Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 


Cd's / Cassette
Dave Rempis portret - deel 2
Kuzu - 'Hijaisuus' (Aerophonic, 2019)
Opname: 13 september 2017
Kuzu - 'Lift To Drag' (Medium Sound, 2019)
Opname: 10 oktober 2018
Kuzu - 'Purple Dark Opal' (Aerophonic, 2020)
Opname: 14 oktober 2018

In het tweede deel van dit portret van Dave Rempis aandacht voor Kuzu. Dit trio, dat naast Rempis bestaat uit gitarist Tashi Dorji en percussionist Tyler Damon, bracht tot nu toe drie albums uit. Eind 2018 verscheen 'Hiljaisuus', vorig jaar 'Lift To Drag' en begin dit jaar 'Purple Dark Opal'. Het idee ontstond in 2017 toen Rempis het duo Dorji-Damon (Circuit Des Yeux), dat al langer samenwerkte, vroeg voor een solotour. Die eerste opnames dateren dan ook van september 2017.

Het is Damon die opent op 'Fontanelles 1 & 2', een van de twee stukken op 'Hiljaisuus'. We horen de hoge noten die je krijgt door met de achterkant van een trommelstok over een bekken te krassen. Dorji valt in en even later Rempis, hier op tenorsax, met getormenteerde klanken. Al snel gaan de drie echter nog een stap verder - deze muziek is ongeschikt voor tere zielen. Het trio trekt een muur op van gewapend geluid, waar geen doorkomen aan is. Minutenlang houdt het aan en de enige die er nog wat kleur in brengt is Rempis. In de wat rustigere momenten - die er zeker ook zijn - valt op dat dit trio meer kan dan louter herrie maken. Tyler Damon is een zeer veelzijdige percussionist die westerse klanken graag vermengt met oosterse, waar een boeiende solo verderop van getuigt. Tashi Dorji weet ontheemde, gruizige patronen aan zijn gitaar te ontlokken en Dave Rempis is meer dan menig saxofonist in staat om met zijn spel onder je huid te kruipen. Maar die momenten duren nooit lang, onherroepelijk neemt het ritme dan weer bezit van de heren, komt het geheel weer op stoom en sleept dit trio ons mee op een volgende enerverende trip. Het tweede stuk 'Gash' is een verhaal op zich waard, een enerverende geluidssculptuur waarin de drie musici een prachtig harmonisch, maar ook duister evenwicht bereiken. Rempis horen we hier vervaarlijke noten persen uit zijn baritonsax, een instrument waar we hem niet zo heel vaak op horen, terwijl Dorji en Damon een snelstromende klankrivier produceren. En over onder de huid kruipen gesproken!

De opnames van de vorig jaar bij Medium Sound als cassette verschenen 'Lift To Drag' - het album is ook verkrijgbaar als download - en het pas bij Aerophonic uitgekomen 'Purple Dark Opal' werden gemaakt tijdens dezelfde tour van het trio in de herfst van 2018. 'Hiljaisuus' was toen net uit. Het is bijna een ritueel zoals 'Spilled Out', het eerste stuk van 'Lift To Drag' begint. Damon met een langzaam ritmisch patroon en Rempis met een zeer fraaie solo op tenorsax. Dan verhoogt Damon het tempo, maar het rituele aspect blijft, iets dat Dorji aanzet tot een heerlijk gruizige, zeer meeslepende solo. Dan haakt Rempis weer aan en belanden we weer in zo'n inmiddels bekende stroomversnelling. 'Modern jazz destruction', noemen ze dat bij het label Medium Sound. En dan dat ontregelende duet van Dorji en Damon verderop, waarbij rock, noise, free jazz en niet-westerse muziek op voorbeeldige wijze in de mixer belanden. Groots is de spanning die de twee tegen het einde van dit eerste stuk opbouwen, waarmee het rituele karakter weer helemaal terug is. 'Carried Away' lijkt gezien het fluisterzachte begin te breken met alles wat we tot nu toe hoorden. Al snel blijkt echter dat dit louter een opmaat is, die het contrast met de georganiseerde chaos die erna komt alleen maar vergroot. Maar wat een heerlijk ontregelende altsaxsolo's schotelt Rempis ons verderop voor.

Vier dagen later staat het trio in The Sugar Maple in Milwaukee, Wisconsin. 'Purple Dark Opal', dat slechts uit één stuk bestaat, is daarvan de registratie. 'To The Quick' begint met wat een handelsmerk van Tyler Damon blijkt te zijn: een drumsolo die alles in zich heeft van de rollende donder. Dan horen we een zeer melodisch spelende Rempis op altsax en Dorji, die krachtige gitaaraccenten plaatst. Het leidt wederom tot een klankenstroom waarin het hechte samenspel opvalt, het tempo moordend is en de groove onweerstaanbaar. Verderop schakelt Rempis weer eens over op baritonsax. Zijn diepe en duistere geluid contrasteert mooi met Dorji's metalige spel. Tumultueus overdonderende frases volgen en iedere keer als je denkt het hoogtepunt nu wel gehad te hebben, blijk je er weer naast te zitten. KUZU. We gaan er nog veel van horen.

Labels: , ,

(Ben Taffijn, 30.3.20) - [print] - [naar boven]



Cd's
Dave Rempis portret - deel 1

From Wolves To Whales - 'Strandwal' (Aerophonic, 2019)
Opname: 14 november 2017
From Wolves To Whales - 'Dead Leaves Drop' (Dropa Disc, 2019)
Opname: 15 november 2017

Hoog tijd dat we saxofonist Dave Rempis op deze blog weer eens een podium bieden. Op zijn eigen label Aerophonic verschijnt genoeg moois wat dit rechtvaardigt. Daarom een portret in twee delen van deze graag geziene vertegenwoordiger van de Chicago-scene. Oorspronkelijk opgeleid als etnomusicoloog - hij studeerde onder andere in Ghana - schakelde Rempis in 1997 over op de jazz en speelde zich via het inmiddels legendarische The Vandermark Five in de kijker. Al snel tuigde Rempis zijn eigen projecten op, waarvan er alleen maar meer bij lijken te komen, naast dat hij samenwerkingen aan ging met een keur aan geestverwanten als Paul Lytton, Fred Anderson, Peter Brötzmann, Hamid Drake, Tomeka Reid, Steve Swell, Elisabeth Harnik, John Tchicai, Roscoe Mitchell, Nate Wooley, Jaimie Branch, Kevin Drumm, Paal Nilssen-Love, Nels Cline en Joe McPhee.

Rempis zag ik reeds diverse keren live, hij komt met een zekere regelmaat bij Sound in Motion over de vloer en iedere keer valt dan weer de man zijn tomeloze energie op en het zonder meer overweldigende geluid dat daarbij hoort. Minutenlange solo's op het scherpst van de snede. Dat geldt ook weer voor de twee de projecten die hier centraal staan, waarbij we in dit verslag From Wolves To Whales aan bod laten komen en in deel twee Kunzu.

From Wolves To Whales kwam hier eerder voorbij. Het debuutalbum verscheen in 2015 en wat toen de titel van het album was, zou later de naam van het kwartet worden, waarin we naast Rempis trompettist Nate Wooley, bassist Pascal Niggenkemper en drummer Chris Corsano aantreffen. In november 2017 was Rempis in Nederland en België, concerten waar vorig jaar de opnames van uitkwamen. Op 14 november speelde hij in De Pletterij in Haarlem, verschenen als 'Strandwal' en op 15 november stond hij in Het Bos, Antwerpen, op lp uitgebracht onder de titel 'Dead Leaves Drop' door \ Sound in Motions Dropa Disc. Blijkbaar smaakte de samenwerking die Rempis en Koen Vandenhoudt eerder met Ballister ondernamen - waarbij eveneens ieder een concert uit een tour op plaat uitbracht - naar meer. De dubbel-cd 'Strandwal' begint aan met het bijna een half uur durende 'Hook And Cod', een bijzonder stuk met een paar opvallend ingetogen momenten waarin de vier musici een hecht doortimmerde sculptuur neerzetten, met als hoogtepunt dat moment rond de twintigste minuut - naast prachtige frases - waarin de beide blazers krachtig langs elkaar schuren en de boel regelmatig flink op scherp zetten. Overigens kunnen ze met zo'n krachtig en stomend spelende ritmesectie ook weinig anders.

Als eerbetoon aan Noord-Holland eindigt de eerste cd met 'IJ' en begint de tweede met 'Spaarne'. Met een beetje fantasie hoor je de sterke stroming van die eerste rivier in de meanderende patronen van het duo Rempis-Wooley en in het stromende spel van Niggenkemper en Corsano. Verderop krijgt het stuk een duister karakter, met name door de bijzondere verrichtingen van Niggenkemper op bas. 'Spaarne' duurt eveneens bijna een half uur en valt met name op door zijn harmonieuze kwaliteiten. Het verstilde begin, met Rempis en Wooley in een intieme dialoog, wordt gevolgd door een aangenaam ritmische fase, waarbij het lijkt of Niggenkemper is overgestapt op percussie. Langszij horen we de blazers met langgerekte noten. Dan horen we Rempis weer in een van die onovertroffen solo's, op sommige momenten vergezeld door Wooley. En wat een prachtig geluidslandschap creëert Niggenkemper verderop, ik zie zomaar die eindeloze Noord-Hollandse polders. Verderop horen we Wooley met het voor hem zo kenmerkende trompetgeluid, te wijten aan het zeer creatief spelen met valse lucht. En van Kenau heeft Rempis ook al gehoord, zijn laatste stuk is speciaal voor haar, het klinkt allemaal heel toepasselijk en eindigt prachtig harmonieus.

Op 'Dead Leaves Drop', met daarop de opnames van het concert een dag later in Antwerpen, vinden we 'Pakicetus' en 'Ambulocetus'. Beide titels verwijzen naar een uitgestorven geslacht van walvisachtigen. Het gaat direct zeer onstuimig van start met een krakende, piepende en sissende Wooley en hoge noten van Rempis. Instant vuurwerk, waarbij 'Strandwal' verbleekt. Verderop voegen ze er een ritmische dimensie aan toe. Luister daarbij dan vooral ook naar het enerverende slagwerk van Corsano. Ook 'Ambulocetus' bevat prachtig energiek, maar ook kunstig experimenteel spel, met name van de beide blazers. Verderop tovert het kwartet op speelse wijze met aangename klanken, culminerend in een messcherpe solo van Rempis, hier op tenorsax, op een stomende en zeer ritmische bedding. Dan neemt Wooley het stokje over, al even scherp en enerverend. Vervolgens horen we ze nog één keer samen, zich spoedend naar de uitgang.

Foto: Maarten Jan Rieder

Labels: ,

(Ben Taffijn, 18.3.20) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...








Menupagina's:




Album van de maand
Jamie Peet - 'REFLEX: Daily New Beginning'

Klik hier voor meer informatie









Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.