Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 




Concert
Renske Taminiau (be)tovert

dinsdag 10 november 2009, Jazz on the Roof, SCHUNCK*, Heerlen

De toverfee Renske durft in haar rode jurk wat veel mensen zouden willen. Daar gaan staan, je verhaal vertellen en de mensen voor je winnen. Door te laten zien wat je kunt, wat je wilt en door het publiek te raken. Lekkere popjazz neemt je bij de hand en voert je mee. Het lijkt soms op Alice in Wonderland, de passie waarmee het wordt gebracht eveneens.

Onschuldige liedjes met wat jazzpepernoten en hoog Efteling-gehalte? Zeker niet, want de bescheiden mannen, die de band vormen, kunnen en weten er genoeg van. Wat te denken van de veelzijdige pianist Rubin Hein? Zeker gitarist Philipp Bramswig heeft een eigen plek in het geheel en weet te overtuigen. Zijn 'Pat-soundje', zijn opbouw, zijn fraseringen, zijn spel binnen het kader van de song, zijn flew out of pop into jazz and back: mooi, sierlijk en stijlvol. De groep viel me ook al op tijdens de jazzdagen in Amersfoort. Taminiau straalt respect uit en dat krijgt ze ook terug. Naast haar kun je als intelligente man alleen nog maar je best doen, elke andere act zou te veel, aanmatigend of dodelijk zijn, zo weten de andere begeleiders: Floris van der Vlugt (saxen), Lucas Dols (contrabas) en Bobby Petrov (drums).

Al te nadrukkelijke of lange solo's blijven, met uitzondering van een speciaal moment voor Petrov, achterwege. Het concept dat ze bedacht heeft, leent zich eigenlijk uitstekend voor muziekonderwijs. Haar eigen spontaan en sterke performance, de gevarieerde stijlelementen in de muziek, het in de teksten centraal stellen van beleving en gevoel, de uitstapjes naar andere kunstvormen, de vraag-en-antwoordspelletjes met de saxofonist: het geheel is net nog herkenbaar en maakt de weg vrij voor jazz. Het zal jongeren best aanspreken.

Toch heb je geen moment het gevoel dat je naar een pop- of rockband staat te kijken. Renske is dus niet naïef, integendeel, ze weet donders goed wat er te koop is. Ietwat lacherig, eigenlijk meer verlegen, vertelt ze dat iemand - eigenlijk haar vriend, zo legt ze blozend aan de zaal uit - haar ten huwelijk heeft gevraagd. Het nummer dat volgt heeft ze dan ook voor hem geschreven.

Een jonge vrouw achter in de zaal klapt na een forse uithaal binnen een ballade, zoals ze dat bij de jazz na een instrumentale solo doen, de zaal volgt. De zangeres krijgt van de aanwezige twintigers, dertigers, veertigers, vijftigers en zestigers deze avond een staande ovatie. Renske weet duidelijk verschillende snaren te raken, vermoedelijk zonder zelf precies te weten welke. Ze heeft het zelfvertrouwen van Alice in een wondere wereld, goed en kwaad bestrijdend met een lach, een vraag, een lied.

Jazz? Renske Taminiau is een veelzijdig kunstenares die een eigen geluid laat horen, die haar bandleden op handen draagt en daar veel voor terugkrijgt. Haar creativiteit en gedurfde zang maken haar tot een jazzer van de nieuwe generatie, en die groeit nu eenmaal op met pop/rock en de wereld in de achtertuin. Logisch en vanzelfsprekend dat die invloeden te horen zijn. Ze wil dat zo. Geen muzikale wiskunde, maar meeslepende in het gehoor liggende popjazz. Bijzonder vrouwelijk, poëtisch, zonder sexy schuimrandje, met toverstaf.

Taminiau betovert en levert het bewijs dat 'goed leuk' bestaat. Ik ben zeer benieuwd naar de verdere ontwikkeling van deze jazzrijke feelgood kunstenares en haar gevolg.

(Jo Dautzenberg, 30.11.09) - [print] - [naar boven]





Take Ten
Susanne Alt


"Alt haalde frisse, heldere en mooie variaties uit haar sax, met subtiele, melodische en humoristische wendingen. Soms speelde ze ronduit zacht. Haar klank is zo opvallend helder dat haar spel meteen bij je binnenkomt." Dat schreef ik naar aanleiding van het concert dat het Susanne Alt Quartet op 8 februari van dit jaar gaf bij Sunday Afternoon Jazz in Trianon, Nijmegen.

Altsaxofoniste Susanne Alt beantwoordde de tien vragen van Take Ten.
Klik hier voor haar antwoorden.

Meer weten?
Klik hier voor Take Tens van andere jazzmuzikanten.

(Josien Lucassen, 29.11.09) - [print] - [naar boven]





Concert
De jazzhistorie subliem hedendaags vertolkt

Available Jelly, vrijdag 20 november 2009, Bimhuis, Amsterdam

Eén van Nederlands leukste impro-groepen is het sextet Available Jelly. Helaas is ingevolge een abominabel subsidiebeleid, dat al meer dan een decennium woekert, de mogelijkheid voor improviserende musici om frequent te concerteren geheel ten gronde gericht. Momenteel heeft de groep dan ook een bescheiden tournee van een schamel vijftal optredens – de drie in Duitsland en België niet mee gerekend – in een tijdsbestek van een kleine drie weken. Het is werkelijk een schande dat zo'n kwalitatief muziekonderdeel door het overheidsbeleid de nek is omgedraaid. Het is dan ook niet verwonderlijk dat door de nivellering van de kunstsubsidies de hufterigheid in de maatschappij toeneemt.

Available Jelly, dat al sinds de jaren tachtig bestaat, heeft zich van het begin af aan ontwikkeld tot een formatie waarin, met inachtneming van de jazzhistorie, hedendaagse composities en arrangementen worden vertolkt. Dat bleek meteen al bij het openingsnummer 'BBC (Big Band Chart)': small combo swingmusic, die sterk deed denken aan de swingmuziek van het John Kirby Sextet uit de dertiger jaren. Als Kirby nog in leven zou zijn, had hij nu deel uitgemaakt van Available Jelly.

Hoofdzakelijk bestond het repertoire uit originals van onder anderen altsaxofonist en klarinettist Michael Moore, cornettist Eric Boeren, trombonist Wolter Wierbos en saxofonist Sean Bergin (die vroeger ook deel uitmaakte van deze groep). Kenmerkend voor Available Jelly - naast het gevarieerde repertoire: van New Orleans-jazz, Ellington-stukken, swing, Zuid-Afrikaanse muziek, het American Songbook tot eigen composities - zijn vooral het relaxte, strakke harmonische samenspel en de collectieve improvisaties. De regelmatige tempowisselingen in de nummers vormen een ander belangrijk aspect. Die wisselingen werden correct en geraffineerd gevolgd door één van Nederlands meest muzikale en swingende drummers: Michael Vatcher.

Voor de pauze viel de uitgebreide bassolo van Ernst Glerum op in de standard 'Sweet And Lovely'. Van eenzelfde niveau was de uitvoering van Billy Strayhorns 'Isfahan', waarin altsaxofonist Moore soleerde als Johnny Hodges, maar dan wel zonder diens vermaarde glissandi. Beide ballads werden wonderschoon en subtiel vertolkt door de gehele groep.

Tubaïst Goran Krmac, die de plaats van de naar Berlijn verhuisde tenorsaxofonist Tobias Delius heeft ingenomen, vervulde een zowel ritmische als melodieuze rol. De klankkleur van het geheel heeft door toepassing van de tuba aan diepte en warmte gewonnen. In de enkele solo's bleek Krmac het lastige instrument voortreffelijk te beheersen. Er werd in het geheel spaarzaam individueel gesoleerd, maar die paar soloruimtes die eenieder waren toebedeeld, werden op een meer dan voortreffelijke wijze ingevuld. Van deze sublieme muzikanten valt ook niet anders te verwachten. Available Jelly is een geweldige groep die zeer interessante en mooie impro-muziek maakt.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Maarten Jan Rieder.

(Jacques Los, 28.11.09) - [print] - [naar boven]





Cd
Wolter Wierbos - 'Deining' (Dolfijn, 2009)

Opname: 2006

In 2006 was de woonboot van trombonist Wolter Wierbos het toneel voor een reeks kleinschalige concerten voor een beperkt publiek. Schoon volk als Han Bennink, Ab Baars, Mary Oliver en Wilbert de Joode musiceerden er in een ongedwongen sfeer samen met de gastheer. Op het toepasselijk getitelde 'Deining' werden achttien opnames uit deze reeks verzameld, wat resulteert in een zeer diverse compilatie.

Dit bijna exclusief Nederlandse onderonsje (Franky Douglas is als Surinamer de enige uitzondering) en het feit dat de meeste musici elkaar kennen van het ICP Orchestra, zorgt voor een vertrouwde sound met af en toe van die typische doldwaze improvisaties. Han Bennink tokkelt zoals gewoonlijk op alles wat hij onder ogen krijgt en laat de drumstokken hierbij weer als een echte ratel- en roffelmachine in het rond zwieren. Op de ritmische cadans grommelt Wierbos vreemde trombonegeluiden die de grote werken in 'Op De Werf' illustreren. Met rietblazer Ab Baars (nog zo'n ICP-collega) gaat het er heel wat anders aan toe. Terwijl 'Buitengaats' nog een ruwe schets lijkt, waarbij saxofoon en trombone op een weinig verfijnde manier tegen elkaar schuren, is 'Peer’s Counting Song' een mooi duet, waarin Baars de sfeer bepaalt met een treurige klarinetmelodie.

In combinatie met Franky Douglas toont Wierbos een heel andere zijde van zijn muzikale wezen. Met beheerste gitaarpartijen duwt Douglas zichzelf in een begeleidende rol in 'Visions', waardoor de trombone vrij spel krijgt om zes minuten lang melodieus te sprankelen. Ook de funky gitaarlicks van 'Innermission' zijn een vruchtbare voedingsbodem voor een speelse Wierbos, die het hier overduidelijk naar zijn zin heeft. Mary Oliver was in tegenstelling tot de Surinamer duidelijk niet van plan een ondergeschikte rol te spelen tijdens het concert. In 'Hoog Aan De Wind' wikkelt zij haar altviool met lange glissandi rond de trombone, die op sommige momenten lijkt te worden gemanipuleerd met zilverpapier, waardoor ze een kazoo-achtig geluid voortbrengt.

Andere vreemde klanken zijn te horen in de stukken met bassist Wilbert de Joode. De logge aangestreken snaren zorgen in 'Loefzijde' voor een angstaanjagende drone, die Wierbos inspireert tot een kletterende trombonepartij, terwijl in 'Overstag' de contrabas herleid wordt tot een percussie-instrument. Deze opmerkelijke afwisseling van stuk tot stuk typeert 'Deining' van start tot finish. Het geleverde spel is nergens minder dan goed, maar daartegenover staat dat het jammer genoeg ook nooit echt memorabel wordt.

Deze recensie verscheen eerder op Kwadratuur.be

Meer weten?
Bekijk Wolter Wierbos'
blog over de concerten op zijn woonboot. Met vele foto's. Naar alle waarschijnlijkheid gaan er in de toekomst nog meer cd's met bootconcerten volgen.

(Joachim Ceulemans, 28.11.09) - [print] - [naar boven]





Nieuws
Presentatie cd-rom-tijdschrift SEAN


Komend weekend wordt in Amsterdam het cd-rom-tijdschrift SEAN gepresenteerd over de in Zuid-Afrika geboren, maar al decennia in Amsterdam gevestigde saxofonist/multi-instrumentalist/componist/bandleider Sean Bergin. De cd-rom is samengesteld door Kees Stevens en vormgegeven door Jan Brands.

De cd-rom bevat een complete discografie, verlevendigd met afbeeldingen van de meeste hoezen en cd-boekjes. Er staat een uitgebreid interview met de saxofonist (afgenomen door Kees Stevens) op, dat zijn hele muzikale geschiedenis van Zuid-Afrika tot nu toe bevat, en twee kortere interviews over zijn workshops en zijn manier van componeren. Karel Gulickx haalt herinneringen op aan Bergins workshop in het Plushok in Baarle-Nassau, terwijl Jan Luyben aandacht aan zijn band MOB besteedt. Daarnaast zijn er een aantal foto's uit het archief van Sean. In gedrukte vorm zou het gaan om 48 bladzijden.

Het cd-rom-tijdschrift SEAN wordt gepresenteerd via dubbelpresentatie in twee Amsterdamse cafés, waar Sean Bergin regelmatig speelt met zijn trio, bestaande uit bassist Jacco Schoonderwoerd en drummer Victor de Boo: op zondag 29 november in De Engelbewaarder (Kloveniersburgwal 59, aanvang: 16.30 uur) en op zaterdag 5 december in Café Museum (Linnaeusstraat 29, aanvang: 15.30 uur). Beide presentaties zullen worden opgeluisterd met een optreden van het Sean Bergin Trio.

De cd-rom kan worden besteld door een mailtje te sturen naar
keesstevens@kpnplanet.nl en € 7,50 (inclusief verzendkosten) over te maken op girorekening 4202622 t.n.v. C.L.H. Stevens Inz Pro Amsterdam.

(Maarten van de Ven, 27.11.09) - [print] - [naar boven]





Concert
Brederode schildert etherische vergezichten

Wolfert Brederode Quartet, donderdag 15 oktober 2009, JazzCase, Dommelhof, Neerpelt

De muzikanten van het Wolfert Brederode Quartet komen uit uiteenlopende ensembles in Europa, Canada en de VS. Het zijn stuk voor stuk erg getalenteerde en veelbelovende jonge muzikanten die hun sporen verdienden in diverse projecten.

De zowel klassiek als jazzgeschoolde pianist Wolfert Brederode geniet grote waardering omwille van zijn persoonlijke pianostijl, die lyrisch en melodisch is. Claudio Puntin, als klassiek en jazzklarinettist, en Samuel Rohrer, als eigenzinnig en creatief drummer, zijn beiden een begrip in Zwitserland. Maar ook de Noorse bassist Mats Eilertsen geldt als één van de meestbelovende bassisten van dit moment. Onlangs bracht hij zijn eigen cd 'Short Stories' uit. Een bundeling van talent kortom, die borg staat voor veelzijdigheid, zoals ook te horen is op de eerste cd 'Currents', opgenomen in Oslo en in 2007 uitgebracht op het Duitse kwaliteitslabel ECM.

Om de muziek van het kwartet in woorden te vatten wordt vaak het label chamber jazz gebruikt. Ik zelf hou het meer bij fijnmazige, intimistische en lyrische muziek, een fusie van Europese klassieke muziek met jazz. Muziek met sterk gestructureerde melodielijnen en harmonieën waarin duidelijk de klassieke achtergrond van de muzikanten aanwezig blijft, maar waarbij ook ruimte is voor interactie en inventieve spontane improvisaties vanuit een sterke overgave aan het gevoel van het moment zelf. Impressionistische muziek als het ware. In Dommelhof bracht het kwartet een compacte, maar intiem warme en poëtische set.

Het openingsnummer 'Common Fields' kwam met de subtiele pianoaanslagen van Brederode traag op gang, om dan in alle glorie open te barsten en mooi samen gesloten te eindigen. 'Sofia & David', een nieuw nummer, was intimistisch en aarzelend, mede door de donkere baspartijen van Eilertsen, waarbij hij de strijkstok hanteerde. Het nummer werd abrupt afgebroken, omdat de onvoorspelbare improvisaties doelloos leken en dreigden te verdwalen in een dichte mist.

Erg toegankelijk was 'Silver Cloud', met een mooi samenspel tussen Brederodes piano en Puntins klarinet, die de melodielijn overnam en deze - versterkt door de warme bassen van Eilertsen en de precieze percussie van Rohrer - naar een climax voerde. Melodie, structuur en improvisatie waren mooi in evenwicht, wat een etherische en kosmische atmosfeer opleverde die overging in een nerveuze chaos, om tenslotte weer heel ingetogen te eindigen met piano en bas.

Intrigerend was het uiterst ingehouden en beheerste musiceren in 'With Them', waarbij Puntin zijn klarinet als percussie-instrument bespeelde en daarmee een strakke beat aangaf, die verder aanzwol op percussie en contrabas. Zo ontstond een hemels geluid, dat weidse, dromerige Noorse landschappen opriep.

Het hoogtepunt van de avond was ongetwijfeld het melodische 'Inner Dance', een nummer dat tegelijkertijd lazy en swingend was. Op gang gebracht door een subtiele bas met een groove, waarop de anderen voluit konden improviseren. In 'Wall View', een nummer van 'Currents', werden mooie muziekflarden aan elkaar geweven en bouwden bas en piano een aanstekelijke spanning op.

Het kwartet is meester in het subtiel en beheerst musiceren en laat de stillere passages tot hun recht komen, waardoor er een intense kracht van uitgaat. Dit levert serene en kwetsbare muziek op, die tevens weids en etherisch is, geschraagd op een subtiel evenwicht tussen compositie en improvisatie, en tussen melodie en abstractie.

De toekomst ziet er veelbelovend uit voor deze jonge muzikanten en het Wolfert Brederode Quartet. Nog dit jaar trekken ze de studio in voor de opnamen van een tweede cd. Hopelijk laat de release ervan niet al te lang op zich wachten.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Cees van de Ven.

(Robert Kinable, 27.11.09) - [print] - [naar boven]





Necrologie
Pia Beck overleden


In haar woonplaats Torremolinos in Spanje is de Nederlandse jazzpianiste Pia Beck overleden. Beck was 84 jaar. Dat heeft pianist/zanger Eddy Doorenbos bevestigd.

De van oorsprong Haagse muzikante begon in de jaren veertig bij het Miller Sextet (waarin ook Doorenbos), waarmee ze ook internationaal succes had. Korte tijd later richtte ze haar eigen combo op. Ze brak door met 'Pia’s Boogie', een compositie die een klassieker werd. Met haar combo toerde Beck door Europa, maar ook lange tijd door de Verenigde Staten. Time Magazine noemde haar ooit The Flying Dutchess.

In de jaren zestig emigreerde ze met haar partner naar Spanje, waar ze een pianobar en een makelaardij runde. Mede op advies van Seth Gaaikema maakte de pianiste in 1975 haar comeback in Nederland, met het concert 'Beck To The Fifties', in het Circustheater in Scheveningen. Daarna begon ze weer internationaal op te treden, onder meer met de Dutch Swing College Band. Ook bracht ze weer cd's uit, zoals 'Play Beck', 'Beck In Town' en 'Call Me Beck'.

In 1982 verscheen haar levensverhaal onder de titel 'De Pia Beck Story'. Najaar 2000 vierde Pia Beck haar 75e verjaardag en tevens haar 60-jarig artiestenjubileum tijdens een groots opgezet gala in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag.

Bron: ANP

(Jacques Los, 26.11.09) - [print] - [naar boven]





Concert
Voortreffelijk kwintet speelt acceptabele moderne bebop

Roy Hargrove Quintet, zondag 15 november 2009, Bimhuis, Amsterdam

Het is alweer lang geleden dat trompettist Roy Hargrove door Dizzy Gillespie als broekie (17 jaar jong) en nieuw talent op het North Sea Jazz Festival werd geïntroduceerd. Dat was in het jaar 1986. Inmiddels zijn er een aantal decennia verstreken en heeft Hargrove, als verwacht, furore gemaakt. Hardbop, Cubop, funk en hiphop behoren tot zijn metier. Van zijn Godfather Gillespie heeft hij een portie bravoure en techniek overgenomen. Geen wonder dat hij volle zalen trekt en een zeer regelmatige gast is op het North Sea Festival. Ook het Bimhuis zat stampvol.

Met zijn huidige kwintet speelt Hargrove hoofdzakelijk moderne hardbop met een vette knipoog naar de randen van de free jazz. Vooral voor de pauze vormen fragmentarische korte thema's, maximaal acht tot twaalf maten, het kader om ruimschoots vrij te soleren, zij het wel in een harmonisch perspectief. Zijn solo's zijn zeer vitaal en vingervlug in zowel midden als hoog register. Inderdaad is hij erg schatplichtig aan bebopmeester Gillespie. In tegenstelling tot deze laatste is Hargrove verre van een nieuwlichter. Hij is een virtuoze en gedegen trompettist die recht voor zijn raap - voor een groot publiek acceptabel – moderne bebop speelt. In een tergend langzaam op bugel gespeeld 'Speak Low' kwamen zijn kwaliteiten pregnant tot uiting: een prachtige strakke toonvorming en een smaakvolle, qua timing spannende, muzikale benadering van het thema.

De overige muzikanten in zijn kwintet zijn van een meer dan voortreffelijk niveau. De relatief onbekende altsaxofonist Justin Robinson is een solist van formaat, die een warme toon combineert met hedendaagse post-bebop licks. Zijn improvisaties doen soms denken aan Jackie McLeans vinnige, kordate loopjes en Eric Dolphy's avontuurlijke intervallen. Beide blazers kunnen leunen op een soepel swingende, stuwende en dienende ritmesectie.

Als solist in die sectie imponeert pianist Joel Holmes. Met Hargrove is hij de meest opvallende solist. Naast zijn bescheiden doch duidelijke akkoordenbegeleiding soleert hij magistraal. Zowel in snelle als medium tempo's heeft hij een virtuoze rechterhand, waarmee hij progressieve single-note lijnen speelt. Akkoordenimprovisaties vermijdt hij zo veel mogelijk, waardoor zijn solo's transparant en helder klinken. Bassist Ameen Saleem demonstreerde, middels consequent, stuwende begeleiding en strakke, heldere solo's, tot het topniveau te behoren. Hetzelfde geldt voor drummer Montez Coleman. Eén van de weinige huidige drummers die zich ondergeschikt maakt aan het geheel. Perfect subtiel drummend en alert reagerend op de wendingen en richtingen in de solo's, bewees hij zijn grote klasse.

Het spreekt voor zich dat dit uitzonderlijke kwintet gedwongen werd meerdere toegiften te geven. Wat mijzelf betreft: een goed afgerond concert – en dat was het – is genoeg. Stoppen op het hoogtepunt is toch het allermooist.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Maarten Jan Rieder.

(Jacques Los, 25.11.09) - [print] - [naar boven]





Cd
The Hammond Chamber Music Trio – 'Be Mild' (HCW Records, 2009)

Opname: 2008

Met een nieuwe groep, die Herbert Noord 'The Hammond Chamber Music Trio' heeft genoemd, heeft deze gevierde Hammondorganist zich de eenentwintigste december van het vorige jaar teruggetrokken in het in het Noord-Holland gevestigde Hammond Kaaspakhuis van eigenaar, Hammond-liefhebber én verzamelaar van deze fraaie instrumenten Frank Obertop.

Met gitarist Aad Schackmann en slagwerker William Hogenbirk is 'Be Mild' ook een gemeenschappelijk eerbetoon aan
Laurens Hammond, die dit jaar precies 75 jaar geleden voor zijn fenomeen, het Hammondorgel, in 1934 buitengewoon snel octrooi verkreeg. Dit octrooi gold voor zijn eerste model A, dat spoedig hierna op de markt werd gebracht.

De naam van dit trio doet vermoeden, dat wij hier te maken hebben met een nieuwe versie van de stijl van spelen van het welbekende Modern Jazz Quartet. Niets is echter minder waar, want dit Hammond Chamber Music Trio speelt een volkomen contrasterende muziekstijl, die bijna niets van doen heeft met welke vorm van kamermuziek dan ook. De drie musici zijn van mening en geven met hun spel aan, dat de huidige overdaad aan zangeressen in de jazzmuziek bepaald overbodig is; dit trio geeft er blijk van dat er nog ongekend instrumentaal talent in Nederland rondloopt.

Dit boeiende album, met elf door Noord gecomponeerde stukken, is te typeren als een pure muziekregistratie, waaraan bewust geen enkele technische editing of toevoeging van geluidstrucs heeft plaatsgevonden. De luisteraar wordt zowat gebiologeerd door deze drie musici, die er duidelijk plezier in hebben om 'gewoon' muziek te maken en vlijmscherp naar elkaar te willen en kunnen luisteren. En dat alles doen ze op een zodanig levendige wijze, dat men als luisteraar echt het gevoel krijgt er exclusief middenin te zitten.

Aad Schackmann bespeelt de gitaar al vanaf zijn zevende levensjaar en is indertijd op 17-jarige leeftijd door jazzpromotor Lou van Rees ontdekt, die Aad op een cruiseschip naar de States liet gaan, waar hij met vele groten mocht musiceren. Maar ook in Nederland is Schackmann geen onbekende. En datzelfde geldt voor William Hogenbirk, een plezierig en gevarieerd spelende drummer, die goed weet te anticiperen. Herbert Noord weet met zijn pakkende en onorthodoxe spel de boel goed sturend te binden en omspeelt regelmatig op interessante wijze het spel van gitarist Schackmann.

'Be Mild' biedt samenvattend originele en buitengewoon boeiend gespeelde muziek.

Meer weten?
Klik hier voor een interview met Herbert Noord.

(Rolf Polak, 25.11.09) - [print] - [naar boven]





Nieuws/Actie
Marcus Millers 'Tutu Revisited' in Muziekcentrum Frits Philips


Op 2 december treedt in Eindhoven een baslegende aan. Want ga maar na: bassist/componist/producer Marcus Miller speelde en componeerde op zijn vijftiende al voor grootheden als organist Lonnie Smith en fluitist Bobbi Humphrey. Als studiomuzikant speelde hij op zo'n 400 platen mee, als producer werkte hij met onder anderen Aretha Franklin, Roberta Flack, Luther Vandross en Al Jarreau.

Hij maakte twee jaar deel uit van de Miles Davis-band en schreef, produceerde, arrangeerde en speelde ook op diens 'Tutu'-album, dat in het Muziekcentrum Frits Philips centraal staat. Op dit legendarische album (genoemd naar de Zuid-Afrikaanse aartsbisschop Desmond Tutu) dat in 1986 uitkwam, gebruikte Davis veel elektronica en synthesizers.

'Tutu Revisited' bestaat uit trompettist Christian Scott, saxofonist Alex Han, drummer Ronald Bruner en Frederico Gonzalez Pedro op keyboards. Het concert vindt plaats op woensdag 2 december. De aanvang is 20.15 uur.

Draai om je oren geeft 2 x 2 vrijkaartjes weg aan de eerste twee inzenders die het juiste antwoord weten op de vraag: Wie was de violist op bovengenoemd Miles Davis-album 'Tutu'? Stuur je antwoord aan redactie@draaiomjeoren.com.

(Jacques Los, 25.11.09) - [print] - [naar boven]





Concert
Hans Teeuwen speelt 'Hans Teeuwen zingt...'

donderdag 5 november 2009, Parkstad Limburg Theaters, Heerlen

Een lachsalvo dendert door de zaal. "Kut." Er is geen houden meer aan. Wie Hans Teeuwen niet kent, vraagt zich af: wat is dit? Fantastische band, power, bebop, smooth jazz, cool en free: ze doen het alsof hun leven ervan afhangt, ieder voor zich en met z'n allen. De overtuiging van de band, de professionaliteit, het onderlinge contact. In front een aandoenlijk beweeglijke zanger die de songs basicly goed neerzet, maar als zanger sec niets extra's uit de hoed weet te toveren, dat hem tot de onbetwiste gevoelsvertolker maakt. Hij weet het en vindt het niet nodig. Zijn eigen gevoel bij de muziek en de uiting daarvan compenseren het gebrek.

Zijn eerlijk enthousiasme werkt aanstekelijk. Kennelijk mag het publiek hem graag en mag hij veel, want bij iedere 'fuck' zwellen de lachsalvo's weer aan. Tegen wat jonge meisjes, enkele bejaarden en - kennelijk gelet op zijn eigen reactie - per vergissing bij een man op de eerste rij, is hij poeslief, maar dan laat hij opeens geheel onverwacht zijn klauwen zien. Cynisme druipt van de gordijnen. Vunzigheid is cultuur en de zelfgeschreven teksten zijn grappig, stout, vulgair, en ranzig, om daarna weer terug te vallen in zoetgevooisde jazzsongs over love, the moon, for you only en meer van die dromerige romantiek. Ook hier blinkt de band weer uit. De Deans en Franks pokerend in de Hollywood-maffiahemel, afdeling met whisky meer mans, vinden het prachtig. Hans doet zijn best en weet ook wel iets te raken.

"Dit is een zeer bekende Nederlander, een enorm theaterdier," zegt mijn buurvrouw. "Oh..." Nu begrijp ik het. Ik begrijp echter niet waarom men dan net vooraf roept dat het vooral gaat om de zanger en niet om de cabaretier. Er zit toch meer theater in, of beter: het is theater, muziektheater. Het lijkt of Teeuwen zelf geen moeite heeft met de gedaanteverwisseling, maar mij dunkt dat hij toch een beetje worstelt met de verschillende alter ego's. Als hij solo aan de vleugel plaatsneemt, komt drie minuten het kleinkunsttheater voorbij. Er gaat een voelbare betrokkenheid door de zaal als hij zich kwetsbaar toont. Eigenlijk jazzy gezien overbodig, maar de fan wil ook wat en die vindt het dan weer prachtig! Hierin schuilt misschien wel het belangrijkste element. Als het Hans Teeuwen lukt (en hij is er dichtbij) om zijn verschillende muzikale en theatrale vaardigheden in één product te integreren, staan we aan de basis van een voor deze tijd nieuw theaterfenomeen.

Maar terug naar de zanger in Heerlen... De zaal is vanavond niet gemakkelijk: jeugd die hem adoreert, de nieuwsgierige bezoeker die op de bekende naam afkomt, de jazzliefhebber die deze band beslist niet wil missen. Teeuwen krijgt het gehele publiek vanavond niet echt helemaal mee met het scanderen van de bekende frases, bij gelegenheid in het Engels vertaald, zo vertelt hij. Na afloop volgt een staande ovatie. De band speelt super, de instrumentale nummers zijn voor de liefhebber meer dan genoeg om van een heerlijke avond jazz in het theater te genieten. Hans Teeuwen geniet mee en zingt... Nou en? Dat mag erbij!

Terwijl de bloemen terugvliegen in het publiek, vraag ik mijn buurvrouw: "Wat vind je eigenlijk van: de Toots Thielemans one man show, Patricia Paay op elektronische harp, Jeroen Pauw met zijn trompet, Johan Cruyff speelt altsax, Wouter Bos op piano, nu niet in een politiek debat, maar met begeleiding van Femke Halsema op drums. Let op: Toots speelt geen mondharmonica, hij brengt deze keer poëzie en vertelt het verhaal van 'Turks Fruit'." Ze kijkt me aan: "Wie is Toots Thielemans?" "What the fuck... zeg je nu?!" reageer ik stomverbaasd. Ze lacht. Kijk, ik begin het te leren. Jazz in het theater is amusement. Hans Teeuwen speelt 'Hans Teeuwen zingt...' and the band guides and follows him.

(Jo Dautzenberg, 24.11.09) - [print] - [naar boven]





Concert
Vannelli stelt zich kwetsbaar op

Gino Vannelli & Bert van den Brink, donderdag 5 november 2009, Muziekcentrum Frits Philips, Eindhoven

Een uitverkochte zaal deze avond in het Frits Philips-theater is gevuld met trouwe fans van zowel zanger Gino Vannelli als pianist Bert van den Brink. Want is het niet geweldig dat 'onze Bert' een vast plekje heeft weten te veroveren aan de zijde van deze (ooit) grote, maar nog steeds charismatische artiest? Het is deze avond Gino & Bert. Twee persoonlijkheden met een totaal andere muzikale interpretatie en achtergrond, verenigd in wat mag doorgaan als een gedenkwaardig concert.

In de prachtige intro van Van den Brink volgt de haast plechtige entree van Vannelli vanuit de coulissen. De warme, krachtige stem van Gino Vannelli, met dat enorme bereik, vult de zaal en doet het publiek tevreden dieper in de stoelen zakken. Al snel wordt deze euforie ruw verstoord door een fout in de geluidsversterking. Snerpende hoge en rondzoemende lage tonen schieten de zaal in en verstoren de concentratie en het luistergenot, zowel op het podium als bij het publiek. De stem van Vannelli komt hierdoor in de hoge regionen te scherp, soms knijpend over. De irritatie bij Van den Brink en Vannelli is zichtbaar en leidt tot een hernieuwde inzet. Even lijkt het zelfs alsof ze ieder moment van het podium kunnen stappen.

Het euvel bepaalt voor een groot gedeelte de sfeer van de eerste set en dat is jammer, want juist in deze set is de intimiteit tussen Vannelli en Van den Brink zo aanwezig. Een paar nieuwe, maar veelal oude nummers in nieuwe arrangementen worden vakkundig begeleid en 'besoleerd' door de sympathieke allround pianist. Zijn niet aflatende inzet en veelzijdigheid toont hij door orkestrale akkoorden in de krachtige (haast opera-achtige) stukken af te wisselen met unieke jazzy loopjes en lyrische melodieën in de meer subtielere. De kracht en het timbre van Vannelli's stem komen hierdoor volledig tot hun recht. Voorbeelden hiervan zijn het prachtige 'Canto', 'Parole Per Mio Padre' en 'Living Inside Myself'. Het publiek is meermalen getuige van Vannelli's bewonderende, haast liefdevolle blik richting Van den Brink.

Na de pauze lijkt het geluidsprobleem opgelost en is het tweetal aangevuld met drie violisten, een cellist en een bassist. Vannelli voelt zich met deze uitbreiding als een vis in het water, waardoor misschien wel zijn meest bekende nummer 'People Gotta Move' in een nieuw arrangement verrassend goed uit de verf komt. Maar het is zijn controle en streven naar perfectie die het geheel een wat krampachtig tintje geeft. Toch mag ook gezegd worden dat Vannelli een duidelijke groei doormaakt. Die vind je terug in zijn (jazz)arrangementen en het feit dat hij zich kwetsbaarder durft op te stellen. Hij gaat de confrontatie aan met het publiek zonder symfonische band of orkest, maar enkel met zijn pianist. Hij staat als het ware naakt op het podium en elke onzekerheid of oneffenheid is hoorbaar of zichtbaar. Dat siert hem, want deze verworven rijpheid maakt hem een stuk geloofwaardiger.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Koen Scherer.

(Donata van de Ven, 22.11.09) - [print] - [naar boven]





Column Herbert Noord
Jazz uit de Zwitserse vallei


"Hier ten lande hebben Imca Marina en Thijs van Leer zich menigmaal schuldig gemaakt aan deze van oorsprong inheemse Alpensport. In dat opzicht is Erika Stucky natuurlijk superieur, want gelijk een bewoner van Drenthe die zich ingraaft in de katoenvelden van Mississippi om zich de blues eigen te maken, is zij afgedaald in een onbedorven Zwitserse vallei."

In zijn nieuwe column belicht Herbert Noord op zijn geheel eigen wijze het fenomeen 'jodeljazz'. Klik op bovenstaande button om zijn column te lezen.

(Maarten van de Ven, 22.11.09) - [print] - [naar boven]





Concert
Blues, ballads, standards en bebop classics

Charles McPherson & Trio Rein de Graaff, zaterdag 7 november 2009, Bimhuis, Amsterdam

Elk jaar weer weet pianist Rein de Graaff fameuze Amerikaanse jazzmusici – vooral hardboppers – te contracteren om met zijn trio langs (vooral) Nederlandse jazzpodia te toeren. Ditmaal was het de beurt aan de 71-jarige altsaxofonist Charles McPherson. In een tijdsbestek van enkele weken werden een twaalftal concerten gegeven. Eén van de laatsten vond plaats in het Bimhuis.

Rein de Graaff kondigde het al zelf aan: "Vanavond wordt er 'echte' jazz gespeeld." Dus, vanuit de jazz – lees: bebop – traditie werden recht voor zijn raap blues, ballads, standards en bebop classics vertolkt. De eerste set werd geopend en geëindigd met uptempo bebopnummers als 'Billie’s Bounce' en daartussen een langzame blues en de evergreens 'East Of The Sun' en 'Gone With The Wind'.

Hoewel McPherson een rietenprobleem had – na zijn solo's haastte hij zich achter het podium om van riet te wisselen – weerhield hem dat er niet van om in zijn solo's pittige bebop- en modale licks te plaatsen. Zowel in de snelle stukken als in de ballads fraseerde hij virtuoos rondom (en soms out) het schema. Gecombineerd met een heldere, scherpe toon bewees hij tot de betere post-Parker epigonen te behoren. In dit hardbop-idioom komt geen enkele altist onder de invloed van Charlie Parker uit. Dat McPherson tot de belangrijkste altisten behoort, blijkt uit het feit dat hij van 1960 tot 1972 deel uitmaakte van de groep van Charles Mingus.

De tweede set was identiek aan de eerste. In de ballad 'Darn That Dream' had de Graaff his finest moments. Hij speelde glashelder articulerend op de toetsen een prachtige transparante solo, oftewel de sterren van de hemel. Voordat het concert werd afgesloten met een iets-sneller-dan-medium-tempo 'Now’s The Time', werd Denzil Bests bebopklassieker 'Wee' in een ziedend en onwaarschijnlijk uptempo gespeeld. Zowel McPherson als De Graaf bleven hier in overeind in vingerbrekende solo's.

Als vanouds begeleidden bassist Marius Beets en drummer Eric Ineke solide, stuwend en voortreffelijk. Het was goed één van de laatste Parker-opvolgers nog te zien en te horen, en te kunnen constateren dat de beboplicks op eigen en hedendaagse wijze werden toegepast.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Herre Vermeer.

(Jacques Los, 20.11.09) - [print] - [naar boven]





Cd
Sammy Davis Jr. - 'The Essential' (Metro Records, 2009)

Opname: 1949-1966

Dit is een zoekplaatje in duplo. Minstens. Om te beginnen betreft het een dubbel-cd. Verder laat Sammy Davis op drie nummers zijn befaamde imitaties van andere sterren horen – of, beter gezegd, z'n karikaturen. Op twee of drie na kon ik ze thuisbrengen, dus dat lijkt me wel een aardig gezelschapspel, nu de avonden alweer lengen. Moeilijker is het raden van de arrangeurs. Ik was al aardig zeker dat Ray Conniff de vormgever was van 'Begin The Beguine', tot ik zag dat Sy Oliver de sessie had geleid. (Voor alle duidelijkheid: niet in de liner notes. Zoals te doen gebruikelijk wordt er in vier pagina's tekst in het geheel niets losgelaten over het materiaal.) Dus de associaties met Billy May en Mitch Miller zullen ook wel niet kloppen.

De veertig tracks geven een goed beeld van de veelzijdigheid van de zanger. In een aantal nummers galmt hij à la Frankie Laine met grote gebaren, in een enkele song ('Guess I’ll Hang My Tears Out To Dry') benadert hij de subtiliteit van zijn grote vriend en mede-rat Frank Sinatra, hij draait zijn hand niet om voor een overtuigend potje bebop-scat, hangt de New Yorkse hipster uit in het aloude 'Frankie And Johnny' en in 'Smile Darn Ya Smile' laat hij horen dat hij ooit als tapdanser is begonnen. In de twee titels waarin hij door uitsluitend gitarist Mundell Lowe wordt begeleid, suggereert hij dat-ie eigenlijk helemaal geen instrumentale ondersteuning nodig heeft.

Om raadselachtige redenen wordt in de liner notes gesuggereerd dat we hier luisteren naar materiaal dat afkomstig zou zijn van de eerste twee Decca-albums van de zanger. Terwijl we in feite te maken hebben met een voortreffelijke dwarsdoorsnede van circa twee decennia songkunst, op Capitol, Decca en Reprise.

Deze recensie verscheen eerder in Jazz.

(Eddy Determeyer, 20.11.09) - [print] - [naar boven]





Concert
Altijd weer maandag

Floris van der Vlugt & Old Quarter Trio, maandag 2 november 2009, Old Quarter, Amsterdam

En toch is er een reden om er naar de maandag uit te kijken. Of beter naar de maandagavond. Men kan namelijk naar The Old Quarter in Amsterdam gaan en op gezellige manier van jazz op zijn best genieten. Paul Lehwald zorgt er sinds vele jaren onvermoeibaar voor een programma vol afwisseling.

Vast formatie is The Old Quarter Trio, bestaande uit Thijs Cuppen op piano, Olaf Meijer op bas en Klaas van Donkersgoed op drums. Het trio alleen is al fantastisch, maar het idee van deze avonden is een speciale gast voor een concert uit te nodigen en vervolgens verder te gaan met een jamsessie.

Deze keer is er een bijzonder gast, die in The Old Quarter zelden of eigenlijk nooit te zien is: saxofonist Floris van der Vlugt, een veelzijdige muzikant die op jonge leeftijd met piano begon en vervolgens naar de altsax switchte. Inmiddels ook op tenor- en sopraansaxofoon thuis, is deze door Charlie Parker en John Coltrane geïnspireerde muzikant bezig met verschillende projecten. Hij werkt met Renske Taminiau, het Amsterdam Jazz Orchestra en de Wicked Jazz Sounds Band en heeft onder anderen met Ack van Rooyen, Soesja Citroen en Marzio Scholten gespeeld.

De avond begon rustig en behoedzaam met 'In Your Own Sweet Way' en 'If I Should Lose You'. Mooi ook de keuze voor de altsaxofoon, die de ruimte met warmte en een soort geborgenheid vulde. Het harmonieuze trio en Van der Vlugt vonden onmiddellijk aansluiting bij elkaar. Cuppen kreeg veel ruimte voor zijn swingende en prachtige melodieuze solo's, die werden onderbouwd door een dynamisch en enthousiast spelende ritmesectie. Met name in het latin-achtige stuk 'Caravan' kwam dit goed tot zijn recht. Van der Vlugt liet horen dat hij ook anders kan spelen, en haalde met energie en pit alles uit zichzelf en zijn instrument.

Terug naar de fijne en zachte tonen ging het met 'The Nearness Of You' en 'Someday My Prince Will Come', die op een rustgevende en aangrijpende manier werden geïnterpreteerd. Met de blues 'Xanadu' eindigde de reis door de standards, waarbij de nadruk niet zozeer op kracht en geluidssterkte lag, maar veeleer op hart, ziel en intonatie. En precies dát is het grote talent, waar Floris van der Vlugt bekend om staat. Het zorgde andermaal voor een zeer genietbare maandagavond.

(Sabine Fleig, 18.11.09) - [print] - [naar boven]





Interview
Vera Vingerhoeds


"Ik vind het werkelijk treurig dat er zo weinig waardering voor cultuur is. Om een voorbeeld te geven; in het NRC, dat ik al sinds jaar en dag lees, is het aantal artikelen over jazz en hedendaagse muziek drastisch verminderd. Vroeger had die krant altijd op maandag twee kunstpagina's. Onlangs is één pagina verdwenen. In plaats daarvan is er een extra opiniepagina verschenen. Alsof er al geen opinie genoeg is. En dat doet dan mijn kwaliteitskrant! Zo treurig toch die daling van belangstelling van de krant, terwijl het concert- en festivalbezoek juist is gestegen."

Jacques Los onderhield zich met leading radio jazzlady Vera Vingerhoeds om te praten over haar muziekcarrière en huidige radio-activiteiten.

Klik hier om het interview te lezen.

(Maarten van de Ven, 17.11.09) - [print] - [naar boven]





Concert
Een muzikaal treffen zonder agenda

To(o) Noisy Fish featuring Edward Capel, maandag 2 november 2009, Jazzpower, Wilhelmina, Eindhoven

Eindhovenaar Edward Capel speelde hier met de Belgische formatie To(o) Noisy Fish, bestaande uit Peter Vandenberghe (piano), Kristof Roseeuw (bas) en Teun Verbruggen (drums). Capel kende dit nieuwe trio omdat hij zich regelmatig in de Belgische impro-scene beweegt, al speelden ze nog niet eerder samen.

Het feit dat vooraf niets vaststond, was reden genoeg om oren en geest wagenwijd open te zetten. Dit soort concerten zijn niet zonder risico; het kan immers alle kanten opgaan en het eindresultaat is onvoorspelbaar. De eerste set had een quasi-suitevorm, waarin vrijheid, structuur, ritme, melodieriffs en harmonieën in willekeurige orde voor korte duur werden binnengehaald en omarmd, om vervolgens weer aan de kant te worden gezet. Hetzelfde gold voor de golfbewegingen qua volume. Dat bewoog zich van haast niet verstaanbaar pianissimo tot overrompelend fortissimo.

Edward Capel behield in alle geschetste situaties de controle over zijn geluid. Een fraaie toon met zeggingskracht die direct onderhuids ging. Hij lamenteerde als Van Kemenade en nuanceerde als rietblazer Moore. Capel kan absoluut gerekend worden tot een van de belangrijkste exponenten van free/impro-jazzmusici uit Eindhoven. Het is te betreuren dat we deze interessante en ideeënrijke rietblazer (nog) niet vaker in een prominente rol horen.

Het trio To(o) Noisy Fish was van hoge kwaliteit, met Peter Vandenberghe als een open boek: avontuurlijk, beweeglijk, ongeremd en aangenaam grillig. Soms hoorde je een snufje Andrew Hill in zijn spel, maar overwegend was hij toch vooral zichzelf. Kristof Roseeuw plukte en streek met het grootste gemak de juiste noten en verhalen uit zijn bas. Hij gaf blijk van een scherpe en alerte geest, en bovenal bleek hij in het bezit van 'grote oren'. Teun Verbruggen, de pluriforme, polyritmische drummer, componist en labelbaas (RAT Records) deed wat er van hem verwacht kon worden. Hij kleurde binnen en over de lijntjes, stimuleerde waar wenselijk en waarborgde de continuïteit. Introvert in houding, maar buitengewoon mededeelzaam wat betreft muzikale empathie, interactie en doelgerichte communicatie.

Er was een voel- en hoorbare chemie deze avond. Associatieve muziek, filmische soundscapes met vervreemde vergezichten. Een boeiend en golvend improvisatiespel, dat ging van een briesje naar orkaan, van zon naar regen, van instemming naar tegenspraak. En dit alles ook in spiegelbeeld. Dat kwam nog eens extra tot uitdrukking in de tweede set. Toen werkelijk alles op zijn plaats viel. Als toen het lampje 'Opname' was gaan branden, zou dat een sublieme live registratie van onversneden instant composing hebben opgeleverd.

Van To(o) Noisy Fish, een trio in progress, zullen we vast nog gaan horen. Binnenkort zijn er concerten gepland met niemand minder dan Ellery Eskelin. Dit concert met een Edward Capel in topvorm was dé perfecte opmaat naar het vervolg met Eskelin.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert.

(Cees van de Ven, 17.11.09) - [print] - [naar boven]





Nieuws
dOeK Festival #8: Music of the Moment


Het achtste dOeK Festival – 18 en 19 december in het Bimhuis te Amsterdam - geeft een overzicht van de stand van zaken in de internationale improvisatiemuziek. dOeK overschrijdt de grenzen tussen landen en genres, met dit jaar zowel akoestische als elektronische muziek, zang, dans, installatiekunst, turntablism en een familiemiddag rond de liedjes van Misha Mengelberg. Met musici en kunstenaars uit Europa, Japan, Rusland, Brazilië en de Verenigde Staten.

Improvisatiemuziek kent vele gedaantes. De gitaarsolo, de freestyle rap en de Indiase raga zijn bekende vormen, maar ook dj's en kerkorganisten improviseren. In de jazz staat spontaan musiceren zelfs centraal. Dit uit zich vooral in solo's, waarbij musici variëren op bekende thema's. Iets anders is gelijktijdig, al improviserend nieuwe muziek maken. Dit eist veel van een groep en is daardoor een kunst die maar weinigen beheersen.

dOeK is een gezelschap van vijf Nederlandse musici die hartstocht hebben voor de zeldzame kunst van de groepsimprovisatie: Wolter Wierbos, Eric Boeren, Cor Fuhler, Wilbert de Joode en Oscar Jan Hoogland. Zij hebben door hun kwaliteiten een wereldwijd netwerk opgebouwd van gelijkgezinde virtuozen. Voor het jaarlijkse dOeK Festival in het Bimhuis krijgt elk lid een vrijbrief om een groep samen te stellen en daarbij een of meerdere internationale gasten uit te nodigen.

Op vrijdag treden onder meer op: 'dB: danceBand' met onder anderen Oscar Jan Hoogland, Michael Moore en Michael Dschumacher, en 'Boeren Fest Four' met Eric Boeren, Jason Adasiewicz, Tobias Delius en trompettist Peter Evans. Daarnaast zijn er klanklandschappen met draaitafels en electronica door Cor Fuhler en Burkhard Stangl.

Zaterdagmiddag is 'Zing Zang Mengelberg', een programma voor jong en oud met onder anderen Han Buhrs en Joost Buis. 's Avonds treden op: Trio Tobias Delius/Joëlle Léandre/Wilbert de Joode, Fuhler/Unami en Wollo's World, met Wolter Wierbos, Simon Nabatov, Drew Gress en Tom Rainey.

Meer weten?
De website van Stichting dOeK.
Klik hier voor ons concert- en fotoverslag van het dOeK Festival 2008.

(Jacques Los, 17.11.09) - [print] - [naar boven]





Concert
Gevarieerde intenties

Van Veenendaal/Kneer/Sun & Matthieu Donarier Trio, TryTone Dubbelplusconcert, vrijdag 25 september 2009, Bimhuis, Amsterdam

Als opvolger voor het jaarlijkse internationale TryTone Festival heeft de organisatie voor een kleinschaliger evenement gekozen, dat echter wel twee keer per jaar plaatsvindt: het Dubbelplusconcert. De opzet is om een Nederlandse formatie een buitenlandse band uit te laten nodigen. De bands repeteren met elkaar en verzorgen daarna een of meer concerten, waarbij de bands zowel afzonderlijk als samen te horen zijn. De bedoeling is uiteraard om uitwisseling met musici uit een andere context mogelijk te maken en het eindresultaat moet ook groter zijn dan de som der delen. De eerste Nederlandse band die daartoe uitgenodigd werd, was de het trio Albert van Veenendaal-Meinrad Kneer-Yonga Sun (VKS).

Dit drietal is de laatste jaren een van de vaste waarden in de Nederlandse improscene, niet in de laatste plaats door de veelvormige interacties en het zeer gevarieerde compositorische materiaal die de hechte band kenmerken. Vorig jaar in Bremen, op de Jazz Ahead-beurs, hoorden Kneer en Van Veenendaal het Matthieu Donarier Trio voor het eerst. Ze waren diep onder de indruk. Het Parijse trio klinkt alleen al door zijn vocabulaire heel anders; folk en klassiek hebben een groot stempel op het geluid gedrukt. Tegelijkertijd is de relatie tussen de composities en improvisaties even onvoorspelbaar als bij VKS.

De eerste set bestaat uit twee afzonderlijke optredens van de trio's. Eerst VKS, die meteen een visitekaartje afgeven met een zeer gevarieerde set, waarin de formatie vooral ritmisch heel solide klinkt. Na 'Posthume Verleumdung', een ouder stuk van Kneer, volgen vier nieuwere composities, waarin ruimte is voor akoestische subtiliteiten, verschillende improvisatie-uitgangspunten en humor. Zo lijkt 'Smoke & Water', ook van Kneer, te refereren aan een intro van het bijna gelijknamige nummer van Deep Purple. In dit optreden klinkt het drietal geheel op zijn gemak, met ontspannen en dynamisch samenspel. Het tweede deel van de set bestaat uiteraard uit een presentatie van het Matthieu Donarier Trio, dat overigens net zijn tweede album 'Live Forms' heeft uitgebracht. De vijf stukken van het optreden zijn dan ook allemaal op die cd te horen.

De muziek van de Parijzenaars is kleurrijk en geheel onvoorspelbaar qua thematiek. Het ene moment lijken we naar soundscapes te luisteren, het andere moment wordt een folk-achtig thema van stevige grooves voorzien. De onconventionele benadering blijkt ook uit de keuze voor een lied van Georges Brassens ('Le Roi Des Cons') en een bijna overtuigende bewerking van Erik Saties 'Gnosiennes No. 3'. Donarier heeft op zijn tenorsax een evenwichtig, haast klassiek geluid, terwijl gitarist Manu Codjia met weinig middelen als een kameleon van dromerige, zachte tonen naar rafelige metalklanken kan overgaan. Drummer Joe Quitzke weet smaakvol swing toe te voegen aan de vaak folk-achtige ritmes.

De gezamenlijke derde set, het resultaat van twee dagen repeteren, klinkt opvallend geordend en doelvast, maar de intenties van de stukken zijn net zo gevarieerd als bij de afzonderlijke trio's. Er is nog steeds een natuurlijke dynamiek en uitwisselingen tussen de musici klinken nergens geforceerd. Het eerste stuk, 'Le Manège' van Codjia, wordt met een ontspannen swing feeling geïnterpreteerd. Ook in de grooves van 'Tumbleweed', een stuk van Meinrad Kneer, geven de drummers elkaar de ruimte. Het meest riskante van zo'n combinatie is de aanwezigheid van twee slagwerkers, maar Sun en Quitzke klinken niet alleen geheel anders; het zijn musici die goed luisteren en tegelijk initiatieven nemen. Kneer is de meest expressieve solist in het impressionistische 'Butterfly Me (Butterfly You)' van Donarier. Van Veenendaals 'More Jazz' is een grillig stuk, dat eerst met opzet jazzconventies lijkt te mijden, maar dan wel overgaat in een vlotte swing.

De twee trio's zijn van plan om in het voorjaar van 2010 weer samen op te treden, maar dit optreden in het Bimhuis was eenmalig. Een volgende TryTone Dubbelplusconcert-reeks is overigens al gepland in januari 2010, namelijk de Spinifex Tuba Band met Emmanuel Scarpa's Umlaut Double Trio, met onder meer Marc Ducret en Antonin Rayon.

(Ken Vos, 14.11.09) - [print] - [naar boven]





Cd
Pete Rugulo And His Orchestra – 'Music For Hi-Fi Bugs / Brass In Hi-Fi' (Vocalion, 2009)

Opname: 1956-1957

1956 Was niet alleen het jaar dat rock 'n' roll de wereld veroverde; het was ook de tijd van de eerste stereoplaten en nieuwe, gesofisticeerde opname- en weergavetechnieken die onder de noemer Hi-Fi bekend werden. Deze cd zou je als een soort demonstratieplaat kunnen beschouwen, zoals je ze destijds wel had met geluiden van autoraces en dergelijke.

Van alle arrangeurs van het orkest van pianist Stan Kenton was Pete Rugulo het minst bombastisch. Net als Kenton zelf vond hij zijn inspiratie vooral in de meer avontuurlijke swingmuziek uit de jaren dertig en veertig. Hier had hij kennelijk als taak de uiterste mogelijkheden van de toenmalige apparatuur te testen. Deze muziek is behoorlijk extreem. De ballad 'These Foolish Things' opent bijvoorbeeld met een ingetogen gitaarsolo van Howard Roberts, die overgaat in een niet minder pastoraal fluitconcert, dat vervolgens ruw vertrapt wordt door stampvoetende bronzen brontosaurussen. Even verderop in hetzelfde nummer wordt een bedachtzame tenorsolo van Dave Pell afgekapt door een triomfantelijke fanfare in fortissimo: de leeuwen zitten klaar voor de christenen!

Het vakmanschap van Rugulo, als colorist, maar ook als dirigent, is imposant. Als een moderne Fletcher Henderson transformeert hij zijn materiaal. Pete Rugulo is een soort über-Kenton; de bands klinken beurtelings als de hippe broertjes van Sauter-Finegan en als een karikatuur van Billy May's slippende saxofoons. Hij toont zijn respect voor Jimmie Lunceford (lees: Sy Oliver) en Claude Thornhill en herinnert er met George Wallingtons 'Godchild' nog even fijntjes aan dat hij de producer was van de fameuze Capitol-opnamen van trompettist Miles Davis die het koele tijdperk inluidden.

Deze recensie verscheen eerder in Jazz.

(Eddy Determeyer, 14.11.09) - [print] - [naar boven]





Concert
Harmonieus repertoire van charmant kwartet

Pascal Schumacher Kwartet, vrijdag 30 oktober 2009, Toonzaal, Den Bosch

De vibrafoon is een zelden gehoord instrument in de jazz. Veel meer bekende namen als Gary Burton, Mike Mainieri en Wolfgang Lackerschmid zijn moeilijk te vinden. Daarom was het een spannende ervaring dat we dit instrument in dit concert te horen kregen.

Arrangeur, bandleider en vibrafonist Pascal Schumacher uit Luxemburg is momenteel op tour met zijn kwartet. Aanvankelijk studeerde hij klassiek slagwerk in Straatsburg, maar later in Luxemburg switchte hij naar de vibrafoon. Deze studie heeft hij in Den Haag en Brussel voortgezet, waar hij onder andere les kreeg van de hierboven genoemde grootmeesters. Onlangs verscheen zijn vierde cd 'Here We Gong'. Behalve met zijn kwartet concerteert Schumacher nog steeds met de Belgische pianist Jef Neve, die tot vorig jaar nog deel uitmaakte van zijn groep. Schumachers huidige kwartet bestaat uit van Franz von Chossy (piano), Christophe Devisscher (bas) en Jens Düppe (drums). Dezelfde bezetting dus als op de actuele cd, waarop composities van elke muzikant zijn opgenomen.

De Toonzaal in Den Bosch is een van de mooiste zalen überhaupt, maar akoestisch niet gemakkelijk. Ook het kwartet had er last van. Op de zitplaatsen vooraan was het geluid te massaal. De meestal sfeervol en melodieus stromende Schumacher leek zich niet helemaal in zijn muziek te kunnen vinden. Hij kwam dan ook niet toe aan zijn gewone intense en elegante speelwijze, waarbij dient aangetekend dat hij grieperig was.

Maar dit werd anders in de tweede set. Een zitplek wat verder achterin de zaal beviel beter en ook Pascal Schumacher vond zijn vorm weer terug. Hij speelde nu bevrijd en je zag hem een worden met zijn instrument. Ook was het kwartet nu veel meer een eenheid en de onderlinge communicatie was voelbaar. Met elk stuk werd het kwartet beter en de composities kregen door de sterke opbouw een zeer emotionele spanning.

Heel aantrekkelijk was de combinatie piano en vibrafoon. Soms mengde hun geluid totaal, dan was het juist weer tegenstrijdig. Absoluut soeverein was deze avond Franz von Chossy. Hij zorgde rustig en terughoudend voor inspiratie, maar kon ook energiek losbarsten met stevig spel, waarbij zijn handen het totale klavier verkenden. Een levendige, avontuurlijke coverversie van de popsong 'Sing' van de groep Travis tekende voor het einde van dit concert. Het maakte dat het publiek met een goed gevoel huiswaarts ging, na een mooie concertavond van dit charmante kwartet.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Cees van de Ven.

(Sabine Fleig, 13.11.09) - [print] - [naar boven]





Cd
Vandermark, Guy, Sanders - 'Fox Fire' (Maya Records, 2009)

Opname: 2008

Ken Vandermark een drukbezet man noemen is een understatement van jewelste. Met een concertagenda waarop nauwelijks een vrije dag te bespeuren valt en een output die de backcatalogue van hele labels doet verbleken, is de rietblazer alomtegenwoordig. Vandermark is eigenlijk altijd op tournee, meestal met zijn eigen bands, maar ook met andere, vaak eenmalige, ensembles. Zo gaf hij eind 2008 samen met Barry Guy en Mark Sanders enkele stomende concerten in Birmingham en Leeds, die nu verzameld zijn op de dubbelaar 'Fox Fire'.

De Britse bassist Barry Guy en zijn landgenoot drummer/percussionist Mark Sanders zijn geen muzikale krachtpatsers. Niet omdat ze hiervoor tekortkomen, maar omdat ze de creativiteit bezitten om breder te gaan met hun respectievelijke instrumenten dan het pure orkaangeweld dat veel vrije improvisatiemuziek typeert. Guy is wat ouder dan zijn twee kompanen en is naast een geweldig improvisator ook een gerespecteerd componist van moderne orkestwerken en kamermuziek. Al musicerend gebruikt hij vaak vreemde voorwerpen om de snaren van zijn contrabas te beroeren, waardoor het timbre van zijn instrument radicaal kan wijzigen, wat op 'Fox Fire' meer dan eens het geval is. De drums en talloze percussie van Sanders zorgen eveneens voor opvallende klanken en geluiden. Korte tikjes op een glazen voorwerp, raadselachtige drones of toms, die de ene keer neigen naar een steeldrum en de andere keer een
darbuka in herinnering brengen, prikkelen het gehoor van de luisteraar voortdurend.

Met dit uitgerolde tapijt van klanken voelt Vandermark niet meteen de behoefte om uit te pakken met verschroeiende overblowing-frasen of introvert gepuzzel. Hij laat zijn tenorsax en klarinet meestal ronddolen binnen de grenzen van het conventionele, waarbij hij niet zozeer experimenteert of probeert, maar vooral participeert. Het resultaat is verbluffend, met een Vandermark die zich met veel flair en kracht doorheen de geluidsjungle slingert en daarbij iedereen het nakijken geeft. Zijn klarinetpartij in 'Up North' perst al deze indrukken samen: waanzinnig snel, maar loepzuiver gespeelde partijen in alle registers en klankkleuren als van een klein orkest, waarbij de bijdragen van Guy (flageoletten in Derek Bailey-stijl) en Sanders (onophoudelijk stuwende roffels) niet mogen worden vergeten.

Maar de liefhebbers van uitbundige improvisatie en free jazz hoeven niet te vrezen, want op gepaste tijden worden de mouwen opgestroopt en gaat het trio lekker in het rood. 'Fuggle' beleeft op die manier een orgelpunt, nadat er twintig minuten lang wordt gedreigd en uitgedaagd. Maar toch zijn het op 'Fox Fire' vooral de gezamenlijke improvisaties in plaats van de schreeuwsessies die indruk maken. Guy en Sanders wekken trillende soundscapes op, waarbinnen Vandermark zich schijnbaar als een vis in het water voelt ('Omega') en daarbij een opvallend divers palet laat horen op beide instrumenten.

Deze improvisatieplaat is in zijn genre zonder twijfel een van de betere releases van het moment. Een onuitgegeven bezetting met drie topmuzikanten is niet per definitie een schot in de roos, maar in het geval van 'Fox Fire' is het dat zeker wel.

Deze recensie verscheen eerder op Kwadratuur.be

Meer weten?
Lees hier een interview met Ken Vandermark door Sven Claeys (Kwadratuur).

(Joachim Ceulemans, 12.11.09) - [print] - [naar boven]





In memoriam
Jaap Lüdeke overleden


Jazzkenner, journalist en radiomaker Jaap Lüdeke (1935) is maandag overleden. Hij leed aan leukemie. Lüdeke presenteerde jarenlang het programma 'Lüdeke Straightahead' voor Jazz Radio, de ConcertZender en Radio 6. Ook was hij ruim dertig jaar lang presentator tijdens het North Sea Jazz Festival, vanaf het begin in 1976. Zijn aankondigingen waren kernachtig en onberispelijk. Daarnaast schreef Lüdeke over jazz, onder andere als Nederlandse correspondent in het Amerikaanse jazzblad DownBeat en het digitaal jazzmagazine JazzFlits.

Vreselijk hoe snel deze ziekte zijn verwoestend werk doet! Wij (de redactie van Draai om je oren) hebben dit jaar tijdens het Gent Jazz Festival en Jazz Middelheim nog prettig contact met Jaap Lüdeke gehad in de persruimtes. Een groot verdriet is het, temeer daar hij zo'n aimabel mens was.

(Jacques Los, 12.11.09) - [print] - [naar boven]





Column Jo Dautzenberg
Snap your fingers, Heerlen Jazzt!


Voor de tweede keer staat Heerlen een maand lang in het teken van jazz tijdens het festival Heerlen Jazzt. Vanaf zondagmiddag 1 november kunnen liefhebbers en nieuwsgierige outsiders op dertien verschillende locaties in de binnenstad genieten van allerlei vormen van jazz. In totaal heeft Stichting Heerlen Jazz meer dan twintig concerten, workshops, jazzfilms en een foto-expositie gepland. Bekende namen zijn onder anderen Hans Teeuwen, James Carter, Joris, Mike en Geert Roelofs, Ack van Royen en Benjamin Herman.

Het openingsconcert was al meteen een knaller van formaat: de wereldberoemde pianist John Beasly - hij speelde onder meer met Miles Davis - in Schunck. Onze zuidelijke reporter Jo Dautzenberg was ter plaatse. "Vingervlug, gevoelig, ritmisch, improviserend, geen breiwerk, liflafjes of krulletjes; de noten doen ertoe." Klik op de bovenstaande button om zijn column te lezen.

Meer lezen?
Klik hier voor meer jazzcolumns van Jo Dautzenberg, Herbert Noord en René de Cocq.

(Maarten van de Ven, 11.11.09) - [print] - [naar boven]





Concert
Dave Douglas bewijst eer aan Misha Mengelberg en neemt Sarah Palin te grazen

Dave Douglas Quintet, donderdag 29 oktober 2009, Bimhuis, Amsterdam

"Zoals Dave Douglas componeert, zo improviseert hij ook: beweeglijk, onvoorspelbaar, volstrekt natuurlijk, altijd inventief. Hoe moeilijk zijn werk ook te etiketteren is, je bent je er voortdurend van bewust dat zijn composities en zijn improvisaties geworteld zijn in een rijke jazztraditie, die eigenlijk nog verder gaat dan de inspiratiebronnen die hij zelf wel eens genoemd heeft. (...) Het was zo'n avond die iedereen weer veel vertrouwen in de toekomst van de jazz bezorgde."

In zijn eerste bijdrage geeft onze nieuwe recensent Peter Smids een oog- en oorgetuigenverslag van het concert dat het Dave Douglas Quintet op 29 oktober jongstleden gaf in het Bimhuis.

Klik hier voor zijn uitgebreide concertverslag. En klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Maarten Jan Rieder.

Concert beluisteren?
Aanstaande vrijdag, 13 november, kun je vanaf 22.00 uur in een uitzending van VPROJazzLive op Radio 6 dit concert in zijn geheel beluisteren. Klik hier. Op deze pagina kun je het concert ook op een later tijdstip als stream herbeluisteren.

(Maarten van de Ven, 10.11.09) - [print] - [naar boven]





Nieuws
Yuri Honing presenteert: 'Winterreise 3'


Voor de derde achtereenvolgende keer presenteert Yuri Honing op dinsdag 29 december zijn 'Winterreise' in Paradiso. Dit jaar brengt de saxofonist met Ellen ten Damme een verrassend programma ten gehore en geeft hij met flamencogitarist Eric Vaarzon Morel en trompettist Eric Vloeimans een trioconcert.

De even wervelende als intieme avond wordt geopend door de gloednieuwe all-star formatie Yuri Honing Acoustic Quartet, met onder anderen pianist Wolfert Brederode. Net als bij de voorgaande edities is de presentatie van de avond in handen van cabaretier Peter Heerschop.

'Winterreise' is een jaarlijks terugkerende muzikale avond naar een niet alledaags idee van Honing. Hij treedt er steeds op met drie verschillende groepen, waarvan minimaal twee speciaal voor deze gelegenheid zijn samengesteld.

Klik hier voor meer informatie.

(Jacques Los, 10.11.09) - [print] - [naar boven]



Users manual
Migratie account


In de nacht van maandag 30 november op dinsdag 1 december zal onze site tijdelijk, gedurende zo'n zeven uur, niet bereikbaar zijn via het adres www.draaiomjeoren.nl. Dit wegens migratie van deze account. Draai om je oren blijft wel bereikbaar via ons internationaal adres www.draaiomjeoren.com. De verwachting is dat de werkzaamheden in de eerdergenoemde nacht ongeveer zeven uur in beslag zullen nemen. Daarna is onze website weer gewoon op beide manieren bereikbaar.

(Maarten van de Ven, 10.11.09) - [print] - [naar boven]





Concert
Brazil meets Moldavia in Tilburg

Oleg Fateev/Simone Soul, zaterdag 31 oktober 2009, Paradox, Tilburg

De samenwerking tussen Oleg Fateev en Simone Soul kennen we al van het Truckstop-project vorig jaar op het festival Mundial. Die leidde tot een reis naar Brazilië voor Fateev, waar hij op diverse concerten met deze veelzijdige percussioniste samenspeelde. Een tussenstop in Europa van dit tweetal zorgde voor een miniconcert, tijdens een vol geprogrammeerde 'Luisteren bij de Buren'-avond in Paradox, waar veel nieuwe fans speciaal voor het tweetal waren gekomen. Helaas voor hen was het veel te kort, maar evenwel genoeg om gepakt te worden door de samensmelting van melodieën en ritmes van deze twee gepassioneerde muzikanten met zulke verschillende (muzikale) achtergronden.

Je zou het eerder een muzikaal toneelstuk kunnen noemen. Traditionele melodieën van Fateev (op bayan) worden op geraffineerde wijze ritmisch, maar ook klankkleurrijk aangevuld door Soul, wat een indrukwekkend schouwspel oplevert. In deze bezetting is haar aandeel op de drumkit misschien té fragmentarisch te noemen; de individuele klanken ervan worden te solistisch ingezet, waardoor ze misschien wat minimalistisch overkomen. De onderbouwende en drijvende kracht van een baslijn zou het geheel kunnen vervolmaken. Dit gemis wordt echter weer gecompenseerd door haar aandeel in 'E La Nave Va' (een compositie van haarzelf), waarin secuur uitgezochte klanken van diverse metalen bellen, potten en pannen haast een tweede melodielijn opleveren, die tot een uniek duet wordt aangevuld door het spel van Fateev. Meesterlijk!

Na het uitkomen van zijn cd 'Dreams' is Fateev duidelijk gegroeid in zijn spel. Hij toont zich vrijer en zoekt meer het avontuur op. Met name in 'Jazz Waltz' (een arrangement van Fateev) wordt hij hiertoe uitgedaagd door Soul op de conga's, wat leidt tot een prachtig muzikaal tweegesprek. Zijn uitzonderlijk talent wordt nog eens benadrukt in het ontroerende 'Tuesday Morning', een compositie van hemzelf, waarin hij spontaan een stukje van 'The Girl From Ipanema' weet te verweven.

Noem het experimenteel, noem het jazz. Zelf zegt Simone Soul na afloop hierover: "For me jazz is a state of spirit in music, it gives me freedom of expression." Genoeg ingrediënten aanwezig, lijkt me, om reikhalzend uit te zien naar een vervolgoptreden van dit dynamische duo.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert.

(Donata van de Ven, 9.11.09) - [print] - [naar boven]





Cd
Colette Wickenhagen - 'Just Friends Jammin’' (CoGer, 2009)


Het heeft even geduurd voordat Colette Wickenhagen een nieuw album het licht heeft doen zien. Sinds haar succesvolle cd 'Songs For Sale' uit 2003 is het op discografische gebied stil geworden rond de zangeres. En dat is vreemd, want Wickenhagen is een drukbezette zangeres die, door de jaren heen, een steeds warmere stem heeft gekregen. Ook haar optredens getuigen van een spontane explosieve inzet, gecombineerd met een breed repertoire.

Het is tenorsaxofonist Clous van Mechelen geweest, die Wickenhagen aangemoedigde een nieuw album uit te gaan brengen. Officieel wordt de nieuwe cd vanavond in het Grand Café van de Cinetone Studio's in Amsterdam gelanceerd. Mede door de goed gehanteerde publiciteit belooft het een echte happening te gaan worden.

Als je de meespelende musici in ogenschouw neemt, is 'Just Friends Jammin’' een echte knaller, met naast Wickenhagen: Hans Kwakernaat op piano, Wiro Mahieu op contrabas, Ben Schröder op drums, de tenorsaxofonisten Clous van Mechelen en Rinus Groeneveld, Frits Kaatee op baritonsaxofoon, Saskia Laroo op trompet en Michael Gustorff op viool. De cd is bijna geheel samengesteld uit evergreens en bevat één eigen compositie, die Wickenhagen 'Jetlag Jam' heeft gedoopt.

Het bijzondere aan deze plaat is, dat de luisteraar bij het beluisteren van de dertien tracks geen moment de indruk krijgt van afgezaagde nummers. Met een ongekende inzet en vocale frisheid weet Colette Wickenhagen dit album te vullen met bijzondere vertolkingen van deze alom bekende nummers. 'Just Friends Jammin’' zal daarom een breed publiek aanspreken en dat kun je gerust een prestatie van formaat noemen.

Labels:

(Rolf Polak, 9.11.09) - [print] - [naar boven]





Nieuws
Jazzcookin': 40 swingende gerechten en cocktails met jazzmuziek


Uitgeverij Terra Lannoo heeft zojuist een smakelijke box op de markt gelanceerd. Deze bevat een door Han Hidalgo geschreven kookboek met recepten, geïnspireerd op bekende jazzmuziek, plus een exclusieve cd met muziek van de Talking Cows. Het boek geeft zo'n veertig verrukkelijke, eenvoudig te bereiden recepten en volop achtergrondinformatie over de songs (en hun componisten en vertolkers) die als inspiratie voor de recepten dienen.

Van veel jazzmusici en liefhebbers van jazz is bekend dat het smulpapen zijn. Bekend zijn de vele verwijzingen naar eten en drinken van musici als Jelly Roll Morton, Louis Armstrong, Duke Ellington, Fats Waller, Louis Jordan, Dizzy Gillespie, Sonny Rollins, Randy Weston en Phil Woods. Armstrong maakte er een gewoonte van menu's te voorzien van smaakimpressies en anekdotes, en veel brieven ondertekende hij met 'red beans en ricely yours'. In zijn biografie wijdt Ellington een hoofdstuk aan zijn lievelingsgerechten. Zijn liefde voor lekker eten en drinken leeft voort in meer dan twintig composities die naar eten en drinken verwijzen.

In de jazzmuziek zijn verschillende stijlen. In 'Jazzcookin’' worden deze stijlen gecombineerd tot een drankje, voor-, hoofd-, of nagerecht. Met de muziek op de achtergrond bij het bereiden en nuttigen van het gerecht, wordt eten en drinken een echte jazzy ervaring. De recepten bieden aanknopingspunten om zelf in de keuken te improviseren en te genieten van de rijkdom en vitaliteit van de jazz.

Op de bijbehorende cd staan nummers als 'Tangerine', 'Tasty Pudding', 'Scrapple From The Apple', 'Stuffy Turkey' en 'West Indian Pancake'. De Talking Cows (Frans Vermeerssen - tenorsax, Robert Jan Vermeulen - piano, Dion Nijland - bas, Yonga Sun -drums) maken fris sprankelende 'polderjazz'. Ze hebben reeds twee prima cd's op hun conto staan.

De schrijver, Han Hidalgo, combineert al jaren liefde voor jazz met gastronomische passie. Het is voor hem bijna een levensvervulling geworden. Zo schrijft hij recepten en culinaire artikelen onder de namen Jazzcookin' en Biercuisine, die verschijnen in tijdschriften in Nederland en België. Zijn
website wordt wekelijks door velen bezocht om er de originele recepten te downloaden.

Meer weten en horen?
De website van Talking Cows.

(Maarten van de Ven, 8.11.09) - [print] - [naar boven]





Cd
Trio M - 'Big Picture' (Cryptogramophone, 2007)

Opname: 2006

Erbij staan en ernaar kijken, dat is de rol van de luisteraar van 'Big Picture'. Het sprekend gemak waarmee Myra Melford (piano), Mark Dresser (bas) en Matt Wilson (drums) op dit album van de ene situatie in de andere duikelen, is haast spreekwoordelijk te noemen. De composities op 'Big Picture' knipogen naar zuiderse weemoed, latin, blues en gospel, zonder echt in deze stijlen vast te zitten, maar toch is het de overvloedig uitgespeelde improvisatie die het trio in heel extreme, maar naadloos op elkaar aansluitende gedaanten laat horen. De drie woekeren met hun muzikale bagage, waarbij de luisteraar speelbal wordt van het zich duidelijk amuserende trio. Die luisteraar wordt heen en weer geschoven tussen energiek naar zweverig, zangerig en abstract, harmonisch loepzuiver en wrang dissonant.

Knarsend dissonant wordt het echter nooit. Het Trio M vermijdt bruuskeren: souplesse en beheersing zijn hier de codewoorden. De grote gevaren en revoluties spelen zich eerder onderhuids af: wegvallende metra, tempowisselingen, de asymmetrische maatsoort van de balladblues 'Modern Pine' of spelen in vrij verband, waarbij de luisteraar tussen de drie in hangt en zelf maar moet uitmaken wie nu de lead speelt. Aan een afgebakende rolverdeling hebben de drie immers het lak. Melford is geregeld zuiver melodisch te horen, waardoor ze harmonische vrijheid en ruimte laat voor de bas. Zo blijft de muziek transparant en kan Wilson zich concentreren op de fijnere ritmiek. De onderlinge verwevenheid valt op in 'Secrets To Tell You', waar de muziek zich vrij beweegt in de auditieve ruimte. De brede, zangerige Dresser, de dwarrelende Melford en de fraai ritselende Wilson zijn hier drie facetten van één en dezelfde muzikale persoonlijkheid.

Hoe vlot de veranderingen gaan, is te horen in 'For Bradford', waar Melford in één trek door van zuivere melodieën via dissonante akkoorden doorschuift naar hoog wriemelende lijnen. Het collectieve spel komt verbluffend tot uiting in 'Naive Art', waarin een vrij zwevend thema plots openbreekt in gospelakkoorden, die geleidelijk aan desintegreren tot een abstracter geluid. Op het einde schudden de drie nog even een versnelling uit hun mouw, alsof ze plots ontdekten dat ze nog een minuutje over hadden. Het gemak waarmee het allemaal gebeurt, moet stuitend zijn voor collega's.

Nog erger wordt het voor de concurrentie in de meer dan dertien minuten durende titeltrack, waar alle registers opengegooid worden. Melfords melodieën ratelen hypernerveus, alsof ze door iets onzichtbaar wordt opgejaagd, de piepende bas van Dresser manoeuvreert de muziek in rustiger, feeërieker vaarwater, waarna het trio terecht komt in een trager deel waarvan het metrum niet uitgesproken wordt, maar latent aanwezig is. De volgende halte is een polyfone passage tussen bas en piano die klinkt als een geïmproviseerde basso-continuobegeleiding uit de barok, waarbij de cimbalen van Wilson refereren aan de Chinese opera.

De enige tegenvaller op dit prachtalbum is het afsluitende 'FreeKonomics', een compositie die integraal draait op een roterende melodie, die in verschillende ritmische gedaanten te horen is. Coherent is het wel, maar de vanzelfsprekendheid en vrijheid in het samenspel komen hier minder uit de verf en net dat is een terrein waarop het Trio M moeilijk te kloppen is.

Deze recensie verscheen eerder op Kwadratuur.be

Meer horen?
Op de
MySpace-pagina van Trio M kun je drie tracks van deze cd beluisteren: 'Brainfire And Buglight', 'Naive Art' en 'Modern Pine'.

(Koen Van Meel, 6.11.09) - [print] - [naar boven]





Concert
Garbarek: deze keer met pit

Jan Garbarek Group & special guest Trilok Gurtu, zaterdag 24 oktober 2009, LantarenVenster, Rotterdam

De Noorse saxofonist Jan Garbarek, beïnvloed door John Coltrane, begon als autodidact en won in 1962 een amateurcompetitie. Zijn eerste eigen band bestond uit gitarist Terje Rypdal, bassist Arild Andersen en drummer Jon Christensen. Garbarek maakte talloze opnames, waarvan de bekendste zijn: het Europese kwartet met Keith Jarrett en zijn eigen band met Rainer Brüninghaus (piano, keyboards), Eberhardt Weber (bas) en onder anderen Nana Vasconcelos, Marilyn Mazur en Manu Katche op drums en percussie. Minder bekend is zijn werk met Bill Frisell, Anouar Brahem, John Abercrombie, Paul Giger, Egbero Gismonti en zijn excursie naar de renaissance met het Hilliard Ensemble. Garbarek staat open voor muziek uit de hele wereld, maar blijft de Scandinavische folktunes altijd trouw.

Na bijna twee jaar was hij eindelijk weer te gast met zijn groep in het uitverkochte LantarenVenster in Rotterdam. Deze keer werd Manu Katche vervangen door Trilok Gurtu op drums en percussie. Maar ook Garbareks jarenlange vriend en bandlid Eberhardt Weber was niet van de partij. Hij heeft om gezondheidsreden een einde moeten maken aan zijn muzikale carrière en werd vervangen door de Braziliaanse bassist Yuri Daniel.

De vormgeving van het programma is nog steeds hetzelfde: een intense concertmarathon, bestaande uit oud en nieuw materiaal van meer dan twee uur, zonder pauze. Er werd, kenmerkend voor Garbarek, niet gesproken en ook geen titel aangekondigd. Dit was zeer aangenaam, want hierdoor was het mogelijk een lange ononderbroken en ongestoorde reis te maken door de jazz en Scandinavische folktunes, die vloeiend op elkaar volgden. Een enorm geluidstapijt met de melancholie en harmonieuze schoonheid die karakteristiek is voor zijn composities. Feestelijk, serieus en nobel bespeelde Garbarek zijn saxofoon. Het was opvallend dat elke muzikant buitengewoon veel tijd en ruimte voor eigen solo's kreeg, waarbij de rest van de band zich naar de achtergrond van het podium terugtrok.

En toch was het deze keer anders. Het lijkt alsof er momenteel een frisse wind door Garbareks muziek waait. Yuri Daniel, met zijn vijfsnarige elektrische bas, en de charismatische Trilok Gurtu gaven het al langer samenwerkende team Garbarek/Brüninghaus een nieuwe impuls. Daniel bracht elementen van funk in en overtuigde met een briljante solo, waarbij het swingde en groovede. Een virtuoos die, samen met de solide en heftig spelende Gurtu voor een sterke ritmebasis zorgde. Zij vormden een mooi contrast tegen de wat routinematig spelende Brüninghaus, die als betrouwbare en langjarige metgezel in deze formatie op een leuke manier, maar wel wat ouderwets, overkomt.

Garbarek werd geïnspireerd door de energie en diversiteit van zijn nieuwe muzikanten. Hij was extroverter en communicatiever. Zijn melodieën weten je nog steeds te beroeren en te raken, maar waren deze avond minder zacht en etherisch. Daniel en Gurtu brachten Garbarek op gang en zorgden ervoor, dat hij op de grond bleef en niet te veel verzandde in steeds voortdurende zoete en harmonieuze sferen.

Een prachtig optreden, de naam 'concert' waardig.

(Sabine Fleig, 5.11.09) - [print] - [naar boven]





Artikel
Frank Zappa en de jazz: een moeilijke verhouding


"Frank Zappa was een man van tegenstellingen. Ook zijn houding ten opzichte van jazz was verre van eenduidig: 'Hot Rats' geldt nog altijd als één van de eerste fusion-albums, maar even graag maakte hij het hele genre belachelijk. Een reeks postuum uitgebrachte releases werpt meer licht op Zappa's ambivalente houding jegens jazz."

Gitarist Frank Zappa (1940-1993) mengde op geheel eigen wijze rockmuziek met psychedelica, jazz, experimentele muziek en eigentijdse klassieke muziek, dat alles gecombineerd met een grote dosis zelfspot, humor en performance-art.

Eric van Rees onderzoekt Zappa's houding ten opzichte van jazzmuziek. Enerzijds was jazz een belangrijk element in veel van Zappa's projecten. Gedurende zijn carrière huurde Zappa tientallen jazzmuzikanten in die zijn muzikale ideeën konden verwezenlijken. Maar tegelijkertijd bekritiseerde de gitarist de verschijningsvorm van jazz, de opleidingen, maar ook de jazzwereld zelf.

Klik hier om het artikel te lezen.

(Maarten van de Ven, 4.11.09) - [print] - [naar boven]





Concert
Prettig pulserende jazz

Blake Tartare, donderdag 22 oktober 2009, SJU Jazzpodium, Utrecht

Michael Blake, tenor- en sopraansaxofonist, komt oorspronkelijk uit Canada, maar is sinds 2001 actief in Denemarken en toert vanaf 2002 met zijn Deense formatie Blake Tartare in Europa en Amerika. De groep bestaat uit: Soren Kjaergaard (piano en Fender Rhodes), Jonas Westergaard (bas) en Frands Rifbjerg (drums). Het viertal heeft inmiddels ook al drie cd's uitgebracht: 'The World Awakes / A Tribute To Lucky Thompson', 'Blake Tartare' en 'More Like Us', alle drie uitgebracht op Stunt Records.

Blake is een saxofonist met een mooi, warm, klassiek tenorgeluid, die zijn klassiekers kent, maar ook het hedendaagse free-jazz idioom niet schuwt. Hij produceert met zijn kwartet lyrische en prettig pulserende jazz, die uiteindelijk kan resulteren in krachtvolle en heftige vrije jazz en sound-explosies. Blake gaat het hoge register niet uit de weg en in de serene gedeelten blijkt zijn verwantschap en inspiratie het zoetgevooisde geluid van zijn idool Lucky Thompson.

In het kwartet, dat één lange boeiende set speelde, is pianist Kjaergaard niet alleen een enthousiast begeleider, maar tevens een smaakvolle solist, zonder daarbij te vervallen in technische capriolen. Hij soleert effectief en spaarzaam, met reminiscenties aan Thelonious Monk. Bassist Westergaard imponeert niet, noch in zijn begeleiding, noch in zijn solo's (die in Utrecht gelukkig tot enkele beperkt bleven). Hij heeft een krachteloze aanslag en er is weinig technische en muzikale overtuiging in zijn spel. Drummer Rifbjerg voldoet geheel aan de eisen van het moderne drummen: swingen, vrij pulseren, aanvullen door het adequaat plaatsen van accenten, en het volume aanpassen aan de verschillende dynamische momenten.

Het valt programmeur/directeur Marcel Kranendonk van de SJU te prijzen dat hij met regelmaat op zijn podium ruimte geeft aan relatief onbekende, hedendaagse jazz spelende internationale musici.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Maarten Jan Rieder.

(Jacques Los, 1.11.09) - [print] - [naar boven]



Nieuws
November Music 2009


November Music is hét internationale festival van Nederland voor actuele en vernieuwende muziek met de spotlight op de makers van nu. De nieuwste ontwikkelingen op het gebied van gecomponeerde en geimproviseerde muziek, elektronica, geluidsinstallaties en progressieve pop zijn te horen op verschillende podia in 's-Hertogenbosch.

Op het gebied van jazz en improvisatie zijn er tussen 11 en 15 november optredens te zien van onder meer de Engelse succesformatie Polar Bear, het Harmen Fraanje Trio featuring Tony Malaby en SOL 12, met onder anderen Luc Ex en Veryan Weston.

Voor uitgebreide informatie klik
hier.

(Jacques Los, 1.11.09) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...






Menupagina's:

Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Neerpelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.