Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 


Concert
Op de melodische toer

Lotz Of Music, woensdag 8 januari 2020, Beauforthuis, Austerlitz

Lotz Of Music, het project van fluitist en componist Mark Alban Lotz, is op deze blog reeds een aantal keren onderwerp van gesprek geweest. Zo was ik zelf bij het concert dat het kwintet gaf bij Jazzcase in september 2016 en betoonde ik mij enthousiast over de cd met de opnames daarvan, die in februari vorig jaar bij El Negocito verscheen. Inmiddels heeft Lotz nieuw materiaal geschreven voor dit kwintet, dat hij gedurende twee concerten, in het Beauforthuis te Austerlitz en in het Bimhuis, ten gehore brengt. Dus nu maar eens gekozen voor het Beauforthuis, voor de in Zeist wonende Lotz een thuiswedstrijd en voor mij een nieuwe locatie. Dat ik hier nooit eerder kwam, heeft zeker te maken met het feit dat hier niet veel jazzconcerten plaatsvinden. Wat overigens niet wil zeggen dat er zo nu en dan geen pareltjes tussen zitten, waar dit concert zeker ook onder valt.

Tijdens die bewuste avond bij JazzCase maakte Claudio Puntin zijn debuut als vijfde lid, naast pianist Albert van Veenendaal, percussionist Alan Purves Gunga en cellist Jörg Brinkmann. Dat beviel blijkbaar goed, want ook hier staat Puntin weer op zijn plaats. Opvallend aan het nieuwe materiaal, dat klinkt in een vrij korte tweede set, is dat het een stuk melodieuzer is dan wat we tot nog toe gewend zijn. Klassiekers als 'Royal Hering', 'Quasimodo', 'Waiting For Prey' en 'Strollin’ A Reef', die ook op bovengenoemde cd zijn te vinden, voldoen meer aan wat ik ooit een "fijnzinnig klankfestijn" heb genoemd.

Neem het begin van 'Of Royal Hering', dat bestaat uit een klanknevel waarin we de elektronica van Puntin herkennen, naast de basfluit van Lotz. Brinkman tokkelt bescheiden op zijn cello en Purves laat wat belletjes rinkelen. Dat onbestemde karakter kenmerkt de hier genoemde stukken allemaal. Nu ligt dat natuurlijk wel in de lijn van de verwachting als we naar deze musici kijken. Van Veenendaal zit vaker onder de klep dan achter de toetsen en Purves schept er behagen in om vreemde geluiden te maken, gebruikmakend van 'other surprising sound objects', zoals het zo mooi staat op de achterkant van die El Negocito-cd. Verder valt hier in Austerlitz op dat het samenspel tussen Lotz en Puntin er in de loop van de tijd alleen nog maar beter op geworden is.

Een mooi moment in de eerste set is 'Seahorse Duet' van Lotz - op dwarsfluit - en Brinkmann. Door de vrij klassieke melodie die we hier horen, vormt dit stuk gepositioneerd tussen 'Strollin’ A Reef' en 'Quasimodo' een welkome afwisseling. Prachtig klinkt ook weer 'Nistru', dat Lotz schreef tijdens een bezoek aan Moldavië. De Nistru is de rivier die 'door oneindig laagland' stroomt - ja, net zoals bij ons, zoals Marsman al opmerkte. En oneindig saai volgens Lotz, iets dat overigens niet opgaat voor deze compositie, hoe harmonieus het er ook aan toe gaat. Opvallend in dit stuk, en overigens niet alleen hier, is de invloed van folk.

Na de pauze de nieuwe stukken, te beginnen met 'Endurance', verwijzend naar het gelijknamige schip waarmee Ernest Shackleton in 1914 zijn noodlottige expeditie naar Antarctica maakte in zijn poging het continent over te steken. Een wals krijgen we hier, met een grote bijdrage van Brinkmanns cellospel. In 'Tiga Ngova' gaan we met Lotz terug naar de jaren die hij in Afrika doorbracht. Prachtige percussie klinkt hier, gespeeld op de fluit. Plopgeluiden wisselen elkaar ritmische af, Brinkmann slaat op de snaren, Puntin laat zijn basklarinet sputteren. Een opwindend ritmisch stuk. Ook 'Under The Jhapthal' klinkt melodisch. En het krijgt een extra dimensie doordat Lotz hier de bamboefluit ter hand neemt, om een oosterse sfeer te bereiken.

Foto's: Cees van de Ven

Labels: ,

(Ben Taffijn, 14.1.20) - [print] - [naar boven]



Cd's
Lotz Of Music - 'Live At Jazzcase' (El Negocito, 2018)

Opname: 15 september 2016
Mark Lotz / Alan Purves- 'Food Foragers' (Unit, 2018)
Opname: 12 & 28 juni 2017
Alan "Gunga" Purves - 'Hide & Squeak' (Brokken, 2017)

Fluitist Mark Alban Lotz bracht eind vorig jaar een cd uit met liveopnames gemaakt tijdens een JazzCase-concert in de Dommelhof, Neerpelt. Daarvoor gaan we terug naar september 2016. Leuk, want ik was bij het concert en schreef erover. Altijd weer benieuwd hoe dit dan klinkt als je het terugluistert. Het is direct een goede gelegenheid om een tweetal andere cd's te bespreken die hier al wat langer liggen. De eerste is er een van Lotz met de veelzijdige percussionist Alan Purves, die er ook bij was in Neerpelt, de tweede betreft een soloalbum van diezelfde Purves.

Maar eerst dus terug naar Neerpelt. Bij het teruglezen van de recensie van het concert valt op dat de band een aantal stukken van andere titels heeft voorzien of heeft weggelaten. Zo kom ik nergens 'Habibi Brown Fish' tegen en heet 'Yumurta' waarschijnlijk 'The Egg Jam Encore'. 'Yumurta' is Turks voor ei. Niet getreurd, het maakt voor de kwaliteit van de muziek niet uit. Die is evengoed boeiend, neem bijvoorbeeld het - en dat valt nu pas op - bijzonder ritmische begin van 'Of Royal Haring', waar cellist Jörg Brinkman voor tekent. Aansluitend belanden we zomaar in Arabische sferen. Mijn conclusie toen, 'grenzen bestaan hier eenvoudigweg niet en de muziek wordt beïnvloed door uiteenlopende muzikale werelden als jazz, blues, niet-westerse muziek, avant-garde, musique concrète en folk', blijft dan ook onverkort van kracht. Wat ons tijdens het concert reeds opviel en waarvan de cd eveneens getuigt is de grote rijkdom aan klanken, terug te voeren op het uitgebreide instrumentarium dat de vijf leden - met naast Lotz, Purves en Brinkman ook pianist Albert van Veenendaal en Claudio Puntin op verrassende wijze hanteren. Ook het samenspel mag er zijn en dat Putin die avond zijn debuut maakte als vijfde lid van Lotz Of Music is nergens aan af te horen.

Bijna een jaar later treffen Lotz en Purves elkaar voor het duoalbum 'Food Foragers'. Lotz op een uitgebreide collectie fluiten - bij ieder stuk staat aangegeven welke hij gebruikt - en Purves zoals vanouds met een kist aan objecten en slagwerk. Ook hier valt de eclectische aanpak weer op; zo stamt opener 'Abu In The Sky' uit Mali en heeft ook 'Belly Buttons' dat we verderop op het album vinden daar elementen van. Bijzonder zijn het subtiele 'Echoes Of A Life Hereafter' en 'Endurance'. De prachtige klank van de fluit in zijn diverse gedaante krijgt hier volop de ruimte, terwijl Purves voor een kalm, ritmisch patroon zorgt. In 'Ice Breath' horen we Lotz op zijn megagrote PVC contrabasfluit. Het diepe, sonore geluid contrasteert prachtig met de ijselijk hoge noten van Purves' belletjes. Ronduit bizar klinkt het duo in het titelstuk, 'Food Foragers'. In welk vreemd klankuniversum zijn we nu weer aanbeland? Het lijkt de dierentuin wel!

Alan "Gunga" Purves solo is een verhaal apart. Naast prachtige, dikwijls hilarische tekeningen van Purves, alleen al een reden om dit album aan te schaffen, treffen we binnenin een groslijst aan van instrumenten en voorwerpen die de maestro gebruikt om zijn wonderlijke wereld te creëren. De lijst doornemend valt op dat het hier niet louter percussie betreft; we treffen ook de nodige, vaak exotische snaar- en blaasinstrumenten aan. We maakten er reeds kennis mee op de voorgaande albums, maar hier in deze solosetting valt helemaal op wat deze kunstenaar in huis heeft. We missen op dit opvallend ingetogen album, bestaand uit 14 miniaturen, de collega-musici dan ook geenszins. De muziek is vaak ritmisch - wat te verwachten is bij een percussionist - en meestal net zo exotisch als het instrumentarium. 'Zombie Wackers' kan daarbij goed als illustratie dienen. Verrassend zijn ook 'Speeding Down & Slowing Up', met onalledaagse geluiden op een loom ritme, en 'Pig Happy', met een hoofdrol voor de belletjes.

Klik hier om drie tracks van 'Live At Jazzcase' van te beluisteren.

Labels:

(Ben Taffijn, 12.2.19) - [print] - [naar boven]



Concert
Onderwatermuziek

Mark Alban Lotz Of Music, woensdag 29 juli 2015, Azijnfabriek, Den Bosch

Fluitist Mark Alban Lotz is gefascineerd door de wereld van de diepzee. Het leidde in 2008 tot het album Bite!, dat hij uitbracht onder de naam Mark Alban Lotz Of Music. Op dit album, opgedragen aan de in 2008 overleden diepzeeonderzoeker en duiker Jacques Piccard, trachten Lotz en de overige bandleden van Lotz Of Music in muziek het diepzeeleven te vangen. Ook het concert in de Azijnfabriek, zeven jaar later, grijpt terug op die fascinatie.

Naast Lotz is wederom slagwerker en percussionist Alan 'Gunga' Purves van de partij, maakt tegenwoordig Jörg Brinkmann op cello deel uit van het ensemble en valt Rembrandt Frerichs in voor vaste pianist Albert van Veenendaal. Met zijn vieren nemen ze de zware taak op zich om ons te laten horen wat er zich allemaal op de diepzee afspeelt. En na de afdaling blijkt dat een spannende wereld vol vreemde geluiden, klanken en verschijnselen. Lotz en consorten weten dit alles prima te verklanken: beeldend, kleurrijk, speels en met veel overtuigingskracht. En Frerichs, ofschoon pas voor het eerst onderwater, houdt zich prima drijvend! Maar het is vooral Purves, die als ervaren percussionist alles uit de kast trekt om ons luisteraars de meest wonderlijke klanken te laten horen: speelgoedtrompetjes, luchtslangen - waarop wordt geblazen, waarmee wordt gezwaaid en die met veel geraas uit elkaar worden getrokken, houten blokjes en allerhande trommeltjes, alles komt voorbij. Een goede percussionist weet kortom overal geluid uit te halen.

Opvallend is ook dat dit gezelschap kiest voor een muzikaal zeer eclectische aanpak. Als de term wereldmuziek nog niet bestond, zou hij hiervoor uitgevonden moeten worden. Zoals het geïmproviseerde duet van twee harmoniums - Frerichs en Purves - ons naar India brengt, zo brengt menige fluitsolo ons naar de Balkan en bedient cellist Brinkmann zich regelmatig van de blues.

Tegen de tijd dat we boven water zijn gekomen, is het tijd voor de afsluiter. Een cover van 'Tell Me Everything' van Ernst Reijseger. Lotz waarschuwt ons nog even om dat vooral nooit tegen je partner te zeggen. Hij heeft daar blijkbaar ervaring mee. Maar het is een mooi slot van een energiek concert. Reijsegers sfeervolle noten met een vleugje weemoed zijn hier in prima handen, waarbij de hoofdrol vanzelfsprekend voor Brinkmann is weggelegd.

Foto's: Herre Vermeer

Labels:

(Ben Taffijn, 4.8.15) - [print] - [naar boven]



Concert
Een muzikaal rariteitenkabinet

Lotz Of Music featuring Claudio Puntin, donderdag 15 september 2016, JazzCase, Dommelhof, Neerpelt

Het is een fijnzinnig klankfestijn dat Lotz Of Music, met ondersteuning van Claudio Puntin, ons hedenavond voorschotelt als openingsconcert van JazzCase, seizoen 2016-17. Mark Alban Lotz, de leider van het gezelschap, ontlokt diep duistere geluiden aan zijn enorme contrabasfluit, cellist Jörg Brinkmann tokkelt een Arabisch aandoende melodie en pianist Albert van Veenendaal en percussionist Alan Purves completeren het geheel door niet direct te definiëren klanken aan hun instrumenten te ontlokken. De toon is gezet, dit wordt een boeiende set.

Met muziek hoofdzakelijk afkomstig van het in 2009 gelanceerd album 'Bite!' verrast deze, hier tot kwintet uitgegroeide, groep ons keer op keer. Het hierboven beschreven fragment uit 'Habibi Brown Fish' getuigt hiervan, maar ook 'Of Royal Haring', waarin klarinettist Claudio Puntin een belangrijke rol speelt en dat hiermee dus behoorlijk afwijkt van de versie op cd. Puntin bespeelt hier de basklarinet en verrijkt zijn spel met een meelopend noisegeluid, zo dominant dat het zijn spel bijna overschaduwt. Het kenmerkt de muziek op meer plaatsen. Als geen ander slaagt dit kwintet erin om geluiden afkomstig van de akoestische instrumenten te vervormen, versterken en van alle soorten verfraaiingen te voorzien. Vaak zodanig dat het originele geluid niet langer te herkennen valt. Voeg daarbij geluiden van heel andere bron - vooral Purves en Van Veenendaal weten van wanten met plakband, opblaasbeestjes, speelgoedfluitjes en wat al niet meer - en je hebt een beeld van Lotz Of Music.

Een tweede kenmerk van deze groep is de breedte aan muzikale stijlen. Grenzen bestaan hier eenvoudigweg niet en de muziek wordt beïnvloed door uiteenlopende muzikale werelden als jazz, blues, niet westerse muziek, avant-garde, musique concrète en folk. Op papier moet dit wel bijna leiden tot een omgekeerde vuilnisbak. Dat dit niet gebeurt is de kracht van deze groep, want ondanks al deze muzikale stijlen klinken de stukken iedere keer weer als een wonderlijke eenheid, mede dankzij de meeslepende en aanstekelijke ritmes.

In 'Quasimodo' wordt een stemmige passage, waarin Lotz op basfluit en Puntin op basklarinet elkaar prachtig aanvullen in het laag, op komische wijze onderbroken door bijna melige, op musique concrète gelijkende interventies van Purves en Van Veenendaal. Tot dit duo het geheel overneemt, maar nu met welhaast dwingend ritmisch spel om vervolgens weer terug te keren naar het stemmige begin, waar we Lotz en Puntin weer tegenkomen, maar nu aangevuld met Purves en Brinkmann.

Ook na de pauze laveert dit kwintet tussen het vrije experiment en de ritmische structuren. Het gebeurt in 'Waiting For Prey' en 'Yumurta' – het Turkse woord voor ei. In het eerste stuk is het met name Puntin die verrast met ritmische, uit de danswereld afkomstig lijkende, door elektronica aangedreven patronen, terwijl in het tweede stuk de partij die Lotz blaast op de basfluit ons overtuigt. Ritmische patronen die je doen swingen op je stoel.

JazzCase bestaat dit jaar 10 jaar, het zal op 2 en 3 juni 2017 nog groots worden gevierd, maar een prima start is reeds gemaakt. Het was jammer dat mede door de warmte de opkomst aan de lage kant was, maar degenen die zich de moeite getroost hebben te komen, kunnen meer dan tevreden terugkijken.

Klik hier voor foto's van dit concert door Cees van de Ven.

Labels:

(Ben Taffijn, 23.9.16) - [print] - [naar boven]





Concert
Impro-jazz in optima forma

A Night Of Lotz Of Music: Mark Alban Lotz, Mark Tuinstra/Natalio Sued & Alan Purves/Mark Lotz feat. Anton Goudsmit, woensdag 12 maart 2014, Zaal 100, Amsterdam

Er zijn gelukkig nog diverse creatieve vrijplaatsen in Nederland. Onder meer in steden als Den Bosch, Eindhoven, Leiden, Utrecht en zelfs Emmen (zie de site van Kraak Forum). Natuurlijk spant Amsterdam de kroon. Denk maar aan Ruigoord, ADM, OT 301 en Zaal 100. Deze laatste is een podium voor onder andere feestjes, bandjes, cabaret, dichters, obscure vergaderingen en van de in de zestiger jaren ontstane free jazz, thans impro jazz genoemd.

Op woensdagavond 12 maart had fluitist Mark Alban Lotz op dit alternatieve podium 'carte blanche' gekregen. Hij organiseerde een solo-optreden, een duoconcert (Natalio Sued en Mark Tuinstra) en een impro-concertje met drummer Alan Purves, gitarist Anton Goudsmit en Lotz zelf.

Lotz imponeerde solo. Hij had al zijn fluiten uit de kast getrokken en met behulp van summiere elektronische effecten en met toepassing van zijn stem – blazen, zuchten, steunen, janken, grommen, brommen – creëerde hij een klassiek aandoend boeiend klankenspel. Spectaculair vooral was de improvisatie op de door Jelle Hogenhuis gebouwde 'pvc contrabas fluit'. De monniken uit het hooggebergte van Tibet waren niet ver weg.

Ook het duoconcert was zeer de moeite waard. Gitarist Mark Tuinstra en saxofonist Natalio Sued speelden een hechte en goed samenklinkende set. Opvallend was het prachtige, volle, ronde geluid van de tenorsax. Het riep herinneringen op aan de oude tenormeesters als Chu Berry, Coleman Hawkins en Don Byas. En dat werd gecombineerd met melodieuze, vrije improvisatiepassages. Sued verdient zijn plaats in de diverse avontuurlijke jazzgroepen als The Ambush Party, Opositor, Antimufa en Tetzepi.

Het sluitstuk was een grotendeels geïmproviseerde set door een trio bestaande uit Lotz, Purves en Goudsmit. Dat kon natuurlijk niet mislukken. Gedrieën behoren ze tot de top van de moderne (impro-)jazzmuzikanten. Met de oren wijd open werd gedemonstreerd dat pure improvisatie spannende, welluidende en ook nog eens melodieuze muziek kan opleveren. Swingende fragmenten werden afgewisseld met contemplatieve momenten en ook humoristische herkenbare muziekflarden werden niet geschuwd. Ik weet niet of de drie heren in een vast trio willen doorgaan. Zo ja, dan raad ik de enkele nog bestaande serieuze jazzpodia aan dit trio ogenblikkelijk te boeken. Hoe dan ook: lang leve Zaal 100!

Klik hier voor foto's van dit concert door Maarten Jan Rieder.

Labels:

(Jacques Los, 19.3.14) - [print] - [naar boven]



Lotz Of Music - 'Pendant La Nuit'

Lotz Of Music - 'Pendant La Nuit' (LopLop, 2005) ***

Afgelopen maanden speelde in de Nederlandse theaters het stuk 'Pendant La Nuit', een bijzondere muziektheatervoorstelling, waarin het draait om twee mensen die een gevaar-lijk spel spelen met hun na 13 jaar niet meer zo spannende relatie. Op het podium, in het spel, bevond zich een groep jazzmuzikanten, gespeeld door Lotz of Music. De muziek bij het stuk is ondertussen op cd verschenen.

Lotz Of Music, het kwintet rond de in Duitsland geboren fluitist Mark Alban Lotz, brengt op het album een eigen interpretatie van etnische muziek en jazz. In de meer traditionele jazznummers refereert Lotz met zijn geluid aan wat John Coltrane in de jaren zestig deed op zijn klassieke album 'A Love Supreme': zich herhalende patronen op bas met oriëntaals aandoende melodielijnen. Elders roept Lotz met zijn thema's op fluit associaties op met Dave Holland, de 'artist in residence' tijdens het komende North Sea Jazz Festival.

In abstracte klankschilderijen van soms minder dan een minuut wordt vooral een sfeer neergezet die nu eens mysterieus is, dan weer plagerig grappig of melancholiek. Uit-stapjes naar Afrika (de muziek van de Pygmeeën), Zuid-Amerika (bossa) en Azië ('Little Shiva') maken de wereldreis compleet. 'Pendant La Nuit' is een toegankelijk, gevarieerd album dat niet alleen het muzikale decor is voor het theaterstuk, maar ook op eigen benen overeind blijft.

Luister naar fragmenten van
'Cowboy Game', titeltrack 'Pendant La Nuit' en 'Pendant Le 70s'.

(Erno Mijland, 1.6.05) - [print] - [naar boven]





Cd
Mark Alban Lotz – 'Istanbul Improv Sessions May 5th' (LopLop, 2011)

Opname: 5 mei 2010

Fluitist Mark Alban Lotz maakte in mei 2010 een muzikaal reisje naar Istanbul. Hij speelde er met Turkse jazz- en wereldmuziekmusici. Ook Turkije heeft een vrije improvisatie-scene. Dat is een kolfje naar de hand van Lotz. Immers, hij speelt zich onder andere via U-Ex (Utrecht Experimental) regelmatig in de kijker met internationale freejazz-musici.

De samenwerking met de Turkse scene valt niet tegen. In diverse bezettingen, van duo tot en met sextet, worden intensief en geïnspireerd zorgvuldige soundscapes en improvisaties gecreëerd. Zo levert de wonderlijke combinatie van trompet (Can Omer Uygam), klarinet (Alexander Toisoul) en Lotz' fluit een geanimeerd conversatie-samenspel op, onder de toepasselijke titel 'Animal Rites'.

In vroeger tijden was de vrije improvisatie nog al eens de arena om extreme kunsten ongenuanceerd te laten horen. 'Piep-knars-knor' dus. Het ging daarbij ook vooral om de individuele prestaties. In de muziek en het denken van Lotz is daar geen sprake van. Bij hem gaat het om het collectieve geluid, samenspel en respect. Het resultaat is dan ook groeps-impromuziek van hoog en interessant niveau.

Mark Alban Lotz, die in alle combinaties meespeelt, etaleert zijn formidabele beheersing van extended blaas- en vingerzettingtechnieken, in het bijzonder in de duostukken en het triostuk met bassist Michael Hays en drummer Florent Merkel.

Hij is een ongekend fenomeen in de Nederlandse impro-scene, waarin collega-fluitisten het laten afweten. Daarnaast is hij een enthousiast organisator van vrije improvisatie-concerten en is hij bezig aan een consequente en gestage opbouw van een kwalitatief impro cd-oeuvre.

(Jacques Los, 26.7.11) - [print] - [naar boven]





Cd
Mark Alban Lotz – 'Bite! (LopLop, 2009)

Opname: oktober 2008

'Bite!' is een muzikale kijk op het leven van de vissen ondergedompeld in de diepten van de grote oceanen. Heeft het iets te maken met jazz? Weinig. Het is echter wel de inspiratiebron voor fluitist Mark Alban Lotz, pianist Albert van Veenendaal, cellist Lysander le Coultre en drummer Alan 'Gunga' Purves om te improviseren en composities af te leveren. Het album bestaat uit een aantal zeer korte improstukjes (van twintig seconden tot anderhalve minuut) en een paar langere, uitgeschreven stukken.

In de korte stukken wordt vooral experimenteel gemusiceerd en worden sound effects geëxploiteerd, gebruikmakend van prepared instruments en zelfgemaakte instrumenten (bijvoorbeeld Purves' Brim Bram, een houten doos bespannen met rubber banden). Zo hier en daar roept het inderdaad het gevoel op aanwezig te zijn in de tropische waterwereld met al die sprookjesachtige vissen om je heen. De titels van de diverse stukjes spreken ook al voor zich: 'Fish Jive', 'Chasin The Clownfish' en 'Coral Lives'.

De lange composities worden gedomineerd door interessant samenspel en uitstekende improvisaties van fluitist Lotz en pianist Van Veenendaal. In Ernst Reijsegers ballade 'Tell Me Everything' speelt Lotz een zeer fraaie, ingetogen, heldere solo, begeleid door een dwingende continue akkoordenbegeleiding van Van Veenendaal. In 'Of Royal Herring' is de samenwerking tussen Lotz en Le Coultre zeer accuraat en van hoog niveau. Purves completeert een en ander met bizarre percussieve attributen. Wie hem wel eens live heeft meegemaakt, weet dat hij naast zijn enigszins onorthodoxe drumkitje – net als eertijds Han Bennink – een verzameling buitenissige ritme- en geluidsprullaria heeft.

De muziek van 'Bite!' staat ook erg dicht bij de hedendaags gecomponeerde en minimal muziek. Voorbeelden desbetreffend zijn 'The Bathyscaaf' en 'Seahorse Duet'. Deze cd laat horen dat er op het grensgebied van de hedendaags gecomponeerde en geïmproviseerde muziek verrassende en interessante resultaten kunnen worden geleverd. Mede ook dankzij de uitmuntende prestaties van de opnametechnicus.

Meer horen?
Op de
website van Mark Alban Lotz kun je fragmenten beluisteren van drie tracks van deze cd: 'Jellyfish Lullaby', 'Bite!' en 'Habidi Brown Fish'.

Labels:

(Jacques Los, 3.12.09) - [print] - [naar boven]





Impro-geheim in Utrecht

In januari 2007 kreeg fluitist Mark Alban Lotz het idee om op de zondagavonden wekelijks een reeks impro-jazzconcerten te realiseren. Hij kreeg al gauw steun van Marcel Kranendonk, directeur/programmeur van het SJU Jazzpodium. Dus een podium was al voorhanden. De naam voor de serie werd 'U-Ex' (Utrecht Experimenteel). Ook zocht Lotz een betrouwbare en capabele partner. Een musicus en organisator. Bassist Meinrad Kneer - hij pastte in het profiel - was niet alleen beschikbaar, maar stond ook geheel achter de plannen.

De gedachte was (en is) wekelijks musici bij elkaar te brengen – geen bestaande groepen – om op een professioneel podium improviserend te spelen en te experimenteren. Interactie is desbetreffend een sleutelbegrip. Ondanks de niet al te genereuze financiële condities blijkt dit een aantrekkelijke optie voor creatieve professionele improvisatoren te zijn. Het podium is dan ook een platform voor verrassende ontmoetingen en muzikale uitwisseling, en fungeert tevens als een soort laboratorium. Het is zelfs niet uitgesloten dat er nieuwe formaties uit voortkomen.

In het begin speelden Lotz en Kneer zelf ook meer dan regelmatig mee, maar allengs kregen beide organisatoren steeds meer aanvragen van nationaal en internationaal befaamde jazzimprovisatoren. Gedurende de afgelopen periode hebben talloze belangrijke en uitstekende musici bij U-Ex gespeeld: trombonist Wolter Wierbos, drummer Michael Vatcher, bassist Wilbert de Joode, trombonist Joost Buis, cellist Fred Lonberg-Holm, saxofonist Luc Houtkamp, violist Oene van Geel, pianist Jeroen van Vliet, saxofonist Tobias Klein, pianist Achim Kaufman, celliste Lysander Lecoultre, pianist Burton Greene, zangeres Kristina Fuchs, trompettiste Felicity Provan, saxofonist Mete Erker, enzovoorts.

Met al die vermaarde muzikanten is het geen wonder dat het gedachtengoed van U-Ex – het ontstaan van mooie muziek, uitgevoerd door kwalitatieve en (inter)nationale musici, in een wekelijkse serie, met een goede organisatie (Lotz/Kneer), op een professioneel podium – meer dan gerealiseerd is. Naast het voortzetten van deze concertreeks zijn er ook plannen voor een jaarlijks U-Ex festival, het uitbrengen van een cd en het creëren van een netwerk van internationale improvisatiepodia.

Op zondagavond 21 september (20.00 uur) wordt het nieuwe seizoen geopend met pianist David Haney, Kneer en Lotz. Andere interessante musici die in de komende periode hun opwachting maken zijn onder anderen saxofonist Klaus Ellerhuzen Holm, pianist Albert van Veenendaal, saxofoniste Louise D.E. Jensen, trompettist Dominykas Vysmanskus, saxofonist Jan Klare en Alan Laurillard (saxofoon en electronica).

Klik hier voor meer informatie, namen en speeldata.

Meer weten?
Klik hier voor een recensie van het U-Ex concert door Steven Kamperman's Carrousel & Pan Project op zaterdag 7 juni 2008 in het SJU Jazzpodium.

(Jacques Los, 12.9.08) - [print] - [naar boven]





Mark Lotz Quartet - 'Blue Moods' (VIA Jazz, 1999) ***½

Alweer zeven jaar geleden bracht het kwartet van de in Duitsland geboren fluitist Mark Alban Lotz deze 'Blue Moods' uit. Het album werd in 1993 en 1998 opgenomen in de Kwetterhof Studio te Wormerveer.

Het grappige aan deze kwartetplaat is de constatering dat er in totaal zeven musici te beluisteren zijn. En dat is niet zo verwonderlijk, omdat twee van de tien tracks op dit album door andere musici ingekleurd worden. Het vaste kwartet wordt hier gevormd door Mark Lotz, spelend op twee soorten fluit, Peter Beets op piano, Wim Kegel op slagwerk en Marius Beets op contrabas. Die laatste drie worden op de eerste en achtste track afgelost door pianist Erik Doelman, drummer Ben Schröder en bassist Sander Tekelenburg.

In de liner notes valt te lezen dat het blijkbaar de bedoeling van dit album is om te vol-doen aan vragen van aanhangers van Mark Lotz, om na jarenlange productie van avant-garde muziek, moderne jazz en world music nu eindelijk eens een album uit te gaan brengen met zogeheten 'mood music'. Het resultaat mag er zijn, een uiterst melodieus album, gevormd door een mix van jazzmuziek, enkele malen afgewisseld met latin jazz en dat alles op een erg hoog niveau van uitvoering. In Lew Tabackins 'Desert Lady' is een mooi samenspel tussen fluit en contrabas te beluisteren.

Een minpunt vormt Lotz' aandrang om - net als Chet Baker indertijd - in het nummer 'This Is Always' ook zijn vocale capriolen tentoon te willen spreiden. Gelukkig duurt dit nummer slechts een krappe vier minuten. 'Blue Moods' is een zeer beluisterenswaardig album met prachtig fluitspel in samenhang vormgegeven met de genoemde musici, maar zal niet als een écht revolutionair album in de jazzgeschiedenis te boek komen te staan.

(Anoniem, 31.8.06) - [print] - [naar boven]



Concert
Goed huwelijk tussen kamermuziek en impro

Mark Alban Lotz: Solo & Duo, zondag 31 maart 2019, Brouwerij Martinus, Groningen

Best vreemd, die dynamiek in de wereld der Groninger podia. Nog een paar weken en dan sluit de Cantina, het souterrain waar je altijd de meest extreme muziek kon horen, haar luiken. Edoch ziet: in een wijk waar nooit iets te doen was loopt sinds twee weken de open jamsessie State Of The Art. Drummer Jeroen van Olphen heeft zijn Afro- en electrofunkavonden van de inmiddels gesloopte Silo naar de zaterdagmiddag in gebouw De Kameraad verplaatst. Een mooi afgetrapt gebouwtje waar ook vechtersbazen en koorzangers bijeenkomen. En sinds een paar maanden draait de Martinus Klassieke Affaire, waarbij geprogrammeerd wordt op het snijvlak van het improvisatiegenre en klassieke kamermuziek.

In dat kader gaven fluitist Mark Alban Lotz en bassist Andrea Caruso een fijnzinnig recital in de bovenzaal van de brouwerij aan de Kostersgang. Kan zijn dat Lotz, zoals hij zelf waarschuwt, een luie student was en is, die zich eigenlijk meer had moeten inspannen om een ordentelijke klassieke fluitist te worden. Maar ik vind zijn interpretatie van het werk van bijvoorbeeld Anton Webern op zijn minst charmant. Juist die minieme hobbels en oneffenheden geven zijn spel karakter, een persoonlijke touch. Met zijn slap-tongue effecten (zo noem ik het voor het gemak maar even) komt de fluit opmerkelijk dicht bij een geplukte altviool. Hij gebruikt de circulaire blaastechniek functioneel en muzikaal. Lotz laat zijn instrumenten boventonen zingen die volledig losgeblazen lijken van de grondmelodieën. Met vocale toevoegingen worden ze echte verlengstukken van zijn stem. Ik moet teruggaan naar een optreden van nieuwe technieken-pionier Robert Dick, in een donkergrijs, om niet te zeggen pikzwart verleden om een vergelijkbare ervaring op te roepen.

Daarbij wordt de fluitist op voorbeeldige wijze bijgestaan door Andrea Caruso. In 'Pata Pata', dat de muzikanten niet hadden voorbereid, valt het verschil tussen de altfluit en de contrabas weg. Caruso speelt helder en trefzeker en past zijn dynamiek voorbeeldig aan bij de structuur van het betreffende liedje.

En alles volledig akoestisch, ook nog eens. Waar kom je dat nog tegen? Ja, in de tijd en het Wenen van Webern.

Concertfoto's: Sieben Laning

Labels: ,

(Eddy Determeyer, 6.4.19) - [print] - [naar boven]



Cd's
The New York Second - 'Music At Night (And Other Stories)'

eigen beheer, 2022
The New York Second - 'After The Hours, The Minutes'
eigen beheer, 2022 | Opname: december 2022

Als eind jaren 40 van de vorige eeuw de eerste jazzmusici gaan experimenteren met wat later bebop gaat heten, staat niet iedere jazzliefhebber te juichen. En als zo'n twee decennia later dit proces zich herhaalt in wat de free jazz zal worden, is dit nog sterker het geval. Sindsdien hebben we dan ook twee soorten jazzliefhebbers: zij voor wie de melodie een rol moet spelen en zij voor wie dat eerder in de weg zit. En ja, een klein groepje, waaronder ik mezelf reken, houdt van allebei. Mijn voorkeur ligt weliswaar bij de experimentele jazz, maar de meer melodieuze jazz kan - mits het goed gebeurt - mij nog altijd bekoren. En dus hebben pianist/componist Harald Walkate en zijn The New York Second in alle opzichten mijn steun. Deze pianist is namelijk een meer dan uitstekend componist. Alle stukken op de albums zijn van zijn hand. Hij weet aan een genre waar al heel veel in gebeurd is nog echt wat toe te voegen. Vier albums realiseerde hij tot nu toe met dit construct, waarvan ik de twee laatste graag aan u voorstel. 'Music At Night (And Other Stories)' realiseerde hij met een sextet, 'After The Hours, The Minutes' met een trio. Beiden verschenen in eigen beheer.

Naast het ritmetrio, met Walkate, vaste drummer Max Sergeant en bassist Thomas Pol, horen we op 'Music At Night (And Other Stories)' vier blazers: trompettist Teus Nobel, fluittist Mark Alban Lotz, saxofonist Jesse Schilderink en trombonist Vincent Veneman. Het album ontleende zijn titel aan de gelijknamige bundel essays van Aldous Huxley, 'Music At Night'. Maar Walkate laat horen door meer zaken geïnspireerd te zijn. Zo beginnen we het feest met 'These Are The Chosen Words', waarvoor Walkate uitweek naar Steely Dan. We horen broeierige akkoorden van Walkate, waarna al snel het rimte erin kruipt. Verder mooie pianomotiefjes van Walkate, afgewisseld met Lotz op de altfluit en Nobel in de melodie. En dan het begin van 'Him, A Bull? Ha! A Bird', dat handelt over de vriendschap tussen Pablo Picasso en Ernest Hemingway. Louter die eerste noten van Walkate, hoe hij hier met zo weinig een complete beleving neerzet, gewoon mooi. Dan sluiten de blazers aan, geven er verdieping aan, waarna Walkate het verder uitbouwt: zo klinkt vriendschap. Dat Lotz onovertroffen is op de fluit wisten we al, maar die solo in 'The Bostonian' maakt weer eens duidelijk waar hij zijn faam aan dankt. En verhalen zijn het, op dit album. Neem dat meeslepende 'The Drowned World', het innemende 'Music At Night', met prachtige solo's van Pol, Lotz en Veneman, en het spannende 'The Keys Ain’t The Keys No More', met onder andere een prachtige solo van de meester zelf.

Voor 'After The Hours, The Minutes' vond Walkate inspiratie in het begrip 'tijd' en dan vooral het verstrijken ervan. We horen Walkate op piano, drummer Sergeant en als bassist Lorenzo Buffa. Het album begint met een ruim een minuut durende 'Prelude', die anticipeert op het laatste stuk van het album 'Let’s Go Where The Mountain People Go', waarna het met 'Professor Nelson Strikes Again' - de titel komt van de schrijver Richard R. Nelson, zijn boek 'The Moon And The Ghetto' inspireerde Walkate voor dit stuk - echt van start gaat. Ingetogen pianoklanken bereiken ons hier, mooi ingebed in het spel van Sergeant en Buffa. Het voordeel van een trioalbum is dat we nu een nog beter beeld krijgen van Walkates fijnzinnige spel. Walkate weet natuurlijk ook dat de titel 'Song About Nothing' nergens op slaat; dit stuk gaat juist over alles wat muziek de moeite waard maakt: die puntige melodie, die boeiende ritmiek van Sargeant, het maakt het tot een van de beste stukken van dit album. En dat gevoel dat je hebt als iets niet opschiet, bijvoorbeeld als je in de rij staat, weet Walkate prima te vangen in 'The Great Wait', met zijn slepende structuur. Een ander hoogtepunt, met name vanwege het dromerige pianospel, is 'Moon, 2018', waarvoor Walkate inspiratie vond bij een een foto van Ilona Langbroek, die hij ooit van zijn vrouw voor zijn verjaardag kreeg. Bijzonder is ook die contemplatieve bassolo van Buffa in het titelstuk van dit album. Opvallend aan 'After The Hours, The Minutes' - en dus aan het spel van Walkate - is de ritmiek. Twee mooie voorbeelden zitten redelijk achteraan op het album: 'What The Bagelman Saw' en 'Now We’re Talking'. Kortom, twee prachtige albums voor de liefhebbers van klassieke, melodieuze jazz.

Labels: , ,

(Ben Taffijn, 27.9.23) - [print] - [naar boven]





Lotz of music - Pum'kin Diaries (LopLop, 2003) ****

Wat hebben Bob Dylan, Antonio Carlos Jobim en Ornette Coleman gemeen? Waar ontmoeten jazz, pop, klassiek en wereldmuziek elkaar? Waar trekt het ene moment traag een karavaan door de heldere woestijnnacht ('Eth.') en regent het even later in een Afrikaans dorp ('Pygmy Lounge')? Het antwoord vinden we in de dagboeken van de Pompoen, een theater in Amsterdam waar het kwartet Lotz of music rond fluitist Mark Alban Lotz in 2002 vier dagen lang werkte aan het repertoire, waarvan nu een deel op cd staat. De veelzijdigheid aan componisten, genres en sferen, maar tegelijkertijd ook de eenheid van het geheel maken dit album erg bijzonder. Als een uitgebalanceerd meergangenmenu volgens de trend van 'fusion cooking'.
Bandleider Lotz bespeelt vier soorten fluiten, klinkt de ene keer warm en romantisch, de andere keer brutaal, met name als hij zijn stem mee laat vibreren. Het drum- en percussiewerk van Michael Vatcher bestaat veelal uit droge tikken en korte pittige accenten die zorgen voor een prettig onrustig staccato. Als kameleonnen kleuren Marc van Roon (piano) en Eric Surmenian (bas) de muziek verder in. Mijn hoogtepunten van het album zijn twee door Michael Moore gecomponeerde stukken: het Oosters klinkende 'Eth' en het aan minimal music (herhaling van de melodie met minimale verschuivingen) refererende 'Franz'. Wie gaat voor pure jazz, kan zich uitleven in Lee Konitz' 'It's You' of Sonny Rollins' 'Oleo'.
'Pum'kin Diaries' is bovenal een sfeervol album. Beluister het in alle rust, met de ogen dicht... en schep je eigen beelden. (Geluidsfragmenten vind je
hier.)

(Erno Mijland, 28.8.03) - [print] - [naar boven]





Cd
Mark Alban Lotz – 'Solo Flutes' (LopLop, 2014)

Opname: 11 januari & 8 maart 2014

Op de eerste tel van de cd heb je de dreun al te pakken. Het is de staccato aanzet van de basfluit die je direct bij de lurven pakt. Dat zal zo gedurende de gehele cd ook met de andere fluiten niet anders zijn.

Mark Alban Lotz is de grootmeester, een groot improvisator op allerhande fluiten. Van de grote pvc basfluit tot en met het piccolootje. Contemplatieve momenten worden afgewisseld met virtuoze, rapsodische fragmenten. Het laatste wordt onder meer gedemonstreerd in het nummer 'Whole Steps'.

Veelal past Lotz tijdens het spelen vocalen – grommen, krijsen, fluisteren, neuriën – toe, bijvoorbeeld subliem uitgevoerd op de pvc contrabasfluit in 'PVC Mantra'. Zijn inspiratie put hij uit de impro-jazz, hedendaags gecomponeerde muziek en de wereldmuziek. Het is evident dat hij alle reguliere en extended blaastechnieken uitstekend beheerst.

Als rechtgeaard improvisator verloochent hij de muzikale oorsprong van de jazz, de blues, geenszins. In een fascinerend 'For Rahsaan' – een eerbetoon aan de flamboyante rietblazer Rahsaan Roland Kirk – krijgt de moderne blues een passende plek in dit magnifieke solorecital.

Dit album verdient veel luisteraars en niet alleen jazzliefhebbers. Het is een niet geringe prestatie een cd zo boeiend en verrassend te vullen met uitsluitend 'Solo Flutes'.

Meer horen?
Klik hier om geluidsfragmenten van deze cd te beluisteren.

Labels:

(Jacques Los, 25.10.14) - [print] - [naar boven]





U-Ex: een bijzonder initiatief
Cosmologic, zondag 1 april 2007, SJU Jazzpodium, Utrecht

Sinds 14 januari jongstleden worden in het SJU Jazzpodium op de zondagavonden zeer bijzondere concerten georganiseerd onder de noemer U-Ex (Experiment in Utrecht). U-Ex staat garant voor spontane ontmoetingen van musici die samen vrije en geïmproviseerde muziek spelen: instant composing / instant playing / instant listening. Initiatiefnemers zijn de Utrechtse fluitist Mark Alban Lotz en bassist Meinrad Kneer. Prominente hedendaagse improvisatoren die inmiddels aan het project hebben deelgenomen zijn onder anderen Wolter Wierbos, Achim Kaufman, Fred Lomberg Holm, Alan Purves, Christina Fuchs, Rafaël Vanoli en Oene van Geel.

Zondagavond 1 april stond, naast Mark Alban Lotz en Franz von Chossy, de complete Amerikaanse groep Cosmologic op het podium. Cosmologic is de groep rondom saxofonist Jason Robinson, die verder bestaat uit Michael Dessen (trombone & laptop), Scott Walton (bas) en Nathan Hubbard (drums). "Cosmologic music is initiated by individual members and then doggedly worked and reworked until its internal logics are available for genuinely creative improvisation.... More than impressive," aldus het toonaangevende muziekblad The Wire. Dat is niet mis. En zo was het ook. In het helaas slecht bezochte SJU Jazzpodium werd een welhaast onnavolgbaar 'instant composers'-concert gegeven.

Zelden heb ik een ad-hoc formatie zo beheerst en geconcentreerd horen en zien spelen. Uit een schijnbaar minimaal gegeven werden suiteachtige muziekstukken gecreëerd. Prachtig opgebouwd met soloruimtes voor eenieder en - in de collectieven - een alert luisteren en reageren op elkaar. In dit klankenpalet werden via de laptop door Michael Dessen nog zeer adequate sounds toegevoegd. Als solist op de trombone trad hij niet zo op de voorgrond. Hij vulde aan en completeerde de collectieven.

Spil in het web was drummer Nathan Hubbard. Hij reageerde zeer muzikaal op de impulsen van zijn medemuzikanten. Daarnaast imponeerde hij door zijn gevarieerde drumwerk; van 'ritselen' tot en met swingend en groovy drummen. Tenorsaxofonist Jason Robinson maakte grote indruk met fraaie en moderne melodieuze improvisaties en een prachtig warm geluid. Het veelal krachtige saxofoon spelen en het gieren in het hoge register in de impro-jazz is aan hem niet besteed. Tenminste niet deze avond. Integendeel, zijn speelwijze is bedachtzaam en intens, maar ook erg vitaal.

Mark Alban Lotz, Franz von Chossy en Scott Walton leverden eveneens optimale muzikale prestaties, zowel in het ensemblespel als tijdens solo's. Voor bijzondere concerten moet je dus op de zondagavond in Utrecht zijn. Informatie desbetreffend kun je vinden op de
website van het SJU Jazzpodium.

Klik hier voor Maarten Jan Rieders fotoverslag van dit concert.

(Jacques Los, 11.4.07) - [print] - [naar boven]





Festival
Veranderlijk en wisselvallig

U Jazz Festival 2012, met Mark Alban Lotz & Lotz Of Music, Don Byron, Marc Scholten & Bart van Lier, Timon Koomen's Gitaarkwartet, Raj Mohan & Denise Jannah, zaterdag 15 december 2012, Vorstelijk Complex, Utrecht

Zo'n anderhalf jaar geleden werd één van Nederlands belangrijkste jazzpodia – het Utrechtse SJU Jazzpodium – abrupt gesloten, een donderslag bij heldere hemel. Hoe kon het gebeuren, dat dat het einde was van een landelijk markant podium waar iedere avond wat te beleven viel: jamsessies, workshops, presentaties van nieuwe groepen en cd's, de hippe dansavond op de vrijdag en natuurlijk en bovenal de kwalitatieve en actuele programmering van nationaal en internationaal befaamde en bekende groepen en musici. Hoe heeft zo'n grote gemeente (de vierde van Nederland!?) het laten gebeuren dat een dergelijk vermaard podium moest sluiten. Niet te geloven!

Om nog wat te redden hebben Utrechtse musici, waaronder Paul Maassen en Dion Nijland, en jazzliefhebbers de handen ineen geslagen en de vereniging U Jazz opgericht. Dat alles op vrijwillige basis. Her en der verspreid in Utrecht vinden thans, weliswaar bescheiden, allerlei activiteiten plaats, zoals workshops, concerten in de 'Music: World Series' in het Muziekhuis, prof- en amateursessies in Parnassos en clubavonden met concerten van onder anderen Han Bennink & ICP-trio en het Ad Colen Quartet in het - in het winkelcentrum Vredenburg verscholen - Mirliton theatertje.

Nog een belangrijke activiteit is het jaarlijkse U Jazz Festival, dat ditmaal voor de tweede keer werd gehouden in een uitverkocht Vorstelijk Complex, een theaterzaal in de wijk Zuilen. Het hoofdprogramma speelde zich af in de theaterzaal en werd geopend door een speciaal door saxofonist Marc Scholten samengesteld kwartet. Een prettige verrassing in dit kwartet was de aanwezigheid van een oude meester: trombonist/bastrompettist Bart van Lier. Vooral op de bastrompet produceerde hij enkele zeer fraaie, gestileerde solo's. Het ontbreken van de bas en drums in dit ad-hoc kwartet werd geenszins als gemis ervaren. In een 'con amore'-samenwerking wisten toetsenist Stormvogel en gitarist Frank Burks dat ruimschoots smaakvol te compenseren. Aldus een prettige opening van het festival door dit uitstekend en frisse mainstream muziek spelende gelegenheidskwartet.

Hierna volgde, wat naderhand zou blijken, het hoogtepunt van de avond. Als aangekondigd op de flyer: 'Vijf vrije geesten in een opwindende ontmoeting. Verrassend, dwingend, visionair.' Geen woord van gelogen. Wonderfluitist Mark Alban Lotz, de Amerikaanse gast Don Byron op klarinet en tenorsax, pianist Albert van Veenendaal, Jörg Brinkmann op cello en electronica en percussionist Alan Purves gaven een lesje in ultieme vrije improvisatiemuziek. Vrije ritmestructuren en melodieuze melodielijnen vormden de basis waarop uiterst geconcentreerd en met het nodige vakmanschap nieuwe muzikale klanken en werelden werden gecreëerd. De muzikale en technische vaardigheden en de respectvolle interactie van elk der muzikanten maakten dit concert tot een waar improfestijn. Rest nog te melden dat Byron in het geheel een passende, doch geenszins spectaculaire, bijdrage leverde.

Bij de volgende twee onderdelen van het hoofdprogramma waren jazzelementen nauwelijks aanwezig. Timon Koomen's elektrische Gitaarkwartet opende weliswaar met een nummer waarin een gierende, jazzy bluesrock solo werd gespeeld, maar voor de rest bleef het daarbij. Het liedjesprogramma en een strijkkwartetbewerking van componist Terry Riley werd wel bekwaam uitgevoerd, maar had met jazz weinig van doen. Hetzelfde geldt voor Raj Mohan meets Denise Jannah. Hoewel Jannah nog prachtig 'Summertime' vertolkte, was het toch een programma van een hoog 'Poëzie Hardop'-gehalte. Niet slecht overigens, maar vooral geschikt als poëzie- of theaterprogramma in de landelijke vlakke vloer-theaters of kleine zalen van de schouwburgen.

Dat een gevarieerde jazzavond anders geprogrammeerd kan worden, bewees de organisatie van het een dag later in een uitverkocht Bimhuis gehouden benefietconcert van het Nederlands Jazz Archief. Daar traden voor een dolenthousiast publiek op: het Rita Reys Trio met gast Joris Roelofs, 'Driemaal Bas' (Ruud Jacobs, Arnold Dooyeweerd, Clemens van der Feen), 'Michiel Braam plays Breuker' (met onder meer John Engels), het Benjamin Herman Quartet met gast Michael Moore, de Ronald Snijders Band en een literair intermezzo door Jules Deelder. Zo kan het ook.

Oh ja, ik hoorde nog "jazz moet je breed zien". Nou, voor volgend jaar Jantje Smit dan maar?!

Klik hier voor een fotoverslag van het U Jazz Festival door Herre Vermeer.

Labels:

(Jacques Los, 5.1.13) - [print] - [naar boven]





Concert
Balkanfolklore en impro-jazz smaakt naar meer

Moldavia Calls, zaterdag 16 oktober 2010, SJU Jazzpodium, Utrecht

Utrecht kan met recht de stad worden genoemd waar de mix van wereldmuziek en jazz in de begin jaren tachtig tot ontwikkeling is gekomen. Musici als bassist Tjitze Vogel, drummer Michael Baird, saxofonist Steven Kamperman en fluitist Mark Alban Lotz zijn de initiatoren van deze cross-over van jazz en wereldmuziek. In het SJU Jazzpodium kreeg men de gelegenheid die stroming te ontwikkelen.

De organisatie achter de 'Music: World Series' organiseert concerten en samenwerking van projectensembles, bestaande uit musici uit diverse tradities en culturen. Modavia Calls is zo'n ensemble dat van 7 oktober tot en met 17 oktober een korte tournee langs de relevante podia in Nederland maakt.

De groep, bestaande uit altviolist Anatol Stefanet, EWI- en folkinstrument-bespeler Alexander Arcus, percussionist Gary Tverdohleb (allen uit Moldavië), gitarist en banjospeler Paul Palessen en fluitist Mark Alban Lotz, liet in het SJU Jazzpodium een aangename mengeling van folkloristische- en jazzmuziek horen. Het is altijd maar afwachten of een cross-over van Balkanklanken en impro-jazz tot een gunstig resultaat leidt. In dit geval was daar zeer zeker sprake van. In de veelal oriëntaalse composities werden door fluitfenomeen Alban Lotz virtuoze, jazzy solo's geblazen. Stefanet soleerde geïnspireerd en melancholisch in de complexe Balkan-maatsoorten.

De beide voornaamste solisten werden door de ritmesectie - inclusief de op EWI (een elektronisch blaasinstrument) baspartijen spelende Arcus – overtuigend, swingend en relevant muzikaal begeleid. Daarnaast excelleerde drummer Tverdohleb met een fraaie solo op de xylofoon en Arcus eenmalig op de kaval (een fluit die op de Balkan en het Turkse platteland wordt gebruikt).

Enigszins uit de toon binnen het gehele repertoire viel een door Stefanet gecomponeerde suite geïnspireerd op de barokmuziek. Afgezien daarvan was het een zeer geslaagd concert waarin jazz, Moldavische en zelfs Indiase invloeden resulteerden in een avontuurlijke en interessante mix van Balkanfolklore en impro-jazz. Deze melange smaakte erg goed en naar meer.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Herre Vermeer.

(Jacques Los, 21.10.10) - [print] - [naar boven]



Michael Vatcher (foto: Cees van de Ven)

Lotz en Freeman imponeren op het SJU Jazz Festival 2005
zaterdag 19 maart 2005, Vredenburg, Utrecht

In de kleine zaal van het Utrechtse Muziekcentrum Vredenburg werd op 18 en 19 maart jl. de 17e editie van het SJU Jazz Festival gehouden. Op de eerste avond speelden onder meer The Astronotes, onder leiding van trombonist Joost Buis, en de groep Nomad van trompettist Dave Douglas.

De tweede avond werd geopend door de formatie van de Utrechtse ster-fluitist Mark Alban Lotz, met pianist Marc van Roon, bassist Eric Surmenian en drummer Michael Vatcher. De groep speelde een enorm ingetogen en spannende set. Het openingsnummer, ingezet in een lazy 'Africa-beat', werd subtiel opgebouwd en resulteerde uiteindelijk in voortreffelijke soli van Lotz en Van Roon. Michael Vatcher zette de groove dwingend en swingend neer, zonder enige dominantie. Zelden heb ik een drummer zo muzikaal, subtiel en swingend horen spelen. In het kwartet stelde hij zich dienstbaar en ondersteunend op, doch alleszins met een prominente aanwezigheid. Ook Marc van Roon speelde een voor-treffelijke rol in het homogene kwartet, zowel begeleidend als solistisch. De muzikale, melodische, open lijnen in zijn soli verraadden een grote affiniteit met Keith Jarrett, maar klonken als een klok en waren zeer verfrissend.

Al met al een voortreffelijke opening van een, dan nog, lange jazzavond. Alhoewel jazz-avond... Het duo Trovesi/Coscia dat moest trachten het niveau van het eerste concert minimaal te handhaven kon daar sowieso jazzmatig al niet aan voldoen, en muzikaal gezien was het van een tamelijk oubollig kaliber. Klarinettist Gianluigi Trovesi en accor-deonist Gianni Coscia speelden het programma 'Round About Weil'. Veel volksmuziek, operette, een walsje, barok, enkele eigen kleine liedjes en zowaar John Lewis' 'Django', uiteindelijk resulterend in een Balkan-dansje. Helaas geen 'Round About Midnight' van de heren. Je komt uit het Amsterdamse station en je wordt geconfronteerd met een duo of trio 'Oostblokkers' – een accordeonist, een trompettist of altsaxofonist en soms nog een tamboerijnist. Van hetzelfde laken een pak als Trovesi en Coscia. Wel is het muzikaal-technische niveau van de beide laatste heren aanzienlijk beter.

Tenslotte het kwartet van saxofonist Chico Freeman. De 55-jarige Chico, zoon van de legendarische Von, speelde ooit enigszins avontuurlijke, gematigde avant-garde jazz. Naast zijn eigen bandjes speelde hij dan ook met nieuwlichters als Sun Ra en Sam Rivers.
Met zijn huidige kwartet produceert hij stevige no nonsense jazz. Een ritmeschema, een blues en een fraaie ballad. Hij speelt in het hardbop-idioom, rechttoe rechtaan. Zijn speelwijze roept zelfs herinneringen op aan de heftige scheursoli van Illinois Jacquet in de band van Lionel Hampton. Dus ouderwets stevig blazen, maar dan toch met moderne bebop-licks. Zijn begeleiders zijn eveneens van een robuust allure. Drummer Douglas Sides ranselt en swingt alsof zijn leven er van afhangt en zwiept de solisten op tot grote hoogten. Pianist Antonio Faran is een pianoleeuw met een stevige aanslag, een grote hoeveelheid techniek en een zeer aanstekelijke drive. Zijn soli waren behalve zeer virtuoos ook van een zeer hoog muzikaal niveau.

Dit energieke kwartet was een zeer volwaardige afsluiting van de laatste avond van het SJU Jazz Festival, dat in ieder geval volgend jaar weer 3 dagen gaat duren.

(Jacques Los, 6.4.05) - [print] - [naar boven]



Mark Lotz' liefde voor rituele muziek uit Cuba

Cubaanse muziek en salsadansen zijn in. Fluitist Mark Alban Lotz dook nog wat dieper en ontdekte de santeríamuziek. Bezwerende rituele klanken waar de goden gek op zijn. Eddy Determeyer sprak met Lotz. Lees
hier het volledige artikel.

(Erno Mijland, 13.10.04) - [print] - [naar boven]





Festival
U-Jazz tekent voor succesvol festival(letje)

Jazz bij de Rode Brug, zondag 18 december 2011, Muziekhuis, Utrecht

Het sloeg in als een bom toen afgelopen juni het SJU Jazzpodium definitief gesloten werd. Het toonaangevende podium deed de deuren dicht. In de vierde stad van Nederland was geen plaats meer voor een belangrijk podium waarop concerten plaats vonden van nationale en internationale vermaarde jazzgroepen, veel workshops werden gehouden en ruimte werd geboden aan experimentele jazzvormen.

Wat de reden van de sluiting ook geweest is, het kan toch niet waar zijn dat in zo'n grote, levendige studentenstad, met ook nog eens behoorlijke culturele pretenties, een jazzpodium van allure ten grave is gedragen. Direct na de sluiting is er door prominente Utrechtse muzikanten en jazzliefhebbers, waaronder Tjitze Vogel, Dion Nijland, Michael Baird, Peter Vermeulen en Paul Maassen, een vereniging op poten gezet om in ieder geval jazzactiviteiten in Utrecht mogelijk te maken.

De eerste aanzet is op zondag 18 december tot stand gebracht. Met de belangeloze hulp van een grote groep lokale en nationale jazzmuzikanten werd het jazzfestival(letje) 'Jazz bij de Rode Brug' georganiseerd. Een vijftiental formaties – beurtelings ingeleid door Maassen en Nijland (respectievelijk voorzitter en vice-voorzitter van de vereniging U-Jazz) – gaven elk een concertje van ongeveer een kwartier (toch meer dan die ene minuut bij DWDD). Aan het schema werd strak de hand gehouden (dat is bij de jazz vaak anders!). Zo kwam er veelal kwalitatief een verscheidenheid aan jazzvormen voorbij: improjazz, technojazz, loungejazz, onzinjazz (Heug met het Utrechtse fenomeen Jan Schellink) en mainstream jazz.

De bigband Tetzepi, onder leiding van altsaxofoniste Esmee Olthuis en trompettist Hans Leeuw, opende met eigentijdse, eigenzinnige, impro bigbandmuziek. In het korte optreden waren opmerkelijke solo's te horen van tenorsaxofonist Natalio Sued en altsaxofonist Dirk Bruinsma. Hoewel over het geheel genomen het merendeel van de optredens, hoewel kort, zeer krachtig en de moeite waard waren, waren er enkele behoorlijke uitschieters. Dat begon al na Tetzepi met pianist Robert Jan Vermeulen en trombonist Wolter Wierbos. Het was verbazingwekkend te horen dat de mainstreamer Vermeulen uitstekend matchte met freejazzer Wierbos. De paar liedjes van onder meer Misha Mengelberg dwongen beide musici toch wel in een harmonieus keurslijf, hetgeen beiden tot uiterst muzikale solo's en begeleiding dreef.

Het 'Waterproof'-programma, een project van trompettiste Hermine Schneider, is ontstaan uit haar fascinatie voor water. Met behulp van videobeelden, samples en baritonsaxofonist Onno van Swigchem werd een fascinerende muzikale wereld gecreëerd. Andere verrassende hoogtepunten waren de duo's duo Ad Colen (tenorsax) - Paul Maassen (piano), Marc Lotz (dwarsfluit) - Marieke Snijder (piano, zang) en Tobias Klein (basklarinet) - Yonga Sun (drums). Het waren stuk voor stuk schitterende, verstilde optredens. In het concertzaaltje van het Muziekhuis kon je dan ook een speld horen vallen. De eerste twee duo's opereerden – en dat had ik bij de vrije improvisator Lotz niet vaak gehoord – in het harmonieuze en melodieuze genre, terwijl Klein en Sun de geheel vrije improvisatie verkozen.

De set van het trio Corrie van Binsbergen (gitaar), Dion Nijland (bas) en drummer Yonga Sun was één ingetogen geconcentreerde improset. Prachtig te horen en te zien hoe er consciëntieus en met genoegen werd samengespeeld en gesoleerd. Met zo'n succesvol verlopen muziekmiddag moet het U-Jazz wel lukken jazz weer een fatsoenlijke plek te geven voor en in Utrecht en het ganse land.

Klik hier voor een uitgebreid fotoverslag van 'Jazz bij de Rode Brug' door Maarten Jan Rieder.

Labels:

(Jacques Los, 1.1.12) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...








Menupagina's:









Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.