Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 




Cd
Yuri Honing Acoustic Quartet – 'True' (Challenge, 2012)


Een contract bij ECM kan veel betekenen voor een muzikant. Dat illustreert de casus van Wolfert Brederode, die inmiddels als bandleider twee albums voor de platenmaatschappij mocht opnemen en onderwijl in Nederland uitgroeide tot een heuse ster. Hier, in het kwartet van landgenoot en saxofonist Yuri Honing, is Brederode ook van de partij, samen met Joost Lijbaart – waarmee de toetsenist overigens eerder een intiem dubbelalbum opnam – en contrabassist Ruben Samama, kort geleden nog lid van het Jef Neve Trio. Een line-up die bepaalde verwachtingen schept kortom, want Samama durft al eens naar de elektronische effecten te grijpen, Lijbaart kan zijn percussie quasi-melodisch aanwenden en over lyriek moet men Brederode niets meer leren: potentieel genoeg in deze band. Ook Honing heeft, zo blijkt meteen, kaas gegeten van het schrijven van prachtige thema's. Toch is 'True' geen overweldigende plaat, precies omdat het kabbelen hier schijnbaar tot het motto van de hele cd verwordt. Waardoor, hoe gloedvol de muziek ook, de luisteraar blij mag zijn als hij of zij aan het eind van de rit nog wakker is.

Men zou dit akoestisch kwartet kunnen vergelijken met een hoog opgeleide cinematograaf die op een desolate locatie een film wil maken. De beelden zijn schitterend, de crew werkt fantastisch samen, maar toch lééft het eindresultaat niet, omdat er geen verhaal is, geen diepe, universele emotionaliteit. Precies dat uitdragen van een verhaal waar een publiek in kan meeglijden, is wat op 'True' mankeert, of het zou altijd hetzelfde relaas moeten zijn: dat van het gebroken hart, de van hoop verstoken minnaar, de wegkwijnende epicurist. De melodieën zijn er absoluut naar: in de bijna meditatieve kalmte – hoewel Lijbaart niet bepaald als een watje zit te drummen – kan iedereen wel een flard van zichzelf oppikken. Desalniettemin blijft 'True' een te eenzijdig album, waarop het hele mogelijke spectrum helaas vernauwd wordt tot een enkele soort muzikale beleving.

Voor 'True' bestaat er zeker een publiek, maar of dat in de traditionele jazzkringen moet gezocht worden, is maar de vraag. De klankrijkdom van het album wordt gelukkig wat opengetrokken, bijvoorbeeld door Brederode op harmonium te laten spelen, maar dan nog blijft Honing een fluisterende melancholicus die zich geen energetische escapades permitteert. De reprise van bepaalde thema's versterkt nog het gevoel dat de luisteraar onderweg in een lucide dromer verandert, in een toestand half wakend, half slapend het album oppikt, met leidmotieven die de mystieke ervaring zouden moeten vergroten. 'True' is wat dat betreft echter te weinig ambitieus, want ook een droom kan op zijn minst spannende, erotische of geestverruimende connotaties hebben.

Deze recensie verscheen eerder op Kwadratuur.be

Meer horen?
Klik
hier voor korte geluidsfragmenten van 'True'.

Labels:

(Jan-Jakob Delanoye, 29.8.12) - [print] - [naar boven]





Festival
Jazz Middelheim 2012 Part 1


"De weergoden waren deze editie van het zeer sympathieke Jazz Middelheim-festival zeer welgezind. Het prachtige en iets te warme weer bracht de talrijke bezoekers er toe zich op kleedjes en stoeltjes rondom de grote festivaltent te vestigen, om dan vanuit de verte de diverse optredens te bekijken en te beluisteren. Vooral op de vrijdag en zaterdag – de dagen dat de publiekstrekkers hun opwachting maakten (Toots Thielemans en Paolo Conte) – was elke grasspriet van het toch al ruime festivalterrein bezet en moesten bezoekers aan de cateraars en toiletten hun weg zigzaggend vinden langs en soms zelfs over de festivalgangers heen."

Jacques Los bezocht de eerste dag van Jazz Middelheim. Hij doet verslag van de concerten van het Kris Defoort Trio, The Night Of The Jazz Guitars featuring Larry Coryell & Philip Catherine en John Zorn / Bill Laswell / Milford Graves.

Klik hier om zijn festivalverslag te lezen.

Cees van de Ven maakte een fotoverslag van deze eerste dag van Jazz Middelheim, donderdag 16 augustus. Klik hier om zijn foto's te bekijken.

Nabeluisteren?
Alle concerten van Jazz Middelheim werden door de Vlaamse radiozender Klara uitgezonden.
Klik hier om de bovengenoemde concerten te beluisteren.

Labels:

(Maarten van de Ven, 27.8.12) - [print] - [naar boven]





Cd
Esa Pietilä – 'Karhea' (Fiasko Records, 2009)

Opname: 6-8 juni 2007

Solo-improvisaties van niet-harmonische instrumenten zullen altijd een niche-genre blijven. Waar bijvoorbeeld pianisten en gitaristen zichzelf kunnen begeleiden en zo een extra raamwerk aan de muziek kunnen bieden, musiceren blazers, percussionisten of zangers nadrukkelijker onbegeleid. Dit staat de wijde verbreiding van het solo-optreden op deze instrumenten in de weg, aangezien een harmonisch raamwerk houvast biedt voor de luisteraar. Ook van de solist wordt meer gevraagd, aangezien het volledig impliciet blijven van akkoorden een vrijheid met zich meebrengt die maar weinigen aankunnen. Doordat er geen, of minder, rekening gehouden hoeft te worden met de verticale component van de muziek, worden improvisaties vaak duidelijker horizontaal, hetgeen inhoudt dat akkoorden worden opgeofferd voor een grotere aandacht voor het narratieve element van de solo. Eenzelfde flexibiliteit geniet het ritme, dat niet meer bedoeld is om een connectie met de medemuzikanten te zijn, maar duidelijker dan ooit in dienst van de muzikant staat. Op sommige, meer radicale solo-improvisaties, is het ritme daardoor niet meer dan een bijproduct van dat muziek zich nu eenmaal in de tijd ontvouwt.

De Finse saxofonist Esa Pietilä interesseert zich nadrukkelijk voor alle bovengenoemde kenmerken van het onbegeleid improviseren. Hij treedt regelmatig solo op en besteedt ook in persberichten speciale aandacht aan deze kant van zijn muzikale activiteiten. Zodoende mag voor Pietilä de lat hoog gelegd worden. Gelukkig slaagt hij erin zijn ambities grotendeels waar te maken. Zijn techniek en emotionele bereik zijn groot genoeg om de aandacht vast te houden. Op zijn solo-opname, 'Karhea', ontvouwen zich lang gesponnen monologen naast abrupte uitbarstingen. Sommige stukken zijn bijna pastoraal, terwijl andere stukken directer naar de jazz verwijzen of lijken op een modern-klassieke sequenza. Het lijkt alsof Pietilä al zoekend soms vergeet aandacht te besteden aan de stroomlijn van zijn overpeinzingen en meer wil communiceren dan op één album past.

Dit alles maakt dat 'Karhea' beter werkt als exposé over de mogelijkheden van de solo-saxofoon dan als coherente studie van één onderdeel hiervan. Dit is zowel een zegen als een vloek; een oninteressante passage zal de luisteraar niet lang tarten, maar tegelijkertijd mist Karhea de rigide conceptie die de grootste soloalbums kenmerkt als uitingen van een specifieke identiteit. Bovendien is Pietilä niet op alle vlakken even vakkundig. Zijn alternatieve blaastechnieken, boven-, multi- en microtonen zijn dik in orde, maar zijn rapsodisch vermogen doet minder overtuigend aan dan zijn expressionistische neigingen. Toch weet hij, niet in de laatste plaats door een toon met een aangenaam randje, de luisteraar meestal te boeien.

Meer horen?
Klik
hier om delen van dit album te beluisteren.

Labels:

(Sybren Renema, 24.8.12) - [print] - [naar boven]





Festival
North Sea Jazz 2012 Part 5


De thematische bakens zijn op de afsluitende dag minder richtinggevend dan de eerste twee dagen. Ondanks het gegeven dat wederom een boeiende muzikale zoektocht gaat plaatsvinden, slaat bij menig bezoeker een gevoel van melancholie toe omdat het slotakkoord aanstaande is. Een geheel nieuw seizoen aan muziek op de diverse podia tempert niet het gevoel dat dit grootse jazzspektakel weer voor een jaar wordt beëindigd.

Deze mijmeringen verdwijnen snel bij het eerste optreden van Joshua Redman en The Bad Plus. Zij laten er geen twijfel over bestaan dat de blazer, als 'artist in residence', wederom gedreven en vakkundig te werk gaat. Door de verbintenis aan te gaan met het onstuimige, onorthodoxe pianotrio blijkt Joshua Redman zijn ultieme troefkaart voor de laatste dag van het festival te hebben bewaard. In de geest van het handelsmerk van The Bad Plus - pakkende, geconstrueerde avant-garde met een herkenbare groove van rock en pop - weet de saxofonist te excelleren. De hoornist is er zelfs debet aan dat de The Bad Plus meer overhelt naar de jazz met een meer diende rol van de ritmesectie. Het zijn de fantasierijke en krachtig dansende uithalen die bij vlagen om niets anders vragen.

Waardig maar niet zo zeer verrassend is het optreden van 'leading' pianist Brad Mehldau. In de Hudson, normaliter niet fluisterstil, kun je deze keer een speld horen vallen. Het toegestroomde publiek krijgt waarvoor het gekomen is: poetry-in-motion in vaak herkenbare composities. Licht, rekbaar, al even harmonieus als ritmisch, wordt de fantasievolle Mehldau, figuurlijk en bijna letterlijk de vleugel ingezogen.

De dansende en meer fusiongerichte en dappere stijl van Hiromi staat hierbij enigszins in de schaduw. De frêle Japanse weet ook begeestering maar meer ongeremde speeltrant te koppelen aan muzikale virtuositeit. Na een vleugje innemend spel van de breekbare Jim Hall gaat het enigszins mis bij de aanzuigende werking van de popsterren Janelle Monae en D'Angelo. Uitloop en vertragingen zorgen voor een desillusie en drijft een deel van het publiek naar het onlosmakelijke slot, waarin de oude rotten Benny Golson en voormalig 'activist' Archie Shepp als vanouds acteren. De korte kennismaking binnen het genre wereldmuziek in de Congo brengt het warme stemgeluid van Fatoumata Diawara gelardeerd met Afrikaanse ritmes.

De slotscene in dezelfde zaal zorgt voor een niet alledaagse samensmelting tussen de Malinese diva Omou Sangaré en de banjospeler Béla Fleck. Na een blue-grass intro door de banjomaestro sluit de majestueuze Sangaré zich aan, begeleid door een zangeres, een spetterende kamale ngoni-harpspeler, een bassist en een percussionist. Melodisch en geëngageerd, met verbeeldingskracht en vol avontuur vindt een geslaagde kruisbestuiving plaats.

Klik hier voor een fotoverslag door Louis Obbens van de derde en laatste dag van North Sea Jazz 2012, zondag 8 juli.

Labels:

(Louis Obbens, 24.8.12) - [print] - [naar boven]





In memoriam
Von Freeman


We schrijven 1982. Een mooi idee van de organisatie van het Groninger openluchtfestival Sterren in het Bos was dat. Vader en zoon Von en Chico Freeman, beiden tenorsaxofoon, op hetzelfde podium. Von, eveneens vader van alle jazzsaxofonisten van Chicago, versus Chico, die een stuk moderner speelde en niet vies was van opwindende fusion-experimenten.

Nou, het was al snel duidelijk wie hier de lakens uitdeelde. Met zijn kwikzilveren timing, zijn ideeënrijkdom en zijn voorkeur voor - laten we zeggen - laterale geluiden, stond Chico duidelijk op punten voor op het moment dat een stel boefjes uit de buurt de elektrische voorzieningen van het festival onklaar wist te maken. Vanzelfsprekend speelde het kwintet gewoon door. Edoch: waar was Chico gebleven? Ja, hij stond er nog wel, daar links op het podium, en je zag dat hij nog blies en de kleppen beroerde. Maar horen, ho maar. Zijn pa daarentegen, bogend op jarenlange ervaring in luidruchtige bluesclubs, immense ballrooms en geanimeerde dansavonden in boerenschuren, hoefde slechts een of twee tandjes bij te zetten om de duizenden festivalgangers naast en rond de vijver van het Sterrebos moeiteloos te bereiken.

Ja, dat geluid van Von Freeman. Sinds 11 augustus kunnen we dat nog slechts via de plaat beluisteren, die losjes in en uit de harmonieën glijdende dwarse sound. Begin jaren vijftig was hij een van de eerste leden van het Arkestra van toetsenspeler en esotericus Sun Ra. "Hij nam mij aan omdat iedereen in Chicago beweerde dat ik fout speelde – maar hij mocht dat wel! Hahaha! Ik paste prima in zijn orkest. Toen speelde ik nog alt."

Zelf luisterde Earle Lavon Freeman Sr. behalve naar de geijkte meesters Coleman Hawkins en Lester Young vooral naar Dave Young (geen familie), de tenorist van de band van de gebroeders Roy en Joe Eldridge. "Om je de waarheid te vertellen," verduidelijkte hij ooit, "ze beweren dat mijn sound zo origineel is – maar dat is-ie niet. Ik heb die van Dave Young. Wat het dan ook is wat ik heb," voegde hij daar relativerend aan toe. "Wat de saxofoon betreft, heeft hij mij heel wat bijgebracht over rieten en mondstukken."

Zo rond zijn elfde begon Freemans carrière in de showbusiness, als tapdanser in de dansstudio van Sadie Bruce. Op de DuSable Highschool had hij het geluk, de legendarische Captain Walter Dyett als muziekleraar te krijgen. Gene Ammons en Benny Green waren klasgenoten. Hij speelde met jazz- en showensembles en met bluessterren als Jimmy Reed en Muddy Waters maakte hij uitgebreide tournees. In 1965 sloot hij zich aan bij de (toen al 'ouderwetse') floorshow van zanger en entertainer Milt Trenier, de jongste telg van de fameuze Trenier Brothers.

Pas in de jaren zeventig, toen hij de vijftig al gepasseerd was, kreeg hij internationale erkenning. Dat dat zo lang duurde had ongetwijfeld te maken met het gegeven dat hij nooit van zijn geliefde Chicago naar New York verhuisde, wat iedere jonge jazzmuzikant geacht werd te doen. Liever speelde hij avond aan avond in de Enterprise, El Matador of de Green Lounge, waar hij de goeroe was van de generaties van saxofonisten die na hem kwamen. Von Freeman werd 88.

Labels:

(Eddy Determeyer, 21.8.12) - [print] - [naar boven]





Cd
Various artists - 'The Rough Guide To The Music Of New Orleans' (Music Rough Guides/Music & Words, 2012)


Aan deze twee schijfjes heb je gegarandeerd genoeg voor een compleet feestje, van de sherry tot het moeizaam bij de positieven komen op de koude canapé. Het volk, heb ik gemerkt, wil niets anders meer zo gauw het de eerste track heeft gehoord.

'The Rough Guide' geeft een ruw beeld van de New Orleans-funk, vanaf Jessie Hills 'Ooh Poo Pah Doo' uit 1960 tot het geluid van vandaag. Met de nadruk op de scene zoals die zich thans manifesteert in Tipitina's, in de Maple Leaf Bar, in DB's. Zeker, de muziekgemeenschap heeft een gevoelige knak gekregen van Katrina, maar New Orleans heeft in het verleden al hetere vuren doorstaan. Niet eens zo gek lang geleden huppelde ik weer blij van zin achter de Treme Brass Band, in de gelijknamige wijk.

Als je alle muziek op deze dubbel-cd onder één noemer zou moeten vangen, zou dat 'feest' zijn. Dat aspect was altijd al kenmerkend voor de muziek in de Crescent City. Voor de ragtime en vroege jazzmuziek van dik honderd jaar geleden gold dat, maar a fortiori voor de zwarte straatorkesten. Daar komt dat funky second line-ritme uiteraard vandaan. Er bestaat ontmoedigend weinig geluidsmateriaal van vooroorlogse brassbands, maar dáár hoor je al de clave-ritmes die veertig, vijftig jaar later de jukeboxen zouden gaan domineren.

De toonaangevende groep van de jaren zestig en zeventig was The Meters en in hun hit 'Look-Ka Py Py' voel je inderdaad het diepe funky latinritme. Earl Kings 'Street Parade – Part 1' kun je op je feestje gerust een tijdje op de repeat zetten. Ook de laatste twitteraars en systeembeheerders kunnen nu niet langer stilzitten. De geschiedenis van de Black Indians gaat terug tot de cultuur van de slaven die in de achttiende en negentiende eeuw naar de indianen in de moerassen en de wouden vluchtten. In het recente verleden kon de muziek van die Black Tribes nog wel eens ontaarden in incoherent geschreeuw en getrommel. Niets van dat alles bij Big Chief Monk Boudreaux. Meer dan één pijl heeft de grote hoofdman niet nodig om midden in de funkroos te schieten.

'Zulu King' van de gebroeders James en Troy Andrews dateert van 2004, toen Troy nog echt een beetje Trombone Shorty was. Het staat me vaag bij dat ik hem in 1992, toen hij - zes jaar oud - al een band had, in de stad aan het werk heb gezien. Inmiddels is deze kleinzoon van Jessie Hill de bekendste bandleider van New Orleans en verre omstreken. Paplepel en zo. Verwacht van Papa Grows Funk ('Soul Second Line') de juiste Treme-stemming en datzelfde geldt voor de New Orleans Nightcrawlers ('Hold ’em Joe'), die onbekommerd feesten en daarbij ook nog eens messcherpe collectieven blazen. De Engelse pianist en zanger John Cleary, die na een bezoek aan een oom in New Orleans in de stad is blijven plakken (een serieus gevaar), is meer op de softsoul-toer. Beetje richting Steely Dan. Los Hombres Calientes zoeken het bewust richting wortels van de roots, het ritme van Haïti. Moet ik verder gaan?

De tweede cd bevat uitsluitend materiaal van Dumpstaphunk, de groep van de volgende generatie Nevilles. Er wordt wel gezegd dat zij de Meters van de jaren tien gaan worden, maar dat lijkt mij een wat voorbarige claim. Ook al gezien het niveau van de overige bands. Maar ze spelen inderdaad moddervet. De nadruk ligt evenwel op de zang en dat was bij The Meters niet het geval. Ook protestsongs staan op het repertoire van Dumpstaphunk, liedjes die de Staple Singers 'message songs' zouden noemen.

Het dansende zootje zal het worst wezen.

Labels:

(Eddy Determeyer, 18.8.12) - [print] - [naar boven]





Scene report
Sterke opening Jazz Middelheim doorgezet in nachtelijke jamsessie


De opening van Jazz Middelheim 2012 mocht er wezen, met sterke performances van het Kris Defoort Trio, een team van vijf topgitaristen (met glansrollen voor Larry Coryell en Philip Catherine) en 'invallers' John Zorn, Bill Laswell en Milford Graves, die er in slaagden Ornette Coleman niet zozeer te doen vergeten - ze brachten ook werk van de zieke saxofonist - alswel in spirit en beleving op te roepen. Mooi om te zien hoe Zorn Coryell inviteerde om even mee te komen spelen en hem daarna opjutte nog eenmaal alles uit de kast te trekken in de vrije regionen. Het belooft overigens zonder meer een topweekend te worden voor de organisatie, qua weersverwachting én bezoekersaantal.

De aansluitende jamsessie in De Singel, die dit jaar onder leiding staat van trompettist Bart Maris, is overigens ook zeer aanbevelenswaardig. De sessie deze nacht was in ieder geval van een constant hoog niveau, met wisselende settings, waaronder het Gentse trio De Beren Gieren, saxofonist Edward Capel, trompettiste Ellister van der Molen, pianisten Oscar Jan Hoogland, Bob Wijnen en Free Desmyter en gitarist Matthias Van de Wiele van Moker. Inderdaad, veel Nederlandse muzikanten ook! Zij slaagden er met vlag en wimpel in om tot diep in de nacht te blijven boeien met prikkelende muziek. De marathonsessie eindigde rond half drie, toen de nog aanwezige trompettisten hun bekers in de zeepsop doopten en met fraaie klankballonnen een coda plaatsten in de warme, zwoele nacht.

Klara zendt alle concerten van Jazz Middelheim overigens live uit; je kunt het festival hier volgen in geluid en beeld. Er staan toffe filmpjes op met live-fragmenten en backstage-interviews met de optredende muzikanten door Lies Steppe. Worth checking out!

Labels:

(Maarten van de Ven, 17.8.12) - [print] - [naar boven]





Festival
Gent Jazz 2012 Part 4


"Met zijn optreden op Gent Jazz presenteert tenorsaxofonist Robin Verheyen (Turnhout, 1983) zijn New York Quartet plus de kersvers uitgebrachte cd 'Trinity'. Het is dan ook niet gek dat Verheyen, op wiens ontwikkeling geen maat lijkt te staan, kiest voor een setlist die volop hieruit put. Bij deze muzikanten staat alles in dienst van het geheel. Ze brengen muziek die continu nieuwsgierig maakt naar de daaropvolgende ontwikkeling. De band klinkt welhaast volmaakt ingespeeld, als een working band. Knap! De combine Gress-Davis is een twee-eenheid. Gress 'fingerpickend' en met bite spelend, Davis veelzijdig en gedreven. Het kwartet brengt vrije muziek met genoeg melodische en ritmische cues, zodat het altijd spannend en boeiend blijft."

Christel de Krosse en Maarten van de Ven bezochten de vierde dag van het Gent Jazz Festival. Zij doen verslag van de concerten van Ninety Miles, het Robin Verheyen New York Quartet, The Bad Plus featuring Joshua Redman en Melody Gardot.

Klik hier om hun festivalverslag te lezen.

Cees van de Ven maakte een fotoverslag van de vierde dag van Gent Jazz 2012, zondag 8 juli. Klik hier om zijn foto's te bekijken.

Labels:

(Maarten van de Ven, 16.8.12) - [print] - [naar boven]





Nieuws 
John Zorn vervangt zieke Ornette Coleman op Jazz Middelheim


Nadat Ornette Coleman dinsdagavond liet weten dat hij door een voedselvergiftiging was geveld, zag de organisatie van Jazz Middelheim, dat vandaag begint, zich genoodzaakt snel in te grijpen in het programma. Meteen na het bericht over het wegvallen van Coleman toonde John Zorn, vriend van het festival, zich bereid om op het vliegtuig te springen en hem vanavond te vervangen. Hij brengt voor dit concert twee muzikanten mee, en niet de minste: het trio John Zorn/Bill Laswell/Milford Graves is meer dan een waardige vervanger.

Vorig jaar beleefde Jazz Middelheim een muzikaal hoogtepunt met een dag rond componist/saxofonist John Zorn. Zijn concert van 1999 op Jazz Middelheim met het Masada Quartet werd op het Tzadik-label uitgebracht. Ook bassist Bill Laswell was reeds eerder te gast op Jazz Middelheim en speelde in 2008 een fenomenale set in het park. Deze twee tenoren worden versterkt door percussionist Milford Graves, die vaak samenwerkt met John Zorn. Graves maakte faam in de free jazz aan de zijde van onder meer Sun Ra, Albert Ayler en Don Pullen. Maar de echte fijnproevers zullen hem vooral herinneren als lid van het voortreffelijke New York Art Quartet, aan de zijde van John Tchicai, Roswell Rudd en Reggie Workman.

Klik hier voor meer informatie over het programma van Jazz Middelheim 2012.

Labels:

(Maarten van de Ven, 16.8.12) - [print] - [naar boven]





Cd
Frode Gjerstad & Paal Nilssen-Love - 'Gromka' (Not Two, 2010)

Opname: 11 & 20 juni 2008

Frode Gjerstad is een relatief onbekende oudgediende in de Scandinavische freejazz-scene. In vergelijking met bijvoorbeeld de jongere Fredrik Ljunkvist, Sten Sandell, Mats Gustafsson of Raymond Strid treedt Gjerstad internationaal schijnbaar minder vaak naar buiten. Toch is hij in eigen land een grote jongen, die in 1997 tot jazzmuzikant van het jaar werd uitgeroepen en als prijs zijn eigen band mocht samenstellen: een trio met de onverslaanbare ritmesectie van William Parker en Hamid Drake. Hoewel dit een aantal naar verluid goede optredens en opnamen opleverde, bracht zelfs deze supergroep Gjerstad niet veel meer zichtbaarheid.

Hij werkt echter onverminderd door en 'Gromka' een live-document van een ontmoeting tussen Gjerstad op rieten en de onvermijdelijke Paal Nilssen-Love op drums, is het resultaat. Nilssen-Love heeft van het sparren met saxofonisten een specialiteit gemaakt: Vandermark, Brötzmann, McPhee en Gustafsson behoren allen tot de reguliere partners van de Noorse slagwerkbeul. Gjerstad heeft echter een veel minder declamerende stijl en beperkt zich, zelfs op basklarinet, tot de hoge registers. Het resultaat is een speelse plaat, die nog het meest lijkt op heg vol kwetterende vogels.

In tegenstelling tot andere aficionados van vogelgeluiden, van Eric Dolphy tot Olivier Messiaen, hanteert Gjerstad geen composities. Hierdoor kan het eentonige gesputter soms wat vermoeiend werken. Evenzeer kost het Nilssen-Love af en toe moeite het delicate altissimo van Gjerstad niet te verpletteren met krachtige press-rolls. Tegelijkertijd is het juist deze delicate balans die de beste duo-platen kenmerkt: waar op sommige momenten de muzikanten elkaar tegenwerken, valt op andere momenten alles op zijn plek. Die spanning maakt dat wat op het eerste gezicht een lelijk eendje lijkt, toch een mooie zwaan blijkt te zijn.

Meer horen?
Klik
hier om stukken van dit album te beluisteren.

Labels:

(Sybren Renema, 14.8.12) - [print] - [naar boven]





Festival
Swingin' Groningen


"De man die café-restaurant Het Goudkantoor binnenbeent is middelbaar, kaalgeschoren, gebruind en geïrriteerd. "Wat een ouwelullenmuziek, zeg!", roept hij. "Hadden ze er geen deejay neer kunnen zetten? Moet ik m'n vader weer uit zijn graf laten herrijzen?" "Leve de ouwe lullen!", roept een nog wat oudere heer met Tom Poeskapsel, die net een biertje en een appelsap aan het bestellen is. De ouwe lullen in kwestie zijn prille twintigers Odei Al-Magut en Aleksander Paal, beiden Rus, die zo-even het Northern European Jazz Talent Contest hebben gewonnen."

Van donderdag 12 tot en met zaterdag 14 juli 2012 vond in de binnenstad van Groningen het festival Swingin' Groningen plaats. Onze correspondent ter plaatse Eddy Determeyer zag er concerten van Odei Al-Magut, Aleksander Paal, Madeline Bell, Bl3nder, Kris Berry , Mezzoforte, Colman Brothers, Jamal Thomas Band, Randy Brecker & Mike Del Ferro Trio, Concertgebouw Jazz Orchestra featuring Dr. Lonnie Smith en Blinxma, Buma & Van Erk.

Klik
hier om zijn festivalverslag te lezen.

Willem Schwertmann maakte een fotoverslag van Swingin' Groningen. Klik hier om zijn foto's te bekijken.

Labels: ,

(Maarten van de Ven, 11.8.12) - [print] - [naar boven]





Cd
Robin Verheyen NY Quartet - 'Trinity' (52 Creations, 2012)

Opname: 30 maart 2011

Als jazzmuzikant het hoofd boven water houden in België, en bij uitbreiding in gans Europa, is niet evident. Echter niet alleen om financiële redenen, maar ook om ervaring op te doen en contacten te leggen, reizen musici vaak af naar de overkant van de oceaan om in Amerika een bestaan op te bouwen. Dat een leven in New York voor de virtuozen heel wat betekent, staat vast, gezien men er geregeld naar verwijst in biografieën. Is het de ritmiek van de wereldstad, of toch vooral de wetenschap dat jazz er nog een plek heeft in het reguliere muzikale circuit? Of is ook dat idee stilaan achterhaald en zijn het in de eerste plaats toeristen die de duurdere jazzclubs verblijden met hun aanwezigheid?

Geld zal voor saxofonist Robin Verheyen ongetwijfeld niet doorslaggevend geweest zijn, toen hij de biezen pakte richting Verenigde Staten. De man is nog geen dertig, maar studeerde en werkte al in Parijs en Amsterdam en op plaat was hij de voorbije jaren niet zelden te horen in verschillende bezettingen. Een kameleon die zich in diverse settings thuis voelt, is hij niet echt. Hij heeft een typerende stijl, die hij zoveel mogelijk getrouw blijft en actief wil exploreren in nieuwe bezettingen. De magie van zijn composities kon hij in het Narcissus-kwartet bijvoorbeeld naadloos laten aansluiten op improvisaties met een quasi-mystieke coherentie tussen de verschillende partijen. Verheyens stijl is intelligent, maar blijft intuïtief en probeert het zuiver gerationaliseerde te omzeilen. Ook op zijn laatste album 'Trinity' is het verlangen om puur te musiceren wederom aanwezig, echter zonder voor gemakkelijke oplossingen te kiezen.

Dat Verheyen trompettist Ralph Alessi en Thomas Morgan, twee felbegeerde vogels uit de Amerikaanse jazzscene, wist warm te maken voor zijn verhaal, betekent niet niets. Het kwartet wordt vervolledigd door drummer Jeff Davis. Evenals zijn twee kompanen vindt hij moeiteloos aansluiting bij de gemeenschappelijke taal die zijn twee landgenoten en Verheyen ontwikkelden. De afwezigheid van een klavier is opvallend, maar komt niet onverwacht; met Narcissus toonde de frontman al niet bijster geïnteresseerd te zijn in de traditionele pianorol van opzwepend medium of veilige hoeksteen. Echt avontuur ontstaat dikwijls zonder ijzersterke harmonische onderlaag en precies de totale vrijheid die zo ontstaat, is wat men op 'Trinity' verheerlijkt. Inderdaad zijn de bas van Morgan en de drums van Davis niet sturend in harmonische zin; ze zorgen, bijvoorbeeld reeds in opener 'Intro To Rr_Rr', voor een pulsatie, die de mogelijkheden van de solist echter niet beknot.

Een valkuil van het pianoloze kwartet is dat alle houvast wegvalt en dat er zomaar wat getoeterd wordt. Niet zo bij Verheyen en co, die door middel van mooi uitgetekende composities zoveel mogelijk een bepaald kader voor de improvisaties bedachten. Toch heeft wat op 'Trinity' gebeurt heel af en toe de schijn van banaliteit; vanuit een compositie de improvisatoire toer op, om vervolgens doodleuk met beide voeten terug (aan) te (be)landen bij het vertrekpunt. De hyperkinetische, soms maniakale drift van Alessi helpt evenmin om elke compositie tot een waardevol geheel om te vormen. Een nummer 'volmaken' wordt hier en daar opgevat als het opvoeren van virtuoze kunststukjes zonder echte muzikale meerwaarde.

Over het geheel genomen is 'Trinity' echter een album dat inspireert. Nummers of collectieve improvisaties die eerst wat triviaal leken, winnen gaandeweg aan betekenis, en zo blijkt de hele puzzel niet zo willekeurig als een eerste luisterbeurt zou doen vermoeden. Behekste nummers als 'Roscopaje', waaruit een energie opstijgt die men amper in woorden kan vatten, zijn op 'Trinity' helaas ondervertegenwoordigd. Dat het avontuur in New York voor Robin Verheyen een verrijking is geweest, is duidelijk voor wie dit album naast ander werk van deze muzikant plaatst, maar vernieuwender dan Narcissus is de nieuwe formatie van de saxofonist niet.

Deze recensie verscheen eerder op Kwadratuur.be

Labels:

(Jan-Jakob Delanoye, 9.8.12) - [print] - [naar boven]





Festival
North Sea Jazz 2012 Part 4


"De Hudsonzaal werd in 2006 in het leven geroepen als vervanger van de legendarische Jan Steenzaal, 'de kelder' in Den Haag. Nog steeds mijmeren bezoekers over hoe ze er uren ineengekrompen op de grond zaten, in een bloedhete ruimte genietend van topjazz, gebracht door ondertussen lang verdwenen, mythische figuren als Art Blakey of Jacky McLean. De Hudson mag dan niet dezelfde sfeer uitstralen, je kan er wel rustig op een stoeltje zitten en in vrij comfortabele omstandigheden van de concerten genieten. Vandaag tekenen artist in residence Joshua Redman en The Bad Plus er voor het openingsconcert. Een combinatie die vuurwerk belooft. Redman is sowieso één van de meest bevlogen saxofonisten van zijn generatie. Het opmerkelijke pianotrio The Bad Plus werd met hun interpretatie van 'Smells Like Teen Spirit' zelfs heel even hip in rockkringen."

Geert Vandepoele bezocht voor Draai om je oren de derde festivaldag van het North Sea Jazz Festival, zondag 8 juli. Hij zag er concerten van Joshua Redman & The Bad Plus, het Brad Mehldau Trio, Jim Hall & Scott Coley, het Wayne Shorter Quartet en het Archie Shepp Quartet.

Klik hier om zijn festivalverslag te lezen.

Geert Vandepoele maakte tevens een fotoverslag van de derde dag van North Sea Jazz 2012. Klik hier om zijn foto's te bekijken.

Labels:

(Maarten van de Ven, 9.8.12) - [print] - [naar boven]





Artikel
Coleman Hawkins: veertig jaar lang de architect van de jazz


"Fotograaf Duncan Schiedt merkte ooit op dat je nooit zou denken dat Coleman Hawkins een muzikant was, wanneer je hem op straat tegenkwam. Eerder een bankier, een arts of een advocaat. Toen cornettist Bobby Hackett eens naast de Hawk in een vliegtuig zat dat de muzikanten terugbracht van Austin naar New York, zei hij tegen de stewardess: 'Juffrouw, u dient zich te realiseren dat deze mijnheer hier 's werelds grootste saxofonist is. Wanneer hij wensen heeft, kunt u er dan zorg voor dragen dat die ook vervuld worden?' Met als gevolg dat de gastvrouw elk kwartier met de brandyfles langs kon komen."

Naar aanleiding van het verschijnen van de 8 cd-box 'Classic Coleman Hawkins Sessions 1922-1947' op het Mosaic-label staat Eddy Determeyer in een uitgebreid artikel stil bij de saxofoongrootheid Coleman Hawkins. Hij laat zien dat Hawkins aan de respectieve wiegen van achtereenvolgens swing, bebop, rhythm & blues, hard bop, soul jazz en free jazz stond, terwijl hij en passant de jazzballad en mood music uitvond.

Klik
hier om zijn artikel te lezen.

Labels:

(Maarten van de Ven, 6.8.12) - [print] - [naar boven]





Voorbeschouwing
ZomerJazzFietsTour 2012


Op de laatste zaterdag van augustus gaat voor alweer de 26ste keer de ZomerJazzFietsTour van start. Het is met stip Nederlands meest originele, actuele en avontuurlijke impro- en moderne jazzfestival. Langs een prachtige route door het Reitdiepdal, ten noordwesten van Groningen, kan een keuze gemaakt worden uit 25 concerten in middeleeuwse kerkjes en boerenschuren. Dit opmerkelijke fietsfestijn brengt een internationaal gevarieerd programma met actuele jazz- en improvisatiemuziek uit Nederland, België, Duitsland en de VS.

Deze editie introduceert een speciaal thema met muziek uit Scandinavië op de toepasselijk genaamde Nordic Route. Volgens beproefd concept kan per fiets de nieuwe jazz worden verkend. De Nordic route behelst de toonaangevende groepen Atomic en Zanussi Five. Beide formaties zijn ruim tien jaar actief en spelen een belangrijke rol in de levendige Scandinavische jazzscene. Verder speelt de Deense gitarist Hasse Poulsen met Das Kapital composities van Hanns Eisler. Het Zweeds-Noorse duo Håkon Kornstad/Ingebrigt Håker Flaten gaat met oude Noorse hymnes aan de haal. De Deense bassist Joel Grip is te horen met musici uit Parijs en Berlijn en onder de noemer NL/NO Duo's spelen Michael Moore en Eric Boeren met respectievelijk Per Zanussi en André Roligheten uit Noorwegen.

Speciale samenwerkingen zijn verder mee te maken bij een nieuw duo uit Boston: Jorrit Dijkstra/Pandelis Karayorgis of bij het New Yorkse duo Ingrid Laubrock/Tom Rainey, die bassist Wilbert de Joode voor het eerst gaan ontmoeten. De bijzondere Berlijnse trompettist Axel Dörner is te horen met duo Ab Baars/Ig Henneman. Andere bekende en vertrouwde gezichten zijn onder meer: Han Bennink, Sean Bergin, Tobias Delius, de Dutch Impro Academy, Bart Maris, Jozef Dumoulin, Paul van Kemenade, Corrie en de Grote Brokken en Talking Cows.

De afsluiter wordt dit jaar de band Maison Du Malheur, met vrolijke rootsmuziek. De tent tegenover de molen in Garnwerd is de plek waar dit zich afspeelt en waar de fietsverhalen bij elkaar komen. Want vijfenentwintig acts op één dag is te veel voor een jazzfietser. Soms spelen fantastische bands tegelijkertijd op kilometers afstand van elkaar. Daarom vereist de ZomerJazzFietsTour behoorlijke voorbereiding en gedegen planning. Maar, dat is alleszins de moeite waard!

Dus klik hier voor meer en uitgebreide informatie.

Meer weten?
Lees ons verslag van de ZomerJazzFietsTour van vorig jaar.

Labels: ,

(Jacques Los, 4.8.12) - [print] - [naar boven]





Cd
John Abercrombie Quartet – 'Within A Song' (ECM Records, 2012)

Opname: september 2011

De afgelopen jaren profileerde John Abercrombie zich vooral met een kwartet waarin zijn ingetogen spel werd aangevuld met dat van violist Mark Feldman. Op 'Within A Song', een ode aan de jazz van de jaren zestig, heeft Abercrombie er echter voor gekozen Feldman te vervangen door tenorist Joe Lovano. Ook heeft hij bassist Thomas Morgan omgewisseld voor de iets robuustere en meer ervaren Drew Gress. Net als in het vorige kwartet is Joey Barron slagwerker van dienst. Diens vermogen om zowel de verstilde solo's van Abercrombie als de expressieve Lovano te begeleiden, is wat deze plaat grotendeels bij elkaar houdt.

Het is interessant om het contrast tussen Abercrombie en Lovano te overdenken. Waar de één via jazzrock en fusion bij de kamerjazz van ECM terechtkwam, is de ander vooral een erfgenaam van de postbop van onder meer zijn mentor Joe Henderson en één van de weinige echt uitdagende muzikanten in dat overbevolkte genre. Op 'Witin A Song' ontmoeten de twee muzikanten elkaar ongeveer halverwege, hoewel Abercrombie zichzelf te zeer ondergeschikt maakt aan de van nature dominantere Lovano. Diens bijdragen zijn relatief melodisch, lyrisch en doen denken aan de duetten die hij opnam met pianist Hank Jones. Abercrombie kruipt vaak dicht tegen de saxofonist aan, zodat er een warme, bijna drukkende sfeer ontstaat, die veel van Abercrombie's betere werk kenmerkt. Hierbij cijfert hij zichzelf soms wat al te nadrukkelijk weg, maar het wederzijds respect tussen beide solisten maakt een hoop goed.

Net als het samenspel is de keuze voor het materiaal duidelijk gebaseerd op affectie. Composities van John Coltrane, Ornette Coleman, Bill Evans en Miles Davis worden liefdevol uitgevoerd. Hetzelfde geldt voor enkele standards die onmiddellijk verwijzen naar historische uitvoeringen, zoals 'Where Are You?', dat voor altijd verbonden zal blijven met Sonny Rollins' 'The Bridge', een kwartetopname waarop de aan Abercrombie verwante Jim Hall een prominente rol speelt. Handig opgezette composities van Abercrombie geven het geheel wat meer eigenheid dan wanneer er alleen standards zouden worden uitgevoerd. Met name 'Within A Song', een directe verwijzing naar het eveneens door Rollins' geliefde 'Without A Song', is een slimme manier om historie aan eigen inzichten te koppelen. Door dit soort subtiliteiten is deze plaat er een geworden die bol staat van de nuance en communicatie, en waarop spierballenwerk wordt geschuwd. Dat daarbij de muzikanten op eieren lopen, is kenmerkend voor Abercrombie's visie en mag zodoende niet als een verrassing worden beschouwd.

Meer horen?
Op de ECM-
webpagina van dit album kun je het nummer 'Where Are You' beluisteren.

Labels:

(Sybren Renema, 3.8.12) - [print] - [naar boven]





Festival
Gent Jazz 2012 Part 3


"Er zijn in de jazz en bij uitbreiding in de muziekwereld weinig zekerheden. Dat Axl Rose in de backstage zijn tot stof weergekeerde glorie ruimschoots compenseert met pretentie is er een van. Een andere is dat bij het boeken van Dave Douglas of Joey Baron het publiek van een festival al minstens één straf concert te horen krijgt. Nog beter is het natuurlijk om ze samen te zetten en ze te combineren met tenorsaxofonist Joe Lovano. Dat Lovano en Douglas met Sound Prints (de bandnaam is een knipoog naar Shorters 'Footprints') uitgerekend een eerbetoon aan de muziek van Wayne Shorter willen brengen, maakte hen tot het ideale 'voorprogramma'. Al was er geen plaats voor blinde adoratie; Shorter werd geëerd met composities van Douglas en Lovano. Wat Shorter kreeg aan muzikaal oprechte erkenning, verloor hij aan Sabam-inkomsten."

Koen Van Meel bezocht de derde dag van het Gent Jazz Festival. Hij doet verslag van de concerten van Combo 42 featuring Stefano Di Battista, het Fabrice Alleman New QuarTeT, het Dave Douglas-Joe Lovano Quintet en het Wayne Shorter Quartet.

Klik hier om zijn festivalverslag te lezen.

Cees van de Ven maakte een fotoverslag van de derde dag van Gent Jazz 2012, zaterdag 7 juli. Klik hier om zijn foto's te bekijken.

Labels:

(Maarten van de Ven, 1.8.12) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...






Menupagina's:

Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Neerpelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.