Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 




Column Herbert Noord
Toekomst


"Ik kan uit eigen ervaring putten wat betreft het optreden bij particulieren thuis. Aangezien ik een instrument bespeel, dat je niet simpeltjes naar drie hoog achter transporteert, had ik er in de tachtiger jaren zelfs twee keyboards voor aangeschaft: een Elka als een soort van Hammond-kloon en een Roland S50 voor alle overige invuloefeningen. Ik zal het kort houden: soms slaap ik er nog wel eens onrustig van."

Herbert Noord voorziet een toekomst waarin saxofonisten en masse hun instrument inruilen voor dj-draaitafel-sets een kwartiertje gehoord. "U bent verlost van het oefenen op die toeter, het gezeur van andere musici en bovendien: de meisjes staan in dikke rijen voor het podium."

Klik op bovenstaande button om zijn column te lezen.

(Maarten van de Ven, 30.7.10) - [print] - [naar boven]





Festivalverslag
North Sea Jazz impressies: zaterdag 10 juli 2010


"Het kwartet van vibrafonist Bobby Hutcherson en pianist Cedar Walton voerde de luisteraar terug naar de goede oude hardboptraditie. Vitaal en sterke jazz, deels aangevuld met elementen uit de blues. Prachtige harmonieën en ontspannende solo's. Subtiele humor, zelfbewustzijn en levenservaring werden gecombineerd in traditionele jazz. Het was genieten!"

Sabine Fleig bezocht de tweede dag van het North Sea Jazz Festival. Zij doet verslag van de concerten van het Tord Gustavsen Ensemble, het Ornette Coleman Quartet, het Ramon Valle Trio en het Bobby Hutcherson & Cedar Walton Quartet.

Klik hier om haar festivalverslag te lezen.

Voor Draai om je oren maakte Monique van der Lint een fotografische impressie van twee dagen North Sea Jazz 2010. Klik hier om het te bekijken.

(Maarten van de Ven, 29.7.10) - [print] - [naar boven]





Cd
Rudder - 'Matorning' (Care Music, 2009)

Opname: 2008

Het Amerikaanse Rudder, dat uiterst smeuïge funk/fusion van het meer agressieve soort maakt, heeft zijn tweede album uitgebracht. De bezetting, met als blikvangers saxofonist Chris Cheek en drummer Keith Carlock is zoals je van zo'n kwartet zou verwachten, met veel orgel, elektrische piano en stuwende bas. De grote kracht ligt echter bij Carlock (niet voor niets de huisdrummer van Steely Dan), die een ritme neerlegt dat veel meer rockt dan swingt. Op North Sea leverde dit onlangs nog de goedkeuring van Chris Potter en Pat Metheny op, die beiden stonden mee te genieten in het publiek.

De vooruitstrevende kwaliteit, zowel letterlijk als figuurlijk, van zulke ritmes zorgt ervoor dat het nergens gezapig wordt. Ook beperken de muzikanten zich voldoende en zijn er nergens eindeloos lange spierballensolo's, zoals die bijvoorbeeld uit de koker van het Mahavishnu Orchestra zouden kunnen komen. Cheek laat zien dat hij een saxofonist is die niet voor niets tot de groteren gerekend wordt; hij blaast over alles en iedereen heen, of het nou een 5/4, een 7/8 maat, of gewoon een vierkwartsmaat is.

Fans van Yuri Honings Wired Paradise moeten deze cd zeker aanschaffen, want de overeenkomsten zijn duidelijk: het betreft hier vooruitstrevende muziek, die zich niets aantrekt van conventies en evenzeer leent van Medeski, Martin & Wood, Herbie Hancock of Ike Quebec als van The Stooges. De lat voor alle komende fusionbands komt alleen maar hoger te liggen.

Meer horen?
Op de
website van Rudder kun je naar samples van dit album luisteren.

(Sybren Renema, 28.7.10) - [print] - [naar boven]





Nieuws
Evil Rabbit Records presenteert drie nieuwe cd's


Op 10 en 11 september viert het onafhankelijke en inmiddels internationaal gerenommeerde Amsterdamse label Evil Rabbit Records zijn derde verjaardag met een minifestival in het Bimhuis (Amsterdam) en het SJU Jazzpodium (Utrecht). Tevens presenteert het label drie kersverse cd's.

Albert van Veenendaals Minimal Damage is geheel gewijd aan de geprepareerde piano. De Italiaanse meesterpianist Gianni Lenoci (bekend van zijn samenwerking met onder anderen Joëlle Léandre, Steve Lacy en Enrico Rava) maakte met Ephemeral Rhizome een spraakmakende en volstrekt originele cd. Het album 'Windfall' is de oogst van een nieuwe samenwerking tussen rietblazer Ab Baars en contrabassist Meinrad Kneer. Eregast op beide avonden is de fameuze drummer Bill Elgart, die samenwerkte met musici als Paul Bley, Sam Rivers, Dave Holland en Lee Konitz. Op het podium zullen alle musici elkaar in verschillende combinaties ontmoeten, want zoals altijd staat improvisatie bovenaan bij Evil Rabbit.

Drie jaar geleden richtten Meinrad Kneer en Albert van Veenendaal Evil Rabbit Records op vanuit de behoefte om kwalitatieve en authentieke improvisatiemuziek op een aansprekende en oorspronkelijke manier uit te brengen. Een label zonder winstoogmerk, opgericht uit passie voor deze muziek. De motivatie van beide oprichters is een groter publiek te bereiken voor deze muziek, middels een exclusieve en herkenbare vormgeving en voortreffelijke geluidskwaliteit. Inmiddels zijn dertien cd's uitgebracht en getuige de vele enthousiaste binnen- en buitenlandse recensies begint Evil Rabbit na drie jaar een belangrijke plaats in te nemen.

Evil Rabbits Records Minifestival - vrijdag 10 september 2010, Bimhuis, Amsterdam, 20.30 uur / zaterdag 11 september 2010, SJU Jazzpodium, Utrecht, 21.00 uur.

(Maarten van de Ven, 28.7.10) - [print] - [naar boven]





In memoriam
Harry Beckett


De Engelse trompettist en bugelblazer Harry Beckett overleed op donderdag 22 juli in zijn woonplaats Londen. Twee dagen eerder was hij door een hartaanval getroffen. Hij werd 75. Ook in Nederland trad Beckett met enige regelmaat op.

De in Barbados geboren muzikant migreerde in 1954 naar Engeland, waar hij met uiteenlopende jazz-, soul- en nachtclubbandjes aan de slag ging. De Amerikaanse bassist en componist Charles Mingus zette hem in de schijnwerper, toen hij de trompettist in 1961 vroeg in de film 'All Through The Night' mee te spelen. Daarna was zijn lyrische spel - al kon hij ook fel uithalen - op met name de bugel te horen in zo ongeveer alle Engelse prominente hedendaagse jazzgroepen.

Zo maakte hij jaren deel uit van het Stan Tracey Octet en leidde hij zijn eigen Joy Unlimited en Flugel Four. Beckett werkte tevens met pop- (Keef Hartley) en fusionbands en was ook te vinden in de Jazz Warriors, waar hij met musici speelde die een generatie jonger waren dan hij. Zijn laatste schnabbel was een maand geleden met Guy Barker's Big Band Britannia.

(Eddy Determeyer, 27.7.10) - [print] - [naar boven]





Cd
José James & Jef Neve - 'For All We Know' (Impulse Records, 2010)


Zowel pianist Jef Neve als vocalist José James hielden er de voorbije maanden een drukke agenda op na. Ze waren elk bezig met eigen projecten. James bracht onlangs zelfs een nieuwe cd uit, maar beide heren vonden elkaar in een gezamenlijke passie voor de muziek van John Coltrane. Hun 'Facing East'-project, waarvoor José James teksen schreef op muziek van Coltrane en waarmee het duo later deze zomer nog Jazz Middelheim aandoet, kende groot succes en zou bijzonder interessant zijn, waarvan getuige een uitverkochte AB eerder dit jaar. Na 'Facing East' besloten James en Neve - wier vriendschap eigenlijk ontstond in de wandelgangen van het Klara-programma 'Neve' (dat onlangs afliep) - dat de tijd rijp was om samen de studio in te duiken. Het resultaat is een album vol standards, die Neve en James intens en doorleefd naar hun hand zetten.

De geschiedenis van het vocale duo gaat terug op de samenwerkingen tussen onder meer Johnny Hartman en John Coltrane, of tussen Bill Evans en Tony Bennett. De gelijkenis James-Neve versus Bennett-Evans is trouwens niet oninteressant (onder andere vanwege de identieke bezetting); wie beide opnames naast elkaar legt, hoort weliswaar dat de muziekgeschiedenis een gat heeft geslagen van veertig jaar experimenteerdrift, maar de breuk met de traditie is bij James en Neve al bij al niet zo groot. Er wordt vrijer omgesprongen met de blues (zoals in het geestige 'Gee Baby, Ain’t I Good To You?') en in zijn geheel is de sfeer iets meer laid-back. Als album zit 'For All We Know' echter helemaal op dezelfde golflengte; de emotionaliteit in James' stem benadert die van Bennett destijds en de rol van de pianist is eerder het onderstrepen van bepaalde kleuren dan zelf lang uitgesponnen solo's te spelen. Jef Neve permiteert zich in die hoedanigheid veel meer vrijheden dan men bij Evans aantreft, maar zijn improvisaties mogen er zeker zijn.

Opvallend is dat 'For All We Know' het eerste album is bij het label Impulse! sedert 2004. John Coltrane was immers zowat de spirituele vader van de platenmaatschappij en tot voor kort waren het alleen zijn geestesgenoten (zoals zijn vrouw Alice Coltrane) die mochten opnemen voor het label. Die eer valt nu ook te beurt aan José James en Jef Neve, die nochtans niet op de proppen komen met verrassende wendingen in hun muziek. Wie de stijl van James een beetje kent, zal alweer snel meegaan in zijn zachte, doorleefde smarten. Ook Jef Neve is in goeden doen, met pianistieke wonderen die anders zijn dan in zijn solowerk: ze zijn intiemer, melancholischer en schuwen de atonale lyriek minder. Dat levert interessante interventies op, al blijven bepaalde nummers misschien toch wat te doorzichtig.

Nochtans wordt 'For All We Know' rijker met elke luisterbeurt. 'Embraceable You', 'Body And Soul', 'Lush Life' en bij uitbreiding zowat de hele cd zijn het waard om te proeven en te herproeven. Het album verliest een iets aan waardering door het gebrek aan artistieke duiding in de afwezige liner notes. Impulse heeft er zelfs voor gekozen de mensen van de 'styling' en het 'design' te vermelden, meer dan de samenwerking tussen James en Neve te duiden. Draait John Coltrane zich bij dat soort pseudo-kunstzinnig snobisme niet om in het graf? Wie echter het juiste moment van de dag afwacht, zal geheel kunnen opgaan in het secure werk van Neve en James, dat niet wereldschokkend is, maar op zijn minst ontroerend, spontaan en verzorgd.

Deze recensie verscheen eerder op Kwadratuur.be

Labels:

(Jan-Jakob Delanoye, 27.7.10) - [print] - [naar boven]





Fotoverslag / Jazz op verzoek #14
North Sea Jazz impressies: Chris Potter Tentet & The John Escreet Project


Saxofonist Chris Potter kon zijn eigen Amerikaanse tentet niet meenemen naar Europa omdat er te weinig boekingen waren. Toen heeft hij via 'onze eigen' drummer Martijn Vink voor deze gelegenheid een nieuw tentet samengesteld met Nederlandse jazzmusici, stuk voor stuk behorend tot de top van de vaderlandse scene. Zodoende trad Potter op vrijdag 9 juli in de Hudson-zaal aan met de volgende bezetting: Mark Alban Lotz (fluit), Jeffrey Bruinsma (viool), Oene van Geel (altviool), Jörg Brinkmann (cello), Jan Willem van der Ham (fagot), Jesse van Ruller (gitaar), Michael Moore (klarinet), Clemens van der Feen (bas), Martijn Vink (drums).

Namens Draai om je oren was fotograaf Siebe van Ineveld getuige van dit concert. Klik hier voor zijn fotoverslag.

André Klaver en Pieter van Hoogdalem bezochten het concert van het Chris Potter Tentet. Op de website van Radio 6 kun je hun bevindingen lezen. Klik hier om het hele - wat mij betreft boeiende - concert te beluisteren.

Op vrijdag 9 juli was Siebe van Ineveld ook aanwezig bij het concert van The John Escreet Project. "Moderne freebop van grote klasse", oordeelde onze recensent Jacques Los naar aanleiding van een concert van deze band eerder dit jaar. Naast leider John Escreet op piano bestaat deze formatie uit David Binney (altsax, electronics), Eivind Opsvik (bas) en Nasheet Waits (drums). Klik hier voor zijn fotoverslag.

Meer weten?
Lees hier onze recensie van het concert van The John Escreet Project op 15 januari 2010 in het Bimhuis.

(Maarten van de Ven, 26.7.10) - [print] - [naar boven]





Nieuws
Vienna Art Orchestra gooit de handdoek in de ring


Het gerenommeerde Vienna Art Orchestra, een van de weinige jazz-bigbands in Europa, gooit de handdoek in de ring omwille van onderfinanciering. Dat kondigde orkestleider Mathias Rüegg zaterdag aan in de Oostenrijkse krant Der Standard.

Volgens Ruëgg werd de bigband steeds minder gevraagd door de Oostenrijkse, Zwitserse en Duitse concertpromotors. Bovendien verloor de jazzgroep een belangrijke sponsor. Ook speelde de economische crisis in landen als Spanje, Italië en Frankrijk een rol in de beslissing.

Vienna Art Orchestra kende al verschillende jaren financiële problemen. De bigband speelde 33 jaar lang jazz en bracht tientallen platen uit. Een optreden in het Oostenrijkse Viktring (Klagenfurt) op 9 juli was het laatste wapenfeit van het orkest, zo leert de website.

Ruëgg betreurt "dat het orkest op een piek moet stoppen" en spreekt van "33 jaren op het hoogste niveau".

Bron: Het Laatste Nieuws

(Maarten van de Ven, 26.7.10) - [print] - [naar boven]





Nieuws
Al Jarreau in het ziekenhuis


De Amerikaanse jazz- en popmuzikant Al Jarreau (70) is afgelopen donderdag met spoed naar een Frans ziekenhuis gebracht. De zanger van 'Roof Garden' kreeg ademhalingsproblemen toen hij in een bergdorpje in de Alpen moest optreden op een jazzfestival. Hij lag even op intensive care, maar is nu buiten levensgevaar. Drie shows in Duitsland en Azerbeidzjan zijn geannuleerd.

Bron: Het Nieuwblad

(Maarten van de Ven, 26.7.10) - [print] - [naar boven]





Festivalverslag
Gent Jazz vonkt!


"Stanley Clarke oogt spontaan en sportief, heeft de top bereikt, geniet ervan om op het podium te staan tussen de fantastisch spelende jongelui. De toegift kent iedereen, het nummer dat ooit het breekpunt vormde in het hele basgitaarspel, het nummer dat voor een revolutie zorgde onder de bassisten op de hele wereld. Niet alleen Stanley, maar de hele band krijgt een staande ovatie. De formule van het festival komt bijzonder tot zijn recht. Topacts met voldoende ruimte ertussenin, geen gelijktijdig lopende activiteiten. Alles is gericht op de muziekbeleving."

Van 7 tot en met 11 juli bezocht onze correspondent Jo Dautzenberg het Gent Jazz Festival. Liefst 35.000 bezoekers trok deze editie, die namen als Ornette Coleman, Chick Corea, Roy Haynes, Pat Metheny en Kurt Elling op het podium bracht in de tent op de Bijlokesite. "Iconen, toppers in hun eigen genre, overstijgende passie met jazz, ingetogenheid, eigenheid, een beetje glitter en show. Leeftijd speelt geen rol. Het gaat om de jazz zelf."

Klik hier om zijn festivalverslag te lezen.

Cees van de Ven maakte een uitgebreid fotoverslag van Gent Jazz. Klik hier om zijn foto's te bekijken.

(Maarten van de Ven, 25.7.10) - [print] - [naar boven]





Cd
Gare Du Nord - 'Let’s Have a Ball!' (Blue Note Records, 2010)


Sedert 2002 is Gare Du Nord een van de hipste electro-jazzformaties in het Nederlandse. 'In Search Of Excellounge' was een vrij conventioneel, elektronisch debuut, maar met 'Sex ‘n’ Jazz' uit 2007 (met een veelbetekenende, nogal smakeloze titel) braken ze definitief door bij het grote publiek. 'Let’s Have a Ball!' (alweer met een titel die het album op het lijf geschreven is), de jongste schepping van de creatieve breinen Ferdy Lancee en Barend Fransen, is, tegen alle verwachtingen in, een gewoon compilatie-album, waarop enkele van de beste funk- en jazzartiesten verzameld staan.

De formule is nogal eenvoudig en het artistieke duo neemt eigenlijk vrij weinig moeite om het geheel met vindingrijke input op te smukken. Met Donald Byrd, Marvin Gaye, Cassandra Wilson en Norah Jones op de tracklist kan er hoe dan ook weinig fout gaan. Gare Du Nord voorziet de luisteraar van enkele stevige, swingende grooves, maar verder blijft de bijdrage van het duo uitermate beperkt. De mixes zijn niet echt van een superbe niveau en de keuze van de nummers had uiteraard origineler gekund. 'Let’s Have a Ball!' pretendeert dan ook niet zoveel meer dan gewoon een feestelijk album te zijn, maar het gebrek aan ambitie en aan inventiviteit maakt het album tot één van de vele releases binnen het intussen al uitgemolken genre.

De cover-art bij Blue Note is naar goede gewoonte degelijk en mooi, maar ook hier was een gewaagder opzet interessanter geweest. Naar de maatstaven van Blue Note, het label dat met de sublieme serie Blue Note Sidetracks een nieuwe mijlpaal heeft geschapen in het compilatie-genre, valt het jongste album van Gare Du Nord extra tegen. Niet dat de muziek niet swingt of ongecompliceerd uit de boxen knalt, maar elke jazzliefhebber kan een simpele set zoals deze in een voormiddag in elkaar knutselen. Geachte Ferdy Lancee en eerwaarde Barend Fransen: mag het in het vervolg allemaal wat meer gezouten en gepeperd?

Deze recensie verscheen eerder op Kwadratuur.be

(Jan-Jakob Delanoye, 25.7.10) - [print] - [naar boven]





In memoriam
Willem Breuker


Rietblazer, componist, orkestleider en oproerkraaier Willem Breuker is op 23 juli in zijn woonplaats Amsterdam aan longkanker overleden. Het enfant terrible van de Nederlandse muziek werd 65.

Vanaf het moment dat hij op het vaderlandse toneel verscheen, in 1966, met zijn compositie 'Litanie Voor De 14de Juni', heeft zijn muziek steevast felle reacties pro en contra losgemaakt. Hem werd verweten dat hij zijn instrumenten niet beheerste en dat hij geen respect had voor de jazztraditie. Niet toevallig, wellicht, begon hij zijn loopbaan midden in de Provobeweging. Huisjes konden hem niet heilig genoeg zijn.

Nochtans was Breuker bijzonder goed op de hoogte van de jazztraditie. En niet alleen van de jazztraditie; ook de donkerste hoekjes van de klassieke muziek kende hij als zijn broekzak. Dat bleek onder meer in 2003, toen Breuker een programma voor de Nederlandse Muziekdagen samenstelde, waarin componisten als Jaap Kool en Peter van Anrooy broederlijk naast Louis Andriessen en Tomoko Mukaiyama op het affiche prijkten.

De eerste stappen op het muzikale pad werden – letterlijk – bij het Harmonieorkest Tuindorp Oostzaan gezet. Daar kreeg hij een tenorsaxofoon in de handen gedrukt en dat ging allemaal prima tot Wim aan het Loosdrecht Jazzconcours meedeed (en daar een ruzie in de jury ontketende). Bestuursleden van de harmonie zagen het spektakel op tv en stonden de volgende dag ziedend op de stoep. De jonge muzikant werd geschorst wegens wangedrag.

Maar Breuker maakte snel furore als bedenker en uitvoerder van vrije muziek met een theatrale inslag. De Amerikaanse free jazz (Archie Shepp, Albert Ayler) van de jaren zestig was een belangrijk baken, maar daar roerde Breuker dan met sardonisch genoegen een hele schep Kurt Weill, Malando en Spike Jones doorheen. Muziek voor mensen, was zijn motto.

Toen Nederland na een paar jaar vond dat de aanpak van Breuker slijtageplekken begon te vertonen, bleek het buitenland een niet leeg te drinken zee. Het Willem Breuker Kollektief trad met evenveel succes op in vrijwel alle landen van de beschaafde wereld. Een van de eerste buitenlandse recensies stond in 1971 in het Engelse blad Melody Maker. 'Willem Breuker is vandaag de dag echt een van de meest vooraanstaande westerse muzikanten. Ik ken maar weinig lieden die met geluid werken wier creaties de breedte en het gewicht hebben waarvan zijn werk doortrokken is,' schreef Richard Williams.

Toch ontwikkelde Breukers muziek zich door de jaren. De hem kenmerkende ironie wilde hij ook wel eens loslaten, en dan kon zijn Kollektief ineens van een plichtmatig en wat suffig voortploegend hofje veranderen in een swingende bigband of een enerverend kamermuziekensemble.

De laatste jaren werd Willem Breuker geplaagd door lichamelijk ongemak (levertransplantatie, longkanker) en een negatief subsidieadvies, waardoor de overheidssteun na dertig jaar plotseling opdroogde*.

De man die aan de wieg stond van de Instant Composers Pool (ICP), de Beroepsvereniging van Improviserende Musici (BIM), de Stichting Jazz en Geïmproviseerde Muziek in Nederland (SJIN), het Bimhuis en nog zo het een en ander, nam zichzelf niet al te serieus. "Denk niet dat je door God op deze aarde bent gezet om die paar kutnoten op te schrijven," vertrouwde hij Marc Wielaert toe. "Ze mogen wat mij betreft alles bij de vuilnisbak zetten als ik de pijp uitga."

* Onlangs werd dit advies overigens wel herroepen.

Meer weten?
Na enkele jaren was het Willem Breuker Kollektief op 1 maart 2004 weer eens neergestreken in café Wilhelmina voor een Jazzpower-concert. Jaren geleden ontving Willem Breuker van de Cité de la Musique in het Parc de la Villette in Parijs (het nieuwe Franse muziekmekka) de opdracht muziek te schrijven bij de vermaarde, geheel gerestaureerde stomme zwart-wit film 'Faust' van regisseur F.W. Murnau uit 1926. De tweede set speelde het Kollektief een suite van deze filmmuziek. "Een belangrijke, indrukwekkende partituur van de man die hiermee wederom zijn compositorische kwaliteiten bewijst", schreef Cees van de Ven destijds in zijn recensie van het concert.

Lees hier de complete recensie met informatie over de film 'Faust'.

Klik hier naar een gesprek met Willem Breuker plus een video van de theater-tour 'Nog Lang Niet Jarig!

(Eddy Determeyer, 24.7.10) - [print] - [naar boven]





Festivalverslag
North Sea Jazz impressies: vrijdag 9 juli 2010 part 2


"Jazz, dat is allang niet meer uitsluitend swing, bebop, cool, free. Daar horen tegenwoordig ook Trijntje Oosterhuis en Elvis Costello en Giovanca bij. Zal best. Maar als ik bij de slager een lekker stukje entrecote bestel en bij thuiskomst blijken het speklappen te zijn, deugt er ook iets niet. Maar eerlijk is eerlijk: nog altijd kan een muziekliefhebber, ongeacht zijn voorkeuren, zijn eigen festival daar in de Rotterdamse Ahoy samenstellen."

Ook Eddy Determeyer bezocht de eerste dag van het North Sea Jazz Festival. Hij doet verslag van de concerten van Catherine Russell, Phil Woods & Rein de Graaff Trio, Jason Moran & The Bandwagon, Timuçin Sahin, Tobias Klein 'Lackritz' en het Joshua Redman Double Trio.

Klik hier om zijn festivalverslag te lezen.

Klik hier voor een fotoverslag van het concert van het Joshua Redman Double Trio door Siebe van Ineveld.

(Maarten van de Ven, 23.7.10) - [print] - [naar boven]





Cd
Guiseppe Logan Quintet - 'Guiseppe Logan Quintet' (Tompkins Square, 2010)

Opname: september 2009

In Brian Cooks onvolprezen jazzencyclopedie staat in het vrij korte lemma gewijd aan Guiseppe Logan te lezen, dat hij nooit veel meer in zich had dan zijn eerste albums, die meer dreven op de tijdsgeest dan op originaliteit. Ook staat er dat andere wat iedereen over Logan weet: na deze drie platen, nu collector's items, verdween hij van het muzikale toneel. Er waren geruchten, maar niets concreets, over waar Logan verbleef. Hij is uiteindelijk enkele jaren geleden opgedoken, spelend op straat op een oude, krakkemikkige altsax.

Via bewonderaars kreeg hij instrumenten aangeboden en het platenlabel Tompkins Square bood hem zelfs een opname aan. Deze opname is hartverscheurend. Niet alleen vanwege Logans geluid, dat altijd al wrang was, maar ook vanwege de gedachte aan al die prima muziek die verloren is gegaan en aan al de eenzaamheid en ontberingen die Logan heeft doorstaan. Daarmee zijn de euvels op deze plaat gelijk vergeven; de inmiddels vrijwel tandenloze saxofonist heeft duidelijk problemen met zijn embouchure, maar zijn harmonische begrip is nog intact en de begeleiding, die technisch beter is onderlegd dan de oude meester, laat hem in zijn waarde.

Logans onvaste, maar tranentrekkende zang op 'Love Me Tonight' is de kers op de taart, maar wat vooral indruk maakt is een piepende versie van 'Over The Rainbow'. Alleen al door het leven dat Logan heeft moeten doorstaan, is de muziek mijlenver verwijderd van zijn blije oorsprong. De boodschap van hoop en troost wordt echter sterker dan ooit.

Inmiddels treedt Logan weer op in New York, heeft hij een appartement en is hij verenigd met zijn zoon. De verkoop van deze cd loopt redelijk, zodat zijn instrumenten gerepareerd kunnen worden. Op
YouTube is een hele reeks fragmenten te zien, waarin duidelijk wordt hoezeer deze man uitgeleefd is geraakt en is overgeleverd aan de steun van anderen. Mensonterend om te zien, maar ook opbeurend: het is de afgelopen 45 jaar nooit zo goed met Logan gegaan.

(Sybren Renema, 22.7.10) - [print] - [naar boven]





In memoriam
Joya Sherrill


Joya Sherrill, de zangeres die het orkest van pianist en componist Duke Ellington in 1945 een grote hit bezorgde met haar vertolking van 'I’m Beginning To See The Light', is op 28 juni in haar woonplaats Great Neck, Long Island na een lang ziekbed aan leukemie overleden. Ellington zette de zangeres, die met tussenpozen van 1942 tot 1963 bij hem zong, voornamelijk in voor het lichtere werk, zoals 'Hit Me With A Hot Note And Watch Me Bounce' en 'The Kissing Bug'. Maar ze was ook de vocaliste die 'The Blues' uit de 'Black, Brown And Beige'-suite en delen uit 'A Drum Is A Woman' voor haar rekening nam.

De in 1927 in Bayonne, New Jersey geboren Joya Sherrill maakte als schoolmeisje kennis met de maestro. Ze had een tekst geschreven op 'Take the "A" Train' en zong hem die voor toen de band in Detroit optrad. Ze kwamen overeen dat ze eerst haar school af zou maken en in 1942 voegde Sherrill zich bij het orkest, gechaperonneerd door haar moeder. Haar rijke, diepe alt, haar onberispelijke dictie en haar ravissante verschijning droegen in niet geringe mate bij aan het succes van Ellingtons Famous Orchestra.

Na haar eerste periode bij Ellington begon Sherrill een solocarrière, ze zong bij pianist Herman Chittison en toerde in 1962 met het orkest van klarinettist Benny Goodman door de Sovjet-Unie. Ze was gastvrouw van een kinderprogramma op WPIX-TV en had haar eigen talkshow, 'Time for Joya'. In 1964 en 1994 nam ze albums op waarmee ze haar werk met Ellington in herinnering bracht, 'Joya Sherrill Sings Duke' en 'Black Beauty' respectievelijk.

(Eddy Determeyer, 22.7.10) - [print] - [naar boven]





Interview
Bertrand Flamang


"Je ziet het zo, overal waar jazz is als uitingsvorm: jazz is de cross-over, altijd al geweest. Vijftig jaar geleden stond jazz al aan de basis van de wereldmuziek. De vijftiger en zestiger jaren zetten alles in een stroomversnelling. Ook hier was de jazz bepalend. De fans van toen zijn de directeuren en welgestelde elite van nu. Ze menen de wijsheid in pacht te hebben. Dat is een fatale vergissing. Jazz gaat zijn eigen weg."

Jo Dautzenberg bezocht het Gent Jazz Festival en sprak ter plaatse met organisator-programmator Bertrand Flamang.

Klik hier om het te lezen.

Binnenkort op deze site een uitgebreid verslag in woord en beeld van Gent Jazz 2010.

(Maarten van de Ven, 22.7.10) - [print] - [naar boven]





Festivalverslag
North Sea Jazz impressies: vrijdag 9 juli 2010 part 1


"Het bezoeken van het North Sea Jazz Festival dient wat mij betreft meerdere doelen. In de eerste plaats natuurlijk om grote, internationale artiesten aan het werk te kunnen zien. Maar zeker ook om nieuwe of relatief onbekende artiesten bij een groot publiek onder de aandacht te brengen. Geweldig is het in ieder geval om jezelf rond te wentelen in zo een groot aanbod van muzikaal entertainment. Iets wat vele liefhebbers ondanks de zinderende hitte vanuit alle hoeken van de wereld op de been bracht."

Vrijdag 9 juli bezocht onze correspondent Donata van de Ven de openingsavond van het North Sea Jazz Festival. Ze doet verslag van de concerten van de Pat Metheny Group, Marcus Miller 'TUTU Revisited' en last but not least de Julian Lage Group.

Klik hier om haar festivalverslag te lezen.

Namens Draai om je oren was fotograaf Siebe van Ineveld aanwezig op de eerste dag van het North Sea Jazz Festival 2010. Klik hier voor zijn foto's van de Pat Metheny Group en hier voor zijn foto's van de Julian Lage Group tijdens hun respectievelijke concerten op het North Sea Jazz Festival, vrijdag 9 juli 2010.

(Maarten van de Ven, 20.7.10) - [print] - [naar boven]





Cd / The Jazztube
Jungle Boldie - 'Jungle Boldie' (Turtle Records, 2010)

Opname: september 2009

Ho! Wacht even. Wanneer je bij de term 'Jungle Boldie' gelijk visioenen krijgt van heftige drum 'n' bass op oorsplijtend niveau, moet ik je teleurstellen. Jungle Boldie, de jongste incarnatie van het Tony Overwater Trio, speelt een soort kamerjazz. Kamerjazz weliswaar waarin van alles kriebelt en krioelt, maar toch kamerjazz. Of kamerjazz: eerder is het misschien een soort imaginaire volksmuziek. Als je dan toch jazzreferenties zoekt, is het jaren vijftig-werk van componist en rietblazer Jimmy Giuffre wellicht bruikbaar. Ja, na periodes waarin stevig gefreakt werd en een tijdperk waarin hij afwisselend roerloze cool jazz speelde en het Calefax Rietkwintet, Duke Ellington en Billy Strayhorn in het Verre Oosten ontmoette, zoekt bassist Tony Overwater het thans op de vierkante centimeter.

Dit trio is voorbeeldig ingespeeld en niemand eist de voorgrond op. Dat wil niet zeggen dat er te allen tijde ingetogen gemusiceerd wordt. Integendeel, alle drie de meesters kunnen stevig uitpakken, de trefzeker en dynamisch drummende Wim Kegel voorop. Luister naar het nummer 'Up And Down', zou ik zeggen. Bij Maarten Ornstein gromt en bromt de basklarinet niet; het is bij hem eerder een soort zingen in het hoge 'klarinettige' register van het instrument.

Is deze band live leuker? Vermoedelijk – al was het alleen maar omdat dat voor het merendeel van alle jazzbandjes geldt. Jungle Boldie lijkt mij breed inzetbaar, van koffieconcerten tot bedrijfsrecepties. Die boze buurman die aan het eind van de schijf komt klagen dat hij "knettergestoord" wordt van des trio's verrichtingen, moet wel van een andere planeet komen.

Bekijk de Jazztube!
In de bovenstaande Jazztube zien en horen we Jungle Boldie tijdens hun concert in het Bimhuis op 27 maart 2010. Achtereenvolgens spelen zij: 'Dancing The Waves', 'St. James Infirmary', 'Beirut' en 'Parallels'. Klik op de afbeelding om de Jazztube te starten.

Labels:

(Eddy Determeyer, 17.7.10) - [print] - [naar boven]





Concert
Peter Beets New York Quartet 'Chopin Meets The Blues'

cd-presentatie, donderdag 10 juni 2010, Bimhuis, Amsterdam

Der Pianist Peter Beets wuchs in einer musikalischen Familie auf. Mit seinen Brüdern bildet er das Trio The Beets Brothers, mit denen er seit 1985 zusammen auftritt. Mit Musikern wie Larry Grenadier, Curtis Fuller oder Martijn van Iterson hat er mehrere CD's aufgenommen, auβerdem ist er Pianist des Jazzorchestra of the Concertgebouw. Schon 2005 war er mit seinem Programm 'Chopin Meets The Blues' in den Niederlanden auf Tournee. Von diesem Projekt sollte im Bimhuis die neue CD, aufgenommen mit dem Peter Beets New York Quartet präsentiert werden. Nun, die CD war zwar an diesem Abend noch nicht 'anwesend', aber dafür das Quartet, bestehend aus Joe Cohn (Gitarre), Reuben Rogers (Baβ) und Greg Hutchinson (Schlagzeug) und natürlich Peter Beets.

Frédéric Chopin gilt als Schöpfer eines poetischen Klavierstils, hatte aber doch soviel Potential an Variationen und freiheitsliebender Virtuosität, dass man sich gut vorstellen kann, Chopin selbst hätte gerne den Jazz hinzugezogen. Daβ seine Werke nun Bekanntschaft mit dem Blues machen sollen, lieβ einen spannenden Abend mit musikalischen Konflikten erwarten.

Mit dem Rücken zu seiner Begleitband gekehrt, zeigte er wie es sich anhört wenn Walzer, Fantasie impromptu, Notturnos, Prélude in e-moll und h-moll in Jazz Rhythmen wie Shuffle und dergleichen mehr gepackt wird. Chopins Charakterstücke mit vornehmlich träumerisch elegischer Grundstimmung erfuhren durch Rhythmus und Kraft des afroamerikanischen Jazz eine Art konfrontierende Wiedergeburt, die Spaβ und sprachlos machte: komplexe Arrangements, eigenwillig ausgearbeitet und in einer unglaublichen Geschwindigkeit vorgetragen.

Die Begeisterung Beets' für Chopin war nicht zu übersehen, er stürmte regelrecht durch die Werke und hüpfte über alle rhythmischen Wechsel hinweg. Jedoch erschien Beets, bei seinen Ansagen jederzeit witzelnd, etwas überdreht. Eine Oberflächlichkeit, die zu Chopin und seinen Werken, wenn auch in arrangierter Form nun gar nicht passte. Etwas mehr an feiner und seriöser Musikalität wäre wünschenswert gewesen.

Selbst seine Band erschien isoliert von ihrem Pianisten. Technisch brillant, allen voran Joe Cohn an der Gitarre, aber eine feine Verbundenheit schien hier an diesem Abend noch nicht zu existieren. Aufgedreht der Frontmann auf der einen, um Struktur und Tiefgang bemüht die Band auf der anderen Seite. Ein Zustand, der für die Zwiespältigkeit und Ambivalenz dieses Abends stand.

Vor dem Hintergrund, daβ im klassischem Sinne Nocturne und Ballade Tondichtungen sind, die die Möglichkeit bieten, persönliche Bekenntnisse auf schmerzhaft ehrliche, ja dramatische Weise zum Ausdruck zu bringen, fehlten hier die nostalgischen und besonnenen Chopin Momente. Wem das aber sowieso zu dick aufgetragen ist, war hier an diesem Abend genau richtig.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Siebe van Ineveld.

(Sabine Fleig, 17.7.10) - [print] - [naar boven]





Cd
Steve Hubback & Ad Peijnenburg - 'Arrows' (FMR Records, 2010)

Opname: 12 december 2008

What a great album! Master percussionist and 'sound sculpture artist' Steve Hubback meets Dutch minimalist saxophonist Ad Peijnenburg, for eleven varied pieces of highly creative, invigorating and spiritual music. Hubback is not a rhythmic percussionist per se, but is more interested in the sounds coming forth of his many bells, drums and gongs, while in contrast Peijnenburg is a very rhythmic player, often resorting to repetitive phrases built around a tonal center.

The title of the first two tracks, 'Impression From Silence', already give a glimpse of the program: the sensitive and careful creation of sounds around silence. There is no sense of urgency, there is no clear melodic or harmonic structure, but the listening experience is magnificent. Listen to the wail of the sopraninosax on 'Prooi', which I already thought sounded like a wounded animal, even before I read the Dutch title, just to let you know how evocative these artists are.

'Something Circles' is almost funky, with Peijnenburg indeed playing a pretty basic circling phrase on his baritone sax. It sounds simple and straightforward, yet juxtaposed to Hubback's floating cymbal work, it results in great effect. 'Mole Dance' falls in the same category, yet the short piece is permeated by a bluesy feeling, without being too explicit.

In sum, apart from the brilliant first two pieces, you get nine shorter pieces, full of musical joy, with tribal rhythms, interesting concepts which are never overly extended but kept to their bare essence: a cadence, a feeling, a mood, a timbral exploration. Light-footed and fun. An ode to life. Enjoy!

Deze recensie verscheen eerder op
Free Jazz.

Labels:

(Stef Gijssels, 14.7.10) - [print] - [naar boven]



Nieuws
MECC Jazz Maastricht: een nieuw en spannend festival


Op vrijdag 29 en zaterdag 30 oktober biedt het congrescentrum MECC Maastricht Maastricht) ruimte aan een nieuw, groots en creatief jazzfestival. MECC Jazz Maastricht biedt een uitgebalanceerd programma met wereldberoemde artiesten in een sfeervol kader en zal naar verwachting ruim 10.000 bezoekers trekken.

Naast de grote internationale programmering is er een samenwerking aangegaan met het lokale festival Jazz Maastricht Promenade. Dit festival draait om de verbindingen, die jazz met andere muzieksoorten en kunstdisciplines tot stand brengt. Daardoor krijgen zowel (jazz)musici als artiesten uit de wereld van toneel, film, opera en dans een internationaal podium in het MECC. De combinatie van beide programma's maakt het geheel tot een uniek gebeuren met veel plek voor creativiteit.

Het MECC is voor dit festival omgebouwd tot een sfeervolle plaats met veel gezellige hoekjes en eten en drinken voor alle smaken. Het complex heeft uitstekende faciliteiten om een grootschalig festival te huisvesten; eind jaren tachtig was het de plaats van het beroemde Jazz Mecca.

Voor liefhebbers die voor het festival een weekend in Maastricht willen doorbrengen, zullen attractieve arrangementen worden aangeboden. Het programma wordt eind augustus bekendgemaakt. Een dagticket gaat veertig euro kosten.

(Cees van de Ven, 14.7.10) - [print] - [naar boven]





Artikel
Het vrije leven volgens Ornette Coleman


"Zijn bluesbasis hoor je terug in zijn geluid dat hoog, tjokvol en jankerig is. Verder viel op zijn eerste albums, uit de late jaren vijftig, zijn gejaagde, telegrammatische speelwijze op. Een soort steno dat merkwaardig genoeg associaties opriep met de cut-up methode van een schrijver als William Burroughs. Grappig is dat Coleman in 1991 daadwerkelijk meewerkte aan de soundtrack van de verfilming van diens geruchtmakende boek 'Naked Lunch'."

Eddy Determeyer over altsaxofonist Ornette Coleman, dezer dagen artist in residence bij het North Sea Jazz Festival. De inmiddels tachtig jaar oude, nog immer spraakmakende veteraan behoort samen met onder anderen Wayne Shorter, Archie Shepp en Sonny Rollins tot de rap uitdunnende groep levende saxofoonlegenden.

Vanavond treedt het Ornette Coleman Quartet in het Rotterdamse Ahoy (Hudson-zaal) op met bijzondere gasten: Bachir Attar & The Master Musicians of Jajouka. Deze Marokkaanse band geeft de muzikale traditie al eeuwenlang door van vader op zoon. In de jaren zeventig raakte Coleman gefascineerd door de hypnotiserende ritmes van de band. Hij nam een album met hen op, zijn eerste opname met dubbele elektrische en basgitaarbezetting, wat later zijn handelsmerk zou worden. Colemans andere gast deze avond is voormalig pupil James 'Blood' Ulmer. Als een van de meest opmerkelijke free-jazz gitaristen volgt hij de door Coleman bedachte theorie van de 'harmolodics'.

Klik hier om het artikel te lezen.

(Maarten van de Ven, 11.7.10) - [print] - [naar boven]





Cd
ICP Orchestra - 'ICP 049' (ICP, 2010)

Opname: juni/september 2009

Verwacht na veertig jaar geen verrassingen meer van het ICP Orkest. Er wordt onverminderd op hoog niveau gemusiceerd, waarbij de leden elkaar blindelings aanvoelen, op elkaar anticiperen en reageren.

Met Mary Oliver (viool en altviool), Tristan Honsinger (cello) en Ernst Glerum (contrabas) heeft de band een tamelijk compleet strijkorkest aan boord, waarbij Oliver meandert tussen hillbilly-gefiedel en het atonale gekras zoals dat in hedendaagse kamermuziek niet ongebruikelijk is.

Ik heb het orkest al een poosje niet meer live gehoord, maar afgaande op deze cd lijkt de vroege Sun Ra, jaren vijftig dus en begin jaren zestig, tegenwoordig een referentiepunt. Voorts staat er nog altijd werk van Misha Mengelbergs helden Duke Ellington en Herbie Nichols op het programma. In Ellingtons 'Sonnet In Search Of A Moor', uit de suite 'Such Sweet Thunder', klinkt het orkest relatief traditioneel, elders ('Wake-up Call', 'Mitrab') verwijlt het in abstractere dreven.

Leider Mengelberg is als Sprechsänger te horen in het openingsnummer 'Niet Zus, Maar Zo'. Hij zou het prima doen in griezelsprookjes: onbedaarlijke huilbuien en pisbroeken alom.

Meer horen?
Van deze cd kun je
hier het nummer 'Niet Zus, Maar Zo' beluisteren.

(Eddy Determeyer, 11.7.10) - [print] - [naar boven]





Concert
Kristalhelder geluid uit ernstig vervuilde Fender

Koos Wiltenburg Group featuring Eef Albers, zondag 4 juli 2010, Buckshot, Groningen

Het is met afstand de goorste gitaar die ik ooit heb gezien. Sinds 1962 heeft het vuil der kroegen, het stof van de road en het zweet van de schepper zich op de solid body genesteld; zelfs de merknaam (Fender) is onder het patina der jaren verdwenen. Als je goede ogen hebt zie je de microben krioelen. "Nou, hij is wel gereviseerd, hoor," zegt Eef Albers, de trotse eigenaar, verontschuldigend. Doch die revisie heeft zich beperkt tot het bijwerken van de hoorns, de punten van de body. Die begonnen op een gegeven moment te puntig te slijten.

Maar denk niet dat er daarom uitsluitend roestige, krakkemikkige oerblues uit die Fender komt. Integendeel, het geluid van Eef Albers is helder als het spreekwoordelijke bergbeekje. In zijn soli neemt hij je mee over vervaarlijke cataracten die in serene, koele meren uitmonden en toont je en passant pracht en praal van de vele zijriviertjes. En net als het gevoel je bekruipt dat je de weg nu toch wel finaal kwijt bent, ligt het einddoel tussen twee heuveltoppen in de verte te schitteren.

Jammer dat Albers zo bescheiden is dat hij zijn medemusici alle ruimte gunt. Te veel ruimte. Het duurde in Buckshot overigens even voordat het gezelschap op gang kwam. Aanvankelijk zoog het vierkante werk van drummer Arno van Nieuwenhuize het sextet hardhandig en zwaarvoetig de aarde in. Maar toen percussionist Mamour Seck het ritme meer subtiliteit gaf, begon het Marokkaanse contingent onder de bezoekers enthousiast mee te trommelen, op het meubilair en in de lucht. En na de pauze nestelde de band zich in een groove die zó diep ging, dat je een houweel nodig had gehad om de musici eruit te bevrijden.

Waarmee de stelling dat je een optreden nooit na de eerste set moet verlaten maar weer eens is aangetoond.

Vanavond treedt Koos Wiltenburg Group featuring Eef Albers op in Ahoy Rotterdam (Yenisei) tijdens het North Sea Jazz Festival.

(Eddy Determeyer, 11.7.10) - [print] - [naar boven]





Concert
Lekker hobbelen met Behsat Uvez

dinsdag 22 juni 2010, De Smederij, Groningen

Eerder en elders heb ik al eens een lans gebroken voor dansles op de conservatoria. Serieus: muziekstudenten zouden om te beginnen het ritme in hun lijfje moeten voelen eer ze aan compositie en interpretatie kunnen denken. Zoals alle klassieke studenten zouden moeten leren improviseren en hun afhankelijkheid van blaadjes met bolletjes dienen af te zweren, net als alle Grote Meesters, van Johann Sebastian Bach tot Edward Kennedy Ellington dat deden. Maar dit terzijde.

Nu Nederland in weerwil van alle Wildersmannen in rap tempo verder interculturiseert, wordt de kwestie van de ritmes alleen maar pregnanter. Turkse improvisatiemuziek zoals we die in De Smederij hoorden, voelt alsof we in een kar hobbelen met wielen die respectievelijk achtkantig, negenkantig, elfkantig en zeventienkantig zijn. Een hele klus voor witmensen voor wie een walstempo al far out is. Maar zou je op die muziek dansen, dan valt alles moeiteloos op zijn plek.

"Haren-Veendam, Haren-Groningen," spelde sazspeler Behsat Uvez het ritme van een volledig geïmproviseerd stuk in 9/8. Het pleit voor het vakmanschap en de muzikaliteit van de noordelijke azen (Thomas Hilbrandie - gitaar, Diederik Idema - piano, Oeds Bouwsma - zessnarige basgitaar en Steve Altenberg - drums) dat ze op het rechte pad bleven. Hilbrandie speelde feilloze unisono-guirlandes met de saz (luit) van Uvez. Altenberg moest diep in zijn buideltje met asymmetrische ritmes tasten om de leider op darbuka (kleine vaastrommel) bij te benen. Het enige instrument dat een verweesde indruk maakte was de piano. Misschien was een afgeragd bluesklavier hier beter op zijn plaats geweest. Idema's clusters werkten in ieder geval beter dan zijn single-note lijnen.

Behsat Uvez is ook een zanger zonder weerga. Zijn gebronsde, krachtige en expressieve geluid bracht de pure vreugde en de peilloze weemoed van zijn melismatische liederen perfect over – al verstonden we er geen woord van. Geen wonder dat dit voormalig lid van het Turks Staatsensemble inmiddels een van Nederlands meest succesvolle exportproducten is, dat overal ter wereld op interculturele festivals straalt.

Na de pauze schakelde De Smederij zoals gebruikelijk over op de jamsessiestand. Cellist Eduardo Tonietto hield de oosterse melancholie nog even vast in 'So What', Frank Wingold vertelde dwaze dwarse gitaarverhaaltjes en Steve Altenberg was weer helemaal in zijn hummetje nu hij weer onbekommerd mocht roffelen en razen. Maar het was altist Lorim Georgione Lepodotu die de show stal met een schroeiende solo waarmee hij héél, héél dichtbij het Grote Ronken kwam, ergens ver weg daarboven.

(Eddy Determeyer, 8.7.10) - [print] - [naar boven]





Column Herbert Noord
Festival


"Normaal ging ik alleen naar festivals op uitnodiging en om er op te treden en daar heb ik al ruim vijf jaar geleden een punt achter gezet. Het festival op een eilandje in de Seine werd voor de 31ste maal georganiseerd door een stel enthousiaste Fransen. Die doen dat vanuit de liefde voor de jazzmuziek van Django, zijn na- en opvolgers en voor alles wat echt swingt volgens de Duke-norm."

Herbert Noord bezocht voor de derde maal het Festival Django Reinhardt, een gevarieerd en verrassend festival dat van 23 tot en met 27 juni plaatsvond in Samois-sur-Seine. "Om een of andere reden, hebben die Fransen toch meer affiniteit met jazz dan Nederlanders. Ze tonen meer belangstelling voor het gepresenteerde, luisteren intenser en reageren beter. Hun aandachtspanningsboog is eveneens flink veel langer dan die van de gemiddelde Nederlandse toehoorder. Die heeft het op een festival meestal al na een kwartiertje gehoord."

Klik op bovenstaande button om zijn column te lezen.

(Maarten van de Ven, 8.7.10) - [print] - [naar boven]





Re-issues
Atavistic Unheard Music Series


In de zee van re-issues van labels als Impulse, Blue Note, Riverside, ECM, Contemporary en Atlantic blijft de Unheard Music Series van Atavistic vrijwel onopgemerkt. Dat is jammer, want deze serie is minstens even belangrijk. Het is ook begrijpelijk, omdat het muzikanten betreft die niet genoeg gehoord zijn of wier werk niet breed verkrijgbaar was. Veel van deze cd's zijn alleen via het internet te verkrijgen, of anders via de allerbeste jazzspeciaalzaken. Dat neemt niet weg dat ze een enorme aanbeveling verdienen.

Sommigen van de muzikanten in de serie, zoals de onlangs overleden tenorsaxofonist Fred Anderson, zijn pas redelijk laat volledig op waarde geschat. Anderson, een muzikant die betrokken was bij de oprichting van de AACM in Chicago, trok zich in de jaren tachtig terug en maakte slechts een handvol opnamen van liveoptredens, die nu in deze reeks verschenen zijn. 'The Milwaukee Tapes' is een geweldig document van deze onderschatte tenorheld, waarop bovendien meesterdrummer Hamid Drake te horen is in een vroeg stadium van zijn carrière. Ook Joe McPhee, een andere onderschatte tenorheld, is vertegenwoordigd met vroeg werk, nog van voor de tijd dat hij met het HatHut-label in zee ging.

Wat echter het meest opvalt aan de Unheard Music-catalogus, is dat er voornamelijk Europese jazz uit de jaren zestig en zeventig in is opgenomen. Peter Brötzmanns 'Machine Gun' - misschien wel het belangrijkste Europese freejazzalbum - is uitgebreid met liveopnamen van het titelnummer, met Gerd Dudek als extra saxofonist. Daarnaast zijn er albums van de Nederlandse freejazzmuzikanten van het eerste uur: Han Bennink, Leo Cuypers en Cees Hazevoet.

Deze twee componenten - onbekende Amerikanen, vaak uit de regio rond Chicago, en Europese freejazzmuzikanten met een enorme reputatie onder critici, maar weinig aanhangers - vormen toevalligerwijs ook de basis van de carrière van rietblazer Ken Vandermark. Vandermark is Atavistics belangrijkste jazzmuzikant en speelt regelmatig samen met McPhee, Anderson, Drake en Brötzmann. De hele jazzscene in Chicago is beïnvloed door Vandermark, die als een soort pater familias voor de nieuwe generatie optreedt. Muzikanten als Jeb Bishop, Nate McBride, Tim Mulvenna, Kent Kessler en Daniele D'Agaro kunnen in zijn schaduw een interessante carrière opbouwen. Bovendien is Vandermark een geboren bruggenbouwer: hij heeft Brötzmann geholpen diens Chicago Tentet op te richten, waarin hun beide werelden samenkomen.

Ook de Scandinavische free jazz van saxofonist Mats Gustafsson en drummer Paal Nilssen-Love is vertegenwoordigd in het bovengenoemde Tentet. Atavistic heeft van hen een aardige catalogus aangekocht en ondergebracht bij het sublabel ScanJazz. Misschien heeft Vandermark een goed woordje voor ze gedaan, of misschien is de directie bij Atavistic zo visionair zich niet door commercie te laten leiden. Hoe het ook zij: deze muziek is niet te missen.

(Sybren Renema, 7.7.10) - [print] - [naar boven]





Festivalverslag
Een déjà vu van wereldformaat in het World Forum

The Hague Jazz, 11 & 12 juni 2010, World Forum, Den Haag

"De oudjes deden het opperbest in het Haagje. Wat tenorist en componist Benny Golson (81) tegenwoordig aan lucht mist, compenseert hij met een verdiept en verrijkt laag. En het welkomstapplaus voor nummers als 'Are You Real' bewees dat het oeuvre van deze meester weliswaar vijftig jaar in een sandelhouten juwelenkistje opgeborgen was geweest, doch allerminst vergeten."

Eddy Determeyer bezocht The Hague Jazz in het voormalige Congresgebouw, thans World Forum geheten, en beleefde een déjà vu. "Je bent na zes jaar terug op het oude nest en daar stap je pardoes het North Sea Jazz Festival binnen. En dan niet het North Sea anno 2010, of 2004, maar dat van, pak 'm beet, 1980." Hij zag er onder anderen Wayne Shorter, Randy Weston en Till Brönner.

Klik hier om zijn festivalverslag te lezen.

Klik hier voor een uitgebreid fotoverslag van The Hague Jazz 2010 door Maarten Jan Rieder.

(Maarten van de Ven, 2.7.10) - [print] - [naar boven]





Videoclip
Saskia Laroo geeft vuvuzela-les


Tijdens het WK Voetbal is de vuvuzela, een Zuid-Afrikaans blaasinstrument, heel erg populair geworden; in de stadions wordt het massaal bespeeld. Tegelijkertijd roept het instrument ook veel ergenis op vanwege het monotone geluid.

Jazztrompettiste Saskia Laroo staat momenteel bekend als de vuvuzeLa-juf van Nederland. Als aanmoediging voor het Nederlands Elftal heeft zij 'The Vuvuzela Song' geschreven. Mensen die de vuvuzela willen leren bespelen, kunnen meteen proberen mee te spelen. Klik op bovenstaande afbeelding om de videoclip te bekijken.

Klik
hier voor een online vuvuzela-les.

(Maarten van de Ven, 1.7.10) - [print] - [naar boven]





In memoriam
Benny Powell


Trombonist Benny Powell, die op 26 juni op 80-jarige leeftijd overleed, was er direct verantwoordelijk voor, dat ik de laatste drie jaar met een boek over New Orleans-bigbands bezig ben. Tijdens een interview in 1983 in Amsterdam, waar hij met de groep Dameronia van drummer Philly Joe Jones optrad (een weergaloos concert daar in De Meervaart, maar dit terzijde), kregen we het over de muziekscene in zijn geboorteplaats New Orleans, zo rond 1940. Hij speelde er in de drumband van zijn school. Volgens hem waren er destijds een stuk of tien bigbands in die stad min of meer fulltime actief. Hij noemde namen die mij voor een deel niets zeiden. Van Sidney Desvigne, Papa Celestin en Dooky Chase had ik wel eens gehoord, maar Don Raymond? Joe Jones? (Niet de zanger.) Hmm, interessant, de moeite van nadere studie waard.

In datzelfde interview gaf hij er blijk van dat toekomst voorspellen niet zijn forte was; we kregen het over rapmuziek, destijds een fris genre. Volgens hem zou het nooit echt iets worden met die rappers. Ja, hij had wel eens jongelui bezig gezien in de subway en op straat. Maar zijn dochter was het met hem eens: dat stelde niks voor.

Nadat hij een poos in die drumband had gespeeld kreeg Benjamin Gordon Powell een trombone van een oom en mocht hij al snel op oudejaarsavond invallen bij het toporkest van de stad, de Southern Syncopators van trompettist Sidney Desvigne. Daarna werd hij door trompettist Dooky Chase, die eveneens in het schoolorkest had gedrumd, gevraagd voor diens nieuwe bigband. Zo werd Benny op zijn dertiende beroeps. Na twee jaar kon hij een job krijgen bij de Bama State Collegians en via trompettist King Kolax (die de library van Billy Eckstine's beboporkest had overgenomen) en trombonist Ernie Fields belandde Powell in 1948 in de bigband van vibrafonist en volksmenner Lionel Hampton. Doch zijn doorbraak kwam pas in 1951, toen hij aanschoof bij de trombonesectie van de 'New Testament'-band van pianist Count Basie.

Van meet af aan was Benny Powell een bebopper. " Mijn twee belangrijkste invloeden waren Trummy Young en J.J. Johnson, dacht ik. Op het stuk van improvisatie wilde ik net zo spelen als J.J. Johnson, zodra ik die eenmaal had gehoord." Powell raakte gefascineerd door de verwantschap tussen zijn toeter en de menselijke stem. Hij kon de trombone inderdaad laten lachen en huilen. Bovendien waren zijn precisie en snelheid spreekwoordelijk. In 1956 won hij de critics poll van het Amerikaanse blad DownBeat.

Nochtans bleef hij jarenlang op de achtergrond, met zijn werk in platen- en televisiestudio's, voor educatieve doelen zoals pianist Billy Taylors Jazz Mobile en de burgerrechtenbeweging. Ook steunde Powell Rahsaan Roland Kirks acties om meer jazzmuzikanten in televisiestudio's te laten werken.

De laatste keer dat ik de trombonist sprak, twee maanden geleden, repte hij nog niet over gezondheidsproblemen. Integendeel, hij was nog volop aan het werk, met pianist Randy Weston en als docent op de New Yorkse New School. Tijdens ons eerdere interview, in Amsterdam, had hij van zijn educatieve werk verteld. "Je vindt op die scholen lui die de naam Duke Ellington niets zegt. Ik ben daar [in Los Angeles] op scholen geweest waar die meiden niet weten wie Nancy Wilson is." Donna Summer en Kool & The Gang kennen ze wel, suggereerde ik en daar kon Benny me alleen maar gelijk in geven.

(Eddy Determeyer, 1.7.10) - [print] - [naar boven]





Cd
Jazz Orchestra Of The Concertgebouw - 'Blues For The Date' (Challenge, 2010)

Opname: 5 april 2009

Peter Beets speelt niet slechts piano alsof hij levenslang in een achtbaan heeft, hij schrijft ook nog eens dingetjes die beklijven. Op Turner Laytons 'After You’ve Gone' na zijn alle composities op deze dubbel-cd van zijn hand. Het openingsstuk, 'It’s Happening', lijkt vooral voor de trompettisten geschreven, die snerpen alsof de wetten van de fysica niet op hen van toepassing zijn.

Het Jazz Orchestra Of The Concertgebouw is een precisiemachine en het pleit voor opnametechnicus Mark Broer en mixer Willem van den Berg dat alles van deze live opnamen zo glashelder blijft – ondanks de wirwar aan lijntjes die arrangeur en bandleider Henk Meutgeert neerpende. Luister maar eens naar 'Is It Wrong To Be Right?', waarin de secties voorbeeldig in elkaar grijpen.

Een volgend hoogtepunt is het titelnummer, 'Blues For The Date'. De reeds gememoreerde trompettisten spelen hier een sensationeel opwaarts glissando (dat overigens, eerlijk is eerlijk, geleend lijkt van Joe Newmans 'Slats' uit 1958). Meutgeert laat zijn band hier stompen en swingen alsof de tijden van Buddy Johnson and his Walk 'em Rhythm waarlijk zijn wedergekeerd.

Het gezelschap klinkt lekker los en vurig, een wereld van verschil met de voorlaatste cd van het Jazz Orchestra, 'Silk Rush' uit 2008. Ja, want dan denk je dat je alles hebt gehad wanneer je bij het laatste nummer van cd 2 bent aangeland, een reprise van 'It’s Happening'. Piepen die scheurijzers er nog eens een octaafje overheen. 'Blues For The Date' is wat mij betreft het beste album dat de band tot dusver maakte.

Deze recensie verscheen eerder in Jazz Magazine.

Labels:

(Eddy Determeyer, 1.7.10) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...






Menupagina's:

Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Neerpelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.