Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 




Concert
Masterclass

Cedar Walton Trio, donderdag 14 februari 2013, Bimhuis, Amsterdam

In 1975 trad Cedar Walton voor het eerst op in het Bimhuis. Nu, bijna 40 jaar later, is hij voor de tiende keer in het Bimhuis te bewonderen. In zijn zeer productieve leven speelde Walton in verschillende roemruchte formaties, had diverse eigen groepen en was actief als begeleider, sideman en arrangeur. Walton is een van de laatste nog levende iconen uit de hardbop-periode. Na een verbazingwekkende staat van dienst is hij op 79-jarige leeftijd nog altijd actief. En hoe! Deze vos heeft zijn streken nog niet verloren. Walton betreed, zoals de meeste oudjes dat doen, via de lift het podium en schuifelt naar de vleugel. Hij maakt even snel een oubollig grapje - "Mijn naam is Count Basie; we zijn maar met ons drieën, want de anderen waren te lui om te komen." Eenmaal gezeten vaagt hij die eerste indrukken direct weg met een loepzuivere inzet. Hier speelt iemand met zeggingskracht.

De trefzekerheid en de warmte waarmee Walton de eerste reeksen blokakkoorden neerzet, is overrompelend. Hier acteert een maestro die precies weet hoe een geavanceerd arrangement wordt opgebouwd. Zijn zorgvuldig samengestelde setlist is lang. Al zijn geliefde tunes komen ruimschoots aan bod en elk stuk wordt prachtig uitgebalanceerd.

Er is geen twijfel mogelijk over de leiderschapskwaliteiten van Walton. Als 79-jarige pianist kun je niet alles meer geven. Je leid in, schetst contouren, kleurt en verbindt. Lange spetterende solo's laat je over aan je kompanen. In deze zetting een perfecte rolverdeling, want de bijdragen van bassist David Williams en drummer Willie Jones III zijn subliem en sluiten perfect aan op de ideeën van Walton. Het trio schittert in subtiliteit en een perfecte muzikale afwerking.

David Williams, zelf overigens ook niet meer de jongste, glorieert herhaaldelijk in lange solo's, die je naar het puntje van je stoel brengen. In zijn handen is de bas vooral een solo-instrument, waarop je ook prima kunt begeleiden. Willie Jones III is als drummer een en al puurheid. Gezeten achter een minimaal opgetuigde drumkit ademt hij ritme en timing. Af en toe deelt hij rake klappen uit, maar vooral zijn katachtige snelheid en precisie geven een enorm stuwende kracht aan de muziek. Met terughoudendheid, minimale middelen en een werkelijk verbluffende techniek geeft hij het ideale fundament aan dit trio.

Als in een masterclass toont Cedar Walton deze avond hoe je met een feilloos toucher een prachtige kleuring kunt bereiken, met veel ruimte voor details. Het resultaat is een Steinway die zingt; het oorspronkelijk doel waar dit instrument ooit voor werd ontworpen. Uiteindelijk blijft muziek een groot mysterie: in dit geval de emotie die Walton weet te schilderen met zijn lyrische frasering. Gezien zijn huidige goede conditie is het te hopen dat Walton zijn verdiensten als klassiek geschoold jazzpianist nog een tijdje kan blijven voortzetten.

Klik hier voor foto's van dit concert door Roland Huguenin.

Labels:

(Roland Huguenin, 28.2.13) - [print] - [naar boven]





Vooruitblik
BrokkenBal - 10 Jaar Schrijvers in Concert


Op woensdag 13 maart 2013 verwelkomt gitariste/componiste Corrie van Binsbergen traditiegetrouw bekende schrijvers tijdens het jaarlijkse BrokkenBal in het Bimhuis. Hoofdgasten zijn Kees van Kooten, die dit jaar het Boekenweekgeschenk schrijft en Toon Tellegen, die aantreedt met nieuw repertoire. Tevens zijn er optredens van A.L. Snijders en Remco Campert.

In 2003 startte Van Binsbergen bij wijze van experiment literaire concerten in het Bimhuis, toen nog aan de Oude Schans. De strekking: verhalen worden live gelezen door de auteur en tegelijkertijd ontrolt zich een door Van Binsbergen op de verhalen geschreven muzikaal scenario; als 'een film voor je oren'. In de allereerste reeks nodigde ze Remco Campert, Toon Tellegen en Kees van Kooten uit.

Het experiment bleek zeer geslaagd, voor zowel publiek als artiesten. Er volgden vele optredens en er verschenen zeven luisterboeken: met Remco Campert, Kees van Kooten, Ramsey Nasr, Renate Dorrestein, Josse De Pauw en zelfs twee met Toon Tellegen. Met laatsgenoemde is een hechte vriendschapsband ontstaan en een vaste groep met - paradoxaal genoeg - de naam Het Wisselend Toonkwintet.

Op het komende BrokkenBal krijgen we een voorproefje van het nieuwe programma van Toon Tellegen: 'Het geluk van de sprinkhaan' en de presentatie van het gelijknamige luisterboek, dat door Uitgeverij Rubinstein wordt uitgegeven. Ook treden andere auteurs van het eerste uur op: Campert zal, begeleid door Van Binsbergen, een aantal gedichten lezen en Kees van Kooten treedt samen met het kwintet op. Hij licht mogelijk een tipje van de sluier van het Boekenweekgeschenk. Daarnaast een optreden van de Three Al's, die hun debuut hadden op Oerol 2012, met A.L. Snijders, Albert van Veenendaal en Alan Purves.

Musici van het BrokkenBal zijn gitariste Corrie van Binsbergen , Joost Buis op trombone en lapsteel, Albert van Veenendaal op (prepared) piano, Hein Offermans op bas en Alan 'Gunga' Purves op drums en percussie.

Klik hier voor meer informatie.

Meer weten?
Klik hier voor een recensie van het BrokkenBal met Elvis Peeters, Josse De Pauw en Tonnus Oosterhoff op woensdag 14 maart 2012 in het Bimhuis, Amsterdam.

Labels:

(Jacques Los, 28.2.13) - [print] - [naar boven]





Concert
Postma vertrouwt op intuïtie

Tineke Postma Quartet, vrijdag 15 februari 2013, Paradox, Tilburg

Tineke Postma gaf het bij aanvang al aan - "zo fijn om hier weer terug te zijn" - en dat vond het enthousiaste publiek in een volgepakt Paradox duidelijk ook. Terug op het honk gaf zij een prachtig concert met oude en nieuwe stukken, in goed gezelschap verkerend van pianist Marc van Roon, drummer Martijn Vink en bassist Clemens van der Feen.

Spelend op de alt- en sopraansax, vielen de monden regelmatig open van bewondering voor Postma's fenomenale techniek. Haar drang naar perfectionisme is kenmerkend, maar siert haar ook. Toch is het niet alleen dat wat Postma zo speciaal maakt. Steeds meer laat ze zien wie zij is, en dan bedoel ik niet alleen in haar spel. Babbelend met het publiek, maar ook interactief met haar podiumgenoten, lijkt ze meer uit haar schulp te kruipen. In combinatie met haar voorliefde voor melodie en klankkleur wordt zijzelf en haar muziek steeds toegankelijker en, nou ja, mooier.

Die ontwikkeling werd met name zichtbaar in oudere stukken als 'Short Conversations', 'Before The Snow', en 'Searching And Finding'. De opbouw en uitwerking ervan getuigden van verdieping en herziene mogelijkheden. Daardoor bleef het boeiend om ze weer voorbij te zien komen. Postma liet haar saxen vooral in de lagere regionen steeds vaker verkennen en gaf vrije ziel Van Roon regelmatig de ruimte haar hinten op te pakken en te volvoeren. Postma's indrukwekkende solo-intro van 'Searching And Finding' kreeg een extra dimensie door de resonantie in de klankkast van de vleugel, als een lichte echo. Het was een van de hoogtepunten van de avond.

De begrenzing van de stukken werd overigens behoorlijk opgerekt door de frêle moves van Van Roon en het creatieve drumwerk van Martijn Vink. Het pianospel van Van Roon is lyrisch. Het kan klein maar ook bombastisch zijn, wanneer hij dat zo voelt. Vink goochelde - met de nuchtere zekerheid die we van hem gewend zijn - met tegengestelde ritmes en kunstige tempowisselingen alsof het niets was en lonkte daarmee naar avontuur. Ook Van der Feen deed wat dat betreft een duit in het zakje. Zijn interpretaties waren speels en puntig, zonder de fundamenten uit het oog te verliezen.

Over de toegift was geen twijfel mogelijk, het werd een liefdeslied van de Braziliaan Heitor Villa Lobos, een van Postma's favoriete componisten. Wat volgde was een bezielende uitvoering, waarin de melancholische melodie en het fantastische uptempo roffelwerk van Vink elkaar aanjoegen en het feestje compleet maakte. Postma voelde zich als een vis in het water en gaf zich volledig over aan haar intuïtie.

Klik hier voor foto's van dit concert door Monique van der Lint.

Labels:

(Donata van de Ven, 27.2.13) - [print] - [naar boven]





Cd
Zapp 4 – 'We Suck Young Blood' (Challenge Records, 2012)

Opname: juni 2012

De zesde cd van het strijkkwartet Zapp 4 is volledig gewijd aan de muziek van de Engelse rockgroep Radiohead. Dat klinkt naar 'Zapp 4 speelt covers van Radiohead-songs', maar niets is minder waar. Hoe kun je als strijkkwartet ook in de buurt komen van deze tamelijk compromisloze Britten, die wat betreft podiumdramatiek en intensiteit sinds hun doorbraak met het album 'OK Computer' (1997) nieuwe maatstaven hebben gezet. Het leuke is: Zapp 4 doet dat met 'We Suck Young Blood' ook, maar dan op een ander level.

Radiohead - dat zijn bezwerende en gedragen intro's, dikke akkoorden, orgiastische uitbarstingen, muziek waarachter vaak een existentiële pijn schuilgaat, ook als de tonen zacht en omfloerst zijn. Dit heeft de groep gemeen met grootheden als bijvoorbeeld The Doors en - waarom ook niet - Johnny Cash. Zapp 4 heeft nu ten opzichte van Radiohead zelf het voordeel dat het aan geen enkel rockidioom gebonden is en vanuit de distantie heel andere lagen en sferen uit de muziek kan distilleren.

Bij het opnieuw ensceneren ofwel adapteren van het bronmateriaal lijkt Zapp 4 over een onuitputtelijke fantasie te beschikken. Meteen aan het begin van de cd is het al raak. Waar bij Radiohead de song 'The Daily Mail' door zware koperblazers haast uit zijn voegen barst (inderdaad, ook naar 'Atom Heart Mother' geluisterd), komt Zapp 4 met een uitgekiend gearrangeerde pastorale voor de dag, die slepend en intiem begint, maar gaandeweg via steeds scherpere accenten van binnenuit gaat gloeien. Zo krijgt de melancholieke grondtoon een manische felheid. Hiermee zijn we dus na enkele minuten al bij de essentie van Radiohead aanbeland. Dat gevoel bekruipt je eigenlijk in ieder nummer; de gebruikte muzikale middelen kunnen totaal afwijkend zijn, de impact en de werking komen dicht bij elkaar in de buurt.

Van een bijna pijnlijke schoonheid is 'Paranoid Android', een nummer uit de late jaren negentig, waarmee Radiohead nog in de nadagen van de grunge leek te verkeren. Zapp 4 kiest in deze inktzwarte rocksong voor desolate motieven, waar ook Astor Piazzolla voor had kunnen tekenen en verlegt zo subtiel het perspectief naar een ander muzikaal klimaat. Iets vergelijkbaars gebeurt in 'Give Up The Ghost', waarin met de hulp van percussionist Afra Mussawissade oriëntaals wiegende ritmes ontstaan.

Niet toevallig is Radiohead een groep die enorm van perspectiefwisselingen houdt, ingrijpende, al of niet aangekondigde overgangen naar een intenser dynamisch niveau, een verdichting van de ritmiek en een veelkleurige wall of sound. Hier gaat Zapp 4 creatief mee om; een strijkkwartet kan het natuurlijk nooit in de decibellen gaan zoeken. Maar als het moet (en bij Radiohead moet het vaak), schakelen de strijkers eensgezind over op extreem hoekig en heftig samenspel, waarmee een cadans wordt bereikt die op een even overtuigende manier voor spanning, suspense en opwinding zorgt.

Een mooi voorbeeld is de titelsong 'We Suck Young Blood', een nocturne die de sfeer van een mistig kerkhof oproept. Ter verhoging van de dramatiek worden de vibrerende viooltonen aangevuld met hol klinkende zanglijnen, een prachtige vondst. En ook hier laten de strijkers van Zapp 4 na een abrupte overgang horen dat ze in de wereld der strijkkwartetten een unieke plaats innemen; ze zetten met een onverbiddelijkheid rock riffs neer, die zonder weerga zijn.

Meer horen?
Op de
website van Zapp4 kun je rechtsboven luisteren naar twee tracks van dit album: 'The Eraser' en 'We Suck Young Blood'.

Labels:

(Laurent Sprooten, 26.2.13) - [print] - [naar boven]





Concert
Progressief pianotrio speelt met tijd

Vijay Iyer Trio, vrijdag 8 februari 2013, Paradox, Tilburg

De inmiddels volprezen pianist Vijay Iyer vindt zijn weg over de globe via diverse ensembles en samenwerkingsverbanden. Dat heeft geleid tot het incorporeren van Aziatische invloeden binnen zijn virtuoze spel. Deze eclectische opvatting presenteert zich in de samenwerking met wapenbroeder Rudresh Mahanthappa en het project Tirtha. Bij het laatste is sprake van een complexe symbiose tussen moderne, creatieve westerse jazz, Hindoestaanse muziek en de Karnatische muziek uit Zuid-India. Daarnaast is Iyers muziek stevig verankerd in de tradities van de Amerikaanse jazz. Het oprekken van de waarden van het klassieke pianotrio vormt daarbij zijn belangrijkste drijfveer. Sinds 2009 zijn bassist Stephen Crump en drummer Marcus Gilmore zijn metgezellen binnen dit metier, wat heeft geleid tot het uitstekende 'Historicity' en het recente album 'Accelerando'.

Het repertoire dat wordt gespeeld is afkomstig van beide albums en zijn soloalbum uit 2010. Op deze cd's wordt een handvol originelen naast een groot aantal covers geplaatst. Deze zijn afkomstig van bekende artiesten uit de wereld van de jazz, de dansmuziek en de rhythm-and-blues. Via de compositie 'Accelerando' wordt van meet af aan duidelijk gemaakt dat de verdeling van de tijd centraal staat. Repeterende piano-akkoorden, verschuivingen in de dynamiek en een spatje lyriek leiden uiteindelijk tot een maniakale versnelling van het stuk! Daarna beent het trio twee relatief oude composities van het album 'Historicity' ritmisch tot op het bot uit. De diepliggende mysterieuze blues van Julius Hemphills 'Dogon A.D' verwordt zo tot een niets ontziende en ruige ritmische zoektocht. Versierd met prachtige piano-intermezzo's, een veelzeggende stilte en een rustgevende baspartij, eindigt het in een kakofonie van geluid. 'Historicity' start ingetogen, romantisch, en blijkt uiteindelijk niet meer dan een opstart voor een bijna motorisch aangedreven ritme. De vele tempowisselingen leiden tot een eruptie, die uitmondt in een intieme finale.

Zonder de broodnodige pauze dendert de hogesnelheidstrein, bestaande uit het ritmisch hart van Crump en Gilmore, door. Met een griezelige handigheid, tornend aan ritmische structuren, blijft een heerlijk gevoel voor swing in stand. Vaak verdubbelt Iyer het immense gevoel van ritmiek. Staccato statements, plotseling invallende stiltes, minimalistische patronen en doorklinkende echo's zorgen voor een sfeer, waarin tegen elkaar tikkende en slaande klokken een modern muzikaal geheel vormen. In 'Darn That Dream' dartelt de pianist inventief om het zo herkenbare thema heen. De subtiel aangebrachte dissonanten vormen de inleiding voor een vurige drumsolo.

Dat het trio de afgelopen jaren is geëvolueerd, is een understatement. Het intuïtieve en interactieve samenspel wegen zwaar bij de afsluitende tracks. In de rapsodie 'Optimism', een weerslag van Iyers hoop op maatschappelijk betere tijden, wordt de collectieve variatie gepredikt. De ultieme en te verwachten toegift 'Human Nature', onweerstaanbaar vanwege de melodie, kleurt het trio prachtig in. Fragmentarisch in de opbouw, vertragend en versnellend, vindt een herdefinitie van deze klassieke Jackson-song plaats, die door Miles Davis al verheven is tot een moderne jazzstandard. Zoals gezegd behoudt Iyer de aantrekkelijke melodie, maar beeldhouwt het trio er een rijk ritmische complexiteit omheen en varieert het in de toonaarden. Op sommige momenten is de beat twee keer zo snel als bij het origineel, maar blijft warm en verwachtingsvol klinken!

Klik hier voor foto's van dit concert door Monique van der Lint. En hier voor een fotoverslag door Louis Obbens.

Labels:

(Louis Obbens, 20.2.13) - [print] - [naar boven]





Cd
Adam Lane's Full Throttle Orchestra - 'Ashcan Rantings' (Clean Feed, 2010)

Opname: 16 april 2009

Lane's vers samengestelde Full Throttle Orchestra laat zich op 'Ashcan Rantings' kennen als een negenkoppig monster, dat erin slaagt om een waanzinnig hoog niveau aan te houden.

'Ashcan Rantings' is een dubbel-cd. Dat is vaak een goeie indicatie van overmoed of overdaad, maar de consistentie van deze schijfjes, samen goed voor een kleine honderd minuten muziek, is ronduit indrukwekkend. Van het orkest waarmee Lane 'No(w) Music' (2001) en 'New Magical Kingdom' (2006) opnam, is intussen niemand meer overgebleven, maar de band die hij hier heeft ingeschakeld is wel van een heel bijzonder kaliber. Er werken niet minder dan zeven blazers aan mee, stuk voor stuk jonge talenten die bijna allemaal gerekend worden tot de grootste virtuozen op hun instrument: saxofonisten David Bindman, Avram Fever en Matt Bauder, trompettisten Nate Wooley en Taylor Ho Bynum en trombonisten Reut Regev en Tim Vaughn. Verder zijn er dan nog Lane op bas en Igal Foni (meneer Regev) op drums.

Lane laat in de aanstekelijke liner notes al een en ander los over zijn aanpak, die uiterst virtuoos de grens tussen compositie en improvisatie bewandelt, een grens die weinig bands zo boeiend weten te houden. Daarbij wordt doorgaans een beginstatement gemaakt, waarnaar vaker wordt teruggegrepen, ook op het einde. Daartussen zitten ritmische en/of melodische cellen, die gebaseerd zijn op die thema's, en waarop de solisten hun ding kunnen doen. Ze kunnen inkleuren, maar ook bijsturen en zo de hele band een andere richting laten inslaan. Klinkt allemaal erg abstract en theoretisch, maar daar valt niets van te merken: 'Aschcan Rantings' is een album dat vooral opvalt door zijn coherente sound en stijl, door zijn eenheid en niet te stuiten flow.

Alles wordt meteen duidelijk vanaf 'Imaginary Portrait', dat van start gaat met een statige aanzet met en knap arrangement. Opvallend ook wat een enorme klankkleur er in deze bezetting schuilt en hoe zorgvuldig die geluiden op elkaar gestapeld worden. Dat spelen met en variëren op kloeke thema's is ook iets dat we al bij Angles hoorden, maar hier gebeurt het allemaal iets verfijnder en gedoseerder. Er wordt misschien net iets minder geteerd op het buikgevoel en de blote emotie dan bij de Scandinaven, maar ook hierin zit soul, groove, voel je de blues, de swing, de humor en de joie de vivre. Dit is levende muziek, die voort holt met een grijns, zowel in de collectieve stukken als tijdens de solomomenten, die er in overvloed zijn van alle betrokkenen.

Regev laat meteen horen hoe ze er in slaagt om een notoir moeilijk en stug instrument als de trombone toch te doen dansen. Daartoe krijgt ze ook de kans in het erop volgende 'Marshall', meteen een van de hoogtepunten van de plaat. Het begint allemaal erg melancholisch, triest zelfs, met slepend klarinetwerk van Fever, maar dan komt dat kernthema en ga je compleet voor de bijl door die filmische meeslependheid, die spanning opdrijvende baslijn van Lane, die Ellington in slow motion. Muziek uit een imaginaire film noir: verleidelijk, donker en sexy. Bindman steekt er een mooie solo in, maar het is Regev die met de pluimen mag gaan lopen als het contrast tussen haar solo en het slinks teruggekeerde thema zorgt voor een ondraaglijke spanning. Machtig mooie muziek levert het op.

'Ashacan Rantings' biedt een verfijnd evenwicht tussen traditie en avontuur, tussen souplesse en kracht, tussen klasse en emotie. Het laat horen dat Lane een uitstekend componist is, eentje die zich bovendien heeft omringd met een enorm getalenteerd zootje, dat van dit dubbelalbum een meeslepende reis heeft gemaakt, waar de spelvreugde voelbaar vanaf spat. Eentje om in te lijsten.

Deze recensie verscheen eerder op Enola.be

Meer horen?
Dit dubbelalbum is een van de Clean Feed-cd's die momenteel in de aanbieding zijn tijdens de Stock Off van dit Portugese kwaliteitslabel. Klik
hier voor meer informatie.

Labels:

(Guy Peters, 20.2.13) - [print] - [naar boven]





Nieuws
Jazzfotosite JazzFace gelanceerd


Liefhebbers van mooie jazzfoto's komen aan hun trekken op Jazzface (www.jazzface.be). Op deze site vind je een grote collectie jazzfoto's van Cees van de Ven, die op verschillende formaten te bestellen zijn.

Cees van de Ven (10 maart 1940, Eindhoven) maakte al vroeg kennis met fotografie; zijn vader was een verwoed amateurfotograaf. Van de Ven begon met natuur- en macrofotografie, maar later, als muzikant in diverse orkesten, fotografeerde hij ook in die omgeving. Vele jaren was hij muzikaal leider van verschillende big bands uit de regio. Sinds 2003 is hij als redacteur/fotograaf verbonden aan Draai om je oren. Sindsdien heeft hij honderden fotoverslagen gemaakt van jazzconcerten en - festivals, waarbij hij een brede belangstelling aan de dag legt voor het hele jazzspectrum, in al zijn variëteiten.

Stefano Rivoir, een trouwe bezoeker van de fotosite van Cees van de Ven op Flickr (www.flickr.com/photos/jazzcase) schreef in een testimonial: "He’s great, to me. With his shots, he makes you feel on stage, side by side with the musicians." De fotograaf zelf: "Als horen, kijken en zien samenvallen in het moment van de klik, is dat voor mij vaak een geslaagde jazzfoto."

Klik hier om een kijkje te nemen op JazzFace.

Labels:

(Maarten van de Ven, 19.2.13) - [print] - [naar boven]





Concert
Warme jazzklanken uit Sardinië

Jasper Somsen Group, donderdag 31 januari 2013, Bethaniënklooster, Amsterdam

Het in de vijftiende eeuw gebouwde Bethaniënklooster is in de tachtiger jaren grondig gerestaureerd. Het is inmiddels een toonaangevend podium voor kamermuziek en een smaakvolle locatie voor diners, lezingen en symposia.

In het fraai gerestaureerde souterrain, dat zijn vijftiende eeuwse gedaante met kruisgewelven heeft behouden, heeft zich de Bethany's Jazz Club gevestigd. De religieuze renaissancekoorzang wordt hier dus niet meer vertolkt. Thans zijn er moderne jazzklanken te beluisteren. Musici als Christian Pabst, Thijs Cuppen, Marc Zandveld, Michael Varekamp, Paul van der Feen, Rob van Bavel, John Engels, Gerard Kleijn, Karel Boehlee en Ack van Rooyen hebben er al gespeeld of staan op de agenda.

De groep van bassist Jasper Somsen speelde in het kader van de presentatie van de onlangs uitgebrachte cd 'Sardegna'. Je hoeft geen grote fantasie te hebben om de zuidelijke, warme sfeer van het eiland Sardegna (Sardinië) in zowel Somsens als trompettist Bert Lochs' composities terug te horen. Het is ontspannen, vreugdevolle, elegante kamer(jazz)muziek. Elk van de muzikanten stelt zich dienstbaar, ingetogen en geïnspireerd op aan de collectieve arrangementen.

Het gedegen bassen van Somsen, het relaxte en swingend drumwerk van Pieter Bast, de harmonieuze samenklanken van Florian Zenders gitaar en Tilmar Junius' piano vormden tezamen het ruimtelijk fundament waarop – vooral – de bugelsolo's van Bert Lochs helder en jubelend uitkwamen.

Helaas was de opkomst niet al te groot. Jazzliefhebbers hebben wat gemist. Dat lag absoluut niet aan de muziek. Ook kan het niet aan de locatie gelegen hebben. Tussen de Nieuwmarkt en de Wallen moet die toch zeker voor de mannelijke jazzfanaten gemakkelijk te vinden zijn.

Klik hier voor foto's van dit concert door Maarten Jan Rieder.

Labels:

(Jacques Los, 18.2.13) - [print] - [naar boven]





Cd
Sarah Vaughan & The Basie-Ites - 'No Count Sarah / After Hours At The London House' (Master Jazz, 2012)

Opname: 1957-1958

Uitgerekend in de tijd dat vocaliste Sarah Vaughan veelal werd gekoppeld aan suikerzoete strijkorkesten, de late jaren vijftig, maakte ze een paar van haar beste jazzgeoriënteerde albums. Twee daarvan, 'After Hours At The London House' en 'No Count Sarah', zijn hier bijeengebracht.

Arrangeur Thad Jones lijkt niet goed te kunnen kiezen tussen een commerciële, dichtgemetselde aanpak en de meer open approach die karakteristiek was voor de Basie-band. Maar wanneer hij het orkest (zonder de Count, dus) en de zangeres wat meer lucht geeft, klinkt Vaughan meteen een stuk vrijer en jazzier.

Haar 'instrumentale' kant toont ze in 'No Count Blues' en 'Stardust'. Haar interpretatie van die laatste song ligt vrijwel op hetzelfde niveau als die van Louis Armstrong anno 1931, de mooiste vocale uitvoering ooit van Hoagy Carmichaels klassieker. 'At The London House' is een soort jamsessie met leden van haar eigen trio en gasten uit Basie's orkest. Het is de avond dat ze de weg heel charmant kwijtraakt in 'Thanks For The Memory'. Om met Armstrong te spreken: now you has jazz.

Labels:

(Eddy Determeyer, 17.2.13) - [print] - [naar boven]





Concert
Italiaans meesterwerk

Enrico Pieranunzi's New European Trio, donderdag 15 november 2012, Schouwburg Junushoff, Wageningen

De schouwburg is afgeladen vol. Bekenden slaan elkaar op de schouders en vragen elkaar hoe het gaat. Een enkeling probeert manmoedig een tijdschrift te lezen, vast een vakblad over landbouw. We zitten in Wageningen en iedereen is uitgelopen voor stadsgenoot en bassist Jasper Somsen. Hij speelt deze avond samen met drummer Pieter Bast én Italiaanse meesterpianist Enrico Pieranunzi.

Pieranunzi is één van de invloedrijkste jazzpianisten en –componisten van Europa. Na zijn klassieke scholing heeft hij een eigen, lyrische stijl ontwikkeld met klassieke en Latijns-Amerikaanse invloeden. Hij laat zich onder andere inspireren door Bill Evans en Chick Corea én door Ennio Morricone. In diens filmmuziek speelde Pieranunzi piano.

In 2010 brengt contrabassist Somsen samen met Bert Lochs, Florian Zenker, Jeroen van Vliet en Pieter Bast een cd uit, geïnspireerd op Pieranunzi's werk. 'Dreams, Thought & Poetry' verschijnt bij Challenge Records en de meester zelf is enthousiast. En hij stelt Somsen en Bast voor om gezamenlijk te gaan optreden. Het New European Trio is geboren en vanavond spelen ze in Wageningen.

Een wat oudere, introverte man werpt een blik om het gordijn aan de zijkant van het toneel. Een paar minuten later loopt hij in een onopvallend pak én op witte gympen naar de piano, gaat voorzichtig op de harde houten stoel zitten en laat de toetsen klinken. Meteen ontrolt zich een mooie, lyrische melodie. In heldere akkoorden en vloeiende klanken vloeit het ene verhaal na het andere uit zijn piano.

In de eerste nummers loopt de timing niet helemaal zoals bedoeld. Maar na een paar nummers weet Bast de pianist moeiteloos te volgen. Onder de openstaande klep van de vleugel door hebben ze vaak oogcontact. Als de afsluitende slag op de bekkens perfect getimed is, gaat Pieranunzi's duim omhoog. Somsen is deze avond vooral erg hard aan het werk. Zijn vingers solliciteren naar spierpijn, maar de complexiteit van Pieranunzi's composities lijkt een tree te hoog. Na een paar nummers komt het trio als geheel toch op stoom.

Pieranunzi laat vervolgens horen hoe een ballad moet klinken: lieflijke akkoorden met links en met rechts een frisse melodie, begeleid door zachte drums en een strijkende bas. De eerste set is vooral lyrisch, als een warm notenbad met bubbels. De ruimtelijke melodielijnen gaan als vanzelf over in improvisaties en omgekeerd.

Dan is de pianist aan een sigaret toe. Tijd voor pauze. Daarna start het trio met Latijns-Amerikaanse ritmes, met stevige bas en drums. Het heeft wat weg van The Bad Plus, de Amerikaanse band die jazz en pop speelt met de kracht van rock-'n-roll. Het is de invloed van Somsen en Bast, die vaker in deze stijl spelen.

Een spotlight op Pieranunzi. "They say I can do it", zegt hij als hij Scarlatti speelt. Hij heeft gelijk. De sterren aan het Wageningse firmament wanen zich een paar eeuwen terug. In 'Blue Water' is de jazz weer terug. In de hele tweede set klinkt op de piano één keer een atonale toon, de eerste van de avond. De pianist kijkt erbij alsof hij een citroen heeft ingeslikt. De grenzen van de harmonie opzoeken, alla, maar er echt overheen, dat past niet bij zijn gevoel voor stijl en gratie.

Bij een volgend nummer zit Pieranunzi, die tot nu toe met het hoofd gebogen een afgesloten ruimte met de piano heeft gevormd, kaarsrecht achter de toetsen. Is dit een nieuw nummer? Hoe het ook is, de noten stromen uit de piano alsof ze in Niagara zijn en Pieranunzi trekt bij de bastonen zijn handen fel terug om de klank er met nog meer kracht uit te trekken.

In de tweede set is het trio nog meer op stoom gekomen. Pieranunzi blijft leidend, maar Bast en Somsen spelen vaker een solo. Die duurt maar kort. Exact getimed valt Pieranunzi na een paar minuten in, om het initiatief weer over te nemen. Aan het einde neemt hij afscheid van het publiek. Somsen, die een droom heeft zien uitkomen, geeft Pieranunzi een stevige omhelzing. Daar houdt de Italiaan niet zo van. Bast moet het doen met een welgemeende, warme handdruk.

(Heleen van Tilburg, 15.2.13) - [print] - [naar boven]





Cd
Ad Colen Quartet – 'Spark' (Sweet Briar Music, 2013)

Opname: 5 oktober 2012

Onverdroten gaat tenor- en sopraansaxofonist Ad Colen voort met het uitbrengen van steeds weer kwalitatieve en interessante cd's. 'Spark' is de vijfde in de reeks, die is uitgebracht op het label Sweet Briar Music. Met zijn vaste kwartet – pianist Gé Bijvoet, bassist Wiro Mahieu en drummer Yonga Sun – en door een gelukkige hand van componeren behoort zijn groep tot één van de meest constante en frisse hedendaagse mainstream formaties.

Op deze cd levert Colen zeven en Bijvoet twee composities. Het zijn allen harmonische en melodieuze stukken, die volop ruimte geven voor sprankelende en inventieve improvisaties. De meeste solo's zijn (natuurlijk) voor de leider, die soepel, origineel en met geheel eigen en aparte fraseringen soleert en een prachtig geluid uit beide saxen produceert.

Pianist Bijvoet heeft enkele memorabele felle solo's, onder meer in 'Cabbage And Coleslaw' en zijn eigen compositie 'Flying Alaska'. De ritmische aspecten zijn in de (letterlijk) voortreffelijke handen van Mahieu en Sun. Voor deze open en melodieuze, karaktervolle moderne jazz is er welhaast geen beter tandem te vinden.

Mede dankzij de intens en subtiel vertolkte, indrukwekkende ballads 'Kump Good' van Colen en 'Jobbernow' van Bijvoet komt het inderdaad helemaal goed met Ad Colen en zijn kwartet. 'Spark' is een exponent van een serie zeer geslaagde cd-producties.

Meer zien en horen?
Klik
hier om te luisteren naar het openingsnummer van de cd, 'Squirl'.

Labels:

(Jacques Los, 14.2.13) - [print] - [naar boven]





Concert
Ben van den Dungen éminence grise

donderdag 31 januari 2013, Jazzcafé Alto, Groningen

Het is toch met iets van een schok dat je beseft dat ook saxofonist Ben van den Dungen (1960) inmiddels toegetreden is tot het gilde der éminences grises van de vaderlandse jazz. (Dat wil zeggen, indien hij zijn schedel niet kaal geschoren had.) In 1985 won hij met zijn kwintet de eerste prijs van het Jazz Podium, onderdeel van het Internationaal Jazz Festival Amsterdam. De vijf muzikanten, studenten aan het Koninklijk Conservatorium te Den Haag, waren destijds representanten van de eerste lichting die de jazzopleidingen in ons land afleverden. Inderdaad, de vermaledijde conservatoriumboppers.

Maar toen hij eerbiedwaardige stukken als 'My Ideal' en 'Strike Up The Band' door de pijpenla liet vibreren wist je: hier staat een oude meester. Het beeld van saxofonist Sonny Rollins wilde een tijdlang maar niet verdwijnen. Toegegeven: Van den Dungen bezit niet de spankracht, de spanningsboog, de grandeur van een Rollins. Hij ziet het allemaal wat minder groot, zijn constructies zijn een stuk bescheidener van aard. Maar in John Coltrane's 'Like Sonny' was het inderdaad eerder like Sonny dan like Trane. Dertig jaar podiumervaring over de hele wereld hebben zijn sound geruwd. Zijn spel noodt tot binnensmonds meeneuriën. Op sopraansax is zijn geluid wat bescheidener, wat bedachtzamer, dan op de tenor.

Het trio had in deze samenstelling nog niet eerder gewerkt. Ja, drummer Steve Altenberg herinnerde zich vaag dat hij het podium wel eens met Ben had gedeeld, zo rond 1995 of daaromtrent. Het duurde dan ook even voordat de handel lekker klikte, maar toen was het combo niet meer te houden. Nu is de ritmetandem Bert van Erk-Steve Altenberg een van de roestvrijstaalste van de huidige Nederlandse jazz, dus dat hielp al flink. In 'Cedar’s Blues' resulteerde dat in een verbluffende samenspraak van de bassist en de drummer. Hier was duidelijk hocus pocus in het spel. De hele avond gaf Altenberg met ostinato figuurtjes en dynamische accenten reliëf aan de muziek.

Het ziet er overigens naar uit dat de succesvolle serie die bassist Van Erk maandelijks in café Alto organiseert haar langste tijd heeft gehad. De eigenaar van het perceel heeft naar verluidt serieuze plannen het veel te gezellige kroegje aan de Kleine Kromme Elleboog te slopen om er marktconform en oplossingsgericht een fris, modern, om niet te zeggen eigentijds pand voor in de plaats op te trekken. Mooi zo. Goed tegen de nostalgie ook. Het mooie nieuws is ondertussen, dat de Groninger Sproak, een vooroorlogse zaal die onderdak heeft geboden aan rederijkerstafels, bruiloften & partijen, cabaret en kleinschalige popconcerten, nog voor de zomer wekelijks jazz gaat programmeren. Want die Groningers, dat zijn albegeren hoor, zoals ze dat zelf noemen.

Klik hier voor foto's van dit concert door Willem Schwertmann.

Meer zien en horen?
Kijk hier naar een video van het nummer 'The Mohicans And The Great Spirit' door Ben van den Dungen, Bert van Erk en Steve Altenberg in Alto.

Labels:

(Eddy Determeyer, 12.2.13) - [print] - [naar boven]





In memoriam
Donald Byrd


Op maandag 4 februari is trompettist Donald Byrd op 80-jarige leeftijd overleden.

Tijdens zijn highschool-periode was hij al een vaardig trompettist. Hij speelde toen met Lionel Hampton. Na de militaire dienst vertrok hij naar New York om af te studeren aan de Manhattan School of Music. Zijn muzikale carrière nam een aanvang in de groep van pianist George Wallington. Al snel werd hij ontdekt door Art Blakey en verving hij, in diens vermaarde Jazz Messengers, trompettist Clifford Brown. In die periode (midden jaren vijftig) begon Byrd ook platen op te nemen onder eigen naam op het label Savoy en als sideman bij onder meer John Coltrane, Thelonious Monk en Sonny Rollins.

In 1958 tekende hij een exclusief contract bij Blue Note, waar hij tot ver in de jaren zeventig voor zou blijven opnemen. Dat resulteerde in een serie uitmuntende hardbop-platen: 'Off To The Races', 'At The Half Note Cafe', 'The Cat Walk', 'Free Form' en 'A New Perspective'. Over laatstgenoemd album, waarop de trompettist samenwerkte met een gospelkoor, schreef criticus Nate Patrin onlangs: "Byrd's intent to take the gospel threads running through Dixieland and New Orleans jazz and wind them through the hard bop movement resulted in one of his most unique, yet career-defining, statements."

Midden jaren zestig richtte hij zich meer op educatieve bezigheden en raakte hij geïnteresseerd in de muzikale ontwikkeling van Miles Davis. Ook Byrd ging zich bezig houden met elektronische en rock-invloeden. Tegelijkertijd bestudeerde hij de Afrikaanse muziek. Die invloeden leverden de albums 'Electric Byrd' en 'Ethiopian Knights' op. Het in 1972 uitgebrachte 'Black Byrd', dat funk, jazz en R&B combineerde, werd een grote hit. Hij werkte daarop voor het eerst samen met het producers- en componistenduo Larry en Fonce Mizell. Het album werd op dat moment de meest verkochte plaat van Blue Note, maar de puristen onder de jazzliefhebbers vonden de nieuwe richting van Byrd maar niets. De volgende albums met de broers werden eveneens hits. De groep die Byrd in die tijd met enkele van zijn beste studenten begon, The Blackbyrds, was in commercieel en artistiek opzicht succesvol, met bijvoorbeeld de millionseller 'Walking In Rhythm' en hit-albums als 'Street Lady' en 'Places And Spaces'.

De muziek die Byrd in de jaren zeventig maakte vormde later een grote bron voor samples voor talloze hiphop-musici en -groepen, zoals Public Enemy en Us3. In 1978 verliet Byrd Blue Note en stapte over naar Elektra. Het succesvolle 'jazz,funk, R&B' concept begon wat te tanen en ook gelet op een niet al te beste gezondheid begon Byrd weer meer les te geven. Er was nog een kortstondige muzikale opleving aan het begin van de jaren negentig, toen hij enkele albums uitbracht op het label Landmark en meespeelde op het succesvolle cross-over album 'Jazzmatazz' van rapper Guru. In het laatste deel van zijn leven werd Byrds lespraktijk zijn belangrijkste bezigheid.

Labels:

(Jacques Los, 9.2.13) - [print] - [naar boven]





Cd
Jasper Blom Quartet – 'Gravity' (Mainland Records, 2012)


De jaren zestig waren zeer vruchtbare jaren voor de aanwas van het Nederlandse jazz-tenorsaxofonisten echelon. Totdat die lichting zich manifesteerde moest er nog zo'n twintigtal jaren worden gewacht. Maar toen waren ze er dan ook en de meesten met een stevige jazzopleiding op het conservatorium achter de rug. Om de meest prominente te noemen: Ben van den Dungen, Dick de Graaf, Yuri Honing, Toon Roos, Alexander Beets, Tom Beek, Ad Colen en Jasper Blom.

Die laatste heeft zojuist zijn derde cd 'Gravity' onder eigen naam uitgebracht. Met zijn kwartet, dat uit louter topmusici bestaat (gitarist Jesse van Ruller, bassist Frans van der Hoeven en drummer Martijn Vink), richt hij zich in het bijzonder op de ruige, rockkant van de jazz. In dit kader worden zowel op de sax als – vooral – op gitaar allerlei elektrische effecten toegepast. Binnen die context blijven vloeiende, eigentijdse jazzsolo's van Blom en Ruller rechtovereind staan.

In het springerige 'Estrella Latina' soleert Blom met groot bravoure, ondersteund door Vinks puntige latin ritmes. Het Zuid-Amerikaans georiënteerde 'The Jaive Song' is een vrolijk dansnummer met aanstekelijke zang en scatvocals van Tutu Puoane. De cd bevat ook twee contemplatieve nummers: de ballads 'Nancy In The Sky' en 'Life In A Day', waarin in een filmische sfeer ingetogen en smaakvol wordt gesoleerd door Jasper Blom.

Hoewel de hoofdmoot van deze cd geïnspireerd is op de jazzrock, is er wel sprake van diversiteit – latin, samba, swing, rock, funk – en valt er te genieten van uitstekende solo's, meesterdrummer Martijn Vink en bassist Frans van der Hoeven, die in een van zijn solo's meezingt. Extra aandacht verdient het aparte en zeer dansbare 'Payé, Payé, Paya', stoere close harmony.

Meer zien en horen?
Op de YouTube-pagina van Jasper Blom kun je de videoclip van 'The Jaive Song' bekijken en beluisteren. Klik
hier.

Labels:

(Jacques Los, 6.2.13) - [print] - [naar boven]





Nieuws
Barnicle Bill Trio op tournee met nieuwe live-cd


Op 24 februari presenteert het Barnicle Bill Trio in de North Sea Jazz Club in Amsterdam zijn nieuwe live-cd 'No Black Tie' (TryTone Records). De opnamen voor dit album werden gemaakt tijdens een tournee door Maleisië en Zuid-Korea in oktober 2012.

Het is de tweede cd voor het Barnicle Bill Trio, bestaande uit saxofonist Miguel Martinez, bassist Mark Haanstra en drummer John Engels, na hun debuut 'Barnicle Bill' uit 2010. Met deze nieuwe cd, opgenomen in de jazzclub No Black Tie te Kuala Lumpur, laat het trio horen volwassen te zijn geworden. Het brengt andermaal onversneden jazz met frisse energie in een constante zoektocht naar avontuur. Het repertoire van Barnicle Bill bestaat uit standards, die nooit helemaal standaard zijn geworden: van Chu Berry tot Ornette Coleman, van Billy Strayhorn tot Sonny Rollins.

Draai-recensent Eddy Determeyer zag het drietal in april 2011 in De Smederij aan het werk: "Dat is natuurlijk de goden verzoeken, wanneer je je optreden begint met Ornette Colemans 'When Will The Blues Leave'. Dan weet je zeker dat het de rest van de nacht party time is. En dat was het, met Barnicle Bill in De Smederij. Wat een waanzinnig bandje!"

Ter ondersteuning van de release van dit album gaat het trio op een korte tournee. Na de cd-presentatie in de North Sea Jazz Club spelen ze onder meer nog in Musis Sacrum, Arnhem (26 februari), De Smederij, Groningen (9 april) en op Jazz in Duketown in Den Bosch (18 mei). Klik hier voor meer informatie.

Labels:

(Maarten van de Ven, 5.2.13) - [print] - [naar boven]





Cd
Hafez Modirzadeh – 'Post-Chromodal Out!' (Pi Recordings, 2012)

Opname: 15 & 16 februari 2012

Het album van de Amerikaanse saxofonist met Iraanse wortels Hafez Modirzadeh bestaat uit twee suites, die vooral gebaseerd zijn op transculturele theorie van post-chromatische modaliteit, post-chromodality. Deze is weer verwant aan de harmolodics van Ornette Coleman, vandaar ook de titel van het album dat ook een beetje de klank van de stukken verklaart. Het is muziek met een sterk zwevende tonaliteit. Was er geen opzet in het spel geweest, dan zou je denken dat er vals wordt gespeeld, zoals we dat kennen van de kwart- en microtonen van Coleman. Dat zweven van de tonen wordt ook nog eens versterkt door het geluid van Vijay Iyers piano, die ook als een deinend schip systematisch om de toonreferenties heen draait. Het niet-Amerikaanse element wordt in enkele stukken versterkt door de aanwezigheid van Filipijnse percussie, de
kulintang, en het Perzische hakkebord, de santur.

Ook los daarvan is het spannende muziek, die met de akoestiek van de free jazz diverse culturele invloeden, inclusief de Iraanse, opgenomen heeft. De andere inspiratiebron die boven de muziek zweeft is die van Don Cherry, die met zijn plaat 'Eternal Rhythm' de toon zette voor de verbintenis tussen niet-westerse muziek en free jazz. De uitgangspunten van de zeventien delen van de eerste suite, 'Weft Facets', zijn zeer verschillend, maar in de uitwerking altijd zeer consequent en vol verrasssingen. Om een idee te geven van Modirzadehs achtergrond, hij studeerde onder meer bij George Russell en Jimmy Giuffre, maar bekwaamde zich ook in de Perzische dastgah. Trompettist Amir ElSaffar is evenals Modirzadeh een originele solist met flexibele toon, die zowel soundscapes als ritmisch uitdagend materiaal aan kan. Bassist Ken Filiano en drummer Royal Hartigan houden de boel mooi open, ook als het moet grooven.

Veel strakker en ook wat makkelijker in het gehoor klinken de elf delen van 'Wolf & Warp', een reeks composities van de mij tot nu toe onbekende componist James Norton, die zowel mysterieus folky als hard swingend kunnen klinken. Hier is Modirzadeh op de alt- of tenorsax slechts een van de vijf musici die de muziek waar het kan een vrije, speelse afwerking meegeven. 'Post-Chromodal Out!' is het eerste album van Modirzadeh dat ik gehoord heb, maar ik zag dat hij al sinds 1993 cd's volgens zijn theoretische principes heeft gemaakt. De beste muziek is - zoals hier - zowel qua vorm als esthetiek uitdagend. Eigenlijk had deze cd ook op mijn 'beste van'-lijstje van 2012 moeten staan.

Labels:

(Ken Vos, 4.2.13) - [print] - [naar boven]





Concert
Een 'klinkklaar' concert

Koen De Cauter-Rony Verbiest Quartet, zondag 27 januari 2013, CC MUZE, Heusden-Zolder

Dit concert uit de 19e editie van 'Djangofolllies' werd er één dat zal heugen! Het kader van het aangename MUZEcafé in Heusden-Zolder leende zich uitstekend voor dit 'klinkklare' concert. Hier werd verstaanbaar en met enthousiasme op hoog niveau gemusiceerd! Niet zo vreemd, met Koen De Cauter en Rony Verbiest in de frontline.

De Cauter speelt al vanaf 1975 in het Django Reinhardt-idioom en Verbiest is sowieso al een alleskunner. Musettes ('Flambée Montalbanaise'), ballades ('Petite Fleur'), jazz ('Avalon', 'Sweet Georgia Brown', 'Some Of These Days'), gipsyswing ('Swing 42') en een flinke portie improvisatie waren ingrediënten voor dit luisterfeest. Het talrijke publiek beleefde een prachtavond en omarmde dit kwartet.

Het afwisselende programma werd wervelend, spontaan en ongekunsteld gespeeld of met gevoel en humor ('Mr. William') gezongen door De Cauter en ging organisch onderhuids. Je werd bij de lurven gepakt en er was geen ontkomen aan. Zelfs voor scepticus of hokjesduwer viel hier genoeg te smaken qua speelplezier en hoogstaand muzikaal vakmanschap.

Het ritmetandem Waso (gitaar) en Dajo (bas) De Cauter verzaakten nooit en op hun fundament konden accordionist en sologitarist maximaal exelleren. De tijd vloog en voor je het wist stond je na dit warme bad weer buiten in de vrieskou. Maar dankbaar ook, omdat je getuige was van een memorabele avond. En was dit nu jazz? Die vraag en het antwoord daarop zal door de ruim honderd bezoekers en uw recensent van dienst terecht als niet ter zake doende worden afgedaan. Een voortreffelijke concertavond en dat was het.

Klik hier voor foto's van dit concert door Cees van de Ven.

Labels:

(Cees van de Ven, 3.2.13) - [print] - [naar boven]





Cd
Sun Ra - 'Supersonic Jazz/Fate In A Pleasant Mood' (AMG, 2012)

Opname: 1956 / 1960-61

Jazz in ontwikkeling is per definitie spannender dan een uitgekristalliseerde stijl. Hier horen we het Sun Ra Arkestra in 1956-61, in zijn groei van een weird post-bop orkest naar de freedom van de sixties. Er waren in die periode natuurlijk wel meer figuren die hun blikveld verruimden; rietblazer Yusef Lateef met zijn focus op Afrika en Azië moet in dit verband genoemd worden.

Soms ('El Is A Sound Of Joy') merken we nog de voorliefde van de orkestleider en pianist voor het werk van boparrangeur Tadd Dameron. 'Space Mates' is al een soort abstracte suite met de toverfluit van Marshall Allen. Maar overal heeft Sun Ra zijn muziek een soort geheimzinnige innerlijke bezieling gegeven, waardoor muzikanten en band boven zichzelf uitstijgen.

Dat hij tevens gevoel voor humor had kan niet ontkend worden. Want anders bevolk je je 'Kingdom Of Thunder' niet met kwelende fluiten en lieflijke percussie.

Labels:

(Eddy Determeyer, 3.2.13) - [print] - [naar boven]





Column Herbert Noord
Bevrijd van alle jazzwetten


"De gedachtekronkels van deze op de top van haar Olympus vertoevende recensente doen mij nederig knielen in devote aanblik. Maartje is bezig Mozes te evenaren en de tien geboden een nieuwe jazz gerelateerde inhoud te geven. 'Gij zult geen jazz zingen' is nummer 1."

Het moge duidelijk zijn dat Herbert Noord niet echt gecharmeerd is van de kwaliteiten van jazzscribenten en Het Parool's Maartje ten Breejen in het bijzonder.

Klik op bovenstaande button om zijn nieuwe column te lezen.

Labels:

(Maarten van de Ven, 3.2.13) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...






Menupagina's:

Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Neerpelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.