
Concert
All Ellington alle kleuren
zaterdag 28 december 2019, Bimhuis, Amsterdam
Het oeuvre dat pianist en bandleider Duke Ellington in zo'n zes decennia bij elkaar schreef, een verbijsterende schatkist van duizenden composities, blijft een onuitputtelijke bron voor muzikanten en liefhebbers. En zeker voor cornettist Eric Boeren. Zijn All Ellington-orkest speelt elke maand in de Amsterdamse Zaal 100, incidenteel op festivals en elk jaar in het Bimhuis. Er worden regelmatig 'nieuwe' stukken op de lessenaars gelegd en de muzikanten zelf vervaardigen ook eigen composities, zodat elke uitvoering fris is.
Van de eigen stukken viel zaterdag vooral 'Dan Op De Fiets’ van tenorist Natalio Sued op, naar verluidt geconcipieerd na een grondig bezoek aan een tapperij. Het werd op plastische wijze verbeeld door pianist Oscar Jan Hoogland, die zijn krukje ondersteboven tot een rudimentair rijwiel recycleerde en er zo het podium op rondroste. Een andere eigen compositie, 'Wailing Years' (?) bevatte een ragfijn door de rieten geweven einde. Maar dit deel van het repertoire - de band werd daarvoor herdoopt tot All Us - vormt slechts een klein segment van het geheel.
Van Ellington zelf werden bekende en onbekende ('Sweet Mama', 'Azalea') werken gespeeld; de vertrouwde stukken kregen óf een getrouwe óf een vrije vertolking. Zo bleef de band in composities en arrangementen als 'Rockin’ In Rhythm', 'I Like The Sunrise' en 'Jack The Bear' dicht bij het origineel. Die nummers waren van huis uit al aardig volmaakt, daar hoef je niet zo gek veel aan te vertimmeren. 'Azure' kreeg een pakkende stemmige intro. Als een pauw spreidde het orkest zijn kleurenpracht; hier kwam de akoestische dynamiek van de blazers mooi tot haar recht. Een van de sonnetten uit 'Such Sweet Thunder' werd door de polyfone mangel gehaald, zodat we in de buurt van Charles Mingus belandden.
Baritonblazer Guiseppe Doronzo, die als solist grote indruk maakte met zijn koninklijke volle en diepe geluid, speelde in de meeste nummers eerste stem in het saxofoonkoor. Maar soms was het de benjamin van de band, Mo van der Does, die op klarinet de toon aangaf, waardoor een volledig andere sound werd geschilderd. Overigens viel die laatste met bijzonder krachtig solowerk op de alt op, waarbij hij níet aan Johnny Hodges refereerde - zoals je wellicht zou verwachten. Doronzo was diep in de ziel van Harry Carney gekropen en iets dergelijks gold voor trombonist Joost Buis (Juan Tizol) en Eric Boeren (Cat Anderson, in 'Happy Go Lucky Local').
Concertfoto: Hammie van der VorstLabels: concert, dec19
(Eddy Determeyer, 1.1.20) - [print]
- [naar boven]
Concert
Nimfen en Sirenen
Mudita / Under The Surface, woensdag 18 december 2019, De Bussel, Oosterhout
Vorige week sloot ook Liever in de KluiZ dan ThuiZ 2019 af. Het Oosterhoutse (Noord-Brabant) jazzpodium, huizend in Theater De Bussel, weet al dertien jaar interessante musici te programmeren en gaat daar ook volgend jaar vrolijk mee door. Maar dit laatste concert was extra bijzonder. Een duo concert met Sanne Rambags als verbindende factor. Voor de pauze Mudita, na de pauze Under The Surface. Dat was pas één keer eerder gebeurd, zo verzekerde Rambags ons, tijdens haar eindexamen aan het Tilburgse conservatorium in 2016.
In mei 2017 was ik de eerste die op deze blog over Rambags schreef. Begin van dat jaar was het eerste album van Under The Surface bij Challenge Records verschenen, een trio dat ze vormt met percussionist Joost Lijbaart en gitarist Bram Stadhouders. In 2019 verscheen de tweede, 'Trinity'. Ook over dat andere trio, Mudita, dat Rambags vormt met trompettist Koen Smits en pianist Sjoerd van Eijk, schreef ik naar aanleiding van een concert in Breda eind vorig jaar, terwijl collega Koen Scherer het bij ZenneZ verschenen 'Listen To The Sound Of The Forest' - dat eerder dit jaar een Edison kreeg - recenseerde. En het archief door struinend valt mij op dat niet alleen Scherer en ondergetekende de vocale kunsten van deze zangeres kunnen waarderen.
Het zal aan de tijd van het jaar liggen, waarin we feesten vieren gebaseerd op mythes en verhalen, dat ik daags na het concert dacht aan de Loreley. Daar stokte echter mijn herinnering. Het blijkt hier te handelen om een rots in de Rijn, bij Sankt Goarshausen, die daar ook nog eens een scherpe bocht maakt. Een berucht punt waar nogal eens schepen vergingen, iets dat tot legenden leidt. In dit geval die van de nimfen, de Rijndochters. Ze spelen een rol in Richard Wagners 'Der Ring des Nibelungen' en in de legende van Lorerey. Die nimf zong zo prachtig, hoog bovenop die rots gezeten, dat de schippers volledig in vervoering pardoes op de rots voeren. Waar hebben we dat eerder gehoord? Juist, de Sirenen, Griekse halfgodinnen. Ze werden het meest bekend door Homerus 'Odyssseus', waarin de hoofdfiguur zichzelf aan de mast liet vastbinden - hij wilde deze gezangen horen zonder in gevaar te komen - en de bemanningsleden hun oren dicht liet stoppen met was.
Terug naar de realiteit. Sanne Rambags als hedendaagse nimf of Sirene? Goed, we zaten niet op een schip deze woensdag en rotsen waren er niet. Maar verder, het publiek in vervoering brengen kan ze als geen ander. Al doet ze dat zeker niet in haar eentje. De vier klankmagiërs die ze meebracht leverden daar zeker ook een groot aandeel in. Smits bouwt prachtige klanksculpturen met zijn trompet en een batterij aan effectpedalen en Van Eijk verrast iedere keer weer aangenaam met harmonische akkoorden, zo vorm gevend aan het breekbare melodische materiaal. Prachtig ook hoe de samenwerking tussen deze drie jonge musici verloopt. Aan alles is te merken dat ze het heerlijk vinden om samen te musiceren.
Klankmagiërs Lijbaart en Stadhouders leveren op hun beurt een grote bijdrage aan het geheel andere geluid van Under The Surface. Maalstromen van geluid, soms van postrock-achtige allure. Meeslepend en enerverend, met een krijsende Rambags. Op andere momenten kun je echter spelden horen vallen. Rammelt Lijbaart met een klokje, strijkt Stadhouders over de snaren en horen we Rambags ietwat lispelen. Het is maar goed dat er geen rotsen zijn.
Liever in de Kluiz dan Thuis organiseert iedere derde woensdag van de maand een concert in Theater De Bussel. Op 15 januari is het podium voor Martin Fondse, Kika Sprangers en Jörg Brinkmann.
Concertfoto's: Gerard Kievits
Labels: concert, dec19
(Ben Taffijn, 31.12.19) - [print]
- [naar boven]
Concert
Niet-werkende computers en andere ongemakken
Felicity Provan Quintet, zaterdag 14 december 2019, PlusEtage, Baarle-Nassau
In het aan de Europese free jazz gewijde 'Northern Sun, Southern Moon' staat Mike Heffley uitgebreid stil bij de verschillen tussen Europese en Amerikaanse free jazz, maar ook bij de verschillen in de jazz tussen de Europese landen onderling. Floris Schuiling, die onlangs 'The Instant Composers Pool and improvisation beyond jazz' uitbracht - dat hier nog uitgebreid besproken zal worden - refereert aan hem als hij duidelijk maakt wat uniek was en is voor Nederland. Heffley: "The Dutch were the louder anarchists, the humourists, the ironists, the rugged individualists and musical gamesters / tricksters, radicalized around their own folk and music theatre traditions." Schuiling citeert ook nog 'Tetteretet - Interviews met Nederlandse improviserende musici' van Bas Andriessen, waarin de meeste geïnterviewden de humor als kenmerkend beschouwden, naast de link met hedendaags gecomponeerde muziek.
Ik moest hieraan denken bij het optreden van het Felicity Provan Quintet in de PlusEtage, Baarle Nassau, ook al hebben vier van de vijf leden van dit kwintet, waaronder trompettiste/vocaliste Felicity Provan zelf, hun wortels elders. Ze zijn onmiskenbaar besmet met het Nederlandse virus zoals hierboven beschreven. Neem 'Soundblaster Incompatible', net als bijna alles vanavond een stuk van Provan. Het handelt over de stress die technologie Provan oplevert als het allemaal niet werkt. Herkenbaar. Maar voor mij wel typisch Nederlands. Ik zie Peter Brötzmann geen stuk schrijven over een niet-werkende computer! Maar wat heerlijk origineel is dit, met name het begin waarin we cellist Harold Austbø in het Noors, drummer Michael Vatcher in het Engels en saxofoniste Ada Rave in het Spaans allerlei teksten van hun telefoon horen voorlezen. Provan gooit er passende trompetklanken doorheen en stemkunstenaar Han Burhs leest een soort van gedicht voor. Als aansluitend iedereen is overgestapt op het instrument horen we Burhs nog woorden eruit gooien: "floppydisk", "firewall". Als dat geen humor is.
Of neem 'Let’s Cook - Song For Ciska', dat begint met de vijf leden die de namen van allerlei gerechten scanderen, en dan natuurlijk niet geheel in de maat. Gaandeweg nemen de instrumenten het over. Wat blijft is het puntige staccato ritme, dat een prima voedingsbodem levert voor een knallende solo van Rave op tenorsax. Nog een voorbeeld: 'Flutter Clutter', door Provan geschreven naar aanleiding van het zwerfvuil in de Amsterdamse straat waar ze woont. Ze trakteert ons op een log, slepend ritmisch patroon. Het biedt structuur aan Buhrs' stemkunst, die continu het midden houdt tussen zang en het produceren van ondefinieerbare geluiden, waardoor het onbestemde, bevreemdende, maar ook ietwat melancholische van dit stuk volop de ruimte krijgt. Dan krijgt Austbø het podium voor een opmerkelijke solo waarin de triestheid doorklinkt. Steeds hogere noten produceert hij, een hoog dat je bij de cello maar zelden hoort, tot we eindigen met wat nog het meest wegheeft van een piepend scharnier.
Maar het is zeker niet alleen de humor en het licht theatrale dat dit kwintet bijzonder maakt, waarmee en passant het begrip 'liedje' in een heel ander daglicht wordt geplaatst. Er wordt ook gewoon zeer goed gemusiceerd door deze vijf musici, gezichtsbepalende actoren in de nog steeds vernieuwende Amsterdamse jazzscene. Vatcher blijft een bijzondere slagwerker, die niet alleen zeer ritmisch kan spelen, maar ook - mede met behulp van een prachtig percussiearsenaal - een interessante klankwereld weet neer te zetten. Austbø noemde ik reeds, met Vatcher vormt hij menigmaal een prachtige ritmetandem - de bas wordt geenszins gemist - maar ook als solist vormt hij een factor van formaat. Rave, hier op tenorsax en op klarinet en Provan op trompet trekken regelmatig samen op met frisse harmonieën. Rave draagt daarnaast een aantal keren bij met spetterende solo's, terwijl Provan met haar zang regelmatig de samenwerking met Buhrs aangaat. Laatstgenoemde is niet alleen vocalist, maar zeker ook vijfde instrumentalist, menig ondefinieerbaar geluid producerend. Een feestelijke afsluiting van 2019 in de PlusEtage, wat wil een mens nog meer.
Foto: Geert Vandepoele
Labels: concert, dec19
(Ben Taffijn, 28.12.19) - [print]
- [naar boven]
Concert
Soul met strijkers
'Spirits of Soul' door het Nederlands Studenten Jazz Orkest, dinsdag 17 december 2019, Simplon, Groningen
'Spirits of Soul' is een soort overzicht van een halve eeuw soulmuziek. De 2019-editie van het Nederlands Studenten Jazzorkest heeft er de tanden ingezet en Groningen beleefde de première.
Bijzonder was het aandeel dat de tien strijkers hadden. Strijkers zijn of waren op zich niet ongebruikelijk in de soul. Veel hits van de Philly Soul-scene uit de jaren zeventig werden opgetuigd met violen en al eerder, rond 1960, hadden The Drifters en Dinah Washington wat dat betreft pionierswerk verricht. Maar soul revues die met strijkers op pad gingen, ze zullen er wel zijn geweest, maar ik ken ze niet. Doorgaans was ook de begeleidende bigband uit economische overwegingen teruggesnoeid tot een viertal blazers. In Simplon hoorden we zoals het ook kan, met vijf trompetten, vier trombones, vijf saxen, een ritmesectie van vijf man en drie vocalisten, plus dan die strijkinstrumenten. Dat resulteerde in een aanstekelijke show; het speelplezier spatte ervan af en sloeg over op het publiek.
Het openingsnummer, 'It’s A Man’s, Man’s, Man’s World', opende met een soort Third Stream-ouverture die de oortjes deed spitsen. Maar al snel daalden de muzikanten af naar aardsere dreven. De potpourri van klassiekers van James Brown, Aretha Franklin, Stevie Wonder, The Three Degrees en andere idolen ging erin als koek, pardon, als grits and gravy. Terwijl het toch voor een groot deel muziek betrof uit de tijd van de ouders, ja, van de grootouders van de aanwezigen.
Zo'n uitstapje naar het soulvolle verleden staat of hangt met een deugdelijk functionerende ritmesectie. Welnu, die stond als een huis. Met name bassist Berend van Deelen fungeerde als de al even spreekwoordelijke rots in de branding. Trompettist Jan van Duikeren was de stersolist van het spul. Paar jaartjes ouder dan de collega's - maar ach, een beetje muzikant blijft zijn leven lang student, nietwaar. Van Duikeren, van vele markten thuis, is in principe een sectieman, maar excelleerde in Simplon in trefzekere en functionele solo-exercities. Bijna macho. In het nummer ‘Perugia’ was het eerste violiste Cuun Koek die met een onmogelijk hoog candenza de aanwezige bekken deed openvallen. Een onvervalst en overtuigend stukje hedendaagse hot jazz.
Dat een afvaardiging van het orkest op de tonen van 'Lady Marmalade' de zaal introk hielp zeker de algehele feestvreugde op te stoken. En dan was er de falset van David Dam, die het repertoire de gewenste kleur gaf. In de Michael Jackson-medley liet hij zelfs een helemaal niet onverdienstelijk staaltje moonwalking zien.
Jammer dat de tournee van het Nederland Studenten Jazzorkest tegen de tijd dat u dit leest alweer afgesloten is.Hier in Groningen hadden we er nog veel meer pap van gelust.
Concertfoto's: Ejam Maail
Labels: concert, dec19
(Eddy Determeyer, 27.12.19) - [print]
- [naar boven]
Concert
Fado krijgt vleugels
Maria Mendes feat. John Beasley, zaterdag 14 december 2019, Paradox, Tilburg
De in Portugal geboren, maar in Nederland wonende Maria Mendes wil liever niet in een hokje geplaatst worden. Haar een fadozangeres noemen zou haar zonder meer tekort doen. Toch kun je fado en Mendes niet los van elkaar zien. Door haar afkomst en moedertaal zijn ze onherroepelijk met elkaar verbonden. Het is een genre waarin heimwee, nostalgie en verlangen opgesloten ligt. Mendes' beleving - en daardoor uitstraling - is zo intens, die kun je met recht hieronder scharen. Er naar luisteren alleen is ook niet genoeg, dat verlangen moet je voelen. Op haar cd's kom je veel fado tegen. Niet vreemd natuurlijk, het is het fundament van haar muziek. Maar daarmee is lang niet alles gezegd.
Mendes is een perfectioniste pur sang. Een real diva op het podium, alles tot in de puntjes verzorgd. Ze heeft een beminnelijk charisma en vertelt met liefde over de achtergrond van de composities en de verhalen uit haar leven. Empathisch is ze zeer sterk, je moet haast wel van haar houden. Haar nieuwe album 'Close To Me' is een mooie afspiegeling van haar persoonlijkheid en unieke muzikaliteit. Haar stem is hoog en zuiver, vrij en wendbaar in alle registers. Ze tikt soms extreem hoge noten aan, maar kan ook heel intiem, klein en kwetsbaar klinken.
M
endes wil met dit album dicht bij zichzelf blijven én de diepte in, al bouwend rond de fado. Haar muziek ontstaat doordat ze de ruimte neemt om die te herontdekken, de jazz van Maria Mendes. Ambitieus als ze is heeft ze hiervoor de beste musici om zich heen verzameld. Het prachtige Metropole Orkest, de Amerikaanse pianist, arrangeur én producent John Beasley (Miles Davis, Herbie Hancock, James Brown, Steely Dan) en de Nederlandse topmuzikanten Karel Boehlee (piano), Jasper Somsen (bas), Jasper van Hulten (drums) en Vincent Houdijk (vibrafoon).
Bij dit concert in Paradox mochten we de synergie meebeleven tussen Beasley en Mendes en de momenten waarop de muziek tussen hen beiden een wonderlijk verbond sloot. En het gaat niet meer alleen over bestaande verhalen en songs met woorden, verteld of gezongen. Ook woordeloos gezongen klanken worden in samenspel tot melodieën gesmeed. Die fabuleuze stem danst dan weer op de poëtisch rondzingende klanken van Somsens bas, of is verwikkeld in een vurig duel met de percussie van Van Hulten: grenzen worden opgezocht en overstegen. Zo krijgt Mendes' muziek vleugels en worden nieuwe verhalen gecreëerd. Fado met de onbegrensde vrijheid van jazz.
Klik hier voor foto's van dit concert door Donata van de Ven.
Labels: concert, dec19
(Donata van de Ven, 24.12.19) - [print]
- [naar boven]
Concert
Portret Joe McPhee Part 3
Universal Indians feat. Joe McPhee, vrijdag 13 december 2019, De Singer, Rijkevorsel
We zijn ongeveer op driekwart van het concert als Joe McPhee plaatsneemt op de rand van het podium en half pratend, half zingend het woord tot ons richt: "I want to tell you a story, another kind of story. About another life, another way of learning", zijn woorden afwisselend met melodieuze, intense frases op zijn tenorsax. Dan stapt hij voor de tweede keer die avond de zaal in, mengt zich tussen het publiek en wisselt zijn spel af met een vraag die hij op dringende wijze steeds weer herhaalt: "Can you hear me?" Een ontwapenend moment, waarbij we wederom getuige zijn van McPhee's maatschappelijke bewustzijn. Dat wordt nog versterkt als hij er na het stuk even bij stilstaat dat we in roerige tijden leven, zich nog maar net kan inhouden om niet over Trump te beginnen - doet me denken aan die prachtige zin in 'The Fire Each Time' dat in deel 2 van dit project voorbij kwam: "Nation Time for real this time (in this error of Trump)" - en tot slot stelt: "Art is in fact an act of resistance." Het valt in goede aarde hier in Rijkevorsel, want juist in België hebben de kunsten nu te maken met zware kortingen op subsidies, Nederland was ze net voor.
Drie kwartier eerder was het John Dikeman die aftrapte, samen met de bassist van Universal Indians: Jon Rune Strøm. Rustig beginnend, iets dat dit duo nooit lang volhoudt. En zeker niet als drummer Tollef Østvang aansluit en we in een ritmische stroom terechtkomen en Dikeman horen in die voor hem typische stijl: tumultueus, niets ontziend en meeslepend. Mede dankzij de ritmesessie die het vuur hier hoog opstuwt. Dan is het de beurt aan McPhee, met een geheel andere toon dan Dikeman. De basis mag melodieus zijn, in de uitwerking bedient hij zich hier van een scala aan creatieve technieken, dynamische wendingen en het gebruik van stilte. Dan sluit Dikeman aan en horen we ineens een geheel andere kant van deze musicus, mooi. Tot hij ook hier een ontsnappingskans ziet en er wederom knetterend vandoor gaat.
Dan stapt McPhee voor de eerste keer van het podium, "This will never happen again" zingt hij, gevolgd door een intense solo, prachtig ondersteund door Strøm, die zijn bas bespeelt met de strijkstok en door Østvang, die hiervoor een set gongs ter beschikking heeft. Ook hier loopt uiteindelijk de spanning op, verankerd in een stevig ritme en ontwaren we, die zin van McPhee in het achterhoofd, een zekere dramatiek. En ook nu zijn we weer getuige van een paar prachtige duetten van de blazers. Bijzonder is ook de drumsolo van Østvang iets verderop. Bijzonder, omdat die nu eens niet knalt, maar zich bevindt aan het andere spectrum. Met zijn vilten stokken beroert hij de trommels en bekkens, eindigend met zijn belletjes.
En dan zijn we bij dat verhaal van McPhee, wat de opmaat vormt voor een lang slotakkoord. Een zeer ritmisch slotakkoord, met als basis de blues. Strøm zet hier de toon, Østvang plaatst de accenten. Dan volgen de blazers en krijgen we een aantal uitmuntende solo's en duo's. Een prachtige afsluiting van een enerverend concert. Na afloop spreek ik John Dikeman nog even en ik vraag hem of dit concert deel uitmaakt van een tour, er van uitgaande dat dit zo is. Een musicus in de klasse van McPhee komt tenslotte niet voor één concert naar België! Maar wat schetst mijn verbazing, van een tour is geen sprake. Niet dat de muzikanten zelf dat niet wilden; er waren gewoon geen zalen, niet in België en niet in Nederland, die dit kwartet konden programmeren! "Ja," verzucht Dikeman, "het zijn moeilijke tijden".
Foto's: Cedric Craps
Labels: concert, dec19, Joe McPhee-special
(Ben Taffijn, 22.12.19) - [print]
- [naar boven]
Concert
Surfen met een vette knipoog
BRUUT! & Anton Goudsmit, vrijdag 13 december 2019, Paradox, Tilburg
Terwijl het buiten pijpenstelen regende stond BRUUT! samen met Anton Goudsmit (gitaar) op het podium van een vol Paradox. Voor de gelegenheid waren er alvast flink wat stoelen en tafeltjes weggehaald. Er werd dansbare muziek verwacht. Verder viel op dat het podium was opgeleukt met fraai ontworpen verlichting op basis van wat later barbecueschalen bleken te zijn en ook nog een mooie blauwe neongolf. Niet gebruikelijk in Paradox, die neiging tot entertainen die hieruit sprak. Eerlijk gezegd: ik vond het verfrissend.
Het gezelschap opende meteen vol gas met 'Baha Ree Ba!'. De heren van BRUUT!, zoals gebruikelijk strak in het zwarte pak met das, contrasteerden mooi met de in een stoer jack gehulde Goudsmit. Dat was ook in de uitvoering van de stukken zo. Briljante vondst om samen met Goudsmit de surfmuziek te gaan verkennen. Vertrekkend bij het repertoire van de dit jaar overleden Dick Dale (81) werd uit een zee van muziek het een en ander opgedoken en meegenomen op de surfplank van dit gezelschap. De hele entourage en zeker ook het tentoongespreide enthousiasme gaven me afwisselend het gevoel op de kermis te zijn, dan weer in een gezellige spiegeltent. Naast standards als 'Surfer Girl' werden we getrakteerd op vakkundig 'versurfte' muziek van Mingus (!), Dolly Parton en een aantal eigen composities.
De klasse van BRUUT! als eigenwijze, bijzonder strakke band met Maarten Hogenhuis op sax en Folkert Oosterbeek op hammondorgel behoeft nauwelijks nog toelichting. Hun benadering creëerde een prachtige muzikale zee waarop Goudsmit naar hartenlust mocht surfen. Altijd dynamisch, spannend, creatief en risico's nemend met ongelooflijke snelheid. Samen met de diverse even spannend en gedreven uitgevoerde bijdragen op sax en de ritmische begeleiding, akkoorden en solo's vanuit de Hammond leverde het geheel een prachtig passende klankkleur op bij de gekozen stukken.
Tja, Goudsmit speelde zoals het lefgozertje dat je op een surfplank verwacht. Met branie, bravoure en een ontembaar enthousiasme. In rap tempo werkte het gezelschap twee verrassende sets af, niet alleen qua repertoirekeuze, maar ook door hun interpretatie ervan.
Ik had nooit verwacht de Dolly Parton-classic 'Jolene' nog eens in Paradox te horen, met een mooie gedragen intro op sax door Hogenhuis, vervolgens overgenomen door Goudsmit op gitaar en gaandeweg vakkundig verbouwd. Ik meende zelfs een referentie naar Morricone's thema van 'The Good, the Bad and the Ugly' te horen.
Normaal gesproken zie je surfers relatief snel kopje onder gaan. Hier niet, het volledige gezelschap bleef het gehele concert zwierig op de been en had ook nog een passende toegift in huis: het thema van 'Hawaii Five-0'.
Hogenhuis prees het publiek van Paradox en vond dat het zich kranig had geweerd, waarmee hij aangaf dat dit repertoire de grenzen van de jazz nogal oprekt. Verfrissend vakmanschap gekoppeld aan ongebreideld speelplezier, een dijk van een concert.
Klik hier voor foto's van dit concert door Johan Pape.
Labels: concert, dec19
(Johan Pape, 21.12.19) - [print]
- [naar boven]
Concert
Verstilde improvisaties
Ernst Reijseger & Harmen Fraanje, zondag 15 december 2019, Jacobuskerk, Feerwerd
Afgezien van een bescheiden murmelend herfstbriesje was het doodstil, zondagmiddag op het Groninger land. Vanuit die roerloosheid ontstond heel geleidelijk, subtiel en organisch een dialoog tussen pianist Herman Fraanje en cellist Ernst Reijseger. De wat 'natte' akoestiek van het dertiende-eeuwse Jacobuskerkje stond garant voor een goed gedefinieerd geluidsbeeld.
Voor de jaarlijkse ZomerJazzFietsTourfietsers zijn de plavuizen van het godshuis vertrouwde grond. De serie 'Jazz in Feerwerd' is dan ook te beschouwen als de liefdesbaby van de Tour. Vrijwel elke maand worden er gedurende het seizoen concerten met jazz en impovisatiemuziek gegeven. En aan de opkomst en het enthousiasme van het publiek zou je niet aflezen dat Feerwerd niet veel meer dan driehonderd inwoners telt.
Voor improvisatiemuziek waren we bij het duo aan het goede adres. Afgezien van één standard ('Ida Lupino') werden er uitsluitend improvisaties of kersverse, nog naamloze eigen composities gespeeld. Wie daaruit mocht concluderen dat het gebodene maar een slordig incoherent zootje was, had het mis. Integendeel, er waren momenten dat de instrumentalisten versmolten tot een hecht pocketorkest.
De muzikanten hadden hun eigen wortels voor het stoofpotje meegebracht. Reijseger heeft mij al eens op het verkeerde been gezet toen ik een van zijn composities voor een mij onbekende cellosuite van Johann Sebastian Bach hield (!). Ook in Feerwerd voerde hij barokstukken uit, waarbij hij zich begeleidde op een schattig klein formaat (Indiaas?) blaasbalg-voetenharmoniumpje. Van Harmen Fraanje stel ik me voor dat hij in zijn jonge jaren niet vies was van pianostilisten als Abdullah Ibrahim en Keith Jarrett. Hij stelde zich in Feerwerd bescheiden op, liet de toetsen spreken, neuriën en lispelen.
Dit zijn voor ons de krenten in de pap, zo karakteriseerde Reijseger het recital.
In de loop van de vele restauratiebeurten verdwenen de muurschilderingen en fresco's, waarvan ik vermoed dat die de wanden van het gebedshuis ooit gesierd hebben. Overgebleven zijn hagelwitte wanden. De ondergaande zon projecteerde afbeeldingen van vensters naast de tegenoverliggende ramen. Klinkt kitscherig, ik weet het, maar ik vond het een geslaagde actie.
Foto's: Marije Tempel
Labels: concert, dec19
(Eddy Determeyer, 18.12.19) - [print]
- [naar boven]
Concert
Hoe fans de jazz vooruithelpen
Grünen, woensdag 11 december 2019, Paradox, Tilburg
Hoe kan het dat een van de betere Duitse pianotrio's, bestaande uit drie van de meest actieve musici in de scene van de experimentele jazz, Grünen, nog nooit eerder in Nederland optrad? Het betreft hier nota bene musici uit ons buurland. En zoals gezegd, de leden zijn niet de eerste de besten. Pianist Achim Kaufmann, bassist Robert Landfermann en drummer Christian Lillinger hebben hun sporen inmiddels meer dan verdiend, en niet alleen in Duitsland. Het is dat een fan van dit trio, iemand die met grote regelmaat de Loft in Keulen frequenteert, de moeite nam om het Tilburgse Paradox over te halen dit trio te boeken, anders waren we verschoond gebleven van een meer dan bijzonder optreden.
Toen ze in april 2009 hun eerste album opnamen, in de Loft, deden ze dat nog onder hun eigen namen en kreeg het album de naam 'Grünen'. Blijkbaar beviel de samenwerking, want de opnamen die het trio in oktober 2012 en mei 2013 wederom in de Loft maakte, verschenen in 2014 onder de naam 'Pith & Twig', terwijl het trio zich nu ook Grünen noemde. Vreemd genoeg verscheen nadien geen nieuwe album, iets dat wel weer eens tijd wordt. Want spelen kunnen de drie als geen ander.
Kaufmann, die overigens van 1996 tot 2006 in Nederland woonde, heeft zowel een talent voor het lyrische, bijna klassieke, als voor het meer abstracte. Zijn spel kenmerkt zich door een grote mate van trefzekerheid. Landfermann, hier minder bekend, valt met name op door zijn zangerige manier van spelen, zijn ritmegevoel is perfect, maar hij weet net zo goed wonderschone melodieën uit zijn bas te halen. Tot slot hebben we Lillinger, die enige jaren geleden nog te gast was tijdens het Doek Festival, en zijn hoekige, spontane stijl van spelen. Het lijkt hem allemaal aan te komen waaien, maar niets is minder waar. Hij is iemand die met een perfecte timing de luisteraar weet te overrompelen met explosieve golven van klank.
Hier in Paradox speelt het trio twee sets, zonder enige vorm van pauze tussen de nummers. Naadloos wordt alles aaneengeregen. Het is dat er stijlbreuken zijn, anders zou je de overgangen niet eens doorhebben. Wat ze dus exact gespeeld hebben? Geen flauw idee. Maar als ik naderhand 'Pith & Twig' nog eens opzet, herken ik wel het een en ander.
Beschouwen we het geheel, dan vallen een aantal zaken op aan dit trio. Allereerst de rolverdeling: Grünen past in een trend waarbij de pianist niet langer de allesbepalende factor is. Op menig moment is dit eerder een drum- of een bastrio dan een pianotrio. Ten tweede is de samenwerking tussen deze drie musici zeer hecht, iets dat met name opvalt in de vrij stevige, ritmische passages, waarin deze mannen een krachtige stroom produceren. Bijzonder zijn verder de rustige passages, als er met elkaar wordt gewerkt aan een soort van geluidssculptuur. Als voorbeeld noem ik het laatste deel van 'Foliage Misconstrued' van 'Pith & Twig', waarin Lilinger zijn drumstel met allerlei voorwerpen bewerkt, Landfermann subtiel de strijkstok hanteert en Kaufmann onbestemde noten laat weerklinken. Prachtige momenten zijn het, waarop het experiment hoogtij viert en we aangenaam verrast worden.
Fantastisch dus dat dit trio nu eens bij ons klinkt, Keulen is tenslotte niet naast de deur. En dan te bedenken dat er nog veel meer van die uitstekende musici rondlopen die we hier nooit horen. Dat mag echt anders.
Concertfoto's: Eddy Westveer
Labels: concert, dec19
(Ben Taffijn, 15.12.19) - [print]
- [naar boven]
Evenement / Concert
Een vervroegd heerlijk avondje
Uitreiking Buma Boy Edgar Prijs 2019 aan Jasper Blom, woensdag 4 december 2019, Bimhuis, Amsterdam
'Het heerlijk avondje' kwam dit jaar op 4 december. Er heerste een mooie spanning bij de uitreiking van de Boy Edgar Prijs in het Bimhuis. Wat zou Sint Jasper voor ons meegebracht hebben? Na de eminente winnaar van vorig jaar, Jasper van 't Hof, was het nu de beurt aan Jasper Blom. Met 54 jaar op de teller een relatief jonge winnaar. In het juryrapport staat het volgende te lezen:
'Jasper Blom kan gezien worden als een filosofische realist, een denker én doener. Hij is zich bewust van zijn kracht als instrumentalist maar ook van zijn plek in de wereld. Hij staat niet op het podium om indruk te maken maar om een verhaal te vertellen. Als luisteraar wordt er van je verlangd dat je écht luistert om de diepere betekenis en gelaagde verhaallijnen van zijn composities te bevatten en te voelen. Hij doet niets uit effectbejag en gaat al dertig jaar lang heel integer zijn eigen gang in diverse stromingen binnen het jazzidioom. Zijn toon wordt nooit echt ruig maar is altijd spannend en enerverend, als een warme wervelwind waarvan je niet weet wat het gaat opwoelen.'
De laureaat had een aantrekkelijk en interessant generatie overstijgend programma samengesteld om dat nog eens te illustreren. De zaal zat vol en was enthousiast. De avond startte met een optreden van het Jasper Blom Quartet, deze keer met als gast solist Pablo Held op piano. Enigszins onder de indruk van de prijs en een tikje zenuwachtig betrad het gezelschap het podium, om een mooi en ingetogen stuk af te leveren. Al snel was er geen spoor meer van zenuwen en op de stevige en creatieve basis die werd gelegd door Martijn Vink op drums en Frans van der Hoeven op bas werd fraai gesoleerd door Blom, Held en Jesse van Ruller op gitaar. In de opening van 'Knor' blies Blom de resterende spanning van zich af.
Vervolgens betrad Zilt het podium. De band is genoemd naar een kroeg op de Amsterdamse Zeedijk, waar Blom maandelijks optreedt met studenten van het Amsterdamse conservatorium waar hij docent is. Een van hen, trompettist Ian Cleaver, kwam met een aantal stukken van Mischa Mengelberg. Mooi aan deze opbouw van de avond om hier de docent samen met studenten te zien musiceren. Later zou Blom overigens zelf nog met zijn oude mentor Dick Oats optreden. Zilt leverde een prachtige ontmoeting op tussen generaties in Mengelbergs "mooiste ballad": 'De Sprong, O Romantiek Der Hazen'. Met de toekomst van de Nederlandse jazz lijkt het wel goed te zitten als je naar dit gezelschap kijkt. Afgewogen dynamiek in het spel van drummer Wouter Kühne, een mooi uitgebalanceerde solo van Cas Jiskoot op bas en het prachtige samenspel tussen Blom en Cleaver zorgden voor kippenvel.
Om in sinterklaassfeer te blijven werden daarna een aantal gedichten van Emily Dickinson uitgevoerd door Jasper Blom en een tentet dat volledig uit studenten bestond. De gedichten zijn door Blom en Rob Horsting op muziek gezet. Anna Serierse, heerlijke warme omfloerste stem en groot bereik, trad als zangeres aan in het gezelschap. Er volgden twee stukken: 'Possibility' en 'Musicians Wrestle Everywhere'. In deze bigband-achtige setting ging Blom helemaal los op sopraansax. Hij voelde leek zich volledig op zijn gemak en leverde een aantal sprankelende solo's af. De band stond als een huis en dat zegt ook iets over zijn kwaliteiten als bandleider.
Wilfried de Jong was gevraagd de prijsuitreiking te doen en dat bleek een perfecte keuze te zijn. De twee kennen elkaar vanuit Bloms studententijd in Rotterdam. Op de geleende grammofoon scatte De Jong magistraal mee op een supersnelle solo van Johnny Griffin. Hij wilde beleven wat het betekent als een saxofonist een snelle solo speelt: "mondstuk tussen de lippen en onderstuk tegen je zak"; hoofd en onderbuik. Dat moet gelukt zijn! Bovendien leverde hij een sterke speech af doorspekt met mooie humor. Ik heb zelden zo'n leuke uitreiking gezien.
Als klapstuk van de avond speelde Blom in een wel heel bijzondere bezetting, met Dick Oats op alt, bassist Mike Boone en zijn 14-jarige zoon Mekhi Boone op drums. Over generatie overstijgend gesproken. Het mooiste cadeau was voor het laatst bewaard. Ontdaan van alle spanning excelleerde Blom met doorleefde solo's, aangemoedigd en uitgedaagd door Oats. Ondertussen leverde de bijzondere ritmesectie behalve een stevig en gevarieerd fundament ook gave solo's af. Kortom FEEST.
Klik hier voor een fotoverslag van deze avond door Cees van de Ven.
Kijk de hele avond terug op Bimhuis TV.
Labels: boy edgar prijs, concert, dec19, evenement
(Johan Pape, 14.12.19) - [print]
- [naar boven]
Lees verder in het archief...