terwijl ik probeerde een bandje op de been te houden. Vanwege jou, mijnheer, Paaszondag 1951." Wild Bill: "Ik heb..." Jaws: "Ik praat vanavond tegen jou, omdat je mijn..." Wild Bill: "Dat waardeer ik..." Jaws: "Wil je wel luisteren? Jij hebt mij een leven gegeven, negen jaar lang."

Het is met andere woorden niet zomaar een muziekinstrument, zo'n Hammond B3. Toen ik nog jong en sappig was heb ik Carlo de Wijs eens geholpen zijn instrument de trap op te zeulen. Als hij me had verteld dat zijn Hammond 1650 kilo woog had ik hem ook geloofd.

Noord dist tal van smeuïge verhalen op over orgels die muurvast komen te zitten in een bocht van de trap en over deuren en ramen die eerst met kozijn en al verwijderd dienen te worden vooraleer het monster gloriërend zijn entree kan maken. Met als hoogtepunt een optreden tijdens een schoolfeest in slot Loevestein, waar een negental trappen genomen moest worden en het licht tijdens de afdaling ook nog eens uitviel. Tegelijkertijd wilde een groep scholieren dezelfde trap beklimmen. 'Gelukkig waren de kneuzingen tot blauwe plekken, schrammen en builen beperkt gebleven, maar de aanblik was er niet minder dramatisch om,' noteert de schrijver.

Wanneer je van Hammondjazz én van drank houdt, ben je bij Herbert Noord aan het goede adres. Een deel van de stukjes beperkt zich tot opmerkingen van diens klanten in de trant van 'bent u open?' en 'verkoopt u ook wijn?'. Liefhebbers van de cognac-parodie vieux, daar heeft Noord het niet zo op begrepen: 'Wij hadden twee merken in het vak staan. Als er een klant om vroeg dan zei ik: "Wilt u de motechte of de krimpvrije?" Al die jaren dat ik dit zinnetje lispelde is er nooit, ik herhaal nooit, iemand geweest die vroeg: "Wat zegt u daar?"'

Het zal duidelijk zijn, dit lichtvoetige werkje wekt eerder een glim- dan een schaterlach op. Jammer, tenslotte, van het slordige taalgebruik.

Meer weten?
Klik hier voor een interview met Herbert Noord.
Klik hier om het boek te bestellen.

Labels:

(Eddy Determeyer, 3.6.13) - [print] - [naar boven]





Concert
De sound van het jonge spul

Kapok & Reinier Baas & The More Socially Relevant Jazz Music Ensemble, Young VIPs Tour, donderdag 23 mei 2013, Platformtheater, Groningen

Sound, daar draait het om bij deze jonge VIPs. Dat is een hele opluchting na de generaties van notenvreters die hen voorafgingen.

Bij Kapok is het de sound van de hoorn. Een uitgesproken klassiek instrument, dat zijn solofaam in hoofdzaak te danken heeft aan toongedichten die aan de jacht gewijd zijn. Die kwaliteit staat voorop in het eerste nummer, 'Flatlands'. Morris Kliphuis geeft hier het signaal dat de drijfjacht is afgelopen en dat het hoogste tijd is voor een Jägermeister in de bibliotheek van het jachtslot. Dat de muziek van Kapok niet voor watjes is bestemd, wordt duidelijk in een compositie die als werktitel 'Americana' heeft en die meandert tussen stevige grooves en vrij ritselwerk. De drie muzikanten vormen een echte band: gezamenlijk wordt er aan hetzelfde weefsel gewerkt. 'Nausicaa' klinkt als een klassieke jazzballad (om de gedachten te bepalen: 'I Should Care') en een vrije jam die opent met keiharde beats van drummer Remco Menting, wiens koebelpatronen de ruggegraat van de improvisatie vormen, mondt uit in 'Missing Link'. Intussen wordt het weefsel ontrafeld en volgens een nieuw patroon in elkaar gebreid.

Meer nog dan bij Kapok speelt de sound een cruciale rol bij het More Socially Relevant Jazz Music Ensemble van gitarist Reinier Baas. De line-up, met twee altsaxofoons, is een vondst. Twee tenoren, dat zijn we wel gewend; twee alten is andere koek. Beiden, Maarten Hogenhuis en Ben van Gelder, lijken Lee Konitz op hun huisaltaartje te hebben staan. Ze bezitten voldoende overeenkomsten om mooi te mengen, unisono of harmonisch, maar er zijn ook verschillen. Het geluid van Hogenhuis is, zoals zijn naam al doet vermoeden, hoog, stevig en puur, en hij heeft de neiging de melodische mogelijkheden van het gespeelde materiaal grondig uit te spitten. Van Gelder werkt meer springerig en zijn geluid is rafeliger en dieper dan dat van zijn collega. Samen met baas Baas kan de saxtandem een gigantische boventoonrijke bromtol evoceren. Dat is het geval in 'The Giant Everywhere', waarin de band echt als een orkest klinkt, een glad ensemble met een intrigerend vlekkenpatroon. Halverwege breekt de muziek bijna doormidden, maar drummer Mark Schilders pikt de draad handig op en leidt het MSRJME naar een bevredigend slot.

Moeten we 'The Second Coming Of The Homunculus' lezen als een ode aan, casu quo waarschuwing voor de komst van de artificieel intelligente robot? Afgaande op het strompelende ritme zou ik zeggen van wel. Voorts was de Homunculus niet van echt te onderscheiden en dat mag best een beetje angstaanjagend genoemd worden.

Cees van de Ven maakte op maandag 27 mei een fotoverslag van de Young VIPs Tour bij Jazzpower in Eindhoven. Klik hier voor foto's van het concert van Kapok en hier voor foto's van The More Socially Relevant Jazz Music Ensemble.

Meer horen en zien?
Vandaag wordt de Young VIPS Tour afgesloten in Den Haag; daar treden beide bands aan op het nieuwe Cutting Edge Jazz Festival in Theater Dakota. Klik hier voor meer informatie.

Labels:

(Eddy Determeyer, 1.6.13) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...






Menupagina's:

Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Neerpelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.