|
Draai om je oren Jazz en meer - Weblog |
|
||
|
| |||
CdAllegra Levy - 'Lose My Number' (SteepleChase, 2020) Opname: oktober 2019 Grote kans dat u de vocaliste Allegra Levy nog niet kent. Het bij SteepleChase Records verschenen 'Lose My Number', waarop ze composities van trompettist John McNeil ten gehoren brengt, is haar derde album. Samen met drie andere vrouwen - pianiste Carmen Staaf, bassiste Carmen Rothwell en percussioniste Colleen Clark - weet ze echter op zeer aangename wijze te verrassen. Want het is beslist een bijzonder album geworden, temeer daar McNeil nooit liederen heeft geschreven. Zijn composities zijn instrumentele stukken waar Levy zelf teksten bij heeft gemaakt. McNeil, die deze stukken componeerde in de laatste twee decennia van de vorige eeuw, zegt over deze bewerkingen: "Allegra Levy's lyrics have a somewhat cynical, noir-ish take on the world - right up my alley." McNeil kennen we van het Thad Jones/Mel Lewis Orchestra, het Horace Silver Quintet en zijn samenwerking met Gerry Mulligan, maar zeker ook van de vele composities die de trompettist schreef en waarvan de uit New York afkomstige Levy er op dit album dus een deel ter hand neemt. Reflecterend op dit project zegt ze: "He's always been in my corner, and always been such an empathetic and important person in my life. I always felt that his melodies were really memorable, and that they told these stories." Daarmee maakte ze het zichzelf allesbehalve gemakkelijk. Het zijn dan ook echt verhalen die Levy hier brengt, half pratend, half zingend. Soms gebaseerd op de verhalen van McNeil, die hem inspireerden tot de originele composities, soms ook op Levy's eigen ervaringen. Dat het boekje bij de cd de teksten bevat van de liederen is dan ook een welkome aanvulling.
Op een aantal stukken horen we McNeil zelf, bijvoorbeeld in 'Strictly Ballroom' en 'C.J.' In de eerste horen we hem in een prachtige, mooi subtiele trompetsolo, maar let hier zeker ook op de bijdragen van Staaf en Rothwell en in de tweede klinkt hij krachtig en swingend. Een stuk waarin overigens ook Clark prachtig aan bod komt. Tot slot kan ik niet anders dan Levy's vocale kwaliteiten in alle toonaarden prijzen, een klassieke jazzzangeres in de beste traditie. Klik hier om dit album te beluisteren. Labels: Allegra Levy, cd (Ben Taffijn, 27.2.21) - [print]
- [naar boven] Sinds haar verhuizing naar Chicago in 2000 is celliste Tomeka Reid uitgegroeid tot een van de gezichtsbepalende musici in de plaatselijk scene. Ze werkt intensief samen met musici als Roscoe Mitchell, Nicole Mitchell, Dee Alexander en Mike Reed en maakte haar debuut onder eigen naam in 2015. Onlangs nam ze zowel een album op met de pianist Alexander Hawkins, 'Shards and Constellatations' voor Intakt Records, als een met gitarist Joe Morris, het bij RogueArt verschenen 'Combinations'. 'Shards And Constellations' bevat acht improvisaties en twee composities: 'Peace On You' van Muhal Richard Abrams en 'Albert Ayler (His Life Was Too Short)' van Leroy Jenkins, twee musici uit de begindagen van de AACM (Association for the Advancement of Creative Musicians), die de jazz in Chicago vormgaven. De wijze waarop dit duoalbum gestalte wordt gegeven, heeft iets van een dans. Prachtig hoe de twee musici hier samen op zoek gaan naar een delicaat evenwicht, waarbij wrijving geenszins wordt geschuwd. Nog wat schuchter, maar gaandeweg steeds ritmischer in 'If Becomes It', wat bewegelijker in het titelstuk 'Shards And Constellations', ronduit onstuimig in het toepasselijke 'Danced Together' en met weerbarstige energie in 'Sung Together'. Wat daarbij vooral opvalt is de wijze waarop Reid haar instrument bespeelt, we horen haar pizzicato spelen, col legno, maar ook de kast inzetten als percussie en ja, zo nu en dan gebruikt ze haar strijkstok om de snaren op klassieke wijze te bewerken, het mooist in die Abrams-cover 'Peace On You', een rustpunt in de hectiek. Direct daarna pakken Reid en Hawkins de draad weer op, zoals bijvoorbeeld blijkt uit het spannende 'A Guess That Deepens', met zijn gemankeerde ritmiek.
Labels: cd, Tomeka Reid (Ben Taffijn, 25.2.21) - [print]
- [naar boven] Op 12 februari overleed de baanbrekende freejazzdrummer Milford Graves aan de gevolgen van congestief hartfalen. Hij werd 79 jaar oud. In 2018 werd bij Graves de diagnose amyloïde cardiomyopathie gesteld, ook wel bekend als het stijfhartsyndroom - hij zou nog zes maanden te leven hebben. De in Queens geboren muzikant had de hartslag als een bron van ritme bestudeerd sinds de jaren zeventig en had andere spelers aangemoedigd om het tempo van hun hartslag in hun optreden op te nemen. "It's like some higher power saying: 'OK, buddy, you wanted to study this, here you go', vertelde Graves kort na de diagnose aan de New York Times. "Now the challenge is inside of me." Hij maakte zijn ziekte onderdeel van zijn muziek en zijn werk als beeldend kunstenaar, in de overtuiging dat hartaandoeningen zouden kunnen worden verholpen door opnamen te maken van een ongezonde hartslag en vervolgens muzikaal een gezonder ritme uit te voeren om biofeedback aan te moedigen. Graves, geboren op 20 augustus 1941, begon op driejarige leeftijd met drummen en breidde zijn interesse al snel uit. Toen hij begin twintig was trad hij op in dans- en latingroepen in New York. Het horen van het John Coltrane Quartet met Elvin Jones inspireerde hem om zijn eigen muzikale ontdekkingen te doen, waarbij hij de dansbewegingen van de latin omzette in een nieuwe techniek: "So I said: that's all I'll do. I'm going to start dancing down below. I started dancing on the high-hat." Hij ontwikkelde een unieke stijl en opzet, zoals beschreven door criticus Val Wilmer in haar boek 'As Serious As Your Life': 'Graves moved around his drumset with astonishing speed, beating rapid two-handed tattoos on every surface. Each stroke was clearly defined so that there were no rolls in the conventional sense; the emphasis was on clarity.' In 1964 vormde hij met trombonist Roswell Rudd, saxofonist John Tchicai en bassist Lewis Worrell het befaamde New York Art Quartet. Dat decennium speelde hij ook met Albert Ayler, Miriam Makeba en Sonny Sharrock, en bracht samen met drummer Sunny Morgan het album 'Percussion Ensemble' uit, dat werd geprezen als een van de beste percussiealbums aller tijden. Graves zou later samenwerken met Sun Ra, John Zorn, Anthony Braxton, Bill Laswell, Lou Reed en Sam Amidon. Hij streefde ook een breed scala aan niet-muzikale inspanningen na - natuurlijke genezing, herbologie en eerstelijnswetenschap - in de overtuiging dat ze complementaire praktijken waren om genezing en bewustzijn aan te moedigen. In 1970 vond hij Yara uit, een vechtkunst gebaseerd op de lichamelijkheid van de bidsprinkhaan. Van 1973 tot 2012 gaf hij les aan Bennington College in Vermont over verschillende onderwerpen. In 2000 werd Graves benoemd tot Guggenheim Fellow. Een deel van het prijzengeld gebruikte hij om zijn onderzoek naar de relatie tussen muziek en het hart voort te zetten. In 2017 patenteerde hij samen met een groep Italiaanse biologen stamcelregeneratietechnologie die gebruikmaakt van frequentierespons. Jazzcriticus John Corbett schreef naar aanleiding daarvan: "Graves's heart studies confirm the falsity of one of the easiest potshots taken at nonmetrical or polymetrical drumming in free jazz, namely, that it's unnatural and doesn't mimic the heart, which is assumed to have a steady beat." In 2018 verscheen de documentaire 'Milford Graves Full Mantis'. Regisseur Jake Meginsky wees op de bijna wetenschappelijke drang van zijn onderwerp om zijn creatieve proces uit te leggen, dat duidelijk buitengewoon complex en dynamisch is. "Hij is niet terughoudend of beschermend. Hij is gevuld met energie om te delen. Dat is zeldzaam voor een muzikant." In de Jazztube zie je 'The Breath Courses Through Us', een documentaire uit 2013 over het New York Art Quartet. Bron: JazzTimes | Foto: Cees van de Ven Labels: in memoriam, jazztube, milford graves (Maarten van de Ven, 23.2.21) - [print]
- [naar boven] De Belgische jazz staat in volle bloei, dat merkten we al eerder op. En dat ondanks het feit dat ook daar de musici natuurlijk zwaar zijn getroffen ten gevolge van alle beperkingen. Cd's worden er gelukkig nog wel gemaakt, bijvoorbeeld door het onvolprezen El Negocito, dat eigenzinnige label uit Gent. In de afgelopen maanden verschenen er albums van het pianotrio Orange Moon, van het kwartet van Raf Vertessen en onder de titel 'Square Talks' de weerslag van een prachtig concert dat het Paul van Gysegem Quintet gaf bij het helaas al meer dan een jaar geleden terziene gegane JazzCase in Neerpelt, iets dat nu eens niet werd veroozaakt door Covid-19 maar door het niet langer toekennen van subsidie. Maar laten we beginnen met het titelloze debuut van Orange Moon, ofwel pianist Hendrik Lasure, bassist Manolo Cabras en drummer Mathieu Calleja. Wat direct al opvalt is dat dit trio een neutrale naam draagt en niet die van de pianist, iets wat we bij pianotrio's nogal eens tegenkomen. Daarnaast leverden ook alle drie de leden composities. En dat hoor je terug in de muziek, waarin de rolverdeling zeer gelijkwaardig is. Verder valt op dat het allemaal zeer ingetogen, dromerige stukken zijn. Lasure speelt afgewogen, zijn bijdragen nauwkeurig doserend. Cabras vinden we melodieus plukkend aan zijn bas, hij heeft weinig noten nodig om te zingen, zoals in 'Andante No2'. Iets dat we ook kunnen zeggen van Calleja; in de meeste gevallen beroert hij zijn trommels nauwelijks, met als mooi voorbeeld 'Moulin Le Retour'. Muziek dus die uitstekend past bij deze maanden van mistroostigheid, regen, wind en lockdowns. Orange Moon houdt ons overeind.
Labels: cd, El Negocito-special (Ben Taffijn, 19.2.21) - [print]
- [naar boven] De naam Amirtha Kidambi deed tot voor kort bij mij geen bellen rinkelen, ik geef het toe. Toch heeft deze vocaliste en bespeelster van het harmonium al een indrukwekkende staat van dienst. Wie namen als Tyshawn Sorey, Matana Roberts, Ingrid Laubrock, Maria Grand, Brandon Lopez, Daniel Carter, Sam Newsome, Trevor Dunn, Ava Mendoza, Matteo Liberatore en William Parker voorbij ziet komen, weet op dat moment reeds genoeg. Met haar eigen kwartet Elder Ones bracht ze in 2019 bij Northern Spy het opmerkelijke 'From Untruth' uit en vorig jaar was ze te horen op 'Artlessly Falling' van Mary Halvorson's Code Girl, dat uitkwam bij Firehouse 12 Records. Tijd dus voor een nadere kennismaking.
Labels: cd (Ben Taffijn, 17.2.21) - [print]
- [naar boven] In een afscheidsboodschap op Facebook bedankte hij "iedereen die tijdens mijn reis het vuur van de muziek zo fel heeft laten branden. Ik hoop dat degenen die de neiging voelen om te spelen, schrijven, op te treden of wat dan ook, dat ook doen. Als het niet voor jezelf is, dan voor ons allemaal." Eddy Determeyer haalt herinneringen op aan de pianist. "Chicky speelt spaarzaam, met veel aandacht voor alle individuele funky noten. De architectonische finesse van zijn solo's valt op, net als zijn rijkgeschakeerde toucher en uitgekiende pedaalgebruik." Klik hier om zijn artikel te lezen. Foto: Cees van de Ven Labels: artikel, chick corea, in memoriam (Maarten van de Ven, 15.2.21) - [print]
- [naar boven] Zoals de titel suggereert, is 'Songs From Home' een lockdownplaat. Het begon met een reeks dagelijkse online performances, die op hun beurt leidden tot een soloalbum dat Hersch opnam in zijn huis in de bossen van Pennsylvania. De periode en omstandigheden hebben een effect op de teneur van de plaat, die doordrongen is van nostalgie, intimiteit en hunkering naar schoonheid. "It’s kind of a comfort food album", zei Hersch over het album, al is het zeker geen drastische afwijking van zijn aanpak van de voorbije jaren. Recente soloconcerten, zoals in de Handelsbeurs en Flagey in 2019, volgden een klassiek Hersch-parcours: starten met wat Jobim en eindigen met Monk, met een combinatie van klassiekers, nostalgische popcovers en eigen werk ertussen gestrooid. My Fair Lady's 'Wouldn’t It Be Lovely', dat er vorig jaar bij was, opent nu 'Songs From Home' met een delicate aanslag die er geen twijfel over laat bestaan wie voor de piano zit. De compositie wordt verder uitgetekend via Hersch' gekende ingetogenheid en fragiele lyriek. De toon is zo gezet. Hersch zoekt het naar goede gewoonte ook een paar keer in de eerste helft van de vorige eeuw. 'After You’ve Gone', een song van Turner Layton uit 1918, werd in de jaren twintig uitgevoerd door Louis Armstrong, al zit Hersch met deze ingetogen trippelende en stride-getinte uitvoering dichter tegen Fats Waller. Cole Porters 'Get Out Of Town', deels opgenomen om New Yorkse vrienden een hart onder de riem te steken, voert een dansje uit dat door wat versnellingen een plagerig speels effect heeft, maar het mooist van al is de delicate versie van Ellingtons onverwoestbare 'Solitude' - dromerig gemijmer voor coronatijden zoals enkel Hersch dat kan spelen.
Hersch' vorige soloalbum, 'Open Book' (2017), smokkelde met 'And So It Goes' van Billy Joel een popsong binnen. Hij werd helemaal op het einde geplakt - alsof de uitvoerder zich haast een beetje betrapt voelde. Nu staan die nostalgische popinvloeden wat meer op de voorgrond: 'Wichita Lineman' (zie ook Glen Campbell, Tony Joe White en The Meters) is een zoetig brokje op maat van deze pianist. En pikte hij vorige jaar nog 'My Old Man' uit Joni Mitchells klassieker 'Blue', dan kiest hij nu voor 'All I Want', doordrongen van een hunkering die in deze periode nog sterker geladen is. Ten slotte is er nog 'When I’m Sixty-Four' (The Beatles): nu ook Hersch 65 geworden is, is dat een mooie afsluiter en opnieuw een bruggetje naar de stride-traditie. 'Songs From Home' verrast niet zoals 'Open Book', dat tegelijk dieper (zoals met het lang uitgesponnen 'Through The Forest') en breder ging, maar het doet wel wat het belooft: de luisteraar trakteren op een reeks 'covers' van songs die duidelijk iets betekenen voor de uitvoerder en er goed in slagen om dat gevoel over te brengen met de elegantie die zijn handelsmerk is. Hersch' schoonheid doet altijd deugd. Klik hier om dit album te beluisteren. Deze recensie verscheen ook op Enola.be | Foto: Cees van de Ven Labels: cd (Guy Peters, 12.2.21) - [print]
- [naar boven] Volgens Ken Kesey waren Lord Buckley, Neal Cassady en Rahsaan Roland Kirk de meest waanzinnige personen, de heiligste barbaren die hij ooit had ontmoet. Wacht even - Kirk kennen we, maar Ken Kesey? Neal Cassady? Lord Buckley? Eddy Determeyer belicht de vader van de hippies, diens hippe chauffeur, een geniale stand-up jazzdichter en natuurlijk ook de al even geniale rietblazer Kirk, die met gemak drie instrumenten van de saxofoonfamilie simultaan bespeelde en daar ook nog een melodie uithaalde. In de Jazztube zien we de multi-instrumentalist aan het werk tijdens het Mezinarodni Jazz Festival in Praag op 19 oktober 1967. In ruim drie kwartier krijgen we een mooie dwarsdoorsnede van de wereld volgens Kirk: een popnummer, wat van Ellington, eigen werk en alles op het hele arsenaal aan instrumenten. Klik hier om het artikel te lezen en de Jazztube te bekijken. Labels: artikel, jazztube, rahsaan roland kirk (Eddy Determeyer, 7.2.21) - [print]
- [naar boven] Met de titel 'The Promise', goed passend bij deze onzekere tijden, realiseerde de oedspeler Mehmet Polat onlangs zijn vijfde album in eigen beheer. Het is wederom een soloalbum, net als 'Ageless Garden'. En net zoals Polat voor dat album op sommige nummers samenwerkte met andere musici doet hij dat op dit album eveneens. Verder is ook dit album weer helemaal Polat, wat betekent dat we de man onmogelijk kunnen vastpinnen op één stijl, hij is en blijft een eclecticus pur sang. Het album begint met het bijzonder energieke en meeslepende 'Firefighters'. Polat had dit stuk solo kunnen spelen, maar laat zich hier begleiden door bassist Daniel van Huffelen, wat het geheel net even iets meer diepte geeft, iets wat hij ook doet op 'Swinging Hands'. Op 'Pathfinder' en 'Footprints' krijgt hij aansluitend ondersteuning van percussionist Alper Kekec en op dat laatste stuk ook van Sinan Arat, die de ney bespeelt. Bijzonder vind ik ook 'Permission', vooral door het samenspel met Elnur Mikayilov op de kamāncha. In die eerste nummers blijft Polat overigens, mede dankzij deze gastmusici, dicht bij zijn Turkse wortels, eigenlijk meer dan we tot nu toe van hem gewend waren. De sterkste jazzinvloed kent 'Swinging In Hands'. Het slagwerk van Joan Terol Amigó speelt daar overigens een belangrijke rol in, een opwindend en stomend duet. 'Fidelity To Instanbul', met wederom ondersteuning van Kekec, klinkt dan weer heel Turks en de twee weten hier met prachtige ritmische patronen meer dan te overtuigen. Ik hoorde Polat niet eerder in gezelschap van een vocalist, maar hier horen we hem samen met de Koerdische zanger Shwan Sulaiman in het opwindend ritmische 'Being The Voice' en met klarinettist en vocalist Mikail Aslan in 'Neterseno'. 'Symbolizations' en 'Nothing Is Yours' behoren tot de weinige stukken waarop we Polat echt solo horen. Het eerste stuk valt op door de atypische distortion die hij erin gooit, met een wel heel apart effect tot gevolg. Het tweede stuk is een schitterende ballade, met een weemoedige onderlaag. Tot slot klinkt het aanstekelijke 'My Cultural Womb', waarin we andermaal Van Huffelen en Amigo horen en waarin Polat duidelijk aansluiting bij de rock zoekt bij de rock, een stijl die we nu niet bepaald associëren met de oed. Maar hoe vreemd het ook klinkt, het werkt wel. Klik hier om dit album te beluisteren. Labels: cd (Ben Taffijn, 4.2.21) - [print]
- [naar boven] Bij het beluisteren van deze cd word je weer gewaar wat het betekent om vanwege de coronapandemie liveconcerten te moeten missen. Want alle sublieme in studio's opgenomen cd's of lp's ten spijt, niets dat kan tippen aan het fysiek bijwonen van een concert. Gelukkig worden er regelmatig cd's uitgebracht van liveconcerten die je auditief deelgenoot maken. Dat is ook het geval met 'Cycle' van de gelijknamige gelegenheidsformatie van Bo van de Graaf. Voortreffelijk opgenomen door Mark Peters in Brebl - Nijmegen, de thuishaven van JINJazz. Volgens de destijds geldende coronavoorschriften waren er bij dit concert een dertigtal bezoekers aanwezig. Zij waren getuige van een bezetting bestaande uit André Groen (drums, vibrafoon), Christoph Mac-Carty (piano, keyboard), Bo van de Graaf (rieten), Dion Nijland (contrabas) en Michel Mulder (bandoneon, keyboard). Na het eerste stuk 'Love At First Sight' volgt 'Bocycle'. Als Alfred Hitchcock nog geleefd had zou deze compositie van Dion Nijland zeker op zijn verlanglijst staan. Met een lome walking bass wordt hier niet veel goeds voorspeld.
In het absurdistische slotstuk 'Just Another' gaan alle remmen los en hoor je in de vocalen van Mac-Carty verwijzingen naar onder andere Louis Armstrong, Al Jarreau en Jaap Blonk. Met een abrupte slotnoot van Van de Graafs tenorsax lijkt het alsof programmator Patrice Zeegers de hoofdschakelaar van de geluidsinstallatie in Brebl omdraait en zo dit bijzondere concert tot een einde komt. Met 'Cycle' bewijst Bo van de Graaf nog maar eens wat voor een authentieke, creatieve en bevlogen jazzmuzikant, componist en ensembleleider hij al jaren is in het Nederlandse jazzlandschap. Mijns inzien past hij in het rijtje van onder andere Willem Breuker, Martin Fondse en Corrie van Binsbergen. Daarom nogmaals de oproep aan de Stichting Boy Edgar Prijs om Bo van de Graaf met stip te plaatsen op de kandidatenlijst voor de verkiezing 2021. Foto: Cees van de Ven Labels: cd (Cees van de Ven, 1.2.21) - [print]
- [naar boven] Lees verder in het archief...
|
Archief
Artikelen Cd-recensies Concertrecensies Colofon Festivalverslagen Interviews Jazz in memoriams Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken? |