Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 




De basis van de westerse populaire muziek in het Noorderplantsoen
Grupo Fantasma & Jazzfanfare, vrijdag 21 augustus 2009, Noorderzon Festival, Groningen

Al is het Groninger Noorderzon Festival primair een theateraangelegenheid, het omvat ook een uitgebreid en gratis toegankelijk muziekprogramma. Elke avond staan er op twee openluchtpodia lokale en internationale pop- en jazzbands. Zo openden de Jazzfanfare uit Groningen en Grupo Fantasma uit Austin dit jaar het festival – een dag na de geplande ouverture, dit in verband met een weeralarm dat uiteindelijk één goeie donderslag opleverde.

Dat de latino's uit Texas, eenmaal ontdekt door zanger en producer Prince, in diens voorprogramma mochten touren, verbaasde niet. Een goed op elkaar inhakende club percussionisten en een swingende en krachtdadige blazersgroep bracht een feestelijke potpourri van ouderwets-strakke mambo's, samba's en merengues. Bijna alsof de dagen van Irakere waren wedergekeerd. Aan de overkant van de vijver danste de dichter Eddie F. zich in het water. Wanneer de groep evenwel gas terugnam, leek ook de cohesie binnen de band los te scheuren.

In een ander deel van het fraai geïllumineerde Noorderplantsoen speelde de Jazzfanfare van zanger Harry van Lier. Dit gezelschap grasduint sedert 1996 in kopermuziek uit velerlei windstreken. Zowel Nina Rota als de Skatalites, Lou Reed als Alan Laurillard lagen op de lessenaars. 'Sticky Fingers' van die laatste had een link met de Balkan, maar aardiger nog vond ik 'De Tranen Op Het Graf Van Mijn Moeder', een Italiaanse begrafenismars. Daarin werd het charmante gammelige van de fanfare bijna overschaduwd door de verbeten ijver waarmee de veeleisende harmonieën en het nauwluisterende samenspel vorm kregen.

Grappig dus dat je op één avond de complete basis van de westerse populaire muziek kon beluisteren. Brassbands zorgden immers gedurende de negentiende eeuw overal ter wereld voor amusements- en dansmuziek en tegelijkertijd begon vanuit het Caribisch gebied een nimmer eindigende dansprocessie van clavesritmes.

(Eddy Determeyer, 31.8.09) - [print] - [naar boven]





Hot House viert 40-jarig bestaan

Jazzpodium Hot House in Leiden wordt dit najaar 40 jaar. Dat wordt gevierd in het weekend van 13, 14 en 15 november 2009. Vier componisten van uiteenlopende leeftijd komen dan, met hun band, spelen bij Hot House en nemen ieder een première mee. De oudste is rietblazer Theo Loevendie (79), de jongste gitarist Guillermo Celano (32). De anderen zijn bassist Arnold Dooyeweerd (63) en pianist Michiel Braam (45). Hen is gevraagd een compositie te maken bij het jubileum en daarin te verwijzen naar de bebop-standard 'Hot House' (1945) van Tadd Dameron.

Hot House koos voor dit idee als een eerbetoon aan alle muzikanten die er speelden en spelen. Maar ook om te verklanken dat the music never stops en elke nieuwe toon voortkomt uit wat daarvóór te horen was; veertig jaar geleden, gisteren of een seconde terug.

1969-2009: veel jazz, steeds minder podia. Hot House gaat graag door. Haar jazzhistorie barst van de topnamen en mooie verhalen. Met soms een teleurstelling. Enkele feiten: het legendarische optreden van Ben Webster met Tete Montoliu in 1972 staat op de plaat. Oktober 1972: Dexter Gordon, contractueel drooggelegd, ontsnapte in de pauze naar de dichtstbijzijnde bar en speelde daarna nog mooier. 7 maart 2009: staande ovatie na concert Anderson-Bennink-Möbus-Glerum-Van Kemenade.

De speellijst van Hot House 1969-2009 telt zo'n 700 concerten. In de afgelopen tien jaar kwam er veel samenwerking van Hot House met twee andere Leidse podia: Cultureel Centrum De X en Burcht Jazz. Gedrieën organiseren zij regelmatig festivals – het tweejaarlijks Festival Grenzenloos - en speciale projecten zoals workshops en de Trilogieën, waarin één muzikant drie dagen carte blanche krijgt.

Voor uitgebreide informatie over dit componisten weekend en overige concerten klik
hier.

(Jacques Los, 31.8.09) - [print] - [naar boven]





Wanneer tijd stilstaat
Mete Erker, Jeroen van Vliet & Kristina Fuchs, donderdag 28 mei 2009, JIN, De Lindenberg, Nijmegen

Dit is het laatste concert van saxofonist Mete Erker als 'musician in residence' van de Lindenberg in het seizoen 2008-2009, op uitnodiging van stichting Jazz & Impro Nijmegen (kortweg JIN). Deze keer speelt hij met Jeroen van Vliet op piano en Kristina Fuchs op Hang (een van origine Zwitsers instrument, een binnenstebuiten gekeerde steeldrum) en zang.

Erker en Van Vliet spelen al zo'n twintig jaar met elkaar. In zijn aankondiging geeft Erker aan dit als een bijzonder jubileum te ervaren. Het tweetal is goed op elkaar ingespeeld en weet de sfeer mooi op te bouwen, waarbij Erker sopraan- en tenorsaxofoon afwisselt met basklarinet, waarop hij sensuele, lang aanhoudende klanken voortbrengt. De twee muzikale vrienden vullen elkaar aan en wisselen elkaar af, met veel overtuigingskracht, intensiteit en snelheid. De sterke timing van hun spel komt ook naar voren in 'Treasure'. In zijn solo vertelt Van Vliet hier een pakkend melancholisch verhaal.

Fuchs belooft er een bijzonder concert van te maken met haar stem, die ze inzet als een soort kunstwerk. Ze is afkomstig uit Zwitserland en neemt die achtergrond ook mee in haar zang. Daarin is bijvoorbeeld het jodelen ook terug te horen. Ze vocaliseert, afgewisseld met het zingen van mooie lyrische en melodische liederen. Het vocaliseren doet haar stem meer recht aan, wat is terug te horen in de verrassende composities 'Red Sun' en 'Road Song', beide door haarzelf geschreven.

Er wordt veel meer geïmproviseerd met elkaar in de tweede set, die een vrij karakter aanneemt. De liederen worden doorleefd gezongen, komen poëtisch over en doen ertoe. Daarbij gebruikt Fuchs ook samples, die ze middels een laptop creëert. In het slotnummer, waarin Fuchs vocaliseert en praat in het Zwitsers, horen we Afrikaanse en Arabische invloeden. Van Vliet en Fuchs dagen elkaar uit. De pianist weet zich exact in dit nummer te plaatsen. Erker op basklarinet maakt van het geheel een dromerige en prachtig complete compositie.

Het concert is erg vrij, energiek en melancholisch, met drie muzikanten die elkaar volop de ruimte bieden in hun spel. De Hang geeft de composities een mooie sfeer en vervolmaakt het geheel. Het geeft veel innerlijke ruimte voor jezelf, doordat de oerklanken van dit muziekinstrument helend aandoen.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Cees van de Ven.

(Josien Lucassen, 31.8.09) - [print] - [naar boven]





Festivalverslag Jazz Middelheim 2009: Dag 3
zaterdag 15 augustus 2009, Park Den Brandt, Antwerpen

De derde dag van Jazz Middelheim 2009 stond in het teken van eertbetoon aan twee grote jazzblazers, Freddie Hubbard en Chet Baker. Zo waren er in het Antwerpse park Den Brandt optredens van de all-star formatie The Cookers, MSG (Mahanthappa-Sardjoe-Guilfoyle), 'Chet Mood' (met onder andere Enrico Rava en Philip Catherine) en de 'peter' van het festival, Toots Thielemans. Onze verslaggever Jacques Los en fotograaf Cees van de Ven doen verslag in woord en beeld.

Klik hier voor hun festivalverslag van de derde en voorlaatste dag.

Meer weten?
Kijk op de website van Jazz Middelheim voor achtergrondinformatie, interviews en video-impressies van dit festival.

(Maarten van de Ven, 29.8.09) - [print] - [naar boven]





Ran Blake - 'Driftwoods' (Tompkins Square, 2009)

Ondanks releases op Soul Note en hatOLOGY blijft de Amerikaanse pianist Ran Blake voor het brede jazzpubliek een nobele onbekende. Hij heeft er dan ook voor gekozen zich toe te leggen op het lesgeven aan de New England Conservatory in Boston. Naar eigen zeggen wordt Blake's artistieke universum gedomineerd door de film noir enerzijds en vocalisten anderzijds. Op 'Driftwoods' koppelt hij die geheimzinnige filmsfeer aan songs uit het repertoire van zangers en zangeressen als Billie Holiday, Mahalia Jackson, Nat King Cole, Sara Vaughan en Hank Williams. Toch is 'Driftwoods' geen zangerige sfeerplaat geworden, maar een verrassend en onvoorspelbaar album. Het hoekige en hortende doen denken aan Monk, maar Blake gaat nog verder. Het resultaat bestaat uit ongemakkelijke, soms haast kubistische versies van songs, zonder dat er karikaturen van gemaakt worden.

Toch lijkt het allemaal heel simpel door de duidelijke en bijna continu volgehouden opsplitsing waarbij de linkerhand de begeleiding verzorgt en de rechter de melodieën levert. De bekende melodieën blijven herkenbaar, maar krijgen een stevige twist mee. Plots opduikende cesuren geven de indruk dat Blake even moet zoeken naar de juiste noten. Deze schijnbare onhandigheid maakt zijn interpretaties verrassend, waardoor ze dwingen tot luisteren. Blake is duidelijk niet de man van de klassiek vocale lijn, maar stopt zijn frases vol atypische instrumentale uithalen, uitschuivers, haperingen en schreeuwen.

De begeleiding lijkt aanvankelijk nog eenvoudiger. Meer dan eens zijn er zuivere, in een regelmatig ritme gespeelde akkoorden te horen, maar geleidelijk aan verwringt de pianist het materiaal tot in het dissonante. Daardoor nemen songs verschillende gedaanten aan, maar de term eclecticisme mag deze keer in de kast blijven; Blake heeft zijn volledig eigen visie op de songs, waarvoor hij niet de hele traditie moet aanhalen.

Een naam die wel voor de geest komt – naast die van Monk – is die van Debussy, zeker wanneer de goed gevulde akkoorden parallel omhoog of omlaag schuiven. Bij Blake gebeurt dit echter niet in het zacht vloeiende kader waarin de muziek van de Franse componist zo graag gespeeld wordt. Naast de schijnbare aarzelingen zijn het hier vooral de harde aanslagen die het impressionistische prentje aan flarden schieten. Hoe hard Blake een enkele noot durft aanzetten, is overal op de plaat hoorbaar, maar nergens zo drastisch als bij het begin van 'I’m Going To Tell God'. Door deze ongewone manier van spelen creëert de pianist grote dynamische contrasten, die ook hun weerslag hebben op de ritmiek. De hard aangeslagen noten mogen immers naklinken als een zinderende beiaard, waardoor het contrast met de extreem kort afgeblokte tonen extra groot wordt, een effect dat vooral in de gospel 'There’s Been A Change' maximaal uitgebuit wordt.

Het eindresultaat is een vaak erg donkere sfeer die heel uiteenlopende stukken als het Braziliaanse 'Cancao Do Dol' en het legendarische 'Strange Fruit' kleurt. Vooral dat laatste nummer wordt door Blake ongemakkelijk beklijvend gespeeld. Bijzonder knap is ook de afsluiter 'You Are My Sunshine', waarbij de overbekende melodie oplost tussen de begeleidende tonen. Een mysterieus einde voor een heel persoonlijk verhaal dat nog lang niet af is.

Deze recensie verscheen eerder op Kwadratuur.be

Meer horen?
Op de
MySpace-pagina van Ran Blake om de track 'I Loves You, Porgy' (sic) te beluisteren.

(Koen Van Meel, 28.8.09) - [print] - [naar boven]





Rörby stuwt kwartet naar grote hoogte
Michael Rörby & Thijs Cuppen Trio, maandag 17 augustus 2009, Old Quarter, Amsterdam

Het Thijs Cuppen Trio, aangevuld met gastsolist Michael Rörby, communiceerde deze maandagavond niet alleen boeiend en wervelend, maar bleek ook over een onverklaarbare stimulerende eigenschap te beschikken, die elke speler schijnbaar boven zijn eigen potenties deed uitstijgen. Zelfs zodanig, dat deze spelversterking door geen macht ter wereld meer te stuiten leek. Eigenlijk begrijp je dit als geboeide toeschouwer niet; je zit of staat daar naar te kijken en denkt: 'Wat hééft die musicus?!'. Nou gewoon, die musicus heeft hét op dat moment, en dan weet je al dat de avond beslist niet meer stuk kan.

Deze avond was een belangrijke rol weggelegd voor de in 2001 uit Stockholm naar Amsterdam verhuisde Zweedse trombonist Michael Rörby. Deze wervelend spelende blazer schijnt zijn beschikbare tijd te verdelen tussen Amsterdam, New York en Parijs. Dus nu was Amsterdam aan de beurt en Rörby zorgde er voor dat The Old Quarter al snel gevuld werd met jazzmuziek vol vuur en avontuur. Met zijn wendbare trombonespel toverde Rörby creatieve akkoordenescapades van laag tot hoog, daarbij zijn aandachtig luisterende publiek goed aankijkend.

Geopend werd met een Hank Mobley-stuk, dat na een aftastend begin al snel de juiste groove kreeg. Opvallend in het spel van Rörby is zijn duidelijke en vloeiende stijl van excelleren, waarin een directe associatie met Curtis Fullers spel merkbaar is. Rörby bezit de gave om vlot te soleren, zonder daarbij zelfs maar een moment de verrichtingen van zijn medemusici uit het oog te verliezen.

Het gekozen repertoire, met een enorme drive gespeeld en vol onverwachte tempowisselingen, omvatte niet alleen de bekende composities, maar ook een aantal zelfgeschreven stukken. Vooral in deze laatstgenoemde categorie probeerde Rörby een sfeerbepalende uiting te creëren die terug te voeren was naar zijn geboorteland Zweden. Niet verwonderlijk dat hier een aantal in mineur gespeelde nummers bij zaten, met titels als 'Manskimmer'.

De eerste set werd in hoog tempo gespeeld, waarbij het plezier van musiceren van het kwartet afspatte. Thijs Cuppen klaterde als nooit tevoren op zijn piano en contrabassist Jacko Schoonderwoerd stond werkelijk als een rots in de woelige branding te spelen. Hij is dan ook een virtuoze speler die alles om zich heen feilloos aanvoelt. Ook de jeugdige drummer Klaas van Donkersgoed wist deze avond een wervelende show te presenteren.

De tweede set ging na de pauze direct over in de gebruikelijke jamsessie, die normaal gesproken pas om elf uur losbarst. Stukken als 'Spark Plug' (van Melvin Sparks), 'Waiting', een eigen stuk van Rörby, 'Oleo' (Sonny Rollins) en 'Caravan' (Tizol, Ellington en Mills), werden met diverse aanschuivende musici bruisend gespeeld.

Een bijzonder geslaagd concert, dat je doet verlangen naar de volgende keer dat deze rastrombonist Amsterdam weer aandoet.

Meer weten?
De website van Michael Rörby.

(Rolf Polak, 27.8.09) - [print] - [naar boven]





Radio 6 haalt Giel Beelen binnen

Met een marktaandeel schommelend tussen 0,1 en 0,2 procent breekt Radio 6 vooralsnog geen potten, maar er is zeker potentie voor jazz op de radio. Kijk bijvoorbeeld naar Arrow Jazz FM dat in haar hoogtijdagen 0,7% marktaandeel wist te bemachtigen. Dat Radio 6 zich heeft voorgenomen om dé jazzzender van Nederland te worden, blijkt wel uit het feit dat het publieke station weer een paar bekende namen heeft aangetrokken. Zo werden Sylvana Simons en 'popprofessor' Leo Blokhuis binnengehaald. En nu komt ook Giel Beelen.

De populaire ochtend-dj van 3FM krijgt met ingang van 5 september 2009 een eigen programma op de zaterdagavond van Radio 6. Het programma gaat 'GielJazz' heten en richt zich op de wat hippere jazz, die ook wel bekend staat als acid jazz, nu jazz, smooth jazz en Wicked Jazz Sounds. Giel Beelen laat in een uurtje de allernieuwste releases en de classics binnen deze genres horen. GielJazz is er elke zaterdag van 18.00 tot 19.00 uur op Radio 6.

(Maarten van de Ven, 27.8.09) - [print] - [naar boven]





Marc Ribot – 'Saints' (Atlantic, 2001)

Marc Ribot is behalve een drukbezette sessiegitarist een artiest met een eigen carrière als gitarist, bandleider en componist. Een grillige carrière, waar soms weinig continuïteit in valt te ontdekken, maar juist dat maakt Ribot zo interessant.

'Saints' is een sleutelplaat in het oeuvre van Ribot. Het is allesbehalve een commerciële cd, vreemd genoeg uitgebracht op een groot label. De twaalf covers laten zien waar Ribot de mosterd haalt. De keus is op zijn minst verrassend te noemen: The Beatles naast Albert Ayler en John Zorn, dat maak je niet vaak mee.

Ribot is een gitarist die zich, net als iemand als Tom Waits, niets aantrekt van heersende trends en zijn eigen gang gaat. Maar 'Saints' is allesbehalve een rommeltje; de opnametechniek en uitvoering zijn perfect. Als gitarist is Ribot geïnteresseerd in radicale experimenteerders als Derek Bailey en diens volgelingen, al onderscheidt hij zich van al te gemakzuchtige kopieerders van diens stijl. De sporen van punk en no-wave hebben een blijvende invloed op zijn interpretatie van klassieke stukken en speelstijl. Wat veel mensen daarbij uit het oog verliezen is dat Ribot klassiek gitaar kan spelen, van blad leest en een uitstekend arrangeur is. Al deze elementen worden verenigd op 'Saints'.

Het album klinkt kaal en eenzaam. Het is muziek zonder haast en zonder houvast, er is geen overheersende stijl of traditie; Ribot schakelt van noise naar een akoestisch model en ook binnen een compositie wordt even makkelijk het arrangement aan de kant geschoven voor een atonale verkenningstocht. Het levert fascinerende muziek op, die bij de luisteraar om geduld vraagt. Het mooie is dat Ribot weet hoe hij zijn publiek kan boeien met een mooie melodie. Zo zal de uitvoering van 'Happiness Is A Warm Gun' geen luisteraar onberoerd laten. Hetzelfde geldt voor Evan Lurie's 'It Could Have Been Very Very Beatiful'. Een verhaal apart zijn de bewerkingen van de freejazz-composities van Albert Ayler (dat een vervolg zou krijgen in het Spiritual Unity-project van Ribot, met onder andere Aylers bassist Henry Grimes).

Het is eigenzinnigheid troef, maar wie deze cd vaker opzet, zal op den duur niet meer zonder willen.

Meer weten?
De
website van Marc Ribot.

(Eric van Rees, 27.8.09) - [print] - [naar boven]





Festivalverslag Jazz Middelheim 2009: Dag 2
vrijdag 14 augustus 2009, Park Den Brandt, Antwerpen

Op vrijdag 14 augustus bracht Jazz Middelheim 2009 achtereenvolgens het Erik Vermeulen Trio, 'Hans Teeuwen Zingt' en Dee Dee Bridgewater op het podium in het Antwerpse park Den Brandt. Onze verslaggever Jacques Los en fotograaf Cees van de Ven doen verslag van een andermaal geslaagde festivaldag.

Klik hier voor hun festivalverslag in woord en beeld van de tweede dag.

Meer weten?
Kijk op de website van Jazz Middelheim voor achtergrondinformatie, interviews en video-impressies van dit festival.

(Maarten van de Ven, 25.8.09) - [print] - [naar boven]





Gent Jazz impressies: Randy Weston African Rhythms
vrijdag 10 juli 2009, Bijloke, Gent

Pianist Randy Weston gelooft in het helende vermogen van muziek. "Muziek heeft een grote spirituele kracht, zonder twijfel de grootste van alle kunsten." Bezoekers van het Gent Jazz Festival konden dat na zijn overweldigende concert op het Bijlokepodium alleen maar beamen.

Randy Weston leerde als jongetje in het Brooklyn van de jaren veertig alle grote jazzmusici van toen kennen. Nat King Cole, Art Tatum en Duke Ellington waren zijn helden. Maar Thelonious Monk had misschien wel de grootste invloed op zijn pianospel. En terwijl de wereld zich laafde aan de klanken van de Beatles en de Stones, trok Weston voor het eerst naar Afrika, het begin van een levenslange fascinatie met dit continent. De 83-jarige pianist wordt nog steeds beschouwd als een van de belangrijkste hedendaagse pianisten en componisten. Zo zei jazzcriticus Stanley Crouch over hem: "His art is more than projection and time; it's the result of a studious and inspired intelligence... an intelligence that is creating a fresh synthesis of African elements with jazz technique."

In Gent keerden Randy Weston (piano), Alex Blake (bas) en Neil Clarke (percussie) terug naar de basis waar jazz is ontstaan: Afrikaanse ritmes en blues. Westons pianistiek is basaal, to the point, spaarzaam en zonder clichés. Hij speelde stevig en helder, de toetsen beroerend met een licht touché, losjes, elegant en vol verrassende wendingen. Zijn composities zijn pakkend; stukken als 'Little Niles' en 'African Sunrise' zijn klassiekers-in-dop.

Fabelachtig, imposant en onontkoombaar was bassist Blake. Zittend en met zijn contrabas haast horizontaal voor zich bespeelde hij het instrument als door voodookrachten gegrepen. In 'Berkshire Blues' gaf hij een fenomenale bassolo ten beste, waarin hij zijn snaren plukte, tokkelde en streek, maar ook bewerkte met zijn vuisten, evenals het klankcorpus van zijn instrument. Blake beschikt over een grote technische vaardigheid, en gaat zijn bas te lijf alsof het een gitaar is. De interactie met Clarke was intricaat, subtiel en veelkleurig. Het tweetal speelde met een enorme drive en creëerde soms bezwerende drones, waaroverheen Weston naar hartenlust improviserend zijn melodische pianolijnen kon draperen.

Hoe goed gekozen en toepasselijk de naam 'African Rhythms' wel is voor deze formatie, bleek uit het feit dat de drie muzikanten hun instrumenten zonder uitzondering zeer ritmisch gebruikten; ook Weston zette zijn klavier regelmatig in voor percussief en opzwepend pianospel. Neil Clarke beheerste zijn drumkit met vier conga's volledig. Hij kreeg ook alle ruimte om zich solistisch te manifesteren en deed dat met aansprekend creatief polyritmisch spel.

Westons muziek wist het publiek uit te dagen en mee te slepen. Zo bleek 'Blue Moses', waarin de toon werd gezet door een diepe, rootsy baslijn - later overgenomen door de bas, één brok dynamiek, met een behoorlijk stevige forte passage, waarin de toeschouwers participanten werden met hun ritmisch geklap. De zonnige klanken van Randy Weston African Rhythms hadden hun doel niet gemist.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Cees van de Ven.

(Josien Lucassen & Maarten van de Ven, 24.8.09) - [print] - [naar boven]





Erik Vermeulen Trio - 'Live Chroma' (W.E.R.F., 2009)

Pianist Erik Vermeulen vertoeft graag in het trioformat. In de loop der jaren heeft hij heel wat duo's naast zich gehad met vaak klinkende namen uit de Belgische jazz. In vergelijking met 'Inner City' uit 2002, zijn vorige album onder eigen naam, wordt voor 'Live Chroma' bassist Eric Surmenian vervangen door Manolo Cabras; drummer Marek Patrman blijft achter het drumstel zitten, waarmee Vermeulen meteen zeker is van de stevigste ritmetandem uit de hedendaagse Belgische jazz.

'Live Chroma' klinkt homogener dan 'Inner City'; geen gewriemel meer in de klankkast en langere tracks, hoewel het langste stuk nog steeds afklokt onder de acht minuten. De gave esthetiek van Vermeulen blijft een dominante factor. Weinig landgenoten klinken zo uitgesproken melodisch en pianistiek secuur als deze muzikant. Zijn kwaliteiten tonen zich niet meteen in grote virtuositeit, maar in zijn beheersing van het egale melodische spel. Vermeulen kan notenslingers perfect realiseren, maar is eerder spaarzaam met vingervlugheid en dynamische uitbarstingen zijn hem al helemaal vreemd.

De precisie en het afgewogen spelen zijn het meest uitgesproken in het betoverende solostuk 'Relic'. De magische sfeer weet hij bovendien op te roepen zonder te moeten terugvallen op catchy songs of dromerige akkoorden. Zoals steeds kiest Vermeulen ook op dit album voor gesloten melodieën die soms aan het atonale grenzen. Gecombineerd met zijn pianistieke vaardigheden ontstaat zo een heel eigen lyriek, waarbij het ontbreken van duidelijke rustpunten voor lange spanningsbogen zorgt. Melodielijnen klinken soms onbestemd, zoals in 'The Old Century', waarbij de contouren van een ballad hoorbaar zijn, zonder dat die helemaal uitgesproken wordt.

De melodische, maar erg persoonlijke benadering van Vermeulen wordt versterkt door het vrij bewegende duo achter hem. Hoewel de piano vaak de boventoon voert, mogen Cabras en Patrman hun eigen weg gaan. Beweging en stilstand komen zo op erg onverwachte momenten, het metrum lijkt vaak vrij en het ontbreken van grote climaxen zorgt voor een dynamisch niemandsland waarin de muziek onvoorspelbaar en verrassend blijft. Ondanks (of net dankzij) alle abstractie, vaagheid en onduidelijkheid voert de muziek de luisteraar probleemloos mee op een trip van pure schoonheid: van het ijle 'Bow' naar het meer hoekige 'Broken', van het struinende 'Morphos' naar het energieke 'Unheard'.

De sterkste tracks worden tot op het einde bewaard. In 'Le Parc Voisin' zorgt Patrman met enkele kleine uithalen voor extra reliëf en neemt Vermeulen alle tijd om zijn verhaal uit te bouwen; van korte, rustige frasen naar meer beweeglijke zinnen om daarna verstild te exploderen in parelende notenslingers. Dit is vuurwerk zonder de knallen, maar met alle bijbehorende kleurenpracht. Op het einde laat het trio haar romantische kant horen in 'Garden For Two'. De heerlijke, sprookjesachtige sfeer klinkt licht weemoedig, zonder een zweem van sentiment. Ook in deze gedaante blijft het trio van Erik Vermeulen haar abstracte, onvoorspelbare gedaante trouw.

'Live Chroma' maakt nog maar eens duidelijk dat Erik Vermeulen een pianist is die dringend meer aandacht verdient. Zijn atypische en gesloten speelstijl is misschien niet publieksvriendelijk, maar blijft wel spannend en verfrissend voor de Belgische jazz.

Deze recensie verscheen eerder op Kwadratuur.be

Meer horen?
Klik
hier om de track 'Le Parc Voisin' te beluisteren.

(Koen Van Meel, 21.8.09) - [print] - [naar boven]



SJU Jazzpodium brengt sterke programmering in het najaar

Jazz, improvisatie en funk zijn ook dit seizoen weer belangrijke ingrediënten in het programma van het Utrechtse SJU Jazzpodium. Op zaterdag 5 september is de aftrap met een prachtig dubbelconcert met twee greatest hits van de afgelopen editie van Jazz-a-Palooza: het Paul Maassen Trio featuring Ad Colen & Jessica Manuputty, met als constante factor pianist Paul Maassen. Bik Bent Braam is dit jaar ensemble-in-residence in de SJU en neemt de fakkel over van Big Bizar Habit. Zij maken eigenlijk iets wat niet kan: anarchistische bigbandjazz.

Nieuwe projecten uit het Utrechtse zijn er van Jan Schellink, het Utrick City Impro Collective van Michael Baird en het Barana Quintet. Meer Nederlandse topjazz is er in de vorm van Harmen Fraanje & Igor Roma, Ernst Glerum Omnibus (in het kader van de VPRO/Boy Edgarprijs Tournee), Trio BraamDeJoodeVatcher + gasten, het Gijs Hendriks Quartet, The Ploctones en Benjamin Herman.

Ook internationale namen dit najaar in het SJU Jazzpodium. Om te beginnen een dubbelconcert met Andreas Willers (ground guitar music) en het Floating Worlds Trio, ofwel: Ab Baars, Ig Henneman en Michiyo Yagi. Verder is er expressieve free jazz van Blake Tartare, de funksensatie uit Liverpool 6ix Toys en een van de belangrijkste jazzvocalistes van dit moment, Dianne Reeves (in Vredenburg Leidsche Rijn) en de improvisatiespecialisten Mats Gustafsson, Agusti Fernandez en Peter Evans.

Kijk op de
website van het SJU Jazzpodium voor meer informatie.

(Jacques Los, 21.8.09) - [print] - [naar boven]





Festivalverslag Jazz Middelheim 2009: Dag 1
donderdag 13 augustus 2009, Park Den Brandt, Antwerpen

Met The Circle, Octurn, Flat Earth Society en Laurie Anderson/Lou Reed/John Zorn 'Improvisations' opende op donderdag 13 augustus jongstleden Jazz Middelheim zijn deuren. Onze verslaggever Koen Van Meel en fotograaf Cees van de Ven doen verslag vanaf het altijd sfeervolle Antwerpse park Den Brandt.

Klik hier voor hun festivalverslag in woord en beeld van de eerste dag.

Meer weten?
Kijk op de website van Jazz Middelheim voor achtergrondinformatie, interviews en video-impressies van dit festival.

(Maarten van de Ven, 19.8.09) - [print] - [naar boven]





Drummers geïnterviewd: Han Bennink & Hans van Oosterhout

Han Bennink: "Vroeger had ik een meer dan uitgebreid drumstel. Een compleet museum. Op een kar reed ik dat dan het podium op. Godzijdank heb ik dat nu achter me gelaten. Destijds had ik, om dat allemaal te vervoeren, zo'n ijsauto - een Citroën - aangeschaft. Ik had alle mogelijke toeters en bellen - letterlijk - en slaginstrumenten en zelfs pauken bij me. Iemand zei eens toen hij dat complete instrumentarium zag: "Hee, ben je je xylofoon vergeten?" Toen dacht ik: gaat het nu om mij of al die instrumenten? Vanaf dat moment ben ik gaan afbouwen."

Hans van Oosterhout: "De drummer bepaalt de klank van het ritme, een groot gedeelte van de sfeer waar het om gaat. Als er een drummer zit die niet de goede dingen speelt of het echt niet kan, dan kun je er een bassist naast hebben die het een beetje probeert te breken, maar dat lukt dan toch niet meer. Als ik latin speel, is het ineens een latinband. In dat opzicht ben je wel een soort leider. Maar ik noem het liever een solistisch begeleider. Begeleiden met een eigen identiteit."

Draai om je oren sprak met twee markante slagwerkpersoonlijkheden; Jacques Los interviewde de gedreven krachtcentrale Han Bennink en Donata van de Ven sprak met de gepassioneerde kameleon Hans van Oosterhout. Klik hier voor het Bennink-interview en hier voor het verhaal van Hans van Oosterhout.

(Maarten van de Ven, 18.8.09) - [print] - [naar boven]





Nels Cline – 'Coward' (Cryptogramophone, 2009)
Opname: 2008

Gitaristen zijn zelden bescheiden, maar Nels Cline is er zo één. Zowel op het podium als op cd is zijn aanwezigheid nooit te nadrukkelijk. Zijn persoonlijkheid staat los van de muziek. Het maakt de luisterervaring van zijn nieuwste cd 'Coward' meer toegankelijk, zeker als ook nog eens verdere begeleiding ontbreekt.

Cline beperkt zich nooit tot één specifieke stijl, maar heeft genoeg technische bagage om meerdere genres naar zijn hand te zetten. Fingerpicking, jazz, flamenco, country: het zijn maar een paar stijlen die voorbijkomen op deze cd. 'Coward' is een bijzondere luisterervaring die een idee geeft van het muzikale universum van Cline, waar ECM-achtige jazz ('Prayer Wheel') wordt afgewisseld met ambient-soundscapes die aan Robert Fripp doen denken (afsluiter 'Cymbidium'), of Sonic Youth-achtige noise ('Thurston County'). Geen enkele techniek of stijl is ondergeschikt aan een andere, het is allemaal even belangrijk. Dat dat nergens problematisch wordt, is te danken aan 's mans schrijf- en speelcapaciteiten.

Compositorisch gebeuren er namelijk interessante dingen: welke gitarist behalve Marc Ribot kan de atonale speelstijl van Derek Bailey integreren in klassieke stukken? Cline doet het in 'The Androgyne'. Harmonisch gezien heeft de gitaar ook geen geheimen voor hem, gezien de complexe akkoorden die hij in zijn eigen stukken gebruikt. Een groot arsenaal aan verschillende soorten gitaren (zowel akoestisch als elektrisch) komt de variëteit ten goede. Effectapparatuur wordt ook graag ingezet, maar even snel opzij gezet voor een akoestisch nummer. Slechts eenmaal vergeet Cline dat er ook mensen naar deze cd moeten luisteren, namelijk in een serie miniatuurtjes waarin niets memorabels gebeurt en de luisteraar wordt opgezadeld met irritant lawaai.

Het hoogtepunt van 'Coward' is het 18-minuten durende stuk 'Rod Poole’s Gradual Ascent To Heaven'. Het is een emotionele ode aan een overleden gitarist die experimenteerde met microtonale stemmingen. Deze worden hier op virtuoze wijze door Cline toegepast. Door de gitaarsnaren lager te spannen, ontstaan zwevende tonen die een sacrale sfeer oproepen, die wordt versterkt door meerdere begeleidende gitaren die klinken als harpen. Het stuk zelf bestaat uit een aantal korte secties die van tonaal naar atonaal gaan, met oosters aandoende, ingetogen getokkelde melodieën, prachtig zingende boventonen en een dramatische maar berustende finale.

Meer horen?
Op de
MySpace-pagina van Nels Cline kun je drie tracks van dit album beluisteren: 'Prayer Wheel', 'Thurston Country' en 'The Nomad’s Home'.

(Eric van Rees, 17.8.09) - [print] - [naar boven]



Jazz in 't Park 2009

De 16e editie van Jazz in 't Park vindt plaats in het Gentse Zuidpark van 28 tot en met 30 augustus en van 4 tot en met 6 september. Opnieuw staan er 18 groepen op de affiche, telkens van vrijdag tot en met zondag, met één middagconcert en twee avondconcerten. De concerten zijn gratis en na de avondconcerten is er 'Jazz On Film'.

Hoofdzakelijk zijn er vermaarde Belgische formaties geprogrammeerd, waaronder het Amina Figarova Sextet (een Europese topgroep met enkele Vlaamse musici), vijf groepen uit de JazzLab Series (zoals het Marcello Moncada Space Quartet, Bender Banjax en het Carlo Nardozza Quintet), het Mahieux Vantomme Quartet, het Steven Delannoye Quartet en vanuit de Gentse scene het Brick Quartet en Misstriohso, het nieuwste project van trompettiste Marie-Anne-Standaert.

Daarnaast leidt trompettist Bert Joris het Brussels Youth Orchestra, een orkest waarin jonge musici ervaring kunnen opdoen, en voert het intrigerende ensemble Octurn '7 Eyes' uit, gebaseerd op composities van Bo Van der Werff en Jozef Dumoulin.

Voor meer en uitgebreide informatie klik
hier.

(Jacques Los, 16.8.09) - [print] - [naar boven]





In memoriam / The Jazztube
Rashied Ali overleden


Op 12 augustus is free-jazzdrummer Rashied Ali in New York City overleden aan de gevolgen van een hartaanval. Hij werd 74 jaar oud.

Rashied Ali werd geboren in Philadelphia, Pennsylvania. Hij groeide op in een muzikale familie. Zijn moeder zong in de band van Jimmie Lunceford. En zijn broer Muhammad Ali, ook drummer, speelde onder anderen bij Albert Ayler. Na Ali's studie aan de Granoff School of Music debuteerde hij in rhythm & blues-orkesten. In 1953 vormde hij zijn eigen groep en speelde hij met hardbop-muzikanten als Lee Morgan en Jimmy Smith. Daarna kende hij moeilijke jaren, waarin hij zelfs nog een tijdje noodzakelijkerwijze taxichauffeur was.

Na in 1963 nog met Sonny Rollins te hebben gespeeld, inclusief een tournee door Japan, vestigde Ali zich in New York en raakte hij betrokken bij de free jazz scene. Hij speelde daar met avant-gardisten van het eerste uur, waaronder Pharoah Sanders, Albert Ayler, Bill Dixon en vanaf 1965 met John Coltrane.

Na Coltrane's dood in 1967 speelde hij nog enige tijd met Alice Coltrane, waarna hij eigen groepen leidde, maar tevens als sideman werkte, onder anderen met Ken McIntyre, Paul Bley, Marion Brown, David Murray, James 'Blood' Ulmer en George Adams. Met bassist William Parker en saxofonist Charles Gayle werd in 1991 een succesvol trio-album 'Touchin' On Trane' geproduceerd, een plaat met oorspronkelijke impro-composities in de geest van John Coltrane. Met Parker leidde Ali de groep Prima Materia, met de saxofonisten Louis Belogenis en Allan Chase en (tweede) bassist Joe Gallant. De groep speelde muziek van Coltrane en Albert Ayler.

Naast muzikale had Rashied Ali ook organisatorische talenten. Hij opende zijn eigen club Ali's Alley, coördineerde het New York Musicians Festival en richtte zijn eigen platenlabel Survival op. Op dat label verschenen onder meer 'Duo Exchange' met saxofonist Frank Lowe, 'Moonflight', 'New Directions In Modern Music' en op het Knitting Factory-label met saxofonist Belogenis het duoalbum 'The Rings Of Saturn'.

Rashied Ali's meest memorabele drumspel is vastgelegd op het Impulse-album 'Interstellar Space' (1967), een duo met John Coltrane. Coltrane's (korte) free-jazz periode kreeg werkelijk gestalte in de samenwerking met Ali.

In de Jazztube aandacht voor het uitstekende kwintet waarmee Ali de laatste jaren van zijn leven toerde. De liveopname, met een mooie feature voor Ali, is gemaakt tijdens het internationale jazzfestival Viersen (Duitsland) op 19 september 2008. De bezetting: Rashied Ali - drums, Greg Murphy - piano, Joris Teepe - bas, Josh Evans - trompet, Lawrence Clark - tenorsax. Klik op bovenstaande afbeelding om de video te bekijken.

Labels:

(Jacques Los & Maarten van de Ven, 16.8.09) - [print] - [naar boven]





Column Jo Dautzenberg
BigBandBoom


"Toen ik begon was er geen bigband, er was geen alternatief voor de leerlingen; er was ook geen serieus vrijetijdsorkest. Je leerde het in de fanfare en je stroomde door in de fanfare. Er kwamen jeugdorkesten en kleinere bezettingen, allemaal gericht op de bloedserieuze competitie en concoursen, en het enige alternatief was de feesttent. Dus meer van hetzelfde."

Jo Dautzenberg sprak met leraar, bandleider, dirigent en trompettist Marc Huynen - "de man die welhaast verantwoordelijk is voor de Big Band Boom in de Euregio" - en had een hyper dag. Klik op bovenstaande button om zijn column te lezen.

(Maarten van de Ven, 15.8.09) - [print] - [naar boven]





ZomerJazzFietsTour 2009

Op de laatste zaterdag (de 29ste) van augustus gaat de 23ste aflevering van de ZomerJazzFietsTour van start. Langs een prachtige route door het Reitdiepdal, ten noordwesten van Groningen, kan een keuze gemaakt worden uit 26 concerten in middeleeuwse kerkjes en boerenschuren. Deze editie ligt de focus op het gebruik van snaren in de actuele jazz. Verder is een nieuwe generatie jazzmusici te ontdekken op de Jonge Honden Route. Volgens beproefd concept kan per fiets de nieuwe jazz worden verkend.

Nationale en internationale improvisatoren van naam zijn in de avontuurlijke programmering opgenomen. Om enkele interessante groepen te noemen: Tineke Postma met Haytham Safia's Arabische cross-over muziek, Maurice Horsthuis Elastic Jargon, Augusto Forti/Larry Fishkind/Alan Purves, Aki Takase & The Good Boys , John Hollenbeck's Claudia Quintet, Tristan Honsinger Seven Seas Orchestra, Gerard Ammerlaan Arkho, Ben van Gelder Trio en Sean Bergin Quartet. Aldus spannende muziek en lekker fietsen. Laat de weergoden het festival goed gezind zijn!

En dan is er op de voorafgaande vrijdag 26 augustus nog de Proloog met het duo Aki Takase/Louis Sclavis en Available Jelly in de NNT Machinefabriek in de stad Groningen.

Voor uitgebreide informatie klik
hier.

(Jacques Los, 15.8.09) - [print] - [naar boven]





Trio 3 + Geri Allen - 'At This Time' (Intakt Records, 2009)
Opname: 2008

Na bijna 25 jaar musiceren in een ongewijzigde bezetting mag het Amerikaanse Trio 3 zich gerust een van de langstlopende samenwerkingen in de jazzwereld noemen. Toch hebben Oliver Lake, Reggie Workman en Andrew Cyrille met deze groep slechts een handvol albums gemaakt. Bij Intakt verscheen van dit trio eerder al 'Time Being' en 'Berne Concert', waardoor 'At This Time' hun derde release wordt voor het Zwitserse label. Na eerdere, occasionele collaboraties met Marilyn Crispell en Irène Schweizer, nodigde de groep voor deze opname opnieuw een pianist uit, waarbij de keuze viel op Geri Allen. Net als bij de leden van Trio 3 is de muziek van Allen geworteld in de free jazz, waardoor alle neuzen op 'At This Time' duidelijk in dezelfde richting staan.

Reggie Workman en Andrew Cyrille zijn twee musici die de eerste levensjaren van de free jazz actief meemaakten. Zo is Workman als bassist te horen aan de zijde van Coltrane op onder meer 'Olé Coltrane' en 'Africa/Brass', een periode waarin de grootmeester begon te flirten met the new thing. Drummer Cyrille kwam in de woelige jaren zestig bij Cecil Taylor terecht en bleef tien jaar lang aan diens zijde. De rijzige altsaxofonist Oliver Lake, die wat jonger is dan zijn twee kompanen, heeft vooral naam gemaakt als medeoprichter van het World Saxophone Quartet. De drie zijn ondertussen allen zestigers of zeventigers en dus veteranen in het milieu, terwijl Geri Allen zich als prille vijftiger de jongste van de bende mag noemen.

Ondanks hun leeftijd weten de vier toch nog altijd muziek te maken die snijdt als een mes. Dat maakt Lake al meteen duidelijk met krachtige uithalen in opener 'Swamini', dat voor de rest strak in de pas blijft lopen. Met 'All Net' en vooral 'Current' worden we voor meer dan tien minuten teruggekatapulteerd naar de hoogdagen van de free jazz. In 'All Net' wordt een simpel thema zonder al te veel poespas afgehaspeld, waarna het hele stuk ontploft dankzij het allesverwoestende spel van Lake gecombineerd met een hyperkinetische ritmesectie die alle kanten opgaat. Met 'Current' kiest het gezelschap voor meer structuur, wat in dit geval betekent dat er duidelijk te onderscheiden solomomenten zijn. Het stuk is vrij van ritme, maar wordt gestuurd door de zware linkerhand en bijna misselijkmakende clusters van Allen.

De altsax van Lake is de opvallendste stem van de vier. Met zijn frequente overblowing-frasen lijkt hij wel een incarnatie van Albert Ayler. Op een ander moment grijpt hij al solerend terug naar de vreemde, grote intervallen die het spel van Eric Dolphy typeerden. Diens 'Gazzeloni' krijgt op dit album trouwens een krachtige bewerking doordat Lake het thema een fractie off-beat speelt. Andere bekende geluiden weerklinken in 'Lake’s Jump', een ouderwets boppend stuk dat op sommige momenten compositorisch bijna expliciet verwijst naar het werk van Monk. Workman en Cyrille maken hier even duidelijk dat ze ook bebop en hardbop wel degelijk in hun achterzak hebben zitten.

Met een stuk als 'In the Realm...' pakt de groep het subtieler aan. Het is een open compositie, die via improvisatie evolueert tot een ritmische drive. Ook in 'Barbara’s Rainbow' bepaalt de groepsinteractie het uiteindelijke verloop. Deze stukken klinken meteen ook opvallend moderner dan het andere gespeelde materiaal, dat misschien twintig jaar geleden al op een plaat van dit trio had kunnen staan. De formule mag dan misschien oud zijn, het resultaat is nog altijd van buitengewone klasse. Net daarom heeft het Trio 3 nog niets aan zeggingskracht en relevantie ingeboet.

Deze recensie verscheen eerder op Kwadratuur.be

(Joachim Ceulemans, 13.8.09) - [print] - [naar boven]





Gent Jazz impressies: Aka Moon
vrijdag 10 juli 2009, Bijloke, Gent

Een van de kroonjuwelen van de Belgische jazz is zonder twijfel Aka Moon. In 1992 begonnen saxofonist Fabrizio Cassol, bassist Michel Hadzigeorgiou en drummer Stéphane Galland aan een muzikale en een geografische reis. Vijftien jaar later is Aka Moon niet meer weg te denken uit de Belgische en de Europese jazz en vervullen ze een unieke brugfunctie tussen Oost, West, jazz, traditionele muziek, hiphop en klassiek. Aka Moon wordt geïnspireerd door Afrikaanse en Indische ritmes; de naam verwijst niet voor niets naar een ontmoeting die de muzikanten hadden met de Aka-pygmeeën van Centraal-Afrika.

Het drietal maakte in Gent zijn reputatie waar met een uitstekend concert, waarbij het spelplezier en de projectie van hun spel aanstekelijk werkten. Het publiek omarmde het trio vanaf de eerste noot en deze omarming zou het hele concert duren. Aka Moon manifesteerde zich hier als een drieëenheid, waarbij gelijkwaardigheid qua inbreng in hun statuten leek opgenomen. Stevig, soms funky, dan weer rockend werk werd afgewisseld met ingetogen en verstilde composities. Hun muziek is niet aan leeftijd gebonden. Door een grote mate van eigenheid komt zowel de jongere als de oudere jazzliefhebber aan zijn trekken. Al zal het doorgaans hoge volume en de tot in de buik voelbare bas sommigen wellicht wat doen terugdeinzen.

De mooie en pakkende thema's werden ritmisch sterk onderbouwd met samengestelde maatsoorten en vreemde structuren. Cassols sax was doortastend - zeker in de hogere registers - en stookte de boel soms flink op. Over de pittige en oppeppende, dan weer meer uitgesponnen en kronkeligere grooves van zijn kompanen had hij volop de ruimte om interessante melodische lijnen uit te zetten. Hadzigeorgiou maakte indruk met een solo waarin hij zijn fretloze bas steeds sampelde en met wahwah-effecten een machtige sculptuur optrok. Zijn basspel en sound deden wel wat denken aan wijlen grootmeester Jaco Pastorius. Galland drumde snel en oppokend, strooiend met ritmewisselingen. Hij haalde springerige stunts uit om de effecten te laten horen zoals hij ze bedoelde. Het drietal daagde elkaar uit in timing en dynamiek, vanuit slow motion naar een energy boost.

Enig minpuntje wellicht is dat na verloop van tijd het format zijn beperkingen toont. Dan merk je bijvoorbeeld dat Aka Moons muziek toch wel heel erg bass-heavy is en op ritmiek leunt. Iets meer rust, minder funk en een lossere soundscape-achtige aanpak op sommige momenten zou dit trio alleen nog maar beter maken.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Cees van de Ven.

(Josien Lucassen & Maarten van de Ven, 12.8.09) - [print] - [naar boven]





Dutch Impro Academy

De Nederlandse improvisatiemuziek (in het buitenland vaak 'New Dutch Swing' of 'Dutch Impro' genoemd) kent in Nederland zowel zijn oorsprong als een ver ontwikkelde traditie. Over de hele wereld worden de ontwikkelingen in Nederland op de voet gevolgd, door musici, programmeurs, pers en publiek. Nederland is dé plek waar het gebeurt, waar nieuwe ontwikkelingen worden geïntroduceerd en waar nieuwe groepen zich formeren.

Bik Bent Braam, dOeK en ICP, de belangrijkste representanten van de 'Dutch Impro', organiseren dit jaar voor het eerst de Dutch Impro Academy, een zomerschool voor improvisatiemuziek waar Nederlandse impro-musici hun kennis en speelwijze overdragen aan een nieuwe generatie muzikanten. Circa veertig deelnemers, uit Nederland en de rest van de wereld, worden gedurende een week gecoacht door zes docenten die hun sporen hebben verdiend op internationale podia: Han Bennink, Peter van Bergen, Cor Fuhler, Wolter Wierbos, Wilbert de Joode, Tristan Honsinger.

De lessen van de Dutch Impro Academy vinden plaats in het World Music & Dance Centre in Rotterdam, van 24 tot 28 augustus 2009. De deelnemers geven aansluitend in verschillende formaties – en samen met de docenten – concerten in Rotterdam (Worm, 27 augustus), Amsterdam (Bimhuis, 28 augustus) en tijdens de Groninger ZomerJazzFietsTour (Ezinge Kerk, 29 augustus). Topimprovisatie in onvoorspelbare combinaties: van erhu tot accordeon, van harp tot elektrische gitaar.

(Jacques Los, 12.8.09) - [print] - [naar boven]





De stilte tussen de noten
Satoko Fujii's MA-DO, maandag 9 februari 2009, Jazzpower, Wilhelmina, Eindhoven

De Japanse avant-garde pianiste Satoko Fujii past probleemloos in het rijtje Sylvie Courvoisier, Simon Nabatov, Marylin Crispell, Fred Van Hove, Aki Takase en Mischa Mengelberg. Met laatstgenoemde en trompettist Angelo Verploegen gaf ze in 2005 enkele geprezen concerten. Ze heeft al heel wat spraakmakende opnamen uitgebracht met verschillende formaties en ook solo. Met haar fameuze trio met bassist Mark Dresser en drummer Jim Black maakte zij een aantal interessante cd's, zoals 'Illusion Suite' en 'Trace A River' en ook haar solo-cd's 'Indication' en 'Sketches' zijn niet te missen.

De verwachtingen waren dan ook hoog gespannen toen ze café Wilhelmina aandeed voor een Jazzpower-concert. Haar gezelschap bestond uit echtgenoot/trompettist Natsuki Tamura, bassist Norikatsu Koreyasu en drummer Akira Horikoshi. Zij speelden negen stukken van het recent op cd uitgebrachte MA-DO-project. Fujii wist in enkele stukken al haar faam te onderstrepen. Haar verrassende spel met een grote diversiteit aan stemming, emotie, intensiteit en harmonische originaliteit wist het publiek steeds te raken. Samen met trompettist Tamura werden de technisch moeilijke unisono's met grote perfectie uitgevoerd, zoals het geval was in 'Spiral Staircase'.

Bassist Koreyasu tokkelde, streek en plukte extrovert en adequaat, met flageoletten en intrigerende dubbeltonen. Anderzijds wist hij in de rustige en ingetogen composities en passages, zoals in 'The Squall In The Sahara', uiterst boeiend spel aan zijn instrument te ontlokken. Eenzelfde verscheidenheid in dynamiek en ritmische structuren kwam ook van drummer Horikoshi. Hij speelde opvallend veel met mallets en deed dat uitstekend. Uitbundig of subtiel kleurde hij in, bij en naast, al naar gelang de muziek het behoefde. Smaakvol maakte hij gebruik van zijn drie fraai klinkende ride cymbals. De technische bagage van trompettist Tamura was groot en zijn spel vanaf de bladmuziek op zijn lessenaar was gedegen. Anderzijds had hij met zijn magere improvisaties en schrille, onpersoonlijke trompettoon weinig zeggingskracht.

Van een hecht compact en gedegen topcollectief was hier geen sprake. Maar veel werd goedgemaakt door Fujii, die met het exploreren van de binnen- en buitenkant van de vleugel en vindingrijk spel steeds het muzikale epicentrum bleef. Zij wist als geen ander haar composities vorm te geven, interacties te initiëren en bovenmatig te improviseren. Melodieus, percussief, vrij of in het metrum; ze bleef fascineren. Fujii zette het raam (Ma-do betekent venster in het Japans) wagenwijd open en maakte ons deelgenoot van haar innerlijke bron, met alles wat er klonk en achterwege werd gelaten. Want 'Ma' betekent ook 'stilte tussen de noten'. En om te eindigen met een citaat van de pianiste zelf: "That silence has probably more meaning than notes."

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert.

(Cees van de Ven, 12.8.09) - [print] - [naar boven]





TryTone presenteert nieuwe concertserie

In de nieuwe Dubbelplus-concertreeks van TryTone ontmoeten een Nederlandse en een buitenlandse band elkaar op het podium. De eerste editie vindt plaats op vrijdag 25 september 2009 in het Bimhuis te Amsterdam. Op die avond spelen het Franse Matthieu Donarier Trio en het Nederlandse trio Veenendaal/Kneer/Sun. Beide bands zullen ieder een set spelen, alvorens zij samen het podium betreden met een project dat zij speciaal voor deze gelegenheid hebben voorbereid.

Voor het trio Veenendaal/Kneer/Sun gaat met deze muzikale samenwerking een hartenwens in vervulling. Saxofonist en klarinettist Matthieu Donarier is lid van het vooraanstaande Franse collectief-annex-label Yolk, waarin de crème van de nieuwe Franse jazz vertegenwoordigd is. Ook de andere twee leden van het trio, Joe Quitzke en Manu Codija, horen tot de top. Quitzke is een veelgevraagde drummer en speelt onder andere in de groepen van François Jeanneau en Eric Barret; gitarist en Django d'Or-prijsdrager Manu Codjia is bekend als muzikale partner van Erik Truffaz en Henri Texier.

Stichting TryTone werd in 1998 opgericht als platvorm ter promotie en ondersteuning van nieuwe jazz en improvisatiemuziek. De muziek waar TryTone voor staat is niet-stijlgebonden, avontuurlijk maar ook toegankelijk. TryTone organiseert naast deze nieuwe Dubbelplus-concerten ook laboratorium-achtige concerten in het Amsterdamse Zaal 100 op de eerste en derde woensdagavond van de maand.

Kijk voor meer informatie op
www.dubbelplus.com en www.trytone.org.

(Maarten van de Ven, 12.8.09) - [print] - [naar boven]





ICP Orchestra opent Bimhuis-seizoen 2009-2010

Aan het begin van het nieuwe seizoen wordt het Bimhuis vier dagen lang (van woensdag 2 tot en met zaterdag 5 september) overgenomen door het ICP Orchestra. Het legendarische orkest, dat zich beweegt tussen elementaire jazz en eigentijdse improvisatie, speelt in feite één groot concert, verspreid over vier avonden. Voor zowel kenners als niet-ingewijden is dit de ultieme kans om de hoogtepunten uit het oeuvre van pianist/componist Misha Mengelberg en de zijnen live te horen.

"Improviseren is als het dagelijkse leven... als het oversteken van de straat", verklaarde slagwerker Han Bennink in Down Beat. Het tienkoppige improvisatiemonster ICP, meer dan veertig jaar geleden in het leven geroepen door Bennink en Mengelberg, kan vergeleken worden met een jazzorkest uit New Orleans dat een drukke straat in New York oversteekt. Zelfs Mengelberg kan met zijn ontregelende pianospel het internationale gezelschap niet verhinderen om keer op keer glansrijk de overkant te halen.

Geïnspireerd door Fluxus, de beweging die uit het dagelijkse leven kunst maakte, richtten Bennink en Mengelberg in de jaren zestig met saxofonist Willem Breuker de Instant Composers Pool op. Het legendarische, absurdistisch getinte improvisatiegezelschap groeide in de loop der jaren uit tot een virtuoos, eigenzinnig orkest dat over de hele wereld waardering oogst.

Het orkest bestaat op dit moment uit: Thomas Heberer - trompet, Wolter Wierbos - trombone, Michael Moore - altsax & klarinet, Ab Baars - klarinet & tenorsax, Tobias Delius - tenorsax & klarinet, Misha Mengelberg - piano, Mary Oliver - altviool, Tristan Honsinger - cello, Ernst Glerum - bas, Han Bennink - drums.

Klik hier voor meer informatie.

Meer weten?
Onze recensie van het concert dat het ICP Orchestra gaf tijdens het North Sea Jazz Festival 2005.

(Jacques Los, 9.8.09) - [print] - [naar boven]





North Sea Jazz: An insider's view Part 3
zondag 12 juli 2009, Ahoy, Rotterdam

Zoals reeds eerder bericht was Draai om je oren dit jaar niet geaccrediteerd om verslag te doen van het North Sea Jazz Festival. Gelukkig hebben we een aantal personen uit het professionele jazzcircuit die onze site wél van belang vinden, bereid gevonden verslag te doen vanuit Ahoy. Hierbij een bijdrage van Bartho van unther Bartho van Straaten, programmeur van het Tilburgse jazzpodium Paradox, over de derde en laatste festivaldag: zondag 12 juli.

Van Straaten bezocht twee concerten van artist in residence John Zorn. Deze bracht zijn projecten Filmworks en Cobra. Verder zag hij het McCoy Tyner Trio met als gasten Gary Bartz, Bill Frisell en John Scofield, Éthiopiques en het Scott Colley Quartet. Zijn conclusie: "Het North Sea Jazz Festival is nog steeds leuk. Ondanks alle ongemakken van overvolle zalen, extreme warmte, geluidslekken en opstoppingen, blijft het toch het enige echte internationale jazzfestival wat Nederland rijk is."

Klik hier voor zijn uitgebreide festivalverslag.

(Maarten van de Ven, 8.8.09) - [print] - [naar boven]





John Zorn – 'Filmworks Vol. XXIII: El General' (Tzadik, 2009)
Opnamejaar: 2008

Vorig jaar was een druk jaar voor de filmcomponist John Zorn: niet minder dan vier cd's werden er op de markt geslingerd. De mooiste is wat mij betreft 'El General', die muziek bevat voor een film over de Mexicaanse dictator Plutarco Elias Calles. Waar filmmuziek vrijwel altijd gecomponeerd wordt volgens de wetten van de film, hanteert John Zorn al jaren zijn eigen beleid; een filmsoundtrack is een cd-project dat afgeronde composities telt, in plaats van korte cues. Dit komt de luistervriendelijkheid zeer ten goede, nog afgezien van de hoge kwaliteit van de muziek zelf. Dat is op deze cd niet anders.

Omdat het teveel voor de hand lag om Mexicaanse muziek te componeren, koos Zorn voor een andere aanpak: een minimale bezetting, met marimba als basis. De muziek is nooit ver weg van een Morricone-soundtrack en is zonder beelden bijzonder goed te genieten. Blikvanger is gitarist Marc Ribot, die met zijn karakteristieke gitaargeluid de muziek naar een hoger plan tilt. Datzelfde geldt voor pianist/accordeonist Rob Burger.

Wat opvalt is dat Zorn net als op de vorige soundtrack-cd 'Belle De Nature' zijn heil zoekt bij minimalisten als Philip Glass en John Cage: veel nummers kennen eenvoudige en herhaalde ritmische patronen en melodieën. Hoewel niet alle tracks even sterk zijn, is deze cd voor zelfs de verzamelaar een must. Bijzonder fraai is het piano-trio 'Besos De Sangre', een stukje latin waarin Burger schittert als pianist. In 'Exactamente Eso', met prachtige overlappende ritmes en feedback-gitaar, overtreft Zorn de filmcomponist zichzelf. Al met al is dit een fraaie nieuwe soundtrack-cd van Zorn.

Labels:

(Eric van Rees, 7.8.09) - [print] - [naar boven]





De Concertzender is dood – en Radio 6 is nog doder

"Na vijfentwintig jaar is het gedaan met de Concertzender, het station dat een bijna anarchistische, in ieder geval unieke en kwalitatief hoogstaande mix bood van klassieke en moderne muziek, opera, niet-westerse muziek en, niet in de laatste plaats, jazz uit alle tijdperken en windstreken, improvisatiemuziek en blues."

Het afgrijzen en de verbijstering over het besluit van de Raad van Bestuur van de Nederlandse Publieke Omroep is groot, in binnen- en buitenland. Met name buiten Nederland keken muzikanten en muziekliefhebbers altijd scheel van jaloezie naar het Concertzender-model."

In een vlijmscherp betoog houdt Eddy Determeyer het naar voren geschoven en alom gepropageerde alternatief, Radio 6 ('De Jazzzender'), tegen het licht. Moeten we lachen of huilen? Lees zijn artikel
hier en trek zelf uw conclusie.

(Maarten van de Ven, 6.8.09) - [print] - [naar boven]





Gent Jazz impressies: Sing The Truth: The Music Of Nina Simone
donderdag 9 juli 2009, Bijloke, Gent

In het programma 'Sing The Truth' wordt de muziek van zangeres Nina Simone (1933-2003) in de schijnwerpers gezet. In haar carrière liet ze heel wat muzikale stijlen voorbij komen, zoals jazz, soul, folk, r&b, gospel en pop. Ze besteedde daarbij veel aandacht aan de muzikale expressie van haar emoties, die varieerden van uitgelaten vreugde tot diepe melancholie.

Lisa Simone Kelly (1962) - artiestennaam: Simone - heeft net als haar moeder Nina een rijk stembereik en een aangeboren talent voor lyrische improvisatie. Daarnaast straalt ze overtuigingskracht uit, waarmee ze ook bewust speelt tijdens haar optreden. De in Benin geboren zangeres Angélique Kidjo (1960) heeft een brede waaier aan zowel Afrikaanse invloeden als populaire stijlen in haar muziek verwerkt. De jonge zangeres Lizz Wright (1980) komt uit de gospeltraditie - haar vader was dominee, pianist en orkestleider in de kerk. Toch zingt ze zowel jazz en r&b als gospel. Dianne Reeves (1956) is een van de sterkste zangeressen in de jazz. Reeves heeft een pure en robuuste stem, die ze ook gebruikt als een vocaliserend instrument.

Geruggensteund door een gedegen band onder aanvoering van oudgediende Al Shackman, Nina Simone's vaste gitarist, brengen Reeves, Wright, Kidjo en Simone op het Bijlokepodium nummers van Simone's klassieke repertoire. Als eerste treedt Lizz Wright aan. Zij zingt onder andere 'I Love You, Porgy' en 'Ain’t Got No/I Got Life'. Wright blijkt zichzelf wat maniertjes te hebben aangeleerd, hetgeen niet altijd even overtuigend overkomt - eerder ingestudeerd. Dan komt de dochter van Simone onder veel applaus het podium op. Zij zingt met alle overtuiging twee gevoelige nummers van haar moeder. Angélique Kidjo zingt vanavond de grote hit van Nina Simone, het onvermijdelijke 'My Baby Don’t Care For Me'. Jacques Brels gevoelige 'Ne Me Quitte Pas' krijgt bij Kidjo een light, latin-tintje. Het wordt weliswaar swingend - afwisselend vertolkt, maar de associatie naar Nina Simone is niet altijd duidelijk. Als laatste betreedt Dianne Reeves het podium met haar soul-insteek en jazzinvloeden. Op krachtige wijze vertolkt ze 'See Line Woman' en 'Be My Husband'. Reeves vocaliseert en scat veel, wat soms wat overbodig is. Publieke participatie is er tijdens 'Feeling Good', wat tot grappige publieke reacties leidt. Simone zingt uitnodigend: "Sun in the sky...", waarop iemand in de zaal - het bleek later niemand minder dan zangeres Tutu Puoane! - luidkeels antwoordde: "... you know how I feel". De reactie van een blij verraste Simone: "Go girl, that's what I'm saying!"

De band achter de zangeressen staat als een huis. Shackman, een prima muzikant die behalve gitaar ook vibrafoon en mondharmonica speelt, toont zich een waardige en innemende gastheer. Zijn soms wat langdradige aankondigingen en anekdotes zijn doorspekt met respect voor Nina Simone. Ook pianist Jeremy Berlin verricht goed werk. Een gedegen ritmesectie - bassist Chris White (een andere oudgediende) en drummer Paul Robinson - zorgt voor de juiste fundering. Voor de krenten in de pap zorgt Leopoldo Flemming, een krasse knar die als een meesterkok vanachter zijn percussie-instrumentarium steeds de juiste ingrediënten weet in te brengen. Kortom, een krachtige, goed op elkaar ingespeelde band.

Het laatste nummer van deze avond wordt door het viertal samen gezongen: 'Four Women'. Vier krachtige, mooie dames staan naast elkaar en laten een ingestudeerd dansje zien, zingen ieder intens en sensueel een couplet. Er wordt weinig aan het toeval overgelaten. De sfeer die wordt neergezet is meeslepend, meegaand, meedragend. Een genot voor het oor pur sang. Tijdens het laatste nummer stroomt het publiek dan ook naar voren om wat contact te maken met de muzikanten. De beloning volgt in de vorm van een toegift; Simone en Shackman brengen een intieme uitvoering van Leonard Cohens 'Susanne'.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Cees van de Ven.

(Josien Lucassen & Maarten van de Ven, 4.8.09) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...






Menupagina's:

Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Neerpelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.