Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 




Interview
Paul van Kemenade


Op dit moment is Paul van Kemenade, altsaxofonist, druk met de organisatie en uitvoering van zijn geesteskind: het Stranger Than Paranoia Festival in Tilburg. Wat ooit begon als een grap groeide uit tot een festival van betekenis, dat volgens de traditie plaatsheeft van 24 tot en met 30 december. Over Van Kemenade is in de loop der jaren al heel veel geschreven. Donata van de Ven interviewde hem in zijn kantoor annex oefenruimte. Ze biedt een kijkje in zijn persoonlijke keuken, waardoor een bijzonder beeld ontstaat van de persoonlijkheid die hij geworden is.

Klik hier om het te lezen.

Meer lezen?
Klik hier voor interviews met andere jazzmuzikanten.

(Maarten van de Ven, 30.12.09) - [print] - [naar boven]





Concert
Motives Festival 2009

zaterdag 14 november 2009, Casino Modern, Genk

Het Motives Festival wilde zich tijdens deze zesde editie tonen als het eigenzinnige buitenbeentje onder de jazzfestivals in de regio. Met gevestigde namen, maar ook met nieuwe creaties en bijzonder talent. Gedurende dit driedaagse festival in het Casino Modern in Genk werden aan het publiek vijftien uiteenlopende concerten gepresenteerd. Een boeiend en vaak verrassend programma, met grote en minder grote namen.

Klik hier voor het verslag in woord en beeld van de tweede festivaldag.

(Cees van de Ven, 29.12.09) - [print] - [naar boven]





Cd
Kristina Fuchs - 'Im Röseligarte' (Sonic Records, 2009)

Opname: 2008

De van herkomst Zwitserse vocaliste Kristina Fuchs is een van de meer oorspronkelijke zangeressen die in Nederland actief zijn. De meeste Nederlandse jazzliefhebbers zullen haar vooral kennen van samenwerkingsprojecten met Loevendie. In de eerste plaats heeft ze een goed herkenbaar breed timbre dat onder meer gekenmerkt wordt een breed, licht ruisend laag en een helder hoog dat regelmatig herinnert aan een van haar voorbeelden, Jeanne Lee. Daarnaast heeft ze een uitgesproken voorkeur voor bijzonder compositorisch materiaal, zoals dit tamelijk minimaal geproduceerde album bewijst.

Het repertoire bestaat uit Zwitserse Duitstalige traditionele liederen, geselecteerd uit een bundel waarnaar het album is vernoemd. De liederen krijgen telkens een andere behandeling, soms solo met loops en overdubbing, meestal in duo's met zangeres Monica Akihary, trompettist Eric Vloeimans, pianist Jeroen van Vliet en drummer Dré Pallemaerts. Dat het allemaal musici met een duidelijk herkenbaar eigen geluid zijn, is een bijzonder pluspunt van dit album.

In het eerste stuk, 'Schönster Abestärn', worden we meteen gefronteerd met mooi gedoseerd slagwerk van Pallemaerts. Er is op het album weinig van de naïeve uitbundigheid die je vaak met Europese volksmuziek associeert, de muziek heeft eerder iets breekbaars en melancholisch.

De uitvoering van de stukken is op zijn minst altijd smaakvol en soms aangenaam karig in de geluidsopbouw. De toon is dus meestal ingetogen, ook al wordt in een enkel stuk zelfs gejodeld. Fuchs besteedt veel aandacht aan de variaties in de intonatie die de stukken mogelijk maken en haar ontspannen zang nodigt zelfs uit tot meezingen.

Ten slotte is er als toetje een verborgen track, 'Rosegarten 2', waarop de melodie van 'Der Rosegarten' door een speeldoos wordt afgespeeld. Een genot voor klankliefhebbers en een van de meest indringende vocale albums die ik de laatste jaren gehoord heb.

Meer horen?
Op de
MySpace-pagina van Kristina Fuchs kun je van dit album de track 'Anneli Wo Bist Gester Gsi' beluisteren.

(Ken Vos, 28.12.09) - [print] - [naar boven]





Concert
Open-handed

Ad Colen Quartet, donderdag 18 juni 2009, JIN, De Lindenberg, Nijmegen

Het repertoire bestond deze avond voornamelijk uit nieuw materiaal afkomstig van de cd 'Free'. Bandleider/saxofonist Ad Colen bezit een groot aantal kwaliteiten, zoals technisch en inlevend vermogen. Hij schrijft composities, leidt en stimuleert de individuele inbreng van alle groepsleden, die bepalend is voor het welslagen van zijn kwartet.

Drummer Yonga Sun, de musician in residence voor het lopende seizoen 2009-2010 in de Lindenberg, draagt een heerlijke groovende sfeer bij in dit kwartet. Hij beschikt over een grote mate van creativiteit en inventiviteit, wat is terug te horen in het gebruik van schelpen, belletjes, bakjes en stokjes tijdens zijn spel, waarin tevens invloeden uit de drum 'n bass weerklinken. Sun kan opeens onverwachts uitpakken, zoals bleek tijdens 'Tricky Custumor' en 'KTP'. Zijn ongekende Oosterse ritmiek komt bij 'Turkey Walk' goed tot zijn recht, doordat hij subtiel op de rand van zijn snaredrum speelt.

De eigenzinnige Bijvoet bezit een romantische inslag. Zijn zorgvuldig uitgekozen klanken doen me denken aan verleidingen alom, een femme fatale die de zaal betreedt, je aandacht trekt en niet meer loslaat. Veel nummers worden door Bijvoet gedragen/begeleid. Mahieu is volmaakt met zijn lyrische techniek met een groovende inslag. Veelomvattende volle baslijnen, soms wat mysterieus. Hij zorgt vaak voor een solide basis in de composities. Veel stop-and-go technieken worden gebruikt in de compositie 'Split', een nummer vol verrassende, verwonderende elementen met Cubaanse invloeden.

Colen leidt en begeleid het kwartet op een open en respectvolle manier. Zijn inbreng is sterk en hij zorgt voor de juiste timing in de sterke thema's. Soms brengt hij op zijn sax een krassend geluid te gehore, dan speelt hij juist weer met veel lucht. Zo voert hij zijn kwartet telkens naar de juiste ambiance.

Sfeervol is het. Muzikaal en dynamisch, soms filmisch. Eigentijdse jazz met invoeden van stromingen als funk en drum 'n bass. Pakkende melodieën, die je in extase brengen, en krachtig samenspel lopen als een rode draad door dit concert.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Maarten van de Ven.

(Josien Lucassen, 27.12.09) - [print] - [naar boven]





Nieuws
Nieuwe jazztalenten Simin Tander en Joris Posthumus in Young VIPs Tournee


De jazzgroepen SIMIN en het Joris Posthumus Quartet zijn geselecteerd voor de twaalfde editie van de Young VIPs Tournee. Op zaterdag 9 januari geven zij in het Bimhuis in Amsterdam het eerste concert in een reeks van twaalf door heel Nederland.

De Young VIPs Tournee is dé jaarlijkse jazztournee voor buitengewoon Nederlands talent met hoogwaardig eigen repertoire. Toonaangevende jazzpodia presenteren hiermee de nieuwste jazzontwikkelingen van eigen bodem. De Young VIPs Tournee wordt georganiseerd door Muziek Centrum Nederland in samenwerking met de Vereniging van Jazz- en Improvisatiemuziek Podia.

SIMIN: de Duits-Afghaanse leider van het kwartet, Simin Tander, vertelt verhalen zonder woorden, puur met gebruik van haar stem en rijkdom aan klankkleuren. Een nieuw geluid in het Nederlandse jazzlandschap: mysterieus, verrassend, ritmisch afwisselend, zacht en tegelijk krachtig, soms scherp. Met Jeroen van Vliet op piano, Cord Heineking op contrabas en Etienne Nillesen op drums.

Joris Posthumus Quartet: dynamische jazz met een hoog nu-bop energetisch gehalte. Karakteristiek voor de klank van de band is Posthumus' bijtende altsaxofoon die, opgezweept door de hechte ritmesectie, alle hoeken van het improvisatiespectrum verkent. Met naast Posthumus Jeroen van Vliet op piano/Fender Rhodes, Jurriaan Dekker op contrabas en Pascal Vermeer op drums.

Klik hier voor meer informatie.

(Jacques Los, 27.12.09) - [print] - [naar boven]





Concert
Laptoppende revelatie bij Dejima Ensemble

maandag 25 november 2009, Kraaij & Balder, Eindhoven

De line-up van deze tiende editie van Ad Peijnenburgs Dejima Ensemble bestond uit Fang Wei Ling (erhu), Yoko Arai (piano), Yones Riad (laptop, electronics) (bas) en de rietblazer zelf (baritonsax, sopranino, fluitjes). Peijnenburg had zich wederom omringd met oosterse musici waarmee hij zich zo verwant voelt. Hij speelt regelmatig in Japan en knoopt muzikale contacten aan met improvisatoren uit Japan en China, waarmee hij concerteert. Dat levert soms verrassende concerten op, waarin je kennis maakt met de klank van in onze oren obscure instrumenten als de pipa en zoals vanavond de erhu.

Dit eenmalige concert had alle kenmerken van een laboconcert. Een concert waarin muzikale experimenten werden uitgevoerd met niet de uitkomst van de proefnemingen als doel, maar veeleer het afgelegde traject en de voorkomende bijzonderheden onderweg. Solominiatuurtjes, duo- en triospel of gezamenlijk musiceren: alle combinaties kwamen voorbij. En dat alles onder de allesomvattende noemer instant composing met minimale afspraken vooraf.

De opener van het concert kwam voor rekening van Fang Wei Ling, geboren in China en nu woonachtig in Eindhoven. Zij studeerde en doceerde aan het conservatorium van Sjanghai. Samen met andere topmusici promootte zij Chinese muziek in het buitenland. Wei Ling speelde als solist met het Nieuw Ensemble en maakt deel uit van Theo Loevendies ensemble Ziggurat. In 2004 maakte zij een tournee door China en België met de Belgische popgroep Snowflower. Sinds enkele jaren beweegt zij zich ook op het terrein van vrije improvisatie op haar erhu, een tweesnarige knieviool waarbij de strijkstok zich tussen de snaren bevindt. Ze oogste succes op het SJU Jazz Festival 2006, toen ze optrad in Tjitze Vogels project Global Rebop.

Ook vanavond was Wei Lings kwaliteit klip en klaar. Niet alleen haar technische bagage, maar zeker ook haar zeggingskracht, zoals in 'Spiegeling Op Het Meer' dwongen bewondering af. Een pareltje! Minder zelfbewust was ze in enkele duetten met Peijnenburg. Hier was het de bedoeling dat er met actie en interactie geïmproviseerd zou worden. Maar het werden twijfelachtig, korte niemendalletjes. Maar gezien haar potentie en muzikaal inzicht zal ze deze terughoudendheid snel van zich afschudden.

De Japanse pianiste Yoko Arai studeerde en speelde volksmuziek, Westerse en Aziatische klassieke muziek en de esoterische boeddhistische zang. Sinds het einde van de vorige eeuw is zij voornamelijk te horen als improvisator. Deze verworvenheden etaleerde zij ook tijdens dit concert. Het ene moment intimistisch en met een verfijnd toucher, dan weer extravert en percussief het klavier geselend met haar vuist of vlakke hand. In dat opzicht vertoonde haar spel overeenkomsten met dat van haar landgenote Aki Takase en Sylvia Courvoisier.

Ad Peijnenburg was in dit gezelschap in zijn element. Hij liet veel aan het toeval over en dicteerde nauwelijks. Hij daagde de musici uit om hun eigen weg en ding te doen op grond van minimale voorschriften en aanwijzingen.

De revelatie van de avond was zondermeer Yones Riad. Deze Marokkaanse Eindhovenaar bediende subliem een kleine elektronische setje met een laptop en joysticks. Daarmee kleurde hij raak en relevant. Hij maakte loops waarmee iedereen vervolgens zijn voordeel deed. Riad beschikt over zo'n fijn gevoel en timing tussen geest en handen, dat er uiterst boeiende zaken in zijn spel klonken. Niet de veelheid van elektronische geluiden, maar het inzetten van juist datgene wat ertoe deed, maakte hem tot een klankbepaler van belang tijdens dit concert. En dan te bedenken dat hij dit jaar zijn opleiding aan het Rotterdams conservatorium gaat beginnen. Yoko Arai, een naam om te onthouden.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert.

(Cees van de Ven, 25.12.09) - [print] - [naar boven]





Vooruitblik
Stranger Than Paranoia 2009


Vanavond start in het Tilburgse muziekpodium Paradox Stranger Than Paranoia - ongetwijfeld een van de leukste festivals die ons land rijk is - onder auspiciën van de onvermoeibare organisator Paul van Kemenade. Met een pakkend nationaal en internationaal programma en een extra concertavond op 30 december in 013 is ook de zeventiende editie van Stranger Than Paranoia een muzikale wereldreis; een festival waarbij het publiek op verrassende, soms zelfs confronterende wijze kennis maakt met muziek die op vele manieren grenzen overschrijdt. Ook dit jaar zijn er weer diverse muziekdisciplines en cross-overs met als bindende element: improvisatie.

Koen Van Meel blikt vooruit op dit festival in een uitgebreide voorbeschouwing. Klik hier om hem te lezen.

Stranger Than Paranoia Festival, donderdag 24 t/m woensdag 30 december 2009, Paradox, Tilburg, aanvang: 21.00 uur

Meer weten?
De website van Paradox.
Klik hier en hier voor fotoverslagen van twee avonden Stranger Than Paranoia 2008 door Cees van de Ven.

(Maarten van de Ven, 24.12.09) - [print] - [naar boven]





Cd
Jackie McLean - 'Bluesnik' (Blue Note Records, 2009)

Opname: 8 januari 1961

Gelukkig zet Capitol Records/EMI de reissueserie RVG Edition onverwijld door. Daardoor blijft het mogelijk om voor een prikkie - de prijs per cd ligt rond de zeven euro - absolute topjazz in huis te halen. De jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw zijn dan ook een ware goudmijn waar het opnamen van Blue Note Records betreft, het label dat de Duitse immigrant Alfred Lion in 1939 in New York oprichtte en samen met collega-producer en fotograaf Francis Wolff uitbouwde tot een legendarische merknaam, goed voor vele geïnspireerde sessies.

Geluidstechnicus Rudy Van Gelder, de naamgever van de serie die zorg draagt voor het remasteren van deze opnamen, ontving in januari 1961 in zijn studio te New Jersey een zeer gemotiveerd team muzikanten, die onder leiding van altsaxofonist Jackie McLean een zestal stukken het vinyl toevertrouwden: 'Bluesnik'. Trompettist Freddie Hubbard verkeerde nog op de toppen van zijn kunnen; moeiteloos beweegt hij zich hier in het hogere klankregister van zijn instrument, in zijn solo's klinkt hij trefzeker en vol zelfvertrouwen. McLeans spel is pakkend en meeslepend. Zijn saxofoonlijnen knallen kraakhelder de boxen uit. A match made in heaven.

Het prijsnummer is de titeltrack, maar ook de andere vijf composities weten genoeg te bieden. Ondanks het uitgangspunt - de blues - is er voldoende variatie in het programma. De sterke composities (twee van McLean, één van Hubbard en drie van pianist Kenny Drew) worden doorsneden met memorabele solo's, zoals die van Drew in zijn eigen compositie 'Torchin’': wailing en stuwend. Het onberispelijke smaakvolle drumwerk van Pete La Roca (luister naar zijn cymbalenwerk!) en de prettig rondzingende grounding bass van Doug Watkins maken het plaatje compleet.

Je vraagt je af waarom deze groep niet vaker de studio is ingeweest sindsdien. De voortijdige dood van Watkins in 1962 (een auto-ongeluk) en het vertrek van Drew naar Europa een paar maanden na deze sessie zijn daar debet aan geweest. Dat moet haast wel, want McLean had klaarblijkelijk goud in handen met dit kwartet. Waarvan akte.

(Maarten van de Ven, 23.12.09) - [print] - [naar boven]





Concert
Meer variatie in repertoire Mona Lisa Overdrive

vrijdag 11 december 2009, Paradox, Tilburg

Je ontkomt er haast niet aan om dit optreden van Mona Lisa Overdrive te vergelijken met dat van de vorige keer bij de presentatie van hun eerste cd 'Picknick At Bikini'. Gitarist Jesse van Ruller heeft inmiddels plaatsgemaakt voor saxofonist Jasper Blom en dat blijkt een ingrijpende verandering te zijn.

De samenklanken tussen de sax van Blom en het orgel van Krijger, die niet altijd synchroon liepen, waren vaak heel mooi. Toch was het juist die combinatie die niet helemaal goed matchte. De elektronische klankververvormers waarmee Blom zijn spel kleurde, waren hier mede debet aan. Krijgers aandeel was ook beduidend kleiner, omdat Blom solo's van hem overnam, zodat de organist een meer begeleidende rol kreeg. Ze zaten een beetje in elkaars vaarwater. En dat is jammer, want Krijger en zijn orgel zijn een onmisbaar en herkenbaar element in deze club van eigenzinnige, getalenteerde persoonlijkheden.

Blom is een alom gerespecteerd jazzmuzikant met een behoorlijke staat van dienst. In de tweede set kwam hij wat meer los en speelde hij een paar prachtige solo's. Natuurlijk, het was pas de derde keer dat de band in deze bezetting speelde. Dat betekent dat het voor iedereen nog zoeken was naar een goed en werkbaar concept. Zeker in de eerste set toonde Blom zich onzeker en was hij te vaak bezig met het zoeken naar de juiste sound.

Waar het vorige optreden van Mona Lisa Overdrive het publiek bijna uit de stoel blies, waren de stukken deze avond genuanceerder en duidelijker van structuur. Er was meer variatie in de diverse tempo's en ook de langzamere stukken waren echt 'Mona Lisa'.

Toch moet je jezelf als luisteraar telkens de vraag blijven stellen of de muziek je werkelijk raakt. Want daar gaat het uiteindelijk om. Alle analyses ten spijt is daar een volmondig 'ja' op te antwoorden. De nieuwe composities bevatten alle typische Mona Lisa-ingrediënten die deze band zo bijzonder maakt.

De ongekende drive en passie van bassist Stefan Lievestro en drummer Hans van Oosterhout was waanzinnig. Zo speelde Lievestro moeiteloos de meest ingewikkelde baslijnen, die toch niet dominant overkwamen. Van Oosterhout staat bekend om zijn expressieve en ritmisch krachtige drumwerk. Tegenritmische accenten, rimshots en ingewikkelde grooves, maar ook het subtielere smooth jazzy werk deed hij gewoon even soepel uit de losse pols.

Het vertrek van Van Ruller was ook de reden waarom de aangekondigde cd 'Elevator Fitness' (helaas) nog niet gereed was. Laten we hopen dat de uitgestelde release aanleiding is voor een nieuw concert van deze dynamische band over niet al te lange tijd.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Cees van de Ven.

(Donata van de Ven, 22.12.09) - [print] - [naar boven]





Cd
Matt Wilson Quartet - 'That’s Gonna Leave A Mark' (Palmetto Records, 2009)


Matt Wilson is een van die Amerikaanse jazzdrummers waar je een huis kan op bouwen. Ondanks een vrij traditionele drumstijl heeft hij zich steeds weten te manifesteren in vaak vooruitstrevende ensembles. Dewey Redman, Andrew Hill, Charlie Haden, Myra Melford, Ray Anderson en Marty Ehrlich deden of doen daarom nog steeds beroep op zijn diensten. Naast waanzinnig veel sidemanwerk heeft Wilson nog twee eigen projecten lopen: Arts & Crafts en het Matt Wilson Quartet, dat voor het eerst in vijf jaar tijd een album klaar heeft en waar het plezier van afdruipt.

Het kwartet van Wilson bestaat ongeveer tien jaar, maar heeft in de loop der tijd wel enkele bezettingswisselingen gekend. Zo zijn saxofonist Joel Frahm en bassist Yosuke Inoue ondertussen vervangen door respectievelijk Jeff Lederer en Chris Lightcap. Saxofonist Andrew D'Angelo is nog steeds van de partij, al had dat evengoed anders kunnen zijn, want in 2008 werd bij hem een levensbedreigende hersentumor vastgesteld die (dankzij de opbrengst van talloze benefietconcerten tot in België toe) gelukkig op tijd kon worden verwijderd. Dat D'Angelo terug is, valt niet meer te ontkennen na beluistering van 'That’s Gonna Leave A Mark'. Hij scheurt bijna letterlijk door de composities, waarbinnen stokoude bebop, funk, traditionals en aanstekelijke hedendaagse jazz vertegenwoordigd zijn.

Wilson houdt in deze context ontegensprekelijk van duidelijke accenten. Zijn drumpartijen zitten vol tijdsaanduidingen, zijn meestal ontdaan van overbodige franjes en bevatten zelden een ingewikkelde maatsoort. In vele gevallen zijn het zelfs simpele 4/4 patronen, zoals in 'Area Man' en 'Rear Control'. Bassist Lightcap is hierbij een trouwe bondgenoot, die met handig uitgekozen tussennoten voor de nodige schwung zorgt. Met 'Celibate Oriole' tekent hij ook voor de meest aanstekelijke compositie van het album. Een thema met een calypso-randje is hier het startpunt van een overheerlijk soleerfestijn, waarin de hele band participeert.

De saxen van Andrew D'Angelo en Jeff Lederer mogen op 'That’s Gonna Leave A Mark' doen wat ze graag doen: volledig uit hun dak gaan. In opener 'Shooshabuster' en vooral in het pompende 'Area Man' wordt de luisteraar op sommige momenten bijna weggeblazen door de verenigde kracht van tenor- en altsax, terwijl Lightcap en Wilson de twee voortdurend in de rug blijven stompen. Maar ook in het lenige werk laten ze zich niet onbetuigd, want in de bebop-klassieker 'Two Bass Hit' denderen de noten als een onophoudelijke stroom vol scherpe bochten voorbij.

Een album dat zoveel vreugde en uitbundigheid uitstraalt, verdient niets dan lof. Met een overbodige track als 'Why Can’t We Be Friends' (een vrijblijvende cover van War) moet dan ook geen rekening worden gehouden, want de overige inhoud van 'That’s Gonna Leave A Mark' lost de verwachtingen volledig in.

Deze recensie verscheen eerder op Kwadratuur.be

Meer horen?
Op de
website van Palmetto Records kun je dit album in zijn geheel beluisteren.

Labels:

(Joachim Ceulemans, 21.12.09) - [print] - [naar boven]





Jarig/Concert
Staande ovatie voor Rita Reys

donderdag 17 december 2009, Concertgebouw, Amsterdam

Een minutenlange staande ovatie kreeg Rita Reys (zij wordt vandaag 85!), toen zij donderdagavond neerdaalde van de trappen van het Concertgebouw. The Jazz Orchestra Of The Concertgebouw onder leiding van Henk Meutgeert, Rita Reys en Trijntje Oosterhuis maakten er een waar luisterfeest van.

Afwisselend brachten ze kerstrepertoire, jazzklassiekers en stukken van hedendaagse componisten. In de eerste set zong Reys onder andere 'You Turned The Tables On Me', 'When Sunny Gets Blue' en Cole Porters bekende 'You Do Something To Me'. Oosterhuis bracht, hoe kan het ook anders, onder andere Burt Bacharachs 'Do You Know The Way To San Jose', van haar cd 'The Look Of Love'. Een van de grote verrassingen van de avond was het duet van de zangeressen, 'Alfie', een stuk dat beide opnamen voor hun Bacharach-album.

Na de pauze nam Meutgeert voor de gelegenheid plaats achter de vleugel, en samen met Reys vertolkten ze 'Tea For Two'. Tezamen met het orkest werd het programma vervolgd, met het nooit eerder door Reys gezongen 'Route '66' in uptempo. Daarna werd de zaal in kerststemming gebracht, met Mel Torme's 'The Christmas Song', voor deze avond prachtig gearrangeerd door Meutgeert. Trijntje Oosterhuis bracht een medley met 'Let It Snow' en 'Have Yourself A Merry Little Christmas', en een indrukwekkende vertolking van 'Joy To The World'.

De avond werd afgesloten met 'White Christmas', eerst door de vocalisten in duet gezongen, en daarna samen met het tweeduizendkoppige publiek. In een sneeuwovergoten Amsterdam keerde dat publiek, na een laatste staande ovatie, huiswaarts. En in de artiestenfoyer van het Concertgebouw werd geproost op een in vele opzichten gedenkwaardige decemberavond.

Met dank aan Jurjen Donkers

(Cees van de Ven, 21.12.09) - [print] - [naar boven]





Concert
Fraaie tangojazz door I Compani

donderdag 10 december 2009, Gigant, Apeldoorn

Een klassieke hardbopbezetting (sax, trompet, piano, bas, drums) aangevuld met bandoneon en drie strijkers betekent tangojazz. Bo van de Graaf met zijn I Compani bewijst al tijden dat hij gecharmeerd is van muzikale toevoegingen aan de hedendaagse jazzmuziek. Hij heeft dat bewezen in voorgaande projecten als 'Aïda volgens I Compani', 'Fellini/Rota', 'Gluteus Maximus' (muziek, film, fotografie, literatuur, poezie, performance en mode), 'De Liefde Natuurlijk' (jazz, video en poezie) en 'Circusism'. Allemaal zogeheten multimediaproducties.

In het eerste nummer, met op de achtergrond fragmenten video-art van een (tango) danspaar in slow motion, werd het jazz-element door Van de Graaf ingebracht met een onstuimige, onbegeleide tenorsaxsolo. Hij heeft een ferm, vol, warm geluid, een Gato Barbieri-growl en Sonny Rollins-intervallen. Trompettist Jeroen Doomernik soleerde prachtig met een fraaie, strakke toon en muzikale licks in het vierde nummer, 'De Goden Verzoeken'.

Het sympathieke van het ensemble is dat iedereen soloruimte krijgt toebedeeld. De strijkers (bas, cello, twee violen) wisselden frivole en serene strijkpassages af met furieuze collectieve en individuele improvisaties. Pianist Christof MacCarthy soleerde kort en stoer met een snelle rechterhand in de 'Kamelen Tango', waarin overigens Doomernik een relevante vocale rol vervulde. Bandoneonspeler Michel Mulder bevestigde zeer bekwaam het Astro Piazolla tangojazz-gevoel.

In de suite 'Last Tango In Paris' (na de pauze) speelden naast de muziek de door VJ Martijn Grootendorst gemanipuleerde en gemonteerde beelden uit de gelijknamige film met Marlon Brando en Maria Schneider een relevante aanvullende rol. Tijdens de badkamerscene, waarin beide hoofdrolspelers kissebissen over hun eenmalige heftige vrijpartij en identiteit, produceerde Van de Graaf een vlammende screaming solo. Doomernik excelleerde met een sfeervolle improvisatie, die herinneringen opriep aan Miles Davis' filmmuziek in 'Ascenseur Pour L'Échafaud'.

De muziek van de 'Last Tango'-suite, gecomponeerd door saxofonist Gato Barbieri, werd bewerkt door filmcomponist en jazzpianist Loek Dikker. Alle composities die voor de pauze werden vertolkt, zijn van de hand van Bo van de Graaf. Dit zoveelste project van de immer energieke saxofonist verdient ruime aandacht van alle theaterzalen en jazzpodia in den lande.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Maarten Jan Rieder.

(Jacques Los, 19.12.09) - [print] - [naar boven]





Column Herbert Noord
Zwart


"Laat u niets wijsmaken: al de radioprogramma's waar jazz te beluisteren viel, waren simpelweg speeltjes van sommige omroepbonzen die er aardigheid in hadden af en toe zo'n jazzgeroepene een kluifje toe te werpen. Jazz op uren uitzenden dat ook jongere oortjes met deze muziek kennis konden maken, was al helemaal uit den boze."

Het bekijken van de film 'Schultze Get’s The Blues' bracht een aha-erlebnis bij Herbert Noord teweeg. Hij zag er de ongenuanceerde haat tegen swingende zwarte muziek in bevestigd. Klik op bovenstaande button om zijn column te lezen.

(Maarten van de Ven, 19.12.09) - [print] - [naar boven]





Concert
De passie van een pianist

Franz von Chossy Trio, donderdag 10 december 2009, Bimhuis, Amsterdam

Franz von Chossy, de Duitse pianist en organist, studeerde piano aan het Conservatorium van Amsterdam, waar hij in 2006 summa cum laude afstudeerde. In hetzelfde jaar won hij met zijn trio de Dutch Jazz Competition en de prijs voor beste solist. Bovendien heeft hij op de Montreux Jazz Solo Piano Competition dit jaar de tweede plaats behaald. Te horen is hij in het duo met Slobodan Trkulja, met de bands Fidan, Tirhana en Pascal Schumacher Quartet, en natuurlijk met zijn eigen trio, waarvan in 2008 de eerste cd 'Awakening' verscheen, met bassist Sean Fransciani en drummer Flin van Hemmen.

In januari 2010 verschijnt de tweede cd, 'Pendulum', met een bezetting die ook deze keer met goede oren en gevoel is uitgezocht. Bassist Clemens van der Feen bereikte dit jaar de finale van de Deloitte Jazz Award. Hij trad op met grote namen als Jan Menu, Eric Vloeimans en Juraj Stanik. Daarnaast is hij onder meer lid van Narcissus, Michael Moore Quartet en Ensemble à l'Improviste. De Luxemburgse Paul Wiltgen kwam met een omweg via de cello en klassieke percussie naar zijn instrument de drums. Opgeleid in Luxemburg en New York, is hij nu leider van zijn band The Paul Wiltgen Fraktion en het New Yorkse ensemble The Paislies. Daarnaast is hij sideman bij onder anderen Aaron Goldberg, Mary Neckam en Ambrose Akinmusire.

In het Bimhuis deze avond het 'pre-release concert' met stukken van de nieuwe cd en oudere composities. Meteen vanaf de eerste gespeelde noot is het duidelijk dat Von Chossy een buitengewoon expressieve pianist is, die romantiek, melancholie en klassiek in zijn vingers heeft. De eerste vier nummers - 'Prologue', 'Release', 'Stranger Walked By' en 'Rooftop Garden', zonder onderbreking vloeiend achter elkaar gespeeld - bieden al meteen een soort vingerafdruk van Von Chossy's compositiestijl.

Vanaf het begin is er aandacht besteed aan de ongespeelde noten; de muziek krijgt tijd en ruimte om zich te kunnen ontwikkelen en om de muzikale schoonheid te laten ontplooien. Von Chossy tovert uit schijnbaar eenvoudige melodieën diverse variaties, om vervolgens via een gepassioneerde climax weer naar het uitgangspunt terug te keren.

Met Clemens van der Feen, die de bas niet alleen plukt maar ook vaak strijkt, en de behoedzaam begeleidende Paul Wiltgen op drums deed het soms denken aan een klassiek pianotrio. Toegewijd en diep in de piano verzonken wordt het met titels als 'Lost Treasure', 'Nocturne' en 'Northern Lights' steeds duidelijker, dat hier muzikale poëten samengekomen zijn. De dialogen tussen piano en drums of piano en bas kenmerken zich door fijngevoeligheid en spontaniteit.

Met deze bezetting heeft Franz von Chossy wederom een fabelachtige keuze gemaakt. Van der Feen en Wiltgen beheersen de ambivalentie deze muziek te steunen, te begeleiden en bijna te omhelzen. Tegelijk zijn ze authentiek en expressief genoeg om een eigen indrukwekkend beeld achter te laten. De muziek van deze avond is in al zijn schoonheid zacht, kwetsbaar, emotioneel intens en tegelijkertijd vol ritmische verrassingen, esprit en vuur.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Cees van de Ven.

(Sabine Fleig, 16.12.09) - [print] - [naar boven]





Vooruitblik
(M + M)³ = √ Q


Zondag 20 december presenteert het Lindenberg Productiehuis in Nijmegen '(M + M)³ = √ Q', een spannend en avontuurlijk onderzoek naar het thema 'improviseren op hedendaagse composities'. Daarbij verlaten Michiel Braam (piano) en Marco Blaauw (trompet) maar al te graag de bewandelde paden. De improvisaties vinden plaats op basis van composities die geschreven zijn in de geest van 20e eeuwse grootheden als Xenakis, Boulez, Varèse en Stockhausen.

Trio BraamDeJoodeVatcher biedt muzikale ondersteuning aan deze wereldpremière. Blaauw speelt met hen de zogenaamde Q-stukken mee, die door Braam zijn geschreven. De Q-stukken worden door de musici flink gefileerd. De muziek is goed te omschrijven als een omgevallen i-pod, waarop misschien muziek van Xenakis, Muddy Waters, Errol Garner en De Jeugd van Tegenwoordig stond, die de heren op hun eigen manier weer terug in elkaar zetten.

Klik op bovenstaande afbeelding om een filmpje te starten waarin Braam en Blaauw meer vertellen over dit programma.

Meer weten?
De
website van de Lindenberg.

(Maarten van de Ven, 16.12.09) - [print] - [naar boven]





Cd
Bl3nder - 'Leipe Shit Ouwe!' (Embrace, 2009)


De fusie jazz-hiphop, die de laatste jaren een beetje in slaap gesukkeld leek, is door Bl3nder ruw wakker geschud. Dat gebeurde in de Amsterdamse Toomler, waar jazz, comedy en rap kind aan huis zijn. Pianist Bas van Lier leidt daar het huistrio. Def P freestylede er een paar keer over de jazzbeats et voilà: Bl3nder was geboren. De naam staat voor Bas van Lier 3 'n Die Ene Rapper.

De teksten staan centraal. Pascal Griffioen, beter bekend als Def P, is een woordenjongleur met longen van leer. Anders dan veel rappers, wier teksten doorgaans platte bedtime stories zijn, heeft Griffioen wel degelijk iets te melden. Hij is boos, maar heeft tevens gevoel voor humor. 'Vrouwenpower' staat wat dat betreft haaks op het gangbare idioom. 'Pietje Politiek' is een leuke mop die zonder veel omhaal op de beats gehesen is en 'Ome Lou' is een ander hilarisch meesterwerkje.

De muziek lijkt in een vloek en een zucht gecomponeerd. Meestal zet het trio een eenvoudige vamp onder de ratelende teksten, maar in een paar gevallen – 'Pietje Politiek', 'Abstract Met Tact' en 'Ome Lou' – hebben de melodietjes wat meer voeten in de aarde gehad. Een hoogtepunt is 'Sorry', gebaseerd op 'A Night In Tunisia', waarin de rapper het expressieniveau een paar klikjes omhoog heeft gedraaid.

De productie is ontwapenend kaal: een orgeltje achter de vleugel, een tweede stem hier en daar, en alles lekker akoestisch. En wat Harry Emmery betreft hadden de heren Rickenbacker en Fender zich de moeite van het uitvinden van elektrische bassen kunnen besparen.

Deze recensie verscheen eerder in Jazz.

Meer horen?
Op de
MySpace-pagina van Bas van Lier/Bl3nder kun je drie tracks van deze cd beluisteren: 'Leipe Shit Ouwe', 'Leot Sed Dap' en 'Koos Kiespijn'.

(Eddy Determeyer, 15.12.09) - [print] - [naar boven]





Concert
Benjamin Herman brengt ode aan Jules Deelder

vrijdag 4 december 2009, Paradox, Tilburg

Helaas voor velen was er geen enkel kaartje meer te bemachtigen op 4 december voor het optreden van het Benjamin Herman Kwartet in het Tilburgse Paradox. Goed getimed, was dit optreden een echte surprise te noemen aan de vooravond van wat mag doorgaan als goedheiligmans uitdeelservice.

Altsaxofonist Benjamin Herman maakte tot nu toe zestien albums, waarvan de laatste, 'Blue Sky Blond', dit jaar uitkwam. Hij ontving de Boy Edgar Prijs in 2006 en een Edison in 2008, maar kreeg in datzelfde jaar ook de titel voor 'Best geklede Man' mee. Herman deelde deze avond het podium met Jesse van Ruller (gitaar), Carlo de Wijs (hammondorgel) en Cyriel Directie (drums).

Het gebeurt niet zelden dat waar een optreden wervelend en swingend van start gaat, dit in de praktijk moeilijk vast te houden is. In dit geval was daar echter geen sprake van. De ritmische trein denderde onverdroten voort, en onderweg werd er veel gesoleerd in - merendeels - uptempo nummers. Herman bood hiertoe ook veel ruimte aan zijn bandleden. Nadeel hiervan was, dat de solo's relatief kort waren en soms onafgemaakt leken. Desondanks was er hierdoor wel veel afwisseling en bleef het publiek tot de laatste noot geboeid.

Herman voelde zich vrij en vrolijk en liet dat onder meer merken door meerdere malen in gesprek te gaan met het publiek, waardoor een intieme, relaxte sfeer ontstond. Het is een gave die hij in grote mate bezit. Een grote rol in deze combinatie was weggelegd voor Carlo de Wijs. Een hammondorgel neemt al een prominente rol in door zijn karakteristieke en dominante geluid, maar dat was in dit geval geenszins een nadeel te noemen. Gebogen over zijn orgel soleerde De Wijs er onverstoorbaar op los. Met blote voeten voorzag hij het geheel op de pedalen (!) schijnbaar moeiteloos van een strakke baslijn. Prachtige orkestrale akkoorden, ondersteund door de krachtige ritmes van Directie, maakte dat het geheel soms wat vol klonk, maar door de fijngevoeligheid en jazzy melodielijnen van Herman en Van Ruller bleef het geheel in evenwicht.

Het meest opvallende stuk van dit concert was ongetwijfeld hetgeen Herman schreef voor Jules Deelder. Deze excentrieke 'nachtburgemeester van Rotterdam' maakte ooit een gedicht voor zijn dochter Ari bij haar geboorte. Door de sinistere klanken en de gevoelige melodie ontstond een unieke sfeer, waardoor de belichaming van Deelder en de klaarblijkelijke vriendschap tussen de twee mannen mogelijk werd gemaakt. Het mag zonder meer 'kunst' genoemd worden dit te kunnen bewerkstelligen in een muzikale compositie.

Benjamin Herman toonde hier maar weer eens dat hij van vele markten thuis is. Of het nu om experimentele jazzimprovisaties gaat of om swingende funk; hij kan het allemaal. Alhoewel de doorgewinterde jazzluisteraar wat experimentele improvisaties betreft deze avond misschien niet volledig aan zijn trekken kwam, was het publiek laaiend enthousiast en werd het optreden na een ovationeel applaus afgesloten met een spetterende toegift.

Klik hier voor een foto-impressie van dit concert door Monique van der Lint.

(Donata van de Ven, 13.12.09) - [print] - [naar boven]





Cd
Celano Baggiani Group – 'Nothing Changes' (Trytone, 2008)


De muziek van de Celano Baggiani Group zou ik willen karakteriseren als lichtvoetige, beschaafde, lyrische post-bebop muziek. Beide blazers, Michael Moore op altsax en klarinet en Gorka Benitez op tenorsax en fluit, hebben het honken en sreamen uit het jazzwoordenboek geschrapt. Het klassieke rieten geluid plus een sobere, maar wel efficiënte, speelwijze is kenmerkend voor de twee heren. Dit betekent echter geen diskwalificatie. Het past namelijk erg goed in het concept en repertoire van dit kwintet, waarin vooral co-leider/gitarist Guillermo Celano een hoofdrol speelt.

In 'Para Un Final' krijgt Celano ruimschoots de gelegenheid gepast robuust te soleren. Even lijkt het erop dat de groep boven het kamerjazz-niveau wordt uitgetild en de emotie de overhand krijgt. Echter niet voor lang. In het daarop volgende nummer vervalt men weer in het serene kamermuziekgenre. Gelet op de titel van dat nummer, 'Antiglobalismus', was er wel wat meer straatrumoer te verwachten.

In pittigere 'Pajarito Cantor' soleert Moore voortreffelijk op klarinet. Zijn toon is prachtig en strak. Bassist Sven Schuster en drummer Marcos Baggiani begeleiden zijn inspirerende solo adequaat. Het titelnummer, de vriendelijke latin 'Noting Changes', heeft een uitgebreide pittige tenorsolo van Benitez. Meerdere nummers zijn overigens latin-georiënteerd, hetgeen niet verwonderlijk is, want beide leiders - Celano en Baggiani – komen oorspronkelijk uit Argentinië. Ze hebben zich inmiddels in Amsterdam gevestigd en schromen niet om Latijns-Amerikaanse invloeden in hun muziek te verwerken. Vandaar deze weliswaar niet spectaculaire, maar wel hartverwarmende cd.

Meer horen?
Op de
MySpace-pagina van Guillermo Celano kun je vier tracks van deze cd beluisteren: 'The Gamekeeper', 'Paciencia', 'Breath', 'Pajarito Cantor'.

(Jacques Los, 13.12.09) - [print] - [naar boven]





Concert
Trio krijgt kwaliteitsinjectie

Moore/Janssen/Glerum/Janssen, vrijdag 4 december 2009, Bimhuis, Amsterdam

Pianist Guus Janssen houdt zich zeer succesvol bezig met klassieke en geïmproviseerde muziek, als uitvoerend musicus en componist. Zijn lijst van klassieke en jazzcomposities voor orkesten, opera's en kleine ensembles is indrukwekkend. In zijn piano-improvisaties zijn dan ook onmiskenbaar invloeden te horen van klassieke muziek, swing en hedendaagse pianolicks. Het maakt hem tot een uniek pianist in de moderne vaderlandse jazzscene. Een en ander gaat gepaard met een virtuoze beheersing van het pianospel en een smaakvolle combinatie van akkoorden en single-note improvisaties.

De toevoeging van altsaxofonist en (bas)klarinettist Micael Moore aan Janssens trio, met bassist Ernst Glerum en drummer Wim Janssen, is een voortreffelijke keuze. Moore's 'klassieke' manier van spelen past zeer goed bij het trio en het repertoire, dat bestaat uit originele composities van Janssen, Moore en Glerum. De toonvorming en fraseringen in zijn solo's deden mij regelmatig denken aan het geluid en speelwijze van Dave Brubecks vermaarde altist Paul Desmond. Moore soleert nogal ingetogen, maar intens, en bouwt als het ware bedachtzaam zijn solo op, die dan uiteindelijk culmineert in relevante virtuoze lijnen. De invloeden van de zogenoemde cool jazz oftewel West Coast jazz, met blazers als Lee Konitz, Bud Shank, Art Pepper en de reeds genoemde Desmond, zijn significant merkbaar bij Michael Moore.

Opvallende composities in het programma waren de twee boogie-woogies van Ernst Glerum en Guus Janssens 'One Bar'. Dit laatste nummer werd ook al succesvol uitgevoerd, maar dan in triobezetting, tijdens de uitreiking van de Boy Edgar Prijs aan bassist Glerum. Ook ditmaal werd er swingend en pittig gespeeld. Pianist Janssen en Moore soleerden vingervlug en pasten bebop-gerelateerde licks toe. In een groot deel van de composities werd verwezen naar de jazzhistorie (elementen van blues, swing, bebop en avant-garde) gecombineerd met fragmenten hedendaags gecomponeerde muziek. Bij dit alles zorgden Glerum en drummer Janssen voor een gedegen, groovy begeleiding, hetgeen al met al een spannend en swingend concert opleverde. Het is niet voor niets dat, op Wim Janssen na, aan eenieder van deze formatie de Boy Edgar Prijs is toegekend.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Maarten Jan Rieder.

(Jacques Los, 12.12.09) - [print] - [naar boven]





Cd
New Niks & Artvark Saxophone Quartet - 'Busy Busy Busy' (No Can Do, 2009)


Van een club die haar cd opent met een soort cut-up variant van de oerblues 'Frankie And Johnny' weet je in ieder geval dat het met de roots wel snor zit. Maar verder is er weinig traditioneels of vertrouwds aan deze ontmoeting tussen New Niks en het Artvark Saxophone Quartet.

Generaliserend zou je kunnen stellen dat het kwartet van drummer Arend Niks divergerend werkt en de saxofoons convergerend. Anders gezegd: de saxen hebben de (natuurlijke?) neiging tot homogeniteit, terwijl de mannen van Niks er eerder op uit zijn anarchistische bommetjes te plaatsen en onsportieve valkuilen te graven. Wel, dat levert interessante situaties op. Om te beginnen kun je vaststellen dat Artvark van zichzelf al een mooie sonore sound bezit, maar dat de toevoeging van violist Jasper le Clercq de zaak nog aanzienlijk levendiger maakt.

De golvende muziek van 'Sweet Dreams' heeft echt een hypnotiserend effect. Aan de andere kant heb ik me nooit zo gerealiseerd dat je Bo Derek, in een gelijknamige compositie van tenorist Mete Erker, ook op pointillistische wijze zou kunnen evoceren. Da's even wennen. Artvark, zonder de jongens van Niks, zet de tanden in 'Whosa Mwatana' van Abdullah Ibrahim. Naast 'Rev. Pete, Sad Frank & Jungle Johnny', waarmee geopend wordt, is dat het enige nummer dat niet door een van de muzikanten geschreven is. Baritonsaxofonist Peter Broekhuizen heeft hier, verkleed als Mahotella Queen, het laagste woord, waarbij de collega's als een soort zulukoor fungeren.

Deze recensie verscheen eerder in Jazz.

(Eddy Determeyer, 12.12.09) - [print] - [naar boven]





Vooruitblik/Nieuws
Mona Lisa Overdrive komt met nieuwe cd


Benieuwd of bassist en bandleider Stefan Lievestro doet wat hij een jaar geleden in de Haagse Club Bazart al aankondigde: vanaf de tweede cd, die binnenkort zal uitkomen, zal zijn formatie Mona Lisa Overdrive wegens auteursrechtelijke problemen Mona Lisa Supersize gaan heten. Want "Mona Lisa Overdrive bekt nou eenmaal lekkerder", zoals onze recensent Sybren Renema terecht constateerde.

Morgen treedt dit eigenzinnige viertal op in het Tilburgse muziekpodium Paradox. Mona Lisa Overdrive brengt "zompige, vet aangezette, maar stiekem bijzonder complexe muziek die swingt, groovet, en wat al niet meer" (Eric van Rees). De muziek is een overkokend mengsel van alles wat de bandleden door de jaren heen aan muzikale indrukken hebben opgedaan: van jazz tot bluegrass, van klassiek tot grunge. "Met de beukende bas en sleurende drums leek de muziek bij vlagen zelfs op stonerrock" (Renema).

Na hun succesvolle debuut-cd 'Picknick At Bikini' brengt Mona Lisa Overdrive morgen nieuw repertoire: uitdagende, compromisloze en avontuurlijke composities, die zijn terug te vinden op de al eerder genoemde tweede cd 'Elevator Fitness'. Gitarist Jesse van Ruller heeft plaatsgemaakt voor saxofonist Jasper Blom. Is dat jammer? Enerzijds ja, want Van Rullers spel is met het verstrijken der tijd alleen maar rijper, pittiger en interessanter geworden. Anderzijds, fascineren? "Dat doet ook Jasper Blom, die met een gecontroleerde fascinatie voor saxofooneffecten met behulp van analoge gitaarpedalen en een Maestro Sound System For Woodwinds zijn creativiteit laat stromen" (Cees van de Ven). De band wordt gecompleteerd door Arno Krijger op hammondorgel en Hans van Oosterhout op drums.

Mona Lisa Overdrive, vrijdag 11 december 2009, Paradox, Tilburg, aanvang: 21.00 uur

Meer horen?
Mona Lisa Overdrive op MySpace.

(Maarten van de Ven, 10.12.09) - [print] - [naar boven]



Nieuws
North Sea Jazz begin september op Curaçao


De eerste editie van het Curaçao North Sea Jazz Festival vindt volgend jaar plaats op vrijdag 3 en zaterdag 4 september. De locatie voor het evenement is het World Trade Center in Piscadera Bay, liet concertorganisator Mojo woensdag weten.

Mojo maakte in september bekend dat het jazzfestival - naast de editie in Nederland - ook op het Caribische eiland zal neerstrijken. De data en locatie waren toen nog niet bekend. De organisatie onderhandelt met verscheidene artiesten over een optreden op het muziekfestival. Het is de bedoeling internationale namen op het gebied van jazz, funk, soul, latin, salsa en r&b aan te trekken.

Het festival is mede een initiatief van de stichting Fundashion Bon Intenshon van zakenman Gregory Elias. Hij wil met het muziekproject "Curaçao in Nederland in een goed daglicht plaatsen". Curaçao North Sea Jazz mikt op zowel de plaatselijke bevolking als toeristen.

Bron: AD

(Maarten van de Ven, 10.12.09) - [print] - [naar boven]





Concert
Drie percussionisten bij Ingrid Laubrock's Sleepthief

maandag 30 november 2009, Jazzpower, Wilhelmina, Eindhoven

'Als op dit moment iemand in de geïmproviseerde muziek - zowel in Europa als in New York - hoog in aanzien staat, dan is het wel de Londense saxofoniste Ingrid Laubrock', zo luidde de aanbeveling op de website van Axes/Jazzpower. Dus waren de oren gespitst toen het trio aantrad voor de eerste set.

Al snel werd duidelijk dat hier musici aan het werk waren met een broertje dood aan vooropgestelde regels en afspraken. Frank en vrij, inspireren, dwarsliggen, grooven, ontgrooven, instemmen, ontstemmen: dat was het waar het hier om draaide. Want er waren veel momenten waarbij je je afvroeg waar het uiteindelijk toe zou leiden. Uit fragmenten, flarden melodie, single notes, staccato arpeggio's en percussief gehamerde akkoorden uit Liam Noble's vleugel ontstond veelvuldig een frappant hoorspel.

Stukje bij beetje werd vanuit het niets gebouwd naar adembenemende climaxen, waarop Laubrock als in extase haar saxofoon liet screamen of liet klinken als bliksemschichten. Opvallend bij dit trio was de vaak sterk percussieve speelwijze. Zowel Noble als Laubrock bedienden zich veelvuldig van pulserend staccato spel. De saxofoniste ratelde loopjes in stijgende en dalende lijn als stroomstootjes uit haar instrument. Of liet de kleppen van haar instrument het werk doen. Af en toe was nauwelijks te onderscheiden wie wat speelde: Laubrock of drummer Tom Rainey. Zo dicht lag beider spel dan bij elkaar.

Noble gebruikte zelden het sustainpedaal; hij verkoos het kort en heftig aanslaan van zijn akkoorden. Deze waren vaak verrassend van samenstelling en misten hun uitwerking niet. Rainey anticipeerde of prikkelde met excellent drumwerk. Hij verstond de als morsetekens gespeelde bijdragen van zijn medespelers en diende hen subiet en ter zake van repliek. Of manoeuvreerde hen in een ritmisch gareel, als dat hem uitkwam. Alle drie verstaan ze de kunst om de muziek vorm en inhoud te geven, en de opbouw zodanig interessant te maken dat de oren gefocust bleven.

In abstracte stukken die massief klonken, kon zomaar ineens ruimte en transparantie ontstaan waarin ieder naar believen zijn kleur- en vormkeuze kon invoegen. Laubrock deed dat bijvoorbeeld in een van de laatste stukken van het concert door haar saxofoon zonder mondstuk aan te blazen, zodat deze klonk als een alpenhoorn. In een intimistisch pianissimo deel kon ze plotseling bezeten boosaardig op haar instrument fulmineren. Van tijd tot tijd beroerde Noble het binnenste van de vleugel, waardoor weer interessante accenten en ongewone harmonieën klonken.

Hier was sprake was van een goede blend tussen drie eigenzinnige en orginele musici. Vandaar dat dit trio zonder probleem twee sets lang kon boeien.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert.

(Cees van de Ven, 9.12.09) - [print] - [naar boven]





Nieuws
Celebrating Rita Reys


Maandag 21 december aanstaande wordt de grande dame van de Europese jazzvocalen, Rita Reys, 85 jaar. Deze mijlpaal zal gevierd worden met een feestelijk concert in het Pim Jacobs Theater te Maarssen, nadat zij enkele dagen daarvoor al - samen met Trijntje Oosterhuis - heeft mogen schitteren in de grote zaal van het Concertgebouw in Amsterdam.

Op het programma staan onder andere een aantal stukken van het nieuwe studio-album 'Young At Heart', dat begin 2010 zal verschijnen, en waarop zij samenwerkt met het Ruud Jacobs Quartet en speciale gasten Scott Hamilton (tenorsax) en Thijs van Leer (hammondorgel). Daarnaast brengt zij tijdens dit feestelijke concert ook haar grootste succesnummers ten gehoren, zoals 'Love For Sale', 'Fly Me To The Moon' en 'The Shadow Of Your Smile'. Haar begeleiders deze avond zijn: pianist Peter Beets, gitarist Martijn van Iterson, bassist Ruud Jacobs en tenorsaxofonist Ferdinand Povel.

(Jacques Los, 9.12.09) - [print] - [naar boven]





Concert
Trio M paart sterk samenspel aan speelplezier

woensdag 4 november 2009, Vooruit, Gent

Een concert van Trio M is altijd een verrassing, had ik ergens gelezen, en terwijl ik de voorafgaande dertig dagen nauwelijks tijd had gevonden om wat voor concert dan ook mee te pikken (zelfs de Opatuurbezoekjes werden gedecimeerd), kon ik zo'n verlokking niet weerstaan. Muzikale verrassingen zijn veel te zeldzaam om zomaar te laten voorbij gaan.

'Big Picture', de cd die in 2007 werd gereleased, lag hier al een tijdje te draaien. Héél wild werd ik er niet van, maar hij was wel goed. De piano is net iets prominenter dan de bas en de drums, maar een echte hoofdrol is er niet. De muziek is soms free, soms standard, maar een echte profilering zit er niet in. De stijlen zijn velerlei en in overvloed, maar een echte lijn is ook daar niet in te trekken. Maar goed, een concert zou onvoorspelbaar verrassend zijn.

Wat meteen opviel, was de gemoedelijkheid van het gebeuren. Het concert werd verplaatst van de theaterzaal naar de balzaal, en eigenlijk was het heel leuk geweest als het publiek gewoon rond de muzikanten had kunnen plaatsnemen. Daarvoor was dat publiek echter net iets té talrijk opgekomen (hoera! daarvoor evenwel), al bleef de sfeer heel hartelijk.

Knal! Boem! Paukeslag!, en het spel was begonnen. Ik zat vooraan — om deze recensie met een paar foto's te kunnen opsmukken — langs de kant van drummer Matt Wilson, zodat ik zicht zou hebben op Myra Melfords handen en piano. Daar tussenin stond Mark Dresser, net genoeg naar voren om ook van hem een foto te kunnen nemen zonder de rest van het publiek te hinderen. Vanaf mijn plaats gezien zou de drummer onmiskenbaar de hoofdrol spelen.

En wat voor een drummer! Wilson heeft een eigen idioom, met kleine maniertjes waar hij graag naar teruggrijpt en die dienen als houvast voor zijn ritme en stijl. Van tik naar klak en piep, van een recht-voor-de-raap-ritme naar een schijnbaar immer wijzigende sequens, van koffiekopje tot gong, van samenspel tot eigenzinnig gespeur. "I actually played this one without the music", zei hij na afloop van een nummer waarvan hij de partituur miste. Hij leek zelf verwonderd dat hij het tot een goed einde had gebracht. Tijdens 'Freakonomics' — "dedicated to all those leaders who made this world a mess" — liet hij zijn cimbalen zo hard piepen dat ik even dacht dat mijn vullingen van schrik uit mijn tanden zouden trillen.

Melford benadrukt graag dat het trio een collaborative effort is. Vandaar waarschijnlijk dat er geen echte hoofdrolspeler op de cd te onderscheiden valt. Live werkt dat overigens heel goed. De muzikanten hadden er erg veel lol in, hielden elkaar voortdurend in de gaten, en pikten handig in of wachtten geduldig af: heus samenspel. De muziek was heel divers, maar ook dat werkte (nog) beter live dan op de cd. Er werd heel verscheiden gespeeld, van abstract en free tot heel ritmisch of melodisch, en in dat laatste geval vaak met een twist, aangevuld door elektronica of afgewerkt met een einde dat eigenlijk niet wil eindigen en dan maar als vanzelf overgaat in het volgende nummer.

We kregen nog een toegift, al lieten de muzikanten uitschijnen dat ze geen idee hadden wat te spelen. Er werd snel een muzikaal pareltje geïmproviseerd, dat de halve zaal met verwondering achterliet. Blij dat we dit mochten meemaken.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert.

(Bruno Bollaert, 8.12.09) - [print] - [naar boven]





Cd
Octurn - '7 Eyes' (Octurn, 2009) 2 CD


Het Belgische Octurn maakt het de luisteraar van zijn albums nooit gemakkelijk. Zeker de voorbije jaren werd er een zekere drempel gecreëerd door vaak voor een dubbelalbum te kiezen, terwijl de muziek van dit gezelschap rond baritonsaxofonist Bo Van Der Werf al niet meteen van de gemakkelijkste soort is. Dat alles maakt hen erg vatbaar voor kritiek, maar dat lijkt Octurn niet te deren, want op '7 Eyes' doen ze er nog enkele schepjes koppigheid en lef bovenop.

Elektronica verwerft op dit (opnieuw) dubbelalbum een dominante plaats in het geheel. Het gebruik van elektronische effecten was via de keyboards van Jozef Dumoulin al langer ingeburgerd, maar op '7 Eyes' staan deze niet langer in dienst van de muziek. Dankzij de ruime inbreng van elektronicaman Gilbert Nouno worden de futuristische geluidslandschappen namelijk allesbepalend voor het totaalgeluid. In een omgeving van gesamplede fragmenten, bleeps, clicks en ijle keyboardklanken worden de composities van Dumoulin en Van Der Werf vaak meerdere keren geherinterpreteerd, waarbij experiment wordt afgewisseld met bezwerende fusion en abstracte funk voor gevorderden.

Ook de stem (meestal vertegenwoordigd door Lynn Cassiers) vervult een hoofdrol op '7 Eyes', met overal opduikende vocale samples, een zingend kind (zoals in het vreemde, maar mooie 'Place Des Etoiles') en dromerige zanglijnen van Cassiers, meestal unisono ondersteund door keyboard, gitaar of de baritonsax. De zangeres zorgt voor een zeldzaam moment van herkenning met de standard 'Crazy He Calls Me', die na een droge begeleiding van bassist Jean-Luc Lehr en gitarist Nelson Veras uitmondt in het sterk afgelijnde 'Son #1'. De donkere en zenuwachtige funk van dit stuk wordt vooral gecreëerd door een geweldige wisselwerking tussen bas en drums, terwijl de rest van de groep eindeloos lange, gecomponeerde partijen afhaspelt. Het zijn soortgelijke composities die voor de hoogtepunten zorgen op dit dubbelalbum, met het fenomenale en tot op de millimeter gespeelde 'Walk #4' als absolute uitschieter. Gitaar en piano slingeren zich met ware doodsverachting door een al even indrukwekkend ritmisch mijnenveld, waarin zelfs een specialist zich onzeker zou voelen.

Het belangrijke aandeel van de elektronica geeft de muziek van Octurn een zekere kilte. Het oneindige universum van Sun Ra en de (soms gedateerd klinkende) keyboardwereld van Joe Zawinul worden samengebracht met ambient en Warp-achtig experiment, zij het met wisselend succes. In 'Lhasa #2' wordt een vage pianopartij helemaal bekrast en beschadigd door grillige effecten en een geladen sfeer, wat wonderwel tot een intrigerend stukje muziek leidt. De beats en dreigende baslijnen van 'Morning Ritual' neigen onmiskenbaar naar het vroege werk van het Engelse Autechre, dat zich echter op geen enkel moment bedreigd moet voelen door het gezelschap uit België, want ondanks de toevoeging van dikke lagen keyboard blijft dit stuk doelloos rondjes draaien. Hetzelfde geldt voor '7 Eyes #2' dat vijf minuten lang voortdobbert op een bedje ritmische elektronica. 'Chouchou' is dan weer wel een schot in de roos, al is het niet meteen duidelijk waar de groep hier juist op mikte. Een ritmische sample wordt via radicale veranderingen in de pitch binnen een muzikale structuur geperst, waarbij een kind in zijn eigen verzonnen taaltje voor de vocals zorgt.

Een behoorlijk deel van de drieëndertig tracks op '7 Eyes' brengt te weinig om van een goede plaat te kunnen spreken. Op sommige momenten echter bewijst Octurn dat het nog steeds een buitengewone groep is, die een waanzinnig hoog niveau kan halen, maar die tegelijkertijd ook steeds vooruit kijkt. Hiervan zullen de vruchten in de toekomst ongetwijfeld nog wel worden geplukt.

Deze recensie verscheen eerder op Kwadratuur.be

Meer horen?
Op de
MySpace-pagina van Octurn kun je vijf tracks van deze cd beluisteren: 'Xp28', 'Place Des Etoiles', 'Ives #1', Ives #6' en 'Walk #1'.

(Joachim Ceulemans, 8.12.09) - [print] - [naar boven]





Nieuws
ICP Orkest en Bik Bent Braam naar Sicilië


Van 9 tot en met 16 december geven het ICP Orkest en Bik Bent Braam een serie concerten in Palermo. De concerten maken deel uit van de eindejaarsserie 'Exit', georganiseerd door Curva Minore. In november heeft Globe Unity Orchestra, het orkest van Alexander von Schlippenbach, al acte de présence gegeven in deze serie.

Naast concerten door ICP (11 december) en Bik Bent Braam (13 december) vindt ook een serie concerten plaats onder de noemer 'Dutch/Sicilian Connection'. In verschillende kleine combinaties ontmoeten Nederlanders en Italianen elkaar. De concerten worden telkens ingeleid door een journalist.

Vier leden van Bik Bent Braam geven bovendien een workshop 'improvisatie volgens de Nederlandse school'. Na vier lesdagen presenteren de deelnemers zich samen met de leden van Bik Bent Braam in een groot slotconcert op 16 december.

Klik hier voor alle deelnemende musici en het volledige programma.

(Maarten van de Ven, 7.12.09) - [print] - [naar boven]





Verslag
Uitreiking Edison Awards Jazz & World 2009


Op woensdag 18 november 2009 werden in Muziekcentrum Frits Philips de Edison Awards in de categorie Jazz/World uitgereikt. Onder de prijswinnaars waren het trio Bennink/Borstlap/Glerum, Randy Brecker en Dianne Reeves. Postuum vielen ook bassist/componist Charles Mingus (de dvd 'Epitaph') en trompetlegende Miles Davis (een speciale editie van 'Kind Of Blue') in de prijzen.

"Een indrukwekkende avond", zo constateerde Donata van de Ven, onze correspondent ter plekke. Klik hier om haar verslag te lezen.

Cees van de Ven maakte een fotografische impressie, die je hier kunt bekijken.

(Maarten van de Ven, 7.12.09) - [print] - [naar boven]





Concert
Twee formaties creëren bijzondere sound

New Niks & Artvark SQ, vrijdag 27 november 2009, De Toonzaal, Den Bosch

Naar aanleiding van het uitbrengen van de cd 'Busy Busy Busy' – een samenwerking tussen het saxofoonkwartet Artvark en drummer Arend Niks' groep New Niks – is een promotietournee tot stand gekomen, die voorlopig (komend voorjaar gaan de heren wederom toeren) werd afgesloten in muziekcentrum De Toonzaal (de voormalige synagoge uit 1823) in Den Bosch.

De beide ensembles hebben een nogal, voor de jazz, ongebruikelijke bezetting: Artvark is een saxofoonkwartet – een professioneel improviserend saxofoonkwartet kom je in de jazz niet al te vaak tegen – en New Niks heeft een bezetting van viool (Jasper le Clerq), Fender Rhodes (Erwin Hoorweg), gitaar (Andreas Suntrop) en drums (Arend Niks). De samenvoeging van de twee formaties resulteert in een zeer bijzondere sound, waartoe in het ensemblewerk vooral de viool en fender rhodes bijdragen. Aan het warme en diepe geluid van de saxen werd daardoor een lichtere, hoge klank door het New Niks kwartet toegevoegd.

Het repertoire is uiterst gevarieerd: funk, een walsje, blues, flarden swingende bigband, pop, filmmuziek en rock. Een hoogtepunt was altsaxonist Rolf Delfos' compositie 'Rev Pete, Sad Frank And Jungle Johnny' – een gospel, bluesy bewerking van de traditional 'Frankie And Johnny'. Hierin soleerde Mete Erker beheerst met prachtige moderne lijnen en een warme ronde toon op tenorsax. In het totaalgeluid, zowel van de twee formaties samen als van het saxkwartet, speelde het zware, donkere geluid en het stuwende spel van baritonsaxofonist Peter Broekhuizen een prominente rol. Ook de enkele duo-solo's, waaronder een van Delfos op sopraansax en violist Le Clerq, behoorden tot de hoogstandjes van dit concert.

Naast het gezamenlijke programma werd er door de beide groepen ook afzonderlijk geconcerteerd. Vooral Artvark imponeerde door de relaxte wijze van musiceren, uit het hoofd spelen van de complexe saxpartijen, de voortreffelijke solo's en het strakke, secure samenspel. Een uitschieter was het virtuoze 'Ornat King Coleman' (ook al van de hand van Delfos) met een uitgebreide, boeiende solo van altsaxofonist Bart Wirtz. Dit kwartet kan zich zeker meten met het vermaarde World Saxophone Quartet.

Het kwartet New Niks speelt een aantrekkelijke jazzy, goed in het gehoor liggende muziek. Het is muziek, die speels wordt uitgevoerd, en grotendeels zeer divers en filmisch is. Er wordt bekwaam en geïnspireerd gesoleerd door Le Clerq, Hoorweg en Suntrop (Arend Niks soleert amper, maar drumt alert en stuwend). Al met al een concert van hoog niveau van de groepen afzonderlijk en gezamenlijk.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Cees van de Ven.

(Jacques Los, 5.12.09) - [print] - [naar boven]





Cd
Mark Alban Lotz – 'Bite! (LopLop, 2009)

Opname: oktober 2008

'Bite!' is een muzikale kijk op het leven van de vissen ondergedompeld in de diepten van de grote oceanen. Heeft het iets te maken met jazz? Weinig. Het is echter wel de inspiratiebron voor fluitist Mark Alban Lotz, pianist Albert van Veenendaal, cellist Lysander le Coultre en drummer Alan 'Gunga' Purves om te improviseren en composities af te leveren. Het album bestaat uit een aantal zeer korte improstukjes (van twintig seconden tot anderhalve minuut) en een paar langere, uitgeschreven stukken.

In de korte stukken wordt vooral experimenteel gemusiceerd en worden sound effects geëxploiteerd, gebruikmakend van prepared instruments en zelfgemaakte instrumenten (bijvoorbeeld Purves' Brim Bram, een houten doos bespannen met rubber banden). Zo hier en daar roept het inderdaad het gevoel op aanwezig te zijn in de tropische waterwereld met al die sprookjesachtige vissen om je heen. De titels van de diverse stukjes spreken ook al voor zich: 'Fish Jive', 'Chasin The Clownfish' en 'Coral Lives'.

De lange composities worden gedomineerd door interessant samenspel en uitstekende improvisaties van fluitist Lotz en pianist Van Veenendaal. In Ernst Reijsegers ballade 'Tell Me Everything' speelt Lotz een zeer fraaie, ingetogen, heldere solo, begeleid door een dwingende continue akkoordenbegeleiding van Van Veenendaal. In 'Of Royal Herring' is de samenwerking tussen Lotz en Le Coultre zeer accuraat en van hoog niveau. Purves completeert een en ander met bizarre percussieve attributen. Wie hem wel eens live heeft meegemaakt, weet dat hij naast zijn enigszins onorthodoxe drumkitje – net als eertijds Han Bennink – een verzameling buitenissige ritme- en geluidsprullaria heeft.

De muziek van 'Bite!' staat ook erg dicht bij de hedendaags gecomponeerde en minimal muziek. Voorbeelden desbetreffend zijn 'The Bathyscaaf' en 'Seahorse Duet'. Deze cd laat horen dat er op het grensgebied van de hedendaags gecomponeerde en geïmproviseerde muziek verrassende en interessante resultaten kunnen worden geleverd. Mede ook dankzij de uitmuntende prestaties van de opnametechnicus.

Meer horen?
Op de
website van Mark Alban Lotz kun je fragmenten beluisteren van drie tracks van deze cd: 'Jellyfish Lullaby', 'Bite!' en 'Habidi Brown Fish'.

Labels:

(Jacques Los, 3.12.09) - [print] - [naar boven]





Concert
Gevarieerde avond met Paul van Kemenade en consorten

Duo Michiel Braam-Paul van Kemenade / Paul van Kemenade Quintet, dinsdag 10 november 2009, Musis Sacrum, Arnhem

Paul van Kemenade is een allround persoonlijkheid in de Nederlandse jazz met een behoorlijke staat van dienst. Naast programmeur en organisator, zoals bij het komende Stranger Then Paranoia-festival in december, is hij bovenal een uitstekende muzikant. Zo was te horen in de intieme concertzaal van het Musis Sacrum in Arnhem. Uit zijn 30-jarig jubileum als muzikant twee jaar geleden is een geslaagde samenwerking met pianist Michiel Braam voortgekomen.

De twee speelde een geslaagde eerste set van deze avond. De heren waren volstrekt aan elkaar gewaagd. Van Kemenade kan met zijn herkenbare lyrische krachtige toon zeer overtuigend uithalen, om vervolgens fluisterzacht een thema te spelen. Zoals te horen was in de compositie 'Bramen Plukken'. Ook Braam speelde met veel variatie, van trefzekere fortissimo akkoorden tot subtiele watervalletjes en uitermate swingende ragtime-ritmes. Ook in 'Q10', een nummer van de hand van Braam, was deze variatie te horen. Een zachtmoedig, klassiek getint thema, dat overliep in vrolijke getinte en swingende tempoversnellingen.

Het laatste gedeelte van de eerste set werd afgesloten met een stuk waarin meerdere composities verwerkt waren, zoals de schitterende passage 'Tune Voor N'. Van Kemenade schreef dit stuk voor Niko Langenhuijsen en zette het al in 1981 op de plaat (BVHaast) samen met pianist Ron van Rossum. Een walking bass, door Braams linkerhand gespeeld, gaf een sterke spanningsboog waarop uitstekend geïmproviseerd kon worden. Beide muzikanten speelden met het grootste gemak, zo leek het. Dat is knap, want de composities zaten vernuftig in elkaar en ook het spel zelf was technisch dik in orde.

In de tweede set speelde Van Kemenade met zijn kwintet, wat in verschillende bezettingen al zo'n 27 jaar bestaat. Dat zegt ook iets over het unieke concept van de band; eigenzinnige lyrische composities die geworteld zijn in de jazztraditie, maar waarin inventieve uitstapjes worden gemaakt richting wereldmuziek, met volop ruimte voor improvisatie.

Zo werd er in het nummer 'Jajaja Mr. Mingus' - uiteraard een ode aan bassist en componist Charles Mingus - met passie gemusiceerd met een bruisende ritmesectie, waarbij Van Kemenade en trombonist Louk Boudesteijn fraaie melancholieke melodielijnen speelden. Het nummer vond een climax in een door de blazers ingezette tempoversnelling met uitbundig swingende Zuid–Amerikaanse ritmes. Boudesteijn soleerde sterk in de ballad 'On A Wednesday'. Drummer Pieter Bast en Wiro Mahieu, die zowel op basgitaar als contrabas uitstekend uit de voeten kan, vormden in deze set een sterk op elkaar ingespeelde ritmetandem.

In het slotstuk, dat van Van Kemenade de titel 'Het Is Nog Altijd Herfst' mee kreeg, werd uptempo en met een funky inslag gemusiceerd. Stevig drumwerk van Bast met vette accenten en roffels en stuwend spel van toetsenist Rein Godefroy zette de toon. Mahieu maakte indruk met een trefzekere solo op basgitaar. Het nummer toonde de kracht van de band; sterke individuele kwaliteiten van de bandleden afzonderlijk, zich uitend in de volop aanwezige soloruimten, die ingebed zijn in sterke composities waarin uiteindelijk het hechte groepsgeluid centraal staat. Een compliment voor Paul van Kemenade en zijn muzikale consorten!

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Maarten van de Ven.

(Koen Scherer, 3.12.09) - [print] - [naar boven]





Nieuws
Jazz At The Concertgebouw: J.J. Johnson


Bij Muziek Centrum Nederland is vandaag de derde cd in de serie Jazz At The Concertgebouw verschenen: 'What’s New' van J.J. Johnson. De trombonist wordt bijgestaan door een groep bestaande uit tenorsaxofonist Bobby Jaspar, pianist Tommy Flanagan, bassist Wilbur Little en drummer Elvin Jones. Op deze cd staan nooit eerder uitgebrachte opnamen van het concert dat het J.J. Johnson Quintet op 17 augustus 1957 gaf in het Amsterdamse Concertgebouw. Het boekje bij de cd bevat unieke foto's die Ed van der Elsken tijdens dat concert maakte. De uitgebreide toelichting is van jazzjournalist Bert Vuijsje.

In de jaren vijftig en zestig van de twintigste eeuw hebben vele bekende Amerikaanse jazzmusici op het podium van het Concertgebouw gestaan. In de cd-serie Jazz At The Concertgebouw brengt MCN opnamen uit van deze legendarische nachtconcerten. Eerder verschenen in deze reeks 'Indian Summer – The Complete 1955 Concerts in Holland' van Chet Baker (2007) en 'Western Reunion – The Sextet Live in Amsterdam 1956' van Gerry Mulligan (2008).

De cd is verkrijgbaar bij MCN (per e-mail:
mic@mcn.nl) voor € 18,- exclusief verzendkosten. Of bij de gespecialiseerde platenzaak.

(Maarten van de Ven, 2.12.09) - [print] - [naar boven]





Concert
Precies en consciëntieus musiceren, zonder opsmuk

Carla Bley & The Lost Chords, zaterdag 21 november 2009, Bimhuis, Amsterdam

Voor het eerst trad Carla Bley in het nieuwe Bimhuis op. Ze vond het geweldig. Ze was vooral te spreken over de voorzieningen, zoals de kleedkamer, maar in het bijzonder 'the cafetaria'. Haar droge, humorvolle aankondigen vormden een charmant en aangenaam onderdeel van haar optreden. Van eenzelfde kaliber waren (de titels van) haar composities. Bijzonder compositorisch materiaal, dat zonder uitzondering zeer harmonieus en makkelijk in het gehoor ligt. Componeren is dan ook haar grootste kracht. Haar andere sterke punt is het leiden van grote formaties.

Reeds in 1964 formeerde Bley met haar tweede echtgenoot (haar eerste was pianist Paul Bley), de trompettist Michael Mantler, het Jazz Composers Guild Orchestra. Zowel voor die bigband (waarvan de naam al snel werd ingekort tot Jazz Composer's Orchestra) als Charlie Haden's Liberation Music Orchestra leverde zij talrijke composities aan. Haar reputatie werd gevestigd door het schrijven van de jazzopera 'Escalator Over The Hill' in het begin van de jaren zeventig. Sindsdien maakte zij met haar diverse grote orkesten talloze opnamen, onder andere voor het befaamde ECM-label.

Inmiddels de zeventig gepasseerd speelt en toert de pianiste vooral met haar kwartet The Lost Chords, met haar levensgezel c.q. bassist Steve Swallow, de Engelse saxofonist Andy Sheppard en drummer Billy Drummond. Het is een beschaafd kwartet, qua uiterlijk en speelwijze. Er wordt zonder opsmuk precies en consciëntieus gemusiceerd. Vooral ook ingetogen. Niemand vliegt uit de bocht.

Drummond is de ideale slagwerker voor deze formatie. Zelden heb ik een drummer zo ingehouden zien en horen spelen. Het paste uitstekend in het het nogal introverte concept van het kwartet. Maar welke drummer kan dat aan?! En dan nog swingen ook. Een drummer om zuinig op te zijn. Evenzo muzikaal terughoudend stelde Swallow zich op. Dat betekende dat de voornamelijk zacht blazende solist, saxofonist Sheppard, zeer goed tot zijn recht kwam. Zijn klassieke en warme geluid werd gecombineerd met bedachtzame moderne improvisaties. Zijn geluid en manier van spelen deden sterk denken aan Hank Mobley, met dien verstande dat Sheppards sololijnen eigentijdser waren, meer beïnvloed door John Coltrane.

Pianiste Bley beperkte zich tot zeer korte solo's. Het valt haar te prijzen dat ze haar zwakte kent. Haar speelwijze is nogal basic en haar improvisaties blijven dicht bij het thema. Haar spaarzame notenkeus doet denken aan die van Monk, doch zonder diens intensiteit en kracht. Door haar en de groep werd het summum van ingetogen, bijna introverte, kamerjazz gespeeld. Het past heel goed bij deze good looking fragiele dame, tevens één van de belangrijkste componisten in de hedendaagse jazz: Carla Bley.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Herre Vermeer.

(Jacques Los, 1.12.09) - [print] - [naar boven]





Cd
aRTET - 'Watts Up' (W.E.R.F., 2008)


aRTET is een Belgisch kwartet onder leiding van gitarist en componist François Delporte, dat in 2006 het Jong Jazztalent Concours in Gent won. Nou zegt dat op zich niet zo vreselijk veel; de lat voor die talentenjacht ligt niet bijster hoog. Maar allee, als achtergrondmuziekskes bij uw pintje Duvel voldoen de verrichtingen van de jongelui daar door de bank genomen uitstekend.

Het onderhavige kwartet gaat nogal eclectisch te werk. Sommige rustige nummers verwijzen naar het traditionele ECM-idioom, elders staat gitarist John Scofield in een hoekje van de Jet Studio in Brugge te luisteren. Tja, wat in de jaren zeventig nog volop avant-garde was, is dertig jaar later hopeloos mainstream. Helaas haken de composities van Delporte zich niet in je oor. Het ene stuk klinkt bedachtzaam, het volgende toont wat meer pit, maar veel meer differentiatie zit er niet in. Duidelijk is dat de jonge musici ijverig hebben gestudeerd en goed naar elkaar luisteren. Veel optredens zullen er tot dusver niet in hebben gezeten, aangezien de Belgische clubscene aan die van Nederland is gewaagd.

Een nummer als 'The Rope' klinkt krachtig, om niet te zeggen macho; merkwaardig genoeg knapt de spanning zodra drummer Lionel Beuwens gaat soleren. 'Rain' evoceert een warme zomerse bui, wanneer de meeste neerslag in feite de laatste druppels zijn die uit het bladerdak omlaag komen. Maar misschien hoor ik het wel helemaal verkeerd en zitten de muzikanten hier berustend uit het venster naar een herfstige hoosbui te staren, wachtend tot de kasseien weer droog zijn.

Deze recensie verscheen eerder in Jazz.

Meer horen?
Op de
MySpace-pagina van aRTET kun je vier tracks van deze cd beluisteren: 'Thin Ice', 'You Said', 'The Rope' en 'Madrid-Istanbul'.

(Eddy Determeyer, 1.12.09) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...






Menupagina's:

Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Neerpelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.