|
Draai om je oren Jazz en meer - Weblog |
|
||
|
| |||
Cd'sKaja Draksler - 'In Otherness Oneself' Unsounds, 2022 | Opname: 13 april 2021 Kaja Draksler & Susana Santos Silva - 'Grow' Intakt, 2022 | Opname: 7 juli 2021 De Sloveense pianiste Kaja Draksler, die overigens dertien jaar in Amsterdam bivakkeerde voordat ze onlangs besloot deels in Kopenhagen en deels in Trboje (Slovenië) te gaan wonen, is inmiddels uitgegroeid tot een bijzonder eigenzinnige en creatieve pianiste. De titel 'In Otherness Oneself', die zij haar bij Unsounds verschenen soloalbum meegaf is dan ook goed gekozen. We horen haar ook in 'Grow', het album dat ze samen met de Portugese trompettiste Susana Santos Silva maakte voor Intakt. De twee zijn geenszins onbekenden voor elkaar. Ze werken regelmatig samen en maakte in 2015 al 'This Love'. Over de titel van haar soloalbum die afkomstig is uit het gedicht 'Aquoueh R-Oyo' van Cecil Taylor, zegt Draksler zelf: "As a person who speaks and understands different languages, I have an impression that my identity is multifaceted, I have to lose something in myself in order to let the 'spirit' of a new language inside me. So in this way I am constantly becoming in otherness myself." Verder haalde Draksler voor dit album inspiratie uit voodoo en het gegeven dat de mens de muziek beïnvloedt, maar de muziek ook de mens. Ze verrast ons direct met 'Away!', waarin we allereerst Robert Frost zijn gedicht 'In The Clearing' horen voordragen, te midden waarvan we Draksler enige noten horen aanslaan. Om dit vrij lange stuk verderop op prachtige wijze verder uit te bouwen, waarbij hedendaags gecomponeerde muziek en vrije improvisatie gelijk opgaan. De tweede verrassing openbaart zich tegen het einde, als we de vocalisten Laura Polence en Björk Níelsdóttir horen, waar Draksler ook in haar octet mee samenwerkt. 'Downward And Inward' lijkt wat meer op de muziek die we van Draksler gewend zijn, balancerend tussen melodie en abstractie. Het eerder genoemde citaat betekent voor Draksler ook dat ze in ieder stuk een andere muzikale taal uitprobeert, met een heel wonderlijk resultaat in 'Prst, Roka, Laket', waar ze met kwarttonen werkt. 'Tenis Stołowy' bevat ook een gesproken tekst. We horen Witold Gombrowicz zijn gedicht 'Dzienniki' voorlezen. Hier integreert Draksler de gesproken woorden naadloos in haar pianospel.
'Liquid Rock' bewijst dat het nog extremer kan; de lijnen die Santos Silva hier blaast doen je de haren te berge rijzen. Verderop verworden ze gecombineerd met strak ritmisch en overrompelend pianospel tot een boeiend geheel. In het titelstuk 'Grow' horen we Draksler percussieve klanken produceren, mogelijk onder de klep van haar piano. Of trommelt ze op het instrument? Het klinkt in ieder geval boeiend en vormt een mooi fundament voor de uiterst ingetogen noten die Santos Silva hier blaast. Verderop gooit ze haar klavier weer in de strijd voor een andermaal verontrustend duet. Het contrast is groot met het tweede deel: een prachtig microtonaal klanklandschap. Labels: cd, Kaja Draksler, Susana Santos Silva (Ben Taffijn, 27.2.23) - [print]
- [naar boven] Pianotrio's. Net als de rest van de klassieke jazzformats hebben ze geen andere keuze dan te evolueren. Toch zou je een tijdreis willen maken om dit album te laten horen aan klassieke meesters als Bud Powell, Ahmad Jamal, Oscar Peterson en Bill Evans. Zouden ze hun kunst überhaupt nog herkennen? Misschien een irrelevante vraag, want de bovenvermelde trio's zaten stevig verankerd in de Afro-Amerikaanse jazztraditie, terwijl de drie van Punkt.Vrt.Plastik vertegenwoordigers zijn van wat we gemakshalve de Europese jazz avant-garde zullen noemen. Maar natuurlijk wordt er hier ook gemusiceerd met een andere insteek. Powell, Peterson en Jamal waren leiders met ritmesecties die meesterlijk ondersteunen, maar toch vooral steunden, de leiders in een comfortabele stoel plaatsen. In het grandioze trio van Bill Evans met Scott LaFaro en Paul Motian kreeg dat al een andere, meer egalitaire invulling, het was een nieuwere vorm van communiceren. Dit trio werkt in het verlengde daarvan, maar dan met een op-en-top hedendaags geluid. Zowel pianiste Kaja Draksler als bassist Petter Eldh en drummer Christian Lillinger kunnen vanuit hun instrument een band leiden, maar slagen er hier in een democratie in stand te houden zonder in te boeten aan expressieve vermogens. Dat leidt soms tot muziek die onder hoogspanning lijkt te staan, alsof je af te rekenen krijgt met drie solisten die vechten voor de macht, maar elkaar zo inspireren tot haast heroïsch stuntwerk. Want laat er geen twijfel over bestaan: ze spelen intimiderend goed.
Met Eldh en de onverstoorbare Draksler heeft hij alleszins kompanen die hem kunnen volgen tot in de uithoeken van zijn driftige millimeterwerk en semi-spastische uithalen, manipulerend met klank, tegengewicht biedend met sterke contrasten, slalommend tussen verfijnd detailspel en verschroeiende power. De werelden van jazz en improvisatie worden hier aangevuld met geluiden uit de hedendaagse klassiek, en zélfs als ze verdacht dicht in de buurt komen van een 'conventionele' pianotriosound blijft het oren spitsen bij zoveel inventiviteit. Stukken als 'Body Decline - Natt Raum', het vals zwalpende 'Veins' of het koppigheidsfestijn van 'Membran' zijn uitbarstingen van kleur, timing en expressie. Evan Parker had het eens over de paradox van de improvisatie: hoe beter voorbereid je bent, hoe vrijer je kan zijn. En soms voelt het ook alsof deze drie daar een ongemeen hoog niveau in bereikt hebben. Tussen al die uitvinding van het moment en die eindeloos stromende inspiratie hoor je ze soms roepen en lachen, zonder ook maar een tel uit hun rol te vallen. Ze staan er gewoon. Als muzikanten van dit niveau hun oren amper geloven, dan wordt het magistraal. Labels: cd, Christian Lillinger, Kaja Draksler, Petter Eldh, Punkt.Vrt.Plastik (Guy Peters, 11.10.22) - [print]
- [naar boven] Lees verder in het archief...
|
Archief
Artikelen Cd-recensies Concertrecensies Colofon Festivalverslagen Interviews Jazz in memoriams Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken? |