Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 




Cd
Soo Cho Quartet - 'Little Prince' (Challenge Records, 2010)


Emotie, nuance, oorstrelend, stapsgewijze verdieping... Net als in het moderne sprookje houdt pianiste Soo Cho de luisteraar een spiegel voor; niets is wat het ogenschijnlijk wil lijken, en de muziek verdient en vraagt om extra verkenning. Ik heb de ervaring dat deze licht aangezette muziek tot je spreekt, of het nu tijdens een zonnige dag in de auto met je geliefde is of na het afscheid van een dierbare. Cho weet introvert en ragfijn de snaren te raken. Romantiek van vallende bladeren, die uiteindelijk de werkelijke schoonheid verbeelden.

Ze wil mensen gelukkig maken met haar muziek en deze delen, zo blijkt uit de teksten die ze aan de cd heeft toegevoegd. Het wereldberoemde verhaal van het kleine prinsje is haar inspiratiebron en ze schrijft een kleine uitleg bij elk nummer in de bijgevoegde inlay. Dit album van Soo zit nog steeds in de cd-speler van mijn auto, heerlijk (ook in de file). Geen enkele andere uitgave heeft deze prominente plek tot op heden langer als drie dagen weten vast te houden.

Ik dacht na enkele nummers: "het is vooral een cd van Angelo Verploegen" - de trompettist laat zich van zijn beste kant horen in een subtiel en technisch gaaf spelend kwartet. Soo Cho weet er echter een 'merk' in aan te brengen, niet alleen met haar composities, maar ze neemt over en voegt als solist toe. Een Soo-factor, waardoor het ondanks de lead van de flugelhorn toch haar verhaal is. En dat is niet gemakkelijk vanuit de positie van het begeleidende instrument.

Haar spel ontsnapt dan ook mooi opgebouwd op menig moment aan de basis die wordt neergelegd en neemt een dynamische vlucht. De subtiele drumsolo's irriteren niet en passen in het geheel, het lijkt alsof alles is en blijft afgestemd op de beleving waar door Soo Cho, Angelo Verploegen, Sven Happel en Yonga Sun naartoe is gewerkt.

De sfeer die in het begin wordt gezet, blijft in de nummers aanwezig, maar wel met een eigen tint aan elke compositie. Er zit een verhaal onder de eerste lijn en er blijft enorm veel ruimte over voor eigen invulling; gewoon wegdromen, op je in laten werken, niets neemt de overhand, de bandleden werken geheel ten dienste van deze mooie productie.
Luister naar deze 'kleine prins' en geniet. Heerlijk zwevend, spiritueel geladen. Goed gedaan. Soo Cho levert met deze cd het bewijs van haar talent, vakmanschap en groei. Ik ben benieuwd naar de concerttour van dit kwartet, die binnenkort van start gaat.

'Little Prince' verschijnt in oktober bij Challenge Records. Klik
hier voor een overzicht van de komende tournee van het Soo Cho Quartet.

Meer horen?
Op de MySpace-pagina van Soo Cho kun je van dit album de track 'Major Revolution' beluisteren.

Labels:

(Jo Dautzenberg, 29.9.10) - [print] - [naar boven]





Cd
Lionel Hampton Big Band - 'Air Mail Special' (ITM, 2006)

Opname: 29 mei 1983

Toen deze live registraties werden gemaakt, had vibrafonist Lionel Hampton al twintig jaar geen vast orkest meer. Vaak trad hij op met ad-hoc all star formaties, en voor bijzondere gelegenheden en tournees werd dan een groot orkest geformeerd. Daarbij putte zijn manager uit een pool van vaste krachten, die aangevuld werd met (goedkope) jonge muzikanten uit New York.

Ook in het onderhavige ensemble ontwaren we bekende gezichten als die van Tom Chapin (alt en fluit), Paul Jeffreys (tenor en bariton) en Frankie Dunlop (drums). Het speciaal voor de Europese tournee samengestelde orkest maakt een goed ingespeelde indruk en dit zou een prima dubbel-cd zijn geweest zonder de zang van de Hamp. Een groot vocalist is hij nooit geweest, maar hier in de Kongresssaal van het Hygienemuseum in Dresden bakt hij er wel heel weinig van.

Uit de liner notes maak ik op dat er ook arrangementen van Gigi Gryce en J.J. Johnson op de lessenaars lagen; waarom er hier voor 'When The Saints' met des leiders katzenjammern is gekozen in plaats van 'Sans Souci' (Gryce) of 'Turnpike' (Johnson) is een onbehaaglijk raadsel. Ook 'In The Mood', dat overgaat in 'Amen', met publieksparticipatie, is een dieptepunt. Ik bedoel, als je erbij bent, met voldoende Bier & Bockwurst, is het wellicht allemaal heel geestig, maar 27 jaar na dato vergt de euforie in het zwetende arbeidersparadijs toch wel het uiterste van je inlevingsvermogen.

Gelukkig kunnen er ook hoogtepunten aangestipt worden. Zoals het stomende titelnummer, dat de festiviteiten opent, de knisperende trompetsolo van Johnny Walker in 'Advent', 'Midnight Sun' in een nieuw, iets sneller jasje, de solo van pianist Johnny Colianni in 'Minor Thesis', de fascinerende vibrafoonexercities in de medley 'Stardust'/'Moonglow' en het arrangement van 'I Got Rhythm' – dat vervolgens om zeep wordt geholpen door de ongefocuste vocalen van de leider.

Deze recensie verscheen eerder in Jazz Magazine.

(Eddy Determeyer, 27.9.10) - [print] - [naar boven]





Concert
Top avant-jazz met Phil Spector als producer

zondag 12 september 2010, Atomic + The Vandermark 5, Flux/S, Strijp-S, Eindhoven

Om het enige optreden van deze twee kanonnen uit de avant-jazz in de Benelux te zien, moesten we naar Eindhoven trekken, waar de avond het orgelpunt vormde van een vierdaags internationaal kunstenfestival waar poëzie, dans, videokunst, performance, muziek en nog veel meer aangeboden werd. Hoge ambities bij de organisatie, dus, en die hebben de optredens deels de nek omgewrongen.

"Nu weten we ineens hoe The Vandermark 5 zou klinken met Phil Spector als producer", lachte bandleider Ken Vandermark nadat het kwintet z'n kolossale opener ('Leap Revisited') gespeeld had. Nu ja, het had meer iets weg van een grimlach, want het was duidelijk dat de muzikanten niet bepaald onder de indruk waren van de akoestiek in het voormalige industriële pand. Het reusachtige gebouw, gelegen op de voormalige Philips-site, biedt ruimte genoeg voor allerhande kunstvormen, met een nadruk op installaties, maar er had blijkbaar geen mens bij stilgestaan dat akoestisch spelende bands niet op hun plaats zijn in betonnen ruimtes die vooral fungeren als galmbak.

De bands hadden tien uur gedaan over de reis van Noorwegen naar Nederland en daar viel bij het Amerikaanse kwintet eigenlijk weinig van te merken. Meer nog: de openingsaanval van cellist Fred Lonberg-Holm en drummer Tim Daisy behoorde tot het meest agressieve dat we al van de band hoorden, met een been in de noise en de blik op de toekomst gericht. Dit vlaggenschip van allrounder Vandermark was altijd al bij uitstek een vehikel dat aangewend werd om spanning te creëren tussen compositie en improvisatie, wat vooral sinds de komst van de cellist leidde tot extremere formele experimenten. Liet de vorige plaat ('Annular Gift') een band horen die meer dan ooit afstand nam van de (vrij) korte en gebalde composities, dan stak de band nu toch opmerkelijk energiek van wal.

Zowel 'Leap Revisited' als het erop volgende 'Second Phase' - een compositie die Vandermark opdroeg aan voorgangers uit Chicago (Braxton, Mitchell, Threadgill) en leermeester Julius Hemphill - teerden op gespierde passages, waarbij zowel collectief als in deelfracties straf uitgehaald werd. Zo was er in het tweede nummer, dat een verrassend sterke bluesfactor had, een indrukwekkende sax battle tussen Vandermark en Rempis. Afgesloten werd met 'Cadmium Orange' (van 'Annular Gift'), dat aantoonde dat 's mans composities steeds in beweging zijn. Misschien wel iets té, want het was duidelijk dat Daisy, vermoedelijk door de belabberde sound, moeite moest doen om bij de les te blijven. Het kon echter niet deren; The Vandermark 5 imponeerde met een (veel te) korte set.

Het Scandinavische Atomic (twee Zweden en drie Noren) had de reis blijkbaar minder goed verteerd, want na de verschroeiende openingssolo van trompettist Magnus Broo zakte het energiepeil erg snel en leek het even alsof de band niet helemaal op scherp stond. Opnieuw zal de sound er voor iets tussen gezeten hebben, want vooral drummer Paal Nilssen-Love, een krachtspeler die normaal voor de duur van een optreden in hogere sferen zit, liet duidelijk zijn ongenoegen blijken. Ook Atomic pakte slechts uit met drie composities (twee van pianist Håvard Wiik en eentje van rietblazer Fredrik Ljungkvist) en zorgde voor een verrassing. Was de band vroeger vooral een kruising tussen klassieke hardbop en free jazz - en dus veel sterker geworteld in de bekende Amerikaanse traditie dan The Vandermark 5 - dan viel daar nu weinig van te merken.

In alle songs waren er wel momenten waarop de band stukken inlaste met hecht samenspel dat suggereerde dat ze in staat zijn om eender welke jazzclub op z'n kop te zetten, maar daar werd aarzelend mee omgesprongen. In plaats daarvan werd gewerkt met drie verrassend complexe, zelfs hoekige composities, die een pak minder druk klonken dan wat we van hen gewend zijn. Elke muzikant wachtte geduldig zijn beurt af, waardoor het leek alsof er meer intern gecombineerd werd dan als kwintet samengespeeld. En opnieuw was het geluid de grote stoorzender; Wiik en bassist Håker-Flaten waren amper hoorbaar en Nilssen-Love, die er sowieso niet naast klopt, overstemde het hele zootje.

De band speelde avontuurlijk, waarbij Ljungkvist vooral veel interesse toonde in de mogelijkheden van zijn klarinet, maar leek nog niet helemaal zijn weg te vinden in de nieuwe composities, waardoor de spanning soms wat zoek was en het contrast met de doelgerichte performance van de andere band sterk opviel. Gelukkig werd het derde stuk afgerond met een intense, vurige finale die alsnog voldoening bood. Ook bij Atomic was de set met een goed half uur echter veel te kort.

Er was nog een potige improvisatie van Vandermark en Rempis met de ritmesectie en pianist van Atomic, een brok krachtpatserij die hard tekeer ging om uiteindelijk bij uitdovend gekwetter te belanden, maar daarna zat het er onverbiddelijk op. De ene band pakte uit met een lel van formaat, de andere verraste door dat net niet te doen. Het had een uitstekend evenement kunnen worden, maar door de beperkte duur van de sets (alles samen nog geen anderhalf uur muziek) en de bij momenten wanstaltige sound was dit toch een avond die je liever onder andere omstandigheden had meegemaakt.

Klik
hier voor een fotoverslag van dit concert door Cees van de Ven.

Deze recensie verscheen eerder op Goddeau.com

(Guy Peters, 25.9.10) - [print] - [naar boven]





Cd
Boelo Klat - 'P.S.' (Klatwerk, 2010)


Van sommige van pianist Boelo Klats liedjes denk je: waar heb ik dat eerder gehoord? Die heb je dus niet eerder gehoord, maar zijn composities zitten zó goed in elkaar, dat ze als standards aanvoelen. Na het nummer 'Skippy' draaide ik voor alle zekerheid even Thelonious Monks 'Skippy', maar nee: Klats compositie is toch echt helemaal van hemzelf. Dat is het grote verschil met al die jazzmuzikanten die denken, omdat ze een beetje kunnen improviseren, dat ze ook gelijk begenadigde toonkunstenaars zijn. Terwijl hun composities dan op z'n best dun uitgewalste vamps of riedeltjes zijn.

Maar Klat heeft goed over zijn noten nagedacht. Voor deze overwegend impressionistische cd heeft hij zich laten inspireren door gedichten van M. Vasalis en Rainer Maria Rilke, in het Gronings vertaald door Jan Glas en door werk van Glas zelf. In één stuk, het 'Oalscholverkwartet', is die laatste ook te horen. Hier kijkt Bill Evans toe, een van Klats helden. Elke noot wordt liefdevol gewogen, maar lethargisch wordt het nergens: aalscholvers houden niet van liflafjes, die joagen op kwikzulver in het kenoal.

Het openingsnummer, 'Mr. Charles', lijkt met zijn rollende beat een ode aan Brother Ray. Alsof Klat, Rico de Jeer (bas) en Ancel Klooster (drums) willen zeggen: We got women too! Ondanks de introspectieve ondertoon is dit album gevarieerder geworden dan zijn voorgangers. Van de generatie jonge, sterke pianisten die na Michiel Borstlap op het venster tikt, is Boelo Klat zeker niet de minste.

Deze recensie verscheen eerder in Jazz Magazine.

(Eddy Determeyer, 23.9.10) - [print] - [naar boven]





Concert
Indrukwekkende solotoegift bij afscheidsconcert Hein van de Geyn

vrijdag 17 september 2010, Porgy en Bess, Terneuzen

"Ik zeg niks, dank je wel, dank je wel..." Het waren de woorden van bassist Hein van de Geyn na het indrukwekkende afscheidsconcert met collega-muzikanten en "maten voor het leven", pianist Jack van Poll en drummer Hans van Oosterhout. Van de Geyn vertrekt volgende maand voorgoed naar Zuid-Afrika, zonder bas, met vrouw en kind. Dat is inmiddels bij eenieder bekend. Bewonderaars, familie, vrienden en muzikanten kwamen deze avond in Terneuzen dan ook een laatste dronk uitbrengen op zijn vertrek en ongetwijfeld om een laatste memento te delen met deze charismatische bassist, meermalen geprezen om zijn sensitieve en meesterlijke spel.

Nostalgie was het thema en Van Poll nam de leiding in de arrangementen. Stukken als 'When You’re Smiling', 'I Remember April', 'Suicide Is Painless' en 'Tulpen Uit Amsterdam' kwamen voorbij, maar zelfs al zou het waar zijn dat dit drietal deze klassiekers al 100.000 keer samen gespeeld heeft: saai en oubollig waren ze geenszins. Eerder gepassioneerd, subtiel en geestig, met hier en daar een zweempje weemoed. Er was geen sprake van complexiteit en machtsvertoon in dit trio, het ging vooral over klankkleur, intonatie en bezieling, over jazz zoals jazz zou moeten klinken.

Van de Geyn speelde als nooit tevoren, zo leek het. Zijn toucher en subtiliteit waren uitzonderlijk. En natuurlijk, na een jarenlange persoonlijke strijd, met de bas vooraan. Melodieën in de baspartij die zijn uniciteit waarborgen, om dan vervolgens dat boplijntje en die vet swingende bastonen in de diepte moeiteloos te combineren. Een verhalenverteller op de bas, dat was hij, dat is hij.

Van Poll nam op ludieke wijze en met Brabantse tongval de aankondigingen voor zijn rekening. Door zijn fraaie akkoorden en solo's, en het unieke gevoel voor ritme en timing van Van Oosterhout, ontstond regelmatig een doeltreffende swing. Aan het einde van het concert werd aan de in het publiek aanwezige musici de gelegenheid geboden om nog een laatste keer met Van de Geyn samen te spelen, op welke uitnodiging mondharmonicaspeler Jan Verwey enthousiast en met verve inging.

Zichtbaar aangedaan, maar zich kranig werend tegen de emoties, verrichtte Van de Geyn de toegift solo. Hier en daar werd een traan weggepinkt, ook bij Van Oosterhout en Van Poll. Samen zaten zij op de pianokruk, terwijl zij met bewondering, maar vast ook met gemengde gevoelens, hun vriend en collega gadesloegen. De titel van deze aangrijpende improvisatie had kunnen zijn 'Van Mij Voor Jullie'... En daarmee was alles gezegd.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Cees van de Ven.

(Donata van de Ven, 22.9.10) - [print] - [naar boven]





Cd
Fay Claassen – 'Sing!' (Challenge Records, 2010)
Opname: december 2009

Het lijkt wel of die Fay steeds beter wordt. Ze vestigde haar naam met haar empathische Chet Baker-programma en hier brengt ze een soort saluut aan een aantal favoriete collega's. Zoals daar zijn Abbey Lincoln, Anita O'Day en Betty Carter (en Helen Merrill, ben ik geneigd daaraan toe te voegen, hoewel van dier repertoire hier niets te vinden is). Dat doet ze met veel respect voor de dames, dus zonder in imitatie te vervallen. Uit haar keel wordt Betty Carter ('Tight') zelfs beter te verteren dan het origineel. Bij Carter heb ik altijd iets gehad van, óf te gek, gekkie, óf ja hallo, gekkie. Claassen heeft hier een mooie middenweg gevonden tussen zingen en zeggen en haar unisono-scats met het orkest (de WDR Big Band Köln) werken prima. Arrangeur Mike Abene weet precies wat de vocaliste kan.

De meest jazzy stukken zijn 'Tea For Two', uit de doos van O'Day en, o wonder, 'Be Cool' van Joni Mitchell. '50/50 fire and ice', hmm, een intrigerende combinatie. In een volgend leven ga ik me toch eens met die laatste bezighouden. Ik bedoel, als Mingus, Hancock en nu ook Claassen daar wat in zien, moet het toch wat zijn, zou je zeggen. In 'Tea For Two' wordt alles uit de kast gehaald. Een adembenemende ademtechniek, een timing die je niet van haar plek schopt en een vrijmoedige, zeg maar gerust brutale behandeling van de melodie.

Het enige nummer waarvan de wenkbrauwen, nauwelijks merkbaar, in een hogere stand raakten was 'Turn Me On Baby,' dat we van muisje Blossom Dearie kunnen kennen. Heeft, zo vraag je je af, Fay Claassen wel genoeg street credibility voor een dergelijk hip werkje? Is ze hier niet te fayeriek? Als ik de producer was geweest had ik er toch een snufje meer nonchalance en coolness ingestopt.

En verder is het afwachten hoe Claassens stem gaat rijpen, dieper en rijker gaat kleuren. Ik kijk nu al uit naar 2030.

Meer weten?
Klik
hier voor nadere informatie.

(Eddy Determeyer, 22.9.10) - [print] - [naar boven]





Cd
Brussels Jazz Orchestra & Bert Joris – 'Signs & Signatures' (W.E.R.F., 2010)


De samenwerking tussen vaderlands meest roemrijke jazzband, het Brussels Jazz Orchestra of kortweg BJO, en trompettist Bert Joris, is niet nieuw. In 2001 brachten ze samen al een dubbel-cd uit vol swingende composities en heerlijke improvisaties, waarmee het label W.E.R.F. daadwerkelijk 'the finest in Belgian jazz' (het motto van de platenmaatschappij zeg maar) leek samengebracht te hebben. Begin dit jaar stonden beide partijen terug samen op het podium en live in Studio 1 van Flagey werd deze plaat opgenomen, duidelijk met een enthousiast publiek dat oor heeft voor goede jazz. Een beetje tegen de verwachtingen in komt het BJO hier niet aanzetten met zijn typisch schelle sound, die voor sommigen al snel als vervelend wordt ervaren. Bert Joris zegt in de liner notes ook expliciet dat hij naar een meer timide geluid heeft gezocht, "de keerzijde van de bigband", en dat is er duidelijk aan te horen.

Met Bert Joris in topvorm en het BJO dat voor een keertje timide en introvert klinkt, lijkt 'Signs & Signatures' alle kanten op te kunnen. De bekende composities bieden echter het nodige houvast. Zo zijn net als op Bert Joris' eerdere albums of concerten onder meer 'Magone' (een ode aan de overleden vrouw van een vriend), 'Triple' (geschreven voor Joris' gelijknamige kat) en 'Signs & Signatures' (over hoe Joris de rijkdom van de jazz leerde kennen) van de partij. Nummers die, voor wie de trompettist reeds met zijn kwartet live heeft gezien, absoluut niet onvertrouwd in de oren kunnen klinken. Dat hoeft echter geen probleem te zijn, want de sound is fris genoeg, dankzij Joris' spannende arrangementen van de catchy thema's.

Nu het Brussels Jazz Orchestra niet meer zo ongecompliceerd feestelijk klinkt en geregeld ook gas terugneemt, valt op hoe talentvol en temperamentvol de musici zijn. In snedige solo's komt het vinnige dat het BJO al jaren kenmerkt terug naar boven, maar even vaak klinken ze door en door melancholisch, alsof 'Signs & Signatures' een after-session is, een beetje blues in de kleedkamers na een vermoeiende avond op het podium. Ook de introductie van bijvoorbeeld de Fender Rhodes is een aangename afwisseling voor wat Nathalie Loriers al jarenlang op piano deed. En tussen al die warmte en virtuositeit voelt Bert Joris zich duidelijk op zijn gemak. Hij blaast de meest schuchtere improvisaties uit zijn instrument en met zijn typische sound sleurt hij de luisteraar eens te meer moeiteloos mee.

Het album dat de succesformule van 'The Music Of Bert Joris' gewoon leek te willen herhalen, is dus een onverwacht pareltje geworden met zwoele bigbandmuziek, die zowel droevig als hoopgevend stemt. Een plaatje om geregeld te draaien dus...

Deze recensie verscheen eerder op Kwadratuur.be

(Jan-Jakob Delanoye, 22.9.10) - [print] - [naar boven]





Nieuws
Ben Sluijs en Erik Vermeulen presenteren nieuwe duo-cd


Saxofonist Ben Sluijs en pianist Erik Vermeulen spelen reeds vijfien jaar samen in duo- en kwartetverband, zowel in hun thuisland België als internationaal. In 2001 namen ze hun eerste duo-cd 'Stones' op, die lovend werd onthaald door pers en publiek en momenteel in een tweede persing is uitgebracht op het W.E.R.F.-label. De twee muzikanten zijn, alhoewel ook actief in andere bezettingen, sindsdien steeds blijven samenwerken en optreden.

Na bijna tien jaar verschijnt binnenkort hun nieuwe duo-album, 'Parity', die op zaterdag 2 oktober wordt voorgesteld in het Concertgebouw te Brugge. De cd geeft vaste vorm aan een nieuw repertoire van composities van beiden, zowel standards als improvisaties. We zijn benieuwd of deze plaat net als 'Stones' eenzelfde rustige, mysterieuze en poëtische sfeer zal uitademen. Vaststaat dat Sluijs en Vermeulen dit nieuwe muzikale programma ook live met overgave zullen gaan brengen.

Kijk op de website van Ben Sluijs voor meer informatie en speeldata. Tevens kun je er muziek van dit duo beluisteren.

Meer weten?
Lees hier onze recensie van het concert dat Ben Sluijs en Erik Vermeulen op 20 januari 2004 gaven in Musis Sacrum, Arnhem.
Lees hier Ben Sluijs' antwoorden op de tien vragen van Take Ten.

(Maarten van de Ven, 22.9.10) - [print] - [naar boven]





Cd
Don Ellis – 'Live In India' (Sleepy Night Records, 2010)

Opname: februari 1978

Trompettist Don Ellis was in de jaren zestig de eerste die een fusie realiseerde tussen jazz en klassieke Indiase muziek. De oudere lezers herinneren zich wellicht het concert van zijn orkest in de Rotterdamse Doelen, in 1968, met sitarspeler Ray Neapolitan. Machtig interessant vonden we dat toen.

De liefde voor India bleef en in 1978 werd Ellis uitgenodigd voor het eerste Jazz Yatra Festival in Bombay (Mumbai heet dat tegenwoordig). De honorering was Derde Werelds. Zodoende kon niet zijn complete orkest meekomen, doch slechts een uitgebeend kwartet. Plus vocaliste Emilie Diehl, die zich bij gebrek aan voorbereiding moest bepalen tot het unisono meezingen van de melodielijnen. Aangezien ze nooit had geïmproviseerd (haar forte waren madrigalen) bleef het daarbij.

Van de destijds gangbare fusiongroepen onderscheidde het Don Ellis ensemble zich door de hobbelende maatsoorten. De onderliggende structuur van het nummer 'T.R.’s Theme' was bijvoorbeeld 4+5+5+7+5+3+3. Die gasten zaten zich dus het apezuur te tellen. Dat de muziek toch nog organisch bleef klinken, is een compliment aan hun professionaliteit, met name die van drummer Dave Crigger, een Buddy Rich-mannetje.

Don Ellis was een begenadigd componist, vandaar waarschijnlijk dat hij ooit opdracht kreeg om de soundtrack van 'The French Connection' te schrijven. Hier valt 'Storyville' op, dat niets met de beroemde vooroorlogse hoerenbuurt van New Orleans van doen heeft, maar een soort antwoord is op Joe Zawinuls 'Birdland'. Inderdaad zou het nummer ieder moment een metamorfose kunnen ondergaan en van het podium in Bombay naar 1678 Broadway geteleporteerd kunnen worden.

Het nummer 'Open Wide' heeft zowaar hitpotentieel, ondanks het Indiase Tihai-ritme. Van de andere kant is het ook wel veel ornament en weinig inhoud. Zijn dagen in de Maynard Ferguson Big Band worden gereflecteerd in 'Image Of Maria', waar Ellis voor een hartpatiënt wel erg hard en hoog tekeergaat.

Twee maanden na dit festival moest Don Ellis de trompet opgeven en later datzelfde jaar werd hij geveld door een tweede, fatale hartaanval. Hij werd 44.

(Eddy Determeyer, 19.9.10) - [print] - [naar boven]





Concert
Steve Biko als rode draad bij Eric van der Westen's Quadrant XTD

vrijdag 10 september 2010, Paradox, Tilburg

Het is altijd een genoegen om bassist Eric van der Westen aan het werk te zien. Met zijn Quadrant XTD mocht hij de aftrap verrichten van een nieuwe reeks jazzconcerten in het Tilburgse Paradox.

Dit keer liet hij zich vergezellen door jonge talenten gitarist Bram Stadhouders en drummer Onno Govaers in combinatie met saxofonisten Mete Erker en Erwin Vann. Avontuurlijk en grensverleggend als Van der Westen is, was ook hier veel ruimte voor elektronische effecten en samples voortkomend uit de laptop en synthesizer van Hans Timmermans. Woordkunstenaar Jimmy Rage nam de poetry voor zijn rekening, welk gegeven centraal stond bij dit concert, waarin de nieuwe cd van Quadrant - met de fascinerende titel 'The Devine Cockeyed Glimpse' - gelanceerd werd.

Talenten zijn ze zeker, Stadhouders en Govaers. Dat hebben we al op eerdere momenten kunnen ervaren. Stadhouders jr. viel niet op door zijn schijnbaar verlegen aanwezigheid enigszins achteraan op het podium, maar ook moest je een goede luisteraar zijn om zijn aandeel in het geheel te ontdekken. Ditmaal geen jazzy solo's, maar bescheiden invullingen, wat op zichzelf ook een kunst is. Govaers daarentegen blonk uit in creativiteit en kreeg ruimschoots de gelegenheid zijn talent te openbaren.

Het goede en meestentijds mooie samenspel van beide ervaren saxofonisten Erker en Vann was een sterke component, al dan niet voorzien van effecten, en de afwisseling van sax en klarinet door Erker schiep een welkome afwisseling in de klankkleur van de blazers.

De insteek van de cd en het concert, poetry met muziek, is op zich een goed gegeven en kan ook heel mooi zijn. Echter, op momenten dat de begeleiding door de toch flinke band heftig werd, viel het gesproken woord - hoe gepassioneerd of theatraal ook gebracht - in het niet en werd Rage's aandeel wat schreeuwerig en onverstaanbaar. Bij het ontbreken van een melodie raak je dan als publiek het houvast een beetje kwijt en gaat de boodschap verloren.

"We moeten er met z'n allen wat van maken. Verantwoordelijkheid nemen voor wat je doet of aanricht, of je nu zwart of pimpelpaars bent." De bevlogenheid van Van der Westen klinkt door in zijn woorden ter inleiding van 'Truth And Transition', een compositie die begint met een gesamplede toespraak van Steve Biko, die er steeds als een rode draad doorheen loopt. Qua impact een absoluut hoogtepunt.

In het voorprogramma stond Stian Westerhus. Deze gitarist slaagde erin zichzelf op zijn elektrische gitaar te begeleiden. Helemaal opgesloten in zijn spel hoorden we mysterieuze klanken die een bijna macabere sfeer creëerden, opbouwend tot een climax, uiteraard met de nodige dosis effecten en samples. De strijkstok hanterend ontstonden geluiden van een strijkensemble, maar dan ruig met een gevoelig randje. In het laatste gedeelte wel enigszins provocerend door de volumeknop zó ver open te draaien, dat het publiek naar de oren greep. Een ronduit opmerkelijke performance.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert.

(Donata van de Ven, 17.9.10) - [print] - [naar boven]





Nieuws
Eerste Dutch Jazz Expedition voert naar Thailand


Volgende week vertrekken vijftien toonaangevende Nederlandse jazzmusici voor tien dagen naar Thailand voor de eerste Dutch Jazz Expedition: een programma met concerten, workshops, lezingen en netwerkontmoetingen ter promotie van de Nederlandse jazz in het buitenland. De musici Peter Beets, Saskia Laroo, Jeroen van Vliet, Susanne Alt, Renske Taminiau, Phaedra Kwant, Eddie C, Cyril Directie, Eline Gemerts, Gijs Dijkhuizen, Rolf Delfos, Mete Erker, Roos Jonker, Marius Beets en Alexander Beets presenteren zich met een gevarieerd programma aan het Thaise publiek.

De Dutch Jazz Expedition is een idee van Alexander Beets, bedoeld om Nederlandse jazz op een doelmatige manier in het buitenland onder de aandacht te brengen. Beets, zelf een niet onverdienstelijke tenorsaxofonist, was ontevreden met de huidige initiatieven ter promotie van de Nederlandse jazz. Zijn concept een major league van Nederlandse topspelers uit te zenden en in het buitenland te laten samenwerken, voorziet in een mogelijkheid op efficiënte wijze het allerbeste van de Nederlandse jazz te presenteren in het buitenland en zodoende de afzetmarkt drastisch te vergroten. Beets (drijvende kracht achter ondermeer de Jazzdag in Amersfoort en Dutch Jazz Agency), koppelt aan het unieke initiatief tevens enkele netwerkmeetings, zodat de musici hun eigen muziek zelf kunnen promoten, alsmede 'blend-concerten' in samenwerking met lokale musici.

Het reisdoel van de eerste Dutch Jazz Expedition (september 2010) is Bangkok en het eiland Koh Samui, waar grote festivals staan gepland en in totaal zo'n 18.000 bezoekers worden verwacht. De keuze voor Thailand als eerste land voor de Jazzexpeditie is niet toevallig. In het verleden hebben reeds diverse Nederlandse musici aldaar opgetreden. Koning Bhumibol is een groot jazzliefhebber met veel aanzien. Hij wordt in Thailand steevast met saxofoon afgebeeld. In mei van dit jaar is ter voorbereiding een Thaise delegatie naar de Jazzdag in Amersfoort gekomen om te kijken welke musici de beste kans hadden op succes in Thailand. Daarnaast zijn er gesprekken geweest met veel musici, boekers en platenmaatschappijen. Het resultaat is dat er de komende maand albums met Nederlandse jazz zullen worden uitgebracht in Thailand. Er zijn contracten afgesloten met onder meer Challenge Records, Dox Records en Maxanter Records.

De Jazzexpeditie is een initiatief van stichting JazzNL, de organisatie achter de succesvolle Jazzdag. De expeditie wordt financieel ondersteund en mogelijk gemaakt door Buma Cultuur, Sena en het Fonds Podiumkunsten. Tijdens de Jazz & World-meeting in Amsterdam (begin december) worden de eerste resultaten gepresenteerd van de expeditie. Als deze veelbelovend zijn, zal elk jaar een dergelijke missie naar het buitenland geïnitieerd worden.

(Cees van de Ven, 17.9.10) - [print] - [naar boven]





Column Jo Dautzenberg / Vooruitblik
Mecc Jazz Maastricht: nieuw groots jazzfestival


"Als je van jazz houdt, ben je welkom. Als je iets nieuws wilt ontdekken, ben je welkom. Als je een avondje kwalitatief hoogstaand wilt stappen, ben je welkom. Kortom, als je jezelf en je vrienden onder wilt dompelen in jazz, wees dan 29 en 30 oktober in het tot jazz, art and meetpoint omgetoverde Mecc."

Op vrijdag 29 en zaterdag 30 oktober vindt voor de eerste keer Mecc Jazz Maastricht plaats. Jo Dautzenberg bezocht de persconferentie waarin het programma werd bekendgemaakt en blikt alvast vooruit op dit festival. Klik op bovenstaande button om zijn voorbeschouwing te lezen.

(Maarten van de Ven, 15.9.10) - [print] - [naar boven]





Cd
Art Blakey & The Jazz Messengers – 'For Minors Only' (Jazz Door, 2007)

Opnamen: augustus 1968 en april 1971

De Jazz Messengers van drummer Art Blakey kenden gedurende de jaren zestig en zeventig talloze bezettingswijzigingen. Vaak huurde hij Grote Namen in, maar die stonden lang niet altijd garant voor geïnspireerd werk. Integendeel: veel opnamen klonken eerder lusteloos en plichtmatig. Daar zou pas in 1977 verandering in komen. Heeft dat te maken met het gegeven dat het organisatorisch en logistiek hoofdkwartier van de Messengers zich vanaf dat jaar in Wageningen bevond, in casu de burelen van Wim en Ria Wigt, die Timeless Records bestierden?

Deze opnamen uit 1968 en 1971 zijn nochtans heel goed te pruimen. Verbindende schakel is, naast Blakey, trompettist Bill Hardman. De verrichtingen verschillen hemelsbreed – ook al omdat de sessie van '68 live is en die van '71 in een (radio?)studio opgenomen. De studio-opnamen zijn alleen al daarom bijzonder, daar ik geen andere documenten van de Jazz Messengers uit dat jaar ken. Tenorist Johnny Griffin en pianist Junior Mance zijn de belangrijkste solisten. Het lijkt even te duren voordat Griff op stoom komt. Pas vanaf het derde nummer, 'Deo-X', gaat hij er op zijn vertrouwde wijze ongenadig hard tegenaan. Van de ondergewaardeerde Mance kun je nooit genoeg in de kast hebben staan. Is hij de auteur van het gospelachtige 'Right Down Front'? De inlay geeft geen informatie – zoals dat bij het label Jazz Door helaas gebruikelijk is.

Levendiger - want live - klinken de opnamen uit 1968. Dit is meer een echte groep. En juist relatief onbekende sidemen als bassist Lawrence Evans doen hun stinkende best. Tenorist Billy Harper is er met zijn gloeiende solo's duidelijk op uit de brandveiligheid van Slugs Saloon te testen.

Deze recensie verscheen eerder in Jazz Magazine.

(Eddy Determeyer, 14.9.10) - [print] - [naar boven]





Interview
Hein van de Geyn


"Tja, dan heb ik nu die job aan het Rotterdams conservatorium, waar ik artistiek manager ben. Die is voor een stuk bureaucratisch, maar ook visionair; hoe kunnen we de richting bepalen voor een nieuw conservatorium van de 21e eeuw? Maar ja, ik ben het zat. En toen kwam ineens die grond in Zuid-Afrika te koop, nota bene naast ons huis! Daar was het moment om te doen wat ik al heel lang wilde doen: opnieuw beginnen. Ik stelde mezelf de vraag 'wie ben ik?' Een corpulente man van 53 met een goed stel hersens. That's it! Niet degene die met Chet Baker speelde en in Carnegie Hall. Of de bekende bassist in dat relatief kleine wereldje. Ik vind het heel prikkelend, dat je weer vooraan begint en niemand bent."

In een openhartig interview met Donata van de Ven vertelt een van Nederlands meest gelauwerde bassisten waarom hij zijn instrument aan de wilgen hangt. Daarnaast kijkt hij terug op zijn rijke carrière.

Lees hier het volledige interview aan de vooravond van zijn vertrek naar Zuid-Afrika.

Op vrijdag 17 september geeft Hein van de Geyn een afscheidsconcert in Porgy en Bess, Terneuzen, met zijn al meer dan 25 jaar bestaande trio met pianist Jack van Poll en drummer Hans van Oosterhout.

(Cees van de Ven, 12.9.10) - [print] - [naar boven]





Festivalverslag
ZomerJazzFietsTour 2010


"Dit is het beste jazzfestival van Nederland. En misschien wel van daarbuiten ook," hoorde ik tussen Garnwerd en Garnwerd twee keer van collega-fietsers. Je zult inderdaad goed moeten zoeken voordat je hier een manifestatie vindt die met evenveel smaak en liefde voor en kennis van de muziek is samengesteld."

Op vrijdag 27 en zaterdag 28 augustus bezocht Eddy Determeyer in het Groningse Reitdiepdal de 24ste editie van de ZomerJazzFietsTour. Hij zag er onder meer optredens van Furiopolis, Charles Gayle & Han Bennink, Eugene Chadbourne en The Dorf.

Klik hier om zijn festivalverslag te lezen.

Fotograaf Maarten Jan Rieder fietste mee en maakte een beeldverslag, dat je hier kunt bekijken.

(Maarten van de Ven, 9.9.10) - [print] - [naar boven]





Cd
The Vandermark 5 - 'Annular Gift' (Not Two, 2009) 2 CD


Possibly Vandermark's best known band, with the leader on tenor sax and Bb clarinet, Dave Rempis on alto and tenor, Fred Lonberg-Holm on cello, Kent Kessler on bass, and Tim Daisy on drums, it is also the band with the most composed material. All pieces have composed themes, are highly rhythmic (and how!), that are also the absolutely delightful backbone for the whole band to demonstrate their improvisational skills.

The arrival of Fred Lonberg-Holm on cello and electronics some years ago clearly gives a new flavor to the band, especially when he plays arco and in counterpoint to the horns, as in 'Second Marker', or on wild almost electric guitar-like excursions as on 'Cement'. This is one of the best Vandermark 5 albums, with a relentless drive all through the album, alternating traditional jazz unison arrangements with absolutely avant-garde improvisations and detours, with lots of body, but not the really danceable kind, with lots of soul, but then of the tormented kind.

The way these five musicians interact is among the best of that can be heard, without a doubt. They build complexities on complexities, even made more difficult by the breakneck speed of some of the pieces, but it's all dealt with in the most organic and natural of ways. This music will surely not only be the envy of every musician, but also of every composer and arranger.

Deze recensie verscheen eerder op
Free Jazz.

Meer zien en horen? The Vandermark 5 en Atomic live!
Ken Vandermark vormde eerder al een trio met pianist Havard Wiik en bassist Ingebrigt Haker Flaten van de Scandinavische new wave jazzband Atomic. Dat vormde de aanleiding voor de huidige Europese tournee, waarin zowel The Vandermarks 5 als het voltallige Atomic samen op het podium staan. Aanstaande zondag 12 september verzorgen zij een optreden - hun enige in Nederland - in het kader van Flux/S, een internationaal kunstenfestival dat plaatsvindt op het voormalige Philips-terrein Strijp-S in Eindhoven. Het concert begint om 21.30 uur. De entree bedraagt 8 euro.

(Stef Gijssels, 9.9.10) - [print] - [naar boven]





In memoriam
Noah Howard


Op vakantie in Zuid-Frankrijk is op vrijdag 3 september altsaxofonist Noah Howard overleden. Howard, die sinds 1982 in Brussel woonde, werd 67.

Als representant van de Amerikaanse avant-garde was Howard begin jaren zeventig ook vaak in Nederland te horen, doorgaans in gezelschap van tenorist Frank Wright. Binnen het Frank Wright-Noah Howard Quartet gaf de altist met zijn lyrische aanpak tegenwicht aan het spierballenvertoon van Wright.

Howard werd in New Orleans geboren, zong daar in het kerkkoor en werd met het jazzvirus besmet toen hij de solo van tenorist Paul Gonsalves hoorde in de Newport-versie van Duke Ellingtons 'Diminuendo And Crescendo In Blue'. Trompet was zijn eerste instrument, maar op zijn zestiende koos hij voor de altsax. In 1965 verhuisde Howard naar New York, waar hij deel ging uitmaken van de toenmalige zwarte voorhoede.
Twee jaar later vond het roemruchte festival voor nieuwe muziek in het Belgische Amougies plaats, het eerste bruggenhoofd van de jonge generatie vrije muzikanten uit New York in Europa. Velen bleven hier hangen; ook Noah Howard vestigde zich in Parijs, om later naar Brussel te verhuizen. Daar leidde hij een jazzclub en bestierde hij zijn label AltSax.

De Amerikanen waren overdonderd door de aandacht die ze in Europa van de pers, radio, televisie en platenfirma's kregen. "In drie dagen in Europa kreeg ik meer publiciteit dan gedurende de vijf jaar dat ik in New York zat," vertelde Howard Valerie Wilmer, de schrijfster van 'As Serious As Your Life'. "De belangrijkste invloeden, en niet slechts in muzikale zin, kwamen van [saxofonisten John Col]Trane en Albert Ayler. Ik heb veel met Albert gewerkt. Als personen en als artiesten waren Albert en ik erg close. Hij begreep mij, als jong artiest die iets wilde bereiken," zei hij ooit.

Zijn vroegste werk is gedocumenteerd op ESP Disk, Musidisc en een aantal andere kleine labels. Essentiële platen zijn 'The Ark' (1969), 'Live At The Village Vanguard' (1972), 'Message To South Africa' (1979) en 'In Concert' (1997). Op zijn meest recente cd, 'Voyage', die eerder dit jaar uitkwam, verwerkte hij niet-westerse invloeden.

(Eddy Determeyer, 9.9.10) - [print] - [naar boven]





Festivalverslag
SPS Jazz Festival, gemiste kans

vrijdag 27 augustus 2010, Breevaart, Reeuwijk

Na een aantal zeer natte dagen was het eindelijk droog. Sterker nog, de zon scheen en de temperatuur was aangenaam in Reeuwijk alwaar het SPS Jazz Festival op het punt stond een aanvang te nemen. De ontvangst was allervriendelijkst. Vier prima podia aan het water, diner en gratis drankjes voor de genodigden en over het programma werd gezegd dat het de twee voorgaande edities zou overtreffen. Helaas kon het niet aan die verwachting voldoen.

Bij een aantal podia bleef het angstvallig stil wat toehoorders betreft. De bezoekers die er rondliepen waren in het bezit van een VIP-pas en brachten het grootste gedeelte van hun tijd door achter de dis in de kroeg.

De Tiny Little Bigband mocht het spits afbijten, wat op zich niet zo'n probleem was, omdat hun podium zich tegenover de betreffende eetgelegenheid bevond (inclusief groot beeldscherm) en zo de schijnbare liefhebbers toch kon bereiken met hun veel te lange, saaie optreden. Laura Vane & The Vipertones en The Residence Funk Allstars trokken wel aardig wat publiek, maar het lukte hen niet om het stijve publiek in beweging te krijgen met hun swingende, funky optredens. Prima bands hoor, maar Jazz? Nee, dat was het niet.

Met verbazing zagen we ook DJ Maestro, toch geen kleine jongen op zijn gebied, die in de programmering als drijvende kracht achter Radio Jazz werd genoemd, wat dat betreft de mist ingaan. Aan zijn zijde zangeres MC Lex Empress, die meestentijds met haar rug naar het publiek stond en - zo leek het uit verveling - af en toe een praatje maakte met de 'maestro' zelf.

Sensual en Izaline Calister brachten in ieder geval kwaliteit. Prachtige zangeressen met uitstraling en inlevingsvermogen die weten waar ze over zingen en dat ook uit kunnen dragen. Toch waren ook bij hun de Braziliaanse en Caribische invloeden verheven boven de jazz, en zelfs daarbij kwam het publiek maar moeilijk los.

Door onbekende oorzaken bleven drie podia gedurende langere tijd onbespeeld, wat natuurlijk moordend is voor de aandacht van het toch al niet in groten getale uitgerukte publiek.

Derhalve kon Rob van de Wouw pas veel te laat met zijn optreden beginnen. Deze trompettist, één van de genomineerden voor een Edison 2010, kwam het dichtst in de buurt van wat je als jazz zou kunnen definiëren. Hij heeft een mooi geluid en wat hij deed toonde erg muzikaal, maar ook onrustig en zoekend. Er waren te weinig momenten waarin hij zich liet identificeren. Hij werd geflankeerd door prima muzikanten, zoals drummer Cyriel Directie, gitarist Marc Bien, bassist Manuel Hugas en op keyboards Wiboud Burkens. Maar hij had ook DJ Martin Rascher bij zich. Er werd dus veel gesampled. Ook bij dit optreden lag de nadruk op de beats en de swing. Het beste optreden van de avond, dat wel. En juist hier was de opkomst bedroevend.

Als afsluiter mocht saxofonist Hans Dulfer nog een duit in het zakje doen. Dulfer heeft zijn naam mee en in een grijs verleden kon hij best een aardig deuntje blazen, maar bij dit optreden met de New Jazzband lag de nadruk op het produceren van ongenuanceerde klanken, die vooralsnog opzwepend en dansbaar moesten zijn. Daarmee werd het plaatje belangrijker dan de muzikale essentie. Tekenend was dat het aanwezige publiek dit optreden wél kon waarderen...

Me dunkt dat met zulke goede sponsors, deze ambiance en de prachtige locatie het mogelijk moet zijn om je als festival op de kaart te zetten. Maar voor een jazzfestival dan wel met een zodanige programmering! Jammer, gemiste kans.

Een fotoverslag van dit festival volgt nog.

(Donata van de Ven, 8.9.10) - [print] - [naar boven]





Nieuws
I Compani viert 25-jarig jubileum


I Compani is jarig. Al 25 jaar speelt deze groep onder de bezielende leiding van saxofonist/componist Bo van de Graaf opvallende producties. In het jubileumprogramma 'Mangiare!' worden de smakelijkste gerechten uit 25 jaar I Compani opgediend.

Een aantal composities van Nino Rota komen weer op de tafel en ook delen uit eerdere producties zullen te horen zijn. Zoals de titel al aangeeft, gebeurt er in 'Mangiare!' iets met eten. Er wordt een feestdis aangericht. Daarnaast speelt de band veel nieuw materiaal, composities van Van de Graaf. Smakelijke titels als 'Taai', 'Ik Krijg ’t Niet Weg', 'De Glazen Gevuld', 'Saus' en 'Bittersweet' worden voorzien van filmbeelden waarin eten centraal staat.

Op film zien we de musici van I Compani uit heden en verleden aan tafel. Deze beelden worden afgewisseld met fragmenten en stills uit beroemde en minder beroemde films waarin gegeten wordt. Opvallende, grappige, mooie en hilarische eetscènes uit de Franse en Italiaanse cinema vormen een deel van het decor voor het feestelijke concert.

'Mangiare!' is jazzfood volgens Fellini-recept. Een voorproefje is te zien en te horen tijdens het komende UITfestival Nijmegen, zaterdag 11 september in het Valkhofpark. Aanvang: 21.50 uur.

Kijk voor meer informatie en speeldata op de
website van I Compani.

(Maarten van de Ven, 7.9.10) - [print] - [naar boven]





Cd's
The Thing - 'Bag it!' (Smaltown Superjazzz, 2009)
Sonic Youth, Gustaffson & Merzbow - 'Andre Sider Af Sonic Youth' (SYR 8, 2008)
The Original Silence - 'The Second Original Silence' (Smaltown Superjazzz, 2009)


De Zweedse saxofonist Mats Gustafsson heeft een voorkeur voor optreden in situaties die een bijna onmogelijke energie lijken te vereisen voor een blazer. Hij speelt in Peter Brötzmanns Chicago Tentet, in projecten samen met Ken Vandermark en in verschillende bezettingen met drummer Paal Nilssen-Love en anderen. Zijn samenwerkingen met noise- en rockbands zijn legio. Een van de beste plekken om te beginnen naar hem te luisteren is het powerjazztrio The Thing, met naast Gustafsson en Nilssen-Love bassist Ingebrigt Håker Flaten. Daar krijgt hij de volledige ruimte om zijn vernietigende, maar gedetailleerde techniek te tonen.

Gustafsson is dol op multiphonics, het compleet splijten van noten, en het blazen van bijna obsceen hoge noten op zijn baritonsax. Van zijn arsenaal, dat naast bariton, alt en tenor de onwaarschijnlijke schuifsaxofoon bevat, is hij op zijn bariton het meest herkenbaar. Vaak speelt hij ook nog elektronica, een vrij brede noemer waaronder in zijn geval vooral een soort feedback verstaan moet worden. Die feedback is grof en vol ruis, want als Gustafsson kan, zal hij altijd een flinke bak herrie produceren. Toch geldt ook daarvoor dat er muzikaliteit in te ontdekken valt.

We bespreken een aantal cd's van projecten en bands waaraan deze saxofonist zijn medewerking heeft verleend, te weten: The Thing - 'Bag it!' (Smaltown Superjazzz, 2009), Sonic Youth, Mats Gustaffson & Og Merzbow - 'Andre Sider Af Sonic Youth' (SYR 8, 2008) en The Original Silence - 'The Second Original Silence' (Smaltown Superjazzz, 2009).

Klik
hier om de recensies te lezen.

Meer zien en horen?
In oktober geeft The Thing een paar concerten in Nederland met de Japanse gitarist Otomo Yoshihide. Op zaterdag 9 oktober spelen zij tijdens het Rumor-festival in het SJU Jazzpodium, Utrecht. Een dag later is het viertal te zien in het Grand Theatre in Groningen. En op woensdag 13 oktober staat The Thing featuring Otomo Yoshihide geprogrammeerd in Paradox, Tilburg.

(Sybren Renema, 6.9.10) - [print] - [naar boven]





Festivalverslag
Jazz Middelheim 2010 Part 4

donderdag 12 augustus 2010, Park Den Brandt, Antwerpen

Wat ooit begon als een jazzpromenadeconcert, is nu het oudste jazzfestival van België. Op donderdag 12 augustus ging de 29ste editie van Jazz Middelheim op de vaste locatie Park Den Brandt van start met een programma vol internationale grootheden.

Het begon met Facing East, een band met José James (zang, loops, bells), Jef Neve (piano), Michael Campagna (tenor-en sopraansaxofoon, fluit), Neville Malcolm (bas), Richard Spaven (drums). Zij wilden de muziek van John Coltrane in nieuwe vormen gieten. Coltrane-composities werden in liedjes verpakt. Avontuurlijk en risicovol tegelijk, want uitsluitend pianist Neve en bassist Malcom wisten met hun geweldig solo's indruk te maken en daagden elkaar bovendien tot een topprestatie uit. Vooral Neve heeft zich uit de romantiek-hoek gespeeld en was energiek en temperamentvol. Echter: Coltrane's doordringendheid kwam niet volledig tot zijn recht. Op eerste plaats is de lichte stem van James meer geschikt voor popmuziek. Daarnaast was het ook moeilijk een dergelijke intensiteit te creëren op een locatie die op een feesttent leek.

Met saxofonist en zanger Archie Shepp kwam een vertegenwoordiger van de radicale jaren zestig op het podium. Shepp was niet meer zo radicaal en avant-garde als op jonge leeftijd, maar hij liet met zijn band - bestaande uit Tom McClung (piano), Steve McCraven (drums), Daryll Hall (bas) en speciale gasten Roswell Rudd (trombone) en Leon Parker (percussie) - solide en stevige jazz met veel elementen uit de rhythm-and-blues horen. Het optreden werd aangevuld met inspirerend en expressief spel van trombonist Rudd. Een plezierig concert van een allrounder en entertainer uit de goede oude tijd.

Van een totaal andere sfeer was het optreden van het McCoy Tyner Trio met speciale gast Joe Lovano. Hier lag de nadruk op harmonie en sensuele momenten. Met drummer Eric Gravath en bassist Gerald Cannon speelde pianist Tyner vanuit het hart, met een fijn gevoel voor akkoorden. De stevig spelende Lovano zorgde voor verfrissende contrasten, terwijl Cannon en Gravath innig met elkaar communiceerden. Openhartig, maar tegelijkertijd met een voorname en gedistingeerde stemming, was het een charismatisch en waardig concert.

Klik hier voor een fotoverslag van deze festivaldag door Cees van de Ven.

Meer horen?
De Belgische cultuurzender Klara zond alle concerten van Jazz Middelheim rechtstreeks uit vanaf het festivalterrein. Klik hier om de concerten te herbeluisteren.

(Sabine Fleig, 5.9.10) - [print] - [naar boven]





Vooruitblik
Jazz Brugge 'from Europe'

Met Jazz Brugge is de fraaie Vlaamse stad sinds 2002 een jazztraditie met een geheel eigen karakter rijker. Het vierdaagse festival vindt plaats van donderdag 30 september tot en met zondag 3 oktober. Bewust wordt gekozen voor topjazz van uitsluitend Europese bodem, uitgevoerd in diverse en bijzondere binnenlocaties. Jazz Brugge onderstreept deze eigen identiteit in het uitroepteken dat in het logo is verwerkt, en onderscheidt zich daarmee van Gent Jazz en Jazz Middelheim.

Het programma vermeldt vijf concerten per dag van onder anderen Enrico Rava Quintet, Courtney Pine Band, Keith Tippet, Cezariusz Gadzina, Luciano Biondini & Javier Girotto, Mikko Inanen, Michiel Braam, Bert Joris en het Brussels Jazz Orchestra.

Jazz Brugge brengt een programma dat uitmunt in vrijheid van musiceren, op basis van zeer uiteenlopende muziekstijlen. Dat kan eigenlijk ook niet anders met deze bijzondere bundeling van jonge en gelouterde jazzmusici uit alle windstreken van Europa. Er is een ruime randprogrammering van films, exposities en jamsessies.

Brugge zelf? Dat verveelt nooit. Wie genieten wil van een heerlijk herfstweekendje historie, culinaire verwennerij en jazz van de bovenste plank is eind van deze maand te vinden in Brugge.

Klik
hier voor een uitgebreid programmaoverzicht en nadere informatie.

(Cees van de Ven, 3.9.10) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...






Menupagina's:

Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Neerpelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.