|
Draai om je oren Jazz en meer - Weblog |
|
||
|
| |||
CdDirk Serries/Rodrigo Amado/Andrew Lisle - 'The Invisible' Klanggalerie, 2024 | Opname: 22 november 2021 Een samenwerking die niet helemaal uit de lucht gevallen komt (Lisle is een van Serries' meest frequente internationale partners en met Amado werkte hij ook al samen, zie hun duo-release 'Jazzblazzt' uit 2019), maar die toch verrast. Serries is nauw verwant aan de Britse improvisatie-scene waar Lisle deel van uitmaakt, terwijl Amado ondanks een focus op vrije muziek sterker in de jazz geworteld is. Zijn robuuste spel draagt sporen in zich van de klassieke tenoren, binnen en buiten de vrije vleugel. De goede luisteraar beseft snel dat het trio er een bijzondere interactie op nahoudt, die beweegt tussen densiteit en spaarzaamheid, finesse en rauwe kracht, abstractie en spanning, maar vooral getuigt van een eb- en vloedbeweging waarbij de drie samen die massa van geluid controleren. En als dat al iets zegt over de coherentie van dit verhaal, dan kan je je net zo goed richten op een van de drie en vervolgens horen hoe die muzikale driehoeksverhouding voortdurend blijft transformeren. Een uurtje vrije meeslependheid is het resultaat. Dirk Serries (gitaar), Rodrigo Amado (tenorsax), Andrew Lisle (drums). Klik hier om dit album te beluisteren. Deze recensie verscheen ook in Jazz&Mo' Labels: Andrew Lisle, cd, Dirk Serries, Rodrigo Amado (Guy Peters, 8.11.24) - [print]
- [naar boven] Mei vorig jaar hoopte ik trompettist Patrick De Groote weer eens te horen, tijdens het concert dat Dirk Serries organiseerde in Oud Klooster, Brecht, een concert dat inmiddels ook op cd is uitgebracht door Raw Tonk. De Groote was echter ziek. Gelukkig bleek dat deze vrijdag in de PlusEtage niet het geval. Samen met Serries, Martina Verhoeven, in de eerste set op contrabas en in de tweede op piano, en Onno Govaert op drums liet hij horen nog steeds mee te tellen. Het is De Groote die mag beginnen, ploppend en sputterend op de bugel brengt hij ons in de stemming. Als de drie andere musici zich erbij voegen krijgt zijn spel massa en gaandeweg groeien de volle klanken uit tot een melodie. Gerichte slagen van Govaert ondersteunen zijn spel en ook Verhoeven en Serries laten zich hier horen. Het is Serries die op enig moment het tempo opschroeft en verderop overschakelt op een krachtige solo. Samen met Verhoeven en Govaert - De Groote neemt even een welverdiende pauze - zetten ze de boel verder op scherp. Prachtig allemaal, maar de ster van vanavond is toch De Groote, met zijn creatieve spel. Wat daarbij helpt is die mooie, warme klank van de bugel, zeker in combinatie met Verhoevens contrabas. En mooi zoals de stomende ritmiek van het trio op menig moment dient als basis voor onverwachts prachtige melodische frases van hem. Mooi klinkt hij op de bugel, mooi ook op de trompet, voorzien van een demper produceert hij een fijnzinnig, wat hoog afgeknepen geluid. En soms een moment van rust, waarbij dit geluid maximaal tot zijn recht komt, schrijnend mooi.
De Groote vangt ook de tweede set aan, nu op trompet. Een bijzonder experimentele monoloog volgt. Serries en Govaert brengen er aansluitend vaart in, terwijl Verhoeven hier nu dwingende akkoorden op piano speelt. Al snel raakt het geheel in een stroomversnelling. Dit wordt een stevigere set dan de eerste, zoveel is wel duidelijk, slechts het spel van De Groote geeft houvast. Al kent ook deze set een paar mooie ingetogen passages, creatieve geluidscollages waarbij het louter om klank gaat. Maar de wildkolkende stroom overheerst, met name naar het einde toe. Het maakt het slot des te meer bijzonder: alleen De Groote en Serries blijven over, de trompettist met prachtige slotmaten, terwijl de gitarist mooie accenten plaatst. Foto's: PlusEtage & Cees van de Ven Labels: concert, Dirk Serries, Martina Verhoeven, mrt23, Onno Govaert, Patrick De Groote (Ben Taffijn, 17.4.23) - [print]
- [naar boven] "You can't separate the music from the people", zei Cecil Taylor eens. Maar misschien gebeurt het soms toch, onwillekeurig, wanneer die mensen een eenheid worden die schijnbaar loskomt van hun praktijk en een collectief muzikaal gaat leviteren. Het gebeurt een paar keer tijdens deze liveregistratie van het Martina Verhoeven Quintet. Het concert was een onderdeel van Dirk Serries' vierdaagse als artist in residence tijdens de laatste editie van het Roadburn Festival. Dat is het voorbije anderhalve decennium getransformeerd van een thuishaven voor stoner, doom en postmetal tot een uitgesproken hedendaagse meerdaagse die de deuren openzet voor geluiden uit vele windrichtingen. Aanvankelijk nog met'heaviness' als gemeenschappelijke noemer, maar ook dat lijkt intussen afgezworen. Dat er nog altijd coherentie in de programmatie zit, is dan ook opmerkelijk. En voor Serries, al een paar keer te gast met projecten die min of meer in de identiteit van het festival pasten, was het ook een buitenkans om wat minder vertrouwde muziek binnen te smokkelen. Dat gebeurde op 24 april in Paradox, dat vanaf de voorbije festivaleditie ook zijn deuren openstelde. Serries' partner Martina Verhoeven had een band rond zich verzameld met allemaal vertrouwde gezichten, die echter nooit in deze combinatie samengespeeld hadden. Er waren een paar langlopende connecties - Serries en altsaxofonist Colin Webster kruisen elkaars paden via het Kodian Trio, in duo en een paar andere projecten, bassist Gonçalo Almeida en drummer Onno Govaert vormen samen de ritmesectie van The Attic, een trio met de Portugese saxofonist Rodrigo Amado - en een paar eerdere ontmoetingen (Govaert nam muziek op in duo met Verhoeven en Serries, terwijl Almeida nog een soloalbum uitbracht op Serries' label), maar dit was iets nieuws.
Pik in rond de achtste minuut, als het crescendo stilaan uit z'n voegen barst, en het klinkt als teringherrie die alle kanten tegelijk uit stuitert, maar je hoort in feite het pieken van een cumulatieve beweging die aan kracht wint zoals een orkaan om dan abrupt stil te vallen (eerste ontlading bij het publiek). Gekartelde solomomenten nemen het over, de muziek wordt even teruggebracht naar kamermuziekproporties, maar dan steekt Verhoeven ook weer de kop op, met een piano die lijkt te ontwaken als een speels dier, de rest aanport, dingen omstoot en struikelt, met een muziekdoosje als komisch accent. Het duurt niet lang of de band is verwikkeld in een tweede climax. En het lijkt opnieuw alsof de muziek helemaal loskomt van vorm en moment en je vraagt je af wat die muzikanten op dat moment denken, als er überhaupt al iets gedacht wordt. Gaat er wel iets door hun hoofd of werden ze een doorgeefluik? Het is alleszins goed voor een extase die opnieuw leidt tot een immense ontlading bij het publiek.
De toegift zoekt het even bij een meer textuurgericht spel vol details dat nauwer verwant is aan de stijl van de Britse school waar de meeste van deze muzikanten zich in thuis voelen, maar krijgt ook weer een paar speelse kletsen die uitmonden in een horten en stoten en knallen dat een energiek uitroepteken achter het concert zet. Het is dan ook niet zo verwonderlijk dat deze muziek, die zo vaak wordt afgedaan als moeilijkdoenerij, als navelstaarderig gedoe, zo extatisch wordt onthaald door een publiek waarvan een deel vermoedelijk zelden of nooit eerder aan zoiets blootgesteld werd. Als je te maken krijgt met muzikanten die elkaar meteen vinden en samen de sprong in het diepe wagen, zonder terughoudendheid en met vertrouwen in elkaar, dan kan er iets ontstaan dat genre en noten overstijgt, dat meer te maken heeft met overgave en energie en toewijding. Om dat te kunnen horen en appreciëren zijn er maar een paar dingen nodig: oren en een onbevangen luisterhouding. Het eerste heeft iedereen, het tweede vereist wat goede wil en interesse. 'Driven - Live At Roadburn 2022' doet de rest. Bam. Deze recensie verscheen ook op Enola.be | Foto's: Cees van de Ven Labels: cd, Colin Webster, Dirk Serries, Martina Verhoeven, Onno Govaert, Roadburn (Guy Peters, 5.2.23) - [print]
- [naar boven] Vandaag drie recente albums waarop we gitarist Dirk Serries horen in de rol van improvisator. Ik begin met de oudste opnames, die van oktober 2021 en tegelijkertijd de meest recente cd: 'Dandellion'. We horen Serries hier in het gezelschap van klarinettist Tom Jackson en percussionist Kris Vanderstraeten. Aansluitend schakel ik door naar maart 2022. Serries maakte toen duo-opnames met Anton Mobin - werkend met zijn 'prepared chamber', gitarist Quentin Stokart en cellist Guilherme Rodrigues. De eerste twee opnames belandden op het bij A New Wave Of Jazz uitgebrachte 'Stochastic Regions', waar ook 'Dandellion' verscheen. Het derde album kwam uit bij Creative Sources Recordings onder de titel 'The Sage Flower'. Serries en Vanderstraeten stonden begin deze zomer in de PlusEtage, alleen toen met celliste Lucija Gregov. In gedachten zie ik Vanderstraeten weer zitten en denk ik terug aan wat ik toen schreef: 'Vanderstraeten is een verzamelaar van allerlei attributen waar je geluid mee kunt maken, letterlijk een koffer vol. Een handvol kleine trommeltjes dient daarbij vaker als ondergrond dan als instrumenten om zelf te bespelen'. Je herkent die vaak wat ongewone en soms vreemde geluiden hier dan ook direct. Geluiden die ook nu weer een prachtig decor vormen voor de invallen van Jackson en Serries. Overigens vaak meesterlijke invallen, zoals de prachtig zangerige partij van Jackson in 'Violet Blue', waarin we hem moeiteloos het complete register van zijn instrument horen bespelen, overigens wel met een voorkeur voor het hoog. En verderop horen we hem in een prachtig ingetogen duet met Vanderstraeten. Bijzonder is ook het begin van 'Bright Yellow' en de schermutselingen van Serries en Vanderstraeten.
Foto: Cees van de Ven Labels: Anton Mobin, cassette, cd, Dirk Serries, Guilherme Rodrigues, kris vanderstraeten, Quentin Stokart (Ben Taffijn, 12.12.22) - [print]
- [naar boven] In dit vierde concert dat gitarist Dirk Serries vanuit A New Wave Of Jazz organiseert bij de PlusEtage in Baarle-Nassau treedt hij aan met celliste Lucija Gregov en percussionist Kris Vanderstraeten. En omdat we Gregov vooral kennen van het Hydra Ensemble, hier ook maar meteen aandacht voor het recent bij A New Wave Of Jazz verschenen 'Vistas' van dit ensemble. Een zomeravond en dus de ramen wijd open. Alleen waar je dan niet op rekent is op een amateurkoor, waarvan de leden buiten een wedstrijd lijken te houden in wie het meest vals kan zingen. Dan de ramen maar weer dicht en gelukkig weten deze drie musici de kunsten van dit koor al vrij snel te overstemmen. Terwijl Gregov en Serries elkaar afwisselen met krachtige interventies, weet Vanderstraeten de vrij gevallen gaten netjes op te vullen met een breed scala aan klanken. Vanderstraeten is geen drummer, ik vraag me af of hij nog ergens een onvervalst drumstel heeft staan, maar een verzamelaar van allerlei attributen waarmee je geluid kunt maken, letterlijk een koffer vol. Een handvol kleine trommeltjes dient daarbij vaker als ondergrond dan als instrumenten om zelf te bespelen. Vrije improvisatie moet je vooral zien en dat geldt des te meer als Vanderstraeten aan het werk is. Er klinken 'mooie noten', maar zeker zo vaak gaan deze drie musici op zoek naar stroeve, schurende, ruwe en ongepolijste klanken. Precies datgene wat de leraar vroeger verbood, trekt nu aan. En net als we dan dankzij Gregov in een melodische groove geraken, gaat het brandalarm af. Het duurt even voor het tot ons doordringt dat we naar buiten moeten, het is immers meestal voor niets. Gelukkig blijkt eenmaal buiten dat er ook nu weer niets aan de hand is. Na dit ongeplande intermezzo vervolgt Serries met een mooi ritmisch patroon, waarna de drie al weer snel in de flow zitten. Het koor is inmiddels uitgezongen, de ramen kunnen weer open, de bierglazen zijn weer bijgevuld en dus kan de tweede set beginnen. Nu zijn het de vogels die hun mond niet kunnen houden, maar erg kunnen we dat niet vinden. Sterker nog: onze musici lijken er rekening mee te houden. Voorzichtig beginnen ze deze set, op de grens van stilte en geluid. De opmaat tot een aanmerkelijk ingetogener deel, al loopt de spanning ook nu gaandeweg op. Het mooiste moment is als Vanderstraeten zijn strijkstok erbij pakt en daarmee een houten instrumentje aangesloten op de elektriciteit bespeelt. Het levert een prachtig duet op met Gregov en een van de hoogtepunten van dit concert.
Na een vrij strak en ritmisch eerste deel valt ons 'Vista II' op, een uiterst beheerste klanksculptuur, vol onverwachte, vaak opvallend percussieve geluiden. En verderop doet de melancholie op meesterlijke wijze zijn intrede. In het derde deel is de klankwereld soms nog subtieler, al valt dit deel met name op door de dwingende onderstroom, uitmondend in een overdonderend ritmisch patroon. Zuydervelt kleurt het vierde deel, door de akoestische verrichtingen op subtiele wijze met zijn elektronische geluiden te verrijken. De overdonderende diversiteit, waarin hedendaagse kamermuziek experimentele elektronica ontmoet, komt wellicht nog wel het beste tot uiting in het ritmische vijfde deel en het afsluitende stuk van dit boeiende album. Labels: cd, concert, Dirk Serries, hydra ensemble, jun22, kris vanderstraeten, lucija gregov (Ben Taffijn, 24.7.22) - [print]
- [naar boven] Terwijl de andere vier inmiddels oude bekenden zijn, had ik tot nu toe accordeoniste Emilie Škrijelj nog niet live gezien. En dus toog ik naar Brecht, overigens ook om trompettist Patrick De Groote weer eens te horen, een van de wegbereiders van de vrije improvisatie in België. Maar helaas moest hij, herstellende van een buikgriep, verstek laten gaan. En aldus werd een gepland sextet een kwintet en mocht Colin Webster, vandaag op baritonsax, de blazerspartijen voor eigen rekening nemen. Verder troffen we Dirk Serries op akoestische gitaar, Martina Verhoeven weer eens op contrabas en Tom Malmendier op snaredrum plus toebehoren. De kapel van het Oud Klooster in Brecht is perfect geschikt voor dit soort vrije improvisatie en Serries doet er dan ook goed aan om deze plek vaker in te zetten. Met als kanttekening dat je hier wel op de dynamiek moet letten. De vooraf gemaakte keuzes waren dan ook zeker volstrekt terecht. Hier hoort geen drumstel, maar bescheiden percussie. Malmendier gebruikte zijn snaredrum dan ook hoofdzakelijk als werkblad. Met een uitgebreid scala aan voorwerpen, van een schuursponsje tot een koperen schaal en van een borstel tot een ijscoupe, creëerde hij zo een prachtige klankwereld. Ook Webster had zich aangepast, de klank van de baritonsax past hier veel beter dan die van de altsax. Het donkere timbre doet het prima in een kapel en vooral als je dan lange, drone-achtige lijnen blaast. In combinatie met gitaar, meestal bediend met de strijkstok, contrabas en accordeon levert het een prachtige, vaak wat melancholieke klankwereld op. Mits het kwintet niet vol inzet op de abstractie, want dan schieten de klanken alle kanten op en worden we getrakteerd op een ware kakofonie. Allemaal heel vermakelijk, maar het mooist zijn toch die rustige momenten, vol piep- en kraakgeluiden. Op zulke momenten zit je op het puntje van je stoel, druk te kijken wie nu eigenlijk welk geluid voortbrengt. Aangezien geen van de instrumenten op 'normale' wijze wordt bespeelt, is dat iedere keer weer een hele uitdaging. Foto: Cees van de Ven Labels: Colin Webster, concert, Dirk Serries, Emilie Škrijelj, Martina Verhoeven, mei22, Tom Malmendier (Maarten van de Ven, 20.5.22) - [print]
- [naar boven] Lees verder in het archief...
|
Archief
Artikelen Cd-recensies Concertrecensies Colofon Festivalverslagen Interviews Jazz in memoriams Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken? |