Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 




Concert
Spellbinding

Tineke Postma Quartet, vrijdag 18 maart 2011, Paradox, Tilburg


Laat ik beginnen met te zeggen dat het altijd werkelijk een genoegen is om naar saxofoniste Tineke Postma te kijken en te luisteren. Haar ingetogenheid, muzikale intelligentie en inzicht, maar ook haar composities en klankkleur zijn van grote kwaliteit. Toch blijft ze me verbazen; met iedere cd die uitkomt, toont ze haar gretigheid naar nieuwe denkbeeldige einders, alsof er met de tijd langzaam stukken bast loslaten en wij stukje voor stukje mogen aanschouwen hoe de fraaie kern zichtbaar wordt.

Haar nieuwe cd 'The Dawn Of Light' is een pareltje. In tegenstelling tot haar laatste, zeer succesvolle cd 'The Traveller' (2008), die werd opgenomen met haar Amerikaanse kwartet, werd dit album vastgelegd door Challenge Records met haar Nederlandse kwartet. En wel met pianist Marc van Roon, bassist Frans van der Hoeven en drummer Martijn Vink. Welverdiend, mag ik wel stellen. Postma begeeft zich in goed gezelschap, zoals blijkt uit de interactie en synergie op het podium. Alhoewel de cd nog niet officieel gereleased is, kregen we tijdens dit concert vast een smakelijk voorproefje.

Van Roon is een ware verhalenverteller op het klavier, een avonturier die tijdens zijn muzikale expeditie voortdurend op zoek is naar aanknopingspunten. Dansend over de toetsen van de vleugel, als een ballerina welhaast, vinden zijn vingers de juiste klanken in associatie met de wenken van Postma. Nooit te groot of te veel: zelfs de kleinste toon is doeltreffend. Zoals in het funky 'Beyond Category', een compositie van hemzelf, waarin ritmechangementen voor de nodige dynamiek zorgen, of het lyrische 'Before the Snow' een compositie van Postma. 'The Observer', ook geschreven door Postma, doet zijn naam eer aan; tijdens zijn observatie weet Van Roon met een enkele aanslag en minimale akkoorden zo treffend de juiste klank te omvatten.

Van der Hoeven heeft een bijna onopvallende, maar zeer essentiële rol. Als een rots in de branding zorgen zijn baslijnen voor een steady basis en feilloze overgangen in de ritmewendingen. Ook Vink komt uitstekend tot zijn recht in dit kwartet. Zijn gevoel voor timing en dynamiek is geniaal en hij exposeert een grote hoeveelheid kracht, zonder ooit te overstemmen.

De solostukken van Postma zijn onderhoudend, met een aanzienlijke diepgang. Ze zijn sterk in hun fundament en getuigen van een gezonde dosis lef bij het improviseren, zowel in de uptempo als in de langzamere stukken. De fijnzinnige (herkenbare) lyriek vormt mede haar authenticiteit om - wat zo belangrijk voor haar is - met haar muziek de luisteraar te kunnen raken, uiteindelijk haar voornaamste doel. Nu echter valt een zekere vorm van relaxedheid te bespeuren in haar spel, waardoor haar zelfverzekerdheid lijkt te gedijen. Het brengt wat mij betreft een extra dimensie in haar performance.

Al met al een betoverend mooi concert van deze ambitieuze jazzlady, die ongetwijfeld nog meer pijlen op haar boog heeft.

Op 22 april is de officiële cd-release van 'The Dawn Of Light' in het Bimhuis te Amsterdam.

Klik hier voor foto's van dit concert door Monique van der Lint.

(Donata van de Ven, 30.3.11) - [print] - [naar boven]





Cd
Rein de Graaff – 'Ornithology' (Timeless Records, 2010)


Pianist Rein de Graaff is de Nederlandse ambassadeur van de bebop. Al meer dan veertig jaar is hij als sideman en leider een onbetwist virtuoos swinger van Charlie Parkers en Dizzy Gillespie's muzikale naoorlogse muzikale erfenis.

Gedurende decennia is De Graaff al bezig beroemde Amerikaanse exponenten van de bop naar Nederland te halen. Saxofonisten als Dexter Gordon, Bud Shank, Von Freeman, David 'Fathead' Newman, Charlie Rousse, Pepper Adams en trompettisten als Webster Young, Louis Smith, Conte Candoli en John Marshall zijn inmiddels één of meerdere keren in gezelschap van De Graaff en zijn trio op de Nederlandse jazzpodia verschenen. Van veel van die concerten zijn – gelukkig – opnames gemaakt. Van al dat materiaal is inmiddels een compilatie-cd 'Ornithology' uitgebracht. Eerder verschenen de cd's 'Now’s The Time' en 'Confirmation'. Het is geenszins toeval dat de titels van deze cd's vernoemd zijn naar bekende composities van de uitvinder van de bebop, Charlie Parker.

Behalve de Amerikanen, zoals Harold Land, James Clay, Teddy Edwards en Frank Morgan, zijn er twee opnames van Nederlandse rietenblazers, respectievelijk Herman Schoonderwalt (klarinet) en Benjamin Herman (altsax), op deze compilatie toegevoegd. De Nederlanders doen beslist niet onder voor hun Amerikaanse collega's. Vooral Herman soleert zeer gepassioneerd in 'Autumn In New York', dat in tegenstelling tot Frank Morgan's nogal magere en timide vertolking op de altsax in 'Parker’s Mood'. Overigens niet zo verwonderlijk wat Morgan betreft. Hij overleed een maand na deze opname (2007).

Opvallende prestaties op deze cd komen uit de tenorsaxen van Harold Land (met zijn robuuste toonvorming en vrije interpretatie), Teddy Edwards (een fraai geblazen ballad) en James Clay - hij verkeerde volgens de hoestekst in een slechte conditie - met een korte, doch zeer bluesy solo. Vanzelfsprekend laat ook Rein de Graaff zich horen in swingende en furieuze solo's in de uptempo nummers, waaronder 'Night In Tunesia'.

Deze cd geeft een goed beeld van Rein de Graaffs muzikale ontmoetingen door de jaren heen – 1984 tot en met 2009 – met de groten van de bebopmuziek. Mede door de competente begeleiding en speelwijze is zijn trio een gelijkwaardige partner van de Amerikaanse mastodonten in dit genre.

Labels:

(Jacques Los, 30.3.11) - [print] - [naar boven]





Lp
Keiji Haino, Jim O'Rourke & Oren Ambarchi - 'In A Flash Everything Comes Together As One There Is No Subject' (Black Truffle/Medama, 2011) 2 LP


Jim O'Rourke wordt wegens zijn bijdragen op hun platen weleens gekscherend het vijfde lid van Sonic Youth genoemd, zoals verschillende mensen aanspraak maken op de titel 'vijfde Beatle'. Maar hij is nog veel meer dan een los-vast lid van een van de belangrijkste rockbands aller tijden. Zijn grootste verdienste is dat hij bruggen slaat tussen werelden die niet altijd makkelijk bij elkaar komen. O'Rourke is een multi-instrumentalist die zich even makkelijk een singer-songwriterrol aanmeet als dat hij de meest radicale avant-gardemuziek maakt. Meer dan wie ook is hij de spil in een netwerk van muziek, dat zich uitstrekt van de New Yorkse downtown-scene tot de Scandinavische impro of de meer radicale Japanoise. Dit jaar presenteert hij twee lp's in zeer beperkte oplage, waarvan 'In A Flash Everything Comes Together As One There Is No Subject' de eerste is. Hierop is hij op basgitaar te horen.

Met zo'n onthechte, schijnbaar op zen geïnspireerde titel is het niet verwonderlijk dat op deze plaat een zeer prominente rol is weggelegd voor een Japanner. Keiji Haino is zelfs in eigen land obscuur, maar tegelijkertijd een muzikant van wereldformaat die over de hele wereld op handen gedragen wordt, zij het door een zeer beperkte groep mensen. Vanwege zijn neiging zijn instrument eerder te martelen dan te bespelen, zou je kunnen zeggen dat hij zich tot de gitaar verhoudt als Kaoru Abe dat tot de saxofoon deed. Hij levert ook vocale bijdragen, die je doen denken dat de beroemde samoerai-acteur Toshiro Mifune heeft besloten uit de dood op te staan om al schreeuwend het noh-theater te heruitvinden.

Daarnaast is er multi-instrumentalist Oren Ambarchi, die zich ditmaal tot de drums beperkt. Hij valt eigenlijk het minste op, omdat de tempo's laag liggen en hij zich vooral concentreert op het structureren van de eindeloze muur van geluid die O'Rourke en Haino produceren. Ambarchi is een zeer gerespecteerd, maar vrij onbekend muzikant uit Australië, die zich inzet om in dat land de vrije improvisatie te ontwikkelen. Dit doet hij als universitair docent en gezien zijn staat van dienst moeten de lessen buitengewoon onderhoudend zijn.

De muziek op 'In A Flash...' is traag, loodzwaar en kneiterhard. Toch is er vrij veel variatie, met luide passages, elektronica en gitaarpartijen die klinken als de muziek voor een postapocalyptisch sprookje. Rust is er zelden, eerder een dreiging die zich pas ontlaadt als de gitaristen los gaan. De muziek is niet heel anders dan andere projecten waaraan Haino meedeed of de meest experimentele platen van Sonic Youth, maar wel van zo'n schandalig hoog niveau dat deze plaat goed zal eindigen op oudejaarslijstjes, voor zover die er zijn voor vrij geïmproviseerde post-industriële Japanse garagejazz.

(Sybren Renema, 28.3.11) - [print] - [naar boven]





Nieuws
Hybrid 10tet verklankt reis langs podia


Op zaterdag 2 april gaat in Utrecht een nieuw project van pianist en componist Michiel Braam in première: 'On The Move' van het Hybrid 10tet. Een internationaal gezelschap topmusici, samengesteld uit drie verschillende muzikale werelden: het klassieke Matangi Strijkkwartet, de rock-ritmesectie Pieter Douma/Dirk-Peter Kölsch en de improviserende koperblazers Carl Ludwig Hübsch, Nils Wogram en Taylor Ho Bynum.

De musici brengen hun eigen muzikale taal in het ensemble, maar ze worden ook uitgenodigd om nieuwe werelden te onderzoeken. Het samengaan van verschillende muzikale persoonlijkheden staat centraal binnen dit project, waardoor een unieke stilistische mix ontstaat.

Michiel Braam heeft voor ieder concert een unieke compositie geschreven die betrekking heeft op het specifieke karakter van elke zaal. De composities die Michiel Braam voor dit 10tet schrijft zijn als het ware een reis van de musici langs de desbetreffende podia. Improvisatie en onverwachte wendingen, wezenlijke onderdelen van Braams muziek, spelen bij 'On The Move' andermaal een belangrijke rol.

VPROJazzLive maakt op 13 april opnames van het Hybrid 10tet in het Bimhuis. De uitzenddatum is nog niet bekend.

Speellijst
02/04 SJU Jazzpodium, Utrecht
04/04 Loft, Keulen (D)
07/04 Cuba, Münster (D)
08/04 De Singer, Antwerpen (B)
10/04 Serah Artisan, Zaandam
11/04 De Lindenberg, Nijmegen
13/04 Bimhuis, Amsterdam
14/04 Orpheum, Graz (A)
16/04 Plusetage, Baarle-Nassau
18/04 Wilhelmina, Eindhoven

Meer weten en horen?
Op donderdag 31 maart 2011 is Michiel Braam een uur lang te gast bij De Concertzender, waar hij tijdens een gesprek met Bas Andriessen dieper ingaat op zijn muziek en composities. Het programma begint om 21.00 uur. Klik hier om het live te luisteren en/of te herbeluisteren.

(Maarten van de Ven, 28.3.11) - [print] - [naar boven]





Cd
Jasper Blom Quartet – 'Dexterity' (Mainland Records, 2010)


Terwijl het merendeel van de artiesten verder bouwt op de verworvenheden van vorige generaties en van daaruit een eigen geluid probeert te vinden, heb je in het andere uiterste ook artiesten die radicaal vechten voor een tabula rasa en dat beschermen tot de laatste hardnekkige snik. Het boeiendst gaat het er echter vaak aan toe bij artiesten die zo'n beetje leep van twee walletjes eten; niet te vies om de traditie binnen te smokkelen, maar die dan wel een beetje ombuigen met moderne tactieken en technieken. Op die manier wordt het voor beide kampen wat interessant. En dat is waar rietblazer Jasper Blom best goed in slaagt op zijn nieuwste kwartetalbum.

Net als op 'Statue Of Liberty' (2007) wordt Blom hier omringd door Jesse van Ruller (gitaar), Frans van der Hoeven (bas) en Martijn Vink (drums), een stel muzikanten die inzetbaar zijn in uiteenlopende contexten. Op 'Dexterity' leidt het doorgaans tot een frisse mix van baldadig experiment, zorgvuldig opgebouwde lyriek en geëxperimenteer met composities en klankkleur, niet in het minst door de effecten van Blom op zijn sax en basklarinet, waardoor hij nu eens een monsterlijke vervormde sound krijgt ('Knor'), om dan weer de indruk te wekken te zijn uitgegroeid tot een complete blazerssectie ('Tasmania'). Heel mooi hoe hij een geslaagd evenwicht weet te vinden tussen stekelig spel en ingrijpende effecten.

De diversiteit van de songs zorgt er bovendien voor dat verveling uitblijft. Naast een ballade met schimmige gitaarpartijen ('Homecoming') krijg je immers ook Scandinavisch aandoende weidsheid en openheid ('Waltz For Magnus'), momenten die gedomineerd worden door relativerende cartoonsfeer ('En L’Amoureux Vergier') en bevlogen jazzfunk, die de bijna foute geluidsexperimenten van Herbie Hancock koppelt aan een soulvolle structuur die zo van Stevie Wonders 70's platen had kunnen komen (het afsluitende 'Candy').

Opvallend is daarbij hoe moeiteloos het allemaal klinkt; de ritmesectie boetseert met klank en heeft er geen moeite mee om in een vingerknip een soepele groove op gang te brengen, terwijl Blom en Van Ruller zich volledig kunnen laten gaan met effecten zonder te gaan irriteren. Een meesterwerk is 'Dexterity' nog niet geworden, daarvoor bevat het album een paar kleine inzinkingen te veel (vooral in de meer introverte passages, die soms wat te wollig zijn), maar die worden ruimschoots gecompenseerd door het avontuur en de frisheid van het geheel.

Meer horen?
Op de
website van Jasper Blom kun je van dit album luisteren naar de tracks 'Knor' en 'Homecoming' (via het submenu 'music').

Labels:

(Guy Peters, 26.3.11) - [print] - [naar boven]





Nieuws
Denise Jannah wint Meer Jazz Prijs


Op het zeventiende Meer Jazz-festival (27, 28 en 29 mei) ontvangt jazzzangeres Denise Jannah uit handen van burgemeester Weterings de Meer Jazz Prijs. Volgens de organisatie van Meer Jazz is deze prijs niet bestemd voor jeugdige hemelbestormers, maar voor de gerijpte musicus die zijn of haar sporen royaal heeft verdiend. De motivatie om de prijs aan haar toe te kennen, is de 'muzikale loopbaan van de beminnelijke, inspirerende en meermalen gelouterde Jannah'.

Sinds het midden van de jaren zeventig woont de van oorsprong Surinaamse Denise in Nederland. Na enkele jaren rechten te hebben gestudeerd, besloot zij het roer om te gooien en schreef ze zich in bij het Hilversums Conservatorium. Daar studeerde ze af in zang en zangpedagogiek. In 1991 kwam haar eerste soloalbum uit, 'Take It From The Top'. Zo'n 350 keer schitterde Jannah in de musical 'A Night At The Cotton Club', met shows in Nederland, België en Duitsland. Jannah heeft zo'n beetje over de hele wereld opgetreden, van New York tot Johannesburg en van Suriname tot Japan en Indonesië. Ze zong voor Koningin Beatrix, voor de Europese leiders tijdens de Eurotop, voor Bill en Hillary Clinton, voor Nelson Mandela en vele andere grootheden. Maar liefst zeven keer trad ze op tijdens het North Sea Jazz Festival.

Momenteel maakt zij met het Rosenberg Trio en diverse internationale solisten een tour langs de Nederlandse theaters met de Rosenberg Soul Show.

Het sieraad dat de Meer Jazz Prijs gestalte geeft, is beschikbaar gesteld door diamantair-juwelier Paul van 't Hullenaar. De naam van Denise Jannah zal prijken tussen die van Willem Breuker, Jean Toots Thielemans, Rita Reys, Greetje Kauffeld en Edwin Rutten.

(Maarten van de Ven, 24.3.11) - [print] - [naar boven]





Concert
Russische klankkleuren en blues van de gestampte pot

Stageband, dinsdag 15 maart 2011, De Smederij, Groningen

Het Count Basie Orchestra slaagde er destijds in, zich op het podium van de Famous Door te wurmen, 66 West 52nd Street, New York City, dat eigenlijk meer geschikt was voor pianotrio's. Lester Young wist zelfs zijn tenorsax netjes horizontaal te houden. Nou, dan hoeft zo'n Stageband, achttien koppen, toch geen probleem te hebben met de vijftien vierkante meters van De Smederij?

De droge akoestiek van de kazemat-achtige ruimte aan de Tuinstraat hielp het geluid lekker direct en compact te houden. Zo konden we perfect vaststellen op welk hoogtevreeswekkend niveau de noorderlingen tegenwoordig spelen. Niet voor niets winnen ze de ene na de andere eerste prijs op bigband-concoursen her en der. Met name in de Thad Jones-arrangementen, die met hun blokharmonieën een zware wissel trekken op coherentie en precisie, kwamen de secties en de band als geheel mooi tot hun recht. Zwakke plekken heb ik eerlijk gezegd niet kunnen ontdekken. Daar de band bestaat uit professionals en conservatoriumstudenten, is er vanzelfsprekend wel wat verloop, maar de ritmesectie, het warm kloppend hart van het organisme, is bijvoorbeeld al zeker twee jaar intact. En dat helpt.

Het enige stuk dat niet uit de Jones/Brookmeyer/Holman/Nelson-canon stamde, was - als ik het goed heb verstaan - 'Tracks Of Tears' van trombonist Pavel Shcherbakov, een studie in klankkleuren. Daarin werden onder meer gestopte trombones geconfronteerd met een klarinettenkwartet. De componist zelf schoof ook nog een boeiende monoloog – hij is een van de sterke solisten van de Stage Band. Trompettiste Suzan Veneman hoort daar ook bij. In 'Miss Fine' deed ze de songtitel en zichzelf eer aan met een mooi vormgegeven en soepel gefraseerde solo. En net als je denkt 'nou nou, die Steven Sluiter, wat is dat een toffe eerste alt en een prima deputy bandleader' gaat die gast me toch een chorusje of wat de blues erin staan te beuken. Smack! Dab! De zaal pieste bijkans collectief in haar broek van vreugde.

Op 12 april zit het orkest in de Groninger Stedelijke Muziekschool en dan staat Kurt Weiss ervoor.

(Eddy Determeyer, 24.3.11) - [print] - [naar boven]





Cd-boxen
House Of Jazz: interessante serie jazzboxen


In het Friese dorp Grou is de platenmaatschappij T2 Entertainment gevestigd. Behalve pop, klassiek, Nederlandstalig en wereldmuziek houden ze zich ook bezig met jazzmuziek. Op het label House Of Jazz worden met de regelmaat cd-boxen uitgebracht. De boxen bestaan uit elk 10 cd's van de meest bekende jazzmusici. Inmiddels zijn er meer dan twintig uitgebracht; onder de titel 'Kind Of...' zijn van onder anderen John Coltrane, Art Blakey, Thelonious Monk, Dexter Gordon, Art Pepper en Cannonball Adderley boxen verschenen.

Helaas is de informatie zeer summier, alhoewel begrijpelijk gelet op de prijs van een luttele tien euro, maar die kan zelf grotendeels opgezocht worden op het internet, in het bijzonder via de website
www.jazzdisco.org. Het gaat vooral om delen of complete studio- en liveopnamen van labels als Verve, Prestige en Riverside uit de jaren veertig tot en met begin jaren zestig. Om een indruk te geven volgt onderstaand de inhoud van de boxen 'Kind Of Gillespie' en 'Kind Of Rollins'.

De Gillespie-box geeft een overzicht van vooral zijn bebop-periode (1940-50). Sommige cd's zijn nogal rommelig geprogrammeerd met talloze bij elkaar geharkte onvolledige platensessies, bijvoorbeeld cd 2 ('Ol’ Man Rebop'), cd 5 ('Dizier & Dizier'), cd 6 ('Disorder At The Border'), cd 7 ('Things To Come') en cd 8 ('O O La La'). Het betreft opnamen van kleine formaties met onder anderen Charlie Parker, Lucky Thompson, Milt Jackson, Miles Davis, Lennie Tristano en Shelly Manne en bigbands van Cab Calloway, Teddy Hill, Billy Eckstine, Boyd Raeburn, Johnny Richards en Gillespie zelf. Neemt niet weg dat er een gevarieerd overzicht van Gillespie's beboptijd wordt weergegeven.

De overige cd's zijn completer, dus minder rommelig. Cd 3 ('At Newport') is de in 1957 door Verve uitgebrachte lp 'Dizzy Gillespie At Newport', cd 4 ('Impromptu') is de in 1953 uitgebrachte lp 'Diz And Getz' met onder meer Oscar Peterson, en cd 9 ('Quintet In Europe') is een liveopname uit het begin van de jaren zestig (Italië) met Leo Wright op altsax en Mel Lewis op drums.

De Sonny Rollins-box daarentegen bestaat uit gehele of substantiële gedeelten van vermaarde en belangrijke albums, met name uit het midden van de vijftiger jaren. Er is geplunderd uit albums van Prestige ('Thelonious Monk And Sonny Rollins', 'Way Out West', 'Sonny Rollins Plus 4', 'Saxophone Colossus', 'Tenor Madness', en 'Movin’ Out'), Riverside ('Freedom Suite') en Blue Note ('A Night At The Village Vanguard', 'Sonny Rollins Vol.2' en 'Newk’s Time').

Voor de jazzliefhebber die al voorzien is van een uitgebreide collectie is de serie uiteraard overbodig, maar voor de liefhebber met een bescheiden discotheek is de aanschaf van één of meerdere boxen zeker de moeite waard. Binnenkort zullen enkele boxen gerecenseerd worden.

T2 Entertainment heeft recent ook twee dubbel-cd's van Chet Baker en Art Blakey onder de noemer 'Sesjun Radio Shows' uitgegeven. Dit voorjaar zullen in die serie opnamen van Bill Evans en Stan Getz verschijnen.

Labels:

(Jacques Los, 23.3.11) - [print] - [naar boven]





Concert
Een feest der vrijheid

David Murray Cuban Ensemble, zaterdag 12 maart 2011, LantarenVenster, Rotterdam

Een concert van David Murray met een Cubaanse band – het leek mij op voorhand al een spannende combinatie. Ritmisch, melodisch en harmonisch ligt er nogal veel vast in Cubaanse muziek, terwijl Murray alles wat hij muzikaal beetpakt eerst eens goed door elkaar rammelt, om er vervolgens zijn rijkelijk vrije improvisaties over uit te strooien. Ik werd in mijn verwachtingen niet teleurgesteld. Murray had zich voor zijn hommage aan Nat King Cole in diens 'Spaanse periode' omringd met een negental jonge talenten met Cubaanse roots, die volop berekend bleken op Murray's artistieke anarchie – en er graag in meegingen.

De sleutel tot de vrijheid bleek te schuilen in de ritmesectie, die resoluut afrekende met de beperkingen die Cubaanse ritmepatronen als de montunos, claves en tumbaos opleggen aan muzikanten. Voortdurend daagde bassist Reinier Elizarde zijn drummende maatje Georvis Pico uit met syncopisch geplaatste kwartenreeksen. Pico, op zijn beurt, sleepte congaspeler Yuvisney Aguilar Rojas mee in zijn succesvolle streven zoveel mogelijk maatstrepen te slechten. De hele band leek er als op een comfortabel vliegend tapijt door rond te zweven.

Bandleider Murray werd in diens wijd uitgesponnen vrije solo's op de voet gevolgd door met name altist Roman Filiu en trompettist Jorge Miguel Vistel Serrano. Tot op voor hen bereikbare hoogte natuurlijk, want Murray voelt zich pas echt in zijn element als hij de pijnboomgrens voorbij is en in een wolk van flageoletten de aarde kan ontstijgen. Een opvallende rol was ook weggelegd voor pianist Pepe Rivero. Hij leverde solo's af, die qua verbeelding en harmonische complexiteit bepaald verder reikten dan het octavenrijke passagespel waar nogal wat Cubaanse pianisten het publiek mee proberen in te pakken.

Er waren momenten in het concert dat Nat King Cole's liedjes niet meer dan een aanleiding leken te vormen voor Murray om het tonaal en atonaal eens lekker te laten botsen. Een keurig gespeeld thema als 'Quizás, Quizás, Quizás' klonk als een tamelijk oubollig voorspel voor wat er aan eigenzinnige solo's op volgde. Toch zou het te ver gaan om te stellen dat er een loopje werd genomen met de legendarische zanger/pianist. Veeleer werden Cole's composities door Murray c.s. vakkundig opgerekt en in betekenis verrijkt, door er outside - of zeg in sommige gevallen maar gerust outer space - over te improviseren.

Hoe dan ook, het resultaat van de inspanningen van Murray en zijn Cubaanse vrienden was een feest der vrijheid. Vrijheid in harmonie, melodie en ritme, met een muzikaal zeer omvangrijk speelterrein in verhouding tot de traditionele Cubaanse muziek.

Persoonlijk heb ik mij wel eens verbaasd over de populariteit die de muziek uit Cuba hier in Nederland geniet. Natuurlijk is die populariteit voor een aanzienlijk deel te danken aan de Buena Vista Social Club en de film die Wim Wenders over dit ensemble maakte. Sindsdien stromen overal te lande workshops vol met enthousiast heupwiegende amateurmuzikanten, die verwoed tellend de strijd aangaan met de tegendraadse Cubaanse ritmepatronen, om uiteindelijk te ontdekken dat ze minder lastig speelbaar zijn dan ze aanvankelijk vreesden. Des te lastiger vind ik het zelf om langer dan een half uur geboeid te blijven luisteren naar de tamelijk eentonige ritmes en repetitieve akkoordencombinaties die de Cubaanse muziek kenmerken, en die mij voorkomen als een muzikaal harnas. Maar voor Cubaanse muziek à la Murray en de zijnen kunnen ze me dag en nacht wakker maken. Want die muziek voelt eerder aan als een lekker luchtig bloesje, dat nergens aanspant en waarmee je uren in de zon blijft lopen zonder dat het tegen je bezwete lijf gaat plakken.

(Paul van den Belt, 23.3.11) - [print] - [naar boven]





Cd
Roscoe Mitchell & The Note Factory - 'Far Side' (ECM, 2010)


Roscoe Mitchell is een onwaarschijnlijk veelzijdig muzikant. Behalve dat hij de gehele saxofoon-, fluit- en klarinetfamilie bespeelt, is hij net als zijn mede-Chicagoan Anthony Braxton een uitmuntend conceptualist. Zo is vanuit zijn eerste opnamen het Art Ensemble Of Chicago gegroeid, een band die in ieder geval voor het publiek definieert wat de jazz van de AACM (Association for the Advancement of Creative Musicians) is. Ook nu deze organisatie min of meer in de vergetelheid lijkt te zijn geraakt, is bij Mitchell de creativiteit nog springlevend. Na eerder in 2010 een album met Muhal Richard Abrams, de aartsvader van de AACM, te hebben uitgebracht, is er nu een live-opname verschenen, waarop Mitchell zich omringt met stukken jongere muzikanten in zijn band The Note Factory. De leden van deze band zijn ook niet de minsten. Vooral pianisten Craig Taborn en Vijay Iyer zijn inmiddels meer dan volgroeide meesters in het idioom dat Mitchell pionierde.

Het programma op 'Far Side' is de voor Mitchell zo typerende combinatie van vrije improvisatie, jazz, atonaliteit en meer herkenbare structuren. Het dertig minuten lange stuk 'Far Side/Cards/Far Side', dat als een soort suite opereert, begint als een soort sonisch oerlandschap. Pas na een aantal minuten komt de trompet van Corey Wilkes uit de muzikale nevel omhoog. Het geluid klinkt als dat van een auto, die in de tunnel passeert en waarvan de mistlichten je verblinden. Vervolgens ontwikkelt de muziek zich langzaam maar zeker en komt Mitchell op de voorgrond met zijn altsax.

Via een verzameling thema's en korte statements vergaart de muziek onverbiddelijk een dreigende spanning. Buitengewoon intelligent is de manier waarop vaak de helft van het ensemble een partituur lijkt uit te voeren, terwijl de andere helft de vrijheid krijgt om de grenzen, die door die partituur gesteld worden, te verkennen. Met name de strijkers, Jaribu Shahid (bas) en Harrison Bankhead (bas/cello), voeren hier een belangrijke ondersteunende rol uit. De dialoog van Taborn en Iyer, de pianisten, is een mooi bewijs van het feit dat beide heren een spel hebben ontwikkeld dat direct herkenbaar is: Iyer is iets cerebraler dan Tayborn, die dan weer wat minder technisch is. Dat is ook niet vreemd; als wetenschapper heeft Iyer onderzoek gedaan naar het kleinste muzikale interval dat de mens kan horen.

Bovenop deze oceaan van geluid verschijnt de sopraansax van Mitchell, die direct doet denken aan de muziek van de Arabische traditie. Op een weinig geziene video en dvd ter ere van John Coltrane is te zien hoe Mitchell in Marokko met de Master Musicians Of Jajouka speelt. Een erfenis daarvan is hier zeker terug te horen. Wanneer Mitchell uitgeraasd is en Wilkes het van hem overneemt, loop de spanning iets terug. Toch is het een bewonderenswaardig iets om een freejazzsuite van een halfuur te produceren, die zo goed georganiseerd, zo helder en zo weinig saai is.

Wat daarop volgt is al even interessant: 'Quinet 2007 A For Eight' is een zeer sterk thema dat bij vlagen aan Monk, Mengelberg of Mingus doet denken. Alleen zijn de intervallen meer verwrongen en is het thema dieper verborgen. De minimalistische aanpak die daarop volgt, staat in groot contrast met het overvolle thema. Deze muziek doet vagelijk denken aan 'Songs In The Wind', een album dat Mitchell opnam met slechts een windmachine en af en toe wat begeleiding. 'Trio Four For Eight' en het laatste stuk, 'Ex Flower Five', volgen een parcours dat niet heel erg veel verschilt van de eerdere twee stukken: tonaliteit, intervallen, rustperioden en harmonie worden onderzocht en het resultaat is niet altijd aangenaam, maar wel buitengewoon interessant.

Meer horen?
Klik
hier om fragmenten van deze cd te beluisteren.

(Sybren Renema, 20.3.11) - [print] - [naar boven]





Concert
Misplaatste keuze in overigens sterke programmering

Jasper le Clercq Quartet, Albert van Veenendaal & Gato Loco, VPROJazzLive Weekend, donderdag 10 maart 2011, Bimhuis, Amsterdam

Het is al weer voor de derde keer dat dit jazzweekend door VPRO leading jazzlady Vera Vingerhoeds is samengesteld en wordt gepresenteerd. Een weekend waarin avontuurlijke groepen uit de actuele jazz en impro-muziek zich manifesteren.

Met de vette blues 'Ach Gut' werd het festival door het nieuwe kwartet van violist Jasper le Clercq dit festival geopend. Naast zompige Mississippi-blues werd het repertoire grotendeels gevuld met een verscheidenheid aan stijlen, zoals funk, swing, country en hardrock. Met behulp van elektronica, samples en soundscapes kregen de composities - het merendeel is verschenen op de onlangs uitgebrachte cd 'Man Met De Hond Met De Hoed' - een interessante en effectieve muzikale, theatrale meerwaarde.

Naast de reeds vermelde blues werd er met behulp van samples aanstekelijk geswingd op muziek van onder anderen Count Basie. Le Clercq en gitarist Andreas Suntrop soleerden enthousiast en virtuoos, toetsenist Dionys Breukers was verantwoordelijk voor de samples en drummer Dirk-Peter Kölsch bleek een muzikale en stuwende drummer te zijn.

Het meest avontuurlijk impro-optreden was dat van pianist Albert van Veenendaal. Hij had de dag tevoren in vier uur tijd de vleugel geprepareerd. Door op en tussen de snaren voorwerpen, vooral veel stokjes in dit geval, te steken en te leggen, verandert de piano sterk van klankkleur en is dan tevens bij uitstek geschikt percussief te bespelen. Eén van Van Veenendaals sterke pianistische kanten is zijn ritmische speelwijze. Repeterende patronen en hamerende blokakkoorden vormden grotendeels het bestanddeel van zijn prepared piano-recital.

Hoogtepunt van zijn optreden was het contrasterende 'Goodbye Pork Pie Hat' van Charles Mingus. Gepassioneerd, verstild en uiterst langzaam vertolkt. Het was een subtiele uitvoering, die resulteerde in een adembenemende lamentatie.

Gato Loco, de achtmans formatie van tenorsaxofonist Stefan Zeniuk, was niet meer dan een goed geoliede feest- en showband. Funk, salsa, klezmer, noem het maar, en er werd – dat wel – met een tomeloze inzet gespeeld. Deze band is zeer geschikt om in de zomerperiode op te treden op de buitenfestivals en braderieën in dorpen en pittoreske stadjes.

De blazerssectie speelde weliswaar puntig en accuraat, maar solistisch was er niet bijster veel te genieten. De enkele solo's van leider Zeniuk waren een flauw aftreksel van de vroegere honkers & screamers als Big Jay McNeely, Sam 'The Man' Taylor, Hal Singer, Red Prysock en Joe Houston.

Voor zo'n serieus en pretentieus jazzweekend, dat ook nog eens live te volgen was op de radio en ook nog te zien is op 7, 14 en 21 april op Cultura-tv, is Gato Loco een misplaatste keuze.

Klik hier voor een fotoverslag van deze concertavond door Maarten Jan Rieder.

(Jacques Los, 20.3.11) - [print] - [naar boven]



   

Cd
Jan Glas, Addy Scheele en Hans Lass – 'Diezeg Laand' (Kleine Uil, 2010)


Ja, hoe zou dat komen? In de uitgebreide liner notes van het fraai vormgegeven boekwerkje annex cd stelt journalist Illand Pietersma dat Nederlandse streektaaljazz eigenlijk alleen in de noordelijke provincies voorkomt. In 1974 legde pianist Joop Verbeke in Leeuwarden de lp 'Dit Folk' met vocaliste Elly May vast. Meer recent, in 2009, kwam zangeres Martije Lubbers met de cd 'Drezz', in het Drents. En de moeder van alles streektaalswingers is natuurlijk de Groningse Jannie Stalknecht, van wie vijftig jaar geleden het ep-tje 'Martina Zingt Bie Martini' verscheen, met daarop het onsterfelijke 'Laiverd Kom Weer Bie Mie'. "Voor zover bekend bestaat er bijvoorbeeld geen Zeeuwse of Achterhoekse jazz," schrijft Pietersma. En je zou toch ook verwachten dat het Limburgs of het Jordanees zich voor jazzliedjes zou lenen. Vreemd.

Liedjesschrijvers Jan Glas en Erik Harteveld hebben de bestaande vijf Groninger songs van Jan Groenendal, trompettist en echtgenoot van Stalknecht, aangevuld met acht nieuwe ver- en hertalingen. Dat is met groot vakmanschap en veel humor gedaan. De titelsong is afgeleid van Erroll Garners 'Misty' – 'Diezeg Laand' betekent zoveel als nevelig landschap. De meest hilarische bewerking is 'Apmoal Van Mie', oorspronkelijk 'All Of Me', met een opsomming van wat de achterblijvende man na de scheiding zoal houdt. Cd's, placemats, de tv, de poddemenees, het schilderij mit de zunnebloumen, allemaal lekker van mij!

Het mooiste arrangement, van de hand van pianist Addy Scheele, is dat van 'Koolzoad' ('Blue Skies'). Hij zal er vermoedelijk een hele kluif aan hebben gehad, aan het plooien van de muziek rond de zang van Glas. Want Jan Glas is een dichter – en dan ben je weliswaar al halverwege zanger, maar daarom nog geen jazzzanger. Glas weet het maar net te behappen. Van de andere kant eindigt hij 'Doe Bist Mie Zat' ('After You’ve Gone') met een verrassend hippe modulatie, dus hoop is er zeker nog.

Klik op de linkerafbeelding om te luisteren naar fragmenten van deze cd.

Labels:

(Eddy Determeyer, 19.3.11) - [print] - [naar boven]





Nieuws
Jazz Orchestra Of The Concertgebouw op tournee met Tom Harrell


Eind maart doet het Jazz Orchestra Of The Concertgebouw onder leiding van Henk Meutgeert een kleine tournee door Nederland met de legendarische trompettist Tom Harrell. Concerten vinden plaats tussen 30 maart en 3 april in Cinemec (Ede), Bimhuis (Amsterdam), Poppodium W2 (Den Bosch) en Porgy & Bess (Terneuzen). Het concert van donderdag 31 april in het Bimhuis wordt door de NTR opgenomen voor Radio 6.

Harrells carrière begon in 1969 in de band van Stan Kenton, waar hij zich ontwikkelde tot een fenomenaal solist. Zijn fluweelzachte, maar tevens sprankelende geluid en zijn zeer melodische benadering van complexe harmonische structuren zijn kenmerkend voor zijn spel. De lijst van grootheden uit de jazz waarmee Harrell samenwerkte is imposant. Naast een superieure sideman bij musici als Bill Evans, Dizzy Gillespie, Sam Jones, Phil Woods, Joe Lovano en Charlie Haden is Harrell als leider te horen op verschillende cd's, die tot de hoogtepunten van de jazzdiscografie zijn gaan behoren.

Harrell won regelmatig de DownBeat Polls en werd in 2010 genomineerd voor de Jazz Journalists Association Award als 'Best Trumpet Player'. Voor zijn album 'Time’s Mirror' ontving hij een Grammy-nominatie. De eerste ontmoeting tussen Tom Harrell en het Jazz Orchestra Of The Concertgebouw vond plaats tijdens de concerten in 2009 in het Concertgebouw Amsterdam. De muzikale samenwerking was zo intens, dat een vervolg niet kon uitblijven.

Klik
hier voor meer informatie.

(Jacques Los, 19.3.11) - [print] - [naar boven]





Cd
XLJAZZ 2010 o.l.v. Martin Fondse – 'Martian Club' (BK Disk, 2011)

Opname: september/oktober 2010

Iemand die zelf nooit heeft deelgenomen aan de activiteiten van Stichting Buitenkunst en er alleen associaties bij heeft aan aquarelleren en andere linkse hobby's, doet er goed aan in het najaar eens een concert te bezoeken van XLJAZZ. Dat is de naam van elk nieuw jazzorkest dat tijdens een van de Buitenkunst-zomerweken het licht ziet en in korte tijd wordt gekneed tot een hecht ensemble met een boeiend, avondvullend repertoire. De steevaste output is een kleine reeks concerten en een cd.

In een XLJAZZ-orkest spelen vergevorderde amateurs en semi-profs samen met topsolisten. Vanaf de geboorte van het XLJAZZ-fenomeen in 2003 stonden de ad hoc gevormde orkesten onder leiding van respectievelijk GerritJan Binkhorst, Joost Dieho en Martin Fondse. Ik heb concerten bezocht van twee edities met Dieho aan het roer, waarvan ik 'Frank Zappa: Jazz From Hell' schaar onder de meest indrukwekkende concerten die ik ooit heb meegemaakt.

Martin Fondse, pianist, componist en arrangeur, bleek vorig jaar een waardig opvolger van Dieho. Dit jaar heeft hij opnieuw weten te overtuigen als XLJAZZ-voorman. Zijn project Martian Club, met voor de tweede keer uitsluitend eigen composities, heeft geresulteerd in een cd waar de creativiteit én kundigheid van af spatten. Fondse slaat toe met een orkest dat hij voor de zekerheid een maatje groter (XXL) heeft aangeschaft. In de achterste linies rukken twee bassisten, twee drummers en een extra grote batterij lage blazers op. In de frontlinie herkennen we respectabele huurlingen als violist Jasper le Clerq, trombonist David Rothschild, fluitist/tenorsaxofonist GerritJan Binkhorst en drummer/soundscaper Dirk-Peter Kölsch.

'Martian Club' is een caleidoscopisch album geworden, dat je soms de adem beneemt door de veelheid aan kleuren, sferen en emoties. Het is een muzikale tocht die veel eist van zowel de spelers als de luisteraars. Veel uptempo nummers, massieve blazertutti's, vlammende solo's en heerlijk zompig gepruttel van het baritonsaxofoon-bataljon ('Slow End Hifi'). Fondse is als arrangeur een ware klankkunstenaar, die geluiden aan zijn orkest ontlokt waar je praktisch je handen omheen kunt leggen. Het knappe van zijn muziek is dat zij weliswaar gemaakt is voor een veelkoppig leger, maar de intimiteit bezit van een heftig-emotioneel dagboek. En Fondse spaart profs noch amateurs. Hij heeft zijn werk gearrangeerd voor een virtuoos, optimaal wendbaar jazzorkest met een eindeloos lange adem.

De opbouw van de cd lijkt mij te zijn uitgedacht van puur-muzikaal naar steeds persoonlijker. De opener 'Back On Track' is een verrukkelijke warmspeler in een funky beweging, het slotstuk 'The King Is Dead' is een eigenzinnige, met geluidssamples (koffiezetapparaat!) gelardeerde hommage aan dichter Simon Vinkenoog. Wat zich daar tussenin allemaal afspeelt, is qua impact en stijlvariatie genoeg voor ten minste twee cd's. Elk nummer wordt met fris elan ingezet en het orkest speelt met de hechtheid van een vaste formatie. De heerlijk onbescheiden ambities van Fondse worden geheel waargemaakt, met uitzondering misschien van sommige hogere blazertutti's, die hier en daar niet helemaal gelijk worden afgeleverd.

Het is echter een klein minpuntje dat de pret niet mag drukken. Er staat zoveel geslaagds tegenover, dat deze XLJAZZ-cd, met overigens prachtig artwork van Renske Lambooy in het zeer luxe cd-boekje, opnieuw een voortreffelijk uithangbord vormt voor de Stichting Buitenkunst. Met 'Martian Club' wordt de grens tussen amateurs en profs weer met verbazingwekkend gemak geslecht.

Labels:

(Paul van den Belt, 17.3.11) - [print] - [naar boven]





Nieuws
Mark Schilders winnaar Erasmus Jazz Prijs 2011


Drummer Mark Schilders uit Waalwijk is op zondagmiddag 13 maart 2011 in de Doelen in Rotterdam uitgeroepen tot winnaar van de zestiende editie van de Erasmus Jazz Prijs, de prijs die jaarlijks wordt uitgereikt aan de beste jazzstudent van het Rotterdams Conservatorium. Hij ontving een geldprijs van 3000 euro.

Mark won de prijs met unanieme stemmen. De jury roemde Mark om zijn groot muzikaal overzicht en vindingrijkheid. "Een absolute aanwinst voor het (inter)nationale jazzcircuit!"

De jury bestond dit jaar uit: Eddy Geerts (Jazzpodium Rotterdam), Michael Varenkamp (PureJazz), Arend Niks (componist/drummer) en Ruud Meijer (jazzjournalist). Mark trad op met een eigen band: Reinier Baas op gitaar en Stefan Lievestro op bas. De andere finalisten waren Thomas Pol (contrabas) en Sjors Segaar (piano).

In de jaren 1996 tot en met 2001 werd de Erasmus Jazz Prijs gewonnen door achtereenvolgens trompettist Jan van Duikeren, zangeres Xandra Verkroost, trompettist Nico Scheepers, saxofonist Bart Wirtz, drummer Ruben van Rompaey en trombonist Louk Boudesteijn. De zevende editie in 2002 kende twee eerste-prijswinnaars: pianist Dimitar Bodurov en drummer Jasper van Hulten. De laatste acht edities werden gewonnen door gitarist Eelco van de Meeberg, saxofonist Thijs van Milligen, saxofonist Slobodan Trkulja, basgitarist Rik Kraak, pianist Thierry Castel, saxofonist Jasper van Damme, drummer Tuur Moens en gitarist Bert Cools.

(Maarten van de Ven, 17.3.11) - [print] - [naar boven]



Concert
Baritone Madness wakker gekust

dinsdag 8 maart 2011, De Smederij, Groningen

Het was een aangename hernieuwde kennismaking. 21 Jaar nadat de conceptband Baritone Madness afscheid had genomen van zijn publiek heeft saxofonist Hans Bosch, de geestelijke vader van de club, zijn kindje weer tot leven gewekt. Van de oorspronkelijke bezetting waren in De Smederij alleen Bosch en Jenne Meinema over. Meinema (1931) is vermoedelijk Nederlands oudste actieve baritonbopper. Hij bezit een omfloerst geluid, waarmee hij de ruimte nochtans moeiteloos weet te vullen. Meinema blaast ook het meest abstract van de drie. Een monument is hij, een oude geërodeerde druïdenheuvel.

Harry Broekman, in alfabetische zin het bètamannetje van de bromberen, heeft het lichtste geluid. Dieper en hoger gaat de leider, die in de bovenste regionen een Leo Parker-achtige lyriek aan de dag legt. Hij is degene die coherente verhalen vertelt en bovendien fraaie driestemmige collectieven geschreven heeft ('Well You Needn’t').

De begeleiding was, zoals dat tegenwoordig usance is, internationaal. Pianist en sessieleider Diederik Idema overtrof zichzelf in 'It’s Alright With Me'. Zonder de rest van de band te verwittigen, peddelde hij driest harmonische kreken en zijarmen in. De pezige bassiste Eunjung Jo bezit een aantrekkelijke heldere doch assertieve attack en weet haar goed gedefinieerde nootjes trefzeker in het groepsgeluid te plaatsen. Drummer Vasileios Panagiotopoulos straalt een grimmig soort beheerste spanning uit, alsof je hem maar hoeft aan te raken om donder en bliksem te ontketenen. Hij zit achter de drumkit alsof hij die hoogstpersoonlijk getemd heeft. Elk optreden is voor hem weer een uitdaging om de drumsolo van de eeuw te spelen – wat hem doorgaans nog lukt ook. Op de clave van 'Funky Bo' ging hij volledig loos en speelde hij zo niet de drumsolo van de eeuw, dan toch wel van de avond.

Dé solo van de sessie die op het optreden van Baritone Madness volgde, kwam voor rekening van gitarist Thomas Hilbrandie. In 'Just Friends' trok hij de aandacht met een goed gestructureerd, niet te nadrukkelijk discours, dat voorzien was van aangename contrasten. Laat die gast binnen maar vetten.

(Eddy Determeyer, 16.3.11) - [print] - [naar boven]





Cd
Christoph Stiefel Inner Language Trio - 'Fortuna’s Smile' (Neuklang, 2010)


De Zwisterse pianist Stiefel is weliswaar een paar keer in Nederland geweest, maar hij heeft hier nog niet de bekendheid die hij bijvoorbeeld in Duitsland heeft. Met zijn trio heeft hij nu een tweede album voor het Duitse Neuklang geproduceerd.

De naam van zijn band, Inner Language Trio, suggereert weliswaar een in zich gesloten musiceerwijze, maar de naam slaat ook op een methode die hij heeft ontwikkeld om consistente improvisaties te kunnen construeren. Het belangrijkste element daarvan is de constante en heldere verhouding tussen notenmateriaal en ritmiek, naar middeleeuws voorbeeld ontwikkeld door Stiefel. De stukken volgens dat procédé, hier zes van de acht, krijgen de subtitel 'Isorhythm' met een nummer.

Met bassist Thomas Lähns en drummer Marcel Papaux speelt Stiefel zeer heldere muziek met een evenwichtige dynamiek, waarvoor de leden in gelijke mate verantwoordelijk zijn. Grooves zijn niet alleen een tapijt voor de melodielijnen, maar vormen daar een ook logische eenheid mee. Zo is het ensemblegeluid tegelijk vol, maar ook subtiel wanneer dat effectief is.

Opvallend is ook hoe precies en gearticuleerd er gemusiceerd wordt. Het trio kan zowel melodieus als abstract spelen, terwijl de ritmische component altijd een integraal onderdeel blijft en dus niet functioneert als een soort toegevoegde laag bij de harmonieën, zoals vaak bij hedendaagse pianotrio's. De bewering van het tijdschrift Stereo in 2006 dat dit het beste Zwitserse pianotrio is, is daarom zeker nu nog geloofwaardig.

Meer horen?
Op de
Myspace-pagina van het Christoph Stiefel kun je van dit album de volgende tracks beluisteren: 'Tiscope Kaleidome', 'Aura', 'Eclipse', 'Pensar Positivo' en 'Olympus Mons'.

(Ken Vos, 16.3.11) - [print] - [naar boven]





In memoriam / The Jazztube (reprise)
Joe Morello


Op 12 maart 2011 is drummer Joe Morello overleden. Hij wordt gerekend tot de beste jazzdrummers. Morello, die visueel beperkt was, is vooral bekend geworden als drummer van het Dave Brubeck Quartet.

Morello werd geboren op 17 juli 1928 in Springfield, Massachusetts. Hij leerde op zesjarige leeftijd viool spelen. Drie jaar later speelde hij met het Boston Symphony Orchestra Mendelsohns vioolconcert. Toen hij echter later violist Jascha Heifetz hoorde, besloot hij de viool aan de wilgen te hangen en dan maar drums te gaan studeren.

Als teenager speelde en jamde hij met onder anderen saxofonist Phil Woods en gitarist Sal Salvador. In Springfield volgde lessen bij George Lawrence Stone, een belangrijke drumleraar, die niet alleen Morello als leerling had, maar ook Gene Krupa en Lionel Hampton. Al gauw speelde Morello met gerenommeerde musici als Tal Farlow, Gil Melle, Jimmy Raney, Marian McPartland en in de bands van Benny Goodman, Tommy Dorsey en Stan Kenton.

Eind 1956 werd hij drummer bij Dave Brubeck. Hij bleef in het kwartet tot het werd ontbonden in 1967. Het kwartet werd erg populair door de toepassing van (in de jazz) niet gangbare ritmes als de 3/4 en 5/4. Morello beheerste die ritmes als geen ander, hetgeen Brubecks succes alleen nog maar verstevigde. Op diens album 'Time Out' werden nummers als 'Take Five' en 'Blue Rondo A La Turk' geheide hits.

Na de Brubeck-periode speelde Morello sporadisch in de jaren zeventig en tachtig - inclusief enkele reünies met Brubeck - en leidde hij in de jaren negentig een eigen groep, waarin onder anderen de saxofonist Ralp Lalama speelde. Morello was toentertijd voornamelijk actief als drumleraar en hield veel drumworkshops. Hij speelde op een 120-tal platen en cd's, waarvan liefst 60 met Dave Brubeck. In het Amerikaanse jazztijdschrift DownBeat werd hij vijf jaar op rij verkozen tot de beste slagwerker.

Bekijk de Jazztube!
Als eerbetoon in de Jazztube 'Take Five', de signature tune van Joe Morello. Een live-opname van deze evergreen, die de AVRO in 1961 registreerde in een Hilversumse tv-studio. Geniet nog eenmaal van Morello's mooi opgebouwde drumsolo. Klik op de linker afbeelding om de Jazztube te starten.

Labels:

(Jacques Los, 14.3.11) - [print] - [naar boven]





Boek
Jazzstad Tilburg gedetailleerd in kaart gebracht

'Jazz in Tilburg - Honderd jaar avontuurlijke muziek' door Rinus van der Heijden en Henk van Belkom, met Ruud Erich en Jan van Rijthoven (Stichting Jazz in Tilburg, 2010)

"Je ziet hoe jazz in Tilburg de sociale ladder afdaalt. Was deze muziek in eerste instantie vooral een speeltje van de elite, door toedoen van toegewijde fraters (blijkbaar zijn er in deze tijden van gruwelverhalen rond geestelijken ook positieve dingen te melden) en door het simpele feit dat blaasorkesten hun leden van instrumenten voorzagen, kon jazz beoefend gaan worden door liefhebbers uit alle milieus."

Recensent René van Peer las het boek 'Jazz in Tilburg', dat hem "doet verlangen naar een uitgebreide geschiedschrijving van de Tilburgse school. Liefst door bevlogen expert Rinus van der Heijden, en liefst ook met een cd. Beter nog, meer dan een, veel meer."

Klik hier om de boekrecensie te lezen.

(Maarten van de Ven, 13.3.11) - [print] - [naar boven]





Concert
Helemaal maf van Agog

dinsdag 1 maart 2011, De Smederij, Groningen

'Agog' betekent zoveel als 'helemaal maf van'. Dat gevoel kon je inderdaad bekruipen bij het concert van het trio Agog in De Smederij. Met name wanneer gitarist Frank Wingold alle zelfbeheersing verloor en logica en doelgerichtheid opblies, zodat de fragmenten daarvan alle kanten opschoten en de verblufte bezoekers vliegensvlug dekking moesten zoeken. Zo ongeveer. Het trio doet maar wat. Waarmee ik bedoel dat het geen jazz is en geen rock en ook geen wereldmuziek, om die lelijke term maar eens te gebruiken. Maar alles zit er wel in. Improvisatie, daar draait alles om en soms beukt de muziek met rockkracht elf op je trommelvliezen. De ritmes hobbelen en schokken intussen door – ongeveer zoals die fietsjes met excentrische wielen die je vroeger bij ons in Oeteldonk wel zag.

Eigenlijk is basgitarist Mark Haanstra de enige die het hoofd nog enigszins koel weet te houden. Hoewel de jungledrums bij hem nooit ver weg zijn, is hij een melodische 'zanger' die opgewekt door de schema's danst en sluipt. Want die Joost Lijbaart is in dit gezelschap ook niet echt te vertrouwen. In andere kringen wil hij nog wel eens bedachtzaam als een pijproker rimpelen en ritselen, maar daarvan is hier geen sprake. Als hij zich eenmaal naar zijn krukje gewrongen heeft, behoedzaam door een labyrint aan tafeltjes, koffers, bekkens en stekkerdozen manoeuvrerend, dwingt hij de muziek met niets ontziende rimshots in het gareel.

Dit is kale muziek, zonder opsmuk. Hooguit drukt Wingold een pedaal in om een batterij strijkers even uit hun slaap te wekken, maar dat is het dan. Deze muziek moet het niet van binaire apps hebben, deze muziek komt rechtstreeks uit het analoge hoofd. En dat zie je als je Wingolds hoofd beziet. Zijn gitaar is een verlengstuk van zijn lichaam en vice versa. Soms wordt er even gas teruggenomen: 'Gouache' opent inderdaad als een canvas vol lieflijke, in elkaar overvloeiende tinten. Maar je hebt je nog niet gerieflijk in je luie stoel weg laten zakken, tevreden de essence van de Bisquit opsnuivend, of het trio mept je weer agog met vuige vegen en gekerfde contouren.

(Eddy Determeyer, 11.3.11) - [print] - [naar boven]





Cd
Bart Lust Quintet - 'Circuits' (Capicúa Records, 2010)


Al meer dan een decennium maakt trombonist Lust deel uit van de New Cool Collective Big Band, die op gezette tijden de hort op gaat met spetterende liveshows, maar ook met zijn eigen kwintet laat hij horen een begenadigd muzikant en componist te zijn. Ook op het tweede album van die band krijgen we high energy modal jazz voorgeschoteld, waarvoor de leider wordt bijgestaan door Tom Beek (tenorsax), Steven Hupkens (piano), Ben Janssen (bas) en Steve Altenberg (drums).

Lust studeerde nog bij volk als Slide Hampton en Jimmy Knepper, en dat heeft zeker zijn sporen nagelaten. De muziek die op dit album te horen is, valt overduidelijk te situeren in de jaren vijftig en zestig, toen de jazz gemaakt werd die nu nog steeds dominant is op de radiostations en in de winkelrekken. Voor de vernieuwing ben je met andere woorden aan het verkeerde adres, al kan je dat hier bezwaarlijk beschouwen als een punt van kritiek, want de tien composities op 'Circuits' zitten in de aanstekelijke traditie van goed volk als Horace Silver en Kenny Dorham.

Dat betekent: hechte en catchy thema's, vlotte tempo's, een occasioneel exotisch uitstapje en bevlogen solo's. Op een uitzondering na ('Promotion Canapé') zijn de composities van Lust allemaal erg energiek en voorzien van een forse swing. Het samenspel zit strak in het pak, de articulatie van Lust en saxofonist Beek is trefzeker (soms zouden ze elkaar zelfs iets meer mogen loslaten) en de ritmesectie kan een aardig potje swingen, getuige prima composities als het met een latin-toets opgesmukte 'Quacha', het goedgeluimde 'Citadel' en het opwindende titelnummer, dat het hoogtepunt van de plaat is.

De drie composities van bassist Janssen zijn eerder te situeren in de trage en broeierige hoek, maar net daardoor zorgen ze voor een mooie afwisseling, zeker in de tweede albumhelft, zodat ook minder opvalt dat Lust wel vaak uit hetzelfde vaatje tapt. Is dat een probleem? Ach nee, want liefhebbers van traditionele jazz die lekker swingt, volgestouwd zit met vurige en wendbare solo's en de vingerknip naar boven haalt, die komen hier ruimschoots aan hun trekken. 'Circuits' is uitstekend spul, zeker voor retroliefhebbers.

Meer horen?
Op de
Myspace-pagina van Bart Lust kun je van dit album de track 'Ain' beluisteren.

(Guy Peters, 11.3.11) - [print] - [naar boven]





Concert
Gevarieerde composities ontberen soloruimte

Jorrit Dijkstra Pillow Circles, zondag 27 februari 2011, SJU Jazzpodium, Utrecht

Naast instrumentalist - altsax, sopraansax, fluit, kraakdoos en electronics - is Jorrit Dijkstra vooral componist. En niet de eerste de beste. Hij kreeg compositieopdrachten van onder meer de Tetzepi Big Band, het Amstel Saxofoon Kwartet, de Harvard Jazz Band, theatergezelschappen en het North Sea Jazzfestval 2009.

Naar aanleiding van de 'North Sea'-opdracht formeerde Jorrit Dijkstra een Amerikaans/Nederlands ensemble, dat onder dezelfde naam de suite 'Pillow Circles' uitvoert. De composities waaruit de suite bestaat, zijn odes aan een grote verscheidenheid van muzikanten, waaronder Henry Threadgill, Kate Bush, George Lewis, Ernie Henry, Rogier van Otterloo en Jonny Greenwood (Radiohead).

Dijkstra's composities zijn zeer compact, vol en zorgvuldig geschreven, hebben lange lijnen en zijn uiteenlopend van stijl. Invloeden van rock-jazz, elektronica, hedendaags gecomponeerd en free jazz zijn nadrukkelijk aanwezig. Helaas, en dat is toch essentieel in de jazz, is er weinig ruimte voor individuele solo's. Wel wordt er regelmatig binnen de composities collectief geïmproviseerd. Jammer is het dat voor prominente solisten als saxofonist Jasper Blom, trombonist Jeb Bishop en Dijkstra zelf de mogelijkheden tot improviseren spaarzaam zijn.

In het slotnummer, dat vooraf werd gegaan door een geweldige en dynamische trio-improvisatie van bassist Jason Roebke, drummer Frank Rosaly en (alsnog) Bishop, was er wél alle gelegenheid te soleren en improviseren, waardoor het concert toch nog een geïnspireerd impro-jazz einde kreeg.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Koen Scherer.

Op maandag 28 februari jongstleden trad Jorrit Dijkstra 'Pillow Circles' op in Jazzpower, Eindhoven. Cees van de Ven maakte daar dit fotoverslag.

(Jacques Los, 9.3.11) - [print] - [naar boven]



   

Cd / The Jazztube
Francien van Tuinen - 'Cool Voice' (Red Sauce Records, 2010)


'Celebrating Rita Reys' luidt de subtitel van dit nieuwe album van Francien van Tuinen. Een eerbetoon aan onze First Lady of Jazz en aan het American Songbook, het biotoop waarin Van Tuinen zich goed thuisvoelt. We horen hier een gerijpte zangeres die tot de topvocalisten van ons land behoort. In alle stukken hoor je hart en ziel en eigenheid. Dat laatste zit hem ook in de spaarzame, maar uiterst effectieve omspelingen van de melodielijnen. Dat doet ze onder andere in het overbekende 'Moon River', een standard die op deze cd nieuw leven wordt ingeblazen en opgefrist. Ze zingt haar teksten doorleefd en geloofwaardig, en gaat nergens over de top.

Van Tuinen bevindt zich in een excellent gezelschap, met Jesse van Ruller (gitaren), Harmen Fraanje (piano), Clemens van der Feen (bas) en echtgenoot Joost Patocka (drums). En met zo'n bezetting kan het moeilijk misgaan. Van Ruller speelt veelal semi-akoestische gitaar, waarmee hij prachtig kleurt met het timbre van Van Tuinen. Ook zijn bijdragen op andere gitaren met effectapparatuur worden door hem gepast ingezet.

'Tea For Two' is een verrassende uitvoering, met het sporadisch gezongen intro en een balladtempo dat bijna stokt. Hetgeen deze evergreen een ongekende spanningsvolle traagheid geeft. Haar sidemen zorgen ook hier voor een harmonieus fond, waarop de vocaliste maximaal kan gedijen. Opmerkelijk is de versie van 'Lullaby In Rhythm', die enerzijds klinkt als een relaxte ballad en anderzijds in dubbel tempo swingt als een trein. Jammer dat deze track wel érg abrupt eindigt.

De klasse van haar medemuzikanten is goed te horen in 'Get Out Of Town'. Bassist Clemens van der Feen speelt solide. Zijn walking bass en het spel van Fraanje, Van Ruller en Patocka in de swingende uptempo compositie 'That’s All' gaat aangenaam onderhuids. Behoudens 'Exactly Like You' (het kortste - 2.21 min. - en minste nummer op de cd) is de geluidsregistratie uitstekend. In 'In The Wee Small Hours Of The Morning', de uitsmijter van het album, gaat Jesse van Ruller even los, inclusief een snufje gitaardistortion. Het stuk eindigt met een bijzondere a capella uittro van Van Tuinen.

'Cool Voice' is een cd met bekend repertoire, een sympathiek album met ruimschoots
kwaliteit van vocaliste en muzikanten, én met genoeg identiteit om hem binnen handbereik te houden.

Bekijk de Jazztube!
Klik op de afbeelding linksboven om een live-opname van 'Everything Happens To Me', een track van dit album, te bekijken. Gefilmd tijdens een concert bij HotHouse Redbad te Leeuwarden op zondag 23 januari 2011.

Labels: ,

(Cees van de Ven, 8.3.11) - [print] - [naar boven]





Nieuws
Volledige dag rond John Zorn op 30ste editie Jazz Middelheim


De 30ste editie van Jazz Middelheim vindt dit jaar plaats van 11 tot en met 14 augustus in Park Den Brandt in Antwerpen. Net als vorige jaren zendt Klara deze verjaardagseditie uit. Zaterdag 13 augustus staat Jazz Middelheim volledig in het teken van altsaxofonist, componist, arrangeur en producer John Zorn onder de noemer 'John Zorn’s Book of Angels'.

John Zorn (1953) groeit vanaf het einde van de jaren zeventig uit tot één van de cultfiguren van de New Yorkse downtown scene. Zorn is een rusteloze, intense zoeker naar de vele talen uit de wereld van de improvisatie. Hij baseerde zijn muziek op oorlogsstrategieën of stak ze in elkaar als collages, met snelle opeenvolgingen van schijnbaar onverenigbare muzikale elementen.

Op de zaterdag stelt het festival maar liefst vier projecten voor, met en rond zijn muziek: Uri Caine Solo, Mycale, Bar Kokhba en het Masada Sextet. Het eerste concert op Jazz Middelheim is een dubbel van Uri Caine Solo en Mycale. Pianist Uri Caine is zowel gekend in de klassieke muziek als in de jazzwereld. Hij start deze dag solo aan de piano. Mycale is een vocaal kwartet van vier vrouwelijke stemmen. Zij interpreteren de songs die Zorn voor hen schreef en vormen ze om tot een mix van folk, wereldmuziek, klezmer en joodse invloeden.

Het project Bar Kokhba met Marc Ribot, Mark Feldman, Erik Friedlander, Greg Cohen, Joey Baron, Cyro Baptista én John Zorn als orkestleider, combineert elementen uit de surfmuziek met invloeden uit het Midden-Oosten. Afsluiten doet John Zorn uiteraard ook zelf, met zijn legendarische Masada Sextet. Dat bestaat verder uit Dave Douglas, Uri Caine, Greg Cohen, Cyro Baptista en Joey Baron. In 1994 vormde hij al het kwartet Masada, zijn meest populaire kwartet, waarmee hij in 1999 tijdens Jazz Middelheim een schitterend concert gaf, dat ook op cd werd uitgebracht. Elf jaar later fungeert het Masada Sextet dus opnieuw als schitterende afsluiter van deze speciale John Zorn-dag.

Klik hier voor meer informatie over Jazz Middelheim.

(Jacques Los, 8.3.11) - [print] - [naar boven]





Concert
Flinterdunne subtiliteit versus wervelende grootstedelijke jazzbeat

Lidlboj, donderdag 13 januari 2011, JazzCase, Dommelhof, Neerpelt

Voorjaar 2009 verbleef Octurn een week lang in Dommelhof om er aan haar '7 Eyes'-project te werken, een muziekstuk dat in datzelfde najaar op dubbel-cd werd uitgebracht. Drijvende krachten achter Octurn zijn saxofonist Bo Van der Werf en toetsenist Jozef Dumoulin. Begin januari waren beide muzikanten samen met zangeres Lynn Cassiers, bassist Dries Lahey en drummer Eric Thielemans opnieuw vijf dagen in Dommelhof te gast. Ditmaal met hun nieuwe groep Lidlboj. Er werd hard gewerkt aan nieuwe composities, die aan het einde van hun verblijf aan het publiek werden voorgesteld.

Het resultaat was ruim twee uur vol veelkleurige en adembenemende soundscapes met een groep in vol creatieproces, zoekend en tastend om de dagverse composities in de juiste vorm te krijgen. Een concert als een experimentele zoektocht, waarbij met wisselend succes de begane jazzpaden werden verlaten. Als toeschouwer moest je wel in de juiste mood zijn en openstaan om je te laten meevoeren op Lildboj's onbestemde muzikale odyssee vol complexe muzikale structuren en ritmes.

Het concert begon erg sfeervol en romantisch met Dumoulin op synthesizer en het ijle elektronisch vervormde stemgeluid van Lynn Cassiers in '09.10', maar botste al vlug op tegen het stevige en uitbundige ritme van Erik Thielemans op drums. Twee tegen elkaar opboksende stromingen, wat het nummer een bizarre en bevreemdende dynamiek gaf. In 'Whirlwind Of Love' werden we meegenomen in een enigmatische sferische soundscape met een kabbelende melodie vol elektronische effecten, wat me aan de experimentele beginjaren van Pink Floyd deed terugdenken. Uit deze elektronische chaos ontstond geleidelijk aan een stevig ritmische muzikale structuur, met een beat die naar popmuziek lonkte. Een erg toegankelijk nummer met Cassiers afstandelijk reciterend, maar met veel melancholie in haar stem.

In 'How Deep' en 'Walk 3' was de ongestructureerde muziek duidelijk ondergeschikt aan de bizarre en voor mij inhoudsloze en nietszeggende tekstflarden, en fungeerde louter als achtergrond. Vreemd is dat wanneer ik op de inhoud van de teksten begon te letten, mijn voorhoofd verrimpelde en de betovering als sneeuw voor de zon wegsmolt bij deze new age-achtig aanvoelende recitaties. Heerlijk echter was '22.08', in aanvang een op en top jazzy nummer met een stevige beat, een strak ritme, een ongelooflijke Van der Werf op sax en Dumoulin meesterlijk op Fender Rhodes. Tot het onderbroken werd door bizarre elektronische geluiden, die steeds sterker in de melodie inbraken tot ze deze volledig overnamen en het geheel magistraal ontspoorde.

Subtiel dreigend op elektronica begon '09.01', met als achtergrond de altijd en overal aanwezige klanken van de grootstad. Een kosmisch geluid dat uitgroeide tot een overdonderende geluidsmuur, die wegebde en uitmondde in een mooie melodie, die ook op haar beurt in alle heftigheid losbarste. Met hier en daar een sterk geplaatste tekstflard. Meer toegankelijk vond ik het romantische en melodische 'Lidl By Lidl', uitgedrapeerd rond een ontspannen en rustig kabbelend ritme en ingenieuze Fender Rhodes-klanken. Met Lynn Cassiers ditmaal niet reciterend, maar subtiel zingend.

Daar waar bij Octurn de muzikale aanpak heel ruim en breed was, is deze bij Lidlboj uitgepuurd tot een gebalde synthese hiervan. Met deze groep laat Jozef Dumoulin in zijn avontuurlijke composities de hectische stadsklanken opbotsen tegen de mystiek aanvoelende teksten en de dromerige en breekbare stem van Lynn Cassiers. Dit contrast van de flinterdunne subtiliteit van de teksten tegen een wervelende grootstedelijke jazzbeat levert een bizarre dynamiek op, die de kracht van dit collectief vormt en de groep uniek maakt.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Cees van de Ven.

(Robert Kinable, 8.3.11) - [print] - [naar boven]





Jazzprofiel
Ira Sullivan


Op driejarige leeftijd – in 1934 – leerde Ira Sullivan trompet spelen van zijn vader en als teenager kreeg hij van zijn moeder saxofoonles. Inmiddels was de familie verhuisd van Washington naar Chicago.

Sullivans vroegste invloeden waren trompettisten Clyde McCoy (die in begin vijftiger jaren de hit 'Sugar Blues' had), Harry James en Dizzy Gillespie. De laatste adviseerde Ira in 1950 in Europa te gaan toeren. Dat gebeurde echter pas in 1977. Sullivan zegt daarover: "Away from America, people are more educated and appreciative of jazz."

Hoewel autodidact – zijn vader leerde hem slechts de C-toonladder op de trompet te spelen en zijn moeder alleen de vingerzetting op de saxofoon – wordt hij een getalenteerd musicus. Als multi-instrumentalist is hij een veelgevraagd muzikant. In Chicago maakt hij kennis met befaamde tenorsaxofonisten als Gene Ammons, Johnny Griffin, Dexter Gordon en Sonny Stitt, en speelt hij trompet met Charlie Parker en tenorsax met Roy Eldridge.

In 1956 maakt hij een zeven maanden durende tournee met Art Blakey and the Jazz Messengers. Met de Messengers is hij te horen op de plaat 'The Cool Voice Of Rita Reys'. In de jaren daaropvolgend neemt hij deel aan plaatopnamen met J.R. Monterose, Billy Taylor, Red Rodney en Roland Kirk. Onder eigen naam verschijnen op het label Delmark de albums 'Nicky’s Tune' en 'Blue Stroll'.

In 1962 vertrekt hij met zijn gezin – hij is een echte familieman en vermijdt langdurige tournees – naar Florida. Van Chicago-bebopper ontwikkelt hij zich tot een creatieve improvisator van de moderne mainstreamjazz. Inmiddels is bijna een halve eeuw Florida zijn residentie. Hij maakt dan nog regelmatig platen, onder eigen naam en als sideman van onder anderen Eddie Harris, Philly Joe Jones, Red Garland, Tony Castellano, Lin Hallyday en Jim Cooper. Van 1982 tot 1986 is hij co-leader van een succesvol kwintet met trompettist Red Rodney. Daarnaast is hij een veelgevraagd muziekleraar op diverse scholen in Florida.

Aanbevolen cd's zijn: 'Nicky’s Tune' (Delmark), 'Bird Lives' (Koch International) en 'Peace' (Fantasy) - alle drie onder eigen naam - en als co-leader met Red Rodney 'Sprint' en 'Spirit Within' (Wounded Bird)).

(Jacques Los, 7.3.11) - [print] - [naar boven]





Users manual
Draai om je oren nu ook via Twitter


Onze website heeft sinds kort ook een eigen Twitter-account (twitter.com/draaioren). Dus wil je op de hoogte blijven van de laatste ontwikkelingen en publicaties op Draai om je oren, klik dan op bovenstaande banner en meld je aan als volger.

(Maarten van de Ven, 7.3.11) - [print] - [naar boven]





Cd
Riccardo Luppi's Mure Mure – 'Live In Milano' (El Negocito Records, 2010)


Wie in Vlaanderen woont en de avant-garde jazz een warm hart toedraagt, die kan intussen niet meer naast El Negocito kijken, het Gentse restaurantje dat na tien uur 's avonds steevast wordt omgebouwd tot een club voor free jazz en experimentele muziek. Het is bovendien ook een platenlabel, dat indrukwekkend van start ging met een duorelease van Jeroen Van Herzeele en Giovanni Barcella. Deze vierde release laat echter iets van een heel andere aard horen.

De Italiaanse tenorsaxofonist Riccardo Luppi heeft een sound die soms erg sterk op die van de Amerikaan David S. Ware lijkt, en dat terwijl de ritmesectie die hem hier ondersteunt (bassist Manolo Cabras en drummer João Lobo) met even veel verve de vrije oorden opzoekt. Sommige passages zijn duidelijk geworteld in de freejazzrevolutie van de jaren zestig (denk aan Albert Ayler, Archie Shepp en Pharoah Sanders), met een bluesy schwung en nerveus onderliggend gerammel dat misschien niet echt 'swingt', maar dan toch een immense dynamiek aan het geheel geeft.

Wat dit kwartet een ongewone, zelfs markante sound geeft, is de aanwezigheid van Lynn Cassiers (zie ook Jozef Dumoulins project Lidlboj), een jazzzangeres met een zwak voor elektronische speeltjes en manipulatie, die regelmatig erg bepalend is voor het totaalgeluid. Is het soms al zoeken naar pure (free-)jazz bij deze band, dan sleurt zij haar drie kompanen vaak mee in haar kielzog, op weg naar een avant-gardewereld, waar elektro-akoestisch experiment en rotzooien met textuur dominant zijn.

Hoewel ze ongetwijfeld een aardig stukje kan zingen, krijg je dat zelden te horen; die stem wordt immers verwerkt met loops, vervormd en bewerkt, en breekt soms resoluut met het conventionele door te kiezen voor het met noise flirtende experiment, wat niet altijd even goed uit de verf komt. Bij het onheilspellende 'Caronte’s Bell' denk je meteen aan Diamanda Galás' hysterie en tijdens het etherische 'Cross Fades' zorgt haar sirenengezang voor een verrukkelijk contrast met Luppi's klaagzang op de tenorsax, maar in 'Sure Enough' blijft het vooral steken bij kinderlijke theatraliteit. Gelukkig krijgt de tweede helft van het stuk nog een potige free-jazz wending.

Geen spetterend succes over de gehele lijn dus, maar het moet gezegd: Luppi en co. zijn vastberaden om de platgetreden paden te vermijden en voor een groot stuk gaat hen dat goed af. Er wordt gespeeld met een enorme drive en de knetterende intensiteit spat soms uit de speakers bij het beluisteren van de plaat. El Negocito maakt het zich ook niet bepaald makkelijk door zo vroeg in zijn bestaan al te kiezen voor muziek die ongetwijfeld voor sterk verdeelde reacties zorgt, maar ook dat getuigt van lef. Laat ze maar doen, die Gentenaars, we kunnen wel een paar barricadenbestormers gebruiken.

(Guy Peters, 6.3.11) - [print] - [naar boven]





Concert
Geschiedenis 'Coin Coin' grijpt je bij de keel

Matana Roberts' Coin Coin, vrijdag 25 februari 2011, Bimhuis, Amsterdam

De uit Chicago afkomstige Matana Roberts, thans gevestigd in New York, is een niet al te bekend jazzfenomeen. Afkomstig uit en geïnspireerd door de hedendaagse jazzscene van de genoemde metropolen kunnen haar muzikale intenties uniek worden genoemd. Hoewel ze niet perse een uitzonderlijk en virtuoos instrumentalist is – op de altsaxofoon en klarinet musiceert ze 'slechts' bekwaam, al heeft ze op de alt een een mooi donker geluid en zeggingskracht – zijn haar compositorische en vocale kwaliteiten zeer bijzonder.

De na de pauze door het voltallige ensemble gespeelde suite 'Coin Coin' was een fascinerend kijk- en luisteravontuur. In een tijdsbestek van circa één uur werd Roberts' familiegeschiedenis aan de hand van de belevenissen van Marie Therese 'Coin Coin' Metoyer zowel visueel (videobeelden) als muzikaal gepresenteerd. Adembenemende lamentaties en Afro-Amerikaanse rootsmuziek werden instrumentaal en vocaal vertolkt.

De suite, en dat was nog maar 'Chapter One: Gens De Couleur Libre', omvat een totaalpakket van heterogene muziekstijlen die in de afgelopen eeuwen in de westerse wereld van belang zijn geweest, zoals de vocale worksongs, honky-tonk en vaudeville muziek en – recent – de hedendaags gecomponeerde muziek en de free jazz. Ontroerende momenten in de suite waren de emotievolle vocalen en rauwe kreten van Roberts en het door het ensemble hartroerend a-capella gezongen worksong-fragment.

Dit alles werd voortreffelijk uitgevoerd door het ensemble onder de bezielende leiding van Matana Roberts, in de unieke bezetting van slagwerker Tomas Fujiwara en vier strijkers (bassist Jason Ajemian, celliste Audry Chen, altvioliste Jessica Pavone en violiste Mazz Swift).

Voorafgaand werd de suite op altsaxofoon solistisch door Roberts geïntroduceerd. In zeer gedempt licht en met felle, flikkerende videobeelden werd gedurende ongeveer 25 minuten een krachtig, spiritueel en sociaal muzikaal monument opgezet, als opmaat naar de verbluffende en ambitieuze suite 'Coin Coin'.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Maarten Jan Rieder.

(Jacques Los, 5.3.11) - [print] - [naar boven]





Column Herbert Noord
Onbekend, maar zeer bemind


"Toen ik eens met Richard 'Groove' Holmes aan het dineren was, kwam het gesprek op hoe de Hammond in ons leven was gekomen. Ik vroeg deze reus of hij net zoals ik ook met piano begonnen was. Zijn antwoord zal ik mijn leven lang niet vergeten: 'No man, I was seventeen and walked into the church and I saw the organ. I sat behind it and on that god-given moment I could play.' Dat voorval vond plaats in de kerk, waar praktisch alle zwarte organisten hun sporen hebben verdiend, want daar stond meestal een Hammond."

Herbert Noord vertelt hoe de Hammond in zijn leven kwam en vergelijkt de Amerikaanse aanpak van het instrument met de Europese. Het eerste deel van een special over dit beruchte orgel.

Klik op bovenstaande button om zijn column te lezen.

(Maarten van de Ven, 5.3.11) - [print] - [naar boven]





Cd
Bill O'Connell - 'Rhapsody In Blue' (Challenge Records, 2010)

Opname: februari 2009

Latin-jazz veteraan/pianist Bill O'Connell werkt al bijna veertig jaar in New York. Zijn discografie is betrekkelijk gering, terwijl zijn spel uitstekend is. Daarom is deze cd een welkome aanvulling.

O'Connells stijl is aangenaam. Hij heeft een lichte aanslag, maar kan tegelijkertijd genoeg kracht zetten om de zware maatdelen te doen gelden. Zoals blijkt uit de titel van het eerste nummer op deze plaat, 'Monks Cha-Cha', heeft O'Connell een hoorbare affiniteit met Thelonius Monk. Diens invloed op O'Connels ritmiek is duidelijk hoorbaar.

Toch is O'Connell niet de meest opvallende solist. Hij laat vooral saxofonist Steve Slagle alle ruimte om te soleren. Dat doet Slagle met verve: zijn alt is scherp en fel, terwijl zijn sopraan opvallend zuiver klinkt. Deze saxofonist is dan ook al jaren een hoeksteen in menig bigband, zoals de Mingus Big Band en die van Carla Bley. Het is verbazend dat Slagle nooit voor een groter publiek heeft gespeeld. Wie hem wil horen, moet op zoek naar de cd's en lp's die Slagle voor het Deense SteepleChase maakte. Zijn spel doet in niets onder voor dat van Miguel Zenon of David Sanchez, hoewel het iets minder technisch is.

Het titelnummer van deze cd, Gershwins meest swingende stuk, is opvallend genoeg het enige grote minpunt. Hoewel er veel ernstigere uitvoeringen van klassieke muziek door jazzmuzikanten bestaan, wordt ook hier ongewild bewezen dat je niet moet hannesen met gecomponeerde muziek. De toevoeging van een vibrafoon is goed gevonden, maar het opzettelijk 'swingend' maken van de meest bekende syncopische passage in het thema, doet het geheel imploderen tot een soort liftmuziek. Daar kan alle brille van de solisten vervolgens niets meer aan doen.

Een trio-uitvoering van 'Bye Bye Blackbird' overtuigt dan weer wel. Ook hier speelt O'Connell opzettelijk een beetje aarzelend, maar dit keer werkt het. Misschien heeft dit te maken met het feit dat dit nummer een trage ballade is en de Rhapsody een swingende stoomwals.

Het is goed zowel O'Connell als Slagle in een kleine bezetting te horen. Beiden verdwijnen nog wel eens in grote ensembles of moeten zich tevreden stellen met tweederangs klusjes. Hoewel er af en toe een extra instrument bij komt, zoals Conrad Herwig op trombone, is het toch vooral een kwartet, dat hecht en intelligent een mooie set modale jazz, hardbop en latin jazz aflevert.

Meer horen?
Klik
hier voor audiosamples van dit album.

Labels:

(Sybren Renema, 2.3.11) - [print] - [naar boven]





Concert
Middleton verheft jazz tot wat het zijn wil

Andy Middleton Quartet, dinsdag 22 februari 2011, Schunck*, Heerlen

Het moet een beetje gek aanvoelen, zo'n tour beëindigen op een kille dinsdagavond in een matig gevuld Schunck* in Heerlen. De situatie: Heerlen Jazz is het nog net gelukt om Andy Middleton te strikken, voordat zijn hij met zijn band huiswaarts keert richting de States en richting Oostenrijk. Daarmee zitten we meteen in het thema: 'Between Worlds', de nieuwe cd van de saxofonist, die ondanks de ongetwijfeld vermoeiende tour nog fris oogde.

In Schunck* werd nog eens duidelijk hoe energiek, explosief en ingetogen jazz kan zijn. De dynamiek spatte ervan af. Drummer Alan Jones sloeg strak en technisch zeer bekwaam alle goede vooroordelen over drummers de zaal in. Hard, boeiend, energievretend, een lust voor het oog. Liters water kwamen er aan te pas. Bassist Paul Imm toonde zijn enorme ervaring en zijn beheersing van het idioom van de tempoversnellingen. Uiterlijk onbewogen haalde hij alles uit de grote kast. Pianist Tino Derado legde de boel bij tijd en wijle plat, om het daarna weer noot voor op te bouwen. Gevoelig, zacht, vindingrijk.

Andy Middleton zelf is een klasse apart. Een must om te horen en te zien, om mee te beleven hoe hij zijn solo's opbouwt, voortjaagt, stuwt... Ik moest de hele tijd denken aan een Wayne Shorter-concert. Diezelfde energie, compromisloos spelen en het diepste en beste in jezelf najagen en uiten. Middleton is pure reclame voor deze vorm van jazz. Zijn muziek is energie, kent een strakke spanningsboog, biedt ruimte voor improvisatie en is gebaseerd op melodische lijnen die thema-overstijgend zijn.

Jammer dat veel fans de ijzige kou niet trotseerden, een gemiste kans. Misschien moeten de concerten in Schunck* een uur eerder beginnen. Het eindigde nu een beetje bloedeloos, want iedereen wilde na afloop snel naar huis, ook de band. Het laatste concert van Middeltons tour was voor mij het beste jazzconcert dat ik in tot nu toe gezien heb in Schunck*. Voornaamste reden: hij is zijn jazz, hij verheft jazz tot wat het wil zijn: tomeloos im- en expressionisme, muziek als kunstvorm. Ik hoop dat hij weer een keer in Heerlen voorbij komt en dat het dan nog lang gezellig mag blijven. Tot dan zullen we het moeten doen met de cd 'Between Worlds'.

(Jo Dautzenberg, 1.3.11) - [print] - [naar boven]





Cd / Terugblik
Triplicate – 'Three And One' (eigen beheer, 2010)


Het drumloze trio Triplicate heeft op zijn debuut-cd versterking gevonden in de gerenommeerde slagwerker, conservatoriumdocent en mentor Eric Ineke. Zijn beheerste en subtiele begeleiding voegt een swingende dimensie toe aan het trio.

Op de cd wordt in de moderne boptraditie gespeeld. Het repertoire bestaat naast drie originals van trompettiste Ellister van der Molen uit composities van onder meer Lee Konitz, Tadd Dameron, Thad Jones en Antonio Carlos Jobim. Het resulteert in herkenbare en melodieuze vertolkingen. Respectvol en met smaakvolle arrangementen wordt de moderne mainstream jazz eer aan gedaan.

De drie musici van Triplicate zijn niet de meest bekende in de Nederlandse jazzscene en dat is ten onrechte. Vooral Van der Molen, die zowel op trompet als bugel een warm geluid produceert, soleert soepel, helder en gearticuleerd. De begeleiding van pianist Bob Wijnen en bassist Johnny Daly is dienend en bekwaam. Beiden soleren op hoog niveau.

Kortom, een zeer goed musicerend en improviserend trio dat, met drummer Ineke, debuteert met een swingende en relaxte cd, waarin de jazz uit de jaren vijftig en zestig met respect wordt weergegeven. Zonder overdrijving kunnen de navolgende liner notes worden overgenomen: "A hartwarming document that perfectly brings the motives of this to life, love and lust, romance and rhythm" (aldus jazzpublicist Bert Jansma).

Op donderdag 3 februari jongstleden trad Triplicate + One (Eric Ineke) op bij Jazz at the Crow, Eindhoven. Cees van de Ven maakte een fotoverslag. Klik
hier om het te bekijken.

Labels:

(Jacques Los, 1.3.11) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...






Menupagina's:

Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Neerpelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.