Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 




Cd
Steve Lehman Octet - 'Travail, Transformation And Flow' (Pi Recordings, 2009)

Opname: 22 december 2008

Het kan soms als een schok aankomen als je de wereld van componist/altsaxofonist Steve Lehman binnenwandelt. Het is geen gedoe met swing, in de blues geworstelde uithalen of ouderwetse groove die verder borduurt op klassieke jazz. Hoewel er duidelijk banden zijn met het verleden, is Lehmans blik steevast op de toekomst gericht. Welkom in de wereld van de sci-fi jazz.

Sinds zijn eerste wapenfeiten viel al op dat de lange snaak met de nasale sound nooit zou zorgen voor conventionele resultaten. Hoewel zijn muziek nog aansluit bij jazz, incorporeert die ook elementen uit avant-gardemuziek, funk en hiphop, en dat op zo'n manier dat je een volstrekt unieke tussenvorm krijgt. En of hij het nu doet in intieme context (zoals op 'Demian As Posthuman') of in grotere bezetting (zoals op dit album); het blijft werken met onvoorspelbare songs en structuren die met een schijnbaar mathematische doelgerichtheid evolueren.

De band die hij daarvoor rond zich verzamelde, is ook niet van de minste; stuk voor stuk bestaat die uit jonge talenten of gevestigde waarden met een reputatie voor avontuur. Vooral de rol van drummer Tyshawn Sorey staat opnieuw centraal: zijn gebroken ritmes en met funk rotzooiende speelstijl staat soms loodrecht op die van de klassieke jazzdrummer. Hier geen extraverte hoogstandjes, stuwende drive en rollende roffels, maar een functionele dienstbaarheid, waarbij de volledige kit aangewend lijkt te worden als een melodisch instrument.

De stijl is voldoende divers (zo is 'Waves' ongewoon traag, slepend en minimalistisch), maar doorgaans overheerst hier een gevoel van onrust, een nerveus en wriemelend ongemak dat zich vertaalt in ongrijpbare muziek die even raadselachtig als vertrouwd aanvoelt. Er zit een enorme creativiteit in deze muziek, maar ze is niet van de 'we-zien-wel-waar-we-eindigen'-soort. Hier is aan gewerkt, aan geslepen, aan bijgesleuteld, en alle onderdelen lijken dan ook bij elkaar te passen zoals puzzelstukjes die steeds - ook al is het via een omweg - op hun plaats terechtkomen.

Lehmans ongrijpbare melodieën lijken wel van kwikzilver, zo vinnig vliegen ze aan je oren voorbij. Het levert ook een mooi contrast op met de dromerige vibes van Chris Dingman en de pompende tuba van Jose Davila (bekend van Henry Threadgills Zooid). Een andere troef is dat dit album de tijd niet krijgt om te vervelen. De acht songs klokken af onder de veertig minuten. Bovendien is de afsluiting met de hiphopklassieker 'Living In The World Today' van GZA/Genius een even gepast als verrassend idee. Zelden hoorde je een jazzband zó inventief, zó vooruit op zijn tijd klinken.

Meer weten?
Luister
hier naar 'Echoes', het openingsnummer van deze cd.

(Guy Peters, 31.10.10) - [print] - [naar boven]





Concert
Poëzie en vuur

Joost Lijbaart & Wolfert Brederode + guests, dinsdag 24 augustus 2010, De Roode Bioscoop, Amsterdam

De Roode Bioscoop, een van de oudste theaters van Amsterdam, is hét podium voor bijzondere concerten. Ernst Reijseger, Nelson Latif, Ramon Valle, Harmen Fraanje en Martin Fondse traden er al op. Concerten dus, die eigenlijk iedereen gehoord zou moeten hebben. Zo ook het duo Wolfert Brederode (piano) en Joost Lijbaart (drums), die onder andere materiaal van de in 2006 opgenomen duo-cd 'One' presenteerden. Het duo werd deze avond aangevuld door de gasten Yuri Honing (saxofoon) en Tony Overwater (bas).

Brederode en Lijbaart, gekend om hun melodieuze, fijnzinnig en lyrische spel, lieten hier in eigen composities en standards ook een temperamentvolle kant horen. Stevige ritmes en bijna ruwe klanken vormden een nieuw en verfrissend geluid, wat door het expressieve saxofoonspel van Yuri Honing nog wat extra pit kreeg. Een klein nadeel was dat de saxofoon in dit kleine zaaltje behoorlijk hard overkwam en de piano soms nauwelijks te horen was.

Prachtig en ongetwijfeld een hoogtepunt van dit concert waren de duostukken van het album 'One'. Een meeslepend repertoire, waar passie en intuïtieve dialoog tussen piano en drums ongehoorde en buitengewoon flexibele details in hun samenspel aan het licht bracht: een nooit ophoudende ontdekkingsreis. De harmonie en emotie in een door Brederode gearrangeerd Armeens volkslied was bijvoorbeeld weer een proeve van de kwaliteit van deze muziek; het ontroert en betovert iedereen die ernaar luistert.

Een virtuoos en intens ensemble, dat volledig thuis is in pure jazzmuziek, klassieke structuren en de magie van Armeense folkmuziek.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Siebe van Ineveld.

(Sabine Fleig, 31.10.10) - [print] - [naar boven]





Concert
Duo en internationaal kwintet zorgen voor een kwaliteitsconcert

Paul van Kemenade Duo & Quintet, zondag 24 oktober 2010, SJU Jazzpodium, Utrecht

Met pianist Stevko Busch vormt altsaxofonist Paul van Kemenade een duo. Onlangs hebben ze de cd 'Contemplation' uitgebracht. Die titel dekt de lading. Ook tijdens de opening van dit concert; prachtige ingetogen muziek! Op Russische klassieke muziek (Glazoenov) geïnspireerde composities van Stevko Busch en originals van pianist Dollar Brand oftewel Abdullah Ibrahim werden subtiel en soulful uitgevoerd. De muzikale pianistische begeleiding vormde een prachtige ondersteuning voor de met een warm en vol geluid geblazen relaxte improvisaties van Paul van Kemenade.

Na de pauze trad Van Kemenade op met zijn internationale Quintet, bestaande uit trombonist Ray Anderson, gitarist Frank Möbus, bassist Ernst Glerum en drummer Han Bennink. Het behoeft geen betoog dat hier het neusje van de zalm van de impro-jazzers bij elkaar stond. Sinds 2008 komen ze al twee keer per jaar bij elkaar om te toeren in binnen- en buitenland. Het zijn gelouterde muzikanten die het vrije improviseren inmiddels in de genen hebben zitten.

Het repertoire dat van een ieder, met uitzondering van Han Bennink, composities bevat is zeer divers. Het omvat vrije interpretaties op de verschillende stijlaspecten in de jazz, waaronder bebop, swing, latin en funk.

Het eerste nummer verwees naar de roemruchte bebop. Trombonist Anderson soleerde stevig en fanatiek en bewees één van de meest virtuoze en betere trombonisten te zijn in de jazzwereld. Zijn inbreng en enthousiasme was zichtbaar en culmineerde in een boeiend, circular breathing geblazen solo-intro halverwege de set.

Ook Van Kemenade liet zich niet onbetuigd. Aangestoken door Anderson en de stuwende ritmesectie (Glerum en Bennink) soleerde hij krachtig, stijlvol, rap en met relevante funky uithalen. Paul van Kemenade is onmiskenbaar één van Nederlands meest 'zwarte' (funk en soul) hedendaagse jazzsaxofonist.

Hoewel Möbus' inbreng bescheiden was, werd zijn op klankkleuren gebaseerde compositie - zeer sereen en intens - geconcentreerd en gecontroleerd uitgevoerd. Evenzo indrukwekkend was de gevoelvolle vertolking van Charlie Hadens 'Song For Che'. Met Han Bennink, merendeels stuwend en swingend achter slechts een snaredrum, kan deze Paul van Kemenade-avond als een hoogtepunt worden beschouwd.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Maarten Jan Rieder.

(Jacques Los, 28.10.10) - [print] - [naar boven]





Cd
Ahmad Jamal - 'The Complete Ahmad Jamal Trio Argo Recordings 1956-62'
(Mosaic Records, 2010) 9 cd


Als er in de jazzgeschiedenis iemand aan te wijzen is die goed en diep heeft nagedacht over het concept van het pianotrio, is dat Ahmad Jamal. Na zijn baanbrekende opnamen uit de Pershing Ballroom in Chicago deden ook Bill Evans en Brad Mehldau hun duitjes in het zakje, maar de basis vinden we dus hier, op deze luxe box met negen glorieuze cd's. Essentieel is, dat hij het trio in wezen als een orkest zag. De andere secties heten Israel Crosby (bas) en Vernel Fournier (drums) en de taakverdeling zal in hoofdlijnen door de leider uitgedacht zijn, maar kreeg al spelend haar definitieve vorm.

Daarbij zorgde de zeer dynamisch werkende Jamal ervoor dat niet alles dichtgemetseld werd; zijn orkest heeft nog het meeste weg van dat van pianist Count Basie, dat zoveel meer lucht bezat dan de concurrentie. Zoals van een schilderij de essentie vaak ongeschilderd blijft, zoals de ziel van een gedicht soms in het wit tussen de regels te lezen is, zo laat Jamal bijna meer weg dan hij daadwerkelijk speelt. Dat kan een onverwacht grappig resultaat opleveren. In het nummer 'That’s All', opgenomen tijdens een uitzonderlijk geïnspireerde avond in de Spotlite Club in Washington DC, in september 1958, laat het trio geroutineerd een gat vallen van een maat of acht. Op dat moment fluit iemand uit het publiek de weggelaten frase, waarna het trio de draad onverstoorbaar oppikt.

De collectie opent met een studiosessie van twee jaar eerder. In het eerste nummer van cd nummer een, 'Volga Boatmen', laat Vernel Fourner al die relaxte New Orleans-streetbeat horen die het trio, pardon, het orkest anderhalf jaar later een grote hit op zou leveren, met de acht minuten durende exercities rond het thema van 'Poinciana'.

Je zou kunnen beweren dat de stilering van het Ahmad Jamal Trio soms afglijdt naar een zeker maniërisme. Maar ach, wat een schitterend maniërisme!

Deze recensie verscheen eerder in Jazz Magazine.

Meer weten?
Klik
hier voor een interview met Ahmad Jamal.

Labels:

(Eddy Determeyer, 28.10.10) - [print] - [naar boven]





Concert
Every inch a Holland

Dave Holland Quintet, zaterdag 23 oktober 2010, Bimhuis, Amsterdam

Kennen, nee, persoonlijk kennen doe ik bassist Dave Holland niet. Maar het zou me verbazen wanneer hij niet een bescheiden, goedlachse gentleman was, wars van kouwe drukte en holle heethoofdjes. Every inch a Holland. De wilde honden in zijn Quintet mogen uit alle macht aan hun tuigjes rukken, de menner houdt glimlachend de touwtjes stevig in handen.

Dat is inderdaad de indruk die je krijgt van een concert door het Dave Holland Quintet. De sidemen kunnen hijgend en schuimend van verlangen aan maatstrepen en akkoordschema's trekken, het flegma van de leider houdt hen keurig in het gareel. Die onverstoorbaarheid zal ook trompettist Miles Davis aangesproken hebben, toen die de Engelsman in 1968 voor zijn band vroeg. Ook in de hoogste tempi blijven de solo's van dit Pietje Precies onder controle. Aan de andere kant hoef je van hem in een nummer als 'Walking The Walk' geen walking bass te verwachten. Zijn Walk is eerder een huppelpasje.

De thema's kunnen parallelle lijnen zijn die door de blazers Robin Eubanks (trombone) en Chris Potter (saxofoons) getrokken worden, of, en dat is spannender, een soort mozaïeken waarbij Eubanks en Potter hun steentjes eendrachtig aan het patroon bijdragen. Daarbij spreidt de ritmesectie voor hen een comfortabel bedje zonder uitstekende springveren. De band als geheel werkt als het spreekwoordelijke Zwitserse uurwerk. Of moeten we tegenwoordig zeggen: als de spreekwoordelijke chipsmachine van ASML?

Eubanks soleert soms op basis van melodische fragmentjes die hij dan laat muteren, maar hij kan ook heel ouderwets à la Kid Ory met vette smears de boel lekker onderkotsen. Potters solo's zijn keitjes die over het water van een vijver springen – alleen blijft zijn sax langer in de lucht dan die steentjes. Ondertussen heeft zijn tenor een majestueus geluid, dat hij in het al genoemde 'Walking The Walk' breeduit etaleert.

De meest intrigerende bijdragen kwamen van Steve Nelson op vibrafoon en marimba. Wat is deze man gegroeid de laatste vijftien jaar! Hij soleert niet zozeer in lijnen alswel in ogenschijnlijk geïsoleerde statements. In harmonisch opzicht heel avontuurlijk, zodat het beeld van Thelonious Monk duidelijk doorkwam. En zeg nu zelf, is er in het Bimhuis een mooier beeld denkbaar?

(Eddy Determeyer, 27.10.10) - [print] - [naar boven]





Cd
PitchWhiteStorm – 'Four Layers Of Abstraction' (PWS II, 2010)


Als je als kunstenaar door middel van een muzikaal stuk een bepaalde emotie wilt overdragen en de luisteraar begrijpt deze emotie, dan heb je kwaliteit. Fluitist Jeroen Pek, toetsenist Stormvogel, slagwerker Onno Witte, bassist David de Marez Oyens en geluidskunstenaar Mark Thur schijnen met hun tweede album 'Four Layers of Abstraction' elke muzikale emotie aan de man te willen brengen. Of deze heren met hun subtiele
dodecafonische en gecontroleerd chaotische muziek hierin slagen, zal de individuele luisteraar voor zichzelf moeten bepalen. Wel kan ik met zekerheid zeggen dat de leden van PitchWhiteStorm hun reis door mystieke toestanden en muzikale psychose goed doorstaan.

Samen met special guest violist Oene van Geel hebben de leden van PitchWhiteStorm het album 'Four Layers of Abstraction' van een bijzonder sferisch karakter voorzien. Als psychedelische muziekliefhebber mis je wellicht de vertrouwde hypnotiserende ritmes en soundscapes, maar de muzikaliteit van deze topinstrumentalisten maakt dit eventuele gemis meer als goed. 'Four Layers of Abstraction' is een mengeling van akoestische en analoge instrumenten, die live door elektronische en digitale machines worden gemanipuleerd. Dat deze doorgewinterde jazzmuzikanten talent hebben voor het improviseren van structuurloze klanken staat vast. Echter zul je als onervaren luisteraar deze tocht door psychedelische jazzmuziek misschien niet zonder slag of stoot doorstaan. Maar voor wie op zoek is naar creatieve muzikale uitbundigheid, is een ontdekkingsreis door de pitch white storm zeker een aanrader.

Hebben ze met 'Four Layers Of Abstraction' een muzikale deeltjesversneller uitgevonden? Ontdek het zelf. Drie van de vijf nummers van het album zijn hier te beluisteren: 'Bottom Quark', 'Penta Quark' en 'Hadron Collision'. PitchWhiteStorm zou er goed aan doen eens met de wetenschappers van CERN - een Europese organisatie die fundamenteel onderzoek doet naar elementaire deeltjes - in gesprek te gaan. Ik verheug me in ieder geval al op een derde album, hopelijk opnieuw gevuld met baanbrekende (en hypnotiserende) kwantummuziek.

(JanWillem Höppener, 27.10.10) - [print] - [naar boven]





Artikel
Mike Zinzen: schets van een rijkgeschakeerd muzikaal leven


"Mike Zinzen is in Nederland weinig bekend, al trad hij begin jaren tachtig tot Sint Juttemis toe, het Zeeuwse muziekgezelschap van Dies le Duc. Le Duc is een componist die bij het schrijven rekening houdt met de mogelijkheden van zijn musici. Zo speelt Zinzen op de elpee 'Sint Juttemis 3' een lyrische, spanningsvolle solo in 'Quandjeterattetironttirez'. Spreek die titel maar eens hardop uit. Je krijgt dan niet alleen een goede indruk van de ritmische mogelijkheden van zo'n stuk, maar ook van die van Zinzen."

Vorig jaar hing de Belgische jazzmuzikant Mike Zinzen zijn altsaxofoon aan de wilgen, daartoe gedwongen door gezondheidsredenen. Naar aanleiding van de zojuist verschenen cd 'Flashes & Crashes', met opnamen van het Mike Zinzen Quartet uit 1994, kijkt Kees Stevens terug op de carrière van de altsaxofonist, die een periode van ruim zestig jaar omspant.

Klik hier om zijn artikel te lezen.

(Maarten van de Ven, 27.10.10) - [print] - [naar boven]





Voorbeschouwing
Nieuwe concertserie: 'Van Kemenade Invites...'


De Tilburgse altist Paul van Kemenade is een bezig baasje. Naast het leiden van zijn eigen Paul van Kemenade Quintet en zijn International Quintet (met daarin Frank Möbus, Han Bennink, Ray Anderson en Ernst Glerum) is hij druk met diverse projecten en bands in Duitsland. De meeste van die concerten gaan Tilburg voorbij, vandaar dat het jazzpodium Paradox dit seizoen met een nieuw initiatief van start gaat, getiteld 'Van Kemenade Invites...' De altsaxofonist nodigt diverse (inter-)nationale gasten uit, met elke avond twee sets in drie verschillende bezettingen.

Vanavond, woensdag 27 oktober, gaat het project in première met de eerste editie. De bezetting van de eerste set valt uiteen in twee delen. Het begint met het duo Paul van Kemenade en pianist Stevko Busch. Als duo brachten zij dit jaar een prachtig en veelgeprezen album ('Contemplation') uit. Daarnaast in deze set een optreden van de groep Borderhopping, met Eckard Koltermann (basklarinet/baritonsax), Achim Krämer (drums), Benjamin Trawinski (bas), Stevko Busch (piano) en Paul van Kemenade. In de tweede set speelt Paul van Kemenade met een gloednieuw kwartet met daarin Eric Boeren (trompet), Serigne Guye (percussie) en Wilbert de Joode (bas).

De volgende edities van 'Van Kemenade Invites...' staan gepland in 2011: op 23 maart, 20 april en 21 september.

Klik hier voor meer informatie.

(Maarten van de Ven, 27.10.10) - [print] - [naar boven]





Nieuws
Winnaars Edison Jazz/World 2010


Afgelopen vrijdag maakte de Edison Stichting de winnaars van de Edison Jazz/World-prijzen bekend. Peter Beets en het Jazz Orchestra of the Concertgebouw krijgen de Edison Jazz Nationaal voor het album 'Blues For The Date'. Trompettist Christian Scott wint de Edison Jazz Internationaal voor de plaat 'Yesterday You Said Tomorrow'.

De Edison Jazz voor beste vocale prestatie gaat naar José James en Jef Neve, die samen het album 'For All We Know' maakten. Gitarist Lionel Loueke krijgt het Edison-beeldje in de categorie World voor zijn album 'Mwaliko'. Eerder werd al bekend dat zangeres Chaka Khan de Edison Jazz Oeuvreprijs 2010 krijgt.

De prijs voor beste jazz-dvd komt op naam van de Noorse regisseurs Bjørn Ola Bjørntoft en Lars A. Hellebust voor de documentaire 'Jon & Jimmy', over de band tussen gitaristen Jon Larsen en Jimmy Rosenberg. De Edison voor een bijzondere uitgave van historische aard gaat dit jaar naar 'Manoir De Ses Rêves', een box met opnamen van gitarist Django Reinhardt uit de periode 1934-1953.

De Jazz en World Edisons worden op donderdag 11 november uitgereikt in het Muziekgebouw Frits Philips in Eindhoven.

(Maarten van de Ven, 26.10.10) - [print] - [naar boven]





Concert
Haarscherpe totaalmuziek creëert luisterfeest

Pascal Schumacher Quartet, zaterdag 23 oktober 2010, SJU Jazzpodium, Utrecht

In de Benelux zijn niet zo gek veel jazzvibrafonisten te vinden, laat staan in Luxemburg (is er wel jazz in Luxemburg?!). In Nederland kom je zo'n beetje aan een handvol relevante vibrafonisten, zoals Hans Hasebos, Ben Gerritsen, Carl Schulze, Jeroen Goldsteen en Frits Landesbergen. Toch is er ook een Luxemburger die zich in de jazz op het niet al te populaire instrument manifesteert: Pascal Schumacher.

De in 1979 geboren Schumacher studeerde onder meer bij jazzvibrafonist Guy Cabay en Frits Landesbergen, en begint eind negentiger jaren door te breken. Sindsdien speelt hij veelvuldig met pianist Jef Neve en richt hij in 2002 zijn eigen kwartet op, dat thans bestaat uit pianist Franz von Chossy, bassist Christophe Devisscher en drummer Jens Düppe.

In het SJU Jazzpodium speelde het kwartet voor een belangrijk deel repertoire van hun nog te verschijnen nieuwe cd. Invloeden uit de romantische klassieke muziek worden in de composities niet geschuwd. In combinatie met hedendaagse jazzlijnen en gevarieerde ritmische patronen levert dat zowel aangenaam harmonische als verrassende en swingende moderne jazzklanken op. Het haarscherpe en strakke samenspel binnen de gehele groep draagt bij aan het concept van kwalitatieve totaalmuziek.

Afgezien van die welhaast dominante collectieve speelwijze bleek er voldoende ruimte om solistisch te presteren. Zowel Von Chossy als Schumacher maakten daar op uiterst boeiende en virtuoze wijze gebruik van. De samenklank van piano en – nauwelijks gedempte – vibrafoon was, mede door ritmische motieven en collectieve improvisaties, vol en warm. Het gedegen ensemblespel, de goed doorwrochte composities en arrangementen, de sublieme solo's en de sympathieke aankondigingen van Schumacher maakten van dit concert een blij en aangenaam luisterfeest.

Op vrijdag 22 oktober 2010 speelde het Pascal Schumacher Quartet in Paradox, Tilburg. Klik hier voor een fotoverslag van dat concert door Donata van de Ven.

(Jacques Los, 26.10.10) - [print] - [naar boven]





Cd
Gerry Mulligan – 'In New York' (West Wind, 2007)

Opname: 1950-1952

Zweden werd in 1947 als eerste Europese natie op bebop getrakteerd, toen de groep van bassist Chubby Jackson daar een tournee maakte. Aangezien ze daar voor de oorlog al kennis hadden gemaakt met de cutting edge-bigbands van Jimmie Lunceford en Duke Ellington en bebopkoning Charlie Parker in 1950 zou volgen, kun je je voorstellen dat Zweden in Europa wat jazz betreft jarenlang een leidende positie zou innemen.

Nu speelde Chubby Jackson in '47 geen pure bop, maar eerder een opwindend mengsel van mainstream, bop en free jazz, compleet met versnellende en vertragende tempi. Op deze cd horen we zijn bigband uit 1950, en dat is muziek waar ik uitermate vrolijk van word. De band hield in stilistisch opzicht het midden tussen de orkestrale feestmuziek van rietblazer Woody Herman (bij wie Jackson in 1943-46 achter de bas stond) en de bigband van drummer Art Blakey, zeven jaar later.

De leider placht zijn mannen met ongegeneerde kreten aan te vuren. Dat hij op drums in de persoon van Don Lamond een bondgenoot had, hielp natuurlijk. Met zijn 'schuivende' bekkenwerk gaf die het ritme een zekere ambiguïteit. De charts werden geleverd door Tiny Kahn, Gerry Mulligan en Al Cohn. Die van Kahn swingen het ruigst en geven de solisten, onder wie baritonsaxofonist Mulligan, alle ruimte. Die van Mulligan en Cohn bevatten meer kleuren.

De meeste ruimte op deze voortreffelijke cd wordt in beslag genomen door Mulligans vestzak-bigband. Dit is zijn debuut als leider; we schrijven thans 1951. Uit slechts vijf blazers weet hij alle denkbare nuances en tinten te halen. Hier is de belangrijkste solist, naast Mulligan, tenorist Allan Eager. Later zou die in het autoracen en de jet set verdwalen en zijn chops verliezen. Hier levert hij potent werk, ergens tussen Lester Young en Dexter Gordon, om de gedachten te bepalen. Het nummer 'Mulligans Too' is een bijna achttien minuten durend bluesduet tussen beide saxofonisten.

Was dit orkest een voorloper van Mulligans Ten-Tette van anderhalf jaar later, de drie tracks uit 1952 van zijn trio sloten naadloos aan bij zijn fameuze pianoloze Quartet dat in dezelfde periode van de grond kwam.

Deze recensie verscheen eerder in Jazz Magazine.

Labels:

(Eddy Determeyer, 26.10.10) - [print] - [naar boven]





Concert
Een jazzconcert in een vloek en een zucht

Ex Tempore, vrijdag 22 oktober 2010, USVA Theater, Groningen

Halleluja! Het werkt waarlijk! Die hedendaagse zogeheten sociale netwerken – als je er zelf niet aan verslaafd bent, zijn zoon- en dochterlief het wel. Nou, donderdag 21 oktober kreeg de programmeur van het USVA Theater een tamelijk desperaat ogend mailtje van Ex Tempore, een internationaal folkjazzensemble. Of ze niet een schnabbel in Groningen wilde regelen, en wel liefst morgen, als het even kon. Er werden een paar welgemikte berichtjes op Facebook, Twitter en Hyves geplaatst en verdomd, ik zal niet zeggen dat het zaaltje aan de Munnikeholm 's anderdaags echt mudvol zat, maar er was inderdaad een substantiële horde opgetrommeld die nieuwsgierig genoeg was gemaakt. Die meest actuele vorm van direct mail kan dus echt effect hebben.

Ex Tempore is in 2008 in Kroatië opgericht naar aanleiding van een soort blind date van muzikanten uit Bulgarije, Nederland, Engeland en Kroatië. Elvis Stanić (gitaar en accordeon), Andrea Vicary (piano), Rico de Jeer (bas) en Hristo Yotsov (drums) ontdekten dat ze soulmates waren en een band was geboren. "Wij leven die muziek samen," daar komt volgens Stanic het credo van Ex Tempore op neer.

De Balkan-roots van de band hoorden we in 'East Meets West', een stuk in 3/8 van Yotsov. Nadat het thema in een onchristelijk snel tempo was gespeeld, werd gas teruggenomen tot het nummer in een kwart van de oorspronkelijke snelheid als statige ballad doordeinde. Zo werden pregnante passages afgewisseld met relaxte wandelingetjes. Daarbij klonk de gitaar van Stanić als de Orient Express die van tijd tot tijd vaart minderde om ons van de schitterende vergezichten te laten genieten.

Overwegend speelt het kwartet evenwel een soort jaren zestig-mainstream jazz, waarbij, ook al door de omfloerste sound van de gitaar, het beeld van Wes Montgomery goes Brazil zich opdrong. De groep heeft aantrekkelijke arrangementjes ontwikkeld, is goed op elkaar ingespeeld en legt een voorkeur voor minder gebruikelijke songstructuren aan de dag.

Dus je weet het: een tweetje en de band zit morgenavond om de hoek in Bar Annie.

(Eddy Determeyer, 25.10.10) - [print] - [naar boven]





Concert
Gevarieerd pianoconcert door hecht trio

Craig Taborn Trio, zondag 17 oktober 2010, SJU Jazzpodium, Utrecht

Pianist Craig Taborn is onder meer bekend van zijn samenwerking met topsaxofonisten als James Carter, Chris Potter en David Binney. In hun kielzog maakte Taborn platen en heeft hij al diverse keren op vermaarde Nederlandse jazzpodia acte de présence gegeven. In 1995 nam hij voor het DIW-label zijn eerste trio-album op. Zijn tweede plaat ('Light Made Lighter') verscheen in 2001 op Thirsty Ear. Tot nu toe blijft het daarbij. Dat is jammer. Taborn is niet alleen een virtuoos pianist, maar zeker ook een zeer innovatieve.

Op deze zondag bleek dat overduidelijk in het SJU Jazzpodium. Het concert begon een half uur later dan aangekondigd - op sommige podia wordt de aanvangstijd niet serieus genomen indachtig dat dat past bij het min of meer informele van de jazz - en werd gekenmerkt door een enorme verscheidenheid, virtuositeit, intens en hecht samenspel, fragmenten minimal music en – helaas – nogal wat repeterende momenten.

Taborn is een meesterpianist. Hij raast over de toetsen, speelt de single notes helder en snel, produceert in akkoorden ritmische en gevarieerde patronen en creëert intens sfeervolle momenten door een minimale notenkeus. Opmerkelijk is ook het intensieve en goed op elkaar ingespeelde samenspel van bassist Thomas Morgan en de subtiele drummer Gerald Cleaver.

Taborn beheerst de gehele pianoliteratuur: van de klassieke Bach tot en met de heftige free jazz van Cecil Taylor. Hij weet al die genres in zijn composities en speelwijze te integreren. Door gebruik te maken van die diversiteit en veelvuldige tempowisselingen en variaties in volume, ontstaat een afwisselend en veelzijdig pianoconcert.

Helaas werd het geheel enigszins verstoord door enkele wat al te langdurige repeterende ritmische patronen. Dat gaf dan wel ruimte voor vooral drummer Cleaver om te soleren. Die combinatie echter kwam niet geheel uit de verf. Klein minpuntje dus!

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Maarten Jan Rieder. En klik hier voor een fotoverslag door Cees van de Ven van het Jazzpower-concert dat het Craig Taborn Trio op maandag 18 oktober 2010 gaf in Wilhelmina, Eindhoven.

(Jacques Los, 24.10.10) - [print] - [naar boven]





Cd
Michael Formanek – 'The Rub And Spare Change' (ECM Records, 2010)

Opname: juni 2009

Michael Formanek is eigenlijk iemand die te veel op de achtergrond blijft: een alom gerespectreerde bassist die niemand kent. Hij speelde geweldig met onder meer Tim Berne (op deze cd ook aanwezig) en Dave Douglas, maar is als grote naam nooit echt blijven hangen. Het is daarom goed dat Formanek een topband heeft verzameld om een buitengewoon complex en tegelijkertijd goed in het gehoor liggende plaat te maken.

Ondanks dat de muziek suite-achtige trekken vertoont, krijgt Berne de ruimte om zijn altsax volop te benutten, hoewel nergens het intensiteitsniveau van Spy vs Spy of Bloodcount gehaald wordt. Dat komt door Formaneks stuurmanskunst; hij wil simpelweg niet dat het zo luid wordt en verleidt dus Berne, Craig Taborn en Gerald Cleaver tot een wereld waarin intensiteit het niet per se wint van intelligentie.

Cleaver en Taborn kennen elkaar door en door van het trio Cleaver/Parker/Taborn en dit komt de muziek ten goede. De anticipatie tussen pianist en slagwerker is voelbaar. Het is echter vooral Formanek die lof verdient, want voor het bijeenbrengen en bij elkaar houden van zo veel talent is grote klasse nodig.

Meer weten?
Klik
hier voor een vijftal geluidsfragmenten van dit album. Op zijn website vertelt Michael Formanek over de achtergronden van dit project, terwijl je kunt luisteren naar het nummer 'Twenty Three Neo'.

(Sybren Renema, 24.10.10) - [print] - [naar boven]





Concert
Balkanfolklore en impro-jazz smaakt naar meer

Moldavia Calls, zaterdag 16 oktober 2010, SJU Jazzpodium, Utrecht

Utrecht kan met recht de stad worden genoemd waar de mix van wereldmuziek en jazz in de begin jaren tachtig tot ontwikkeling is gekomen. Musici als bassist Tjitze Vogel, drummer Michael Baird, saxofonist Steven Kamperman en fluitist Mark Alban Lotz zijn de initiatoren van deze cross-over van jazz en wereldmuziek. In het SJU Jazzpodium kreeg men de gelegenheid die stroming te ontwikkelen.

De organisatie achter de 'Music: World Series' organiseert concerten en samenwerking van projectensembles, bestaande uit musici uit diverse tradities en culturen. Modavia Calls is zo'n ensemble dat van 7 oktober tot en met 17 oktober een korte tournee langs de relevante podia in Nederland maakt.

De groep, bestaande uit altviolist Anatol Stefanet, EWI- en folkinstrument-bespeler Alexander Arcus, percussionist Gary Tverdohleb (allen uit Moldavië), gitarist en banjospeler Paul Palessen en fluitist Mark Alban Lotz, liet in het SJU Jazzpodium een aangename mengeling van folkloristische- en jazzmuziek horen. Het is altijd maar afwachten of een cross-over van Balkanklanken en impro-jazz tot een gunstig resultaat leidt. In dit geval was daar zeer zeker sprake van. In de veelal oriëntaalse composities werden door fluitfenomeen Alban Lotz virtuoze, jazzy solo's geblazen. Stefanet soleerde geïnspireerd en melancholisch in de complexe Balkan-maatsoorten.

De beide voornaamste solisten werden door de ritmesectie - inclusief de op EWI (een elektronisch blaasinstrument) baspartijen spelende Arcus – overtuigend, swingend en relevant muzikaal begeleid. Daarnaast excelleerde drummer Tverdohleb met een fraaie solo op de xylofoon en Arcus eenmalig op de kaval (een fluit die op de Balkan en het Turkse platteland wordt gebruikt).

Enigszins uit de toon binnen het gehele repertoire viel een door Stefanet gecomponeerde suite geïnspireerd op de barokmuziek. Afgezien daarvan was het een zeer geslaagd concert waarin jazz, Moldavische en zelfs Indiase invloeden resulteerden in een avontuurlijke en interessante mix van Balkanfolklore en impro-jazz. Deze melange smaakte erg goed en naar meer.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Herre Vermeer.

(Jacques Los, 21.10.10) - [print] - [naar boven]





Cd
Brad Mehldau - 'Highway Rider' (Nonesuch, 2010) 2 cd

Opname: 2009

Het nieuwste album van Brad Mehldau werd in de pers aangekondigd als de plaat waarmee de Amerikaanse pianist definitief de intellectuele jazz achter zich zou laten. Met zijn vaste trio (bassist Larry Grenadier en drummer Jeff Ballard) en gastmuzikanten Joshua Redman (met zijn beste performance ooit op cd vastgelegd) en drummer Matt Chamberlain wilde Mehldau deze keer iets méér doen. Qua opzet is 'Highway Rider' zodoende een ode aan het Amerikaanse continent geworden, een programmatisch idee waarvoor een van de meest succesvolle jazzpianisten van de jongere generatie ook een orkest met strijkers kon overtuigen om mee te spelen. Dat concept ziet men sedert 1950 al opduiken in de jazz, veelal met een nogal melig en dus niet bijster interessant resultaat.

Mehldau zou Mehldau echter niet zijn, mocht hij de formule niet kunnen verzilveren tot een gouden medaille. De strijkarrangementen zijn bijzonder intelligent en smaakvol, de solo's van alle (!) muzikanten zijn telkens top en ondanks het feit dat de sound duidelijk herkenbaar blijft, heeft Mehldau zichzelf toch weer grondig vernieuwd. Waarom is dit dan de plaat waarmee Mehldau zich van de 'meer intellectuele jazz' afkeert? Omdat het boekje deze keer geen melding maakt van partituren van Schubert of Mahler, waarmee Mehldau vroeger wel eens durfde uitpakken. Eerlijk gezegd maakte dat het boekje voor de doorsnee jazzliefhebber juist interessanter. Dat een schare critici zich stoorde aan die zogezegde pretentie (wie de man aan het werk zag, ziet in een oogopslag hoe bescheiden hij is), mag absoluut geen weergave zijn van wat Jan met de pet daarover denkt.

'Highway Rider' is immers nog steeds 'intellectueel', zonder het woord hier als scheldwoord te hanteren. Mehldau werkt met leidmotieven, maakt voortdurend muzikale mopjes en houdt zelfs zijn voicings ongewoon interessant. De grote meerwaarde ligt echter besloten in de dubieuze figuur Joshua Redman, die hier echter volledig weet te overtuigen. In een nummer als 'Don’t Be Sad' ligt de waarde van de cd in feite volledig besloten. De langzame opbouw, het briljante soleerwerk en de intensiverende strijkers maken het tot een nummer om opnieuw en opnieuw te draaien. En zo staan er wel meer op dit schitterende plaatje, dat in een gemiddelde collectie niet mag ontbreken.

Deze recensie verscheen eerder op Kwadratuur.be

Meer weten?
Op de website van Brad Mehldau kun je kijken naar een 'The making of...' van dit album. Klik
hier om de video te bekijken.

Labels:

(Jan-Jakob Delanoye, 21.10.10) - [print] - [naar boven]





Concert
Starvinsky Orkestar brengt filmische soundscapes

donderdag 23 september 2010, JazzCase, Dommelhof, Neerpelt

Met elven op het podium, Martin Fondse centraal aan de vleugel en keyboards, links van hem vijf blazers, rechts van hem drie strijkers en achter hem de ritmesectie: de setting van het Starvinsky Orkestar. Stuk voor stuk klasse muzikanten en niet van de minsten met Erik Vloeimans en Claudio Puntin om er maar twee te noemen. Kortom, een ijzersterke bezetting die zorgde voor een adembenemend concert en ons meevoerde en onderdompelde in de wondere wereld van pianist/componist Martin Fondse.

Met het rustige 'Bela Vista', geïnspireerd door het prachtige uitzicht dat Fondse ervoer in het metrostation met die naam in de Braziliaanse stad San Paulo, werd aarzelend en bevreemdend het concert geopend, Fondse zijn orkest dirigerende vanachter de piano. 'Bela Vista' is tevens de openingstrack van de cd 'Fragment Moondrops' waaruit, naast een aantal nagelnieuwe nummers, de setlist van de avond was opgebouwd.

Een meer jazzy benadering kregen we te horen in 'Primer Dark', met Fondse ditmaal aan de keyboards, waarbij de blazers en strijkers freewheelend improviseerden rondom een strakke groove en waaraan als kers op de taart Soren Eriksen een mooie saxsolo toevoegde. 'Uncle M' verwijst naar een verre oom van Fondse die ooit nog Dostojewski vertaalde en waarmee hij een van zijn meest intense menselijke ontmoetingen had. In dit stuk kregen we een mooi vloeiende Vloeimans breed uithalend en uitwaaierend op trompet te horen, daarbij subtiel bijgestaan door Fondse op piano. Meesterlijk en sensibel in een melodisch en wijds nummer.

Tijd voor een wereldprimeur met 'Höllgrotten', een nummer uit Fondse's op stapel staande 'Homelands', een project waarbij hij een reeks muziekstukken wil componeren die verwijzen naar de geboortestreek van elk van zijn muzikanten. 'Höllgrotten' verwees naar Zwitserland, het thuisland van klarinettist Cladio Puntin. Een grappig uptempo nummer met Puntin scherp en schertsend op klarinet. Van kabbelend rustig naar explosief expressief wisselden de tempi elkaar af, doorspekt met grappige interventies tot zelfs jodelen toe... tot het muisstil werd en het nummer mooi uitstierf. Later op de avond zou van het Homelandsproject ook nog 'Moselania' volgen, opgedragen aan de roots van drummer Dirk Pieter Koelsch die in de Moeselstreek opgroeide. Met een erg rustig begin, overgaand in een mooi ritme waaromheen heerlijke soli werden opgebouwd en naar hartenlust werd geïmrpoviseerd door bassist, strijkers en blazers. Met Fondse op vibrandonel, een kruising tussen een melodica en een bandoneon.

'Fragment Moondrops', het titelnummer van de gelijknamige cd, ontbrak ook niet. Ontsproten uit de Cactussuite, een compositieopdracht voor het North Sea Jazzfestival. Met en aarzelende Dirk Peter Kölsch op percussie en een mooi samengaan van Steffen Schorn op contrabasklarinet met een uiterst subtiele Fondse op keyboards, wat uitmondde in een filmische soundscape: lazy en dromerig. Vrij uitbundig en contrasterend met het vorige nummer ging het er aan toe in 'Propellor Plant', eveneens uit de Cactussuite. Een nummer waarbij de hele boel losbarstte en alle kanten opging, en de blazers en strijkers in een hels ritme voluit gingen. Genieten was het bij de Portugese ode aan de zee, 'O Mar', een première en een compositie van Eric Vloeimans.

Het Starvinsky Orkestar staat voor een unieke verstrengeling van klassiek met jazz, die op een vanzelfsprekende wijze in elkaar overvloeien met een schijnbaar bedrieglijke en speelse eenvoud. De muziek getuigt immers van een spitsvondige diepgang. Een symbiose van muzikale stijlen die een heerlijk warm klankenpalet van mooie filmische soundscapes oplevert, met wisselende sferen en boeiende improvisaties. Met het Starvinsky Orkestar heeft Martin Fondse als componist het perfecte medium gevonden voor de vertolking van zijn eigentijdse composities en slaagt hij erin om deze uiterst toegankelijk te presenteren.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Cees van de Ven.

Morgenavond treedt pianiste Nathalie Loriers met een uitgebreide formatie op bij Jazzcase in Neerpelt. Dit project met trompettist Bert Joris vermengt op bijzondere wijze een jazzkwartet met een klassiek strijkkwartet. Klik hier voor meer informatie.

(Robert Kinable, 20.10.10) - [print] - [naar boven]





Vooruitblik / Actie
L'Image in Zoetermeer: The Best Band You Never Saw


Misschien is bovenstaande omschrijving nog niet zo gek; L'Image bestond enkel eind jaren zestig en begin jaren zeventig, maar werd onlangs door vibrafonist Mike Mainieri nieuw leven in geblazen. Naast Mainieri bestaat de band uit drummer Steve Gadd, bassist Tony Levin, toetsenist Warren Bernhardt en gitarist David Spinozza. Platen had de groep nooit gemaakt in de early years, maar in 2009 nam de band dan het langverwachte album '2.0' op.

Steve Gadd is een van de meest vooraanstaande drummers ter wereld. Hij speelde mee met artiesten als Paul Simon, Eric Clapton, Steely Dan, Al Jarreau en Simon & Garfunkel. De Amerikaanse meesterbassist Tony Levin staat bekend om zijn innovatieve geest en is medeverantwoordelijk voor de popularisering van de Chapman Stick en de Steinberger contrabas. Hij speelde onder meer bij Peter Gabriel en King Crimson. De carrière van vibrafonist Mike Mainieri omspant bijna vijf decennia, waarin hij samenwerkte met zo ongeveer alle groten der aarde. Eind jaren zeventig vormde hij de legendarische groep Steps Ahead.

Op dinsdag 2 november speelt L'Image in Cultuurpodium Boerderij te Zoetermeer. Lezers van Draai om je oren kunnen 2 x 2 entreekaartjes winnen voor dat concert. Noem een album van Steely Dan waarop Steve Gadd te horen is. Mail je antwoord naar redactie@draaiomjeoren.com. De prijswinnaars ontvangen bericht.

Klik hier voor meer informatie.

(Maarten van de Ven, 20.10.10) - [print] - [naar boven]





Column Jo Dautzenberg
'Wie is de lul?'


"Keuzes maken, linkse hobby's, is dit wel allemaal nodig? Waarom moeten u en ik dat betalen? Die vragen zijn er de afgelopen maanden langzaam ingeprent. Zo werkt dat. Eigenlijk kan elke theaterzaal het met een paar lampjes minder, elke vleugel kan worden vervangen door een piano, twee bekkens in plaats van drie. Geef het theater terug aan de opera en het symfonieorkest en laat de jazz de kroeg vullen. Het kwintet en het kwartet kunnen fuseren tot een sextet. Mag de kijker in 'Wie is de lul?' uitmaken wie eruit moet. Leuk toch?"

Jo Dautzenberg bezocht twee concerten tijdens het JekerJazz-festival in Maastricht. Op de terugweg dwaalden zijn gedachten af...

Klik op bovenstaande button om zijn column te lezen.

Meer weten?
Klik hier voor meer jazzcolumns.

(Maarten van de Ven, 19.10.10) - [print] - [naar boven]





Concert
Overtuigende natuurlijkheid

Tripod, donderdag 7 oktober 2010, Jazz at the Crow, Kraaij & Balder, Eindhoven

Zangeres en songschrijver Francien van Tuinen staat bekend om haar diverse muzikale uitdagingen. Na het jazz/pop-album 'A Perfect Blue Day' en het project 'Muzyka', waar de focus op klassieke werken lag, heeft zij in 2009 met 'Daytripper' een cd uitgebracht, waarop de bezetting de oren deed spitsen. Haar kwartet Tripod bestaat namelijk uit saxofoon/klarinet, bas en drums, waarbij de stem een onafhankelijk instrument vormt. Tripod bestaat uit Jasper Blom (blaasinstrumenten), Jeroen Vierdag (contrabas) en Joost Patocka (drums) en natuurlijk Van Tuinen, die het repertoire van de laatste cd in Jazz at the Crow presenteerden.

Vanaf begin was er een intense dialoog tussen saxofoon en stem. Vooral in composities zoals 'Sherwood Forest' en 'The Deep', die door saxofonist Blom zijn gecomponeerd en waarvoor Van Tuinen teksten heeft geschreven, hadden saxofoon en stem ritmisch en melodisch een zelfstandige vorm. Een jazzy polyfonie met heerlijke blue notes en elegante improvisaties. Daarmee in contrast waren de stromende melodielijnen en de lyrische klanken in de Amerikaanse standards, zoals 'Stardust' en 'My Father Gave Me An Acre Of Ground', waar zelfs een snufje drama doorklonk. Een rijk scala aan muzikale diversiteit en emoties dus.

Spannend was Van Tuinens natuurlijke klankkleur en facettenrijke expressie: een soort pingpong tussen introvertere melancholie en heldere, levendige vrolijkheid. Een stem en natuurlijkheid om te koesteren. Ze wist zich geruggensteund door een band, die als een rots in de branding achter haar stond en die met pakkende ritmiek als een onverwoestbare eenheid het publiek meesleepte.

Het was een samenspel, waarin muziek en menselijk warmte met toewijding en zorg werden gepresenteerd.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Cees van de Ven.

(Sabine Fleig, 19.10.10) - [print] - [naar boven]





Cd
Chet Baker – 'The Sesjun Radio Shows' (Out Of The Blue, 2010) 2 CD

Opnamen: 1976-1985

De conclusie is snel getrokken. Deze radio-opnamen van trompettist en zanger Chet Baker behoren tot het beste dat de 'late' Chet heeft nagelaten. 'Love For Sale', met Philip Catherine op gitaar en bassist Jean-Louis Rassinfosse is een indrukwekkende proeve van subtiele kamerjazz, die zó op een verzamel-cd met 'The Best Of Chet Baker' kan. De musici hebben er een bijzonder fraai arrangement van gemaakt, met een dragende rol voor Rassinfosse. Dezelfde groep nam twee maanden later de cd 'In Bologna' op, ook live en ook prima, maar het concentratieniveau van Laren wordt daar toch niet bereikt.

Des te vervelender is het dat deze dubbelaar, met opnamen die voor het betreurde TROS Sesjun werden vastgelegd, per abuis begint met de zwakste track, 'This Is Always'. Dit nummer, uit 1978, is het enige waarin Baker uitsluitend zingt. Hij zit tegen het valse aan, is niet tekstvast en maakt ook voor het overige een nogal gammele indruk. Dus gewoon een keer naar luisteren en verder cd 1 standaard bij nummer twee laten beginnen.

Op de weinige jaren zestig-opnamen van Chet Baker die ik ken, maakt hij (op bugel) een tamelijk fletse indruk. Daarvan is hier, tien jaar later, geen sprake. In deze radioregistraties klinkt hij veel levenslustiger en ook de ballads snijden hout. De begeleiders zijn met zorg gekozen en van de opnamen uit 1976 valt fluitist Jacques Pelzer in positieve zin op. Achter diens soli blaast Baker extreem zachte obligato's, waarbij hij zich verbluffend dicht bij de geluidskarakteristieken van de fluit waagt. De gedachte aan een bugel dringt zich op. De laatste vocal in 'There Will Never Be Another You' wordt voorafgegaan door een spannende collectieve improvisatie. Aan bassist Cameron Brown de eer om met hard werk de zaak bijeen te houden.

Of Baker nu scat of teksten zingt, altijd is zijn stem complementair aan zijn trompetspel. Soms, in 'Just Friends' bijvoorbeeld, lijkt hij in zijn laid-back timing Jimmy Scott te evoceren. Alphonso Mouzon zit hier achter de drums en in de eerste twee nummers klinkt hij niet echt geïnspireerd, noch inspirerend. In 'Blue ‘n’ Boogie' breekt The Mighty Mouzon los met een overdonderende, ratelende aanpak. Het lijkt misschien niet de meest logische keuze, deze fusiondrummer, maar het heeft er alle schijn van dat hij de leider hier daadwerkelijk oppept.

Van een optreden uit 1984 in het Amsterdamse Concertgebouw zijn twee tracks uitgekozen die sterk contrasteren. Als Baker 'My Foolish Heart' zingt, verwacht je dat zijn stem elk moment over de rand van het liedje kan kieperen. De instrumental 'Margarine' (als je nooit brood eet zou je je daar een heel mooie dame bij kunnen voorstellen) is scherp gefocuste bebop, met een glansrol voor John Engels achter de ketels. En dan moet de sessie met Catherine en Rassinfosse nog komen.

O ja, het geluid. Om te zoenen.

Deze recensie verscheen eerder in Jazz Magazine.

Labels:

(Eddy Determeyer, 18.10.10) - [print] - [naar boven]





Festivalverslag
Jazz Brugge 2010 Part 2


"De stilistische verschillen waren enorm, maar het zorgde op zondag 3 oktober, de slotdag van Jazz Brugge, voor een van de sterkste festivaldagen die we recent meemaakten. De partners die dit festival in elkaar gestoken hebben, verdienen een pluim, omdat ze resoluut een eigen koers blijven varen en een programma samenstellen dat even eclectisch als (soms) verrassend is."

Guy Peters bezocht het festival Jazz Brugge. Hij doet verslag van de concerten van De Bankroet Jazz, Sylvie Courvoisier & Ellery Eskelin, Rolf Kühn & TRI-O en het Andy Emler MegaOctet.

Klik hier om zijn festivalverslag te lezen.

Geert Vandepoele maakte een fotoverslag van Jazz Brugge, dat je hier kunt bekijken.

Meer weten?
Klik hier voor het eerste deel van het festivalverslag van Jazz Brugge door Jo Dautzenberg en Cees van de Ven.

(Maarten van de Ven, 18.10.10) - [print] - [naar boven]





Nieuws / The Jazztube #62
Dave Brubeck geopereerd


Afgelopen week heeft Dave Brubeck in een ziekenhuis in Connecticut een hartoperatie ondergaan. De pianist kreeg een pacemaker en maakt het naar omstandigheden goed, laat zijn woordvoerder weten. De 89-jarige Brubeck kan waarschijnlijk vanaf november weer op tournee, verwachten zijn artsen.

In december wordt de jazzlegende 90 jaar oud. In augustus kreeg Brubeck nog een vervroegd verjaardagsfeest, toen hij samen met het Wynton Marsalis Quintet optrad op het Newport Jazz Festival in Rhode Island.

Bron: Novum

Bekijk de Jazztube!
Natuurlijk, de naam van Dave Brubeck zal voor eeuwig verbonden blijven aan een van de grootste jazzhits aller tijden: 'Take Five'. In de Jazztube een live-opname van deze evergreen, door de AVRO geregistreerd in 1961 in een Hilversumse tv-studio en in datzelfde jaar uitgezonden. Geniet van het fluwelen geluid van altsaxofonist Paul Desmond, de steady bas van Eugene Wright en de mooi opgebouwde drumsolo van Joe Morello. Klik op de linker afbeelding om de Jazztube te starten.

(Maarten van de Ven, 18.10.10) - [print] - [naar boven]





Column Herbert Noord
Argument


"In mijn columns heb ik menigmaal argumenten te berde gebracht betreffende het niet kunnen omdraaien van een situatie die al generaties de verkeerde kant uitgaat. Zo beweer ik, dat je mensen die nu eenmaal opgevoed zijn met 'slechte' (volgens mijn norm) muziek, als praktisch verloren voor 'goede' muziek kunt beschouwen."

Aan de hand van een filmpje van kok Jamie Oliver laat Herbert Noord zien dat de teloorgang van 'goede' muziek slechts een kwestie van tijd is. "Het is al te ver doorgewoekerd."

Klik op bovenstaande button om zijn column te lezen.

(Maarten van de Ven, 18.10.10) - [print] - [naar boven]





Concert
Verveling bij meer van hetzelfde

Hyperactive Kid, maandag 11 oktober 2010, Jazzpower, Wilhelmina, Eindhoven

Drummer Christian Lillinger en gitarist Ronny Graupe hoorde ik enkele weken geleden op Jazz Brugge in de formatie van de 80-jarige klarinettist Rolf Kühn. In het verleden maakte Kühn deel uit van de orkesten van Benny Goodman en Tommy Dorsey. In dit kwartet excelleerden Lillinger en Graupe in het collectief, solistisch en in interacties. Het leverde frisse, interessante en hyperactieve momenten op.

Daarom waren de verwachtingen hooggespannen toen beide musici met saxofonist Philipp Gropper Jazzpower in Eindhoven aandeden. Je verwachtte dat dit trio in de eigen biotoop nog meer van zich zou doen spreken.

Het viel anders uit. Hyperactive drummer Lillinger exposeerde zijn veelheid aan drumexpressies luidruchtig, maar niet altijd in dienst van het moment of collectief. De eminente jonge gitarist Ronny Graupe etaleerde zijn muzikale mogelijkheden en ideeën, maar ook bij hem ontbrak het aan substantiële muzikale relevantie en samenhang. Saxofonist Philipp Gropper kwam niet verder dan het spelen van steeds herhalende fragmentarische riffs en loopjes, die in het gunstigste geval over twee maten werden uitgesmeerd. Van enige verhaallijn en inhoudelijke context was bij hem geen sprake.

Misschien dat druktemaker Lillinger de deur op slot hield. Zijn spel inspireerde en faciliteerde niet, maar werkte eerder verlammend en contraproductief voor zijn medespelers, zo leek het. Van jonge honden zoals deze Berlijnse formatie verwacht je avontuur, muzikale provocatie of andere frisse muzikale prikkelingen. Maar ook in de tweede set bleef het bij eenvormigheid en muzikale armoede.

Jammer, want met name de drummer en de gitarist hebben voldoende in hun mars om te kunnen boeien. Verrassend samenspel, boeiende improvisaties, spannende interacties, zeggingskracht of muzikale rebellie? Het was er (nog) niet en daarom sloeg de verveling toe.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert.

(Cees van de Ven, 16.10.10) - [print] - [naar boven]





Cd
The Chris Joris Experience - 'Marie’s Momentum' (W.E.R.F., 2010)

Opname: 2009/2010

Wanneer je het nieuwe album, 'Marie’s Momentum' van Belg Chris Joris beluistert, denk je niet direct aan het werk van een drummer en percussionist. Want Joris, die ook in het buitenland een goede reputatie heeft, toont zich op zijn nieuwe album als een kundig componist en arrangeur. Hierbij valt op dat zijn stukken uiteraard niet alleen ritmisch sterk in elkaar zitten, maar vooral sfeervolle en warme melodieën bevatten.

De drummer lijkt eerder als blazer te denken, mede vanwege een serie sterke riffs en thema's voor de blaassectie met nieuwe bandleden saxofonist Frank Vaganée, trompettist Nico Scherpers en saxofonist Eric Person, die tevens meeschreef op de bonustracks. De blazers krijgen dan ook veel vrij spel en vullen dat in met subtiele solo's tot soms experimentele uitspattingen, zoals bij 'The Call'.

Het unieke van Chris Joris, die in 2003 de Belgische Klara Prijs won en bekend staat om zijn gebruik van een breed instrumentarium - van batas, likembé, balaphone, congas tot drums en kookpannetjes - is dat hij een moderne Europese sound combineert met Afrikaanse invloeden. Het geeft zijn muziek een geheel eigen klank. Overigens is 'Marie’s Momentum' een afwisselende plaat, met swingende uptempo, soms bebop-achtige stukken als 'Green Thumb' (Part 1 & 2) en prachtige ballads zoals het gelijknamige titelstuk, '4Steps For Yvie en 'Alfonsina Y Ej Mar', met een mooie vocal feature van Kimberly Dhondt.

'Marie’s Momentum' is een Belgische parel, die absoluut erkenning verdient en met Chris Joris als frontman een boeiend collectief vormt.

Deze recensie verscheen eerder in Jazz Magazine.

Meer horen?
Klik
hier voor geluidsfragmenten van een drietal nummers van deze cd: 'Marie’s Momentum', 'Naked Raku' en 'Alfonsina Y Ej Mar'.

(Angelique van Os, 16.10.10) - [print] - [naar boven]





Concert
Oren uitspuiten met The Thing

zondag 10 oktober 2010, Grand Theatre, Groningen

Zo nu en dan is het goed, je oren uit te laten spuiten. Daarvoor was je zondag in het Grand aan het goede adres. De powerjazz van het Zweedse trio The Thing, aangevuld met de noise gitarist Otomo Yoshihide raasde door je hoofd als een toom stieren door Pamplona. Het begon natuurlijk heel subtiel, dat zul je altijd zien, met een serene, bijna gefluisterde ouverture op tenorsax door Mats Gustafsson, vol boventonen en aanpalende geluiden. Een beetje als een jachthoorn aan de overkant van de toendra. Maar net als je je eens lekker in je zeteltje wilt nestelen, om breeduit te gaan genieten van een kristallijnen recital dat tot hogere gedachten noodt, bleekt de pleuris uit.

Drummer Paul Nilssen Love zet grimmig koers richting zwaar weer en is daar vervolgens niet meer weg te slaan. Gast Yoshihide ontrolt à la Cecil Taylor (!) guirlandes, serpentines en banieren, bassist Ingebrigt Haker Flaten probeert er donkere noten tussen te wurmen en Gustafsson krijst zich een ongeluk, waarbij het totale volume tamelijk constant op krap 100 dB gehouden wordt. Je krijgt het idee dat je in zo'n moderne film zit, waarin de tijd misschien niet zozeer stilstaat, als wel het moment alsmaar doorgaat. Er zijn oosterse technieken waarmee je een orgasme bijna eindeloos kunt laten preluderen. Nou, zoiets dus.

Natuurlijk werd er ook gas teruggenomen, soms, even. Dan liet de bassist zijn instrument ritselen, mompelen en kraken, Gustafsson toonde zich van zijn zuchtendste Ben Webster-kant, de drummer nam een slokje mineraalwater en Yoshihide, ja, die moest zijn gitaar natuurlijk laten gieren als een tandartsboor op maandagochtend om half negen.

Dit verhaaltje zit, merk ik, weer eens vol metaforen. Dat krijg je, zondags.
Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Willem Schwertmann.

(Eddy Determeyer, 15.10.10) - [print] - [naar boven]





Interview
Ahmad Jamal


"Als je geluk hebt, blijft je muziek in beweging. Als je dat niet hebt, keer je terug: constant blijft het nooit. Je gaat óf vooruit, óf achteruit. Dat gaat nooit met horten en stoten. De enige die een komeetachtige carrière maakt is een komeet. Alles speelt zich volgens mij procesmatig af, is evolutionair. Maar de dingen gaan wel veel sneller dan we denken. Neem leeftijd: op een dag word je wakker en ben je zestig, terwijl je gisteren nog vijftien was. Het lijkt een langzaam proces, maar dat is het niet. Het leven gaat zeer, zeer snel. Dus ook graduele veranderingen gaan snel. Maar wat kun je ertegen doen? Je krijgt een keer een kans en dat is het dan."

Weinig jazzpianisten waren zo invloedrijk als Ahmad Jamal. Van zijn platen verkocht hij miljoenen exemplaren, maar zijn typische stijl - spaarzaam, maar ook orkestraal - was zeker zo spectaculair. In een uitgebreid interview met Eddy Determeyer vertelt de Amerikaanse pianist over zijn beweegredenen, ervaringen en successen.

Lees hier het volledige interview.

Meer weten?
Klik hier om meer interviews te lezen.

(Maarten van de Ven, 14.10.10) - [print] - [naar boven]





Vooruitblik / The Jazztube
Duchess of Swing brengt ode aan all-girl bigbands


Op zondagavond 7 november brengt de Bredase bigband Duchess of Swing 'a tribute to all-girl bigbands in history' in Theaterdinersalon De Avenue in Breda. In een spectaculaire show met gastzangeres Joke Bruijs zal tevens hun nieuwe cd gepresenteerd worden. Het voorprogramma wordt verzorgd door het saxofoonkwartet Double Espresso. De presentatie van de avond is in handen van Debbie Peeters. Aanvang: 19.00 uur.

Duchess of Swing is de enige bigband van Nederland met een uitsluitend vrouwelijke bezetting en dit is bijzonder. In de jaren dertig waren er in Amerika een paar 'vrouwen-bigbands'. Vanaf de Tweede Wereldoorlog is er in de jazzgeschiedenis niets meer te vinden over deze unieke bigbands. Twintig jaar geleden echter kwam hier verandering in met de oprichting van Duchess of Swing!

Klik hier voor de website van Duchess of Swing.

Bekijk de Jazztube!
In 1939 formeerde trompettiste Consuela Carter de Piney Woods Country Life School Big Band. Piney Woods ligt 35 km ten zuiden van Jackson Mississippi en het ging hier dus om een 'zwarte' band. De meisjes waren 14 tot 19 jaar oud. De band maakte zich in 1941 los van de Piney Woods School en gingen verder onder de naam International Sweethearts Of Rhythm, met Anne Mae Winburn als dirigente. "The most prominent and probably best female aggregation of the Big Band era" had in de jaren veertig een aantal van de beste vrouwelijke muzikanten uit die tijd in haar gelederen, zoals trompettiste Ernestine 'Tiny' Davis. Na afloop van de Tweede Wereldoorlog maakten de Sweethearts een tournee door Europa. In deze Soundie uit 1946 twee nummers: 'She’s Crazy With The Heat' en 'Jump Children', waarin Winburn laat horen dat ze ook kan zingen. Klik op de linker afbeelding om de Jazztube te starten.

Labels:

(Maarten van de Ven, 13.10.10) - [print] - [naar boven]





Concert
Een verwoestende bulldozer

Full Blast & Ken Vandermark, zaterdag 9 oktober 2010, Bimhuis, Amsterdam

Je weet wat te verwachten. Je vermant je, zet je schrap, zoekt het zwaartepunt van je lichaam op om je te kunnen verzetten tegen de frontale aanval die gaat volgen. Helaas, het mag niet baten: tegen de brute power van Full Blast is niets of niemand opgewassen.

Bijna zeventig is hij intussen, Peter Brötzmann, het 'Monster van Wüppertal', de monsterlong van de Europese free jazz, die als geen ander het fysieke aspect van de improvisatie belichaamt. De confrontatie met de beperkingen van het lichaam, maar ook de ravage die een muzikant met een doel voor ogen en agressie op overschot kan aanrichten. In de loop van de voorbije vier decennia heeft hij afdoende bewezen dat hij meer is dan zomaar een power player, dat hij in mooie dialogen kan treden, ingetogen routes verkennen. Maar niet met Full Blast, want die band speelt hardcore jazz.

Het heeft het manische van Zu en de duistere rand van Painkiller, maar het heeft vooral de lichamelijke impact van Last Exit, de legendarische noisejazzband waarmee Brötzmann de liefhebbers van cocktailjazz de gordijnen in joeg in de jaren tachtig en negentig. Full Blast volgt een vergelijkbare aanpak: een elektrische bassist (Marino Pliakas) die vingervlug een in beweging blijvend modderfundament legt, een drummer (Michael Wertmüller) die ontketend loos gaat als de bastaardzoon van Ronald Shannon Jackson en Slayer's Dave Lombardo en dan Brötzmann, die hier, net als bij Hairy Bones, zweert bij de eenheidsmaat van de ademstoot: inhaleren, blazen tot de longen leeg zijn en opnieuw inhaleren en blazen. Gáán! En dat steeds opnieuw, tot de ogen bloeddoorlopen zijn.

Wie de band al aan het werk zag of de albums 'Full Blast' en 'Black Hole' in de kast heeft staan, die zal niet verrast worden door nieuw stijlen of speeltactieken. Binnen Full Blast wordt resoluut gekozen voor het geweld en de voornaamste interactie is vaak niet die tussen de muzikanten, maar tussen de verschillende intensiteitsniveaus. Het gaat van gespannen en dreigend, tot manisch, hysterisch en ronduit bezeten. De enige afwijking die zich deze keer voordeed, en dat is dan meteen eentje van formaat, was de aanwezigheid van de Amerikaanse rietblazer Ken Vandermark, die al meer dan een decennium deel uitmaakt van Brötzmanns Chicago Tentet en ook daarbuiten al vaak aan de zijde van de goeroe stond.

Vandermark is een gerespecteerd componist die er een onwaarschijnlijk intensief werk- en tourschema op nahoudt en mag, net als een Mats Gustafsson, gerekend worden tot de navolgelingen van de meester, die hij weerwerk mocht bieden op baritonsax en klarinet. Tegen alle verwachtingen in bleek het werken, met het kleine instrument succesvoller dan de kolos. Door zijn ronkende toon ging het baritongeblaat immers regelmatig verloren tussen de donderende bas en waanzinnige basdrums. De schellere klarinetsound contrasteerde dan weer duidelijk met het vuurwerk van Brötzmann, die het zelf deed met zijn indringende tarogato, tenorsax (in de eerste set) en altsax (tweede set).

De Amerikaan leek aanvankelijk wat geïntimideerd door het geweld en het volume van de band, maar gaandeweg leek hij zijn plaats te vinden en zelf meer initiatief te nemen. Er volgde een heftig saxduel, maar het wijvengekwetter van de tweede set, toen klarinet en tarogato het gingen uitvechten, was zo mogelijk nog indrukwekkender. En Brötzmann, hij braakte haast onmenselijke uithalen, scheurde, gierde en richtte verwoesting aan, joeg de intensiteitsmeter zó sterk het rood in dat het ding eenvoudigweg explodeerde. Er stond, zoals gewoonlijk, geen maat op 's mans inzet. Spelen op leven en dood.

Kortom: geen stijlvolle trip voor de vingerknip, geen feest van subtiele interactie of voorzichtige vriendschap op een podium. Full Blast is een verwoestende bulldozer, een razende machine die alle interactie gebruikt in functie van de rauwe emotie en het muzikale kannibalisme. Hard, bruut, genadeloos.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Geert Vandepoele.

(Guy Peters, 13.10.10) - [print] - [naar boven]





Cd's
Corrie van Binsbergen – 'Over De Bergen' (Brokken Records, 2010)
Orkater – 'Ik Beloof Dat Ik Onvoorzichtig Zal Zijn' (Starling, 2010)


Bij audio-opnamen van muziektheater weet je dat je per definitie de helft van de voorstelling mist. Vaak is dat niet echt een bezwaar; de meeste opera's kunnen zonder mise-en-scène heel goed op eigen benen staan. Zo ook 'Over De Bergen', een productie van gitariste en componiste Corrie van Binsbergen, onder auspiciën van Muziektheater Transparant, die nog tot en met 27 oktober op tournee is door Nederland en België.

Het verhaal, voor zover er sprake is van een verhaal, behelst de gevoelens van verlangen die een dromende natuur kan hebben: ligt aan gene zijde van de bergen Shangri-La, of zullen we daar toch weer een bergketen of een gletsjer treffen? Het gevoel wordt vertolkt door acteur Josse De Pauw, die evocatieve, spitse en humoristische teksten heeft vervaardigd. De lokkende sirenes zijn sopraan Claron McFadden en de onvolprezen zusjes Van der Poel, Vera en Beatrice. Dan is er nog Sean Bergin, een soort Vadertje Tijd, die toevallig ook heel best op de tenorsax kan scheuren.

Het 'wezen' van de hoofdrol heeft iets van Kaspar Hauser, de negentiende-eeuwse onbevlekt en onbevangen ontvangen Duitse vondeling die ons de wereld door ongebruikte ogen liet zien. Hier wordt hij geabstraheerd tot een soort stromen, een fluïdum. Alsof je receptoren met twintig miljard mijlpalen in het heelal verbonden zijn.

Van Binsbergen zelf blijft als soliste op de achtergrond. Haar grote voorbeeld Frank Zappa heeft haar geholpen bij het structureren – lees: compartimenteren – van haar verhaal. Doch er zitten eveneens minimal-invloeden in haar muziek en in Akte III meen ik de elegante gestalte van Duke Ellington te ontwaren. Hier vinden we ook een intrigerende samenspraak van fagot, klarinet en trombone.

Aanzienlijk minder chocolade kan ik, vrees ik, bakken van Arend Niks' en Mick Pauwes muziek voor 'Koud Meisje' en 'Ik Beloof Dat Ik Onvoorzichtig Zal Zijn', Orkater-producties uit respectievelijk 2007 en 2010. De stenogrammatische liedjes, in lengte variërend van één tot drieënhalve minuut, worden niet of nauwelijks uitgewerkt en zijn weinig spiritueel. Is hier humor in het spel? Ik weet het niet, hoor. De zang is amateuristisch. Maar misschien is deze cd een aardig souvenir voor de mensen die de voorstellingen hebben gezien.

Klik
hier voor meer informatie over 'Over De Bergen'.

Meer zien?
Klik hier voor een fotoverslag van de première van 'Over de bergen' in Brugge door Cees van de Ven.

Labels:

(Eddy Determeyer, 13.10.10) - [print] - [naar boven]





Concert
Cry Baby draait om twee assen

vrijdag 8 oktober 2010, USVA Theater, Groningen

Met het oog op de nakende barre tijden hadden de Groningers vrijdag alvast het zekere voor het onzekere genomen en waren massaal weggebleven bij het concert van Dick de Graafs Cry Baby. Waarschijnlijk zaten zij in kaarsverlichte keldertjes complotten te smeden en ontwrichtingen te prepareren. Je bent een links bolwerk of je bent het niet. Op de terugweg naar huis meende ik een schim met een dievenmaskertje een steegje in te zien schieten, maar het kan ook zijn dat mijn verbeelding hier een loopje met me nam.

Hoe dan ook, ze misten een hecht bandje met een eigen signatuur. Je zou kunnen zeggen dat het kwartet om twee assen draait, die van saxofoon-gitaar en bas-drums. Dat de formule saxofoon-gitaar in de frontlinie heel goed kan werken weten we van het historische voorbeeld Sonny Rollins-Jim Hall. Met name wanneer Dick de Graaf zijn saxofoongeluid met behulp van een listig knopje verdubbelde, stond de weg open voor een orkestrale alliantie met de elektrische gitaar van Jerome Hol. Die laatste lijkt minder met Jim Hall te hebben dan met Bill Frisell en, in zijn meer extraverte momenten, John Scofield. Een fris en feestelijk geluid, dat ook de blues een extatisch tintje kan geven.

De Graaf heeft een gezandstraalde sound en hij kan aansprekende liedjes schrijven. Wat de relatie met de surrealistische cultfilm van John Waters precies is, werd mij niet geheel duidelijk. De muziek, zou je kunnen zeggen, is post-bop en post-funk en greep in 'Delta Men' ongegeneerd terug naar New Orleans, waarbij drummer Erik Kooger zich uit kon leven in een swingende street beat. Dat kwartet en publiek daarbij meetbaar omhoog gingen, verbaasde geen mens. Harry Emmery funkte ondertussen zoals alleen hij op een contrabas kan funken, waarbij hij zijn voorkeur voor een helder, hoog geluid boven modderig gegrom in het laag duidelijk uiteenzette.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Willem Schwertmann.

(Eddy Determeyer, 13.10.10) - [print] - [naar boven]





Voorbeschouwing
Follow The Sound Festival 2010


Het Follow The Sound Festival (in 1973 al gestart als het Free Music Festival) is intussen tot aan zijn 37e editie en trekt naar goede gewoonte de kaart van de geïmproviseerde muziek. Vier dagen lang, van woensdag 13 tot zaterdag 16 oktober, zullen luisteraars verrast, geconfronteerd en op het verkeerde been gezet worden in De Singel, Antwerpen.

De naam van de gebeurtenis, die oorspronkelijk uit de grond gestampt werd door Fred Van Hove en het W.I.M.-kollektief, verwijst naar een uitspraak van free-jazzlegende Ornette Coleman: "Follow the sound and we'll all be in the same room." Geen voer voor liefhebbers van voorspelbare muziek dus, al zal het zonder twijfel ook regelmatig leiden tot mooie en beklijvende resultaten met een diverse line-up.

Vanavond stelt Matt Darriau met zijn Paradox Trio een nieuwe soundtrack bij Eisensteins 'Pantserkruiser Potemkin' voor, waarbij improvisatie hand in hand zal gaan met allerhande volksmuziek. Daarnaast is er ook een optreden van het Matthew Bourne Trio, dat aan de slag zal gaan met de Brusselse trompettist Laurent Blondiau (Mâäk's Spirit) en de Nederlandse rietblazer Ab Baars.

Donderdag wordt het een iets breder programma, met als opener het internationale trio van Vincent Courtois (F), Kris Defoort (B) en Wolter Wierbos (NL). Ze hebben een totaal verschillende achtergrond en geen mens kan voorspellen waar dit toe zal leiden. Ze worden gevolgd door het duo Ernst Glerum/Annegien Haselager, die gaan werken met livemuziek, samples en beelden. Afsluiter is een kwartet rond trompettist Axel Dörner, een van de vaandeldragers van de Duitse improvisatie, die hier ongetwijfeld zijn fenomenale techniek en creativiteit zal kunnen botvieren.

Het weekend wordt op vrijdag 15 oktober veelbelovend ingezet met vier onderdelen: eerst is er een concert van de Franse culttrompettist Jacques Coursil, die in de clinch gaat met drie jonge kerels. Zij worden gevolgd door een opmerkelijk duo: de jonge saxofonist Håkon Kornstad, een van de boeiendste jonge Noren, en zangeres Sidsel Endresen. Met Huntsville blijven we vervolgens in Noorwegen. Hun aanwezigheid laat horen dat het niet altijd moet gaan over 'moeilijke' muziek; deze band speelt repetitieve drones, die deze keer aangevuld zullen worden door een klarinettist en andere geluidsexperimenten. De hele dag door zullen er ook projecties getoond worden van Tony Oxley, de legendarische drummer (vorig jaar nog in Antwerpen aan de zijde van Cecil Taylor), die zich ook opmerkelijk manifesteert als visueel kunstenaar.

De dag waar wij het meest naar uitkijken is de slotdag, zaterdag 16 oktober. Naast het werk van Oxley worden ook creaties getoond van percussionist Gerry Hemingway met videokunstenares Beth Warshafsky. Bovenop dat retrospectief zal er ook een live-performance zijn, waarbij percussie, elektronica en beeld hand in hand gaan. De afsluitende knaller is 'B3 Meets Tarfala', een ontmoeting van twee trio's die bassist Barry Guy gemeen hebben. Aan de ene kant met Fred Van Hove en Wilbert de Joode, aan de andere kant met Mats Gustafsson en Raymond Strid, een wisselwerking die ongetwijfeld vuurwerk gaat opleveren!

Pas op het einde toegevoegd aan het programma die dag: een eerbetoon aan de onlangs overleden trompettist/componist/docent en schilder Bill Dixon. De muziek wordt uitgevoerd door Barry Guy en drie (!) trompettisten die met de meester werkten of sterk door hem beïnvloed zijn: opnieuw Jacques Coursil, de Oostenrijker Franz Koglmann en de uit de Verenigde Staten overgewaaide Stephen Haynes, die jarenlang aan de zijde van Dixon stond en nog meewerkte aan diens recente magnum opus 'Tapestries For Small Orchestra' (2009), een sleutelwerk in 's mans oeuvre.

De intrigerende line-up is internationaal, divers en gefundenes Fressen voor muzikale avonturiers. Naast de concerten zullen er ook diverse stands met cd's/lp's zijn, alsook DJ-sessies met de aanwezige muzikanten (op vrijdag en zaterdag). Voor meer informatie en tickets kunt u terecht op de
website van het festival.

Dit artikel verscheen eerder op Goddeau.com

(Guy Peters, 13.10.10) - [print] - [naar boven]





Nieuws
Roerige tijden voor Concertgebouw Jazz Orchestra


Het Concertgebouw Jazz Orchestra bevindt zich op een ingewikkeld kruispunt van tegenstellingen. "Gevoelsmatig worden we hevig door elkaar geslingerd", beaamt dirigent-arrangeur-componist Henk Meutgeert (62). "Het gaat muzikaal en creatief wérkelijk fantastisch met de band. We spelen veel en voor vaak uitverkochte zalen. Eerlijk gezegd is het nog nooit zo goed geweest. Anderzijds is onze toekomst in eigen land momenteel best onzeker door subsidieproblemen en weten we, eerlijk gezegd, niet hoe het straks verder zal moeten."

Echter aan de andere kant van de wereld, in het Theatro Municipal in de Chileense hoofdstad Santiago de Chile, kreeg de Nederlandse bigband van achttien musici gisteravond een minutenlange staande ovatie. Daar trad het orkest op aan het begin van een drie weken durende wereldtournee langs vier Zuid-Amerikaanse landen: naast Chili ook Argentinië, Brazilië en Mexico, waarna de band doorreist naar China.

Afgelopen zaterdag vertrok het gezelschap vanaf Schiphol naar Zuid-Amerika, na twee dagen daarvoor te zijn genomineerd voor een jazz-Edison. Kanshebber dus voor deze prestigieuze Nederlandse jazzprijs. Dit voor het jongste dubbelalbum 'Blues For The Date', een intrigerende bandregistratie, nagenoeg geheel gewijd aan Peter Beets, sinds 1997 vaste pianist-componist van de bigband.

Het album en ook de tournee werden mede mogelijk door een tweejarige projectsubsidie van het Fonds Podiumkunsten. Deze subsidiegever heeft nu een negatief advies verstrekt voor de nieuwe aanvraag van de bigband voor 2011. De jazzband van het Concertgebouw is evenwel niet de enige getroffene van de verregaande beknotting van de Nederlandse cultuur.

Henk Meutgeert beseft dit: "Maar snap je het gevoel? Het voelt allemaal een beetje als een aai over je bol en een klap in je gezicht. Want aan de ene kant word je opgehemeld, staan mensen letterlijk op de stoelen in het Concertgebouw van Amsterdam tijdens ons concert met de klassieke pianist Ronald Brautigam, maak je kans op een jazz-Edison, is het publiek laaiend enthousiast tijdens ons optreden in het Bimhuis met de vermaarde Amerikaanse saxofonist Benny Golson, geven we bij elkaar tien concerten in Zuid-Amerika en China... én krijgen dan - 'om technische' redenen – nee te horen op een subsidieaanvraag."

Volgens Henk Meutgeert gaat het om een beperkt verzoek om financiële steun (100.000 euro) dat van wezenlijk belang is voor de dagelijkse bedrijfsvoering van het orkest. Hij voegt daaraan onmiddellijk aan toe dat het orkest, door een nieuwe zakelijke leiding, inmiddels driekwart van het budget zelf verdient via concerten, cd-verkoop en andere activiteiten.

Maar tot eind van deze maand geeft The Jazz Orchestra of the Concertgebouw, zoals de naam formeel is, zijn Nederlandse visitekaartjes af in het Teatro Coliseo in Buenos Aires, Argentinië (woensdag 13 oktober), om onder meer door te reizen naar Córdoba, Rio de Janeiro, Sao Paulo, Mexico-Stad en Uruapan, en Macao in China. Laatste nieuws: eind december en de eerste dagen van januari 2011 is de Concertgebouw Bigband uitgenodigd voor concerten in New York met de even excentrieke als legendarische Hammondorgel-speler Dr. Lonnie Smith.

Dit artikel verscheen eerder in De Telegraaf.

(René Steenhorst, 12.10.10) - [print] - [naar boven]





Cd
Tobias Delius 4tet - 'Luftlucht' (ICP, 2010)

Opname: 2009

Je kan het experimenteren zó ver doordrijven dat je, zoals sommigen, enkel nog onvoorbereid gaat musiceren met onbekenden. Dat kán spannende resultaten opleveren, maar zelden leidt het tot de warme cohesie die gecreëerd wordt door muzikanten die elkaar door en door kennen. Dat laatste is het geval op 'Luftlucht'.

Hoewel het kwartet niet bepaald een grote naam is in de internationale wereld van de geïmproviseerde muziek, bestaat het intussen al twee decennia in dezelfde bezetting. Saxofonist Tobias Delius maakt al ruim vijfentwintig jaar deel uit van de Nederlandse scene, al is vooral zijn lidmaatschap van het beruchte ICP Orchestra gekend. Ook drummer Han Bennink en cellist Tristan Honsinger maken daar deel van uit, al zijn ook zij bekender van talloze andere projecten. Hetzelfde geldt voor bassist Joe Williamson, die zich langzaam maar zeker heeft opgewerkt tot een gerespecteerd musicus. Het leverde al drie eerdere albums op, waarvan de laatste intussen toch al dateert van 2001.

Hoog tijd dus om een nieuwe stand van zaken mee te geven. 'Luftlucht' laat horen dat het kwartet al lang geleden zijn eigen sound gevonden heeft. Dat doet nu en dan denken aan The Vandermark 5, maar ook aan Clusone 3, ook al met Bennink. Die laatste drukt natuurlijk zijn stempel op de plaat, maar te dominant of carnavalesk is het niet. Hij kan zich speels vermaken met kleine geluiden, als een klein kind dat in een hoekje een nog onbekend stuk speelgoed ontdekt, maar hij kan net zo goed de drijvende kracht achter meeslepend groepsspel zijn. Zijn bijdrage doorheen dit concert (opgenomen in 2009 in het Bimhuis) is een belevenis om aan te horen. Nu eens uitpakkend met een quasinonchalant potten- en pannengeluid, dan weer swingend, opjuttend en aanmoedigend (inclusief de verbale uitspattingen).

Nochtans is het geen onemanshow, niet van Bennink en evenmin van de bescheiden leider, die met zijn warme saxofoonklank vaak de gids van dienst is. Het eerste, uit vier delen bestaande stuk, laat meteen horen tot wat dit kwartet in staat is: van gevatte call & response-spelletjes in de traditie van de Europese improvisatie, tot rumoerige, in de jazztraditie gewortelde passages, het zit er allemaal in. De muzikanten laten ruimte voor elkaar en hebben er geen probleem mee om even toe te kijken hoe hun collega's weerwerk bieden. Opmerkelijk is vooral hoe natuurlijk alles evolueert.

Soms zingt de cello haast romantisch en speelt Delius een luchtige melodie, terwijl Bennink tezelfdertijd een marsritme lijkt aan te houden. Iets later ben je zo opgezogen door die wisselwerking tussen Honsinger en Delius, dat het je gewoon ontgaan is dat Bennink er van onder gemuisd is om langzaam maar zeker aan een spanningsboog te beginnen. Sommige nummers nemen hun tijd om een verhaal te vertellen, andere houden het weer bij gevatte statements. Het meest succesvol is het kwartet echter wanneer het vanuit een schijnbare willekeur een weg naar buiten zoekt, meerdere stijlen en ritmes aandoet, terwijl de goesting ervan afdruipt.

Al bij al gaat het om vrij klassieke invloeden, maar dan erg speels verpakt met een kleurrijk lint er rond. Als Bennink erbij betrokken is, dan is de swing nooit ver weg, en ook nu zijn er meerdere passages die muziek uit de jaren veertig koppelen aan moderne improvisatie. Door de aanwezigheid van de drummer en de wat opmerkelijke instrumentatie is Williamson degene die wat minder opvalt, maar intensieve beluistering laat horen dat hij een opmerkelijk wendbaar anker vormt. Op die manier werd 'Luftlucht' een oerdegelijke plaat, bij elkaar gespeeld door een band die heel goed weet wat zijn troeven zijn en zich overduidelijk amuseert. En het lijkt allemaal zo gemakkelijk.

Deze recensie verscheen eerder op Goddeau.com

Meer horen?
Op de
website van Subterranean Music kun je van dit album een gratis mp3 van het nummer 'Guest Room/Luftlucht' downloaden.

(Guy Peters, 12.10.10) - [print] - [naar boven]





Nieuws
Genomineerden Edison Jazz/World bekend


De nominaties voor de Edison Jazz/World zijn bekend. De prijzen, onderverdeeld in zes categorieën, worden uitgereikt op donderdag 11 november in het Muziekgebouw Frits Philips, Eindhoven. 's Lands meest prestigieuze muziekprijs viert zijn vijftigjarig jubileum.

In de categorie Jazz Nationaal zijn de volgende albums genomineerd: 'Shades Of Brown – A Tribute To Clifford Brown' van trompettist Ruud Breuls & The Metropole Orchestra Strings, 'Blues For The Date' van het Jazz Orchestra Of The Concertgebouw featuring Peter Beets (piano) en 'The Traveller' van saxofoniste Tineke Postma. Op internationaal niveau is de keuze gevallen op 'Yesterday You Said Tomorrow' van Christian Scott en 'Jasmine' van pianist Keith Jarrett en bassist Charlie Haden. Het rijtje wordt gecompleteerd door het album '54' van oudgediende John Scofield & The Metropole Orkest.

In de categorie Jazz Vocaal koos de jury voor: Dee Dee Bridgewater met het album 'Eleanora Fagan: To Billie With Love From Dee Dee', een hommage aan Billie Holiday, 'Dedicated To You' van Kurt Elling en 'For All We Know' van José James en Jef Neve. In de categorie World zijn geselecteerd: 'Oyo' van Angélique Kidjo, 'El Encuentro' van Dino Saluzzi en Anja Lechner en 'Mwaliko' van Lionel Louéké.

Drie albums/albumboxen maken kans op de titel Bijzondere uitgave van Historische Aard, te weten: 'Side Steps' van John Coltrane, 'Manoir De Ses Reves' van Django Reinhardt en 'Jazz: Highlights Blue Note – A Groove Selection By Hans Mantel', een compilatie van diverse artiesten van het legendarische jazzlabel. Daarnaast kiest de vakjury de beste jazz/world-dvd van het jaar. Kanshebbers zijn 'Ray Charles – The Genius Of Soul' over de blinde pianist/zanger, 'Jon & Jimmy' over de turbulente muzikale relatie tussen Jon Larsen en Jimmy Rosenberg en 'Acoustic Trio' van Richard Galliano.

Tijdens de prijsuitreiking op 11 november zullen diverse winnaars onder leiding van Vince Mendoza en het Metropole Orkest repertoire ten gehore brengen. Het programma na de pauze wordt volledig ingevuld door Chaka Khan, winnares van de oeuvreprijs 2010. Klik hier voor meer informatie en reserveringen. Het evenement wordt rechtstreeks uitgezonden op Radio 6.

Meer weten?
Onze recensie van 'Yesterday You Said Tomorrow' van Christian Scott.
Onze recensie van 'The Traveller' van Tineke Postma.
Onze recensie van 'Blues For The Date' van het Jazz Orchestra Of The Concertgebouw feat. Peter Beets.
Onze recensie van 'For All We Know' van José James en Jef Neve.

(Maarten van de Ven, 12.10.10) - [print] - [naar boven]





Cd
Marc Scholten – 'The Blindfold Test' (eigen beheer, 2010)


The Blindfold Test – tja, wie spelen er hier en wat wordt er gespeeld? Misschien moet je denken aan de Houdini's, ook twee saxen, een trompet-annex-bugel en ritme in de neo-bopsfeer. Als je dat denkt bij het nummer 'Get In Lane' ben je warm. Want de componist en bugelsolist is hier Angelo Verploegen, die ook bij de Houdinio's het hoogte woord had. Die vage verwijzing naar 'Anthropology' zal ook wel zijn idee zijn geweest.

Nee, het betreft hier een band rond saxofonist en componist Marc Scholten. Die speelt ook in het Metropole Orkest en iets van het keurige dat dat ensemble kenmerkt vind je hier terug. Het is allemaal net even te glad. Dat neemt niet weg dat er voldoende memorabele momenten zijn. Zoals in de ballad 'The Right To Remain Silent' – voor de goede orde: dit is opgenomen negen maanden vóór het proces tegen de doorgaans zo kwebbelgrage verdachte W. De bugel opent het requisitoir, gevolgd door een duet met de tenor van Leo Janssen en een driespraak met de sopraan van de leider erbij. Dat levert een fraai staaltje contrapunt op. Opgemerkt moet worden dat de sopraansax van Scholten vol en zuiver klinkt – iets dat je niet van elke bespeler van dat lastige instrument kunt zeggen.

Leo Janssen, die zich op dit schijfje in lijkt te houden, laat zich in 'Before The Jump' van zijn gepassioneerde kant horen, maar het feestelijkst klinkt 'Afriko', een stuk van drummer Florian Hoefnagels, dat met balafon en duimpiano wordt ingeleid. Wat grappig is, daar de compositie eerder naar Zuid-Afrikaanse kwela neigt dan naar West-Afrikaanse highlife. De leider bewijst hier dat ook hij wel degelijk uit zijn dakje kan gaan.

Meer horen?
Op de
website van Marc Scholten kun je samples beluisteren van een drietal tracks van dit album: 'Before The Jump', 'La Mancha' en 'Song For Stephanie'. Je vindt ze onder het kopje 'Hoor'.

Labels:

(Eddy Determeyer, 11.10.10) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...






Menupagina's:

Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Neerpelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.