Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 




Nieuws
All About Jazz lauwert Jazz Orchestra Of The Concertgebouw


Het album 'Blues For The Date' van het Jazz Orchestra Of The Concertgebouw onder leiding van Henk Meutgeert en met de muziek van Peter Beets is door de toonaangevende Amerikaanse website All About Jazz in New York uitgeroepen tot een van de vijf beste 'large ensemble albums' van 2010.

Het is de tweede keer dat 'Blues For The Date' in de prijzen valt. In november vorig jaar werd het album in Nederland bekroond met de Edison. Ook in Japan heeft de cd lovende recensies gekregen, onder meer in de toonaangevende tijdschriften Jazz Life en Swing Journal.

Het Jazz Orchestra Of The Concertgebouw is de afgelopen jaren internationaal zeer succesvol gebleken. Concerten in ondermeer Buenos Aires, Rio de Janeiro, Sao Paulo, Mexico City, Peking, Shanghai en Macao werden door publiek en pers enthousiast ontvangen. Het orkest wordt inmiddels gezien als een van de beste Europese jazzorkesten.

(Cees van de Ven, 31.1.11) - [print] - [naar boven]





Jazzprofiel
Eric Kloss


Reeds op zestienjarige leeftijd debuteerde alt- en tenorsaxofonist Eric Kloss op het befaamde Prestige-label met het album 'Introducing Eric Kloss'. Zijn medemusici op die plaat waren zeker niet de minsten: organist Don Patterson, gitarist Pat Martino en drummer Billy James. Na dit debuut volgden in de periode 1966 tot en met 1970 nog zo'n negental albums op Prestige.

De in 1949 in Greenville, Pennsylvania blind geboren Eric Kloss begon op tienjarige leeftijd saxofoon te spelen en wist toen al dat hij professioneel muzikant wilde worden. Hij kreeg muziekles op de Western Pennsylvania School for the Blind. Zijn vader – dr. Alton G. Kloss – nam hem op zijn twaalfde mee naar jazzclubs. Eric speelde daar met lokale jazzmusici en Sonny Stitt, die zijn vriend en mentor werd. Enkele jaren later werd Coltrane zijn grote inspirator. Niet alleen Stitts bebop, Coltrane's 'sheets of sound', maar ook pop, rock en funk werden inspiratiebronnen voor Kloss' latere speelwijze en muziekopvatting.

Na zijn stormachtige debuut volgden op Prestige succesvolle albums als 'Grits And Gravy', 'Life Force', 'To Hear Is To See' en 'In The Land Of The Giants'. Zijn sidemen op bovengenoemde opnames zijn onder anderen Booker Ervin, Jaki Byard, Jimmy Owens en Chick Corea.

Eric Kloss is vanaf het midden van de jaren zestig tot en met de zeventiger jaren een zeer getalenteerd en veelbelovend saxofonist. Zijn geluid is scherp en robuust, zijn techniek is formidabel, en zijn muzikale opvatting is breed en omvat elementen van bebop, funk, rock en free jazz. Hij is naast zielsverwanten als Jackie McLean, Richie Cole, Phil Woods, Art Pepper, in zekere mate ook Sonny Criss en natuurlijk zijn mentor Sonny Stitt in die jaren een belangrijke stem in de jazz.

Na de Prestige-periode stapt hij in 1972 over naar het Muse-label. Tot en met 1979 neemt hij een vijftal platen op, waaronder 'One, Two, Free', 'Bodies Warmth' en 'Battle Of The Saxes'. Ook nu weer heeft hij vermaarde musici om zich heen verzameld, zoals Dave Holland, Vic Juris, Richie Cole en Pat Martino.

In de jaren zeventig maakt hij tournees in de Verenigde Staten en Europa, en in 1981 maakt hij zijn laatste album 'Sharing' voor het label 'Omnisound'. Sindsdien is hij nog maar sporadisch aanwezig in de jazzscene. Hij geeft les op de Duquesne University en wordt hoofd van de jazzafdeling op de Carnegie Mellon University. In 2001 werd hij serieus ziek en moest hij het muziek maken en onderwijzen opgeven.

Op diverse cd's zijn zijn vroegere lp's heruitgebracht. Aanbevolen zijn de op één cd uitgebrachte platen 'Sky Shadows' en 'In The Land Of The Giants' (Prestige), 'One, Two, Free' (32 Records) en 'Eric Kloss & The Rhythm Section' (Prestige). Deze laatste cd bevat ook twee vroegere platen, 'To Hear Is To See' en 'Consciousness'. Het Italiaanse e-magazine Piero Scaruffi noemt de cd's 'One, Two, Free' en 'The Rhythm Section' in de lijst van 100 Greatest Jazz Albums of All Times. Ook niet te versmaden zijn Kloss en Booker Ervin in Miles Davis' tophit 'So What' op de cd 'In The Land Of The Giants', met beiden in furieuze en tomeloos energieke saxchorussen.

Helaas is de briljante saxofonist Eric Kloss in de vergetelheid geraakt, hetgeen, gelet op bovengenoemde kwalitatieve heruitgaven, zeer onterecht is.

(Jacques Los, 30.1.11) - [print] - [naar boven]





Cd
Trygve Seim & Andreas Utnem - 'Purcor' (ECM Records, 2010)

Opname: mei 2008

De muziek van Trygve Seim past zo naadloos in de ECM-mal dat er bijna sprake is van maniërisme. Zijn eerste plaat, 'Different Rivers', had nog het voordeel van een grote hoeveelheid bijzondere bandleden (Arve Hendrikson en Paal Nilssen-Love bijvoorbeeld), maar tegenwoordig is het allemaal zó minimaal, kaal, rustig en cerebraal, dat je het gevoel hebt dat de muziek van Seim een zoektocht is naar een karikatuur. Spannend en goed uitgevoerd is het allemaal wel, maar het is ook overduidelijk: kerkmuziek, een dikke echo op de piano en een voos geluid op de sax. Waar kennen we dat van? Het doet allemaal wel heel erg denken aan de wereld die Jan Garbarek ooit aan ons openbaarde, en die met elke navolging meer uitgekauwd raakt.

Toch is niet alles verloren, want pianist/accordionist Andreas Utnem speelt al jaren met Seim en had nog nooit met hem opgenomen. Utnems talent als toetsenist en componist is evident en de heren kennen elkaar inderdaad van haver tot gort. Ze slagen er goed in een sacrale sfeer neer te zetten. Toch hoor je ook hier een lichte ideeënarmoede van Seims kant. Diens vorige plaat, 'Yeraz', bestond ook al uit een duo met een accordionist, toen Frode Haltli. En hoewel het zeer gerechtvaardigd is een bezetting op verscheidene manieren uit te proberen, is het de vraag of Utnem daadwerkelijk een heel ander soort toetsenist is dan Haltli. Misschien is laatstgenoemde nog wel spannender als begeleider, omdat diens spel dissonanter is.

Beiden laten Seim volop de ruimte om zijn niet onaardige, herkenbare, maar niet bijster originele muziek te spelen. En misschien zit daar wel het probleem: Trygve Seim is een uitstekende muzikant, die eens een flink muzikaal probleem tegen moet komen, dat hij niet met het klassieke ECM-sjabloon kan invullen. Of misschien moet hij een radicalere keuze maken en zijn door middeleeuwse muziek, volksmuziek en vrijere jazz geïnspireerde muziek in een meer vijandige setting uitvoeren. Dan zal ongetwijfeld zijn talent meer tot zijn recht komen.

Meer horen?
Op de
Myspace-pagina van Trygve Seim kun je luisteren naar twee tracks van dit album: 'Kyrie' en 'Nu Seglar Vi Inn'.

(Sybren Renema, 29.1.11) - [print] - [naar boven]





Concert
Geconcentreerd luisteren naar complexe composities

Tim Berne & Los Totopos, woensdag 19 januari 2011, Bimhuis, Amsterdam

In een zeer matig bezet Bimhuis – en dat komt niet veel voor – concerteerde de relatief nieuwe formatie van altsaxofonist Tim Berne. Berne, die een belangrijk exponent is van de hedendaagse New Yorkse jazzscene, verdient een groter publiek. Sinds eind jaren zeventig is hij al prominent actief als veelgevraagd sideman en leider van zijn eigen groepen, zoals Blood Count, Big Satan en Buffalo Collision. Talloze keren is hij in Nederland te beluisteren geweest. Met zijn nieuwe formatie Los Totopos beklom hij voor het eerst het podium van het Bimhuis. Het kwartet bestaat, naast Berne, uit nieuwkomers: pianist Matt Mitchell, drummer Ches Smith en (bas)klarinettist Oscar Noriego.

De groep speelde composities van de leider. Merendeels lange stukken – na de pauze zelfs een set durende suite – waarin zowel wisselende ritmes als thematische variaties een essentiële rol speelden. Binnen dat geheel werd individueel en collectief gesoleerd. Het laatste in het bijzonder door de beide rietblazers. Het ontbreken van een bassist werd ruimschoots gecompenseerd door het actieve en gevarieerde drumwerk van Smith en het begeleidend pianospel van Mitchell, waarbij hij steeds dominant gebruik maakte van het lage register van de piano.

In de eerdergenoemde lange suite na de pauze werden alle facetten van de jazz - vooral die van de vrijere varianten - ruimschoots geëxploiteerd. Ook was er in de suite soloruimte voor intens en zacht geblazen verstilde improvisaties van Noriega (op klarinet) en Berne, waarna kort daarop de rietblazers pregnante fortissimo multiphonics produceerden. De enkele altsaxsolo's in de suite werden door Berne smaakvol en met een glanzend geluid vertolkt.

De muziek, die naast elementen uit hedendaags jazzidioom ook invloeden van moderne gecomponeerde muziek omvatte, vergde geconcentreerd luisteren van de toehoorders. Maar dat was dan ook meer dan de moeite waard.

(Jacques Los, 27.1.11) - [print] - [naar boven]





Nieuws
Rein de Graaff op tournee met Dave Pike


Pianist Rein de Graaff, onverwoestbaar in het organiseren van tournees met vermaarde Amerikaanse hardbopmusici, heeft nu vibrafonist Dave Pike gestrikt om een tournee door Nederland te maken. De in 1938 geboren Pike heeft met diverse grootheden in de jazz gespeeld. Om er enkelen te noemen: Dexter Gordon, Elmo Hope, Harold Land en Herbie Mann. Vooral in de jaren zestig en zeventig heeft hij een behoorlijk aantal platen uitgebracht, onder meer op de labels Muse, Riverside en Prestige.

In 1968 vertrok hij naar Duitsland en richtte daar de Dave Pike Set op. Tot 1973 verbleef hij in Europa. Na zijn terugkomst in de Verenigde Staten slaagde hij er niet in dezelfde bekendheid te verwerven als zijn collega-vibrafonisten Milt Jackson, Terry Gibbs en Cal Tjader. Toch kreeg hij de gelegenheid om platen te maken, met als meest recente 'Bophead' uit 1998 en het latin-jazz geïnspireerde 'Peligroso' uit 2000.

De tournee start op donderdag 24 februari in Groningen. Naast Dave Pike zijn er op verschillende podia gastoptredens van de saxofonisten Benjamin Herman, Tineke Postma, Herb Geller en Sjoerd Dijkhuizen.

Speellijst
24/02 Groningen, De Oosterpoort. Met Benjamin Herman en Herb Geller.
25/02 Enschede, De Tor. Met Benjamin Herman.
26/02 Dordrecht, Dordse Jazzsocieteit
27/02 Leiden, De Burcht. Met Benjamin Herman.
02/03 Deventer, Bouwkunde. Met Millennium Orchestra.
03/03 Amsterdam, Bimhuis. Met Benjamin Herman.
04/03 Rotterdam, De Doelen. Met Tineke Postma.
05/03 Edam, Strandbadrestaurant. Met Tineke Postma.
06/03 Veendam, Van Beresteyn. Met Tineke Postma en Sjoerd Dijkhuizen.

(Jacques Los, 27.1.11) - [print] - [naar boven]





Cd
Narcissus – 'No. 2' (W.E.R.F., 2010)

Opname: 2008-2009

Hoewel hij nog maar zevenentwintig is (piepjong in jazzmiddens!), lijkt het alsof saxofonist Robin Verheyen al jaren een vaste waarde is. Dat hij daarin slaagt terwijl hij eigenlijk in New York verblijft, maakt het nog mooier. Met het tweede Narcissus-album (het eerste verscheen al in 2006) laat hij nog maar eens horen tot de meest opvallende Belgische jazzmuzikanten te behoren.

Binnen de band vond intussen wel een wijziging plaats: de Nederlandse ritmesectie van Clemens van der Feen (bas) en Flin van Hemmen (drums) bleef dezelfde, maar pianist Harmen Fraanje werd vervangen door Jozef Dumoulin, die naast piano ook Fender Rhodes speelt op het album (soms zelfs tegelijk, zoals in hoogtepunt 'Harlem Meer'). Het is echter de originele kern, die eigenlijk geen leider heeft, die het gros van de composities voor zijn rekening neemt. Op de eerste en laatste track wordt het kwartet nog eens bijgestaan door de Nederlandse gitarist met Argentijnse roots Guillermo Celano.

Die twee tracks zorgen er alleszins voor dat je meer had willen horen van het kwintet, want Celano's spel, dat naar dat van Bill Frisell neigt, is een mooie toevoeging aan het nogal etherische groepsgeluid, dat vaak bepaald wordt door Verheyens iele sopraansax. De composities zijn ook voldoende divers om te blijven boeien; er zijn mooi uitgewerkte stukken die stiekem vaag exotische ritmes gebruiken ('Entre Les Etoiles'), robuuste excursies richting free jazz (zoals 'Colors In Orval', met Verheyen voor de verandering op tenorsax), rechtlijnige brokken met dwingende ritmes ('To Norah') en meer ingetogen exploraties ('Mitachondrial Eve').

Het mooist van al is de manier waarop deze band door en door modern klinkt, zonder al te duidelijke links met andere artiesten te vertonen. De vier leden spreken een eigen taal en beheersen die tot in de puntjes, wat leidt tot een handvol bescheiden hoogstandjes, waarbij ze veel ruimte laten voor elkaar. Een geslaagd voorbeeld is 'Royal Slumber', dat zich aanvankelijk lijkt te ontplooien zonder Verheyen, maar uiteindelijk toch intens piekt mét de hoog uitschietende saxofonist en donderende drums. Het is een secuur gedoseerde en ernstige stijl, soms zelfs met een spiritueel randje, maar toch nergens zwaar op de hand. De muziek van Narcissus blijft voor verrassingen zorgen, ook tijdens de schijnbaar conventionele stukken.

Met zijn tweede album bewijst Narcissus andermaal zijn mannetje te kunnen staan tussen het buitenlandse geweld. De volgende tournee door Nederland en België (in april/mei van dit jaar) wordt er dan ook eentje om reikhalzend naar uit te kijken.

Meer horen?
Op de
Myspace-pagina van Narcissus kun je luisteren naar twee tracks van dit album: 'Colors Of Orval' en 'The Mediator'.

(Guy Peters, 26.1.11) - [print] - [naar boven]





Nieuws
Stad Mechelen stelt Frank Vaganée aan als stadsartiest


Het stadsbestuur van Mechelen stelt saxofonist Frank Vaganée aan als stadsartiest. Zijn mandaat duurt twee jaar en begint op 1 april.

Geboren en getogen Mechelaar Vaganée is artistiek leider van het vermaarde Brussels Jazz Orchestra. De Stuurgroep Cultuurbeleid droeg hem echter niet alleen voor omdat hij internationaal hoog aanzien geniet, maar ook omdat hij in eigen stad cultureel actief is en altijd bereid is om samenwerkingen aan te gaan. "De Mechelse jazzscene verdient het ook om extra in de aandacht te komen", luidt het.

Als stadsartiest wordt het zijn taak om aandacht te besteden aan zijn band met de stad en de verbondenheid duidelijk te maken via zijn werk. Vaganée wordt de tweede stadsartiest van Mechelen. Hij volgt auteur Pat Donnez op.

Bron: Belga

(Maarten van de Ven, 26.1.11) - [print] - [naar boven]





Nieuws
VPRO/Boy Edgar Prijs 2011 voor Ferdinand Povel


De VPRO/Boy Edgar Prijs 2011 is toegekend aan tenorsaxofonist en docent Ferdinand Povel. De prijs, de belangrijkste in Nederland op het terrein van de jazz en geïmproviseerde muziek, bestaat uit een plastiek van Jan Wolkers en een geldbedrag van €12.500,-.

De VPRO/Boy Edgar Prijs 2011 wordt maandag 16 mei 2011 uitgereikt tijdens een feestelijk programma in het Bimhuis te Amsterdam. VPRO-radio zendt de prijsuitreiking live uit op Radio 6 én als videocast op het internet via vprojazzlive.radio6.nl.

Uit het juryrapport:

'Povel is een verfijnd stilist, die een aansprekend breed geluid koppelt aan een vloeiende, melodieuze manier van soleren. Zijn improvisaties zijn helder gestructureerd en toegankelijk zonder dat ze daarbij aan avontuurlijkheid.'

'Povel is een inventief musicus, die binnen het kader van de hardbop in staat is gebleken met onverminderd elan en enthousiasme op het hoogste niveau te blijven presteren. Opmerkelijk veel goede saxofonisten zijn door Povel geïnspireerd en opgeleid.'

'Zijn kwaliteiten zijn zeker ook in het buitenland opgemerkt. De lijst van musici met wie Povel heeft gespeeld, leest als een wie-is-wie in de jazz: Dexter Gordon, Sarah Vaughan, Philly Joe Jones, Maynard Ferguson, Kenny Clarke, George Gruntz, Tete Montoliu, Woody Shaw, Jimmy Knepper, en in Nederland: Boy Edgar, Frans Elsen, John Engels, Wim Overgaauw, Cees Slinger, Piet Noordijk, en Rob Madna.'

'Naast Povels vermogen om virtuositeit volstrekt vanzelfsprekend en navolgbaar te laten klinken, waardeert de jury in het bijzonder zijn artistieke integriteit. In zijn lange loopbaan is Povel nooit gegaan voor gemakkelijk commercieel succes. Hij is door zijn toewijding en de serieuze opvatting van zijn taak als musicus een blijvende waarde in de jazz gebleken.'

De jury bestond uit: Ruud van Dijk (adjunct-directeur Conservatorium van Amsterdam, hoofd jazzafdeling), Mischa Andriessen (schrijver, journalist), Paul Harvey (radioproducer, programmamaker), Armand Serpenti (onderzoeker, publicist, programmamaker) en Mirjam Visser (programmeur Stichting Jazz in Groningen).

Na de prijsuitreiking op 16 mei volgt een uitgebreide landelijke tournee van het Ferdinand Povel/John Marshall Quintet.

(Maarten van de Ven, 25.1.11) - [print] - [naar boven]





Concert
Werners reizen

Janssen4, dinsdag 11 januari 2011, Jazz on the Roof, Schunck*, Heerlen

Het is dinsdagavond negen uur, de zaal zit redelijk vol. 'Nieuwjaarsconcert' prijkt op de toegangsdeur. Vanavond start een serie van nieuwe jazzconcerten. De eer van de aftrap is aan het Werner Janssen Quartet, oftewel Janssen4. Net tamelijk genadeloos de grond ingeboord in een recensie van hun nieuwe cd 'The Hammond Revisited'. Een cd overigens die een vaste plek heeft in de auto van mijn partner ("dat rijdt zo lekker weg"). Dat alleen is geen jazzcriterium, maar het zegt toch iets over de feel. Ook Ad, de muziekconservator van Schunck* krijgt dagelijks een goed humeur van deze muziek. Ik denk dat ik zelden een concert heb horen aankondigd met de woorden: "Hun nieuwste cd heeft een kutrecensie, vrolijk nieuwjaarsconcert, hier is Janssen4". Een op zijn zachts gezegd gewaagde en merkwaardige opening. Maar Janssen en de zijnen nemen de uitdaging aan.

Wat volgt is, na een wat statisch begin, een lekker avondje muziek uit alle windstreken. Werner Janssen is een ervaren muzikant met een prima cv. Dat hoor je aan zijn verzorgde spel. Onversterkt en zonder te forceren torent hij met zijn saxofoon en klarinet boven de elektrische gitaar, drums en orgel uit. De inspanning die dat kost, is hem in het begin niet af te zien. Zijn spel en dat van de band is overtuigend. De eigen nummers zijn geïnspireerd op kleine avontuurtjes, die hij heeft meegemaakt tijdens de reizen in zijn jarenlange lidmaatschap van onder meer het Metropole Orkest.

De stukken rollen makkelijk over de bühne, evenals enkele standards uit de tijd van de groten. Hij brengt een ode aan Astor Piazolla, die het publiek op het puntje van de stoel brengt. De ode gaat over in een jazzy rocknummer en dat gaat weer over in een Hongaarse dans en ga zo maar door. Een nummer is zelfs ontleend aan een bloeddorstig figuur uit de Griekse Oudheid, en zo klinkt het ook. Eigenlijk is het een heel ontspannen nieuwjaarsconcert - ongecompliceerd, voor elk wat wils. Lekker luisteren en kijken naar de band die onder aanvoering van Janssen over de wereld trekt. Het groovy rode orgeltje van Bob Wijnen voegt een lekkere retrosound toe aan het geheel. Niks mis mee.

In de diversiteit schuilt echter een beetje de tragiek van Janssens miskende talent als jazzsolist. Het is echt van alles dat voorbij komt. Grossieren in melodietjes en maatsoorten. Na de pauze zit er wat meer lijn in de sfeer op de set en blijf je bij de muziek. De saxofonist legt tussendoor de nadruk op de opleiding en de cv's van hem en zijn metgezellen; dat zou hij niet moeten doen. Gewoon recht voor de raap spelen en overtuigen. Het hier en nu meer toelaten en de rest komt vanzelf. De Berlijnse gitarist Kai von Rosenberg is voldoende olijk en adrem om het concert aan elkaar te breien en contact met de zaal te maken. Die kaart wordt tijdens het optreden te weinig uitgespeeld.

De gewraakte cd wordt natuurlijk ook nog ten tonele gevoerd en er worden enkele exemplaren verkocht aan enthousiaste bezoekers. Terecht, het is gewoon leuke jazzy muziek met vele kleurrijke uitstapjes, waarin de Hammondsound de tijdgeest goed neerzet. Vernieuwende dingen moet je niet verwachten, maar dat is ook niet Janssens bedoeling, lijkt me. Wel mooi uitgespeelde gitaarpartijtjes, mooi afgewerkt en gevarieerd saxspel, ritmisch goed ondersteund door de combinatie drum en orgel. De reis van Janssen eindigt vanavond in zijn geboorteplaats Heerlen. Een flink applaus en een vette, swingende toegift met een lekker ouderwetse drumsolo van Arie den Boer luiden het nieuwe jazzjaar van Schunck* definitief in. De band maakt gehakt van de recensie. Het publiek vond Janssen4 vanavond prima. Ben benieuwd naar welke vreemde oorden de volgende cd leidt en waar de focus van Werner Janssen dan ligt.

Meer zien?
Klik hier voor een fotoverslag door Cees van de Ven van het concert dat Janssen4 op 2 september 2010 gaf bij Jazz at the Crow in Kraaij en Balder, Eindhoven.

(Jo Dautzenberg, 24.1.11) - [print] - [naar boven]





Cd
Jasper Somsen– 'Dreams, Thoughts & Poetry' (Challenge Records, 2010)

Opnamen: 12 & 13 oktober 2009

De titel van de cd 'Dreams, Thoughts & Poetry' dekt grotendeels de muzikale lading, oftewel, met andere woorden, lounge jazz met een intellectueel sausje. Van de negen composities op deze cd zijn zeven van de hand van de klassiek-romantische Italiaanse jazzpianist Enrico Pieranunzi. Met veel gevoel en respect wordt het materiaal door bassist Jasper Somsen en zijn medemusici vertolkt.

Op de melodieuze en romantische composities wordt in het bijzonder door pianist Jeroen van Vliet en trompettist Bert Lochs (tevens op flugelhorn) zeer harmonieus en sfeervol gesoleerd. Het is goed de relatief onbekende Lochs in dit gezelschap en in deze context in goede vorm te horen.

Exemplarisch voor deze cd is 'Dream Book', waarin een prachtig gestreken baspartij de intro is voor een intense ballad-uitvoering, culminerend in een lange bassolo, waarbij Van Vliet zeer verfijnd begeleidt. In de enige trio-uitvoering, 'The Night Gone By' hebben de pianist en bassist wederom een adequate hoofdrol. In 'Je Ne Sais Quoi' valt wederom Lochs' lyrische spel op en ook het goede solowerk van gitarist Florian Zenken en Jasper Somsen.

Het enige nummer dat enigszins buiten het concept valt, is het vrije en expressieve 'Si Peu De Temps'. Het is bijna free jazz. Hierin soleert Lochs – begeleid door Van Vliet op keyboards – pittig en agressief op gestopte trompet.

Dit album, dat afgesloten wordt met Somsens compositie 'The Middle Way', is prachtig opgenomen, klinkt helder, transparant en ruimtelijk. In datzelfde 'The Middle Way', waarin Pieter Bast stuwend drumwerk levert, demonstreert Jasper Somsen nog maar eens dat hij niet alleen een voortreffelijk begeleider, maar ook een uitstekend solist is.

Meer horen?
Klik
hier voor geluidsfragmenten van dit album.

Labels:

(Jacques Los, 23.1.11) - [print] - [naar boven]





Nieuws
Oeuvre-onderscheiding voor Eric Vloeimans


Trompettist Eric Vloeimans heeft uit handen van de provincie Zuid-Holland heeft de Oeuvre-onderscheiding 2010 ontvangen.

Eric Vloeimans kreeg carte blanche en koos voor een groot concert, waarin hij het muzikale gesprek aangaat met professionals en amateurmuzikanten. Musici uit verschillende disciplines: Xenophonia (een trio uit de Balkan met onder meer pianist Bojan Z.), Fanfaresque (een speciaal samengesteld Zuid-Hollands fanfareorkest) en het Rotterdams Jongenskoor. Uit deze smeltkroes van stijlen ontstaan nieuwe geluiden. Het vrije geluid van Eric Vloeimans vloeit in deze context samen met de Balkan-, koor- en fanfaretraditie. Dat alles onder de noemer 'Horn Please!'.

Komende vrijdag en zaterdag, 28 en 29 januari, speelt Vloeimans met deze formatie in de Marekerk in Leiden, op 30 januari is het project te zien en te horen in de Oosterkerk in Zeist.

(Jacques Los, 23.1.11) - [print] - [naar boven]





Boek
Ooggetuigenverslag blijkt zoektocht naar bevestiging

'The Velvet Lounge' door Gerald Majer (University of Columbia Press, 2005)

Het schrijven over jazz kan erg moeilijk zijn; wanneer de analytische mogelijkheden van woorden tekortschieten, vervalt een schrijver al gauw in superlatieven en holle frasen als 'bloedstollend', 'uitstekend' en 'diepzinnig'. Die woorden worden maar zelden uitgelegd, zodat een tekst over jazz soms weinig meer is dan een manier om het eigen onvermogen tot communiceren te maskeren in een zee van lofuitingen. Geen enkele recensent, zeker ook ondergetekende niet, ontkomt daar ooit volledig aan.

Een veelbeproefde methode om dit euvel te vermijden is om te schrijven zoals de muziek zelf: kronkelend, spannend, dynamisch, elliptisch en vol vuur. De bekendste exponent van deze techniek is ongetwijfeld Jack Kerouac, wiens beat-litteratuur onder meer als een tekstuele versie van een solo van Lester Young, Wardell Gray of Charlie Parker kan worden gezien. De daaruit volgende poëzie expliceert dit nog meer. In Nederland hebben wij natuurlijk Jules Deelder, die even onverstoorbaar als liefdevol al jaren zijn gedichten over jazz voordraagt. 'Jazz is...' heeft vrijwel elke jazzfan inmiddels wel op een poëzieavond of muziekfestival gevolgd horen worden door een stoot aan kwalificaties, zodat men tegenwoordig wel eens in de wandelgangen hoort vragen of die Deelder niet aan nieuw materiaal kan werken. Ook dat is een vorm van succes.

Tot slot is er nog het ooggetuigenverslag. Dit laatste heeft Gerald Majer, een docent Engels ergens in de VS, proberen te combineren met een meer poëtische insteek in zijn boek 'The Velvet Lounge'. Het resultaat is onbevredigend. Om zijn betrekkelijke onbeduidendheid in de muziekwereld te verbergen, heeft Majer het boek volgestopt met literaire vergelijkingen, anekdotes over zijn jeugd en het type bespiegeling waarmee een Amerikaanse pseudo-intellectueel door de mand valt. Het beeld dat je als lezer van Majer krijgt, is dat van het prototype Woody Allen-filmfiguur: neurotisch op zoek naar bevestiging.

Zo wordt in een stuk over Roland Kirk, die een tijdlang als straatmuzikant probeerde te overleven, vooral aandacht besteedt aan Majers reisjes met zijn oom naar de rommelmarkt op de zondagochtend. Kirk zelf heeft eigenlijk niet meer dan een bijrol. Hij is slechts een alibi voor Majer om te vertellen. Dat is op zichzelf niet per definitie een ramp, maar helaas is de stijl van Majer niet pakkend genoeg; zowel als jazz-poëet als in de hoedanigheid van gonzo-journalist houdt hij de aandacht niet vast.

Juist wanneer hij interessante feiten meldt en niet afdwaalt, komt het boek tot leven. Zo beschrijft hij hoe Birdhouse, de eerste club van Fred Anderson, eruitzag. Daarna beschrijft hij hoe diens volgende club, de Velvet Lounge, zich ontwikkelde. Hij beschrijft hoe een lokale man, Paul, twee uur lang het behang van de muren blaast en hoe Ari Brown of Fred Anderson het publiek bijna overweldigen in de kleine ruimte die de Velvet Lounge is. Maar helaas, dan komen de holle vergelijkingen weer en worden de oude Grieken, Rimbaud of zijn Poolse afkomst er bij de haren bijgesleept. En helaas werkt dit maar zeer sporadisch.

(Sybren Renema, 20.1.11) - [print] - [naar boven]





Nieuws
Nieuwe zakelijk directeur Bimhuis


Met ingang van 1 januari van dit jaar is Manon Koers zakelijk directeur van het Bimhuis. Zij is hiermee de opvolgster van Els de Wit. Koers combineert een ruime ervaring in de culturele sector met een achtergrond in het internationale bedrijfsleven.

De afgelopen jaren was zij als assistent van de managing director betrokken bij de oprichting van Corus/Tata Steel Building Systems. Daarvoor was ze lange tijd werkzaam als artiestenmanager - zowel binnen haar eigen bedrijf Off The Record als bij Mojo Management - en werkte zij als uitvoerend producent bij het productiehuis van Paradiso/Melkweg.

Bij het Bimhuis wordt Koers verantwoordelijk voor dagelijkse leiding, personeelsbeleid, financiën, fondsenwerving en sponsoring. Daarbij zal zij optreden als aanspreekpunt voor subsidiënten, fondsen en overheden.

(Jacques Los, 20.1.11) - [print] - [naar boven]





Concert
Mit Liebe zum Detail

Martin Fondse & Claudio Puntin, zondag 5 december 2010, De Roode Bioscoop, Amsterdam

Das Roode Bioscoop ist eines der ältesten Theater in Amsterdam. Klein, schnuckelig und mit herrlich altmodischem Ambiente. Regelmäβig werden hier intime Konzerte der besonderen Art gegeben. Kleine Ensembles meist, die sich vom Charme der Umgebung inspirieren und zu spontanen Ideen hinreiβen lassen. So trafen sich in diesem Zusammenhang der niederländische Pianist Martin Fondse und der schweizerische Klarinettist Claudio Puntin, der seine Wurzeln in Italien hat, zu einem mehr oder weniger spontanen Zusammenspiel.

Der sanfte Einstieg des solo Pianos, anschlieβend durch zartes Glöckchen-Geplingel verziert, lieβ nicht ahnen, was die beiden Musiker noch so aus dem Hut zaubern sollten. Jedenfalls mündete das Zartgeläut flieβend in eine satte Improvisation der Bassklarinette, der auβergewöhnliche Geräusche, unter anderem selbst die eines Störsenders, entlockt wurden.

Trotz oder gerade wegen der Spontaneität des Konzertes hatte der Auftritt eine besondere und eigenständige Ausdrucksweise, bei dem jeder der Musiker eine bunte Auswahl an Nebeninstrumenten und Ideen mitbrachte. Sei es Klavier gepaart mit Maultrommel oder die akrobatische Aktion, 2 Flöten zugleich zu spielen, die locker auch mal als Perkussionsinstrument herhalten mussten: mit jedem Stück und Spannung in jeder Note wurde für eine neue Überraschung gesorgt. Das Finale war der freche Gebrauch einer Flüstertüte, mit der sich Puntin augenzwinkernd mit Fondse musikalisch duellierte.

So entstand mit viel Humor und allerlei Zubehör ein packendes experimentelles Klangerlebnis, welches aus eigenen Kompositionen und dem Jazz aus diversen Zeitepochen bestand. Tatsächlich stellte dieser Auftritt in Sachen Atmosphäre, Ausdruck und Liebe zum Detail so manches Groβereignis in den Schatten.

(Sabine Fleig, 19.1.11) - [print] - [naar boven]





Cd
Marzio Scholten - 'World Of Thought' (O.A.P. Records, 2010)


Zit er nog een gaatje tussen de gitaargiganten Anton Goudsmit en Jesse van Ruller? Ja. De naam is Marzio Scholten. Met fris, melodieus, snel, technisch, ontspannen en geconcentreerd spel verwerft hij zijn plek. Ik zag hem op een festival en had eerlijk gezegd nog nooit van hem gehoord. Ergens tussen de concerten van Michiel Borstlap, New Cool Collective, Eric Vloeimans en Nueva Manteca. Bijna bescheiden promootten ze hun nieuwe cd 'World Of Thought'. Bescheidenheid die onterecht is. Mijn eerste reactie: verdomde goed. Verrassend, levendig en boeiend. Hier blijf ik bij, zeker nu ik de cd goed en graag enkele malen beluisterd heb.

Robuust, niet af, gedreven, zo klinkt de sax van Yaniv Nachum: een ongepolijste, soms hartverscheurende klimpartij tegen de wand. De lucht moet en zal door die kleine opening op zoek naar de toon. De contrabas en drums ondersteunen, treden niet op de voorgrond, tempo's wisselen voortdurend, maar lopen niet weg. Hier wordt een stevige mat gelegd. Versnellingen zoals we die kennen van Pat Metheny. Maar dat hindert niet. De herkenning is eerder een feest en dat is weer een compliment voor deze band. Je sluit je ogen en hoort Pat en Lyle. De associatie met muziek van Zappa fladdert dan ook nog eens af en toe voorbij. De inzet van de sax en de trompet verjagen ze net zo hard.

Marzio Scholten zoekt de hardbop en de populaire jazz even zo graag op. Technisch is het knap , maar de techniek heeft de overhand niet. De gitaar klinkt helder; een beetje galm, soms dieprood als de kleur van wijn, zeker in de lange intervallen, soms licht en sprankelend, soms knallend als de kurk van de champagne. Pianist Randal Corsen draagt en krijgt eigen ruimte om te soleren. Heerlijke, toegankelijke, technisch mooi afgewerkte muziek. Ik deel geen sterren uit en vind dat dit ook te gul gebeurd; maar deze cd zou in het geval dat van mij vijf sterren krijgen. Dat durf ik blind, want deze band is goed, deze muzikanten genieten van de muziek, kunnen wat en spelen naar hartenlust samen.

Schijnbaar moeiteloos, maar uitgekiend en geconcentreerd duikt Scholten in het gitaaridioom en laat het instrument spreken. Muzikaliteit druipt van de cd af en dat vonkt er live ook nog eens van af. Ik hoop dat deze band en Marzio Scholten op de ingeslagen weg door kunnen gaan. Genieten van een doordachte formule, die eigentijdse jazz- en popkenmerken in zich draagt en openbaart. Hier gebeurd wat. De jazzpolitie zal daarentegen af en toe de neus ophalen, maar dat komt omdat ze haar eigen vergankelijkheid begint te ruiken (vrij naar Frank Zappa). Grote klasse, Marzio!

Meer zien?
Klik
hier voor een fotoverslag door Cees van de Ven van het Jazz at the Crow-concert van de Marzio Scholten Group op 4 november 2010 in Kraaij en Balder, Eindhoven.

Labels:

(Jo Dautzenberg, 18.1.11) - [print] - [naar boven]





Concert
Geoliede machine op toppunt van haar kunnen

Nils Wogram's Root 70, donderdag 18 november 2010, JazzCase, Dommelhof, Neerpelt

Root 70, de groep rond de Duitse trombonist Nils Wogram, bestaat tien jaar en dat is eraan te horen. Zijn kwartet - met naast hem zijn landgenoot Jochen Rückert (drums) en de Nieuw-Zeelanders Hayden Chrisholm (altsax) en Matt Penman (bas) - vormt een hechte groep van naadloos op elkaar ingespeelde muzikanten, een geoliede machine op het toppunt van haar kunnen en zonder enige vorm van sleet of metaalmoeheid.

Root 70 behoort dan ook stilaan tot de top van de Europese jazz; getuige daarvan is hun ongelooflijk directe en eerlijke cd 'Listen To Your Woman', die dateert van begin vorig jaar. Een plaat die blijkbaar in één take werd opgenomen en waarbij het speelplezier en de authenticiteit uit je geluidsboxen spatten.

Omschreven als een Amerikaans klinkende bluesplaat, zit de blues hem eerder in het gevoel van melancholie die de plaat uitstraalt dan wel in het typische akkoordenschema dat de blues eigen is, en dat in de Amerikaanse jazzstandaards doorklinkt.

Het was de muzikanten aan te zien dat ze een vermoeide trip achter de rug hadden om tijdig in Dommelhof Neerpelt present te zijn, maar toch brachten ze de hele set met een gemak en een verbluffende vanzelfsprekendheid alsof het een fluitje van een cent betrof. Het resultaat van tien jaar lang met elkaar on the road te zijn? Alle nummers van 'Listen To Your Woman' passeerden deze avond de revue, met dezelfde gedreven frisheid en spontaniteit als waarmee ze op de plaat werden gezet.

Zoals in het ingehouden gespeelde 'Rusty Bagpipe Boogie', waarvan de titel volgens het bij de cd zittende tekstboekje verwijst naar een Schots kamasutra-standje, een boogiewoogienummer met Wogram op gedempte trombone en het aanstekelig kabbelende ritme van drummer Rückert, waar Chrisholm kleine miniatuurtjes rond weefde op altsax.

Speels en energiek, maar ook compact en gesloten was 'Precision', met een perfect unisoon samengaan van trombone en altsax. Dit alles aan een adembenemend hels tempo van de ritmesectie, waarop Wogram virtuoos werd voortgestuwd.

De poëtische en traag slepende ballad 'Homeland’s Sky' met donkere bluesy tromboneklanken als intro, waarna het nummer wijds opengebloeide als een landschap, trof me erg. Niet enkel de melodie, maar ook het gesproken dagboekfragment over een afkeer van het reizen en rondtrekken, terwijl de natuur altijd mooi is en je de wisseling van de seizoenen al reizend aan je voorbij laat gaan. 'Now I always stay foot... This tree, this mountain, this walt... let the others travel' was een heerlijk moment. De natte droom van eeuwig rondzwervende muzikanten, zeker na een vermoeidende reis als vandaag.

Verrassend was het gebruik van de melodica in het reggaenummer 'Behind The Heart Beat' met een strak ritme op percussie en bas. Wonderlijk hoe het nummer van de ene op de andere maat subtiel overgleed in een heerlijke jazzswing.

Het catchy basritme in 'How Play Blues', een nummer van bassist Matt Penman, werd al snel overgenomen op trombone en vervolgens op altsax, mooi inkleurd door Wogram op melodica. Duizelingwekkend waren de tempowisselingen en overgangen in 'One For George', welke telkens zorgden voor een totaal andere klankkleur en sfeer. Het hoogtepunt was ongetwijfeld het traag en op donkere basklanken swingende 'Listen To Your Woman', het bluesy titelnummer van de cd.

Met een grootse subtiliteit op de warme gedempte trombone en altsax klonk deze slepende melodie als een volwaardige jazzstandaard. Bizar en vreemd was 'Hot Summer Blues', met keelklanken en boventonen als intro, om dan los te barsten in een zeer snel en virtuoos samenspel tussen trombone en altsax. Na 'Goodnight Blues' als toegift zat het concert erop.

Adembenemend om dit gezelschap bezig te zien: spits en virtuoos, met een verbluffende technische beheersing van hun instrumenten, zonder daar onnodig mee uit te pakken. De authenticiteit, de sierlijke spontaniteit en de vanzelfsprekendheid van dit viertal maakten van dit concert een muzikaal festijn.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Cees van de Ven.

(Robert Kinable, 16.1.11) - [print] - [naar boven]





Cd / The Jazztube
Peter Brötzmann Chicago Tentet + 1 - '3 Nights In Oslo' (Smalltown Superjazz, 2010) 5 CD

Opname: februari 2009

"Het is onmogelijk deze hele cd-reeks in een keer te beluisteren, laat staan te behapstukken. De aantrekkingskracht is echter zo groot dat ik de afgelopen paar maanden regelmatig een uurtje heb besteed in de wereld van Brötzmann, McPhee, Longberg-Holm en Holmlander. Het aantal namen, instrumenten, klanken en concepten in deze cd-box is enorm en wie alles wil registreren, zal de schijfjes vele malen moeten herbeluisteren."

Sybren Renema beluisterde de royaal samengestelde cd-box van het Peter Brötzmann Chicago Tentet + 1. Zijn oordeel: een meesterwerk.

"De omvang van [Brötzmanns] kunstenaarschap is zo enorm, dat zelfs wanneer hij afwezig is - zoals op een aantal cd's het geval is - je zijn aanwezigheid nog kunt voelen. Dat is het grootste compliment dat je een kunstenaar kunt geven en getuigt van de eeuwigheidswaarde van het werk van Peter Brötzmann."

Klik
hier om zijn uitgebreide recensie te lezen.

Bekijk de Jazztube!
Op 1 februari 2009 trad het Peter Brötzmann Chicago Tentet op in de Victoria National Jazz Scene te Oslo. In de Jazztube een opname van dit concert, die een goede indruk geeft van de ontzagwekkende oerkracht die van dit ensemble uitgaat. Klik op de afbeelding linksboven om het filmpje te starten.

Labels: ,

(Maarten van de Ven, 12.1.11) - [print] - [naar boven]





Column Herbert Noord
Jazz ontglipt mij


"Ik word steeds minder met jazz geconfronteerd. De oorzaken liggen voor de hand. Weinig concerten die tot gaan nopen, weinig nieuws dat tot luisteren dwingt, weinig spannends dat te ontdekken valt. In het land van oorsprong is de bron eveneens opgedroogd. Geen nieuwe impulsen, geen baanbrekende erupties, maar bovenal: geen brede basis meer."

In zijn nieuwe column toont Herbert Noord zich somber over de huidige stand van zaken in de jazz. Maar is er dan geen enkel lichtpuntje? Nee.

Klik op bovenstaande button om zijn column te lezen.

(Maarten van de Ven, 10.1.11) - [print] - [naar boven]





Festivalverslag
Combinatie van serieuze jazz-impro en circusact

Brokken Festival, met Estafest, Michiel Braam & John Engels, Alan Purves & Valentin Clastrier, Andy Bruce & The Rigidly Righteous + Annette Malherbe, zondag 2 januari 2011, Bimhuis, Amsterdam

Zaal 100 te Amsterdam is nog één van de weinige podia waar impro en experimentele jazz regelmatig, zelfs wekelijks, te beluisteren is. Iedere dinsdag is er het Impro Jazzcafé (illustere deelnemers zijn dan onder anderen Michael Moore, Ab Baars, Wolter Wierbos en Joost Buis), er zijn jazzworkshops, twee keer in de maand presenteert Trytone 'New Ways of Jazz' en houdt gitariste Corrie van Binsbergen huis met haar Brokken Middagen. Op de eerste zondag van het nieuwe jaar organiseerde Van Binsbergen voor de derde keer in het Bimhuis het Brokken Festival, met daarin de hoogtepunten van de Zaal 100-concerten van het afgelopen jaar.

Eén van die hoogtepunten was de formatie EstaFest, bestaande uit altviolist Oene van Geel, gitarist Anton Goudsmit, saxofonist Mete Erker en pianist Jeroen van Vliet. Die namen staan al garant voor zeer kwalitatieve muziek. Dat werd dan ook meer dan waar gemaakt tijdens de opening van het festival(letje). Het kwartet speelde prachtige harmonieuze composities van elk van de musici, waarbij het beheerste en gecontroleerde samenspel en de navenante solo's tot de hoogtepunten van de dag behoorde. De ongebruikelijke bezetting - geen bas en drums en een altviool naast een tenorsaxofoon - is geenszins een belemmering om swingende muziek te produceren en ook niet om een volle en warme en transparante sound te produceren. EstaFest, met een virtuoos strijkende en pizzicato 'bassende' Van Geel, een prachtige toon blazende Erker, de immer funky en meeneuriënde Goudsmit en de pittig solerende Van Vliet, is een formidabel kwartet, dat door elk zich serieus nemend jazzpodium geboekt zou moeten worden.

Het duo Michiel Braam en John Engels, dat in het voorjaar van 2010 in Zaal 100 zijn debuut beleefde en een voortreffelijke indruk achterliet, voldeed niet geheel aan de verwachtingen. Hoewel Braam pianistisch alles uit de kast trok - extravagante avantgarde-riedels en klankclusters, minimalistische fragmenten, swingende en groovy momenten, virtuoze improvisaties - en drummer John Engels alert en bekwaam volgde en begeleidde, leek het of de spontane chemie van het voorjaar wat was verflauwd. Desalniettemin was het optreden van deze twee contrasterende jazzmuzikanten – Braam vanuit de hedendaagse impro-scene en Engels als de nieuwsgierige mainstream drummer - een muzikaal interessante belevenis.

Dat kan niet gezegd worden van het volgende duo: de serieuze draailierbespeler Valentin Clastrier en de drummer-annex-circusclown Alan Purves. De draailier is natuurlijk een ongekend instrument in de jazz en van mij mag dat ook zo blijven. Het geluid is zeer onsympathiek en zit tussen een doedelzak en Hawaiian guitar in. Hoewel Clastrier zo nu en dan nog wat wilde en snelle moderne jazzlicks uit de lier draaide, is het toch een instrument dat ingepast moet worden in bestaande wereld- en of volksmuziekorkesten. En dan Purves, met zijn Toby Rix percussie-instrumentarium en heel veel plastic en rubber kinderspeelgoed en fluitjes om in te knijpen, te bijten of te blazen. Leuk voor Sesamstraat! Het leek niet dat dit duo samenspeelde, veeleer dat ieder voor zich met zijn bijzondere instrumentarium bezig was.

Het optreden van Andy Bruce & the Rigidly Righteous met gast Annette Malherbe was een ratjetoe van feestmuziek, dixieland, blues, Schotse dans en een beetje rockmuziek. Niet echt bijzonder, met spaarzame solo's en niet passend in de artistiek gerichte programmering van het festival. Kortom, een orkestje voor de strandpaviljoens en de zomerse dorpspleinactiviteiten. Tip voor het volgende festival: nodig Joost Buis' interessante formatie de Astronotes uit.

Het Brokken Festival werd erg leuk en ludiek afgesloten met een goed georganiseerde 'Happy New Year Impro Session', waaraan meer dan twintig improvisatoren deelnamen, met naast de festivalmuzikanten ook nog onder anderen Yonga Sun, Albert van Veenendaal, Joost Buis, Jan Willem van der Ham, Felicity Provan en - vanzelfsprekend - de organistor van het festival, Corrie van Binsbergen.

Klik hier en hier voor een fotografische impressie van dit festival door Maarten Jan Rieder.

(Jacques Los, 8.1.11) - [print] - [naar boven]





Nieuws
Jazz Magazine fuseert met Jazzism


De redactie van het muziekblad Jazz gaat verder bij uitgeverij BCM. Per direct zet de redactie, tot gisteren werkzaam bij uitgeverij Argo, daar zijn werk voort aan de uitgave van een muziekblad over jazz, soul, blues, world en latin. De titel gaat op in de bestaande uitgave Jazzism. De medewerkers van Jazzism worden bedankt, de redactie van Jazz neemt hun werk over, aldus hoofdredacteur Bert Huisjes. Hoofdredacteur van het nieuwe Jazzism wordt Paul Evers, de huidige hoofdredacteur van Jazz. BCM kan zijn concurrent namelijk voor één euro overnemen, maar neemt daarbij wel het arbeidscontract van Evers over.

Een pikante verschuiving, zo vertelt Bert Huisjes. "Zoals bekend werd Jazzism door deze redactie in 2005 als nieuwe titel opgericht bij BCM. Dat gebeurde met de hulp van een groot aantal journalisten die Jazz hadden verlaten, na aanhoudende betalingsproblemen." Die betalingsproblemen ontstonden destijds uitgerekend bij uitgeverij Argo, met dezelfde Paul Evers als uitgever. Volgens BCM-uitgever Eric Bruger moet Evers niet persoonlijk op die problemen aangekeken worden. "De directie was verantwoordelijk voor de betaling, Evers kon als uitgever geen kant op. Hij verdient juist respect voor het feit dat hij met veel bloed, zweet en tranen alsnog een titel op de mat wist te krijgen." 



Ook over de inhoud maken medewerkers van Jazzism zich zorgen, vertelt Huisjes. Hij verwacht dat de nieuwe versie van het blad meer het karakter van een advertorial zal krijgen, met name omdat ook andere titels van BCM zo in elkaar zitten. Bovendien vreest hij het uiteenvallen van de groep specialisten die Jazzism nu aan zich verbonden heeft.

Bruger is niet van plan water bij de wijn te doen wat betreft de diepgang van het blad, belooft hij. "Wij zullen zeker niet inleveren op de diepgang, want dat is precies de reden dat we hieraan begonnen zijn. Mijn broer en ik waren abonnee van Jazz, en hebben het blad destijds van de ondergang willen redden."

Bron: 3VOOR12

(Maarten van de Ven, 8.1.11) - [print] - [naar boven]





Cd
Ben Sluijs & Erik Vermeulen – 'Parity' (W.E.R.F., 2010)

Opname: 2008-2010

Hoewel beide heren regelmatig in elkaars gezelschap terug te vinden waren (het W.E.R.F.-label laat dat mooi horen met een handvol releases), dateert hun eerste album als duo, 'Stones', toch alweer van 2001. Nochtans is er aan hun werkwijze niet veel veranderd. Integendeel: de loepzuivere interactie is er enkel op vooruitgegaan, waardoor je intussen al kan spreken van een moeiteloze communicatie die doorgaans is terug te vinden bij partners die al decennialang bij elkaar zijn.

Zowel Sluijs als Vermeulen blinken uit in dosering en spelen met ruimte, en hoewel dit geen album is van uitsluitend ballades, voel je hier nergens de drang om grote statements te maken, om te imponeren. Deze twee heren weten heel goed tot wat ze in staat zijn en het lijkt wel alsof ze beseffen dat hun publiek net zozeer op de hoogte is van hun wisselwerking. Wie de twee aan het werk zag op Jazz Brugge, herinnert zich vast nog de fragiele intimiteit en de gestileerde melancholie.

In deze veertien stukken, die heen en weer schuifelen tussen middernachtsromantiek (een mooie versie van Gillespie's 'Con Alma'), raadselachtigheid à la 'Ascenseur pour l’échafaud' en de occasionele opleving ('Friendly Fire'), wordt geen noot, geen aanslag of ademstoot verspild, en zelfs Vermeulens bruggetjes 'A Short Answer' en 'Tuinpad' geven de indruk doordacht hun plaats gekregen te hebben. Bovendien lijkt Sluijs' fluisterende aspiratie op de altsax enkel nog mooier geworden te zijn.

Je oordeel over dit album loopt dan ook gelijk met wat je ervan verwacht. Hier wordt niets geforceerd, in hoofdletters afgedrukt of overboord gegooid. Alles staat in het teken van harmonie, berusting, mate en wederzijds vertrouwen. Wie op zoek is naar een poëtische plaat die ondanks de nadruk op grijstinten toch zijn lichtvoetigheid en gracieuze klasse bewaart, die is bij 'Parity' aan het juiste adres.

Meer horen?
Op deze
pagina kun je luisteren naar samples van een drietal tracks van dit album: 'Bright Day', 'Con Alma' en 'Melopee'.

(Guy Peters, 8.1.11) - [print] - [naar boven]





Nieuws
Dimami meets Joost Buis: cd + tournee


Zoals we al eerder op deze site meldden, hebben Dimami en trombonist Joost Buis een cd opgenomen, getiteld 'Shadow Of A Cloud'. Die wordt vanavond in het Bimhuis gepresenteerd. Deze combine gaat na het concert in het Bimhuis op een korte tournee door Nederland, die eindigt in Soest (Artishock) op 9 april.

Met Buis' aanwezigheid verschuift Dimami haar aandacht naar collectieve improvisaties. Nijland en Buis schreven nieuw repertoire. 'Stukken vol lyrische samenzang van trombone en altsaxofoon, kale grooves van bas en drums en schurende improvisaties', belooft het persbericht. Wij hebben er alle vertrouwen in dat dit viertal die woorden waar gaat maken!

Klik
hier om het tourschema te bekijken.

(Maarten van de Ven, 7.1.11) - [print] - [naar boven]





Cd
Janssen4 – 'The Hammond Revisited' (Jazzshop, 2010)

Opname: 2009

Als dit album in 1939 was uitgekomen was het een sensatie van de eerste orde geweest. Dus vóórdat jazzcats als Wild Bill Davis en Jimmy Smith het sacrale gegalm hadden getransformeerd tot een kolkend en swingend feestje in een morsige kroeg.

Dat hele verhaal hoor je niet terug in 'The Hammond Revisited' van rietblazer Werner Janssen. Organist Bob Wijnen is ergens tussen Pierre Palla en Keith Emerson blijven steken. En ik kan jelui verzekeren dat dat geen fijn plekje is. De muziek gaat kortom nergens swingen. En humor zit er ook al niet in. De cd klinkt alsof een zwikkie klassieke muzikanten een lichte muziek-uitje beleven. Want dat ze hun instrumenten beheersen, daarover hoeft geen misverstand te bestaan. Maar alles klinkt zó bedacht, zó netjes, zó aangeharkt. Zó saai. Je wordt er zo slap van als een Dali-horloge.

Een enkele keer haakt een melodietje zich in je oor, zoals in 'Kervansara' - maar de futloze uitvoering strooit er dan weer roet in. 'Origo Mundis' is hier geen oerknal, maar net boven de gehoordrempel tinkelende belletjes plus een soort gezoem. Een potentieel interessant vlechtwerk van sopraansax en orgel wordt niet uitgewerkt, zodat de oorsprong van het heelal een beetje in het luchtledige blijft hangen. Zo moet het niet, jongens.

Meer horen?
Op deze
pagina over Janssen4 kun je van dit album de meeste tracks in mp3-formaat beluisteren.

(Eddy Determeyer, 6.1.11) - [print] - [naar boven]





Festival
Een openingsavond met een gouden randje

Paul van Kemenade + friends feat. Ernst Reijseger & I Compani, Stranger Than Paranoia, vrijdag 24 december 2010, Paradox, Tilburg

Traditiegetrouw opent saxofonist Paul van Kemenade zelf het Stranger Than Paranoia Festival. Deed hij dit eerdere jaren met zijn kwintet, voor deze gelegenheid betrad hij het podium in drie verschillende bezettingen.

Nooit eerder werd een openingsavond zo stemmig en ingetogen ingezet en was de parallel met het onontkoombare kerstgevoel zo duidelijk aanwezig. Het spel van Van Kemenade was meer down to earth dan ooit, zonder zijn authenticiteit te verliezen in uniformiteit. En in iedere samenwerking tijdens dit concert zette deze ontwikkeling zich voort, telkens gebruikmakend van de individuele kwaliteiten en talenten van de aanschuivende musici. Zijn nieuwe cd 'Close Enough', opgenomen met zijn kwintet, was de rode draad in de drie onderdelen waaruit zijn optreden bestond.

Trompettist Angelo Verploegen, trombonist Louk Boudesteijn en bassist Wiro Mahieu vormen met Van Kemenade Three Horns And A Bass, een variatie op zijn eerder uitgebrachte cd 'Two Horns And A Bass', met onder meer Eric Vloeimans. Nieuw en bestaand werk werd op gepaste humoristische wijze aan elkaar gepraat door Van Kemenade, beginnend met 'Lapstop', naar eigen zeggen omdat zijn laptop ermee stopte tijdens het schrijven van deze nieuwe compositie. Of het laid back 'Take It Easy', waarbij Mahieu met zijn variatie op de bop voor de subtiele swing zorgde. De uitvoering van een ouder werk, 'Cool Man, Coleman', een ode aan Ornette Coleman, vertoonde duidelijke overeenkomsten met Colemans ensembles, maar Van Kemenade wist het door zijn specifieke interpretatie te voorzien van een geheel eigen identiteit.

De samenwerking van Paul van Kemenade met het uit Nederland afkomstige vocaal ensemble Cappella Pratensis getuigt van lef. Lef én muzikaal inzicht. De serene, klassiek geschoolde stemmen van de Canadese contratenor Stratton Bull (artistiek leider Cappella Pratensis), de Israëlische tenor Lior Leibovici en zanger/cellist Pieter Stas waren op band te horen, waarna de band zich live invoegde en de stemmen, die steeds herhaald werden, meevoerde in zijn improvisaties. Ook pianist Rein Godefroy, flamencogitarist El Periquin en de Senegalese percussionist Serigne Gueye hadden een essentieel aandeel hierin. Door de strakke swing van enkele handtrommels en de minimalistische inzet van piano en gitaar bleef het geheel trouw aan de intentie van het stuk, wat uiteindelijk leidde tot een zeer fraaie en indrukwekkende integratie van klassiek en jazz.

In deel II van Van Kemenade's concert deelde hij het podium met cellist Ernst Reijseger. Als twee gelijkgestemde muzikale zielen was hun spel harmonieus en sensitief, al werd er ook geanalyseerd en geduelleerd, zoals in 'Gathering For Alto And Cello'. Hierin, maar ook in 'It Is Never Too Late', waren klassieke invloeden te horen of zelfs als uitgangspunt gekozen. Naast alle ernst en diepgang was er ook ruimte voor een lach. Reijseger riep in het laatste stuk van dit duo op hilarische wijze regelmatig 'Cuckoo', wat tevens de veelzeggende titel was. Zo kreeg hij de lachers in een stampvol Paradox op zijn hand.

En er kwam nog meer. In het laatste onderdeel werd de ballade en titelsong 'Close Enough' gespeeld met bassist Ernst Glerum en drummer Han Bennink, waarna bij 'Who’s In Charge' ook Reijseger zich gitaarspelend op zijn cello weer bij het gezelschap voegde. Zoals alom bekend slechts met één enkele snaredrum, broek op hoog water en legerkistjes zorgde Bennink voor de nodige swingende chaos, die door zijn medekompanen zonder enige moeite werd geïncasseerd. Improvisaties vlogen over en weer, en het duurde dan ook niet lang tot Bennink zich ontdeed van zijn overhemd en zijn hoofdband ombond. Het werd een oer-Hollands jazzfeestje met een gouden randje.

Na de pauze werd het programma voortgezet door I Compani. Iets heel anders, maar daarom niet minder boeiend. Met het project 'I Mangiare!' - vrij vertaald: het eten - toont dit gezelschap zijn veelzijdigheid en originaliteit. Circusmuziek, jazz, filmmuziek en allerlei variaties daarop passeerden de revu. Zelfs de billen van Jan Cremer kwamen voorbij, in ieder geval een muzikale versie daarvan.

Leider Bo van de Graaf stak zijn trots niet onder stoelen of banken en maakte dit onder meer kenbaar met een grandioze solo op zijn saxofoon. Het moet gezegd worden: alle ingrediënten waren aanwezig om specifieke accenten te leggen en de juiste sferen te creëren. Tessa Zoutendijk die tokkelend of strijkend op haar viool zorgde voor het zigeunergevoel of Michiel Mulder, die met zijn bandoneon net dat melancholische tintje gaf. Met een stevige blazers- en ritmesectie waren we verzekerd van kracht, volume en tempo. En er werd zelfs gezongen door het volledige orkest. Als slot, schijnbaar spontaan, zette Zoutendijk een Zuid-Amerikaans thema in, waarop het orkest enigszins aarzelend inviel en daardoor enige verwarring veroorzaakte bij het publiek. In ieder geval heeft I Compani deze avond zonder twijfel laten zien wat het waard is: een bonte groep enthousiaste muzikanten met een heleboel talent.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert.

(Donata van de Ven, 5.1.11) - [print] - [naar boven]





Cd / Vooruitblik
Wolff/Angiuli/Fryland - 'Prelude' (Your Favorite Jazz, 2010)


Er zijn natuurlijk erg veel pianotrio's die ook heel erg goed samenspelen, maar het Fins-Italiaans-Deense trio van pianist Walter Wolff, bassist Francesco Angiuli en drummer Andreas Fryland verdient toch extra aandacht, al was het alleen al omdat de pianist deels in Nederland resideert. Het is hun eerste album, maar liefhebbers zullen het trio al gehoord hebben tijdens de tournee met Teddy Charles in 2009 of op het album dat toen opgenomen is, 'Live', op OAP Records. Toen bleek al dat het trio in ieder geval qua intuïtie bij de harmonisch inventieve Charles paste. Dat wordt nu bevestigd met de cd 'Prelude', die op een pas iets meer dan een jaar bestaand Deens label is uitgekomen.

Het materiaal bestaat merendeels uit eigen stukken, die ook om hun thema's de moeite waard zijn. Het trio laat de muziek - zoals ze dat in hifi-kringen zeggen als ze niets beters weten te bedenken - ademen, dat wil zeggen dat de musici elkaar de ruimte geven en het geheel nooit geforceerd klinkt. Ook wordt er met de klank van instrumenten gespeeld, zonder dat er naar onconventionele middelen wordt gegrepen. Een goed voorbeeld daarvan is het fraaie intro op de bekkens van Fryland in 'Countdown'.

Als er al een vergelijking met bekende pianotrio's gemaakt moet worden, dan is de eerste associatie die met het trio van Bill Evans, zij het met wat meer dynamiek. Een thema dat je bijvooorbeeld direct pakt, is het melodramatische 'Neurotic Sunday', dat zo bij elke film of tv-serie zou passen. Het trio gaat echter niet door naar de voor de hand liggende climax, maar kiest ervoor het thema op een onverwachte manier af te werken. Zo zijn er meer details die deze verzameling tot een zeer aangename belevenis maken. 'Prelude' is zó ingetogen, dat de cd niet zou misstaan als achtergrondmuziek bij beschaafde ontmoetingen, maar dan mis je wel een heleboel subtiele wendingen.

Walter Wolff, Francesco Angiuli en Andreas Fryland maken een korte tour door Nederland, die vrijdag 14 januari start in Club Panama, Amsterdam, een concert dat live te horen zal zijn bij 'Mijke’s Middag' op Radio 6. Verder treedt het trio nog op in Zeist (15/1), Leiden (16/1) en Den Haag (17/1). Klik
hier voor meer informatie.

Meer horen?
Op deze pagina kun je van dit album de track 'A Night To Forget' beluisteren.

Labels:

(Ken Vos, 4.1.11) - [print] - [naar boven]





Festivalverslag
Keelklanken en kippenvel

Bijma meets Bijlsma, Conny Bauer & Underkarl, Stranger Than Paranoia, maandag 27 december 2010, Paradox, Tilburg

Ondanks het barre weer was de eerste avond van Stranger Than Paranoia 2010 weer een doorslaand succes. Maar daarover later meer. Ook op deze tweede avond was er genoeg te beleven. Want de eerste set met de titel (Greetje) Bijma meets (Masha) Bijlsma was al reden genoeg om naar het aangename jazzhonk Paradox af te reizen. Stranger Than Paranoia inderdaad, want je moet er maar opkomen om twee ogenschijnlijk onverenigbare vocalisten samen te brengen en dat ook nog met goed gevolg!

Greetje Bijma, als het ware de Han Bennink in vocalistenland, waarbij het aantal octaven (vijf!) van haar stembereik haar enige beperking zijn versus Masha Bijlsma, die we kennen van interpretaties van niet alledaagse jazzsongs en haar affectie voor Abbey Lincolns erfgoed. Beiden stonden aanvankelijk nog wat onwennig en zoekend te balanceren op het improvisatiekoord. Er werd afgetast en verkend in een jazzimpro als opening, waarbij gitarist Jan Kuiper en bassist Henk de Ligt hen voor het evenwicht de juiste paraplu boden.

Bijma prikkelden Bijlsma om zich ook vrij en zonder terughoudendheid te uiten. Tegenover zoveel vocaal-theatrale fantasie als die van Bijma kun je gemakkelijk je hand overspelen. Maar Bijlsma deed dat niet, daarvoor is deze doorgewinterde vocaliste te professioneel. Met 'Bird Alone' en 'Tender As A Rose' van Abbey Lincoln maakte zij op zeer persoonlijke wijze indruk, terwijl Bijma haar met relevante improvisaties bijstond. Een optreden dat vooral gekenmerkt werd door de verrassende interacties, fijnmazige en spannende kruisverbanden tussen beide vocalisten en het uitmuntende duo Kuiper-De Ligt.

Het repertoire bevatte drie stukken van Lincoln, waarbij zeker de bloedmooie, intense vertolking van 'Throw It Away' eruit sprong. Van een andere orde was de Afrikaans getinte improvisatie, waarin Greetje Bijma haar multiphonics techniek inzette. Deze merkwaardige vocale kunstvorm van keelklanken zorgde voor kippenvel. Het deed even denken aan de groep Tuvian Throatsingers, die jaren geleden op dit podium voor een ongekende luistersensatie zorgde. Kortom, een concert van hoorbare sympathie en empathie tussen beide vocalisten en hun begeleiders.

Het aangekondigde duoconcert van Peter Brötzmann en Conny Bauer kwam vanwege ziekte van Brötzman geheel voor rekening van Bauer. Het siert hem dat hij in zijn eentje op zijn instrument deze klus op zich nam... en hoe! Alsof embrouchuremoeheid niet bestaat, blies hij onophoudelijk zijn set vol. En met zijn reputatie en staat van dienst kon hij boeien. Soms blies hij in het lage register een melodie met daarbij de begeleiding in een hoger register. Vermakelijk en knap klonken de momenten waarop hij als het ware met zichzelf in dialoog ging.

Even hoopte je dat organisator Paul van Kemenade spontaan zou aansluiten. Dat had misschien wel heel bijzonder kunnen uitpakken. Want ondanks de eerder genoemde prestatie en verbeeldingskracht van Bauer lag het gemis aan afwisseling in klankkleur op de loer. Bauer maakt bijvoorbeeld geen gebruik van dempers of andere klankvervreemdende mogelijkheden, zoals bijvoorbeeld Wierbos of Buis toepassen. Maar dat deed niets af aan het respect voor dit sterke optreden. Dat vond het publiek ook; de trombonist werd terecht beloond met een op een toegift gericht applaus.

De grand finale van de avond kwam van Underkarl, een formatie die in 1993 werd opgericht door de Duitse componist en bassist Sebastian Gramms. Een kwintet dat wordt gevormd door musici van naam. Ook trombonist Nils Wogram maakte een tijd deel uit van deze formatie. De bezetting van Underkarl zag er vanavond als volgt uit: Lömsch Lehmann (tenorsax en clarinet), Rudi Mahall (basklarinet), Frank Wingold (gitaar), Dirk-Peter Kölsch (drums) en de leider Gramms (bas en composities).

Zij liepen enerzijds strak in het gelid bij de uitgeschreven composities, gevat in smaakmakende arrangementen met complexe unisono's. Maar deze rasmuzikanten tapten anderzijds ook uit het free-jazzvat en lieten regelmatig hun fantasie de vrije loop in composities met cryptische titels als '190', 'Kleine Koalition' of 'X 1-190'. Lehmann en Mahall exceleerden uitgesproken expressief, maar de overige bandleden - iets meer ingetogen - waren eveneens van onbesproken muzikaal gedrag. Underkarl is beslist een van de topstukken uit deze Stranger Than Paranoia-collectie.

Klik hier voor een fotoverslag.

(Cees van de Ven, 3.1.11) - [print] - [naar boven]





Jazz on the road #3
Charlotte Haesen: "Mijn thuis zit in mij"


Als een veertje dat opwaait in de wind, gaat liggen en weer opwaait... Charlotte Haesen (22) lijkt een zondagskind, geboren in Amsterdam, opgegroeid in België, diepe Afrikaanse wortels, Franse opa, moeder fotografe, vader geslaagd zakenman en jazzpianist.

Charlotte studeert aan het conservatorium in Amsterdam. Daar deelt ze haar muzikale genoegens met studenten van 27 verschillende nationaliteiten. Voertaal Engels, zelf spreekt ze Frans, Engels, en Nederlands. "Ik ben thuis waar ik ben. Ik ben altijd op reis; mijn thuis zit in mij."

Reizen: "In het voorjaar zat ik in IJsland. Ik woonde bij een IJslandse familie in Hafnarfjördur. De muziekwereld is daar vrij klein. Ik heb er veel nieuwe getalenteerde artiesten ontmoet. Ik ben in Reykjavik de studio in geweest om wat Franse chansons op te nemen met IJslandse muzikanten."

"Ik heb twee keer in IJsland opgetreden met een folkbandje dat Sindur heet. Mensen zijn daar helemaal dol op livemuziek. Het was een redelijk groot podium en een volle zaal van ongeveer 300 mensen. Toen we op het podium stonden, was het publiek helemaal stil. Dat was erg bijzonder. We besloten om samen met Sòley een set te delen in een klein cafeetje in Reykjavik. Het concert was volledig onaangekondigd. Toch was het helemaal vol met mensen die aandachtig hebben geluisterd. De muzikanten die ik heb ontmoet, waren gepassioneerd en toegewijd."

Het gesprek met deze jazzzangeres over haar on the road-ervaringen neemt een vreemde wending, omdat het begrip 'reizen en thuis zijn' door deze jonge vrouw heel anders ingevuld wordt. Het lijkt me wezenlijk, dus ga ik er in mee. Charlotte is veel on the road. Haar hele leven al is het een komen en gaan. Geboren in Amsterdam, als kind neergestreken in het cultureel beklemmende Wallonië, haar jeugd doorgebracht in een Belgisch grensdorp nabij het Bourgondische Maastricht, studeren in het vrije Amsterdam.

Ze verbleef drie weken in IJsland en is van de zomer weer een studio in de Belgische Ardennen ingedoken met haar Letlandse en IJslandse begeleiders en een sound engineer uit Londen. Deze mix, hutspot, werkt door in haar muziek, in haar repertoirekeuze en in haar eigen composities. Cosmopolitan Charlotte: "Ik kan iedere dag ergens anders zijn, ik kan zelf iedere dag anders zijn. De bottom line is niet te definiëren. Trefwoorden: impulsief, artistiek, chanson, jazz, pop, zwerver."

Tijdens het gesprek geeft ze aan dat ze eigenlijk al weer weg wil uit de stad. Alles buiten haarzelf noemt ze opeens 'het buitenland', een leuke vondst. Doel is altijd mensen ontmoeten. "Ik voel in mijzelf geen rust. Ik ben altijd onderweg, mijn bandleden geven mij stabiliteit; ik ben niet de hoofdpersoon. Mensen bepalen niet de plaats, of ik mij thuisvoel. Ik wist tijdens de puberteit gewoon niet wie ik was, anderen ontdekten dat wel. Op een dag accepteerde ik dat dit is wie ik ben." In april 2011 wil ze afstuderen, gaat ze haar masters doen in Noorwegen of eerst nog naar Letland.

En haar Afrikaanse roots? Haar grootmoeder leefde in Rwanda, haar moeder komt uit Burundi. Ze hebben veel meegemaakt. Politiek engagement klinkt opeens in haar verhaal door; de rol van de koloniale macht België, over de genocide en de achterliggende oorzaken en verbanden. Op een dag gaat ze die 'geheimzinnige' kant ontdekken; het onderwerp ebt schijnbaar achteloos weg. Als je tegen iemand zegt 'ik ga naar huis', waar gaat je dan heen, vraag ik tenslotte. "Dan ga ik naar mijn ouders, dat is nu in België." Ze klinkt vrolijk en lacht.

Meer weten?
Klik hier voor een verslag van MECC Jazz Maastricht 2010, waar Charlotte Haesen een geslaagd optreden gaf.

(Jo Dautzenberg, 3.1.11) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...






Menupagina's:

Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Neerpelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.