Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 




Nieuws
Presentatie fotoboek 'Jazz Masters' van Jos Knaepen


Bertrand Flamang, organisator van Gent Jazz, Jazz & Sounds en Jazz Middelheim, en Duco Heijbroek, directeur van hotel NH Belfort te Gent, nodigen u van harte uit op de fotoboekpresentatie 'Jazz Masters' van jazzfotograaf Jos L. Knaepen. Het is na 'Jazz In Belgium' het tweede fotoboek van zijn hand.

Het boek bevat ongeveer 110 live-foto's van befaamde internationale en Belgische jazzmusici. Hij trok hiervoor door heel Europa en naar New York. Simultaan loopt er een mooie expositie met foto's uit 'Jazz Masters' in de hotellobby en wandelgang naar de jazzkelder Trova van hotel NH Gent Belfort.

Jos L. Knaepen, in jazzkringen bekend als 'The Jazzman', kreeg interesse voor de jazz op 17-jarige leeftijd, in 1961, na de aankoop van zijn eerste lp's, waaronder die van Django Reinhardt en Sidney Béchet. Een jaar later was hij regelmatig aanwezig in Comblain-la-Tour, waar de toenmalige jazzreuzen optraden tijdens hun Europese tournees. Het was in die periode dat hij zijn interesse voor fotografie ontwikkelde. Zijn professionele carrière begon in de vroege jaren zeventig. Tussen 1985 en 1990 hield hij even een fotografische sabbat, om in de loop van 1990 opnieuw te fotograferen, dit keer strictly jazz, de grote liefde van zijn leven. Hij exposeert regelmatig op culturele evenementen georganiseerd door Muziekcentrum Vlaanderen en in het kader van jazzfestivals, zoals Gent Jazz.

Knaepen heeft niet alleen in Europa maar ook in de VS een benijdenswaardige fotografische reputatie opgebouwd, met de publicatie van zijn foto's in magazines als DownBeat, Jazz Times en All About Jazz. Onder de indruk van zijn kunnen, vroeg de directeur van onderwijs van de International Association for Jazz Education (IAJE) hem in 2007 om de New York-manifestaties van IAJE in beeld te brengen. Het Smithsonian Instituut gebruikte zijn foto's dan weer ter illustratie van zijn verjaardagsspecial over Wynton Marsalis. Zijn foto's werden op posters uitvergroot voor Carnegie Hall. In 2008 werd hij door de Jazz Journalists Association genomineerd voor de 'Excellence in Photography Award'.

De fotoboekpresentatie vindt plaats op donderdag 4 februari 2010 om 17.00 uur in de jazzkelder Trova van NH Gent Belfort, Hoogpoort 63 te Gent.

Klik hier voor een interview op Klara met Jos Knaepen over zijn nieuwe fotoboek.

Meer weten en horen?
De website van Jos L. Knaepen.

(Cees van de Ven, 31.1.10) - [print] - [naar boven]





Cd
Don Cherry - 'Live At Cafe Montmartre 1966' (ESP Disk, 2007)
Don Cherry - 'Live At Cafe Montmartre 1966 Volume Two' (ESP Disk, 2008)

Opname: 1966

Trompettist/multi-instrumentalist Don Cherry (1936-1995) vergaarde eeuwige roem door zijn rol in het revolutionaire kwartet van altsaxofonist Ornette Coleman, dat voor het Atlantic-label tussen 1959 en 1961 een aantal baanbrekende albums opnam. Daarnaast is zijn rol in de ontwikkeling van world music niet te onderschatten.

Nadat in 1962 Colemans kwartet werd ontbonden (gedesillusioneerd in de muziekbusiness trok de saxofonist zich voor aantal jaren terug), ging Cherry verder met eigen groepen, waarin de muziek en de denkbeelden van Ornette Coleman een onverminderd grote rol zouden blijven spelen.

In Parijs formeerde de trompettist een multinationaal kwintet met de Argentijnse Gato Barbieri, een muzikale zielsverwant, dat verder bestond uit de Duitse vibrafonist Karl Berger, de Franse bassist Jean-François Jenny-Clark en de Italiaanse drummer Aldo Romano. Gedurende maart 1966 was het kwintet artist in residence in Cafe Montmartre in Kopenhagen. Jenny-Clark, verlet wegens het afronden van zijn conservatoriumstudie, werd vervangen door het jonge Deense bastalent Bo Stief. Op twee avonden, 17 en 31 maart, werden radio-opnamen gemaakt, die ruim veertig jaar later door het gerevitaliseerde legendarische jazzlabel ESP-Disk voor het eerst zijn uitgebracht. Een ware meesterzet.

De Montmartre-concerten vonden plaats tussen de opnamen van Cherry's eerste twee door Blue Note uitgegeven albums door: 'Complete Communion' uit 1965 en 'Symphony For Improvisers' uit 1966. Het is dus niet zo vreemd dat we een aantal stukken daarvan in de setlijst tegenkomen, sommige nog in rudimentaire vorm. Cherry giet de composities in zijn geliefde suitevorm, zoals 'Cocktail Piece' en 'Suite For Albert Ayler'.

De muziek is verfrissend energiek, ritmisch zinnenprikkelend, met passievolle improvisaties, die evolueren vanuit en rondom aanstekelijke thema's en melodieën. Het kwintet speelt met een enorme gedrevenheid, alsof een natuurkracht hen stuwt. De ideeënrijkdom spat van deze schijfjes en stimuleert herhaald luisterbezoek. We horen vijf in topvorm verkerende en volledig op elkaar ingespeelde muzikanten, in een dynamisch kwintet dat moeiteloos laveert in de telkens verschuivende structuren van de extended stukken. Die vragen weliswaar veel van de luisteraar, maar bieden tegelijkertijd een rijk arsenaal van verrassende improvisaties en boeiende collectieven.

De geluidskwaliteit is alleszins acceptabel, al zijn sommige instrumenten soms ietwat off-mike. Een euvel waar goed mee te leven valt, temeer daar het hier gaat om een zeer waardevolle aanvulling van de discografie van Don Cherry. Een nieuwe auditieve illustratie van de blijvende aantrekkingskracht van free jazz.

(Maarten van de Ven, 31.1.10) - [print] - [naar boven]





Concert
Frisse groep met groeipotentieel

Bender Banjax, donderdag 19 november 2009, JazzCase, Dommelhof, Neerpelt

De groep Bender Banjax, die ontstond na een samenwerking tussen studenten van de dansschool P.A.R.T.S. en de Brusselse conservatorium-klas van Kris Defoort, wist zich vrij snel in de kijker te musiceren. Een eerste prijs als 'Jong Jazz Talent' in 2008 in Gent en concerten op enkele vooraanstaande jazzfestivals zette Bender Banjax op de jazzkaart. De concerttournee die volgde in de JazzLab Series in het najaar van 2009 bracht de groep ook naar Neerpelt en JazzCase.

Met Axel Gilain aarzelend op contrabas en de heldere percussie van Stijn Cools werd het concert geopend met 'Theo (Maassen)'. Beiden gaven het ritme aan waarop Erik Bogaerts, de leider van de band en ook de auteur van het merendeel van de composities, speels op tenorsax en Christian Mendoza spaarzaam op piano konden inhaken. De dissonante klanken en het tokkelen op en plukken aan de snaren van de piano zorgden ervoor dat het nummer niet echt een melodielijn aannam. Deze was er wel in 'Békan', beginnend een melodisch spelende Bogaerts op tenorsax, daarna overgenomen en breed uitgewaaierd door Mendoza op piano, waarna de twee elkaar beurtelings afwisselden.

Hoogtepunt van deze eerste set was ongetwijfeld 'Delorian', met Mendoza ingetogen, uiterst subtiel en breekbaar zoekend op piano. Zijn virtuoze pianospel getuigde van grote klasse. Het nummer kende een sterke melodielijn, die fijngevoelig en ritmisch werd ondersteund door Cools op percussie. Het samenspel van de muzikanten vormde een hecht en solide geheel.

Heerlijk mooi was ook 'Parentification', met een aanstekelijk groovend ritme aangegeven door subtiele percussie, zeer ritmische baspartijen en een speelse piano. Aanvankelijk uiterst spaarzaam en beheerst, om vervolgens alle remmen los te gooien. Uitbundig, opzwepend en voorzien van een sterk ritme en melodie was 'Cielo Drive', waarbij zowel Bogaerts als Cools extrovert voluit gingen en een spanningsboog wisten op te bouwen. Zij wisten zich geruggensteund door een stevige back-up, gevormd door piano en contrabas. Met een wijdse piano-intro werd 'Tallinn' sfeervol ingezet. Een bluesy balad, klassiek van opbouw en dreigend dankzij de donkere baspartijen van Gilain.

Bender Benjax brengt toegankelijke hedendaagse jazz, daarbij puttend uit een sterk historisch jazzbewustzijn. Maar de groep schuwt naast de rijke jazztraditie ook het experiment niet, zoals in het hectische en het meer naar free jazz neigende 'Anthea'. Heel het concert vertoonde trouwens deze uitgebalanceerde mix tussen beide muzikale invloeden, waarin ook een klassieke achtergrond doorklonk.

Als jonge groep is Bender Banjax een hechte bundeling van knappe en talentvolle muzikanten, een groep met bovendien nog heel wat groeipotentieel; van zowel de groep als de individuele muzikanten zullen we ongetwijfeld nog veel gaan horen. Een frisse band, die schitterde in zijn volle potentie.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Cees van de Ven.

(Robert Kinable, 30.1.10) - [print] - [naar boven]





Nieuws
Kandidaten Deloitte Jazz Award 2010 bekend


Saxofonisten Lars Dietrich, Thijs van Milligen en Floriaan Wempe, gitarist Reinier Baas, bassist Ruben Samama en pianist Anne Guus Teerhuis zijn genomineerd voor deelname aan de Deloitte Jazz Award 2010. Zij spelen op dinsdag 2 maart een voorronde in Comedy/Jazzclub Toomler in Amsterdam, waarin drie kandidaten geselecteerd worden om op woensdag 14 april de finale te spelen in het Bimhuis in Amsterdam. De uiteindelijke winnaar ontvangt een geldprijs van 20.000 euro, de andere twee finalisten een stimulansprijs van 2.500 euro.

In de voorronde en de finale spelen de kandidaten met een ritmesectie onder leiding van bassist en voormalig Deloitte Jazz Award-winnaar Stefan Lievestro. De presentatie is in handen van Wilfried de Jong.

De vakjury bestaat uit Benjamin Herman (musicus), Amanda Kuyper (journalist, recensent), Jan Menu (musicus, producer), Jacobien Tamsma (impresario) en Bert Vuijsje (journalist, recensent).

De Deloitte Jazz Award, de grootste Nederlandse aanmoedigingsprijs voor jazzmusici, is een initiatief van Deloitte. De prijs wordt evenals de twee stimulansprijzen ter beschikking gesteld met als doel een bijdrage te leveren aan de verdere beroepsontwikkeling. Eerdere winnaars waren Oene van Geel (2002), David Kweksilber (2003), Joris Roelofs (2004), Stefan Lievestro (2005), Jeffrey Bruinsma (2006), Ben van Gelder (2007), Michal Vaňouček (2008) en Kaja Draksler (2009).

(Cees van de Ven, 29.1.10) - [print] - [naar boven]





Nieuws
Jazzartiesten treden gratis op voor Haïti


Organisator Guido Vanagée hoopt met een uniek jazzconcert 20.000 euro in te zamelen voor de slachtoffers in Haïti. Op woensdag 10 februari vindt het plaats onder de naam 'Jazz for Haiti' in Gemeenschapscentrum 't Blikveld in het Vlaamse Bonheiden.

In nauwelijks drie weken tijd een reeks bekende jazzartiesten naar Bonheiden halen voor een uniek concert. Het lijkt een haast onmogelijke opdracht. Maar Guido Vaganée waagt zich er aan in de hoop zo een aanzienlijk bedrag te kunnen storten voor de slachtoffers van de aardbeving in Haïti. "We mikken op 20.000 euro", stelt de organisator. "We hebben een sterk programma in elkaar gebokst, met onder meer Bert Joris, David Linx en The Brussels Jazz Orchestra, waarvan mijn broer Frank artistiek leider is. Radiopresentator Wilfried Haesen zal het festival presenteren."

Voor de organisatie kon Vaganée rekenen op veel goodwill. "Alle artiesten spelen gratis. De mensen van zaal 't Blikveld, het reclamebureau en de geluidstechnici werken vrijwillig mee. Aan auteursvereniging Sabam stelden we de vraag of het voor een keer ook gratis kan."

De keuze om jazz te programmeren lag voor Vaganée voor de hand. "Op andere benefieten zie je meestal dezelfde commerciële namen terugkomen. Wij kozen bewust voor jazz, niet meteen het meest evidente muziekgenre. Toch hopen we op vijfhonderd betalende toeschouwers. De toegangsprijs ligt tussen de 15 en 20 euro."

Kijk voor meer informatie op www.jazzforhaiti.be (vanaf morgen online).

Bron: Het Nieuwsblad

(Maarten van de Ven, 28.1.10) - [print] - [naar boven]





Cd
1000 - 'Played' (Leo Records, 2009)


Het Duits-Nederlands-Belgische kwartet 1000 is ontstaan in 2004 naar aanleiding van '1000 Years of Jazz', een concertreeks waar ook de naam van de groep uit afgeleid is. Op hun debuutplaat 'Unplayable' (2007) speelde de groep naast eigen composities ook gregoriaans of muziek van Bach of Wagner. Voor 'Played' vielen de externe schrijvers weg, maar daarmee nog niet de invloeden, want naast Ornette Coleman (het eigenzinnige thema van 'Pedestrian') of Charles Mingus lijkt de groep ook te knipogen naar brede koralen en Bachprecisie.

De tien stukken zijn van de hand van saxofonist en fluitist Jan Klare of groepscomposities. Improvisatie en compositie schuiven steeds mooi in en uit elkaar, waardoor de uitgeschreven fragmenten spontaan blijven klinken en de improvisaties een overzichtelijke structuur meekrijgen. In-your-face energiestoten of grote dramatische gebaren zijn niet aan de orde; klankeffecten lopen naadloos over in 'klassiek' gespeelde melodieën en de volumes blijven moeiteloos binnen de perken. Expliciete virtuositeit is ook niet aan de orde, al valt de technische beheersing van Klare, Maris, De Joode en Vatcher niet te ontkennen. Die vormt echter geen doel op zich, maar stelt hen in staat heel vrij en soepel te reageren.

Van enige positioneringsdrang hebben de vier geen last. Meermaals werken ze met duidelijke rolverdelingen, en in de collectieve passages luisteren ze nauwgezet naar elkaar en klinken ze als een echte muzikale eenheid. Vooral de manier waarop de trompet van Maris en de sax van Klare versmelten, is bij momenten wondermooi om te horen. En de manier waarop Vatcher zijn collega's in 'Warden' opstuwt en opjaagt, zorgt voor het dynamische hoogtepunt van het album.

Door de beperkte duur van de stukken en de herkenbare referenties is 'Played' een erg toegankelijke plaat geworden, die echter nergens 'gemakkelijk' klinkt. Vooral de composities van Klare doen meerdere belletjes rinkelen: van het statige samenspel van 'Panorama' en de rumble-groove van 'Fence' tot 'Fountain', dat draait als een elegante wals, maar wel in vierkwartsmaat staat. Een opmerkelijke hoogtepunt is 'Skywalk', met een thema waarbij de blazers en de bas inpikken en met op het einde een brede jazzkoraal, die de spanning optrekt in een ademloos lange boog.

Soms lopen de gecomponeerde en de geïmproviseerde wereld in elkaar over, zoals in 'Pavement' dat een vrije indruk maakt, maar waarbij de gelijklopende passages de compositie verraden. Een opmerkelijke rol is hier weggelegd voor Klare op dwarsfluit die, in combinatie met Maris' trompet, het geluid van een Brandeburgs concerto van Bach oproept. In de andere richting is het vaak Vatcher die met typische swingreferenties de traditie binnensmokkelt in de groepsnummers. Dat ook deze tracks soms ook meer traditie in zich opnemen, is te horen in 'Museum' dat integraal in een doorrookte nachtclubsfeer baadt, inclusief gedempte trompet en borstels op de drums. De onstabiele, in de lucht hangende melodie verraadt echter dat het hier niet om een pastiche gaat.

'Played' is een album dat zweeft tussen vrije improvisatie en compositie, een muzikaal niemandsland waar geen grenzen zijn en de muzikant dus alle mogelijkheden en verantwoordelijkheden heeft: een concept dat door de vier muzikanten van 1000 heel spontaan en muzikaal ingevuld wordt.

Deze recensie verscheen eerder op Kwadratuur.be

Meer horen?
Op de
MySpace-pagina van Jan Klare kun je van dit album de track 'Fountain' beluisteren.

(Koen Van Meel, 26.1.10) - [print] - [naar boven]





Concert
Moderne freebop van grote klasse

The John Escreet Project, vrijdag 15 januari 2010, Bimhuis, Amsterdam

Pianist John Escreet is een nieuw talent in de moderne freebop-jazzscene. Hij is in 1984 geboren en heeft zich reeds gemanifesteerd in de groepen van onder anderen David Binney, Joel Henderson en Marcus Gilmore, en in de band The Story, met onder meer altsaxofonist Lars Dietrich. Inmiddels heeft hij onder eigen naam in 2008 de cd 'Consequences' uitgebracht, die door het jazzzine All About Jazz werd verkozen tot het beste debuutalbum van 2008.

Geen wonder dat in zijn huidige formatie, The John Escreet Project, muzikanten van groot kaliber hebben plaatsgenomen, waaronder de eerder genoemde Binney en drummer Nasheet Waits. Naast deze matadoren wordt de groep gecompleteerd door bassist Matt Brewer en trompettist Ambrose Akinmusire.

Het kwintet speelde uitsluitend gloednieuwe composities van de leider, die op de eerstvolgende cd zullen verschijnen. Het zijn merendeels composities die middels een ad-lib collectieve improvisatie tot uiteindelijk pittige en technisch ingewikkelde bebop-achtige lijnen leiden. Veel leestechniek bleek noodzakelijk om de partijen strak unisono te spelen. Over het algemeen ging dat erg goed. Het collectieve samenspel en de improvisaties bepaalden grotendeels het concept van Escreets intrigerende in 'n' out composities. Er werd deels gesoleerd met de complete ritmesectie, deels in duoverband met de bas of de drums.

De relatief onbekende trompettist Akinmusire verraste met sterke improvisaties. Hij bezit een relaxte blaastechniek, waardoor hij een early Miles-sound creëerde. Dezelfde relaxte attitude spreidt hij tentoon in zijn solo's. Hij bouwt rustig op en speelt dan goed getimede, aparte lange lijnen, zowel free als harmonisch. Datzelfde idioom wordt ook door Binney uitgevoerd, met dat verschil, dat hij wat feller, heftiger en virtuozer soleert. Pianist Escreet, die de pianogeschiedenis van Herbie Nichols tot en met Cecil Taylor in zijn vingers heeft, had wat mij betreft wat meer solo's voor zijn rekening mogen nemen. Voor een substantieel deel hield hij met dissonante blokakkoorden en subtiele single-note-aanvullingen, zowel in het samenspel als solo's, de boel muzikaal bij elkaar.

In zijn totaliteit was het dominante en heftige drummen van Waits een minpuntje. Hoewel zijn drive en alerte muzikale fills zeer adequaat waren en zijn solo met mallets spannend en bewonderenswaardig, zou ik hem willen aanraden een paar maten dunnere sticks te gebruiken. Neemt niet weg dat er sprake was van een boeiend, interessant, spannend en kwalitatief hoogstaand concert.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Maarten Jan Rieder.

(Jacques Los, 25.1.10) - [print] - [naar boven]





Nieuws
Honderdste geboortedag Django Reinhardt


In het programma 'Mezzo' (morgenochtend bij Omroep MAX op Radio 6) aandacht voor de honderdste geboortedag van Django Reinhardt (23 januari 1910), de Belgische gypsy gitarist en componist, wiens 'Nuages' nog steeds geldt als een instrumentale jazzklassieker.

Naast heruitgebrachte opnamen van zijn fameuze Quintette Du Hot Club de France (met violist Stephane Grappelli) en een Amerikaanse samenwerking met Duke Ellington ook werk dat Reinhardt maakte tijdens de Tweede Wereldoorlog. Tussen 1941 en 1943 werkte hij onder meer met Charles Trenet en maakte hij plaatopnamen van de door Jack Bulterman gecomponeerde 'Zuyderzee Blues' en de Duitse schlager 'Bei Dir War Es Immer So Schön'.

Via de webpagina van Mezzo kun je het programma rechtstreeks of achteraf via een podcast beluisteren.

Mezzo, Radio 6, zondag 24 januari 2010, 10.02-11.00 uur

(Maarten van de Ven, 23.1.10) - [print] - [naar boven]





Nieuws
Dimami meets Buis


Een stortvloed aan invloeden pakt zich samen in Dimami, en toch weten Dion Nijland (contrabas), Makki van Engelen (drums) en Miguel Boelens (altsaxofoon) er een hele eigen draai aan te geven. Het levert muziek op die aan de ene kant geworteld is in de jazzgeschiedenis en lekker ouderwets kan klinken en aan de andere kant een zeer persoonlijke blik op deze tijd biedt.

Al vanaf september 2009 is Dimami op pad met trombonist Joost Buis. De voorman van Astronotes en Sliphorn is een eigenzinnig improvisator, die met zachte hand het groepsgeluid stuurt. Met Buis' aanwezigheid verschuift Dimami haar aandacht naar collectieve improvisaties. Er is nieuw repertoire. Stukken vol lyrische samenzang van trombone en altsaxofoon, kale grooves van bas en drums en schurende improvisaties.

Na een reeks gezamenlijke concerten duikt het trio eind februari 2010 de studio in om met Buis een cd op te nemen, die naar verwachting rond mei zal uitkomen.

Meer weten en horen?
Op Dimami's My Space-pagina kun je tracks beluisteren van hun cd's 'Rugby', 'Touching Ground' en 'Nearby Distances'.
Onze recensie van het concert dat Dimami op 22 januari 2009 gaf in de Lindenberg, Nijmegen.
Onze recensie van de cd 'Nearby Distances'.

(Maarten van de Ven, 20.1.10) - [print] - [naar boven]





The Jazztube
Vijay Iyer & Rudresh Mahanthappa - 'The Preserver'


In deze aflevering van The Jazztube pianist Vijay Iyer en altsaxofonist Rudresh Mahanthappa met 'The Preserver', een opname van hun 'Raw Materials'-concert op het JVC Jazz Festival 2007. Beiden delen hun Indiaas-Amerikaanse achtergrond en hebben in kwartetformatie diverse cd's uitgebracht, zoals 'Codebook' en 'Mother Tongue' op Pi Recordings, 'Reimagining' op Savoy Jazz en 'Tragicomic' op het label Sunnyside.

Behalve dat Iyer en Mahanthappa samen in kwartet- en duoverband opereren, hebben zij ook afzonderlijk hun eigen projecten. Wat beide muzikanten gemeen hebben, is dat zij hun Aziatische roots niet verloochenen en ieder afzonderlijk met verwante musici als Kadri Goplanath (Indiaas levende saxlegende, die bekend staat als 'de keizer van de saxofoon'), Rez Abbasi, Ananet Ananthakrishnan en Nitin Mitta eigen fusiongroepen hebben.

Over Iyer schreef Howard Reich in de Chicago Tribune: "By now, there can be no doubt that pianist-composer Iyer stands among the most daringly original jazz artists of the under-40 generation." En Mahanthappa werd in de 57ste Down Beat Critics Poll gekozen tot 'Rising Star Alto Saxophonist'. Dat deze kwalificaties niet overdreven zijn bewijst het duo-optreden in bovenstaand filmpje. Je kunt het ook - wat Mahanthappa betreft - zelf staven; op 27 januari speelt de saxofonist met de Indo-Pak Coalition in het Bimhuis in Amsterdam.

Klik op bovenstaande afbeelding om de video te bekijken en te beluisteren.

Labels:

(Jacques Los, 19.1.10) - [print] - [naar boven]





In memoriam
Ed Thigpen overleden


De Amerikaanse jazzdrummer Ed Thigpen is jongstleden woensdag 13 januari op 79-jarige leeftijd in Kopenhagen overleden.

Thigpen groeide op in Los Angeles. Thigpens eerste professionele muziekbezigheid was in New York City met het orkest van Cootie Williams (1951-1952) in de Savoy Ballroom. Na gewerkt te hebben met Dinah Washington, Gil Melle, Oscar Pettiford, Eddie Vinson, Paul Quinichette, Ernie Wilkins, Charlie Rouse, Lennie Tristano, Jutta Hipp, Johnny Hodges, Dorothy Ashby, Bud Powell en Billy Taylor, werd hij in 1959 de vervanger van gitarist Herb Ellis in het Oscar Peterson Trio in Toronto, waar hij tussen 1956 en 1959 lid van was. Petersons trio heeft in die tijd tientallen albums opgenomen.

Na zijn vertrek bij Peterson nam hij een album op als leider bij Verve, 'Out Of The Storm' (1966). Vervolgens ging hij in 1967-1972 op tournee met Ella Fitzgerald. Nadien vestigde hij zich in Kopenhagen. In Denemarken werkte Thigpen met diverse artiesten als Alice Babs, Kenny Drew, Eddie 'Lockjaw' Davis, Ernie Wilkins, Svend Asmussen, Clark Terry, Milt Jackson, Monty Alexander en Thad Jones. Onder eigen naam verschenen platen op labels als Timeless, Justin Time en Stunt Records.

Medemuzikanten roemden hem om zijn technische precisie, subtiele zeggingskracht in het samenspel en zijn onnavolgbare gebruik van de brushes. Thigpen kreeg de bijnaam 'Mr. Taste' voor zijn smaakvolle kledingstijl en elegante postuur. In 2009 kwam de documentaire 'Ed Thigpen: Master Of Time, Rhythm And Taste' uit.

Thigpen woonde sinds 1972 in Denemarken. In oktober gaf hij nog een reeks concerten. Twee weken voor zijn dood werd Thigpen, die leed aan de ziekte van Parkinson, opgenomen in het ziekenhuis wegens problemen met zijn hart en longen.

(Jacques Los, 17.1.10) - [print] - [naar boven]





Concert
dOek Festival #8 kent vele stromingen

Léandre/Delius/DeJoode, Fuhler/Unami, From Scratch & Wollo's World, zaterdag 20 december 2009, Bimhuis, Amsterdam

De tweede avond van het achtste dOek Festival werd geopend door de gelegenheidscombinatie Léandre/Delius/DeJoode. Als aangekondigd: 'de wereldpremière van een ensemble met grote orkestrale kwaliteiten'. Een beetje overdreven, maar goed was het wél. Dat is zeker. Dat kan ook niet anders met drie getalenteerde en gelouterde musici uit de impro-scene.

Je ziet het niet vaak (hoewel, onlangs nog Esperanza Spalding in de groep Us Five van Joe Lovano): vrouwen achter de bas. Dat zal te maken hebben met de grootte van het instrument en de fysieke kracht die nodig is het te bespelen. Maar, Léandre staat wat dat betreft haar mannetje. Zowel het strijken als het plukken, aangevuld met vocale toevoegingen in een indrukwekkend duet met Wilbert de Joode, heeft zij fenomenaal onder de knie. Het grote saxgeluid van Tobias Delius gecombineerd met de laag strijkende en plukkende bassen van Léandre en De Joode veroorzaakte een volle, warme en donkere klank. Het drietal uitstekende improvisatoren zorgden voor een voortreffelijke opening van de tweede festivalavond.

Helaas was ik geenszins onder de indruk van de volgende twee optredens. Als eerste het duo Fuhler/Unami. Beide heren bespelen gezamenlijk de piano op onconventionele wijze; continu gebogen over de snaren, die door hen met mechanische instrumentjes en prulletjes en met behulp van laptop-manipulaties werden bewerkt. Het had wat weg van twee jongens die treintje aan het spelen waren. Er werd een slaapverwekkende, mechanische soundscape gecreëerd die, naar mijn idee, slechts interessant is voor de diehards van dit elektronische genre. Pianist Cor Fuhler, die de toetsen nauwelijks beroerde, heeft de Japanner Taku Unami naar het dOek Festival gehaald, want hij vindt Unami's ideeën 'buitenaards' en hij heeft waardering voor zijn bijna on-Japanse humor. Welnu, daar heb ík niets van mee gekregen!

Het intermezzo 'From Sratch – hommage a László Moholy-Nagy', met Fuhler, Unami, Oscar Jan Hoogland en Jochem van Tol, heb ik ontlopen. Hoogland liet vinylplaten met lege groeven drukken. Tijdens het concert werden die bekrast en afgespeeld. Ik had me verschanst in het Bimcafé, maar werd daar over de boxen geconfronteerd met deze in de folder aangekondigde 'muziek op het scherpst van de snede'. But not for me!

Het werkelijke hoogtepunt van de avond was het optreden van vier improvisatiegrootmeesters: Wolter Wierbos (trombone), Simon Nabatov (piano), Drew Gress (bas) en Tom Rainey (drums). Tien jaar terug speelde Wierbos voor het laatst met dit Simon Nabatov New York Trio, nu omgedoopt tot Wollo's World.

Deze vier muzikanten hebben inmiddels een glanzende carrière in de hedendaagse jazz achter de rug, beheersen hun instrument meer dan voortreffelijk en weten, door jarenlange ervaring in de impro-scene, uiterst muzikaal en alert op elkaar te anticiperen. Het was een feest; het virtuoze, klaterende pianospel, de gevarieerde trombonesolo's qua sound (regelmatig wisselen van dempers) en intensiteit, de volle, stuwende baslijnen en het relaxte, swingende en muzikale drumwerk. Lang leve het dOek Festival!

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Maarten van de Ven.

(Jacques Los, 16.1.10) - [print] - [naar boven]





Cd
Wadada Leo Smith - 'Spiritual Dimensions' (Cuneiform, 2009) 2 cd

Opname: 2008/2009

Het lijkt nu misschien niet meer zo speciaal, maar enkele decennia geleden was het praktisch onmogelijk om door te gaan voor een progressief muzikant en origineel lid van de AACM met een muzikale taal die duidelijk geworteld is in Miles Davis' 'elektrische' periode. Electric Miles werd toen namelijk door velen beschouwd als een bewuste commerciële knieval van de nukkige trompettist. Tegenwoordig wordt deze periode eerder gezien als een logische muzikale evolutie, een mening die ook Wadada Leo Smith is toegedaan. Deze Amerikaanse trompettist put voor een belangrijk deel van zijn output uit Miles' fusion- en jazzrocknalatenschap, hoewel zijn muziek ook stevig geankerd is in de free jazz. Al die opvallende invloeden worden op 'Spiritual Dimensions' in lange, psychedelische jams vervlochten.

Dit dubbelalbum bestaat uit liveopnames van twee heel verschillende ensembles rond Wadada Leo Smith: het Golden Quintet (eigenlijk het Golden Quartet, maar voor deze gelegenheid uitgebreid met een extra drummer) en Organic, een nonet met vier (!) elektrische gitaristen. Smith stelt duidelijk hoge eisen aan de uitvoering van zijn werk, want hij weet zich in beide bands omringd door topmusici als bassist Skuli Sverrisson, gitarist Nels Cline en pianist Vijay Iyer. Het is vooral door de bijdragen van deze laatste dat het Golden Quintet af en toe hoge toppen scheert. In het ritmeloze freejazzlandschap laat de Amerikaanse pianist zich gelden met weergaloze loopjes over het klavier, die het hyperkinetische werk van drummer Pheeroan AkLaff gretig counteren. Smith, die hier meestal opvalt met allerlei galmeffecten, heeft steeds het laatste (en het luidste) woord. Kletterende en virtuoze lijnen worden afgewisseld met rustig uitdeinende trompetklanken die naar het einde van de set steeds duidelijker refereren aan de zweverige fusion van 'In A Silent Way'.

Op de tweede helft van 'Spiritual Dimensions' wordt de klemtoon op een zware, allesbepalende groove gelegd, want funk is hier het sleutelwoord. Sverrisson en AkLaff vormen hierbij een onafscheidelijk duo en manifesteren zich als de eigenlijke ruggengraat op elk van de stukken, hoewel John Lindberg de twee ook vaak assisteert met een dikke laag contrabas. Ondanks de aanwezigheid van vier gitaristen is dit allesbehalve een heldhaftig soleerfestijn. De snaren worden beroerd met geduld en beheersing en als er eens uitzonderlijk groen licht wordt gegeven, zoals in 'Joy : Spiritual Fire : Joy', dan valt vooral op dat de gitaren stevig in de achtergrond worden gehouden via de algemene mix. De groep gaat op zulke momenten ook aankloppen bij de psychedelische rock van de vroege Funkadelic, wat voor Cline vertrouwd terrein is, aangezien hij zich met het Banyan van Stephen Perkins wel eens waagt aan het magnum opus van deze groep, 'Maggot Brain'. Terwijl de trompet nog een toonaangevende rol speelde in het Golden Quintet, blijft ze in de pompende funk van Organic opvallend vaak afwezig. Smith lijkt zich vooral te beperken tot het kleuren en accentueren van de simpele, ritmische thema's die op de cadans drijven.

Hoewel er muzikaal weinig op af te dingen valt, is het veelvuldige ingrijpen van de studiotechnicus wel een algemene domper. De luisteraar heeft meer dan eens het gevoel in het midden van een stuk binnen te komen wandelen, waardoor de twee afzonderlijke sets niet de drive bevatten die goede liveopnames zouden moeten hebben. Ook de aanwezigheid van Cline moet met een korrel zout worden genomen, want de gitarist was helemaal niet van de partij toen deze concerten werden opgenomen. Zijn partijen werden achteraf in de studio opgenomen en ertussen geplakt. Nu is veelvuldig studiowerk op jazzalbums niet zeldzaam, maar hier stoort het toch meer dan het lijkt bij te dragen. Dit kost 'Spiritual Dimensions' punten in de eindafrekening en dat is jammer, want Wadada Leo Smith stond hier op een zucht van een topplaat.

Deze recensie verscheen eerder op Kwadratuur.be

Meer horen?
Klik
hier om de track 'South Central LA' van dit album te beluisteren.

(Joachim Ceulemans, 16.1.10) - [print] - [naar boven]





Nieuws
VPRO/Boy Edgar Prijs 2010 voor Anton Goudsmit


De VPRO/Boy Edgar Prijs 2010 is toegekend aan gitarist, componist en bandleider Anton Goudsmit. De prijs, de belangrijkste in Nederland op het terrein van de jazz en geïmproviseerde muziek, bestaat uit een plastiek van Jan Wolkers en een geldbedrag van 12.500 euro.

De prijs 2010 wordt maandag 26 april 2010 uitgereikt tijdens een feestelijk programma in het Bimhuis te Amsterdam. VPRO-radio zendt de prijsuitreiking (van 20 uur tot 24 uur) live uit op Radio 6 én als videocast op het internet via http://vprojazzlive.radio6.nl. Van mei 2010 tot en met 16 januari 2011 maakt Goudsmit een landelijke tournee met zijn band The Ploctones.

Uit het juryrapport:

'De jury is tot haar besluit gekomen op grond van de waardering die zij heeft voor het aanstekelijke, humorvolle en altijd onvoorspelbare karakter van zijn muziek.'

'Of het nu om jongeren dan wel wat oudere luisteraars gaat, Anton weet ze altijd aan zich te binden.'

'Een musicus die in de meest uiteenlopende muzikale situaties creatieve bijdragen levert en tegelijkertijd zichzelf blijft: herkenbaar, energiek en inventief. Hij is veelzijdig: beweegt zich muzikaal tussen popmuziek, jazzmuziek, kamerjazz, geïmproviseerde muziek en 'groovende' funk.'

'Een echte 'bandjesman' - en dat wil zeggen dat hij precies aanvoelt waar het in de jazz & improvisatiemuziek over gaat (of zou moeten gaan), namelijk samen spelen, waarbij samenspel en inventiviteit tussen groepsleden belangrijker zijn dan het spel van een solist.'

De jury bestond uit: Frank van Berkel (programmeur Jazz International Rotterdam), Simon Korteweg (jazzcriticus), Joop Mutsaers (programmeur Jazz in Arnhem), Ton Ouwehand (recensent voor onder andere Tubantia en Jazzism) en Vera Vingerhoeds (programmamaker jazz, VPRO-radio).

De toekenning van de VPRO/Boy Edgar Prijs 2010 vindt plaats onder auspiciën van de VPRO en Muziek Centrum Nederland, het kennis- en promotiecentrum voor de professionele Nederlandse muziekwereld.

Meer weten?
Interviews met Anton Goudsmit uit 2004 en 2006.

(Jacques Los, 14.1.10) - [print] - [naar boven]





Concert
Oud en ervaren ontmoet jong en virtuoos

Niels Duffhuës, Philip Catherine & Harmen Fraanje , Erika Stucky, maandag 28 december 2009, Stranger Than Paranoia Festival, Paradox, Tilburg

Het waren de inleidende woorden van schrijver Jasper Mikkers bij het optreden van Philip Catherine (gitaar) en Harmen Fraanje (piano). Oud en ervaren was in dit geval niet minder virtuoos! Slechts zelden zag ik een duo zo harmonieus en aan elkaar gewaagd.

De individuele kwaliteiten van beide muzikanten kwamen volledig tot hun recht in een optreden dat garant stond voor vrolijkheid, lichtheid en ontroering. Elk aangedragen thema werd als in een soort vanzelfsprekendheid ingevuld en aangevuld door het fantasierijke, sprankelende spel van Fraanje en de zoetgevooisde klanken van Catherine. Het wederzijds respect tussen beide musici bleek niet alleen uit hun blikken over en weer, maar ook uit de ruimte die ze elkaar ruimschoots boden voor briljante improvisaties. Er waren stiltemomenten die gewoon stil mochten zijn; de timing was telkens perfect.

De elektronische geluidseffecten - door middel van pedalen toegepast op de elektrische gitaar - van Catherine waren veelzeggend doch subtiel, en vormden geenszins een dominantie ten opzichte van de akoestische klanken van de piano. Immers Fraanje wist door zijn aanslag verbluffende nuances aan te brengen in de klankkleur van zijn pianospel. Het duo Fraanje/Catherine lijkt een gouden greep voor de toekomst en was een regelrechte topper op Stranger Than Paranoia 2009.

Brabander Niels Duffhuës mocht deze avond de spits af te bijten. Met zijn warme, wat rauwe stemgeluid bracht hij songs die ongetwijfeld ooit recht uit het hart zijn ontstaan. De dramatiek kon je moeilijk ontgaan, maar zijn schijnbaar onverschillige houding gaf het geheel gaandeweg een monotoon tintje. Jammer ook dat de tekst steeds na de eerste regels – in ieder geval door mij - niet meer te volgen was. Gelukkig werd de zanger/pianist halverwege begeleid door een strijkkwartet, wat de spanning terugbracht en de aandacht van het publiek kon vasthouden.

Een welkome aanvulling was het gastoptreden van Oleg Fateev in deze setting. Subtiele accordeonklanken vulden de stem en de strijkersklanken waar nodig aan. De uit Moldavië afkomstige bayanspeler wist met zijn inlevingsvermogen en sensitieve spel de geloofwaardigheid weer aan te scherpen. In het - ter afsluiting - totaal geïmproviseerde stuk door piano, viool en bayan, liet Duffhuës zien dat hij meer in zijn mars heeft dan het opdreunen van melancholische zwartgalligheid.

En toen was er Erika Stucky. Deze excentrieke dame maakte al gillend en roffelend op een pannendeksel haar entree en presenteerde haar min of meer kant-en-klaarshow aan het hooglijk verbaasde, maar verwachtingsvolle publiek. Aan haar zijde een twee meter lange bastubaspeler en een veel kleinere, maar zeer dynamische drummer/percussionist.

Stucky wordt het best omschreven als een stemkunstenares met een sterk beeldende inslag. Ze acteert, vertelt verhalen, jodelt, zingt jazz en pop en produceert verder nog allerlei klanken die moeilijk nader te omschrijven zijn. Tijdens een film waarin Stücky zelf over een groen weitje danste, bracht ze in het schijnsel van de filmprojector haar versie van Stones-klassieker 'Gimme Shelter' ten gehore. Daarnaast bezong ze op geheel eigenwijze Marvin Gaye's 'I Heard It Through The Grapevine', waarvan de melodie waarschijnlijk het enige normale houvast was die het publiek van haar zou krijgen deze avond.

Verder vertelde ze een vaag verhaal over Marlon Brando die een diabetespatiënt aanspoorde koffie te drinken met een enorme berg suiker, wat gevisualiseerd werd in een filmpje waarin ze zelf de beker leegdronk. Een niet onverdienstelijke rap was de toegift van haar act. Kortom hartstikke gek, maar wel origineel!

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Cees van de Ven.

(Donata van de Ven, 13.1.10) - [print] - [naar boven]



Nieuws
Jazzspeciaalzaak It-Records sluit de deuren


De Rotterdamse speciaalzaak It-Records sluit na 25 jaar zijn deuren. De cd-winkel is één van de laatste zelfstandige speciaalzaken in Nederland.

Onno Post richtte samen met mede-eigenaar Loek van den Boog in 1985 It-Records op aan de Oude Binnenweg in Rotterdam, later kwamen daar twee dependances bij. Tegenwoordig is daarvan alleen de locatie in boekwinkel Selexyz/Donner op de Lijnbaan over. Al langere tijd had de zaak gespecialiseerd in jazz, world en cross-over last van de sterke concurrentie van het internet en daarbij het illegaal downloaden, vertelt Post. "Toen daar de crisis overheen kwam, kregen we het te moeilijk. Op een gegeven moment kun je je vaste kostenpost niet meer dekken."

It-Records heeft in zijn bestaan veel voor Rotterdamse jazzartiesten betekent. Het zijn misschien grootse woorden waar Post in spreekt, maar veel Rotterdammers zullen het beamen: "Eric Vloeimans, een Rotterdamse jazzartiest die veel prijzen heeft gewonnen, heeft qua cd-verkoop veel aan ons te danken. Veel jazzartiesten hebben qua cd-verkoop veel aan ons te danken. We steunen heel nadrukkelijk onze eigen stad. Niet alleen Vloeimans, Benjamin Herman of Jules Deelder, maar ook Kaapverdische muzikanten, waarvan er veel in Rotterdam zijn. Wat een sluiting voor hen betekent? Dat veel Rotterdammers nu buiten de stad muziek van stadsgenoten moeten halen. Van Leest en Free Record Shop hebben misschien een paar cd's, maar niet het hele oeuvre van deze bands, zoals wij."

Sinds de komst van het North Sea Jazz Festival naar Rotterdam heeft de cd-winkel ook een adviserende rol in de programmasamenstelling van het festival. Daar hoopt Post na sluiting mee door te kunnen gaan.

Bron:
3VOOR12

(Maarten van de Ven, 13.1.10) - [print] - [naar boven]





Column Herbert Noord
Hammond op de saxofoon


"In een wereld waar nepkaas op de pizza's wordt gedaan, dj's muzikant worden genoemd en margarine al meer dan een eeuw als 'boter' op de bammetjes belandt, vermag een verfrommeling van de muzikale werkelijkheid geen verwondering wekken."

Oprukkende elektronische gimmicks (inclusief de manier waarop die worden gebruikt) en de terreur van het beeld zorgen volgens Herbert Noord voor matige muziek, waarin het alleen nog draait om de looks. Klik op bovenstaande button om zijn column te lezen.

(Maarten van de Ven, 12.1.10) - [print] - [naar boven]





Concert
Jazzkwintet speelt op safe

Paul van Kemenade, Ray Anderson, Han Bennink, Frank Möbus & Ernst Glerum, maandag 21 december 2009, Jazzpower, Wilhelmina, Eindhoven

De laatste dagen is zorgvuldige verplaatsing een serieus en belangrijk thema geweest. Eén ondoordachte stap en je kon op een vervaarlijke manier aan het glibberen gaan, met molenwiekende armen en de besneeuwde grond als onvermijdelijk einddoel. Het leek of het kwintet rond altsaxofonist Paul van Kemenade zich dit ter harte genomen had in een volgepakt Café Wilhelmina bij het laatste concert van Jazzpower in 2009.

De vijf stermuzikanten, onder wie Boy Edgar Prijs-winnaar Ernst Glerum en drummer Han Bennink, speelden uitstekend. De onderlinge verstandhouding zorgde voor een warme sfeer. Het publiek waardeerde dat, beloonde composities en individuele uitstapjes met applaus. Toch waren er maar weinig momenten waarop het kwintet je werkelijk kon verrassen. Een enkele keer verlieten ze geijkte jazzpatronen om zich eens aan iets uitzonderlijks te wagen, zoals in Charlie Hadens indringend getoonzette 'Song For Che', een klaaglied geschreven na de dood van Che Guevara. De eenvoudige, droevige melodie gaf de muzikanten aanleiding voor prachtige, bedachtzame omzwervingen, met als hoogtepunt een duet waarin Van Kemenade en tombonist Ray Anderson troost bij elkaar leken te zoeken in innig vervlochten lijnen.

Ook in de tweede set was er zo'n moment: het kwintet speelde lange zachte noten die vlak langs elkaar wrongen. Het diende als een lanceerplatform voor een van de weinige solo's waarin gitarist Frank Möbus zichzelf oversteeg, in flonkerende hoge sporen die hij trok over het strakke uitspansel dat zijn collega's voor hem in stand hielden. De musici lieten dit hoogtepunt uiteindelijk vastlopen in een kleffe easy-listening stijl. Hoog vliegen was kennelijk niet de bedoeling op de verraderlijk glibberige grond. En eigenlijk gold dat het hele concert. Daarin schuilt de zwakte van Van Kemenade. Hij weet wat hij kan en wie hij om zich heen moet verzamelen. Maar in de uitwerking gaat hij nauwelijks nog uitdagingen aan.

Klik hier voor een fotoverslag van het concert dat ditzelfde kwintet gaf op woensdag 16 december 2009 in Paradox (Tilburg) door Cees van de Ven.

Deze recensie verscheen eerder in het Eindhovens Dagblad.

(René van Peer, 12.1.10) - [print] - [naar boven]





Cd
Lisa Boray & The Harry Emmery Band - 'Miss Peggy Lee' (Dee 2, 2008)

Opname: 2007

Een aardig idee voor een zangeres: een kijkje naar hoe een grote voorgangster als Peggy Lee het deed. Lisa Boray, gepokt en gemazeld in verschillende deelgebieden van de Nederlandse showbusiness, heeft zich een steeds jazzier gekleurde stem en bijpassende timing aangemeten, en toont zich waarlijk geïnspireerd door Lee's repertoire. Ze doet tien stukken van Peggy Lee (nou ja, die componeerde niet zelf, maar leverde wel regelmatig teksten), opgedeeld in een swing session (zes titels) en een ballad session (vier titels), gescheiden door het door bassist Harry Emmery en haarzelf geschreven 'Miss Lee'.

Alles bijeen een mooi eerbetoon, gemiddeld zelfs wat meer aan de jazzkant gehouden dan Lee het zelf deed (die werkte vaker met grote orkesten en strijkers). Boray wordt, behalve door Emmery, bijgestaan door toetsenist Rob van den Broeck, drummer Ton op 't Hof en altsaxofoniste Kitty Looten (die in het slow swingende 'Easy Does It' ook op fluit te horen is). Hoe goed een zangeres eigenlijk is, kun je het best beoordelen in ballads. Lisa Boray doorstaat die test met glans.

Deze recensie was eerder te lezen in HVT Magazine.

(René de Cocq, 12.1.10) - [print] - [naar boven]





Concert
Wonderbaarlijke combi van diehard improvisatoren

Fernández/Gustafsson/Evans, zaterdag 12 december 2009, SJU Jazzpodium, Utrecht

Drie internationale improvisatoren van allure hebben zich verenigd om de free jazz uit de zestiger jaren nog levend te houden. Mats Gustafsson, die de tenorsaxofoon en fluitfoon bespeeld, is vooral bekend van zijn deelname aan het Chicago Tentet van Peter Brotzmann, de oervader van de Europese free jazz. Pianist Agustí Fernández is een prominente vertegenwoordiger van de Spaanse avant-garde beweging en de Amerikaanse (pocket)trompettist Peter Evans is naast een rasimprovisator ook een vertolker van barokmuziek.

Zonder bas en drum is een dergelijke bezetting in de jazz een wonderbaarlijke. Het is welhaast vanzelfsprekend dat zo'n trioformatie eigenlijk alleen tot zijn recht komt en kan functioneren in het kader van de vrij geïmproviseerde muziek. Dat werd op het SJU Jazzpodium dan ook heftig en stevig bevestigd.

Vooral werd er gemusiceerd vanuit een soundperspectief. De beide blazers haalden de meest mogelijke en onmogelijke blaastechnieken uit de kast – zuchten, steunen, kreunen, slap tongue, circular breathing, flageoletto – en afwijkende vingerzettingstechnieken (false fingering). Behalve de uitgebreide toepassing van geluidseffecten werd er voor wat betreft muzikale lijnen uiterst percussief en repetitief gespeeld. Gedurende het gehele concert heb ik geen melodielijn kunnen herkennen, maar dat is ook niet kenmerkend voor deze hardcore vrije impromuziek.

Dat Fernández voortreffelijk piano kan spelen getuigen de filmpjes op zijn site, waarop hij te zien en te horen is met onder anderen bassist Barry Guy. Helaas vervulde hij in dit trio meer de rol van ritmesectie; hij bevond zich daardoor grotendeels gebogen boven de snaren van de vleugel om geluids- en percussieve effecten te produceren. Het toetsenbord werd nauwelijks beroerd. Niet goed voor de rug, zou ik zeggen.

Hoewel een groot deel van de musici van de vroegere avant-garde beweging zich thans manifesteert in een meer gestructureerder en harmonischer concept, zijn er nog enkele diehards die onverdroten doorgaan in de geest van de eerste vrije-jazz periode. Dit trio is er een voorbeeld van. En het moet gezegd: ze deden het bekwaam, met verve en kwaliteit.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Maarten van de Ven.

(Jacques Los, 11.1.10) - [print] - [naar boven]





Nieuws
All About Jazz lauwert cd Wurli Trio


De laatste cd van Michiel Braam's Wurli Trio, 'Non-Functionals', is door het New Yorkse tijdschrift-annex-website All About Jazz uitgeroepen tot een van de 'Best Albums of 2009'. Journalist Andrey Henkin nam hem op in zijn lijstje, waarin we verder albums van Sex Mob, Dave Douglas, Peter Evans, Abdullah Ibrahim en Miroslav Vitous tegenkomen. Een knappe prestatie voor dit trio, waarin naast Michiel Braam (op Wurlitzer elektrische piano) ook bassist Pieter Douma en drummer Dirk-Peter Kölsch spelen. Zeker omdat het zover wij konden vaststellen de enige Nederlandse productie in bovengenoemde lijst is. "Wie weet wordt het nog eens wat met dat groepje," aldus Braam in een reactie.

Meer weten?
Onze
recensie van 'Non-Functionals'.

(Maarten van de Ven, 11.1.10) - [print] - [naar boven]





Concert/Dans
De hoge kunst van de liefde

danceBand, dOek Festival, vrijdag 18 december 2009, Bimhuis, Amsterdam

De achtste editie van het dOek Festival vond plaats in het Bimhuis. Het doel van dit in alle opzichten grensoverschrijdende festival was een overzicht te geven van de huidige stand van de nationale en internationale geïmproviseerde muziek. Stichting dOek bestaat uit vijf muzikanten. Ieder lid kreeg de gelegenheid naar eigen voorkeur een bijzondere formatie samen te stellen om daarmee te concerteren. Het feit dat de formaties meestal maar één keer met elkaar optraden maakt het uniek.

De danceBand kwam tot stand op initiatief van pianist Oscar Jan Hoogland. Hij is sinds een jaar lid van Stichting dOek. De oorsprong van deze groep van dansers en muzikanten waren sessies die in verschillenen zalen van Amsterdam hebben plaatsgevonden. De dansers waren Makiko Ito, Michael Schumacher, Liat Waysbort en Kenzo Kusuda. Het orkest bestond uit Oscar Jan Hoogland (piano), Alfredo Genovesi (gitaar), Mary Oliver (viool) en Michael Moore (altsax / klarinet). De moderne dansvorm en expressies, waarbij bijna alles was toegestaan, waren uitermate spannend. Kunstenaars en toeschouwers waren vrij in hun interpretatie.

Het begin was experimenteel. Musici en dansers waren zoekend en aftastend. Geluidfragmenten deden soms denken aan Paul Giger en Pierre Favre. Op een mystieke en expressieve manier werd een verhaal uit het leven vertolkt. De dansers verbeelden op speelse wijze een gecontroleerde chaos. Een knoeiboel van emoties, die mensen met zich mee torsen en proberen een plaats te geven. Of zich ertegen verzetten, ze loslaten, maar dit vervolgens weer als een verlies ervaren.

Destructieve liefde en geweld liggen in relaties dicht bij elkaar. Emotionele ontoegankelijkheid en onvermogen kunnen niet met pijnlijke erotiek en machtsspelletjes gecompenseerd worden. Op het podium werden wederzijdse manipulaties en de onmogelijkheid van dit samenleven in dans en muziek treffend uitgebeeld. Met als consequentie dat één van de twee vertrok.

Wat overbleef was de leegte, een gebarsten illusie en verwarring. Zelfs als men voorwendde gewend te raken aan deze leegte, kwam er het moment van niet kunnen accepteren. Iemand vinden om samen mee door het leven te dansen, lichtvoetig en onbezorgd. Op zoek naar nieuw geluk en vertrouwen.

Behoedzaam contact leggen, open staan voor diepe emoties en verbondenheid; het vraagt tijd en bereidheid. Ook om samen banale en basale dingen te ontdekken en ervan leren te genieten. Maar deze weg is tijdrovend, veeleisend en zonder de snelle kick. Daarin schuilt het gevaar dat dit samenleven in plaats van liefdevol nietszeggend, onachtzaam en saai kan worden. Consequentie wederom: één van de twee vertrekt.

De hoge kunst van de liefde, dat was de boodschap. Met passie en overtuiging gedanst en met passende muziek geaccentueerd. Overduidelijk was pijn, desoriëntatie, maar ook nieuw geluk en hernieuwd vertrouwen voelbaar. Deze beeldende voorstelling van een intens drama heeft grote indruk gemaakt op alle aanwezigen.

(Sabine Fleig, 10.1.10) - [print] - [naar boven]





Dvd
Han Bennink – 'Hazentijd' (DATA Images, 2009)


"Die jongen heeft een klap van Afrika gehad." Aan het woord is Jan Wolkers, op archiefbeelden, over drummer Han Bennink. De op dvd verschenen documentaire 'Hazentijd' van Jellie Dekker zit vol met dergelijke rake oneliners van bevriende musici en betrokkenen. Samen geven ze met veel recente en archiefbeelden een beeld van het fenomeen Han Bennink, 'visual artist en percussionist', zoals de documentaire wordt ingeleid.

Bennink wordt gefilmd in en rond zijn huis, maar ook op tournee. Prachtig zijn de beelden van Bennink in een roeiboot in De Rijp, op weg naar een door hemzelf gebouwde molen in een weiland en onderweg vogels kijkend. Een indiaan uit de Zaanstreek, zo omschrijft hij zichzelf. Muziek en beeldende kunst lopen vaak door elkaar heen; behalve een wereldberoemde jazz-drummer mag hij graag het publiek entertainen met absurde vondsten, dikwijls met gevonden voorwerpen op het podium die in een muzikale context een nieuwe betekenis krijgen. Zo krijgt een lange stok op het podium de functie van xylofoon.

De podiumpresentatie van Bennink is even beroemd als berucht. Ook dat gegeven blijft in 'Hazentijd' niet onbelicht. Voor versterkt spelende muzikanten als de Franse impro-gitarist Noël Akchoté is het geluidsniveau van Bennink misschien geen probleem, voor een onversterkt spelende bassist wellicht wel. Volgens pianist Guus Janssen is Bennink geen dienende muzikant, en een subtiel opgebouwd muzikaal idee zonder moeite van tafel vegen is voor hem eerder regel dan uitzondering. De kwalificatie 'verrassend' neigt dan naar 'onvoorspelbaar', met alle gevolgen van dien.

Waar in de eerste helft van de dvd met name archiefbeelden met commentaar van Bennink zelf te zien zijn, is de tweede helft visueler van aard en wordt er minder uitgelegd en toegelicht. Het geeft het geheel wat meer lucht, want de informatiedichtheid is de eerste helft erg hoog. Want Bennink heeft nogal wat te vertellen, en wat een werk heeft hij verzet, nationaal en internationaal. Toch zijn het de beelden die voor zichzelf spreken: Bennink aan het werk in Ethiopië of met zijn eigen trio in het Bimhuis. Met reden zijn er veel beelden gebruikt van het bezoek van het ICP Orkest aan Banff, Canada. In een prachtige bosrijke omgeving is vogelkijker Bennink helemaal in zijn element, maar ook mag hij er drumlessen geven aan jong talent van het conservatorium dat er gevestigd is.

Hoe druk het tourleven van Bennink nog altijd is, zijn uitwijkplek in De Rijp is onmisbaar om tot rust te komen en kunst te maken, zoals bijvoorbeeld beschilderde cd-hoesjes. Je zou het niet achter hem zoeken, maar Bennink is wel degelijk een perfectionist, die netjes zijn schoenen poetst, minimaal twee uur van tevoren voor een optreden arriveert, om een mooi plekje op het podium te claimen voor zijn drumstel. Aan een paar noten heeft hij genoeg, zijn fantasie wordt volledig uitgebuit om de muziek vorm te geven. Intuïtief was het dan ook logisch dat Bennink zijn heil zocht buiten de traditionele jazz en is gaan improviseren, zonder dat verleden helemaal vaarwel te zeggen overigens. Ook zijn kunstopleiding komt hem tot vandaag de dag van pas. De mooiste quote hierover komt van bassist Ernst Glerum: "Er zijn veel overeenkomsten tussen jazz en beeldende kunst; je begint met een wit vel, trekt één streep en je kunt niet gummen."

(Eric van Rees, 9.1.10) - [print] - [naar boven]





Concert
Feestelijk concert van toonaangevende trompettist

Nieuwjaarsconcert Ack van Rooyen 80, zaterdag 2 januari 2010, Bimhuis, Amsterdam

Sinds de vijftiger jaren is Ack van Rooyen één van de meest toonaangevende trompettisten in de Nederlandse en Europese jazzscene, te weten het moderne mainstream idioom. Samen met zijn broer Jerry maakte hij deel uit van de Ramblers en, met de gebroeders Bruijn (Rinus en Kees), de Red And Brown Brothers. Al snel maakten beide broers Van Rooyen furore in Europa (vooral Duitsland). Jerry in het bijzonder als orkestleider/arrangeur en Ack als solist in orkesten als dat van Peter Herbolzheimer, de WDR Big Band en het Clark Terry Orchestra.

Als icoon van de eerste lichting Nederlandse moderne jazzmusici werd – terecht – op het meest belangrijke jazzpodium zijn tachtigste verjaardag gevierd. Familie, vrienden, kennissen, collega's en liefhebbers genoten van de verschillende solo-, duo- en ensemble-optredens. Behalve het Ack van Rooyen/Paul Heller Quintet traden enkelen van Acks favoriete jonge Nederlandse jazzmusici op.

De hoogtepunten van dit zeer gevarieerde en lichtvoetige verjaardagsconcert bevonden zich aan het begin en het eind. Gast Peter Beets opende en verraste met een prachtige pianosolo in 'Over The Rainbow'. Schitterend intens en subtiel gespeeld. Vervolgens een duo met Beets en Van Rooyen in de standard 'My One And Only Love'. Hierin bleek hoe helder, efficiënt en beheerst Van Rooyen soleert op zijn hoofdinstrument, de bugel. Het concert kon niet meer stuk.

Barbara Field, al 53 jaar Acks echtgenote ("wie doet mij dat na", zei hij zelf) zong breekbaar, fascinerend en met veel gevoel 'Refection' van Thelonious Monk. Ook de vocale bijdrage van Fay Claassen in duo met haar echtgenoot tenorsaxofonist Paul Heller was indrukwekkend in Mulligans 'Line For Lyons', soms scheurend aan de rand van de harmonische stemming.

Na de pauze concerteerde het Ack van Rooyen/Paul Heller Quintet, met pianist Hubert Nuss, bassist Ingmar Heller en drummer Hans Dekker. Tenorist Paul Heller heeft een mooie, beschaafde en warme toon en fraseert, evenals Van Rooyen, relaxed over de schema's heen in zijn solo's. In deze set excelleerde Ack van Rooyen in een prachtige ballad, die hij opdroeg aan de verleden jaar overleden altsaxofonist Charlie Mariano, Pia Beck en zijn broer Jerry. Van Rooyen is een balladvertolker van grote klasse.

Tenslotte werd het kwintet uitgebreid met de gitaristen Peter Tiehuis en Henk Sprenger, altsaxofonist Joris Roelofs, trompettist Rik Mol en trombonist Bart van Lier. In het funky sluitstuk van dit feestelijke concert soleerden Mol en Roelofs heftig en virtuoos. Met dit hoogtepunt werd de verjaardagspartij treffend afgesloten.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Cees van de Ven.

Meer weten?
De website van Ack van Rooyen.

(Jacques Los, 8.1.10) - [print] - [naar boven]





Nieuws
Nieuwe serie TryTone-concerten


TryTone gaat de serie Dubbelplus-concerten uitbreiden; deze maand zijn er behalve in Amsterdam ook concerten in Tilburg, Utrecht en Eindhoven.

In de Dubbelplus-concertreeks ontmoeten een Nederlandse en een buitenlandse band elkaar op het podium. In januari zijn dat de Franse groep Umlaut Double Trio, met onder andere de fenomenale gitarist Marc Ducret, en het Nederlandse ensemble Spinifex Tuba Band, een octet in een spectaculaire bezetting met twee tuba's, met onder anderen trombonist Joost Buis, fluitist Ned McGowan, trompettist Gijs Levelt en saxofonist Tobias Klein. Beide bands voeren los van elkaar eigen repertoire uit. Daarnaast presenteren zij een gezamenlijk project dat zij speciaal voor deze avond hebben voorbereid. Daarin zijn de dertien muzikanten van beide bands in wisselende bezettingen met elkaar te horen.

Klik
hier voor uitgebreide informatie.

(Jacques Los, 8.1.10) - [print] - [naar boven]





Frappant Vinyl
December 1954: Stan Levey & Carmen McRae


"Film-, muziek- en literatuurliefhebbers zijn vaak dol op lijstjes. Al gaat het bij deze artistieke lijstjes meestal niet om feiten, records en cijfers, maar om smaak, emoties en vooroordelen. Je kunt ze gebruiken als geheugensteuntjes of als handige boodschappenlijstjes, maar ook als wegwijzers door onbekend terrein."

Ook onze nieuwe medewerker Peter Smids gaat zich wijden aan zo'n lijstje: maandelijks presenteert hij in Vinyl Vitrine een zo volledig mogelijke lijst met jazz-langspeelplaten die in een bepaalde maand zijn opgenomen. Daarbij beperkt hij zich niet tot een droog, feitelijk lijstje, want hij zal maandelijks ook een of meerdere lp's nader uitlichten in onze nieuwe rubriek Frappant Vinyl.

Deze keer richt hij zich op platen van drummer Stan Levey, die speelde met bebop-pioniers als Dizzy Gillespie, Thelonious Monk, Charlie Parker en Oscar Pettiford, én zangeres Carmen McRae, die tegenwoordig vaak in één adem wordt genoemd met Ella Fitzgerald, Anita O'Day en Sarah Vaughan, maar die 55 jaar geleden haar eerste lp opnam voor het Bethlehem-label.

Klik
hier voor een inleiding op deze nieuwe rubriek.
Klik hier voor de oogst van december 1954.
Klik hier voor het artikel over Stan Levey.
Klik hier voor het artikel over Carmen McRae.

(Maarten van de Ven, 6.1.10) - [print] - [naar boven]





Cd
Rogério Bicudo & Sean Bergin - 'Mixing It' (Pingo Records, 2009)

Opname: september 2008

Rietblazer Sean Bergin zit in een introspectieve fase. Sinds twee jaar werkt hij veel met de Braziliaanse gitarist Rogério Bicudo en mixing it levert dat verstilde muziek op. Het grote gebaar heeft plaats gemaakt voor een intieme samenspraak. Er spreekt een soort vredige berusting uit dit album. Het is alsof Bergin vermoeid herinneringen ophaalt: 'nou jongen, wat ze tóén deed...' en zijn maat van 'o ja, joh?'.

De blazer en de gitarist hebben elkaar ingewijd in de muziek van Durban en van Rio de Janeiro. En dus horen we hier flarden kwela, die afgewisseld worden door zuchtjes samba. Wanneer Sean pennywhistle speelt, zoals in het titelnummer, neemt hij ons mee terug naar de eerste keer dat we 'echte' Zuid-Afrikaanse muziek hoorden (van Zig Zag and the Jive Flutes, de hit 'Tom Hark', om precies te zijn).

In 'Sonnet 119' klinkt zijn dwarsfluit zo mogelijk nog archaïscher. Deze muziek gaat diep en komt dicht bij het leven zelf. Heel even verheft Bergin zijn stem. In 'Bombella' laat hij zijn tenor een moment loeien, maar het volgende ogenblik blaast hij als in gedachten verzonken onderkoelde, gemompelde zinnen, waarin de melancholie weer de overhand heeft. De beperking geeft de inhoud prijs. Menschenmuziek is dit.

Deze recensie verscheen eerder in Jazz.

Meer horen?
Op de
MySpace-pagina van Sean Bergin & Rogério Bicudo kun je twee tracks van deze cd beluisteren: 'Bombella' en 'Imagina (Valsa Sentimental)'.

(Eddy Determeyer, 6.1.10) - [print] - [naar boven]





Concert
Paranoia 2009 start sterk

Trio Palinckx-Van Kemenade-Palinckx, Paul van Kemenade Quintet & Angelo Verploegen, Clazz Ensemble, donderdag 24 december 2009, Stranger Than Paranoia Festival, Paradox, Tilburg

In tegenstelling tot wat eerder aangekondigd was, deelde Paul van Kemenade het eerste deel van de openingsavond van Stranger Than Paranoia niet het podium met cellist Ernst Reijseger, maar met de gebroeders Bert (bas) en Jacques (gitaar) Palinckx. Reijseger liet zich verontschuldigen; hij was zojuist vader geworden.

Het duo Palinckx staat bekend om hun experimentele improvisaties. Naast Jacques lagen ze al klaar: de melkopschuimer, mixer, hondenborstel en nog meer geluidsvervormende attributen, waarmee hij soms irritante, maar soms ook verbazingwekkende klanken tevoorschijn toverde. Het trio startte met de wereldpremière van een compositie die altsaxofonist Van Kemenade schreef voor Reijseger met de toepasselijke titel 'De Reiziger' en eindigde met 'Maartse Buien', een stuk van Jacques wat hij naar eigen zeggen "helaas al" in 1983 schreef. Van Kemenade, vrije geest als hij is, benadrukte nog eens het doel van dit festival: experimentele improvisaties, ook in kleinere bezettingen. In dit kader was het een geslaagde opening op allebei de fronten.

In het tweede gedeelte van deze avond maakte Van Kemenade een swingende start met zijn kwintet, dat naast hemzelf bestaat uit Louk Boudesteijn (trombone), Rein Godefroy (piano), Wiro Mahieu (bas) en Pieter Bast (drums). De blazerssectie werd voor de gelegenheid gecompleteerd met Angelo Verploegen (flugelhorn, trompet). De individuele kwaliteiten van de blazers in combinatie met de karakteristieke klankkleuren van de drie verschillende blaasinstrumenten vormden een prachtig harmonieus geheel.

Ook het spel van Mahieu sprong in het oog. Zijn baslijnen zijn dynamisch en inventief, en hij heeft een uitermate expressieve manier van spelen. Mocht een bas op wieltjes mogelijk zijn, dan zou hij er waarschijnlijk het hele podium mee ronddansen!

Een optreden van deze band verveelt eigenlijk nooit. Het bevat composities met (traditionele) jazz, klassieke thema's, improvisaties, swingende breaks, maar ook lyrische stukken. De immer zichzelf blijvende Van Kemenade weet zich dan ook omringd door goede muzikanten met een open blik; dat maakt het geheel telkens weer tot een kwalitatief hoogstandje.

Voor het laatste onderdeel werd het podium vrijgemaakt voor het 12-koppige Clazz Ensemble, dat werd opgericht in 2007 en composities speelt op de grens van jazz en (modern) klassiek. Deze small big band onder leiding van Dick de Graaf (saxofoons, dwarsfluit) en Gerard Kleyn (trompet) bestaat uit negen blazers en een ritmesectie met piano. De diversiteit aan blaasinstrumenten was groot; alt-, tenor-, sopraan,- en baritonsax, maar ook trompet, trombone, bugel, klarinet en basklarinet.

Alhoewel de eerste nummers wat steriel klonken, was de klarinetsolo van Paul van der Feen een prachtig moment tijdens de eerste compositie, een circuswals. De vertolking van de wals op zich bood jammer genoeg niet de mogelijkheid de circusring te visualiseren. Na enige tijd echter leek het orkest zijn draai gevonden te hebben en raakte het publiek enthousiast. De saxofoonsolo van De Graaf bracht de swing weer terug en de muzikanten speelden losser en meer met gevoel.

Ook schroomde het orkest niet om een geluidseffect toe te passen op Kleyns trompet. Over het gebruik van geluidvervormers en effectenkastjes zijn de meningen verdeeld, maar ook hier was het resultaat fraai en zeker niet overdone. Maar er volgden nog meer mooie momenten, waaronder een duet voor klarinet (Van der Feen) en trombone (Vincent Veneman) en een solo van Martijn de Laat op trompet zonder begeleiding van het orkest, wat wel meteen een abrupt einde betekende van het concert.

Deze goed gevulde avond was in ieder geval een sterke start van alweer de zeventiende editie van het Stranger Than Paranoia Festival.

Klik hier voor een fotoverslag van deze avond door Cees van de Ven.

(Donata van de Ven, 4.1.10) - [print] - [naar boven]





Nieuws
Veel steun voor nieuwe jazzzender


Jazzmusici als Benjamin Herman, Hans Dulfer en Eric Vloeimans, het North Sea Jazz Festival en diverse platenlabels steunen het initiatief voor een nieuwe jazzzender, Radio Jazz. De zender is in afwachting van de nieuwe verdeelprocedure als gegadigde voor de frequentie 90.7 FM.

De kavels A7 (ongeclausuleerd) en A8 (geclausuleerd voor jazz/klassiek) zullen naar verwachting in het eerste kwartaal van 2010 herverdeeld worden. Radio Jazz is een van de kandidaten voor de herverdeling van de kavel A8.

De jazzzender is een mede-initiatief van Martijn Barkhuis, bekend als DJ Maestro. Radio Jazz wil de spreekbuis zijn van jazz-minnend Nederland. Luisteraars worden betrokken bij de programmering. De zender wil jazz "in al zijn vormen zo puur mogelijk uitzenden". Uitzendingen zijn sinds een maand via een online radiostation te beluisteren.

In maart 2009 verdwenen Arrow Jazz FM en Arrow Classic Rock uit de ether. Door een miljoenenschuld aan de Nederlandse staat verloor Arrow haar licentie en werden de twee vergunningen door het Agentschap Telecom ingetrokken.

Bron: NRC

(Maarten van de Ven, 4.1.10) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...






Menupagina's:

Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Neerpelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.