Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 




Cd
De Beren Gieren - 'A Raveling' (Igloo Circle, 2013)


Toen ik voor het eerst van 'De Beren Gieren' hoorde, dacht de nooit opgegroeide puber in mij: Ha, jottem, een band met twee synoniemen voor ontlasten in de naam! Dat is vast mijn type muziek. Immers, alles dat de overdreven beschaafde jazzsfeer verpest kan op mijn volledige steun rekenen. Het was dan ook verbazend dat de band zo veel beschaafder klonk dan de naam deed vermoeden.

Gelukkig blijkt het te kloppen dat de oudemannenjazz vrolijk overboord wordt gegooid door dit pianotrio. Dissonantie, funk en een impressionistische toets worden creatief afwisseld, vaak binnen hetzelfde nummer. Echter, dit gebeurt vanuit de traditie, in plaats van dat daar van buiten tegenaan geschopt wordt. Deze aanpak maakt 'A Raveling' een plaat die vooral bedoeld is om naar te luisteren, maar ook wel om lol mee te hebben. Een goed voorbeeld is de 'Knalsonate': een hoempa-thema dat uitmondt in een reeks improvisaties wordt meer dan een geestigheid, omdat de muziek uitermate vaardig wordt uigevoerd. Hetzelfde geldt voor het gefragmenteerde 'The Detour Fish', dat na een spannend thema lijkt te desintegreren in een John Cage-achtig gepiel. Op het laatste moment leeft de muziek weer op, waarmee de Detour (omweg) in de titel volbracht is.

Met dit soort composities is 'A Raveling' een intelligente toevoeging aan het nog altijd welig tierende landschap der pianotrio's, al zijn De Beren Gieren misschien niet de jonge wildebrassen waar ze door sommigen voor worden uitgemaakt. Veeleer is dit een band waarvan verwacht mag worden dat ze de diepte in zullen gaan, omdat hun muzikale vermogen sterk genoeg is om nog meer ruimte te bieden aan hun meer tegendraadse neigingen. Daar wordt met smart naar uitgekeken, want 'A Raveling' is een zeer aanstekelijke plaat.

Meer horen?
Klik
hier om twee tracks van dit album te beluisteren: 'Koekjes 's Nachts' en 'Ontdekking van Materie'.

Labels:

(Sybren Renema, 30.1.14) - [print] - [naar boven]





Concert
Even bevreemdend als toegankelijk

Daniel Erdmann-Samuel Rohrer Quartet, donderdag 21 november 2013, JazzCase, Dommelhof, Neerpelt

Met tenorsaxofonist Daniel Erdmann en drummer Samuel Rohrer als hoeksteen aangevuld met cellist Vincent Courtois en gitarist Frank Möbus vormen deze vier muzikanten met een niet voor de hand liggende combinatie van instrumenten een wel heel eigentijds jazzkwartet. Om de spanwijdte van het kwartet aan te geven: Erdmann komt voort uit de Berlijnse avant-garde jazzscene, de eigenzinnige en creatieve Rohrer kennen we van het Wolfert Brederode Quartet, waarmee hij al eerder in JazzCase te gast was en waarvan ik me het uiterst subtiel en kwetsbaar musiceren nog levendig voor de geest kan halen. Courtois studeerde en speelde ruim vijftien jaar klassieke cello en Möbus kennen we vooral van Der Rote Bereich. Een niet alledaagse bezetting voor een jazzkwartet.

Op het menu stond 'From The Inside Of A Cloud', de nieuwe cd van het Erdmann-Rohrer Quartet, die vers van de pers en in primeur werd voorgesteld in JazzCase, dit in een coproductie met Motives for Jazz.

Al bij het eerste nummer werd een bevreemdende en mysterieuze spanning neergezet, die hypnotiserend werkte. Een wervelende en fascinerende geluidsmuur hield je in haar greep en maakte dat je op het puntje van je stoel geboeid werd meegezogen met die bizarre muzikale wendingen. Van poëtische passages met een klagende en donkere ondertoon door het harmonisch samengaan van een melancholische gitaar, strakke en subtiele percussie en een lyrische sax, ging het over naar meer ritmische stukken.

Nummers voorzien van een stevig swingende beat, opgebouwd rondom een aantal snedige gitaarrifs met een uitgebreid solerende sax rondom een sterke groove. Muziek met niet alleen knipoogjes naar pop en rock, maar evenzeer naar wereldmuziek met composities die fragmentarisch soms zo klinken. In het nummer 'Konnässörs' ontwaarden we verwijzingen naar hedendaags klassiek door het eigenaardige samengaan van gitaar, tenorsax, cello en percussie. Ik genoot ook van het freejazzy '5463' met een aanzwellende beat op gitaar en van de stuwende passages voortbouwend op een stevige groove in het uitzinnige 'Broken Tails'.

Composities met een duidelijke structuur in een goede mix van vrije improvisaties. De combinatie van cello, elektrische gitaar en sax geeft een breed geluid. Muziek met sterke, diepe grooves, soms chaotisch en hectisch, wervelend en bizar, maar ook melodieus, lyrisch en poëtisch. De groep verkent duidelijk het terrein buiten de grenzen van het jazzidioom, wat spannende momenten en een uiterst gedreven en vinnig concert vol variatie opleverde. Een kleurrijk concert als een sneltrein, waarbij het kwartet tegelijk vernieuwend is maar daarbij toch erg toegankelijk.

Ook op cd is deze bezwerende en mysterieuze sfeer in elke groef vastgelegd en ligt de vibe, die het concert zo boeiend maakte, goed vervat.

Klik hier voor foto's van dit concert door Cees van de Ven.

Labels:

(Robert Kinable, 29.1.14) - [print] - [naar boven]



 

Cd / Jazztube
Spinifex - 'Hipsters Gone Ballistic' (TryTone, 2013)


Wat?! Een onuitgebrachte ESP van Frank Wright? Nee, shit, het is een alt. Charles Tyler dan? Maar dat ritme, dat klopt niet.

Klopt: het is de titeltrack 'Hipsters Gone Ballistic' van Spinifex, een collectief met Tobias Klein, Simon Levelt en Jasper Stadhouders in de frontlinie en het is geen 1963, maar 2013. Hoewel de altist, de trompettist en de gitarist de aandacht hebben getrokken als avontuurlijke solisten, stellen ze hun gaven hier ten dienste van de groep. In het nummer 'V', een compositie van Klein, vormt de frontlinie vlakken en brokken waarop de baslijnen van Goncalo Almeida in reliëf komen te liggen. Elders, in 'Boo', van de hand van de bassist, trekken alt en trompet unisono-lijnen die de compositie een statig karakter geven.

Er wordt weinig gebruik gemaakt van de vervormingtechnieken die voorhanden zijn – wat je hoort is wat er gespeeld wordt. Ook de 'Joint Strike Focker' van Spiniflex is niet gepimpt: het door Levelt geleverde toestel heeft een power waar je eerbiedig u tegen zegt, maar biedt kennelijk ook onderdak aan stiltecabines waar je rustig naar de solostemmen kunt luisteren. Een goede aankoop, moet de eindconclusie van de commissie dan ook luiden.

Bekijk de Jazztube!
Klik op de afbeelding linksboven om Spinifex live aan het werk te zien. De beelden werden gemaakt in het Bimhuis op 18 oktober 2012.

Labels: ,

(Eddy Determeyer, 27.1.14) - [print] - [naar boven]





Concert
De identiteit van een gitaarorkest

Marzio Scholten Identikit, donderdag 23 januari 2014, Platformtheater, Groningen

Marzio Scholtens Identikit is een echte gitaarband. Niet in de zin dat hier een peloton gitaarbeulen elkaar probeert af te troeven, maar dat de hele opbouw van het kwintet vanuit de gitaar van de leider bedacht lijkt. De composities zijn 'gitaristisch' en de blazers, Lars Dietrich op altsax en Jasper Blom op tenorsax, vormen met Scholten een echt orkest. Ook in de vrijere stukken blijft Identikit, paradoxaal genoeg, een orkest. De rol van Blom kan hierbij moeilijk overschat worden. Niet alleen sluit zijn lichte, hoge sound nauw aan bij het gitaargeluid, maar hij levert ook fraaie achtergrondjes wanneer Dietrich soleert. Niet voor niets is 'The Architect' een work in progress van Scholten.

Vaak beginnen de stukken bedachtzaam, alsof hier een bluesrockgitarist met een gevoelige ballad bezig is. Of, beter nog, alsof een filosoof zijn licht over een actuele kwestie laat schijnen. Marzio Scholten heeft een vol, rond geluid - eerder Bill Frisell dan John Scofield, om de gedachten te bepalen. Maar hij kan ook als de beste vlijmen en snijden. In het openingsstuk, 'Contragramma' van zijn jongste cd 'Garage Moi', loopt de pastorale sfeer over in polyfone geïmproviseerde lijnen. Best spannend. In 'Heisenberg', het tweede nummer, was Scholten intensief op de vierkante millimeter bezig. Nu kan ik me wel wat voorstellen bij puntbelastingen (lastig in de praktijk, overigens), maar de relatie met het onzekerheidsprincipe bleef onduidelijk. Onzeker, zeg maar.

Ongemakkelijk hobbelt het ritme van drummer Kristijan Krajncan onder 'The Great Race'. Alsof hij grooves met hindernissen uitrolt. De gitarist reageert daarop met gestotter, gilletjes en (opgeluchte) zuchtjes. De slagwerker kan de band ook afremmen als een schip dat afgemeerd wordt. Dat was het geval in 'Fire In The Snow'.

Hoewel Identikit in een alleszins hedendaags idioom opereert, noteerde ik links en rechts opgetogen associaties met John McLaughlins Mahavishnu Orchestra en Pierre Courbois' Association. Maar die hadden een compositie nooit 'We Are All Bankers' genoemd. Wie daarbij 'Misdaad en Straf' voor ogen had kwam bedrogen uit; het zijn en blijven onverbeterlijke arrogante mannetjes met veel te kleine pikkies, die bankiers.

Klik hier voor foto's van dit concert door Willem Schwertmann.

Labels:

(Eddy Determeyer, 26.1.14) - [print] - [naar boven]





Cd
Nils Wogram Root 70 with Strings - 'Riomar' (Nwog, 2013)

Opname: 23-24 september 2012

Zonder er doekjes om te winden: wanneer een groep uitpakt met een with strings-project is dat zelden het gevolg van een creatieve oprisping. Al te vaak blijkt het een commerciële strategie die muzikanten in staat stelt een oud product in een nieuwe verpakking te verkopen. De nare bijklank die het format daardoor gekregen heeft, wordt gelukkig af en toe overstemd door albums als 'Riomar', waar de strijkers veel meer zijn dan een kitscherig laagje verf.

Root 70 is het al meer dan dertien jaar actieve kwartet van de Duitse trombonist Nils Wogram met Hayden Chisholm op altsax, Matt Penman op bas en Jochen Rückert op drums. Na vijf goede tot uitstekende albums koos de groep voor haar zesde langspeler voor de samenwerking met een strijktrio. Niet om oude stukken in een nieuw arrangement te kunnen brengen, maar wel om nieuw werk te spelen dat speciaal voor dit zevenkoppig ensemble werd geschreven. Wogram werkt namelijk graag met harmonieën en breidde het personeelsbestand uit om de mogelijkheden op dat vlak te vergroten.

'Vacation Without Internet' toont aan hoe dit door de trombonist wordt uitgebuit: na een atonale inleiding door de strijkers trekt de walking bass van Penman iedereen mee in een kurkdroge shuffle. Blazers en strijkers maken vervolgens werk van een lang thema en een harmonische begeleiding. Niet alleen het switchen en vermengen van beide secties, maar ook het aanvankelijk pianissimo en vervolgens ruwere spel van de verschillende instrumenten zorgt telkens voor een wijziging in sfeer en temperament. Ook in 'Mental Isolation' laat Wogram strijkers en blazers tot een enig mooi palet versmelten, waarin steeds andere facetten worden belicht wanneer een van de instrumenten even uitstapt voor een korte improvisatie.

De solo's op 'Riomar' zijn opvallend gestileerd en geperfectioneerd, de musici kregen wat dat betreft klaarblijkelijk orders mee. In de huiveringwekkend mooie titeltrack, die meer dan tien minuten duurt (en die op sommige momenten stevig aan Charles Mingus doet denken), vallen de overgangen tussen solopartijen en passages door het ensemble dan ook niet meteen op. Het stuk geeft zelfs een doorgecomponeerde indruk, ondanks duidelijke tegenbewijzen.

Wogram had inspiratie te koop tijdens het schrijven van dit album en in elke track passeren om de haverklap nieuwe ideeën. Zo kiest de trombonist in 'Lisboa' voor een heel klassiek romantische opening door het strijktrio, die overgenomen wordt door de muntfrisse altsax van Chisholm onder een pizzicato begeleiding. Het thema wordt doorheen het stuk herhaald, waarbij trombone en cello een tegenstem vormen voor de altsax en beide violen.

Door het streng afgelijnde karakter van de composities en het solistische maatwerk, flirt Wogram ostentatief met het voorbijgestreefde genre third stream, dat in de jaren zestig ontstond als de synthese van jazz en klassieke muziek. De trombonist slalomt echter met flair rond de talloze valkuilen en clichés inherent aan deze gekunstelde mengvorm en levert een uiterst smaakvolle plaat af.

Deze recensie verscheen eerder op
Kwadratuur.

Meer horen?
Klik hier om dit album te beluisteren.

Labels:

(Joachim Ceulemans, 25.1.14) - [print] - [naar boven]





Concert
Absolute kookpunt bereikt in Groningen

Jazz Express, dinsdag 21 januari 2014, De Smederij, Groningen

Jazz Express is een samenwerkingsverband van muzikanten uit Groningen en Oldenburg. Ondersteund door die laatste stad en de Eems-Dollard Regio worden concerten op de plaatselijke jazzpodia gerealiseerd, te weten De Smederij in Groningen en Wilhelm 13, 130 kilometer oostwaarts.

Dinsdag vond het achtste optreden van dit seizoen in De Smederij plaats en het was meteen duidelijk dat we met zanger Ken Norris een wereldster in huis hadden. Deze in Hamburg woonachtige Amerikaan heeft een stem die van honing is gesponnen en die soepel als een slang door de teksten glijdt. Hij komt uit de 'school' van Mark Murphy en demonstreerde in 'The Preacher' zijn jazz chops door de tekst vilein af te stemmen op de barbabbelaars. Zijn vakmanschap bewees hij met zijn a capella intro van 'Dedicated To You', waarmee hij de geest van de betreurde Johnny Hartman met succes opriep en ons aller nekhaar effectief erectiel maakte. Noten kan hij absurd lang aanhouden en dan tergend langzaam verdraaien. In 'My Shining Hour' zong hij duetten met drummer Christan Schönfeldt. Zo kan het dus ook.

De tweede ster van de avond was tenorist Will Jasper, van eigen bodem, om niet te zeggen bloed: zoon van Sije, neefje van Lex Jasper. Hij heeft een geluid om te zoenen en weet voortdurend de indruk te wekken dat er daarachter, achter het achterste van die tong, nog veel meer te halen valt. Een collega-saxofonist boog zich naar me en mompelde dat Will wel wat van Plas Johnson heeft. Jasper is ook een professional in die zin dat hij nooit een chorusje méér zal pakken dan nodig is om zijn verhaal te vertellen.

Toen de jonge tenorist Sergej Arenesov zich na de pauze bij Jasper voegde en Alex Skoric achter de drumkit plaatsnam, voelden we allemaal dat er iets exceptioneels stond te gebeuren. Skoric bewees al eerder dat hij met zijn op Elvin Jones gebaseerde polyritmiek elk avondje tot een event kan maken. Dat voelden we dus, maar om je de waarheid te zeggen was ik net met mijn gedachten bij iets anders – een vrouwspersoon in de zaal, de omzet van de bietenhandel, men kan dat zelf wel bedenken – toen ik een ongewone verandering in de atmosfeer gewaar werd. O god, flitste het door me heen, toch niet de megaschok van 9,8 waar het geheime NAM-rapport van rept? Maar nee, het waren Jasper, Arenesov en Skoric, die in 'Billie’s Bounce' het absolute kookpunt, 273,150 graden Celcius, hadden bereikt.

Klik hier voor foto's van dit concert door Willem Schwertmann.

Labels:

(Eddy Determeyer, 23.1.14) - [print] - [naar boven]





Cd
Angelica Sanchez & Wadada Leo Smith - 'Twine Forest' (Clean Feed, 2013)

Opname: 7 april 2013

Beautiful albums do not need many words. Pianist and composer Angelica Sanchez has invited Wadada Leo Smith to join her for a duo album, recorded in April of last year. Sanchez is a member of the trumpeter's Organic Ensemble. Smith made one trumpet-piano duo album before, 'Interludes Of Breath & Substance' with Matthew Goodheart, which was good, but this one is truly excellent.

The great thing about the album is that both musicians are absolutely fabulous. And Sanchez doubly so, first for her compositions, which are inventive, abstract and open-ended, confident and sensitive at the same time, full of careful touches, very modern without going overboard. Second, her playing is fabulous too. Disciplined, accurate, lyrical, fluid. She goes back to tradition, and in pieces like 'Veinular Rub' - one of my favorites - you can hear the blues as much as the modern cinematic composition, full of dark drama and sentiment. And of course the quality of Smith's playing no longer needs substantiation.

'Retinal Sand' is one of my favorite pieces, because of its sustained tension, starting with some playing inside the piano supporting trumpet blasts by Smith, yet then everything goes quiet, but not quite, when cautious, almost hesitant chords force the muted trumpet to increase the volume, and the speed and the sad tone blossoms, opening like a flower, into clarity and playfulness. But my favorite track is also 'Echolocation', with its beautiful middle section of single notes on the piano as a tonal center for the muted trumpet to circle around, minimal yet so rich, so rich.

I will not review all eight of my favorite tracks on this album, but each one of them has its own story to tell, its own intimate conversation, full of warmth, openness and beauty. The stories are sensitive, sometimes with drama, and are human, about you and me, and other people, about sadness and joy, and everything in between, delivered with nuance and subtlety and depth.

In the madness of our world, with all its violence, its anger, its noise and loudness, its shallow feelings and lack of time to listen to people or music - and I mean really listen to them - this album comes like an oasis in the desert, like a moment of silence in the chaos, a moment of calm in the mayhem.

It will not only provide the listener with the joy of listening and getting enthusiastic about musical beauty, but the album is also guaranteed to have strong therapeutic effects, putting the rest of the world at rest, putting things in perspective and offer soothing solace.

Deze recensie verscheen eerder op
Free Jazz

Labels:

(Stef Gijssels, 23.1.14) - [print] - [naar boven]





Vooruitblik
Jubileumtournee Narcissus


New York, Parijs, Brussel: de leden van Narcissus hebben hun vleugels uitgeslagen sinds ze tien jaar geleden deze band begonnen in Amsterdam. 'Fragiele en emotievolle hedendaagse jazz' schreef onze recensent Jacques Los reeds in 2008, en de band is sindsdien alleen nog maar gegroeid in kwaliteit. Een concert van Narcissus garandeert aldus een intense en rijke luisterervaring. Het kwartet bracht in 2006 en 2010 twee uitstekende platen uit op het W.E.R.F.-label, een derde album volgt binnenkort. Ter gelegenheid van hun tienjarig bestaan maakt de groep vanaf vandaag een korte tour door Europa.

Robin Verheyen, saxofonist van Narcissus, wordt algemeen beschouwd als een van de grootste talenten uit de Belgische jazz. Hij bracht al een aantal albums uit, zoals het veelgeprezen 'Starbound'. Zo schreef de toonaangevende site All About Jazz: 'It’s Verheyen’s ability to find every creative possibility within a limited framework that puts Starbound over the top, and adds Verheyen to the list of reasons why jazz in the 21st century will be just fine.' Verheyen woont en werkt al enige jaren in New York. Zijn landgenoot Jozef Dumoulin speelt piano en Fender Rhodes en maakt sinds 2006 deel uit van de Parijse jazzscene. Deze wizzard of the keyboard speelt in diverse formaties, waaronder het vrije klankgezelschap Lidlboj, het onvolprezen hedendaags jazzensemble Octurn en zijn eigen trio met Trevor Dunn en Eric Thielemans.

De talentvolle contrabassist Clemens van der Feen is een veelgevraagd muzikant in tal van Nederlandse jazzbands, zoals het Chambertones Trio, het Michael Moore Quartet, de Celano/Baggiani Group en het Harmen Fraanje Trio. Daarnaast timmert hij ook met eigen formaties aan de weg, waarmee hij twee albums uitbracht: 'High Places' (2011) en '14PM' (2013). Narcissus-oprichter Flin van Hemmen brak door als slagwerker bij Michael Brecker en Jesse van Ruller. Hij woont - net als Verheyen - sinds 2009 in New York, waar hij al snel naam maakte in de downtown jazz- en impro-scene. Hij speelt in meerdere bands, waaronder die van saxofonist Tony Malaby en ex-Narcissus pianist Harmen Fraanje. Zijn eigen kwartet, met onder meer Kris Davis, stelt Van Hemmen in staat zijn compositorische talenten verder te ontwikkelen.

Speellijst
21/01 Musis Sacrum, Arnhem
22/01 Loft, Keulen
25/01 Sunset, Parijs
26/01 Archiduc, Brussel
28/01 CC Het Gasthuis, Aarschot
30/01 Workshop Conservatorium Amsterdam
31/01 Bimhuis, Amsterdam
01/02 De Singer, Rijkevorsel

Meer zien?
Klik hier voor een liveopname van Narcissus. In deze video, die is gemaakt in De Werf in Brugge op 28 oktober 2010, spelen ze 'Colors In Orval', een nummer van hun tweede cd 'Narcissus No. 2'.

Labels:

(Maarten van de Ven, 21.1.14) - [print] - [naar boven]





Concert
Russisch huwelijk jazz en klassiek

Pavel Shcherbakov Quartet & String Quartet, dinsdag 14 januari 2014, De Smederij, Groningen

Tot zijn 26ste speelde trombonist Pavel Shcherbakov uitsluitend klassiek, vertelde hij in De Smederij. Jazz is dus iets van de laatste acht jaar. Die klassieke basis verraadt zich in Shcherbakovs feilloze intonatie, zijn toonvorming en, meer in het algemeen, zijn buitengewone beheersing van zijn notoir lastige instrument.

Zijn kennis van en liefde voor klassiek en jazz heeft hij nu in stelling gebracht voor zijn project met strijkkwartet en ritmesectie. De Rus is een romanticus – dat klinkt als een open deur, maar hier klopt het in elk geval. In zijn composities 'Taste Of Tears' en 'Too Much Sugar' huizen echo's van imaginaire jaren vijftig-werken. Dat eerste nummer leek geparenteerd aan de standard 'Beautiful Love'. Weermoed en verlangen streden om de voorrang. Alsof we naar recent ontdekt materiaal van Alec Wilder luisterden.

De première was gehandicapt doordat de geplande celliste zich ziek had gemeld en vervangen was door Alex Brychta. Die laatste is met zijn zestien jaar weliswaar nog steeds een beetje een wonderkind (twee jaar gelden sleepte hij tijdens het Prinses Christina Concours Noord de eerste prijs in de wacht), maar meer dan een half uur voorbereiding was hem niet gegund. Men kan zich dus voorstellen dat dit ad-hoc kwartet in feite nog in de steigers stond. Dat de reprise van 'Too Much Sugar', met zijn aantrekkelijke, maar moeilijk strak te krijgen canonvorm al scherpere contouren begon te krijgen, was bemoedigend. De geplukte passage bleef in deze akoestische opzet overigens bijna onhoorbaar.

De componist zelf leek zich in deze setting wat in te houden. Misschien trok de combinatie solist/dirigent een wat te grote wissel. In 'Seven Steps To Heaven', dat zonder het strijkensemble werd uitgevoerd, hoorden we Shcherbakov extraverte kant. Maar ook als freewheelende jazzsolist blijft hij een traditionalist.

Labels:

(Eddy Determeyer, 19.1.14) - [print] - [naar boven]





Column Herbert Noord
Behoefte


"Jazz is puur een behoefte? Echt, ik heb al veel onzin horen vertellen in de vijftig jaar dat ik 'bewust' op dit ondermaanse rondloop, maar deze mededeling gooide meteen hoge ogen voor een rangschikking in de 'onzin top tien'. In de jazz plachten veel junks rond te lopen, dat is waar, maar van een behoefte aan jazz heb ik nooit iets gemerkt."

Herbert Noord kon zijn ogen niet geloven toen hij in Het Parool de woorden las van de bedrijfsleider van een nieuwe jazzclub in Amsterdam.

Klik op bovenstaande button om zijn nieuwe column te lezen.

Labels:

(Maarten van de Ven, 18.1.14) - [print] - [naar boven]





Festival
Brokkenfestival

zaterdag 29 december 2013, Bimhuis, Amsterdam

"Hoe klinkt zwerfplastic dat wordt verzameld? Het is te horen in 'Plastic Crusader', een compositie van Albert van Veenendaal die wordt uitgevoerd door harpiste Miriam Overlach. In 'Plastic', het eerste deel, laat ze horen hoe dat onafbreekbare chemische goedje klinkt: klassiek klinkende driekanken afgewisseld met felle, abstracte akkoorden. De harp is meteen van haar klassieke (en stoffige?) imago ontdaan."

Heleen van Tilburg bezocht het Brokkenfestival, waarin gitariste Corrie van Binsbergen onder meer hoogtepunten uit haar Brokkenmiddagen in Zaal 100 presenteert. In die concertserie plaatst ze nieuw talent tegenover gevestigde namen en opvallende outsiders uit de Nederlandse pop en jazz. Het programma van deze laatste zaterdag van 2013: On The Move, Duo Stadhouders & Stadhouders, Corrie van Binsbergen, Two Al's, Miriam Overlach, Offermans & Dorrestein, IX en Trip-Free.

Klik hier om het festivalverslag te lezen.

Klik hier voor een fotoverslag van het Brokkenfestival door Cees van de Ven.

Labels:

(Maarten van de Ven, 16.1.14) - [print] - [naar boven]





Cd
Chris Potter - 'The Sirens' (ECM, 2013)

Opname: september 2011

In 'Odysee' beschreef Homerus de omzwervingen van een mens die eerst de overblijfselen van zichzelf moet zien bij elkaar te sprokkelen, vooraleer terug thuis te kunnen komen. Na vele jaren herlas de Amerikaanse rietblazer Chris Potter deze klassieker uit de wereldliteratuur. Naar eigen zeggen stonden de thema's voor wat 'The Sirens' zou worden twee weken later al op papier. Zelden ervaart een muzikant een dergelijke golf van inspiratie, wat betekent dat van het literaire materiaal een enorme aantrekkingskracht moet zijn uitgegaan. Toeval zal het wel niet zijn dat Potter zijn debuut voor ECM noemde naar de bloedmooie doch gevaarlijke waternimfen die zeelui trachten mee te lokken, de diepte in. Potter geeft zelf aan dat het verhaal van Odysseus voor hem slechts een aanleiding was om muzikaal te gaan reflecteren over verleiding, identiteit, leven en dood. Dat hij die elementen op een zeer diverse manier opneemt in zijn quasi-filosofisch auditief exposé, zal niemand ontgaan. Stilte, impressionisme, groove, melodie, harmonisch-improvisatorische ontwikkeling: noem een parameter, en op de een of de andere manier heeft Potter die in dit album gestopt.

Natuurlijk kan de bandleider grooven en swingen als de pest. Het liefst drenkt hij de intrinsieke beweeglijkheid van zijn muziek echter in een melodisch ongehavend kader. Op 'The Sirens' wordt niet hiërarchisch gemusiceerd. Wanneer bassist Larry Grenadier in 'Dawn (With Her Rosy Fingers)' een lyrische solo van het hart moet, dan lijkt de band daar geen ruimte voor te moeten maken; ze was er immers al, de tijd lijkt zich te gaan verlengen, de musici creëren als vanzelf een veilige cocon, waarbinnen Grenadiers contrabas zichzelf als een profetie kan vervullen. Wat Potter daar nog aan pakkend proza achteraan blaast, ontleent zijn glinstering ook nu voor een belangrijk stuk aan de begeleidende formatie. De pareling in pianist Craig Taborns voicings, die zelfs wanneer ze wrang klinken een geheimzinnige sprankeling behouden, en de ritseling van Eric Harlands drums bovenop Grandiers gestreken weeklacht: alleen in een band zonder zwakke schakel kan instant perfectie zich zo hevig aan een luisteraar opdringen.

Het titelnummer is het zwaarmoedige hart van deze opname. Epische proporties neemt de aangrijpende litanie aan die Potter met zijn basklarinet verwekt. Grenadier, Harland en Taborn weten alweer perfect hoe ze een raamwerk moeten in elkaar timmeren dat de versluierde magie van het toondicht toch laat spreken. Grenadier stelt zich hier uitzonderlijk breekbaar op, echter met welk teergevoelig gevolg! Wanneer Potter de restanten van zo een prachtig gekermde treurzang oppikt, lijkt hij in de hoge registers van de tenorsax een geestelijke wederopstanding van wijlen John Coltrane – een naam die te pas en te onpas wordt genoemd, maar die in dit geval eigenlijk niet kan ontbreken. Koude rillingen die tegelijk verheffend-troostend werken trekken als een siddering over de ruggengraat: wat Potter hier klaarspeelt, is groots. De gelaagdheid van zijn muziek uit zich hier overigens in de discrete toevoegingen van David Virelles. Die speelt op het hele album celesta, harmonium of prepared piano: niet altijd zeer nadrukkelijk, hoewel zelden als overbodig element in het grotere plaatje. Pas in het afsluitende 'The Shades' treedt Virelles definitief uit de schaduw die hij steeds weer rondom zijn eigen partijen opbouwt; hij is de belichaming van een abstract zwervend leidmotief dat Odysseus' jarenlange ronddwalen symboliseert.

Is het allemaal zwaarwichtigheid en ernst dat hier de klok slaat? Helemaal niet! Draait 'Penelope' niet vooral om het aanstekelijke plezier van een verdomd goed gespeelde solo, waar Potter wonderbaarlijk evenwichtig doorheen wiegt? Verder heeft de aanzet tot 'Wayfinder' iets heel basic en vertrekt 'Kalypso' vanuit een potig, haast stuntelig gebrabbeld idee. Verslavend is dan weer het gepeperde motief waarmee Grenadier 'Stranger At The Gate' uit de startblokken laat schieten. Toch is 'The Sirens' een overwegend beladen opname, in die zin dat er nergens gratuit voor een bepaald effect wordt gekozen. Er wordt voordurend gesjoemeld met het verwachtingspatroon van de luisteraar, die uiterst inventieve, vaak tegendraadse en over de hele lijn intense muziek als deze niet met grote regelmaat krijgt voorgeschoteld.

Deze recensie verscheen eerder op
Kwadratuur.

Meer horen?
Klik hier om van dit album 'Wayfinder' te beluisteren.

Labels:

(Jan-Jakob Delanoye, 15.1.14) - [print] - [naar boven]





Reportage / Pamflet
De commerciële dwangbuis en de eindeloze Bohemian Rhapsody

Benefietconcert Nederlands Jazz Archief, zondag 15 december 2013, Bimhuis, Amsterdam

Leven in een democratie kan betekenen dat je vrij bent om te kiezen. Democratie kan betekenen dat je in een samenleving leeft waarin culturele waarden worden gekoesterd en beschermd en waarin kennis en wijsheid kunnen floreren. In vrijheid kunnen denken en inspiratie kunnen putten uit een rijkdom van geest en cultuur. Leven in een beschaving. Wat is er mooier dan dat?

Het prachtige benefietconcert ten bate van het noodlijdende en bedreigde Nederlands Jazz Archief (NJA) vond plaats in een uitverkocht Bimhuis. Het werd een sfeervolle avond, die geestig en aanstekelijk werd gepresenteerd door Mijke Loeven. Het aanwezige publiek genoot zichtbaar van een veelzijdig programma. Zowel prominenten als jonge honden gaven met volle inzet en zonder gage, acte de présence.

Het ICP speelde spetterende composities van Misha Mengelberg. Het Barnicle Bill Trio (John Engels, Miguel Martinez en Mark Haanstra) liet horen dat jazz geen stropdas nodig heeft en moeiteloos verschillende generaties verbindt. Harmen Fraanje en Anton Goudsmit improviseerden en moesten helaas alweer stoppen met spelen toen ze net lekker op gang kwamen. Basklarinettist Joris Roelofs en gitarist Reinier Baas showden in een miniset talent om van te watertanden. In hun hommage aan Rita Reys schitterden Francien van Tuinen, Jesse van Ruller, Clemens van der Feen, Joost Patocka en Harmen Fraanje. Tussen de bedrijven door draaide DJ Benjamin Herman platen in het café. Deze twintig musici vormen slechts een kleine selectie uit de springlevende en veelzijdige jazzscene die in Nederland actief is.

In een interview met Mijke Loeven benadrukte Paul Gompes van het NJA de historische waarde en het hoge niveau van jazz en geïmproviseerde muziek in Nederland. Jonge musici zijn aangewezen op archiefbronnen die inspireren en stimuleren om de tradities te leren herkennen, te behouden en te verrijken. Zij kunnen zich pas werkelijk ontwikkelen als ze ook kennis kunnen nemen van het verleden. Het NJA ontsluit en behoudt het verleden steeds beter door conservering en digitalisering van het archiefmateriaal, publicatie via het Jazzbulletin, boeken, de website, Cultura 24 en een app, uitgave van cd's, onderzoek en het zelf ontwikkelen van nieuwe formats. Lovenswaardige initiatieven.

Ik grijp hier een kans om een pleidooi te houden voor de kwetsbaarheid van culture waarden, kunst en schoonheid. Nelson Mandela is uitgegroeid tot een icoon van onverzettelijkheid en wilskracht. Hij verzoende en verbond zwart met blank, de underdogs en de overheersers, en maakte zijn eigenbelang ondergeschikt. In onze huidige tijd heerst de waan van de dag. Aanbesteding voor de aanschaf of bouw van snelwegen, treinen, voetbalstadions, metrolijnen, tunnels, straaljagers en Maasvlaktes viert hoogtij en vertroebelt het gezonde verstand van politici en bestuurders. Commercie en multinationals bepalen meer en meer de gedragsregels. Kunst is elitair en subsidies zijn zinloos. Geef het volk De Toppers en André Rieu. Sluit het Tropeninstituut en verzoen de elite met Melle Daamen.

Waar is het geweten van onze democratische samenleving? Kunst mag toch wel iets kosten zeker?

Burgers, politici en managers opgelet! Kunst voedt en inspireert. Kunst verrijkt en vormt. Kunst creëert vrijheid en is geworteld in anarchie. Kunst is tegendraads en blijvend vernieuwend. Kunst verwonderd en zoekt de verontwaardiging. Kunst is speels en verbindt. Kunst is nooit decadent. Kunst is ons eigen ik pur sang.

Slecht uw gebreken en besef dat er in Nederland een rijke jazztraditie bestaat. Tradities zijn weliswaar aan mode onderhevig, maar veranderen slechts geleidelijk. Onze waarneming is niet meer dan een momentopname. Laat Nederland niet verworden tot één grote dijkverzwaring zonder achterland. Gooi nooit zomaar kostbare zaken weg, koester het immateriële en laten wij ons allen bezinnen op een traag en uitermate doordacht selectiebeleid. Onze beschaving verdient het! Ik wens u allen een prettig 2014 en wil u vragen om vandaag nog vriend te worden van het Nederlands Jazz Archief.

Klik hier voor een fotoverslag van het benefietconcert voor het Nederlands Jazz Archief door Maarten Jan Rieder.

Labels: ,

(Roland Huguenin, 14.1.14) - [print] - [naar boven]





Terugblik
De beste jazzalbums van 2013 volgens Draai om je oren


De medewerkers van Draai om je oren is gevraagd naar hun vijf favoriete jazzalbums van het afgelopen jaar. Uit deze lijstjes is de onderstaande top 9 gedestilleerd. Om in aanmerking te komen voor een plaats in deze eindlijst, moest een album minimaal in twee lijstjes voorkomen, vandaar dat het onderstaande overzicht maar tot zeven albums beperkt bleef.

De albums van Flex Bent Braam en Angles 9 werden het meest genoemd; deze platen staan genoteerd in drie verschillende jaarlijstjes. Opvallend is dat de eerste plaats is toegevallen aan een Nederlandse formatie. Vermeldenswaard is voorts dat de formatie Angles 9 voor het tweede opeenvolgende jaar in de eindlijst staat, zij het vorig jaar als een octet (de cd 'By Way Of Deception - Live in Ljubljana' van Angles 8 eindigde toen op een tweede plaats).

1. Flex Bent Braam – 'Lucebert' (BBB)
2. The Whammies - 'Play The Music Of Steve Lacy Vol. 2' (Driff)
3. Ingrid Laubrock Anti-House - 'Strong Place' (Intakt)
3. Angles 9 - 'In Our Midst' (Clean Feed)
5. The Thing - 'Boot!' (The Thing Records)
6. Luciano Biondini / Michel Godard / Lucas Niggli – 'Mavi' (Intakt)
7. The Bureau Of Atomic Tourism - 'Second Law Of Thermodynamics' (RAT)
    Mary Halvorson Septet - 'Illusionary Sea' (Firehouse 12)
9. Ernst Reijseger / Harmen Fraanje / Mola Sylla - 'Down Deep' (Winter & Winter)

Klik
hier om alle eindejaarslijstjes van de Draai-medewerkers te bekijken.

Labels:

(Maarten van de Ven, 13.1.14) - [print] - [naar boven]





In memoriam
Roy Campbell Jr.


Toen vrijdagavond via Facebook het nieuws binnnenkwam dat trompettist Roy Campbell overleden was, kon ik het echt niet geloven. Hij was pas 61 en voor zover ik weet ook niet ziek. Maar gaandeweg kwamen de berichten ter bevestiging binnen van andere muzikanten en vrienden.

Campbell werd geboren in Los Angeles in 1952, maar verhuisde al snel naar New York. Hij leerde op jonge leeftijd piano spelen, en trompet, en nadien ook dwarsfluit en viool. Trompet werd echt zijn ding, en dankzij het Jazzmobile-programma - een initiatief om achtergestelde buurten ook toegang tot kunstonderwijs te geven - kreeg hij les van gerenommeerde trompettisten, zoals Kenny Dorham en Lee Morgan. Hij richtte al snel zijn eigen bands op en was ook sessiemuzikant. Van 1990 tot 1992 leefde hij in Rotterdam, waar hij onder andere de leiding had van het Thelonious Monk New World Orchestra. Hij ging terug naar New York en dook nu 100% de free jazz in.

Zijn 'Other Dimensions In Music', uitgebracht bij Silkheart in 1989 en uitgevoerd met Daniel Carter, William Parker en Rashid Bakr, is nog altijd een van mijn favoriete albums, en de stijl zou kenmerkend worden voor Campbells muzikale aanpak. Geen chaos, geen volume, geen noise, maar trage, intense en open muziek die zich ontwikkelt op het moment zelf, in het moment eigenlijk, met fraseringen die elkaar omcirkelen en aanmoedigen, zonder vaste ritmes of andere afspraken. Alles kan, als het maar lyrisch en soulful is, en flarden blues en Arabische en Afrikaanse invloeden mengen zich in de muzikale conversatie. Hij speelde in een aantal fantastische bands, waaronder William Parker's Little Huey Creative Music Orchestra, een ensemble waarin de hele free-jazz scene van New York zich kon uitleven, The Nu Band en Exuberance. Recentere bands zijn de Albert Ayler Tribute Band, met Joe McPhee, William Parker en Warren Smith, en het Stone Quartet, met Joëlle Léandre, Marilyn Crispell en Mat Maneri.

Sterke aanraders uit zijn eigen oeuvre zijn de albums 'Ethnic Stew And Brew', een trio met bassist William Parker en drummer Hamid Drake, en 'The Gift – Live At Sangha', een trio met violist Jason Kao Hwang en drummer William Hooker.

Ondanks de verscheidenheid aan bands bleef Campbell zijn eigen sound houden en is hij vaak ook betekenend geweest voor de uiteindelijke klankkleur en de kwaliteit van het eindresultaat. Zijn stijl was lyrisch, maar ook fysiek, ingetogen en uitbundig, nooit luidruchtig, maar wel krachtig. Hij is een van de muzikanten die me altijd diep hebben aangesproken, wiens klank ergens galmde in mijn binnenste. Hij is ook een van die muzikanten die met ruimte en openheid weet om te gaan, die een verhaal kan vertellen en tegelijk ook de perfecte teamspeler is. Ik heb hem persoonlijk een aantal keer ontmoet en gesproken, na concerten in België en in New York. Hij was een uiterst vriendelijk man, luisterend en geïnteresseerd. Zijn overlijden zal een groot gemis betekenen voor de moderne muziek, maar we kunnen dankbaar zijn voor het fantastisch repertoire dat hij ons heeft geschonken.

Labels:

(Stef Gijssels, 12.1.14) - [print] - [naar boven]





Cd
Jeroen van Vliet - 'Wait' (Challenge Jazz, 2013)

Opname: oktober 2012

'Muzikale diepgang' was het eerste wat me te binnen schoot bij het beluisteren van het tweede soloalbum 'Wait' van pianist Jeroen van Vliet. In 1996 was hij al eens naar de befaamde Rainbow-studio in Oslo gereisd om zijn eerste solopiano-album 'Who Is Afraid' op te nemen. Die plaat was al erg indrukwekkend met virtuoos spel, met hoogtepunten die aan vulkanische muzikale uitspattingen deden denken. Met zijn tweede album zit de virtuositeit meer in een richting van verinnerlijking. Met een rijk palet aan muzikale harmonieën en klankkleuren weet hij een diepgang te creëren waar je kippenvel van krijgt en ontroerd van raakt.

De specifieke eigen lyriek van Van Vliet is zeer evenwichtig in zijn composities en spel. Met een rust en fijnzinnige balans is zijn spel geëvolueerd naar het grootmeesterschap. Waar hij als sideman in vele andere formaties, zoals Eric Vloeimans' Gatecrash, kan grooven of een muzikaal begeleidende rol heeft, zoals in de groep van Simin Tander, toont deze allround pianist met deze release aan, dat de kracht van een muzikaal verhaal kan zitten in het laten klinken van soms slechts enkele tonen. Van Vliet durft de klanken te laten uitklinken. Zijn spel ademt, geeft soms een haast meditatieve rust door juist met minder noten meer diepgang te bereiken. Dat is knap en zeer muzikaal. Hij vertelt een verhaal, waarbij de luisteraar volop de ruimte krijgt om weg te dromen en een eigen invulling aan te geven. Hij beheerst zijn instrument volledig en maakt knap gebruik van de pedalen, waardoor het soms lijkt of hij de klanken even intrekt en ze zo overdraagt aan de luisteraar. Of misschien wel aan een groter spiritueel universum.

Het geheel klinkt als een cyclus, van het openingsnummer 'Nostalgia' tot het slotstuk 'Touch'. Een treffender titel is er niet. Met 'Wait' laat Van Vliet je een pas op de plaats maken om in het moment te zijn. Dat is toch eigenlijk waar het om draait in de muziek, toch?

Vanavond presenteert Jeroen van Vliet 'Wait' (en de eerste cd van zijn nieuwe trio OGU) in
Paradox, Tilburg.

Meer horen?
Klik hier om van dit album de track 'Nostalgia' te beluisteren.

Labels:

(Koen Scherer, 10.1.14) - [print] - [naar boven]





Festival
Uiteinden 2013


"Han Bennink heeft in de loop der jaren nog niets van zijn scherpte verloren: voor de verandering achter een complete kit gezeten sloeg hij aan het eind van Baars' solo in 'Groepje' zijn sticks ouderwets aan barrels, zodat de stukken 0,1 seconde na elkaar in sierlijke hoge parabolen langs het zwerk zwierden. (Oké, oké, ellipsen, wijsneus.)"

Eddy Determeyer bezocht het festival Uiteinden, dat het jaar 2013 in Grand Theatre muzikaal afsloot met drie concerten van Ensemble Insomnio, Rudi Mahall/Bert van Erk Trio en ICP 5tet.

Klik hier om zijn festivalverslag te lezen.

Willem Schwertmann maakte foto's van Uiteinden, die je hier kunt bekijken. Voor vier video's van het optreden van het Rudi Mahall/Bert van Erk Trio klik je hier.

Labels:

(Maarten van de Ven, 8.1.14) - [print] - [naar boven]





In memoriam
Yusef Lateef


De geboorte van wat we tegenwoordig wereldmuziek noemen vond als volgt plaats.

"Iemand uit New York hoorde me en informeerde Savoy Records over mijn band. Vervolgens belde Ozzie Cadena me en vroeg me naar New York te komen om een album op te nemen. De maandag was onze vrije dag, dus we sprongen zondagnacht in de auto en reden naar Hackensack, de Van Gelder-studio en namen daar een plaat op. We hadden volop materiaal, omdat we zes dagen in de week werkten. Het meeste had ik zelf geschreven, maar ook andere mensen in de band, zoals trombonist Curtis Fuller - in Detroit zaten veel componisten. Het bleek de bedoeling dat we elk half jaar een plaat zouden opnemen. Dus zei ik bij mezelf, oh oh, nu gaan we albums uitbrengen, daar kunnen we niet telkens hetzelfde spul opzetten. Ik moest het canvas van mijn muziek zien te verbreden."

"Op dat moment was ik net begonnen, de muziek van andere culturen te bestuderen. Ik voelde de noodzaak om mijn muziek verder te ontwikkelen. Ik ging naar de Centrale Bibliotheek, daar hadden ze echt alles. Daar maakte ik kennis met muziek uit India, uit China, op platen, maar ook uit boeken. Ik ging tevens naar de oosterse markt, waar ik de arghul vond, een fluit uit Syrië. Als kind ging ik al naar de oosterse markt. Daar keek ik naar binnen bij die specerijenwinkeltjes, daar zag ik die vreemde instrumenten. Ik kocht een soort viool, die ik mezelf aanleerde. Er was ook een instrumentenrestaurateur die een hobo had liggen die hij opknapte, dus toen ging ik me in de hobo verdiepen."

"In de vroege jaren vijftig werkte ik ook nog een tijdje bij Chrysler. Daar ontmoette ik iemand, ik dacht een Libanees, of een Syriër, die me vroeg of ik de rehab kende. Nee, zei ik, wat is dat dan? Ik had er wel eens over gelezen en wist dat Koning David rehab had gespeeld, vijfduizend jaar geleden, wanneer hij zijn gebeden opzei. Dus maakte hij een rehab voor me. Die was ongeveer zo groot als een schoenendoos, bespannen met geitenhuid en met een snaar van paardenhaar. Ook op de strijkstok zat paardenhaar. Die gaf ik aan bassist Ernie Farrow en die begon er op te spelen. Toen heb ik een stuk geschreven dat 'Morning' heette, waarop ik dat instrument gebruikte en dat deed het heel goed. Al die dingen hebben eraan bijgedragen dat mijn palet zich verbreedde."

Zo transformeerde Yusef Lateef zich rond 1956 van een bekwame boptenorist tot een muziekpionier. Al eerder had hij zich bekeerd tot de islam, die hij als de godsdienst zag die harmonie en vrede kon brengen. Zo was het niet zo vreemd dat de bezoekers van zijn optreden tijdens het Haagse North Sea Jazz Festival van 1996 een pamflet onder ogen kregen dat meldde 'Yusef Lateef’s appearance does in no way imply that he endorses the name or names of any producers of alcoholic substances or pork products.' Was hij niet daarom al in 1981 opgehouden met in nachtclubs te spelen? (Wel opmerkelijk was dat tijdens het optreden een bezoeker onwel werd en overleed – de eerste dode tijdens het NSJF. De artiesten noch het merendeel van de luisteraars hadden iets in de gaten.)

Yusef Lateef werd op 9 oktober 1920 als William Evans in Chattanooga, Tennessee geboren en stierf 23 december 2013 in Shutesbury, Massachusetts. Op zijn vijfde verhuisde het gezin naar Detroit, waar altsaxofonist Ted Buckner zijn muziekleraar werd. Als tenorist vond Evans werk in lokale groepen om midden-jaren veertig naar de bands van Lucky Millinder, Hot Lips Page, Roy Eldridge en Herbie Field te promoveren. In 1949-50 werkte hij in de bigband van trompettist Dizzy Gillespie, met wie hij onder meer het nummer 'Jump Did-Le Ba' opnam. Daarin soleert de nieuwbakken tenorist met veel vertoon van power: zijn geluid is dan al groot en massief. Iets van die aardse aanpak transformeert hij vervolgens naar de fluit, die zijn expressiemogelijkheden drastisch uitbreidt. In zijn handen kan de dwarsfluit sereen klinken én aards, en gaandeweg gaat hij - parallel aan de verrichtingen van Rahsaan Roland Kirk - allerlei alternatieve technieken toevoegen.

In het bruisende Detroit van de jaren vijftig was Lateef het middelpunt van een vibrerende jazzscene, maar rond de jaarwisseling van 1959/60 verhuisde hij naar New York. Hij had het gevoel dat hij in de Motor City was uitgekeken.

In de hoofdstad van de jazz werkte hij met Donald Byrd en Charles Mingus, en bij Cannonball Adderley brak hij door naar een groter publiek. In de jaren zestig groeide Lateef uit tot een icoon dat door de serieuze popliefhebbers even hoog werd aangeslagen als door de jazzwereld. Vanaf die tijd verbreedde Dr. Lateef zijn palet andermaal door te gaan doceren, in de Verenigde Staten en Nigeria. Daarnaast ging hij zich bezighouden met schilderen en het schrijven van essays en novellen. Ook waagde hij zich in het kamp van de new age-muziek en bleef hij vasthoudend het evangelie van Mohammed uitdragen. Tot in de concertzaal, dus.

Meer weten?
Lees hier onze recensie van het concert van Belmondo en het Yusef Lateef Sextet op zaterdag 24 maart 2007 in het Bimhuis, Amsterdam.

Labels:

(Eddy Determeyer, 6.1.14) - [print] - [naar boven]





Cd
Bongomatik - 'Bongomatik Your Life' (No Can Do, 2013)


Het tweede album van de poppy latinfunk-formatie Bongomatik is onverminderd speels, bubbelend en gelikt. Misschien is het verrassingselement inmiddels wat weggeëbd – maar voor degenen die het twee jaar oudere eponieme debuut niet kennen, zal het onderhavige schijfje een orenopener zijn. Er zijn wat wijzingen in de bezetting, waarvan de komst van toetsenspeler Leon den Engelsen de meest opmerkelijke is. Soms domineert zijn Hammond het groepsgeluid, elders ('Shoppingcart Mambo') stelen zijn vintage klinkende synthesizers de show. Een ander item is de vervanging van vocaliste Gianna Tan door Yumarya Grijt en Thirza Prak. Die eerste vormde met Kim Hoorweg een ijzersterk duo; het zal een tijdje duren voordat dat niveau weer wordt bereikt. Overigens is het heldere, ongekunstelde geluid van Hoorweg geknipt voor dit werk. De teksten en interludiums zijn onverminderd zany en surrealistisch.

Ondanks of dankzij het gegeven dat de band een imposant aantal inpandige componisten telt, is het resulterende groepsgeluid zeer homogeen en herkenbaar. Ik zou zo gauw geen historische voorbeelden kunnen noemen, of het zouden Kid Creole and the Coconuts moeten zijn. In de verte. Op dit album is alleen het al genoemde 'Shoppingcart Mambo' een slordig gecamoufleerde versie van Pérez Prado's 'Mambo Jambo', van elders betrokken.

Lekker strak klinkt Bongomatik in 'Don’t Touch That Button'. Van de solisten moet gitarist Thomas Hilbrandie genoemd worden, die in 'Love Is A Beautiful Thing' beheerst klinkt, waarbij hij zich nochtans een paar passen in metalland begeeft.

Meer horen?
Klik
hier om het album 'Bongomatik Your Life' te beluisteren.

Labels:

(Eddy Determeyer, 5.1.14) - [print] - [naar boven]





In memoriam
Herb Geller


De reden dat saxofonist Herb Geller, die 19 december op 85-jarige leeftijd overleed, relatief onbekend is gebleven, is zijn langdurige verblijf als anonieme muzikant in Duitse radio-orkesten. In 1958 overleed zijn echtgenote, pianiste Lorraine Walsh, plotseling aan een longontsteking. Geller raakte aan de drugs, maar besloot op aanraden van zijn vriend Stan Getz naar Europa te verkassen. Doch twee dagen voor zijn vertrek kreeg hij een telefoontje van klarinettist en bandleider Benny Goodman, met wie hij op dat moment werkte. Die was een grote, lucratieve tournee door Zuid-Amerika aan het voorbereiden. Hij bleef zes weken in Sao Paulo hangen, waar hij een engagement in de Stardust had. Vervolgens vloog hij naar Lissabon, waar hij met een komiek kon werken, wat hij zegge en schrijve een avond uithield – ook toen al waren komieken evenzovele kwellingen. Via Parijs belandde Herb Geller in 1962 in Berlijn, waar hij een baan kreeg bij het jazzorkest van de Sender Freies Berlin, om uiteindelijk in Hamburg en het NDR Orchester te belanden. Tot zijn pensioen in 1994 zou hij daar blijven werken.

Herbert Arnold Geller werd 2 november 1928 in Los Angeles geboren en zat in het schoolorkest naast saxofonisten Eric Dolphy en Vi Redd. Op zijn vijftiende - hij speelde al een tijdje saxofoon, klarinet en piano - zag hij het orkest van Benny Carter in het plaatselijke Orpheum Theater. Daar was hij zo ondersteboven van dat hij die week een paar keer terugkeerde: zó wilde hij ook alt spelen. "Het was een hele show met Benny Carters big band, het Nat Cole Trio en een film. Dat alles voor één dollar!", vertelde hij ooit. "Hij was een soort held. Dirigeerde, schreef alle arrangementen, eigen materiaal, speelde prachtige saxofoonsolo's met chorussen op dubbele snelheid en vervolgens soleerde hij dan weer op trompet."

Zijn eerste professionele schnabbel kreeg hij met het orkest van meesterviolist Joe Venuti ("ik had nog nooit met of voor een artiest van zijn kaliber gewerkt"). Kort daarna zag hij Charlie Parker en Dizzy Gillespie, die hun eerste engagement aan de westkust hadden. Als rolmodel maakte Carter plaats voor Parker en dat hoor je aan Gellers vroege plaatopnamen, met trompettist Maynard Ferguson en anderen. Hij werkte met de orkesten van pianist Claude Thornhill en arrangeur Billy May en was op tournee met Goodman toen hij van het overlijden van zijn vrouw hoorde.

Herb Geller tourde met pianist Rein de Graaff door Nederland en maakte toen veel indruk met de opmerkelijke wijze waarop hij bestaande melodieën aan flarden trok en van de uiteinden weer nieuwe songs knoopte. Je hoorde ook hoe hij ingenieuze achtergrondriffjes achter een andere solist construeerde – een zo goed als verloren gegane kunst – en hoe zijn ouderwetse volvette geluid met dat van een koperblazer mengde.

Meer weten?
Lees hier onze recensie van het concert van het Trio Rein de Graaff featuring Bud Shank, Herb Geller, Toon Roos & Niels Tausk op zaterdag 10 februari 2007 in Vredenburg, Utrecht.

Labels:

(Eddy Determeyer, 3.1.14) - [print] - [naar boven]





Cd
Mary Halvorson Septet - 'Illusionary Sea' (Firehouse 12, 2013)

Opname: 9 september 2012

Eigenlijk is het simpel: Mary Halvorsons septet is gewoon haar kwintet, aangevuld met saxofoniste Ingrid Laubrock en trombonist Jacob Garchik. Minder voor de hand liggend is de muziek die ze met deze en haar andere formaties brengt, want als 'Illusionary Sea' een ding laat horen, dan is het wel dat Halvorson nog steeds niet wil 'deugen'.

Het begint al met de composities. Door het steevast combineren van verschillende lijnen overstijgen die de gewone tunes. Begeleidingen worden minutieus uitgeschreven en de op het eerste zicht ondersteunende partijen krijgen geregeld de allure van volwaardige tegenstemmen. Ook tijdens de solopassages, waar de solist van dienst nooit overstemd wordt door zijn collega's, maar wel steevast bij de les moet blijven. Gezellige stabiliteit is hier niet aan de orde, muziek die continu gevoed wordt door nieuw, herhaald of getransformeerd materiaal des te meer.

De precisie waarmee Halvorson haar ideeën uitwerkt, vragen een groot engagement van haar uitvoerders. De vereiste precisie, gevoel voor balans en het denken in groepsverband komen in deze septetbezetting echter perfect uit de verf. Meer zelfs: de zevenkoppige bezetting met vier blazers geeft extra mogelijkheden en die werkt Halvorson goed uit. Dat ze daarbij steevast blijft vasthouden aan een kamermuziekachtige precisie, maakt haar muziek niet klassieker, maar wel spannender. Zelfs wanneer ze in het meest polyfone stuk van de cd, 'Four Pages Of Robots', het ter beschikking staande zevental even met de nodige bigband-allure inzet.

Toch blijft ook dan het geluid heel licht. Meer dan eens neigt haar muziek zelfs wat naar de cool jazz, maar dan met heel eigen twist die elke vorm van nostalgie in de kiem smoort. De bizarre melodieën tarten alle wetten van de klassieke spanningsopbouw, het ritme hapert meer dan eens (zij het dan meestal onder de oppervlakte) en met harmonische dwarsigheden zet Halvorson de luisteraar op het verkeerde been. Geregeld lijkt de gitariste immers te leen te gaan bij meer populaire muziek, maar de schijn van souljazz, reggae, latin en zelfs halve pop wordt keer op keer met de glimlach, maar daarom niet minder genadeloos kaltgestellt.

Geregeld is het trouwens Halvorson zelf die de opkomende gezelligheid vakkundig de nek om wringt. Dat doet ze niet alleen met het muzikale materiaal, maar ook met haar venijnige geluid. Achter het uiterlijk van een volgzame secretaresse gaat immers nog steeds een levensgevaarlijke muzikante schuil, die bedrieglijk clean kan spelen om daarna het geluid te laten flipperen of verbrokkelen, de distortion open te draaien of noten te verbuigen en in een knoop te leggen als een Bill Frisell 2.0.

Desondanks is Halvorson niet de gitariste met de grote gebaren en datzelfde geldt ook voor haar collega's, die soms zelfs als echte antihelden klinken. Trompettist Jonathan Finlayson schaatst in 'Red Sky Blue Sea' melodisch over en door de begeleiding en Ingrid Laubrock speelt solistisch overtuigend de in zichzelf gekeerde saxofoniste. Geen voer voor decibelgeile luisteraars dus, maar hier passen ze echter perfect in het plaatje. Een plaatje dat op 'Illusionary Sea' klopt als een bus en dat opnieuw laat horen welk een wolf in schapenvacht Halvorson is.

Deze recensie verscheen eerder op
Kwadratuur.

Meer horen?
Klik hier om het album 'Illusionary Sea' te beluisteren.

Labels:

(Koen Van Meel, 2.1.14) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...






Menupagina's:

Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Neerpelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.