Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 




Concert
Aanstekelijk collectief

Snarky Puppy, vrijdag 16 mei 2014, Paradiso, Amsterdam

Het uit Brooklyn, New York afkomstige Snarky Puppy is bezig aan een gestage opmars in Nederland. Wie een concert van dit collectief heeft meegemaakt kan beamen waarom. De groep is hot! Deze gasten overdonderen met hun vernieuwende muziek en ontembare enthousiasme. In een energieke mix van jazz, funk, rock, afrobeat en pop wordt geschakeld tussen bravoure en diepgang. Hun optreden in Paradiso is booming, kleurrijk en intrigerend. Gastoptredens zijn er deze avond van Leo Janssen op tenorsax en Vincent Veneman op trombone, beiden van het Metropole Orkest en de percussionisten Steven Brezet (van KOFFIE) en de Braziliaans-Nederlandse Julio Pimentel.

De onvermijdelijke doorbraak van Snarky Puppy begint in 2012 in de VS, met de release van het album 'Ground Up'. In 2013 volgt 'Family Dinner Volume One', waarvoor de groep een Grammy Award ontvangt. In Nederland is het ook snel gegaan met hun bekendheid. Een geluidstechnicus van Radio 6 kreeg de Amerikanen in het vizier. In maart 2013 speelde de groep in een volledig uitverkochte North Sea Jazz Club. In de zomer op het gelijknamige festival. Inmiddels heeft de groep een bijzondere relatie met Nederland. In het najaar van 2013 vond een uniek project plaats. In samenwerking met Colin Benders werd in de Kytopia Studio's in Utrecht het live cd/dvd-album 'We Like It Here' opgenomen, dat in februari van dit jaar verscheen. In april stond alweer een nieuw samenwerkingsverband op de agenda. In het Energiehuis in Dordrecht werd met het Metropole Orkest een live cd/dvd-registratie gemaakt, die in het najaar wordt uitgebracht. Bij deze crowdfunding events zorgt het publiek voor inkomsten en inspirerende feedback.

De kern van Snarky Puppy bestaat uit ongeveer tien man, die elkaar kennen van de Universiteit van North Texas. De band is uitgegroeid tot een collectief, 'The Fam', van ruim 30 man en is nu in New York gevestigd. Naast muziek maken zijn ze actief als productieteam en sessieband voor andere artiesten. Verder geven ze lessen en workshops aan leerlingen en studenten. Een aantal bandleden speelden eerder samen met Snoop Dogg, Erykah Badu, Prince, Chaka Khan, Marcus Miller en Terence Blanchard.

Initiatiefnemer en drijvende kracht achter dit grootse project is bandleider, bassist, componist en arrangeur Michael League. Na jaren van experimenteren heeft de groep een unieke werkwijze gecreëerd. In een democratisch proces wordt steeds gezocht naar een creatieve balans. De meeste nummers worden geschreven door League. In steeds wisselende bezettingen worden ideeën uitgewerkt. Vooral door veel te spelen en bij te schaven wordt snel, intuïtief en vooral ook intensief samengewerkt. Heel veel live optreden is het belangrijkste doel. Dat is ook precies wat het publiek wil. Dvd's en filmpjes op YouTube bleken uiteindelijk de beste strategie te zijn voor de definitieve doorbraak van de band.

Het concert in Paradiso ontwikkelt zich in hoog tempo. Na een intieme ballad als intro gaat de band los is in voornamelijk energiek swingende stukken. De kwaliteiten van de band komen in alle facetten aan bod. De muziek klinkt losjes en is erg toegankelijk. Gelijktijdig ervaar je een gesmeerde machinerie en hoor je geavanceerde arrangementen. De combinatie van een spatzuivere blazerssectie, percussie, twee toetsenisten, die bijna alles doen wat mogelijk is met elektronica, en een ritmesectie van gitaar, bas en drums creëert een virtuoos spektakel. Er zijn boeiende lange solo's en een enkel duel, van zo ongeveer alle bandleden en gasten. Opvallend zijn de elektronische effecten die extra dimensies geven aan de klank van de blazers.

Snarky Puppy drijft op een ongekende inzet en een verfrissende aanpak en maakt ook zeer dansbare muziek. Deze jongens houden van een feestje en bieden bovendien een vrolijk kijkspektakel. De groep wordt met van alles vergeleken, maar is toch vooral heel erg zichzelf.

Klik hier voor foto's van dit concert door Joke Schot.

Labels:

(Roland Huguenin, 30.5.14) - [print] - [naar boven]





Cd
Various artists - 'Ultimate Jazz Piano Collection Vol. 1' (Documents, 2014)

Opname: 1950-1960

Dit is een aardig representatieve staalkaart op tien cd's van zeventien jazzpianisten die in de jaren vijftig relevant waren. Van Bud Powell tot Red Garland. Met Powell duiken we gelijk het genot in. In 'Tea For Two' en 'Hallelujah!' eert hij zijn grote leermeester Art Tatum, die deze stukken lange tijd op zijn repertoire had staan. Maar waar Tatum uitgebalanceerde arrangementjes hanteerde (die overigens met de tijd veranderden), springt zijn leerling onbesuisd het diepe in. Powells improvisaties gaan verder, zijn gedurfder – nochtans slaagt hij erin steeds exact te spelen.

Een of twee pianisten werken hier onder hun niveau, maar dat geldt niet voor Lennie Tristano en Sonny Clark. In Tristano's 'Turkish Mambo', dat qua maatsoort meer Turks is dan mambo, laat hij zijn linkerhand met zijn rechter interfereren, waarmee hij Steve Reich ('Music For Mallets') een jaar of dertig voor is. Clark huppelt als een hip elfje over de toetsen, waarbij hij spanning en ontspanning met elkaar in balans houdt. Zijn techniek, inclusief zijn toucher, is dermate extreem dat hij twee successieve noten kan laten samensmelten, zodat er een soort schaduwcontouren ontstaan. Daarbij slaagt hij erin niet verduisterd te worden door zijn ster John Coltrane, die de show bijna van de baas steelt.

Labels:

(Eddy Determeyer, 30.5.14) - [print] - [naar boven]





Concert
Flinke dosis powerjazz

Bart Wirtz Sextet ft. Sean Jones, vrijdag 16 mei 2014, Paradox, Tilburg

Wat een power, wat een dynamiek, wat een onverdeeld genoegen om deze band te zien en te horen. Saxofonist Bart Wirtz stapt met een puntgave club muzikanten het podium op en zet een gevarieerd programma neer, dat met termen als (muscular) swing, kracht en harmonie het beste te beschrijven valt. In 2012 zorgde zijn cd 'iDreamer' voor een carrièreboost en won hij de Edison Publieksprijs. Dit concert is een onderdeel van de releasetour van zijn nieuwe cd 'Interview'.

Wirtz wordt gezien als een van de toonaangevende saxofonisten van zijn generatie en behoort inmiddels tot de top in het Nederlandse jazzlandschap. In zijn spel is hij uitbundig met een haast onweerstaanbare groove. Zijn stijl bestrijkt een ruim gebied, van hardbop tot vrije improvisatie, en zijn composities vormen een verbinding tussen diverse muzikale stromingen.

De saxofonist koos in zijn sextet voor een uitzonderlijke bezetting met basklarinet en vibrafoon, welk laatste instrument nét het verschil maakt. Een instrument ook dat we helaas te weinig terugzien op de Nederlandse jazzpodia. Vibrafonist Vincent Houdijk vervulde deze taak dankbaar en vol verve. De basklarinet werd bespeeld door Jan Smit, op zich al een aparte verschijning met een instrument dat bijna net zo groot is als hijzelf. Zijn geluid werd subtiel ingezet. Diepe omfloerste tonen zetten een machtige ondertoon neer en versterkten daarmee het draagvlak van de stukken.

Voor deze cd nodigde Wirtz de wereldberoemde Amerikaanse trompettist Sean Jones uit, onder andere bekend van de Marcus Miller Band. Een imposante man en een grandioze blazer. De klik tussen hem en Wirtz was er duidelijk en zorgde voor muzikaal vuurwerk. De blazers waren sowieso indrukwekkend als geheel, zeer evenwichtig en melodieus. De rondzingende klanken van de vibrafoon en het toetsenwerk van Jasper Soffers vervolmaakten de sfeer in het omvangrijke aanbod van klankkleuren. Bassist Jeroen Vierdag vertrok met zijn baslijnen vanuit een strakke basis, maar accelereerde op momenten weergaloos, in het ritmische hart vergezeld door intensief drumwerk van Joost van Schaik.

Highlight: Smit blaast diepe, hese tonen tot ze langzaam aanzwellend gestalte krijgen. Het publiek is in eerste instantie muisstil, maar begint al snel uit louter enthousiasme te roepen en te fluiten. De kleine gigant laat zich opzwepen en stort zich met hart en ziel in een daverende solo. Jones kijkt vanaf een afstand met grote ogen toe en droogt respectvol met een handdoek het vocht wat uit de enorme klarinet op de grond gedropen is. Dan pakt hij zijn trompet en zet ingetogen in. En ook hij laat zich meeslepen door het uitzinnige publiek. Enfin, uiteindelijk trakteert hij op een flinke dosis powerjazz... Tja, zo kan het gaan in het Tilburgse Paradox. Aanrader!

Klik hier voor foto's van dit concert door Monique van der Lint.

Labels:

(Donata van de Ven, 29.5.14) - [print] - [naar boven]





Cd
Medeski, Martin & Wood + Nels Cline - 'Woodstock Sessions Vol. 2' (Woodstock Sessions, 2014)

Opname: augustus 2013

Dit album is vooral een staalkaart van de improvisatietalenten van deze befaamde Amerikaanse jamband. Net zoals bij de Noorse band Supersilent gebruikelijk is, ging het trio onvoorbereid de studio in en speelde ter plekke een set geïmproviseerde muziek, waarvan de hoogtepunten op deze staan. Gastmuzikant Nels Cline komt (net als het trio zelf) live het beste tot zijn recht, wat de keuze voor een live-cd verklaart.

Wat opvalt is het volume van de band: nog nooit eerder hoorde ik Medeski, Martin en Wood zo hard tekeergaan als hier. Meteen vanaf opener 'Bonjour Beze' (met in de hoofdrol de funky elektrische bas van Chris Wood) is het raak en gaat de band er vol tegenaan. Dat de band ervaren is met improviseren blijkt wel uit het gemak waarbij een stuk vanuit het niets wordt opgebouwd en collectief wordt afgesloten. Opvallend hoe op gepaste momenten gas wordt teruggenomen en hoe gemakkelijk er ruimte wordt gecreëerd voor solo's.

Verder valt op hoe gretig toetsenist John Medeski antwoordt op de atonale soundscapes die Nels Cline uit zijn gitaar tovert, totdat de groove de muzikanten opslokt. De Jimi Hendrix-achtige gitaarsolo van Cline in 'Looters' past perfect bij de vette Hammondsound van Medeski, waarmee eens te meer duidelijk wordt dat 'Woodstock Sessions Vol. 2' één groot luisterfeest is en collectieve improvisatie biedt op het scherpst van de snede.

Meer horen?
Klik
hier voor een pagina waar je de track 'Jade' van dit album kunt beluisteren.

Labels:

(Eric van Rees, 29.5.14) - [print] - [naar boven]





Concert
Carmen Gomes en het verlies

Carmen Gomez Inc., zondag 18 mei 2014, Le Petit Théâtre, Groningen

Als je Carmen Gomes zo ziet staan zingen, haar hoofd voorover gebogen, schuilgaand achter heur haar, zou je wellicht kunnen denken dat haar donkere gemompel niet primair bedoeld is voor je trommelvliezen, maar des te meer voor je vel, voor al die 20.000 cm2. Een aantrekkelijke, met erotiek beklede gedachte – doch niets is minder waar. Dat haar teksten er bijna onverstaanbaar uitkomen heeft niets te maken met haar stijl, maar alles met de geluidsversterking, die slechts het lagere deel van haar spectrum weergeeft.

Dat neemt niet weg dat er achter haar teksten een andere persoonlijke werkelijkheid schuil lijkt te gaan. 'Thousand Shades Of Blue' is geïnspireerd door de Atlantische Oceaan voor de kust van Portugal, haar tweede vaderland. Maar die rijkgeschakeerde golvenpracht herinnert haar aan een kennelijk verloren liefde. Ook 'As I Do', over haar gevecht tegen de nicotine, refereert aan een groter vaarwel. Overigens heeft de tabak haar stem mede gevormd, zo lijkt het.

Die saudade doordenkt haar oeuvre. Slechts een enkele keer ('Oleo') gaat het tempo omhoog en bespeuren we iets van uitbundige levensvreugde. Maar haar vermogen tot mesmerisme overheerst in haar recital. In 'I Got A Man' heeft ze niets van doen met Ray Charles, noch met de Raelettes – eerder met de schola cantorum van haar parochiekerk.

Goed dat gitarist Folker Tettero de ruimte kreeg in een aantal nummers met schril, dissonant werk tegengas te geven. Wat niet verhinderde dat de aanwezigen Le Petit Théâtre verlieten met hun gedachten bij al die eigen verloren geliefden.

Klik hier voor foto's van dit concert door Willem Schwertmann.

Meer horen en zien?
Klik hier voor een videoimpressie van dit concert.

Labels:

(Eddy Determeyer, 27.5.14) - [print] - [naar boven]





Lp
Don Cherry - 'Live In Stockholm' (Caprice, 2013)

Opname: 8 september 1968 & 3 juli 1971

Some years ago, I wrote this review on Don Cherry tribute albums, but now we have access again to one of the great performances of this visionary artist. The music on the double LP has not been previously released, and we can thank the label for releasing this great addition to Cherry's discography, although I think that some bootleg versions of this performance already circulated, although with less good quality, even if the sound quality here is not superb either.

The performances were recorded in Sweden, in the the Arbetarnas Bildningsförbund (abbreviated ABF and translated as Workers' Educational Association), which explains the titles 'ABF Suite, Part 1' and 'ABF Suite, Part 2'. The band on these tracks consists of Cherry himself on pocket trumpet, flutes, piano, percussion and vocals, Maffy Falay on trumpet, flutes and percussion, Bernt Rosengren on tenor saxophone, flutes and percussion, Tommy Koverhult on tenor saxophone, flutes and percussion, Torbjörn Hultcrantz on bass, Leif Wennerström on drums. The performance dates from September 1968. The third track was performed three years later in the Bucky Dome, at the Museum of Modern Art, and is called 'Another Dome Session', split in two parts. Apart from Cherry and Falay, the band consists of Tommy Koverhult on sax, Rolf Olsson on bass, Okay Temiz on drums, accompanied by 'children and visiting friends'.

It is maybe this last element which made Don Cherry who he was. A true citizen of the world, he wanted to celebrate life and music in all its variety and spontaneous joy. Technical skill in this vision did not appear to be a prerequisite for good music, as long at this spontaneous celebration was part of it. Cherry's approach to music was obviously strongly influenced by Ornette Coleman, with whom he performed for many years in the famous quartet, but he took a different direction as a leader. Yes, like Coleman, he kept to the melody, or a sequence of melodies as the backbone for improvisations, instead of harmonic progressions and the more traditional theme-improv-theme structure. The few chore phrases were known and rehearsed by the musicians, but could be played at any time and in any sequence during the improvisations, bringing the band back together after sometimes wonderful excursions into world jazz territory, or equally often into meandering bifurcations of little interest or dynamics.

The album also gives a great perspective on how his music evolved over the years. The ABF suite is still close to the idea of his album 'Complete Communion', released in 1966, with some of the themes of that album figuring as part of the suites. On the Dome performance, the playing is already beyond jazz, with lots of singing, flute playing, middle-eastern percussion, and strange evolutions of loose lack of activity, which can make us wonder what actually happened on stage at that moment, but then out of this quiet indecisiveness arises the most beautiful trumpet theme, ending again in a great warm blanket of common improvisation and singing.

Don Cherry was unique, for sure, a wonderful artist, someone whose music always projects great feelings, authentic feelings for humanity and life, a music that is both sacred and tribal, while at the same time trying to be accessible for all to listen to, and equally for all to join in, play, and even dance on stage, or just at home, while listening.

This is not his best album, but fans of the artist should not miss this one, and it will in any case lift everyone's spirits. Guaranteed!

Deze recensie verscheen eerder op
Free Jazz

Meer horen?
Klik hier om van dit album 'ABF Suite, Part 1' te beluisteren.

Labels:

(Stef Gijssels, 27.5.14) - [print] - [naar boven]



 

Concert
Betoverende synergie van vier sterke partners

Trio Grande & Eric Vloeimans, donderdag 24 april 2014, JazzCase, Dommelhof, Neerpelt

Een essentieel kenmerk van een goede muzikant is improvisatievermogen, gekoppeld aan een empathische state of mind, zodat de muzikant in kwestie zich in diverse settings staande kan houden. Precies dat was aan de orde in Dommelhof, waar Trio Grande en Eric Vloeimans elkaar ontmoetten. Na een week in residentie te zijn geweest, presenteerden zij voor een bomvolle zaal een concert dat ruimschoots voldeed aan de verwachtingen. Sterker nog: de meeting bracht nieuwe interessante muzikale perspectieven, die doen verlangen naar voortzetting van deze samenwerking.

Er stond dan ook wat kwaliteit samengebald op het podium. Over Eric Vloeimans zei programmator Cees van de Ven vooraf al terecht dat de man gezegend is met een volkomen eigen geluid op de trompet. Hetzelfde kan worden gezegd van de componenten die samen het Trio Grande vormen. Hoor en aanschouw de klassiek geschoolde trombonist/tubaiist Michel Massot, die een akelig perfecte toonzetting paart aan een theaterachtige uitstraling en je flabbergasted achterlaat met zijn razendsnelle 'baslijnen' op de tuba, een instrument dat je toch niet snel zou kiezen om zijn flexibiliteit. Of hoor hoe Laurent Dehors niet blijft steken in een platte Roland Kirk-imitatie als hij sax en klarinet tegelijk bespeelt; hij weet ze ook subtiel en smaakvol te laten harmoniseren. En mocht op het eerste gezicht drummer Michel Debrulle een wat slordige indruk geven, dan is dat buiten de waard gerekend: de man weet perfect waar hij mee bezig is en slaat met elke slag, veeg of tik raak. Zo etaleerde hij een eigen sound en klonken zijn solo's verfrissend anders, waarbij het gebruik van woodblocks in het oog en oor sprong.

Muzikaal bracht het viertal een aansprekende mix van eigen composities, aangevuld met resulaten van hun gezamenlijke repetities in Dommelhof van eerder die week. Was er in de eerste set gevoelsmatig nog sprake van een soort Trio Grande plus gasttrompettist Eric Vloeimans, na de pauze kwam het tot betoverende synergie van vier sterke partners. Het gevarieerde programma - een uitgekiende mix van improvisaties met sterke melodische cues en riffs, waarbij 'kleine' intimistische passages en energiek-vrolijke uitbarstingen elkaar afwisselden - kluisterde het talrijk toegestroomde publiek aan de stoelen. Mooi was om te horen hoe zowel Vloeimans als Dehors en Massot op zoek gingen naar diepe aardse fluitachtige tonen op hun respectieve instrumenten... en die ook vonden. Toen in de toegift Massot het podium afsprong voor wat spontane uitbundige danspasjes was allang duidelijk dat we getuige waren geweest van een superb concert, waar de muzikaliteit vanaf spatte.

Klik hier voor foto's van dit concert door Cees van de Ven.

Labels:

(Maarten van de Ven, 23.5.14) - [print] - [naar boven]





Cd
Peter Beets - 'Portrait Of Peterson' (Magic Ball Jazz, 2013)

Opname: 12 februari 2013

Beter laat dan never nooit niet. Deze cd van pianoleeuw Peter Beets was al een paar maanden uit, maar arriveerde eerst onlangs op de burelen.

Het moest er natuurlijk ooit van komen: een eerbetoon van de Nederlandse pianist aan zijn grote voorbeeld. Peter Beets heeft er nooit doekjes om gewonden; Oscar Peterson was zijn muzikale vader. Ook hij beschikt over een angstwekkende techniek, waardoor de moeilijkste loopjes eruitspringen als relaxte wandelingen. Zijn toucher is wat zwaarder en wat minder geciseleerd, wat minder rijk geschakeerd ook, dan dat van Peterson. Dat hoorde ik onlangs nog in de Groninger Smederij. De piano klonk daar bepaald forte en toen er na hem een frêle pianiste op de kruk plaatsnam, leek er wel een kolibrie op zijn teentjes over de toetsen te trippelen.

Een motivatie voor deze cd is de compositorische kwaliteiten van de Canadese geweldenaar onder de aandacht te brengen. Daarin is de initiatiefnemer geslaagd; ik moet eerlijk bekennen dat ik niet zo gecharmeerd ben van Petersons langere, meer ambitieuze werken, maar in het songstramien had hij beslist wat te vertellen. 'Nigerian Market Place' is een uitermate vrolijk scalair stuk, dat speels door het trio wordt vertolkt. 'Hymn To Freedom' lijkt een variant op het aloude 'Old Rugged Cross'; Beets etaleert hier zijn dynamische kwaliteiten. Opmerkelijk is dat hij de originele arrangementjes redelijk getrouw volgt. Maar zijn 'Hymn' wordt in een substantieel langzamer tempo gespeeld, klinkt met andere woorden bedachtzamer dan het oorspronkelijke stuk. Daarentegen gaat het trio als een speer in 'Sushi', Petersons op 'Sweet Georgia Brown' gebaseerde ode aan het gastvrije Japan, naar ik mag aannemen. In 'You Look Good To Me' hangt het drietal kleurrijke guirlandes door de kamer en in 'Cakewalk' kun je horen hoe Beets zijn vingers draadloos bestuurt. De gangbare zenuwbanen werken daarvoor domweg te langzaam.

'Blues For Oscar', een eigen compositie, klinkt als zo'n typische stevige soulblues uit de jaren zestig. In werkelijkheid is het een nieuwe versie van zijn 'Blues For The Date', dat hij vier jaar eerder met het Jazz Orchestra Of The Congresgebouw had opgenomen.

De andere held is hier bassist Ruben Rogers. Die speelt pregnante solo's en heeft, in vergelijking met Petersons Niels-Henning Orsted Pedersen, een meer exuberante, dynamischer speelstijl, die er dieper inhakt.

Het goede nieuws is dat Peter Beets in augustus door de Verenigde Staten tourt, met optredens in onder meer Birdland en de Blue Note (New York) en op het Newport Jazz Festival. Hopelijk met het Amerikaanse trio van deze plaat, dat tegen die tijd ongetwijfeld beter op elkaar ingeslepen is. Hier ('Wheatland') horen we dat de muzikanten niet steeds op hetzelfde spoor zitten. Overigens gaat hij deze zomer behalve op Newport ook op andere grote festivals in Rotterdam, Tokyo en Jakarta spelen. Dus of we die nog terugzien in De Smederij, De Boerderij of De Bakkerij is maar de vraag. Immers, zong Ray McKinley niet reeds in 1944: "Now, how you gonna keep 'em happy down on the farm, after they've seen Berlin?"

Meer horen?
Klik
hier om twee tracks van dit album te beluisteren: 'Hymn To Freedom' en 'You Look Good To Me'.

Labels:

(Eddy Determeyer, 23.5.14) - [print] - [naar boven]





Concert
Aanstekelijke groovy jazz

Krupa & The Genes, vrijdag 9 mei 2014, Bimhuis, Amsterdam

Een nieuwe band – twee drummers, twee gitaristen, twee saxofonisten en de funkende Amerikaanse bassist Sean Fasciani – met een 'oude naam', Krupa & The Genes, presenteerde zich op 9 mei jongstleden in het Bimhuis in Amsterdam. Gene Krupa is één van de meest bekende drummers uit het swingtijdperk en was een topattractie in de bigband van Benny Goodman. Tot hier is dan de oude naam verklaard en daar blijft het dan ook bij, want de muziek van de deze groep is overduidelijk zeer actueel.

Twee Nederlandse topdrummers, Joost Patocka en Stefan Kruger, zijn de oprichters van deze gloednieuwe formatie. Hun medemusici zijn de gitaristen Anton Goudsmit en Raphael Vanoli, de saxofonisten Maarten Hogehuis en Jasper Blom en de eerder genoemde bassist Fasciani. Al deze muzikanten komen uit spraakmakende bands als The Ploctones, Zuco 103, Knalpot en New Cool Collective.

De première van het septet sloeg in als een bom. Dat belooft nog wat voor de komende jaren. Inclusief alle nu-jazz elementen – funk, soul, r&b, disco, acid jazz, electro jazz, free jazz – gaf de band een overweldigend, enthousiast en vitaal gespeeld concert. Hippe, groovy composities gelardeerd met smaakvolle soundscapes van Vanoli werden door de saxofonisten staccato accuraat geblazen en ondersteund door de twee groovy drummers en de stuwende gitaarakkoorden van Anton Goudsmit.

De meest opvallende solobijdragen kwamen van de pittig funky spelende altist Hogenhuis en de extravert 'Charlie Parker–maar-dan-nog-een-graadje-beter–op-gitaar' solerende Anton Goudsmit. Ook het solowerk van de overige bandleden was van navenant hoog niveau. Krupa & The Genes spelen een hedendaagse, groovy, aanstekelijke soort jazz, die ongetwijfeld zal aanslaan bij een groot en nieuw jong publiek. Zowel op jazz- als poppodia en op jazzfestivals - denk aan de talloze zomerfestivals - zal de band een hit zijn.

Klik hier voor foto's van dit concert door Maarten Jan Rieder.

Labels:

(Jacques Los, 22.5.14) - [print] - [naar boven]





Vooruitblik
Sons of Toots


Vanaf vanavond tot en met aanstaande zaterdag gaat onder deze naam een minifestival door in de legendarische Weense jazzclub Porgy & Bess. Op drie achtereenvolgende avonden wordt een staalkaart gepresenteerd van jazz uit België. Het geheel wordt omkaderd door jazzportretten van striptekenaar Philip Paquet, ook te zien in het 'Graphicology'-project van het Brussels Jazz Orchestra.

Geen BJO in Wenen, maar wel andere sterkhouders van de Belgische jazz, zoals het Philip Catherine Trio (22 mei), Aka Moon (23 mei) en het Bert Joris Quartet (24 mei). Elke avond wordt opgestart door een relatief nieuwe band. Vanavond wordt de aftrap verricht door Too Noisy Fish, wellicht dé verrassing van de laatste Belgian Jazz Meeting. Een pianotrio gedistilleerd uit die andere Vlaamse bigband: Flat Earth Society. Op 23 mei treedt het Jeroen Van Herzeele Gratitude Trio op. Van Herzeele is overigens veeleer een son of Coltrane dan van Toots. De derde avond tenslotte een andere sensatie van de Belgian Jazz Meeting: het Ragini Trio met Nathan Daems op saxen, Lander Gyselinck op drums en Marco Bardoscia op bas.

Klik hier voor meer informatie.

Labels:

(Maarten van de Ven, 21.5.14) - [print] - [naar boven]





Cd
Kris Davis Trio - 'Waiting For You To Grow' (Clean Feed, 2014)

Opname: mei 2013

De geboorte van een eerste kind is een van de grote mijlpalen in een mensenleven. Terwijl de meeste bijna-moeders in de aanloop naar dit moment de laatste voorbereidingen treffen en het vooral wat kalmer aan gaan doen, nam de Canadese pianiste Kris Davis nog vlug een nieuwe plaat op met haar trio. Nadat ze terugkeerde van een Europese tournee - ook dat nog - dook ze hoogzwanger de studio in en maakte met 'Waiting For You To Grow' een intens album dat bol staat van ingehouden spanning en verwachting.

Het trio bestaat naast de bandleidster uit twee topmuzikanten en -improvisatoren van de Downtown scene: bassist John Hébert en drummer Tom Rainey. In 2010 verscheen van dit gezelschap het album 'Good Citizen', waarop vooral de veelzijdigheid van de pianiste en haar grote stilistische bereik opvielen. Davis kent haar klassiekers, maar houdt tegelijk van heel diverse, vaak hedendaagse toetsen zoals prepared piano en nieuwe compositorische concepten uit de klassieke muziek. Op deze tweede plaat lijkt ze vooral interessante verbindingen te zoek tussen compositie en improvisatie. Het trio bevindt zich namelijk voortdurend in het weinig stabiele grensgebied tussen de twee, waardoor de meeste stukken geen afgelijnde vorm hebben en tevens een organisch verloop kennen.

Gecomponeerde elementen komen in verschillende tracks wel expliciet op de voorgrond. Zo fungeren schijnbaar losse accenten en cadensen als ankerpunten. Soms vormen ze een heus skelet waarop het trio via improvisatie een hele constructie bouwt. Dat is onder meer het geval in 'Berio', waarin - naast de overduidelijke invloeden van de genoemde componist - de groep een stappenplan volgt. De uitstervende pianoklanken in het begin doen denken aan Berio's pianosonate, terwijl de aparte samenklanken en akkoorden de inspiratie bij de 'Sequenza' lijken te halen. Hébert en Rainey geven ondertussen de indruk vrij rond te zweven, maar het trio komt op sommige momenten als bij toverslag samen in een gedetailleerde kronkel. Het toont aan dat de compositorische structuur overal op impliciete wijze aanwezig is, wat de luisteraar onderhuids ook voelt door de positieve spanning die voortdurend van de muziek afstraalt.

In 'Whirly Swirly' zorgt Hébert voor een oriëntatiepunt via een hobbelende baslijn. Davis laat in dit 15 minuten durende stuk heel diverse dingen horen: een Monkiaans hoekig thema, dan weer een waterval aan versnipperde noten afgewisseld met inside piano (het beroeren van de snaren in de klankkast) en een logge figuur in het lage register. Ze lijkt het allemaal moeiteloos uit haar mouw te schudden, wat des te opmerkelijker is gezien het fysiek veeleisende karakter van veel van die passages. Davis trekt op die manier vaak de aandacht naar zich toe, maar 'Waiting For You To Grow' is desondanks zuivere triomuziek. In 'Propaganda And Chiclets' bloeit de drie-eenheid helemaal open met meer dan 10 minuten vol intense dynamische uitwisselingen, waarbij het hele spectrum van hedendaagse jazzmuziek wordt verkend, van cerebraliteit en vrijpostigheid tot poppy lyriek.

Dankzij een onvoorspelbare afwisseling en een eindeloze stroom van ideeën en betekenisvolle interacties kan 'Waiting For You To Grow' gelden als een typevoorbeeld van moderne pianojazz. De plaat mag door haar intense karakter weliswaar de volledige aandacht van de luisteraar opeisen, maar die krijgt daar op zijn beurt een geweldige luisterervaring voor terug.

Deze recensie verscheen eerder op
Kwadratuur.

Meer horen?
Klik hier om van dit album 'Twice Escaped' te beluisteren.

Labels:

(Joachim Ceulemans, 21.5.14) - [print] - [naar boven]





Concert
Happy people

Kenny Garrett Quintet, donderdag 8 mei 2014, Bimhuis, Amsterdam

In 1981 deed Kenny Garrett zijn eerste optreden in het Bimhuis. Fit en jong van lijf en geest betreedt hij vandaag het podium om een uitverkochte zaal flink wakker te swingen en naar hogere sferen te voeren. Met hun kenmerkende geluid, geïnspireerd en vol overgave, loodsen Garrett en zijn groep het publiek naar cross-over van postbop, salsa, gospel en funk. Het Bimhuis verandert gaandeweg in een swingende kerk en uiteindelijk in een funky danspaleis. Het Kenny Garrett Quintet musiceert als een ronkende machinerie met een warm kloppend hart.

In een opzwepend tempo begint het concert met breed uitgesponnen versies van onder andere 'Boogety Boogety', 'J Mac' en ander werk van 'Seeds From The Underground', Garretts voorlaatste album uit 2012. Ook nieuwere stukken van 'Pushing The World Away', dat in 2013 werd uitgebracht, worden gespeeld. Beide albums zijn absolute aanraders.

Garrett neemt flink de tijd om zijn nummers neer te zetten. In een voortdurend extatische opbouw en met een enorme variatie in kleur en klank etaleert Garrett zijn kenmerkende toon en energieke stijl. Met veel noten - nooit te veel - vloeien zijn improvisaties soepel, onvermoeibaar en meeslepend uit zijn alt- en sopraansax. Thema's blijven goed herkenbaar en zijn nooit ver weg. Alles valt voortdurend op zijn plaats.

Dat Garrett een bewonderaar is van McCoy Tyner blijkt uit de stuwende kracht in de postbop-georiënteerde stukken. Percussief en symfonisch aangezet desintegreren en sneuvelen tunes, waarna ze worden gefileerd tot op het bot. Uit de ruwe massa van atonale oerklanken wordt in grote gebaren teruggeschakeld naar de oorspronkelijke thema's.

Een ander kenmerkend element in sommige stukken vormen de vocalises, die vooral door percussionist Rudy Bird worden gezongen. Zijn zang geeft een lyrische touch aan op gospel geïnspireerde frases. Er ontstaat een mystieke sfeer die doet denken aan Deodato en Donald Byrd. En Garrett gaat nog wat stapjes verder. Zijn ingetogen en ijle lijnen op sopraansax verstillen tot een sobere meditatie en roepen een beeld op van reciterende monniken. Die ijle klank hier lijkt geïnspireerd op het spel John Handy.

De ritmesectie heeft een gedienstige rol, maar bas, piano en drums krijgen genoeg ruimte om te excelleren in contrastrijke solo's. Pianist Vernell Brown heeft een krachtige aanslag en zweept de groep steeds flink op. Ritmisch, vol soul en funk, rijgt hij forse blokakkoorden aan elkaar, waardoor hij in extase lijkt te exploderen. Bassist Corcoran Holt volgt zijn eigen spoor. Met zijn spel heeft hij een sterk melodische en lyrische inbreng. Zijn bas zingt. Hij varieert fraai in repeterende akkoordpatronen en geplukte of gestreken motieven. Drummer McClenty Hunter geeft stuwende accenten en domineert nooit. Zijn korte solo's zijn droog en broeierig.

Het Kenny Garrett Quintet speelt gretig de avond vol in twee lange sets, die beide vijf kwartier duren. Na deze gulle inzet blijkt er voldoende energie over te zijn voor de absolute climax waarmee dit concert wordt afgesloten. Opperstalmeester Garrett en zijn muzikanten slepen de zaal mee in een opzwepende funky groove. Aarzelend, maar met steeds meer overgave begeeft het publiek zich naar de dansvloer om zich met 'Happy People' te laten inpakken in een weldadig bruisend spektakel. De muziek lijkt nooit meer te zullen stoppen. Tot ver na twaalven neemt Kenny de tijd om wat na te praten en zich met ieder die dat wil te laten fotograferen.

Klik hier voor foto's van dit concert door Louis Obbens.

Labels:

(Roland Huguenin, 21.5.14) - [print] - [naar boven]





Cd
Catherine Russell - 'Bring It Back' (Jazz Village, 2014)

Opname: 3-5 juni 2013

Telkens als vocaliste Catherine Russell een nieuwe cd uitbrengt – dit is haar vijfde, in acht jaar tijd – loop ik naar de platenkast om te checken aan wie ze me ook alweer doet denken. Ethel Waters – nah. Ivie Anderson dan – nee, echt niet. Hm, Alberta Hunter – niks daarvan. Ik kan niet anders dan concluderen dat Russell gewoon rechtstreeks uit de jaren dertig is overgebeamd.

Dinah Washington, ja, die hoor je wel in haar uithalen. En uithalen kan Cat. Van alle jazzzangeressen die momenteel de aandacht trekken, is zij degene met de grootste expressie. Zij durft haar strot echt open te trekken. Haar stem is voortreffelijk geolied, haar dictie laat niets te wensen over. Waar haar collegaatjes zich verliezen in overbekende deuntjes en/of wezenloze eigen 'composities', blijft Catherine Russell trouw aan haar roots. Dat is het werk van haar vader, pianist en orkestleider Luis Russell en diens werkgever, trompettist en zanger Louis Armstrong. Dat is het uitgangspunt, van daaruit trekt ze lijnen naar extravagante bluesshouters als Wynonie Harris.

Ze laat zich hier voor het eerst begeleiden door een tienmans bigband en dat gezelschap maakt een scherpere, beter ingespeelde indruk dan de begeleiding op haar vorige album. En wat een teksten! 'Like cold on ice, white on rice/I’ll be with you all the time' (uit 'I’m Sticking With You Baby'). Maar die is dan ook van Rudolph Toombs, de huisdichter van Atlantic Records, die zo ongeveer de helft van Ruth Browns hits schreef.

Meer horen?
Klik
hier om twee tracks van dit album te beluisteren: 'Bring It Back' en 'Lucille'.

Labels:

(Eddy Determeyer, 21.5.14) - [print] - [naar boven]





Concert
Sensationeel Sacred Concert

Dutch Spirit Bigband & koor 1 Voor 12, zaterdag 10 mei 2014, Immanuelkerk, Groningen

Duke Ellingtons 'Sacred Concert' live in de provincie?! Gekker moet het niet worden. Het is nochtans een onloochenbaar feit dat ruim tweehonderd kerkgangers op 10 mei in de Groninger Immanuelkerk gebiologeerd zaten te luisteren naar de verrichtingen van de plaatselijke Dutch Spirit Bigband en het koor 1 voor 12.

De 'Sacred Concerts', waarvan oorspronkelijk drie versies hebben bestaan, hoor je uiterst zelden live uitgevoerd. Het werk, destijds door de componist gekarakteriseerd als "de grootste kans die ik ooit heb gekregen", staat bij veel jazzliefhebbers in een kwade reuk. Het oordeel varieerde van 'zwak' tot 'kitsch'. Inderdaad hebben de 'Sacred Concerts' in melodisch opzicht relatief weinig te bieden. Het meest memorabele onderdeel, 'Come Sunday', dat versneld terugkeert als 'David Danced Before The Lord With All His Might', dateerde al van 1943. Was met andere woorden al twintig jaar oud toen Ellington zich aan het schrijven van zijn opus zette. Nieuw was de toevoeging van een koor aan de mix. De componist was altijd al gefascineerd door de instrumentale mogelijkheden van de menselijke stem – dat begon ooit in 1927/28, met Adelaide Hall en Baby Cox. Maar dit was dus de eerste keer dat hij koormuziek serieus integreerde.

De koren die Ellington aanvankelijk gebruikte zongen unisono en ik neem aan dat hij aangenaam verrast zou zijn door de harmonisering van dirigent John Damsma. Diens koor 1 Voor 12 bestaat uit vocalisten met ruime ervaring in het close harmony-genre. Hij besteedt veel aandacht aan harmonische finesse – wat dat betreft zouden de Four Freshmen model hebben kunnen staan voor zijn aanpak. Met name zijn smeuïge alten zijn om te zoenen. Toegegeven, Damsma beschikt niet over een Jon Hendrix of een Alice Babs, de vocale sterren van de oorspronkelijke 'Concerts'. Maar hij heeft wel degelijk Marja Kootte, een sopraan die ook verbijsterend diep kan gaan. Zodoende werd 'Come Sunday' misschien wel indrukwekkender dan het origineel(!) Voor Kootte leek dat nog slechts de springplank naar 'T.G.T.T (Too Good To Title)', waar haar stem buitenaardse proporties aannam. Ja, als ze daar in de hemel ook zo zingen, wil ik er best een tijdje wezen.

Harry Broekmans Dutch Spirit, dat dezer dagen zijn zilveren jubileum viert, bestaat uit getalenteerde amateurs en (semi-)professionals. Vanzelfsprekend is de band qua sound minder geprofileerd en in feite niet te vergelijken met het origineel. Broekman beschikt ook niet over een Cootie Williams, over een Johnny Hodges, een Russell Procope. Maar altist Ralf Hogenbirk misstaat de mantel van Hodges allerminst – al is zijn frasering heel anders. En Bas van den Broek blijkt niet alleen een gruwelijke growler, ook 'open' maakte hij indruk met sterk en consistent werk in het swingidioom.

Bij dat alles viel op hoe voorbeeldig orkest en koor geïntegreerd en uitgebalanceerd waren. Dat Damsma het hele circus in zijn eentje dirigeerde was daar ongetwijfeld mede debet aan. (Duke gebruikte afzonderlijke koordirigenten.) Wat ook hielp was de fantastische akoestiek van de kerk. Lekker droog, wat vermoedelijk te maken had met zowel de verhoudingen als de vormgeving van de muren. Ook wat dat betreft was Ellington in het nadeel; die had te maken met godsgruwelijk galmende godshuizen.

Dit project stond niet geprogrammeerd op de International Duke Ellington Conference, die onlangs in Amsterdam plaatsvond en dat is onbegrijpelijk. Werkt de grapevine in deze tijden van dat alom geprezen internet niet meer zo best, amigo's? Hoe dan ook, dit 'Sacred Concert' moet gehoord worden. Aangezien Swingin' Groningen in de mottenballen terecht is gekomen (logisch: hoofdsponsor NAM heeft alle reserves opzij gezet in afwachting van de Grote Schok), lijkt het Maastrichtse Musica Sacra een mooie optie. Maar ook het Rotterdamse North Sea Jazz Festival, waar op het laatste moment altijd wel een of twee acts afzeggen, zou een goeie kandidaat zijn. Ze zouden natuurlijk tegen elkaar op kunnen bieden, Maastricht en Rotterdam.

Klik hier voor foto's van dit concert door Willem Schwertmann.

Labels:

(Eddy Determeyer, 20.5.14) - [print] - [naar boven]





Cd
Dominic J. Marshall Trio - 'Spirit Speech' (Origin, 2014)

Opname: 22 & 23 november 2013

Volgens het ronkende persbericht navigeert het trio van de Schots/Nederlandse pianist Dominic J. Marshall 'op raadselachtige wijze door jazz, klassiek, hiphop, soul, folk en alles daartussen'. Afgezien van het feit dat je daarmee wel heel erg veel stijlen op je vork neemt, horen we inderdaad dat Marshall een klassieke achtergrond heeft. Verder is het ontegenzeglijk een vorm van improvisatiemuziek - maar voor de rest? Achtergrondmuziek is het niet, zoveel is wel duidelijk.

De pianist is op zijn best wanneer hij zich min of meer willoos door de muziek laat meevoeren. Bas (Tobias Nijboer) en drums (Jamie Peet) volgen hem daarbij zonder morren, waarbij ze alle oren bij moeten zetten om de koers van de baas in de peiling te blijven houden.

Lange lijnen zijn niet Marshalls fort. Eerder gaat het om betrekkelijk korte gedachteflitsen. Sterke melodieën zul je dan ook niet tegenkomen hier. Het zal niemand verbazen dat deze lieden bij al die voortkabbelende improvisaties kans lopen zich een lelijke keithjarrettitis op de hals te halen. Kijk toch uit, jongens!

Meer horen?
Hier vind je fragmenten van twee tracks van dit album: 'Austin Peralta' en 'Book Of Machines'.

Labels:

(Eddy Determeyer, 19.5.14) - [print] - [naar boven]





Concert
Maatstaf en maatwerk uit New York

Larry Goldings / Peter Bernstein / Bill Stewart, woensdag 30 april 2014, Dr. Anton Philipszaal, Den Haag

Haast ongemerkt is dit trio een van de standaarden geworden waaraan de jazz in New York wordt afgemeten. Het laatste optreden van de Europese tournee rond het verschijnen van de cd 'Ramshackle Serenade' vond toevallig in Den Haag plaats.

Het concert werd georganiseerd door Equinox Jazz Promotions, dat al sinds 2008 op verschillende locaties in de hofstad actief is geweest, de laatste tijd in het café Pavlov. Daarvóór werden concerten georganiseerd in de foyer van de Philipszaal, waar nu de achterzijde van het podium in de zaal zelf met een doek gescheiden werd om een kleinere ruimte voor zo'n 250 luisteraars te creëren. De opkomst viel mee, maar zou naar ik vermoed in menig kleinere stad groter zijn geweest. Geluidstechnisch was alles mooi op orde, al waren er in het begin af en toe wat mysterieuze krakende bijgeluidjes te horen uit de speaker van de gemodificeerde Hammond van Larry Goldings.

Het trio van Goldings, Bernstein en Stewart bestaat al bijna een kwart eeuw, ontstaan kort nadat Goldings zich professioneel begon te bekwamen op het orgel in 1988. De heren lopen al tegen de vijftig, maar worden door velen beschouwd als de generatie die na Lonnie Liston Smith en Larry Young het orgeltrio weer op de kaart heeft gezet. De bandleden hebben hun rol in het trio gepolijst en ontwikkeld, zodat er altijd ruimte is voor onverwachte uitstapjes. Zo heeft gitarist Peter Bernstein een mooie, dikke en ronde toon, die als een mes door de boter van het groepsgeluid snijdt. Wat grilliger is drummer Bill Stewart, die graag met prachtige breaks op minder verwachte momenten voor de dag komt. De muziek blijft altijd strak, maar er is altijd de plotselinge verrassing van een grillig uitstapje.

Ik weet niet of Goldings als organist interessanter is dan pianist, duidelijk is wel dat hij in zijn spel goed rekening houdt met de dikke plakken geluid die een Hammond via de draaiende Leslie-hoorns kan voortbrengen. Deze avond worden deze nog eens via microfoons versterkt. Waar nodig weet hij de hoge noten zó precies te toucheren, dat ze los van elkaar gearticuleerd worden. De verleiding is immers groot om op zo'n instrument met onnodig veel noten een breed geluid voort te brengen.

Het programma van deze avond bestaat uit enkele standards en merendeels eigen stukken, deels nieuwe. Het begint vrij rustig met een bluesy medium-temponummer van Bernstein, 'Simple As That'. In het daaropvolgende 'Mr. Meagles' van Goldings wordt meteen een volvette groove neergelegd. Dit gebeurt zonder dat het platvoers wordt, want het drietal houdt de dynamiek nauwlettend in het oog. Standards als 'Will You Still Be Mine' en 'I Surrender Dear' blijven ook aangenaam beweeglijk. Het meeste vuurwerk bewaart Stewart voor het laatste nummer van het reguliere programma, 'Jive Coffee', een stuk in vijfkwartsmaat van Peter Bernstein dat door de accenten ook funky klinkt.

Twee toegiften worden er afgedwongen. De eerste is 'Night Mist Blues' van Ahmad Jamal, waarin Goldings en Bernstein laten horen waar ze hun onberispelijke timing vandaan hebben. De tweede, een interpretatie van 'Nobody Else But Me', klinkt ritmisch minder uitdagend, maar laat ook horen dat het trio geen moeite heeft met korte spanningsbogen. Een optreden zonder zwakke momenten.

Labels:

(Ken Vos, 19.5.14) - [print] - [naar boven]





Column Herbert Noord
Hoe het gegaan is


"Ja, daar zou wel een itempje in kunnen zitten, want we hebben al een zwarte zangeres die de muziekminuut krijgt en dan kunnen al die oude zwarte muzikanten er mooi op aansluiten. Vindt Matthijs vast leuk..."
"...en ze brengen ook al die platen weer op echt vinyl uit..."
"Vinyl is hot, weet je dat. Daarom laten we ook altijd even Matthijs met zo'n grote hoes zwaaien."

Herbert Noord neemt een fictief kijkje bij De Wereld Draait Door, dat onlangs aandacht besteedde aan het 75-jarig jubileum van Blue Note. Hij vraagt zich af "waarom het presenteren van een potentieel interessant jazzitem bijna altijd ontaardt in lachwekkend gepruts en gestuntel".

Klik op bovenstaande button om zijn column te lezen.

Meer zien?
Klik hier om het DWDD-item in kwestie te bekijken.

Labels:

(Maarten van de Ven, 18.5.14) - [print] - [naar boven]





Cd
The Nels Cline Singers – 'Macroscope' (Mack Avenue, 2014)

Opname: januari 2013

Nels Cline staat bekend om zijn innovatief en veelzijdig gitaarspel. Om muzikale ideeën zit Cline ook niet verlegen, wat blijkt uit de nieuwste cd van zijn instrumentale trioproject Nels Cline Singers.

'Macroscope' bestaat uit een aantal verschillende sessies met en zonder gastmuzikanten. De nummers zonder gastmuzikanten zijn bekend terrein voor wie eerdere cd's van het trio kent: sterke melodieuze stukken worden afgewisseld met jazzachtige rock, waarbij Cline zich uitleeft op allerhande effectpedalen, zoals in het sterke 'Canales’ Cabeza'. Leuk, maar ze voegen niet veel toe aan de rest van het oeuvre.

Een ander verhaal vormen de stukken met gastmuzikanten, waar de zaken pas echt interessant worden. Om te beginnen zijn er twee stukken met (voor het eerst op een Nels Cline Singers album) woordeloze zang van Cline zelf, waarmee meteen de belangrijkste nieuwe inspiratiebron op 'Macroscope' zich aandient, namelijk Braziliaanse muziek. Behalve zang is er de Braziliaanse percussionist Cyro Baptista (onder andere bekend van werk met John Zorn), die ook meedoet op het langste en beste stuk van de cd, 'Seven Zed Heaven', waarin meerdere muzikale genres succesvol gecombineerd worden.

Als geheel hinkelt 'Macroscope' echter op twee gedachten: Cline cum suis kiezen vooral voor textuur in plaats van te vertrouwen op hun excellente improvisatietalenten. Het levert een prachtig klinkende cd op, maar er had meer ingezeten als er wat meer tijd was geweest voor groepsimprovisaties – een voorbeeld is het fragmentarische slotstuk 'Sascha’s Book Of Frogs', dat nauwelijks uitgewerkt is. Hetzelfde geldt voor een improvisatie met harpiste Zeena Parkins. Wellicht dat de tournee met Cyro Baptista als gastmuzikant de improvisatietalenten van het trio wat meer aanspreekt en een vlammende live-cd oplevert.

Meer horen?
Klik
hier om uitgebreide geluidsfragmenten van dit album te beluisteren.

Labels:

(Eric van Rees, 17.5.14) - [print] - [naar boven]





Festival
Impro jazz van zeer hoog niveau

Moore/Feldman/Courvoisier & Frank Gratkowski Quartet, Doek Festival, vrijdag 2 mei 2014, Splendor, Amsterdam

In het kader van het jaarlijkse Doek Festival – het festival van de Amsterdamse improscene en internationale vrienden – werden vanaf 29 april tot en met 4 mei op diverse locaties concerten gehouden in de hoofdstad, onder meer Zaal 100, Bimhuis en OT301. De vierde avond werd gevuld met een dubbelconcert door Moore/Feldman/Courvoisier en het Frank Gratkowski Quartet in Splendor, een oud badhuis dat is getransformeerd tot een culturele vrijplaats ten behoeve van een collectief van muzikanten, componisten en podiumkunstenaars en dat op een steenworp afstand achter het vroegere Bimhuis is gevestigd.

Het trio Moore/Feldman/Courvoisier richt zich gelet op de bezetting – violist Mark Feldman, pianiste Sylvie Courvoisier en klarinettist Michael Moor – op een welhaast hedendaags gecomponeerde muziek met tussen de geschreven partijen door adequaat subtiel gespeelde improvisaties. Het drietal is nationaal en internationaal zeer bekend en hoog geprezen in de wereld van de improvisatiemuziek en beheerst bovendien het aanverwante moderne klassieke idioom. Het ademloos luisterende publiek was getuige van een sublieme en memorabele impro-set.

Het Frank Gratkowswki Quartet tapte uit een ander vaatje. Het zette zich schrap voor een grotendeels overtuigende powerset waarin de stormachtige zestiger jaren free jazz weer tot leven werd geblazen. In het tumult waren overigens fragmenten en momenten van muzikale contemplatie en aandachtig en geconcentreerd samenspel te beluisteren. Vooral de robuuste trombonesolo's van Wolter Wierbos bewezen weer eens dat hij op zijn instrument tot de meest prominente improvisatoren behoort. Ook drummer Gerry Hemingway demonstreerde de impro jazz op slagwerk vakkundig en inventief te beheersen.

Het concert werd afgesloten met een indrukwekkende en fascinerende uitvoering van één noot door het kwartet unisono gespeeld van meervoudig pianissimo tot en met – bij wijze van – 'honderd keer' forte, waardoor Splendor op zijn grondvesten schudde en eenieder spijt had de oordopjes thuis te hebben laten liggen. Niet alleen de geluidsopbouw was fascinerend, maar eveneens de opbouw per noot in de maat. Vanaf één per maat naar uiteindelijk vier knetterende noten per maat. Verpletterd en met verwondering en bewondering bleef het publiek achter.

Klik hier voor foto's van deze concerten door Maarten van de Ven.

Labels:

(Jacques Los, 16.5.14) - [print] - [naar boven]





Cd
Calefax & Eric Vloeimans - 'On The Spot' (Challenge, 2014)

Opname: 2013

Die jongen eindigt nog eens op een Bachtrompetje, heb ik in het verleden wel eens gemompeld, naar aanleiding van de gestage versobering en vergeestelijking van Eric Vloeimans' spel. En ziet: met het Calefax Rietenkwintet is hij nu voorbij de familie Bach geschoten en in de late renaissance beland. Behalve oorspronkelijk werk, van onder anderen Albert van Veenendaal en Vloeimans zelf, bevat deze cd composities van drie relatief onbekende meesters uit de zeventiende eeuw.

'Almaladdin', het openingsstuk, geeft de toon aan. Het begint bedaard en krijgt wat meer reliëf na de solo van de trompettist, maar behoudt zijn peinzend karakter. 'The Third One (Tirza)' is een eigentijds meerluik (of een drieluik in een spiegelpaleis), waarin melodische lijntjes ogenschijnlijk onafhankelijk van elkaar ontstaan en langs elkaar lopen. De trompet is mooi geïntegreerd in Vloeimans' eigen klassieker 'Summersault'. Zijn solo is smaakvol, puur en bezwerend.

Van Erics trompetgod Miles Davis is 'Blue In Green' – een op zich weinig geaccidenteerde compositie, waarvan bewerker Oliver Boekhoorn de karakteristieke notenvolgorde handhaafde en waarin trompet, altsax (van Raaf Hekkema), basklarinet (Jelte Althuis) en hobo (Boekhoorn) om beurten even lucht komen happen. 'Bradshaw' heeft niets van doen met de geestelijke vader van de 'Jersey Bounce', maar des te meer met een contrapunt dat in een duiventil is nedergedaald.

In 'Mal De Terre' domineert de Armeense doedoek van Boekhoorn (qua geluid ergens tussen klarinet en altsaxofoon). Ook hij klinkt melancholiek en contemplatief. Hier zien we Vloeimans gelijk de Venus van Botticelli uit de schelp van Calefax opstijgen. Helemaal kant en klaar voor de bruiloftsdans in 'Wedding', een stuk van de Syrische klarinettist Kinan Azmeh, dat merkwaardig genoeg als klezmer klinkt en je met zijn hobbelende maatsoorten gegarandeerd op het verkeerde been zet. Kalm aan, jongens, kijk toch uit!

Meer horen?
Klik
hier om geluidsfragmenten van dit album te beluisteren.

Labels:

(Eddy Determeyer, 15.5.14) - [print] - [naar boven]





Concert
Spectaculair vulkanisme

Marius Neset Quartet, vrijdag 2 mei 2014, Paradox, Tilburg

Marius Neset heeft al indruk achtergelaten op het North Sea Jazz van 2012, maar het optreden van zijn kwartet in Paradox is met een woord verbijsterend. 'De meest getalenteerde Noorse saxofonist sinds Jan Garbarek', volgens Dagbladet. De krant The Guardian bejubelt zijn compositietalent in meerdere vijfsterrenrecensies. De huidige generatie Scandinavische improvisators zijn hot. Ze verrassen collectief door hun eclectische Nordic Sound, van Nils Petter Molvear tot Arve Henriksen en van Trygve Seim tot Christian Wallumrød. De gemeenschappelijke noemer is weliswaar onorthodoxe muziek, maar Marius Neset tapt in zijn muzikale benadering uit een heel ander vaatje. Bij deze Noor, slechts 29 jaar oud, geen ingetogen, weidse, muzikale bespiegelingen, maar een exposé van spectaculair vulkanisme. Sporadisch ondergedompeld in Noors smeltwater.

Neset heeft inmiddels drie platen uitgebracht, 'Golden Xplosion', het gelauwerde 'Birds' en het recentelijk uitgekomen 'Lion'. Op de laatste plaat werkt hij samen met het Trondheim Jazz Orchestra. De première van dit ongebruikelijk breed spectrum aan klankkleuren is op zaterdag 12 juli, op het North Sea Jazz, te beluisteren. De gespeelde stukken in Paradox zijn óf niet eerder opgenomen óf afkomstig van Nesets eerste twee albums. De door de leider zelf geschreven composities zijn hoogwaardig en klinken natuurlijk en spontaan, omdat ze gebaseerd zijn op Nesets improvisaties. Dankzij de onmetelijke rijkdom aan noten en de complexiteit van de melodie is het muzikale eindresultaat een raadsel van ruimtelijkheid en transparantie. Het is een avontuur om voor de eerste keer een optreden van de sopraan- en tenorsaxofonist te ondergaan. Het brengt de luisteraar in een extatische stemming. De twinkeling en sprankeling op de sopraan bij 'Spring Dance' biedt een muzikaal kleurenpalet gelijk aan de omvangrijke classificatie van Linnaeus' plantenrijk. Neset laat de rieten op zijn gortdroge tenor knarsen, tjilpen, fladderen, kakelen en snateren. Hij laat moeiteloos verschillende melodielijnen naast en door elkaar lopen, speelt vliegensvlugge intermezzo's en becommentarieert zichzelf. Kortom: Neset is weerbarstig als de natuur.

Het leggen van paralellen met saxofonisten uit een illuster verleden of het herdefiniëren van het saxofoonspel zijn voor de hand liggende valkuilen en nu nog niet opportuun. Hiervoor moet zijn repertoire en status nog verder evolueren. Dit neemt niet weg dat de verbazingwekkende techniek en fysieke controle fenomenaal zijn. Ze zijn volledig dienstbaar aan de creatieve uiting. Sporadisch zoekt hij zijn heil aan de zijkant van de zaal om te ravitailleren. De intro's zijn parels en en hebben zonder uitzondering verband met het vervolg. Het rijke arsenaal aan stemmingen en de aangebrachte nuances in klank doet een mens duizelen. Zelfs de romantische mood wordt gezocht en gevonden met een overtreffende trap voorwaarts in de vorm van een mars ('Math Of Mars').

De begeleiding staat op niet mis te verstane wijze haar mannetje ten dienste van de sympathieke saxofonist. Ze bestaat, met uitzondering van de bassist, uit de volledige bezetting van het Scandinavisch/Britse Phronesis en draagt op expressionistische wijze en soms met een vernietigend effect bij aan de atmosfeer. Pianist Ivo Daeme weet solistisch te sprankelen en de ritmesectie is even oorspronkelijk als meedogenloos. Ontroering kan het diepste van de ziel raken en culmineren naar urgente postmoderne swing en free jazz. Maar ook worden nietsontziende duels uitgevochten tussen enerzijds klavier en trompet en anderzijds blazer en drummer. De ontknoping van het optreden is een veldslag op de tenor van een onaardse virtuositeit. Neset laat zijn saxofoon figuurlijk afdalen langs ravijnen, via onoverzichtelijke, risicovolle bochten, inhammen en kreken met duizelingwekkende sprongen de diepte in. Zijn toon is state of the art en zijn articulatie soepel en helder.

Klik hier voor foto's van dit concert door Louis Obbens.

Labels:

(Louis Obbens, 14.5.14) - [print] - [naar boven]





Cd
Michael Fischer-Marco Baggiani - 'bAgg*fisH' (Freetone/TryTone, 2013)

Opname: juni 2010

Deze cd kan ook at random beluisterd worden, staat er voor alle zekerheid op het hoesje. Dat is significant: het geeft aan dat de muziek zelf eveneens toevalselementen bevat. Ook het blazen van saxofonist Michael Fischer ('The Steam'; 'The Engine') lijkt uit willekeurige noten opgetrokken. Nu gebruikt hij hier een elektronische techniek die hij 'feedback_sax' noemt en die kennelijk eveneens aleatorische elementen herbergt. Het resulterend geluid is volledig losgeweekt van de traditionele saxofoonsound en lijkt eerder afkomstig van een vervormde elektrische gitaar.

Fischer hanteert in vier stukken ook de gangbare akoestische tenorsax en het is opmerkelijk dat er hier, in tegenstelling tot de rest van het album, wel een begin van melodievorming optreedt. (Inderdaad, we hebben hier te maken met natuurkundige verschijnselen.) In de compositie 'Bagg*Fish’s Home Base 3' ontwaren we zelfs een citaat – van het nummer 'The Inch Worm'. Maar het citaat duurt zó kort – verder dan 'The' komen de muzikanten in feite niet.

Is ook dit duo live te prefereren? Op basis van nummers als 'The Fire', 'Braze' en 'Confer' ben ik geneigd "inderdaad" te zeggen: je zou het eigenlijk moeten zien. Want Fischer en slagwerker Marco Baggiani kunnen met de energie van een ijszeilboot over de witblauwe vlakten scheren. In de elektronische composities ('The Fire', met name) wordt zelfs de 'Wolfman' aanbeden, het magnum opus dat toetsenspeler Bob James in 1965 concipieerde – en waarvan hij sindsdien alleen nog maar droomt, soms.

De energiedrank wordt in vijf nummers ingeruild voor een zachte cognac, wanneer Fischer de viool ter hand neemt en Baggiani zich bepaalt tot klein ritsel- en prutswerk. Ook al daar het metrum hier volledig overboord is gezet, resulteert dat in een compleet andere geluidstaal. Minder spannend, misschien, eerder meer beschouwend, intiemer.

Meer horen?
Klik
hier om de volgende tracks van dit album te beluisteren: 'The Fire', 'The Mine', 'The Steam', 'The Engine', 'The Wings', 'The Ship' en 'The Passage'.

Labels:

(Eddy Determeyer, 14.5.14) - [print] - [naar boven]





Concert
Vlamingen laten zelfs stoomwals singen

Flat Earth Society, woensdag 23 april 2014, Axesjazzpower, Natlab, Eindhoven

Met vijftien leden is de Belgische Flat Earth Society een flinke band. Maar het leek de groep een aardig idee om ook gitarist Mauro Pawlowski, bekend van dEUS, er eens bij te vragen. En zo stond er een aanzienlijk ensemble hun noten richting het publiek in het Eindhovense Natlab te blazen. De energie waarmee ze dat deden, was overrompelend.

Onder het motto 'Terms of Embarrassment' hadden ze wat nummers van Frank Zappa afgestoft en opgepompt. Die hadden ze aangevuld met veel eigen werk. Alles strak gespeeld, alsof ze een muzikaal mechaniek waren, maar dan wel een waar steeds onder hoge druk wolken stoom aan ontsnapten.

De kracht van de tien blazers kwam tot volle bloei door een krankzinnig goede timing en inventieve arrangementen. Niet alleen werd aan die voorwaarden voldaan, maar als bonus beschikten ze in Pierre Vervloesem over een gitarist die met stekelige en dwarse solo's nog helemaal in de punk geworteld bleek. Met drummer Teun Verbruggen als onvermoeibare roerganger en machinist serveerden ze het publiek een dollemansrit langs allerhande stijlen, van dampende bigband tot zoetmelige chansons, waarmee ze een stoomwals nog aan het swingen hadden kunnen krijgen.

Maar het absolute toppunt waren hun Zappa-covers. Zo haalden ze 'Take Your Clothes Off' uit diens eerste periode door een sterk vertraagde jazzmangel met de band als een dansorkest, met de wiegende kalmte van een karavaan kamelen. Na een heuse potpourri met flarden Zappa, soms nog geen vijf seconden lang, bekroonden ze de hommage met een overstuurde versie van 'City Of Tiny Lites', geïnspireerd blaaswerk, tegen elkaar in jagende gitaren, en Pawlowski als crooner.

Deze recensie verscheen eerder in het Eindhovens Dagblad.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Cees van de Ven.

Labels:

(René van Peer, 14.5.14) - [print] - [naar boven]





Cd
Frank Sinatra - 'Sinatra With Love' (Capitol/EMI, 2014)


Hier hebben we een representatieve doorsnede van het beste wat Frank Sinatra tussen midden-jaren vijftig en midden-jaren zestig opnam, voor Capitol en voor zijn eigen Reprise Records. Toen hij de status van kwetsbaar zingend tieneridool was ontgroeid en tot de beste zanger van het Great American Songbook was uitgegroeid. Van swing naar bossanova, met andere woorden. Later zou zijn werk bedaagde trekjes krijgen, met een overmaat aan strijkers, maar hier swingt het allemaal nog heel behoorlijk.

Dat heeft natuurlijk heel direct te maken met de arrangeurs die voor hem aan het werk waren. Tweederde is van de hand van Nelson Riddle; ook Billy May is vertegenwoordigd. Die laatste schrijft iets minder complex dan Riddle, met diens oog voor de miniemste details en zijn neiging tot rococo. Je kunt hem, Riddle, vaak herkennen aan de rol die de (bas)trombone speelt: Riddle was een voormalige trombonist. De aanpak van Nelson Riddle zou uiteindelijk culmineren in de Wall of Sound-benadering van Phil Spector. Jammer dat die laatste geen smaak had, maar dat terzijde.

Bij Billy May ging het er doorgaans net iets heftiger aan toe. Daarom kan ik me haast niet voorstellen dat Riddle het arrangement van 'The Way You Look Tonight' heeft vervaardigd; de bolle toet van May grijnst ons hier onmiskenbaar toe. En omgekeerd: 'It Had To Be You' zou volgens het inlaytje door May geschreven zijn, maar die hoor ik hier niet terug. De oplossing zou kunnen zijn dat May en Riddle voor elkaar 'geghost' hebben: er was destijds een soort pool van toparrangeurs die elkaar inschakelden wanneer het stapeltje opdrachten te groot werd. Neil Hefti en Quincy Jones hoorden daar ook bij. Uiteraard konden die vaklui in elke gewenste stijl schrijven.

Tja, wat kun je verder nog over Sinatra zeggen? Over zijn stem, die even sterk en gefocust was in gefluisterde lage passages als in de hoogste uithalen? Over zijn vermogen vingerknippend te blijven swingen in de zoveelste take ('Nice ‘n’ Easy')? Over de hyperromantische minnaar die hij was, in de studio net zo goed als in de slaapkamer – als we zijn exen mogen geloven? Dat weten we allemaal immers allang.

Labels:

(Eddy Determeyer, 13.5.14) - [print] - [naar boven]





Concert
Spontane improvisaties van drie grootmeesters

John Dikeman, William Parker & Hamid Drake, vrijdag 2 mei 2014, Grand Theatre, Groningen

Dat is toch het verschil. Een klassiek ensemble studeert uren en uren op een compositie voordat het ermee op een podium gaat staan. Een popgroep in zekere zin ook. In de vrijere jazz ontmoeten drie muzikanten elkaar op een vliegveld of een station, ze gaan een hapje eten en 's avonds presenteren ze dan twee keer een uur spontane improvisaties, die ook nog eens klinken als klokken.

Dat was dus het geval bij John Dikeman, William Parker en Hamid Drake - saxofoons, bas en drums respectievelijk. In het kader van het Amsterdamse Doek Festival waren Parker en Drake, die wel eerder met elkaar hadden gespeeld, naar Nederland gehaald en hier gekoppeld aan de in de hoofdstad wonende Amerikaan. Groningen beleefde de première van het trio.

Dikeman speelt free jazz van het zangerige soort. Denk eerder aan Albert Ayler dan aan Peter Brötzmann. Dat gaat in spanningsbogen van wisselende lengte, waarbij hij diep voorover en achterover buigt. Zo besef je ook waarom hij blootsvoets optreedt en zijn tenen rood heeft gelakt. Dat is natuurlijk opdat hij zich te allen tijde kan oriënteren, hoe snel hij ook zwaait en in welk kwadrant van het geluidsuniversum hij zich ook bevindt.

Het trio speelt muziek met een hoog octaangehalte – of is hier JP-8 in het spel? Het discours ontrolt zich in stream-of-consciousness structuren, waarbij er dermate goed naar elkaar wordt geluisterd, gereageerd en geanticipeerd, dat er welhaast sprake moet zijn van een gedeeld bewustzijn. Hocus pocus, zeker, hooggeacht publiek.

William Parker stuwt en stuurt, Hamid Drake husselt vijf à vijfhonderd dansritmes door elkaar en ziet kans, op een basisgroove nog snel even diverse ritmische bouwseltjes te metselen. Daarbij valt op hoe gelijkwaardig zijn trommels klinken. Zijn slagwerk noodt eenieder naar het feest – en een beetje opschieten, graag. Sommige van zijn patronen hoorden we voor het eerst op het legendarische album 'Free Jazz' van Ornette Colemans dubbelkwartet.

Parkers solo's verraden affiniteit met volksmuziek uit niet nader gespecificeerde bergachtige streken. Heel mooi is een duet met Drake, waarbij die laatste met zijn vingers roffelt en de vingers van de bassist op de bovenkant van de hals trommelen. Hij is sowieso iemand die alle geluidjes kent die zich in welke uithoek ook van zijn instrument bevinden.

Dikeman heeft een lekkere vette sound, met name op de tenor. Wanneer de inspiratie onverhoopt dreigt weg te ebben, tovert de saxofonist gewoon een nieuw riffje tevoorschijn, dat vervolgens alle permutaties ondergaat die je je kunt voorstellen. Plus die je je niet kunt voorstellen, niet te vergeten.

'Het leven is te kort!' lijkt het motto van deze vrije vogels te zijn.

Klik hier voor foto's van dit concert door Willem Schwertmann.

Labels:

(Maarten van de Ven, 13.5.14) - [print] - [naar boven]





Vooruitblik
Gent Jazz 2014


Twee podia – Main Stage en Garden Stage – vol topmuzikanten en muzikale ontdekkingen tijdens Gent Jazz, dat zoals altijd plaatsvindt op de mooie Bijlokesite. Vooral in de eerste periode – donderdag 10 tot en met zondag 13 juli – is het neusje van de zalm op jazzgebied prominent aanwezig.

Op de openingsavond zijn op het hoofdpodium het kwartet Manu Katché, Richard Bona, Eric Legnini, Stefano Di Battista en daaraan vooraf zanger Bobby McFerrin te horen. Op het tuinpodium treedt de talentvolle zangeres Zara McFarlane op.

Grote namen voor de volgende drie dagen zijn: trompettist Ibrahim Maalouf, de Armeense pianist Tigran Hamasyan, trompettist Avishai Cohen uit Israël, Prism (de groep van bassist Dave Holland met onder meer gitarist Kevin Eubanks en pianist Craig Taborn), pianist Brad Mehldau, de bigband van Darcy James Argua, het kwintet Black Flower en op de absolute topdag – zondag 13 juli – Chick Corea-Stanley Cowell Duet, Hiromi:The Trio Project, Joshua Redman Quartet en een coaching project met altsaxofoniste Tineke Postma.

Het festival biedt overigens ook goed werk van Belgische bodem. Wat bijvoorbeeld te denken van het eigenzinnige trio rond de Nederlandse pianist Fulco Ottervanger, De Beren Gieren, dat op zaterdag 12 juli liefst drie sets brengt. Of 3/4 Peace, met naast Ben Sluijs op altsaxofoon de Franse bassist Brice Soniano en de Peruviaanse-Belg Christian Mendoza op piano.

Tijdens het tweede deel van het festival – donderdag 17 tot en met zondag 19 juli – wordt er veel gezongen door onder andere Melanie Di Basio (mis het niet, zij is echt heel goed), Agnes Obel, Julia Holter, Michael Kiwanuka, Charles Bradley, José James en Gabriel Rios. Pianist/componist Ludivico Einaudi zal veel publiek trekken met zijn elegante, melodieuze, minimalistische pianomuziek.

Voor uitgebreide informatie klik hier.

Labels:

(Jacques Los, 12.5.14) - [print] - [naar boven]





Cd
Kapok - 'Kapok' (Buzz, 2014)

Opname: 10 & 28 april 2013

Hoornist Morris Kliphuis is ongetwijfeld een van de meest opmerkelijke Nederlandse jazztalenten van de laatste jaren. Zijn groep Kapok heeft een eigen geluid; hoewel het een trio is, klinkt het door de slimme arrangementjes uitgesproken orkestraal.

Kliphuis zelf lijkt nog niet echt zijn draai te hebben gevonden. In de meeste nummers leunt de sound van zijn hoorn nog tegen die van een ventieltrombone. Hij bezit het coloriet, noch de ongelooflijke lenigheid van respectievelijk John Graas en Julius Watkins, zijn grote voorgangers. Dat soort zaken moet nog komen. Nochtans kun je vaststellen dat hij zuiver speelt en zeker ideeën heeft wat betreft de organisatie van zijn groep. Ook weet hij met simpele middelen – wat galm hier, wat vervorming daar – de aandacht vast te ouden.

Het geluid van de (jacht)hoorn, zoals we dat kennen van symfonisch werk uit de Romantiek, of van 'Til Eulenspiegels Lustige Streiche' van Richard Strauss, komt voorbij in 'Earthbound', een gezamenlijke compositie van het trio. Hier klinkt het instrument puur en zuiver, glanzend als glad fluweel. Een van de meest geslaagde stukken is 'Abraxas', dat met een klaroenmotief opent en waarin de hoorn effectief contrasteert met de trashy gitaar van Timon Koomen. De sopraansaxofoons van Mete Erker en Floris van der Vlugt leveren hier bescheiden bijdragen.

Meer horen?
Klik
hier om van dit album de track 'Day Of The Tentacle' te beluisteren.

Labels:

(Eddy Determeyer, 12.5.14) - [print] - [naar boven]





Concert
Een huiskamerconcertje van bijzonder niveau

Bram Weijters & Chad McCullough, zondag 27 april 2014, Opatuurs Mobiele Jazzclub, De Centrale, Gent

Opa Tuur is een Gents jazzfenomeen. Jazzpodia in Gent komen en gaan, maar het lijkt erop alsof Opa Tuur altijd heeft bestaan. Halfweg de jaren tachtig was hij de cafébaas van Het Uilenkot aan de Kortrijkse Steenweg in Gent. Toen hij daar weg moest omdat de trambedding verbreed werd, trok hij naar de Citadellaan in de buurt van de Heuvelpoort, waar hij een dancing omtoverde tot de gezellige jazzkroeg Opatuur. Na zijn pensioen, ondertussen ook al een dikke vijf jaar geleden, kwam hij met zijn mobiele jazzclub op de proppen. Op diverse locaties organiseert hij concerten die duidelijk zijn stempel dragen: kleine bezettingen, focus op het luisteren gericht, geen geluidsversterking en nooit drummers op het podium, laat staan zangeressen.

In De Centrale vond hij een plaats voor de piano die vroeger in zijn café stond. Die piano kocht hij ooit over van Erik Vemeulen toen die nog in Gent woonde. Geen vleugel, maar een bescheiden buffetpiano. Aangezien Tuur opteert voor kleine bezettingen, kwamen pianist Bram Weijters en trompettist Chad McCullough in duo en niet met hun goed geolied kwartet. Zonder bas en drums valt het veilige vangnet weg en zetten de musici hun oren goed open.

Weijters en McCullough speelden voornamelijk midtempo stukken en hierdoor deed McCullough onbewust een beetje aan Art Farmer denken. Of aan Bert Joris, met wie hij dat warme geluid en een grote zeggingskracht deelt. De sterkte van McCullough lag in zijn sobere en beheerste aanpak en zijn aandacht voor melodie en eigen geluid. Bram Weijters speelde verzorgd piano met de nodige variatie en dartelheid. Hij was niet de brave begeleider, maar een man die voor variatie en lyriek zorgde en de dialoog met de trompet aanging.

Op de setlist stonden vooral eigen nummers van de twee cd's die ze samen uitbrachten. We kregen ook enkele composities te horen die ze binnenkort met het volledige kwartet gaan opnemen voor hun derde cd. En tussen al dat moois door konden we 'Blackbird' van The Beatles horen en klonk 'Blue Monk' heel mellow...

Een goede dertig mensen en een minimale podiumbelichting gaven het gevoel naar een huiskamerconcertje te luisteren in een groot uitgevallen living. Maar dan wel een huiskamerconcertje van een bijzonder niveau.

Deze recensie verscheen eerder op Jazz'Halo.

Klik hier voor foto's van dit concert door Cedric Craps.

Labels:

(Iwein Van Malderen, 11.5.14) - [print] - [naar boven]





Cd
John Coltrane - 'Giant Steps' (T2 Entertainment, 2014)

Opname: 1956-1959

Dat John Coltrane een saxofonist was met een eigenzinnig, breed en zwaar en messcherp geluid én een onuitputtelijk reservoir aan ideeën was midden-jaren vijftig reeds bekend bij insiders en medemuzikanten. Zijn barokke sound was bij achtereenvolgens Dizzy Gillespie, Johnny Hodges en Miles Davis al opgevallen.

Deze 10-cd box bevat vijftien albums onder eigen naam en als sideman bij derden uit de periode 1956-1959. De tijd dat hij uitgroeide tot de wellicht meest invloedrijke tenorist van zijn generatie – en daarna. Het betreft overigens slechts een selectie: Coltrane was uitzonderlijk productief.

Zijn eerste eigen album, uit 1957, simpelweg 'Coltrane' genaamd, zou je als een beginselverklaring kunnen opvatten. Het bevat de ballad 'Violets For Your Furs', ooit door Frank Sinatra tot monument van de romantiek verheven. Hier krijgt het de Trane-touch, waarmee het de blauwdruk is geworden van al die fantastische ballads die nog zouden volgen. Relevanter nog is het openingsstuk 'Bakai', dat Coltranes hang naar exotica belichaamt. Drie maanden later nam hij 'John Coltrane With The Red Garland Trio' op, eveneens voor Prestige. In 'Soft Lights And Sweet Music' speelt hij een razende solo, die preludeert op zijn latere halsbrekende exercities die geen einde kenden.

Het overzicht eindigt met het glorieuze album 'Giant Steps'. Pianist Cedar Walton kan het maar net bijbenen in het titelnummer, waarin Coltrane in een bezeten solo explodeert. Ook 'Cousin Mary' is uitgegroeid tot een jazzstandard en in 'Mr. P.C.' eist hij alle vrijheid op – zoals hij vanaf dat moment consequent zou doen.

Bij wijze van bonus horen we pianist Mal Waldron op drie albums, waar zijn minimalistische, repeterende aanpak in embryonale staat aanwezig is.

Labels:

(Eddy Determeyer, 10.5.14) - [print] - [naar boven]





Concert
Kuhn Fu romantisch en noisy

zaterdagnacht 26 april 2014, Cantina, Groningen

"Wij kunnen alleen maar heel hard of heel zacht spelen. Daartussen is het moeilijk. Breng de volgende keer je oordopjes maar mee," sprak gitarist Christian Kühn verontschuldigend. Dat was naar aanleiding van het nummer 'Taubenfeld', opgedragen aan de gelijknamige basklarinettist. Die produceerde inderdaad een dermate intens geluid, dat je even voor het welzijn van het instrument vreesde. De totale splitsing van Ziv Taubenfelds klarinet bleef wonder boven wonder achterwege. Bassist Esat Ekincioglu had even eerder een glorieuze solo gestreken en Lav Novac is een snappy drummertje dat alles bijeen houdt.

Aangezien de leider van Kuhn Fu tegenwoordig in Zürich resideert, zijn repetities van zijn twee jaar oude groep problematisch. Dat neemt niet weg dat het kwartet fraai gestructureerde muziek afleverde, waarin contrasten de aandacht vasthielden. Kuhn Fu bewoog zich tussen lieflijke romantiek en nietsontziende noise. Dit orkestje slaagt er niet alleen in een spatgelijk crescendo uit te voeren, maar ook volmaakt in formatie gas terug te nemen.

Ekincioglu streek in 'Mephisto' een furieuze solo, die afwisselend een elegant ballet en een zwerm agressieve bijen evoceerde. Daarbij is het goed te beseffen dat de bovenkant van zijn contrabas voortdurend circa een halve centimeter onder de tl-buizen scheerde. Zodat ik mijn hart vasthield – temeer daar de bassist zijn instrument ook fysiek te lijf ging, met schoppen en stompen. Wel heel muzikaal, hoor.

Klik hier voor foto's van dit concert door Zoltan Acs.

Labels:

(Eddy Determeyer, 8.5.14) - [print] - [naar boven]





Cd
Randal Corsen - 'Symbiosis' (Challenge, 2013)

Opname: 7 & 8 augustus 2012

Corsen is met Izaline Callister ongetwijfeld de belangrijkste Curaçaose jazzmusicus die in Nederland acief is en tevens de tradities van het eiland uitdraagt. Het heeft vijf jaar geduurd sinds zijn laatste album, 'Dulsura Di Korsou', mede door zijn werk aan de opera 'Katibu Di Shon'. Als musicoloog heeft Corsen altijd veel aandacht gehad voor de muziekgeschiednis van zijn land en hij beschouwt zich dan ook in de eerste plaats als componist. Dat neemt niet weg dat Corsen als pianist zeker ook interessant is. Zijn grote virtuositeit in de verschillende latingenres doet hem neigen naar het gebruik van veel noten, die - hoe mooi gedoseerd ook - soms te veel van het goede lijken. Zijn achtergrond als Chopin-interpreet doet zich dan ongetwijfeld gelden. Daar staat een jaloersmakende souplesse tegenover, die hier ook nog eens mooi ritmisch gedragen wordt door drummer Mark Schilders en percussionist Vernon Chatlein. Basgitarist met een vette klank is Glenn Gaddum Jr die de boel ook, voor zover mogelijk, ontspannen houdt.

Zoals je zou verwachten, zijn alle acht composities van Corsen en ze zijn in de uitvoering nogal aan de breedsprakigere kant. Antilliaanse elementen zijn slechts af en toe te herkennen. Het titelstuk is een licht funky stuk met mooie harmonieën die latinaccenten krijgen en heeft een onverwacht einde. 'The Best Is Yet to Come' laat ondanks het vrij hoge tempo Corsen van een lyrische kant horen en herbergt mooi opgebouwde solo's van Gaddum en Schilders. Ik neem aan dat het harmonisch interessant verlopende thema van 'For Christine & Michele' opgedragen is aan Corsens jonge dochters. Het ontspannen solowerk hier verraadt Corsens klassieke achtergrond. Een stuk hectischer is het wat onrustige 'Prove It!', dat vooral door het elegante basgitaarwerk aantrekkelijk wordt.

In 'Homecoming' laat Corsen de ritmische teugels enigszins vieren, maar de spanning wordt er ingehouden met harmonische spitsvondigheden. 'Dear Friend' is aanstekelijk door de vermenging van verschillende ritmische genres, die tegelijk polyritmiek suggereren. 'Triángulo' is qua vorm de meest intrigerende compositie van het album. Dat komt door het ambigue karakter van het stuk. 'Baranka' is vooral aantrekkelijk door de plagerige ritmische Antilliaanse patronen waarin de slagwerkers goed voor de dag komen. De cd is door het soms hyperactief aandoende pianospel van Corsen zeker niet iets voor wie iets rustgevends wil horen. Wie echter van helder, virtuoos pianospel en evenwichtig uitgewerkte ritmes houdt, moet 'Symbiosis' maar eens opzetten.

Meer horen?
Klik
hier om van dit album de track 'Prove It!' te beluisteren.

Labels:

(Ken Vos, 8.5.14) - [print] - [naar boven]





Concert
Pianopoëet schetst wondere klanklandschappen

Jeroen van Vliet solo & OGU, maandag 21 april 2014, Beauforthuis, Austerlitz

Steeds meer gaat pianist Jeroen van Vliet zijn eigen muzikale weg. Daarmee voert hij zijn publiek mee in wondere, intieme klankwerelden, zowel solo als in samenspel. Beide waren te horen in het Beauforthuis in spannende ontdekkingsreizen van hoog niveau.

De eerste set is voor OGU, een trio van Van Vliet, gitarist Bram Stadhouders en Etienne Nilessen op drum. Van Vliet introduceert het klankwerk van de drie heren als experimenteren, met de verzekering dat het een paar keer heel mooi is geworden. We gaan op ontdekkingsreis. Die begint klein, op de drums. En dan, precies op het juiste moment, is ie daar: één hoge noot op de piano die helemaal uitklinkt. Dan volgt een tweede noot. Die krijgt ook alle tijd van de wereld. De lage tonen van de piano gaan meedoen, de drumklanken worden iets steviger en de gitaar voegt warme klanken toe. Zo ontrolt zich de muziek, langzaam maar trefzeker.

De ene keer zoomen de klanken in op een detail, de andere keer zwenken ze er in vogelvlucht overheen, vertoeven op een tropisch eiland of zetten voet op een stevige rotsbodem. De smaakvol en met mate gebruikte samples van Van Vliet en Stadhouders werken verbindend. Nilessen tovert alle ritmiek uit een klein trommeltje, ook door er een bekken of Tibetaanse klankschaaltjes op te leggen en die te laten klinken, met een schuursponsje over het vel van de trommel te vegen of door met een strijkstok de metalen rand te laten klinken. Het intrigerende schouwspel brengt een rijke klankwereld voort. Waarom gebruiken drummers meestal zoveel meer?

Alle drie de muzikanten verstaan de kunst om precies het juiste te doen, niets meer en niets minder. Vakmanschap, maar vooral meesterschap. Zo krijgt de stilte tussen de noten evenveel ruimte als de noten zelf. De muziek blijft daardoor ademen en roept associaties op met het universum. De vrije manier van improviseren vraagt van de drie heren én van het publiek volledige concentratie en overgave. Zo tegen het einde neemt het tempo toe en wordt het hier en daar een klein beetje atonaal. Op het topje van de climax trekt Stadhouders een wenkbrauw minuscuul omhoog. Het is gedaan. De reis is voltooid. Het applaus houdt zich nog een tijdje stil om de ban niet te verbreken.

Na de pauze gaat de pianopoëet in zijn eentje verder, voornamelijk met nummers van zijn nieuwste solo-cd 'Wait'. Dit is een schijf met zestien sfeervolle klankbeelden van wolken harmonieën, spaarzame samples ter verbinding en ingetogen, intuïtief én trefzeker spel. Bijvoorbeeld in 'Nostalgia'. Live speelt Van Vliet het in een hoger tempo dan op de cd, alsof de nostalgie de hete adem van de vooruitgang in haar nek voelt. Na een fraaie improvisatie, waarin Van Vliet reikt naar het heelal – of komt dat voor even ietsje dichterbij? – heeft de nostalgie weer alle tijd van de wereld. In 'Chime' is de hoofdrol aan akkoorden die in dunne lucht aan een koordje bungelen. Het koordje is van spinrag: het mag dan kwetsbaar ogen, het is veel te sterk om te breken.

Zo komt het ene na het andere verhaal voorbij in dichterlijke klankwerelden, soms opborrelend uit oerdiepe wateren, dan weer ten hemel gericht. Het solospel van Van Vliet heeft nog steeds iets ingetogens. Tegelijkertijd is het krachtig en krijgt daardoor nog meer zeggingskracht dan op 'Who’s Afraid', zijn vorige soloplaat uit 1995. Het is niet erg als we op de volgende solo-cd minder lang hoeven te wachten.

Op 12 november 2012 was dit dubbelconcert te zien in JazzCase te Neerpelt. Klik hier voor foto's van dat concert door Cees van de Ven.

Labels:

(Heleen van Tilburg, 8.5.14) - [print] - [naar boven]





Vooruitblik
Mithra Jazz à Liège


Vanavond start in Luik het 24ste Internationaal Mithra Jazz Festival met op het programma enkele grote headliners, zoals Paolo Conte (8 mei), Thomas Dutronc (9 mei), Dave Holland-Kenny Barron (9 mei), Cecile McLorin Salvant (9 mei) en Paolo Fresu (10 mei).

Omwille van de rijke voorgeschiedenis van dit festival, prijst het zich gelukkig om ook dit jaar van start te kunnen gaan. Dankzij de komst van de nieuwe hoofdsponsor Mithra en de steun van de vele festivalgangers van de vorige jaren is het festival in staat om een uiterst ambitieuze programmering te bieden, zowel in termen van populariteit als kwaliteit.

Na de reeds aangekondigde namen versterken nieuwe namen de Mithra Jazz affiche. En wat voor namen! Na het enorme succes in Jazz à La Villette en als sluiting van het London Jazz Festival zal Archie Shepp een show presenteren gemaakt rond 'Attica Blues', muziek van de jaren zestig: 25 muzikanten op het podium en Shepp met de energie van een twintigjarige. Ook Kenny Garrett zal te zien zijn met een verbluffend kwintet. Saxofonist Charles Gayle, een van de legendes van de post-free, staat eveneens op het programma.

Voorts brengen Jean-Marie Machado en André Minvielle een tribute aan Boby Lapointe. Binnen de electro jazz is er het nieuwe project van Magic Malik, 'Tranz Denied'. En als onderdeel van een campagne van de sensibilisering voor de uitbreiding van Europa treedt de Servische formatie Serbian Jazz Bre op.

Uit België is er het Belgisch-Amerikaanse kwartet van Robin Verheyen met pianist Bill Carrothers, het nieuwe kwartet van Greg Houben met Fabian Fiorini, het trio van Pierre de Surgères (met een van de meest verrassende cd's van de afgelopen maanden), het trio Pianoless van Jean-Paul Estiévenart, swing met Martin Méreau en Jean-François Foliez en blues met Renaud Lesire, en de drie formaties Joachim Caffonnette Quintet, Bulbes en het Zola Quartet.

Klik
hier voor meer informatie.

Labels:

(Maarten van de Ven, 8.5.14) - [print] - [naar boven]





Concert
Grote klasse in pocketformaat

Linus & Kaja Draksler, woensdag 16 april 2014, De Singer, Rijkevorsel

"Net als Machtelinkcx en Jillings dook Draksler niet halsoverkop in het concert, hoewel bij haar de dynamische contrasten iets scherper gesteld werden en het muzikale materiaal van een meer ritmische snit kon zijn. Louter om de techniciteit ging het niet, want Draksler tekende voor een muziek die vervelde en evolueerde."

Koen Van Meel bezocht De Singer en zag Linus en Kaja Draksler schitteren in een sterk dubbelconcert, "dat eens te meer duidelijk maakte dat grootse muziek niet moet komen van grote namen."

Klik hier om zijn verslag te lezen.

Cees van de Ven maakte van beide concerten fotoverslagen. Klik hier voor de foto's van Linus en hier voor die van Kaja Draksler.

Labels:

(Maarten van de Ven, 6.5.14) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...






Menupagina's:

Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Neerpelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.