Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 




Concert
Improvisatie verdringt contemplatie

Dhafer Youssef, donderdag 17 april 2014, Bimhuis, Amsterdam

De Tunesiër Dhafer Youssef past in de reeks van moderne ud-spelers waar ook Rabih Abou Khalil en Anouar Brahem deel van uit maken. De drie virtuoze bespelers van de Arabische luit creëren op unieke wijze vitale, nieuwe, in de jazz verankerde wereldmuziek. Op eigenzinnige wijze vloeien eeuwenlange Arabische muzikale tradities samen in breed uitwaaierende, muzikale stromingen. Youssef beschikt, in contrast met zijn ud-collega's, over een zangstem van een bijna pijnlijke schoonheid. Tijdens het optreden stelt zijn stem hem in staat schreeuwend alle weltschmerz te laten samenvloeien en zijn muziek te laten opstijgen in een weelderige gelukzaligheid. In een uitverkocht Bimhuis speelt Youssef hoofdzakelijk muziek van zijn recente en bejubelde album: 'Birds Requiem'.

Dhafer Youssef heeft aangegeven dat 'Birds Requiem' muziek is voor een imaginaire film. Met een glimlach en een traan diepen de nummers de persoonlijke ervaringen en vroege herinneringen van de Tunesiër uit: 'Meditatieve reflecties uit een ander tijdperk'. De plaat is een suite van elf originele en onderling verbonden composities, die naast ud en zang veel ruimte bieden voor het virtuoze mystieke klarinetspel van Hüsnü Senlendirici, de soundscapes van Nils-Petter Molvaer en de qanûn (een grote citer) van Aytaç Dogan. Deze drie onderscheidende muzikanten ontbreken in de line-up in het Bimhuis. Eivind Aarset (elektrische gitaar/elektronische randapparatuur), Kristjan Randalu (piano) en Philip Donkin (contrabas) maken wel hun opwachting, terwijl Ferenc Nemeth (drums/percussie) de stand-in is van Chander Sardjoe.

De livepresentatie van 'Birds Requiem' biedt nauwelijks ruimte voor emotionele contemplatie. Dhafer Youssef speelt materiaal dat identiek is aan zijn nieuwe plaat, maar met exceptioneel veel ruimte voor dynamische improvisatie. Zeer lovenswaardig en verrassend om de sfeer van het veel meer naar binnen gerichte album te transformeren naar het extraverte. Niet traditioneel gezeten op de kruk, maar beweeglijk over het gehele podium redigeert Youssef de groep voorwaarts, leidend van de ene apotheose naar de andere. De voortdurend veranderende jazzy ritmes zijn leidend en de immense slagkracht van Nemeth een terugkerende factor van belang. Voeg hierbij de ruimte die elke muzikant krijgt om zich individueel te onderscheiden en er verrijst een ander muzikaal universum.

In het streven van de Est Randalu om intense melodieën los te laten wordt de luisteraar naar zijn vleugel gezogen. De betovering wordt voltooid door een rijke verteltrant met rebelse inslag. Ook de noisy gitaarklanken van de Noor Aarset zijn live prominenter aanwezig en accentueren of verdubbelen de vocalen, vol galm en echo's, van de bandleider. Zijn stijl, rijk aan ambient soundscapes en ruwe, rafelige randjes, voegt de broodnodige spanning toe. De opzwepende, oriëntaalse dynamiek, soms zelfs op het explosieve af, vertoont vaak hetzelfde stramien in de muzikale opbouw. De sfeer, intensiteit en spelvreugde, waardoor een extatische ambiance in de zaal ontstaat, compenseren het gebrek aan variëteit.

Klik hier voor foto's van een concert van Dhafer Youssef tijdens het Jazz Festival Castroreale in Sicilië op 25 juli 2009 door Louis Obbens.

Labels:

(Louis Obbens, 29.4.14) - [print] - [naar boven]





Cd
Stageband - 'Journey To The Heart' (eigen beheer, 2014)

Opname: 5 & 6 oktober 2013

Voor wie de Groninger Stageband een beetje volgt is 'Journey To The Heart' een ietwat teleurstellend document geworden. Zoals we van dit prijzen wegkapende orkest gewend zijn, is de cohesie binnen de gelederen groot en met bijna negen minuten per nummer is er ruimschoots voldoende soloruimte. Maar het album als geheel maakt een behoorlijk brave indruk en van de solisten doet alleen de gretige tenorist Sergej Avanesov de oren spitsen. En dan ook nog omdat hij vermoedelijk tot veel en veel meer in staat zou zijn wanneer hij de vrije teugel zou krijgen.

Op het openingsstuk, Woody Shaws 'The Moontrane', na betreft het allemaal eigen composities van de muzikanten. Het titelwerk 'Journey To The Heart' van gasttrompettiste Suzan Veneman (zij is alumna van de band) ontvouwt zich als een bloem en de dynamiek hier is subtiel. 'Samba Azul' van pianist Tony Hoyting bevat een in het oor hakend unisono motiefje voor piano en bas; ook zijn korte passage voor de klarinetten is effectief. Van de hand van trombonist Pavel Shcherbakov is 'Taste Of Tears', dat het van contrasten en verfijnd coloriet moet hebben. Vanzelfsprekend zet de componist de trombonegroep even in de zon. Het meest originele stuk is 'Björn Bajo' van bassist Marco Kerver – alhoewel 'Killer Joe' in de familie zit. Het bevat aansprekende filmische ritmepatronen. Degelijk werk.

Is het zo langzamerhand niet tijd voor een livealbum van de Stageband?

Meer weten?
Op de
website van de Stageband kun je deze cd bestellen.

Labels:

(Eddy Determeyer, 28.4.14) - [print] - [naar boven]





Vooruitblik
Doek Festival #12


Het mooiste festival voor geïmproviseerde muziek van de Lage Landen vindt deze week weer plaats op diverse locaties in Amsterdam. Fietsen, spelletjes voor kinderen en vooral talloze speciaal voor de gelegenheid samengestelde groepen: het zit er allemaal weer in. Opmerkelijk is ook dat het festival, dat vorig jaar al gespreid werd over vijf dagen, deze keer maar liefst zes dagen bij elkaar verzamelde. Morgen wordt in de actieve Zaal 100 het startschot gegeven, terwijl de finale van zondag 4 mei ook op die locatie plaatsvindt. Daartussen valt er ook in OT301, Splendor en het Bimhuis een en ander te beleven, terwijl de intussen legendarische fietstoer ook nog eens langs drie locaties in Noord-Amsterdam voert.

Spil van Doek zijn nog altijd de acht in Amsterdam gebaseerde muzikanten Oscar Jan Hoogland, John Dikeman, Eric Boeren, Wolter Wierbos, Wilbert de Joode, Tobias Delius, Michael Moore en Cor Fuhler, die op die laatste na allemaal ook zullen aantreden. Soms is dat met bekende gezichten die al eerder uitgenodigd werden in Amsterdam, maar een paar keer ook met opmerkelijke muzikale gasten uit het buitenland.

Een van zulke gasten is William Parker, de gelauwerde bassist en een van de sterkhouders van de hedendaagse Amerikaanse (free) jazz. Een virtuoos die decennia geschiedenis in zich draagt, maar ook een eigen nalatenschap heeft opgebouwd dat tot de meest imposante van vandaag behoort. Mooi is dat hij een van zijn vaste bloedbroeders – drumwonder Hamid Drake – mee zal brengen voor een trioconcert met John Dikeman (zaterdag 3 mei in Bimhuis). De dag erna zal Parker ook deel uitmaken van de Real Book Bicycle Tour en op een van de haltes muziek maken met trompettiste Felicity Provan, saxofonisten Mette Rasmussen, John Dikeman en Ada Rave, pianisten Nico Chientaroli en Kaja Draksler (voor deze gelegenheid op Rhodes) en drummer George Hadow.

Een andere opvallende combinatie die dag is het kwartet van Benjamin Herman, Oscar Jan Hoogland, Ernst Glerum en Onno Govaert, terwijl de derde bezetting door Anton Goudsmit geleid wordt. De eerste twee avonden komen trouwens rustig op gang met onder meer het sextet I Hear A Smell en een avond met Eric Boeren als centrale spil, die in duo zal gaan met onder anderen Paul Lovens en Peter Evans. Vanaf donderdag 1 mei barst het programma plots open, met in OT301 onder meer het tot de verbeelding sprekende Sun Seven (Joost Buis, Tobias Delius, Paul Lovens e.a.) en soloconcerten van Peter Evans (trompet) en Eugene Chadbourne (banjo).

Vrijdag wordt ook zo'n dag voor de fijnproevers, want Michael Moore, misschien al de meest lyrische vertegenwoordiger van dOeK, gaat in Splendor een samenwerking aan met het duo Mark Feldman en Sylvie Courvoisier, terwijl de Duitse rietblazer Frank Gratkowski aantreedt met zijn kwartet, bestaande uit trombonist Wolter Wierbos, bassist Dieter Manderscheid en drummer Gerry Hemingway. Het Bimhuis pakt zaterdag uit met grof geschut, met naast het trio Parker, Drake & Dikeman nog twee trio's: jongelingen Jasper Stadhouders en Onno Govaert doen iets met veteraan Wilbert de Joode, terwijl Thurston Moore nog eens herenigd wordt met Andy Moor en Anne-James Chaton.

Dat allemaal in de geest van onafhankelijkheid, samenwerking en creativiteit. Kortom: eenieder met een liefde voor deze muziek, maar ook degenen die graag eens willen ontsnappen aan de vetter gesponsorde evenementen die allemaal uit hetzelfde vaatje tappen, of zij die maar blijven klagen over een gebrek aan waardevolle alternatieven, weten wat te doen.

Klik
hier voor meer informatie over Doek Festival #12.

Dit artikel verscheen eerder op Enola.be

Labels:

(Guy Peters, 28.4.14) - [print] - [naar boven]





Concert
Elke noot bezield

Duo Céline Rudolph-Rudiger Caruso Krause, zondag 13 april 2014, House of Spice, Groningen

De jazzactiviteiten van het Groninger Petit Théâtre zijn honderd meter opgeschoven, naar het House Of Spice. Ook dat restaurant is met eenvoudige middelen omgetoverd tot een intiem theatertje met zo'n veertig zitplaatsen en een voortreffelijke akoestiek. Een bescheiden mengpaneel heeft een plekje gevonden op een vensterbank en waar de schemerlamp en de pakpapierhouder staan, zitten de muzikanten. Een verschil met Le Petit Théâtre is dat 'podium', 'zaal' en 'bar' thans organisch in elkaar overvloeien.

Zich zacht tokkelend op een duimpiano begeleidend komt Céline Rudolph van achter de bar de zaal in, terwijl ze een Afrikaans lied zingt. Zo is ze griot en koningin ineen. Haar partner Rudiger Caruso Krause schrijdt achter haar aan en beroert daarbij de snaren van zijn solid body. Zoals we allemaal weten klinken er weinig instrumenten zo bescheiden als een solid body-gitaar die niet versterkt is.

Céline Rudolph is niet slechts gezegend met een prachtige, zuivere stem en de gave, elke noot te bezielen, ze kan ook helemaal in haar muziek wegkruipen. Dat toppunt van concentratie bereikt ze in een eigen stuk, dat in een (imaginaire?) Afrikaanse taal en het Frans wordt gezongen. De vocaliste maakt gebruik van live loops, waardoor ze haar eigen achtergrondkoortjes genereert. Ze kan een song ('Norwegian Woods') ook helemaal ontleden en uitwalsen, waarbij ze haar stem zuiver als instrument gebruikt. In Henri Salvadors 'Vingt-Quatre Heures Par Jour Je Pense à Vous' improviseert ze jazzy á la Claude Nougarot. Vanuit de zaal krijgt ze spontaan vocaal weerwerk in 'Bahia'. Wanneer ze 'Silencio Das Estrelas' inzet, gaat onze dichtstbijzijnde ster achter haar spontaan stilletjes stralen.

Kijk, van zo iemand zou ik het wel kunnen hebben, wanneer die me 's avonds op de rand van mijn bedje in slaap zou komen zingen.

Labels:

(Eddy Determeyer, 27.4.14) - [print] - [naar boven]





Cd
Mike del Ferro - 'Impressions Of Brazil' (Challenge, 2013)

Opname: 12 & 13 januari 2013

Pianist Mike del Ferro maakt er een sport van om Nederlands meest bereisde musicus te worden door in zo veel mogelijk landen op te treden. Brazilië is groot en muzikaal eigenlijk een subcontinent. Dit album, een soort tussenrapport van Del Ferro's eeuwigdurende 'Songs Inspired By Wandering The Globe', werd niet in Salvador da Bahia opgenomen, maar in het vertrouwde Fattoria Musica te Osnabrück, door Chris Weeda natuurlijk. Het ontbreekt aan uitleg waarom welke stukken werden uitgekozen en wat de inspiratiebron is voor de drie composities van Del Ferro op de in totaal veertien stukken. Technisch en muzikaal kan er overigens weinig misgaan door de aanwezigheid van Jeroen Vierdag op contrabas of basgitaar en Bruno Castellucci op drums.

Als authentiek Braziliaanse stem doet op veel stukken zangeres Ceumar mee. Zij heeft een expressiviteit die het album extra toegankelijk maakt. De meeste Braziliaanse standards zijn nu eenmaal sterk verbonden met de songteksten die ervoor geschreven zijn of als inspiratiebron hebben gediend. De Braziliaanse muziek mag dan al meer dan vijftig jaar de jazz hebben beïnvloed, cultureel blijven de vele locale genres - we hebben het niet alleen over de bossanova - met hun specifieke stadse melancholie en tropische ritmiek toch vaak een ver-van-mijn-bedshow. Het zijn hier vooral Rio de Janeiro en São Paulo die de klok slaan. De muziek klinkt hier echter nergens gekunsteld en is op een natuurlijke wijze ingebed in het jazzvocabulaire.

Zoals te verwachten bij Del Ferro heeft de muziek een heel elegant karakter door een verfijnde spanningsopbouw, maar van de nieuwe ontwikkelingen in de Braziliaanse muziekscene horen we zo goed als niets. Daar is natuurlijk niets verkeerd aan, maar het album kan daarom ook niet beschouwd worden als een muzikaal reisverslag van wat er nu daar gebeurt. Door het gebrek aan muzikale clichés overstijgt de muziek ook met gemak deze journalistieke verwachtingen en kan dit album wat mij betreft als een hoogtepunt in Del Ferro's oeuvre beschouwd worden. Luister bijvoorbeeld naar de trio-interpretatie van het overbekende 'Besame Mucho', overigens helemaal niet Braziliaans.

Meer horen?
Klik
hier voor geluidsfragmenten van dit album.

Labels:

(Ken Vos, 27.4.14) - [print] - [naar boven]





Concert
Carte Blanche Tom Nieuwenhuijse goed voor avontuurlijke duels

vrijdag 11 april 2014, Paradox, Tilburg

In de reeks Carte Blanches was het vanavond de beurt aan drummer Tom Nieuwenhuijse. Paradox geeft er regelmatig een weg aan jonge muzikanten die de afgelopen jaren zijn opgevallen door hun prestaties op het Tilburgse jazzpodium. Nieuwenhuijse greep de kans met beide handen aan en koos meteen voor zwaargewichten als Anton Goudsmit, Bert van den Brink en Clemens van der Feen.

Nieuwenhuijse tekent voor de composities, op één cover na: een vrije interpretatie van klassieker 'Naima'. Vanaf het begin wordt al duidelijk dat hij een voorliefde heeft voor geïmproviseerde stukken, op het experimentele af. Ze zijn absoluut origineel, met een robuuste kern die ook terug te vinden is in de spaarzame, gevoelige fragmenten. Geen zoete broodjes dus. Opvallend, maar zeer plezierig in de bezetting is pianist Bert van den Brink. Deze veelzijdige toetsenist is (helaas) niet vaak terug te vinden op de jazzpodia, waarop hij toch uitstekend zijn weg kan vinden. Het is een intelligente pianospeler met een briljante techniek en een heerlijk gevoel voor jazz.

Daarmee was ook meteen de interesse bij gitarist Anton Goudsmit gewekt. De twee solisten waren gretig, prikkelden elkaar, daagden uit en waren daardoor af en toe zo druk in een duel verwikkeld, dat Nieuwenhuijse de controle uit handen gaf en zijn fijngevoeligheid enigszins verloor. Een gevaar wat inherent is aan zijn gedurfde keuze van podiumgenoten. Een keuze waarin bassist Clemens van der Feen de bindende factor was met zijn krachtige, kleurrijke klanklijnen.

Nieuwenhuijse genoot er zichtbaar van en ging het avontuur heldhaftig aan. Hij presenteerde zich openhartig en zelfverzekerd, met natuurlijk elan. Hiermee vergrootte hij de interactie en nam het enthousiaste publiek moeiteloos voor zich in.

Klik hier voor foto's van dit concert door Donata van de Ven.

Labels:

(Donata van de Ven, 26.4.14) - [print] - [naar boven]





Cd
Marc van Vugt & Ineke Vandoorn - '(What About) Words' (Baixim, 2014)

Opname: 2005-2009

Het lijkt erop dat het meest jazzy koppel van Nederland zijn muziekarchieven aan het opruimen is. Gitarist Marc van Vugt en zangeres Ineke Vandoorn namen de moedige beslissing om een hele reeks ongebruikte opnamen van de laatste tien jaar op de steeds lauwer wordende cd-markt uit te brengen. Het eerste deel in deze serie Collectables is eigenlijk nog maar net uit (onder de titel 'White') of daar liggen deel 2 en 3 al in de webwinkel. Deze zijn samengebracht op een dubbel-cd met de enigszins raadselachtige titel '(What About) Words'.

Meer dan commerciële overwegingen zullen zuiver artistieke motieven de boventoon hebben gevoerd: de muziek is gewoon te mooi om ergens ongebruikt op een plank te laten verkommeren. Wat in de dikke anderhalf uur muziek, die de luisteraar hier door Van Vugts orkest Big Bizar Habit voorgeschoteld krijgt, het meest overtuigt, is de rijkdom aan klankkleuren, de gulle pracht van de arrangementen en de beheerste overgave waarmee de muziek gespeeld wordt. Hoewel de twee cd's thematisch of instrumentaal niet echt met elkaar contrasteren, ligt bij album 1 wat meer de nadruk op doorgecomponeerde stukken die soms een hecht, bijna klassiek ensemblespel vereisen, terwijl album 2 iets gemakkelijker in het gehoor ligt, vrijer klinkt, maar tegelijk feller, alsof de individuele musici meer ruimte nemen om de essentie op te zoeken of om een persoonlijk verhaal te vertellen.

En verhalen, daar draait de muziek van Van Vugt en Vandoorn helemaal om, of er nu complexe instrumentaties of een (relatief) eenvoudig bluesschema worden gespeeld. Overal duiken nieuwe wendingen en perspectieven op, raken melodielijnen in elkaar verstrengeld en verstrikt als ontsporende dialogen, die op onverwachte momenten toch weer harmonisch ontrafeld worden.

Bij een zangeres komt het er in zo'n omgeving op aan dat zij zowel de melodie naar zich toetrekt, woorden hun betekenis en klankvorm laat ontvouwen, én zelf versmelt met de andere instrumenten. Ineke Vandoorn kan dat allemaal, waarbij haar stem vooral in de woordloos gezongen hoge regionen een fabelachtig mooie klank heeft, zoals in het van spanning zinderende stuk 'I Am'. In de beginpassages van het impressionistische titelnummer 'What About Words' volgt de zangeres steeds verschillende instrumenten en wisselt zij vliegensvlug van hoofdrol naar bijrol, waarna zij met laconieke spreekzang het thema neerzet.

Maar er zijn meer hoofdrolspelers in deze bloem- en beeldrijke muzikale happening: zo schudt altsaxofonist Paul van Kemenade een paar werkelijk memorabele, gloedvolle solo's met uitsluitend wezenlijke noten uit de mouw, zorgt drummer Joost Lijbaart met zijn schijnbaar sobere, maar honderd procent effectieve drumwerk voor een geweldig stuwende voortgang in de muziek en voegen de strijkers precies de juiste dosis dramatiek toe in passages waar een onsje meer al gauw tot John Barry-overdaad zou leiden.

De echte hoofdrolspeler is echter Marc van Vugt, de gitarist die zijn hele creatieve ziel in deze muziek heeft gelegd. Met '(What About) Words' bewijst hij eens te meer over een uitzonderlijk componeertalent te beschikken.

Meer horen?
Klik
hier voor een compilatietrack voor dit album.

Labels:

(Laurent Sprooten, 23.4.14) - [print] - [naar boven]





Concert
Vlek op het meest zuidelijke podium van Noord-Brabant

zaterdag 12 april 2014, PlusEtage, Baarle-Nassau

Het meest zuidelijke podium van Noord-Brabant, of het meest noordelijke podium van Antwerpen? Gehuisvest in een oud kloostergebouw in de verenigde enclaves van Baarle neemt PlusEtage sowieso een bijzondere plaats in, waarbij geografische grenzen helemaal irrelevant worden. C'est vachement bien, nous sommes quand même tous des Européens... TC Matic werd onlangs nog maar gecoverd door Stromae, die eigenlijk Paul Van Haver heet en op de keper beschouwd een Zuid-Brabander blijkt te zijn. Maar dit terzijde.

Vlek, een zevenkoppig ensemble, toert dit voorjaar door Noord-Brabants grensgebied met hun Smoking Gun Tour, waarbij ze een vernieuwd repertoire uit de hoge hoed toveren. Complexloos koppelen ze populaire muziek aan serieuzer werk, wat resulteert in een onwaarschijnlijke mix van Charlie Haden's Liberation Music Orchesta, ICP en Frank Zappa. Voor hetzelfde geld zou je Willem Breuker, John Zorn en Charlie Mingus kunnen noemen. Maar de knipoog in hun muziek en de eigenheid van de muzikanten/componisten zorgt voor een Vlekgeluid.

Een aantal titels deed wel heel sterk denken aan albums uit een stripreeks. 'Vlekje In Afrika' klonk als een second line uit New Orleans, 'Vlekje En De Zeven Kristallen Bollen' tolde als een dolgedraaide Kuifje op een attractie in de Efteling en 'Chicken Ticca', waarbij een raga de 21ste eeuw werd ingeprojecteerd, had evengoed 'Vlekje In Delhi' als titel kunnen hebben. In 'Vastenavond' kregen we exotica uit Oeteldonk (de naam van Den Bosch tijdens carnaval) te horen. 'Icebreaker' deed op één of andere manier denken aan de frisse new wave van Gruppo Sportivo.

Bert Palinckx (bas) en Pascal Vermeer (drums) hielden als ritmetandem alles in de juiste baan. Bart Van Dongen zorgde op diverse toetsen voor foute geluidjes. Of juiste geluidjes, het is maar hoe je het bekijkt. Trombonist Hans Sparla en trompettist Jeroen Doomernik maakten deel uit van de knappe blazerssectie, bij wie vooral rietblazer Edward Capel voor het voetlicht trad. De andere sterke figuur bij Vlek was gitarist Jacq Palinckx. Hij deelt met generatiegenoot Marc Ribot de neiging om ongecompliceerd en rauw gitaar te spelen, maar Palinckx heeft zijn wortels in de Brabantse zandgrond en klinkt toch anders.

Vlek op het meest zuidelijk gelegen podium van Nederland... De grens tussen twee landen is dan toch nog onzichtbaar aanwezig, want in België doet hun naam nauwelijks een belletje rinkelen, ondanks het feit dat de musici dichter bij Antwerpen wonen dan Rotterdam. Er zijn nochtans een aantal podia of festivals in België waar hun muziek goed zou vallen.

Deze recensie verscheen eerder op Jazz'Halo.

Klik hier voor foto's van dit concert door Cedric Craps.

Labels:

(Iwein Van Malderen, 23.4.14) - [print] - [naar boven]





Vooruitblik
JazzCase sluit succesvol seizoen af


Het Neerpeltse jazzpodium JazzCase sluit zijn zevende seizoen komende donderdagavond af met een bijzondere combine: de 'kleinste bigband ter wereld' Trio Grande samen met trompettist Eric Vloeimans. Zij zijn een week lang te gast in Dommelhof als artists in residence.

Wie percussionist Michel Debrulle, trombonist Michel Massot en saxofonist Laurent Dehors al eens aan het werk hebben gezien, weten hoe bijzonder hun speelse en dwarse muziek kan zijn: inventieve combinaties van harmonie, melodie en improvisatie. Muziek waarin een walsje, kermisgeluiden, oosterse, klassieke en vrijere klanken worden vermengd. Noem het maar urban folk. De samenwerking met Vloeimans kwam volgens Trio Grande tot stand vanwege de intuïtie van de Nederlandse meestertrompettist, "waardoor hij zich meer door de muziek laat leiden dan door een individuele uitdrukking" en zijn muzikaal universum, "dat getuigt van een grote vrijheid en een gevoel voor avontuur".

Ook het volgende seizoen kunnen de liefhebbers van avontuurlijke muziek hun hart ophalen in JazzCase Dommelhof. Op het programma staan onder meer Ingrid Laubrock's Anti-House (goede naam overigens!), Kapok, het Eric Boeren Quintet en een special rond de tachtigste verjaardag van drummer John Engels.

Klik hier voor meer informatie over JazzCase.

Labels:

(Maarten van de Ven, 22.4.14) - [print] - [naar boven]





Cd
The Thing – 'Boot' (The Thing Records, 2013)

Opname: 11-13 februari 2013

De meest recente opname van de Thing laat zich beluisteren als een vademecum aan muziekstijlen. Meer nog dan op voorgangers als 'Bag It', 'Mono' en 'The Cherry Thing', laat het trio van Mats Gustafsson (sax), Ingebrigt Håker Flaten (bas) en Paal Nilssen-Love (drums) zich niets gelegen liggen aan wat de geijkte inspiraties voor een jazzmuzikant dienen te zijn. Het resultaat is een smerige, vuige en ronkende plaat, die minder met New Orleans dan met new wave van doen heeft.

Opener 'India', een van John Coltrane's bekendere modale composities, wordt overtuigend omgevormd tot instrumentale stonerrock. Het vrij eenvoudige thema wordt door Gustaffson met veel machtsvertoon op bariton gespeeld, waarbij de noten soms splijtend in een reeks boventonen veranderen. Dit overstuurde geluid wordt versterkt door de bas van Håker Flaten en de alomtegenwoordige elektronische ruis, die het geheel iets apocalyptisch geeft.

Waar 'India' een coherente mengeling van invloeden is, is 'Reboot', het tweede nummer, eerder een opeenvolging van verschillende stijlen. Nadat Gustafsson een lange solopassage op sopraansax heeft geleverd, volgt een reeks ritmische figuren die de Ethiopische interesses van Nilssen-Love verraden. Vervolgens zorgt 'Heaven', een ballade van Ellington, voor een relatief rustpunt, al zijn de laatste paar minuten van dit stuk wederom zo demonisch dat de muziek eerder aan Black Sabbath doet denken dan aan de bigbands van weleer.

Wat The Thing zo goed maakt, is dat ondanks de eindeloze bak herrie die de luisteraar over zich uitgestort krijgt, er ook altijd ruimte is voor detail en vakmanschap. Titelnummer 'Boot', bijvoorbeeld, draagt een zekere hoeveelheid drama in zich, die enkel met gekrijs en gescheur nooit bereikt zou worden. Toch is dit geen muziek voor in de conservatoria, waarin progressies en harmonieën van belang zijn. Dit is muziek voor de autosloperij.

Meer horen?
Klik
hier om te luisteren naar de track 'India' te beluisteren.

Labels:

(Sybren Renema, 21.4.14) - [print] - [naar boven]





Concert
I'm here

Avishai Cohen Trio, maandag 31 maart 2014, Bimhuis, Amsterdam

"I'm here", zegt basspeler Avishai Cohen tegen de mensen die hem tijdens het concert op hun mobiele telefoon vereeuwigen. Ja, hij ís er, deze energieke krachtpatser die samenspeelde met Chick Corea, Kurt Rosenwinkel en Alicia Keys. In Amsterdam geeft hij zijn bas de hoofdrol, virtuoos en met gemak, in samenspel met muzikanten die aan hem gewaagd zijn.

Piano, bas en drums geven tegelijk de aftrap. Op krachtige akkoorden klinkt een kleurrijke melodie. De muziek hoeft niet meer geroepen te worden. Ze staat al te wachten. Zo danst 'Interlude' meteen van de ene climax naar de andere. 'Soof', het tweede nummer, begint melodisch. Pianist Nitai Hershkovits speelt bijna romantische, meeslepende akkoorden en drums en bas volgen. Niet voor lang, want Cohen is toe aan een solo met krachtige, snelle ritmes, met tonen die hoog en vrolijk dartelen of deinen als klanken diep in de nacht. Cohen kronkelt zich om zijn bas, omarmt deze, swingt ermee, of tokkelt liefkozend op de snaren. Zo tovert hij zijn geliefde instrument, dat het meestal moet doen met een bijrol, vanzelfsprekend om tot de hoofdrolspeler.

'Seattle' is vooral energiek. Klanken knetteren tussen de wolkenkrabbers heen en weer als pingpongballen. Was in de eerste twee nummers de dynamiek tussen Cohen en Hershkovits het sterkst, nu komt drummer Daniele Dor tot leven. In wisselende ritmes brengt hij zichzelf én het publiek tot extase, waarna het trio weer rustig de tijd neemt om de muziek te laten uitdrijven. Het trio kan ook heel klein en breekbaar spelen, zoals bijvoorbeeld in 'Ballad For An Unborn'. Hierin klinkt door dat de heren zich graag laten inspireren door de klassieken. Bij 'Variations In G Minor' lijkt Bach zelfs te knipogen. Latin en funk, andere voorliefdes van Cohen, zijn te horen in het polyritmische 'Abi'.

Zo speelt het trio meer nummers van de cd's 'Gently Disturbed', 'Aurora' en 'Duende' en ook van enkele oudere cd's. Cohens laatste album, 'Almah', valt buiten de prijzen. De heren improviseren er lustig op los, verrassen elkaar en sluiten moeiteloos bij elkaar aan. En dan de timing: op een passend of onverwacht moment een rust inlassen om daarna exact op de seconde weer met zijn drieën tegelijk te beginnen. Zwitserse horlogemakers kunnen er een voorbeeld aan nemen. De heren vieren een feestje op het podium.

Toch komt onvermijdelijk het moment van de toegift: 'Besame Mucho'. Cohen brengt het solo. Hij houdt het klein en zingt erbij. Wondermooie puntje-op-je-stoel muziek. Voor de volgende twee (!) toegiften voegen drummer en pianist zich bij Cohen en klinkt de inmiddels bekende, energieke sound, bijvoorbeeld in 'Remembering'. Na zo'n avond gaat dat wel lukken. Daar zijn geen foto's voor nodig.

Labels:

(Heleen van Tilburg, 19.4.14) - [print] - [naar boven]





Cd
Dimami - 'Back And Forth' (eigen beheer, 2014)

Opname: 2001-2013

Net als je na 'Riddum', het openingsnummer, denkt: goh, wat speelt die Miguel Boelens lekker ontspannen, neemt de band in 'Swing Hill' nog wat meer gas terug. Nog een stapje verder en we zitten in het jaar 5.000.000.000 AD en een zo goed als leeg heelal.

Dimami is geen groep van het grote gebaar. Eerder van een halve vingerknip, een onopgemerkte knipoog, een oogwenk die alweer voorbij is. Daarbij blijft het drietal als met onzichtbare draadjes aan elkaar verbonden. Het nummer 'Nephology' dreigt in ritmische zin even te ontsporen, maar daar wordt meteen een creatieve draai aan gegeven, zodat het uiteindelijk op een mooi evenwichtig duet tussen Boelens en gasttrombonist Joost Buis uitloopt.

Makki van Engelen drumt lekker transparant en leider Dion Nijland draagt er zorg voor dat zijn schaapjes bij elkaar blijven. Van het stel is Boelens misschien nog wel het meest bedachtzaam – het is dat je bezwaarlijk tegelijkertijd een altsax en een pijp in je mond kunt hebben. Maar in 'Balkannibalisme', de enige compositie waarin hij voor een wat minder vederlichte aanpak heeft gekozen, klinken zijn alt en de tenor van gast Mete Erker alsof die daadwerkelijk in één mond zijn gestoken.

De opnamen dateren uit de periode 2001-2013 en laten horen, dat het concept in al die jaren niet wezenlijk is veranderd. Altijd lijkt er een soort onbestemd heimwee naar de WestCoast jazz van de jaren vijftig boven Dimami te zweven. Anders gezegd: het is nu zes weken geleden dat poes Pieps verdween – moeten we de hoop al opgeven?

Morgenavond presenteert Dimami deze cd tijdens een concert in De Toonzaal, Den Bosch. Klik
hier voor meer informatie.

Meer horen?
Klik hier om drie tracks van dit album te beluisteren: 'Zacht En Opgewekt', 'Swing Hill' en 'Riddum'.

Labels:

(Eddy Determeyer, 17.4.14) - [print] - [naar boven]





Concert
Magiër van de aanraking

Bill Frisell Trio, woensdag 9 april 2014, Paradox, Tilburg

Het cruciale kenmerk van een jazzmuzikant is zijn sound, het vermogen zich te onderscheiden van zijn ambtgenoten. Bill Frisell wordt met Pat Metheny en John Scofield al decennialang gerekend tot de top drie onder de jazzgitaristen. Hij wordt gelauwerd om zijn uniciteit. Ook deze avond blijkt eens te meer dat zijn klank, in vergelijking tot de andere meesters, het minst heeft uit te staan met het gebruikelijke geluid van de gitaar.

In Paradox treedt Bill Frisell aan met zijn trio Beautiful Dreamers. De verrassende combinatie van het instrumentarium - elektrische gitaar, altviool en drums - zorgt voor een moeilijk te duiden verwachtingspatroon. Het openingsstuk is abstract en fragmentarisch. Het ware karakter van het stuk ontvouwt zich geleidelijk. De meanderende melancholie tussen viool en gitaar zwelt aan, onder het ritme van een verre, doorklinkende kerkklok. Het uiteindelijk resultaat is een cocktail van country, americana, folk en improvisatie. Dergelijke melanges blijken uiteindelijk het leidmotief van de hele avond.

De vrijgevigheid waarmee Frisell elementen in elkaar laat schroeien, houdt verband met zijn voorliefde voor en exploitatie van het Amerikaanse muzikale gedachtegoed. Bijna achteloos maar ingenieus gooit Frisell de free jazz, garagerock en de psychedelica van Hendrix op een hoop. De betoverende, wisselende groove van drummer Rudy Royston plaveit de weg naar de onstuimige krochten van de Amerikaanse muziek. Laat er geen misverstand over bestaan: Frisell is geen conservator of kopiist van Amerikaanse subgenres. De anti-gitaarheld gebruikt de muzikale grondslagen als pijlers voor een compromisloze en eigentijdse reflectie. Zo kan de maestro de country-blues, in samenspraak met altviolist Eyvind Kang, laten culmineren in een orkestrale apotheose. Het zoetgevooisde, afsluitende pareltje uit de eerste set toont slechts sporen van Coltrane's 'Lush Life'.

Na de verplichte break blijven de ondefinieerbare verrassing en de wendbaarheid van het avontuurlijke trio de troefkaarten die permanent worden uitgespeeld. Frisell is een magiër van de aanraking. Hier ligt de basis voor de ombuiging van de toon, de veranderende klankkleuren en de totstandkoming van de wonderlijke harmonie. Het is niet eens een vraag of er een andere gitarist dan Frisell in staat is om, uit een rijkelijk en gevarieerd repertoire, zo veel geluiden uit de body van de vertrouwde Telecaster te halen. Als alternatief voor het spelen van flitsende gitaarlicks wordt virtuoos gebruik gemaakt van een uitgebreide serie van effectpedalen om het geluid te manipuleren. Verschillende combinaties van vertraging, echo, compressie, distortion, galm en geluid zorgen voor deze ombuiging. Weergaloos, onstuimig en opzwepend wordt de grens steeds verlegd. Een afwisselend gevoel van verbazing en zweempjes van identificatie over de composties wordt opgeroepen. Tot aan de toegift: de melancholieke Gershwin-standard 'I Loves You Porgy' is een feest van herkenning.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Louis Obbens.

Labels:

(Louis Obbens, 17.4.14) - [print] - [naar boven]





Cd
Kaja Draksler – 'The Lives Of Many Others' (Clean Feed, 2013)

Opname: 2 juli 2013

Zelfs als je veel tijd investeert in het beluisteren en verzamelen van (of schrijven over) muziek, dan nog overkomt het je maar een paar keer per jaar dat je ademhaling even stokt en je de oren spitst bij de eerste beluistering van een nieuw album. Dat gevoel is net de reden waarom je jaar na jaar die zuurverdiende euro's blijft ophoesten (of bandbreedte opslorpt, voor de meer praktisch ingestelde zielen onder ons). Je hoort iets anders, iets nieuws en iets dat je nog niet eerder in die vorm hoorde. Dat was het geval bij het solodebuut van de Sloveense pianiste Kaja Draksler, die meteen een onuitwisbare indruk maakt. 'The Lives Of Many Others' is een album waarop vrije improvisatie en hedendaags klassiek een innemend verbond aangaan.

Dat het geen doorsnee plaat zou worden, kon je eigenlijk ook al afleiden uit haar cv. Draksler studeerde immers in Nederland en werd er snel een deel van de bloeiende scene. Ze viel in de prijzen met een masterscriptie over de improvisatiestijl van Cecil Taylor en studeerde onder andere bij Vijay Iyer en Jason Moran, twee van de meest gelauwerde pianisten van vandaag. Het leest dus wel een beetje als de kroniek van een aangekondigde klepper. 'The Lives Of Many Others' is niet meteen lichte kost, maar meerdere luisterbeurten laten horen dat er achter die aanvankelijke ondoordringbaarheid een heel eigen wereld geschapen werd. Eentje waarin het eerst fijn verdwalen is, tot de herkenning ingezet wordt en Drakslers stijl en persoonlijkheid vorm beginnen krijgen.

De plaat bevat een aantal momenten die best overrompelend zijn door hun bombast, maar zelden van lange duur zijn. De soberheid weegt sterker door. Bovendien is contrastwerking iets dat Draksler tot in de puntjes beheerst. 'Suite: Wronger / Eerier / Stronger Than (Just A Thought) / I Recall' mag dan wel van start gaan met een onnavolgbaar notengedwarrel op een haakse ondergrond, al snel vergaart het stuk meer focus. Die invloeden uit jazz en klassiek krijgen gedaante in een verhaal dat afwisselend meditatief en desoriënterend klinkt, met amper waarneembaar gemorrel én autistische herhalingen die zich aandienen via korte spurtjes. Het totaaleffect is bezwerend, met een aangehouden noot die overeind blijft in een omgeving die voortdurend gedaanteverwisselingen ondergaat. Zoals het oog van een storm die al dan niet toeslaat.

De cd is als geheel behoorlijk straf, maar eigenlijk is het de start die het onvergetelijk maakt. Met een titeltrack die aanzet vanuit de buik van de piano, met rauw geschraap over de pianosnaren en metalig gehamer. Wat zich daarna ontvouwt is echter een klein stukje magie: een steeds nadrukkelijker ritme, zoals een trein die zich op gang trekt, maar overgaat in iets dat je bijna een industrieel hiphopritme zou kunnen noemen. Dat valt dan weer stil en via luchtig belletjesgerinkel en gedempt klaviergepruts dient zich een iele, dansende pianolijn aan, een ragfijn stukje klassiek dat uit een volkse traditie lijkt te komen en bedwelmt met een bloedmooie melodie, die tenslotte uitgeleide gedaan wordt als een slaapliedje boven een kinderbed.

Het is meteen ook een mooie overgang naar 'Vsi So Venci Vejli', een kaal, bijna aarzelend stuk, dat gebaseerd is op een traditioneel Sloveens lied en klinkt als een klassieke sonate die gaandeweg een schuchtere dans op schuifeltempo aandurft. Als het wat vlotter mag gaan, dan lukt dat al even goed: in 'Army Of Drops' raast de nerveuze linkerhand over het geduldige fundament van de rechterhand, terwijl afsluiter 'Delicious Irony' teruggrijpt naar een afgemeten zuiverheid waarin elke noot wordt behandeld met de obsessieve, noot-per-noot-verschuivende dwangmatigheid van een pianostemmer. En mysterie blijft hand in hand gaan met momenten van helderheid, die zich openbaren als plotse sprongetjes in een gelijke tred. 'The Lives Of Many Others' is een gevarieerde, uitdagende, soms bloedmooie en constant fascinerende plaat. Te ontdekken.

Deze recensie verscheen eerder op Enola.be

Morgenavond speelt Kaja Draksler in De Singer, Rijkevorsel. Klik
hier voor meer informatie.

Labels:

(Guy Peters, 15.4.14) - [print] - [naar boven]





Vooruitblik
Mechanical Duck: glamrockjazz met de liederen van Schubert


Morgenavond staat er een bijzonder kwartet op het podium van Axesjazzpower. Vier muzikale omnivoren uit de hoek van de jazz en de wereld van de klassieke muziek bundelen hun krachten in een genadeloze bewerking van Schuberts beroemde liederencyclus 'Die Schöne Müllerin'. Het resultaat is een onbarmhartige vertolking waar de vonken vanaf vliegen. Dit levert een avondje glamjazzrock op met kinky jazz in combinatie met de liederen van Schubert.

Mechanical Duck bestaat uit Hammond-organist Folkert Oosterbeek en drummer Felix Schlarmann, die met Bruut! al geruime tijd de zalen platwalsen. Verder Jasper Blom, een tenorsaxofonist die de klankkleur van zijn instrument vaak lardeert en uitbreidt met een arsenaal aan elektronica. En dan is er de in het oor springende operazanger en theatermaker Charles Hens, die op geheel eigen wijze Schuberts befaamde liederen vertolkt. Het kwartet heeft een onconventionele muzikale aanpak. Zo maakten zij al eens een programma op basis van de speed- en thrashmetalmuziek van Lamb Of God en System Of A Down.

Het concert begint om 21.00 uur in café Wilhelmina aan het Wilhelminaplein 6, Eindhoven. De entree bedraagt 11 euro. Klik hier voor meer informatie.

Meer horen?
Vorig jaar speelde Mechanical Duck op het VPRO ToneJazz Festival in Muziekcentrum De Toonzaal, Den Bosch. Dat concert is hier terug te beluisteren (vanaf 8'04).

Labels:

(Maarten van de Ven, 13.4.14) - [print] - [naar boven]





Jazztube
Herbie Hancock Quintet - 'Cantaloupe Island'


Vandaag viert Herbie Hancock zijn 74e verjaardag. De pianist is gedurende zijn lange carrière uitgegroeid tot een waar jazzicoon. Zijn rol in het Miles Davis Quintet in de jaren zestig is niet onderschatten, als een van de grondleggers van het post-bop geluid. Hij was ook een belangrijke kracht van de Blue Note-stal; in die jaren speelde hij mee op albums van grootheden als Wayne Shorter, Grant Green, Bobby Hutcherson, Sam Rivers, Donald Byrd, Kenny Dorham, Hank Mobley, Lee Morgan en Freddie Hubbard. Zijn eigen albums 'Empyrean Isles' (1964) en 'Maiden Voyage' (1965) worden gezien als klassiekers.

Als componist piekte Hancock onder meer met 'Cantaloupe Island', een nummer dat hij opnam voor het bovengenoemde album 'Empyrean Isles' met Freddie Hubbard (cornet), Ron Carter (bas) en Tony Williams (drums). Het is sindsdien uitgegroeid tot een jazz standard, niet in de laatste plaats omdat de jazz-rapformatie Us3 het nummer samplede voor hun song 'Cantaloop (Flip Fantasia)'. Dat heeft Hancock vast en zeker geen windeieren gelegd; de cd waar het nummer op stond, 'Hand On The Torch', zou het eerste Blue Note-album worden met een platinum-status in de VS (1 miljoen verkochte exemplaren).

Hancock, Hubbard, Carter en Williams kwamen op 22 februari 1985 nog eenmaal bijeen tijdens een all-star concert in de New Yorkse Town Hall ter gelegenheid van de herlancering van het Blue Note-label. Zij werden op het podium vergezeld door saxofonist Joe Henderson. Daar speelden zij 'Cantaloupe Island' nog eens. We horen een geïnspireerde uitvoering met een kwikzilverachtig spelende Hancock en een branievolle Hubbard die nog on top of his game was, voordat lipproblemen hem ernstig parten zouden gaan spelen.

Klik op de afbeelding hierboven om de video te bekijken.

Labels:

(Maarten van de Ven, 12.4.14) - [print] - [naar boven]





Concert
Leve de lente!

The Spring Quartet, woensdag 26 maart 2014, De Bijloke, Gent

"Vaak gebeurt het niet dat een kwartet evenveel oude rotten telt als frisse hoentjes. Een der uitzonderingen binnen het jazzlandschap is echter The Spring Quartet. Tot de categorie 'frisse hoentjes' behoort Esperanza Spalding in ieder geval; getooid in een lichtgekleurde hoofddoek met een vrolijk motief en voorzien van lichtgroene sportschoenen leek het even alsof de lente zelf het podium van de Bijloke kwam opgewandeld."

Jan Jakob Delanoye toog naar de mooie Bijloke-site voor een concert van een kwartet met daarin twee grootheden uit de jazz, de 'oude rotten' Joe Lovano en Jack DeJohnette, 'fris hoentje' Spalding en nog zo'n relatief jong talent: de Argentijn Leo Genovese.

Klik hier om zijn verslag te lezen.

Cees van de Ven maakte een fotoset van dit concert, dat je hier kunt bekijken.

Labels:

(Maarten van de Ven, 12.4.14) - [print] - [naar boven]





Cd
Jeroen Manders Quintet featuring Ack van Rooyen – 'To The Ends Of The Earth' (Mons, 2013)

Opname: 9 & 10 februari 2013

De van oorsprong in Den Haag opgegroeide en opgeleide saxofonist Jeroen Manders had een wens om ooit een plaat op te nemen met zijn oude leermeester en held Ack van Rooyen. Met deze plaat is die wens in vervulling gegaan. In de jaren negentig had Manders les van Van Rooyen op het Haags conservatorium; hij begon als trompettist en bespeelde ook de trombone. Door een vervelend skiongeval verloor Manders echter de embouchure voor dit lastig te bespelen blaasinstrument. Noodgedwongen stapte hij over op saxofoon, waar hij gelukkig geen hinder ondervond. Voor die switch alleen al - tijdens je opleiding noodgedwongen van instrument wisselen - verdient Manders een groot compliment.

Met deze plaat wilde Manders geen ingewikkelde en complexe riffs spelen en arrangeren; hij wilde juist trachten om binnen de essentie van de muziek te blijven met mooie melodielijnen. Dat is hem zeker gelukt. Hij koos voor een aantal standards en een paar eigen composities. Hij heeft zich weten te omringen met uitstekende muzikanten voor dit project. De hele plaat ligt lekker in het gehoor en is easy listening in de goede zin van het woord.

De composities die hij koos, zoals de ballad van Michel Legrand, 'Papa, Can You Hear Me', passen uitstekend bij de fluweelzachte toon en vloeiende melodielijnen, die Ack van Rooyen als geen ander op de bugel kan spelen. De inmiddels 83-jarige blazer speelt vitaal en zijn spel heeft een indrukwekkende diepgang. Pianist Marc van Roon speelt zeer fraaie harmonische klankkleuren en melodielijnen ingebed in mooie akkoordliggingen, ook op de Fender Rhodes die hij soms tegelijkertijd met de piano bespeelt, zoals in de Deense traditional 'En Yndig Og Frydeful Sommertid'. Drummer Wim Kegel valt op door zijn veelzijdigheid: hij kan een liedje drummen (dat is knap voor een drummer), maar kan ook stuwen en grooven. Beide aspecten hoor je terug in de composities van Mander zelf, zoals in 'Boombah', een verfrissend stuk. Bassist Erik Robaard is in het geheel een anker, met een fraai sonoor karakter. Hij heeft een mooi duet met de bandleider in de Warren/Gordon-standard 'This Is Always'.

Manders zelf heeft op tenorsax een mooie volle toon. Op deze plaat is het hem gelukt om de band als een geheel te laten klinken, waarbij ieder een gelijkwaardige rol heeft, waar ruimte is voor elke instrumentalist om te soleren, zonder een grote rol voor zichzelf op te eisen. Ook op de sopraansax is hij vaardig. Het doel van Manders om Van Rooyen in het zonnetje te zetten, is hem zeker gelukt met dit sterke album. Hij heeft composities gekozen die aansluiten bij de kwaliteiten van Van Rooyen. Een uitdaging voor deze bescheiden saxofonist zou kunnen zijn om bij een volgende release wat meer te vertrouwen op zijn eigen composities; die zouden wellicht nog iets meer eigenheid in het geheel kunnen brengen.

Meer horen?
Klik
hier om geluidsfragmenten van dit album te beluisteren.

Labels:

(Koen Scherer, 11.4.14) - [print] - [naar boven]





Concert
Gillen van plezier

Peter Beets JazzJam, dinsdag 1 april 2014, De Smederij, Groningen

Als ook de normaal zo stoïcijnse Teutoon Hans Lass een grijns niet weet te onderdrukken, kun je er gif op innemen dat er iets bijzonders aan de hand is. Inderdaad, op die momenten is de band een voertuig geworden dat zich aan de zwaartekracht weet te onttrekken en in hemelse sferen is geraakt. Gewoonlijk zijn dat soort ogenblikken schaars, maar in De Smederij kwam het deze keer herhaaldelijk tot dergelijke euforische levitaties. Pianist Peter Beets rent als een razende duivel van climax naar climax, drummer Gijs Dijkhuizen helpt hem daarbij met knallende breaks en een niet aflatende slagregen aan accenten en licks, en bassist Lass vindt het dus duidelijk een uitdaging om dat allemaal vlekkeloos bij te benen en zijn aandeel in de stuwkracht te leveren. Saxofonist Will Jasper trok daarbij soms een bedenkelijk gezicht, maar bleef verder onverstoorbaar mooie melodieën blazen, terwijl hij dus bijna van de sokken werd gespeeld door de grondzeeën en schuimkoppen van de ritmesectie.

Op die momenten werd de band een Gestalt. Een levende entiteit. Een organisme. En de meeste organismen die we om ons waarnemen verbruiken zuurstof. Dat was duidelijk het geval hier en niet zo'n beetje ook. Halverwege de eerste set, tijdens een exuberante uitvoering van Jimmy Raneys 'Hershey Bar', zag ik schuin voor me drie oudere heertjes al schuin wegzakken. Gelukkig haalden die nog net het einde van 'Three Little Words' (dat eveneens een pittig verloop kende, om het eufemistisch te stellen) en daarmee de pauze.

Overigens, een pianist die zijn optreden begint met een citaat uit 'Intermission Riff' kan bij mij al niet meer kapot. Zoals gezegd, de meeste nummers werden in een onfatsoenlijk rap tempo genomen – er zijn zelfs lieden die beweren dat Peter Beets slechts tien vingers heeft. In werkelijkheid schuift hij in de snellere passages, wanneer je die vingers al niet meer kunt waarnemen, een stuk of wat extra extremiteiten uit ter ondersteuning. Hij speelt consequent lineair – ik zou wel eens een Monkprogramma van hem willen horen.

'Con Alma', dat met hart en ziel vertolkt werd, ging naadloos over in 'Caravan', waarbij we binnen zeven minuten al halverwege de Sahara waren. Als je het mij vraagt een record. Ook in de vier-om-vier chases ('I’ll Remember April') bleef de pianist onvoorspelbaar. Je zag de muzikanten binnensmonds gillen van plezier. Tijdens de toegift ("We gaan nu de blues spelen, daarna treffen wel elkaar aan de bar"), 'Things Ain’t What They Used To Be', moest Dijkhuizen zijn basdrum, die zich geniepig uit de voeten probeerde te maken, naar zich toetrekken en zijn broek ophijsen.

Het bleef nog lang onrustig in het hoofd.

Klik hier voor foto's van dit concert door Zoltan Acs.

(Eddy Determeyer, 9.4.14) - [print] - [naar boven]



 

Vooruitblik / Jazztube
Basklarinet Festijn eert Harry Sparnaay


De basklarinet is een karaktervol instrument, dat met zijn opmerkelijke sonore en diepe geluid blijft verrassen. Als je aan de basklarinet in de jazz denkt, dwalen je gedachten natuurlijk onwillekeurig meteen af naar Eric Dolphy, die met zijn muziek een enorme bijdrage heeft geleverd aan de expressiemogelijkheden van dit lastige instrument. Maar er zijn ook heden ten dage nog verschillende grootmeesters actief werkzaam op de basklarinet, zoals Louis Sclavis en Claudio Puntin. Laatstgenoemde is een van de muzikanten die acte de présence geven op het eerste Basklarinet Festijn.

Tijdens het Basklarinet Festijn viert basklarinettist en docent Harry Sparnaay zijn zeventigste verjaardag met de feestelijke afsluiting van zijn bijzondere muzikale carrière. Sparnaay behoort tot 's werelds grootste basklarinettisten. Hij gaf concerten tijdens alle belangrijke festivals in de wereld en heeft als solist met vooraanstaande orkesten en ensembles gewerkt. 
Hij ontving diverse prijzen. Sparnaay heeft de hedendaagse muziek in Nederland én internationaal een enorme impuls gegeven. Meer dan 650 muziekstukken zijn speciaal voor Sparnaay geschreven door componisten als Luciano Berio, Morton Feldman, Iannis Xenakis en Isang Yun.

Naast Sparnaay en Puntin werken de volgende basklarinettisten mee: Ernesto Molinari, Steffen Schorn, Jelte Althuis, Fie Schouten, Tobias Klein, Laura Carmichael, Ainhoa Miranda en Oğuz Büyükberber. Zij zijn te horen op een drietal avondconcerten, die worden gehouden in het Grand Theatre (10 april), Bimhuis (11 april) en de Toonzaal (13 april). Gezamenlijk staan zij op het podium met twee nonetten uit de jaren tachtig en een nieuw tientet van Klein. Er zal een nieuw trio van Roderik de Man te horen zijn, speciaal geschreven voor Harry Sparnaay. In het programma is er tevens veel ruimte voor improvisaties.

Meer informatie vind je hier.

Bekijk de Jazztube!
Klik op de afbeelding rechtsboven om Eric Dolphy live aan het werk te zien met een solo-uitvoering van 'God Bless The Child', een opname voor de Duitse televisie in 1963.

Labels: ,

(Maarten van de Ven, 9.4.14) - [print] - [naar boven]





Lp
Lori Goldston - 'Creekside: Solo Cello' (Mississippi/Change, 2014)


Wat komt er na Nirvana? Deze vraag heeft celliste Lori Goldston op een interessante wijze beantwoord. Goldston lijdt misschien aan de wet van de remmende voorsprong. Als celliste voor allerlei bands aan de noordwestkust van Amerika staat ze waarschijnlijk in de kast van elke muziekliefhebber, al was het maar vanwege haar werk met Kurt Cobain en de zijnen. Toch is ze zelf nauwelijks bekend. Dat is jammer, want haar album 'Creekside: Solo Cello', is precies wat je zou hopen voor een innovatieve cello-lp: een mengsel van improv, modern klassiek en een vleugje Americana.

Haar techniek is voorbeeldig, maar niet overheersend. Het is duidelijk dat Goldston jarenlang heeft geprobeerd dingen af te leren die in het conservatorium belangrijk zijn, maar niet werken voor het individu. Haar cello kreunt, zucht en steunt onder een laag traag voortbewegende dubbelgrepen en glipt opeens de hoogte in. Over de muziek hangt een pastorale sfeer, die terugkomt in de titel van het album en in de hoesafbeelding.

De namen van de stukken hebben iets beeldends. 'Cruel Sister', 'Bagpipe', 'Art Film': het zijn bedrieglijk eenvoudige typeringen van diep persoonlijke onderzoekingen. Samen vormen ze een schijnbaar primitief geheel, als de zweverige soundtrack van een nooit gemaakte Werner Herzog-film.

Deze week is het twintig jaar geleden dat Kurt Cobain een einde aan zijn leven maakte. En hoewel dat lang geleden lijkt, is het relatief dichtbij, al was het maar op het emotionele vlak. Goldston is mijlenver verwijderd van die eerste successen, maar is tegelijkertijd trouw gebleven aan de principes waar de gevallen rockgod geen ruimte meer voor zag: innovatie, emotie en ruimte geven aan de klankwereld van het noordwesten van de VS.

Meer horen?
Klik
hier om dit album te beluisteren.

Labels:

(Sybren Renema, 6.4.14) - [print] - [naar boven]





Concert
Huwelijk met hiphop

JazzArt Orchestra & Typhoon, 'Jazz And Beyond', zondag 30 maart 2014, Theater Odeon, Zwolle

De combinatie bigband-hiphop lijkt op het eerste gezicht niet zo voor de hand te liggen – maar van de andere kant: waarom niet? Bigbandswing was in de jaren dertig en veertig immers ook hippe dansmuziek en een beetje gisse draaitafelaar zou prima kunnen scratchen met riffjes van Lionel Hampton of Jimmie Lunceford.

Rolf Delfos heeft met zijn programma 'Jazz And Beyond' aangetoond dat een dergelijk huwelijk kans van slagen heeft. Zijn JazzArt Orchestra, met daaraan gekoppeld het Zwolse woordwonder Typhoon, bracht in Theater Odeon hedendaagse funkjazz waar de raps van Typhoon naadloos inpasten. In Abdullah Ibrahims 'Calypso Minor' bewees Glenn 'Typhoon' de Randamie dat je een ballad ook kunt rappen, zelfs in het Nederlands. Dat hij ook met de wortels van de muziek bezig is, bleek uit 'Rosie', een song uit de Alan Lomax-collectie, waarin herhalingen van tekstfragmenten de poëtische kwaliteiten van het lied versterkten. Tegelijkertijd behield het nummer het karakter van een soort worksong.

Die simpele, maar effectieve vormgeving is Delfos' handelsmerk. Hij begint 'Hemel Valt' als een koraal; het nummer 'Jazz & Beyond' heeft meer een filmische kwaliteit met een hortend ritme. Hier en daar heeft het JazzArt Orchestra wel wat van een hedendaagse, opgefunkte Stan Kenton. Dat was het geval in 'A Funky Christmas Tree' – hoewel het tweede deel hier meer naar Oliver Nelson leek te neigen.

Delfos laat de band lekkere lange lijnen spelen; modieuze, maar weinigzeggende staccato-accenten zijn aan hem niet besteed. Hij haalt de ritmische spanning uit contrasten en scherp getimede frasen. Met plastische gebaren kneedt hij het orkest, zodat alle overgangen en nuances reliëf krijgen. Aan de Zwolse muzikanten was dat wel besteed – het JazzArt is inmiddels aan zijn tiende levensjaar begonnen. De solisten spelen competent en functioneel, maar gitarist Guido Eymann weet in kort bestek een compleet verhaaltje vorm te geven. Een soort heetgebakerd gesprek, daar had het nog het meest van.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Maarten Jan Rieder.

Labels:

(Eddy Determeyer, 6.4.14) - [print] - [naar boven]





Cd
Eric Thielemans – 'Sprang' (Miasmah, 2014)


'Sprang' is het tweede soloalbum van Eric Thielemans. Waar zijn eerste uit 2010 in eigen beheer verscheen, vindt 'Sprang' onderdak bij Miasmah, het label waar ook Kaboom Karavan en Kreng een onderkomen hebben: toeval of niet, ook twee muzikanten die niet hoog oplopen met compromissen.

Conformisme was nooit aan Thielemans besteed en dat is aan 'Sprang' opnieuw te horen. Toch is de percussionist niet de man om zich op te sluiten in een hermetische klankenwereld. Dit is zelfs een heel toegankelijke cd geworden voor wie in de niet-jazzy wereld van het slagwerk wil meegaan. Meer zelfs: de grote trom, het fietswiel en de rubberen balletjes van vier jaar geleden hebben plaatsgemaakt voor meer herkenbare geluiden van marimba en tingelende en tangelende trommen, klankschalen en cimbalen.

Die instrumentatie zorgt er meteen ook voor dat de muziek opvallend fris klinkt. Hier en daar lijkt een elektronische touch hoorbaar, maar hoe groot die is, wordt eigenlijk nooit relevant. Daarvoor is de muziek op 'Sprang' boeiend genoeg, niet in laatste instantie omdat Thielemans zich niet opsluit in het louter spelen met kleuren en ritmes of zich beperkt tot het creëren van sferen. Elke track op deze cd krijgt een volwaardig verloop mee en de muzikale variatie is zo uitgesproken, dat het album met gemak het aardigheidje van een solopercussieplaat overstijgt.

Die variatie is er zelfs wanneer Thielemans voor verschillende nummers een gelijkaardige instrumentatie gebruikt. Zo staat de marimba centraal in zowel 'Rocks' als de titeltrack, maar wordt die telkens anders aangewend. In het eerste stuk klettert het geluid alsof de stokken met de achterkant op het instrument gesmeten worden. Toch is er van vrijblijvendheid weinig sprake. Thielemans legt hier de focus op de harmonische ontwikkeling, die zich nooit in een vast patroon nestelt, maar constant verschuift. In 'Sprang' gaat dan weer alle aandacht naar de polyfone gelaagdheid die, repetitief en met haperingen in de ritmiek, aan Steve Reich doet denken. Een gelijkaardig idee wordt later overgenomen door een hele boel kleine percussiegeluidjes, die de luisteraar mee lijken te nemen naar een klokkenwinkel.

Ook elders weet Thielemans de muziek rijk en fascinerend te houden, onder andere door die op te bouwen vanuit een specifiek geluid: de verende ratel- en strekritmes van 'Sprrrrrrr' en 'Afternoon', waar marimbageluiden gestretcht worden tot een auditief geribbelde structuur. Op andere momenten domineren piepende, wrijvende en zingende geluiden, waarbij Thielemans er wel steeds voor zorgt dat het klankbeeld niet volgepompt wordt. De ruimte in de nummers blijft essentieel, zelfs wanneer hij in het gelaagde 'Garden' het geluidarsenaal opentrekt van doffe tromgeluiden, allerlei houten voorwerpen (teak?) tot een stuiterende pingpongbal of Morricone-achtig fluiten. Elk geluidje krijgt een eigen plaats en functie, waardoor het geheel delicaat en uitgebalanceerd klinkt.

Slechts in twee nummers schiet de percussionist in een hyperkinetische kramp en genereert hij een schijnbaar onophoudelijke stroom van geluidjes. Als in een flipperkast wordt de samenstelling van de tingeltangelklankjes steeds anders, waarbij het geluid op een heel eigen manier gaat grooven. Want ook dat staat Thielemans toe, al gebeurt het dan niet volgens de geijkte patronen. Maar of dát nu iemand gaat verbazen...

Deze recensie verscheen eerder op Kwadratuur.be

Meer horen?
Klik
hier om 'Sprang' te beluisteren.

Labels:

(Koen Van Meel, 4.4.14) - [print] - [naar boven]





Concert
Kloeke free jazz met fascinerende spanning

The Rempis/Daisy Duo, woensdag 5 maart 2014, Le Vecteur, Charleroi

Een paar dagen voor hun stadsgenoot en kompaan Ken Vandermark nog eens afzakt naar België in het gezelschap van de Noorse geweldenaar Paal Nilssen-Love, voert een Europese tournee het duo Dave Rempis en Tim Daisy voor het eerst naar België voor een duoconcert. De belofte die gecreëerd werd met het vers verschenen 'Second Spring', uit op Rempis' Aerophonic Records, werd helemaal ingevuld.

Het is boeiend om de dynamiek van Rempis en Daisy te vergelijken met die van het duo Vandermark en Nilssen-Love. Hoewel het eerste duo zelden zo explosief is als dat tweede, vooral ook omdat Daisy een heel ander soort drummer is die het meer van verfijning en dansende ritmes moet hebben, spreken ze minstens een even breed gamma van mogelijkheden aan. Dat werd in die eerste set meteen verduidelijkt in een improvisatie van een goed half uur, waarin de twee de toegenomen vrijheid in hun samenwerking nog eens onderstreepten. Van gemakkelijke trucjes was geen sprake, maar van een eenduidige, overkoepelende spanningsboog eigenlijk evenmin. Daarvoor was de improvisatie te lenig en ongrijpbaar.

Op altsax haalde Rempis het meteen bij schrille kreetjes, sirene-uithalen en radde horten en stoten, met nu en dan gierende hoge frequenties. Dat werd niet van weerwoord voorzien door razernij, maar door het immer secure drumspel van Daisy, die in de loop van die eerste verkenning het complete gamma van technieken en materialen zou aanspreken, van stokken, brushes en brede borstels, tot potten en pannen, kettingen, statieven en een omgekeerde snaredrum. Het getuigde van een meesterlijke controle en een vermogen om de vingervlugge acrobatie van Rempis van antwoord te dienen, zonder zelf ook uit te pakken met hysterische percussie of testosteronvolumes.

Rempis bevestigde ook nog eens zijn technische meesterschap, dat hij vooral op de altsax perfect weet uit te buiten, met razende glissandi, een tocht op en af de toonladders, spielereien met ritmische stoten en even zelfs een knappe circulaire ademhaling, waarin ronkende, drone-achtige golven werden afgewisseld met piepend gekrijs. De overgave waarmee hij speelde spatte van zijn gezicht en viel af te lezen van de verbetenheid waarmee hij zijn tanden op het mondstuk leek te zetten.

De eerste set werd afgerond met een stuk waarvoor Rempis tenorsax speelde, en dat vooral opviel door Daisy's gebruik van al zijn attributen. Tegelijkertijd. In de aanloop van de tweede set kreeg hij dan weer de kans om de improvisatie op gang te brengen met een gedoseerde solo vol ruis- en wrijfklanken, waarin Rempis' getemperde aanzet mooi kon opduiken. Knap was daar ook zijn korte, traditioneel klinkende uithaal met een vette vibrato, waarmee hij even richting Ben Webster leek te knikken. Het stuk kreeg al snel een majestueuze flair door de lange uithalen en rommelende toms van Daisy. Mooi was ook het gebruik van een zacht ruisend radiootje in het uitdoven van het stuk.

Afsluiten gebeurde met een korte, krachtige demonstratie, waarin Rempis' kwikzilveren spel op de altsax opnieuw op de voorgrond kwam. Vooral op dat instrument toont hij zich een meester met een meteen herkenbare stijl, die de voorbije vijftien jaar enkel nog gewonnen heeft aan zelfzekerheid en vrijheid. Daisy, die voor het eerste echt loos ging op de snaredrum, joeg de intensiteit nog wat de hoogte in. Later legde hij dan weer een floortom op zijn schoot om het stuk een Afrikaans-getinte wending te geven. Enerzijds maakte je dan de bedenking dat het concert baat gehad zou hebben bij meer compact geweld, maar anderzijds maakte die weigering om de meest voor de hand liggende weg te kiezen net het verschil. Dit was bij momenten kloeke free jazz, maar dan wel van een verkennende, expansieve soort, van twee muzikanten die het zichzelf niet makkelijk maken. Een taaie, maar fascinerende spanning was het resultaat.

Deze recensie verscheen eerder op Enola.be

Labels:

(Guy Peters, 4.4.14) - [print] - [naar boven]





Cd
Pascal Niggenkemper Vision 7 – 'Lucky Prime' (Clean Feed, 2013)


Een stem die in het Duits vertelt, dan in het Frans. Geluiden die de kop opsteken: gefluit, gekraak, geslurp en geruis. Lucht die ontsnapt tussen op elkaar geperste lippen, metalig gewrijf, roffeltjes. Een dierentuin van wanordelijke klanken waarin plots wat meer eensgezindheid komt: jazz steekt de kop op. Nu ja, jazz voor de eenentwintigste eeuw: beweeglijk, eclectisch, polymorf. Dit is avontuur voor een open geest, vol frictie, half voltooide dialogen en verrassingen om elke hoek.

De Frans-Duitse bassist Pascal Niggenkemper, die 'Lucky Prime' componeerde als één samenhangende suite, heeft zich alleszins omringd met enkele van de meest markante, jonge stemmen van de Europese improvisatie. Pianiste Eve Risser, stemgymnaste Emilie Lesbros en violist Frantz Loriot hebben Franse roots, rietblazer Frank Gratkowski en drummer Christian Lillinger zijn Duitsers en vibrafoniste Els Vandeweyer is een naar Berlijn uitgeweken Belgische. Het resultaat is minstens even excentriek als de optelsom van deze persoonlijkheden.

Deze muzikanten hebben stuk voor stuk hun sporen nagelaten in de meest avontuurlijke vleugel van de geïmproviseerde muziek en gaan ook net iets verder dan het eenvoudig opnemen van de hen toegewezen rol. Dat merk je niet in het minst door een grote drang tot geluidsexploratie. Als Niggenkemper soleert, dan is dat met een rafelig randje, die het gebruik van accessoires doet vermoeden. Vandeweyer bespeelt vibrafoon en marimba ook zelden met de traditionele stokjes. Risser haalt metalig weerwerk en gedempte percussie uit haar prepared piano. Lillinger is de levende uitbundigheid.

Het leidt tot een theatraal samengaan van invloeden en ideeën die voortdurend door elkaar gezwierd worden. Het lijkt soms wel een spelletje vrij associëren met muziek: net zoals Lesbros een rondje aftelt door Duits, Frans én Engels door elkaar te gebruiken, zo word je steeds opnieuw op het verkeerde been gezet, duik je mee in een wereld van hortende en stotende avant-garde vol korte spurtjes, soms alsof de muziek krampachtig aan het schokken slaat. En net dan duikt er natuurlijk zo'n klein bezwerend motiefje op, wordt er gehint naar een majestueus parallel universum dat verborgen gehouden wordt.

Het gekir en gegier van Lesbros voert de muziek naar het terrein van de performance art en het theater, met hier en daar een Weill/Brecht-moment, maar dan door een lens van een halve eeuw free jazz en experiment, met kwakende serenades, ontregelde poëzie en onverwachte lyriek op een gekmakende losse ondergrond. Neurotisch ook, tussen spookachtig minimalisme en onbevreesde experimenteerdrang. 'Lucky Prime' is binnen zijn eigen wereld duidelijk verankerd in een visie en een samenhang, maar biedt vooral muziek op maat van zij die het vakjesdenken allang afgezworen hebben én de moeite willen doen om mee te stappen in deze bijzonder eigenzinnige performance.

Meer horen?
Klik
hier om vier tracks van dit album te beluisteren: 'Carnet Plein D'Histoires', 'Ke Belle', 'I Don't Know Why, But This Morning...' en 'Feuerteppe'.

Labels:

(Guy Peters, 2.4.14) - [print] - [naar boven]





Nieuws / Jazztube
Festival zet halve eeuw Michiel Braam luister bij


Op zaterdag 17 mei vindt in de Lindenberg in Nijmegen een avond vol bijzondere optredens plaats ter ere van de 50e verjaardag van jazzpianist en componist Michiel Braam. Uit binnen- en buitenland komen muzikanten met wie Braam in zijn veelzijdige carrière heeft samengespeeld om voor en samen met hem op te treden. Naast het Bijma Braam Sextet, het Matangi Strijkkwartet, Trio BraamDeJoodeVatcher en eBraam treden verrassende gelegenheidsformaties op, met als Grande Finale een stuk waarin de pianist de vrije hand heeft.

Michiel Braam behoort tot de belangrijkste componisten/musici op het vlak van jazz en geïmproviseerde muziek in Nederland. In 1988 kreeg hij de Podiumprijs voor jonge talentvolle muzikanten en in 1997 ontving hij Nederlands belangrijkste jazzprijs: de Boy Edgar Prijs. Inmiddels is hij één van de meest productieve bandleiders van de Nederlandse jazzscene, met zowel nationale als internationale erkenning.

Klik
hier voor meer informatie over deze bijzondere concertavond.

Bekijk de Jazztube!
Klik op de afbeelding hierboven voor een portret dat Bas Andriessen maakte van Michiel Braam in het kader van het kunstprogramma 'De Muzen' (RTV Nijmegen), dat werd uitgezonden op 7 februari 2011.

Labels: ,

(Maarten van de Ven, 2.4.14) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...






Menupagina's:

Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Neerpelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.