Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 




Concert
Cho eminent, Girotto prominent

Soo Cho Quartet featuring Javier Girotto, woensdag 21 oktober 2009, Paradox, Tilburg

Voor dit laatste concert van het Soo Cho Quartet featuring Javier Girotto (naar een idee van programmeur Joop Mutsaers) werden in Paradox nog eens alle registers opengetrokken. Pianiste Cho heeft zich met verve genesteld in het gezelschap vrouwen in de Nederlandse jazz die er toe doen. Haar ietwat verlegen en timide verbale presentatie op het podium staat in aangenaam contrast tot haar overtuigende muzikale mededelingen. Met een behaaglijk toucher, inzicht, techniek en vormgevoel weet ze haar ideeën te communiceren. Daarbij geruggensteund door de solide bas van Sven Happel en percussieve colorist Yonga Sun. Deze is in elke setting waardevol en mede beeldbepalend.

De overwegende zachtheid van Cho versus het musculeuse spel van Girotto was opmerkelijk en ongewoon. Het was ook wennen aan het hoge, indringende geluid van Girotto's sopraansax. We waren immers gewend aan (en verwend geraakt door) het warme bugelgeluid van Angelo Verploegen (hij was als toehoorder aanwezig) op Cho's debuut-cd 'Prayer'. Ook diens speelstijl verschilt nogal met Girotto's temperamentvolle en soms geagiteerde spel, waartoe af en toe ook Sun zich liet verleiden.

De pianiste hield zich echter met verve staande naast deze Italiaanse gevestigde waarde. Hoewel ze de hele avond blootsvoets de pedalen bediende, bleef ze stevig in haar schoenen staan en behield haar eigen- en herkenbaarheid. Excellent was haar spel in 'Still There', waarin Javier Girotto solo een uiterst beheerste en lyrische solo-intro blies van ruim acht minuten! Een etude van formaat met spitsvondige modulaties van de melodie-riff.

Behalve de voortreffelijke composities van Cho was het concert zoals aangekondigd: featuring Javier Girotto. Hij werd door deze groep op zijn wenken bediend. Yonga Sun en Sven Happel zorgden voor extra vuur aan de schenen en dynamische oppeppende onderbouwingen. In 'Missing Bullit', met een repetitieve riff die al modulerend naar een climax ging, hoorden we Sun en Happel minutenlang soleren op een monotone single-note basis van de piano, tot aan het abrupte einde van het stuk. Overigens verdient ook Suns heerlijke introsolo van 'The Rabbit Eats My Salad' hier vermelding.

In de tweede set gaf Cho een aangrijpende uitvoering van haar compositie 'Little Prince', waarin Happel zijn bassolo liet juichen en zijn toon gloeien. Hier had Girotto niet zijn beste moment, vanwege te veel haast en te weinig verhaal in zijn aandeel. In 'Prayer' gunde Cho ons een blik in haar hart. Ze bracht met breekbaar spel emotie teweeg onder de toehoorders. Empathisch was de subtiele aansluiting van Girotto, die hier op kousenvoeten, pianissimo invoegde tot besluit.

De uitsmijter, het percussieve 'Major Revolution', werd gevolgd door de toegift 'My Funny Valentine'. En nee, niet een zoveelste mwah-interpretatie van deze standard, maar een welkome eigenzinnige wedergeboorte. Een mooi einde met een laatste welverdiend spotlight op Soo Cho.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert.

(Cees van de Ven, 31.10.09) - [print] - [naar boven]





Cd
Ella Fitzgerald - 'Any Old Blues' (Jazz Door, 2002)

Opname: 1936-1941

'Any Old Blues' biedt een selectie uit de eerste glorieperiode van zangers Ella Fitzgerald. De tijd dat ze van anonieme vocaliste bij de bigband van drummer Chick Webb uitgroeide tot de lieveling van Harlem. Na de dood van Webb in 1939 nam ze de leiding van diens orkest over. Maar in 1941-42 werd ze meer en meer gemarket als serieuze jazz-chanteuse. Ze ontbond de band en hervond als freelance zangeres gelukkig al snel weer haar vorm.

Het lijkt alsof ze zich juist in nonsensliedjes als 'A-Tisket A-Tasket' en 'Chew-Chew-Chew (Your Bubble Gum)' het meest in haar element voelde. Ze klinkt hier losser en zorgelozer. Van dat eerste nummer werden uiteindelijk meer dan een miljoen exemplaren verkocht, het betekende haar grote doorbraak. Haar little girl-imago, dat ze hier qua stem en tekst verwierf, zou ze nooit helemaal kwijtraken. Opmerkelijk is haar beheersing van alle registers; of haar stem nu omhoog of omlaag beweegt, ze blijft even krachtig en zelfverzekerd klinken.

Dat ze van meet af gek was op scatten wordt hier eveneens duidelijk. Dat een nummer als 'It Ain’t What You Do (It’s The Way That You Do It)', waarin ze enthousiast buiten de lijntjes zingt, ongeschonden de producers van Decca passeerde, is een klein wonder. Haar kunstenaarschap blijkt ook uit de manier waarop ze een van oorsprong hopeloos corny nummer als 'Sugar Blues' omtovert in een volstrekt acceptabele jazzballad.

Van de verhalen en de liveopnamen kennen we de Chick Webb Band als een ongenadig swingende club. Hier horen we alleen in het nummer 'Undecided' waarom de jitterbugs er in de Savoy Ballroom maar niet genoeg van konden krijgen.

Deze recensie verscheen eerder in Jazz.

(Eddy Determeyer, 31.10.09) - [print] - [naar boven]





Concert
Free jazz is nog springlevend

Trio 3 & Irene Schweizer, maandag 19 oktober 2009, Bimhuis, Amsterdam

De generatie jazzmuzikanten die vanavond op het Bimhuispodium stonden, stonden in de zestiger jaren aan de wieg van een muzikale revolutie die de jazz op zijn grondvesten deed schudden: de free jazz, met voorlopers als Ornette Coleman en Cecil Taylor.

Saxofonist Oliver Lake, bassist Reggie Workman en drummer Andrew Cyrille – het Trio 3 – werden al vrij spoedig (midden en eind jaren zestig) actief, met name in de New Yorkse free-jazz scene. Inmiddels zijn deze hardcore freejazzers rond de 70 jaren jong en hebben ze nauwelijks aan vitaliteit ingeboet. Aan dit illustere trio was deze avond de Zwitserse pianiste Ire Schweizer toegevoegd, die ook al de AOW-leeftijd is gepasseerd. Hoewel motorisch ietwat bedaard en een beetje stram, ontbrak het geen van allen aan het heilige vuur bij het musiceren.

Lake is nog steeds de freejazzer van toen. Zijn solo's zijn gebaseerd op sound in schematische lijnen; van lange verstilde noten tot furieuze scherpe en snelle riedels. Daarbij werd veelvuldig gebruik gemaakt van de bekende free technieken als flageoletto, growl, slap tongue en false fingering. Over het geheel genomen soleerde Lake erg sterk; het free-jazz procedé zit subliem in zijn vingers. In een groovy en bluesy nummer, nog voor de pauze en na een hoofdzakelijk op de snaren gespeelde slome piano-intro, vertilde Lake zich helaas aan het bluesschema. Ik heb hem geen blue note horen spelen. Zijn solo had veel weg van een stuntelige beginneling bij een amateurworkshop. Ik zou dus zeggen: Oliver, laat de blues maar zitten.

Na de pauze werd verrassend genoeg in vierkwartsmaat een medium swingende Eric Dolphy-compositie ingezet. Vooral pianiste Schweizer excelleerde met een logische en heldere solo, waarna bassist Workman zijn kwaliteiten met een boeiende bassolo demonstreerde. Over het algemeen werd er na de pauze pittiger, puntiger en alerter gemusiceerd. Olivers inzinking in het 'bluesnummer' van voor de pauze werd al snel vergeten. In het merendeel van het swingende repertoire van na de pauze revancheerde hij zich voortreffelijk met inspirerende free-jazz solo's.

In een compositie van Andrew Cyrille, waarin de groep welhaast telepathisch zeer subtiel, verstild en intens collectief improviseerde, bleek de voortreffelijke muzikale kwaliteit van ieder afzonderlijk. Ook de ongekend geconcentreerde interactie in dit nummer droeg bij tot de sublieme uitvoering van Cyrille's compositie. Een hoogtepunt van de avond. Met dat al bewees dit bijzondere concert dat de free jazz zoveel jaren na de hoogtijdagen bij lange na nog niet dood is.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Maarten Jan Rieder.

(Jacques Los, 29.10.09) - [print] - [naar boven]





Cd
Ted Nash & Still Evolved - 'In The Loop' (Palmetto Records, 2006)


'In The Loop', het meest recente album van tenorsaxofonist Ted Nash en zijn kwintet Still Evolved, presenteert een aangename mix van energieke (hard)bop verbreed met klagende melancholie, ruimte voor langgerekte solo's en af en toe een snuifje coolere invloed. Hoewel 'In The Loop' een zeer herkenbaar algemeen klankidioom heeft, zakt de plaat toch niet weg in al te voor de hand liggende dooddoeners. Er is ruimte voor variatie tussen strak omlijnde thema's met het volledige ensemble en veel vrijere passages, waar vaak slechts één instrument overblijft om expressie te geven aan wat het maar wil.

Mainstream primeert op dit album, maar laat dat vooral geen afschrikmiddel zijn. Deze plaat heeft alles in petto wat op een goede jazzplaat te horen moet zijn. De plaat trekt zich rustig op gang met 'Kensington High'. Een mijmerend en lang uitgesponnen thema van trompet en sax laten de plaat niet van de eerste seconde ontploffen, maar warmen de luisteraar perfect op. 'Gritty Ditty' gaat al een stapje verder. Met een fijne laid back groove zorgt dit nummer voor een onweerstaanbaar tapijtje waarop Marcus Printup (trompet) en Nash zich volop mogen uitleven met rauwe en energieke solo's.

Na deze twee zeer verschillende nummers is er eindelijk plaats voor het titelnummer: een hardbop-melodie. De precieze en heldere speelstijl van zowel pianist Frank Kimbrough als drummer Matt Wilson zorgen voor een licht en transparant geheel. Met 'Zaba’s Dream' in het midden van de plaat wordt wat gas terug genomen. Nash kan in deze tragere ballad zijn lyrische capaciteiten tentoonspreiden met een zeemzoete, uitgesponnen saxmelodie. Titels zijn misleidend en zo heeft het volgende nummer, 'The Cubist', alles behalve een rechthoekig karakter. Een glijdende melodie van trompet en sax, die met een beetje vertraging voorbij glooien.

Het daarop volgende 'Durning’s Dance' is een nummer met vele gezichten. Een reeks van klagende aanroepingen vormt de inleiding. Nadat trompet, bas, sax en opnieuw bas (Ben Allison) hun aanhef uitgesproken hebben, begint een eerste traag kabbelend thema. Dit thema is op haar beurt slechts een inleiding op wat de kern van dit nummer eigenlijk inhoudt: een opgewekte swing die ontegensprekelijk uitnodigt om de voeten te bewegen. Na een tijdje lost deze opstoot van energie op zijn beurt de teugels wat, om plaats te maken voor een tragere, iets introvertere melodie. Het lijkt wel alsof er iets mis is gegaan op de dansvloer en daar achteraf over gefilosofeerd wordt. Het nummer eindigt met hetzelfde klagende thema waarmee het tien minuten eerder begon.

Het korte slotnummer 'Push' kent een geleidelijke opbouw. Gebruik makende van alle mogelijke geluidjes die maar uit een drumstel te halen zijn, legt Wilson een fijn schuifelend tapijtje waarop de andere instrumenten zich met pulserende akkoorden langzaam in het verhaal komen mengen. Pas tegen halfweg het nummer krijgen de andere instrumenten een wat gevarieerdere taak toegewezen. Trompet en sax dialogeren in een opgewonden melodische ontwikkeling, om dan plots in mijmeringen weg te zakken en het nummer en de plaat te laten uitsterven.

Ted Nash en zijn kwintet Still Evolved begeven zich op 'In The Loop' geen centimeter van het mainstream-pad. Hun grote verdienste is dat dit op geen enkel ogenblik storend werkt. Met negen gevarieerde nummers vullen ze iets meer dan drie kwartier muziekgenot dat per luisterbeurt beter wordt.

Deze recensie verscheen eerder op Kwadratuur.be

Meer horen?
Op de
website van Palmetto kun je deze cd beluisteren via zeer uitgebreide samples.

(Joeri Rogelj, 28.10.09) - [print] - [naar boven]





Nieuws
Motives Festival Genk 2009


Het Motives Festival Genk wil zich tijdens de zesde editie opnieuw tonen als het eigenzinnige buitenbeentje onder de jazzfestivals in de (Eu)regio. Met grote namen, maar ook met nieuwe creaties en bijzonder talent. De ambities van het festival zijn: jazz en zijn ontwikkelingen tonen, interessante facetten belichten, creativiteit en interactie onder de muzikanten stimuleren, maar vooral het publiek een onvergetelijke avond bezorgen door hen deel te laten worden van een groter jazzverhaal.

Op twee podia staan op 13, 14 en 15 november naast bekende headliners ook bijzondere, speciale creaties en interessante nieuwe namen. Het hoofdpodium heeft een internationaal karakter en richt zijn pijlen dit jaar op Frankrijk in het kader van 'jazzpass.be.fr', een uitwisselingsproject tussen België en Frankrijk. De Eujazzstage daarentegen toont de interessante scene van onze eigen vruchtbare jazzbodem: de Euregio Maas-Rijn.

Een greep uit de geprogrammeerde groepen: Steve Coleman & Five Elements, Bart Defoort & Emanuele Cisi Quintet, Mâäk's Spirit, Jeff Neve, Carla Bley & The Lost Chords en Paolo Fresu Devil Quartet.

Klik hier voor meer informatie.

(Jacques Los, 28.10.09) - [print] - [naar boven]





Concert
Kamikaze spontaan en organisch

woensdag 16 september 2009, Minard, Gent

Het beweegt in de Gentse jazzscene, en zo hebben wij dat graag. Onlangs werd er een nieuw Gents-Belgisch label voor alternatieve muziek boven de doopvont gehouden, en omdat zo'n label natuurlijk platen uitbrengt (duh) waren er her en der try-outs (zoals Moker in El Negocito) en liveopnames gepland. Gedurende twee dagen streek Kamikaze neer in de Minard, een organisatie van Vooruit in samenwerking met El Negocito, om er het publiek te entertainen en hun exploten nadien op een schijfje te branden. Wij gingen luisteren, en kwamen lichtjes doof, maar tevreden terug naar huis.

Hoewel de groepsnaam u mogelijk niet meteen bekend in de oren zal klinken, bestaat Kamikaze toch al meer dan tien jaar. In 1997 brachten ze een cd uit in coproductie met Vooruit, met daarop elf tracks, die als naam elk het tijdsverloop op de cd meekregen. De groep ontstond toen de vier groepsleden spontaan insprongen voor een andere groep die hun concert had geannuleerd. Recent hebben diezelfde muzikanten dat nog eens overgedaan, toen Backback (wegens overmacht) diende te annuleren voor Jazz Sur l'Herbe. In een mum van tijd werd vervanging gevonden bij Les Poubelles, dat eigenlijk uit dezelfde bandleden als Kamikaze bestaat.

Die bandleden zijn niet de minste: Bart Maris (trompet en bugel), Filip Wauters (gitaren), Kristof Rosseeuw (contrabas) en Tom Wouters (drums en klarinet). U vindt ze in wisselend gezelschap in menige groep terug (Flat Earth Society, Moker, etcetera) en hun reputatie strekt onderhand tot ver buiten de landsgrenzen.

Het concert en bijhorende opnames vinden plaats in de kleine zaal van de Minard: door de foyer, trap naar beneden, trap weer omhoog, en zaaltje binnen. Het publiek wordt uitgenodigd om rond de muzikanten plaats te nemen. Er is meubilair voorzien van wegzakzetels tot terrasstoeltjes, maar er is natuurlijk ook nog de gewone tribune. Verkeerd gekozen? Geen nood, u kan tijdens het concert gewoon verzitten.

De muziek is bijna niet vergelijkbaar met wat er op die cd uit 1997 staat. Toegegeven, het is dezelfde stijl, maar waar alles op de cd erg bestudeerd en ingeoefend lijkt, geeft het concert veel meer een spontane, organische indruk. Het resultaat van tien jaar achtergrond laat zich duidelijk merken, voornamelijk in de geweldige geluidsexplosies die het kwartet produceert. Opmerkelijk daarbij is hoe de muzikanten afzonderlijk hoorbaar blijven, in wat normaal gezien heel gemakkelijk op een kakofonie zou kunnen uitdraaien (niet dat het dat nooit wordt).

Het leukste zijn de opzwepende nummers die worden aangereikt door drummer Tom Wouters en waarin gretig wordt ingepikt door de gitaar van Filip Wauters. We hebben Kristof Rosseeuw weer (on)gebruikelijke toeren zien uithalen op de contrabas, van strijkstok die met drumstick werd verward tot doordringend getokkel dat zelfs boven de drums uitkwam. En dan begin ik nog niet eens over Bart Maris, want volgens ons is die trompet gewoon een deel van zijn lichaam geworden (waarschijnlijk daarom dat hij zo'n lange outro speelde aan het einde van de eerste set).

Het is niet allemaal loeihard overigens. Er zaten wonderlijk zachte stukken tussen, zoals een duet van Maris en Rosseeuw. Fascinerend is ook de opbouw van zo'n nummer, en de manier waarop men de muzikanten naar elkaar ziet luisteren en ze naar hints weet te zoeken. En hoe ze het plotsklaps allemaal eens zijn, eigenlijk zonder enig signaal of grootse trommelklap, dat voilà, dit nu echt wel het einde van het nummer is.

(Bruno Bollaert, 27.10.09) - [print] - [naar boven]





Cd
John Zorn – 'Masada Guitars' (Tzadik, 2003)


Een drietal gitaristen werd gevraagd om John Zorns muziek in solobezetting te interpreteren en uit te voeren. Dat waren niet de minste: Bill Frisell, Marc Ribot en de minder bekende, maar niet minder bijzondere fingerpicking-gitarist Tim Sparks.

Het resultaat is prachtig. De Jiddische, korte thema's lenen zich prima voor gitaar en bieden veel mogelijkheden voor improvisatie. Bill Frisell speelt voor de verandering eens niet enkel elektrisch gitaar, maar nog steeds zeer herkenbaar, ook zonder de kenmerkende delay-effecten. De rafelige, maar listige interpretaties van Marc Ribot zijn opvallend melodieus en de vloeiende, virtuoze techniek van Tim Sparks is ongelofelijk.

De opzet is gedurfd; Zorn vraagt van de uitvoerders de muziek niet alleen uit te voeren van blad, maar ook te interpreteren en zonder verdere begeleiding te improviseren. Er is geen vangnet, maar alleen de uitvoerder en zijn gitaar.

De cd opent met waarschijnlijk het meest karakteristieke Masada-nummer van Zorn, getiteld 'Abidan'. Het thema wordt eenmaal gespeeld en daarna opzettelijk vertraagd, waardoor Frisell steeds meer de stilte tussen de noten integreert met de compositie. Het is net of je naar een cd van de Irakese luitist Munir Bashir zit te luisteren. Sparks blijft dichter bij huis met zijn interpretaties, al is dat even later ook maar schijn; hoewel zijn techniek (evenals Frisell) veel gemeen heeft met die van country- en folkgitaristen, verwerkt hij de meest onmogelijke ritmes in zijn stukken. Zijn interpretatie van het stuk 'Ravayah' is het meest virtuoze arrangement van de cd en een hoogtepunt. Ribot daarentegen beperkt zich ritmisch gezien veel meer dan de overige twee. Hij laat zien wat er met een beperkt aantal noten en akkoorden is te bereiken. Dat is minstens zo interessant als wat de andere twee gitaristen laten zien. Wat verder op de cd horen we Frisell toch weer naar elektronica grijpen en over een geloopte begeleiding spelen. Toch zou ik hem vaker akoestisch willen horen spelen zoals hier: zijn uitvoering van 'Avelut' is heel erg mooi.

Met maar liefst 21 stukken is 'Masada Guitars' wat aan de lange kant. Deze cd in één keer achter elkaar consumeren verdient geen aanbeveling. Daar staat tegenover dat de kwaliteit van muziek en uitvoering uitzonderlijk hoog is, wat ook geldt voor de opnametechniek. Wat nog rest is een uitgave met bladmuziek. Op YouTube staan een aantal geslaagde pogingen van amateurs die deze meesters evenaren.

Labels:

(Eric van Rees, 27.10.09) - [print] - [naar boven]





Take Ten
Sanne van Hek


"Binnen de band fungeerde Sanne van Hek als het rustgevende baken van herkenning temidden van de steeds fluctuerende soundscapes. Haar eigenzinnige trompetspel klonk beurtelings vertrouwenwekkend warm en zoekend tentatief, met veel mooie melodische frasen als commentaren bij de intense geluidssculpturen die om haar heen werden opgetrokken. Van Hek had geen flashy en technisch doorwrochten spel nodig om te imponeren." Dat schreef ik naar aanleiding van het concert dat The Black Napkins & Jozef Dumoulin in maart 2008 gaven bij Jazz at the Crow in Eindhoven.

Trompettiste Sanne van Hek beantwoordde de tien vragen van Take Ten.
Klik hier voor haar antwoorden.

Meer weten?
Klik hier voor Take Tens van andere jazzmuzikanten.

(Maarten van de Ven, 26.10.09) - [print] - [naar boven]





Concert
Joe en Esperanza spelen de sterren van de hemel

Joe Lovano Us Five, vrijdag 16 oktober 2009, Bimhuis, Amsterdam

Saxofonist Joe Lovano komt van ver. Zijn faam geniet hij, nadat hij, als één van de belangrijkste solisten in de Woody Herman Band, diens 'Herd' eind jaren zeventig verliet. Sindsdien manifesteerde hij zich als sideman bij de groepen van onder anderen drummer Paul Motian en gitarist John Scofield, en leidde hij tot nu toe succesvolle eigen formaties. Regelmatig frequenteerde hij Nederland, waar hij gedurende de laatste jaren steevast zorgde voor een uitverkocht Bimhuis.

Dat lukte hem ook deze keer met zijn nieuwe groep Us Five, bestaande uit pianist James Weidman, bassiste Esperanza Spalding en de twee drummers Francisco Mela en Otis Brown III. Vanzelfsprekend speelde het kwintet diverse nummers van de onlangs verschenen en over het algemeen lovend besproken cd 'Folk Art' op het Blue Note-label.

Lovano's muziek kenmerkt zich door vrije harmonieuze melodielijnen en frases, geruggensteund door een constant ritmisch metrum. Zoals hij zelf voorafgaand aan de toegift zei: "Some guys play free jazz. We play jazz free." Zijn muziek is gebaseerd op de traditie, maar tevens zeer innovatief. Ook in zijn solo's komt dat tot uiting. Zijn in-and-out improvisaties gaan gepaard met een heerlijk, vol en warm geluid op de tenorsax. Zijn toepassing van de aulochrome – een dubbele sopraansaxofoon (klik hier voor een demonstratie) - is indrukwekkend. De taragot (een Hongaarse klarinet) had hij beter thuis kunnen laten. Het instrument klinkt niet fraai en Lovano's solo's daarop waren van een gering niveau. Gelukkig waren het er maar een paar.

Naast de formidabele saxsolo's van Lovano verbleekten de solobijdragen van pianist Weidman enigszins. Hij is een te bescheiden pianist om een overweldigende indruk achter te laten. Bassiste Spalding is uit een ander hout gesneden. Zij leverde uitmuntende, helder gearticuleerde bassolo's af. Zij was naast de leider de ster van de avond. Twee drummers in een band van vijf is wel wat overdone. Hoewel beiden elkaar niet in de weg zaten en uitstekend aanvulden, en lekker subtiel en swingend drumden, had één drummer de zaak ook wel kunnen runnen.

De wat mindere tweede set, hoofdzakelijk bestaande uit een suite-achtig stuk, werd besloten met een enerverend en pittig gespeelde latin, 'Viva Caruso', dat door Mela en Brown III om en om met een humoristische drumsolo werd ingezet. In dit finale stuk trok Lovano op tenorsax alle registers open; hij gierde als Albert Ayler en fraseerde als Sonny Rollins. Een geweldige uitsmijter, die terecht resulteerde in een toegift.

Klik hier voor Jaap van de Klomps fotoverslag van dit concert.

(Jacques Los, 25.10.09) - [print] - [naar boven]





Cd
Tom Beek - 'Big Time' (TomLaLa Records, 2009)


Saxofonist Tom Beek is een druk bezette en mede daardoor een relatief steeds bekender wordende tenor- en sopraansaxofonist. En terecht, want zijn spel heeft, naast indrukken van andere grote saxofonisten, duidelijk een eigen geluid verkregen.
Niets is moeilijker om naast een perfecte instrumentale beheersing ook een eigen geluid te ontwikkelen en dat mede dankzij zijn leermeesters Ferdinand Povel en Toon Roos.

Na zijn eerste albums 'White & Blue' (2005) en 'Live Under The Sun' (2007), is er dan nu de derde poot aan dit drieluik, dat Beek 'Big Time' heeft gedoopt. Dit nieuwe album biedt geen direct vernieuwend materiaal, maar wel erg plezierig klinkende mainstream/fusion sounds. In betrekkelijk korte tijd, drie dagen in de maanden april en mei van dit jaar, werden alle negen stukken in Studio 47 in Enkhuizen vastgelegd.

Het verrassende aan 'Big Time' is de fijne mix tussen de muziekstukken, tempi en speelstijlen, die samen een bont palet vormen. Ditmaal zijn slechts twee stukken van Beeks hand. Eén ervan is 'Dunk', meteen ook het hoogtepunt van deze plaat, met een fijn en lekker in het oor liggend thema en aansprekende percussie-elementen. Maar er staan ook twee arrangementen van de saxofonist op dit album, die door een met zorg uitgekozen samenstelling van musici ten gehore worden gebracht: 'Still Time' van Herbie Hancock en 'More Than A Dream' van Stevie Wonder & Henry Cosby.

De line-up is imposant te noemen, wat te denken van: Martijn van Iterson (gitaar), Rob van Bavel (Fender Rhodes), Udo Pannekeet (basgitaar), Marcel Serierse (drums/percussie), Ilja Reingoud (trombone), Martijn de Laat (trompet/flügelhorn), Ray Bruinsma (trompet/flügelhorn) en Katharina 'Tini' Thomsen(baritonsaxofoon/basklarinet).

Het draaien van 'Big Time' biedt de luisteraar daadwerkelijk een klein uur een plezierige tijd, met afwisselende en zeer goed doorspeelde stukken, die Tom Beek in allerlei muziekstijlen laat horen die vandaag de dag actueel zijn en dat typeert m.i. dit album dan ook bijzonder goed.

Tom Beek is een echte aanwinst voor de Nederlandse jazzscene en het zou mij niet verbazen als hij met dit album ook in het buitenland gaat scoren. Hou deze saxofonist in de gaten!

Meer horen?
Op de
website van Tom Beek kun je van dit album mp3-clips beluisteren.

(Rolf Polak, 24.10.09) - [print] - [naar boven]





Nieuws
Edison Jazz naar Bennink, Borstlap en Glerum


De Edison Jazz in de categorie Nationaal gaat dit jaar naar het trio Bennink, Borstlap en Glerum voor hun album 'Monk Vol. 1'. Dat maakte de organisatie, de Edison Stichting, dinsdag bekend. De prijs wordt op 18 november uitgereikt in het Muziekcentrum Frits Philips in Eindhoven.

Naast het trio waren The Ploctones met de plaat '050' en Kyteman met debuutalbum 'The Hermit Sessions' in de running om de prestigieuze muziekprijs. De Edison Jazz in de categorie Internationaal gaat naar de Amerikaanse trompettist Randy Brecker voor het album 'Randy In Brasil'. De Edison Jazz Vocaal wordt uitgereikt aan het Ilja Reijngoud Quartet featuring Fay Claassen voor 'The Shakespeare Album'.

Het stemmende publiek bepaalde dat de Edison World Music Award 2009 toekomt aan Izaline Calister voor het album 'Speransa'. De prijs in de categorie DVD Jazz/World gaat naar 'Charles Mingus - Epitaph'.

In de categorie Bijzondere Uitgave Jazz wordt 'Kind Of Blue, 50th Anniversary Edition' van Miles Davis bekroond en de verzamel-cd 'Onder De Groene Linde' in de categorie Bijzondere Uitgave World. Dianne Reeves krijgt de Edison Jazz Oeuvreprijs 2009 uitgereikt tijdens het gala in november.

(Jacques Los, 24.10.09) - [print] - [naar boven]





Nieuws
Internationaal platencontract voor Wouter Hamel


De Amsterdamse jazzzanger Wouter Hamel gaat zijn platen binnenkort internationaal uitbrengen. Hij tekende onlangs een contract met het Britse label Decca/Universal voor het wereldwijd uitbrengen van zijn muziek en het maken van een nieuw album.

Hamel heeft de deal te danken aan een toevallig bezoek van een Britse toerist aan Amsterdam. "Ik kreeg plotseling een mailtje doorgestuurd via mijn website van een mevrouw uit Engeland die mijn muziek had gehoord in een winkel tijdens het shoppen in Amsterdam. Nou krijg ik wel eens vaker berichten van muziekliefhebbers, maar dit bleek een geval apart te zijn." Deze 'fan' kende de juiste mensen in de muziekwereld in Engeland en zo kwam het album bij de juiste persoon bij Universal terecht.

"Een A&R-medewerker van Universal en de baas van het label Decca (Universal) zijn na het horen van mijn muziek overgevlogen uit Londen en toen was de beslissing gevallen, bleek later. En alles op onze voorwaarden, dat was uiteraard erg belangrijk. Geen covers, behalve als ik daar zelf zin in heb. Volledige vrijheid dus."

De internationale versie van het album 'Nobody’s Tune' zal vanaf 1 febuari 2010 uitgebracht worden. Groot-Brittannië is het eerst aan de beurt, waarna Hamels muziek ook in Duitsland, Frankrijk en de rest van Europa en de wereld uitkomt. Fans in Japan en Korea kunnen het album waarschijnlijk al in december 2009 krijgen.

Bron: NU.nl

(Maarten van de Ven, 24.10.09) - [print] - [naar boven]





Concert
Openingsconcert Flat Earth Society zet de toon

donderdag 18 september 2009, JazzCase, Dommelhof, Neerpelt

Het openingsconcert van het nieuwe JazzCase-seizoen was meteen een voltreffer met de bigband Flat Earth Society (FES), die zorgde voor een stevige brok muziek voor een talrijk en enthousiast publiek.

Deze zomer speelde de band een ongelooflijk sterk concert in het park Den Brandt in het kader van Jazz Middelheim, als opwarmact voor publiekstrekker John Zorn, Lou Reed en Laurie Anderson. Helaas ontglipte dit optreden deels aan mijn aandacht wegens te reikhalzend uitkijken naar wat volgen ging. Ten onrechte bleek achteraf, want te oordelen aan de vele positieve recensies overklaste FES moeiteloos dit trio met een gebalde en gefocuste set. Shame on me.

In Dommelhof bracht FES een uitgebreide set die meer dan twee uren duurde, weliswaar onderbroken door een korte pauze en een stroompanne. Een non-stop en adembenemend concert, vol speelse muzikale wendingen en doorspekt met humor - niet enkel in de geestige songtitels, maar ook vervat in bizarre en grappige muzikale kronkels en slotakkoorden.

Een setlist met uitsluitend werk van hun laatste cd's, 'Cheer Me Perverts' (voor wie het nog niet wist: een anagram voor Peter Vermeersch) en 'Psychoscout'. Met enkele nieuwe nummers werd ook een tipje gelicht van de in het najaar te verschijnen 'Answer Songs', een cd met daarop muziek geschreven als antwoorden op bestaande en bekende songs.

Met de pletwals 'Psychoscout' werd meteen de typische FES-sound neergezet: een adembenemend tempo, waanzinnig swingend rondom een stevige groove. Deze niet aflatende wall of sound werd verder gezet in 'Rearm, Get That Char!', met Bart Maris schreeuwend op trompet en het heerlijke vibrafoongeluid van Tom Wouters. Het als ballad aangekondigde 'Kotopoulopology' begon erg chaotisch, om over te vloeien in wondermooi pianospel van Peter Vandenberghe. Helaas van korte duur, want het geheel sloeg in alle heftigheid op hol en dreigde zelfs grotesk uit de bocht te vliegen met hectische blazerklanken die alle kanten uitspatten.

Ook in 'Bad Linen' werd een solide geluidsmuur opgetrokken en een spanning opgebouwd die je bij het nekvel greep om je niet meer los te laten. Met de schreeuwende sax van Benjamin Boutreur, voortgestuwd door een uitbundige Teun Verbruggen op percussie. Spectaculair, bruisend en zonder rustpauze, in een waanzinnig circus van geluid. Zoals het koortsachtige 'Clusterthing', een cluster van verschillende muzikale ritmes en tempi, neurotisch en tegelijkertijd bombastisch door de zangpartijen. Of de improviserende sax van Michel Mast in 'Smoke On Fire, The King Is Burning', begeleid door een schitterende en nadrukkelijk aanwezige Pierre Vervloesem op gitaar, later aangevuld door Vandenberghe op piano.

Met 'Without' werd het concert na de pauze traag en chaotisch terug op gang getrokken met fragiel pianospel, waarna het geheel ontaarde in een bizarre treurmars. Opmerkelijk anders van stijl was het hectische 'Drizzlin’ On Heels', opgejaagd gezongen door Tom Wouters, een nummer dat ook op de nieuwe cd zal prijken. Het meest toegankelijke nummer van de set was ongetwijfeld 'Gulls & Buoys', dat probleemloos een achtervolgingsscène uit een Bondfilm zou kunnen begeleiden. Voortstuwende, pompende en stampende blazers, met een sublieme Kristof Roseeuw op contrabas en trompettist Bart Maris op de achtergrond. De vaart in het concert was niet te stoppen. Zelfs de korte stroomstoring tijdens 'Too Sublime In Sin' onderbrak maar even de op hol geslagen machine, die na dit intermezzo improviserend probleemloos de draad weer opnam.

Een concert als een wervelwind, met een band die in grote vorm stak en enthousiaste muzikanten die voluit gingen en overliepen van speelplezier. FES onderscheidt zich van andere bigbands door haar geslaagde mix van invloeden uit jazz, funk en rock met circus- en fanfaremuziek. Een kruising als het ware tussen de bizarre experimenten van Frank Zappa's Mothers Of Invention en het Willem Breuker Kollektief, kleurrijke en avontuurlijke muziek vol contrasten en gekruid met speelse humor. Deze cross-over is uniek en vormt de identiteit van de groep. Het stelt hen in staat om een breed publiek te boeien. Visuele muziek ook, en dit niet enkel door het wervelende spektakel op de scene, maar ook omdat je er je eigen filmbeelden bij kan verzinnen.

Maar al deze clichés en geplakte etiketten zijn ontoereikend om weer te geven wat een adembenemend concert FES hier neerzette... en daarmee het vierde JazzCase-seizoen groots opende.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Cees van de Ven.

(Robert Kinable, 22.10.09) - [print] - [naar boven]





Nieuws
Blue Note-maand bij Radio 6


Publieke jazzzender Radio 6 staat sinds afgelopen maandag een maand lang in het teken van muzieklabel Blue Note, dat 70 jaar bestaat. Het jazzlabel bracht vele legendarische albums van grote jazzartiesten uit, waaronder albums van Art Blakey, Thelonious Monk, Herbie Hancock en Clifford Brown. Maar Blue Note bood ook onderdak aan wat minder opvallende, maar evengoed zeer interessante orginators als Andrew Hill, Herbie Nichols en Larry Young.

In het ochtendprogramma 'The Beat' staat iedere ochtend een klassiek Blue Note-album centraal. Sylvana Simons ontvangt in haar programma 'Sylvana’s Choice' verschillende gasten, van Blue Note-kenners als Hans Mantel tot artiesten als zangeres Denise Jannah. In haar gelijknamige televisieprogramma zijn vier korte documentaires te zien over de geschiedenis van het label. 'Sylvana’s Choice' is iedere zondag te zien bij de NPS op Nederland 2 om 17.10 uur. Aansluitend zendt Cultura via digitale televisie en internet een Blue Note-concert uit. In het middagprogramma 'Mijke’s Middag' draait het de komende weken allemaal om livemuziek. Iedere vrijdag treden er Nederlandse Blue Note-artiesten op.

Op de website van Radio 6 kunnen bezoekers via de speciale Blue Note-luisterpaal naar bekende en minder bekende Blue Note-albums luisteren. Complete albums als 'Birdland 1951' van Miles Davis, 'Moanin’' van Art Blakey en 'Tourist' van St. Germain staan online.

Kijk voor meer informatie op de
website van Radio 6.

(Maarten van de Ven, 22.10.09) - [print] - [naar boven]





Concert
Leading Lady Tineke Postma on-Nederlands goed!

Tineke Postma Quartet, vrijdag 9 oktober 2009, Toonzaal, Den Bosch

Nauwelijks gezeten, al bij de intro van het eerste nummer 'Searching And Finding' kippenvel krijgen; het is niet voor iedereen weggelegd om dat te bewerkstelligen. Niet alleen door de karakteristieke, smachtende klank van het instrument, maar in de eerste plaats door de zeer persoonlijke en gevoelige manier waarop saxofoniste Tineke Postma de sopraansaxofoon bespeelt en volledig tot zijn recht laat komen in de door haar geschreven en of gearrangeerde composities.

De in New York met haar internationale kwartet opgenomen cd 'The Traveller' staat deze avond centraal in de Toonzaal te 's-Hertogenbosch. Ditmaal vertolkt door haar Nederlandse kwartet, bestaande uit Marc van Roon (piano), Frans van der Hoeven (contrabas) en Roy Dackus (drums), de vervanger voor Martijn Vink.

In de eerste set komen alle sterke facetten van deze ambitieuze dame en haar kwartet aan bod. Ook op altsaxofoon toont Postma de overtuigende en indringende kracht van het instrument en haar componerende gave, zoals in het nummer 'The Line'. Een duidelijke opbouw in de nummers is te herkennen; via modulaties lopen ze naar een climax. Vloeiende melodieuze thema's, telkens wederkerend, wisselen elkaar af. Snelle rifs, zuiver vloeiend tussen hoog en laag, zorgen mede voor het avontuurlijke karakter van haar composities. In de tweede set volgen Postma's prachtige interpretaties van 'Equipoise' (Stanly Cowell), 'I Love You' (Cole Porter) en een zeer mooi en knap gearrangeerde versie van het klassieke 'Adagio 13' van de klassieke Braziliaanse componist Heitor Villa Lobos.

De kwaliteit van deze hoogstaande jazz wordt nog eens extra versterkt door de inbreng van de persoonlijkheden die haar terzijde staan. Duizendpoot Frans van der Hoeven, die in Nederland grote bekendheid geniet in jazzkringen, zorgt met een strakke belijning in zijn inventieve spel voor de constante factor. De zeer bewogen pianist Marc van Roon zet naast Tineke een duidelijke 'rechterhand' neer - er is zeer zeker sprake van een muzikale connectie tussen deze twee goed op elkaar ingespeelde muzikanten. In zijn solo's lijkt Van Roon met niets te beginnen, maar gaandeweg ontwikkelt zich een prachtig gevoelig, maar ook ingenieus klankenavontuur. In dit rijtje valt drummer Roy Dackus helaas buiten de boot. Alhoewel er op zich niets aan te merken valt op zijn spel en hij soms echt lekker op dreef lijkt, is hij (nog) geen muzikale persoonlijkheid en voegt hij niets toe aan het geheel.

Deze jonge, talentvolle en veelbelovende saxofoniste is hard bezig Nederland te veroveren. Haar carrière speelt zich grotendeels af in het buitenland zoal Amerika, Japan en Frankrijk. Zij speelde op grote internationale festivals zoals North Sea Jazz en Middelheim, zelfs in een uitverkochte Carnegie Hall. Ook sleepte ze menig prijs in de wacht; dit jaar nog won zij de Jazz Juan Revelations Award 2009 en de publieksprijs in Frankrijk.

Haast on-nederlands goed is deze Leading Lady te noemen. Haar spel zit vol emotie, is zeer melodieus en haast perfect tot in de puntjes. Ze straalt klasse en allure uit en ontpopt zich (ook tijdens dit concert) als een bandleider van formaat. Zelf vindt ze dat haar muziek mensen moet raken. Dat ze haar doel bereikt heeft, mag duidelijk zijn.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Cees van de Ven.

(Donata van de Ven, 21.10.09) - [print] - [naar boven]





Mdungu - 'Afro What!?' (Music And Words, 2009)
Opname: 2008

Benjamin Herman stond aan de wieg van het ontstaan van dit internationale gezelschap dat Afrikaanse muziek combineert met surf, rock en jazz en debuteert met deze cd. Uitgerust met een sterke blazerssectie, staat de muziek voornamelijk in het teken van de groove, die de luisteraar aan het dansen moet krijgen. Gelukkig is er ook genoeg ruimte voor diepgang, en gaan melancholie en vrolijkheid vaak hand in hand. Zo komt de muziek ook buiten de dansvloer tot zijn recht.

Op 'Afro What!?' verkent Mdungu het hele spectrum van stijlen en emoties. De blazers zijn uitdrukkelijk naar voren gemixt, waardoor de rest van de band soms wat vlak klinkt. Je zou bijna vergeten dat er nog veel meer interessante muzikanten aanwezig zijn, zoals gitaristen Frank Gones en Michiel Bel. Zij schitteren met name op de tweede helft van de cd in een aantal sterke stukken.

Eén van de invloeden is daarbij de Malinese gitarist Ali Farka Touré, die op het slotstuk van de cd wordt geëerd. Ook de vloeiende, melodieuze licks van het prijsnummer 'Rio Nights' mogen niet onvermeld blijven. Verder kent de cd een aantal vocale gastbijdragen, die helaas niet overal overtuigen. Met name het vlakke 'Confusion' is als compositie weinig verrassend. Gelukkig staan daar veel sterke en uitbundige nummers tegenover. Met name de sterke tweede helft van de cd blijft in de huiskamer overeind. Live heeft de band zich al flink bewezen. Een bijzondere, nieuwe band die een brede aandacht verdient.

Op zaterdag 31 oktober speelt Mdungu in Paradox, Tilburg.

Meer horen?
Op de
MySpace-pagina van Mdungu is het album 'Afro What!?' in zijn geheel te beluisteren.

(Eric van Rees, 21.10.09) - [print] - [naar boven]





Sonny Rollins: de man die telkens terugkomt

"De akoestiek heeft invloed. De manier waarop een publiek reageert – ja, dat is zo, daardoor kun je extraverter gaan spelen. Of het kan je juist meer ingetogen maken. Een publiek dat licht ontvlambaar is, dat zeer enthousiast is, heeft vermoedelijk een gunstig effect. Van de andere kant: als je een publiek hebt dat niet enthousiast reageert, kan dat tot gevolg hebben dat je tot dingen komt die je anders niet zou doen. Dus het kan op twee manieren uitpakken. Een enthousiast publiek is over het algemeen te prefereren. Maar ik geloof dat je het nooit van het publiek af mag laten hangen. I feel it's up to the musicians. Ik wil geen enkel publiek een kat geven. Het ene publiek is natuurlijk beter op de hoogte dan het andere. Maar of ze nou op de hoogte zijn of niet, je hebt tot taak tot ze door te dringen."

Aldus de bij leven al legendarische tenorsaxofonist Sonny Rollins, die morgenavond een optreden geeft in de Groninger Oosterpoort. Eddy Determeyer schreef een uitgebreid artikel over dit wonderkind dat nog lang niet is uitgespeeld. Lees het hier.

(Maarten van de Ven, 21.10.09) - [print] - [naar boven]





Jazz op verzoek #10
Goudsmit brengt gedurfd en contrasterend programma
Festival Jazz International Rotterdam 2009, zaterdag 26 en zondag 27 september 2009, De Doelen, Rotterdam

Van 22 tot en met 27 september 2009 vond in Rotterdam de negende editie plaats van Festival Jazz International. Het is sinds 2001 traditie dat een jazzmusicus wordt uitgenodigd om samen met de festivalorganisatie het programma samen te stellen. Dit jaar was gitarist en componist Anton Goudsmit aangezocht als artistiek leider. Zijn motto - "punkyrockyelectroachtigjazzy dingen" – stond voor een spannend en veelzijdig programma, waarin vooral 'het bandgevoel' werd benadrukt.

Zaterdag was er een sterke opening; de jazzfunkband The Ploctones met een geweldige sfeer, vol vrolijke energie. Stevige en precieze ritmes door Martijn Vink (drums) en Jeroen Vierdag (bas) gingen hand in hand met het temperamentvolle spel van saxofonist Efraïm Trujillo. Goudsmits onuitputtelijke spelplezier en het humorvolle gebruik van effecten met zijn elektrische gitaar was als altijd een genot. Tempi en spanningsbogen hielden het publiek in de ban en de tijd vloog. Een succesvol begin met veel elan.

Na een korte wandeling naar de Fortis Bank Zaal, die de charme van een kleurloze collegezaal heeft, volgde het concert van de Noorse gitarist en zanger Nils-Olav Johansen. Een mix van country & western-muziek met een klein aandeel jazz. Hun stijl was zacht en melodieus. Helaas werd het een wat saai concert zonder energie. Het trio kon bepaald niet overtuigen en liet geen sterke indruk achter. Jammer, want met Mats Eilertsen op bas en Andreas Bye op drums zou dat toch mogelijk moeten zijn.

Terug in de Willem Burger Zaal was het trio van pianist en keyboardeer Uri Caine, Bedrock, al begonnen. Hier was een mix van jazz, fusion en een psychedelische sfeer uit het verleden te ontdekken. Een mooie stevige beat van drummer Zach Danziger, een virtuoze pianist en het gedegen basspel van Tim Lefembre. Daarna was het de beurt aan zangeres Barbara Walker. Ze zong met volle stem en toonde zich een ware entertainer. Het was moeilijk om bij haar concert stil te blijven zitten.

Nieuwsgierig en met hoge verwachtingen werd uitgekeken naar het Jasper Blom Trio, met Arnold Dooyeweerd (bas) en Flin van Hemmen (drums). Dit concert was ongetwijfeld het tweede hoogtepunt van deze avond. Improvisatie op zijn best, fijne kamerjazz en een interactie van de muzikanten zoals je die graag hoort. Bijzonder vermeldenswaard was de opmerkelijke progressie qua muzikale ontwikkeling van drummer Van Hemmen. Zijn artistieke rijpheid en ritmische fijngevoeligheid maakten je enthousiast. Een jonge muzikant die in de gaten moet worden gehouden en van wie wij nog veel zullen vernemen.

De avond werd afgesloten met de Flat Earth Society uit België. Een van de meest avontuurlijke onconventionele bigbands überhaupt. Na de muziek van het trio Jasper Blom was de tegenstelling enorm en veel mensen hielden het hier voor gezien.

Zondag werd geopend door het Joris Roelofs Kwartet. Een nieuwe formatie van de saxofonist en klarinettist met Aaron Goldberg (piano), Reginald Veal (bas) en Gregory Hutchinson (drums). Het was een uitgelezen, zeer elegant concert met eigen moderne composities en smaakvol opnieuw gearrangeerde standards. Met sterke interactie en ook veel ruimte voor uitgebreide solo's. Zeer genietbaar waren de humorvolle en intense dialogen tussen bas en drums, die soms de show stalen. Een zeer sterke prestatie van het jonge talent Roelofs.

Het trio Azul, met Frank Möbus (gitaar), Carlos Bica (bas) en Jim Black (drums) gaf vervolgens een optreden met een fascinerende combinatie van vrije moderne, progressieve muziek en een subtiele sfeer. Möbus deed zijn reputatie als avant-garde gitarist alle eer aan; hij toonde zich de maestro van ironie en vrije geluiden, en onderzocht onbevangen nieuwe effecten. Een fris, vrolijk en humorvol concert.

Heel anders dan de fijnzinnige klanken van Fugimundi. Enkel de combinatie van het trio, bestaande uit pianist Harmen Fraanje, trompettist Eric Vloeimans en gitarist Anton Goudsmit, maakte al nieuwsgierig. Een concert waarin 'geheime' geluiden gezocht en samengevoegd werden. Gevoelige interactie op hoog niveau. Een succesvol contrast in deze formatie was Goudsmit, die de dromerige, romantische stemming een bepaalde charme en spanning gaf.

De meest uitzonderlijke formatie van het festival was zeker Knalpot, bestaande twee experimentatoren van geluidswerelden: Raphaël Vanoli (gitaar en elektronica) en Gerri Jäger (drums). Toegegeven, het duurt even voordat je in hun muziek bent doorgedrongen en het is niet eenvoudig om woorden te vinden om het gehoorde te duiden. In ieder geval waren achter de geluidsturbulenties en het elektronische grenzeloze spel fijne luistermomenten verborgen. Aan de ene kant waren er de futuristische vulkaanuitbarstingen van geluid, een volgend moment bracht het duo je in een betoverende trance. Bijna beangstigend psychedelisch. Spannend en goed om te zien dat er dergelijke moedige pioniers bestaan.

Het was een festival met een gedurfd en contrasterend programma. Met bekende en minder bekende namen. Met hedendaagse en traditionele muziek. Veel experiment, maar ook conventioneel. Een goede combinatie.

Meer horen?
Het onvolprezen radioprogramma VPROJazzLive wijdde drie uitzendingen aan het Festival Jazz International Rotterdam 2009. Klik hier om de concerten van The Ploctones en Uri Caine Bedrock online terug te luisteren. Hier luister je naar de concerten van Flat Earth Society en het Joris Roelofs Quartet. En hier vind je de streams van de concerten van Fugimundi en Trilok Gurtu.

(Sabine Fleig, 20.10.09) - [print] - [naar boven]





Ineke van Doorn over professioneel zingen

Trijntje Oosterhuis noemt het in het voorwoord "een soort Lonely Planet-gids, maar dan voor zangers", het nieuwe boek dat zangeres Ineke van Doorn heeft geschreven: 'Professioneel Zingen voor iedereen'. Van Doorn, gekend van haar bijzondere manier van zingen, met name op het gebied van de avontuurlijkere improjazz (vaak samen met echtgenoot/gitarist Marc van Vugt), vertelt hierin over zangtechniek, studeren, optredens en audities.

Het is naar eigen zeggen het eerste Nederlandstalige boek dat geheel gericht is op het zingen van pop- en jazzstijlen, waaronder (hard)rock, r&b, country, folk en musical. Zeer divers dus. Op een praktische manier verwerkte Van Doorn haar ervaringen als zangeres en zangdocente in het boek. Een prettig leesbaar handboek voor zowel de beginnende als de (zeer) gevorderde zanger(es). Boordevol oefeningen, waardevolle tips en duidelijke uitleg.

Geïnteresseerd? Klik dan
hier voor meer informatie en een uitgebreide inhoudsopgave. Uiteraard kunt u 'Professioneel Zingen' daar ook bestellen.

(Maarten van de Ven, 20.10.09) - [print] - [naar boven]





Gitarist Gijs Coolen in het diepe
maandag 12 oktober 2009, Jazzpower, Wilhelmina, Eindhoven

Een nummer van Gijs Coolen sprak boekdelen, maandag tijdens het concert rond deze Eindhovense gitarist. Het stond haaks op de hoekige, soms wild om zich heen slaande muziek van het kwartet dat op het podium van café Wilhelmina stond. Met zware akkoorden en manhaftige solo's lag dit ene nummer dicht bij de gitaarrock uit de jaren zeventig. Zo liet Coolen horen waar hij vandaan komt in een optreden waarin hij zich in het ongewisse waagde. Met een mengeling van euvele moed en koudwatervrees.

Improvisaties voerden de boventoon in dit concert. Het was al snel duidelijk dat het initiatief niet zozeer bij Coolen lag, maar bij trompettist Bart Maris. Deze is al jaren actief in het Belgische alternatieve circuit, en heeft zijn sporen verdiend in een terrein dat zich uitstrekt van dwarse rock tot circusmuziek, klezmer en vrije improvisatie. De drie andere musici hielden hem scherp in het oog, volgden zijn aanwijzingen. Bijna alsof ze zich voor het eerst aan de hand van de badmeester in het diepe waagden. Wat ze speelden waren verkenningen; de veiligheid van vaste structuren loslaten en met allerhande klankbrokken weer iets nieuws bouwen.

Het leverde spannende momenten op. Soms gingen ze zich te buiten in heftige passages waarin ze het geluidsniveau hoog opschroefden. Drummer Pieter Holkenborg mepte naar alles wat los en vast zat en Gijs Loots liet zijn linkerhand op en neer zwerven langs de hals van zijn basgitaar. Maar het leukst werd de muziek als iedereen stil viel. Terwijl Maris aangaf dat het nog niet afgelopen was naar zijn oordeel, keken ze elkaar aan, zoekend naar een uitweg. Een enkele keer opperde Holkenborg een roffel die eindigde met een doffe klap op de bastrom. Dat bleek een prima afronding.

Hoe zelfverzekerd musici kunnen zijn in volledige vrijheid bleek toen ook saxofonist Edward Capel het podium besteeg. In duet met Maris weefde hij prachtig opgloeiende lijnen, waar de anderen geestdriftig bij aanhaakten.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Cees van de Ven.

Deze recensie verscheen eerder in het Eindhovens Dagblad.

(René van Peer, 19.10.09) - [print] - [naar boven]





Rein de Graaff's Bebop Boek #7
Kenny Dorham - Part 2


Trompettist Kenny Dorham (1924-1979) is niet meer weg te denken uit de jazz, hoewel hij zijn leven lang in de schaduw van anderen heeft gestaan. In de veertiger jaren werd hij altijd pas genoemd na Dizzy Gillespie, Fats Navarro of Howard McGhee, en later waren het bijvoorbeeld Freddie Hubbard, Lee Morgan en Nat Adderley die hem wat bekendheid betreft overvleugelden. En toch speelde hij met alle grote musici, van Charlie Parker tot Ornette Coleman, had hij een geheel eigen sound en werd hij bovendien door al zijn collega's als een van hun favorieten beschouwd.

In twee delen volgt Rein de Graaff de muzikale handel en wandel van 'the most underrated player in the business' (aldus pianist Andrew Hill). Klik
hier om het tweede deel te lezen.

Meer weten?
Klik hier om het eerste deel van De Graaffs artikel over Kenny Dorham te lezen.

(Maarten van de Ven, 19.10.09) - [print] - [naar boven]





Nathalie Loriers - 'Moments d’Eternité' (W.E.R.F., 2009)

Met haar vorige project 'Chemins Croisés' verkende de Belgische pianiste Nathalie Loriers de huwelijkskansen tussen improvisatiemuziek en het Arabisch erfgoed. 'Moments d’Eternité' is een soortgelijke verkenningstocht, maar dan richting klassieke muziek. Nauwkeuriger gezegd: richting impressionisme. De sfeer op deze cd is overwegend bezonken. Het strijkkwartet onder leiding van Igor Semenoff blijft bescheiden op de achtergrond, brengt voornamelijk kleurtjes aan en creëert sfeertjes. In 'Intuitions & Illusions' treedt het meer op de voorgrond, in een aantrekkelijk huppelend motiefje.

Van bescheidenheid heeft trompettist Bert Joris, zeg maar de Belgische Eric Vloeimans, geen last. Hij is hier zeker zo prominent aanwezig als Loriers zelf, maar kleurt ook fraai met de strijkers – het merendeel van de arrangementen is van zijn hand.

Alleen in '400 Million Years Ago', het eerste stuk op de cd en het laatste, 'Obsessions', toont de pianiste iets van haar jazzachtergrond, met respectievelijk een soort Tristano-achtige lineariteit en vrolijke extraverte noten. Voor het overige lijkt ze hier vooral gepreoccupeerd met haar conservatoriumwortels.

Loriers schrijft ook aantrekkelijke thema's, die vaak bestaan uit een soort kiemcel die naar believen kan groeien en transformeren. Zo bevat 'Plus Près Des Etoiles' een dalend motiefje dat telkens terugkeert, in verschillende gedaanten. 'Neige' evoceert de reis van sneeuwvlokken die een paar honderd meter omlaag dansen en dan stil blijven liggen fonkelen. De maagdelijke aggregatietoestand, voordat het autoverkeer er grauwe pulp van fabriceert.

Deze recensie verscheen eerder in Jazz.

Meer horen?
Op de
website van Nathalie Loriers kun je van dit album drie tracks (gedeeltelijk) beluisteren: '400 Million Years Ago', 'Moments d’Eternité' en 'Danse Eternelle'.

(Eddy Determeyer, 18.10.09) - [print] - [naar boven]





Drumgeweld vertroebelt concert
Jobic le Masson Duo, donderdag 8 oktober 2009, SJU Jazzpodium, Utrecht

De in Nederland totaal onbekende Franse pianist Jobic le Masson verbleef een kort moment in Nederland om in de SJU met drummer John Betsch een concert te geven. Normaliter speelt het duo in triobezetting met bassist Peter Giron. Helaas moest laatstgenoemde voor dit concert afzeggen.

Le Masson, begin veertiger, heeft onder meer gestudeerd aan de Berklee School of Music en speelde tot nu toe met prominente Franse en internationale musici, waaronder Roy Campbell, Steve Potts, Daniël Erdman, Steve Potts en Jean-Jacques Avenel. Naast zijn eigen trio leidt hij een septet, speelt hij in de formaties van Aldridge Hansberry, Christine Flowers en Roy Campbell, en heeft hij een duo met Hanah Jon Taylor en Amy Gamlen. De thans in Parijs wonende Amerikaanse drummer John Betsch (geboren in 1945) heeft vooral met avant-gardisten als Dewey Redman, Archie Shepp, Steve Lacy, Maurice McIntyre en Henry Threadgill gespeeld. Hij is op talloze cd's (op labels als Enja, Soul Note en Verve) als sideman te horen.

Tijdens het concert bleek dat pianist Le Masson zijn inspiratie put uit de eigenzinnige, hoekige, spaarzame speelwijze van mensen als Thelonious Monk, Mal Waldron en Herbie Nichols. Behalve eigen composities werden eveneens composities van vooral Monk en Waldron vertolkt. Bij vlagen werden zijn akkoordensolo's afgewisseld met virtuoze single-note lijnen met de rechterhand. Naast het hamerende akkoordenspel wist hij in de ballads met zeer ingetogen en verstild pianospel een enorme spanning te creëren.

Helaas was de balans tussen piano en drums ver te zoeken. Betsch, die meer dan voortreffelijk drumt, swingt en adequaat reageert op de pianistische improvisaties en variaties, mist een substantieel gevoel voor subtiliteit. Na het volledig stuk gemepte 'Bemsha Swing' van Thelonious Monk was een met mallets begeleide Mal Waldron-ballad een verademing.

Gelukkig werd er na de pauze fijnzinniger gemusiceerd – ook door Betsch. Meer ballads – waarvan één gevoelig, maar niet geheel zuiver, gezongen door de drummer – en medium nummers. De tweede set deed de irritatie betreffende de onbalans in de eerste set snel vergeten. Het lijkt niet uitgesloten dat het gemis van de bas de hoge verwachtingen van dit concert enigszins deden tegenvallen.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Herre Vermeer.

(Jacques Los, 17.10.09) - [print] - [naar boven]





Masterclass en concert Trio BBG

Op zaterdag 9 januari 2010 organiseert Stichting SWING in samenwerking met Jazzpodium Hot House en BplusC, in het kader van 40 jaar Hot House, een masterclass van het Trio Bennink/Borstlap/Glerum. Drummer Han Bennink, pianist Michiel Borstlap en bassist Ernst Glerum maken deel uit van de befaamde Instant Composers Pool Orchestra. Daarnaast worden zij wereldwijd beschouwd als toonaangevend binnen de jazzmuziek. Zij zullen zes getalenteerde muzikanten een masterclass geven die voor publiek toegankelijk is. 's Avonds zal het Trio BBG zelf een concert verzorgen.

U kunt nu inschrijven voor deelname. Gevorderde muzikanten kunnen zich, bij voorkeur via mail, aanmelden via het secretariaat van Stichting SWING: info@swingweb.nl.
Stuur een korte biografie (maximaal 200 woorden) en motiveer in het kort waarom u deel wilt nemen. Stuur tevens een geluidsopname in mp3 of geef aan waar we op het internet een goede indruk kunnen krijgen van uw spel. De inschrijving sluit op woensdag 2 december, waarna een commissie de deelnemers selecteert. Deze worden uiterlijk 11 december schriftelijk en telefonisch op de hoogte gebracht. Deelname aan deze masterclass kost € 25,-.

(Jacques Los, 17.10.09) - [print] - [naar boven]





Eric Vloeimans' Gatecrash - 'Heavens Above' (Challenge Jazz, 2009)
Opname: december 2008

Na 'Gatecrashin' en 'Hyper', twee albums gebaseerd op een live-registratie, presenteert trompettist Eric Vloemans het derde album van zijn groep Gatecrash: 'Heavens Above'. Deze keer betreft het een studio-opname.

'Heavens Above' is een zeer gevarieerde plaat geworden, waarbij Vloeimans in vergelijking met de vorige twee albums iets meer het avontuur zoekt in zeer sferische, melodische en ingetogen klankkleuren. Het past ook bij hem; zijn prachtige en soms fluweelzachte toon komt in deze stukken uitstekend tot zijn recht.

Het is haast filmische muziek. Allerlei sferen en stemmingen komen voorbij: ingetogen, transcendent, strijdend, meditatief... zoals bijvoorbeeld in het nummer 'Hymm From Snow'. Dan juist weer heel uitgesproken, vrolijk en dansbaar, wat mooi naar voren komt in 'Fete De La Musique'. Of juist heel heftig funky, zoals in 'Maceo'.

Dat Gatecrash ook volledig loos kan gaan, komt fraai terug in 'Pedal To The Metal', met prachtig opbouwend en stuwend spel van toetsenist Jeroen van Vliet. Ook bassist Gulli Gudmundsson en de alert en inventief drummende Jasper van Hulten komen uitstekend tot hun recht.

Gatecrash is gegroeid als band. De band blinkt uit in evenwichtig en zeer hecht samenspel, terwijl het avontuur niet geschuwd wordt in de improvisaties. Het meest verdienstelijke van Vloeimans en zijn muziekvrienden is misschien wel, dat de intensiteit en energie die vrijkomt bij live-performances ook op 'Heavens Above' is terug te horen. Aanrader!

(Koen Scherer, 16.10.09) - [print] - [naar boven]





Aanstekelijke Americana-jazz
Ben Allison & Man Size Safe, vrijdag 2 oktober 2009, Vooruit, Gent

Dinsdagavond verkeerden we in de balzaal van Vooruit in het fijne gezelschap van een Bijlokepubliek én van Ben Allison. Amper een paar uren eerder was de bassist met zijn begeleidingsgroep Man Size Safe uit New York op Zaventemse bodem neergedaald, en de jetlag zat er nog een beetje in. Voornamelijk toch bij trompettist Shane Endsely, die bij elk nummer wel opnieuw leek te moeten opwarmen. Het zette een beetje een domper op een anders gretig verslonden en geanimeerd concert, maar kijk: de andere groepsleden kwamen er des te beter uit.

'Americana' maakt grote kans op het jazzwoord van het jaar. Bill Frisell kreeg het epitheton eerder al een paar keer opgeplakt tijdens de zomerfestivals, en ook de Scofieldiaanse gitaar van Steve Cardenas kon aan de vergelijking niet ontsnappen. Niet erg, want de gitarist wrong zich in allerlei bochten en beroerde velerlei pedaaltjes om zijn sound in de goede groove te krijgen. En waar Endsely dan een beetje buitenspel mocht worden geplaatst, was er wél sprake van synergie tussen de rest van de groepsleden.

De muziek was zeer aanstekelijk en uptempo. Niet verwonderlijk ook, als Allison jaren '70-rock als één van de grote invloeden op zijn nieuwe album noemt. De muzikanten amuseren zich ook zichtbaar, de bassist niet het minst, met als orgelpunt het wel heel heavy gebrachte 'Platypus', opgedragen aan Charles Darwin. Enorm grappig overigens, de manier waarop Allison zijn contrabas bespeelt (of moet dat zijn: berijdt?). Het is de beste positie om contact te houden met de groepsleden en met het publiek, maar het ziet er bijwijlen een beetje hilarisch Freudiaans uit. Het was een dynamisch concert — zeker als u de trompettist even vergee(f)t.

(Bruno Bollaert, 15.10.09) - [print] - [naar boven]





Interview
De jonge jaren van Benjamin Herman


"Het gaat er nooit om hoeveel noten je speelt. Als ik dat gevoel heb bij bepaalde muziek luister ik daar gewoon niet naar. Zo heb je ook muzikanten die van die snelle ingewikkelde dingen leuk vinden, liefst in zevenkwartsmaat. Daar gaat echt niemand voor zijn lol naar luisteren, is mijn mening." (uit een interview van Remco Takken in 2004)

Waar liggen de roots van deze telg uit een muzikaal gezin die op zijn negende begon te drummen en op zijn twaalfde overstapte naar de saxofoon? Hij werd idolaat van Charlie Parker en zou in diens schoenen willen staan op 18 september 1948 toen deze 'Parker’s Mood' opnam. Hij snapt nog steeds niet dat niet alle jongeren gek zijn op jazz. Zijn grootste angst? Lege zalen. Hij wenst dat 'God Only Knows' van de Beach Boys op zijn begrafenis gedraaid zal worden.

Lees hier een interview van Matt Dings over de jonge jaren van Benjamin Herman.

Meer weten?
Lees hier twee eerdere interviews met Benjamin Herman.

(Cees van de Ven, 14.10.09) - [print] - [naar boven]





Keefe Jackson's Fast Citizens – 'Ready Everyday' (Delmark, 2006)
Opname: juli/augustus 2006

Hoewel het merendeel van de Fast Citizens er oorspronkelijk niet vandaan komt, heeft deze groep zich vanaf 1995 in Chicago gevestigd. Tenorsaxofonist Keefe Jackson formeerde zijn band in 2003. In de band zitten, met uitzondering van de veertigplusser cellist Fred Lonberg-Holm, Jacksons generatiegenoten – dertigers – altsaxofonist Aram Shelton, cornettist Josh Berman, bassist Anton Hatwich en drummer Frank Rosaly.

De muziek van de Fast Citizens roept reminiscenties op aan die van Ornette Coleman; aansprekende, niet al te ingewikkelde en veelal unisono uitgevoerde composities en vrije solo's gebaseerd op melodische lijnen. Het levert interessante en spannende muziek op, met name in 'Blackout', een compositie van Shelton, waarin hij in het tweede deel op een tapijt van lange unisono-noten (tenorsax, cornet, cello) een intensief opbouwende rapsodisch en tremolo geblazen solo produceert.

In 'Saying Yes' volgt na een swingende cornetsolo een a-capella blazersinstrumentatie, waarna Jackson boven gestreken cellolijnen een bijtende, welhaast Rollinsiaanse solo blaast. In ditzelfde nummer is de swingende en gearticuleerde bassolo eveneens het vermelden waard.

Met name de beide rietblazers soleren intens, gepassioneerd en op hoog technisch niveau. Cellist Lonberg-Holm speelt een bindendende rol, gestreken en pizzicato, in het sextet. Ook zijn solo's zijn de moeite waard. Met uitzondering van 'Blackout' en Lonberg-Holms 'Pax Urbanum' zijn de overige nummers van de hand van Keefe Jackson. Vanwege de voortreffelijke solo's en de sterke composities is deze cd zeer aan te bevelen.

Meer horen?
Op de
MySpace-pagina van Keefe Jackson kun je van dit album drie tracks (gedeeltelijk) beluisteren: 'Band Theme', 'Ready Everyday' en 'Signs'.

(Jacques Los, 13.10.09) - [print] - [naar boven]



Tineke Postma bij IMN

Saxofoniste Tineke Postma is aangetrokken door het Amerikaanse jazzagentschap International Music Network (IMN). Het befaamde agentschap gaat voor de Friese muzikante internationale boekingen verzorgen. IMN vertegenwoordigt wereldsterren zoals Dianne Reeves, Richard Bona, Brad Mehldau, Youssou N'Dour en Wayne Shorter.

(Jacques Los, 13.10.09) - [print] - [naar boven]





The Jazztube
Art Ensemble Of Chicago - 'A Jackson In Your House'


In het kader van de geboortedag van de flamboyante trompettist Lester Bowie (die in 1999 overleed) brengt The Jazztube een eerbetoon met een liveopname van een van de meest opmerkelijke working bands die de free jazz voortbracht: The Art Ensemble Of Chicago. Dit avant-garde jazzensemble ontstond eind jaren zestig uit The Association for the Advancement of Creative Musicians (AACM), een non-profit organisatie, die mei 1965 was opgericht door een groep muzikanten rond pianist/componist Muhal Richard Abrams uit Chicago, met als doel "nurturing, performing, and recording serious, original music".

De naam en faam van The Art Ensemble berust op een aantal pijlers. De groep integreerde diverse muzikale invloeden (zoals funk en reggae) in hun zeer originele muziek. Dan was er hun multi-instrumentalisme - zij verrijkten de traditionele jazz line-up met wat ze noemden 'little instruments': allerlei soorten belletjes, windgongen, speelgoedinstrumenten en een uitgebreid arsenaal aan percussie-instrumenten. En tenslotte was daar hun opvallende gebruik van kleurrijke kostuums en schmink. Toen de groep Europa aandeed in 1969 - het publiek stond hier meer open voor dit soort muziek - sleepten ze meer dan 500 instrumenten mee.

Een en ander mag echter niet afleiden van het feit dat The Art Ensemble Of Chicago fascinerende muziek heeft nagelaten. Om daarvan een goede indruk te krijgen verwijs ik graag naar de opnamen die de groep maakte voor het Nessa-label in 1967-68 (verzameld op een mooie 5-cd box) en het onvolprezen meesterwerk 'People In Sorrow' uit 1969 (oorspronkelijk verschenen bij Nessa, later verrassend genoeg bij EMI): een veertig minuten durend, meeslepend en zeer dynamisch geluidsavontuur, van fluisterzacht tot snerpend bijtend. Voor de liefhebbers weliswaar, maar van grote klasse.

Hier horen en zien we het Art Ensemble in actie tijdens een concert op het Jazzfest Wiesen (Oostenrijk) in 1990. Naast trompettist Lester Bowie bestaat de band uit de saxofonisten Roscoe Mitchell en Joseph Jarman, bassist Malachi Favors (overleden in 2004) en drummer/percussionist Don Moye.

Klik op bovenstaande afbeelding om de video te bekijken en te beluisteren.

Labels:

(Maarten van de Ven, 11.10.09) - [print] - [naar boven]





Perfecte versmelting van drie muzikale persoonlijkheden
Carlos Bica & Azul, vrijdag 2 oktober 2009, Paradox, Tilburg

Krachtige rockinvloeden gecombineerd met jazz en vrije improvisaties zijn de ingrediënten in dit uitzonderlijk temperamentvolle trio. De Portugees Carlos Bica, misschien de meest onbekende van het drietal, blonk uit tijdens een steeds lieflijke omarming van zijn bas, in romantische, lyrische klanken. Deze prachtige muzikant is in staat zijn diepe innerlijke kracht om te zetten in subtiele fluistertonen, zangerige vioollijnen, maar ook in donkere, warme ondertonen. Het gevolg was een haast perfecte samensmelting met de zeer persoonlijke invulling door de twee andere heren: de Amerikaanse drummer Jim Black en de Duitse gitarist Frank Möbus.

Bica speelde jarenlang met de Portugese zangeres Maria João en speelde op belangrijke jazzfestivals met grote namen als Ray Anderson, Kenny Wheeler en Aki Takase. Hij maakte een zestiental cd's waarvan vier met Möbus en Black, die telkens prachtige kritieken opleverden. Hun debuutalbum 'Azul', werd uitgeroepen tot jazzalbum van het jaar in Portugal en de opvolger 'Twist' werd onthaald als een meesterwerk. Als laatste verscheen in 2006 de cd 'Believer', in de pers reeds betiteld als "Die Magie der Gestaltung".

Drummer en epicentrum Jim Black deed iedereen rechtop zitten door zijn kracht en dynamiek. Zijn haast melodische aanpak en gevoel voor harmonie maakte dat je steeds op het puntje van je stoel zat in afwachting van de afloop van dit muzikale avontuur. Hij werd geflankeerd door gitarist Frank Möbus, die met zijn zwoele zomeravondakkoorden en fraaie melodielijnen het kringetje rondmaakte.

De bescheiden, schijnbaar introverte uitstraling van de heren onderling werd teniet gedaan door de combi van individuele muzikale kwaliteiten en eigenschappen. De sleutelwoorden van het uiteindelijke resultaat mogen ingenieus, inventief en authentiek genoemd worden.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Cees van de Ven.

(Donata van de Ven, 10.10.09) - [print] - [naar boven]





Edwin Rutten – 'To Keep You Warm' (Baileo, 2009)

Hoe lang Edwin Rutten het nog uithoudt als presentator van het dagelijkse programma 'Jazz Op Zes' is de vraag. Sinds Radio 6 zich profileert als De Jazzzender heeft de redactie, het homeopathisch beginsel 'minder is meer' indachtig, besloten dat ze maar het best een soort 'hippe' versie van 638 kunnen maken, aangezien eigenlijk alles immers jazz is. Ook tante Aenny dus, ben je geneigd te concluderen. Rutten is een freelancer die zijn stem leent aan iedereen en alles: musicals, kinderprogramma's, opera. Maar hij is ook een integere vent, vandaar de overweging waarmee dit stukje begon.

Als Edwin dus onverhoopt wat meer tijd krijgt zouden we hem wellicht weer wat vaker op de vaderlandse jazzpodia kunnen zien. Hij heeft 'het', getuige deze cd, nog altijd. Verrassend zijn de Nederlandse teksten, van Tonny van Verre, Harry Bannink, Hans Andreus en, vooral, Haye van der Heyden. Die laatste heeft met zijn bewerking van Irving Berlins 'Cheek To Cheek', dat 'Hand In Hand' werd, een huzarenstukje afgeleverd. Hij heeft de cadans en de klank van de oorspronkelijke tekst prachtig weten te bewaren. De opening 'Heaven, I’m In Heaven' werd 'Heerlijk, Het Is Heerlijk' en 'Dance With Me' 'Denk Maar Niet'. Meesterlijk, om een gevleugelde uitdrukking van Rutten zelf te gebruiken. Terecht dat vertalers zo dik betaald worden ;-).

Edwin Rutten is de trait d'union tussen swingcrooner Jan de Vries en popidool Wouter Hamel. Van Mel Tormé heeft hij zijn koele aanpak, waardoor 'The End Of A Love Affair' een introspectief karakter krijgt. Hij neemt de song langzamer dan gebruikelijk, maar legt er ook een onderhuids gevoel van verontwaardiging in. Daar hebben we maar twee woorden voor: grote klasse.

Deze recensie was eerder te lezen in Jazz.

(Eddy Determeyer, 10.10.09) - [print] - [naar boven]





Een welkome aanwinst: het Harmen Fraanje Trio
donderdag 1 oktober 2009, Jazz at the Crow, Kraaij & Balder, Eindhoven

Eindelijk heeft hij dan zijn eigen pianotrio. En het grossierde klinkende visitekaartjes in Jazz at the Crow in een ongemeen spannend concert. Fraanje zei blij te zijn met dit trio. Dank je de koekoek zeg, wat een samengebalde kwaliteiten en empathisch vermogen was hier bijeen! Een trio met een aansprekend eigen geluid en zonder twijfel internationale potentie.

De musici participeren alle drie gelijkwaardig en zijn ook van gelijk caliber. Van Fraanje kenden we al zijn sterke kanten, Van der Feens kwaliteiten zijn ook genoegzaam bekend, maar dat de in New York wonende drummer Flin van Hemmen muzikaal zo enorm gegroeid was, daarvan vielen veler monden open. Hier was het resultaat veel meer dan de som der delen! Niet eerder hoorden we Fraanje in zo'n hechte setting, totaal zichzelf en op zijn plaats.

Er werd naar hartenlust geïmproviseerd. Het avontuur werd gezocht. Dat resulteerde een avond lang in muzikale versnaperingen die deden watertanden. Sferische stukkken in vast metrum of losjes, staight-ahead werk afgewisseld met modale composities met grillig ritmische wendingen die uiterste alertheid vergden van elk triolid. En nimmer was er een spoor van routine in hun spel te bespeuren. Dit alles hield de toehoorder nieuwsgierig naar elk volgend stuk.

Een fris en attent trio. Eenzelfde instelling had het publiek, dat hun muziek en avontuurlijke spelvreugde met verbazing tot zich nam. We moeten nog wachten tot mei 2010; pas dan wordt hun cd 'Avalonia' uitgebracht.

Klik
hier voor een fotoverslag van dit concert door Cees van de Ven.

(Cees van de Ven, 9.10.09) - [print] - [naar boven]





The Dorf - 'The Dorf' (Leo Records, 2008)
Opname: juni 2007

The Dorf is het huisorkest van de Dortmundse club Domicil. De bezetting varieert van 15 tot 25 muzikanten, waarvoor geput wordt uit een reservoir van trompetten, saxen, elektrische gitaren, cello, viool, percussie, keyboards en elektronica. Leider is Jan Klare, die ook de muziek schrijft.

Heel eenvoudig kan de muziek van The Dorf omschreven worden als een mengeling van jazz, rock en vrije improvisatie, maar dan niet in de gedaante van hip, neuzelend of dance-achtige behang. Klare's band ligt meer in de lijn van Frank Zappa of Peter Vermeersch' X-Legged Sally. De stukken bestaan uit aaneengeregen episodes (soms erg verschillend van karakter), de melodieën neigen naar het atonale en worden bij voorkeur gespeeld door hele groepen muzikanten: unisono of in mixturen. Wat bij The Dorf echter ontbreekt zijn het virtuoze, ritmisch scherpe van Zappa en de complexe structuren van Vermeersch. Het wordt allemaal net iets overzichtelijker gehouden. Met de pompende blazers heeft The Dorf ook iets van de onlangs overleden George Russell, maar hier mist het orkest dan weer de knallende solisten waarover de Amerikaan wel kon beschikken.

Hiermee worden meteen de zwakkere kanten van het orkest blootgelegd, zoals de soms minder presterende solisten: een saxofonist die zichzelf voorbijschiet in de articulatie of een vlakke ritmiek van de trompet. Dit probleem wordt voldoende opgevangen door de focus te leggen op het orkest, meer dan op de individuele muzikanten. Dat daarbij ook meer ingezet wordt op kracht dan op nuance is een tweede minpunt, zeker in combinatie met de af en toe slordige uitvoering die echter nooit echt storend wordt. Compositorisch blijven er mogelijkheden liggen, zoals een meer polyfone uitwerking, iets wat gedeeltelijk wordt geneutraliseerd door de verscheidenheid aan muzikale basisideeën. Nu eens drijft een compositie op een ritmisch ostinaat, een sitarachtig dronegeluid, een riff of een harmonische lijn, dan wordt er gekozen voor een hectische zapstructuur, zoals in het sterk improvisatorische 'Miniatures'.

Ondanks de tekortkomingen is alleen de vlakke, dance-achtige sci-fi jazz van 'Torn', een echte tegenvaller. Bijzonder aanstekelijk klinkt 'Blast' met een ritme dat er tot in het chaotische ingeramd wordt, punky noise, beukende blazers, seventies lounge kitsch en generiekmuziek van Amerikaanse tv-series. In deze eclectische variatie laat de band zich op haar sterkst horen. Polyfoner klinkt de groep in 'Licht', dat draait rond (en op) een centrale basriff. Door de steeds wisselende bovenbouw ontstaat een gelaagdheid die de muziek een extra dimensie geeft. Bovendien krijgt de luisteraar hier ook een goed ontwikkelende tenorsaxsolo te horen, die daarbij aardig geholpen wordt door de elektrische gitaar.

Als extraatje is op de cd ook een videoregistratie van 'Ahead Or Behind' te zien. Het geeft een mooi beeld van hoe het er in de band aan toe gaat, en laat nogmaals de sterktes en de zwaktes van de cd en de band horen. In het meer bescheiden, preciezere werk van het begin komt de band nog wat te kort, iets wat uitvergroot wordt door de mindere opnamekwaliteit. Wanneer de hele groep in de weer is en er stevig gerockt mag worden, dan slaat The Dorf gensters. Met deze titelloze plaat verdienen ze echter het voordeel van de twijfel.

Deze recensie verscheen eerder op Kwadratuur.be

Meer horen?
Op de
website van The Dorf kun je uitgebreide samples horen van deze cd.

Lees hier een interview dat Koen van Meel had met bandleider Jan Klare.

(Koen Van Meel, 9.10.09) - [print] - [naar boven]





Sympathieke cd-presentatie
Theo Loevendie Kwartet, zondag 27 september 2009, Bimhuis, Amsterdam

Het is alweer enkele decennia terug dat het kwartet van Theo Loevendie behoorde tot de meest spraakmakende en belangrijke groepen van de jazz in de jaren zestig en zeventig. Het waren hoogtijdagen voor de Nederlandse pioniers van de nieuwste jazz. De free-jazz periode, ook wel smalend 'piep, knars, knor' genoemd, had een aanvang genomen in het kielzog van maatschappelijke activiteiten en bewegingen als: krakers, de Maagdenhuisbezetting, blijf-van-mijn-lijfacties, de bezetting van kliniek Dennendal, de provobeweging en happenings bij het Lieverdje. Het was een woelige en fascinerende tijd, waarin de free jazz tot volle wasdom kwam.

Ter gelegenheid van het uitbrengen door Muziek Centrum Nederland - vooral op stevig aandringen van trombonist Willem van Manen - van de cd van de destijds uitgekomen platen van het Theo Loevendie Consort stond nu tientallen jaren later het Loevendie Kwartet, dat destijds opging in het Consort, op het BIM-podium om die vroegere periode muzikaal weer te doen herleven. Dat lukte wonderwel. Hoewel zichtbaar ouder, werd er evenzo energiek en enthousiast gemusiceerd als enkele decennia terug.

Met de nadrukkelijke en stuwende ondersteuning van bassist Arjen Gorter en drummer Martin van Duynhoven werd in een kort tijdsbestek een volwaardig concert gegeven. De composities van Loevendie en het vrije spelen blijken ook nu nog actueel te zijn. Opvallende elementen in de solo's van beide rietblazers waren de onmiskenbare Turkse invloed in het spel van Loevendie op de sopraansax en de volle, vette, ouderwetse toon van Dulfers tenorsax.

Tussen de nummers door ontspon zich een spitse en humoristische dialoog tussen Loevendie en Dulfer over de totstandkoming van de personele bezetting van het Consort. Net zo komisch en sympathiek werd door de schrijver Bernlef de cd aan Theo Loevendie overhandigd. Het was een zeer genoeglijke cd-presentatie, waarbij dit legendarische kwartet nog wel iets langer had mogen doorspelen. Wellicht voor een andere keer, als dan de in 1974 uitgebrachte lp van 'The Loevendie 4tet', opgenomen tijdens het Internationaal Jazzfestival Laren, op cd – misschien wel weer door Muziek Centrum Nederland - is uitgebracht.

Klik hier voor een fotoverslag van deze presentatie door Maarten Jan Rieder.

(Jacques Los, 8.10.09) - [print] - [naar boven]





Rein de Graaff Trio, Conte Candoli & Bob Cooper – 'Thinking Of You' (Timeless, 2009)
Opname: 1 februari 1993

West-Coasters tenorist Bob Cooper en trompettist Conte Candoli waren in 1993 in Nederland om met het trio van pianist Rein de Graaff in het kader van de serie 'Stoomcursus Bebop' enkele concerten te geven. Eén van die concerten – in Hilversum – is destijds opgenomen en onlangs uitgebracht op Wim Wigts Timeless-label.

Beide bekende epigonen van de vijftiger jaren West-Coast jazz zijn inmiddels overleden, Candoli in 2001 en Cooper in hetzelfde jaar als deze opname - 1993. Ze werkten gezamenlijk enkele jaren in het orkest van Sten Kenton. Dat orkest was de bakermat voor talloze vermaarde musici als Bud Shank, Art Pepper, Lee Konitz, Shorty Rogers, Frank Rossolino, Maynard Ferguson en vele anderen.

Van de academische en veelal overgearrangeerde West Coast-stijl is op deze cd niets terug te horen. Het is één en al post-bebop wat de klok slaat. En hoe! Vooral Cooper is in grootse vorm. Zijn toon is fel en bijtend en zijn melodische fraseringen doen sterk denken aan Dexter Gordons speelwijze. Hij excelleert in de ballad 'We’ll Be Together Again', een wrange titel, want hij kon niet vermoeden dat hij nog hetzelfde jaar aan een hartaanval zou overlijden. In de snelle nummers swingt hij enorm en rijgt hij het ene inspirerende chorus aan het andere.

Naast Cooper soleert Candoli iets bescheidener. Hij speelt hoofdzakelijk in het middenregister en blijft in zijn improvisaties redelijk dicht bij het thema. Rein de Graaff bereikt vele hoogtepunten, mede dankzij de stuwende ritmesectie, bassist Koos Serierse en drummer Eric Ineke. Zowel in 'I’ll Remenber April' als 'Oleo' soleert de Graaff heftig, virtuoos en swingend. Al met al een zeer inspirerend postbop-concert, dat terecht op cd is uitgebracht.

(Jacques Los, 8.10.09) - [print] - [naar boven]





North Sea Jazz naar Curaçao

De Nederlandse Antillen krijgen hun eigen jaarlijkse editie van het North Sea Jazz festival. Begin september 2010 zal op Curaçao de eerste editie plaatsvinden.

De organisatoren, onder wie Mojo Concerts, hebben een overeenkomst voor drie jaar getekend. Naar eigen zeggen wordt het festival het grootste muzikale en toeristische project tot nog toe op het eiland. Jan Willem Luyken, directeur van het North Sea Jazz Festival, is blij dat hij zijn festival over de oceaan mag tillen. "Samen met onze partners gaan we er een prachtig muziekevenement met internationale allure van maken, net als het moederfestival in Rotterdam."

De exacte locaties en de optredende artiesten zijn nog niet bekend. Op het festival zullen volgens de organisatie grote namen uit de jazz, funk, soul, latin, salsa en R&B optreden.

Bron: NOS.nl

(Maarten van de Ven, 8.10.09) - [print] - [naar boven]





Boek 'De Wereld als Trommel' door Erik van den Berg
Van de Thonetstoel naar het slagwerkuniversum - en weer terug

Laten we maar met Boem Paukeslag in huis vallen: Erik van den Berg heeft met 'De Wereld als Trommel' een biografie over slagwerkkunstenaar Han Bennink geschreven die leest als een spannend jongensboek. Hij is erin geslaagd de complexe persoonlijkheid van Bennink, met al zijn hebbelijkheden, zijn compromisloze eerlijkheid en zijn gigantische gaven als percussionist en beeldend kunstenaar, in ruim 200 pagina's neer te zetten. Daartoe heeft hij de man zelf geïnterviewd, diens familie, vrienden en collega's, is hij hem achterna gereisd en is hij diep de archieven ingedoken.

Han heeft het niet van een vreemde: vader Rein was jarenlang drummer (maar in feite op elk instrument inzetbaar) in plaatselijke amusementsorkestjes en, later, radio-ensembles. Zelf begint junior op een Verkade-koekblik, een Thonetstoel ("van dat dunne fineerhout waar je brushes zo mooi op klinken") en een lege fles bij wijze van bekken. Want geld voor een echt drumstel is er lange tijd niet. Regelmatig gaat hij met zijn vader mee naar repetities en optredens van De Zaaiers en in 1955, dertien jaar oud, legt hij samen met zijn vader (op klarinet) zijn eerste opnamen vast. Die zijn bewaard gebleven en staan op de cd die bij het boek hoort. En het is zonneklaar: dit joch heeft talent.

Zo rolt hij het vak in, rond 1958-'59 dienen de eerste schnabbels zich aan, met jazzcombo's en als begeleider van artiesten die voor militairen optreden. In 1961 voegt hij zich bij een scheepskapel en komt hij voor het eerst in New York. Daar ziet hij Billy Higgins, Elvin Jones en Charles Moffett. Hij schaamt zich intussen niet voor zijn heimwee. Ook dat is Han Bennink: eerlijk en echt tot op het bot. Geen compromissen, geen schijn ophouden. In 1967 krijgt hij de Wessel Ilcken Prijs (de huidige VPRO Boy Edgar Prijs) en daar hoort het beeldje Hommage à John Coltrane bij, een sculptuur van Jan Wolkers. Han vindt het maar niks, dat beeldje, en hangt het aan een touwtje onder zijn woonboot in de Vecht. Wolkers reageert laconiek: "Ik vond het juist een erg goed idee, want daar krijgt zo'n beeldje zo'n mooi patina van."

Bennink heeft dan al de naam de hardst spelende drummer van Nederland te zijn. Ook dat is vroeg begonnen: "Als ik op de Da Costalaan in Hilversum meespeelde met mijn favoriete muziek, zette ik de ramen open, want ik dacht: dit is zó ontzettend goed, dit moet de hele wereld horen. We hadden een dove buurman, maar goed ook, want bastrombonist Erik van Lier, die in Nieuw-Loosdrecht woonde, vertelde me later dat hij me tot op de Loosdrechtseweg kon horen." Later speelt hij met onder anderen pianist Art Hodes, dan 78 jaar. De veteraan, droogjes: "Never keep a man from working, if he wants to work." Ook van dit optreden, in het Amsterdamse Bimhuis, zijn opnamen bewaard gebleven, die op de bijgeleverde cd staan. We lezen hoe Hans instrumentarium gelijk een knallend heelal alsmaar uitdijt – om vervolgens geleidelijk aan weer te krimpen. Wie weet belandt hij via zijn snaartrommel uiteindelijk weer bij de Thonetstoel.

Benninks activiteiten als beeldend kunstenaar komen aan bod, maar Van den Berg laat merkwaardig genoeg na verbanden te leggen tussen de twee disciplines. Terwijl die er wel degelijk waren en zijn. Zo verklaarde Han in het blad Disk (augustus 1979): "Ik ben gewoon visueel ingesteld. En dat is dan niet zozeer om een performance te laten zien, maar ja, het verschil bijvoorbeeld tussen een lange en een korte stok of zo, begrijp je. Een extravagante stok. Dat soort ideeën komt volgens mij uit Pop Art voort. Tenminste, bij mij. Ja, gewoon uit de beeldende hoek." Kijk, daar had ik graag meer over willen lezen.

In de documentaire 'Hazentijd' van Jellie Dekker wordt daar wat meer op ingegaan. Hoe toeval en directe intuïtie zowel bij de muziek als het beeldend werk een grote rol spelen. We zien Bennink hout sprokkelen: "Ik wou even een xylofoontje bij elkaar zoeken voor vanavond." In feite werkt hij precies zoals de traditionele Afrikaanse trommelaar, die zelf de boomstronk zoekt waar hij zijn instrument uit kan hakken en die de geit slacht waar hij zijn vel van maakt.

We worden deelgenoot van Benninks liefde voor de natuur als hij in het Canadese Banff vogels spiedt, waarbij de specht, die fantastische roffelaar, vanzelfsprekend favoriet is. Daar, tijdens de jaarlijkse jazzworkshop van trompettist Dave Douglas, vond Bennink ook de jonge muzikanten van zijn huidige trio. Hij koos de Belgische rietblazer Joachim Badenhorst en de Deense pianist Simon Toldam "omdat niemand jullie kent." Hij onthulde het trio, zijn eerste eigen groep (!), tijdens de presentatie van boek, dvd en de trio-cd/lp 'Parken' op 30 september in het Bimhuis.

Han Bennink mag dan ouder zijn dan zijn twee kompanen samen, het driemanschap bleek een hechte eenheid, dat als een supernova kan spatten en stralen, maar ook fier het patina draagt van eeuwige jazz, getuige de Duke Ellington-medley waarmee het optreden werd geopend. Wanneer je dit drietal beluistert en bekijkt, moeiteloos pendelend tussen geleide chaos en geconcentreerde swing, begin je iets te begrijpen van de problematiek van het Three Body System, waar astrofysici zich eeuwenlang de hoofden over hebben gebroken.

Klik hier voor een fotoverslag door Maarten Jan Rieder van Benninks boek-/dvd-/lp-/cd-presentatie. En hier voor een fotoimpressie door Cees van de Ven.

(Eddy Determeyer, 7.10.09) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...






Menupagina's:

Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Neerpelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.