Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 




Cd
Fred Katz – 'And His Music' (Fresh Sound, 2012)

Opname: 1957-1958

Dit album is ronduit verbijsterend. Cellist Fred Katz kende ik van zijn reputatie als lid van het Chico Hamilton Quintet uit de jaren vijftig. Onder eigen naam heeft hij in 1958 en '59 ook albums opgenomen; drie daarvan staan op deze dubbel-cd.

Katz was de eerste die jazz vertolkte op de cello – Oscar Pettiford beperkte zich in hoofdzaak tot pizzicato en voor hem was de cello secundair aan de contrabas. Fred Katz wist het beste uit de klassieke muziek en de jazz te combineren. De vormgeving van titels als 'Lament Of The Oracles' en 'I’m Getting Sentimental Over You' is verbluffend; Charlie Parkers 'Dexterity' wordt als een barokke fuga uitgevoerd. Heel origineel.

'Mountain Air', een stuk van de cellist, is een volledig vrije improvisatie – voor 1958 behoorlijk gedurfd. Sommige nummers voelen aan als de kamermuziek van Alec Wilder, elders komt de associatie met het trio van vibrafonist Red Norvo bovendrijven. Dik in orde allemaal.

Labels:

(Eddy Determeyer, 30.4.13) - [print] - [naar boven]





Vooruitblik
Jazz in Duketown


Jazz in Duketown wordt dit jaar 40! Reden te meer om het Bossche publiek en ver daarbuiten te trakteren. Grote internationale namen, zoals Gregory Porter, Mike Stern, Dr. Lonnie Smith en Kurt Elling, maken hun opwachting. De volledige programmering laat zien dat het niet bij deze namen is gebleven. Het belooft een mooi festival te worden met vele lokale, nationale en internationale artiesten, van vrijdag 17 mei tot en met maandag 20 mei.

Dit jaar is de top van de Nederlandse jazz te beluisteren tijden Jazz in Duketown, zoals Eric Vloeimans' Gatecrash, het Michiel Borstlap Trio en Fay Claassen. Benjamin Herman speelt tijdens JazzinU, het traject waar jonge talenten uit de regio de kans krijgen om op het hoofdpodium te spelen. Naast de nationale top zijn natuurlijk de jazzhelden uit Den Bosch goed vertegenwoordigd, zoals Het Brabants Jazz Orkest, SteamTeam en Jacob Bedaux. Op vrijdagavond staat de Markt in het teken van Britse jazz. In de Jazzclub, midden op de Markt, spelen twee Britse bands: het Marius Neset Quartet en Troyka.

Op zaterdag 18 mei en zondag 19 mei worden in theater Artemis in totaal tien miniconcerten van een half uur gegeven. De musici zijn kandidaten die als 'Bachelor in Music' of 'Master in Music' afstuderen aan een van de tien conservatoria in Nederland. Zij zijn voorgedragen door de eigen vakopleiding om mee te dingen naar de 'Conservatorium Talent Award 2013'. Tijdens het miniconcert spelen zij een selectie uit het eindexamenproject.

Jazz in Duketown geeft graag de kans aan nieuwe hippe bands die aan het begin staan van een grote carrière. Energieke jonge-honden-bands die de stad tijdens het pinksterweekend lekker opschudden, zoals Jungle By Night, Bruut! en Kapok. Ook Re:Freshed Orchestra is het waard om te benoemen. Een jong, hip collectief dat flink aan de weg timmert.

Zoals het geval was bij het ontstaan van de jazz zo'n honderd jaar geleden, gaan ook tijdens Duketown de muzikanten talloze liaisons aan met andere genres. Er zijn cross-overs met wereldmuziek (Nueva Manteca, CaboCubaJazz), elektronica (Gatecrash, Troyka, Rob van de Wouw) en funk en hiphop (Sinas, Neobash!, Bukahara, Teus Nobel). Ook is er moderne jazz (Windkracht 7, Traeben, Soo Cho), terwijl ook de swing- en boptraditie wordt geëerd (Barnicle Bill, Bart Wirtz Quintet, Eric Ineke JazzXpress, Bert Boeren Quintet).

En dan is er ook nog voor de fijnproevers het Tone Jazz Festival dat in samenwerking met Jazz in Duketown in de Toonzaal plaats vind. Dat festival wordt door programmamaakster Vera Vingerhoeds georganiseerd en later ook door haar op de VPRO uitgezonden. Op 17, 18 en 19 mei treden twee groepen per avond op. De line-up is zondermeer indrukwekkend: Bill Carrothers Trio, Mechanical Duck, Pommelhorse, Marzio Scholten Identikit, Trio Posthumus-Krijger-Vermeer en The Nordanians. Niet te missen!

Voor meer informatie klik hier.

Labels:

(Jacques Los, 30.4.13) - [print] - [naar boven]





Concert
Hoogstaande symbiose

'A Night In Tel Aviv': Eli Degibri Quartet, Omer Klein Trio & Omer Avital Suite Of The East, vrijdag 12 april 2013, Bimhuis, Amsterdam

In Nederland wordt het belang van kunst en cultuur in al zijn uitingsvormen omarmt. Muziek heeft naast museumbezoek de hoogste participatiegraad. De jazzmuziek speelt kwantitatief ogenschijnlijk een marginale rol binnen het brede muziekpalet. Daarbij is de aanstormende, nieuwe generatie Israëlische jazzartiesten niet meer dan een niche. Maar het nagenoeg volgestroomde Bimhuis doet anders vermoeden. We zullen het er maar op houden dat deze kosmopolieten, postmaterialisten en postmoderne hedonisten de voorlopers zijn van de opwaardering van cultuur in deze barre tijden.

In New York, de bakermat van de moderne jazz, heeft de kruisbestuiving tussen jazz en Joodse muziek al decennia geleden plaatsgevonden. Talrijk zijn de voorbeelden: van de Joodse klarinettist Benny Goodman, die als een van de eerste blanke bandleiders de kleurbarrière doorbrak, tot de onuitwisbare invloed van het enfant terrible John Zorn. In The Big Apple is men momenteel in de ban van een nieuwe generatie Israëlische jazzartiesten, die in tegenstelling tot Goodman en Zorn zijn geboren en getogen in het deels verscheurde Midden-Oosten. Onder de noemer 'A Night In Tel Aviv', met een knipoog naar de compositie 'A Night In Tunisia', geven drie opvallende groepen acte de présence, op basis van filmmateriaal van hun favoriete plek in deze mediterrane wereldstad.

In de openingsact staat het kwartet van saxofonist en componist Eli Degibri centraal. Hij wordt gezien als een van de grootste jazzartiesten die Israël heeft voortgebracht. In een set, die een groot scala aan emoties toont, worden videobeelden van Jaffa begeleidt. De muziek is aanvankelijk van een zwierende vrolijkheid en wordt mild op smaak gebracht met een licht oriëntaalse smaakstof. Al snel maakt deze zwierigheid plaats voor een compositie vol dreiging, meedogenloos solowerk, tempoversnellingen en onrustige tegendraadse accenten. In een contemplatieve wals wordt ontroering en een liefdevol eerbetoon aan Degibri's erfdeel gebracht, waarin flagrant de hoop op een betere toekomst doorklinkt. Het kwartet, met de zeer jonge pianist Gadi Lehavi en drummer Ofri Nehemya (respectievelijk 17 en 19 jaar oud) onder de geledingen, eindigt de set in een zacht aangedreven wiegend tempo met een muzikaal gepast patriottisme.

Omer Klein begeeft zich op het moeilijk begaanbare pad van het klassieke pianotrio, met de illusie iets substantieels te kunnen toevoegen aan dit format. Zowaar geen sinecure. Zijn muziek wordt gespeeld met een fluwelen lyriek, maar desondanks zorgt elke noot voor verrassing en opwinding. De verhalende melodieën zijn steeds aantrekkelijk en de vloeiende ritmische lijnen verraden uiteenlopende emoties. Het trio ontsluiert diepgaande kennis van de Amerikaanse pianojazz en combineert deze met ragfijne elementen uit de Israëlische volksmuziek, barok, pop- en rockmuziek. Het roept afwisselend een droogkomische, zwoele of juiste spannende sfeer op en is zonder uitzondering fris, transparant en sprankelend.

Duke Ellington heeft in 1966 zijn 'Far East Suite' tot stand gebracht. Omer Avital's 'Suite Of The East' is hier duidelijk op geïnspireerd. De sideman van het Eli Degibri Quartet van deze avond, aangevuld met pianist Omer Klein, sopraansaxofonist Eli Degibri en tenorsaxofonist Joel Frahm, gaat een stap verder dan de oosterse verkenningen van de Duke. Het brengt een natuurlijk symbiose tussen de moderne jazz en die uit het Midden-Oosten en Noord-Afrika tot stand. Bezwerende, hypnotiserende melodieën, kloppende oosterse ritmische patronen en intens samen- en tegenspel delen in hun diepste wezen een vreugdevol en aanstekelijk optimisme. De uiterst opwindende frontlinie van blazers soleert gedurende de gehele set op onweerstaanbare wijze.

Degibri deelt zijn gepassioneerde, diep emotionele, hoog energieke spel met Coltrane. Ongeacht zijn straight-ahead en bij vlagen avontuurlijke stijl blijft bij Frahm zijn bluesgevoel en warme klank bij. De humor en vaardigheid om swing met vleugjes free jazz te combineren, zorgen zowel voor balans als verbinding met het spel van zijn collega. De grootste hulde is echter voor het empathische contrabasspel van componist Omer Avital. Al even robuust in zijn begeleidende rol als electrifying in zijn solistische intermezzo's ligt de melancholie naar klassieke en Arabische tinten afwisselend latent of prominent op de loer.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Louis Obbens.

Labels:

(Louis Obbens, 27.4.13) - [print] - [naar boven]





Cd
Various artists - 'Big Band Divas Of The 1940s' (Bygone Days, 2012)
Various artists - 'Jazz Ladies' (Bellaphon, 2010)
Various artists - 'American Swing' (Laserlight/Codaex, 2012)


'Big Band Divas' biedt een fraaie staalkaart van de belangrijkste zangeressen van het swingtijdperk. Gekozen is voor deels bekend, deels minder courant materiaal, zodat Mary Ann McCall (met 'I Got It Bad') zusterlijk naast Lisa Morrow ('My Guy’s Come Back') op dit album prijkt. Vreemdste eend in deze bijt is Bea Booze, hier met het orkest van Andy Kirk, die later furore in rhythm & blueskringen zou maken. Over R&B gesproken – en om in ieder geval nog iets te griepen te hebben – ik mis Ella Johnson, Dinah Washington, Sister Rosetta Tharpe en Ella Mae Morse in dit illustere gezelschap.

Aanzienlijk slordiger is de compilatie, op twee cd's, 'Jazz Ladies'. Het betreft spul van Billie Holiday, Ella Fitzgerald en Sarah Vaughan. Om onduidelijke redenen staat er achter de nummers van Holiday steevast Ray Ellis And His Orchestra genoemd, terwijl die hele Ray Ellis in geen velden of wegen te bekennen is. Het zijn gewoon oude opnamen met Teddy Wilson en Eddie Heywood. Het merendeel van haar bijdragen mag bekend verondersteld worden.

Dat geldt in mindere mate voor de songs van Fitzgerald en Vaughan. Van die eerste horen we steekproeven uit de beginfase van haar carrière, van de bigband van drummer Chick Webb tot haar verbintenis met Verve. Opmerkelijk zijn de twee titels met het onderschatte orkest van trompettist Randy Brooks. Haar tofste periode, als je het mij vraagt. Bij Sassy ligt de nadruk op de tweede helft van de jaren vijftig, toen haar stem in het laag significant gegroeid en gerijpt was.

Leek iemand halverwege Billie Holidays 'Let’s Do It' een studiodeur wagenwijd open te zetten, de geluidskwaliteit op 'American Swing' doet vermoeden dat een deel van de tracks in een leeggelopen zwembad is opgenomen, vanaf de parkeerplaats. Verkeerd knopje? Van coryfeeën Glenn Miller, Duke Ellington, Benny Goodman en een dozijn kompanen krijgen we zodoende maar een gebrekkig beeld. En van de vijftig nummers op deze dubbelaar turfde ik slechts drie verrassingen: Cab Calloway, Jimmy Dorsey en Les Brown. Magertjes, hoor.

Labels:

(Eddy Determeyer, 27.4.13) - [print] - [naar boven]





Concert / Jazztube
De gezichten van de drum

Dead Fields Of Clouds & Ches Smith And These Arches, dinsdag 23 maart 2013, Grand Theatre, Groningen

Grappig, hoe verschillend slagwerk in improvisatiemuziek kan functioneren. Morten Poulsen deconstrueert zijn band Dead Fields Of Clouds voornamelijk, terwijl Chess Smith zijn Arches na de pauze streng in het gareel houdt. De diagnose ADHD wordt - ik weet het - soms wel heel gemakkelijk gesteld, maar Poulsen lijkt mij met mijn lekenverstand toch wel heel duidelijk in aanmerking te komen. Wanneer je hem bezig ziet, komt de gedachte op dat de allereerste drummers niet gezeten hebben, of gestaan, maar dat het allemaal dansers waren.

In het opus 'Kill The People' laat hij zijn haatgevoelens jegens zijn bekkens de vrije loop. Aan de uitzinnige manier waarop hij de onschuldige cymbalen tegen de grond kwakt en er vervolgens op gaat springen en stampen, lees je af hoe hij reeds op driejarige leeftijd door zijn harteloze moeder gedwongen werd met de (loodzware!) bekkens van harmonie-orkest Helig Caecilia van Aalborg te marcheren, anderhalf uur lang, van het oefenlokaal helemaal naar de koepel in het Molleparken. Met zijn theatrale sprongetjes en absurdistische opmerkingen heeft 'Baby Clouds' Fluxus-trekjes. De even gevarieerde als brisante set van de Clouds eindigde met een zoet speeldoosje, dat heel sereen 'Eine Kleine Nachtmusik' murmureerde.

Chess Smith And These Arches is echt een orkest. De saxofoons van Tim Berne en Tony Malaby accordeerden mooi met de accordeon van Andrea Parks, waarbij gitariste Mary Halvorson dan de basfunctie voor haar rekening nam. Er werd vlijtig gelezen; in deze impro werd ogenschijnlijk weinig aan het toeval overgelaten. De muziek leek hier en daar zelfs wat futloos – maar in feite zou je het optreden terug moeten luisteren. (Zoals men weet lijkt de registratie van een concert nimmer op wat men live heeft gehoord.)

Elders in de stad, in de goeie ouwe Smederij, liet vocaliste Renske de Boer ondertussen horen waar ze haar ballads vandaan haalt. Uit haar tenen. Hopelijk kunnen we dat binnenkort inderdaad terughoren: het optreden werd gefilmd voor een documentaire over HBO-studies.

Bekijk de Jazztube!
Klik op de afbeelding linksboven om Dead Fields Of Clouds in hun oefenkelder (?) aan het werk te zien. Je hoort en ziet 'What Da Fuck Is The Name Of This Song'.

Labels: ,

(Eddy Determeyer, 26.4.13) - [print] - [naar boven]





Lp / Cd
Machtelinckx/Jensson/Badenhorst/Wouters - 'Faerge' (El Negocito, 2012)

Opname: april/augustus 2012

Wie de mooie en vaak verstilde muziek van het viertal Machtelinckx / Jensson / Badenhorst / Wauters hoort, zal niet veel moeite hebben om te begrijpen waarom de groep niet als het kwartet van haar leider, de Belgische gitarist Ruben Machtelinckx, door het leven gaat. De klassieke jazztradities zijn op 'Faerge' immers in geen velden te bespeuren. Met zijn IJslandse collega Hilmar Jensson en zijn landgenoten Joachim Badenhorst en bassist Nathan Wouters laat de pas zesentwintigjarige Machtelincks de klassieke akkoordenschema's en de vorm van thema en chorussen voor wat ze zijn.

De vier belanden zo in een etherische sound die nooit het herkenbare spel van spanning en ontspanning speelt, maar in een impressionistische staat van vloeibaarheid verkeert. Grote climaxen zijn afwezig en de melodieën kennen een schijnbaar willekeurig verloop. Ze stevenen niet op hun doel af, maar zweefvliegen van links naar rechts, glijdend volgens de weg van de minste weerstand. Als de vier de teugels even loslaten en vrij gaan improviseren, blijft het subtiele weefsel (waarin de muzikanten meer dan eens gelijkwaardig aanwezig zijn) intact. Reken daarbij de brede, soms weemoedig aandoende harmonieën en 'Faerge' wordt een plaat om voor te gaan zitten, of liggen.

Echter niet om zomaar wat bij weg te dromen, want de muziek en het samenspel van de vier muzikanten is uiterst geraffineerd en rijk aan details. Bovendien wordt het concept elke keer anders ingevuld, wat het album onder de schijnbaar uniforme bovenlaag heel gevarieerd maakt.

Opener 'Ladakh' laat meteen een elegant meanderende melodie horen in precies samenspel van gitaar en klarinet. Hoe fragiel de balans tussen de verschillende muzikanten is, mag duidelijk worden uit het piepen van Wouters' contrabas (met een hese klank die aan een oosterse bamboefluit doet denken), dat perfect mengt met Badenhorsts klarinet. Voor 'Louisiana' voeren de tokkelende gitaristen het tempo op, zonder de onderkoelde nevelen waarin de muziek gehuld is te verstoren en in 'Almost Gypsy' lijkt de melodie in een metrisch vacuüm te zweven, zonder dat de muzikanten elkaar kwijtspelen.

Halverwege de plaat verandert de groep wat van toon. Het titelnummer en 'Danish Funeral' (een van de twee nummers die niet op de lp, maar wel op de bijgeleverde cd staan) beginnen met abstractere passages. Gemillimeterd zacht gefrutsel en gepiep resulteert in een collage van subtiele geluidsnuances, die vooral in het tweede stuk een industriële inslag krijgt. Enige duisterheid is de muziek niet vreemd, maar de schakeringen geven de muziek diepte en rijkdom, en steevast zoekt de compositie haar weg naar meer melodisch vaarwater.

In 'Prayer' opereert de band als blok. De statigheid die zo haar intrede doet, draait de muziek echter niet op slot. De souplesse van de andere stukken blijft bewaard, net als het ongrijpbare van het geluid. Het afsluitende 'Zeilen, Heuvels' zet in met ruisen en kraken als van een oude radio, aangevuld met statische zoemtonen. Opnieuw is er echter een melodisch middendeel dat abrupt afgebroken wordt om terug te keren naar de soundscape van het begin. Toch is de breuk ook hier geen shock: de finesse en de low profile-attitude blijven gegarandeerd, zonder dat dit laatste resulteert in vrijblijvend geneuzel. Een prestatie op zich die het mooie 'Faerge' alleen maar meer glans geeft.

Deze recensie verscheen eerder op Kwadratuur.be

Meer horen?
Op de
website van Ruben Machtelinckx kun je een aantal geluidsfragmenten van dit album te beluisteren.

Labels:

(Koen Van Meel, 25.4.13) - [print] - [naar boven]





Vooruitblik
Jazz Festival Middelburg


De zevende editie van het Middelburgse jazzfestival, dat plaatsvindt van 17 tot en met 20 mei, is een lang eerbetoon aan jazz als een muzikale vorm van 'survival of the fittest'. Geen muziek is ooit meer fit geweest om te overleven, om de simpele reden dat de jazz veel in huis heeft: swing, improvisatie, melodie en harmonie, je noemt het maar, soms aardig ingewikkeld, maar desondanks altijd toegankelijk.

Op vrijdagavond en overdag op de zaterdag zijn er optredens van vooral oude-stijl orkesten in de Middelburgse kroegen. Het grote werk begint vanaf zaterdag 18 mei in de namiddag. Dan musiceren op het Abdijplein internationale en nationale befaamde groepen en musici, zoals Joshua Redman, Gregory Porter, Mike Stern, Bill Evans, Kurt Elling, The Bad Plus, Benjamin Herman, Bruut!, Tin Men And The Telephone, Stephanie Francke en Njtam Rosie.

Het Jazz Festival Middelburg is door de Volkskrant in 2012 uitgeroepen tot een van de tien beste zomerfestivals van Europa.

Klik hier voor uitgebreide informatie.

Labels:

(Jacques Los, 25.4.13) - [print] - [naar boven]





Concert
Subtiele speelsheid zonder franje

Harmen Fraanje Trio & Tony Malaby, 19 december 2012, Bimhuis, Amsterdam

Uitgesponnen melodielijnen met veel ruimte voor improvisaties, zo is het hartveroverende spel van pianist Harmen Fraanje. In zijn nog jonge carrière heeft hij al veel prijzen gewonnen, samengespeeld met grootheden als Eric Vloeimans en de twee cd's van zijn trio, 'Avalonia' en 'Ronja', zijn lovend ontvangen. Hoe is het als de heren samenspelen met de New Yorkse saxofonist Tony Malaby, die bekend staat om zijn enerverend spel?

Licht absurd en creatief, zo is de aftrap van Malaby. Waar is de muziek? Ja, ze wil komen en de sax zwelt aan. Fraanje volgt op piano en het duurt even voor de pianoklanken in de kakofonie ruimte innemen. Ook in een volgend nummer laat Malaby de energieke kant van zijn spel horen. Zijn sax is als een snerpende trein die op stoom komt. Fraanje en de rest van het trio volgen weer, nu met strakke ritmes. Bassist Flin van der Feen speelt vrijwel het hele concert dienstbaar aan het geheel. In sommige nummers krijgt - of neemt (?) - Van Hemmen de ruimte om te laten horen hoe creatief hij kan drummen. Hij tovert bijvoorbeeld knerpende voetstappen tevoorschijn, die in een hoorspel niet zouden misstaan. Daarna laat hij zijn kwastjes van niks naar nergens drentelen op de huiden van de trommels. Spannend, spannend, spannend.

En dan het spel van Fraanje. Vooral in de bastonen laat hij onverwachte klankkleuren en subtiliteiten ontstaan, als barnsteen waar sterretjes in glinsteren. De titels van de nummers? Ach, wat doen die er dan nog toe. Fraanje weet het zelf soms ook nog niet. "Doe maar X,Y,Z." Het gaat de heren niet om de franje eromheen, maar om samen mooie muziek maken. Malaby sluit moeiteloos bij het trio aan. Hij neemt ook de tijd om klankkleuren te onderzoeken en de melodie zich te laten ontwikkelen. De heren spelen samen alsof ze nooit anders doen. Ze hebben nauwelijks oogcontact en dat hebben ze ook niet nodig om hun muziek op elkaar af te stemmen.

In 2009 speelden Fraanje's trio en Malaby voor het eerst samen. Fraanje had van het November Music Festival carte blanche gekregen en vulde dat in met de veelgevraagde saxofonist. 'It turned out the be a life changing first meeting for the musicians with totally improvised music only', schrijft Fraanje op zijn site. Dat smaakte naar meer, gelukkig.

Na de pauze ontdekt de drummer dat het Bimhuis gordijnen heeft. En die kun je heen en weer schuiven, rrrrr... rrrrrr, heel langzaam, maar ook heel snel. Even is het drumstel overbodig. Bij vrijwel elk nummer cirkelen de handen van Fraanje boven de piano. Als publiek zou je dan wel willen schreeuwen: toe, speel, het is prachtig wat je doet! Fraanje kiest rustig het moment waarop de klanken precies iets toevoegen aan het geheel. Niets meer en niets minder. De keren dat Malaby niet meespeelt, luistert hij ingetogen naar de muziek, zijn sax wiegend op zijn arm als een dierbare baby. In een volgend nummer schettert zijn sax weer zo dat die al het stof uit je oren blaast.

Later dit jaar komt er een cd uit van Fraanjes trio met Malaby. Dan kunnen we voortaan altijd genieten van het nu eens melodische, dan weer energieke, maar altijd verrassende samenspel van de heren.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Maarten Jan Rieder.

Labels:

(Heleen van Tilburg, 22.4.13) - [print] - [naar boven]





Cd
Mary Halvorson Quintet – 'Bending Bridges' (Firehouse 12, 2012)

Opname: 30-31 juli 2011

Gitariste Mary Halvorson is binnen enkele jaren uitgegroeid tot een van de spilfiguren van de bloeiende creatieve muziekscene in New York. Zij figureert in zo'n twintig vaste bands en leidt daarnaast ook nog eens haar eigen trio, kwintet en septet. Wie haar al eens aan het werk heeft gezien, begrijpt meteen waarom zij door haar New Yorkse collega's zo graag wordt gevraagd. Zij koppelt een onwrikbare concentratie en een hyperactief improvisatievermogen aan een gelaagd eigen geluid, met een onwaarschijnlijk arsenaal aan 'stemmingen'.

Halvorson voelt zich het meest thuis in de randgebieden van muzikale stijlen, waar vrije improvisatie en moderne compositie elkaar kunnen raken. Niet verwonderlijk dus dat zij kort na haar studie werd opgemerkt door de grootste vrijdenker in de moderne jazz, Anthony Braxton, die haar in zijn diverse groepen liet spelen. Vervolgens kwam zij in New York in contact met musici als gitarist Marc Ribot, bassist Trevor Dunn en drummer Ches Smith. Deze laatste is Halvorsons vaste slagwerker, en zij is gitariste in Smiths heftige kwintet These Arches.

Met haar ondogmatische aanpak staat Mary Halvorson midden in een inmiddels decennialange traditie, die eind jaren zeventig in downtown New York begon met bands als Curlew, The President, Semantics en Massacre. Hier werd de basis gelegd voor een bijna altijd venijnig klinkende, nergens gewortelde muziek met een waaier aan invloeden van punk tot John Cage en van Captain Beefheart tot balkanritmiek. Deze geest indachtig klinkt Mary Halvorson ook op haar nieuwste album 'Bending Bridges' als iemand die zich niet graag vastlegt. Hierdoor heeft haar muziek soms iets ongrijpbaars en ongedefinieerds, maar op andere momenten zijn haar gitaarlijnen zo helder als een klassieke Mondriaan. Dan komt Halvorson verrassend melodieus en harmonisch welsprekend uit de hoek, zoals in 'That Old Sound', een bijna lyrisch thema dat de grondslag vormt voor een epische solo met de voor haar typische minuscule toonbuigingen en ontregelende ritmes.

Ook 'Sinks When She Rounds The Bend' is een mooi voorbeeld van Halvorsons methode: een statig intro opent fascinerend verklankte vergezichten die via een virtuoze bassolo en subtiel drumwerk steeds duidelijker worden ingekleurd, waarna heftige tutti het thema opblazen en de architectuur van het stuk als het ware in elkaar doen storten. Halvorsons liefde voor avantgarde-rock komt het duidelijkst naar voren in 'The Periphery Of Scandal', een aanvankelijk nog onschuldig voorthuppelende, kwikzilverachtige melodie die uitmondt in een gruizige collectieve rockjam, waarmee zij herinneringen oproept aan illustere voorgangers als Elliott Sharp en Fred Frith.

Meer horen?
Klik
hier om het album te beluisteren.

Labels:

(Laurent Sprooten, 18.4.13) - [print] - [naar boven]





Concert
Verfrissende en glasheldere subtiliteit

Peter Hertmans Quintet, donderdag 18 oktober 2012, JazzCase, Dommelhof, Neerpelt

Gitarist Peter Hertmans is een veelgevraagd sessiemuzikant en ook vooral gekend van zijn jarenlange samenwerking met saxofonist Jeroen Van Herzeele en als vast lid van het Brussels Jazz Orchestra. Sinds de jaren negentig ging hij componeren en nam hij ook een aantal cd's op. Hoewel eerder een sideman dan wel een frontman, treedt hij ook af en toe voor het voetlicht met zijn eigen kwintet. Hij omringt zich hierbij met Steven Delannoye op sax, Nicola Andrioli op piano, Jos Machtel op bas en Marek Patrman op drums. Kortom, een kwintet vol met kleppers van muzikanten die elk op hun terrein de sporen verdienden.

Het concert in JazzCase Dommelhof werd geopend met 'Small World', een compositie van Delannoye, geopend. Een complex, free jazzy nummer met de saxofonist in een glansrol en met die mooie samenzang tussen sax en gitaar die kenmerkend was voor het hele concert. Een samenzang waarbij de melodielijn afwisselend door de muzikanten opgepikt, overgenomen en met improvisaties en interactie vervlochten werd: piano, gitaar, sax en bas tegen het eigenzinnige drumgeluid op de achtergrond van de Tsjech Marek Patrman. Van meet af aan werd duidelijk dat ook het warme melodieuze gitaargeluid van Hertmans het handelsmerk is van het kwintet.

Verder ging het met 'The One Step', een compositie van Hertmans en nummer van zijn gelijknamig album. Delannoye en Hertmans swingden mooi melodieus samen rond een stevige beat. Erg toegankelijk, ritmisch, fris en dartel. Er werd constant op zeer hoog niveau gemusiceerd.

Delannoyes 'One Chance' is rustig en subtiel wat de sax betreft, met Hertmans speels, lenig en frivool op gitaar. Maar ook met een opvallend subtiele bassolo van Jos Machtel: droog en beperkt tot de essentie, mooi in balans met het zachte gefluister en geritsel op drums en het heerlijke pianospel. Met een ontspannen vanzelfsprekendheid werden wonderlijke miniatuurtjes geweven.

Met 'Uptown' ging het er wat sneller aan toe. Hierin werd solerend en improviserend, lichtvoetig en speels gemusiceerd rond een aanstekelijk ritme. Memorabel ook de mooie piano-improvisatie van Andrioli en een improvisatie op gitaar die me aan Philippe Catherine deed denken, lichtend voorbeeld en leermeester van Hertmans. Later op de avond droeg de gitarist het mooie 'Merci Philippe' aan hem op.

Ook in de sensibele ballad 'Stretched Nude', gebaseerd op een naaktschilderij, was Catherine nooit ver weg. De subtiele melodie nam je gedachten en verbeelding moeiteloos mee naar dit naaktschilderij. Ruimte voor nieuw werk was er met 'Ronnie’s Room'. Ook hier weer dat prachtige samenvloeien van sax en gitaar, in een uptempo en swingend ritme, met Hertmans uitbundig zingend op gitaar.

Een warm concert met zeer melodieuze muziek, waarbij Peter Hermans soms wat te aarzelend op de voorgrond trad, al liet hij daardoor wel veel ruimte aan de andere bandleden. Ieder kreeg volop de gelegenheid om zijn improvisaties de vrije loop te laten en de melodielijnen verder uit te puren.

Laagdrempelige en toegankelijke Europese jazz, diepgeworteld in een Belgische traditie, beïnvloed door Philippe Catherine, terwijl ook heel ver op de achtergrond invloeden van Django Reinhardt doorschemerden.

Klik hier voor foto's van dit concert door Cees van de Ven.

Meer zien?
Morgenavond sluit JazzCase een andermaal succesvol seizoen af met een optreden van het trio Biondini/Godard/Niggli, met zoals ze dat zelf noemen 'contemporary mediterranian alpine chamber music'. Klik hier voor meer informatie.

Labels:

(Robert Kinable, 18.4.13) - [print] - [naar boven]





Vooruitblik
Amersfoort Jazz


Amersfoort Jazz beleeft dit jaar zijn 34ste editie. Het duurt van donderdag 16 mei tot en met zondag 19 mei en speelt zich voornamelijk af op de pleinen, het theater De Lieve Vrouw en stadscafé De Observant in de historische binnenstad van Amersfoort. Met uitzondering van een enkel exclusief concert zijn alle optredens gratis toegankelijk.

Meer dan in voorgaande jaren krijgen jong talent en winnaars van prestigieuze jazzprijzen een podium. Zoals Edison-winnaar Bart Wirtz, de Young VIPS – de formatie Kapok en Reinier Baas' More Socially Relevant Jazz Music Ensemble - en de winnaar van het Prinses Christina Concours: het Festival Youth Jazz Orchestra onder leiding van Eric Vloeimans.

Het jazzfestival slaat de komende jaren een andere weg in, waarbij de nadruk meer komt te liggen op kwaliteit en minder op kwantiteit. Amersfoort Jazz wil zich vooral onderscheiden door een gevarieerde en onalledaagse 'high art'-programmering, waarbij ook buiten gebaande paden wordt gekeken. "Wij vinden het onze plicht ons steeds te vernieuwen", aldus festivaldirecteur Alexander Beets. "Daarbij zoeken we elk jaar weer naar andere verbindingen, internationale cross-overs en bijzondere combinaties." Zo heeft wereldmuziek een eigen podium, waar bijvoorbeeld de verrassende combinatie van The Nordanians met saxofonist/klarinettist Maarten Ornstein te horen is. Ook blues heeft een eigen podium, waar onder meer Dutch Blues Award-winnaar King Mo optreedt.

Verdere interessante optredens zijn te verwachten van Dr.Lonnie Smith & The Blues Invaders, Peter Beets New York Trio, Grant Stewart & Eric Ineke, The Houdini's, Ruud Jacobs Band en Jazz Summit met Alexander Beets en Ben van den Dungen. Het vierdaags jazzfestival gaat officieel van start op donderdag 16 mei in de Flint met een concert van het Jazz Orchestra Of The Concertgebouw met de in Amerika geboren jazzzangeres Madeline Bell. Zij brengen een eerbetoon aan de legendarische R&B-zanger en -pianist Ray Charles.

Klik hier voor uitgebreide informatie.

Labels:

(Jacques Los, 18.4.13) - [print] - [naar boven]





Concert
Paden, lanen, kroegen

Trio Leonardo Grimaudo & Trio Anton Goudsmit, donderdag 4 april 2013, Platformtheater, Groningen

Twee gitaartrio's die in identieke bezetting hedendaagse jazz spelen, is dat niet een tikkeltje saai? Mooi niet. Leonardo Grimaudo en Anton Goudsmit zijn zo verschillend als een meeuw en een roodborstje – u merkt, ik zit uit het raam te staren.

Grimaudo opende de avond met overwegend lieflijke liedjes, die licht geabstraheerd werden. Hij maakte spaarzaam gebruik van elektronische vervorming en kleurde overwegend binnen de lijntjes. In het hoog mengde bassist Clemens van der Feen mooi met de gitaar. Veelal beperkte hij zich evenwel tot het lage register, waarin hij zware monolithische noten plantte en zo een deel van de ritmische taak van de speelse drummer Marcos Baggiani overnam.

Extraverter ging Anton Goudsmit tekeer en dat had uiteraard niemand anders verwacht. Hij wist zich gesteund door twee andere zwaargewichten: Bert van Erk en Owen Hart Jr. op bas en drums respectievelijk. Zo ontstaat toch de spannendste muziek: zet een stel topjongens bij elkaar en omdat ze elkaar voortdurend in de peiling moeten houden krijg je topjazz. Dat was bijvoorbeeld het geval in 'Bye-Ya', waarin alle drie de meesters uitzonderlijk vormvast bleken. Het kan vanzelfsprekend ook gruwelijk misgaan. Toen Van Erk 'Music For Mushrooms #13' aankondigde en het thema speelde, bleef het vervolgens oorverdovend stil. Goudsmit en Hart bleken vergeten te zijn dat ze geacht werden om beurten te soleren. Prachtig. In take 2 vervlochten de drie solostemmen zich tot een solide, naadloos trio.

Hoewel het trio naast originals ook een aantal standards speelde, had je minder dan bij Grimaudo het idee naar liedjes te luisteren. Goudsmit neemt je mee, de paden op, de lanen in, de kroegen langs. Hij weidt uit en wijdt je zodoende grondig in. Met zijn meanderende intro voor 'In A Sentimental Mood' zou je met gemak een singletje kunnen vullen. Een vriendelijk wijsje als 'Pig’s Eye Popsickle' (een lekkernij, mist goed bereid) wordt halverwege wredelijk verstoord door een vlammende gitaarexplosie à la Hendrix die even onverwacht over is als ze begon.

Owen Hart heeft maar weinig aansporing nodig om vreselijk loos te gaan. Goudsmit gaf hem die in overvloedige mate. Hij kan ongemeen geselen en knallen, maar evengoed de bekkens zo licht als een veertje beroeren. Hij draait de beat hip om en benut alle hoeken en gaten van de kit. Ik heb hem nog nooit op een offday kunnen betrappen. Hart Jr. is de beste, muzikaalste en meest veelzijdige drummer die ooit in Groningen ingeschreven stond. Ik bedoel: gewoon in Beijum, aan het eind van het fietspad en dan nog een stukje verder.

Klik hier voor videoclips van dit concert.

Labels:

(Eddy Determeyer, 16.4.13) - [print] - [naar boven]





Nieuws
Nieuw Eindhovens jazzfestival: So What's Next?


In oktober organiseert Muziekgebouw Eindhoven in samenwerking met North Sea Jazz een nieuw jazzfestival onder de titel 'So What’s Next?'. Het is een late opvolger van het Eindhovense festival Jazz in Lighttown van weleer.

So What's Next? wordt gehouden op 12 oktober 2013. De headliners van deze eerste editie zijn zanger Gregory Porter en saxofonist Joshua Redman. Naast grote namen uit de jazzwereld biedt het festival ook een podium voor succesvolle talenten, met cross-overs naar soul, world, electronic en singer-songwriter.

"So What's Next? staat als eigenzinnig festival in de lijn van Cross-linx en Naked Song. Ook bij dit nieuwe festival gaat het om de verfrissende combinatie van de wereldtop, opkomende acts en gewaagde eigen producties", aldus artistiek manager Frank Veenstra van Muziekgebouw Eindhoven. "Dit type events zijn voor het Muziekgebouw onontbeerlijk om zijn missie als eigentijds en eigenwijs podium waar te kunnen maken."

Programmeur Michelle Kuypers van het North Sea Jazz Festival zegt blij te zijn met het platform dat door het nieuwe festival wordt gecreëerd om een nieuwe generatie 'jazz & beyond-musici' onder de aandacht te brengen. Kuypers: "Het Muziekgebouw is met de moderne look en feel en de vele zalen een geweldige locatie, die aansluit op het concept dat ons voor een dergelijk platform voor ogen staat. Daarnaast is Eindhoven momenteel booming. Als één van de belangrijkste brainports van de wereld trekt het veel nieuwe mensen naar de stad en is er een sterk groeiende belangstelling voor muziek en cultuur."

De voorlopige line-up bestaat naast Porter en Redman uit Aaron Parks, Eric Vloeimans' Gatecrash, Snarky Puppy, Re:Freshed Orchestra, Tin Men And The Telephone, Kapok en D-Felic New Quintet.

Bron: Eindhoven Dichtbij

Labels:

(Maarten van de Ven, 16.4.13) - [print] - [naar boven]





Concert
De zeven hoofdzonden!

Soweto Kinch, donderdag 28 maart 2013, Paradox, Tilburg

Autodidact Soweto Kinch, de zowel gelauwerde als bekritiseerde altsaxofonist/dichter/rapper, presenteert in Paradox materiaal van zijn nieuwe album 'The Legend Of Mike Smith'. Het concept is gebaseerd op Dante's 'La Divina Commedia', waarin de zeven hoofdzonden een belangrijke rol spelen. In het hedendaagse, moderne postindustriële tijdperk vertelt Soweto Kinch het muzikale verhaal van een jonge imaginaire MC, die gevangen zit in een wereld vol verleidingen. Aan de hand van dit gegeven onderzoekt Kinch de volle breedte van de menselijke emotie, waarbij hij gebruik maakt van de zeggingskracht van zowel hiphop als jazz.

Muzikaal gezien onderneemt Soweto Kinch een meer dan sympathieke poging de meer intelligente, abstracte, complexe en instrumentele jazz te plaatsen naast de basale, gevoelsmatige en directe wereld van de straat via de rap/hiphop. De intentie om beide idiomen te laten samensmelten, vormt overigens niet het motief. Het is veel meer een afwisseling van pure up-tempo postbop/free jazz en authentieke geëngageerde Engels working-class rap. Kinch laat veel over aan de fantasie: de geplande podium-slideshow blijft gedurende het gehele optreden achterwege. Buiten de bij vlagen hilarische introducties wordt de luisteraar/toeschouwer op ingenieuze wijze geconfronteerd met zijn eigen leven en zonden. Exemplarisch is 'The Board Game', waarin Kinch de ruimte verdeelt in een kapitalistische en een socialistische zijde. Op aangeven van Kinch rapt de ene helft van het publiek "Privatize the gains!", waarna de andere helft oppositie voert door "Socialize the losses!" te scanderen. In het nummer 'Invidia' (hebzucht) participeert het publiek - "When will I be getting mine" - maar wordt het geluidspalet ook uitgebreid door gebruikmaking van samples en live aangebrachte saxofoonloopings.

De ware diepgang in de muziek wordt bereikt in de instrumentele delen. Onder de veelzeggende titel 'Road Block' wordt de set geopend in een 'bop avant la lettre', waarin de saxofonist solistisch fulmineert tegen de huidige maatschappij en de luisteraar direct uit zijn comfort zone tilt. In een totaal andere dynamiek weet het trio in 'Vacuum' vooral lui, maar vol soul en sferisch te musiceren. Om bij 'Sweeping Change', een midtempo stuk, een bevlogen muzikale aanklacht op de altsax te produceren. Al even fris van de lever als fantasierijk! Nog juist voor de pauze dendert de vluchtige altsax-en-drumexcercitie door tot de stoom uit de oren komt. En verhaalt Kinch over de 24/7-mentaliteit van de grote stad in 'Traffic Lights'. Time for a break!

In het tweede deel blijven jazz en hiphop elkaar afwisselen. Het lijkt wel alsof Soweto Kinch beurtelings het jazz- of hiphoppubliek dwingend uit het keurslijf wil halen, op zoek naar een andere dimensie. Dit gebeurt opvallend genoeg steeds in trioverband, waarbij de jonge bassist Nick Jurd zijn contrabas in de hiphopstukken inruilt voor de basgitaar. Samples, loopings en toegepaste elektronica spelen dan een prominentere rol. De freestyle rap, waarin Kinch op aandragen van een letter het publiek vraagt om hiervan een woord te vormen, kent een tergend lange en saaie aanloop. Maar wordt uiteindelijk zeer verdienstelijk becommentarieerd en op rijm gezet. 'Gula' toont een bijna boosaardige Kinch, die over het fundament van een kinderlijke sample vlijmscherpe en vliegensvlug uitgesproken teksten uitstoot over massaconsumptie. 'Better Off Alone' vormt een soort staalkaart van het album 'The Legend Of Mike Smith', waarin gitaar-en koorsamples worden opgevoerd in een aangename lome schoonheid, gecompleteerd met een emotionele solo. In een cris de coeur sluit het trio bewonderenswaardig af met een meesterlijke looping.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Louis Obbens.

Labels:

(Louis Obbens, 13.4.13) - [print] - [naar boven]





Cd
Christian Lillingers Grund – 'First Reason' (Clean Feed, 2009)

Opname: 21-22 mei 2008

Drummer Christian Lillinger is wat we in Vlaanderen een 'figuur' noemen. Net als binnen andere muziekgenres heb je ook binnen de jazz vertegenwoordigers die net dat ietsje meer hebben: een dominante persoonlijkheid, een excentrieke tic of het vermogen om in alle contexten de aandacht naar zich toe te rekken. Hoewel Lillinger nog geen dertig is, is hij al jarenlang zo'n figuur: een flamboyante, soms wat theatrale percussionist die, zonder de focus uit het oog te verliezen, voor een extra dimensie zorgt. Met een rebelse insteek en een op en neer zwiepende rock-'n-rollkuif.

Lillinger was amper afgestudeerd of hij speelde al met enkele groten van de Duitse improvisatie zoals Gunther 'Baby' Sommer (een leermeester), Ernst-Ludwig Petrowsky, Rudi Mahall en Rolf Kühn (als lid van diens fabuleuze Tri-O). Zelf leidde hij al snel het toepasselijk genaamde Hyperactive Kid. Dat hij echter veel meer is dan een opvallende showman bewees hij met 'First Reason', zijn eerste album als leider. De bezetting met twee bassisten (Robert Landfermann en Jonas Westergaard) en rietblazers (Tobias Delius en Wanja Slavin) is op zich al opmerkelijk, maar dan krijg je ook nog eens een paar gastbijdrages van Joachim Kühn (broer van...) en moet je vaststellen dat het gros van de composities van de drummer komt.

Die bewaart er een bijzonder mooi evenwicht mee tussen vrijere, naar abstractie neigende verkenningen met een sterkere rol voor texturen en ontwrichte dialoog (de drie 'Grund'-stukken), maar soms ook een bijzonder geslaagd evenwicht van vrij traditionele jazz met wat modernere insteek. Zo wordt meteen heel fraai geopend met 'Pfranz', dat erg soepel en dansend voortglijdt, ondanks de prominentie van de bassen. De saxen flemen, er zijn fraaie en melodieuze stukken ingelast en Lillinger kan hier en daar hyperkinetische bijdragen leveren, zonder dat ze al te veel gaan domineren (luister hoe hij zelfs onder die gezapige saxlijnen steeds onrustig kliederend in de weer blijft).

Elders is het vooral de variatie die opvalt: soms staan de bassen centraal ('The Heron'), al dan niet vergezeld van zacht aangeblazen rieten ('Feldarbeit'), maar op andere momenten mag er al iets meer energie uit de kast gehaald worden, zoals in het wat schizofrene 'Patient', dat bruisend samenspel van klarinetten afwisselt met stukjes introverte klankexpressie. En dan heb je nog een prachtig stuk als 'Shape', dat lijkt te verwijzen naar de Ornette Coleman van 'Tomorrow Is The Question', en het langere, door Kühn bijgedragen 'Platform': een verleidende, maar strak in de hand gehouden compositie met woelig wentelend saxwerk.

Voor wie Lillinger al live aan het werk zag, komt 'First Reason' misschien als een verrassing. Het lijkt allemaal wat subtieler en misschien ingetogener dan je zou verwachten. Of misschien betekent dat juist dat de concertenergie van de man de aandacht afleidt van zijn kwaliteiten als bandleider en componist. Wat het ook is: Lillinger behoort ongetwijfeld tot een van de boeiendste Europese percussionisten die we de laatste tijd aan het werk hoorden en een boeiende carrière lijkt dan ook vanzelfsprekend. Iets om naar uit te kijken.

Meer horen?
Op de
MySpace-pagina van Christian Lillinger kun je van dit album luisteren naar 'Feldarbeit' en 'Pfranz'.

Labels:

(Guy Peters, 12.4.13) - [print] - [naar boven]





Concert
Een maximum aan inlevingsvermogen

Fay Claassen, zaterdag 23 maart 2013, LantarenVenster, Rotterdam

In mei van dit jaar is het al weer 25 jaar geleden dat Chet Baker overleed door een val uit het raam van een Amsterdams hotel. Om hem te herdenken zijn er dit seizoen verschillende muzikale projecten, onder andere de concertreeks 'Remembering Chet Baker' van jazzvocaliste Fay Claassen.

Claassen is geboren in Nijmegen en opgeleid aan het Koninklijk Conservatorium te Den Haag. Ze geeft les aan Codarts, een hogeschool voor de kunsten te Rotterdam, en woont sinds zes jaar in Keulen. Vanaf 2000 heeft ze meerdere cd's uitgebracht. In 2006 was dat de dubbel-cd 'Two Portraits Of Chet Baker'. Dit album, dat in het Amerikaanse blad All About Jazz werd uitgeroepen tot 'Best Vocal Album of The Year', vormt ook de basis voor het concert van deze avond.

In de eerste helft van het programma worden door baritonsaxofonist Jan Menu bewerkte en gearrangeerde nummers gebracht van het beroemde pianoloze Gerry Mulligan Quartet uit de vroege jaren vijftig, zoals 'Line For Lions', 'Swinghouse' en 'Walking Shoes'. Hierbij neemt Claassen vocaal de trompetpartij van Chet Baker voor haar rekening, terwijl Menu de partij van Gerry Mulligan op zich neemt. Op drums worden ze ondersteund door John Engels, die samen met bassist Hein van de Geijn destijds Baker begeleidde tijdens het beroemde Tokyo-concert in 1987. Op bas speelt ditmaal de al jarenlang met Claassen bevriende Frans van der Hoeven, "want Hein is naar Zuid-Afrika gegaan... nou, dan moet 'ie het zelf maar weten", aldus Fay.

Fantastisch hoe deze zangeres haar stem kan laten klinken als een muziekinstrument en hoe mooi het geluid samengaat met het geluid van de baritonsax. Op het gebied van improvisatie steekt Claassen met kop en schouders uit boven andere zangeressen van deze tijd. Ze scat erop los en haar melodische lijnen klinken subliem. Ze tilt je op en voert je mee.

Als extraatje bij deze tribute worden er op de wand achter de band stemmige zwart-witbeelden geprojecteerd van Chet Baker. Daarnaast draagt Claassen een paar keer een stuk voor uit het boek van de Nederlandse Chet Baker-biograaf Jeroen de Valk. Een aardige afwisseling, maar persoonlijk hoor ik haar liever zingen.

De tweede helft van het concert bestaat uit prachtige Chet Baker-songs. Jan Menu krijgt een pauze en de band wordt aangevuld met Kris Goessens (in plaats van Karel Boehlee in de originele band) op piano en Jan Wessels op trompet. Naast bekende songs als 'Let’s Get Lost', 'My Funny Valentine' en 'I Fall In Love Too Easily' komen er ook nummers voorbij die niet op 'Two Portraits' staan. Zo is er een lekker duet van Claassen en Wessels in het mooie 'Just Friends' en een soort medley van 'She Was Too Good To Me' en 'With A Song In My Heart', waarin Menu zich weer bij de band voegt. Geëindigd wordt met het door Elvis Costello geschreven 'Almost Blue'.

Dit is Fay Claassen op haar best. Ze vertolkt de lyrische songs met een maximum aan inlevingsvermogen, haar zuivere stem ontdaan van overbodig vibrato en met soms een klein hees ruisje. Mellow!

Als toegift genieten we van 'It Could Happen To You', waarin Claassen de twee Jannen (Menu en Wessels) zover krijgt een stukje met haar mee te zingen.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Monique van der Lint.

Labels:

(Monique van der Lint, 10.4.13) - [print] - [naar boven]





Vooruitblik
dOeK Festival #11


Amsterdam is een magneet voor improviserende musici van over de hele wereld, mede dankzij de acht musici die verenigd zijn in Stichting dOeK. Zij organiseren het hele jaar optredens met getalenteerde en internationaal toonaangevende musici. Hoogtepunt is het dOeK Festival van 1 tot en met 5 mei op uiteenlopende locaties in Amsterdam; van het vermaarde Bimhuis tot in 'underground favorites', zoals OT301 en Vondelbunker. De ensembles zijn een mix van bestaande groepen (al dan niet met gasten) en gelegenheidsformaties, met de crème de la crème van Nederlandse en internationale improvisatoren.

Stichting dOeK organiseert alweer voor de elfde keer dit festival, waarin de huidige staat van de improvisatiemuziek in al haar verscheidenheid onder de loep wordt genomen. Improvisatie gaat over een benadering, niet over een bepaald genre. De kern is instant composing, waarbij uitgangspunten - gecomponeerde fragmenten, muzikale gegevens, gemeenschappelijke ervaringen - ter plaatse worden uitgewerkt. Voor je neus, je oren en je ogen: muziek van het moment, een nooit te herhalen ervaring voor musici en publiek gelijk.

Aan het publiek de keuze - een openingsfeest samen met de kunstenaars van Eddie the Eagle Museum; stomme film met on-the-spot muzikale begeleiding; een luisterpaal in het Bimhuis, waar je een maand lang naar cd's van de dOeK-musici – Eric Boeren, Tobias Delius, John Dikeman, Cor Fuhler, Oscar Jan Hoogland, Wilbert de Joode, Michael Moore en Wolter Wierbos - kunt luisteren; 'Wonderland', geïmproviseerde muziek en dans voor kinderen; een muzikale fietstour langs de geheime impro-plekken van Amsterdam en heel veel geweldige concerten: welkom in de wonderlijke wereld van dOeK! Muziek van het hier en nu, uitgevoerd door Nederlandse en internationale musici, zoals Han Bennink, Tony Buck, Theo Loevendie, Roy Campbell, Tristan Honsinger, Okkyung Lee en Andy Moor.

De avonden in het Bimhuis vinden plaats op 3 en 4 mei. Op de eerste avond zijn er concerten door het Monitor Trio (Michael Moore, Tristan Honsinger, Cor Fuhler), het Duo Loevendie/Gorter en de formatie Dikeman/Kugel/Van der Weide met Roy Campbell en Peter Jacquemijn. Op de tweede avond zijn te beluisteren: Oscar Jan Hoogland/Han Bennink, Kaufmann/Gratkowski/DeJoode met Okkyung Lee, Tony Buck en Richard Barrett en de Available Jelly Big Band (met onder anderen Eric Boeren, Michael Moore, Tobias Delius, Wolter Wierbos, Wilbert de Joode en Michael Vatcher).

Klik
hier voor uitgebreide informatie.

Labels:

(Jacques Los, 9.4.13) - [print] - [naar boven]





Concert
Caleidoscopische magie

Monty Alexander Trio, vrijdag 15 maart 2013, Bimhuis, Amsterdam

Monty Alexander speelt opnieuw in het Bimhuis. Anderhalf jaar geleden was hij hier terug na een afwezigheid van 24 jaar. Nu treedt hij op met zijn trio en geeft het gedroomde concert. De zaal is afgeladen met opgewonden liefhebbers. Bassist Hassan Shakurbas en drummer Frits Landesbergen betreden het podium om een swingende warming in te zetten. De maestro kan aanschuiven. Wat heeft de sympathieke Jamaicaan in petto? Monty's gulle glimlach verraadt dat het een geanimeerde avond zal worden.

Al in zijn jonge jaren verdiende Alexander zijn sporen als begeleider van de allergrootsten, tot Frank Sinatra aan toe. Vanaf zijn eenentwintigste geniet hij wereldfaam met zijn eigen trio's, waarin hij samenwerkte met onder anderen Ray Brown en Milt Jackson. Zijn inspiratiebronnen waren de beste pianisten uit die tijd: Art Tatum, Nat 'King' Cole en Oscar Peterson. Alexander geniet nog steeds met volle teugen van het optreden.

Monty Alexander is een entertainende meesterpianist. Gun hem zijn fratsen en grijp de kans om een unieke pianist aan het werk te zien, die nog steeds kan beschikken over een fabuleuze techniek. De piano kent voor hem geen geheimen.

Het goed determineren van Alexanders spel is lastig. Hij is grillig en maakt voortdurend onverwachte overgangen en wendingen. Intieme frases worden ruw verstoord door uitspattingen die hem op ramkoers leggen. Veelvuldig strooit hij met citaatjes en genremedleys. Vormvastheid is hem vreemd, hoewel hij toch steeds terugkeert bij het uitgangspunt en de structuur van zijn repertoire (standards en popsongs). Alexander voegt herhaaldelijk ritmische en harmonische elementen in zijn muziek, die een klassieke scholing verraden. Met groot gemak schakelt hij van impressionistische sequensen naar swing, om daar vervolgens invloeden uit bop, calypso en reggae in te mengen. Zijn spel heeft veelal een romantische inslag en wordt steevast gedreven door zijn passie voor syncopische ritmes. Hoewel hij vaak slordig is en bijna nooit op een coherente manier afmaakt waaraan hij begint, rest niets dan devotie en ontzag als je wordt gegrepen door de ruimte tussen zijn noten: de superieure timing en frasering in Alexanders spel. Kippenvel.

Alexander wordt bijgestaan door een sterke ritmesectie. Landesbergen voelt de grote meester perfect aan, volgt en geeft power of tegengas, precies waar dat nodig is. Shakurbas beheerst alle oude technieken. Hij laat zijn instrument zingen en ronken in een perfecte swing. Als mystery guest maakt zangeres Katherine Alexander (echtgenote van) haar opwachting in twee songs.

Het concert is als een overladen tentoonstelling. Alexander haalt alles uit de kast en flirt als een crooner met de zaal, in een aaneenschakeling van hoogtepunten. De intimiteit van het Bimhuis en het enthousiaste publiek vallen opnieuw in de smaak bij Alexander. Laten we hopen dat er iets moois is opgebloeid tussen de pianist en Amsterdam. Encore!

Labels:

(Roland Huguenin, 7.4.13) - [print] - [naar boven]





Cd
Marty Paich - 'I Get A Boot Out Of You' (Master Jazz, 2011)

Opname: 1959

Een typisch jaren vijftig-geluid. Moeilijk om je vinger er precies op te leggen, maar arrangeur en pianist Marty Paich werkt in hetzelfde winkeltje waar ook Gerry Mulligan en Ernie Wilkins je bedienen.

Kenmerkend is de zorgvuldigheid waarmee hij de dynamiek doseert en de instrumenten tegenover elkaar plaatst. Zo contrasteert hij in het nummer 'No More' het warme, diepe geluid van Conte Candoli's (?) bugel met de gloed van trombones en hoorn. Zijn melodietjes beklijven; soms transformeert hij een bekend thema met een paar klikjes naar een nieuw werk, waar de bron doorheen blijft glinsteren. Zijn pianostijl zit ergens tussen Duke Ellington en Thelonious Monk.

Paich maakte naam als begeleider van artiesten als Mel Torme en Anita O'Day en als schrijver van filmscores ('The Lady And The Tramp', 'Flatliners', 'Pretty Woman'), maar met een eigen orkest heeft hij meer ruimte en kan hij de diepte in. Dat hoeft niet allemaal spectaculair en spetterend te zijn: in 'From Now On' gebruikt hij een intrigerend staccato vijf-noten figuurtje van de gestopte trompetten om je bij de les te houden.

Labels:

(Eddy Determeyer, 7.4.13) - [print] - [naar boven]





Concert
Brede mix van culturen

Rudresh Mahanthappa's Gamak feat. David Fiuczynski, woensdag 20 maart 2013, Paradox, Tilburg

Altsaxofonist Rudresh Mahanthappa wordt in Downbeat Magazine al geruime tijd bejubeld en geprezen. Hij speelt met verschillende kwartetten en trio's en onder andere ook in een duo met pianist Vijay Iyer, die onlangs nog op het Paradox-podium te horen was.

In het kwartet waarmee Mahanthappa nu speelt, wordt hij begeleid door zijn kompanen bassist François Moutin en drummer Dan Weiss, met wie hij in 2006 de cd 'Codebook' uitbracht, en gitarist David 'Fuze' Fiuczynski, wellicht bekend van zijn band Screaming Headless Torsos.

Rudresh Mahanthappa is geboren in Italië uit Indiase ouders en groeide op in de Verenigde Staten. Een brede mix van culturen vindt weerklank in zijn muziek. Je hoort hardrock, vette blues, volksmuziek, jazzrock en funk, waarbij de ene stijl schijnbaar moeiteloos overgaat in de andere. Alles wordt stevig bij elkaar gehouden door de strakke ritmes en grooves van bas en drums.

Vrijwel alle nummers die het kwartet speelt zijn van de cd 'Gamak'. Gamaka is een Indiaas woord en betekent muzikale ornamentatie (van een noot). Je begrijpt wat Mahanthappa met deze titel bedoelt wanneer hij binnen één nummer klinkt als een slangenbezweerder en dan via een paar vette blueslijnen uitkomt bij een strak fusionpatroontje.

Ook Fiuczynski laat zich niet in één stijl vastpinnen. Hij bespeelt een Campbell American double neck-gitaar, waarvan het bovenste deel fretloos is. Hiermee heeft hij een breed palet van geluiden en ook de Oosterse invloeden zijn weer duidelijk hoorbaar.

De duetten en thema's van saxofoon en gitaar zijn kraakhelder. Daarnaast is er voor iedereen volop ruimte voor improvisatie. Naast speciale chemie tussen Mahanthappa en Fiuczynski schittert Moutin met enerverende solo's en ook de altijd creatieve Weiss komt ruimschoots aan bod.

Rudresh Mahanthappa brengt innovatieve muziek, die zich niet makkelijk laat categoriseren. Energie is het woord. Wanneer Mahanthappa tegen het einde van de tweede set eindelijk een ballad speelt, ben je blij met een adempauze.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Monique van der Lint.

Labels:

(Monique van der Lint, 5.4.13) - [print] - [naar boven]





Cd
eBraam - '3' (BBB, 2013)

Opname: 2012

Waar het Wurli Trio ophield, gaat het drietal eBraam verder. Pianist Michiel Braam ontpopt zich op de nieuwste cd van zijn hernoemde trio met bassist Pieter Douma en drummer Dirk-Peter Kölsch als een rock-keyboardist met compulsieve improvisatieneigingen en voegt daarmee een spannend hoofdstuk toe aan zijn toch al verbazingwekkende muzikale escapades. Hij moet de behoefte hebben gevoeld om een zekere afstand te nemen van zijn eigen idioom; niet dat hij zichzelf als orkestleider of improvisator in creatieve zin aan banden legde, maar directheid, efficiency en fysieke beleving zijn in de hedendaagse jazz nu eenmaal minder rijkelijk voorradig dan in een rockband. Want anders kunnen we eBraam eigenlijk niet noemen, hoe graag we de etiketten ook willen vermijden. En tja, als je met een bassist als Pieter Douma in zee gaat, weet je eigenlijk dat je vroeg of laat bij de rock uitkomt (laat de groepsnaam Blowbeat wellicht nog bellen rinkelen?).

Ergens heeft Braam deze overgave aan de geneugten van de rockmuziek zelf aangekondigd. In het recente verleden werd er in het magistrale Hybrid Tentet bij tijd en wijle al heftig dreunend ritmisch tekeer gegaan en het Wurli Trio is met zijn puntige en hechte jazzrock de directe voorloper. Wars van elke poging om hip te zijn, roept de muziek van eBraam associaties op met mythische namen uit vervlogen tijden, waarbij Soft Machine zich alleen al door de naam van het album het meest opdringt: '3' refereert opzichtig aan 'Third', een van de meesterwerken van de Britten. Bovendien wordt er een prachtige versie van het nummer 'A Certain Kind' van Soft Machine-bassist Hugh Hopper gespeeld; dit stond dan weer niet op 'Third', maar op het eerste album van de groep.

In de muziek van eBraam weerklinken ook nog andere echo's. Het heeft iets provocerends als het trio zonder de neus dicht te knijpen een duik neemt in de hoogtijperiode van de progressieve rock en orgelexercities in de stijl van pakweg Keith Emerson ('Triad') of ruimtelijke symfonische constructies even gemakkelijk uit de mouw schudt als de high potentials van Gentle Giant. Alsof Braam persoonlijk de morele banvloek opheft, die sinds het begin van de punkwave keer op keer over de meer complexe rockmuziek is uitgesproken.

Toch is deze muziek geen sentimental journey naar de vroege jaren zeventig, dat wordt bij meer intensief onderzoek wel duidelijk. De onderhuidse, complexe groove van veel nummers is daarvoor te dominant, een compositorisch aspect dat - enkele uitzonderingen daargelaten - in veel klassieke symfonisch getinte rock nog niet echt ontwikkeld was. Hierdoor, en ook door het intense, maar tegelijk geïmproviseerd overkomende samenspel, houdt de muziek iets luchtigs en licht opruiends, en weerspiegelt zo toch weer helemaal de naar dwarse ironie neigende geest van Michiel Braam.

Meer horen?
Op de website van Michiel Braam kun je fragmenten van deze cd horen. Klik
hier.

De cd '3' wordt op vrijdag 12 april gepresenteerd tijdens het Radio 6-programma 'Mijke’s Middag' in het MC Theater in Amsterdam. Diezelfde avond geeft eBraam een late night-concert (00.00 uur) in de North Sea Jazz Club Amsterdam. Beide concerten zijn gratis toegankelijk.

Labels:

(Laurent Sprooten, 3.4.13) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...






Menupagina's:

Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Neerpelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.