Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 


Cd's
Eddie Prévost portret - deel 4

N.O. Moore, Eddie Prévost & Jason Yarde - 'Nous' (Matchless, 2020)
Opname: 22 februari 2020
John Butcher, Eddie Prévost en Guillaume Viltard - 'Iklectic Live One' (Matchless, 2020)
Opname: 23 november 2016

Tot slot van een serie rondom percussionist Edward (Eddie) Prévost nog twee trio's waarvan nieuwe albums verschenen, beiden bij Prévosts eigen Matchless Recordings. In 'Nous' horen we hem samen met N.O. (Nathan) Moore, een combinatie die eerder voorbij zagen komen op 'The Secret Handshake With Danger' en saxofonist Jason Yarde, die ook de elektronica hanteert. Op 'Iklectic Live One' horen we Prévost met saxofonist John Butcher en bassist Guillaume Viltard.

In het boekje bij 'Nous' wordt stilgestaan bij het wezen van improvisatie, net als Prévost uitgebreid doet in zijn boek 'An Uncommon Music For The Common Man', waar deze serie mee begon. Nogal eens wordt improvisatie 'instant composition' genoemd, een term waar Prévost het mee oneens is en - zo blijkt uit dit boekje - Moore eveneens. Die noemt het 'social composition', het gaat om "the construction of social situations where such music can be played and heard". Prévost zal instemmen met 'social', maar niet met 'composition'. Voor hem hebben compositie en improvisatie niets met elkaar gemeen. Over het eerste worden immers allerlei afspraken gemaakt, zowel vooraf als tijdens de uitvoering, bij het tweede ontbreekt dat totaal. En het is goed om ons dat weer eens te realiseren bij het beluisteren van deze twee albums: alles wat we horen ontstond in het moment, in de Vortex, respectievelijk Iklectic, twee jazzclubs in Londen. Dat juist deze muziek het afgelopen jaar in de verdrukking kwam, moge duidelijk zijn: juist bij improvisatie is een concert met publiek van enorm belang. De opnames van 'Nous' stammen dan ook van vlak voor de eerste lockdown, die van 'Iklectik Live One' van november 2016.

'Nous' bestaat uit vijf stukken, te beginnen met het vrij onrustige 'Attunement'. Yarde en Moore creëren repetitieve patronen, terwijl Prévost op de achtergrond de overgebleven ruimte vult, uitmondend in een relatief strakke solo van de laatste. Moore en Yarde sluiten weer aan, met elkaar zoekend naar klanken, boeiende lijnen trekkend. In 'Lorelei Of Music' trekt het trio deze lijn door. We horen Yarde hier op sopraansax, wat de 'Lorelei' van de titel verklaart. Hij laat zijn instrument vervaarlijk janken en krijsen. 'Between You And Me And' is het gewenste rustpunt, waarin vooral de elektronica een belangrijke rol speelt. Onbestemde klankuitingen krijgen gezelschap van Yardes melodieuze schermutselingen. In het lange 'Impossible Meaning' belanden we weer in een kleurrijke maalstroom, waarin andermaal dat prachtige spel van Yarde opvalt, maar waarin ook Moore flink aan de snaren trekt. Een bijzonder onstuimige set, die zijn voltooiing vindt in 'A Tune Meant'.

Na een korte, maar onstuimige drumsolo horen we John Butcher in 'Electric', het eerste deel van de 'Chinese Whispers Suite' oftewel 'Iklectic Live One'. Sputterende klanken op de sopraansax. Viltard voegt zich erbij met opvallend ritmisch basspel en dan valt het even helemaal stil. Prévost gaat met bekkens in de weer, waarna we wederom Butcher en Viltard horen. De bassist valt verderop op met een tegen een drone aanhangend klankpatroon, gerealiseerd door te werken met de strijkstok, waar Butcher en Prévost dankbaar gebruik van maken. Verder in dit eerste deel, van een set die net als 'Nous' raakvlakken met free jazz heeft, mooie solo's van zowel Butcher als Prévost. Dat bijzondere spel van Viltard vinden we ook in 'Light', het tweede deel. Het maakt dit tot een bijzondere set waarin twee vormen van improvisatie, zoals Prévost die ook in zijn boek beschrijft, samenkomen: de vorm die op de free jazz voortbouwt, naast een vorm die je meer Europees kunt noemen. De solo's van Butcher verderop, eerst op tenor- dan op sopraansax, zijn evengoed voorbeelden van dit balanceren tussen twee opvattingen van improvisatie. Maar ook 'On', het derde deel van deze suite, bevat prachtige momenten van de vorm van improvisatie die meer gaat om het zoeken naar de relatie tussen de klanken en waarin ritme en melodische patronen ontbreken. Alle drie de musici weten hier prima raad mee - zoals ook te horen is in 'Click' - maar schakelen even gemakkelijk weer over naar die andere vorm, waarvan ritme en melodie een onlosmakelijk onderdeel vormen. Wederom een zeer geslaagd album.

Klik hier voor de complete serie over Eddie Prévost.

Labels: ,

(Ben Taffijn, 13.7.21) - [print] - [naar boven]



Cd's
Eddie Prévost portret - deel 3

Marilyn Crispell, Eddie Prévost & Harrison Smith - 'ConcertOTO' (Matchless, 2021)
Opname: 7 november 2012
Eddie Prévost, Edward Lucas & Daniel Kordík - 'High Laver Reflections' (Matchless, 2020)
Opname: april 2019

Vandaag twee trioalbums van percussionist Eddie Prévost, beiden uitgebracht door zijn eigen Matchless Recordings. De eerste maakte hij met pianiste Marilyn Crispell en rietblazer Harrison Smith en heet kortweg 'ConcertOTO', naar dit inmiddels beroemde podium in Londen, de tweede, 'High Laver Reflections' nam Prévost op in de All Saints Church in High Laver, Essex, samen met trombonist Edward Lucas en Daniel Kordík op de modulaire synthesizer. Twee totaal verschillende albums. Staat 'ConcertOTO' in de traditie van de free jazz, 'High Laver Reflections' komt meer voort uit de westerse traditie en sluit dus goed aan bij de muziek van AMM.

'ConcertOTO' bevat vijf kwartier aan muziek, een zeer ruime keuze van wat er die avond in 2012 werd gespeeld door Prévost, Crispell en Smith in het Londense Cafe OTO. Ze zijn geen onbekenden voor elkaar, deze musici, met Prévost als spil, iets dat zich uitbetaald in de vijf bijzondere stukken op dit album. Neem bijvoorbeeld de perfecte wijze waarop Crispell en Prévost elkaar aanvullen op 'An Exploratory Introduction', waarna Smith met een repetitief patroon zich er naadloos tussen wurmt. Maar improviseren is ook kijken, luisteren en elkaar de ruimte geven en dus beperkt Prévost zich tot wat geritsel en Crispell zich tot enkele doelgerichte aanslagen tijdens de melodieuze lijnen, die Smith trekt aan het begin van het bijna een half uur durende 'Main Part 1'. En ook verderop, daar waar het tempo oploopt, hoor je hoe goed ze naar elkaar luisteren, hoe goed ze elkaar aanvullen. Maar dit verhaal gaat over Prévost en dus mag die geweldige drumsolo halverwege dit stuk hier niet ontbreken. Evenmin te versmaden: het duet van Crispell en Smith even verderop. En dan is er nog het tweede 'Main Part', waarin het er een stuk onstuimiger aan toegaat, iedere lyriek ver buiten beeld blijft, op die bijna klassieke solo van Crispell na, maar waarin we Prévost wel weer horen in één van zijn geweldige solo’s.

Zoals gezegd is 'High Laver Reflections' een totaal ander album. Dat betekent dat we Prévost direct in een geheel andere rol horen, meer vergelijkbaar met die in 'Ore', het album dat hij met Derek Bailey opnam en dat hier eerder voorbij kwam. Het arsenaal aan percussie is nu veel meer een klankbron. Bekkens en schalen worden aangestreken met een strijkstok, oppervlaktes van trommels worden betast en drumsolo's ontbreken. Wolken van klank zijn het gevolg, die zich mengen met Lucas' trombone en Kordiks onderaardse geluiden. In 'Dried Mud Passing Trains' klinkt het allemaal nog net iets experimenteler dan in opener 'Cancel, Nave, Tower'. Lucas perst de meest onmogelijke klanken uit zijn trombone, nauw samenwerkend met Kordík, die een soortgelijke klankwereld uit zijn synthesizer weet te halen. Prévost reageert met al even onrustbarende, metalig klinkende geluiden. Onstuimig gaat het er ook aan toe in 'Peal Away'. Met de akoestiek van deze kerk is het net of we in een fabriekshal zijn beland. Maar verderop horen we Prévost zowaar op zijn trommels slaan, al is het van korte duur. Meer hiervan op 'Crumbling Orbit'. Prévost is hier duidelijk in de weer met vilten stokken, geflankeerd door Lucas' scherpe uithalen.

Foto: John Sharpe

Labels: , ,

(Ben Taffijn, 30.6.21) - [print] - [naar boven]



Cd's
Eddie Prévost portret - deel 2

Derek Bailey & Eddie Prévost - 'Ore' (Matchless, 2020)
Opname: 13-14 mei 2000
Eddie Prévost Band - 'Bean Soup And Bouquets' (Matchless, 2020)
Opname: 17 februari 2020
Olie Brice, Binker Golding, Henri Kaiser, N.O. Moore & Eddie Prévost - 'The Secret Handshake With Danger, Volume 1' (577, 2021)
Opname: 12 maart 2020

Na zijn boek 'Uncommon Music For The Common Man' de komende weken aandacht voor de muzikale verrichtingen van Eddie Prévost. Vandaag besteden we aandacht aan drie cd's met verschillende bezettingen. Allereerst twee albums die verschenen bij Prévosts eigen Matchless Recordings. Het eerste bevat opnamen uit 2000 met gitarist Derek Bailey, die reeds in 2001 verschenen onder de titel 'ORE' en onlangs opnieuw werden uitgebracht, het tweede bevat opnamen gemaakt op 17 februari 2020, een reünieconcert van de Eddie Prévost Band, met verder tenorsaxofonist Geoff Hawkins, trompettist Gerry Gold en bassist Marcio Mattos, uitgebracht onder de titel 'Bean Soup And Bouquets'. Verder horen we Prévost naast bassist Olie Brice, saxofonist Binker Golding en de beide gitaristen Henri Kaiser en N.O. Moore op het bij 577 Records verschenen 'The Secret Handshake With Danger, Volume 1'. Alles geïmproviseerd en dus ontstaan in het moment.

Cornelius Cardew, een van de leden van de vroege AMM, waar ook Prévost deel van uitmaakte zei ooit: "We [AMM] are searching for sounds and for the responses that attack to them, rather than thinking them up, preparing them and producing them." Het is een opmerking die Prévost op het lijf is geschreven; hij citeert deze uitspraak dan ook een aantal keren in bovengenoemd boek. Het is ook wat we hem en Bailey horen doen op dit 'ORE'. Zeven stukken bevat het album, genoemd naar zeven metalen. Maar dat doet verder niet ter zake, want zoals dat hoort in de vrije improvisatie zit er ook achter dit album geen verhaal. Twee musici troffen elkaar, op twee dagen in maart 2000, voor de verandering in een studio en gingen samen op zoek naar klank. Gitaar en percussie en opvallend vaak lopen de klanken van daarvan mooi in elkaar over. En natuurlijk beperken beiden zich niet tot de conventionele uitingen. Wat Prévost onder percussie verstaat mag je ruim nemen en ook Bailey stond er om bekend dat hij van alles deed op zijn gitaar wat zijn leraren nooit toejuichten. Alles in dienst van die zoektocht naar klank. Een die soms heftig klinkt, over elkaar buitelend, ietwat rommelig, vaak ook zeer intiem en subtiel.

Prévost richtte zijn Eddie Prévost Band op eind jaren 70 van de vorige eeuw, een kaars die een aantal jaren later alweer uitdoofde. Er volgde nog een concert in 1993 en ten slotte een in februari 2020, waarvan de opnamen dit 'Bean Soup And Bouquets' vormen. 'Bean Soup' duurt ruim veertig minuten en vormt dus het hart van het album. Een stuk dat begint met een uitgebreide passage van Mattos en Prévost, waarbij het er overigens nogal stevig aan toe gaat. En dan komen de beide blazers erbij, elkaar soepel afwisselend. Een sprankelend stuk waarin de vier musici krachtig samenspel leveren, maar waarin ook alle ruimte is voor solo's. En zoals dat hoort bij improvisatie krijgt eenieder hiervoor ruimschoots de tijd. Neem die mooi ritmische bassolo van Mattos ergens op tweederde van dit eerste stuk en de wijze waarop Prévost zich er bij aansluit. Uiterst bescheiden in het begin, dan steeds meer aanwezig tot het een dialoog wordt. De beide blazers laten het verder vorm krijgen en pas als Mattos en Prévost laten horen dat het tijd wordt, voegen ze in. 'Bouquets' begint met het duo Prévost-Hawkins, gevolgd door een vrij lange drumsolo en ook hier valt weer op hoe onstuimig het er in deze set dikwijls aan toe gaat. Vooral het spel van Prévost bezit in dit concert een grote, dwingende kracht.

Enkele uren voor de eerste lockdown op 25 maart 2020 voltooiden Brice, Binker, Kaiser, Moore en Prévost de gezamenlijke opnamen van 'The Secret Handshake With Danger'. Deel een is inmiddels uit, deel twee volgt nog. Twee stukken telt dit eerste deel, samen net geen veertig minuten. Brice en Prévost mogen beginnen, al snel gevolgd door de gitaristen en Binker. Zonder Brice, Prévost en Binker tekort te willen doen, zijn het toch vooral Moore en Kaiser en hun sterk overstuurde gitaren die hier de toon zetten. Binker sluit hier overigens naadloos bij aan met zijn springerige saxpatronen. Bijzonder spannende jazz is dit, met een sterk gevoel van urgentie. Al zijn er zeker ook rustigere passages, waarin de gitaristen wolken aan klank produceren, Binkers stijl aan een ballade doet denken en Brice en Prévost het geheel aangenaam stofferen. Maar deze frases vormen altijd de opmaat naar een volgend elektrificerend moment, meestal aangezwengeld door Kaiser of Moore. Bijzonder is ook het begin van het tweede stuk: een futuristische klank, met beide gitaristen in actie en Brice en Prévost op de achtergrond. En dan het gitaarduo verderop, dat klinkt als een volledig op hol geslagen machine, het hoogtepunt van dit album.

Labels: , ,

(Ben Taffijn, 22.6.21) - [print] - [naar boven]



Boek
Eddie Prévost portret - deel 1

'An Uncommon Music For The Common Man'
Auteur: Edwin Prévost / Uitgeverij: Copula, 2020

Edwin of Eddie Prévost kennen we in eerste instantie als zeer veelzijdig percussionist, actief in wat wij de vrije improvisatie noemen en beroemd geworden door zijn aanwezigheid in een van Europa's belangrijkste ensembles op dat terrein: AMM. Maar Prévost beperkt zijn muzikale activiteiten al lang niet meer tot dit vehikel. Sterker nog, ondanks het feit dat het eerste album van AMM in 1967 verscheen, is hij actiever dan ooit. En niet alleen als musicus, ook als schrijver. De komende weken daarom aandacht voor deze veelzijdige man, waarbij we aftrappen met zijn meest recente boek met de intrigerende titel 'An Uncommon Music For The Common Man'.

Een intrigerende maar ook wat vreemde titel, want als er één groep mensen is die meestal niets moet hebben van dit soort muziek dan is het wel 'de gewone man'. Prévost mag het niet willen, maar zijn muziek spreekt toch vooral hen aan die we betitelen als 'de elite', uitzonderingen daargelaten. Overigens valt Prévost zelf onder die uitzondering, evenals de schrijver van dit stuk. We krijgen dat mee in deze verzameling korte en langere essays, bespiegelingen en artikelen. Een deel - het zijn de leukste stukken om te lezen - gaat over Prévosts jeugd en eerste stappen in de muziek. Hij groeide op in Londen, net na de oorlog, in niet al te beste omstandigheden, waarbij een leven in de muziek nu niet bepaald voor de hand lag.

Buiten dat is dit boek vooral interessant vanwege zijn bespiegelingen over muziek, jazz en klassiek en natuurlijk vrije improvisatie. Daarbij komt een uitspraak van Cornelius Cardew, componist en lid van AMM in het eerste uur, regelmatig voorbij. Een uitspraak die als motto voor dit boek kan dienen: 'We [AMM] are searching for sounds and for the responses that attack to them, rather than thinking them up, preparing them and producing them.' Dit is Prévosts leidraad geworden en zeker niet alleen voor zijn werk in AMM. Hij behandelt de consequenties van deze stelling op meerdere plaatsen in zijn boek, het maakt de essentie uit van improvisatie: improvisatie ontstaat in het hier en nu, is dus per definitie niet voorbereid en niet gestructureerd. Er is dus ook nooit sprake van goed of fout, al kun je achteraf natuurlijk wel meer of minder tevreden zijn met het resultaat.

Dit alles impliceert dat veel van wat we improvisatie noemen helemaal geen improvisatie is, althans niet in de definitie van Prévost. Een solist die in een jazzstandard improviseert op een thema of een musicus die in een gecomponeerd stuk de nodige vrijheid krijgt, vallen beiden niet onder de improvisatie waar hij het over heeft. In beide gevallen is immers sprake van structuur, waarbinnen die improvisatie plaatsvindt. Prévost is het dan ook duidelijk niet eens met recensenten die, vanuit een behoefte aan het maken van indelingen, deze muziek indelen bij de jazz of vergelijkingen trekken met die van een componist als John Cage. De muziek mag dan wellicht soms hetzelfde klinken, de wijze waarop hij tot stand komt is een geheel andere.

Voor Prévost is dit overigens niet zomaar een mening. Improviseren is voor hem een manier van leven, een manier van denken. In Upside Downing zegt hij over improvisatie: 'It's a source of opposition ... For although not explicit, the existence of a 'free' music clearly suggests that its activity has a capacity to represent a wilder social narrative. Any sense of freedom sits squarely opposed to governance. Ruling is enacted by regulations. The appeal of a bureaucracy is fear of play. At best, rulebound muscical compositins are games. No game is possible without the consent, complicity or fear of its subjects performing within overt or implicit operating parameters. Even the most playful of compositions indulge, persuade and then harden a disposition to take orders.' Niet iedereen zal het hiermee eens zijn, maar het maakt wel duidelijk hoe Prévost erin staat en tevens wat hij met de titel van zijn boek bedoelt. Dat hij op meerdere plaatsen in dit boek dan ook fel van leer trekt tegen decennialang neoliberalisme en de schade die dit heeft aangericht, zal u dan ook niet verbazen.

En er staat nog veel meer moois en behartenswaardig in dit boek, bijvoorbeeld over het feit dat improvisatie in brede zin - en dan heeft Prévost het ook nadrukkelijk over jazz - nooit voor vol is aangezien. En ja, ook hij legt daarbij de link met racisme. Belangrijk in dat kader is een stelling van George Lewis: 'The degree to which even European free-jazz musicians, with few or no African Americans around, still experience the reception of their art through the modalities of race.' En dus, voeg ik er dan aan toe, als minder waard. De lineaire denkers, die geloven dat de mens een ontwikkeling doormaakt en stijgt op de ladder van de beschaving, schatten gecomponeerde muziek dan hoger in dan geïmproviseerde, Johann Sebastian Bach is dan een groter kunstenaar dan John Coltrane. De westerse beschaving geldt in die kringen als het summum.

Prévost keert zich radicaal af van dat standpunt en biedt een geheel ander perspectief: 'Free improvisation, whether arising from the jazz tradition or emanating from another vein of experimentation [waar volgens Prévost zijn eigen muziek onder valt], has its roots in a cognitive domain that is more ancient than contemporary musical culture. I have examined this and offer the twin analytical propositions of investigation and communication. These two features are, I believe, at the heart of any meaningful human musical interaction. They are the root of our powers to adapt biologically and have, in the course of time, been transmuted into differentiated cultural phenomena. That is, musical forms which reflect and suit different human historical and social groupings.'

Foto's: Asier Gogortza & Andy Newcombe

Labels: , ,

(Ben Taffijn, 12.6.21) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...








Menupagina's:









Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.