Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 




Festival
Stormachtige jazz en wereldmuziek

Reijseger/Fraanje/Sylla & Peter Beets 'The Blues Goes Latin', Novemberstorm, vrijdag 22 & zondag 24 november 2013, De Lieve Vrouw, Amersfoort

Peter Beets met zijn 'The Blues Goes Latin'-project en het trio Reijseger/Fraanje/Sylla namen deel aan het Novemberstorm-festivalletje, dat vanwege de subsidiestop het alternatief is geworden van het tot verleden jaar gehouden Global Village Festival. Ook dit kleine festival had een niet onaanzienlijk wereldmuziekgehalte. Voor de jazzliefhebbers bleven er toch nog genoeg impro- en jazzmomenten en solo's te beluisteren.

Cellist Ernst Reijseger, pianist Harmen Fraanje en zanger/percussionist Mola Sylla beten de spits af met een dosis Afrikaans georiënteerde muziek en ritmes, en daarnaast de onvolprezen improvisaties van Reijseger en Fraanje. Ook Sylla is een improvisator van formaat. Hij kan vocaal venijnig en brutaal uithalen en anderszins zijn stem temperen om groovy, lyrische Afrikaanse liedjes te croonen. De instrumentalisten Fraanje en Reijseger beheersen eveneens een verscheidenheid van impromogelijkheden. Fraanje, met zowel beboppende als romantisch-klassiek geïnspireerde solo's. Cellist Reijseger, die zijn sporen ruimschoots verdiend heeft in de Amsterdamse zeventiger jaren improscene, beheerst de mix van avant-garde jazz, wereldmuziek en hedendaags gecomponeerde muziek als geen ander. Hij is dan ook de spil van het trio. Virtuoos, smaakvol en inventief strijkt en tokkelt hij op zijn instrument. Hij maakt het ook nog eens spannend door met kopstem en als gitarist op de cello plukkend zeer intensief te improviseren.

Peter Beets' latinformatie – bassist Leslie Lopez, percussionist Claus Toft en drummer Liber Torriente – sloot het driedaagse festival af. Een muzikale reis – zeer eloquent en humoristisch door Beets aan elkaar gesproken – van de mambo, onder andere 'Manteca' van Dizzy Gillespie, tot en met de zwoele bossanova 'How Insensitive' van Carlos Jobim. Met sublieme ondersteuning van de spetterende ritmesectie – in het bijzonder Toft achter de conga's – had Beets alle ruimte zijn ongekende virtuositeit te etaleren. Hij soleert in de geest van de grote jazzklaviermeesters Art Tatum en Oscar Peterson. Het is fascinerend te zien en te horen met welk gemak en souplesse hij de 88 toetsen bespeelt.

Technisch virtuoze pianisten kunnen bij mij niet stuk. Peter Beets is er zo één, een raszuiver pianobeest. Ik zet maar weer even een Art Tatum-ceedeetje op.

Klik hier voor foto's van Reijseger/Fraanje/Sylla door Maarten Jan Rieder.

Labels:

(Jacques Los, 30.11.13) - [print] - [naar boven]





Cd
Various artists - 'Jazz At The Kurhaus 1953-1954' (Doctor Jazz, 2013)


De stand van zaken in de Nederlandse jazz anno 1953. Zo kun je deze dubbel-cd beschouwen die het tijdschrift Doctor Jazz heeft uitgebracht. Hedendaagse jazz door een aantal prominente solisten, plus 'oude stijl' van de Dixieland Pipers en de Down Town Jazz Band.

Contemporaine jazz, in casu bebop en cool jazz, was in Nederland nog niet zo lang bekend; vóór 1950 werden er hier, in verband met de deviezenbeperkingen, hoegenaamd geen platen uit de Verenigde Staten geïmporteerd. Nochtans kun je vaststellen dat de cool jazz van de West Coast het genre was waaraan onze muzikanten zich committeerden. Significant is wellicht dat de Diamond Five, onze eerste 'echte' bopcombo, in hetzelfde jaar het licht zag.

Dit album is een registratie van twee Jazz at the Kurhaus-concerten. Ik verschreef me al automatisch: inderdaad was de opzet afgekeken van Norman Granz' swingcircus Jazz at the Philharmonic. Dus een lang openingsnummer waarin alle solisten voorgesteld worden, vervolgens een balladmedley met de successieve blazers en een vocaliste, een intermezzo door een combo en een uitgesponnen blues als uitsmijter. Daarbij blijkt al snel dat de muzikanten competent zijn, maar nog helemaal vastzitten aan de Amerikaanse voorbeelden. Slagwerker Tonny Nüsser brengt met zijn assertieve spel de stemming erin – Gene Krupa en Buddy Rich zijn zijn helden. De uitbundige trombonist Hans van Assenderp is schatplichtig aan Bill Harris en trompettist Kees van Dorsser, die een mooie volle sound heeft en een voorbeeldige timing, zou je een Charlie Shaversman kunnen noemen, maar dan minus diens acrobatische toeren in de nok.

De acts worden aaneengepraat door diskjockey Pete Felleman en dat levert beschrijvingen op als "de vocaliste met de verrassende voordracht, de voortreffelijke feeling," waarmee Riedel van Kleef is gekenschetst. Ook Van Kleef koestert haar rolmodellen. In dit geval is dat in de eerste plaats Rita Reys, van wie ze dictie en uitspraak heeft geannexeerd. Daarnaast lijkt ook Lena Horne een voorbeeld. Of ze precies weet waarover ze zingt is de vraag: net als bij de overige Nederlandse vocalisten hier is haar Engels onder de maat.

Pianiste en zangeres Pia Beck leidde in 1953 haar Amerikaanse trio, met Johnny John (echte naam Newell John) op gitaar en Jim Jam (James Martin) op bas. Haar voorbeelden? George Shearing en Nat King Cole. De band slaagt erin binnen acht minuten ronduit verschrikkelijk slordig ('Flying Dutchman') en alleszins acceptabel ('Bop Kiss') te klinken.

Als je de dixieland van de Pipers en de Down Town vergelijkt met hun Amerikaanse voorbeelden, dan moet je vaststellen dat de Nederlanders toch primair een soort houtenklazenballet produceerden. Het is allemaal even recht en saai. Dieptepunt is een vocal van drummer Arie Merkt: puur amateurisme, en dan niet in de gunstige betekenis van het begrip. In de korte battle met Nüsser was hij vóór de pauze al door de mand gevallen – geen articulatie, geen vormgevoel. Slechte danser, ongetwijfeld.

Dé solist van dit album is voor mij violist Frans van Bergen, lid van de Hot Strings van gitarist Huug van der Voort. Qua volume en expressievermogen kan zijn versterkte instrument zich met elke saxofoon meten. En qua vervorming zou je in hem een vroege voorloper van de vrijere jazz van de jaren zestig kunnen zien.

Labels:

(Eddy Determeyer, 29.11.13) - [print] - [naar boven]





Concert
Onderhuidse emotie

Fly Trio, woensdag 13 november 2013, Paradox, Tilburg

Het podium voor jazz en geïmproviseerde muziek Paradox grossiert deze maand met een scala aan sublieme concerten. Het meest in het oog springend zijn de uitverkochte gitaarspektakels van Larry Carlton en John Scofield, de optredens van de gitaristen David Gilmore met zijn Art Of Ascension Trio en de Carl Verheyen Band. Naast deze superbe gitaarmuziek biedt de programmering ook ruimte aan de top van de fameuze Duitse ECM-stal, zoals het Louis Sclavis Trio en het Fly Trio, een hecht collectief dat op woensdag de dertiende het Tilburgse podium aandeed.

De muzikale persoonlijkheden Larry Grenadier (contrabas), Mark Turner (tenorsax) en Jeff Ballard (drums) vullen elkaar moeiteloos aan en contrasteren waar nodig. Zij spelen alle drie ten dienste van het collectieve geluid, zonder zichzelf als individuele solist te verloochenen. Dit klinkt gemakkelijker dan het op het eerste oog lijkt. Het Fly Trio staat voor progressieve muziek met een gevoelsmatige touch uit het jazzverleden. Hoewel elke muzikant zorgt voor input door het schrijven van nieuwe composities, vormt het totale proces en het eindresultaat een muzikaal geheel.

Opvallend is dat dit niet - zoals gebruikelijk - plaatsvindt in trioverband. De drie instrumentalisten zijn, vaak beurtelings, verantwoordelijk voor het aanbrengen van de melodie. Het pakt allemaal heel smaakvol uit, hoewel er geen sprake is van muzikale hapklare brokken. Het trio heeft inmiddels drie platen uitgebracht, waarvan de laatste ('Year Of The Snake') centraal staat tijdens dit concert. De unieke, overwegend milde muziek kent weliswaar verschuivingen, versnellingen, uithalen en variaties, maar nooit in extremis!

Solistische bijdragen zijn zeer zeker aan de orde, maar leidend zijn verfijnde lyriek en lichte - zelfs tegengestelde - ritmiek. Het weidse maar introverte geluid voelt aanvankelijk kaal aan. Maar de reductie van groteske dadendrang, bij elk van de drie muzikanten, draagt bij aan de zuiverheid en ware aard van deze moderne jazz. Het trio verwerpt de traditionele relatie tussen begeleider en solist. Het laat veel ruimte voor onderhuidse emotie, melancholie en lichte vervreemding.

Klik hier voor foto's van dit concert door Louis Obbens.

Labels:

(Louis Obbens, 27.11.13) - [print] - [naar boven]





Cd
John Tchicai, Charlie Kohlhase, Garrison Fewell, Cecil McBee, Billy Hart - 'Tribal Ghost' (NoBusiness, 2013)

Opname: 9 & 10 februari 2007

The only reason why I did hesitate to give this album a five-star rating is because it is so short, and indeed, only thirty-five minutes long, but what you get is so good, so subtle, so beautiful and sensitive and jazzy and free that the listener cannot complain at all. Even with its short length, you get more than value for money.

The band is absolutely outstanding, with John Tchicai on tenor saxophone and bass clarinet, Charlie Kohlhase on alto, tenor and baritone sax, Garrison Fewell on guitar, Cecil McBee on bass and Billy Hart on drums.

'Queen Of Ra' and 'Llanto Del Indio' already appear on the amazing 'Good Night Songs', a collaboration of Fewell, Tchicai and Kohlase, but then without a rhythm section, which makes the tunes more intimate and introspective. 'Llanto Del Indio' has been released on the New York Art Quartet's "35th Reunion" CD (2000), with Rosewell Rudd on trombone, and on 'Cadencia Nova Danica'. 'Queen Of Ra', also featured on 'Big Chief Dreaming', an album from 2005 on which Fewell and Tchicai are the lead voices, in a quintet similar to this one, and yet, the version on 'Tribal Ghost' is so much more subtle and compelling, in a way that's hard to describe, yet it somehow gels better. The beginning of the second side starts with the introduction of 'Venus', which also features on 'One Long Minute' (2009), and then expands into 'Dark Matter', an equally riveting slow theme, full of grace and sadness.

So if all these tunes have been played before, what makes them so unique now?

First of all, the overall consistency of sound and quality throughout the album is amazing.

Second, the entire band is excellent at any give moment. Tchicai and Kohlhase are fabulous in their controlled passion, McBee and Hart are an incredible rhythm section, adding pulse and dynamics that few of the previous recordings had, but the real star of the album is Fewell. Yes, we already knew he is an excellent guitarist, but what he does here is stunning, playing as jazzy as it gets, yet adding little touches and notes, a chord here, an accent there, absolutely controlled and expressive and precise and ...just right. And so slow and accurate. Many guitarists could take a lesson here.

Third, the whole album adds a kind of intimacy to the John Coltrane legacy of expansive and epic post-bop and free jazz. It is a kind of down to earth, more human, more humanistic approach to Coltrane's exploration of the universe. It is tribal as the title suggests, yet then of the introspective rather than the exuberant kind.

This album is as cool as it is hot! Highly recommended.

Deze recensie verscheen eerder op
Free Jazz

Meer horen?
Klik hier voor een geluidsfragment van de albumtrack 'Dark Matter'.

Labels:

(Stef Gijssels, 27.11.13) - [print] - [naar boven]





Concert
Kernexplosies en dubbelgesplitste grefo-folk

Louis Sclavis Atlas Trio & Plan Kruutntoone, dinsdag 19 november 2013, Grand Theatre, Groningen

Klarinettist Louis Sclavis, al jaren het boegbeeld van de Franse improvisatiemuziek, houdt ervan zich met jong talent te omringen. Zijn huidige Atlas Trio biedt onderdak aan gitarist Gilles Coronado en toetsenspeler Benjamin Moussay, die de baas het vuur na aan de schenen leggen. Coronado de motor van het trio noemen zou een understatement zijn: hij fungeert hier als kerncentrale. Met zijn keiharde uithalen geeft hij de muziek een massief karakter. Maar hij kan ook voor de soulfactor zorgen en een vrije countryblues à la Derek Bailey mondt uit in een strak duet met de basklarinet.

Gitaar en elektrische piano kunnen elkaar lelijk voor de voeten lopen, maar ze kunnen ook efficiënte samenwerkingsverbanden aangaan. Van dat laatste was hier sprake. Sterker nog, gelijk Max und Moritz beproeven Gil et Bennie de structuur van de stukken op haar deugdelijkheid en Sclavis op diens incasseringsvermogen.

Dit optreden was het eerste van een tournee die door de VIP (Vereniging Jazz en Improvisatiemuziek Podia) is opgezet. De muziek van het Atlas Trio meandert tussen sereen engelengezang en gekerm uit een helse kookpot. Inderdaad: het hele spectrum en nog wat.

Ongeveer zoals Lennie Tristano de spanwijdte van de jazz ooit verruimde met lineaire extensies die uit het melodisch materiaal zelf ontsproten, zo lijkt Moussay het lage register beukend te bewegen tot noten die er niet zijn. Een solo van hem kan klinken als een versnelde Bach Invention. Maar de Fender Rhodes kan de basklarinet ook gedisciplineerd volgen en kleuren.

Louis Sclavis begon in 1976 niet voor niets zijn Association à la Recherche d'un Folklore Imaginaire. We hoorden in het Grand Theatre overwegend echo's van denkbeeldige dansen uit het Middellandse Zeegebied. Zijn muziek is gebaseerd op vrijheid, maar er waren ook momenten dat de muzikanten van het Atlas Trio zó scherp samenwerkten, dat het resultaat een bestudeerde indruk achterliet.

Overigens bleken de hapjes (kaas, haring in bietengelei) die je van enige afstand op de piano meende te ontwaren gewoon bedieningspaneeltjes met knopjes voor de verzamelde elektronica.

"Beefheart!" gonsde het in de zaal na afloop van het recital door het voorprogramma, Plan Kruutntoone van gitarist en zanger Hans Visser. "Beefheart" zong het ook in de foyer. Tja, wanneer muziek niet direct thuis te brengen is, roept de mens al gauw Don Van Vliet aan. De Kift kun je er ook in horen en Meindert Talma en de Negroes. Als je het aan Visser zou vragen, zou hij vermoedelijk John Lennon en Jacques Brel noemen als invloeden. Een soort vrije noisefolk met dubbelgesplitst-gereformeerde trekjes, zo kun je Vissers stijl ook karakteriseren. Zijn teksten zijn, beentje gelicht door Dada, associatief en poëtisch; er spreekt een verbeten soort verbazing uit over de samenleving en het leven.

De banjo wordt niet gestrumd, maar klinkt in Vissers handen als een gehandicapte gitaar. De muzikanten zwoegen met strakke koppen en zuigende stappen door de klei. Op survival langs teksten als 'Als Alles Er Af Is' en 'Trekker, v/h Tractor Et Embargo'. Zie daar maar eens chocolade van te maken.

Willem Schwertmann maakte van beide concerten fotoverslagen. Klik hier voor foto's van het Louis Sclavis Atlas Trio en hier voor foto's van Plan Kruutntoone.

Labels:

(Eddy Determeyer, 25.11.13) - [print] - [naar boven]



 

Lp
Angles 9 - 'In Our Midst' (Clean Feed, 2013)

Opname: 13 oktober 2012

Een merkwaardig gezelschap, Angles 9. De indruk die overblijft nadat je deze lp hebt beluisterd, is die van een processie ter ere van Sint Jodocus, waarbij de fanfare halverwege grondig gedrenkt is en de muzikanten van achteren niet meer weten dat ze van voren blazen. Als de Scandinavische jazz het odium heeft van stroblonde nimfen die tokkelend op een gitaar hun liefde voor de rode steenbreek bezingen, pist dit negental uit Stockholm wel erg ver naast de pot.

In het titelstuk 'In Our Midst' gaan Angles 9 in slow motion op pad, waarbij de spanning heel langzaam opgevoerd wordt. Het is een maffe kale compositie, die in geen enkele traditie past. Het is geen jazz en het is geen pop, maar inderdaad, iets sacraals heeft het wel.

Iets dergelijks geldt ook voor 'Every Woman Is A Tree', dat al veel langer op het repertoire staat van leider en altsaxofonist Martin Küchen. Ook hier beginnen de tutti min of meer gelijk en eindigen die bij benadering met dezelfde noot, maar de muzikanten wekken intussen de indruk dat ze elkaar staan te verdringen om hun persoonlijke versies van het verhaal te vertellen. Het Jazz Composers Orchestra van Carla Bley en Michael Mantler in de jaren zestig, daarmee zou je de band misschien kunnen vergelijken. Een collectieve improvisatie gaat geleidelijk over in een soort ritmische samenzang; de lampionnen verdwijnen in de nacht tot de baritonsax van Eirik Hegdal de terugkeer van de stoet aankondigt. Een dominant basloopje informeert en doordesemt het hele ensemble.

Angles 9 klinken in 'By Way Of Deception' alsof ze voor het eerst samen op het podium staan van Kunstencentrum BELGIE te Hasselt, waar deze liveopnamen in oktober 2012 gemaakt zijn. Ook hier een dwingend basfiguurtje, dat door Hegdal en Johan Berthling (contrabas) gevoed wordt. De intensiteit neemt toe en af als een getijdenstroom. Laag voor laag wordt het stuk opgebouwd tot het feest compleet is.

Woensdag 4 december zullen Angles 9 voor het eerst in Nederland te horen zijn, in het Groninger Grand Theatre.

Bekijk de Jazztube!
Klik op de afbeelding linksboven om Angles 9 live aan het werk te zien in Kunstencentrum BELGIE op 13 oktober 2012, waar dit album is opgenomen. Ze spelen 'In Our Midst'.

Labels: ,

(Eddy Determeyer, 23.11.13) - [print] - [naar boven]





Concert
Legendarisch concert in een kolkende ambiance

John Scofield's Überjam, zondag 10 november 2013, Paradox, Tilburg

John Scofield gebruikt vele muzikale invalshoeken om zijn gitaarspel luister bij te zetten, maar slaagt er altijd in zijn herkenbare stijl te etaleren. Daarvoor offert hij alles op. Zelden zijn de torenhoge verwachtingen van het publiek zo waargemaakt door een muzikant als op deze gedenkwaardige avond. Een dag na de presentatie van zijn 'Return of the Überjam Project' in het Muziekgebouw aan het IJ is het intimiteit troef in Paradox. Daarbij is de sfeer extatisch en de interactie tussen de muzikant en zijn toehoorders bijna invoelbaar. Het oorspronkelijke Überjam-project van Scofield dateert van 2002, het eerste album onder dezelfde naam wordt een jaar later opgevolgd door 'Up All Night'.

John Scofield maakt snel duidelijk dat het nieuwe materiaal van 'Überjam Deux' tot stand is gekomen in het samenwerkingsverband tussen hem en zijn ritmische evenknie Avi Bortnick. Duidelijk is dat de composities dienen als startpunt voor immense jamactiviteiten.

Slaggitarist Bortnick is een niet te onderschatten en zeer waardevolle slaggitarist, die op meedogenloze en inventieve wijze de verbindingssleutel vormt met Scofields spel. Hiermee houdt zijn rol echter nog niet op. Bortnick is de 'sampler' van de band en brengt zorgvuldig alle elektronische loopings aan. Deze samples maken - soms verscholen, dan weer meer expliciet - deel uit van de moderne groove. De tandem van Andy Hess' bas en Louis Cato's percussie vormt een solide basis waarop de hele band kan bouwen. Het eindresultaat is een ware broeikas, waarin verzorgde en levendige melodieën dansbare grondslagen vormen voor de virtuoze improvisaties van Scofield.

De tracklist bestaat voornamelijk uit nummers afkomstig van zijn laatste album 'Überjam Deux'. Alleen 'Ideofunk' en 'Jungle Fiction' zijn afkomstig van het oorspronkelijke Überjam-project. Het onderscheid tussen beide projecten wordt direct inzichtelijk. De kwintessens ligt steeds meer op het incorporeren van grooves uit soul, rhythm & blues en zelfs reggae.

De tot kunst verheven groove, het gevarieerd gebruik van swingende akkoorden en de inventieve catchy samples zijn an sich al de moeite van het luisteren waard. De solo's van Scofield tillen het optreden naar een hogere dimensie. De uitgestrekte klankkleuren, het dynamisch bereik, de articulatie en de vloeibare frasering zijn niet te imiteren en de harmonische variatie staat altijd in dienst van de muziek. Zijn licht overstuurde toon en de goddelijke timing dragen bij tot een bedwelmend eclectisch geheel. IJzig in een moordend tempo, zoals in 'Cracked Ice', space-funky in 'Snake Dance', moddervet in 'Camellus' of lieflijk bij het aan Mayfield opgedragen 'Curtis Knew'.

De eminente Scofield bezit de meest herkenbare sound in de wereld van jazzgitaar. De combinatie van dwingende groove, Scofields spel en de kolkende ambiance in Paradox leiden tot het predikaat: legendarisch!

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Louis Obbens.

Labels:

(Louis Obbens, 20.11.13) - [print] - [naar boven]





Audio / Vooruitblik
Rohrer-Erdmann Quartet presenteert nieuwe cd


Het in 2011 verschenen album 'How To Catch A Cloud' van het kwartet rond saxofonist Daniel Erdmann en drummer Samuel Rohrer, was een perfect voorbeeld van hoe hedendaagse jazz en vrije improvisatie ook heel melodieus en toegankelijk kunnen klinken. Door het ingenieus combineren van de juiste elementen wist de groep linken te leggen met de pop- en rockmuziek en namen de composities bijna de vorm aan van echte songs.

Vorige week verscheen hun nieuwe cd 'From The Inside Of A Cloud', een opname van een concert in München. Erdmann en Rohrer worden hierop opnieuw bijgestaan door gitarist Frank Möbus en cellist Vincent Courtois. Op 'Konässörs' doet het kwartet waar het goed in is: het stapelen van allerlei laagjes en componenten die onderling niet zelden contrasteren, maar uiteindelijk mooi in balans blijven.

Morgenavond is het Erdmann-Rohrer Quartet live te zien bij JazzCase in Dommelhof, Neerpelt. Klik hier voor meer informatie.

Deze voorbeschouwing verscheen eerder op Kwadratuur.

Labels: ,

(Joachim Ceulemans, 20.11.13) - [print] - [naar boven]





Cd
Morais & Martin Fondse Project - 'Talismã' (BK Disk, 2013)


Ook Buitenkunst, de organisatie die kunstprojecten aan het IJsselmeer en in Drenthe realiseert, moet een stapje terug doen. XLJAZZ, de monster-bigband waar pianist en componist Martin Fondse aan het roer staat, is in de mottenballen opgeborgen. Met een afgeslankt gezelschap – maar toch altijd nog dertien muzikanten – heeft hij thans de cd 'Talismã' rond de Braziliaanse gitarist, zanger en componist Marais uitgebracht.

Fondse heeft de muziek fraai georkestreerd en gearrangeerd – dat is hem wel toevertrouwd. Zijn bewerkingen zijn aansprekend en verfijnd, maar soms wat bedaagd. Gasten als vocaliste Claron McFadden, hier woordloos op de Yma Sumac-toer, geven kleur aan het gebodene.

De enige makke is de hoofdpersoon. Wilson Matuoka, alias Morais, is architect en stadsontwikkelaar om den brode, maar voelt zich eigenlijk muzikant. Zijn stem is beperkt qua expressiviteit en bereik, en hij heeft een enkele keer moeite om zuiver te blijven. Jammer. Voor het overige heeft deze schijf namelijk de neiging te groeien met het aantal draaibeurten.

Meer horen?
Klik
hier voor twee geluidsfragmenten van dit album.

Labels:

(Eddy Determeyer, 20.11.13) - [print] - [naar boven]





Concert
Brasilia meets jazz

Eliane Elias, vrijdag 27 september 2013, Flagey, Brussel

Braziliaanse samba's en bossanova's naadloos vermengen met swing en bebop: veel muzikanten hebben het ooit geprobeerd, maar weinigen zijn erin geslaagd om er zich zonder kleerscheuren van af te maken. De Braziliaanse pianiste en vocaliste Eliane Elias voelt zich alleszins thuis in beide werelden en neemt haar publiek dan ook graag mee op een muzikale reis naar het gebied waar Braziliaanse muziek en jazz samenkomen. Elias, die in de jaren tachtig internationale roem verwierf als lid van Steps Ahead aan de zijde van Eddie Gomez, Michael Brecker, Peter Erskine en Mike Mainieri, heeft inmiddels onder haar eigen naam naar schatting twintig albums uitgebracht.

'I Thought About You - A Tribute to Chet Baker' (Concord Jazz) is haar nieuwste cd en daaruit kwam dan ook het grootste deel van het repertoire, dat Elias op 27 september jongstleden bracht in Flagey in Brussel, bijgestaan door een intercontinentaal gezelschap, bestaande uit de Amerikaanse gitarist Steve Cardenas, de Deense contrabassist Thomas Ovesen en de Braziliaanse drummer Raphael Barata.

Na 'Bowing To Bud', een eerbetoon aan Bud Powell, volgde meteen de Warren-Gordon klassieker 'There Will Never Be Another You', die we vooral kennen in de versie van Chet Baker. In het Portugees werd 'Isto Aqui O Que É' gezongen over hoe een gracieus voorbijwandelende dame een streling voor het oog kan zijn. Buiten de Gershwin-klassieker 'Embraceable You' en de Jobim-compositie 'Desafinado' stonden eveneens een paar eigen nummers op de setlist, waaronder 'Stairway To The 9th Dimension' waarbij het publiek uitgenodigd werd tot een niet alledaagse bijdrage bestaande uit luidkeels geroep, gefluit en handgeklap.

Halverwege de show werd even stilgestaan bij de mooie momenten, die Elias zich herinnerde uit haar recente concerten samen met Toots Thielemans, Airto Moreira en de betreurde Oscar Castro-Neves. Ze had het duidelijk vooral over de bijzondere invloed die Chet Baker en de cool jazz-beweging destijds hebben gehad op bossanova-pioniers als Antônio Carlos Jobim en João Gilberto.

Met songs als 'I’ve Never Been In Love Before' en 'This Can’t Be Love' werd bovendien extra aandacht geschonken aan Chet Bakers acht laatste jaren uit zijn carrière, waarbij hij bewust koos om zonder drummers te werken. Vervolgens kreeg drummer Raphael Barata, afkomstig uit Rio, een paar keren de kans om het publiek behoorlijk te imponeren met een paar wervelende bebop-solo's, gespeeld over Braziliaanse ritmes.

Na afloop kreeg de band een welverdiende, staande ovatie.

Labels:

(Jempi Samyn, 19.11.13) - [print] - [naar boven]





Cd
Chrissy Zebby Tembo & Ngozi Family – 'My Ancestors' (Mississippi Records, 2013)

Opname: 1974

Het door AIDS en armoede geteisterde Zambia beschikt met de Victoriawatervallen over één van de meest imposante natuurfenomenen ter wereld. Muziek wordt er ook gemaakt, zowel in traditionele als in moderne varianten, variërend van hiphop tot gospels. Onbetwist hoogtepunt in de Zambiaanse muziek is echter de Zamrock van de jaren zeventig, die in niets onder doet voor de veel bekendere Nigeriaanse Afrobeat. Hoogstens is Zamrock zwaarder, met meer aandacht voor bassen en een duidelijkere invloed van Jimi Hendrix, Cream en Black Sabbath.

Hoewel vrijwel alle Zamrockers tegenwoordig dood zijn, vaak door 'ziekte', zoals dit eufemistisch wordt omschreven, hebben zij een imposante erfenis achtergelaten. Met name de kring rond Paul Nogzi en zijn Ngozi Family leverde platen af die zich kunnen meten met het beste dat in de jaren zeventig is voortgebracht. De recente reissue van het veel te weinig gehoorde 'My Ancestors' van Chrissy Zebby Tembo en de Ngozi Family mag dan ook een zegen heten. Maatschappelijk bewuste teksten worden voorzien van dikke grooves en eindeloze improvisaties op een overstuurde gitaar. Onderwerpen als dood ('Coffin Maker'), criminaliteit ('Trouble Maker') en een metaforische kijk op traditionele arbeid ('Fisherman'), maken dit album ook 39 jaar later nog opvallend relevant. Dat wil niet zeggen dat er niets te lachen valt: nummers als 'O Yeh Yeh' en 'Feeling Good' doen precies wat de titel doet vermoeden.

Bovendien is deze muziek voor een hele generatie Zambianen ontzettend belangrijk: president Kaunda verordonneerde in de jaren zeventig dat 95% van alle muziek op de radio Zambiaans moest zijn, om zo een identiteit te smeden voor zijn uit 72 volkeren bestaande land. Dit lukte goed en hoewel Zambiaanse jongeren vaak liever naar Snoop Dogg luisteren, blijft Zamrock doorwerken in de hedendaagse Zambiaanse psyche. Het deed uw recensent dan ook veel genoegen in Livingstone, Southern Province, een kroeg te vinden waar de oude rotten deze muziek in leven houden. Chrissy Zebby Tembo verdient het om meer gehoord te worden.

Meer horen?
Klik
hier om het titelnummer van dit album te beluisteren: 'My Ancestors'.

Labels:

(Sybren Renema, 18.11.13) - [print] - [naar boven]





Concert
Punk en impro door zelfde deur

Luc Ex' Assemblée, zondag 10 november 2013, Platformtheater, Groningen

Punk en impro gaan prima door één deur, dat wisten we al een tijd. Bij bassist Luc Ex gaat de liefde voor het onverwachte nog een stap verder. In zijn Assemblée heeft hij vier individualistische muzikanten bij elkaar gebracht die, ondanks of dankzij hun diverse achtergrond, voortreffelijk harmoniëren.

Dat laatste geldt heel letterlijk voor de as Ab Baars-Ingrid Laubrock. Ze hebben gemeen dat ze aan de tenorsax, hun instrument nummer één, graag harmonische boventonen ontlokken. In de compositie 'Zajj', zoals het hele repertoire van de hand van Ex, konden ze wat dat betreft hun hart ophalen. De balans tussen een geleidelijk ontwikkelen van thematisch materiaal op basis van summiere afspraken en volledig vrije groepsimprovisatie aan de andere kant bleef intact. Dat had met de grote oren van de betrokkenen te maken. 'Zajj' is overigens een goed gelukte omkering van 'Jazz'.

Wanneer de blazers gelijk opgingen, speelde Baars veelal eerste stem, maar hij is ook een versierder. In de koepel van het geëvoceerde muziekbouwsel kun je hem vinden met rococokrulletjes, maar ook met ruig kapwerk in het fundament. Dat werd al meteen duidelijk in het eerste nummer van de middag, dat dan ook 'Acht Uur ’s Ochtends' heet.

De andere as, gevormd door de akoestische basgitaar van Ex en de drums van Hamid Drake, zorgde voor precies afgestelde grooves. Zijn motoriek onderstreept dat Ex alle kanten opgaat, maar toch de pulse in de gaten houdt. Ook wanneer hij met goed gemikte dieptebommen soleerde, zoals in 'The Hare And The Turtle'. Een vergelijkbare aanpak trof je bij Drake aan: veel vrijheid, alle kanten op, maar tegelijkertijd bleef die tik op het bekken de koers aangeven. Solide en onverstoorbaar, terwijl die andere drie ledematen op avontuur gingen.

Dat je voor eigentijdse industriële piep- en bromgeluidjes geen effectenapparatuur of laptop nodig hebt, bewees Ingrid Laubrock. Zij draagt een bescheiden houtzagerij in haar saxofoonkoffer mee. Altijd handig.

Labels:

(Eddy Determeyer, 16.11.13) - [print] - [naar boven]





Cd
JD Allen - 'Grace' (Savant, 2013)


Met al die nieuwe geluiden en hybride vormen binnen de jazz zou men haast vergeten dat er nog heel wat ambitieuze musici zijn die hun carrière grotendeels enten op de jazztraditie. Een perfect voorbeeld is tenorsaxofonist JD Allen (1972), stilaan een grote naam in het Amerikaanse circuit en een stevige persoonlijkheid op zijn instrument. De voorbije jaren stak de man zijn bewondering voor Sonny Rollins niet onder stoelen of banken, maar op 'Grace' weerklinken ook echo's van die andere saxofoongigant: John Coltrane.

Na vier platen met een trio van sax, bas en drums kiest Allen op 'Grace' door het toevoegen van een piano voor een klassieke kwartetformule en dat met compleet nieuw personeel. Terwijl de vier trioalbums werden opgenomen met bassist Gregg August en drummer Rudy Royston, gaat de saxofonist deze keer in zee met Dezron Douglas (bas), Jonathan Barber (drums) en de piepjonge pianist Eldar Djangirov. Door het toevoegen van die laatste wordt de harmonische ruimte wat compacter, maar de composities winnen daarbij wel aan inhoud.

Allens respect voor de jazztraditie is duidelijk groot, maar toch kan men 'Grace' niet zonder problemen indelen bij de mainstream jazz. Dat is grotendeels het gevolg van de ritmische en metrische spelletjes tussen Djangirov, Douglas en Barber, die in de meeste tracks veel bewegingsruimte krijgen. Het is de bas- en drumtandem, die daar het meest van profiteert in tracks als 'Papillon 1973' en 'Mass', waar ze - bij afwezigheid van de tenorsax - voor een bruisende begeleiding zorgen. De nog maar 26-jarige Djangirov houdt het op zijn beurt bij coherente bijdragen, waarin (bewust?) een strakke lijn wordt aangehouden. Te veel vrijheid en potentiële chaos worden vermeden, door telkens een of twee musici verantwoordelijk te stellen voor het afbakenen van de ruimte, bijvoorbeeld door minimale tempo- of maataanduidingen te voorzien wanneer sax en drums vrij rondzweven.

De tracks kennen telkens een duidelijke opbouw en structuur. Allen kiest (net zoals op zijn vorige platen overigens) ook voor korte uitwerkingen van slechts enkele minuten, wat hem verplicht om snel en economisch te werk te gaan. Deze methode loont niet altijd, want de luisteraar blijft wel eens met een onvoldaan gevoel achter. Het meditatieve 'Detroit' klokt al af na amper drie minuten, terwijl het stuk meer dan voldoende in zich heeft om minstens dubbel zo lang door te gaan. Coltrane komt in deze compositie heel nadrukkelijk op de voorgrond, dankzij de enorme spirituele en emotionele geladenheid die vervat zit in de twee basisakkoorden waarop wordt gebouwd. 'Detroit' lijkt dan ook in de eerste plaats een lamentatie voor een failliete stad, en de bluesy lijnen van Allen mogen bijgevolg in die sfeer worden geïnterpreteerd.

Een vleugje spiritualiteit lijkt inherent aan Allens muziek en daarom komt de Coltrane van begin jaren zestig ook in andere tracks in beeld. Dat effect wordt nog versterkt door het kwartetgeluid en de daaruit voortvloeiende overeenkomsten met het klassieke John Coltrane Quartet. Bij Allen gaat het echter nooit verder dan een esthetische expressie, een elegante beheersing van pijn en verlangen, die nergens leidt tot uitbundigheid of ontlading. Een meer geschikte titel dan 'Grace' is bijgevolg moeilijk denkbaar.

Deze recensie verscheen eerder op
Kwadratuur.

Meer horen?
Klik hier om te luisteren naar een track van deze cd: 'Luke Sky Walker'. En hier kun je het titelnummer 'Grace' beluisteren.

Labels:

(Joachim Ceulemans, 16.11.13) - [print] - [naar boven]





Concert
Spanning ontbreekt

Larry Carlton Quartet, maandag 4 november 2013, Paradox, Tilburg

Vederlicht als ware het slaapliedjes start Larry Carlton verrassenderwijs, geheel solistisch, het concert. Hele akkoordenreeksen en flageoletten klinken als vingeroefeningen voor gevorderden. Na twee tracks verschijnt drummer Marcus Finnie en wordt Carlton geflankeerd door zijn zoon Travis Carlton op basgitaar en later door toetsenist Dennis Hamm. "Het louter werken in trioverband is mij gaan vervelen," vertelt de innemende gitarist. Het blijken profetische woorden.

In de jaren zeventig en vroege jaren tachtig behoort WestCoast-gitarist Larry Carlton tot een van de meest gevraagde sessiemuzikanten met een bijdrage van vijfhonderd opnames per jaar. De rockopnames voor Steely Dan bij de albums 'Aja' en 'The Royal Scam', zoals de solo's op 'Kid Charlemagne' en 'Josie', staan in het collectieve geheugen van de gitaarliefhebber gegrift. Dit terwijl zijn ambtsperiode bij de populaire jazz-funkgroep The Crusaders maar liefst vijf jaar in beslag neemt. Tot een aantal jaren geleden maakt Carlton deel uit van Fourplay, als vervanger van soulmate Lee Ritenour.

Gedurende één lange set speelt het gezelschap hoofdzakelijk door blues ingegeven muziek, met een vleugje lyrische jazz. Het gitaarspel is professioneel, de technisch beheersing om van te watertanden en de ritmesectie staat als een huis. De muzikale toegankelijkheid is hoog en de opduikende solo's zijn van een voor Carlton kenmerkende aanstekelijke fusionstijl. Ze bestaan uit een mix van zoetgevooisde en zanderige klanken. Bluesy, soulvol en zeer ritmisch van aard.

Op enkele spaarzame momenten na is het spel van de band en de gitarist te klinisch om blijvend te boeien. Het geheel blinkt uit in doorzichtige perfectie. Mooie, zelfs vaak vrolijk stemmende klanken, ontsproten uit zijn Gibson ES-335, blijven aan de veilige oppervlakte. Ook ontbreken de fusionclichés niet, zoals een dampende bassolo en de onvermijdelijke drumexercitie. Waar het muzikaal aan ontbreekt is pure passie, het zoeken naar avontuur en het nemen van risico's. Desondanks gaat Larry Carlton de annalen in als gastsolist van een groot aantal, soms legendarische, popalbums. Niet minder, maar zeker ook niet meer!

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Monique van der Lint.

Labels:

(Louis Obbens, 13.11.13) - [print] - [naar boven]





Cd / Lp
Various artists - 'London Is The Place For Me 5' (Honest Jon's, 2013)


De heerlijk verzorgde 'London Is The Place For Me'-reeks van het Honest Jon's-label is één van de belangrijkste archiefprojecten van de afgelopen jaren. In de loop der tijd is een hele reeks vergeten Britse muziek met wortels in West-Afrika en de Cariben opnieuw voor een groot publiek beschikbaar gemaakt. Daarbij ligt de aandacht per uitgave steeds op één specifiek element van de verschillende tradities. Het eerste deel gaat bijvoorbeeld volledig over de West-Afrikaanse volksmuziek uit de jaren twintig, die Londen bereikte naarmate er meer immigranten in de Britse hoofdstad kwamen te wonen. Deel drie legt de nadruk op de West African Rhythm Brothers en andere voorlopers van de afrobeat. Deel vijf, hier onder de loep genomen, besteedt vooral aandacht aan de calypso en andere dansvormen die zeer direct aan de jazz verwant zijn.

'London Is The Place For Me 5' bevat zowel instrumentale nummers als vocale stukken, die vaak politiek of maatschappelijk van aard zijn. Onderwerpen als sapfische liefde, cricketuitslagen en de inflatie van de pond passeren de revue, vaak op een licht spottende toon. Het Caribische accent met zijn herkenbare cadans zorgt voor geestige rijmwoorden en onverwachte wendingen in de tekst. Met name in de seksueel getinte nummers zorgt dit voor grote hilariteit: 'A lovely one with nice blond hair/well I wish she would arrest me every year', uit Mighty Terror's 'Women Police In England' is een van de vele voorbeelden van een zeer effectief gebruik van de eigenheid van het Caribisch accent om twee normaal gesproken niet rijmende termen aan elkaar te plakken.

Opvallend in alle opnamen is de zelfverzekerdheid van de artiesten, in welke stijl ze ook spelen. Calypso, mambo, jazz en alles wat ertussenin zit wordt met grote overtuigingskracht uitgevoerd en de levenslust komt duidelijk naar voren in de muziek. Hier was een generatie aan het woord die zich volop vermaakte in de nieuwe maatschappij waarin zij vertoefden. Een generatie ook die niet bang was om voor haar eigen culturele identiteit uit te komen, maar deze ook wist aan te passen aan de nieuwe omgeving. Een regel als 'You may think I am jocular/ But this really happened in Manchester' spreekt wat dit betreft boekdelen.

Meer horen?
Klik
hier om te luisteren naar 'Women Police In England' van Mighty Terror.

Labels: ,

(Sybren Renema, 13.11.13) - [print] - [naar boven]





Nieuws
Edison voor Marcus Miller


Bassist Marcus Miller krijgt dit jaar de prestigieuze Edison Jazz Oeuvreprijs. Die wordt op donderdag 21 november uitgereikt in Muziekgebouw Frits Philips in Eindhoven. De 54-jarige Amerikaan komt de prijs hoogstpersoonlijk in ontvangst nemen. Miller is een multitalent. Hij speelt piano en klarinet, maar is vooral bekend vanwege zijn formidabele spel op de basgitaar.

Marcus Miller (Brooklyn, 14 juni 1959) komt uit een muzikale familie. Zijn vader speelde orgel in de kerk en dirigeerde het koor daar ook. Zijn aanverwante oom Wynton Kelly was de vaste pianist van Miles Davis in de late jaren vijftig en begin jaren zestig. Op 13-jarige leeftijd kon Miller al aardig uit de voeten op piano, klarinet en basgitaar. Hij schreef toen al zijn eerste composities. Twee jaar later speelde hij al regelmatig met diverse bands in New York. Hij speelde in de bands van fluitist Bobbi Humphrey en toetsenist Lonnie Liston Smith. De jaren daarop werkte hij als meest gevraagde sessiemuzikant, onder andere voor Aretha Franklin, Roberta Flack, David Sanborn en Grover Washington Jr. Als bassist speelde hij mee op meer dan 400 platen.

In 1981 kwam Marcus Miller in de band bij zijn jeugdheld Miles Davis, met wie hij twee jaar toerde. Die ervaring hielp Miller om zijn stijl te ontwikkelen. Later zou hij drie albums voor Davis produceren, waarvan 'Tutu' - waarvoor Miller ook composities aandroeg - het bekendste is. In 1993 begon Miller aan een solocarrière.

Labels:

(Maarten van de Ven, 13.11.13) - [print] - [naar boven]





Artikel / Jazztube / Nieuws
Nils Wogram: A band manifesto


"Dit is een hele persoonlijke en belangrijke tekst voor mij", zegt de Duitse trombonist Nils Wogram over een artikel dat hij schreef naar aanleiding van het Jazzfest Berlin, waarvoor hij was uitgenodigd om met zijn vier bands te komen spelen. De tekst, geschreven in de vorm van een manifest, gaat over de urgentie van intensief samenspelen in een band. De noodzaak om je collega-bandleden door en door te kennen, waardoor je de diepte in kunt gaan en persoonlijk tot ontwikkeling komt. Wogram irriteert zich aan kortlopende, commercieel gedreven projecten, waarbij muzikanten geen relatie aan kunnen gaan en de muziek leeg blijft.

Op 3 november, de laatste dat van het Berlijnse Jazzfest, ontving Nils Wogram de Albert Mangelsdorff Prijs 2013 (de belangrijkste Duitse Jazz Award). De prijs, die vergelijkbaar is met de Nederlandse Boy Edgar Prijs, en de eraan verbonden geldprijs van 15.000 euro wordt sinds 1994 elke twee jaar uitgereikt aan opmerkelijke persoonlijkheden van de Duitse jazzscene.

Uit het juryrapport: 'Nils Wogram is een technisch briljante muzikant met een eigen geluid. Diep geworteld in de jazzgeschiedenis weet hij traditie en innovatie te combineren en de vele facetten van jazz een modern geluid te geven. Hij zet hoog in op intensieve en doorlopende samenwerking met zijn ensembles, waarbij hij - niet afgeschrikt door modetrends - zichzelf en zijn muzikale metgezellen ruimte weet te geven voor ontwikkeling. Nils Wogram doceert sinds 2004 trombone aan de universiteit van Luzern, Zwitserland. Naast zijn artistieke en educatieve activiteiten zet hij zich in ten behoeve van jazzmuziek, binnen de Europese muziekscene.'

De trombonist, die al eerder de Deutscher Musikautoren Preis ontving, was onlangs nog op tournee in ons land met het Nostalgia Trio. Met Root 70 bracht hij onlangs het uitmuntende album 'Riomar' uit, waarop de band is versterkt met drie strijkers.

Klik
hier om zijn manifest te lezen.

Met dank aan Jazz International Rotterdam.

Bekijk de Jazztube!
Klik op de afbeelding hierboven voor een documentaire over Nils Wogram, gemaakt door Jana Heinlein. We zien beelden die werden gemaakt tijdens het Berlin Jazzfestival 2012, met Root 70, Nostalgia Trio, duo Wogram-Nabatov en het Nils Wogram Septet. Verder zijn er interviews met de muzikanten.

Labels: , ,

(Maarten van de Ven, 12.11.13) - [print] - [naar boven]





Concert
Fascinatie voor Braziliaanse muziek

Stacey Kent, woensdag 23 oktober 2013, Bozar, Brussel

Je herkent haar heldere stem meteen uit de duizend: Stacey Kent wordt algemeen beschouwd als dé revelatie onder de jazzvocalisten van de voorbije jaren, en dat is ze ook. In haar teksten kleurt zij weliswaar nooit buiten de lijntjes van het confortabele, brave, alledaagse leven in New York en omstreken, maar ze doet het wel met verve, bijgestaan door haar echtgenoot, componist, producer, rietblazer, fluitist en gitarist Jim Tomlinson.

Na de twee eerste bossanova's, de stijl die het repertoire van de avond zou domineren, verontschuldigde de diva zich voor het feit dat zij niet in staat zou zijn om alle facebook-verzoekjes in te willigen, temeer daar het merendeel van de nummers op de setlist voorkomen op haar nieuwste cd 'The Changing Lights', die zij in het kader van het Skoda Jazz Festival in het Brusselse Paleis voor Schone Kunsten (Bozar) kwam promoten. Het concert was nota bene uitverkocht.

Stacey Kent steekt haar fascinatie voor de Braziliaanse muziek niet onder stoelen of banken, zoals blijkt uit het gekozen repertoire op 'The Changing Lights' (waarvan de titelsong zelf een bossanova is), en bijgevolg dus ook tijdens het concert, dat bestond uit een mix van bossanova- en sambaklassiekers van onder meer Jobim ('One Note Samba' en het in het Engels gezongen 'Waters Of March' - dat mij meteen deed denken aan de wondermooie versie van de onlangs overleden Oscar Castro Neves) en Roberto Menescal ('O Barquinho'). Laatstgenoemde zanger/gitarist nam overigens zelf deel aan de studio-opname van het bewuste nummer voor de cd.

Heel even werd met het op een driekwartsmaat swingende 'The Face I Love' het Braziliaanse pad verlaten, om vervolgens alweer plaats te maken voor een bossanova van Jobim, waarin Kent zichzelf begeleidde op gitaar, net zoals op de daaropvolgende songs, met inbegrip van een lichte variant op het eerder vernoemde 'One Note Samba'. Ook 'Mais Uma Vez' ('One More Time'), een in het Portugees gezongen liefdesliedje van de Portugese dichter Antonio Ladeira, stond op het repertoire, evenals 'La Saison Des Pluies' van Gainsbourg en 'Samba Saravah' ('Samba Da Benção'), beiden in het Frans gezongen.

Na afloop kregen de diva en haar band een staande ovatie van het enthousiaste publiek, dat beloond werd met een versie van 'So Nice; , een Marcos Valle-klassieker uit 1965, als bisnummer.

Klik hier voor foto's van dit concert door Johan Van Eycken.

Labels:

(Jempi Samyn, 12.11.13) - [print] - [naar boven]





Cd
Mulatu Astatke - 'Sketches Of Ethiopia' (Jazz Village, 2013)

Opname: februari 2012

Een nieuw album van toetsenspeler, componist en bandleider Mulatu Astatke is altijd welkom. Hij was degene die de Ethiopische nachtclubsoul van de jaren zestig en zeventig oppepte met Latin percussie en jazzsolo's. Het resultaat: Ethio Jazz. Inmiddels werd hij door hiphopartiesten als Nas, Damian Marley en Kanye West gesampled.

Hier horen we hem aan het hoofd van zijn Step Ahead Band (niet te verwarren met Steps Ahead), een collectief van Ethiopische en Engelse muzikanten. De meest typerende track is het tien minuten durende 'Assosa Derache', dat gevuld is met jazzsolo's. Het vormt een mooi contrast met het nummer dat erop volgt, 'Gumuz', een traditioneel lied van de gelijknamige stammen die in de buurt van de Soedanese grens wonen.

De rijke muziek van Astatke (ook: Astatqé) kenmerkt zich door de vlotte, aanstekelijke melodieën en de vervlechting van verschillende ritmes en melodische frasen. Zijn jazzachtergrond (hij was de eerste Afrikaanse student aan het Berklee College of Music) verklaart zijn affiniteit met de muziek van Charlie Haden's Liberation Music Orchestra en de late Eddie Sauter. Daarbij dienen we te bedenken dat de populaire muziek van zijn geboorteland, met grote christelijke en joodse populaties en de invloeden van de militaire kapellen, meer dan in de rest van Afrika Europees was georiënteerd. Harmonisch, ergo. Strijkinstrumenten (cello, masinka) spelen ook een grote rol in het geluidsbeeld. Nogmaals: een rijke stamppot, pardon, injera.

Meer horen?
Klik
hier voor geluidsfragmenten van dit album.

Labels:

(Eddy Determeyer, 11.11.13) - [print] - [naar boven]





Concert
Bijzondere mix van standards en eigen composities

Flex Bent Braam, donderdag 7 november 2013, RASA, Utrecht

Pianist Michiel Braams nieuwste project is Flex Bent Braam. Vier blazers en ritmesectie. Dus, laten we zeggen, een traditionele jazzbezetting. De muziek daarentegen is verre van traditioneel. Naast eigen composities heeft Braam jazzstandards op zeer eigenzinnige wijze gearrangeerd. De keuze van de standards is gebaseerd op de voorkeur van dichter en groot jazzliefhebber Lucebert. En om bij Lucebert te blijven, de composities van Braam zijn geïnspireerd op Japanse epigrammen van Lucebert.

Tijdens de aankondigingen las Braam dan ook enkele epigrammen voor die betrekking hadden op de te spelen composities. Of daardoor een begripvolle connectie ontstond met de muziek laat ik maar even in het midden. Dat zal ook wel niet de bedoeling zijn geweest. In ieder geval heeft Braam er een handje van om de muziek te ontregelen, wisselingen in tempo te creëren, verstilde passages door chaotische collectieven te laten volgen en standards te ontrafelen en totaal naar zijn eigen hand te zetten. Braam maakt het zijn luisteraars niet gemakkelijk. Geconcentreerd en intensief luisteren verdient aanbeveling, maar dat loont dan wel de moeite.

Het is dat Braam keurig al de nummers aankondigde, anders was het niet eenvoudig geweest sommige standards te ontdekken. Onder andere 'Misty', Monks 'Straight No Chaser' en Gillespie's 'Hot House' waren wel zeer uitzonderlijk bewerkt. Andere waren beter herkenbaar, zoals het openingsnummer 'Better Get It In Your Soul' van Charles Mingus. De eigen composities van Braam waren zeker zo interessant als de gearrangeerde kwalitatieve jazz-evergreens. Ondersteund door een somtijds groovende ritmesectie (drummer Joost Lijbaart en bassist Tony Overwater) werden de complexe blazerspartijen voortreffelijk uitgevoerd door altsaxofonist Bart van der Putten, trompettist Angelo Verploegen, trombonist Wolter Wierbos en baritonsaxofonist Oleg Hollmann.

Hoewel het accent lag op de geschreven partituren en de soloruimtes beperkt bleven, werd vooral geïnspireerd en spraakmakend door Wierbos en Van der Putten gesoleerd. Rest nog te melden dat de Flex Bent inderdaad een flexibel ensemble is, waarin na enige tijd een wisseling van musici zal plaatsvinden, waardoor Braams muziek wellicht een andere dimensie krijgt. Zo blijft Michiel Braam zich telkens heruitvinden. Echt jazz dus.

Klik hier voor foto's van dit concert door Maarten Jan Rieder.

Labels:

(Jacques Los, 10.11.13) - [print] - [naar boven]





Cd
Charlie Mingus - 'The Quintessence' (Frémeaux & Associés, 2013)

Opname: 1947-1960

De Mingus-fan zal het merendeel van dit overzicht wel in huis hebben; voor de novice is 'The Quintessence' inderdaad essentieel. De ondertitel, New York-Los Angeles 1947-1960, is raadselachtig. Het zou om te beginnen omgekeerd moeten zijn: Charles Mingus trok in 1951 met het trio van vibrafonist Red Norvo naar NYC, dat vervolgens zijn woonplaats zou blijven. Deze dubbelaar bevat vervolgens geen opnamen van Mingus' WestCoast-orkesten, een ernstige omissie in het licht van diens latere ontwikkeling. 'Mingus Fingers', een atypische dissonante compositie die hij voor het orkest van vibrafonist Lionel Hampton schreef, is inderdaad in LA opgenomen. Oorspronkelijk (1940-41) werd dat orkest in Los Angeles geformeerd, zeker, maar in 1947 zaten er zeker zoveel muzikanten uit New York, Detroit en andere plaatsen bij, zodat er niet langer sprake was van een Westcoast-bigband.

De ontwikkeling van Mingus is opmerkelijk; in zijn vroege New Yorkse opnamen neigt de bassist/componist naar Europees georiënteerde vormen, later kwamen er meer gospelinvloeden in zijn werk. Een titel als 'Better Git It In Your Soul' laat aan duidelijkheid weinig te wensen over. Je zou kunnen zeggen dat hij met 'Pithecathropus Erectus' (1956) zijn vorm gevonden heeft. Tenorsaxofonist J.R. Montrose, met zijn harde en bittere geluid, lijkt de ideale sparringpartner voor de leider. Later, in 1959-63, is Booker Erwin zijn vaste tenorist en die past misschien nog wel beter in het plaatje – hij heeft een soort bluesy moan, die hem tegelijkertijd masculien en kwetsbaar maakt.

Emotie lijkt inderdaad de stuwende en sturende kracht in het oeuvre van Mingus. Hij speelt altijd alsof zijn leven ervan afhangt – wat in zekere zin ongetwijfeld waar is. Een soort hyperactieve vulkaan is hij. Soms schreeuwt hij het uit en dan wordt die vocale bijdrage, een soort van urgentieverklaring, onderdeel van het orkest. Want hij dacht altijd orkestraal, ook in zijn kwintetopnamen hoor je dat. De komst van drummer Dannie Richmond, in 1956, is in dit verband significant; als geen ander beheerste hij de kunst, volgens de lijnen van het arrangement te denken en te spelen. Die emotie en de combinatie van strakke discipline en totale vrijheid definiëren het werk van Charles Mingus.

Labels:

(Eddy Determeyer, 8.11.13) - [print] - [naar boven]





Concert
Ultrazachte ballads vloeren publiek

Jan Menu, Bert van Erk & Elmer Bergstra, donderdag 31 oktober 2013, Jazzcafé Alto, Groningen

Het publiek in het Groninger jazzcafé Alto dat gezeten is ten westen van 6° 33' 43,5" is notoir geanimeerd. Eenvoudiger gezegd: de klont die aan het begin van de bar hangt, als je binnenstapt gelijk links. Voetbal, vrouwen en verkeershinder zijn de onderwerpen die aan bespiegeling onderworpen worden. Krijg die maar eens rustig, met je blote handen. Nou ja, blote handen, plus wat trillingen die opgewekt worden in bijna twee meter messingbuis, in casu de baritonsaxofoon van Jan Menu. Nu kun je in principe onbehoorlijk scheuren en krijsen op zo'n instrument, maar Menu wist het volk te bedwingen door er juist ultrazachte ballads op los te laten. Het meest opmerkelijke stuk in deze categorie was 'Stablemates', dat behalve ultrazacht ook retelangzaam gespeeld werd. Zodat het het karakter van een Billy Strayhorn-ballad kreeg.

De baritonsaxofoon lijkt geschapen voor een ruimte als Alto. Qua afmetingen past hij precies in het interieur en ook de sound vult de ruimte perfect. Indachtig het motto 'he’s got a menu that will send you' kreeg Menu de aanwezigen zover dat ze bijkans van hun stoeltjes vielen van opwinding tijdens een stormachtige uitvoering van het onverwoestbare 'Cherokee'. Lange lijnen die gevoed werden uit een alleszins ruim reservoir aan ideeën wisselde hij af met riffjes en accenten die de feestvreugde alleen maar versterkten. Het geluid van de bariton kan, soms, het mooiste zijn wat je in jazz tegen kunt komen. Helemaal wanneer het een geslaagde alliantie aangaat met de contrabas van Bert van Erk, zoals een paar keer gebeurde. Dan ontstond er, pal onder je neus, pure magie.

Klik hier voor foto's van dit concert door Willem Schwertmann.

Meer zien en horen?
Klik hier om twee nummers van dit optreden te zien: 'On Green Dolphin Street' en 'All Blues'. En hier kun je John Coltrane's 'Equinox' bekijken.

Labels:

(Eddy Determeyer, 6.11.13) - [print] - [naar boven]





Cd
Misfit Toys – 'Does Anybody Know What Time It Is?' (Innova, 2013)


Jazz wordt vaak een intellectualisme verweten dat haaks zou staan op de beginselen van de populaire muziek. Goed, af een toe wordt een pophit verwerkt door een jazzmuzikant, maar het is zeldzaam dat een jazzer serieus met pop bezig is. En wanneer dit het geval is, gaat het vaak om ofwel een slap aftreksel van jazz, ofwel om een vorm van postpunk die de minder avontuurlijke luisteraar van zich vervreemd. Jazzbands die zich op een serieuze manier bezig houden met de mainstream zijn zeldzaam. En dat is niet zo gek: veel mainstream popmuziek leent zich slecht voor improvisatie, is slecht geschreven of appelleert minder aan de muzikant dan de traditie waarin Thelonious Monk en Duke Ellington componeerden. Toch kan de brug tussen beide vormen geslagen worden.

Al bij de eerste zit wordt duidelijk dat deze plaat, hoewel diep cynisch over de staat van de popmuziek, toch ook een hommage is aan de radiostations van de jaren zeventig. Het resultaat is een vreemde mengeling van meligheid en vakmanschap. Banjo's, tabla's, hobo's en een kletzmerachtige elementen leunen vrolijk aan tegen bizarre covers van Black Sabbath ('Ironman') of Talking Heads ('Drugs'). Wat de muziek overeind houdt, is het gevoel dat alle elementen goed geïntegreerd zijn. De opnamen zitten vol details, van koortjes en theremins tot synthesizers. Wie houdt van Eugene Chadbourne, Frank Zappa of Fred Ho, zal zich bij deze muziek zeker thuis voelen, maar wie vermoeid raakt van al te veel slimmigheden, doet er goed aan deze plaat links te laten liggen.

Dat 'Does Anybody Know What Time It Is?' niet in alle opzichten geslaagd is, geeft niet. Het is immers meer een collage dan een coherent statement. Deze cd is prima geschikt voor wie op een feestje eens iets mafs wil draaien of zich van zijn meest postmoderne kant wil laten zien, maar tegelijkertijd vreemd zielloos om gewoon naar te luisteren. Aangezien dit de bedoeling was, is het onmogelijk daar een probleem in te zien. In dat opzicht kunnen bepaalde nummers op dit album zich meten met 'Always On My Mind' van de Pet Shop Boys, nog altijd de meest ambigue cover in de muziekgeschiedenis.

Meer horen?
Klik
hier om van deze cd het nummer 'Geronimo's Cadillac' te beluisteren.

Labels:

(Sybren Renema, 6.11.13) - [print] - [naar boven]





Festival
Festival Jazz International Rotterdam 2013


"Het voor de eerste keer ondergaan van een optreden van de sopraan- en tenorsaxofonist Marius Neset is een belevenis. Het brengt de luisteraar in een extatische stemming, nauwelijks in staat om de statische zithouding niet te verlaten. Het leggen van parallellen met saxofonisten uit een illuster verleden of het herdefiniëren van het saxofoonspel zijn voor de hand liggende valkuilen en nog niet opportuun. Hiervoor moet zijn status en het repertoire nog verder evolueren. Dit neemt niet weg dat de verbazingwekkende techniek en fysieke controle fenomenaal zijn."

Louis Obbens bezocht op vrijdag 25 oktober het Festival Jazz International Rotterdam in LantarenVenster. Daar zag hij optredens van het ultramoderne jazztrio Tin Men And The Telephone en het hemelbestormende Marius Neset Quartet.

Klik hier om zijn festivalverslag te lezen.

Klik hier voor een fotoverslag van deze festivaldag door Louis Obbens.

Labels:

(Maarten van de Ven, 4.11.13) - [print] - [naar boven]





Concert
Oliver's Cinema: een avond puur geluk

donderdag 17 oktober 2013, JazzCase, Dommelhof, Neerpelt

Vooropgesteld: ik ben geen kenner van muziek, slechts een liefhebber. Wat hier volgt is dan ook geen recensie, maar een poging te beschrijven hoe een concert je dusdanig kan overrompelen dat het hart er van danst en al je zenuwen tintelen, en dat je alleen maar wou dat je meer oren had.

Het gebeurde op een donderdagavond in Neerpelt, waar podium JazzCase het trio Oliver's Cinema had uitgenodigd. Die naam is een anagram van Eric Vloeimans, meester-trompettist en initiator van het trio. Hij wilde al langer op muzikaal avontuur met een accordeon en vond de ideale bespeler in de Vlaming Tuur Florizoone. De Duitse cellist Jörg Brinkmann completeerde de kleine formatie.

Oliver's Cinema maakt filmische muziek, zei Vloeimans eens, en dat bleek een rake omschrijving. Vanaf de eerste tonen roepen de muzikanten een sfeer op waar je zelf de beelden bij droomt: een stil park in de herfst, straten in het duister van de nacht, een volks café waar men klinkt op het leven, dan weer een serene foyer, een bruiloft in Havanna, een paar dat traag door een ballroom danst. Klassieke klanken vermengen zich heel naturel met jazzy strofes en flarden volksmuziek, net zoals melancholie heel vanzelfsprekend overvloeit in monterheid en dan weer in ontroering.

"Dit is muziek voor de ziel," fluistert mijn Ingrid me in het oor, en ook dat is een rake omschrijving. Het is alsof deze tonen niet alleen het gehoor, maar alle zintuigen beroeren. Je ziet er filmbeelden bij, proeft smaken uit vreemde landen, ruikt geuren uit verre oorden en voelt hoe de klanken zich diep in je nestelen. Op elk gezicht om me heen staat een glimlach, ook op het mijne. Dit is niet zomaar een fijn concert – dit is zo'n avond waarop een paar topmusici geluk, puur geluk, uit hun instrumenten toveren.

Klik hier voor foto's van dit concert door Cees van de Ven.

Labels:

(Matt Dings, 3.11.13) - [print] - [naar boven]





Cd
Various artists - 'Latin Jazz' (Intense, 2013)

Opname: 1954-1959

Moest de Cubaanse jazz begin jaren vijftig 'respectabel' worden? Dus analoog aan waar bandleider Paul Whiteman dertig jaar eerder ('Rhapsody In Blue', 'Jazz Symphony', 'Metropolis') mee bezig was? Als je deze 10-cd box doorloopt, zou je het haast denken. Maar liefst twee 'Afro-Cuban Jazz Suites', van Chico O'Farrill, dan de 'Voodoo Suite' van Pérez Prado en als je de vier delen van 'Afro', dat O'Farrill voor Dizzy Gillespie schreef achter elkaar draait, heb je ook een soort suite. Dan laten we Stan Kentons Cuban 'Fire!' - dat hier overigens niet bijzit - nog buiten beschouwing. Verder zijn alle bekende verdachten vertegenwoordigd: Herbie Mann, Mongo Santamaria, Art Blakey, Cal Tjader, Tito Puente.

Plus Bebo Valdés, de grote pionier uit Havanna, die in 1952 als eerste daar mambo, chachacha en jazz ging mengen. Het album 'Cuban Dance Party' van zeven jaar later geeft een goed beeld van waar deze pianist mee bezig was. Compleet met een vleugje bop-scat in het nummer 'Ita Morreal'. Mooi overigens, de relaxte aanpak van Valdés, toegesneden op de oudere dansers in La Tropicana, de fameuze openluchtdancing. De gekte van de bugalú en de merengue had toen nog niet toegeslagen.

Vreemdere eend nog is tenorsaxofonist Joe Holiday, een soort Lester Young-adept. Deze onbekend gebleven kleine meester, geboren in Sicilië als Joseph Befumo, speelt een soort lounge-latin, die in een enkel geval overgaat in pure kitsch. De vier selecties met een grotere bezetting, doch zonder bongo's, hebben meer vlees op de botten.

Labels:

(Eddy Determeyer, 2.11.13) - [print] - [naar boven]





Concert
Elegante muziek van vier cracks

Hermine Deurloo Quartet, donderdag 24 oktober 2013, Platformtheater, Groningen

Hermine Deurloo houdt niet van opsmuk. Haar harmonicaspel is direct, kaal, zonder effecten, letterlijk en figuurlijk. Bluesmensen als Sonny Terry, Little Walter of Charlie Sayles plachten hun geluid te vervormen door hun handen als kleine echokamers te gebruiken. Meer hedendaagse blazers (zuigers?) verruimen de sound met allerhande effectenapparatuur. Niets van dat alles bij Deurloo. Wat ze speelt, is wat je hoort. Met als risico dat je mogelijk de neiging hebt na een half uurtje of zo achterover te leunen; dan heb je het wel gehoord. Dus van mij mag ze verder gaan haar sound reliëf te geven en daarmee meer zeggingskracht.

Het kwartet speelde moderne standards en eigen werk. Gary Peacocks 'Ode For Tomtem', waarmee geopend werd, is een compositie die op toonreeksen gebaseerd is, waardoor de musici mooi van accent naar accent kunnen springen. Een eigen stuk van Deurloo was gebaseerd op een enge autorit in Schotland. Je hoorde de band op een bochtige bergweg naar beneden schuiven, waarbij telkens op de rem moest worden getrapt.

Deurloo had zich omgeven door drie alleszins capabele medestanders. Bassist Tony Overwater is inmiddels een veteraan. In het Platformtheater speelde hij basgitaar en contrabas. De keuze voor dat eerste instrument zal te maken hebben gehad met de specifieke eisen die bepaalde liedjes stelden. Maar ik hoor hem toch liever op de meer expressieve akoestische bas. In 'About Always Never', een eigen compositie, speelde hij een solo waarbij hij het hele bereik van de staande bas benutte. Zijn bassound heeft kloten.

Gitariste Sandra Hempel was een nieuw gezicht voor mij. Ze is welbespraakt en draagt smaakvolle, frisse partijen bij. Maar het opmerkelijkste lid is toch slagwerker Joshua Samson. Hij bespeelt een conventioneel drumstel, dat is aangevuld met overig percussiespul. In zijn stijl combineert hij twee elementen die je 'percussief' en 'solistisch' zou kunnen noemen. Dan handhaaft hij dus een steady pulse en voegt tegelijkertijd, doorgaans met zijn linkerhand, een ritme toe, bijvoorbeeld op de cajon, een houten kist waarop hij gezeten is. Zo speelde hij een uitgesproken melodische solo in 'Loops'. Spectaculairder nog is zijn werk op de hang, een soort moderne steelpan. Daar kan hij complete melodieën aan ontlokken, zoals het geval was in 'La Fleurette Africaine'.

Dit was elegante muziek door vier cracks, waar best wat meer publiek op af had mogen komen.

Klik hier voor foto's van dit concert door Willem Schwertmann.

Labels:

(Eddy Determeyer, 2.11.13) - [print] - [naar boven]





Cd
Pandelis Karayorgis Trio – 'Cocoon' (Driff, 2013)

Opname: 20 juni 2012

Het Pandelis Karayorgis Trio levert met 'Cocoon' een slimme plaat af, die bewijst dat er voor pianotrio's nog altijd vernieuwing mogelijk is. Met een mengeling van Europese en Amerikaanse invloeden vormt het Karayorgis Trio een schakel in de keten Ellington-Monk-Mengelberg, maar zijn er tegelijkertijd verwantschappen met de hedendaagse overvloed aan virtuoze pianotrio's.

De improvisaties ontwikkelen zich vanuit handig opgezette composities. Door een slimme keuze voor harmonieën, vaak op het randje van de dissonantie, lijken de composities soms van amechtigheid uit elkaar te vallen. Op het laatste moment, wanneer de laatste maten van het thema gespeeld zijn, blijkt dan toch dat het geheel al die tijd logisch was. De improvisaties ontwikkelen zich op eenzelfde manier, waarbij het melodische drumwerk van Luther Gray niet onvermeld mag blijven. Diens vermogen om Karayorgis aan te vullen en te sturen zorgt voor een groot deel van de urgentie op dit album.

'Cocoon' bevat de nodige diversiteit. Het swingende 'You Took My Coffee And Left' zwalkt vrolijk op het baswerk van Jef Charland, terwijl het harmonische 'Downed' vol grote akkoorden, dissonanten en drumroffels zit. Toch blijft er een groepsgeluid overeind, doordat de muzikanten juist de rafelrandjes en kreukels in de muziek benadrukken. Daardoor kan elk stuk zomaar van sfeer en stijl veranderen. Dat dit volstrekt logisch gebeurt en vrijwel altijd de aandacht vasthoudt, is wat 'Cocoon' tot een plaat maakt die na een paar keer luisteren ook nog vol nuance en verrassingen zit.

Meer horen?
Klik
hier om de volgende tracks van dit album te beluisteren: 'Cocoon', 'Downed', 'Idiosynchronicity' en 'You Took My Coffee And Left'.

Labels:

(Sybren Renema, 2.11.13) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...






Menupagina's:

Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Neerpelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.