|
Draai om je oren Jazz en meer - Weblog |
|
||
|
| |||
Cd'sEddie Prévost portret - deel 3 Marilyn Crispell, Eddie Prévost & Harrison Smith - 'ConcertOTO' (Matchless, 2021) Opname: 7 november 2012 Eddie Prévost, Edward Lucas & Daniel Kordík - 'High Laver Reflections' (Matchless, 2020) Opname: april 2019 Vandaag twee trioalbums van percussionist Eddie Prévost, beiden uitgebracht door zijn eigen Matchless Recordings. De eerste maakte hij met pianiste Marilyn Crispell en rietblazer Harrison Smith en heet kortweg 'ConcertOTO', naar dit inmiddels beroemde podium in Londen, de tweede, 'High Laver Reflections' nam Prévost op in de All Saints Church in High Laver, Essex, samen met trombonist Edward Lucas en Daniel Kordík op de modulaire synthesizer. Twee totaal verschillende albums. Staat 'ConcertOTO' in de traditie van de free jazz, 'High Laver Reflections' komt meer voort uit de westerse traditie en sluit dus goed aan bij de muziek van AMM.
Foto: John Sharpe Labels: cd, Eddie Prévost special, Marilyn Crispell (Ben Taffijn, 30.6.21) - [print]
- [naar boven] Op de gestage stroom fusionjazzalbums die zich door huize Determeyer wurmt komt niet vaak een echt opmerkelijk exemplaar bovendrijven. Dat gebeurde een paar weken geleden met zanger Michael Mayo en zijn cd 'Bones'. _Hè, wat?_ was mijn reactie, zijn de Four Freshmen op de psychedelische toer gegaan of zo? Maar met dubbeltracking en het inzingen en stapelen van harmonische partijen weten Mayo en zijn producer Eli Wolf inderdaad een onwezenlijk geluidsbeeld te creëren. Alsof Manhattan Transfer, New York Voices en The Beach Boys onder de bezielende leiding van Bobby McFerrin de stemmen ineen hebben geslagen. Op de cover staat de artiest afgebeeld, omhoogturend in een decor van hemellichamen, een UFO en... een soort zeebaars. Een min of meer parallel universum, met andere woorden. Voor de goede orde: in een beetje kosmos hoor je niet zozeer 'Set The Controls For The Heart Of The Sun' schallen, maar eerder gesis, gekraak, geknal en dergelijke. Voor zover je in de kosmos überhaupt iets hoort, vanzelfsprekend. Hoe dan ook, Mayo en Wolf hebben een verbluffende klankwereld opgetrokken, zoveel is zeker. Zoals in 'Stolen Moments' - niet het bekende stuk van Oliver Nelson, overigens. Daar evoceren loops, stem en effecten een traag deinende oceaan. Een intrigerend brouwsel. Een soort puzzel ('Robot Man'). Een soort - halleluja! - wederopstanding van de Four Freshmen ('20/20'). Ik zou die Michael Mayo wel eens live willen meemaken. Al was het alleen maar om te zien en te horen wat hij buiten de studio allemaal klaarspeelt. In de Jazztube zie je een uitvoering van '20/20'. Labels: cd, jazztube, Michel Mayo (Eddy Determeyer, 25.6.21) - [print]
- [naar boven] Na zijn boek 'Uncommon Music For The Common Man' de komende weken aandacht voor de muzikale verrichtingen van Eddie Prévost. Vandaag besteden we aandacht aan drie cd's met verschillende bezettingen. Allereerst twee albums die verschenen bij Prévosts eigen Matchless Recordings. Het eerste bevat opnamen uit 2000 met gitarist Derek Bailey, die reeds in 2001 verschenen onder de titel 'ORE' en onlangs opnieuw werden uitgebracht, het tweede bevat opnamen gemaakt op 17 februari 2020, een reünieconcert van de Eddie Prévost Band, met verder tenorsaxofonist Geoff Hawkins, trompettist Gerry Gold en bassist Marcio Mattos, uitgebracht onder de titel 'Bean Soup And Bouquets'. Verder horen we Prévost naast bassist Olie Brice, saxofonist Binker Golding en de beide gitaristen Henri Kaiser en N.O. Moore op het bij 577 Records verschenen 'The Secret Handshake With Danger, Volume 1'. Alles geïmproviseerd en dus ontstaan in het moment.
Prévost richtte zijn Eddie Prévost Band op eind jaren 70 van de vorige eeuw, een kaars die een aantal jaren later alweer uitdoofde. Er volgde nog een concert in 1993 en ten slotte een in februari 2020, waarvan de opnamen dit 'Bean Soup And Bouquets' vormen. 'Bean Soup' duurt ruim veertig minuten en vormt dus het hart van het album. Een stuk dat begint met een uitgebreide passage van Mattos en Prévost, waarbij het er overigens nogal stevig aan toe gaat. En dan komen de beide blazers erbij, elkaar soepel afwisselend. Een sprankelend stuk waarin de vier musici krachtig samenspel leveren, maar waarin ook alle ruimte is voor solo's. En zoals dat hoort bij improvisatie krijgt eenieder hiervoor ruimschoots de tijd. Neem die mooi ritmische bassolo van Mattos ergens op tweederde van dit eerste stuk en de wijze waarop Prévost zich er bij aansluit. Uiterst bescheiden in het begin, dan steeds meer aanwezig tot het een dialoog wordt. De beide blazers laten het verder vorm krijgen en pas als Mattos en Prévost laten horen dat het tijd wordt, voegen ze in. 'Bouquets' begint met het duo Prévost-Hawkins, gevolgd door een vrij lange drumsolo en ook hier valt weer op hoe onstuimig het er in deze set dikwijls aan toe gaat. Vooral het spel van Prévost bezit in dit concert een grote, dwingende kracht.
Labels: cd, Derek Bailey, Eddie Prévost special (Ben Taffijn, 22.6.21) - [print]
- [naar boven] Er zijn naar mijn weten niet zoveel jazzmusici die zowel actief zijn in de rol van pianist als in die van saxofonist, maar de op 30 april 1946 in Chicago geboren Joel Futterman behoort daar zeker bij. Hij is nog steeds actief en maakt ook nog steeds cd's. Tegelijkertijd verschijnen er de laatste jaren ook albums met oudere opnames, zoals nu bij het Zweedse Silkheart (tegenwoordig deel van Rogue Art), dat 'In-Between Position(s)' van het Joel Futterman trio met opnamen uit 1982 opnieuw uitbracht en 'Sprits' van tenorsaxofonist Kidd Jordan, Futterman en drummer Alvin Fielder met niet eerder uitgebrachte opnamen uit 1997.
Uit 'In-Between Position(s)', waarin we Futterman als pianist horen, blijkt direct overduidelijk dat hij de bebop definitief achter zich heeft gelaten. De compositie, bestaande uit acht delen en ontstaan in 1974 toen Futtermans vader overleed, past overduidelijk in de AACM-traditie. Het zijn zeer ritmische, maar ook abstracte akkoorden die Futterman hier speelt, waar Lyons met krachtige bewegingen zijn weg tussendoor vindt, terwijl Adkins het geheel verder van vorm voorziet. Met als gevolg een sterk verdicht, overweldigend klankbeeld, waarin dit trio de luisteraar vrijwel geen moment rust gunt. Een van de hoogtepunten is de drumsolo van Adkins, vrijwel aan het eind van het album.
Foto: Michael Wilderman Labels: cd, Joel Futterman, onder het stof vandaan (Ben Taffijn, 16.6.21) - [print]
- [naar boven] Edwin of Eddie Prévost kennen we in eerste instantie als zeer veelzijdig percussionist, actief in wat wij de vrije improvisatie noemen en beroemd geworden door zijn aanwezigheid in een van Europa's belangrijkste ensembles op dat terrein: AMM. Maar Prévost beperkt zijn muzikale activiteiten al lang niet meer tot dit vehikel. Sterker nog, ondanks het feit dat het eerste album van AMM in 1967 verscheen, is hij actiever dan ooit. En niet alleen als musicus, ook als schrijver. De komende weken daarom aandacht voor deze veelzijdige man, waarbij we aftrappen met zijn meest recente boek met de intrigerende titel 'An Uncommon Music For The Common Man'. Een intrigerende maar ook wat vreemde titel, want als er één groep mensen is die meestal niets moet hebben van dit soort muziek dan is het wel 'de gewone man'. Prévost mag het niet willen, maar zijn muziek spreekt toch vooral hen aan die we betitelen als 'de elite', uitzonderingen daargelaten. Overigens valt Prévost zelf onder die uitzondering, evenals de schrijver van dit stuk. We krijgen dat mee in deze verzameling korte en langere essays, bespiegelingen en artikelen. Een deel - het zijn de leukste stukken om te lezen - gaat over Prévosts jeugd en eerste stappen in de muziek. Hij groeide op in Londen, net na de oorlog, in niet al te beste omstandigheden, waarbij een leven in de muziek nu niet bepaald voor de hand lag. Buiten dat is dit boek vooral interessant vanwege zijn bespiegelingen over muziek, jazz en klassiek en natuurlijk vrije improvisatie. Daarbij komt een uitspraak van Cornelius Cardew, componist en lid van AMM in het eerste uur, regelmatig voorbij. Een uitspraak die als motto voor dit boek kan dienen: 'We [AMM] are searching for sounds and for the responses that attack to them, rather than thinking them up, preparing them and producing them.' Dit is Prévosts leidraad geworden en zeker niet alleen voor zijn werk in AMM. Hij behandelt de consequenties van deze stelling op meerdere plaatsen in zijn boek, het maakt de essentie uit van improvisatie: improvisatie ontstaat in het hier en nu, is dus per definitie niet voorbereid en niet gestructureerd. Er is dus ook nooit sprake van goed of fout, al kun je achteraf natuurlijk wel meer of minder tevreden zijn met het resultaat.
Voor Prévost is dit overigens niet zomaar een mening. Improviseren is voor hem een manier van leven, een manier van denken. In Upside Downing zegt hij over improvisatie: 'It's a source of opposition ... For although not explicit, the existence of a 'free' music clearly suggests that its activity has a capacity to represent a wilder social narrative. Any sense of freedom sits squarely opposed to governance. Ruling is enacted by regulations. The appeal of a bureaucracy is fear of play. At best, rulebound muscical compositins are games. No game is possible without the consent, complicity or fear of its subjects performing within overt or implicit operating parameters. Even the most playful of compositions indulge, persuade and then harden a disposition to take orders.' Niet iedereen zal het hiermee eens zijn, maar het maakt wel duidelijk hoe Prévost erin staat en tevens wat hij met de titel van zijn boek bedoelt. Dat hij op meerdere plaatsen in dit boek dan ook fel van leer trekt tegen decennialang neoliberalisme en de schade die dit heeft aangericht, zal u dan ook niet verbazen.
Prévost keert zich radicaal af van dat standpunt en biedt een geheel ander perspectief: 'Free improvisation, whether arising from the jazz tradition or emanating from another vein of experimentation [waar volgens Prévost zijn eigen muziek onder valt], has its roots in a cognitive domain that is more ancient than contemporary musical culture. I have examined this and offer the twin analytical propositions of investigation and communication. These two features are, I believe, at the heart of any meaningful human musical interaction. They are the root of our powers to adapt biologically and have, in the course of time, been transmuted into differentiated cultural phenomena. That is, musical forms which reflect and suit different human historical and social groupings.' Foto's: Asier Gogortza & Andy Newcombe Labels: AMM, boek, Eddie Prévost special (Ben Taffijn, 12.6.21) - [print]
- [naar boven] We schrijven zaterdag 18 mei 2019 en zijn in de Handelsbeurs in Gent, waar programmator Wim Wabbes een gevarieerd programma heeft samengesteld voor het Ha'fest aldaar. Een van de musici die dag was rietblazer Chris Speed. 's Avonds speelde hij met Endangered Blood een zinderend en gesmaakt concert met Oscar Noriega, Trevor Dunn en Jim Black. Maar 's middags om kwart voor zes speelde Speed een soloset op tenorsaxofoon, dat in retrospectief een pre-corona prelude was voor deze nu op Intakt Records uitgebrachte solo-cd op klarinet.
Een jaar later sloeg de nu aflopende pandemie toe en werd iedereen min of meer de dupe. Deze periode deed ook in de cultuursector velen aan het infuus belanden. Koortsachtig zochten jazzmusici en orkesten naar vormen om zich artistiek en financieel met wisselend succes staande te houden. Chris Speed heeft zich in deze periode onder andere verdiept in het verder ontwikkelen van zijn klarinetspel en zijn techniek nog verder geoptimaliseerd. Al dat is uitstekend tot uitdrukking gebracht op dit soloalbum. Het is een instrumentale krachttoer die straight into your face and ears binnenkomt. De cd kent korte improvisaties, composities en inspiraties van John Coltrane, Julius Hemphill, Eric Dolphy, Paul Motion, Anrew D'Angelo, Skúli Sverrisson en Hilmar Jensson. Maar bovenal prevaleert Speeds eigenheid: puur, zonder fratsen, ongepolijst en goudeerlijk. Het is niet eenvoudig de juiste woorden te vinden om deze cd van harte aan te bevelen. Daarom kort en bondig: voor iedereen die weet waar Chris Speed voor staat is deze cd niet te missen! Klik hier om twee tracks van dit album te beluisteren: 'Light Line' en 'Lifting'. Foto: Cees van de Ven Labels: cd, Chris Speed (Cees van de Ven, 8.6.21) - [print]
- [naar boven] De Zwitser Urs Leimgruber geldt, met een carrière die inmiddels een halve eeuw omspant, nog altijd als een van de belangrijkste saxofonisten van dit moment. Daarom uitgebreid aandacht voor deze musicus met een voorkeur voor de sopraansax. We horen hem in duoverband met Jean Marc Foussat op het bij diens FOU Records verschenen 'Face To Face' en met twee kwartetten, OM en The Workers. Van de eerste groep verscheen 'It's About Time' bij Intakt Records, van de tweede 'Altbüron' bij Wide Ear Records. Twee concerten gaven Foussat, op de AKS Sinthi (een modulaire synthesizer) en Leimgruber op sopraan- en tenorsax in november 2018, een in Zürich, een ander in Luzern. Twee keer een cd lang, zonder onderbrekingen. Bijzonder hoge en in zekere zin schrijnende klanken in 'Rive De Rêves' (het concert in Züricht bevattend) met Leimgruber op zijn sopraansax afgezet tegen stromende noise van Foussat. Onheilspellend, ontregelend, enigszins geheimzinnig ook, magisch. Een klankspel waarin je als luisteraar ronddwaalt, als in een geheimzinnig woud, zonder al te veel houvast. En dan hebben we het niet eens over de graad van perfectie in het spel van Leimgruber, de prachtige, creatieve vondsten van Foussat, die hier zo mooi op aansluiten en de schitterende opname, waar Foussat eveneens voor tekende. Dit alles tekent ook 'Luxerna', met vanzelfsprekend de opnames gemaakt in Luzern. Ook hier weer die regelmatig aan de natuur refererende geluiden van Foussat en Leimgruber die hier een al even eigenzinnig klankpalet aan toevoegt.
Labels: cd, Jean Marc Foussat, OM, The Workers, Urs Leimgruber (Ben Taffijn, 6.6.21) - [print]
- [naar boven] Zo halverwege de set van het HALA-kwartet ondervond ik wat ik het laatste jaar had moeten missen. Tijdens een voortvarende solo van sousafonist Arno Bakker constateerde ik dat het geluid zich niet slechts via mijn gehoorgang manifesteerde, maar dat alle vezels in mijn lichaam met die bastonen resoneerden. Plus, uiteraard, de interactie met oude bekenden en nieuwe vrienden. Het oude gevoel was met andere woorden weer rap terug. Wég met alle ministeriële DVD-tjes! Komt bij dat het jongste honk voor de Groninger impromuziek voor derden volstrekt onvindbaar is. Het moet namelijk gezocht worden in de krochten van de Biotoop, het voormalige terrein van de faculteit Biologie van de Rijksuniversiteit Groningen. Een nogal gigantisch complex van bijna een vierkante kilometer in de bossen van Haren. Je rijdt de oprijlaan op, neemt bij de splitsing gelijk het pad naar rechts - en op dat moment verdwaal je dus reeds. Zonder de hulp van geduldige voorbijgangers is de ingang van Gebouw F zo goed als ongenaakbaar. Al was het alleen maar, daar de bordjes die de richtingen naar de respectieve vleugels aangeven voor een deel overwoekerd zijn door kruiden met een gezonde groeilust. En wanneer je eenmaal voor de hermetisch gesloten deur van F staat wordt je geacht, een 06-nummer in te toetsen - dat een opgenomen boodschap oplevert waarmee je ook geen steek opschiet. Het wachten is dus op toevallige passanten die over een sleutel beschikken. Eenmaal binnen is de speurtocht allerminst ten einde. Ik dacht dat ik een trap naar rechts ben afgedaald en een bordje met een pijl 'Afgifte Goederen' heb genegeerd. Daarna volgde in ieder geval een kruip-door-sluip-door odyssee door gangen die door bouwmaterialen zo goed als onbegaanbaar zijn. Instrumenten, apparatuur en bergen snoerenspaghetti bevestigden - eind goed, al goed - dat ik in de studio was geraakt. Ha, daar informeert een zangeres reeds wat ik wens te gebruiken. Een kind kan de was doen. De betreffende studio is opgetrokken uit beton, gipsplaten, glas en kringloopclubfauteuils. Een systeemplafond is eruit gesloopt, waardoor de oorspronkelijke houtcementplaten weer tevoorschijn zijn gekomen. Helemaal 1963, met andere woorden.
Vrije improvisaties lopen op organische wijze over in aanstekelijke rockritmen en funky danswijsjes. Soms lost zo'n ritme zich op in minder begaanbare paden, ongeveer zoals een logo in een televisieleader in myriaden pixels uiteen kan vallen. Gebleven is het avant-cabaret idioom waarvan zangeres Helene Richter zich bedient. Haar sprookjes hebben niet zelden een morbide karakter - niet helemaal ongebruikelijk bij sprookjes. Zo'n Secret Tower kan er bij daglicht, zo midden in het woud, romantisch uitzien - maar wacht maar tot middernacht! In het voorprogramma stonden Renske de Boer en Esat Ekincioğlu, zang en bas. Dit recital had een meer etherisch karakter. De contrabas vulde de ruimte tot berstens toe en hoog daarboven zeilde de hoge alt van De Boer. Soms bestond een stuk uit één noot die behoedzaam het gehoorspectrum binnen- en uitgleed. Toch vreemd hoor, dat ik pas deze week voor de eerste keer in de Biotoop was: het complex is al jaren in gebruik door zo'n 150 kunstenaars. Kun je nagaan hoe wereldvreemd een mens in de klauwen van een virus kan worden. Maar goed, woensdag 2 juni speelt er weer een bandje. Kijken of ik de weg terug nog kan vinden. Had misschien toch broodkruimels en/of kiezelsteentjes moeten meenemen. Foto's: Hammie van der Vorst Labels: concert, HALA, mei21, Renske de Boer-Esat Ekincioglu (Eddy Determeyer, 4.6.21) - [print]
- [naar boven] De samenwerking met de Hongaarse rietblazer István Grencsó gaat al enkele jaren terug, van toen Ken Vandermark zich bij diens kwintet voegde, wat het onder de radar gebleven 'Not Slam The Door!' opleverde. Het was de start van een samenwerking die een vervolg moest krijgen. Niet enkel omdat er een goede persoonlijke connectie was, maar ook een artistieke. Vandermark was terug in het begin van 2020 voor een aantal concerten (het zouden zowat zijn laatste voor een hele tijd worden) en de tijd werd ook gebruikt voor opnames waarvoor nieuw materiaal werd geschreven, maar ook een korte geïmproviseerde livesessie in de studio met bassist Róbert Benkő. De wederzijdse empathie en verwantschap spat alleszins van deze opnames. Het voelt als een ontmoeting van gelijken die slechts een aanzet nodig hebben om op dezelfde golflengte te zitten. Vandermark heeft die bijvoorbeeld ook met Joe McPhee of Ab Baars, maar het lijkt wel alsof hij qua sound en ideeën een soort tweelingbroer vond in de Hongaar, omdat de twee soms amper van elkaar te onderscheiden vallen (dat de info dat de ene in het rechterkanaal zit en de andere in het linkerkanaal niet altijd klopt, maakt het ook wat complexer). Maar dat hoeft geen probleem te zijn, want zelfs in de meest vrije passages zorgt het voor een sterke focus.
Buitenbeentje: hun versie van 'Ode To Women' van György Szabados (1939-2011), een pionier van de Hongaarse freejazz, waar zowel Benkő als Grencsó nog mee speelden. Basklarinet en tenorsax beheerst verstrengeld in een statig eerbetoon. Benkő van zijn kant is in zes stukken een goeie sparringpartner voor de twee rietblazers: soms assertief, een gewillige participant in een stevig partijtje worstelen, maar net zo vaak een subtiele kracht op de achtergrond, in stukken waarin hij met de strijkstok genereus kleur toevoegt. Het maakt van 'Burning River, Melting Sea' een rijk, genuanceerd album voor fijnproevers en alweer een mooie illustratie dat de man van Chicago een duurzaam web van Europese connecties heeft uitgebouwd, waar voorlopig nog geen sleet op zit. Het album verscheen in de 'Systems vs. Artefacts'-reeks van digitale releases op Vandermarks Audiographic Records. Deze recensie verscheen ook op Enola.be Labels: cd, István Grencsó, Ken Vandermark, Róbert Benkő (Guy Peters, 2.6.21) - [print]
- [naar boven] Lees verder in het archief...
|
Archief
Artikelen Cd-recensies Concertrecensies Colofon Festivalverslagen Interviews Jazz in memoriams Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken? |