Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 


Cd / Jazztube
Steven Kamperman's NeOropa - 'NeOropa' (Home, 2017)

Opname: 22 februari 2016

Rietblazer Steven Kamperman heeft al eerder laten horen zich niet veel aan te trekken van muzikale vakjes en hokjes. Hij maakt deel uit van HOT, waarin het kerkorgel centraal staat, vormt een duo met Valentin Clastrier, een virtuoos op de draailier, en werkt nu zelfs aan een opera. Ook in NeOropa tast hij, samen met Michel Godard, Oene van Geel, George Dumitriu en Sanem Kalfa, de muzikale grenzen af.

De basis van dit kwintet - hun album kwam niet voor niets uit bij het Belgische Home Records - ligt in de geschiedenis van het oude continent, ons eigen Europa. 'Estampie' grijpt terug op de gelijknamige middeleeuwse dansvorm en 'Jig For George' heeft ook trekken van een volksdans. Niet dat dit een retro album is geworden, verre van. De oude melodieën krijgen hier een frisse, onorthodoxe behandeling van de vijf virtuozen. De twee blazers, Kamperman op klarinet en Godard op tuba en serpent, geven de bijzondere kleur aan de composities, vaak verrassend goed samenvallend met het stemgeluid van zangeres Sanem Kalfa, terwijl de twee (alt)violisten Van Geel en Dumitriu voor een belangrijk deel de sfeer neer zetten, waarbij laatstgenoemde ook nog gitaar speelt.

Een sfeer die opzwepend kan zijn, we noemden 'Jig For George' reeds, maar ook 'Musele' voldoet hieraan, met een sterke solo van Dumutriu. Een eerbetoon aan de stempel die de zigeuners in Europa op de muziek hebben gedrukt. Maar de muziek kan ook zeer ingetogen, ragfijn en ja, soms ook wat weemoedig klinken. 'Deus Ex' voldoet aan die beschrijving, maar ook 'Mirie It is', met een prachtige partij voor zowel Kalfa als Kamperman. Mooi hoe die laatste hier zijn klarinet laat zingen, de klezmer klinkt erin door. 'Hieronymus’ Hell' klinkt ronduit spannend. De twee strijkers steken elkaar hier met wervelend spel naar de kroon, Godard zorgt voor prachtige donkere tonen en Kalfa gebruikt haar stem in dit stuk als volwaardig instrument.

Met 'Sarabande' en 'Chaconne' steekt het kwintet wederom een tweetal oude dansen in een nieuwe jasje. De vorm is vanzelfsprekend strak, dat hoort bij deze oude melodieën, maar de uitvoering is evengoed eigentijds, bijvoorbeeld in die heerlijke monoloog op tuba door Godard, die van de ene in de andere compositie overloopt. Afsluiten doen we met het meeslepende 'A Trace Of Grace', een laatste ode aan de culturele rijkdom van ons continent.

Klik hier om dit album te beluisteren.

In de Jazztube hierboven zie je Steven Kamperman's NeOropa met 'Estampie', live opgenomen op 18 februari 2016 in Rasa, Utrecht.

Labels: ,

(Ben Taffijn, 31.3.18) - [print] - [naar boven]



Boek
'Live: Jazzconcerten op Papier'

Auteurs: Pieter Fannes & Yann Bagot / Uitgeverij: Bries, 2018

Jazz tekenen, kan dat? Is dat moeilijker dan op architectuur dansen, om een bekende mismatch in herinnering te roepen? Illustratoren Pieter Fannes en Yann Bagot hebben het bewijs geleverd. Het is pure jazz en impro die uit de 216 pagina's van 'Live: Jazzconcerten op Papier' spatten. Dat de muziek fotogeniek is wisten de eerste anonieme fotografen reeds die de verrichtingen van de Original Dixieland Jazz Band op het podium of in de studio vastlegden. Niet voor niets wrongen die vroege bandjes zich vaak in allerlei malle poses wanneer ze een camera op zich gericht wisten. Maar jazz tekenen – in live situaties? Dat vereist per definitie dat de betreffende tekenaar snel en trefzeker kan werken. In feite moet die binnen een minuut of vijf de handel in grote lijnen op papier of het canvas hebben staan. Daarna volgt er immers weer een ander nummer, met andere instrumenten soms en een andere sfeer. Thuis kan het idee verder worden uitgewerkt.

"Je probeert helemaal in het universum van de muzikanten te duiken, hen te volgen in hun uitspattingen en verkenningen, zonder oordeel," stelt Bagot in een tweegesprek met collega Fannes. "Dat is een artistieke versmelting die erg krachtig kan zijn. Aan de andere kant blijf je toch erg bezig met praktische zaken: waar is mijn pen, ligt mijn blad nog recht, hopelijk stoot ik mijn inktpotje niet om..." Waarop Fannes zich een optreden van STUFF. op Jazz Middelheim herinnert, waarbij hij op de terugweg voor een automonteur werd gehouden.

Beiden delen ze een voorkeur voor werken met Oost-Indische inkt. Dat levert mooie contrasten op en de mogelijkheid met zwarte vlakken de compositie vorm te geven. Overigens zie je in 'Live' alle instrumenten en technieken de revue passeren: houtskool, gouache, viltstift, penseel, portret, cartoon, impressionisme, expressionisme.

Maar goed, nu word ik geacht, op papier/scherm met woorden aannemelijk te maken dat de heren het kunstje geflikt hebben, dat het gelukt is jazz in lijnen en vlakken en vlekken hoorbaar te maken. Om te beginnen heeft jazz als het goed is iets ambigu's, iets ongrijpbaars. Voor de luisteraar is er altijd wel een moment dat hij of zij zelf iets kan in- of aanvullen: hé, maar zó had het ook kunnen gaan. Die blinde vlekjes, die terrae incoginitae in het geluidsbeeld, horen we in de contouren die slechts gesuggereerd worden, de ledematen die het loodje hebben gelegd, het instrument dat plaats heeft moeten maken voor een wolkje noten. Ja, die noten. Longitudinale trillingen, hoe maak je díe zichtbaar? Dat is natuurlijk een erg verleidelijke wereld, het onzichtbare terrein van de geluidsvelden. Bagot komt een heel eind in zijn portretten van pianiste Rita Marcotulli en accordeonist Luciano Biondini. De muzikanten hebben zich hier opgelost in bibberige geluidsgolven, in ovale witte abstracte soundscapes op een zwart fond.

Vergezocht? Misschien – maar in ieder geval gezocht. Vaker komen de soli tot ons in de vorm van gedeformeerde figuren of instrumenten. Met name de vleugels kunnen licht uitgroeien tot angstaanjagende monsters die nodig getemd moeten worden. En in de snelheid, daar hoor je het ook. Soms frappeert een vlot doch naturalistisch getekend en goed gelijkend gezicht in een geabstraheerd kader van schetsmatige instrumenten en even aangestipte spotlights.

En nu hebben we het niet eens gehad over de verschillen en overeenkomsten tussen de beide illustratoren. Nou, jammer dan.

Labels:

(Eddy Determeyer, 30.3.18) - [print] - [naar boven]



Cd's
Michael Mantler - 'Comment C'Est' (ECM, 2017)

Opname: april 2016
Large Unit - 'Fluku' (PNL, 2017)
Opname: 8 april 2016
Third Coast Ensemble - 'Wrecks' (Rogue Art, 2017)
Opname: 13/16 oktober 2015

In de categorie groot, groter, grootst signaleerden wij recent een paar interessante projecten. Trompettist Michael Mantler bracht met het Max Brand Ensemble en zangeres Himiko Paganotti vorig jaar 'Comment C’est' uit. De Noorse slagwerker Paal Nilssen-Love lanceerde 'Fluku' met zijn Large Unit, terwijl het nieuwe Third Coast Ensemble zich in 'Wrecks' buigt over gezonken schepen.

'Comment C’est' bevindt zich op het snijvlak van jazz en klassiek, getrouw aan de doelstelling van het Max Brand Ensemble, dat zijn naam ontleend aan de in 1980 overleden Oostenrijkse componist Max Brand. Een ensemble dat zich beweegt binnen de nieuwe muziek en zich daarbij niet op één stijl wil laten vastpinnen. Mantlers kunstwerk voldoet aan die eisen. In een cyclus van tien Franse liederen, alle gecomponeerd door hemzelf, horen we een ingetogen vorm van kamerjazz. Het onverwachte zit hier niet zozeer in de muziek, die overigens zeer goed in elkaar zit, maar in de teksten. Mantler is van mening dat deze onrustige tijden erom vragen dat hij zich uitspreekt. Titels als 'Intolérance', 'Guerre', 'Commerce' en 'Pourquoi' zeggen genoeg. Maar even inzoomen in 'Commerce' en dan even in de vertaling over wapenverkoop: "Het is echt geen probleem, er is geen tekort, het is goed voor de zaken." En in 'Guerre' vraagt Mantler zich terecht af hoe het komt dat de oorlogen die we op tv zien ons eigenlijk niets doen. Die vreselijke teksten worden poëtisch gezongen door Paganotti en ronduit mooi begeleid door het ensemble onder leiding van Christoph Cech. Als we Mantler zelf horen is dat al even lyrisch. Het maakt het allemaal nog pijnlijker.

'Fluku' begint met het bijna 27 minuten tellende titelstuk. We horen Nilssen-Love op bekkens, een paar stoten van de blazers en dan heerlijke, oeverloze chaos, waar we vooral Tommi Keränen achter de elektronica en gitarist Ketil Gutvik verantwoordelijk voor kunnen stellen. De zes blazers interrumperen weliswaar op regelmatige basis, maar dat maakt de chaos niet minder groot, zeker niet als dat aansluitend ook nog eens naar die kant overslaat en de zes straf aan het door elkaar heen toeteren slaan. En dan, heel langzaam, ontstaat er weer iets van structuur, iets van ritme. De beide slagwerkers, Nilssen-Love en Andreas Wildhagen voorop, gevolgd door de heerlijk op zijn tuba pompende Per Åke Holmlander. En voor je het weet zit je ineens in zo'n onvervalst stomend ritme en vergast trombonist Mats Äleklint je op een moddervette solo. Hier lusten we wel pap van. Eenmaal op stoom is er geen houden meer aan en zweept Nilssen-Love zijn equipe verder op tot het kookpunt is bereikt. In 'Springsummer' horen we aansluitend klarinettist Klaus Ellerhusen Holm en Nilssen-Love in een zeer muzikaal duet. Ook 'Playgo' bevat een aantal van die ronduit meeslepende momenten waarin het ritme je als luisteraar onmiskenbaar in de greep krijgt. Schakel in bij 9.30" en u weet wat ik bedoel.

Het Third Coast Ensemble staat onder leiding van kornettist Rob Mazurek, die ook alle composities levert en de deelnemende musici komen deels uit Chicago en deels uit het Nautilis Ensemble, dat zijn basis heeft in het Franse Brest. Het water, de Noord-Amerikaanse meren worden wel eens de derde kust genoemd, verbind de 17(!) musici die aan dit live opgenomen album meewerken. 'Wrecks' is een ode aan beroemde gezonken schepen als de Amoco Cadiz (1978), de SS Drummond Castle (1896), The Wings of the Wind (1866) en nog een reeks anderen. De muziek is dienovereenkomstig onstuimig. In 'This Is The Atoil' wordt de dreiging groots verklankt. Bijzonder is ook 'The Blue Oblivion' met een paar prachtige solo's. We horen achtereenvolgens Christoph Rocher op klarinet, Irvin Pierce op tenorsax en Philippe Champion op trompet, gevolgd door een enerverende groepsexercitie waarin een grote rol is weggelegd voor Lou Mallozzi en Vincent Raude, die de elektronica bedienen. En dan is er het dynamische 'On The Trapeze Of Minds Ferns', met grootse bijdragen van fluitiste Nicole Mitchell. Een rode draad in 'Wrecks', dat als een doorlopende suite is te beschouwen, is het gedicht 'Loyalty Islands' van Alexandre Pierrepont. Het wordt prachtig voorgedragen door Lou Mallozzi. En hulde, de tekst staat afgedrukt in het cd-boekje.

Labels:

(Ben Taffijn, 29.3.18) - [print] - [naar boven]



Concert
Het spelplezier van een twintigjarige

Mike Mainieri & Marnix Busstra's Old School Band, dinsdag 20 maart 2018, Cultuurschip Thor, Zwolle

Vorige week dinsdag begon de minitour van de Marnix Busstra Old School Band, samen met de legendarische vibrafonist Mike Mainieri (Steps Ahead). Voor de bijna 80-jarige Amerikaan een hernieuwde kennismaking met de gitarist met wie hij in 2008 het album 'Twelve Pieces' opnam.

In de uiterst sfeervolle ambiance van cultuurschip Thor was het nog een beetje aftasten; de primeur van de tour en het gemis van de zieke organist Eric van de Bovenkamp maakte dat de band wat gehandicapt klonk en nog niet helemaal los ging. Nog een beetje op zeker spelen.

De band putte grotendeels uit het repertoire van de laatste cd van Marnix Busstra ('Medium Rare', 'Ten Euro Skunk'), afgewisseld met een paar 'klassieke' Steps-nummers, zoals 'Islands'. De relaxte grooves waren aangenaam en strak, de melodieën fantasierijk.

Het is mooi te zien, en te horen, hoe uiterst smaakvol Mainieri de bandsound aanvult en versterkt met melodische lijnen, heerlijk rijke harmonieën en speelse ritmes. Het gemak waarmee hij zich centraal in de band mengt is verbluffend, met het spelplezier en de energie van een 20-jarige.

Klik hier voor foto's van dit concert door Maarten Jan Rieder.

Labels:

(Geert Topper, 27.3.18) - [print] - [naar boven]



Cd / Concert
Yuri Honing Acoustic Quartet - 'Goldbrun' (Challenge, 2017)

Opname: maart-juli 2017
Yuri Honing Acoustic Quartet live
vrijdag 16 maart 2018, Paradox, Tilburg

Het laatste album 'Goldbrun' van het Yuri Honing Acoustic Quartet, dat in september vorig jaar verscheen, kwam hier nog niet aan bod. Nu de saxofonist het album live ten gehore brengt in het Tilburgse Paradox is er alle reden hier alsnog bij stil te staan. Wat opvalt tijdens het concert is dat het kwartet, met naast Honing pianist Wolfert Brederode, bassist Gulli Gudmundsson en drummer Joost Lijbaart, louter de suite 'Goldbrun' in chronologische volgorde speelt. Die bedraagt op de plaat nog geen veertig minuten, maar wordt hier opgerekt tot ruim het dubbele. Leg de cd ernaast en je hoort opvallende verschillen.

Neem bijvoorbeeld het tweede stuk (de zeven delen hebben geen aparte titels). Live krijgen we in de tweede helft een enerverend triomoment voorgeschoteld. Brederode volledig in trance achter de piano, vol overgave begeleid door Gudmundson en Lijbaart. Op het album komt dit er niet uit. Het intro in het derde stuk - Brederode doseert hier zijn aanslagen zorgvuldig, met veel ruimte tussen de noten - is op het album helaas ook korter. De pianist krijgt live veel meer de tijd om zijn losse muzikale en poëtische gedachten vorm te geven. Dat wil niet zeggen dat het zo uitspinnen van het album overal goed valt. Op verschillende momenten wordt een compositie net iets te veel uitgerekt en dreigt de verveling toe te slaan.

Bijzonder aan het album - in het concert komt dat door de lange lengte iets meer onder druk te staan - is de coherentie van de composities. De zeven stukken bezitten een duidelijke kop en staart en ook als totale cyclus zit er duidelijk lijn in. Dat het dan ook nog eens fantastisch wordt uitgevoerd is bijna evident. Dit zijn alle vier musici van formaat, die ook nog eens een lange staat van dienst als kwartet hebben opgebouwd. Hun samenspel is dan ook bovengemiddeld goed. Ook hier betoont Honing zich overigens weer een op-en-top lyrische componist, die prachtige, welluidende harmonieën kan schrijven met een melancholische ondertoon, waarbij ieder scherp randje is weggepoetst. Kamerjazz van formaat.

Daar zit tegelijkertijd echter ook wel een beetje het probleem. Het is allemaal wel heel mooi en veilig wat we hier voorgeschoteld krijgen en, eerlijk is eerlijk, dat gaat na een paar nummers vervelen. Extra opvallend in dat verband is dat Honing zich naar eigen zeggen bij het componeren van 'Goldbrunn' heeft laten leiden door de Duitse Romantiek, met als inspiratiebronnen de muziek van Richard Strauss en Richard Wagner, de boeken van Hermann Hesse en de schilderijen van Caspar David Friedrich. Allemaal heel interessant, maar terug te horen is het niet. Want je kunt veel zeggen over de muziek van Wagner en Strauss, maar geenszins dat het de duisternis uit de weg gaat. Sterker nog, wat die muziek boeiend maakt is juist dat het je een blik gunt op de afgrond. Honing blijft echter op veilige afstand, de afgrond bespeuren we nergens. En dat is beslist een gemiste kans.

Klik hier voor foto's van het concert in Paradox door Johan Pape.

Labels: ,

(Ben Taffijn, 26.3.18) - [print] - [naar boven]



Cd / Jazztube
Mark Haanstra & Oene van Geel - 'Shapes Of Time' (Zennesz, 2018)

Opname: 4 december 2014, 27-28 december 2017

Nee, de foto op de voorkant van deze cd is geen trucage. Fotograaf Udo Prinsen maakte hem op Spitsbergen met verschillende pinhole- of gaatjescamera's. De lens staat maanden open, waardoor we de beweging die de zon maakt zien afgebeeld. Iets wat we normaal gesproken natuurlijk niet zien. De kunstwerken die Prinsen hiermee maakt van diverse natuurverschijnselen inspireerden bassist Mark Haanstra en altviolist Oene van Geel bij hun eerste gezamenlijke album, zeer toepasselijk 'Shapes Of Time' geheten. Iedere compositie is hierbij een verklanking van een van Prinsens foto's.

In tegenstelling tot wat u bij een debuut zou vermoeden, werken deze twee musici reeds meer dan twintig jaar samen en is 'Shapes Of Time', naar analogie van het werk van Prinsen, te zien als een samenstolling van die twintig jaar in negen stukken. In diezelfde tijd waarin dit album ontstond, kwamen de twee tevens op het idee om gitarist Raphael Vanoli te vragen mee te spelen en een bijdrage te leveren aan een drietal composities.

De bezetting van basgitaar/contrabas en altviool is vanzelfsprekend een redelijk karige, maar maakt het tegelijkertijd mogelijk om de diepte in te gaan. In 'Skull' horen we Van Geel dan ook diep graven middels een intense melodie op een rustig en beheerst basgitaarpatroon. Mooi is ook het repeterende motief in 'Perpetuum Mobile', een goedgekozen titel. De enige cover op het album is 'Tonio' van Theo Loevendie. Een compositie waarin we de handtekening van de meester herkennen en waarin een prachtige synthese wordt bereikt tussen klassiek en jazz, met een vleugje exotica. Van Geels altviool klinkt in 'Sees' melodramatisch, licht rafelig en soms wat klagelijk. Het past prima bij Haanstra's spel op de contrabas. Mooi is de omslag in het stuk als Haanstra overstapt op basgitaar en de sfeer iets grimmigs krijgt. 'Sihouette' is een stuk dat door zijn aantrekkelijke melodie in je hoofd blijft rondspoken. Een prachtig stuk in de beste traditie.

De composities waar Vanoli op meewerkt wijken wat af van de composities waarin we louter het duo horen. Het zijn ingetogen klankwerelden, waarin niet zozeer de melodie centraal staat als wel een sfeer wordt opgeroepen. In het reeds in 2014 live opgenomen 'Desert Without Sand' is dat er een van leegte en verlatenheid. Eenzelfde sfeer vinden we terug in het ritmischere 'Arctic Ortelius' Vanoli's techniek om tegen de snaren te blazen en dat zeer versterkt te laten horen, draagt hieraan bij, evenals Van Geels zang.

Naast de gewone uitvoering op cd is dit album ook te verkrijgen als onderdeel van een fotoboek met de foto's van Prinsen die model stonden voor de composities op groot formaat.

Mark Haanstra & Oene van Geel op tournee:
27-03   Smederij, Groningen
28-03   Brebl, Nijmegen
29-03   De Pletterij, Haarlem
30-03   Bimhuis, Amsterdam (met Vanoli en Prinsen)
31-03   LantarenVenster, Rotterdam (met Vanoli en Prinsen)
02-04   Easter Jazz Festival, Nijmegen (met Vanoli)

In de Jazztube hoor en zie je Mark Haanstra en Oene van Geel met 'Tonio'. Een opname gemaakt op 26 november 2016 bij Hot House, Leiden, in de tuinzaal van Sociëteit de Burcht tijdens de Nacht van de Jazz.

Labels:

(Ben Taffijn, 24.3.18) - [print] - [naar boven]



Concert
Compromisloze avant-garde met spannende improvisaties

Mary Halvorson's Code Girl, donderdag 15 maart 2018, Bimhuis, Amsterdam

De frêle Mary Halvorson wordt steeds vaker beoordeeld als een grote vernieuwer van de jazzgitaar. De gitarist heeft de meest recente Downbeat Critics Poll gewonnen voor Guitar, Rising Star Jazz Artist, Rising Star Jazz Group en Rising Star Composer. Het is dan ook niet verrassend dat de Amerikaanse haar trio Thumbscrew met drummer Tomas Fujiwara en topbassist Michael Formanek voor haar groep Code Girl heeft uitgebreid heeft met de toptrompettist Ambrose Akinmusire en zangeres Amirtha Kidambi.

Mary Halvorson participeert in uiteenlopende formaties, maar speelt zeker geen conventionele jazz. De vrijheid in de composities en de eigenzinnigheid van haar gitaarspel zijn dominerende kenmerken. Sterker nog: deze groep maakt het de luisteraar niet makkelijk. De gespeelde melodieën zijn hoekig, de muzikale structuur is complex en de improvisaties zijn merkwaardig en intrigerend. In de eerste stukken is het hoog-energetisch, soms 'flutterende', koperwerk van Ambrose Akinmusire alom aanwezig. In afwisseling met de meer declamerende dan zingende performance van Amirtha Kidambi. Halvorson beperkt zich in dit stadium van het optreden tot het ritmisch ondersteunen en het aanbrengen van ontregelende akkoorden.

Halverwege de eerste set, wanneer Kidambi even het podium verlaat, profileert Halvorson zich ook solistisch meer. Haar stijl is al even uniek als onorthodox. Verwacht in haar spel geen warmbloedigheid. Het zeer indringende spel en de sound van haar gitaar is hard als graniet, puntig en wars van clichés. Zij laat op subtiele wijze dissonanten toe in haar solospel. Ongeëvenaard is de wijze waarop Halvorson de toon laat afglijden of omhoog voert en versnellingen of vertragingen aan kan brengen. Formanek en Fujiwara zijn zowel voor als na de pauze de partners in crime bij het bewaken van de ritmische eenheid. Ze kruipen bij vlagen uit hun schulp met zwaar gestreken contrabaslijnen of een spaarzame, opzwepende drumsolo.

Na de pauze ziet het er even naar uit dat een conventioneel liedje, onder begeleidend gitaarspel, de trend van de tweede set wordt. Niets blijkt minder waar! De spanning en onverwachte wendingen nemen alleen maar toe bij zowel de onwerkelijke, ritmische deining als bij de vrije rockimprovisaties van Halvorson. Ook het verwarrende, echoënde trompetspel van Akinmusire draagt bij aan het opwindende karakter. Het afsluitende stuk draait onvermurwbaar en melancholisch als een stoomcarrousel in het rond. De galmende spacy gitaarsolo accentueert het caleidoscopisch beeld dat hierbij ontstaat. De muziek is gewaagd en compromisloos gebleken en staat bol van vrije, spannende improvisaties.

De atypische, vervreemdende en soms gillende scats van Kidambi blijven een ongemakkelijke factor deze avond.

Klik hier voor foto's van dit concert door Louis Obbens. En hier zie je foto's die Cees van de Ven maakte van het concert dat Code Girl een dag eerder gaf in De Bijloke Kraakhuis, Gent.

Labels:

(Louis Obbens, 23.3.18) - [print] - [naar boven]



Cd's
Frank Carlberg / Noah Preminger - 'Whispers And Cries' (Red Piano, 2018)

Opname: 5-6 juli 2017
Anat Cohen / Fred Hersch - 'Live In Healdsburg' (Anzic, 2018)
Opname: 11 juli 2016

Twee duo's. Twee keer riet plus piano. Vier grootmeesters.

Bij alle overeenkomsten tussen deze twee albums valt na een paar keer luisteren een kardinaal verschil op. Waar Anat Cohen en Fred Hersch vooral bezig zijn, van afzonderlijke draden veelkleurige weefsels te vervaardigen, lijken Noah Preminger en Frank Carlberg vooral geïnteresseerd in het ontrafelen van bekende structuren. In dit verband kwam bij mij de term 'ontbinden in factoren' bovendrijven. Ineens, vanuit het niets, na ik wil niet weten hoeveel jaren. Wordt het nog altijd gedaan, in het basisonderwijs? Ik mag aannemen van wel. Maar daar zijn pianist Carlberg en saxofonist Preminger vooral mee bezig, dus. Je hebt geen idee uit hoeveel onderdelen zo'n 'Take The A Train' bestaat. Carlberg improviseert hier alsof hij afhankelijk is van een blindenstok. Zo is ook 'Embraceable You' een voorbeeld van een overbekende song die een volstrekt vrije interpretatie krijgt. Elk akkoord wordt gebruikt als springplank voor duizelingwekkende capriolen. Daarbij valt op hoe trefzeker de artiesten blijven klinken, ondanks alle risico's die ze nemen.

Preminger toont zijn indrukwekkende instrumentbeheersing in 'Try A Little Tenderness'. Zijn rollende reeksen zijn een tikje over the top - mooi materiaal, lijkt mij, voor een conservatoriumstudent om te transcriberen en uit te voeren. (En in het kader van een masterstudie te orkestreren en te harmoniseren.)

Wat is dat geluid trouwens volmaakt! Jimmy Katz kenden we als een voortreffelijke in-your-face fotograaf, maar hij blijkt als geluidstechnicus ook nog eens gouden oortjes en handjes te hebben. De opname kwam tot stand in de charmante Jordan Hall, de concertzaal van het New England Conservatory in Boston. Het geluid is rijk en ruimtelijk, maar zonder storende echo's. Ja, in 'Tea For Two' hoor je de pianosnaren gedempt meezingen met de saxofoon. Fuck separation!

Het meest uitgesproken voorbeeld van Cohens en Hersch' tendens tot integratie is de 'Jitterbug Waltz'. Hier spelen de musici om en om twee of meer nootjes, langs de melodische lijn van Fats Wallers song. Voor would-be jitterbugs lijkt mij dit stuk trouwens niet eens zo makkelijk te tackelen.

De hele sfeer van dit recital is overwegend ingetogen. Fred Hersch' pianosolo in 'The Purple Piece' is een tot klinken gebrachte gedachtengang, met verhelderende inzichten en invallen die de moeite waard zijn er even bij stil te staan. Saxofonist Anat Cohen laat zich van haar meest lyrische kant zien in het wonderschone 'Isfahan'. Alsof ze haar 'creoolse' geluid uit Tremé heeft gehaald, in plaats van Tel Aviv. In dit verband is ook de toegift, 'Mood Indigo', relevant. Cohen lijkt hier Barney Bigard te groeten, die het nummer in 1927 uit New Orleans (toen het nog 'Dreamy Blues' heette) in New York introduceerde, bij Duke Ellington.

Klik hier om 'Live In Healdsburg' van Anat Cohen & Fred Hersch te beluisteren.

Labels:

(Eddy Determeyer, 21.3.18) - [print] - [naar boven]



Concert
De mogelijkheden van de piano

Kaja Draksler, zaterdag 10 maart 2018, Dag in de Branding, Korzo Theater, Den Haag

De uit Slovenië afkomstige Kaja Draksler is inmiddels geen onbekende meer op de Nederlandse podia. Sinds haar vierde zit zij al achter de piano en na haar verhuizing naar Goningen in 2005, waar ze studeerde bij Marc van Roon en Michael Moore, trok ze naar Amsterdam. Daar, in de stad die nog steeds haar thuisbasis vormt, studeerde ze compositie bij Richard Ayres. En die twee studies is tevens wat Drakslers muziek kenmerkt, op de grens van vrije improvisatie en gecomponeerd. Zo bleek ook weer eens uit het solo-optreden dat ze in het Haagse Korzo Theater verzorgde als onderdeel van Dag in de Branding. Voor diegenen die wat minder thuis zijn in de hedendaagse gecomponeerde muziek; iedere drie maanden vindt dit festival plaats op diverse locaties in Den Haag, alweer 47 edities lang.

Draksler heeft voor het eerste stuk een deel van haar snaren geprepareerd, waardoor haar aanslagen klinken als klokken met een grote klankrijkdom. Haar spel is daarbij fragiel, ademend. Gaandeweg kruipt er een nerveus klinkend ritme in de compositie en neemt de dynamiek toe. Dan betrekt Draksler een aantal niet geprepareerde snaren in haar stuk, waardoor de klank verder wordt verrijkt. Mooi is ook het minimalistische motief in het hoog dat aan het eind van dit stuk klinkt.

Na een korte pauze - de klemmen zijn er weer af - geeft ze de opmaat voor een stuk met een wat romantische inslag. Na een ingetogen begin met aanzetten tot een melodie ontvouwen zich langzaam melodieuze lijnen en boeiende versieringen. Interessant is hier hoe de pianiste na een stevige ritmische passage de harmonieën laat vastlopen in een soort van atonale modder.

In het derde stuk overheerst wederom het experiment. Draksler bespeelt afwisselend de kast en de snaren hier rechtstreeks met een vilten trommelstok. De snaren brengen op hun beurt blaadjes vloeipapier in beweging, waardoor we op een scala aan bijzondere geluiden worden getrakteerd. Aan het eind komen ook de toetsen weer aan bod. Nu de laatste vier aan de uiterste rechterkant van het klavier. Als een bezetene hakt ze erop in. Driftig getimmer in het hoog.

Afsluiten doet ze met een meer jazzy stuk, waarin vooral het ritme van de linkerhand opvalt en waarin Draksler haar techniek optimaal kwijt kan. Al met al een opvallend lyrische en melodische set, met enkele experimentele uitweidingen, voor een publiek dat voor een belangrijk deel Kaja Draksler voorheen waarschijnlijk niet kende. Want de grenzen tussen hedendaags gecomponeerde muziek en jazz zijn nog steeds scherp getrokken. Draksler bewijst weer eens dat het tijd wordt dat we deze maar eens opheffen.

Concertfoto: Rob Hogeslag

Labels:

(Ben Taffijn, 21.3.18) - [print] - [naar boven]



Nieuws / Vooruitblik
Corrie van Binsbergen maakt compositie voor jarige Westergasfabriek


Ter gelegenheid van het 15-jarig bestaan van de Westergasfabriek in Amsterdam schreef Corrie van Binsbergen de compositie 'Fifteen', een speciale muzieksuite bestaande uit 15 korte delen. De première van deze suite is op zondag 8 april in Pacific Parc op het terrein van de Westergasfabriek. 'Fifteen' wordt uitgevoerd door Vanbinsbergen Playstation. Het concert begint om 16.30 uur. De toegang is gratis.

Stadsdeel Westerpark Amsterdam is de opdrachtgever van de compositie. Gitarist en componist Corrie van Binsbergen is al meer dan 20 jaar werkzaam in de nabijgelegen Staatsliedenbuurt, waar zij in het verleden onder meer de succesvolle muziekavonden programmeerde in Zaal 100 in de Wittenstraat.

Van Binsbergen heeft zich laten inspireren door objecten, gebeurtenissen en mensen die een directe lijn hebben met de Westergasfabriek. De delen 'The Floating Wedding Dress' en 'Statue With Red, Yellow And Blue' verwijzen naar gelijknamige kunstwerken in het Westerpark. 'Cat’s Funeral' is een ode aan haar kat Joop, die Van Binsbergen na zijn dood begroef in het park voor de verbouwing. 'The Fastest Talking Man In Town' verwijst naar Matthijs van Nieuwkerk, die sinds jaar en dag De Wereld Draait Door presenteert op het terrein van de Westergasbriek.

Foto: Cees van de Ven

Labels:

(Maarten van de Ven, 20.3.18) - [print] - [naar boven]



Cd
Rosan Asmussen – 'An African Tale' (eigen beheer, 2017)


Rosan Asmussen trok de stoute schoenen aan, gordde haar basgitaar om en nam het vliegtuig naar Mozambique. Geholpen door malheur in de liefde dook ze diep in het Afrikaanse leven en de Afrikaanse ritmen. Het resulterende album, 'An African Tale', is een intrigerende mix van jaren zeventig discofunk, lounge jazz en Chopi-gezangen en -patronen. Asmussen schrok er niet voor terug ook in een eigen taaltje, het Rosans, te zingen. Zo op het eerste gehoor meer Maputa dan Grunn. Ja, in die kleine frêle blondine uit het hoge noorden schuilt iets dat groot is en zwart en verschrikkelijk swingt.

Iets van het maakproces is terug te horen. Gewoon met je bas tegenover een plaatselijke muzikant gaan zitten en net zo lang pielen en proberen tot er een brug groeit tussen westerse en Afrikaanse grooves. Die plaatselijke muzikant was Matchume Zango, percussionist en zanger. Asmussen heeft zich langdurig en intensief gelaafd en ondergedompeld. Luister bijvoorbeeld naar 'Tissopa', waarin haar bas fluistert gelijk, ja, gelijk zo'n aangeblazen fles uit zo'n jaren twintig jugband. (Het zou me niet verbazen wanneer die oude bands uit Memphis en St. Louis een Afrikaanse oorsprong hadden.) Je zou dat meissie wel eens op sousafoon willen horen. Het uitgangspunt voor haar baswerk luidt: eenvoud en ruimte. Ook de hypnotische kwaliteiten van de Afrikaanse muziek heeft ze goed getroffen.

'Los Te Laten', waarmee het album eindigt, lijkt emblematisch. Hier bezingt ze het dagelijks leven in het dorpje Patrice Lumumba, met een oma die tijdens het brood bakken een lied neuriet. Zelf constateert Rosan Asmussen verschrikt "O! Tien ongelezen berichten!" - maar dat refereert dus aan haar oude leven. Voordat dat in een Afrikaanse sage veranderde.

Klik hier voor geluidsfragmenten van dit album te luisteren.

Labels:

(Eddy Determeyer, 18.3.18) - [print] - [naar boven]



Concert
Composities centraal

Moore/Van Erk/Altenberg invite PCC-composers, woensdag 7 maart 2018, Brouwerij Martinus, Groningen

Aardig idee: conservatoriumdocent nodigt twee pupillen uit om samen eigen werk te spelen. Zo had Michael Moore, rietblazer en compositieleraar aan het Prins Claus, altist Laurent Robino en pianist Santiago Belgrano meegebracht naar Brouwerij Martinus. Aangevuld met veteranen Bert van Erk (contrabas) en Steve Altenberg (drums) trok dit gelegenheidscombo een redelijk volle bak.

Nu moet er direct bij gemeld worden dat Laurent op een haartje na geveld was door een gemene griep, dus over diens spel kan niet veel relevants gezegd worden. De architectuur van zijn compositie 'Osawa' (als ik het goed heb verstaan) was strak, ongeveer zoals Art Blakey en diens componisten de onderdelen van een song vorm plachten te geven. In 'Swinging Agago' van collega Santiago toonde die een voorkeur voor streng opgebouwde structuren, bestaande uit veelkleurige bouwstenen. Op het aldus opgetrokken bouwwerk stonden de twee altisten paraat om ons bij de minste onraad, bij ontstentenis van een werkende BB-sirene, te waarschuwen voor de vijand. Het thema van zijn stuk 'Muhal' was volledig uitgeschreven, ook voor de drums, en had een originele melodische opbouw.

Iedereen had wat voor de picknick meegebracht. Ook de springerige melodie van Van Erks 'Bend For Monk' was van A tot Z genoteerd. Een van Altenbergs bekkens bleek niet bestand tegen de extreme dynamiek en stortte op slag in onderdelen ter aarde. De drummer, die in Martinus goed in vorm bleek (daarmee betraden we dus het terrein der echte hogeschool), had zijn 'Impressions Of Sunny' ingebracht, dat beeldend en toepasselijk met een regengordijn op de cymbals opende. Ik neem tenminste aan dat de onderhavige Sunny als James Murray ter wereld kwam. Het stuk bleek uiteindelijk een statige dans voor twee altsaxofoons te bevatten.

Maar ja, de primus inter pares qua composities bleek hier toch Michael Moore. In 'Providence' hoorde je hoe hij zijn gedachten en impulsen regelrecht in helderlijnige muziek vertaalde. Quotes, ja, die hoorde je ook wel, maar dan bij voorkeur van de meer obscure soort. 'Cherisiers Roses Et Pommiers Blancs', de 'Grand Canyon Suite', voor minder komt Michael zijn bed niet uit. Hij had zijn 'Suburban Housewife' ("heb ik zeker veertig jaar niet meer gespeeld") weer van stal casu quo het aanrecht gehaald, een song die zich met de voorspelbaarheid van beurskoersen ontwikkelde. Hé, als zo'n huisvrouw er na veertig jaar nog zo fris en sappig uitziet, moeten we die misschien toch eens met andere ogen bezien. En nu we het daar toch over hebben: zouden die berichten destijds, in 1956, over die zaadjes, gevonden in de Grote Piramide, die na 4500 jaar nog ontkiemden, dan toch geen fake news zijn geweest?

Klik hier voor foto's van dit concert door Willem Schwertmann.

Labels:

(Eddy Determeyer, 17.3.18) - [print] - [naar boven]



Cd's
Strings5 - 'Lost In Labyrinth' (Casco, 2017)

Opname: 8 augustus 2016
Omawi - 'Inscapes' (De Platenbakkerij, 2017)
Opname: 19 november 2015

De oorspronkelijk uit Polen afkomstige pianiste Marta Warelis timmert sinds 2014 driftig aan de weg binnen het Amsterdamse vrije improvisatiecircuit. Ze maakt deel uit van het Xavier Pamplona Septet, dat onlangs nog een gedenkwaardig concert gaf in de PlusEtage in Baarle-Nassau. Ze werd toegevoegd aan het Ab Baars Trio tijdens de uitreiking van de Buma Boy Edgarprijs aan Wilbert de Joode in 2016. Nog niet zo lang geleden kwamen er twee cd's uit van projecten waar zij eveneens deel van uitmaakt, Strings5 en Omawi.

Strings5 bestaat louter uit snaarinstrumenten - de piano is er tenslotte ook een - en kent naast Warelis Jacob Plooij op viool, Raoul van der Weide op cello en percussie, Henk Zwerver op gitaar en Jan Nijdam op contrabas. Op 'Lost In Labyrinth', het debuut van dit kwintet, komen die vijf snaarinstrumenten op prachtige wijze samen in een serie onvoorspelbare klankerupties waarbij Warelis conform het concept ongeveer even vaak het klavier bespeeld als de binnenkant van de piano. In 'First' horen we haar uitgebreid op het klavier in wat denk ik wel kenmerkend voor haar genoemd kan worden. Warelis' spel is nooit volledig abstract, altijd klinkt het ritme erin door, waarbij ze neigt naar poëtische, ietwat melancholieke thema's.

'The feeling is the definition', een zin van de Amerikaanse dichter Wallace Stevens die staat afgedrukt op de hoes, slaat daarbij de spijker op zijn kop. Natuurlijk werken de overige musici in dezelfde geest. In 'Non, Parce Que' horen we Plooij en Zwerver in een bijzonder verstild duet, spannend tot de laatste noot en in 'Vol Canadien' onder andere Van der Weide, overigens in combinatie met een driftig aan de snaren trekkende Warelis. Maar het einde van dit stuk is het mooist: de ingetogen aanslagen, duidelijk gemanipuleerd, in combinatie met de duistere klanken van cello en bas en daarboven de viool, pure poëzie. Indrukwekkend is ook het duistere, donderende pianospel aan het einde van 'Hi I’m Al'.

In het trio Omawi werkt Marta Warelis samen met bassist Wilbert de Joode en drummer Onno Govaert. Het zal u niet verbazen dat dit trio nergens lijkt op het standaard pianotrio, zoals we dat nogal eens tegenkomen binnen de jazz. Op dit album komt het spel van Warelis nog beter voor het voetlicht en horen we eveneens haar voorliefde voor speelse ritmische patronen, die elkaar overigens met een zekere grilligheid opvolgen. Je ziet haar zitten achter de piano, puur intuïtief het volgende cluster kiezend. Iets wat overigens ook geldt voor De Joode en Govaert, ze is in goed gezelschap.

Het gaat er dan ook direct vanaf opener 'Stir' heerlijk onstuimig aan toe, waarbij Monk over haar schouder meekijkt. 'Star' klinkt weerbarstiger, zoekend, waarbij de breed uitgesponnen pianopassages op lijken te duiken uit het niets, om daar vervolgens ook weer in te verdwijnen. Het is dat De Joode en Govaert stevige ankerpunten creëren, anders zou onze pianiste zo maar wegfladderen. Ook 'Tatata-Di-Di-, -Dididum', wat een titel overigens, zit vol met van die prachtige ritmische loopjes op lekker dito spel van de ritmetandem en het afsluitende 'Stone' klinkt conform de titel heerlijk stevig.

Labels:

(Ben Taffijn, 16.3.18) - [print] - [naar boven]



Concert
Wedijveren met de natuur

Verheyen/Copland/Van der Feen/McPherson, zaterdag 24 februari 2018, Bimhuis, Amsterdam

Door privéomstandigheden is de Amerikaanse sterdrummer Billy Hart deze tour vervangen door Eric McPherson en op het laatste moment wordt ook de plaats van bassist Drew Gress ingenomen door Clemens van der Feen. In het Bimhuis presenteert de Vlaamse saxofonist Robin Verheyen het nieuwe album 'When Birds Leave', waarop pianist Marc Copland, contrabassist Drew Gress en drummer Billy Hart meespelen. Een wonderbaarlijke bezetting! Maar ondanks het ontbreken van deze twee illustere namen lijkt het optreden geenszins aan zeggingskracht te hebben ingeleverd. Hoe het oorspronkelijke kwartet live geklonken zou hebben in het Bimhuis blijft een vraagteken. McPherson bedient de drumkit met een vederlichte touch en souplesse zonder de beat ook maar een moment te verwaarlozen. De drummer toont bij vlagen zijn explosiviteit. Van der Feen kan direct bij het eerste nummer alle schroom van zich afgooien door het spelen van een warmbloedige bassolo. Uitgebalanceerd en ondersteunend geeft hij ruimte aan de ster van de avond: Robin Verheyen.

Het wonderkind van de Belgische jazz heeft deze avond een voorliefde voor de sopraansaxofoon. Verheyen lijkt geïnspireerd door de spiritualiteit van de natuur. De saxofonist speelt niet zweverig en wedijvert met de schoonheid van natuurlijke geluiden. Als openingszet wordt, door een open structuur, de compositie 'Rest Mode' mysterieus en idyllisch neergezet. Uitgebalanceerd in compositie en uitvoering, maar voorzien van vervaarlijke solo's. 'Day And Night' is een oprechte ode aan de vrije vlucht van zwermen vogels. Het wisselend tempo en de variatie in luchtigheid en onheilspellend gevoel zijn bloedstollend mooi. Bij de titeltrack 'When The Birds Leave' is er geen ontkomen meer aan. Robin Verheyen vertolkt als geen ander de melancholie van het vallend blad en het trieste weeklagen tijdens de grote vogeltrek.

De saxofonist laat tijdens het optreden ook een meer heftige kant zien. Hij leeft zich extravert en rauw helemaal uit, in mooi contrast met Marc Copland. De sopraansaxofoon wordt hierbij ingeruild voor de tenor. De ode aan Billy Hart is betekenisvol. Tijdens de drumsolo verruilt Eric McPherson zijn souplesse minutenlang voor energiek percussiewerk. De zingende saxofoonlijnen worden lamgelegd door een intense pianolyriek. Op het einde van het optreden wordt het warme spel van de tenorsaxofoon door messcherpe sopraanuithalen verdreven. De toegift blijft uit, maar er is meer dan voldoende geboden!

Klik hier voor foto's van dit concert door Louis Obbens.

Labels:

(Louis Obbens, 14.3.18) - [print] - [naar boven]



Cd
Kabas + Vicente + Godinho - 'Negen' / 'Live At SMUP' (FMR, 2017)

Opname: 4-5 januari 2017

Sinds Jan Daelman en Thijs Troch met dwarsfluit en piano als het duo Keenroh in 2014 de Prijs Jong Jazztalent wonnen bij het Gent Jazz Festival, vallen hun namen in steeds meer groepen op. In Kabas zitten zij samen met goede vrienden Nils Vermeulen en Elias Devoldere, met wie de een en de ander ook weer lid uitmaakt van andere projecten. Alle vier verstaan zij, wellicht mede door een goede verstandhouding met degenen met wie zij in zee gaan, opmerkelijk goed de kunst van spontaan samen improviseren. Hoewel zij zich net zo goed kunnen inpassen in liedjes en structuren, zijn zij ook in staat om te boeien op vrije wandelingen, waarbij ze met hun instrumenten heerlijke paden schilderen.

'Abel', de eerste cd van Kabas, deed al watertanden om dit viertal live mee te maken. Voor wie daar nog altijd niet aan toekwam en voor wie dat opnieuw wil horen, is er nu een dubbel-cd. Een schijfje, 'Negen' getiteld, laat hen horen in een Portugese studio met de trompettist Luis Vicente. Het andere schijfje is 'Live At SMUP', opgenomen in een Portugese club, waar behalve Vicente ook percussionist Carlos Godinho kwam meedoen. In beide omstandigheden werd zo te horen opgenomen met bescheiden middelen, die de natuurlijke sound van de groep weergeven, als een organisch geheel dat geen dure wellness-woorden nodig heeft.

De studiosetting was blijkbaar opnieuw, zoals op 'Abel', een omgeving om in de improvisaties niet echt lang uit te wijden. Alle stukken komen wel over als gehelen, die de tijd hebben om te groeien en met een beperkt aantal bewegingen tot een mooi resultaat te komen, in zekere zin als een kort verhaal dat met een passend slot afrondt. Het is muziek die ademt vanuit een vijfkoppig wezen, dat meerdere kanten tegelijk kan uitkijken en zonder haast, zonder twijfel en zonder te struikelen een eigen gang gaat. De vijf muzikanten zijn specialisten in het luisteren en het rustig aangeven van een eigen inbreng die ertoe doet en iets toevoegt aan de magische samenhang. Onrust of opwinding zijn hierbij niet uitgesloten, maar die bewegingen werken zo goed als de knedende en drukkende handen tijdens een deugddoende massage.

Dat zij er ook voor een levend publiek en met een zesde man in slagen om zoiets te bewerkstelligen, bewijst 'Live At SMUP'. Het recept blijft er een van een minimum aan spelregels, in een eigen zone waar vanuit eenvoudige beginselen levend schoons mag groeien. Misschien komt hierbij nog sterker tot uiting dat het vooral de fluit is die bijdraagt aan indrukken van een sprookjesachtig evenwicht, dat lang kan aanhouden, maar onvermijdelijk obstakels op zijn weg vindt. De magie in schoonheid kunnen vatten is een zaak, een andere is het om ook met rommelen en rammelen een toverachtige onderwereld prachtig te laten weerklinken. Trompetgeschal gaat hier samen met heldere, hemelse passages en met de donkere schaduwzijden van onrustige elementen die zich opdringen. Kabas en hun gasten weten er weg mee.

Klik hier om een track van dit album te luisteren: 'Claramente Escuro'.

Deze recensie verschijnt ook op Jazz'Halo.

Labels:

(Danny De Bock, 13.3.18) - [print] - [naar boven]



Concert
Naar een hoger niveau

Eve Beuvens & Mikael Godée Quartet, donderdag 22 februari 2018, JazzCase, Dommelhof, Neerpelt

Het Belgisch-Zweedse kwartet Eve Beuvens & Mikael Godée was op 22 februari te gast bij JazzCase in Dommelhof. Pianiste Eve Beuvens, een leerling van onder meer Nathalie Loriers, kennen we van haar trio met Jannick Peeters en Lionel Beuvens. In Dommelhof deelde ze het podium met de Zweedse muzikanten Mikael Godée op sopraansax, Magnus Bergström op contrabas en Johan Birgemius op drums.

Het repertoire van het kwartet bestond uit nummers van het album 'MFQ' en nieuwe nummers die later dit jaar op cd zullen verschijnen, composities van zowel Beuvens als van Godée. De nummers vloeiden naadloos in elkaar over.

Tijdens het hele concert was er sterk samenspel tussen de sopraansax en piano, geruggensteund door een subtiele ritmesectie. Het was musiceren op hoog niveau met mooie, gepolijste en melodische composities, die erg in de smaak vielen bij het publiek. Soms ook wel iets te gaaf en voorspelbaar. Alhoewel de saxpartijen van Mikael Godée heel subtiel waren, misten ze soms dat tikkeltje originaliteit om ze sprankelend en avontuurlijk te maken.

Hield Godée zich bewust bescheiden om alle aandacht en ruimte te geven aan de pianopartijen van Eve Beuvens? Zij ging voluit met een opvallend gevarieerd, onstuimig en bovenal open pianospel. Een openheid die zich uitte in een zekere vrijheid, spontaniteit en expressieve frisheid, waarmee ze het concert naar een hoger niveau tilde.

In zijn totaliteit genoten we van een sterk concert met heldere en duidelijke composities, die enthousiast, fris en speels werden neergezet.

Klik hier voor foto's van dit concert door Cees van de Ven.

Labels:

(Robert Kinable, 11.3.18) - [print] - [naar boven]



Cd
Martin Wind - 'Light Blue' (Laika, 2017)

Opnamen: 22-23 april 2017

Als dat geen dream band is: bassist en componist Martin Wind heeft hier Ingrid Jensen, Anat Cohen, Scott Robinson, Gary Versace en Matt Wilson bijeengebracht. Daarbij heeft hij ook nog eens wonderschone stukken en arrangementen vervaardigd. Ik bedoel, zo'n nummer als 'February', dat voluit 'February Is Not My Favorite Month Of The Year' heet ("Dat is hij echt niet!" verduidelijkt de componist nog eens in het boekje), heeft nog nooit zo'n warm onthaal gekregen. De trompet van Jensen en de altsaxofoon van Robinson staan zó in het geluidsbeeld dat er een ongewoon brede, orkestrale sound ontstaat.

Het eerste dat opvalt wanneer je de cd opzet, is het orgel van Gary Versace. Het geluid is eerder spooky dan ranzig. Ik hoor geen Leslie, maar wel de imaginaire soundtrack voor een denkbeeldige jaren vijftig sciencefictionfilm. Dat eerste nummer, 'While I’m Still Here', gebaseerd op 'Sweet Georgia Brown', is overigens zeer funky. De noten van de leider zijn meesterlijk geciseleerd en de tenorsax van Scott Robinson is beweeglijk als een ongedurig kind.

Ingrid Jensen lijkt op dit album de lyriek van de bugel op haar trompet te zoeken. Tien jaar geleden, wat zeg ik, nog geen twee jaar terug zou ik op deze plek hebben gewaagd van een wellicht typisch vrouwelijk geluid, nu kijk ik wel linker uit.

Scott Robinson noemde ik al; hij speelt hier alt en tenor, maar ook, en met name, bassaxofoon. Ik denk dat hij sinds jaar en dag de beste nog levende bassaxofonist ter wereld is. (Zoiets mag je natuurlijk niet zomaar zeggen: niemand is de beste, of de eerste. Maar in dit geval durf ik mijn hand een heel eind in het vuur te steken.) In 'Ten Minute Song' klinkt Robinson als het mechanisme dat zo'n middeleeuwse geheime deur uit een roman van Umberto Eco openschuift. Meer als een nog oudere, want prehistorische sauriër verkleedt de saxofonist zich in 'Power Chords'. Die diertjes zijn een stuk sterker dan je denkt, hoor.

Zijn onberispelijke strijktechniek etaleert Martin Wind in 'A Sad Song'. Deze man heeft chops - al pronkt hij er niet bepaald mee. Het resultaat is rijk en kleurrijk. Anat Cohen laat haar klarinet lekker janken en toont daarmee haar klezmerwortels. En op vijf van de tien nummers wordt alles op temperatuur gehouden door de speels spelende drummer Matt Wilson. Op de foto's heeft hij eerder bescheiden dan grote oren - zal wel gefotoshopt zijn.

Klik hier voor geluidsfragmenten van dit album.

Labels:

(Eddy Determeyer, 10.3.18) - [print] - [naar boven]



Concert
Something different!

Jure Pukl Doubtless feat. Melissa Aldana, Joe Sanders & Gregory Hutchinson, vrijdag 23 februari 2018, Bimhuis, Amsterdam

Jure Pukl is een relatief onbekende blazer, bekroond met de hoogste nationale prijs voor kunst in Slovenië. Hij is een van de meest creatieve saxofonisten van zijn land. Pukl heeft een universitaire graad behaald in het buitenland, is klassiek geschoold en heeft daarna jazzsaxofoon gestudeerd in Wenen en aan het conservatorium in Den Haag. Hij heeft creatieve impulsen gehad van zijn mentoren Joe Lovano en George Garzone. De saxofonist heeft gespeeld met Branford Marsalis, Dave Liebman, Esperanza Spalding, Vijay Iyer en Jeff 'Tain' Watts, naast de uitvoering van zijn eigen projecten. Op het nieuwe album, uitgebracht op Inner Circle, speelt Pukl samen met saxofoniste Melissa Aldana (tevens zijn levenspartner), Gregory Hutchinson op drums en Joe Sanders op contrabas. Zij zijn ook van de partij in het Bimhuis.

Tenorsaxofonist Jure Pukl promoot in het Bimhuis de release van zijn nieuwe productie 'Doubtless'. De groep creëert een samenspel van moderne, warme jazz met flarden van avant-garde en speelse free jazz. Het bindend element is de spelvreugde. De muzikale synergie tussen Pukl en Aldana vormt de muzikale grondslag waarop de improvisaties worden uitgewerkt. Melissa Aldana, Chileense van afkomst, heeft in 2013, als eerste vrouwelijke Zuid-Amerikaanse artiest en 24 jaar oud, de Thelonious Monk International Jazz Competition in de wacht gesleept.

Beide saxofonisten hebben een eigen stijl ontwikkeld. Aldana speelt, niet los van traditie, met veel vrijheid en een rationele benadering, die het mogelijk maakt de improvisaties op een logische wijze te volgen. Ze speelt bewonderenswaardig en overdenkend, zacht en bijna vibratieloos, op de Selmer Mark VI-tenorsaxofoon waarop ook haar grootvader heeft gespeeld. De Sloveense saxofonist speelt met het hart; spontaan en risicovol laat hij zijn emotionele maalstroom de vrije loop. Bij het begin of einde van elk stuk smelten de saxofoons gepassioneerd samen. Ondanks de primaire focus op de betekenisvolle interacties tussen de saxofonisten laten zij voldoende ruimte aan solo's van de uitgebalanceerd klinkende ritmesectie.

Gezien de connectie met de Nederlandse jazzscene is een aantal gastspelers uitgenodigd om het laatste deel van het optreden luister bij te zetten. Pianiste Kaja Draksler, landgenote van Pukl, speelt aanvankelijk in duovorm een delicaat klassiek aandoende compositie. De latere toevoeging van contrabassist Joe Sanders, drummer Gregory Hutcherson en saxofoniste Aldana gaat niet ten koste van de sentimentele broosheid, maar kantelt de muziek van folkjazz naar free jazz. Het laatste stuk vormt een meer dan spetterend einde van de avond. De vier saxofonisten (inclusief Tineke Postma en Ben van Gelder) tonen nog eenmaal langdurig en vol passie de solistische grondhouding die in elke jazzmuzikant schuilt.

Klik hier voor foto's van dit concert door Louis Obbens.

Labels:

(Louis Obbens, 9.3.18) - [print] - [naar boven]



Cd
Mars Williams - 'Mars Williams Presents An Ayler Xmas' (Soul What, 2017)

Opname: 18 december 2016

Eigenlijk kan het natuurlijk niet, in maart een kerstalbum bespreken, maar voor 'Mars Willams Presents An Ayler Xmas' maken we graag een uitzondering, want dit is met afstand het meest bizarre kerstalbum dat we in tijden hoorden. In iets meer dan een half uur komen belegen klassiekers als 'O Tannenbaum' en 'Jingle Bells' in nooit eerder gehoorde uitvoeringen voorbij.

Willams tourde met dit programma afgelopen kerst ook door Amerika en Europa en speelde het programma overal met lokale musici. Zo speelde hij in Bimhuis met Wolter Wierbos, Eric Boeren, Jasper Stadhouders, Wilbert De Joode en Frank Rosaly en ontmoette hij bij Oorstof in België Jacob Warmenbol, Elko Blijweert, Bart Maris en Simon Beeckaert. Tevens verscheen er een album met de musici die meededen aan het optreden in Chicago. Josh Berman op cornet, Fred Lonberg-Holm op cello, Jim Baker op piano, altviool en elektronica, Kent Kessler en Brian Sandtrom op bas en Steve Hunt op drums en percussie, naast Willams zelf natuurlijk op de diverse saxofoons.

Kerstnummers dus, aangevuld met stukken uit composities van free-jazz voorganger Albert Ayler, vandaar die titel. Een veel te kort album vol met belegen, overbekende, niet meer te pruimen melodietjes, maar dan zó gespeeld en gecombineerd dat het weer fris en verrassend wordt. Zoals Williams dat 'Jingle Bells' blaast, heerlijk uit het lood. Deze megahit van de wansmaak kan er weer jaren op teren. En dan dat onbestemde vervolg waarin we Lonberg-Holm uitgebreid horen in melancholiek geknars. 'O Tannenbaum' klinkt al even vreemd, gevolgd door een waanzinnige uitvoering van Aylers 'Spirits', afgewisseld met fragmenten uit 'O Tannenbaum'. De piano die Jim Baker bespeelt, bijvoorbeeld in een uitgebreide solo in 'Angels We Have' is een verhaal apart. De holle, van een lichte echo voorziene klank doet denken aan zo'n oude barpiano en geeft het geheel een apart effect, prima passend bij dit album.

Kopen dus die cd en nog even wegleggen, het is tenslotte zo weer kerst!

Klik hier om dit album te beluisteren.

Labels:

(Ben Taffijn, 9.3.18) - [print] - [naar boven]



Concert
Mensen en machines

Bugge Wesseltoft-Christian Prommer, vrijdag 24 februari 2018, Grand Theatre, Groningen /
Leonardo Grimaudo, Esat Ekincioglu & Aleks Skoric, zaterdag 25 februari 2018, Atelier Il Sole in Cantina, Groningen


Sinds het faillissement van het Grand Theatre in 2015 en de overname door de Dienst Stadsschouwburg-Oosterpoort heeft het aanbod van hedendaagse improvisatiemuziek plaats moeten maken voor theater- en dansvoorstellingen. Maar heel nu en dan kun je met een licht gevoel van vervreemding de drempel overstappen voor een portie actuele muziek. Het optreden van het duo Bugge Wesselfoft-Christian Prommer was het resultaat van een samenwerking tussen het Grand en Poppodium Simplon. Inderdaad heeft de "neo jazzrock-rave" (Prommer) evenveel pop- als elektro- en impro-elementen.

De opening, een op Keith Jarrett geïnspireerde ballad op de staande (!) piano - maar dan stevig versterkt en wat funkier - had nog een min of meer orthodox karakter. Doch al snel deed de elektronica haar intrede, om niet meer weg te gaan. Toetsenspeler en drummer induceerden loops en blieps, waarbij de Fender Rhodes een synthesizer werd en de Prophet-sequenzer een dronemachine. Een belangrijk kenmerk was de voortdurende wisselwerking tussen de mens en zijn apparaten.

Tussen de golvende elektronische velden doken altijd weer melodietjes op. Maar ondanks alle technische mogelijkheden en het strakke, functionele, maar niet bijster inventieve drummen sloop gaandeweg een zekere eenvormigheid binnen. Soms kreeg je zelfs de indruk dat de ware Wesseltoft zich schuilhield achter al die loop-netwerken.

Een heel wat interessantere proeve van fusie tussen impro en elektro kon je daags daarna in Atelier Il Sole in Cantina ondergaan. Daar bouwden de maestri Leonardo Grimaudo, Esat Ekincioglu en Aleks Skoric uiterst geconcentreerd hun spannende spanningsbogen. Daarbij prutste gitarist Grimaudo met zijn knopjes instabiele systemen in werking, stelde Ekincioglu onverstoorbare bourdonbrom ter beschikking en presenteerde Skoric het complete universum van het slagwerk, van 0 dB tot orkaankracht.

U kunt dat allemaal nog eens rustig terugluisteren op de cd die, als alles goed is gegaan, inmiddels van het trio is opgenomen en binnen luttele weken beschikbaar komt. Al is het heel wel denkbaar dat daar dan weer compleet andere muziek op staat.

Labels:

(Eddy Determeyer, 8.3.18) - [print] - [naar boven]



In memoriam
Rik Bevernage


Op 6 maart overleed Rik Bevernage, stichter van De Werf. In een kwarteeuw tijd bouwde hij dit Brugs kunstencentrum uit tot een instituut in de Belgische jazzwereld.

Bevernage werd geboren op 19 april 1954 in Wevelgem. Na zijn opleiding maatschappelijk werk in Kortrijk, verhuisde hij begin jaren zeventig naar Brugge. In het kader van zijn burgerdienst werkte hij voor het Masereelfonds, waarvan hij de Brugse afdeling nadien uitbouwde tot een van de sterkste afdelingen van het land. Toen dit progressieve centrum de kans kreeg om het noodlijdende Theater 19 over te nemen en er politiek vormingstheater te brengen, aarzelde Bevernage niet. Zo stond het Masereelfonds in 1986 aan de wieg van De Werf, dat een platform werd voor jonge, experimentele theatermakers, jeugdtoneel en jazz.

Zijn grote trots blijft de oprichting van het jazzlabel W.E.R.F. Records, dat dit jaar zijn 25ste verjaardag viert. Wat ontstond als een eenmalige ondersteuning voor de Brugse pianist Kris Defoort, groeide uit tot een instituut in de Belgische jazzwereld. Vandaag de dag telt het label 150 titels en herbergt het meer dan 250 jazzartiesten.

In 2010 zette hij al een stapje terug en werd hij door Jan Denolf en nadien Veerle Mans opgevolgd als directeur van De Werf, maar hij bleef binnen het kunstencentrum actief met de organisatie van jazzconcerten en het tweejaarlijks festival Jazz Brugge. Eind december 2016 ging hij met pensioen.

Bron: KW+

Interview
In 2010 reisde toenmalige Draai-medewerker Jo Dautzenberg af naar kunstencentrum De Werf in Brugge voor een gesprek met Rik Bevernage. Klik hier om het te lezen.

Labels:

(Maarten van de Ven, 7.3.18) - [print] - [naar boven]



Cd
Ferdi Lancee - '64' (Doc's Roots, 2017)


'64' noemde de Tilburgse gitarist en zanger Ferdi Lancee zijn album, naar de leeftijd die hij 21 oktober jongstleden behaalde. Dat lijkt niet zo heel bijzonder, maar in Lancees geval is het dat wel degelijk. Nog geen jaar geleden was hij behoorlijk ziek en had het zo maar gebeurd kunnen zijn. Het zijn gebeurtenissen die een mens aan het denken zetten over wat nu echt belangrijk is en voor Lancee was dat terug naar de wortels en zijn grote liefde, de gitaar.

Lancee heeft in de afgelopen jaren vooral een carrière opgebouwd als componist en producent van popartiesten als VOF de Kunst (waarin hij tevens de gitarist was), Trijntje Oosterhuis, Rob de Nijs en Centerfold. Hij schreef Nederlandstalige hits als 'Suzanne' en 'Als ze lacht, dan lacht ze echt' en zat jarenlang in Gare Du Nord.

Maar nu ligt er dus '64', een heerlijk ouderwets bluesalbum , waarin Lancee zonder poespas het leven bezingt. In 'World Wide Blues' horen we hem dan ook in smeuïg en licht fel gitaarspel en op mondharmonica en op '8:02 To Memphis' klinkt hij lekker uptempo, geflankeerd door vet trompetspel van Koen Smits, waarin we een mix van blues en soul terugvinden. En in 'Mami Wata' horen we de zwarte blues met het gemene trekje, waarin Lancee zich heerlijk uitleeft in zijn gitaarspel.

Als je nummers gaat schrijven op zo'n belangrijk moment in je leven, ontkom je niet geheel aan gevoelens van nostalgie. 'Looking Back To The Sixties' past dan ook helemaal in de stijl van The Beatles' 'Sergeant Pepper’s' en is dientengevolge niet bepaald het sterkste nummer van het album. De ballad 'Everything Rhymes With You' is wat dat betreft een stuk beter. Met de mooie melodie, de gevoelige tekst, al even gevoelig gezongen, pakt Lancee je hier als luisteraar volledig in.

Ook met het aan zijn partner opgedragen 'It’s Alright' weet Lancee je te raken, zonder in sentimentaliteit te vervallen. 'Living In Extra Time' is een directe verwijzing naar wat Lancee overkwam. In dit vrolijke nummer met duidelijke folkinvloeden bezingt onze gitarist zijn hervonden geluk. "My song is far from over" deelt hij ons mee, het is maar dat u het weet. Sterk is ook 'Hometown', een langzame blues waarin Lancee Tilburg bezingt. Een nummer dat uitstekend past bij de industriestad die Tilburg in Lancees jonge jaren was.

Klik hier om dit album te beluisteren.

Labels:

(Ben Taffijn, 6.3.18) - [print] - [naar boven]



Concert
Skidmore celebreert Coltrane

Rein de Graaff Trio feat. Alan Skidmore, Brouwerij Martinus, woensdag 28 februari 2018, Groningen

Saxofonist Alan Skidmore (1942) is al meer dan vijftig jaar een belangrijk baasje in de Britse jazz-, blues- en popscenes. Inderdaad: een veelzijdig man. Destijds maakte hij deel uit van de bands van John Mayall en Alexis Korner en alle kans dat u nog een obscure liveopname in de kast hebt staan van Curved Air of The Soft Machine waaraan Skidmore meewerkte. Tegelijkertijd was John Coltrane voor hem altijd een lichtend voorbeeld; hij heeft tal van Tributes to Trane gespeeld.

Dat was in Martinus ook wel enigszins het geval. De tenorist dook diep, diep in 'Impressions'. (Ho, wacht even: draai nu eerst het arrangement van 'Pavanne' dat Roger Segure voor de band van Jimmie Lunceford schreef. En luister dan met name naar het secundaire thema. Ja, die Trane wist wel waar hij de beste mosterd haalde!) 'Impressions' dus. Hier toonde Skidmore geen spoor van vermoeidheid of aftakeling. Zichzelf steunend op een stok was hij opgekomen, mopperend dat hij eigenlijk geen 'chops' meer had. Ha! Chops all over the place! Geen noot zo lastig of Alan Skidmore wist haar te raken.

Behalve aan Coltrane refereerde zijn licht opgeschuurde sound aan Dexter Gordon. Een soort ingebouwde luiheid. Dat wist hij wonderwel te combineren met een niet mis te verstane assertiviteit, zoals hij al meteen in het eerste nummer, 'I Mean You' demonstreerde. Goed, anno 2018 zal hij niet zo gauw meer anderhalve nacht non-stop in Ronnie Scott's stomen, maar twee keer een uur is nog goed te doen. Temeer daar Skidmore listig zijn krachten spaarde. Thema, chorusje variatie en improvisatie, dan het trio, chase chorus met drummer Eric Ineke eventueel en nog eens terug voor het slotthema. Ineke was in 'All Blues' met zijn samengestelde ritmes op de Elvin Jones-toer. Terug bij Trane dus.

Bassist Marius Beets kreeg hier meer soloruimte dan Jimmy Garrison destijds in een vol jaar bij Coltrane. Grappig: als Beets er echt even goed voor gaat staan neemt hij de 'klassieke' positie aan, met de contrabas op armslengte afstand. Alsof het een vies, besmettelijk ding is. Gelukkig overleefde geen enkele microbe de min tien op weg terug naar huis.

Klik hier voor foto's van dit concert door Willem Schwertmann.

Labels:

(Eddy Determeyer, 4.3.18) - [print] - [naar boven]



Cd
Billy Jones – '3’s A Crowd' (Acoustical Concepts, 2017)


Billy Jones is een trommelveteraan uit Philadelphia die vooral in studio's, casino's en shows te zien en te horen is. Maar ook met crooner Jimmy Scott, trompettist Cecil Bridgewater en de McGuire Sisters. Door de wol geverfd, kortom.

'3’s A Crowd' is iets heel anders: hier hebben we deels totaal geïmproviseerde duetten met collega's uit Philly en Monterey, waar hij ook veel werkt. De resulterende tracks zijn zeer divers; een aantal is nogal vrijblijvend, neuzelig, niet bepaald diepgaand. De meeste vrijheid eigent de drummer zich toe in 'Gone Now', waar bassist Tyrone Brown, de enige grote naam in dit gezelschap, hem begeleidt. Meer vrijheid nog neemt fluitist Kenny Stahl in 'Just Above The Clouds'. Met veel valse lucht en een rondborstig vibrato lijkt hij vooral in de periferie van zijn instrument geïnteresseerd. En Rahsaan Roland Kirk zag, pardon, hoorde dat het goed was.

Elders zijn het de details die de songs de moeite waard maken. Zoals het wisselend gebruik van vibrato door vibrafonist Tony Micelli in diens 'Song For Meg'. Het beurtelings ruimtelijke en droge geluid mengt goed met de brushes. 'John Cage Scared My Dog' is een improvisatie door Jones en pianist Mick Rossi, die zich voor de gelegenheid in de vleugel heeft geïnstalleerd. Het rechtstreeks aanslaan en dempen van de snaren geeft het stuk een percutant karakter.

Andere combinaties zouden misschien live de moeite waard kunnen zijn, maar gaan bij herhaald beluisteren tegenstaan.

Labels:

(Eddy Determeyer, 3.3.18) - [print] - [naar boven]



Concert
Circus in de stad!

Xavier Pamplona Septet, zaterdag 24 februari 2018, PlusEtage, Baarle-Nassau

Kevin Whitehead, die veel heeft geschreven over de Nederlandse vrije improvisatie zegt in zijn boek 'New Dutch Swing' over de eigenheid van onze versie van de free jazz: 'There are a number of traits peculiar to Dutch improvised music, not all of them on this list: an ability to abstract from the music of American jazz masters; an impulse toward theater, role play, humor and ironic distance from one's own creations: killer chops that make all the horsing possible, the virtuosity that assures any fuck-up deliberate; a certain clunkiness Louis Andriessen calls "lousy Dutch wooden-shoe timing".'

Whiteheads stelling wordt onverkort bekrachtigt door Raoul van der Weide's Xavier Pamplona Septet. Alleen die naam al. Het tekent Van der Weide, die behoort tot die eerste lichting musici die de vrije improvisatie in Nederland vormgaven, dat dit septet niet het Raoul van der Weide Septet heet maar het Xavier Pamplona Septet, als een hommage aan een Cubaanse bassist die op 22-jarige leeftijd omkwam bij een auto-ongeluk ergens in de jaren vijftig. Van der Weide's missie met dit in 2016 opgerichte septet is de invloed van die componerende improvisatoren van de eerste decennia doorgeven aan een nieuwe generatie. We horen dan ook stukken van Michiel Scheen, Guus Jansen, Bert Koppelaar en van Van der Weide zelf, uitgevoerd door twee oudgedienden - naast Van der Weide op contrabas vinden we Michael Moore op klarinet - en vijf jonge honden: trompettist Alistair Payne, baritonsaxofonist Giuseppe Doronzo en basklarinettist Ziv Taubenfeld in de blazerssectie en verder Marta Warelis op piano en George Hadow op drums.

Whitehead heeft het hierboven over 'an impulse toward theater, role play' en humor. In het werk van Bert Koppelaar, met wie Van der Weide eind jaren zeventig het Punt-Uit Orkest - over humor gesproken - vormde, zit dit allemaal. Hij componeerde veel voor het circus en dat hoor je terug in zowel 'Hawkwood' als in de 'Ambitus Cyclus'. De vrolijk stomende melodie met zuidelijke invloeden van 'Hawkwood', waarmee het concert opent, brengt de luisteraars direct op het puntje van hun stoel en de lange 'Ambitus Cyclus' zit eveneens vol met muzikale verrassingen: de pompende grondtoon, neergezet door basklarinet en baritonsax, de wijze waarop de blazers beurtelings uit de pas lopen of over elkaar heen buitelen, een verrassend swingende Warelis, met een ondertoon van blues.

Bij Guus Jansen, zo wisten we reeds, gaat het er al niet veel anders aan toe. In 'Koto À Gogo' horen we een bijzonder, ietwat clownesk duet tussen Taubenfeld en Moore, gevolgd door een klagelijke solo van Taubenfeld, die de noten letterlijk uit zijn basklarinet perst. Ook 'Jojo Jive', dat Jansen opdroeg aan het fameuze renpaard Jojo Buitenzorg dat in de jaren zeventig de ene na de andere prijs in de wacht sleepte, voldoet aan Whiteheads beschrijving. Alleen al door het paardengehinnik waar de blazerssectie voor tekent.

Van der Weide's eigen 'Feitenlied' begint eveneens met een circusachtig intro en kolderieke blazersbewegingen. Trompettist Payne speelt hier een glansrol en Moore blaast hier een van die voor hem zo kenmerkende romige klarinetsolo's. Het vormt een van de hoogtepunten op deze bonte avond. Die jonge generatie weet overigens uitstekend raad met dit muzikale erfgoed. Het speelplezier spat ervan af. Het applaus is ernaar.

Concertfoto's: Jef Vandebroek

Labels:

(Ben Taffijn, 2.3.18) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...






Menupagina's:

Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Neerpelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.