Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 


Concert
Doe toch maar het trio

Marcin Wasilewski Trio feat. Joakim Milder, zondag 19 februari 2016, Paradox, Tilburg

Twintig jaar spelen ze inmiddels samen, de drie leden van het Poolse Marcin Wasilewski Trio. Een trio dat naast pianist Wasilewski bestaat uit bassist Sławomir Kurkiewicz en drummer Michał Miśkiewicz. En die twintig jaar, die hoor je in iedere noot die dit trio speelt. In dit concert worden ze daarnaast vergezeld door de Zweedse tenorsaxofonist Joakim Milder, met wie zij onlangs voor ECM het album 'Spark Of Life' opnamen. Dat Milder die twintig jaar niet deelt, is ook aan alles te horen. Hij is een adequate saxofonist, maar ook niet meer dan dat. Op sommige momenten heeft hij het vuur, maar op veel momenten mist hij de drive en de schwung die nodig is om de spanning erin te houden.

Hoezeer dit geldt, blijkt op die twee momenten, in de eerste en de tweede set, als hij het podium verlaat en de drie op elkaar zijn aangewezen. In het eerste stuk, een bewerking van Stings 'Message In A Bottle' speelt de ritmesectie een strakke groove, waarbij vooral de ritmisch klinkende Kurkiewicz opvalt en Wasilewski zijn poëtische, sprankelende en ragfijne melodieën speelt. Maar het hoogtepunt is 'Austin', het stuk in de tweede set. Een mierzoet, zeer poëtisch en breekbaar stuk, waarin de drie musici volledig met elkaar samenvallen. Het is zo'n moment waarop de tijd even stil lijkt te staan. Mierzoet ja, zoals veel stukken van dit trio. En toch wordt het nergens sentimenteel. De intensiteit waarmee gemusiceerd wordt en die zichtbaar is in het spel van Wasilewski – voorovergebogen in diepe concentratie, wippend op zijn kruk - redt dit trio.

Klik hier voor foto's van dit concert door Louis Obbens.

Labels:

(Ben Taffijn, 28.2.16) - [print] - [naar boven]



Nieuws
Jazzexpeditie Zuid-Afrika


In september van dit jaar gaan zeventien Nederlandse jazzmusici en professionals mee op een muzikale handelsmissie naar Zuid-Afrika. De reis omvat concerten op het prestigieuze Joy Of Jazz-festival in Johannesburg, op de UNISA in Pretoria, een sociaal muziek project in de Townships, workshops op de conservatoria in Johannesburg en Durban en een jazzclubconcert in Durban.

Een commissie onder leiding van jazz-icoon Cees Schrama en met vertegenwoordigers van Stichting JazzNL, UNISA, Joy Of Jazz Festival, Buma Cultuur en Sena heeft de deelnemende artiesten geselecteerd, waaronder Deborah J. Carter (zang), Rolf Delfos (altsaxofoon en muzikaal leider), Hermine Deurloo (mondharmonica en altsaxofoon), Ellister van der Molen (trompet), Sebastiaan van Bavel (piano), Jasper Somsen (contrabas), Guus Bakker (contrabas en basgitaar) en Tuur Moens (drums). Hoornspeler Morris Kliphuis was ook geselecteerd, maar kon in verband met een grote tournee in Nederland niet mee. Hij wordt vervangen door vocaliste Ntjam Rosie.

De jazzexpeditie omvat muzikale uitwisselingen en samenwerkingsprojecten in zowel Nederland als Zuid-Afrika. In mei 2016 ontvangt Amersfoort Jazz in dat kader een delegatie van Zuid-Afrikaanse musici en professionals tijdens haar festival. Zij spelen in Nederland onder andere op vrijdag 27 mei tijdens de Dutch South African Jazz Night in theater De Lieve Vrouw in Amersfoort. Uit Nederland zal onder meer Paul van Kemenade met de Zuid-Afrikaners spelen.

De jazzexpeditie is een initiatief van Stichting JazzNL met financiële ondersteuning van Sena Performers en Buma Cultuur. In het verleden hebben reeds succesvolle uitwisselingen plaatsgevonden met India, Thailand en Spanje. Zuid-Afrika is een land met een groot jazznetwerk van festivals, clubs, conservatoria en media. Daarmee is het een interessante partner voor Nederlandse jazzmusici en organisatoren.

"De kracht van de jazzexpedities ligt in de wederkerigheid en het leggen van verbindingen op alle niveaus. Hierdoor is het voor buitenlandse partijen ook een geweldige kans om hun muziek en musici te presenteren op de Nederlandse markt," aldus Cees Schrama, voorzitter van JazzNL.

Klik hier voor meer informatie over de jazzexpeditie naar Zuid-Afrika.

Foto: Merlijn Doomernik

Labels:

(Maarten van de Ven, 28.2.16) - [print] - [naar boven]



Concert
Mooie drieheid

Almeida/Duynhoven/Klein, zondag 14 februari 2016, Jazzcafé Alto, Groningen

Dit is een merkwaardig trio. Normaal gesproken spreek je van een hechte jazzgroep wanneer de muzikanten al een tijdje samenwerken, empathie voor elkaar voelen en in de loop der maanden of jaren naar en met elkaar gegroeid zijn, als organisme. Zodat er sprake is van een gezamenlijke hartslag.

Welnu, het trio Almeida-Duynhoven-Klein is, dacht ik, een jaartje bij elkaar, de individuele muzikanten zijn getalenteerd, dat is geen punt, maar een echte hechte jazzband kun je ze toch niet noemen. In de traditionele zin dan. Op de een of andere manier is het gelukt een groep te creëren waarvan de leden nadrukkelijk hun eigen stijl optimaal kunnen etaleren. Zeker, basklarinet mengt mooi met gestreken contrabas – dat wisten we al. Niets knort er zo gemoedelijk als een contrabasklarinet in het laag. Maar de bijdragen van blazer, bassist en percussionist behouden hun individuele vingerafdrukken. Eenheid in verscheidenheid noemen we dat ook wel.

Wat dat betreft is good old Martin van Duynhoven hier de primus inter pares. Je zult hem niet gauw betrappen op volgzaam tching-tching-ketching-geveeg of zo. Al kan hij dat uiteraard als de beste. Het drumstel is bij hem om te beginnen een muziekinstrument, met alle mogelijkheden vandien. Van Duynhoven heeft niet alleen een hoogst persoonlijke onafhankelijkheid van handen en voeten ontwikkeld, zijn speelwijze heeft ook iets stekeligs. Hij kan de ritmische flow van een stuk heel prima tegenwerken. De voor- en de natrillingen van een aardbeving vindt hij interessanter dan de Grote Schok zelf.

Over Grote Schokken gesproken: het trio heeft zich laten inspireren door de heldensaxofonisten van de jaren zeventig. Ornette Coleman, Oliver Lake, Henry Threadgill. Van het tweede gespeelde stuk, 'Werg', dacht ik al dat het een hommage aan Oliver Lake was, met zijn afwisselende sferen, als evenzovele panelen van een veelluik met de daarbij behorende gebaren en bewegingen. Maar 'Lakeish' werd pas later gespeeld. Tobias Kleins solo's lijken een wiskundig discours. Dat bedoel ik niet negatief. Een algebraïsch traktaat, vol in- en vergezichten, geniale invallen, het gaat alle kanten op, maar de innerlijke logica wordt nimmer uit het oog verloren. Daarbij blijft de sfeer lyrisch en uitnodigend.

En de bas van Gonçalo Almeida – ik denk niet dat ik eerder zó mooi en precies pizzicato met de strijkstok heb horen spelen. Maar het grootste deel van de middag trok hij met krachtige, kalme slagen het roeibootje over het meer.

Klik hier voor foto's van dit concert door Willem Schwertmann.

Labels:

(Eddy Determeyer, 27.2.16) - [print] - [naar boven]



Jazzradio
Jazz Rules #71


In deze aflevering is rietblazer Peter Vermeersch van Flat Earth Society (FES) te gast. In een openhartig gesprek heeft hij het over de nieuwe plaat van FES, samen met gitarist Mauro Pawloski, bekend van dEUS. Die plaat heet 'Terms Of Embarrassment' en verschijnt in maart op de Flat Earth Day in Flagey in Brussel. In primeur hoor je alvast een paar nummers van dat album. Vermeersch vertelt ook over zijn samenwerking met Wim Vandekeybus, Josse De Pauw en Anne Teresa De Keersmaeker en over zijn toekomstige projecten.

Daarnaast draait Dirk Roels muziek van de gloednieuwe plaat 'A Fisherman’s Tale' van het Christophe Devisscher Quartet. Dit album verschijnt ook binnenkort en het kwartet gaat ermee op tournee. Ook het Carate Urio Orchestra heeft een nieuw album: 'Lover'.

In de nieuwe reeks #25Miles, over het leven en de muziek van Miles Davis, hoor je docent jazzgeschiedenis Frederik Goossens uitleg geven over het jaar 1947, waarin de piepjonge Miles zelf voor het eerst een opnamesessie gaat leiden. Met onder anderen Charlie Parker erbij!

Klik hier om de uitzending te beluisteren.

Foto: Cees van de Ven

Labels: ,

(Maarten van de Ven, 27.2.16) - [print] - [naar boven]



Concert
Nestors aan zet

Fred Van Hove & Michael Moore, zondag 10 februari 2016, De Singer, Rijkevorsel

Twee nestors van de geïmproviseerde muziek in dit derde 'Beste Buren'-concert in De Singer. Uit België de pianist Fred Van Hove en uit Nederland rietblazer Michael Moore. Als we de beide sets moeten samenvatten, valt vooral de felheid en intensiteit waarmee er wordt gemusiceerd op. Van Hove's handen schieten over de toetsen, het ene complexe patroon voor het andere verwisselend, terwijl Moore, de ene keer op klarinet en de andere keer op altsax, zijn instrument laat janken, huilen en schuren. Beiden betonen zich ware virtuozen op hun instrument.

Zo zit er een moment in het eerste stuk waarbij het samenspel nog het meest wegheeft van een kat die een vogel achternazit. De kat verklankt door de uitzinnige capriolen van Van Hove en het vogeltje door de kwetterende en piepende klarinet. Het tweede stuk heeft een melancholieker karakter. Van Hove bouwt in dit stuk met zijn verdichte pianospel een muur van geluid, bestaande uit ritmische patronen, laag over laag. Moore's charismatische en felle solo vol vibrerende noten op altsax schuurt hier tegenaan.

In de tweede set is het Moore die begint op altsax met een repeterend melodieus motief, ondersteund door gerichte akkoorden van Van Hove. En ook in dit stuk valt de intensiteit en diepgang op. Het is dwingende muziek die hier gespeeld wordt, waaraan niet te ontkomen valt. In het laatste stuk hanteert Moore de klarinet, de cirkel is rond. Beginnend met een solo waarin een gruizige, intieme melodie wordt geblazen. Tot Van Hove zich geroepen voelt om ook een duit in het zakje te doen en de melodie met gericht aanslagen completeert.

Al met al wordt hier prachtig gemusiceerd door twee artiesten waarvan we dit ook mogen verwachten. En het feit dat beiden nog nooit zo samen op het podium hebben gestaan, is dan ook geen beletsel. Wel valt in de tweede set op dat er, ten opzichte van de eerste, niet meer echt iets wordt toegevoegd. Integendeel, we hebben meer te maken met een herhaling van zetten. Eén iets langere set had wellicht een betere spanningsboog opgeleverd.

Klik hier voor foto's van dit concert door Cees van de Ven.

Labels:

(Ben Taffijn, 24.2.16) - [print] - [naar boven]



Concert
Sterke onderlinge verbintenis

Artvark & Ntjam Rosie, zaterdag 13 februari 2016, Studiozaal, Theaters Tilburg

Het Artvark saxofoonkwartet bestaat uit vier creatieve saxofonisten/componisten, die individueel al een wezenlijke muzikale rol hebben vervuld in uiteenlopende formaties. Zonder ritmesectie is Artvark naarstig op zoek naar een hedendaags muzikaal avontuur. Samen met zangeres Claron McFadden hebben ze klassiek en jazz laten samenvallen en in een theaterprogramma met John Buijsman heeft blues het muzikale fundament gevormd. In een uitgebreide tour staat momenteel voor Artvark een opwindende samenwerking met zangeres Ntjam Rosie centraal. Het snijvlak van pop en world wordt door het collectief aan een muzikaal onderzoek onderworpen.

Het project met de veelzeggende naam 'Homelands' pretendeert een concert-plus te zijn. Een project waarin de muziekvoorstelling centraal staat, gelardeerd met theatrale elementen. Voor 'Homelands' is nieuwe muziek gecomponeerd en zijn bijbehorende teksten geschreven. De bron van inspiratie is zonder twijfel de traditionele muziek uit Rosie's geboorteland Kameroen en muziek uit andere delen van Afrika. Het theaterelement in de show komt tot uiting in het huiselijke decor en de innemende en natuurlijke wijze waarop alle muzikanten persoonlijke herinneringen, cultuurverschillen en anekdotes ophalen. Maar ook de achtergrondprojecties zijn kleurrijk en waardevol. De boodschap die in deze monologen doorklinkt is onderlinge verbinding in plaats van polarisatie. Dit credo wordt ook muzikaal uitgedragen.

Artvark gaat ingrijpend te werk, zowel compositorisch als in de wijze waarop de saxofoons bespeeld worden. De natuurlijke saxofoongeluiden van de alt, de tenor en de bariton worden vervormd en ondersteund door effectief gebruik te maken van elektronische effecten. Hierdoor zijn donkere klanken en prikkelende grooves betekenisvol aanwezig. Een ritmesectie wordt hierdoor in het geheel niet gemist. De ware kunst is de wijze waarop onderlinge muzikale samenhang wordt gevonden. De klankkleuren sluiten naadloos op elkaar aan en de wendbaarheid en souplesse van de instrumentalisten dragen bij aan het groepsresultaat. Dit gaat niet ten koste van kort - maar soms heftig - solowerk. De spirituele ode aan het saxofoonspel van Pharoah Sanders en de saxofoonimitatie van een fiddle zijn enkele willekeurige voorbeelden van het geestdriftige spel.

Door haar veelzijdigheid gaat het Ntjam Rosie ogenschijnlijk makkelijk af aansluiting te vinden bij de rietblazers. Het al kleurrijke palet wordt nog bloemrijker door de toevoeging van Rosie's stem. Zoals het een reis door het leven betaamt, trekt een scala aan emoties aan de luisteraar voorbij. Heimwee, hoop, onzekerheid en volle hartstocht worden in een weldadige mix van jazz, soul, gospel en wereldmuziek uitgesmeerd. Ntjam Rosie toont zich een 'Natural Woman', of het nu in het Frans, Engels of Bulu, de taal van haar geboorteland Kameroen, is. Verleidelijk, speels en gespeend met een goddelijke stem is ook het scatten aan haar besteed. Altijd met een positieve vibe.

Klik hier voor foto's van dit concert door Louis Obbens.

Labels:

(Louis Obbens, 24.2.16) - [print] - [naar boven]



Cd
The Soul Snatchers – 'Where Y’at?' (Social Beats, 2016)


In hun speurtocht naar het hart van de soulmuziek zijn de Soul Snatchers inmiddels een heel eind gevorderd. New Orleans is thans het baken en bij drummer Phil Martin zit de second line beat als geramd. Dat is de eerste indruk van dit album: deze band is retestrak, met een volvette blazerssectie, een onwankelbare bas, een juichend orgel, wat allemaal resulteert in een wonderbaarlijke veeleenheid. De stukken worden compact gehouden; er wordt niets uitgemolken, noch gemorst.

Niet alleen Martin heeft de beat van Tremé in de vingers, ook bassist Ton van der Kolk ('Keep Workin’') stapt vastberaden in het voetspoor van George Porter Jr. 'Stop Fightin’' zou zó van de tekentafel van wijlen Wardell Quezergue hebben kunnen komen. De arrangementen geven het geheel een tijdloos karakter – de blaaspartijen zijn functioneel en smaakvol.

De makke zijn de vocals van Curtis T. en Jimi Bellmartin. Als je dan toch tot de ziel van de soul wilt doordringen, zou je eigenlijk geen genoegen moeten nemen met dit soort teksten, series aan elkaar geniete platitudes, die ook nog eens zonder veel peper geserveerd worden. Waarom geen bona fide native speaker ingehuurd om ook dit departement op orde te brengen?

Beluister hier een album sampler van 'Where Y’at?'.

Labels:

(Eddy Determeyer, 23.2.16) - [print] - [naar boven]



Concert
I Got Rhythm!

Tony Malaby, Jozef Dumoulin & Samuel Ber, maandag 8 februari 2016, De Singer, Rijkevorsel

Het begint allemaal rustig. Jozef Dumoulin, voor de verandering eens op piano in plaats van op Fender Rhodes, slaat enkele noten aan en frummelt wat onder de klep en de bij ons nog redelijk onbekende slagwerker Samuel Ber bewerkt subtiel zijn bekkens met zijn vilten stok. Waarop aansluitend de New Yorkse avant-garde rietblazer Tony Malaby de eerst lange, zoetgevooisde lijnen uitspint. Maar schijn bedriegt, want gaandeweg neemt de hectiek toe en wordt de muziek met grotere intensiteit gebracht. Vooral Ber, de leider van dit trio, blijkt een zeer aanwezige drummer in de goede zin van het woord met een voorliefde voor dwarse ritmes. Maar al te vaak vormt hij een onafscheidelijk tandem met Dumoulin en delen ze hun voorkeur voor het stomende werk. Het vormt een prima omgeving voor Malaby, die fragiele en intense noten kan blazen, maar ook gevoel heeft voor het meer gruizige en ongepolijste werk.

Na een zeer lange improvisatie is het tijd voor 'Anaglyph 3D', een van de composities van Ber. Het stuk start met Ber en Dumoulin, die allebei een ander ritme spelen. Dat dit verwarrend klinkt, is evident. Maar dan komt Malaby erbij en slaat de brug. Het spel van Malaby blijkt de ontbrekende schakel in de ketting in deze spannende en enerverende compositie, die wel wat weg heeft van een mars, maar dan wel een waarbij de soldaten uit de pas lopen! De improvisatie die volgt, is een toonbeeld van rust. Aarzelende, wegstervende klanken op de piano, schurende bewegingen van de brushes op de bekkens en Malaby die hier met veel gevoel zijn heldere noten, met een rauw randje, blaast. Tot de sfeer omslaat en we in een optocht verzeild raken!

De tweede set begint met een nieuwe nog titelloze compositie, waarin wederom zo'n aantrekkelijk ritmisch patroon van Ber centraal staat en ook hier levert het prachtig basismateriaal voor Malaby om gracieus en melodieus op te soleren. Maar ook Dumoulins solo verderop, een waterval van klanken, mag hier niet onvermeld blijven. Het hierop volgende 'Bye Bye Blackbird' is het meest abstracte stuk van de avond, waarin vooral Malaby schittert met zijn onnavolgbare capriolen. 'As If It Were Tomorrow' en 'Sfumato' zijn daarentegen weer sterk ritmisch. Slepend in 'As If It Were Tomorrow', waarin we Malaby horen in een ijselijke en doordringende sopraansaxsolo, en rustig in 'Sfumato'.

Foto: Olivier Lestoquoit

Labels:

(Ben Taffijn, 22.2.16) - [print] - [naar boven]



Concert
Midstream postbop van niveau

Rick Hollander Quartet feat. Brian Levy, zaterdag 13 februari 2016, Lokerse Jazzklub, Lokeren

Onderweg tijdens een uitgebreide tournee, tussen Hamburg en Brussel in, hield het nieuwe kwartet van drummer Rick Hollander halt in Lokeren voor een avondje onbekommerde moderne akoestische jazz. Respect voor de grote traditie van de jaren 60? Zeker, maar Brian Levy en Paul Brändle smokkelden ook een aantal elementen in de muziek die in die jaren nog niet in zwang waren.

De groep koos er verstandig voor om volledig akoestisch te spelen en startte met een eigen compositie in een traag tempo, gevolgd door een uptempo nummer waarin tenorsaxofonist Brian Levy verschroeiend tekeer ging. Meteen wisten we waarom 'featuring Brian Levy' expliciet in de groepsnaam vermeld stond. Bij deze saxofonist vielen invloeden te horen van Coltrane uit zijn Atlantic-periode, met echo's van Dexter Gordon en Joe Henderson, al viel er ook iets te merken van de sluimerende energie van moderne saxofonisten als Mark Turner en Chris Cheek. Die energie is zoals de onlangs ontdekte zwaartekrachtsgolven: alom en overal aanwezig, maar moeilijk aanwijsbaar en in kaart te brengen.

'You Lie To Me', een originele compositie, bracht Art Blakey naar de 21ste eeuw. Hollander, met zijn typische geluid op cimbalen, is op zijn best als hij zijn respect voor de grote drummers kan tonen. In dit nummer speelde Will Woodard ook een heel warme bassolo. Deze rasechte New Yorker speelt in zijn thuisbasis zo veel schnabbels dat hij nauwelijks tijd heeft om naar Europa te komen. Het was ondertussen al meer dan 20 jaar geleden dat hij nog eens optrad aan deze zijde van de oceaan.

Drie standards stonden op de setlist. Twee ervan ballads ('Smoke Gets In Your Eyes' en 'Indian Summer'), waarvan de tekst vooraf gedeclameerd werd door Rick Hollander, die daarmee een traditie verder zette van artiesten als Lester Young en Dexter Gordon. Dit doet de luisteraar ook beseffen dat de tekst van een nummer mede bepaalt hoe het gespeeld kan worden. Een zwart-witfoto van een in sigarettenrook gehulde jazzmuzikant kon je er zo bij fantaseren.

De jonge Duitse gitarist Paul Brändle klonk modern op zijn jazzgitaar met brede klankkast. Hij kende duidelijk zijn geschiedenis, maar actualiseerde deze naar een hedendaags idioom, zoals gitaristen als Julian Lage of Kurt Rosenwinkel dit doen.

De groep besloot het concert met 'What A Time It Was', een nummer met een prettig gestoord tempo uit een Rick Hollander-cd van 20 jaar terug. Ook toen speelde Will Woodard mee. De bassist begon verrassend het bisnummer met een monumentale a capella-solo, waarna de rest van de groep inviel. Enkel drummende bandleiders kunnen zo'n gebaar stellen naar de bassist als het kloppende hart van een groep. Het Rick Hollander Quartet feat. Brian Levy bracht midstream postbop van niveau, wat de toeschouwers best apprecieerden. Enkel jammer dat de club maar voor de helft gevuld was. De afwezigen hadden uiteraard ongelijk.

Deze recensie verscheen eveneens op Jazz'Halo.

Klik hier voor foto's van dit concert door Cees van de Ven.

Labels:

(Iwein Van Malderen, 20.2.16) - [print] - [naar boven]



Cd
Machtelinckx/Jensson/Badenhorst/ Wouters - 'Flock' (El Negocito, 2014)

Opname: april 2014

Als er een woord te binnen schiet bij het beluisteren van dit album is het wel 'esoterisch'. De muziek op 'Flock' richt zich immers direct op de ziel en dwingt de luisteraar tot zelfreflectie en meditatie, tot een naar binnen keren. Dat gebeurt met intimistische bespiegelingen en sterk contemplatief spel. Bij elke luisterbeurt pel je als het ware weer een laagje af en voeren de uitgepuurde klanken je naar nog onverkende horizonten.

De Belgische gitarist Ruben Machtelinckx (1986) begon op 15-jarige leeftijd met gitaar spelen. Hij raakte geïnteresseerd in improvisatie en ging naar het conservatorium van Antwerpen, waar hij in 2010 cum laude afstudeerde. Met zijn IJslandse collega Hilmar Jensson en zijn landgenoten Joachim Badenhorst (sax, klarinet) en Nathan Wouters (bas) leverde hij in 2012 een prachtig verstild debuutalbum af, 'Faerge', dat lovend werd ontvangen. 'Flock' neemt dit als uitgangspunt, maar klinkt zo mogelijk nog hechter. De individuele instrumenten versmelten hier tot een melodieuze klankenjas, die de luisteraar als gegoten zit.

In gesprek met Jazz'Halo vertelde de gitarist over de werkwijze van dit kwartet: 'Kenny Wheeler zei in een interview: "What I like doing best is writing sad tunes, and then letting wonderful musicians destroy them. I don't want the players to try to interpret what they think I'm feeling." Ik heb hetzelfde gevoel met deze band: alle musici zijn capabel om zeer melodisch te spelen maar ook om stevig een andere richting op te zoeken.'

Machtelinckx slaat daarmee de spijker op zijn kop, want hoe sereen en intimistisch van sfeer dit album ook is, het viertal weet de lucht op gepaste tijden ook te laten betrekken, bijvoorbeeld met de meer donkere, noisy gitaarakkoorden in het toepasselijk getitelde 'McMurdo'. Het contrast tussen banjogetokkel, terugkerende gitaaraanslagen en bezwerende klarinetklanken maakt dit nummer tot een hoogtepunt. En in 'Cumulus' wordt een rond een basloopje opgebouwd klassiek kamerensemble plots doorsneden met gitaren.

'Loos' kenmerkt zich door een fijne jangle in de uitwaaiende gitaarpartij, waarover Badenhorst een mooie saxsolo drapeert. Maar ook zijn basklarinet is natuurlijk helemaal op z'n plaats in deze band; de warme en diepe klank grondt het licht zwevende gitaargestrum. Fascinerend is ook Machtelinckx' spel op de banjo, dat ook goed te horen is op de platen van Linus, het duoproject met rietblazer Thomas Jillings. Het album eindigt in stijl met een mooi mijmerend 'Gaap'.

Aanstaande zondagmiddag speelt dit bijzondere kwartet bij Axes in Piet Hein Eek, Eindhoven. Klik hier voor meer informatie.

Labels:

(Maarten van de Ven, 20.2.16) - [print] - [naar boven]



Concert
Een dichter van het vrije vers

Craig Taborn, vrijdag 5 februari 2016, De Doelen, Rotterdam

Dat Craig Taborn in de laatste jaren is uitgegroeid tot een van de belangrijkste jazzpianisten behoeft zo langzamerhand geen betoog meer. Niet alleen werkte hij de afgelopen jaren met uiteenlopende musici als Lotte Anker, James Carter, Steve Coleman, Okkyung Lee, Roscoe Mitchell, Chris Potter, Tim Berne en Louis Sclavis, ook solo laat hij zich niet onbetuigd, met als hoogtepunt tot nu toe 'Avenging Angel', het ECM-album uit 2011. Maar ook hier in De Doelen, in een concert georganiseerd door Jazz International Rotterdam, laat hij weer horen waar zijn reeds opgebouwde roem op gebaseerd is.

Taborn is een dichter, zoveel is wel zeker als je zijn precieze, geraffineerde en intelligente spel hoort, maar dan wel een van het vrije vers. Want vooral het eerste deel van deze volledig geïmproviseerde set is van een ongenaakbare schoonheid, waarin de abstractie centraal staat. Als geen ander weet Taborn de spanning op te bouwen, waarbij zijn spel een zekere stroefheid kent - het is soms net of we een melodie horen waar stukjes uit weggevallen zijn. Maar diegenen die Taborn kennen, weten dat dit nu net zijn eigenheid is, deze bijna brokkelige, aftastende manier van spelen. Waarbij de invloed van hedendaags gecomponeerde muziek ongeveer net zo groot is als die van de jazz. Hij houdt het een groot deel van deze set vol, zowel in de rustige passages als op de momenten waarop het er hectischer aan toe gaat.

De melodieuze momenten zijn in die eerste drie kwartier op één hand te tellen en zijn van korte duur. Echt melodieus spelen doet Taborn dan ook pas helemaal naar het einde toe, alsof hij wil laten horen dat hij dat ook kan. Maar dan doet hij het ook wel gelijk goed. Met een lage noot die hij met de linkerhand laat repeteren, alsof er toch een drummer op het podium zit, en met een stuwende, overdonderde, wel wat van minimal music weghebbende melodie. Minutenlang gaat dit zo door tot Taborn het concert naar een climax voert en het klaar is, ons in verbijstering achterlatend.

Labels:

(Ben Taffijn, 19.2.16) - [print] - [naar boven]



Cd
Manuel Mota - 'Seta' (Headlights, 2015)

Opname: 31 mei & 21 juni 2015
Margarida Garcia & Manuel Mota - 'Crypt' (Yew, 2015)
Mota/Di Giovanni/Yamamoto - 'November 16, 2014' (eigen beheer, 2015)
Opname: 16 november 2014

Wel zo leuk: de Portugese gitarist Manuel Mota bracht enkele maanden geleden een soloalbum uit, een duoalbum met bassiste Margarida Garcia en een trioalbum met pianist Giovanni Di Domenico en drummer Tatsuhisa Yamamoto. Tijd dus om eens wat uitgebreider stil te staan bij deze musicus.

Op zijn solo-cd 'Sete' toont Mota zich een man van weinig noten, héél weinig noten. En de noten die we horen, laat Mota uitgebreid nagalmen en wegsterven. Het geeft de nummers, zeven in totaal en zonder titel, onmiskenbaar iets desolaats. Dat komt overigens ook door het uitgekiende gebruik dat Mota maakt van de stilte. Er is soms meer stilte dan muziek. Saai? Nee, dat doet deze muziek geen recht. Maar feit is wel dat Mota het de luisteraar niet bepaald gemakkelijk maakt. Er gebeurt bij Mota zo weinig, of beter gezegd vrijwel helemaal niets, dat het je soms bijna te veel wordt. Door het nagenoeg totaal ontbreken van ritme, melodie en een verhaal, zijn we volledig overgeleverd aan een zeer subtiel klankonderzoek. En dat zijn we over het algemeen niet gewend. Dit is dan ook muziek waar je je volledig aan moet overgeven om de subtiele nuances te horen en tot je door te laten dringen.

Op 'Crypt', het album met Margarida Garcia, gebruikt Mota niet veel meer noten, alleen vallen hier geen stiltes dankzij Garcia's constante basdrone, die de nummers een sinister karakter verleent - wat nog wordt versterkt door de galm in deze opnamen, geheel in overeenstemming met de titel van de cd. In 'Moonless I' en 'II' gebeurt dat nog redelijk bescheiden, maar in de twee titelnummers 'Crypt I' en 'II' neemt de muziek dreigende vormen aan. Hier ligt de complete soundtrack voor een stevige thriller. De rillingen lopen je dan ook over de rug. En ondanks de suggestie van het woord 'licht' in 'The Lantern Out Of Doors' en 'The Candle Indoors', is hier in de muziek weinig van te herkennen. Ook hier is het desolate duisternis die klinkt in het vervormde gitaargeluid van Mota en de basdrone van Garcia.

De trio-cd, met als titel 'November 16, 2014', bestaat uit de liveopnames die op deze datum werden gemaakt in het Zuiderpershuis in Antwerpen, als onderdeel van de Oorstof-serie. En ook in deze volledig geïmproviseerde set horen we de minimalistische stijl van Mota duidelijk terug. Maar dit trio gaat nog wel een paar stappen verder. Het begint in Mota-stijl en sluit zo mooi aan op de twee andere cd's, maar gaandeweg kruipt hier de onstuimigheid naar binnen, waarbij vooral het samenspel van Mota met Di Domenico op Fender Rhodes opvalt; hoe goed die klanken bij elkaar kleuren. Na die eerste onstuimige golf keert de rust terug en horen we slechts spaarzame tonen, met name van Yamamoto die over zijn bekkens krast als onderdeel van een subtiele klanknevel. Tot de opbouw start van een tweede onstuimige golf, een procedé dat meerdere keren wordt herhaald en waarbij ook hier weer opvalt dat ritme, melodie en harmonie vrijwel geheel ontbreken. Het maakt het voor de avontuurlijke jazzliefhebber niet minder spannend.

Manuel Mota, onthouden die naam!

Lees hier een recensie van het betreffende concert dat Giovanni Di Domenico, Tatsuhisa Yamamoto & Manuel Mota op 16 november 2014 gaven in het Zuiderpershuis.

Labels:

(Ben Taffijn, 19.2.16) - [print] - [naar boven]



Concert
Braaf maar perspectiefrijk

Maartje Meijer Kwintet, vrijdag 5 februari 2016, Paradox, Tilburg

De relatief onbekende Maartje Meijer is gestart met klassieke piano en heeft een achtergrond in de popmuziek. Ze is arrangeur en muzikaal leider van de New Amsterdam Voices en geeft zangworkshops close harmony aan verschillende conservatoria. Naast al deze activiteiten is ze de bandleider van een wonderbaarlijk kwintet met Maarten Hogenhuis op altsax, Joris Roelofs op basklarinet en een ritmesectie bestaande uit bassist Tobias Nijboer en slagwerker Joan Terol Amigó. Na haar debuutalbum 'Virgo' presenteert Meijer nu haar tweede album 'Inner Circle'. Het is het laatste optreden in een lange rij, waarna ze met zwangerschapsverlof zal gaan.

Gezien de goede recensies op beide platen en een bijna volmaakte line-up zijn er vanzelfsprekend hoge verwachtingen. Deze worden maar ten dele waargemaakt. Maartje Meijer zingt met een loepzuivere stem, waaraan soms een minuscuul gruizig randje te ontdekken valt. De zonnige kanten van het dagelijkse bestaan worden in alle bescheidenheid en mijmerend voor het voetlicht gebracht. In het eerste deel van deze avond wordt zo nu en dan van de afgesproken setlist afgeweken. Logischerwijs zorgt haar vergevorderde zwangerschap zo nu en dan voor beperkingen. Een ingelaste, instrumentaal stuk levert dan een welkom recupereermoment op. Bijkomstig voordeel is dat dit bij 'Mushroom' leidt tot interessant en uptempo blazerswerk. Hogenhuis en Roelofs zijn solisten van een hoog kaliber.

De arrangementen en solistische miniatuurtjes tillen de liedjes naar een hoger dynamisch plan. De wat dromerige, soms zelfs lome zangpartijen zijn te eenduidig en het pianospel sluit hier naadloos bij aan. Het onderscheid wordt aangebracht doordat er een nummer in het Nederlands wordt gezongen. 'Als Ik Rennen Mag' drijft op melancholie en wordt energiek ondersteund. 'She’s Leaving Home' is de enige cover die Meijer onder handen neemt. De song wordt door triestheid omhuld, net als bij The Beatles.

Samenvattend mag de muziek van Maartje Meijer wat meer risico's en avontuur met zich meebrengen. Bovendien voegden de zeer korte optredens van Mylene Berghs als tweede stem weinig toe aan het geheel. Het is allemaal wel erg braaf. De geweldige line-up in combinatie met de stem van Meijer biedt echter perspectief voor de toekomst.

Klik hier voor foto's van dit concert door Louis Obbens.

Labels:

(Louis Obbens, 16.2.16) - [print] - [naar boven]



Cd
Didier Laloy & Kathy Adam - 'Belem' (Home, 2014)


Muziek op het snijvlak van folk, jazz en klassiek, dat is wat het duo Didier Laloy en Kathy Adam ons voorschotelt. Samen, Laloy op diatonische accordeon en Adam op cello, brengen ze op 'Belem' verhalen vol melancholie en weemoed. Hun beide instrumenten vullen elkaar perfect aan, zodanig dat het soms lastig te bepalen is wie nu eigenlijk welke noten speelt. Maar dat doet er niet toe. Wat van belang is, is dat je je bij Laloy en Adam in zuidelijke streken waant, op een zonovergoten terras en dat kan nooit kwaad in deze koude en natte wintermaanden. Dat er dan ook nog eens prachtig wordt gemusiceerd, maakt het feest compleet.

De muziek klinkt soms uiterst verstild en ingetogen. Dat horen we in 'Le Puits/Romaniste' en vooral in 'Valse Noire', dat begint met een solo op cello, het ene moment kermend, het andere moment liefelijk klinkend. En als Laloy op zeer subtiele wijze aansluit, komt de wals tot leven. Ook 'Lisbonne' past perfect in dit rijtje. Hier is het verlangen naar verre oorden en de heimwee die daar onlosmakelijk mee verbonden is, perfect in klank gevangen.

Op andere momenten, vooral in de composities van Laloy, zoals 'Marche De Lou', 'Youplaboum' en 'Firlefanz', overheerst de virtuositeit, zo eigen aan de accordeon. Hier geeft Laloy in grote vaart zijn solo's vorm, terwijl Adam ondersteuning biedt in het laag en zo aan de nummers de benodigde spanning en dramatiek toevoegt.

In het titelnummer 'Belem' zijn beide elementen verenigd; het kenmerkt zich vooral doordat het meeslepende ritmische patroon en de verstilling elkaar harmonisch afwisselen. 'Scampavita' wijkt wat af van de rest van deze cd. Het betreft hier een bewerking door Adam van een stuk van Antonio Vivaldi. Beiden weten echter dit stuk modern te laten klinken, zodat het prima past op dit boeiende album.

Klik hier om het album te beluisteren.

Labels:

(Ben Taffijn, 16.2.16) - [print] - [naar boven]



Concert
Fanfare in de dierentuin

Eric Boeren & Joachim Badenhorst, woensdag 3 februari 2016, De Singer, Rijkevorsel

Deel twee van de Beste Buren Duo's in De Singer brengt ons Eric Boeren en Joachim Badenhorst. Nooit eerder stonden zij als duo op het podium en nog tot dinsdagavond gingen de composities via de mail heen en weer. Composities als basis en improvisatie als verbindend element. Boeren, die mag beginnen in Badenhorsts compositie 'Comacina Dreaming', verzucht dan ook met enig pathos: "Dan moet ik wat verzinnen." Degenen die Boeren kennen, weten dat dit hem niet zo heel zwaar moet vallen. En dat blijkt te kloppen, want wat volgt is een kwetterende vibratie op cornet, voorzien van demper. Duidelijk een intensief stukje muziek, dat Boeren de nodige adem kost. Het mondt uit in een passage waarin vooral het blazen klinkt, zo nu en dan vermengd met een enkele noot. Een noot die uiteindelijk wordt opgepakt én versterkt door Badenhorst, hier op basklarinet. Ultiem samenspel is wat volgt, eerst helder, dan gruizig.

Aansluitend is het aan Badenhorst om solo te gaan. Zijn langgerekte, ietwat stroeve lijnen gaan door merg en been, zichzelf begeleidend met percussie op de kleppen. Als Boeren weer aansluit, ontstaat er een boeiende, zonnige dialoog. Met 'Fanfare For Rinus The Rhinoceros' zijn we ineens in de dierentuin beland. Althans zo klinkt het. Tot beiden een dusdanig hoge toon blazen dat de halve zaal de handen naar de oren brengt. Het blijkt de opmaat tot de fanfare, waarin vrolijke circusachtige noten klinken. Maar het geheel eindigt zoals het begon: in de dierentuin!

Een nieuwe, nog titelloze compositie van Badenhorst laat hem horen op tenorsax in een eindeloze stroom noten, als een rivier die buiten zijn oevers treedt. Boeren piept er zo nu en dan tussendoor, met heldere, melodische fragmenten. 'Fanfare Zoef' – wat hebben die twee toch met fanfares? - klinkt inderdaad wel als een fanfare, maar de solo waarmee Boeren dit stuk begint, klinkt wel veel ongestructureerder en naarmate hij vordert veel onstuimiger, springend. Badenhorst pakt het over, terwijl Boeren nu voor intermezzo's zorgt die het geheel nog kleurrijker maken.

En dan dat slot, eenvoudigweg 'Duet Joachim–Erik' geheten. Het begint allemaal harmonieus en keurig netjes, maar mondt gaandeweg uit in hectische acrobatiek. Maar goed, wat wil je anders met deze mannen?

Foto's: Cees van de Ven

Labels:

(Ben Taffijn, 15.2.16) - [print] - [naar boven]



Concert
Boelo Klat temt onwillige piano

Klatwerk, dinsdag 2 februari 2016, De Smederij, Groningen

De piano in café-restaurant De Smederij heeft een zwaar en arbeidzaam leven achter de rug. Respect is op zijn plaats. Dat het ouwetje veel last heeft gehad van de vochtige kou van de afgelopen weken was deze dinsdagavond pijnlijk duidelijk. Enfin, gelukkig is Boelo Klat zo'n dompteur die zo'n reliek zijn wil wel weet op te leggen. Hij benadert zo langzamerhand ook het postuur dat kenmerkend was en is voor de echt grote leeuwen: Art Tatum, Albert Ammons, Mulgrew Miller. Als om die historische link te benadrukken speelde hij in 'Walk Like Monk' een partij stride piano waar de verzamelde zitvlakken in de zaal een paar centimeter van omhoog gingen.

Maar goed, de fijne nuances kwamen op die manier vanzelfsprekend nauwelijks aan bod. En de muziek van Klatwerk wordt nu juist gekenmerkt door een geraffineerde vormgeving, door een subtiel spel met timing en contrapunt. Die laatste techniek gebruikte Klat in zijn compositie 'Paris', waar hij een dialoog aanging met bassist Ruud Vleij. Zo had Vleij een belangrijk aandeel in de melodie, waarbij hij zijn functie als basis behield. In 'Lost In Berlin' werden 5/4- en 7/8-ritmen luchtig gemixt tot een funky dressing en 'Tarantula' gaf een plastisch beeld van een persoon die na de fatale beet incoherent gaat dansen en huppelen, om uiteindelijk toch weer op zijn pootjes terecht te komen. Liefde en dans overwinnen de dood, of zoiets.

Na de set van Klatwerk was het woord zoals te doen gebruikelijk aan de jonge aanwas van het Prins Claus Conservatorium. Dus wat gebeurt er, daar kun je vergif op innemen (of je door zo'n vogelspin laten prikken, wel zo gemakkelijk): tijdens 'Sweet Georgia Brown' sprong dus maar weer eens zo'n tot de tanden gewapende Russische trombonist op het podium. Zijn naam is Vlad Psaruk, hij bezit een benijdenswaardige gretige lenigheid op zijn instrument, een fraai glanzende toon en een alerte geest. Een muzikaal joch.

Pianist Remko Wind, die we al bijna tot de arrivés mogen rekenen, liet vervolgens horen dat je ook in een volstrekt gladgesleten stuk als 'What Is This Thing Called Love' zonder veel problemen unieke, ongebaande paden kunt kappen. Elke noot, elk akkoord, elk cluster, alles leek fonkelnieuw.
Al enkele jaren viert De Smederij dat er een kwart eeuw sessies plaatsvinden, maar in 2016 is het echt zover. We houden u op de hoogte van de feestelijkheden. Om vervolgens in 2017 voorzichtig uit te gaan kijken naar het gouden jubilee.

Foto's: Jeroen Werkman

Labels:

(Eddy Determeyer, 14.2.16) - [print] - [naar boven]



Cd
James Brandon Lewis - 'Days Of Freeman' (OKeh, 2015)

Opname: 16-17 februari 2015
Dikeman/Parker/Drake - 'Live At La Resistenza' (El Negocito, 2015)
Opname: 5 mei 2014

De tenorsaxofoon is wellicht het meest gezichtsbepalende instrument binnen de jazz. Het is dan ook geen overbodige luxe om dit instrument eens uitgebreid in het zonnetje zetten. Hij komt in volle glorie voorbij op twee recente cd's, louter door slagwerk en bas begeleid.

De eerste cd betreft er een van James Brandon Lewis. Deze uit Brooklyn, New York afkomstige saxofonist blikt op 'Days Of Freeman' terug op zijn verleden. In vier hoofdstukken komen zijn jeugd, de basketbal en de diverse muzikale inspiratiebronnen voorbij. Het trio bestaat verder uit drummer Rudy Royston en bassist Jamaaladeen Tacuma, hier eveneens op elektrische bas. Door de invloed van hiphop op Lewis' leven en werk is dit een bijzonder album geworden. In diverse nummers, waaronder 'Brother 1976' horen we die invloed overduidelijk, maar Lewis weet het wel op ingenieuze wijze te vermengen met de jazz. Bij hem dan ook geen jazzy popnummers, maar complexe jazz waarin we soms de ritmische lijnen van de hiphop herkennen, zoals in 'Black Ark', dat Lewis opdraagt aan de in de rapwereld fameuze gelijknamige opnamestudio van Lee Scratch Perry. Op een heerlijk stuwend patroon van Tacuma en Royston blaast Lewis zijn ritmische patronen.

Gerapt wordt alleen in het titelnummer 'Days Of Freeman', door Supernatural, naast ook nog een bijdrage van zangeres Peal Lewis. In dit nummer komen alle invloeden op boeiende wijze samen. De titel verwijst dan ook naar Freeman Street in Buffalo, New York waar Lewis opgroeide. Maar er is meer muziek die de tenorsaxofonist inspireert. Zo brengt hij in 'Bird Of Folk Cries' een ode aan de spirituals en de werkliederen, die de wortels van de jazz vormen, waarbij hij gepassioneerd en intens klinkt en waarbij de ritmesectie voor krachtige begeleiding zorgt. En in 'Bomako Love' is het de muziek van West-Afrika en dan Mali in het bijzonder waar hij bij stilstaat. En passant is dit tevens een ode aan Don Cherry, die als geen ander deze muziek met jazz heeft gecombineerd.

John Dikeman, dat mag zo langzamerhand wel als bekend worden verondersteld, begint waar andere saxofonisten stoppen. Dat bleek nog onlangs tijdens een concert dat hij in het Bimhuis gaf met slagwerker Hamid Drake en contrabassist William Parker. Van een eerder concert in deze bezetting - in La Resistenza, Gent - zijn onlangs de opnames uitgebracht, waardoor we nog eens kunnen nagenieten.

De direct herkenbare stijl van Dikeman staat ook op dit album weer centraal: explosief en dynamisch, vol onverwachte wendingen en tegelijkertijd vol pure emotie en met een enorme zeggingskracht slingert hij zijn onstuimige noten de wereld in. De woorden van trompettist/saxofonist Joe McPhee, die Dikeman aanhaalt op zijn cd, zijn dan ook onverkort op Dikeman van toepassing. Een journalist vroeg McPhee waar zijn muziek over ging, waarop deze antwoordde: "Love, pure love." Vandaar dat de passie eraf spat!

Dat geldt overigens niet alleen voor Dikeman. Ook Drake en Parker laten zich hier niet onbetuigd. Maar laten we vooral Dikeman zelf, in een deel van zijn dankwoord, aan het woord laten en hem zijn te grote bescheidenheid vergeven: 'Finally, to William and Hamid for giving me this opportunity and for sharing their music and overflowing spirit. It is no exaggeration to say that this was a dream come true for me. I hope the listener, as I feel William and Hamid did, is able to look past my inadequacies and hear this as a celebration of life, told, more or less eloquently, by three people using the words at their disposal.' Waarvan akte!

Klik hier voor een preview van de cd 'Days Of Freeman'. En hier kun je geluidsfragmenten vinden van 'Live At La Resistenza'.

Labels:

(Ben Taffijn, 14.2.16) - [print] - [naar boven]



Concert
Leerproces in een hottub

Martin Lawrence, donderdag 4 februari 2016, Paradox, Tilburg

Vorig jaar imponeerde het kwartet van Ambrose Akinmusire in Paradox. Met vooral materiaal afkomstig van de albums 'When The Heart Emerges Glistening' en 'The Imagined Savior Is Far Easier To Paint'. In dit avontuurlijk en akoestisch optreden speelde de jonge drummer Justin Brown een rol van betekenis.

De voorliefde van Akinmusire voor machtig drumwerk blijkt eens te meer uit het optreden van de groep Martin Lawrence. Drummer Thomas Pridgen (bekend van Mars Volta, Suicidal Tendencies en Christian Scott) spreekt bovennatuurlijke krachten aan, die leiden tot furieuze, magistrale en ritmische patronen. Pridgen wint al op negenjarige leeftijd, met een reputatie als een wonderkind op drums, de prestigieuze 'Drum Off'-wedstrijd. Ook ontvangt hij op de leeftijd van vijftien jaar een beurs aan de Berklee College of Music. In de groep Martin Lawrence is het gezegde 'bescheidenheid siert de mens' niet aan Pridgen besteed. De jonge drummer is niet in de wieg gelegd voor een dienende rol. Zijn stijl kenmerkt zich door een dominante, keiharde percussie. Het in een razend tempo afleveren van zware geluidsgolven, pulserende grooves en meerdere, minutenlange drumsolo's blijkt zijn stiel te zijn.

Ambrose Akinmusire, Mike Aaberg en Thomas Pridgen hebben zeven jaar geleden een eenmalig optreden gehad op het festival Modern Drummer, maar onder de noemer 'Martin Lawrence' vindt hun eerste formele muzikale samenwerking plaats. Het optreden in Paradox is een van de eerste concerten in Europa. Het geeft een ware inkijk in het lerend vermogen van een liveband. De naam 'Martin Lawrence' is bijna willekeurig tot stand gekomen en als een soort van grap, ontstaan met een knipoog naar de Amerikaanse komiek Martin Lawrence.

Een gemêleerd publiek is getuige van twee uiteenlopende sets. De eerste set heeft het karakter van een lange, doordenderende jamsessie. Drummer Thomas Pridgen en trompettist Ambrose Akinmusire zijn de partners in crime bij het intense krachtenspel waarbij geluidsbarrières met de regelmaat van de klok worden overschreden. Daar waar de trompettist nog parels voor de zwijnen werpt, raken de spacy keyboardklanken van Mike Aaberg ondergesneeuwd. Ondanks het indrukwekkende rockende karakter en de furieuze trompetklanken lijkt het muzikale proces belangrijker dan het uiteindelijke groepsresultaat. De muziek mondt uit in een veelvoud aan orgastische herhalingen en een gemis aan onderlinge cohesie.

Dat lering en vermaak gelijke tred kunnen houden, blijkt deze avond weer eens. De tweede set bestaat uit meerdere stukken met meer onderscheid in de composities. De diversiteit aan sferen en emoties wordt nadrukkelijk gezocht en gevonden. En de verandering van het ritme, onder de oppervlakte, speelt een grotere rol van betekenis. Zelfs de spacy-psychedelische klanken uit de keyboard en het hammondorgel van Aaberg werpen muzikale vruchten af.

Eenheid in aanpak en muzikale synergie is veel meer het parool. Er ontstaat meer transparantie en zicht op het immense real-time improvisatievermogen van Akinmusire. Eens te meer wordt de creativiteit van de trompettist overtuigend bewezen door verbijsterend snelle, versplinterende, agressieve, maar altijd loepzuiver gespeelde chops, die de luisteraar aan zijn stoel kluistert. In de toegift blijkt Pridgen zijn drumsticks ook nog even te kunnen laten zwijgen en vloeit er zowaar intimiteit en fluwelen zachtheid uit de hoorn des overvloeds.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Louis Obbens.

Labels:

(Louis Obbens, 12.2.16) - [print] - [naar boven]



Jazzradio
Jazz Rules #69-70


In Jazz Rules #69 hoor je werk van de nieuwe plaat van Linus + Okland/Van Heertum: 'Felt Like Old Folk'. Linus is het project van gitarist Ruben Machtelinckx en rietblazer Thomas Jillings. 'Into The Silence' is het ECM-debuut van trompettist Avishai Cohen. Docent jazzgeschiedenis Frederik Goossens geeft duiding bij tenorlegende Stan Getz, die onlangs 89 jaar oud zou zijn geworden. En drummer en componist Sebastiaan Vekeman is studiogast. Hij komt onder meer het nieuwe album van Bestiaal voorstellen.

In aflevering #70 komt de jonge pianist David Thomaere zijn nieuwe album 'Crossing Lines' presenteren in de studio bij Dirk Roels. In zijn trio spelen ook bassist Félix Zurstrassen en drummer Antoine Pierre. En de gastsolisten zijn niemand minder dan Jean-Paul Estiévenart en Steven Delannoye. 'Crossing Lines' verschijnt in maart bij De Werf Records. We starten met de nieuwe reeks #25Miles. Want het is dit jaar een kwarteeuw geleden dat de jazzgod overleden is. Frederik Goossens duikt in de discografie en in het levensverhaal van Miles Davis. Verder ook nieuw werk van BRZVLL, Kabas en GoGo Penguin.

Klik hier om Jazz Rules #69 te beluisteren.
Klik hier om Jazz Rules #70 te beluisteren.

Foto: Cees van de Ven

Labels: ,

(Maarten van de Ven, 12.2.16) - [print] - [naar boven]



Concert
Het voorjaar is begonnen

Hearts And Minds / John Butcher, Okkyung Lee & Mark Sanders, zondag 31 januari 2016, DE Studio, Antwerpen

Het voorjaar is begonnen bij Oorstof. In DE Studio in Antwerpen geeft de zon reeds warmte in een oogverblindende set van drie sterren aan het improvisatiefirmament: rietblazer John Butcher, celliste Okkyung Lee en percussionist Mark Sanders. Zij horen onbetwist tot het slag muzikanten dat geluiden uit hun instrumenten weet te halen waarvan je als luisteraar niet eens weet dat ze bestaan. Een overrompelend klankfestijn is wat wij, die gelukkig in groten getale naar DE Studio zijn gekomen, krijgen voorgeschoteld.

De kwaliteiten van deze drie staan niet ter discussie. Butcher is inmiddels een oudgediende, wiens direct herkenbare spel - mede dankzij zijn circular breathing-techniek - je de rillingen over de rug doet lopen. Strakke melodieën speelt hij zelden, maar met zijn stuurse, schurende toon weet hij de luisteraar wel te raken. De combinatie met Lee valt dan ook goed uit, want deze celliste is er eveneens bedreven in om onverwachte klanken uit haar instrument te halen, met name door haar techniek, waarbij zij veel gebruik maakt van de hals van het instrument. Door snel met haar linkerhand van boven naar beneden over de snaren te bewegen, terwijl ze met rechts de strijkstok gebruikt of pizzicato speelt, weet ze zeer onverwachte en bizarre vibraties te genereren. Maar zo nu en dan rijzen je ook de haren ten berge als ze haar stok, stevig aandrukkend op de snaren, heel langzaam heen en weer beweegt. Het lijkt het spookhuis op de kermis wel! Als derde hebben we dan nog Sanders. Staand achter zijn drumstel met toebehoren verrast hij vooral door het intensieve gebruik van de grootste trommel. De echo die gepaard gaat met het bespelen daarvan geeft deze set een speciaal tintje, evenals het veelvuldig gebruik van allerhande gongs die Sanders over de trommels verdeelt.

Maar er is meer deze avond. Want de eerste set is voor het uit Chicago afkomstige Hearts And Minds. Dit trio, bestaande uit basklarinettist Jason Stein, drummer Frank Rosaly en toetsenist Paul Giallorenzo, maakt regelrechte grotestadsmuziek. De bijdrage van Giallorenzo zet daarbij de toon. Op een analoge Moog-synthesizer uit 2005, een van de laatste gemaakte, ontworstelt Giallorenzo diepe en donkere bastonen,ee die vrijwel ieder nummer van een niet te stuiten groove voorzien. Dat Chicago ook een van de bakermatten is van de blues, wordt hier weer eens duidelijk. Daarnaast bespeelt Giallorenzo het type keyboard dat we kennen van die onsterfelijke liedjes van The Doors, met datzelfde psychedelische sausje. Het is een prima voedingsbodem voor Stein, die zijn basklarinet regelmatig binnenstebuiten keert en naar hartenlust krast, piept, schuurt en knispert en zo nu en dan meegaat in de aanstekelijke groove. Maar de echte verrassing is Rosaly. Zelden iemand zo los, terloops en onnadrukkelijk horen drummen. Volstrekt intuïtief is hij constant op zoek naar wat nu weer zal passen. Zo zit hij er ook bij, in diepe concentratie, vaak met zijn ogen dicht. Maar met een overdaad aan speeltjes en stokken in alle soorten en maten weet hij de sfeer naar zijn hand te zetten. Hij nuanceert de groove van Giallorenzo, waardoor de muziek niet saai wordt, terwijl hij en passant Stein weer wat munitie aanreikt voor een tegendraads loopje.

Klik hier voor foto's van dit concert door Geert Vandepoele. En hier vind je een fotoverslag door Hans van der Linden.

Labels:

(Ben Taffijn, 10.2.16) - [print] - [naar boven]



Concert
East meets West

Tord Gustavsen, Simin Tander & Jarle Verspestad, vrijdag 29 januari 2016, Paradox, Tilburg

'East meets west', die gedachte staat centraal in het nieuwe project van pianist Tord Gustavsen, cumulerend in een nieuw album bij ECM onder de titel 'What Was Said'. Een album waarvoor Gustavsen de samenwerking heeft gezocht met de Afghaanse zangeres Simin Tander – east meets west dus.

De kern van het project ligt in Gustavsens verleden en draait om de traditie van de Noorse kerkmuziek die hij van huis uit meekreeg. Deze liederen heeft Gustavsen niet alleen opnieuw van muziek voorzien, maar hij heeft de teksten ook nog eens laten vertalen in het Pashtun, de moedertaal van Tander. Daarnaast passeren een aantal gedichten van de middeleeuwse islamitische mysticus Jalal-al-Din Rumi de revue, vertaald in het Engels. Het project gaat dus over kruisbestuiving aan de hand van spirituele teksten, kruisbestuiving tussen oost en west en tussen islam en christendom. Een prachtig idee in deze tijd van polarisatie.

Het is dan ook jammer dat het plan niet geheel is geslaagd. Dat blijkt tijdens het concert in Paradox en dat blijkt bij het beluisteren van de cd. En dat ligt aan twee dingen. Ten eerste: de muziek. Niets ten nadele van de kwaliteiten van Gustavsen, maar het klinkt allemaal wel erg glad en gepolijst, terwijl deze nummers, die gaan over de mystieke kant in ons bestaan, wel wat meer spanning en ingetogen dramatiek kunnen gebruiken. Die spanning en dramatiek ontbreekt echter nagenoeg. Integendeel, de muziek neigt maar al te vaak naar kitsch en vals sentiment. Maar ook de zangstijl van Tander helpt niet echt. Tander heeft een prachtige stem, maar gebruikt wel erg veel vibratie en verfraaiing. En haar stijl is eerder theatraal dan ingetogen. Nu realiseren wij ons dat er in het oosten anders wordt gekeken naar mystieke beleving dan in het westen - in het oosten gaat het er vaak beduidend theatraler aan toe, maar het leidt er wel toe dat er bij ons als (westerse) luisteraars emotioneel niet veel gebeurt. En dat was wel de bedoeling!

Nu helpt een ambiance als Paradox met ver over de honderd bezoekers, die niet allemaal even stil zijn, natuurlijk ook niet echt, maar bij beluisteren van 'What Was Said' ontstaat er niet een wezenlijk ander beeld. Sterker nog, de cd is tammer dan het concert. Wat overblijft is dat er prachtig wordt gemusiceerd, zowel door Gustavsen als door slagwerker Jarle Verspestad, en dat er prachtig wordt gezongen door Tander. Maar kippenvel en huiver? Nee, helaas niet.

Klik hier voor foto's van dit concert door Louis Obbens.

Labels:

(Ben Taffijn, 10.2.16) - [print] - [naar boven]



Cd / Jazztube
Bambi Pang Pang, feat. Andrew Cyrille - 'Drop Your Plans' (El Negocito, 2015)


Daar zaten ze, die zaterdagmiddag in augustus 2013 op het podium van Jazz Middelheim in Antwerpen, drie jonge honden nog. Viktor Perdieus op saxofoon, Laurens Smet op bas en Seppe Gebruers op piano. Ze kenden elkaar van het toen nog niet zo lang bestaande Ifa Y Xango en hadden daarmee het jaar daarvoor hun debuutalbum gemaakt onder de naam 'Abraham'. Daar zaten ze, op het podium met een van de onbetwiste jazziconen uit de moderne jazz én vernieuwer van het slagwerk, Andrew Cyrille.

Het wonder geschiedde, want ondanks dat het project werd aangekondigd als een coachingstraject klonk het trio - dat zichzelf de naam Bambi Pang Pang had toebedeeld - in samenwerking met Cyrille als een volwaardig kwartet. Nu, twee jaar later, ligt er een album met opnames, gemaakt in de slipstream van dat bijzondere concert. We hebben het de heren niet gevraagd, maar het kan niet anders zijn dan dat dit een droom was, die uitkwam.

Elf nummers staan er op 'Drop Your Plans', waarvan de eerste en de laatste dezelfde titel hebben, 'Isme', beide composities van Perdieus. Die twee stukken fungeren als een soort van poortwachters. Ze leiden het album in, respectievelijk uit. Het laatste wat hoekiger en weerbarstiger dan het eerste, maar beiden met een ietwat melancholieke intensiteit.

In 'Falks', dat is gebaseerd op een karakter uit de roman 'Cosmos' van de Poolse schrijver Witold Gombrowicz, horen we de ritmetandem Cyrille-Smet in actie, als een hartslag, een perfecte voedingsbodem biedend voor de complexe melodische lijnen van Gebruers en Perdieus, hier op sopraansax. Weldadig onstuimig. 'Frases' kenmerkt zich door ingehouden schoonheid. Subtiel en van regelmatige stiltes voorzien dragen Gebruers en Perdieus zorg voor de breekbare melodie. Boeiend ook hoe Cyrille hier bijna onnadrukkelijk zijn slagen uitdeelt. 'Sum' is een dialoog tussen Cyrille en Gebruers, waarbij Cyrille zich louter bedient van de snaredrum. Het ritselende geluid geeft dit nummer een wat vreemde sfeer. 'Dr. Licks', een van de hoogtepunten van het album, is een compositie van Cyrille. Het stuk haakt aan bij de latin-traditie. Het is vooral Perdieu die hier laat horen perfect te kunnen scheuren met zijn altsax. Maar de ritmesectie stookt het vuur hier dan ook goed op met een enerverend en dansbaar ritme.

De titel van het enige solostuk op het album, voor slagwerk, klinkt wel wat ironisch. Want als dit nummer iets níet is, is het wel een 'Battle Of Drums'. Zeker het eerste deel van de solo klinkt fluisterzacht. Het enige geluid dat weerklinkt wordt veroorzaakt doordat Cyrille zijn drumstokjes tegen elkaar tikt. Gaandeweg brengt hij er steeds meer klanken bij. Maar het ritme blijft ontbreken. En als het tegen het einde soms de kop op lijkt te steken, kapt Cyrille het af. Een ander hoogtepunt op het album is het titelnummer 'Drop Your Plans', een compositie van Smet. Weloverwogen en noot voor noot bouwen Smet en Gebruers aan dit stuk, terwijl we Cyrille heel zacht op de achtergrond met zijn brushes horen. Dan komt Perdieus erbij met een weemoedige, gruizige toon en krijgt de melodie vorm, verstild en ingetogen.

Klik op de afbeelding hierboven om Bambi Pang Pang in de studio aan het werk te zien en te horen in 'Drop Your Plans'.

Labels: ,

(Ben Taffijn, 9.2.16) - [print] - [naar boven]



Concert
Echte sprookjes

The Nordanians & Bombay Connection Orchestra, woensdag 30 december 2015, Grand Theatre, Groningen

Een orgel zwelt zwoel door de ruimte, een sax zet een sexy stem op. Een nachtclub in Bombay, zoveel is duidelijk. Maar: eind jaren vijftig? Gisteravond? Geen idee, maar nu moet er dus een bevallige, ietwat mollige danseres van achter een decorstuk komen zweven, gekleed in roze en lichtblauwe sluiers. "Tijd voor onze speciale gast," verbreekt orkestleider Gerry Arling onze bespiegelingen: "Mudhu!" Mudhu Lalbadursingh is een prinses uit een sprookje van Chaudhuri; in het Grand blijft haar dansen beperkt, zingen doet ze des te meer. Haar hoge, heldere en doordringende vocalen mengen prima met het dertienkoppige Bombay Connection Orchestra. Ze zingt grote hits uit Indiase en Pakistaanse musical- en avonturenfilms en schuin achter me hoor ik een dame een riedeltje feilloos meeratelen. Ook voor de Indiase gemeenschap in Groningen is het werk van R.D. Burman, M. Ashraf en Llaiyaraaja gesneden koek. De John Williams, Lalo Schifrin en John Barry van Bombay, zeg maar.

Gerry Arling, bassist, componist en avonturier, heeft altijd buiten de omheining gegraasd. Jazz, elektronica en 1960 pop heeft hij al eerder onder de loep gelegd en sinds een aantal jaren is de filmmuziek uit Bollywood, de grootste filmstad ter wereld, onderwerp van zijn exploraties. Zijn Bombay Connection Orchestra speelt niet zo romig en pastelkleurig als de voorbeelden uit de studio's van Bombay. Pop, heavy metal en funk geven de muziek kloten. Met twee extra percussionisten is gegarandeerd dat het ritme in beweging blijft. Het toetsenarsenaal van Hans Koldeway heeft Arling listig in het geheel verweven. Dit is nou eens fusion waar de mens vrolijk van wordt.

Wat dat betreft waren we al op temperatuur gebracht door de Nordanians. Twee dertiende van het BCO = twee derde van de Nordanians. Ofwel: gitarist Mark Tuinstra en tablaspeler Niti Ranjan Biswas maken zowel deel uit van het voorprogramma als van de hoofdact. Aangevuld met violist Oene van Geel speelt het drietal improvisatiemuziek met Indiase luchtwortels. Mede doordat viool en gitaar om beurten een basfunctie kunnen vervullen zijn de mogelijkheden legio. Temeer daar de belachelijk virtuoze tablaïst complete melodieën uit zijn trommeltjes kan slaan. En als het zo uitkomt zingt het trio er zijn eigen vocaleses bij, met Tuinstra als beatbox. De sitar miste ik pas achteraf.

Klik hier voor foto's van dit concert door Willem Schwertmann.

Labels:

(Eddy Determeyer, 8.2.16) - [print] - [naar boven]



Cd
Nate Wooley - '(Dance To) The Early Music' (Clean Feed, 2015)


Op zijn meest recente plaat voor het Clean Feed-label komt trompettist Nate Wooley met een behoorlijke verrassing op de proppen. '(Dance To) The Early Music' bevat namelijk bijna uitsluitend muziek van Wynton Marsalis, de Amerikaanse trompettist die de ietwat vrijere jazz en avant-garde meer dan eens openlijk heeft verketterd. Sommigen noemen de bekendste telg van de Marsalis-familie conservatief, anderen botweg reactionair, want als het voor de artistiek directeur van Jazz At Lincoln Center niet voldoende swingt, dan trek je er volgens hem beter een streep door. Toch heeft de man niet altijd zo'n extreem behoudsgezinde reflex gehad, want in de jaren 80 maakte hij met onder meer 'Black Codes', 'Wynton Marsalis' en 'J Mood' enkele straffe en vrij moderne jazzplaten. Wooley was in zijn tienerjaren naar eigen zeggen ondersteboven van die muziek en wil met dit album een poging doen om dat gevoel van opwinding terug op te wekken.

Die opdracht lijkt wel gesneden koek voor Wooleys kwintet - zeg maar zijn meest 'jazzy' groep - die hij in de liner notes als zijn 'pet project' omschrijft. Josh Sinton (basklarinet), Matt Moran (vibrafoon), Eivind Opsvik (bas) en Harris Eisenstadt (drums) fileren het Marsalis-repertoire (naast drie eigen composities) op sommige momenten tot op het bot. Desondanks is het respect voor het originele materiaal groot en van iconoclasme is dus zeker geen sprake - hoewel Marsalis zelf daar waarschijnlijk een andere mening over zal koesteren. Het kwintet gebruikt soms maar een deel van de oorspronkelijke compositie of parafraseert naar eigen smaak. De negen minuten van 'Phryzzinian Man' worden bijvoorbeeld voor een groot stuk volgemaakt met slechts een motief (gespeeld door Sinton), waarbij de rest voor bijdragen en inkleuringen zorgt op de meest uiteenlopende wijzen.

Wanneer de groep in een zeldzaam geval een compositie frontaal benadert, valt het op hoezeer het nog steeds haar stempel kan drukken als uitvoerder. De oorspronkelijk nogal gemakzuchtige swing van 'For Wee Folks' (een van die charmante deuntjes van 'Black Codes' die meteen onder de huid kruipen) wordt ingewisseld voor een potige groove en een spanning die wordt vastgehouden door het zenuwenwerk van Opsvik op contrabas. Het tempo wordt de hoogte in gejaagd en de solisten gaan lekker brutaal te werk, net zoals in het 'Hesitation', waar Wooley en Sinton door elkaar worden geschud door een gewelddadige ritmesectie.

De drie eigen composities versmelten mooi met het werk van Marsalis. In een geval zelfs letterlijk, want 'Hesitation' krijgt dankzij Wooley nog een mooi dromerig staartje met het lichtjes bizarre 'Post-Hesitation'. In 'Blues', een duet tussen trompettist en bassist, komen Wooleys technische en expressieve vaardigheden samen in een vrij aanvoelende jazzballad met een bloedmooi slot. We hebben Wooley eigenlijk zelden zo dicht tegen de jazztraditie weten aanleunen, zelfs niet met zijn kwintet.

Deze recensie verscheen ook op Enola.be

Klik hier om twee tracks van dit album te beluisteren: 'Phryzzinian Man' en 'For Wee Folks'.

Labels:

(Joachim Ceulemans, 8.2.16) - [print] - [naar boven]



Concert
Rocken met een melkschuimer

Teun Verbruggen & Oscar Jan Hoogland, woensdag 27 januari 2016, De Singer, Rijkevorsel

Onder de benaming 'Beste Buren' vinden er momenteel in Nederland en België een aantal concerten plaats waarin jazzmusici uit beider landen met elkaar samenspelen. Dat gebeurt namelijk bijzonder weinig en dat is jammer. Nederlandse musici zijn dan ook in België niet vaak te horen en andersom gebeurt dat ook maar mondjesmaat. Vandaar dit initiatief. De Singer in Rijkevorsel, altijd in voor een experiment, is een van de Belgische podia die hieraan meedoet en programmeert drie avonden voor een duo bestaande uit, hoe kan het ook anders, een Belg en een Nederlander. Nu Teun Verbruggen en Oscar Jan Hoogland. Je kunt het slechter treffen!

Teun Verbruggen is zo'n beetje de meest gevraagde slagwerker in België en in ieder geval een van de meest experimentele. En Hoogland is een ware toetsenvirtuoos die als pianist zo ongeveer alles doet, behalve pianospelen. Ook vanavond heeft hij weer interessant speelgoed meegenomen naast zijn elektrische klavichord, een instrument dat oorspronkelijk afgeleid is van de klavecimbel, maar dat ook kenmerken heeft van een snaarinstrument. Doordat direct achter het klavier de snaren zichtbaar zijn, kun je die ook rechtstreeks bespelen, iets wat Hoogland natuurlijk veelvuldig doet. En dan niet alleen met zijn vingers, maar ook met schaaltjes die hij erop laat stuiteren, met een cassettespelertje die intussen Afrikaanse zang ten gehore brengt en met een melkschuimer die het elektrische mechaniek stoort, waardoor er een vorm van noise wordt gerealiseerd.

Opvallend aan de set van ruim drie kwartier die de heren verzorgen, is het ritmische aspect. Samen kiezen ze ervoor om eens een flink partijtje te rocken. Verbruggen ramt er daarbij lustig op los in een vette en stomende groove, terwijl Hoogland zijn klavichord laat scheuren als een elektrische gitaar, mede dankzij de eerder genoemde melkschuimer. Maar het kan ook in een iets lager tempo. Met een laid-back groove, als een eindeloze trip. De klavichord leent zich perfect voor repeterende patronen met een wat 'zeurend' karakter en het slagwerk van Verbruggen doet ons deinen op de stoel. Dan wordt het tempo weer opgevoerd - Hoogland haalt zijn melkschuimer weer tevoorschijn en laat zijn klavichord gieren als een cirkelzaag, Verbruggen lijkt ineens vier armen te hebben, zo overdonderend klinkt zijn slagwerk. Zo brengt dit tweetal deze set naar een mooie climax.

Amai, deze twee moeten toch écht linea recta naar de studio!

Foto's: Maarten Jan Rieder & Cedric Craps

Labels:

(Ben Taffijn, 7.2.16) - [print] - [naar boven]



Concert
Groots en meeslepend

LAMA + Joachim Badenhorst, donderdag 21 januari 2016, Jazzcase, Dommelhof, Neerpelt

Enige keren per jaar biedt JazzCase in Neerpelt artiesten een residentie, zodat zij enige dagen ongestoord aan nieuw materiaal kunnen werken. En traditiegetrouw wordt dit op donderdagavond afgesloten met een concert waarbij het publiek kan horen waar het allemaal toe heeft geleid. Ditmaal mocht het LAMA-trio, bestaande uit bassist Gonçalo Almeida, trompettiste Susana Santos Silva en drummer Greg Smith, van deze gelegenheid gebruikmaken. En aangezien de samenwerking met klarinettist Joachim Badenhorst voor het laatste album 'The Elephant’s Journey' beide partijen goed beviel, is hij eveneens van de partij.

Wie het werk van LAMA kent, weet dat dit trio het experiment niet schuwt. Elektronica maakt dan ook al langer deel uit van het instrumentarium en ook op 'The Elephant’s Journey' wordt er volop gebruik van gemaakt. Daar speelt het echter nog een ondersteunende rol. Bij het horen van het nieuwe materiaal blijkt de rol van experimentele vormen van elektronica alleen nog maar verder te zijn gegroeid en te zijn geïntegreerd in de muziek. Muziek die van zichzelf reeds zeer experimenteel is. Santos Silva klinkt in het stuk 'Metamorphoses', dat de gehele eerste set beslaat (!), dan ook als een storende radiozender en Badenhorst kiest voor een langgerekte drone-achtige toon op zijn klarinet. Op de achtergrond horen we het geluid van Almeida en Smith aanzwellen alsof er een storm op komst is. De elektronica zorgt op zijn beurt in dit stuk voor een indringende, zelfs wat sombere sfeer, totdat daar ineens de zon doorbreekt en een zuidelijk getinte melodie naar binnen wordt gedragen, met dank aan Badenhorsts flamboyante spel. Maar de storm die Almeida aansluitend ontketent doet het geheel weer te niet.

Markant is ook de solo van Santos Silva verderop in dit stuk. Zij is beslist een van de meest bijzondere trompettisten in de experimentele jazz van dit moment en laat hier weer eens horen waar die reputatie op berust. Piepend en krassend werkt ze zich door haar materiaal heen, de meest bijzondere klanken aan haar instrument ontlokkend. Dan weer liefelijk, dan weer schurend, schrijnend en gruizig. Maar wat ze ook doet, haar instrumentbeheersing is niet minder dan perfect. Voor Almeida geldt dat niet anders. Soepel glijden zijn handen over de snaren in een ritmisch zangerige solo. Het vormt de opmaat voor een deinende melodie vol prachtige kleuren, steeds feller klinkend met duidelijk oosterse invloeden, onder de bezielende leiding van een wild maar trefzeker om zich heen slaande Smith. Over instrumentbeheersing gesproken!

In de tweede set worden een aantal stukken gespeeld van het eerdergenoemde 'The Elephant’s Journey'. In 'The Gorky’s Sky' speelt Badenhorst een wonderlijk wiegende melodie in een enerverende solo. De slang kan nu ieder moment zijn kop boven het mandje uitsteken! In 'The Process' krijgt het kwartet ons eveneens in zijn greep. Het stuwende slagwerk van Smith, de groove van Almeida, het passievolle klarinetspel van Badenhorst en de scherpe solo van Santos Silva... het is bijna te veel!

Klik hier voor foto's van dit concert door Cees van de Ven.

Labels:

(Ben Taffijn, 5.2.16) - [print] - [naar boven]



Cd
KØGGING - 'Sketches Of Ordinary Life' (eigen beheer, 2014)


Je als tekstschrijver en zanger verplaatsen in een jong vogeltje, net uit het ei, dat voor het eerst gaat vliegen. Wie is dat gegeven? De zanger Norbert Kögging slaagt erin, zo leert ons 'Fly Out':
Like a bird leaving its shell.
Will it survive no one can tell.
When will the time be right.
When will it take off into the light.
To leave your tree and challenge gravity.


Ronduit ontroerend is ook de zin in 'Right From The Start' over, naar ik aanneem, zijn dochtertje Isolde: I wonder what's going on in that little mind. Do you know who I am and what you mean to me? Naast Kögging zelf is het gastsolist Michael Moore die hier excelleert in prachtig helder klarinetspel. De vlucht van het jonge vogeltje en de ontroering van de vader wordt door hem op intieme wijze verklankt.

Köggings 'Sketches Of Ordinary Life' is zijn tweede album. Het eerste, 'Daydreaming' dateert van 2011. Ook nu werkt hij weer samen met pianist Folkert Oosterbeek en slagwerker Felix Schlarmann, beiden ook bekend van Bruut! En Tobias Nijboer, onder andere van Fuse op bas. Gastmuzikant Michael Moore speelt naast klarinet ook altsax op het album.

Kögging is meer een dichter dan een verhalenverteller. Een dichter omdat hij zoveel oog heeft voor het detail, de kleine zaken in het leven. De vogel in 'Fly Out', het zonlicht dat schilderijen 'schildert' in 'Wajang Scenes' en de sfeer van de nacht in 'Night Train'. Die gedichten zijn leidend op dit album. De klanken van de musici zijn er om dit te ondersteunen. Van Moore's introspectieve spel in 'Fly Out' en 'Wajang Scenes' tot het ingehouden pianospel van Oosterbeek in 'Night Train' en 'Right From The Start'. Dat 'Sketches Of Ordinary Life' hiermee een ingetogen en subtiel album is geworden, behoeft dan waarschijnlijk ook geen betoog. Een mooi album voor koude en natte winteravonden.

Klik hier om het album te beluisteren.

Labels:

(Ben Taffijn, 5.2.16) - [print] - [naar boven]



Concert
Eigenheid en intensiteit

Natashia Kelly Group, zaterdag 23 januari 2016, Lokerse Jazzklub, Lokeren

Bij de ingang van de Lokerse Jazzklub lag aan de kassa een blaadje met een mededeling. Omwille van het intieme karakter van de muziek kon het publiek tijdens de eerste set geen drank bestellen. Tien minuten voordat het concert begon, wees de aankondiger van dienst er nog een keer op dat de bar bijna ging sluiten om de fragiele muziek niet te verstoren. Na afloop van de eerste set kon je wel zeggen dat je een speld had kunnen horen vallen, zo aandachtig en muisstil had het publiek toegekeken en geluisterd. De geluiden van de kant van het publiek waren beperkt gebleven tot luid applaus en een deur die openging, omdat een laatkomer binnenkwam.

De Jazzklub was goed volgelopen met mensen van heel uiteenlopende leeftijd en pluimage. Er weerklonk een gezellige drukte toen Natashia Kelly en Brice Soniano hun plaats innamen. Iedereen werd stil en keek benieuwd naar wat dit geven zou. Kelly opende met klanken die wat weg hadden van een gezongen begroeting in een oude taal, waarbij Soniano na een tijdje inviel op contrabas. Scat kon je deze zang niet noemen, maar het maakte meteen indruk hoe zang en bas elkaar aanvulden. De eerste woorden die haar fijne lippen vormden waren 'I want to be burried...', de eerste tekst tegelijk donker en ambitieus, in een traag ritme dat zou passen bij de activiteit van geconcentreerd schoonschrijven of tekenen, de taal was beeldtaal die veel ruimte liet aan de verbeelding van de luisteraar.

Kelly vertelde dat het programma grotendeels zou bestaan uit eigen composities plus een paar covers en improvisaties. Waarna het duo verder ging met 'Azure' van Duke Ellington. We hoorden het haar elders wel eens brengen begeleid met gitaar en bas, maar hier kregen we het in een vernieuwd bass and voice-jasje. In combinatie met bassiste Yannick Peeters gooide de jonge zangeres enkele jaren geleden al hoge ogen en sindsdien diept zij de mogelijkheden van deze duo-combinatie verder uit. 'Azure' kreeg hier een bassolo mee met een opvallende eigenheid en intensiteit.

Dat werden ook de kenmerkende eigenschappen die zij in het vervolg met verve uitspeelden. In een basintro bijvoorbeeld waarbij Soniano de contrabas bijna als een Oosters instrument deed klinken, waarop Natashia Kelly uitpakte met persoonlijk gefilosofeer over liefde. Of in handgeklap van de zangeres, dat aansluitend op applaus van het publiek een overgang maakte naar een eigen nummer, 'Sweet Dragon', dat we haar elders helemaal solo hoorden brengen. Fascinerende intro's leidden vooral donkere en trage nummers in die de harten bewogen, met sprankjes hoop. De focus van Brice Soniano, zijn techniek, die invloeden uit klassieke muziek, mainstream en progressieve jazz lijkt te combineren, en zijn inlevings- en expressievermogen geven een nieuwe impuls aan het bass and voice-concept. De eerste set afsluiten met een uitgebeend 'What Reason Could I Give' maakte dat hier en daar een traan dreigde te gaan rollen.

Set twee was ook, zij het heel anders, intens met toevoeging van twee gitaristen, van wie één, de Zuid-Amerikaan Juan Parra Cancino met een laptop ook elektronische effecten toevoegde. De Natashia Kelly Group had een volle sound, die de chemie van de eerste set doorzette, maar wel in psychedelische en avantgardistische sferen duwde. De elektronica deed de toegankelijkheid misschien geen goed, maar voegde soms best intrigerende effecten toe. De match met gitarist Edmund Lauret was evidenter. De gitaarklanken verleidden soms bijna tot een vergelijking met Ruben Machtelinckx op 'Faerge' en 'Flock', maar de vergelijking ging niet op. Geen Scandinavische wijdsheid, geen rietinstrument, wel een extensie voor de bass and voice: een uitbreiden met een verlangen naar eigenheid, opnieuw. En weer werd de set uitermate sterk afgesloten, ditmaal met 'Ballad Of A Thin Man' van Bob Dylan. Goed getimed, een song die Natashia Kelly zich eigen heeft gemaakt.

Deze recensie verscheen tevens op Jazzepoes.be

Klik hier voor foto's van dit concert door Cees van de Ven.

Labels:

(Danny De Bock, 3.2.16) - [print] - [naar boven]



Cd
Falga – 'Falga' (Cantina, 2016)


Falga is, zoals we allemaal weten, een naaktstrand bij Den Helder. Doch of de groep Falga zich daar naar genoemd heeft, is maar de vraag. Het is namelijk ook, zo leert ons dat onvolprezen Wikipedia, een plaats in de Pyreneeën en - wat wellicht relevanter is - de naam van een monumentale villa aan het Paterswoldsemeer waar kunstenaars werken. En aangezien de leden van Falga aan het Groninger Prins Claus Conservatorium studeren of hebben gestudeerd, is de link met die laatste stee de meest waarschijnlijke.

Falga maakt vrije muziek met een lyrisch karakter. Je haar blijft keurig in de scheiding op de schedel geschikt. De piano van Federico Pozzer, die vier van de zeven stukken aandroeg, staat centraal – echo's van Herbie Nichols, Thelonious Monk en Cecil Taylor klinken soms vaag door. Maar voor het overige houden de muzikanten zich gedeisd. Het is een en al "Na U," "Nee, na U," de beschaving heeft hier geen duimbreed toegegeven.

De muziek heeft een bespiegelend karakter. Het meest visueel is 'Pigeons', waarin we de diertjes op de Grote Markt zien en horen rondscharrelen, een snelle uitval doen naar een toegeworpen stukje speltbrood, rondfladderen en koeren. Op het laatst vliegen ze op, opgeschrikt door het brallen van een bal uit de belendende studentensociëteit, en draaien ze met z'n tienen rondjes om en achter de Martinitoren. 'Craters At The Sunset' bevat een mix aan stijlen en contrasteert gefreak op de gitaar (van Lucio Tasca) met meer gangbare 'brave' jazz. In het interieur van de piano zoekt Federico Pozzer ook nog snel even de grens op.

Klik hier om dit album te beluisteren.

Labels:

(Eddy Determeyer, 2.2.16) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...






Menupagina's:

Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Neerpelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.