Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 


Concert
Nazinderende mokerslagen

Tim Berne's Snakeoil, woensdag 25 februari 2015, Bozar, Brussel

Het jazzprogramma van Bozar was er de afgelopen maanden vooral eentje van tegenslagen. De Brusselse cultuurtempel trok voor het voorjaar van 2015 grotendeels de kaart van de cutting edge jazz en de avant-garde, maar zag na een tegenvallende opkomst voor het duo Satoko Fujii & Myra Melford op korte tijd ook nog eens drie veelbelovende concerten geannuleerd. Van dat aanvankelijk zo mooi ogende programma bleef dan ook niet veel over. Het was aan Tim Berne's Snakeoil om de meubelen nog enigszins te redden.

Alvast goed nieuws bij aanvang van het concert: de Studio van het Paleis Voor Schone Kunsten was deze keer aardig volgelopen, al waren zeker niet alle zitjes gevuld. Voor componist en altsaxofonist Tim Berne maakte het allemaal weinig uit, want door de felle belichting kon de Amerikaan het publiek naar eigen zeggen toch niet zien zitten. De lichttechnicus moest het tijdens het concert meermaals ontgelden, maar deze maakte er dan ook een boeltje van, waardoor de muzikanten op een gegeven moment hun partituren zelfs niet meer konden lezen. Gelukkig zijn Matt Mitchell (piano), Oscar Noriega (klarinetten) en Ches Smith (drums en vibrafoon) stevig vertrouwd met het repertoire, waardoor dit geen gevolgen had voor de muziek.

Berne bracht met deze groep de afgelopen jaren twee albums uit voor het befaamde ECM-label. Zowel op 'Snakeoil' als op 'Shadow Man' is een technisch begaafd kwartet te horen, dat de intensiteit opdrijft via een mix van lange doorgecomponeerde passages, onvoorspelbaar hinkende thema's en vervaarlijke grooves. Een kleine selectie uit die albums en enkele nieuwe composities vormden het menu in Brussel, dat werd gekruid met de gortdroge humor van de bandleider tussen de stukken door.

Er werd onversterkt gespeeld, wat redelijk tricky is, aangezien een pianist het qua volume altijd moet afleggen tegen een losgeslagen drummer. In de heftige passages zorgde dit wel eens voor problemen en verdwenen de bijdragen van Mitchell in de muzikale brij. Smith liet de muziek echter ook voldoende ademen, door slechts sporadisch voluit te gaan en voor de rest vooral in te kleuren met vibrafoon, conga en een set kleine gongs. Voor het overige was er een mooi evenwicht tussen de verschillende instrumenten, met veel momenten waarop (bas)klarinet en altsax afwisselend tegen elkaar aanschurkten of als elkaars tegenstem fungeerden.

In de openingsstukken mocht vooral Noriega zich solistisch uitleven. Aanvankelijk op gewone klarinet, want de basklarinet haalde hij pas na een half uur voor het eerst tevoorschijn. Berne liet zijn compagnon op een gegeven ook letterlijk alleen in de frontlijn staan, toen hij zich achter de piano ging verstoppen en van daaruit plagerig enkele fluitende tonen aan het muzikale strijdtoneel toevoegde.

Toch was het vooral het gezamenlijke werk - in de soms volledig dichtgeplamuurde muziek - dat domineerde. Het kwartet deelde op die manier enkele mokerslagen uit, zoals het geval was in de bijna twintig minuten durende afsluiter, een nieuw stuk dat niet op de volgende plaat (die volgende maand verschijnt), maar wel op die daarna te horen zal zijn (de groep nam onlangs op één dag twee nieuwe albums op). Een rollend, laag rifje, unisono gespeeld op piano en basklarinet, vormde de aanloop naar een uitdagende drumsolo van Smith. Het uitsterven daarvan leidde naar een verstilde, minimalistische pianopassage, die tot volle bloei kwam in een mooi groepsmoment.

Gedurende het concert haalde de groep een erg hoog niveau, waardoor de passage van Tim Berne's Snakeoil nog wel even zal blijven nazinderen. Het kan alleszins gelden als een opsteker voor BOZAR, dat nu met net iets meer vertrouwen kan uitkijken naar de komende concerten van Rabih Abou-Khalil en Fred Hersch.

Labels:

(Joachim Ceulemans, 28.2.15) - [print] - [naar boven]



Cd
Joris Roelofs – 'Aliens Deliberating' (Pirouet, 2014)

Opname: 9-10 januari 2013

Je moet veel vertrouwen hebben in de kwaliteiten van je eigen spel om als rietblazer een cd op te nemen waarop je alleen de basklarinet bespeelt, louter ondersteund door een ritmesectie. Dat Joris Roelofs hiervoor kiest, zegt veel over het niveau dat hij inmiddels heeft bereikt. Want tijdens het beluisteren van deze cd heb je geen enkel moment het idee dat je iets mist.

Het album bestaat vooral uit ballads van eigen hand, een tweetal covers - één van Lee Konitz en één van Duke Ellington - en een vijftal kleine stukjes van rond de minuut. Zijn ritmesectie, bestaand uit bassist Matt Penman en slagwerker Ted Poor, voegt veel toe, vooral in de langzamere nummers. Penman betoont zich een warmbloedig en ritmisch bassist met een zangerige toon en Poor laat horen mooie accenten te kunnen leggen, maar evengoed te kunnen swingen. Kortom een prima begeleiding, waarbij Roelofs alle ruimte krijgt om zijn kunsten te vertonen.

Eén zo'n ballad is de openingstrack 'Diana’s Castle'. Roelofs laat hier goed horen dat hij zich dit idioom volledig eigen gemaakt heeft. Hij weet optimaal gebruik te maken van het warme geluid van de basklarinet en beschikt over een intense toon, soms wat smooth klinkend. Penman zet in dit nummer een warme, gevoelige solo neer, mooi geaccentueerd door Poor.

De covers zijn eveneens goed gekozen. Vooral 'Kary’s Trance' van Konitz krijgt een bijzondere uitvoering. Ingetogen en perfect in balans kiezen de drie leden van het trio in dit nummer hun plek. Vol overgave creëren ze een adembenemende trance, dit nummer waardig.

De kleine stukjes leveren weer vaak een glimlach op, door het beeldende karakter van de muziek. De 'Big Drunken Bumblebee' zie je voorbij vliegen en ook 'Bad Dream' klinkt zoals het moet klinken. Het is het woelen in je bed, steeds heftiger, totdat je zwetend recht overeind zit. Krachtig slagwerk en dito basspel hitsen de basklarinet op tot grote hoogte. Ook 'Love Declaration' is verrassend, want als je zo je geliefde de liefde verklaart, dan weet ik nog niet of het goed gaat aflopen. Het geluid dat Roelofs hier produceert heeft meer weg van een koe die nodig gemolken moet worden!

Op woensdag 4 maart speelt het Joris Roelofs Trio in Paradox, Tilburg. Klik hier voor meer informatie.

Meer horen?
Op deze pagina vind je geluidsfragmenten van dit album.

Labels:

(Ben Taffijn, 28.2.15) - [print] - [naar boven]



Concert
Kermis in de hel

Fred Frith Trio, dinsdag 24 februari 2015, MuziekPodium Zeeland, 't Schuttershof, Middelburg

Het mag een hele prestatie genoemd worden van MuziekPodium Zeeland: het trio van Fred Frith tijdens deze korte Europese tour naar Zeeland halen. Samen met Brussel waren dit de enige concerten in de Benelux.

Een hele prestatie, omdat Fred Frith tenslotte één van de belangrijkste experimentele gitaristen van de afgelopen vijftig jaar is. Medeoprichter van het legendarische Henry Cow en lid van Naked City, met John Zorn, Bill Frisell, Joey Baron en Wayne Horvitz, waarin hij de bassist was. Tevens maakte hij onderdeel uit van Massacre, met onder andere Bill Laswell.

Het trio waar hij nu mee werkt, met naast hem bassist Jason Hoopes en drummer Jordan Glenn, laat zien en vooral horen dat Frith het experimenteren gelukkig nog niet verleerd is en dat hij nog steeds de gemoederen weet te beroeren. Het siert hem dat hij twee oud-leerlingen gevraagd heeft om hem te vergezellen en hem zo scherp te houden. Ondanks het verschil in leeftijd en ervaring deden de drie muzikanten niet voor elkaar onder in deze impro-set van ruim een uur. Waarbij de afwisseling tussen de diverse stijlen en gemoedstoestanden opvallend was. Van een lentebriesje tot een orkaan en alles wat ertussen zit, met zonnige momenten en stevige stortbuien. Kermis in de hel dus, zoals we dat noemen.

Het geheel gaat direct bijzonder stormachtig van start, waarbij vooral Hoopes schittert door zijn basgitaar op de hals met twee handen te bespelen en hiermee een verwoestend geluid te produceren. Frith produceert percussie-achtige klanken door zijn gitaar met een schilderskwast en een kledingborstel te bewerken. En dan, vanuit deze onrustbarende chaos, komt ineens een wonderlijk harmonieuze gitaarmelodie bovendrijven, als in het oog van de orkaan, subtiel ondersteund door het ritme van Glenn.

Een andere bijzondere moment in deze set is als Frith een metalen bakje op zijn snaren plaatst en hier met een strijkstok overheen gaat, ondertussen zachtjes zingend. Een bijna melancholiek moment, waarin folkinvloeden doorklinken. Hetzelfde geldt voor het stuk meer naar het einde toe, als Frith met behulp van zijn gitaar en voetpedalen een lange drone produceert, waarop Hoopes en Glenn afwisselend soleren. Daarbij lijkt het continu alsof ze aan een melodie willen beginnen die maar niet op gang komt. Het is uiteindelijk Frith die wél met de melodie komt en hier wederom laat horen ook heel subtiel te kunnen musiceren.

Labels:

(Ben Taffijn, 26.2.15) - [print] - [naar boven]



Cd
TangoZZs & More - 'Live At De Toonzaal' (eigen beheer, 2015)

Opname: 22 november 2014

De combinatie tango-jazz is minder vreemd dan je op het eerste gezicht wellicht zou zeggen. De genres zijn bij benadering even oud en de respectieve populariteit begon eveneens kort na elkaar, zo'n honderd jaar geleden. Die eerste (Europese) jazzbandjes speelden er ook vaak tango's naast.

Wat ik een beetje mis bij TangoZZs is passie. Nou weet ik ook wel dat de tango door heel wat fases is gegaan en dat er tijden zijn geweest dat die muziek-annex-dans verstard was geraakt, geformaliseerd. Maar toch: passie is een belangrijk ingrediënt. Die hartstocht moet hier vooral van violiste Ruzana Tsymbalova komen en, in mindere mate, van bandoneonspeler Santiago Cimadevilla. Een enkele keer ('Candombeada') laat ook pianist Wim Warman van zich horen, maar met name saxofonist Ruud Bergamin speelt mij te braaf, te 'recht'. Zijn composities daarentegen deugen weer wél.

Een van de aansprekendste nummers is 'A Moment Of Silence', waarin de instrumenten het thema naadloos aan elkaar doorgeven. Ook 'Sur' is wat meer geaccidenteerd. 'Tango De La Historia' tenslotte heeft zijn expressie volledig van Tsymbalova, die er lustig op los krast.

Meer horen?
Op deze pagina vind je geluidsfragmenten van dit album.

Labels:

(Eddy Determeyer, 26.2.15) - [print] - [naar boven]



In memoriam
Clark Terry


Clark Terry, die zaterdag 21 februari in Pine Bluff, Arkansas na een lang ziekbed overleed, gold als een van de meest karakteristieke trompettisten van de jazz. In zijn hyperbeweeglijke geluid huisde altijd iets wat je misschien nog het best met 'juichkreet' zou kunnen duiden. Die sound was onmiskenbaar een afspiegeling van zijn karakter.

Terry gold als een onvermoeibare pleitbezorger voor de muziek en vond het zijn plicht jonge, veelbelovende muzikanten zo veel mogelijk te ondersteunen. Dat was al zo toen hij een jeugdige en aan lager wal geraakte Miles Davis onderdak bood. Om te constateren dat die zijn hotelkamer leegroofde nadat hij zijn hielen had gelicht.

Ook humor speelde altijd een rol in zijn spel. Dat kun je al in zijn vroege opnamen, met de bigband van saxofonist Charlie Barnet (1947), vaststellen. In het nummer 'Pompton Turnpike' speelde hij een even grappig als zelfverzekerd duet met de leider op sopraansax. In 1964 had hij een hit met het nummer 'Mumbles', een soort gemompelde, onverstaanbare blues. Dat was geïnspireerd op de incoherente blueszangers die hij in zijn jonge jaren in zijn geboorteplaats St. Louis had gehoord.

Clark Terry zag in 1920 het levenslicht in een stad die op dat moment reeds een rijke jazztrompettraditie kende. Daar zaten bekende namen bij als Charlie Creath en Dewey Jackson, plus een veelvoud daarvan aan grootmeesters die het nimmer tot plaatopnamen brachten. Clark bleek een natuurtalent. Hij had het geluk dat een oudere zus van hem met de tubaïst van Jackson getrouwd was. Zodoende raakte hij verzeild bij de repetities van Jacksons Musical Ambassadeurs en ontmoette hij een van de trompettisten, die zijn talent herkende. Op school speelde hij trompet en ventieltrombone en al snel had hij zijn eerste betaalde schnabbels. Hij werkte met een rondreizende revue en op de Mississippi, waar de bandleider de gewoonte had liedjes te spelen in een andere toonaard dan wat afgesproken was. Die lachte zich vervolgens zo'n heel nummer rot om het gestuntel van zijn jeugdige muzikanten.

Tijdens zijn militaire diensttijd speelde Terry in een marineband. Vervolgens werd zijn talent door de opeenvolgende bandleaders Lionel Hampton, George Hudson, Eddie Vinson, Charlie Barnet, Charlie Ventura en Count Basie onderkend. Bij Basie werkte hij in diens bigband en vervolgens in het Basie Octet; zijn zichtbaarheid nam hierdoor aanzienlijk toe.

De kroon op zijn carrière waren ongetwijfeld de acht jaren die hij op de Duke Ellington University doorbracht. Ellington wist wel raad met het unieke beweeglijke en extreem expressieve geluid van de trompettist. Nochtans verliet hij Duke in 1959 om met trompettist en arrangeur Quincy Jones, een andere voormalige protegé, naar Europa te gaan. Diens show 'Free and Easy' flopte en Jones moest alle zeilen bijzetten om het orkest een paar maanden op de been te houden. Terry kreeg vervolgens studiowerk bij NBC, waar hij een van de eerste zwarte stafmuzikanten was. Voor miljoenen Amerikanen werd hij als prominent bandlid van de 'Tonight Show' een bekend gezicht.

Daarnaast bleef Terry zoveel mogelijk jazz spelen, met Bob Brookmeyer, met Gerry Mulligan, met Jazz at the Philharmonic en met eigen groepen. Gaandeweg ging hij zich meer op de bugel toeleggen. Een truc die altijd goed uitpakte was het spelen van duetten met zichzelf, op trompet en bugel. Ook gaf hij honderden clinics en masterclasses en bleef hij jong talent steunen. Zij laatste ontdekking was pianist Justin Kauflin, te zien in de documentaire 'Keep On Keepin’ On', die Alan Hicks in 2014 maakte.

Terrys drukke werkzaamheden en zijn diabetes zaten elkaar al decennia in de weg. Zijn benen moesten worden geamputeerd en op 21 februari was het gebeurd met een van de aardigste gozers van de jazzscene.

Labels:

(Eddy Determeyer, 25.2.15) - [print] - [naar boven]





Concert
Elixer voor de verbeelding

Linus & Friends, donderdag 19 februari 2015, JazzCase, Dommelhof, Neerpelt

Sfeervol, sereen en een elixer voor de verbeelding, dat is het concert van Linus & Friends. Één set van veelal lange aaneengesloten composities en improvisaties vormen een fascinerende spanningsboog die zijn doel niet mist. Geen noot te veel, geen noot te weinig: alles in dienst van het muzikaal verhaal. De vier musici hebben gelijkwaardig part én deel hier. Die gelijkwaardigheid maakt je als publiek solidair met de individuele musici en met het kwartet als geheel.

In de bedrieglijk statische setting is er volop actie en interactie. Wisselingen van instrumenten bij Ruben Machtelinckx, Frederik Leroux en Thomas Jillings: gitaar, baritongitaar, banjo, basgitaar, E-bow, synthesizer, keyboard, tenorsax, altklarinet, C-melody sax. Ook Øyvind Skarbø bedient zich van het nodige slagwerkgerief. Maar het oogt allemaal organisch, relaxed en cool.

Het repertoire bestaat voornamelijk uit rustige composities in medium tempo en op een bescheiden geluidsniveau. Toch leidt dit zeker niet tot knikkebollen. De composities zijn boeiend van opbouw, de verschuivingen van de repetatieve thema's intrigerend. Hier wordt met gevoel voor schoonheid en wars van pathos gemusiceerd. Vanuit de basis wordt een muzikale bouwwerk opgetrokken, bijvoorbeeld in 'Folkish', waarbij je zelf de beelden kunt bedenken. Na een lang uitgerekte opbouw in crescendo volgt de terugkeer in decrescendo, totdat er nagenoeg niets resteert. Dan is het Leroux die plotseling een dansbaar thema lanceert, waar Machtelinckx op banjo zich met wat 'verstoringen' tegen 'verzet'. Leroux echter volhardt met het door hem ingezette melodietje, hetgeen uiteindelijk leidt tot consensus, waarna Thomas Jillings op altklarinet en Machtelinckx zich harmonieus verenigen en Øyvind Skarbø zorgt voor de juiste bedding.

Met tot de verbeelding sprekende composities van Machtelinckx en Jillings en de vertolking ervan werd het publiek op aangename wijze door dit viertal op sleeptouw genomen. Linus & Friends is in welke samenstelling ook de moeite waard om op de voet te volgen.

Klik hier voor foto's van dit concert door Cees van de Ven. En hier vind je een impressie van de voorbereidingen tijdens de 'in residence' van Linus & Friends.

Labels:

(Cees van de Ven, 24.2.15) - [print] - [naar boven]



Cd
Ballister - 'Worse For The Wear' (Aerophonic, 2015)

Opname: 28 maart 2014

De leden van dit trio, Dave Rempis, Fred Lonberg-Holm en Paal Nilssen-Love, hebben intussen in de alternatieve jazzscene hun sporen ruimschoots verdiend. En terecht, zo wordt ook weer duidelijk na het beluisteren van deze schijf. De vijfde alweer in evenzoveel jaren. Dit album, live opgenomen in The Constellation in Chicago tijdens de voorjaarstour van het trio, is wederom zeer meeslepend.

Het is in het kort gezegd muziek die je bij de strot grijpt, door elkaar schudt, door de kamer sleurt en je vervolgens volledig daas in een hoek achterlaat. Altijd intens en overweldigend, regelmatig met een enorme drive, maar soms ook heel subtiel en gevoelig.

Slechts drie nummers telt het album, waarvan het eerste nummer, 'Fornax', het langste is met ruim eenentwintig minuten. Dit nummer start onnavolgbaar. Het eerste gevoel is: er is iets niet in orde met mijn stereo-installatie. Volledig overstuurde elektronica door Lonberg-Holm en Rempis die alles uit zijn altsax perst wat er maar uit te persen valt en dat in een moordend tempo. Dat gaat zo bijna zes minuten door, waarna Nillsen-Love een overrompelende drumsolo geeft in een Afrikaans aandoend ritme.

Wat volgt staat in schril contrast met het eerste deel van dit stuk: een duet tussen Rempis en Lonberg-Holm, waarbij beiden hun instrumenten laten zingen en krassen volgens de wetten van de rauwe schoonheid. Halverwege het nummer zit een solo van Rempis op tenorsax. Hier valt op wat een ongelofelijke klankenrijkdom hij op dit instrument weet te produceren. De diepe, rauwe keelklanken gaan door merg en been. Of hij lucht tekort komt, zo perst hij de noten uit zijn sax. Het doet bijna pijn, zo intens, zo rauw. Naar het einde toe laat Lonberg-Holm tot slot nog horen wat je allemaal met een cello kunt doen. Het giert, piept en knarst. Een ware kakofonie van onderaardse klanken.

In 'Vulpecula' gaat het er subtieler aan toe. Daar gaat het, vooral in het eerste stuk, meer om een klankexperiment met een grote rol voor de cello en de elektronica, bespeeld door Lonberg-Holm. Bijzonder in dit nummer is ook het duet tussen sax en slagwerk halverwege. De lange, ijle, trillende lijnen van Rempis en het rauwe cellowerk van Lonberg-Holm contrasteren hier goed met het slagwerk. Het roept een sinistere, beladen en gespannen sfeer op.

Meer horen?
Klik hier om te luisteren naar een track van dit album: 'Scutum'.

Labels:

(Ben Taffijn, 24.2.15) - [print] - [naar boven]



Concert
Scheren langs de afgrond

Keenroh & Satoko Fujii, donderdag 19 februari 2015, De Singer, Rijkevorsel

De Singer koos ook deze avond voor een double bill en wel een bijzonder goed gekozen combinatie, want ondanks het feit dat de heren van Keenroh en pianiste Satoko Fujii elkaar totaal niet kennen, is de muziek wel degelijk vergaand aan elkaar verwant.

Keenroh is een bijzonder duo, bestaande uit pianist Thijs Troch en fluitist Jan Daelman. Enige tijd geleden verscheen hun debuut-cd vol improvisaties, die variëren van heel fragiel en breekbaar tot woest en onstuimig. Vooral daar waar dit laatste van toepassing is, is het een feest om de heren bezig te zien. Troch duikt in de piano om met allerlei hulpmiddelen de mogelijkheden van de piano op te rekken, waarbij hij zich een ware leerling van John Cage betoont, of hij raast als een bezetene over de toetsen in een afmattende solo. Daelman perst tegelijkertijd de meest bijzondere klanken uit een stuk van zijn dwarsfluit, die hij voor de verandering als een klarinet hanteert. Maar het hoogtepunt is een titelloze improvisatie, waarbij Troch met een houtblok over de snaren van de piano krast en zo een hoge, ijle klank produceert, als een zingende zaag, waar Daelman zijn improvisatie op bamboefluit overheen legt.

Diezelfde intensiteit en gevoel voor uitersten kenmerkt het pianospel van Satoko Fujii, alleen dan in overtreffende trap. Het was een in alle opzichte overrompelende ervaring, Fujii's recital in De Singer. Haar spel is zeer intens, bij tijd en wijle zelfs agressief en gewelddadig. Met ongeëvenaarde kracht dendert zij over de toetsen, beukend en hamerend, om het volgende moment volledig stil te vallen en de luisteraar te trakteren op enige spaarzame aanslagen. Maar de rust duurt nooit lang. Een volgend angstaanjagend moment, waarbij ze de luisteraar bij de strot grijpt, is reeds nakend.

Op andere momenten kiest ook zij ervoor om de mogelijkheden van haar instrument uit te breiden, wanneer ze met trommelstokken de binnenkant van de piano omtovert tot een soort marimba. De vibrerende klanken verdiepen de spanning alleen maar verder.

Pure blues deze avond, in de ware zin van het woord. Scheren langs de afgrond dus.

Klik hier voor foto's van het concert van Keenroh door Guy Van de Poel. En klik hier voor foto's van het optreden van Satoko Fujii door Cedric Craps.

Labels:

(Ben Taffijn, 23.2.15) - [print] - [naar boven]



Concert
Conference Call of de kunst van bewegelijke poëzie

vrijdag 20 februari 2015, Casino, Sint-Niklaas

In De Casino in Sint-Niklaas kondigt Paul Schrijvers op een onnavolgbare wijze de jazzconcerten aan, als een verre neef van Drs. P. Maar vergis u niet, achter al die kolder en gein gaf Schrijvers een trefzekere omschrijving van Conference Call als een ervaren groep die laveert tussen post-bop, avant-garde, impro en kamermuziek. Alleen jammer dat het ensemble werd aangekondigd als het Joe Fonda Quartet. Natuurlijk is Joe Fonda een uiterst charismatische podiumpersoonlijkheid en een man die met zijn charme zelf de meest verstokte mainstreamer weet mee te nemen naar plaatsen waarvan die het bestaan nauwelijks vermoedde. Maar Conference Call is wel een groep waarbij alle groepsleden hun inbreng hebben en composities aanbrengen.

Het viertal ging van start met 'Dreierlei' van rietblazer Gebhard Ullmann. Dit nummer is ondertussen een halve klassieker, die Ullmann in bijna al zijn ensembles op de playlist staan heeft. Na een aarzelend begin werd snel een solide fundering gelegd waarop iedereen kon verder bouwen. Bassist Joe Fonda liet met zijn typische toon, waaraan hij jaren schaafde en werkte, wel heel creatieve lijnen uit de contrabas rollen. Naadloos vloeide het nummer over in 'What About The Future', waarin componist Michael Jefry Stevens met elementen uit de klassieke muziek, avant-garde en jazz de contouren van een gouden driehoek omlijnde. Ullman had ondertussen de tenorsax ingeruild voor de basklarinet en plaatste met iets wat naar eenvoudige volksmuziek refereerde het abstract impressionisme van de tandem Fonda-Stevens in een ander daglicht. Drummer Georges Schuller voerde het tempo op in zijn solo, zonder de intensiteit van de muziek naar de verdoemenis te helpen. Meteen werd het publiek in één vloeiende beweging meegenomen naar 'The Next Step', dat klonk als een ontspoorde train song en voor iemand er erg in had, werd zoals in een suite een goede veertig minuten non-stop gemusiceerd.

Op het programma verder onder meer 'Poetry In Motion', een quasi-perfecte omschrijving voor de muziek die Conference Call brengt. En dan is die poëzie ook nog veelzijdig. Dankzij drummer Georges Schuller bijvoorbeeld. Nooit opdringerig, wel heel genuanceerd en steeds aanwezig. Gebhard Ullmann zou wel eens de sleutelfiguur kunnen zijn. Zowel op sax als basklarinet duwt hij de muziek buiten de lijntjes, weg uit de comfort zone. Pianist Michael Jefry Stevens en bassist Joe Fonda functioneren als duo in de meest diverse situaties, en waar Fonda de man met de presence is, geeft de bescheiden Stevens in veel gevallen de muziek net dat wat ze boeiend en tegelijk toegankelijk maakt.

Conference Call is een working band, wat zich laat voelen. Al is het maar dat bij het publiek de voetjes en kopjes al dan niet ritmisch aan het bewegen gaan en spontaan applaus weerklinkt op momenten dat de muziek ook spontaan ontploft, gewoon door het hoge en creatieve niveau van de improvisaties en de stevige funderingen die eronder gelegd worden, niet door kunstmatig naar een hoogtepunt toe te werken.

Met als bis een broeierige improvisatie in een traag tempo zette Conference Call een punt achter een knap en intens concert. Jammer dat het publiek niet massaal opdaagde. Het was dan ook een druk weekend op de Belgische podia met Storm in Oostende, Brand in Mechelen en Bang! in Brussel, waar ongetwijfeld ook boeiende zaken te beleven vielen. Zij die voor Conference Call in Sint-Niklaas kozen, zullen alvast niet ontgoocheld geweest zijn.

Deze recensie verscheen eveneens op Jazz'Halo.

Klik hier voor foto's van dit concert door Cedric Craps.

Labels:

(Iwein Van Malderen, 23.2.15) - [print] - [naar boven]



Cd
Teus Nobel - 'Legacy' (Flyin' High Records, 2014)


Met zijn debuut 'Flow' uit 2012 wist trompettist Teus Nobel zichzelf in de schijnwerpers te spelen. Hij werd mede op basis van dit album uitgeroepen tot Radio 6 Soul & Jazz Talent. Zijn tweede album 'Legacy', de naam zegt het eigenlijk al, is een eerbetoon van Nobel aan zijn grote voorgangers en deels tijdgenoten. Allen trompetisten waar hij zich schatplichtig aan betoond. Standing on the shoulders of giants, of zoiets.

Nobel eert zowel de grote buitenlandse trompetisten als Miles Davis, Woody Shaw , Roy Hargrove en Christian Scott, als Nederlandse meesters als Eric Vloeimans en Jarmo Hoogendijk. Waarbij wel opvalt dat de helden van Nobel allemaal in het lyrische genre spelen. Trompetisten als Taylor Ho Bynum, Peter Evans en Nate Wooley ontbreken in het rijtje.

Verwacht hier dus ook geen zeer vernieuwende muziek, dat zou niet passen bij dít eerbetoon, maar aan de andere kant doet Nobel meer dan het louter kopiëren van zijn roemruchte leermeesters. Daar is Nobel een te goed componist en trompettist voor. Zijn stijl is echter wel die van het lyrische en de harmonieuze patronen. Dat Nobel óók in de lichte muziek actief is, hoor je hier wel terug. Er valt geen overtogen noot op dit album.

Neem 'Mr. Shiny Pants / Quiet Now', het tribuut aan Vloeimans. De titel verwijst naar die kleurige broeken waarmee Vloeimans altijd het podium betreedt. Nobel kiest hier voor harmonieuze, vloeiende lijnen, zoals Vloeimans die ook graag uit zijn trompet tovert. Het staat in mooi contrast tot de rockende gitaarsolo die Jerome Hol ten gehore brengt in dit kwintet. In het tweede deel 'Quiet Now' blaast Nobel een meer verstilde en ingetogen solo, waarbij bassist Jeroen Vierdag en slagwerker Jasper van Hulten voor de sfeervolle begeleiding zorgen.

In het eerbetoon aan Jarmo Hoogendijk, 'Suite For Jarmo', kiest Nobel voor een balladvorm. Het nummer kent een gastbijdrage van Ben van den Dungen. Toepasselijk natuurlijk, aangezien Hoogendijk en Van den Dungen elkaar door en door kennen, van hun eigen kwintet , maar ook van hun gezamenlijke optredens met Nueva Manteca. Het leidt hier tot fijnzinnig samenspel van de beide blazers, Nobel en Van den Dungen. Vooral in het tweede deel als het nummer versnelt, ontstaat er een boeiende dialoog, waarbij pianist Timothy Blanchet voor trefzekere accenten zorgt.

Het pianospel van Blanchet komt ook goed tot zijn recht in 'Beam Me Up, Scotty', een compositie opgedragen aan Christian Scott. De weemoedige, bluesy begeleiding legt een weldadig patroon, waar Nobel een gevoelige noot op kan blazen.

Meer horen?
Klik hier voor geluidsfragmenten van dit album.

Labels:

(Ben Taffijn, 23.2.15) - [print] - [naar boven]



Concert
Veel doen met weinig

Laurens Smet & Hugo Antunes / Daniel Levin & Mat Maneri, Oorstof, woensdag 18 februari 2015, CC Berchem

Twee duo's in deze aflevering van Oorstof. In de eerste set twee bassisten en in de tweede set de combinatie altviool–cello.

Een duo van twee bassisten lijkt zo op het eerste gezicht weinig spannend. Het klankbereik van een bas is nu niet bepaald groot te noemen. En dat dan keer twee. Wat kan dat nu opleveren? Welnu, uiteindelijk meer dan je zo in eerste instantie verwacht. Laurens Smet - hij sloot de laatste Oorstof-serie nog af met een speciaal door hem samengesteld sextet: Laurens Smet Anvers Stock Trade - speelde hier samen met de Portugees Hugo Antunes een vibrerende set vol impro.

Soms onttrokken ze met klassieke middelen, woest plukkend aan de snaren of met de strijkstok een feest van donkere klanken aan hun instrument. Maar vaak ook met meer onconventionele middelen, wat nu juist zo leuk is aan impro. Wroetend achter de snaren met het handvat van de strijkstok of met een balpen. Trommelstokken werken ook goed, zowel om de bas tot percussie-instrument om te toveren als om er van alles mee te doen op, tussen en achter de snaren. En dan kun je ook nog aluminiumfolie om je snaren wikkelen, dat vibreert dan mee als je gaat strijken. Het levert de meest bizarre, verontrustende, overrompelende klanken op, zorgt voor extra spanning en rekt het bereik van het instrument verder op.

De combinatie altviool–cello geeft associaties met de klassieke muziek. Maar met Mat Maneri en Daniel Levin ben je die associatie snel kwijt, al zijn er wel raakvlakken met hedendaags klassiek in hun muziek. De set begon met twee improvisaties, waarbij ieder raakvlak met wat dan ook volledig ontbrak. Geluidscollages bestaande uit subtiele strijkklanken in delicaat evenwicht. De overige nummers in de set waren gebaseerd op bestaande melodieën van de cellist Levin: 'Underground', 'Old Song' en 'Sad Story', maar ook hier was de melodie - vrijwel altijd gespeeld door Levin - minimaal, meer een ankerpunt om aan vast te haken.

Wat vooral opvalt bij deze twee grootmeesters van de vrije improvisatie is hun ongelofelijke instrumentbeheersing. Het levert bijzondere momenten op, waarin zeer verfijnd wordt gemusiceerd en de transparantie optimaal is. Momenten van totale verstilling, waarbij de kracht zit in de nuance.

Labels:

(Ben Taffijn, 22.2.15) - [print] - [naar boven]



Vooruitblik
PC Qwintett: 75 jaar Pierre Courbois


Pierre Courbois is sinds jaar en dag een van de vaandeldragers van de Nederlandse jazz, met zowel nationale als internationale erkenning. Hij heeft samengewerkt met tal van toonaangevende musici, zoals Willem Breuker, Eric Dolphy, Ben Webster, Peter Brötzmann, Jeanne Lee, Bud Powell, Stan Getz en Mal Waldron. Inmiddels staat hij al meer dan 57 jaar op de planken. In april van dit jaar wordt hij 75 jaar. Hij viert dit met een uitgebreide tournee langs de Nederlandse podia. Speciaal daarvoor heeft hij onder de naam PC Qwintett een nieuw ensemble samengesteld, dat bestaat uit een aantal jazzcoryfeeën met wie Courbois in zijn lange carrière heeft samengewerkt: pianist Niko Langenhuijssen, bassist Egon Kracht, trompettist Toon de Gouw, trombonist Ilja Reijngoud en bariton- en sopraansaxofonist Jan Menu*.

De internationaal vermaarde Nederlandse drummer Pierre Courbois houdt zich al van jongs af aan bezig met nieuwe ontwikkelingen in de jazz. Hij nam lessen bij Kenny Clarke in Parijs en ontwikkelde zich tot een onbetwiste meester in het spelen met brushes. Met zijn band Association PC stond hij aan de basis van freejazz en fusion; zijn drumbreaks op vinyl worden nog regelmatig gebruikt door dj's. Hij experimenteerde met allerlei technische innovaties, waaronder elektronische drums. Hij speelde jarenlang in het Mal Waldron Trio en won onder meer de Bird Award en de Boy Edgar Prijs. Als jazzdrummer én componist, een bijzonder zeldzame combinatie, blinkt hij uit in muziek met ongebruikelijke maatsoorten.

Het unieke van het Pierre Courbois Qwintett zit hem in de eigenaardige constructie van de composities en de vele oneven maatsoorten. De Mingus-traditie van thematische, melodieuze ensemblejazz wordt voortgezet. Slechts weinige drummers zijn als Courbois in staat tot het scheppen van melodisch, harmonisch én ritmisch interessante geïmproviseerde muziek. Sterker nog, als jazzdrummer-componist mag hij beschouwd worden als een vrij zeldzaam fenomeen.

Tijdens de Nederlandse tournee in 2015 (april en september-december) zijn er 20 concerten gepland. In de zomer van 2016 volgt een internationale festivaltournee.

* Reijngoud en Menu wisselen elkaar af bij de concerten.

Speellijst april
15/04   Co & Mijke Live, Amsterdam
16/04   JINJazz@Brebl, Nijmegen
18/04   Theater Aan de Slag, Culemborg
21/04   Musis Sacrum, Arnhem
23/04   Bimhuis, Amsterdam (speciaal verjaardagsconcert)
25/04   Jazzpodium DJS, Dordrecht

Labels:

(Maarten van de Ven, 22.2.15) - [print] - [naar boven]



Concert
Polar Bear en Bones: monolithisch en centrifugaal

donderdag 19 februari 2015, Platformtheater & Lighthouse Muzieklab, Groningen

Het meest opvallende aan Polar Bear is de dubbele tenor-bezetting. De saxofoons van Pete Wareham en Shabaka Hutchings dagen elkaar niet uit, contrasteren zelfs nauwelijks. Ze ondersteunen en versterken elkaar, werken als een geheel. Dat is ook wel exemplarisch voor deze Londense groep. Alles draait om het geluid van het totaal. De muziek is zorgvuldig vormgegeven, elk instrument kent zijn plek. Polar Bear staat als een huis. Of op zijn minst als een uit de schotsen gewassen iglo.

Het meest verbluffend bleek dat in het eerste nummer, 'Open See'. Dat begon met een drone van elekrospecialist Leafcutter John, die werd opgepikt door achtereenvolgens Hutchings, bassist Tom Hebert en Wareham. Zodoende ontstond er een van harmonische klanken gevlochten soundscape, dat langzaam draaide en van kleur wisselde.

De synthesizer werd vooral als percussie-instrument ingezet en wees vaak de weg die het kwintet in diende te slaan. Daar de muziek vooral op herhalingen berustte – echt vrije solo's waren uitzonderlijk – ging er een bepaalde trancewerking van uit. Helemaal toen de verwarming na de pauze een paar graden hoger bleek te staan. Lang werkte zo'n mesmerisme niet: de synth of het slagwerk van Seb Rochford knipte je onverbiddelijk uit je roes.

Zo beheerst en architecturaal als de muziek van Polar Bear overkwam, zo vrij en onvoorspelbaar bleek het werk van Bones. Bones, het Berlijnse trio van basklarinettist Ziv Taubenfeld, speelde schuin tegenover het Platformtheater in het Lighthouse Muzieklab. Het optreden een huiskamerconcert noemen is te sterk uitgedrukt: veel groter dan een studentenkamer bleek het futuristische Lighthouse niet. Met het trio en een kleine twintig man publiek was het al dringen geblazen. Het 'omgekeerde' dak geeft de ruimte een specifiek karakter. Overdag wordt er gerepeteerd en lesgegeven en eens per week is er dus een optreden. Groningen heeft er met andere woorden een intrigerend podium bij.

Vers uit Berlijn waren Taubenfeld, Shav Hazan (bas) en Nir Sabag (drums) komen overwippen en diezelfde nacht, begreep ik, gingen de Berlijners weer naar huis. Zoals gezegd, vrijheid staat hoog in het vaandel van deze internationale band. Maar op bepaalde geheimzinnige plekken bleken de muzikanten toch weer eensgezind en stond er binnen een fractie van een seconde een hechte groep. Hazan maakte indruk met zijn gedecideerde, expressieve en krachtdadige spel. In zijn massieve handen leek de contrabas een leuk speeltje. Overigens heeft hij volgens mij alleen zijn uiterlijk met Popeye's Brutus gemeen. Ook Taubenfeld liet zijn complete instrument spreken, van ronkend en rollend gegrom in het laag tot extatisch gezang het hoogste register.

Niet te dikke kleding aan en misschien zelfs even trainen om wat af te vallen, zou ik voor het volgend optreden willen adviseren.

Willem Schwertmann maakte foto's van beide concerten: klik hier voor de foto's van Bones en hier voor die van Polar Bear.

Labels:

(Eddy Determeyer, 21.2.15) - [print] - [naar boven]



Cd - Clean Feed Stock Off Special
Eric Revis' 11:11 - 'Parallax' (Clean Feed, 2012)

Opname: 10-11 januari 2012

Er zullen toch een aantal wenkbrauwen gefronst geweest zijn, toen in 2009 voor het eerst het nieuws de ronde deed dat Eric Revis, Jason Moran, Nasheet Waits en Ken Vandermark elkaar gevonden hadden in een splinternieuw kwartet. Dit album, dat begin 2012 opgenomen werd, laat echter horen dat de vier er goed in geslaagd zijn om hun respectieve achtergronden tot een veelkleurig geheel te smeden.

Vooral de combinatie van bassist Revis, al jarenlang de rechterhand van Branford Marsalis (en die valt moeilijk buiten de mainstream te situeren), en Vandermark, een typevoorbeeld van een in de marge opererende muzikant, leek aanvankelijk wat vreemd. Tot je beseft dat Vandermark ook nooit vies geweest is van de jazztraditie of de werelden van rock en soul, terwijl Revis heel wat meer is dan een gezellig aan de bas plukkende jazzvirtuoos, want hij speelde eerder ook met Steve Coleman, Michael Marcus en Peter Brötzmann. Het is kortom de man die de mainstream en het experiment weet te verenigen.

Met de aanwezigheid van pianist Jason Moran en drummer Nasheet Waits, die al anderhalf decennium samenspelen in Morans Bandwagon, haalde Revis bovendien een tandem in huis die op een onwezenlijk hoog niveau kan spelen en eigenlijk al net zo moeilijk vast te pinnen valt. Moran duikt maar al te graag in de muziekgeschiedenis, maar overloop zijn discografie eens rustig en er vallen vergelijkingen te rapen met de beboppianisten, maar ook met voorgangers als Andrew Hill, Muhal Richard Abrams en zelfs Cecil Taylor. En referenties aan de klassieke traditie. Het kan kortom alle kanten uit. En dat doet het eigenlijk ook.

Dat dit wel degelijk Revis' moment van glorie is, wordt niet enkel bewezen door een handvol composities van zijn hand, maar ook door een paar solostukken. Zo wordt 'Parallax' op gang gebracht door de korte tour de force 'Prelusion', waarin hij zijn controle over de extended techniques uitvoerig mag bewijzen, en afgesloten met het titelnummer, waarin hij met zichzelf in dialoog gaat door geplukte en gestreken baspartijen tegen elkaar uit te spelen. Het album wordt bovendien ook nog eens in twee gespleten door 'Percival', dat naar verluidt verwijst naar pianist Cecil Taylors middle name en ook baadt in de ongedurigheid die een kenmerk is van diens muziek.

Daarnaast valt er haast voor elk wat wils te rapen, met vrije improvisatie, een paar strak gecomponeerde stukken en wat verrassende covers. Van de collectief geïmproviseerde brokken is 'Hyperthral' de opvallendste, startend met een redelijk open aanpak en gaandeweg intensifiërend. Even vrij, maar wat meer toegespitst op de kleine geluidjes, is 'Enkj' (de voornamen achter elkaar geplakt), terwijl 'IV' aanvoelt als een gecomponeerd stuk, vooral door Vandermarks duidelijk gearticuleerde melodische lijnen.

Revis' 'MXR' is een mars die zich voortbeweegt met een statigheid waarbij de vier mooi aan hetzelfde laken trekken, terwijl Vandermarks gecomponeerde bijdrage 'Split' het meest swingende stuk van de plaat is. De grootste verrassingen zijn echter de covers van Fats Wallers 'I’m Going To Sit Right Down And Write Myself A Letter', waarin het gezapige tenorspel aanvankelijk wordt omgeven door een wereld van geschraap en geroffel, en vervolgens een rechtlijniger, maar niet minder avontuurlijk parcours uitgetekend wordt; en ook een versie van Jelly Roll Mortons 'Winin’ Boy Blues', waarin de bruisende muzikale interactie zich voortdurend (net) buiten de lijntjes afspeelt.

Het is duidelijk dat deze vier elkaar vonden in de studio. Er wordt gemusiceerd op hoog niveau en met een vanzelfsprekendheid die voor mindere muzikanten zeker geen evidentie geweest zou zijn. De enige bedenking die we dan nog hebben is dat 'Parallax' soms te veel aanvoelt als een staalkaart, als een menu van wat de band in de aanbieding heeft. Alsof de band zocht naar een antwoord op de vraag wat ze zoal kunnen. Als er nu ook een vervolg komt dat een antwoord biedt op de vraag wat ze het liefst willen, dat gaat dat ongetwijfeld een nog sterker visitekaartje opleveren.

Deze recensie verscheen ook op Enola.be

Meer weten?
Dit album is een van de Clean Feed-cd's die momenteel in de aanbieding zijn tijdens de Stock Off van dit Portugese kwaliteitslabel. Klik hier voor een overzicht.

Labels:

(Guy Peters, 21.2.15) - [print] - [naar boven]



Concert
Met Ada Rave naar extreme werelden

Ada Rave-Wilbert de Joode, zaterdag 14 februari 2015, Il Sole, Cantina, Groningen

"Wat verwacht je?" informeerde ik bij het meisje naast me op het bankje. "Hm, ja, moderne jazz," antwoordde ze. Dat was zacht uitgedrukt.

Ada Rave postmodern noemen vanwege haar extreme speelwijze zou haar tekort doen. Eerder is ze post-saxofoon. Ik bedoel, je mag aannemen dat de in Amsterdam wonende Argentijnse de sax-canon kent, van de H. Drie-eenheid (Hawkins-Young-Coltrane) tot de vernieuwers van na 1960. Met onbekende in Noorwegen opgenomen concertregistraties van Albert Ayler zou je haar ongetwijfeld een plezier doen.

Doch dat alles heeft ze in feite achter zich gelaten. Zoals we allemaal benieuwd zijn naar de universums die dwars door het ons (on)bekende heelal existeren, zo is Rave gretig naar de geluiden die haar sax nog meer kent. Dat gaat van het haast onhoorbaar zuchten van haar adem tot gereutel, gekrijs en geborrel. Zaken waarmee je het nobele saxofoonspel niet meteen associeert.

In de Cantina speelden Ada Rave en bassist Wilbert de Joode voor het eerst als duo samen (met pianiste Kaja Draksler vormen ze een trio). Afspraken waren er niet en vangnetten evenmin. God zegende de greep. Want Rave en De Joode zijn twee ras-improvisatoren. Dat betekent niet alleen dat ze goed naar elkaar luisteren, op elkaar reageren en anticiperen. Het houdt ook in, dat ze die specifieke taal spreken. Want ook een volledig 'vrije' speelwijze heeft haar regels en grammatica, hoe rudimentair en impliciet ook. Al spelende poogden de muzikanten een eenheid te vormen en dat lukte dus. Dat er volledig akoestisch gemusiceerd werd hielp ook.

Wanneer ze alt blies, liet de saxofoniste meer vocale elementen toe – maar dat kan toeval zijn geweest. Daardoor kreeg haar spel in ieder geval een narratieve dimensie. Met de bassist speelde ze plagend haasje-over en flitsend als Flappie trok ze haken door het speelveld. Met een metalen deksel langs de onderdelen van haar sax strijkend ontlokte Rave 'elektronisch' gefluit en gepiep aan haar toeter.

Deze door Robert Crumb getekende muzikante heeft een deur geopend naar een niet-Euclidische wereld. Om in ongelukkige beeldspraak te blijven: knappe kerel die deze doos van Pandora weer dicht krijgt.

Klik hier voor foto's van dit concert door Willem Schwertmann.

Labels:

(Eddy Determeyer, 19.2.15) - [print] - [naar boven]



Concert
Kleurrijke wereldjazz in Baarle-Nassau

Rembrandt Frerichs Trio, zaterdag 7 februari 2015, PlusEtage, Baarle-Nassau

Als er iets opvalt in dit concert dan is het wel hoe kleurrijk en beeldend de muziek van dit trio is en hoe welluidend en harmonieus dit alles ten gehore wordt gebracht. Dat dit trio met de laatste cd 'Long Story Short' in de hand al een jaar aan het toeren is, is dan ook duidelijk te horen.

Dat begint al direct aan het begin van het concert met 'Carrousel'. Slagwerker Vinsent Planjer heeft doeken over zijn trommels gelegd en gebruikt hier vilten stokken, waardoor hij een dof en niet op de voorgrond tredend geluid produceert. Het duet tussen bassist Tony Overwater, die hier de strijkstok hanteert, en pianist Rembrandt Frerichs is gebaseerd op een dans. Frerichs walst virtuoos over het klavier en toont hier direct zijn speelkunsten. Dat doet hij ook in de titelsong 'Long Story Short'. De pianopartij heeft het repeterende karakter dat minimal music ook kenmerkt, terwijl Overwater hier juist lange baslijnen tegenover zet. Frerichs betoont zich ook hier een creatief pianist door gebruik te maken van de mogelijkheden die de binnenkant van de piano biedt, bijvoorbeeld door in dit nummer snaren in te drukken tijdens het spelen en zo de klank aan te passen.

Dat gebeurt eveneens op een bijzondere manier in 'Ji Yuan'. Door met een plankje tegen de snaren aan te drukken krijgt de piano in dit nummer de klank als van een citer. Overwater speelt ook hier met de strijkstok en gebruikt veel vibratie en de techniek van het met de strijkstok op de snaren slaan. Planjer draagt bij aan de Oosterse sferen door een gong in te zetten. Dit nummer is daarmee een mooi voorbeeld van een ander kenmerk van de muziek van Frerichs: de integratie met niet-westerse muziek.

Een ander kenmerk van de muziek is dat in veel nummers gaandeweg een soort van trance ontstaat in het samenspel, mede bepaald door de vaak sterk repeterende harmonieën, die het trio in opperste concentratie ten gehore brengt. Juist op zulke momenten, als alles samenvalt in een grote mate van complexiteit, blijkt hoe bijzonder dit trio is.

Klik hier voor foto's van dit concert door Marcel Thomassen.

Labels:

(Ben Taffijn, 19.2.15) - [print] - [naar boven]



Cd
Rob van Bavel Trio - 'Anniversary' (eigen beheer, 2014)

Opname: 16-18 september 2014

Het is 1984 als Rob van Bavel, Marc van Rooij en Hans van Oosterhout, nog studerend aan het conservatorium van Rotterdam, met elkaar een trio vormen onder de naam Rob van Bavel Trio. Ze worden snel bekende en gelauwerde musici en winnen diverse prijzen, waaronder de titel 'European Young Jazz Artists'.

En nu zijn we dertig jaar verder en zag vorig jaar na zeer lange tijd een nieuwe cd het licht met de toepasselijke titel 'Anniversary'. Met daarop een aantal eigen composities en een aantal standards, waaronder twee van Duke Ellington, één van Bill Evans en het overbekende 'How High The Moon' van Hamilton en Lewis.

En dan is natuurlijk altijd de vraag bij dit soort releases: voegt het ook nog wat toe? Of is in een eerder stadium eigenlijk alles al gezegd en ligt hier een overbodige schijf? Het antwoord is afhankelijk van wat je verwacht. Van Bavel is een pianist met eerbied voor de jazztraditie en binnen dat genre staat hij nog altijd op eenzame hoogte. Vernieuwing is aan hem niet besteed en dat vind je dan ook niet op deze plaat. Hier wordt op hoog niveau binnen de lijntjes gekleurd. En daar is op zich niets mis mee.

Neem die cover van 'How High The Moon'. Het trio kiest niet de gemakkelijke weg door het eenvoudigweg spelen van deze standard. Nee, het nummer wordt gecombineerd met 'Ornithology' van Charlie Parker, voorwaar geen voor de hand liggende combinatie. Bij Van Bavel, bassist Van Rooij en slagwerker Van Oosterhout levert deze combinatie een vlotte bewerking op, waarbij Van Bavel zijn virtuositeit op de piano goed kan laten horen. Soepel bewegen zijn handen over het klavier, een ware klankwaterval producerend. De ritmesectie levert eveneens krachtig spel, dat goed in evenwicht is met dat van Van Bavel. 'How High The Moon' komt pas binnenzeilen als we al over de helft zijn, in een paar goed getroffen citaten.

Ook Duke Ellingtons 'Don’t Get Around Much Anymore' kent zijn mooie momenten, bijvoorbeeld in het duet tussen piano en bas. Het stuk kent mooie loopjes en een goed gedoseerde swing. En hier is vooral goed te horen hoe perfect de timing van Van Bavel is. Iedere noot valt op zijn plaats. Hetzelfde geldt voor 'Mood Indigo', die andere klassieker van Ellington. Drum en bas zetten hier de toon, waar Van Bavels pianospel tegenaan leunt. Het levert een subtiele uitvoering op van deze standard en de heren laten horen de swing goed aan te voelen.

Ook de eigen composities worden met veel enthousiasme en schwung gespeeld, wat deze cd tot een aanrader maakt voor de meer traditioneel ingestelde jazzliefhebber die houdt van een potje goede swing.

Meer horen?
Klik hier om een compilatie/teaser van dit album te beluisteren.

Labels:

(Ben Taffijn, 19.2.15) - [print] - [naar boven]



Concert
Krachtig muzikaal pleidooi voor meer compassie tussen etnische groepen

Miguel Zenon Identities Quartet, vrijdag 13 februari 2015, Paradox, Tilburg

Vanaf de prille jaren twintig van de vorige eeuw vormen 1,2 miljoen Puerto Ricanen een van de grootste allochtone gemeenschappen in de Verenigde Staten. De meest omvangrijke bevindt zich in The Big Apple, oftewel New York. Met name East Harlem en The Lower East Side zijn stadsdelen met grote concentraties Puerto Ricanen. Ook het liefdesverhaal uit de West Side Story speelt zich af tegen de achtergrond van rivaliserende straatbendes in New York. In deze musical binden nieuw aangekomen Puerto Ricanen de strijd aan met jongeren uit blanke, Europese, allochtone gezinnen. In de 21ste eeuw is inmiddels de tweede en derde Caribische generatie verbonden aan de stad. De muziek tijdens dit optreden is afkomstig van de laatste plaat 'Identities Are Changeable' van Miguel Zenon, geboren Puerto Ricaan. Deze is geïnspireerd door de vraag: 'Op welke wijze wordt de nationale identiteit beleefd door de Puerto Ricaanse gemeenschap in deze metropool?' Voor dit project is de saxofonist zelfs zo ver gegaan om de inwoners van de zo geheten Nuyorican community in El Barrio te interviewen over hun ervaringen. Tijdens het optreden blijft de directe, menselijk stem, die op zijn cd wordt ingezet, achterwege.

Het streven om de menselijke emotie muzikaal weer te geven is zeer prominent aanwezig. Het gespeelde materiaal is live bepaald geen hapklare latin, zoals van oudsher gedefinieerd. De composities zijn onophoudelijk dynamisch en uitdagend. En barsten spreekwoordelijk uit hun voegen vanwege de intense polyritmiek. Hierbij is een essentiële rol weggelegd voor de gehele ritmesectie, bestaande uit Luis Perdomo op de vleugel, Jorge Roeder op contrabas en Henry Cole op percussie. De benadering van het saxofoonspel is te herkennen in de bloedserieuze podiumpresentatie van de leider. De gedachtegang, muziek en uitgesponnen solo's zijn ambitieus, toegewijd en gelaagd. Miguel Zenon zorgt, ondanks zijn verzorgde spel, regelmatig voor turbulentie. Invoelbaar, doordacht en in een diepe emotionele staat raakt het muzikale sentiment rechtstreeks de ziel. Adembenemend in schoonheid, expressiviteit en ritmische complexiteit. De Puerto Ricaan heeft als gave dat het publiek aan de hand wordt genomen om de ingenieuze, dartelende solo's te volgen. De transparantie, articulatie en lichte vloeibaarheid van zijn saxofoonstijl dragen hieraan bij.

Het prominent of latent aanwezige latin-concept kent vele verschijningsvormen. Van de vloeiende, groovende, buigzame mamboswing in 'Indentities Are Changeable', een sensitieve ballroom in 'My Home', een verborgen calypso of salsa tot een betoverende ballad. Wars van clichématig muzikaal idioom of goedkoop effectbejag. In het tweede deel van de avond gaat het kwartet onverdroten verder in het spelen van recent uitgebracht materiaal. 'Same Fight' is aangrijpend vanwege het hartverscheurend lijden en het berouw dat doorklinkt van de hoorn op de deinende ritmes. 'Second Generation Lullaby' verwondert met een vertragende contrabas en drumpartij. Terwijl in 'First Language' de magisch klinkende altsaxofoon wordt opgevolgd door een mortiersalvo dat ontspringt uit de drumkit van de verbijsterend wendbare Henry Cole.

De vol overgave en overtuiging uitgevoerde synthese van latin, jazz en complexe ritmes is een krachtig muzikaal pleidooi voor meer compassie tussen etnische groepen, met behoud van de oorspronkelijkheid van cultuur en traditie.

Klik hier voor foto's van dit concert door Louis Obbens.

Labels:

(Louis Obbens, 18.2.15) - [print] - [naar boven]



Concert
Een feest van klanken

Fish-Scale Sunrise, zondag 8 februari 2015, Bimhuis, Amsterdam

Ab Baars heeft een nieuw trio: Fish-Scale Sunrise. Hiervoor heeft hij twee jonge muzikanten gevraagd om met hem de podia te delen: Joe Williamson op bas en Kaja Draksler op piano. Zelf bespeelde Baars tijdens dit concert de tenorsax, de klarinet en de shakuhachi.

Het concert, één set van ruim een uur, is een aaneenschakeling van speelse, dwarse, soms vrolijke en clowneske, dan weer verontrustende en onbehagelijke momenten. Maar altijd creatief en vol overgave gespeeld. Of het nu gaat om 'Lamoen', dat een duistere en verontrustende kant heeft en waar Baars een klagende, jankende solo geeft op zijn tenorsax, of om 'Leiblauw', dat juist delicaat en liefelijk klinkt met Baars op klarinet: in ieder nummer slaagt dit trio erin de juiste toon te raken.

Een hoogtepunt is 'Instruments Of Straw' vanwege de weloverwogen en maximaal uitgebalanceerde bassolo van Willamson en het duet tussen Baars en Draksler. Ze springen en buitelen over elkaar heen en brengen elkaar tot grote muzikale hoogte. Ook 'Asor' is bijzonder en dan vooral in de tweede helft. Eerst op een lichte, vrolijke wijze, waarbij Baars op de tenorsax knettert en kreunt in heldere hoge klanken, messcherp, terwijl Draksler in hetzelfde register voor vuurwerk op de piano zorgt. Dan slaat de sfeer in het nummer om. De sax klinkt donker en Draksler beroert de snaren in de vleugel, hiermee een onheilspellend geluid producerend. Ook het duet verderop is bijzonder, als Baars en Draksler maximaal in het hoog elkaar de loef afsteken, om dit vervolgens in het laag te herhalen.

'Gammer' is een eerbetoon aan Misha Mengelberg, de man waar Baars zo lang mee heeft samengewerkt in het ICP Orchestra. Een gammer is, zo legt Baars uit, een koppige ezel in het bargoens. Williamson start dit nummer door een geluid met zijn strijkstok te produceren dat nog het meest wegheeft van het doorzagen van een plank. De melodie die Baars vervolgens op zijn klarinet produceert staat hiermee in schril contrast: gevoelig en melancholiek, maar niet voor lang. Al spoedig kwettert en krijst het aan alle kanten, Mengelberg waardig.

Het benoemen waard is verder nog de improvisatie die Baars geeft op de shakuhachi. Met grote subtiliteit perst hij de meest wonderbaarlijke en bijzondere klanken uit dit instrument. Huilend, schrijnend, fluisterend, woorden schieten te kort.

Labels:

(Ben Taffijn, 18.2.15) - [print] - [naar boven]



Cd
Keenroh - 'Keenroh' (El Negocito, 2014)


De combinatie piano–dwarsfluit is er een die je niet vaak tegenkomt in de jazz. Dat fluitist Jan Daelman en pianist Thijs Troch - samen Keenroh - dit aandurven is dus op zich reeds vermeldenswaard. Als het dan ook nog een goede cd oplevert is er helemaal reden tot opgetogenheid.

En dat is hier zeker het geval. De experimentele en subtiele miniatuurtjes, achttien in totaal, zijn evenzovele dansen van fluit en piano, zoals de instrumenten om elkaar heen cirkelen. Soms melodieus en welluidend, hun inspiratie halend uit de klassieken. Maar vaak ook dwars, atonaal en de grenzen opzoekend, verzandend in de meest bizarre klanken.

Zo kiest Daelman in de serie 'Jeoapis II t/m V' en 'Noise Gwaan' voor verschillende blaastechnieken, waarbij het regelmatig is alsof de fluit praat, terwijl Troch hier krachtige, repeterende pianoslagen tegenaan zet. In 'Mr Proper II' klatert de pianopartij als een waterval, terwijl 'Verkabeling' juist weer heel desolaat klinkt, met een spaarzame inzet van de piano en een jankende en kermende fluit. In 'Eisprong' klinkt de fluit juist weer als een druppelende kraan, terwijl ook hier de piano spaarzaam wordt ingezet.

Meer horen?
Klik hier om drie tracks van dit album te beluisteren: 'Sjiht', 'Jeoapis IV' en 'Herfstschotel'.

Labels:

(Ben Taffijn, 18.2.15) - [print] - [naar boven]



Concert
Valentijnsconcert: Margriet Sjoerdsma zingt Eva Cassidy

zaterdag 14 februari 2015, Paradox, Tilburg

Hoe moeilijk is het om een cover-cd te maken van een zangeres die zelf alleen maar covert? Best lastig, want je ontkomt er niet aan dat je gaat vergelijken. Maar Neerlands jazz-zangtalent Margriet Sjoerdsma lukte het om een imposant portret neer te zetten van de veel te vroeg overleden zangeres Eva Cassidy.

Cassidy brak tragisch genoeg pas wereldwijd door na haar dood met 'Songbird' (1998), waarvan er miljoenen verkocht werden. Ze stierf in 1996 aan kanker en was toen pas 33 jaar. Sjoerdsma raakte gefascineerd door de zangeres en bracht in 2014 de cd 'A Tribute To Eva Cassidy' uit, en besloot een theaterprogramma aan haar muziek te wijden.

Het concert begon én eindigde met 'What A Wonderful World'. Pas aan het einde vertelde Sjoerdsma dat Cassidy het vlak voor haar dood op haar allerlaatste performance zonder enige begeleiding vertolkte en zich toen pas zeker voelde over zichzelf en haar talent. Het repertoire van Cassidy varieert van blues, folk, pop tot country en in de keuze van haar songs werd ze vooral geïnspireerd door de tragiek van het leven. En ook al waren het liedjes van anderen die ze zong, haar beleving was enorm.

Sjoerdsma geeft er door haar jazzy inslag een eigen twist aan; haar stem is naturel en puur, met een ruig omfloerst randje. Anders dan Cassidy, maar ze blijft dicht bij zichzelf en maakt het daardoor geloofwaardig. En haar begeleiding is om van te snoepen: Cord Heineking op contrabas, geweldig gitaarwerk van Arie Storm en... Dan Cassidy op viool, de broer van Eva Cassidy. Zijn viool gaf de extra 'snik', nog eens versterkt door überhaupt zijn aanwezigheid. Sjoerdsma begeleidde zichzelf op de piano en ukelele. Heineking speelde ook af en toe piano en iedereen in de band zong mee in de koortjes. Bij 'Fever' speelde Storm op een trommel - meteen ook het enige moment waarop percussie gebruikt werd - én kreeg Sjoerdsma het publiek aan het zingen.

Om aan de carnavalsgekte te ontsnappen was dit Valentijnsconcert een uitstekende gelegenheid. Geen hoogdravende jazz, maar gewoon mooie liedjes die het jeugdsentiment streelden. Ik noem maar eens 'People Get Ready' van Curtis Mayfield, 'Time After Time' van Cyndi Lauper en een bijzonder mooie vertolking van 'Autumn Leaves'.

Zoals gezegd eindigde het concert zoals het begon, met 'What A Wonderful World'. En de toegift was, hoe toepasselijk, 'Songbird' (kippenvel!), oorspronkelijk van Fleetwood Mac's Christine McVie, een ode aan Eva Cassidy.

Klik hier voor foto's van dit concert door Donata van de Ven.

Labels:

(Donata van de Ven, 16.2.15) - [print] - [naar boven]



Concert
De hemel op aarde in Borgerhout

Hoera / Equilibrium, zondag 7 februari 2015, Rataplan, Borgerhout

Hemelse muziek in Rataplan. Kwetsbaar, meditatief en vaak fluisterzacht: dat is wat de muziek van beide trio's kenmerkt in deze double bill.

Hoera, het trio Bert en Stijn Cools samen met Dries Laheye beet het spits af met een zeer meditatieve en fluisterzachte set. Het trio maakt veel gebruik van elektronica, samples, soudscapes en loopingtechnieken en vermengt dit op subtiele wijze met het instrumentarium. Zoals in 'Wolf', waar gesampelde koorzangen vermengd worden met het geluid van de drums, gitaar en bas. In 'Sunday Love' wordt gebruik gemaakt van loops, wat zorgt voor een volle sound. Het nummer begint met een eerder door Bert Cools opgenomen gitaarmelodie waar hij vervolgens overheen soleert, ondersteund door Laheye, die zijn Gretsch bas hier 'slappend' bespeelt. Deze elektrische basgitaar kenmerkt zich door een bijzonder warm en sfeervol geluid, wat bijzonder goed past bij de muziek van dit trio.

Bijzonder is ook 'Lichtjes Van De Schelde / Rudy Vekemans', waarbij Stijn Cools een rollende, golvende slagwerksound neerzet en Bert Cools een hommel bespeelt. Een hommel of hummel is een zogenaamde plankciter en een traditioneel instrument uit onze contreien. Het geluid is redelijk hoog en ietwat schel. In dit nummer vormt het een goed uitgewogen duet met de Gretch bas. Een breekbaar en gevoelig moment.

Equilibrium is een project van Joachim Badenhorst, Mikkel Ploug en Vera Petterson. Wat bij dit trio direct opvalt, is de zang van Petterson - nu ja zang, ze gebruikt meestal haar stem als instrument, waarbij je goed kunt horen dat ze eigenlijk saxofoniste is. Maar bij haar geldt wel dat je niet naar de hemel hoeft om een engel te horen zingen! Dat klinkt wellicht pathetisch, maar het is wel waar. Haar bijzonder hoge, welluidende stem levert, in combinatie met de loopingtechniek en elektronische effecten die ze gebruikt, de meest wonderschone momenten op. En soms gaat het eveneens door merg en been. Al in het eerste nummer, een improvisatie zonder titel, valt op hoe goed die stem kleurt met de klarinet van Badenhorst. Je hoort soms niet eens van wie de klank nu eigenlijk afkomstig is. In dit nummer zit ook een geweldig moment als Petterson het geluid van meeuwen imiteert, alsof ze in Rataplan aan het rondvliegen zijn.

'Kløver', geschreven door de Deense gitarist Ploug, is het moment van Badenhorst. Hij zet hier een voor hem kenmerkende solo op tenorsax neer. Subtiel en gevoelig, teder bijna, maar tegelijk krachtig en met een schurende ondertoon. Wat goed past bij het bijna klassieke gitaarspel van Ploug. 'Cathedral' is een ander hoogtepunt. Badenhorst schittert hier met een geweldige solo op de basklarinet, het instrument waarop hij zich wellicht wel het meest thuis voelt. Hij laat hem schuren, kermen en grommen met diep gevoel en in volle melancholie. De stem van Petterson erbij en het genot is compleet.

De hemel op aarde ...en dat in Borgerhout!

Labels:

(Ben Taffijn, 16.2.15) - [print] - [naar boven]



Cd
Miglokomon – 'Power Egg' (eigen beheer, 2015)


In een ander land en in een andere tijd was Miglokomon een zuchtmeisje geworden. Maar de Litouwense is een jonge creatieve vrouw, die op haar wervelende wereldverovering iedereen overal met haar magische persoonlijkheid betovert.

Ze produceerde 'Power Egg' zelf en ik denk dat ook de begeleidende band uit haar loopstation komt. Haar bescheiden kleine meisjesgeluid gaat terug tot de koele new wave-heldinnen van de jaren zeventig. Haar liedjes kunnen geheimzinnig en ontwapenend tegelijk zijn. Ze zijn bedrieglijk simpel en hebben een hoog hook-gehalte, waardoor je ze na een of twee keer horen al meezingt, fonetisch en wel. In 'Simple To Be Free (In This Insanity)' is ze een volwassen vrouw, een schoolkind en een kinderkoor. Haar stem vervormt ze, maar nergens over the top. Haar grenzeloze fantasie slaat op hol in 'Transformer Baby Egg' en in 'Apple 3' vult het liedje een complete kosmos.

Ze geeft haar wereld vorm met haar intrigerende kleine stem, die fluisteren aangenamer vindt dan schreeuwen.

Labels:

(Eddy Determeyer, 15.2.15) - [print] - [naar boven]



Concert
Een trio van vier muzikanten

Matt Darriau's Paradox Trio, donderdag 4 februari 2015, Paradox, Tilburg

Buiten was het rond het vriespunt en waaide er een gemeen windje, maar binnen in Paradox steeg de temperatuur tot grote hoogte dankzij de zonnige en warmbloedige muziek van een naamgenoot: het Paradox Trio van Matt Darriau. Een trio dat overigens geen trio is maar een kwartet, maar dat terzijde.

Het trio komt uit New York, maar de muziek komt van overal, net als de roots van de muzikanten. Arabisch, Indiaas, Klezmer, Balkan swing, you name it. En jazz natuurlijk, heel veel jazz, en dat alles samengevoegd tot één eclectisch geheel, een ondefinieerbare maar tegelijk zeer aanstekelijke mengelmoes, waarbij het continu klinkt alsof het zo hoort en niet van her en der is bijeengeraapt. De grote kracht van dit gezelschap is juist dat de grote mate van complexiteit in de muziek wordt gekoppeld aan perfect synchroon samenspel en dito instrumentbeheersing.

Matt Darriau, de leider van dit gezelschap is een multi-instrumentalist op rieten en fluiten. Hij bespeelt naast de altsax en de klarinet nog de zogenaamde faux-klarinet - een kleine klarinet van ongeveer twintig centimeter lang, een houten Bulgaarse herdersfluit en in de toegift een doedelzak. Op alle instrumenten betoont hij zich een ware virtuoos. Verder hebben we cellist Rufus Cappadocia, gitarist Brad Shepik en op dumbek (vaastrommel), bekkens en percussie Seido Salifoski.

De eerste set start met 'Bagcek', gebaseerd op een Čoček, een dansvorm uit Macedonië. Het nummer begint rustig met een melancholische swing neergezet door de cello, met onmiskenbare Arabische invloeden. Salifoski voegt zich erbij op de dumbek en zorgt voor het dansbare ritme. Darriau speelt in dit nummer een extatische, hallucinerende solo op de altsax. Voor 'Long Melody', een nieuw stuk dat nog geen titel heeft, pakt Cappadocia een wel heel aparte viersnarige basgitaar, zelfgebouwd en beduidend hoger klinkend dan we van een basgitaar gewend zijn. Een gevoelige, breekbare melodie ontstaat, spaarzaam ondersteund door de percussie. Darriau valt bij op de herdersfluit, met zijn hoge, ietwat ijle geluid. Halverwege het nummer voert Salifoski het ritme op met behulp van zijn dumbek en komt Shepik met een krachtige en ritmische gitaarsolo, vooral gespeeld in het hoge register.

Maar het hoogtepunt is het eerste nummer van de tweede set, 'Elenome'. Het begint als avant-garde jazz. Darriau zet een springerige altsaxsolo neer met intermezzi van het slagwerk, de cello - waar Cappadocia al slappend een zeer bijzondere sound uit tovert - en de gitaar. De solo wordt overgenomen door Shepik, die een al even intrigerende gitaarsolo neerzet, de grenzen opzoekend van zijn instrument. Maar pas echt bijzonder is het duet tussen de gitaar en de altsax dat hierop volgt. Een grensverleggende dialoog tussen twee instrumenten, waarbij de deelnemers elkaar opzwepen, opstuwen en opjagen en dat op een zeer ritmisch patroon, neergelegd door de cello en het slagwerk, dat de luisteraar volledig in trance brengt.

Labels:

(Ben Taffijn, 15.2.15) - [print] - [naar boven]



Cd
Reijseger Fraanje Sylla - 'Count Till Zen' (Winter & Winter, 2015)


Ernst Reijseger, de cellovirtuoos over wie Werner Herzog ooit beweerde dat hij de Amerikaanse Burgeroorlog op zijn instrument kan spelen, zit in een bijzonder productieve periode. Na soloalbum 'Crystal Palace' en 'Feature', uitgebracht ter gelegenheid van zijn zestigste verjaardag, staat hij er nu met een derde album in een goed half jaar. En dat is met de tweede release van een trio dat in 2013 nog indruk maakte met 'Down Deep'.

Reijseger vormt opnieuw een knappe eenheid met pianist Harmen Fraanje en de naar Amsterdam uitgeweken Senegalees Mola Sylla, die in zijn eigen taal (het Wolof) zingt, maar ook bijdraagt op duimpiano en West-Afrikaanse snaarinstrumenten als de xalam. Zo brengen ze geluiden en invloeden bij elkaar die samen een enorm evocatieve kracht hebben. Deze drie werkten al eerder samen aan filmmuziek en dat valt eraan te horen. Ook 'Count Till Zen' bevat muziek die vaak van start gaat met een sobere, haast schuchtere rechtlijnigheid, maar die plots kan openbloeien met een even frivole als onverbiddelijk emotionele impact.

'Perhaps' laat meteen horen hoe dicht de muzikanten vaak in elkaars buurt blijven. Het klinkt alsof ze staan te spelen binnen een nauw afgebakende zone en met vergelijkbare technieken, met delicaat piano- en cellospel dat zich rond een repetitief ritme wentelt, en daarover dan de soulvolle, declamerende zang van Sylla. De kans dat je hem begrijpt is klein, tenzij hij, zoals in 'Bakou', even in het Engels zingt, maar taal is hier eigenlijk een bijkomstigheid. De draagkracht van het samenspel en de veelkleurige, doorleefde zang spreken boekdelen.

Door de eigenaardige combinatie van instrumenten en de herkenbare, wat rauwe stem van Sylla krijg je van meet af aan een eigen stijl gepresenteerd, maar toch zit er een rijke variatie in het album. Dat is voor een groot stuk natuurlijk ook te danken aan de veelzijdigheid van Reijseger, die virtuoos kan strijken met de allerbesten, maar de cello net zo goed op z'n schoot gooit om het te bespelen als een gitaar of de klankkast gebruikt voor percussieve doeleinden. Songs als het titelnummer, 'Headstream' met zijn woordeloze zang, en 'E Konkon', zitten vol met allerlei ritmische patronen met een trance-effect.

In andere nummers wordt sterker ingezet op lyrische vervoering, het lichte toucher van Fraanje en een rijke, melodieuze invalshoek. Zo gaat het compacte 'Badola' – piepende cello-effecten, repetitieve pianomelodie, smekende zang – rechtstreeks naar het hart en komt de uitgestelde stomp in de maag van 'Out Of The Wilderness' hard aan. Je kan je zo voorstellen hoe deze compositie, net als het detailspel van 'Falémé' en gefluisterde slotstuk 'Friuli', live helemaal zal openbloeien als Sylla er nog een theatrale draai aan geeft.

Het trio hangt rond in een wereld van kamermuziek, passeert gezwind via klassieke toetsen, schimmige blues en Afrikaanse roots, en klinkt vooral als zichzelf. Naakt poëtisch, bedwelmend, met een groot kloppend hart. De goede verstaander weet dan dat 'Count Till Zen' een onmisbare aanschaf is voor de liefhebbers, al willen we vooral ook van de gelegenheid gebruik maken om u naar de concertzaal te sturen, want het is daar dat het trio nog altijd het meest imponeert.

Deze recensie verscheen ook op Cobra.be

Meer zien?
Cobra.be sprak met cellist Ernst Reijseger over zijn trio met pianist Harmen Fraanje en zanger/percussionist Mola Sylla: "Het is als een kind dat met een paar knikkers heel veel spelletjes kan bedenken". Klik hier om de video te bekijken.

Labels:

(Guy Peters, 14.2.15) - [print] - [naar boven]



Concert
Wat zijn die vissen toch luidruchtig!

Too Noisy Fish & Nordmann, vrijdag 30 januari 2015, De Singer, Rijkevorsel

De drie leden van Too Noisy Fish kennen elkaar bijzonder goed, alle drie spelen ze immer ook in Flat Earth Society. Ze zijn dan ook prima op elkaar ingespeeld. En het avontuurlijke, grensoverschrijdende en bij tijd en wijle ook humoristische dat FES kenmerkt, kenmerkt ook dit trio. En verder is het bij Too Noisy Fish alles of niets. Of welluidende melodieën met een verwijzing naar het American Songbook en de romantische klassieken, of chaos. Daartussenin zit bij dit trio niets. Wel zo apart.

Zoals in 'Necrophilogy', waar pianist Peter Vandenberghe met zo'n welhaast klassiek solo-intro start. En dan ineens horen we een vrouw in het Russisch een verhaal vertellen, het slotfragment uit de film 'Stalker' van Andrej Tarkovsky, met op de achtergrond een piepende hond. Waarna Teun Verbruggen met een ketting in de weer gaat en daarmee zijn drumstel bewerkt. Het nummer mondt uit in een vette blues met dito basspel van Kristof Roseeuw en hoekig, minimalistisch pianospel. Of neem 'Bring It Home / Oh God'. Alleen die titel al! Verbruggen start hier met een rockende groove. Vandenberghe vermengt zijn akkoorden hiermee in het lage register, terwijl hij een opzwepende melodie speelt in het hoge register. Roseeuw hanteert de strijkstok en zet zo een krachtige sound neer, die prima bijdraagt aan het opzwepende karakter. Tot zover is alles nog overzichtelijk. Maar dan raken de noten in elkaar verstrikt, is de melodie ineens weg en loopt het geheel vast in een maalstroom van klanken waar geen touw meer aan vast te knopen valt, chaos dus. Tot slot is 'Jazz Invaders' nog het vermelden waard. Een uptempo nummer gelardeerd met de schietgeluiden uit het computerspel Space Invaders. Het geheel krijgt hiermee wel een héél bizar trekje.

Het tweede deel van de avond viel wat tegen. En toegegeven, na een set van anderhalf uur (!) Too Noisy Fish moet je ook wel van heel goeden huize komen om nog écht iets toe te voegen. En dat lukte het redelijk jonge en nieuwe kwartet Nordmann niet. Nordmann is een kwartet dat een brug wil slaan tussen rock en jazz. Het is allemaal niet bijzonder opzienbarend, maar de nummers zitten leuk in elkaar en er wordt door deze jongens - want dat zijn het toch nog - met veel overtuigingskracht gespeeld, waarbij vooral tenorsaxofonist Matthias De Craene voor vuurwerk zorgt. Bij Nordmann is vooral de sound van groot belang. Ze hebben dan ook niet voor niets hun eigen geluidsman bij, die zorgt voor een wat surrealistisch geluid met redelijk veel echo. Waarbij de muziek nog het meest te kenmerken is als fusion, met verwijzingen naar de psychedelische rock. Het is een band met potentie, dat zeker, maar het mag allemaal wel wat spannender en wat meer over de rand. Nu werd het niet écht boeiend.

Labels:

(Ben Taffijn, 13.2.15) - [print] - [naar boven]



Vooruitblik
Nieuwe Jazzportretten in het Bimhuis


In het Bimhuis staan morgenmiddag Han Bennink en Pierre Courbois centraal in twee nieuwe afleveringen van Jazzportretten', de serie films over Nederlandse jazzmusici.

Het Nederlands Jazz Archief heeft het initiatief genomen tot een serie gefilmde portretten van belangrijke Nederlandse jazzmusici. De premières van de eerste afleveringen vinden steeds plaats in het Bimhuis, in het kader van het 40-jarige jubileum van het podium. De portretten worden gemaakt door filmer Jan Kelder, die documentaires over Piet Noordijk, John Engels en Rita Reys op zijn naam heeft staan.

De nieuwe afleveringen zijn gewijd aan twee Nederlandse jazzdrummers: Han Bennink, mede-oprichter van Instant Composers Pool en pionier van de onafhankelijke jazz- en improvisatiemuziek in Europa, en Pierre Courbois, bandleider van het internationaal succesvolle Association PC en van het 5/4 Sextet.

Te zijner tijd zijn alle afleveringen van Jazzportretten beschikbaar via de website van het Nederlands Jazz Archief en worden ze uitgezonden via het digitale themakanaal NPO Cultura. De serie jazzportretten kent verschillende financiers, waaronder de Nederlandse Publieke Omroep en het transnationale researchproject Rhythm Changes.

Café en kassa van het Bimhuis zijn geopend vanaf 13.30 uur en de entree bedraagt € 7,50.

Labels:

(Maarten van de Ven, 13.2.15) - [print] - [naar boven]



Concert
Soepel en hardhandig

Four Stream New Orleans Jazzband, zaterdag 7 februari 2015, Noord Nederlands Jazzgilde, 't Schathoes, Landgoed Ekestein, Appingedam

Zoals het een goede jazzband betaamt die de New Orleans-beginselen is toegedaan, opereert de Four Stream New Orleans Jazzband als collectief. In feite zijn het altijd in de eerste plaats orkesten geweest, de traditionele jazz- en dansensembles uit die stad.

Nochtans moet er hier één individu uitgelicht worden. Trombonist Jan Lebesque is om te beginnen een blazer die echt swingt. Dat bleek al snel in het nummer 'Should I' – dat overigens mijlenver stond van het Louis Prima-arrangement dat je onwillekeurig in je kop hebt. Echte swing dus, geen namaak. Lebesque heeft een bijzonder flexibele stijl. Van huis uit is hij een legato speler, althans, zo presenteert hij zich. Maar hij kan ook primitiever tekeer gaan. In het nummer 'Hindustan' demonstreerde hij die dubbele aanpak. In 'Early In The Morning' bewees hij voorts dat er ook een goede blueszanger in hem huist. Hij maakt tevens effectief gebruik van een bescheiden arsenaal aan dempers. Daarbij gebruikt hij zijn plunger om zijn geluid te kleuren, niet om het te verscheuren. Tenslotte is Jan Lebesque ook een stand-up en sit-down comedy man, met onder meer een Hans Dulfer-act (trombone op kin balanceren, wat uiteraard niet lukte) en een jongleer-pantomime. Onderlinge leut is overigens een bindmiddel van de Four Stream.

Zo soepel en vanzelfsprekend als alle frasen en fratsen van de trombonist uitpakten, zo hardhandig was het spel van Dick Olij op trompet en cornet. Hij is geen virtuoze Roy Eldridge, maar iemand die rudimentair aan zijn muziek trekt, duwt en wringt. Henry Red Allen, daar deed zijn opvatting mij aan denken. Meer shouting dan belcanto.

Ook bassist Peter Anders is van de emotionele aanpak. Hij loopt keurig in vieren, halveert soms zijn beat – levensgevaarlijk, voor je het weet beland je in hoempa – maar in 'Red Wing' wisselde hij dat dan plotseling af met een slap-fragment in dubbel tempo. Over elke noot is nagedacht, maar die is ook gevoeld. Dat gold ook voor de band als geheel. Emotiemuziek noemde wijlen trompettist en bandleider Adam Olivier het eens.

Labels:

(Eddy Determeyer, 11.2.15) - [print] - [naar boven]



Concert / Cd
Eddy & The Ethiopians - 'Eddy & The Ethiopians' (eigen beheer, 2014)

Eddy & The Ethiopians, zondag 1 februari 2015, De Toonzaal, Den Bosch

Vorig jaar kwam Black Flower onder leiding van Nathan Daems met een cd geïnspireerd door Ethiopische jazz: 'Abyssinia Afterlife'. En nu is het de beurt aan Eddy & The Ethiopians om met een soortgelijk muzikaal product te komen. Het initiatief voor dit album, verschenen op vinyl en cd, is ontstaan uit een sessie in het ketelhuis van de voormalige Philipswinkel in Eindhoven onder bezielende leiding van saxofonist Edward 'Eddy' Capel. Muzikanten die hij in de loop van de tijd tegen het lijf is gelopen, werden van harte uitgenodigd mee te doen en een nieuw initiatief was geboren.

De muziek wortelt zoals gezegd in de Afrikaanse en Ethiopische jazz, maar zit wel gegoten in een modern jasje vol bonte kleuren. Want er is evenzogoed ruimte voor soul, funk, rock en wat er verder zoal niet voorbijkomt. En nu is de band, naast Capel (sopraan- en altsax) bestaande uit Yiman Teddy (masenko, kirar en tenorsax), Laurence Bilger (dwarsfluit), Bart Maris (tompet), Thomas Martens (gitaar), Kenrick Gunther (percussie en zang), Bart van den Dongen (keyboards), Jan van de Lest (bas) en Eric van de Lest (drums) ook nog aan het toeren. Een tournee die ze op 1 februari in De Toonzaal bracht, maar dan zonder trompetist Bart Maris.

Het album telt vijf nummers, maar tijdens het concert wordt duidelijk dat deze band nog veel meer aanstekelijke muziek op de plank heeft liggen. Want aanstekelijk is het allemaal wel wat hier gebeurt. Je kunt simpelweg niet stil blijven zitten bij deze tropische muziek. En dat is voor een belangrijk deel te wijten aan het speelplezier dat deze muzikanten uitstralen. Muziek gebracht met passie en kracht. Het bruist, stoomt en de vonken spatten eraf.

Beluister het ook in De Toonzaal gespeelde 'Yekatit' maar eens, een compositie van de Ethiopische grootmeester Mulatu Astatke. Teddy begint dit nummer met een solo op de masenko - een soort gitaar met een strijkstok. Het instrument brengt een laag, ietwat klagelijk geluid voort. In duet met Capel op sopraansax kleurt het echter goed: het laag met het hoog leidt tot een swingend geheel. Of 'Yomiyo', dat alleen live te horen was en waarbij allereerst de soepele, hypnotiserende solo van Capel opviel en later de rockende, stomende gitaarsolo van Martens. Maar tot het symbool voor deze band zou ik 'Urope Afriques' willen benoemen, de ultieme mix tussen de Afrikaanse roots en de hedendaagse muzikale klanken. In dit nummer leidt dit allereerst tussen het creëren van de balans tussen enerzijds de ijle, door Van Dongen geweven klanken op de Synton synthesizer en anderzijds de percussie-accenten van Gunther. Daarna volgen strakke en energieke solo's, op de plaat door Maris en Capel en tijdens het concert door Bilger en Capel, culminerend in een duet, een overtuigende dialoog.

Labels: ,

(Ben Taffijn, 10.2.15) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...






Menupagina's:

Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Neerpelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.