|
Draai om je oren Jazz en meer - Weblog |
|
||
|
| |||
In memoriam | CdTristan Honsinger Tristan Honsinger - 'Small Talk' Setola di Maiale, 2022 | Opname: 11 december 2017 Een paar dagen geleden bereikte mij, via het ICP Orchestra, het bericht dat Tristan Honsinger afgelopen zaterdag is overleden. Hij werd drieënzeventig. Bij deze dus condoleances aan eenieder die hem kende en met hem samenwerkte. Een groot verlies voor hen, maar zeker ook voor alle liefhebbers van de geïmproviseerde muziek, waarvoor hij van onschatbare waarde was. Als cellist en vocalist, als componist, maar zeker ook als gangmaker en humorist. Om hem te eren sta ik stil bij het laatste album dat hij vorig jaar uitbracht: het bij Setola di Maiale verschenen 'Small Talk'. Honsinger werd op 23 oktober 1949 geboren in de Amerikaanse staat Vermont. Hij begon zijn studies aan het New England Conservatory en studeerde vanaf 1968 aan het conservatorium van Baltimore. De klassieke muziek bleek echter niet zijn ding en na zijn verhuizing naar Montreal, een jaar later, stapte hij over op de improvisatie. In de jaren daarna woonde hij in Amsterdam, Parijs, Italië en weer in Amsterdam, waar hij uiteindelijk toetrad tot de Instant Composers Pool. In de jaren daartussen werkte hij samen met Toshinoro Kondo, Michael Vatcher, Sean Bergin, Giancarlo Schaffini, Gianluigi Trovesi en eind jaren tachtig met Cecil Taylor. Maar hier ontleende hij toch vooral zijn roem aan zijn bijdrage aan ICP, al bleef hij zijn oude vrienden opzoeken, bijvoorbeeld in Italië, waar 'Small Talk' van getuigt. Het album bevat opnamen voor de Italiaanse radio, gemaakt op 11 december 2017. We horen hier Honsinger zowel op cello als vocaal, iets dat hij deelt met Cristina Vetrone en Vincenzo Vasi, die we daarnaast ook horen op respectievelijk de organetto en de theremin, bassist Luigi "Lullo" Mosso en drummer Cristiano De Fabritiis. Verder horen we in dit octet klarinettist Enrico Sartori, saxofonist Edoardo Maraffa en bassist Antonio Borghini.
Foto: Cees van de Ven Labels: cd, ICP, in memoriam, Tristan Honsinger (Ben Taffijn, 10.8.23) - [print]
- [naar boven] Drummer Han Bennink werd op 17 april jongstleden tachtig. Geen reden om te stoppen, Bennink gaat rustig door. Zo was hij aanwezig op het North Sea Jazz Festival om zijn eigen verjaardagsfeestje luister bij te zetten. Natuurlijk met het ICP Orchestra, waar hij al zo ongeveer zijn hele leven aan verbonden is. In 1997 bestond dat orkest dertig jaar, het feestje duurde toen drie dagen. Het orkest zette onlangs de opnames op Bandcamp. Verder aandacht voor solo opnames van de man achter het orkest, Misha Mengelberg. Die eerste avond was op 30 oktober in het oude Bimhuis, met twee collega-musici die we nu nog wel eens live zouden willen horen, saxofonist Steve Lacy en trombonist Roswell Rudd. Voor de rest is alles vrijwel ongewijzigd, de line-up is nagenoeg gelijk aan die van nu, vijfentwintig jaar later! De aanwezigheid van Ernst Reijseger als tweede cellist valt op en verder mis ik alleen violiste Mary Oliver en natuurlijk pianist Misha Mengelberg, die nu boven een trio heeft gevormd met Lacy en Rudd. Rudd mag de set beginnen, solo, we horen hem blazen en schreeuwen, in zijn eigen 'An Original Composition By The Famous Trombonist Bill Harris'. De muziek van Herbie Nichols is het orkest dierbaar, dat gold duidelijk ook voor Lacy, die we hier de solo in '12 Bars' met grote perfectie horen vertolken. Het is ongetwijfeld het speelse element in de muziek van Nichols dat de band zo aanspreekt, een perfect voorbeeld is '2300 Skidoo', met wederom prachtige solo's, onder andere van trompettist Thomas Heberer.
Een dag later trad de band op in het Stedelijk Museum, met Rudd als enige gast. Het bijzonder ritmische, zeg maar gerust tribale 'Kraaloog' zet direct de toon. En dan is het Ab Baars, met die voor hem zo kenmerkende allesverzengde stijl die het ritme met zijn tenorsax volledig aan gort blaast. In de zesdelige 'Picnic Suite' komt de klassieke achtergrond van Mengelberg prachtig aan bod: ingetogen passages voor de beide cellisten en een knappe bijdrage van Michael Moore op klarinet, gevolgd door een prachtige solo van Han Bennink in het derde deel. Foto: Cees van de Ven Labels: downloads, Han Bennink, ICP, Misha Mengelberg (Ben Taffijn, 17.8.22) - [print]
- [naar boven] Pakte 'De Hondemepper' niet zo lang geleden nog uit met een relatief strak programma, dan worden de teugels weer gevierd op 'Komen & Gaan', misschien wel het meest speelse en spontane album van deze vrijbuiters in jaren. De optelsom van negen muzikanten, een uitzonderlijke locatie en een "eigenlijk is er niks fout"-filosofie leidt tot een apart hoofdstuk in het ICP-verhaal. Voor het eerst in jaren krijg je ook - om voor de hand liggende redenen - een uitgedunde versie van het orkest te horen, waarin Tobias Delius, Tristan Honsinger en Thomas Heberer ontbreken. Hun afwezigheid wordt gecompenseerd door het uitnodigen van twee bekende gezichten: basklarinettist Joris Roelofs, die intussen al een hele tijd samenspeelt met Han Bennink, en gitarist Terrie Hessels van The Ex, een improvisator in hart en nieren die intussen ruim drie decennia speelt met diverse ICP'ers. Als Roelofs met zijn techniek en bagage naadloos aansluit bij het gezelschap, dan was Hessels altijd al een verwante geest die uitblinkt in de rebelse frictie waar het orkest zich zo graag van bedient. Ook opmerkelijk: de locatie. Geen traditionele studio, maar Le Brocope, een theatercafé/restaurant in Friesland, waar kunst en muziek al jaren centraal staan. Op zich is het al een charmante plek, maar het karakter ervan werd expliciet in de kijker gezet, wat je ook mooi kan zien via een reeks video's waarmee je eigenlijk het volledige opnameproces kan volgen. Voor sommige stukken zaten alle muzikanten samen in het restaurant te spelen. Voor andere weken ze uit naar verschillende ruimtes in het gebouw of werd er zelfs bewegend gemusiceerd, met geluidsman Marc Schots die je achter en tussen de muzikanten ziet lopen met een extra microfoon. Het is naturalisme ten top: je hoort het kraken van de vloer, de verschuivende akoestiek, de tingeltangelende huispianola en de aanmoedigingen van honden Hansje en Lou. Of zoals Bennink in een van de video's meegeeft: "Je hoort het komen en gaan, en dat zou ik zo graag willen op deze cd. Eigenlijk is er niks fout." Je zou dat kunnen interpreteren als gemakzuchtigheid, als gebrek aan professionaliteit, maar je hebt natuurlijk te maken met muzikanten die graag teren op risico en dat kunnen, het moment uitbuiten met een combinatie van spontaniteit en discipline. Beluister hoe ze zich voor het eerst een weg banen door Glerums 'De Linkerschoen, De Rechterschoen' en vervolgens verbaasd zijn over hoe goed die versie meteen zat. Niettemin krijg je er aan het andere uiteinde van het album nog eentje bij. Veel muziek van het complete nonet bij elkaar krijg je dus niet. In opener 'Lucht' wordt letterlijk gespeeld met lucht, tot Ab Baars binnenwandelt met de shakuhachi en hier en daar geluiden ontglippen: een zachte altsaxgolf, gebrap van de basklarinet. Gaan de twee versies van Glerums compositie meteen in de richting van de zwierige Ellington/Strayhorn-traditie, dan is het materiaal ertussen grilliger en vrijer van aard. De drie stukken 'Komen En Gaan' zijn kleurrijke wandelingen met maffe klanken (kijk hierboven hoe trombonist Wierbos de interactie wil aangaan met een hond), driftig klaterende erupties, flarden kamermuziek-achtige elegantie en carnavaleske gekte, maar ook verrassende momenten van schoonheid (deel 3, zie hieronder). Daarnaast: muziek die klinkt als de begeleiding bij een stille film ('Pianola Potpourri'), een serene uitvoering van Misha Mengelbergs 'Kroket', en een serie kleine bezettingen, met pianist Guus Janssen die Hessels een stukje Bach voorschotelt (en een hoop dissonant gewring terugontvangt) en in Roelofs een partner krijgt die al even virtuoos reageert, en het trio Bennink, Baars en Hessels dat geen baldadige of volumineuze anarchie nodig heeft om indruk te maken. De improvisaties zijn grillig en onvoorspelbaar, en in combinatie met hun korte duur en de talloze afwisselingen voelt het aan alsof je voortdurend opnieuw op het verkeerde been gezet wordt. Dat maakt van 'Komen & Gaan' een album dat voor nieuwkomers misschien een beproeving kan zijn, maar eigenlijk best toegankelijk is. "Het moet een muzikale collage worden," zegt regisseur Bennink ergens, en het gezelschap hield woord, met beide termen die evenveel belang afdwingen. Dus je kan wel blijven lullen over hoe het in Mengelbergs tijd allemaal anders klonk (nee toch), maar dan maak je meteen ook duidelijk dat je het punt mist. Deze ICP'ers staan nog altijd met een been in de traditie en met het andere op het ijs. De evenwichtsoefening is er een van meesters van het moment. Deze recensie verscheen ook op Enola.be Labels: cd, ICP, jazztube, Joris Roelofs, Terrie Ex (Guy Peters, 11.3.21) - [print]
- [naar boven] Lees verder in het archief...
|
Archief
Artikelen Cd-recensies Concertrecensies Colofon Festivalverslagen Interviews Jazz in memoriams Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken? |