Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 




Expositie
JazzFace: op zoek naar de geslaagde jazzfoto


Na een succesvolle expositie JazzFace #1 in Dommelhof, Neerpelt en de lopende seizoensexpositie JazzFace #2 in de Lokerse JazzKlub vindt op dinsdag 5 november in Cultureel Centrum Maasmechelen om 19.00 uur de vernissage plaats van JazzFace #3, een tentoonstelling met foto's van jazzfotograaf Cees van de Ven. Jazzrecensent Rinus van der Heijden verzorgt de inleiding. Aansluitend op de opening is er deze avond de muziektheatervoorstelling 'An Old Monk' door Josse De Pauw en het Kris Defoort Trio.

Voor de tentoonstelling in Maasmechelen (ontwerp en samenstelling: Gerda Boel) zijn vijftig nieuwe, niet eerder geëxposeerde foto's geselecteerd. JazzFace #3 loopt tot 21 december 2013.

Klik hier voor meer informatie en tickets voor de voorstelling 'An Old Monk'.

Meer weten?
Klik hier voor meer informatie over JazzFace.

Labels:

(Maarten van de Ven, 30.10.13) - [print] - [naar boven]





Cd
Frank Wess - 'Magic 101' (IPO, 2013)

Opname: juni 2011

89 Jaar oud was Frank Wellington Wess ten tijde van deze opnamen en bij de eerste tonen van het openingsnummer 'Say It Isn’t So' hield ik mijn hart vast. Ai ai, dat aarzelende staccatogeluid, heeft Wess nog wel voldoende asem? Die vrees bleek al na een paar maten ongegrond.

Wat de tenorist (fluit speelt hij hier niet) aan snelheid heeft moeten inleveren, heeft hij aan sound gewonnen. Ben Webster, daar doet hij soms nog het meest aan denken. Met name door zijn zuchtend eindvibrato. Check 'Blue Monk’ en 'All Too Soon'. Dat laatste nummer speelt hij onbegeleid en ook daarin toont hij zijn meesterschap. Alle noten lijken weloverwogen en uiteindelijk goedgekeurd.

Op de overige stukken houden zijn begeleiders hun adem in. Het bekkentikje van drummer Winand Harper in 'Say It Isn’t So' voel je meer dan dat je het hoort. Pianist Kenny Barron wil op dit album niet voor de baas onderdoen: ook hij soleert bij voorkeur onbegeleid.

Labels:

(Eddy Determeyer, 30.10.13) - [print] - [naar boven]





Festival
Soundsofmusic 2013


"Uit de diepste krochten komt de diepste jazz. Het Groninger 'festival voor nieuwsgierige oren' Soundsofmusic speelde zich af op negen podia, maar in Atelier il Sole, ook wel bekend als de Cantina, hoorde je de spannendste muziek. In dat eeuwenoude keldertje trad zaterdag 19 oktober bijvoorbeeld Gum Takes Tooth op. Het patroon van hun stukken is simpel: starten op een pittig energieniveau, waarbij de muziek nog een zekere transparantie bezit, en dan halverwege alle boosterraketten tegelijk ontsteken. Opgeruimd van zin en tuitend van oren verlieten de bezoekers de kerker."

Eddy Determeyer bezocht van 15 tot en met 20 oktober het Groningse 'festival voor nieuwsgierige oren' Soundsofmusic. Hij zag er optredens van Gum Takes Tooth, Michael Moore-Ziv Taubenfeld & Tatiana Koleva, Michael Moore Pool, Sexmob, Ensemble Onbegrensd, Matangi Quartet, Matthew Shipp, Erika Stucky, Kamerkoor Capella Frisiae & Jochem Schuurman en Ritual.

Klik hier om zijn festivalverslag te lezen.

Klik hier voor een fotoverslag van Soundsofmusic door Willem Schwertmann.

Labels:

(Eddy Determeyer, 28.10.13) - [print] - [naar boven]





Cd
Pat Metheny – 'Unity Band' (Nonesuch, 2012)

Opname: februari 2012

Gitarist Pat Metheny en saxofonist Chris Potter zijn zeldzame voorbeelden van muzikanten met te veel technische mogelijkheden en te weinig conceptuele draagkracht. Met name Metheny lijkt soms vooral geobsedeerd door het 'hoe', in plaats van het 'waarom'. Met zijn uit duizenden herkenbare geluid, dat het midden houdt tussen de stadionrock van Jimmy Page en de jazz van Grant Green, heeft hij een persoonlijkheid gecreëerd die vooral berust op zijn onmetelijke techniek en zijn vernuftige gebruik van een minieme echo. Potter, op zijn beurt, heeft zoveel technische mogelijkheden dat hij zich soms verliest in zijn eigen spierballenwerk. Brian Cook schreef ooit dat het te hopen is dat Potter niet zou gaan lijden aan existentiële saxofoonangst, hetgeen waarschijnlijk de meest treffende omschrijving is van deze meestersaxofonist.

Gelukkig zijn beide heren nog steeds onverminderd goed in het uitvoeren van ontzettend ingewikkelde nummers, die aangenaam voortkabbelen totdat een jank- of scheurpartij voor wat emotie zorgt. Het kwartet op 'Unity Band' levert een onderhoudende plaat, die slechts uit de bocht vliegt wanneer Metheny zijn Orchestrion (een gepatenteerde en door gitaar aangedreven reeks synthesizers) ter hand neemt. Daartegenover staat dat 'Leaving Town', een wat langzamer nummer, een schoolvoorbeeld is van datgene wat Metheny het best doet: melodische, lyrische en soms welhaast euforische nummers schrijven voor muzikanten van het hoogste kaliber. Dat hij hier een plaat aflevert die evengoed in de jaren tachtig gemaakt had kunnen worden, geeft niets. Metheny is immers een van de architecten van deze vorm van technisch hoogstaande postbop. Voor wie zich daaraan kan overgeven, is hier genoeg te beleven.

Meer horen?
Klik
hier voor geluidsfragmenten van deze cd.

Labels:

(Sybren Renema, 25.10.13) - [print] - [naar boven]





Cd
Kees Krabben 4 - 'Pain Thing' (eigen beheer, 2013)

Opname: maart 2013

Voor een debuut is deze single (ep?) helemaal zo gek nog niet. Altsaxofonist Kees Krabben trok al eerder de aandacht als solist van en schrijver voor de Groninger Stage Band. Zijn geluid heeft iets ondefinieerbaar archaïsch – als de vroege Coltrane, maar dan op alt. Voor een titel als 'Hot Air Balloon' speelt hij beslist stevig; het is een pakkend melodietje, ook nog eens.

Interessanter nog is 'Pain Thing', het titelstuk. Dit heeft een meer introspectief karakter, waarbij de overpeinzingen gelijk kruiswegstaties worden gemarkeerd door solobijdragen van bassist Arthur Buitelaar en vibrafonist Tony Hoyting. Het is duidelijk: de pijn zit aan de binnenkant.

Labels:

(Eddy Determeyer, 25.10.13) - [print] - [naar boven]





Concert
Spannend van moment tot moment

Quat, donderdag 19 september 2013, JazzCase, Dommelhof, Neerpelt

De muziek van Quat - de samenwerking van pianist en improvisatie-icoon Fred Van Hove met vibrafoniste Els Vandeweyer, aangevuld met de drummers Paul Lovens en Martin Blume - werd onlangs vastgelegd op cd. Op het programma van het openingsconcert van het nieuwe JazzCase-seizoen stond de live voorstelling van deze registratie.

Hoe verwoord je het onverwoordbare of hoe beschrijf je het onbeschrijfelijke van deze toch wel opmerkelijk en uitdagende muzikale verbinding? Het gaat toch voornamelijk om een hier-en-nu beleving, waarbij je je laat meevoeren in het muzikale avontuur. Kunst is om je onvoorwaardelijk open te stellen, al je bagage achterwege te laten en je te laten meeslepen op een muzikale ontdekkingstocht. En je merkte dit ook duidelijk bij het aanwezige publiek, dat zich deels liet verleiden en op sleeptouw liet nemen, maar ook deels afhaakte en verweesd achterbleef. Zelf reken ik me bij de eerste groep.

Het is echter niet eenvoudig om het gebeuren en de ervaring achteraf in woorden te vatten, omdat de magie van het moment zelf zich moeilijk in woorden laat vatten. Bovendien ging het om lang uitgewerkte muziekstukken van twintig minuten, die zonder toelichting of titel aan elkaar werden geweven. Een intense belevenis, waarbij je je vergeefs zoekt naar muzikale handvatten om houvast en structuur te vinden, en je je constant afvraagt waar dit naar toe leidt.

Sferisch intimistische klanken zwollen aan en barstten in alle heftigheid los in een ware klankenexplosie. Free jazz met raakvlakken aan hedendaags klassieke muziek, waarbij de muzikanten improviserend samen de compositie weefden en opbouwden: instant composing. Het resultaat was een wonderbaarlijk klankentapijt, gecreëerd door muzikanten die elkaar perfect aanvoelden en elkaar aanvulden en versterkten in al hun heftigheid of in hun subtiele kwetsbaarheid.

Het samenspel van piano en vibrafoon zorgde voor een sferisch geluid. Met gesloten ogen werd je meegevoerd in hun muzikale trip. In de uitbundige momenten kreeg je de indruk dat hier niet alleen de percussionisten Paul Lovens en Martin Blume zich manifesteerden, maar dat ook Fred Van Hove, tokkelend op zijn pianotoetsen, en Els Vandeweyer, hamerend op haar vibrafoon, hun instrument als percussie-instrument gebruikten. Daarentegen streelde Van Hove met zachte hand uiterst bedachtzaam de toetsen van zijn piano in de meer intimistische, filmische passages. Het was mooi om te zien hoe Vandeweyer dansend achter haar vibrafoon met heel haar lijf samenviel met de muziek.

In het tweede gedeelte na de pauze werd het concert nog explosiever, soms erg heftig, maar ook vloeiend en met nooit tegen elkaar botsende klanken, zoals bij free jazz wel eens het geval kan zijn. Mooi was ook het moment waarop Van Hove even zijn accordeon tevoorschijn haalde en subtiel improviserend musiceerde.

Het kwartet bracht onvervalste improvisatiejazz, die nooit verveelde. Een concert als een beleving: spannend van moment tot moment.

Klik hier voor foto's van dit concert door Cees van de Ven.

Meer weten?
Lees hier onze recensie van Quat - 'Live At Hasselt'.

Labels:

(Robert Kinable, 24.10.13) - [print] - [naar boven]





Cd
The Whammies - 'Play The Music Of Steve Lacy Volume 2' (Driff, 2013)

Opname: 21 januari & 19 maart 2013

Om onverklaarbare redenen wordt er te weinig aandacht besteed aan het gecomponeerde repertoire van vrijwel alle freejazz-iconen. De laatste jaren verbetert dit langzaam, maar nog immer is het compositorische werk van bijvoorbeeld Don Cherry, Eric Dolphy, Andrew Hill of Ornette Coleman ondergewaardeerd. Het is dan ook goed nieuws dat The Whammies, een project van Jorrit Dijkstra met onder meer Han Bennink en Mary Olivier, zich serieus buigt over de stukken van sopraansaxofonist Steve Lacy.

Lacy werkte zich in een lange en vruchtbare carrière op van dixieland, via Monk, tot free jazz en vond uiteindelijk in zijn sextet een vorm waarin vrijheid en structuur elkaar halverwege ontmoetten. The Whammies, goeddeels bestaand uit muzikanten die Lacy direct gekend hebben, leveren met dit album wederom een uitstekende verkenning van het repertoire van de sopraansaxofonist af.

Echo's van met name Thelonious Monk zijn duidelijk te horen in de composities van Lacy. Dat is niet verwonderlijk, aangezien Lacy tot een van Monks bands behoorde. Helaas heeft hij nooit met de grote pianist opgenomen, maar de lessen van toen zijn altijd blijven hangen. De rietblazer nam regelmatig deel aan eerbetonen voor Monk en nam een aantal soloalbums op met diens materiaal ('Only Monk' en 'More Monk'). Het drammerige 'Lumps', compleet met ontsporende unisono's, is een goed voorbeeld van hoe de saxofonist deze invloeden in zijn eigen werk verwerkte. Ook het zwalkende 'Somebody Special' laat duidelijk zien dat Lacy zijn tijd met Monk als goede leerschool zag om zijn geschreven materiaal op te stoelen.

De technisch en intellectueel veeleisende composities dwingen tot optimaal musiceren. Hoewel The Whammies, geheel volgens de Amsterdamse school en zijn Chicagoan evenknie, altijd dicht tegen het ontsporen van de muziek aanleunen, kan het materiaal van Lacy bij gebrek aan inzicht uiteenvallen in een reeks losse bewegingen zonder onderlinge samenhang. Dat maakt dat het spanningsveld tussen vrijheid en achteloosheid extra aandacht vraagt. The Whammies navigeren voorbeeldig door dit schemergebied, maar toch voelt de opname soms wat cerebraal. Dit komt omdat de aandacht voor het gecomponeerde materiaal ten koste van de solisten gaat.

De grootste kracht van Lacy was dat alles wat hij aanraakte achteloos een lyrisch klonk, terwijl het grote intellectuele diepgang had. Dijkstra en de zijnen richten zich vooral op die diepgang en laten de lyriek van Lacy's stijl onderbelicht. Dat is waarschijnlijk een verstandige keus, omdat deze niet te reproduceren zou zijn, behalve door in epigonisme te vervallen. Het is juist de grote kracht van The Whammies dat zij zich verre houden van kopieergedrag en een oorspronkelijke visie neerzetten op het niet alledaagse materiaal van een van de grootste freejazz-muzikanten van de vorige eeuw. En dat werkt: wie klaar is met The Whammies, krijgt spontaan zin om een plaat van Steve Lacy op te zetten.

Meer horen en weten?
Klik
hier om de volgende tracks van dit album te beluisteren: 'Skirts', 'Pregnant Virgin', 'Art', 'Saxovision' en 'Threads'.

Lees hier onze recensie van The Whammies - 'Play The Music Of Steve Lacy' (Volume 1).

Labels:

(Sybren Renema, 22.10.13) - [print] - [naar boven]





Concert
Hinkend op twee gedachten

Joshua Redman Quartet, vrijdag 11 oktober 2013, Bimhuis, Amsterdam

Saxofonist Joshua Redman heeft dit jaar een zeer ambitieus project afgerond. Geheel in lijn met de jazztraditie van illustere voorgangers zoals Charlie Parker's 'With Strings' en Art Pepper's 'Winter Moon', levert Redman een album met strijkarrangementen af. Met het album 'Walking Shadows' slaagt Redman er niet in te wedijveren met deze voorgangers, ondanks bijdragen van Brad Mehldau, Dan Coleman en Patrich Zimmerli. De zacht-zwoele elegantie van voorspelbare ballades verdient, door de brei aan sentimentele arrangementen, eerder het predikaat verdienstelijk dan meesterlijk.

Dezelfde waardering is ook van toepassing voor het tweede optreden van het kwartet van Redman in het Bimhuis. Ook nu is de voorspelbaarheid hieraan debet. Normaliter is de hedendaagse saxofoonmeester in staat zijn onuitputtelijke kwaliteiten in te zetten voor een imponerend eindresultaat. Diep verworven kennis van de jazzgeschiedenis en een ongeëvenaarde technische beheersing van zijn instrument zijn slechts twee aspecten van zijn virtuositeit. De combinatie van evenwichtige, sublieme composities en een lichte, assertieve, vloeiende-inventieve speelstijl dragen bij tot een energieke, avontuurlijke én intelligente benadering van zijn muzikale reizen.

Joshua Redman hinkt tijdens het concert te veel op twee gedachten. Met name in de eerste set domineert, in lijn met 'Walking Shadows', de ingetogen benadering van het materiaal. In zangerige melodieën, vaak voorzien van repetitieve piano-aanslagen en milde ritmische ondersteuning zweeft het vederlichte tenorgeluid van Redman boven het groepsgeluid uit. Verwachtingsvolle sprankeling in een optimistisch mood, maar zonder gevolg, verrassing, versnelling of avontuur.

In eerste instantie lijkt dit na te pauze voortgezet te worden. De eerste hoopvolle noten, onbegeleid met vleugjes tegendraadsheid, leiden tot een inspiratieloos middengedeelte, waarin grote onthullingen achterwege blijven. Gelukkig komen de muzikanten uiteindelijk tot het besef dat bij een liveoptreden een grotere dadendrang nodig is. Vanaf het tweede stuk neemt de levendigheid en zeggingskracht zienderogen toe. De opbouw van het repertoire deugt kennelijk wel. Mijmerende pianoklanken worden voorzien van ontluikende saxofoonpassages. De zoektocht naar meer intensiteit en een hoger energetisch gehalte vindt uiteindelijk zijn bestemming in een vlammend einde.

Het mistroostige 'Infant Eyes' laat vooral een excellerende pianist Aaron Goldberg horen. Vanaf dit moment wordt de muziek voorzien van urgentie. De mooie maar eentonige souplesse wordt definitief over boord gegooid. Het tempo wordt opgevoerd, de ritmische ondersteuning wordt riskanter en de interactie tussen Goldberg en Redman wordt een waarachtig spel tussen jager en prooi. Bol van langdurig opgebouwde spanning, bijtend, met wisselende kansen en ongewis over de afloop. Tot slot volgt een half uur na aanvang van de tweede set een zompige blues, afwisselend licht en donker benaderd. Swingend en gepassioneerd met volop verwijzingen naar pop en zelfs rockabilly.

Het Joshua Redman Quartet voelt zich geïnspireerd door de Amerikaanse jazz uit de zestiger jaren. Stevig swingend, melodisch, vaak voorzien van een dosis pure soul en met behoorlijk bluesgevoel. Het zoeken naar nieuwe vondsten en invalshoeken moet de uitdaging blijven van een groot saxofonist!

Klik hier voor foto's van het Joshua Redman Quartet door Cees van de Ven en Louis Obbens. Ze zijn gemaakt tijdens het afgelopen Eindhovense So What's Next?-festival, North Sea Jazz 2011 en Jazz Middelburg 2013.

Labels:

(Louis Obbens, 20.10.13) - [print] - [naar boven]





Cd
Eric Vloeimans' Oliver's Cinema - 'Oliver’s Cinema' (Challenge, 2013)

Opname: 2012

Oliver's Cinema is de naam van het nieuwe trio van trompettist Eric Vloeimans. Dit trio van een minder alledaagse samenstelling - cello, accordeon, trompet - heeft een bijzondere verbeeldingskracht en creëert een haast vanzelfsprekend timbre. Zijn muzische idioom en zijn spel, dat Vloeimans gedurende vele jaren steeds meer heeft verfijnd, bereiken in deze zetting een nieuw hoogtepunt.

In de nazit van een concert in het Belgische Rijkevorsel komen de triviale gedachten ter sprake die Vloeimans als kind aan de accordeon verbond. Na zijn lange leerweg in de muziek beseft hij nu, dat hij dit instrument uiteindelijk is gaan bewonderen. Het gesprek brengt hem op het spoor van accordeonist Tuur Florizoone. Na een ontmoeting besluiten ze om samen het podium op te gaan. Vloeimans mist nu nog een verbindende schakel tussen de trompet en de accordeon. Via zijn liefde voor de cello komt hij in contact met Jörg Brinkmann. Het nieuwe trio heeft een vorm gekregen. Tijdens de eerste repetities van het drietal blijkt filmmuziek een verbindende schakel te zijn. Florizoone komt met zijn stuk 'L’Amour De Moules', Brinkmann brengt 'Fellini’s Waltz' in en Vloeimans heeft eigen stukken uit recente schrijfopdrachten voor de films 'Majesteit' en 'De Nieuwe Wildernis'. De mindset van dit nieuwe trio resulteert in muziek die klinkt alsof die er altijd al was. Muziek ook, die een tijdloos beeld schept van warmte en vergankelijkheid. Melancholie waar je blij van wordt. Een ideale match. In een quasi-dansante stijl met elementen uit de tango, Balkan, musette, folk en een vleugje swing vloeien de instrumenten prachtig samen.

Bij Pauw & Witteman vertelt Vloeimans dat hij door regisseur Peter de Baan werd gevraagd om muziek te maken bij de film 'Majesteit'. Hoewel hij al langere tijd weet dat zijn composities als filmisch worden ervaren, is dit voor hem een concept dat toch om een andere benadering vraagt. Welke muziek voel je als je naar filmbeelden kijkt? Welk melodisch materiaal heb je nodig? Hij gaat te werk vanuit fantasie en emoties. Beelden roepen de muziek op en vormen als vanzelf de muzikale ideeën. Een volgende vraag gaat over het visualiseren van de klankkleur van de instrumenten. Bij het televisie-interview, nog te zien op
YouTube, zijn prachtige beelden te zien van de making of 'De Nieuwe Wildernis'.

Deze cd is met veel aandacht en liefde gemaakt. Er is een atmosfeer van een rust die soms bijna grenst aan stilte. Muziek met een rijk palet aan klank en schoonheid, die kan aanzetten tot contemplatie.

Vanavond speelt Eric Vloeimans' Oliver's Cinema bij JazzCase in Dommelhof Neerpelt. Vervolgens is het trio nog te zien in De Toonzaal, Den Bosch (18/10), City of Wesopa, Weesp (19/10) en het Beauforthuis, Zeist (20/10).

Labels:

(Roland Huguenin, 17.10.13) - [print] - [naar boven]





Jazzprofiel
Tekeningen van Pieter Fannes


Sinds enkele jaren volgt illustrator Pieter Fannes de jazzfestivals in België met schetsboek en penseel in de aanslag. Gezeten op een stoeltje voor het podium, omringd door zijn tekenmateriaal, probeert hij de muziek op papier te vatten. Hij is gefascineerd door muzikanten (hun expressie, hun bewegingen, hun concentratie), door de sfeer die een goed optreden uitstraalt, door de invloed van de muziek op zijn lijnen.

Al tekenend wacht hij op het moment dat melodie en ritme de overhand lijken te nemen, en het niet langer de tekenaar is die bepaalt wat op het blad verschijnt, maar de muziek. Fannes woont in Brussel met vrouw, kat en fiets. Naast zijn tekenwerk is hij aan de slag als stadsgids en onderzoeker.

Klik hier voor een 'Best of'-selectie van zijn jazztekeningen.

Labels:

(Maarten van de Ven, 16.10.13) - [print] - [naar boven]





Cd
Mâäk - 'Buenaventura' (W.E.R.F., 2013)

Opname: september/december 2011

Is jazz het opzoeken van de ongelimiteerde mogelijkheden van het moment? Of is dat de hypocriete leugen waarop het genre gebouwd is? Al te vaak zijn er immers afspraken, schema's en thema's, waarmee muzikanten paal en perk stellen aan hun eigen vrijheid. Zoals een paard (vrij?) huppelt binnen de paar vierkante meter van een met een omheining afgezette wei, zo benaderen heel wat jazzmuzikanten hun muziek – de mogelijkheden zijn ongerept, maar met een prikkeldraad van regels laat men zich zodanig inperken dat het weer gemakkelijker kiezen wordt. Als alles immers open ligt, welke kant moet muziek dan nog op? De mannen van Mâäk's Spirit weten echter dat het echte avontuur eruit bestaat zich niet in geijkte structuren te laten vangen. Natuurlijk zijn er composities, maar die zijn geen simpel houvast. Quasi alles is wankel in de wereld van dit collectief, dat in variabele bezettingen op tournee gaat of de studio induikt. En precies het mijnenveld waarin ze zich storten, de fundamentele onzekerheid van wat er improvisatiegewijs komen zal, maakt hun muziek uitzonderlijk spannend en welhaast uniek binnen België.

Recent deed Mâäk het Afrikaanse continent aan, zeg maar om zichzelf ritmisch bij te schaven. Ze keerden terug met muzikaal plezier in hun kielzog: jazz is immers niet noodzakelijk torment, wel het bezweren ervan door zichzelf over te geven aan de groove, de melodie, het contact met de ander. Wat de band doet is niet dergelijke begrippen gemakshalve, met halfslachtig engagement, uitspitten, maar zich onbevangen met totale overgave in de muzikale ruimte storten. In vrije val kaatsen vaste leden Laurent Blondiau (trompet), Michel Massot (trombone, tuba), Guillaume Orti (altsax) en Jeroen Van Herzeele (tenorsax) ideeën naar elkaar toe, waarbij de stemmen voortdurend buitelingen maken door elkaar heen. Chaotisch gaat het er op 'Buenaventura' zelden aan toe, want een dergelijk effect streven de musici helemaal niet na. Echter is transparantie evenmin wat ze voor ogen hebben – ze zoeken louter naar een auditieve ervaring die waarachtig is en daadwerkelijk vanuit de persoon van de improvisator vertrekt, niet vanuit het construct dat op papier gezet wordt en vanaf dat moment per definitie 'onvrij' is.

In Mâäks laatste album, dat tot stand kwam naar aanleiding van een inspirerende ontmoeting met Hongaarse jazzmuzikanten Gábor Gadó en Tamás Geröly, op zoek gaan naar aangename geluiden, lijkt een weinig vruchtbare ingesteldheid. Hoor maar eens hoe saxofoongekrijs 'Bi A Kafsa' voortsleurt: waar is de schoonheid dan? Het kopergebrom van Massot en Blondiau onder het oppervlak en de rusteloze roffels van Tamás Geröly maken in een mens het beeld van een apenkolonie in hartje oerwoud wakker. Het plechtstatige 'Lacrimosa' dat daar dan weer op volgt, is een actuele beschouwing op de renaissancetraditie. In deze moderne bezetting klinken de tranen nog altijd alsof ze uit broze grondstof zijn ontstaan, maar de groep legt een onderzoekingsdrift aan de dag en keert de muziekgeschiedenis ondersteboven om tot een essentie te komen. Alweer is het de borrelende, kokende begeleiding die de vertellende stem hoger en hoger duwt, om vervolgens terug even het dal op te zoeken.

Een luilekkerplaatje is 'Buenaventura' in geen geval. Daarvoor zit bovendien te expliciet 'avontuur' verscholen in de titel. Wie de ware betekenis van dat woord inmiddels vergeten is, tussen de zovele releases die het publiek op zijn wenken bedienen, is met Mâäk aan het goede adres voor een herbronning. Daar op de bodem liggen ze immers te glinsteren, de essenties. Jazeker, met in totaal twaalf grijpende handen worden er aardig wat uit het water gevist.

Deze recensie verscheen eerder op
Kwadratuur.

Meer horen?
Klik hier om geluidsfragmenten van tracks van dit album te beluisteren.

Labels:

(Jan-Jakob Delanoye, 14.10.13) - [print] - [naar boven]





Column Herbert Noord
Empathisch vermogen?


"Alle factoren in ogenschouw nemend, durf ik te concluderen dat door de definitieve verdringing van het geluid door het beeld, in samenhang met het aangeboren empathisch vermogen, de voedingsbodem voor 'iedereen kan zingen' gelegd was. Geen fijne conclusie, maar mogelijk wel een juiste."

YouTube en een boek van bioloog Frans de Waal zette Herbert Noord op het juiste spoor bij de vraag waarom er toch zo veel zangeressen zijn tegenwoordig.

Klik op bovenstaande button om zijn nieuwe column te lezen.

Labels:

(Maarten van de Ven, 14.10.13) - [print] - [naar boven]





Concert
Uitbundig duo ontketent storm in speelkwartier

Uri Caine & Han Bennink, maandag 7 oktober 2013, Axesjazzpower, Wilhelmina, Eindhoven

Een muzikant die drummer Han Bennink naast zich heeft staan, gaat niet voorzichtig met één teentje voelen of het water wel lekker is. Met een paar krachtige klappen op zijn drumset smijt Bennink hem zo het diepe in, koud of niet. En dus vloog pianist Uri Caine, bekend uit de stal van John Zorn en door zijn jazz-interpretaties van Bachs Goldberg Variaties, gisteren in Café Wilhelmina met volle vaart over de toetsen.

Het duo speelde sets die misschien niet heel lang waren, maar die tjokvol noten, klappen, roffels en onverwachte wendingen zaten. Een hoeveelheid materiaal die anderen liever over een paar uur zouden uitsmeren. Ze gingen ook werkelijk alle kanten op. Caine zocht met wild dansende handen de uithoeken van zijn toetsenbord op, mepte en beukte met onderarmen en vlakke hand op de toetsen - maar als Bennink hem een momentje rust gaf, liet hij slierten nootjes uit de piano parelen.

Hoeveel vrijheid ze ook namen in dit uitbundige speelkwartier, telkens weer kwamen Caine en Bennink terug bij de bronnen van de jazz: de boogie en de ragtime, ontstaan in New Orleans. Op die momenten gaven ze de muziek een uiterst plezierige, wiegende swing. Caine rolde van het ene deuntje naar het andere, terwijl Bennink lichtjes, zachtjes met zijn brushes over trommels en bekkens wreef.

Dat hield hij overigens niet heel erg lang vol. Je zag hem gewoon trillen van nauwelijks in bedwang gehouden energie. Eerder vroeg dan laat moest dat wel weer tot een uitbarsting komen. Dan leek het of orkaan Katrina nog maar eens door de bakermat van de jazz raasde, alles wegvagend wat op zijn pad kwam. De afgeragde piano van Café Wilhelmina paste mooi in dat plaatje. In de loop der jaren is het leven er onderhand wel uitgebeukt. Sommige tonen zijn akelig vals, en in het hoog komt het beestje al gauw in piepende ademnood. Uit deze tingeltangel haalde Caine beurtelings bulderend en schmierend het volle rendement.

Met het geweld dat Bennink, als een vulkaanuitbarsting in mensengedaante, losliet op zijn drumstel, was het nog een wonder dat hij de verschillende delen alleen maar uiteendreef. Wel vlogen zijn stokken steeds weer uit zijn handen wanneer hij een trommel ongelukkig raakte. Het was speelkwartier, maar niet voor watjes.

Deze recensie verscheen eerder in het Eindhovens Dagblad.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Cees van de Ven.

Labels:

(René van Peer, 13.10.13) - [print] - [naar boven]





Cd
Lisbon Underground Music Ensemble - 'L.U.M.E.' (Challenge/Buzz, 2013)

Opname: 2010

Dit album stelt impliciete vragen ter discussie. Wat mag je in deze tijd verwachten van een bigband? Past het format van een bigband nog bij de huidige muzikale trends en is er wel een toekomst voor omvangrijke en dus ook kostbare formaties? Gezien zijn uitgangspunten lijkt initiatiefnemer en leider Marco Barroso zich weinig zorgen te maken.
Deze eerste cd van zijn gezelschap biedt de argeloze luisteraar een ongewis en meeslepend avontuur. Stalen zenuwen en enig incasseringsvermogen bieden uitkomst.

Marco Barroso (1977) kiest voor een intellectuele benadering, gezien de arrangementen waarin hij zijn Lisbon Underground Music Ensemble laat figureren. Het akoestische materiaal van deze 15-koppige bigband wordt geweven in een compilatie van muzikale ideeën, concepten, citaten en associaties. De stukken vormen een complexe lappendeken. Het beluisteren van dit album is een intensieve ervaring en is zeer de moeite waard.

In het tekstboekje* bij de cd kiest muziekcriticus Rui Eduardo Paes voor een brede interpretatie en verwijst terecht met een lange rij referenties naar verschillende tijdvakken en muziekgenres. Zijn heldere observaties komen uit een onverwachte hoek, gezien zijn eigen Portugese bedding en die van het LUME-project.

Barroso vertelt een boeiend verhaal en houdt een overtuigend pleidooi voor de instandhouding en de bruikbaarheid van grote formaties. Hij laat zien dat zijn ensemble in staat is tot vernieuwing en veelzijdigheid. Met het scheppen van een conceptuele vormentaal die herkenbaar is en houvast geeft, maakt hij een afspiegeling van sentimenten en nostalgische verlangens. Barroso recyclet en boetseert brokstukken uit het verleden en heroverweegt die elementen steeds opnieuw. Zijn muziek is even ongrijpbaar als glinsteringen op het water. Gebruikmakend van de modernste studiotechnieken, computers en de kwaliteiten van de hoogopgeleide en breed georiënteerde musici, verheft hij zijn bigband tot een grenzeloos muzikaal vehikel.

Het resultaat is verbluffend. Hoewel de beluistering van het album een flinke inspanning vergt, is het geheel overtuigend en boeiend. De muziek vormt een vloeiend geheel en rijt de zapcultuur aan flarden. Als een enfant terrible zet Barroso met zijn microcollages de ketel maximaal onder druk. Een dolgedraaide kermis transformeert naar een nachtmerrie, in messcherpe extase. Herhaaldelijk is een thema te horen dat sterk doet denken aan de beklemmende vervoering die Andrew Lloyd Webber creëert in 'Jesus Christ Superstar'.

Overall zijn er genoeg rustpunten waarop de muziek op adem komt in boeiende tunes en sterke arrangementen. Een grote afwisseling bij de inzet van grote en kleinere secties uit het orkest zorgt voor veel kleuring.

Marco Barroso heeft het gelijk aan zijn kant. Zijn album geeft overtuigend commentaar op de twintigste eeuw en is een fundament voor de toekomst. Dankzij een scherp oog voor tradities en vernieuwing, weet hij de boel overtuigend op scherp te zetten.

*De tekst van R.E. Paes is terug te lezen op de
website van Challenge Records (klik op 'About the album').

Meer horen?
Op de MySpace-pagina van het Lisbon Underground Music Ensemble kun je drie nummers van dit album beluisteren: 'LUX', '(...)' en 'Turn Around'.

Labels:

(Roland Huguenin, 12.10.13) - [print] - [naar boven]





Vooruitblik
Nils Wogram's Nostalgia Trio op tournee door Nederland


Nils Wogram, wat ons betreft een van de meest interessante hedendaagse trombonisten, is vanaf vandaag op tournee in ons land met zijn Nostalgia Trio. In deze formatie vervult Arno Krijger op zijn hammondorgel een prominente rol. Drummer Dejan Terzic completeert het trio, dat de tour vanavond aftrapt in Paradox.

Speellijst
11/10 Paradox, Tilburg
12/10 Bimhuis, Amsterdam
13/10 Pols Place, Bergen Op Zoom
14/10 Codarts, Rotterdam
15/10 De Hopper, Antwerpen
16/10 De Kluiz, Oosterhout
19/10 Lantaren Venster, Rotterdam
20/10 Porgy & Bess, Teneuzen

Wogram heeft daarnaast onlangs met Root 70 - een sublieme formatie met altsaxofonist Hayden Chisholm, bassist Matt Penman en drummer Jochen Rückert - een zesde album uitgebracht: 'Riomar'. De groep is voor deze gelegenheid versterkt met een drietal strijkers: cellist Adrian Brendel en de violisten Gerdur Gunnarsdottir en Garreth Lubbe.

Meer horen?
Klik hier om geluidsfragmenten van het Nostalgia Trio te horen en hier voor een paar voorproefjes van de cd van Root 70 with Strings.

Labels:

(Maarten van de Ven, 11.10.13) - [print] - [naar boven]





Cd
Eugène Flören - 'Teir' (eigen beheer, 2012)


De muziek van de Nijmeegse multi-instrumentalist Eugène Flören (drums, piano, marimba) doet een flink beroep op de luisteraar. Oppervlakkig consumeren is bij hem niet aan de orde. Wie zijn laatste solo-cd 'Teir' opzet, krijgt trouwens al snel behoefte zich met de muziek af te zonderen en de luidsprekers op een fors volume hun werk te laten doen. Dat kan zonder problemen, want de opnamekwaliteit is werkelijk fenomenaal.

Wat we op dit 12 minuten durende mini-album horen, is niet minder dan een poging de essentie van klank en ritme te laten versmelten. In 'Teir 2' bouwt Flören met geplaatste tikken tegen de bekkens langzaam, maar consequent versnellend een ritmisch figuur in 15/8 op. De accenten zorgen voor een metrisch patroon dat de luisteraar enige tijd houvast biedt, dat echter stelselmatig wordt ondergraven door scherpe accenten op snaredrum, bassdrum en hihat. Gaandeweg blijken ook die accenten weer een samenhangend patroon te vormen, waardoor het metrum van het bekken weer naar de achtergrond verdwijnt. Het is fascinerend om te proberen deze schijnbaar onafhankelijk van elkaar bestaande structuren te ontsleutelen. Maar zoals gezegd: het vergt enige toewijding van de luisteraar. Die komt er overigens al snel achter dat het polyritmische bouwwerk maar één zijde van de medaille is. De andere kant is het klankbeeld dat Flören met net zo veel fanatisme naar zijn hand zet. Ook al hoor je maar een eenvoudig drumstel, het spectrum aan pure klanken, natuurlijke boventonen en sonore ruis heeft een bijna symfonische impact, zonder dat hiervoor naar elektronische manipulatie wordt gegrepen.

De vier stukken op 'Teir' (de Bretonse aanduiding van het getal drie) borduren voort op de ritmische figuur van een gelijknamig stuk, dat uitgebracht is op Flörens titelloze cd uit 2011. In 'Teir 3' is de marimba het hoofdinstrument en krijgt datzelfde ritme in een bezwerend tempo een duister karakter, hetgeen nog wordt versterkt door korte, ongemeen felle passages op het drumstel. Effectvol is het nagalmen van de snare in de soms lange 'stiltes'. De cd eindigt met een pianostuk, waarin Flören een ijle melodie van vier opklimmende tonen steeds weer opnieuw ontleedt door op iedere derde noot een accent te plaatsen. Hoewel je na het wegsterven van de laatste klanken een sterke behoefte naar meer ervaart, begrijp je ook waarom Flören hier halt houdt: veel langer kan de concentratieboog niet gespannen zijn.

Het is bepaald niet de weg van de minste weerstand die de vijftiger Flören gaat. In het verleden dook hij op in de ensembles van Loek Dikker en Bo van de Graaf en speelde hij – zeker in de jaren tachtig - een belangrijke rol in de Nijmeegse moderne jazzscene. Maar via zijn solowerk en ad-hoc-projecten (met onder meer accordeonist Gerie Daanen en de drummers Fred en Martin van Duynhoven) treedt hij af en toe op een overtuigende manier uit de schaduw.

Meer horen?
Klik
hier om 'Teir 6' te beluisteren.

Labels:

(Laurent Sprooten, 11.10.13) - [print] - [naar boven]





Concert
Heet ijzer in De Smederij

Martinez/Weiss/Teepe/Altenberg, dinsdag 8 oktober 2013, De Smederij, Groningen

Kijk, daar doe je het toch voor. Rond middernacht stapt er een graatmagere jongeman in de spotlights. Hij heeft een baritonsaxofoon omgegord en nu is het zijn beurt om te soleren. Het nummer is 'All Blues' – want het is die conservatoriumstudenten van tegenwoordig zoals bekend ten strengste verboden, een repertoire van meer dan drie nummers paraat te hebben. Hij begint zijn bijdrage in het hoge register, alsof hij zich niet bewust is van de zee aan laagte die onderin zijn toeter bruist. Dat duurt een chorusje of twee en dan duikt hij inderdaad het diepe in. Met krachtige slagen werkt hij zich door de noten en de verzamelde bekken vallen open: wat een dynamiek! Wat een power! Wat een swing! De naam is Giuseppe Doronzo – noteer maar even.

In De Smederij stond dinsdag een gelegenheidskwartet van conservatoriumdocenten. Altist Miguel Martinez lijkt in dit soort situaties vrijer te spelen dan bij Barnicle Bill. Nu ja, voortgeranseld worden door een onbarmhartige drummer als Steve Altenberg is natuurlijk andere koek dan op je flikker krijgen van zo'n loeder als John Engels.

'Raw Fish' is een eigen nummer met een Japans smaakje van bassist Joris Teepe. "Het staat op een album dat je op iTunes kunt vinden," licht de schepper toe. "Nou, dan hoef je dus niet hier te zijn," reageert trompettist Kurt Weiss opgelucht. Het stuk heeft geen steady pulse en dreigt halverwege dan ook roemloos uit elkaar te vallen. Na een collectieve improvisatie pikken de muzikanten wonder boven wonder de draad weer op en eindigen zowaar keurig in het gelid.

Tot slot is het beuken geblazen op 'Work (vooruitmaarweer) Song'. Martinez stijgt boven zichzelf uit – want het is hier wél Groningen, hè. De drie blazers – Doronzo heeft zich bij de groep gevoegd – verzinnen in de beste Blue Note-traditie een hete riff en dan is het gebeurd. Met behulp van wat vlugzout is ook het publiek weldra op de been.

Labels:

(Eddy Determeyer, 10.10.13) - [print] - [naar boven]





Cd
Charlie Parker - 'Intégrale Charlie Parker Vol. 6: Passport' (Frémeaux & Associés, 2013)

Opname: 1949

Het aardige van de serie Intégrale Charlie Parker is, dat je de verrichtingen van de saxofonist praktisch van dag tot dag kunt volgen. Zo hoor je, hoe Bird op 5 mei 1949, toen wij allemaal naar de tanks in het defilé stonden te gapen, in New York in de weer was om de nummers 'Segment' en 'Passport' op te nemen en de zondag erop in de Parijse Salle Pleyel van de partij was op het eerste Festival International de Jazz.

Dit zesde deel in de reeks 3 cd-boxen beslaat de eerste vijf maanden van 1949. Het grootste deel betreft radio-uitzendingen vanuit de Newyorkse Royal Roost en doubleert dus met de box die vorig jaar op Jazz Dynamics uitkwam ('Complete Royal Roost Broadcasts'). Voor mij nieuw is de registratie van een Jazz at the Philharmonic-show in Carnegie Hall, waar Parker gecombineerd is met onder anderen collega-altist Sonny Criss. Criss is gewaagd aan Parker, hij bezit een fenomenale techniek en een stralende toon, maar moet qua inventiviteit en variatie toch zijn meerdere in Bird erkennen. Het schijnt dat Criss op sommige avonden zijn rivaal eruit blies, wanneer die laatste niet in vorm was. Parker pakte hem dan de avond erop weer lekker terug.

Het mooiste nieuws intussen uit de wereld van Charlie Parker is de ontdekking van een tot dusver onbekende live radioshow uit 1941 van het orkest van pianist Jay McShann, met een jonge Parker, die een verbluffende solo in 'I’m Getting Sentimental Over You' blaast. De ontdekker van deze tracks moest gereanimeerd worden; een assistent is gaan zwerven en nog niet teruggezien.

Labels:

(Eddy Determeyer, 9.10.13) - [print] - [naar boven]





Cd
Flex Bent Braam - 'Lucebert' (BBB, 2013)

Opname: 21 & 22 maart 2013

Pianist en componist Michel Braam blijft ongrijpbaar. Na '3' van eBraam, een stijlzuivere hommage aan Soft Machine's 'Third', liggen thans met 'Lucebert' een aantal standards en eigen werken op de lessenaars van de Flex Bent Braam. Binnen dat album kamperen chaos en discipline broederlijk naast elkaar.

Uit 'Better Git It In Your Soul' heeft de leider geniepig een aantal noten en stiltes gesloopt. Charles Mingus, de geestelijk vader van dit opus, was vast uit zijn vel gesprongen van woede – om even later zijns ondanks glimlachend te knikken bij het horen van de gloedvol growlende Rollo. 'Wolter Wierbos' had hij in zijn telefoonboekje geschreven, onder 'Jimmy Knepper' en 'Britt Woodman'.

En zo gaat het verder. 'Get Out Of Town' krijgt een opmerkelijk straighte vertolking, maar 'Misty' lost volledig op in de nevelen van 'Dizzy Atmosphere'. 'I May Be Wrong' is dan weer voorbeeldig met 'So What' vervlochten. Het thema van 'Hot House' heeft Braam over de vier blazers verdeeld, waarbij elke muzikant om beurten een nootje voor zijn rekening neemt.

Braams eigen stukken zijn vernoemd naar een reeks Japanse epigrammen van Lucebert. Het verhaal zal inmiddels bekend zijn: toen dichter en chroniqueur Simon Vinkenoog dichter en graficus Lucebert naar de betekenis van de Vijftigers vroeg, antwoordde die laatste met de titels van een reeks jazzstandards, die nu dus door Braam onderhanden zijn genomen. De composities van de pianist zijn over het algemeen een stuk langer dan de evergreens.

'Roes' heeft inderdaad de verstilde energie van een haiku, de ontspanning van een trefzekere pentekening, maar in 'Drift' rent de leider als een voor de slacht bestemde kip rond, aangevuurd door de rest, die het arme beestje luide aanmoedigt. Ook 'Plek' induceert om de een of andere reden woest geblaat, gehinnik en gekrijs. Alsof de dagen van de Original Dixieland Jazz Band zijn wedergekeerd. Daarentegen geeft 'Spijt' geen aanleiding tot wanhopig aan de haren trekken: eerder schudden we mistroostig en ongelovig met onze koppen, begeleid door de empatisch gestreken bas van Tony Overwater.

Hij blijft ongrijpbaar, die Braam.

Meer horen?
Op de
SoundCloud-pagina van Michiel Braam kun je twee tracks van dit album beluisteren: 'Better Git It In Your Soul' en 'Plek'.

Labels:

(Eddy Determeyer, 8.10.13) - [print] - [naar boven]





Vooruitblik
Festival Jazz International Rotterdam 2013


Van 24 tot en met 27 oktober vindt het Festival Jazz International Rotterdam plaats, het intieme vierdaagse festival met de saxofoon als rode draad. Van de verpletterend energieke Noorse saxofonist Marius Neset naar de stijlvolle swing van Benjamin Herman. Van de lyrische impro van Michael Moore naar de krachtige laidback sound van Ben van den Dungen. Via de immer mooie toon van de jonge Rotterdamse Stephanie Francke naar het krachtige spel van de Amerikaan Kenny Garrett.

De donderdagavond wordt geopend met de in New York woonachtige Nederlandse trompettist Diederik Rijpstra, die aantreedt met zijn project The Living City. Soms doet Rijpstra's muziek denken aan die van Philip Glass, met hier en daar wat elektronica. Daarna sluit het Kairos 4tet de avond af. Deze formatie rondom frontman en saxofonist Adam Waldmann is een van de meest opwindende Britse groepen van dit moment.

De tweede avond is, met uitzondering van Tin Men & the Telephone, een saxofonistenavond. De heftige post-hardbop tenor- en sopraansaxofonist Ben van den Dungen treedt op met zijn voortreffelijk kwartet, waarmee hij onlangs de cd 'Ciao City' uitbracht. Verder is het de beurt aan het Noorse saxtalent Marius Nest, die een verpletterende indruk achterliet op North Sea Jazz 2012.

Zaterdagavond zijn er optredens van het Michael Moore Quartet en het Pack Project, met de jonge talentvolle saxofoniste Stephanie Francke. Het New Cool Collective sluit deze avond af in LantarenVenster. Het slotconcert en tegelijkertijd de hoofdact van Festival Jazz International Rotterdam is het Kenny Garrett Quintet. De altsaxofonist, bekend van zijn vijf jaren met de elektrische band van Miles Davis in de jaren tachtig, is de laatste twintig jaar uitgegroeid tot een bandleider en componist in his own right.

Voor uitgebreide informatie klik hier.

Labels:

(Jacques Los, 8.10.13) - [print] - [naar boven]





Cd
Mats Gustafsson/John Russell/Raymond Strid – 'Birds' (dEN, 2012)

Opname: 6 augustus 2011

Wie spierballen verwacht, komt bedrogen uit. Na 'Needs!' en 'Bengt' is dit al minstens de derde opname waarop Mats Gustafsson het voorheen ondenkbare doet door een heel album lang verstild te spelen. Ditmaal wordt hij echter begeleid door twee andere muzikanten met een uitstekend gevoel voor detail: gitarist John Russell en drummer Raymond Strid.

Dit album bevindt zich in een wereld die gaat over klankkleur en nuance, waarin een saxofoon meer klinkt als een druppelende kraan dan als een blaasinstrument en waarin de spanningsboog volledig afhankelijk is van sonoriteiten. Melodie, harmonie en ritme lijken voorgoed afgeschreven en vervangen door gekwetter en gekwaak.

Daarmee is deze opname zeker niet voor iedereen weggelegd, maar daardoor niet minder belangrijk. Voor wie muziek een onderzoek is naar de mogelijkheden van geluid, is 'Birds' juist zeer aan te bevelen. Bovendien is deze opname geen geïsoleerd geval, maar bevindt ze zich in een continuüm van soortgelijke platen, dat zich uitstrekt van de collectieve Britse impro, gekend om haar stilte, tot de percussieve experimenten van Stockhausen.

Daar komt bij dat het nog steeds overduidelijk een uitvoering is van mensen die weten wat ze doen. Het is immers onmogelijk voor deze muzikanten om de hoeveelheid techniek die ze bezitten volledig te negeren. Wat overblijft zijn flarden, restanten en ruïnes.

Meer horen?
Klik
hier om van dit album 'The Birds. They Fly As They Want, Don't They?' te beluisteren.

Labels:

(Sybren Renema, 4.10.13) - [print] - [naar boven]





Nieuws
Muzikale dates in CLUB 100


Op woensdag 25 september ging een spannende nieuwe concertserie van start onder de naam CLUB 100. Elke laatste woensdag van de maand stelt gitariste/componiste Corrie van Binsbergen muzikale dates samen op het podium van Zaal 100, Amsterdam. Het wordt een ontmoetingspunt voor jong talent met gevestigde namen uit de wereld van de impro, rock, jazz, pop, world en hedendaags.

Van Binsbergen formeerde een muzikale denktank met vijf jonge musici. Deze club van vijf speelt in verschillende samenstellingen met Corrie én speciale gastmusici Bobby Petrov (drummer van Tin Men And The Telephone), Niels Broos (toetsenist van The Kyteman Orchestra) en Marcel Veenendaal (zanger van DI-RECT). De hoogtepunten van deze serie leiden naar het jaarlijkse BrokkenFestival op zondag 29 december in het Bimhuis.

Door een muzikale denktank met een melting pot aan stijlen samen te stellen, kiest Van Binsbergen voor nieuwe input. Het doel is het mixen van jong talent met gevestigde namen uit alle diverse muziekhoeken: een spannend ontmoetingspunt voor zowel publiek als musici. De denktank bestaat uit: multi-instrumentalist/componist Marnix Dorrestein, jazzhoornist Morris Kliphuis, bassist Lucas Dolls, harpiste Miriam Overlach en bassiste/toetseniste Jasja Offermans.

Klik hier voor meer informatie over CLUB 100.

Labels:

(Maarten van de Ven, 4.10.13) - [print] - [naar boven]





Concert
Kan de lat nog hoger?

Eric Vloeimans' Gatecrash, North Sea Jazz Club, zaterdag 8 juni 2013, Amsterdam

In de North Sea Jazz Club, op het terrein van de voormalige Westergasfabriek in Amsterdam, klinkt Miles Davis. Vanavond komt hij, als achtergrondmuziek, bijna niet uit boven het geroezemoes en het gekletter van bestek. Het gaat nu nog vooral om eten en praten. Hoe zal Eric Vloeimans' Gatecrash het er vanavond afbrengen? De optredens en de eerste cd zijn met oorverdovend enthousiasme ontvangen. De reacties op de tweede en derde cd waren gemengd. Gaat de lat vanavond verder omhoog?

De heren van Gatecrash komen het podium op. Gulli Gudmundsson speelt twee krachtige melodietonen op zijn basgitaar en het is stil. Doodstil. Wat zal er volgen? Zachte drums van Jasper van Hulten en na een paar minuten de fluistertrompet van Vloeimans, zo teer en zacht als alleen hij dat kan. Toetsenist Jeroen van Vliet is nu nog dienstbaar met wat ondersteunende grooves. Het zwoele klankbriesje laat hier en daar het stof van grote, open vlaktes opwaaien. De klanken en improvisaties worden steviger en feller, met af en toe een lange noot als ijkpunt. Met de nieuwe compositie 'San Francisco' en 'Albuquerque', een nummer van Van Vliet, komt het hele klankenspectrum van de band voorbij.

Toen Vloeimans zich enkele jaren geleden, onder meer door muziekvriend Van Vliet, liet overhalen om met elektronische effecten te gaan experimenteren, waren de Becker Brothers en Weather Report zijn grote voorbeelden, net als Miles Davis in zijn latere periode. Aan die laatste is 'Prince Of Darkness' opgedragen. Vloeimans blaast een krachtige melodielijn, duister als de nacht. Het is alsof de knorrige prins zelf door de club dwaalt. Van Vliet gaat levendiger en opzwepend grooven. De nacht krijgt licht. Vloeimans volgt en laat de klanken over elkaar heen buitelen. De geluidseffecten worden extremer. De oude prins lijkt nu zelfs te glimlachen.

Gatecrash is een eenheid. En toch, Vloeimans is het middelpunt, of hij wil of niet. De muziek die in hem huist, kan niet anders dan er aan alle kanten uitspatten. Als hij luistert, doet hij dat zo intens dat het een feest is om te zien hoe hij staat te genieten, zacht wiegend, met de trompet als kostbaar kleinood tussen zijn handen gevouwen. Het applaus van het publiek na een improvisatie dirigeert hij direct naar de solist. Ook dat is samenspelen.

Van het viertal speelt drummer Van Hulten het meest dienend aan het geheel. Vloeimans maakt een grapje over de benjamin van de band, die aan vakmanschap en creativiteit niet onderdoet voor de rest. Dat is goed te horen in zijn compositie 'The Thunderbirds', met fraaie, uitgesponnen klanken en creatieve ritmes. 'Antropie', een compositie van Gudmundsson, vertelt een ander verhaal: dat van jonge kinderen die met autootjes over het parket scheuren en deze tegen de plint laten knallen. Zo gaat het er thuis bij de G'tjes aan toe. Vanavond racen de autootjes ook nog tegen de muur omhoog.

Na alle drukte is het goed slapen. Als je dan 's morgens naast je geliefde wakker wordt... ach, de trompet van Vloeimans loopt in 'When She Sleeps' zo mooi over van teder gefluister, dat woorden beter kunnen zwijgen. Na de zwoele, warme ochtendklanken wordt het geluid dieper. Van Hulten gaat steviger drummen en Van Vliet gaat feller grooven. De muziek reist door naar uitbundig. Het is te hopen dat je lief inmiddels wakker is geworden. Als je zo in haar oor tettert, zou het met de liefde snel gedaan kunnen zijn.

En dan is er 'Lola', een vrolijke viervoeter die Vloeimans heeft geholpen bij het componeren. De trompettist blaast hoge tonen en improviseert op één noot. De heren spelen met zoveel gemak, dat je bijna zou vergeten wat een uitstekend vakmanschap er in ieder van hen huist. 'Lola' is het meest uptempo nummer van hele de avond. Het is alsof het publiek hierop heeft gewacht. Bijna gaat het dak van de voormalige gasfabriek de lucht in.

Gatecrash speelt vanavond bijna allemaal nieuwe nummers. Of het nu gaat om het fluisterzachte spel, de klankexplosies of de felle melodische grooves: de klanken hebben zich verdiept, de elektronische effecten zijn gevarieerder en meer vanzelfsprekend ingebed in het geheel. Als deze muziek op cd komt, zullen de recensies weer lovend zijn. De lat ligt dus weer een stukje hoger. Ja, dat kan.

Labels:

(Heleen van Tilburg, 4.10.13) - [print] - [naar boven]





Cd
Elliott Sharp/Melvin Gibbs/Lucas Niggli – 'Crossing The Waters' (Intakt, 2013)

Opname: maart 2012

Het gerenommeerde Zwitserse Intakt-label kreeg in maart van 2012 twee weken carte blanche in The Stone, de New Yorkse club die al jaren geleid wordt door avant-gardegoeroe John Zorn en intussen is uitgegroeid tot een van de cruciale trekpleisters voor liefhebbers van het vrije werk. Een van die avonden betekende het debuut voor dit trio van gitarist/componist Elliott Sharp, bassist Melvin Gibbs en percussionist Lucas Niggli. De dag erna trok het drietal ook de studio in, en de resultaten daarvan zijn te beluisteren op 'Crossing The Waters'.

Het zal niemand verbazen dat je dit moeilijk kan verkopen als een hapklaar improvisatieplaatje. Sharp is al meer dan drie decennia geworteld in de grootstedelijke scene, die aan de lopende band no wave, dissonante rock en atonale improvisatie uitbracht, en verenigt al die impulsen in een direct herkenbare stijl, die schijnbare chaos koppelt aan met wiskundige precisie uitgevoerde patronen en zorgvuldig gemanipuleerde stemmingen. Gibbs speelde nog bij de jazzfunkers van Defunkt, maar ook met John Zorn (op de klassieker 'The Big Gundown' zelfs!), wijlen Sonny Sharrock en zelfs een aantal jaren bij de Rollins Band. Niggli heeft vanzelfsprekend sterkere banden met de Europese traditie, maar je kunt hem bezwaarlijk een doorsnee percussionist noemen. Zijn werk met Steamboat Switzerland of samenwerkingen met Barry Guy behoren tot het betere avontuurlijke werk dat verscheen in de regio. Dat de man intussen al zijn opwachting maakte op een twintigtal (!) releases van het label, zegt voldoende.

'Crossing The Waters' klinkt zo'n beetje als de optelsom van al die achtergronden, maar verbluft hier en daar toch door zijn verschroeiende intensiteit. Vanaf opener 'Kunimasa Now' wordt meteen een trance opgezocht, die het midden houdt tussen atonale grootstadsrock en een tribaal ritueel. Er wordt bij de vleet gerotzooid met effecten, gitaar en bas lijken elkaar voortdurend te willen wurgen en hier en daar neigt Sharp sterker naar de schreeuwerige stijl en sound van Paul Leary (Butthole Surfers) dan Scofield of Metheny. De muziek is donderend én agressief tegelijk, op het scherp van de snee. De cocktailmuziek van de Village Vanguard of de Blue Note Jazz Club is veraf.

Daarna variëren de stukken tussen grillige klaterpartijen en met hoekige ritmes volgestouwde noisy free rock. 'Flow Fever' verenigt de twee: het ene moment ongedurig en schijnbaar zonder focus, maar even later uitpakkend met withete gitaarchaos, die in 'Waving High' het terrein tussen Sharrock, Frith en Eddie Van Halen opzoekt. De zotste effecten vliegen je intussen om de oren, terwijl Niggli op de achtergrond al even divers en gedreven in de weer is. Je zou het album eens moeten beluisteren en je enkel op hem richten. Wat een klepper.

Het beste wordt bewaard tot het laatst, met het tweeluik 'Kayak'/'Forellen'. Het eerste deel is aanvankelijk haast een drone van metalig gerammel en dreigende snarengolven in een sinistere schaduwenwereld. Gaandeweg wordt er meer kleur en variatie toegelaten, maar die onderliggende puls blijft kloppen als een blootgelegde zenuw. Afsluiter 'Forellen' mist die overdonderende power, maar is dan weer een festijn van onbenoembare klanken die op je afgevuurd worden. Een stukje pikzwart, ritualistisch theater, dat ontregelde melodie en bombastisch gehuil, geratel en gerinkel combineert. We hadden het de voorbije jaren eigenlijk zowat gehad met Sharp, maar in het gezelschap van deze twee maakt hij behoorlijk wat indruk. Een straffe plaat, en bij voorkeur op oorverdovend volume, zodat je hem voelt razen.

Labels:

(Guy Peters, 2.10.13) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...






Menupagina's:

Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Neerpelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.