Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 


Festival
Summer Bummer 2026 - Part 1

vrijdag 28 augustus 2025, Trix, Antwerpen

Na het tienjarig jubileum, waarvan ik hier uitgebreid verslag deed, begon deze de elfde editie van het door Sound in Motion georganiseerde Summer Bummer Festival, voor mij inmiddels traditiegetrouw de aftrap van een nieuw concertseizoen. En net als voorgaande jaren slaagden Koen Vandenhoudt en Christel Kumpen er ook dit jaar weer in om ons een aantal bijzondere muzikale gerechten op te dienen, waarbij op die eerste dag de nadruk lag op wat we gemakshalve 'klankkunst' noemen. Vergelijk wat hier gebeurt gerust met abstracte schilderkunst; de gelijkenissen zijn treffend.

Dat begon al met het concert van Kabas Sun Dog. Zeker het eerste deel betrof een ingetogen exploratie van het begrip klank. Middels drie gitaren (Louis Evrard, Thijs Troch en Jonathan Horne), elektronica, contrabas (Nils Vermeulen), fluit (Jan Daelman) en altsax (Karen Ng) werd hier een intiem klanklandschap gecreëerd, waarin het goed ronddwalen was. Een groot contrast overigens met het stuwend ritmische tweede deel. Een maalstroom aan klanken trok ons hier mee, klinkend als een bezwerend ritueel. In het solo-optreden van John McCowen, gezeten achter zijn contrabasklarinet lag het accent nog sterker op klankkunst. Hij liet hier uitstekend horen met wat een veelzijdig instrument we hier van doen hebben. Opvallend hoge klanken werden afgewisseld met dusdanig lage dat je ze eerder in je buik voelt dan dat je ze hoort, maar het mooiste waren die knetterharde passages, of er een helikopter overvloog, waarbij ook alles om je heen staat te trillen.

DaughterDaughter speelt gecomponeerde muziek, althans aan de standaarden met partituren te zien, al klinkt het vaak eerder als opvallend vrije improvisatie. De muziek raakt dan ook vaak eerder aan hedendaags gecomponeerd dan aan jazz. Met twee saxofonisten, Camila Nebbia en Amalie Dahl, een celliste, Elisabeth Coudoux en Sun-Mi Hong op drums valt verder de originele bezetting op. Een wonderlijke klankwereld creëerden deze dames hier, waarbij met name de duetten cello-drums opvielen. Met name Coudoux is een zeer onorthodox spelende celliste die de meest bijzondere klanken aan haar instrument onttrekt, prachtig en zeer subtiel ondersteund door Hong. Een tweede bijzonderheid was de aanwezigheid op gezette tijden van wonderlijk liefelijke melodieën, op boeiende wijze contrasterend met het verder vrij abstracte klankbeeld. Cath Roberts en Tullis Rennie borduurden op mooie wijze voort op de eerder die middag ingezette lijn. Met een overvloed aan voorwerpen, speeltjes, een paar muziekinstrumenten - waaronder natuurlijk Rennie's trombone - en elektronica klonken ook hier de meest onverwachte klanken.

Bij die nadruk op klankkunst hoort ook het vaak onorthodoxe gebruik van instrumenten. Dat nogal wat mensen deze muziek dan ook louter in een livesetting kunnen waarderen, waar ondergetekende zoals u weet niet toe behoort, kan ik wel begrijpen. Je wilt de klanken niet alleen horen, maar ook zien hoe ze worden gecreëerd. Dan kom je erachter dat pianist Magda Mayas die vreemde klanken maakt door met een stuk touw achter de snaren langs te trekken en dat trompettist Mazen Kerbaj meestal niet rechtstreeks op zijn trompet blaast, maar via diverse slangen, waar hij ook nog eens tijdens het blazen met een stokje tegenaan slaat. Klankwerelden creërend die je met 'normaal' instrumentgebruik nooit krijgt. Een optreden dat ook weer wat herinnerd aan dat van Kabas Sun Dog omdat ook hier, met bassist Mike Majkowski en drummer Tony Buck, ritmiek een grote rol speelt. Nog lastiger te plaatsen is Integral, de band van meestergitarist Julien Desprez - zelden iemand gezien die middels een podium vol effectpedalen zulke ongewone gitaarklanken produceert, hier klonk geen normale aanslag. De muziek houdt het midden tussen experimentele pop, noise, freejazz en klankkunst. Dwars saxspel van Christine Abdelnour, tegendraadse elektronica van Claire Gapenne en snoeihard slagwerk van Lukas König maakten de verwarring alleen nog maar groter.

Het door de Portugese drumster Mariá Portugal opgerichte Erosão Septet is helemaal aan het eind van de eerste dag een construct dat breekt met het voorgaande. Hier is het niet de klankkunst die overheerst, maar de structuur. Portugal presenteert ons een aantal zelfgeschreven stukken die getuigen van groot vernuft, ze studeerde compositie aan het conservatorium, optimaal gebruikmakend van een wel zeer originele line-up. Twee altsaxofonistes, Angelika Niescier en Lotte Anker, waarbij we die laatste ook op sopraansax horen, twee trombonisten, Moritz Wesp en Matthias Müller, een contrabas en een tuba, Reza Askari en Carl Ludwig Hübsch, en tenslotte Portugal zelf achter het drumstel en zingend. Wat hier opvalt is hoe strak er gemusiceerd wordt, hoe groots Portugal gebruik maakt van de diverse klankkleuren, hoe perfect zei de stiltes toepast en hoe zij contrasten in haar muziek aanbrengt, zowel in volume als in dynamiek. Zonder meer het hoogtepunt van een in zijn geheel opvallend sterke dag.

Tekst: Ben Taffijn | Foto's: Laurent Orseau

Labels: , , , , , , , , , , ,

(Ben Taffijn, 5.9.26) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...








Menupagina's:




In memoriam
Cassandra Wilson
1955-2026

Foto: Cees van de Ven









Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.