Het eerste nummer, 'Zaman', was aldus de bandleider geschreven toen hij nog op school zat. Het knaapje wist reeds van wanten. Ingeleid door een paar knallende noten van contrabassist Esat Ekincioglu ging de vierschaar onvervaard aan de arbeid. De muzikanten waren in een carré opgesteld, met het publiek daar in 360 graden omheen. Je zou wellicht verwachten dat het resulterende geluid daarom een centripetaal karakter had, doch die spoot daarentegen alle kanten op. Het was energieke freejazz wat de klok sloeg. Hij werd gekenmerkt door felle contrasten, een extreme dynamiek en een grote dichtheid. We waren hier duidelijk niet op de kinderafdeling of in de stilteruimte. Alhoewel we ons, hoe ironisch, wel degelijk in de voormalige kapel van de roomse lijders bevonden. Een enkele keer werd er gas teruggenomen, zoals in de verstilde ballad 'Ada'. Futacis zang refereerde aan Turkse volksmuziek, voor het overige luisterden we naar collectieven die een universeel karakter hadden.
De meeste soloruimte werd opgeëist door de leider, die tevens fluit en percussie-instrumentjes hanteerde. De baritonsax van Baris Ertirk gaf met lage doordringende scheten structuur aan het geheel en derwisj Ekincioglu stond er van opwinding en enthousiasme bij te dansen. Het instrument van die laatste draagt de sporen van diens ongeremde percussieve gebruik - en van het vele touren door Europa en Azië.
Met rode konen van gezondheid viel het publiek na afloop op de bar aan.
Cd
Kristina Fuchs & Jeroen van Vliet - 'Life, You Are Beautiful'
TryTone, 2025
Twee creatieve, authentieke geestverwanten die ook op deze cd volstrekt zichzelf zijn. Aanbevolen voor luisteraars die met focus, geest en oor openstaan voor een muzikaal-poëtisch avontuur vol schoonheid en improvisatie van dit duo.
De overspanning van Fuchs' stem is als een elastiekje tussen de vingers dat je uitrekt en weer loslaat. Het gemak waarmee ze binnen haar stemspectrum van laag naar hoog schakelt en intoneert is frappant. Samen met de alom gerespecteerde en geprezen pianist Van Vliet, die al vaker concerteerde met Fuchs, werd dit nieuwe album er een dat opzien baart.
De composities zijn geen meezingers die beklijven, zoals dat usance is bij freejazz-gerelateerde muziek. Maar haar vocale eigenheid staat als een huis en fascineert. Gesublimeerd met interactief harmonieus pianospel en soms ook een snuifje elektronica. De onomstotelijke chemie tussen beiden maken het een duoalbum van de buitencategorie.
De opener 'Song Of Sapün' klinkt en ervaar je als de muzikale metafoor voor de titel van de cd. Gevolgd door 'Still', een geslaagde eigenzinnige uitvoering van een compositie van Ben Sluijs (een guilty pleasure van ondergetekende). Tot slot nog een voorbeeld van de variëteit van deze cd: het ritmische staccato 'Farmer’s Cat' als een positieve injectie om ons staande te houden in de roerige wereld van vandaag.
Het album zal worden gepresenteerd op 1 mei in het Bimhuis tijdens het minifestival Spring Duets.
Simin Tander overtreft met haar optreden ruimschoots alle verwachtingen. De ontmoeting tussen haar stem en de instrumentale omlijsting is excellent. Naast een aantal klassiekers staat het nieuwe album 'The Wind' centraal in het optreden. Violist Harpreet Bansal, basgitarist Bjorn Meyer en drummer Samuel Rohrer zijn samen met Simin Tander verantwoordelijk voor een transparant en zeer organisch samenspel. De leden van dit kwartet komen uit alle windrichtingen, van Noorwegen tot Afghanistan/Pakistan, van Italië tot Spanje. Muzikaal zeer gevarieerd, maar met universele kernwaarden.
Het concert begint met een korte introductie van basgitaar en drums, waarin zoals aangekondigd een windvlaag schuilgaat. Kort daarna begint Tander te zingen, traag en vol melancholie. Even later voegen klagende vioolklanken zich bij het geheel. Het stuk 'Meena', gezongen in Pasjtoe (een van de talen in Afghanistan) handelt over de overgave aan de liefde. Het kwartet vervolgt met 'Woken Dream', waarin in een hoger tempo en met veel pathos wordt gespeeld. In het optreden laat Tander het applaus regelmatig aan haar voorbijgaan, waardoor de nummers vloeiend in elkaar overlopen. Met de korte intro's van de drie instrumentalisten als ankers. Zij sluiten naadloos aan bij de door Tanders stem opgeroepen sferen en emoties.
Simin Tander reikt tot grote hoogte tijdens dit optreden, waarbij haar techniek altijd ten dienste van het resultaat staat. Zingend, soms fluisterzacht en dan weer explosief of scattend. Maar altijd zoekt ze in glinsterend hoge of zwaarmoedig lage registers haar weg, die leidt tot grootse vondsten en indrukwekkende apotheosen. Ritmisch, lyrisch en opzwepend instrumentaal begeleid door de ritmesectie, waarin zowel Bjorn Meyer op basgitaar, met zijn kenmerkende gitaristische sound, en Samuel Rohrer, elegant en artistiek op de drumkit, uitblinken. Beiden musiceren ingetogen én zijn aanwezig. Tijdens het optreden komt alles samen in 'My Weary Heart', waarin een Noors kerkliedje wordt gespeeld vol betoverende emoties en gevoelige zangkunsten.
Simin Tander laat ons de roerige wereld even vergeten en brengt ons het hoopvolle verlangen naar liefde en vrede, ook al is het als een kortstondige windvlaag...
Foto's: Louis Obbens. Klik hier voor meer foto's van dit concert.
Cd
Vijay Iyer & Wadada Leo Smith - 'Defiant Life'
ECM, 2025 | Opname: juli 2024
Pianist Vijay Iyer en trompettist Wadada Leo Smith kennen elkaar reeds van de vijf jaar tussen 2005 en 2010 dat Iyer deel uitmaakte van Smith's Golden Quartet, met John Lindberg op bas en Shannon Jackson op drums. 'Defiant Life' is het tweede album van dit duo na het uit 2016 stammende 'A Cosmic Rhythm With Each Stroke', dat hier ook voorbijkwam.
'Defiant Life' is niet zomaar een album geworden, maar de reflectie van de gesprekken die de twee musici regelmatig voerden. Iyer daarover: "Our time together, from the moment we meet right until the moment we play, is most often spent talking about the state of the world, studying histories of liberation, and sharing readings and historical references, as a means of grounding ourselves purposefully in our present." We beginnen met het prachtig ingetogen 'Prelude: Survival'. Iyer creëert hier met elektronica een duistere klanknevel, terwijl we Smith horen grommen en sputteren op zijn trompet. Tot slot klinken enkele bescheiden pianoaanslagen in dit, met nog geen drie minuten, korte stuk. We vervolgen met het beduidend langere 'Sumud'. Ook hier gaat de muziek uiterst bescheiden van start, horen we met name Smith in een delicate melodie. Iyer ondersteunt het met spel op de Fender Rhodes en elektronica. Het hoge geluid, als van belletjes, valt hier bijzonder op. Het geeft dit stuk zonder meer een vrij hoog meditatief gehalte.
Die betrokkenheid bij de wereld leidt tot twee stukken waarin de musici zich nader uitspreken. 'Floating River Requiem' schreef Smith voor Patrice Lumumba, de voormalige president van Congo, die in 1961 werd vermoord. We horen hier Iyer eindelijk op piano, waarmee hij de krachtige, maar ook weemoedige trompetklanken van Smith ondersteunt. Verderop horen we hem geruime tijd solo, uiting gevend aan deze lugubere actie. Iyer zegt over de wijze van spelen nog: "We work from our individual languages and materials" en "our methods of aural attunement, and what I would call a shared aesthetic of necessity". En met name dat laatste hoor je op dit album in ieder stuk terug. Zeker ook in dat andere politiek getinte stuk: 'Kite', dat Iyer schreef voor de Palestijnse auteur, dichter en professor Refaat Alareer, die, met zoveel anderen, in het huidige conflict in Gaza om het leven kwam. Al met al een zeer indrukwekkend album van twee bijzondere musici.
Trio Grande presenteert in Paradox hun tweede album 'Urban Myth'. Het eerste album is in 2020 verschenen met gitarist Gilad Heckselman, saxofonist Will Vinson en Antonio Sanchez op drums. Opvallend is de afwezigheid van de bas/basgitaar. De gitarist brengt met een octave pedal de baspartijen in, waardoor een mysterieuze bas-sound ontstaat. Het trio omarmt naast jazz, rock en funk ook elementen uit de wereldmuziek.
Op het podium van Paradox en op de laatste release zijn de kaarten enigszins geschud, waardoor de muzikale dynamiek verschoven is. Op het personele vlak is Antonio Sanchez vervangen door Nate Wood, die simultaan zowel de drum- als de baspartijen speelt. Uniek om waar te nemen maar muzikaal niet meer dan een gimmick. De ware muzikale ster van de avond blijkt gitarist Gilad Hekselman te zijn. De kristalheldere, jazzy gitaarlijnen, afgewisseld met groovende, dynamische en met gevoel voor rock gespeelde solo's staan bol van creatieve ingevingen. In vergelijking met de gitarist zijn de bijdragen van Vinson en Wood schraal en komen ze soms gekunsteld over. Will Vinson is een begenadigd saxofonist, zo blijkt ook deze avond, maar de afwisselingen tussen saxofoon en keyboard zijn muzikaal gezien niet altijd even succesvol.
'Urban Myth' houdt zich vast aan de wortels van de jazz, maar door de beïnvloeding van andere stijlen en genres is de term eclecticisme wellicht een betere omschrijving van de stijl. Heckselman en Vinson zijn verantwoordelijk voor de composities. Daarnaast zijn 'Strasbourg/St. Denis' van Roy Hargrove en het bijna in de vergetelheid geraakte liedje 'Everybody’s Got To Learn Sometime' van The Korgis aan de speellijst toegevoegd. Het titelstuk van het album 'Urban Myth' is misschien wel het hoogtepunt van de avond, waar vleugjes Balkanmuziek en elektropunk de strijd met elkaar aangaan. De toegift, een zich herhalend motiefje waarin om publieksparticipatie wordt gevraagd, had schriftelijk afgedaan mogen worden.
Samenvattend is het een optreden van een uitstekende gitarist met enkele spaarzame hoogtepunten in het totale samenspel. Het zaalgeluid stond op of over de pijngrens.
Foto's: Louis Obbens. Klik hier voor meer foto's van dit concert.
Sun-Mi Hong is de winnaar van de Paul Acket Award 2025. Deze prijs wordt jaarlijks uitgereikt aan een artiest die een bredere publieke erkenning verdient voor diens buitengewone muzikale kwaliteit.
De in Zuid-Korea geboren drummer, componist en bandleider Sun-Mi Hong (1990) verhuisde op haar eenentwintigste naar Nederland en studeerde aan het Conservatorium van Amsterdam. Ze leidt haar eigen Sun-Mi Hong Quintet, waarmee ze internationaal optreedt en al verschillende albums uitbracht. Haar meest recente verscheen in 2025: 'Fourth Page: Meaning Of A Nest'. Hong groeide uit tot een sleutelfiguur in de nieuwe generatie Amsterdamse jazzmusici en vestigde zich als een toonaangevend muzikant binnen de Europese jazzscene. Ze werd eerder al onderscheiden met een Edison Jazz Award en in 2018 won ze met haar groep de Dutch Jazz Competition.
Met de Paul Acket Award 'Artist Deserving Wider Recognition', vernoemd naar de oprichter van het festival, wil de organisatie aandacht geven aan uitzonderlijke jazzmuzikanten die meer erkenning en een groter publiek verdienen voor hun werk. Sun-Mi Hong ontvangt de prijs tijdens het North Sea Jazz Festival, waar ze op vrijdag 11 juli optreedt met haar kwintet.
"Hongs benadering van het drumstel is eigenzinnig en kan worden omschreven als moderne swing, met poëtische accenten en verhalende patronen. Ze combineert groove, dynamiek en subtiliteit, met kleine accenten die de compositie ondersteunen", aldus jurylid en Bimhuis-programmeur Frank van Berkel. "Als componist combineert ze structuur en improvisatie, met spanningsbogen die de aandacht vasthouden en uitnodigen tot actief luisteren. Ze daagt musici uit om te improviseren binnen duidelijke kaders, met ruimte voor zowel persoonlijke expressie als collectieve interactie."
Eerdere winnaars van de Paul Acket Award waren onder meer Kit Downes (2024), Eve Risser (2023), Kris Davis (2022), Julian Lage (2019), Kaja Draksler (2018) en Donny McCaslin (2017). De prijs wordt sinds 2023 per jaar uitgereikt in een van de categorieën Global Edition, European Edition en Dutch Edition; Sun-Mi Hong wint in de laatste.
Sun Mi-Hong speelt donderdag 17 april met het Ambergris Quartet bij Pelt Jazz in CC Palethe.
Cd
Loek van den Berg - 'Seafarer'
ZenneZ, 2025 | Opname: februari 2024
De opvolger van de even beluisterenswaardige 'Wayfarer' (2022) gaat in dezelfde richting, maar verdiept en verbreedt de muzikaliteit. De tracks combineren op een merkwaardige manier een vorm van melancholie met een opgewektheid, een joie de vivre (de jouer!).
De opener, 'Seafarer Pt. 1', is een echte, meeslepende oorwurm: de pianist tekent voor een prachtig sfeervol tapijt, waaruit het thema langzaam groeit. Dat wordt erg knap overgenomen door de andere muzikanten, met de saxofonist die op een helder-klassieke maar toch jazzy gedreven manier het thema doorduwt. Daarin wordt hij prachtig gesteund door de overige muzikanten: een drummer en een bassist die hun rol knap vervullen, maar ook een melodieuze meerwaarde voor de groep vormen. Meteen word je in het muzikaal gebeuren gezogen, staat je concentratie op volle kracht, en geniet je van de combinatie van melos en subtiele ritmiek. Even later komt daar het gedragen werk van de trombonist bij - een uitgelezen tegenstem voor het saxwerk.
Als ritmiek en bas de aarde in het werk zijn, dan is de piano de ether, en zijn de saxen en trombone de zon en vormen zij met de rest het azuurblauw boven de zee. Een album dat ons telkens weer verbaast door pure schoonheid.
Loek van den Berg (altsax, sopraansax, doedoek), Nathan Surquin (trombone), Aseo Friesacher (piano, vocals), Cas Jiskoot (contrabas), Willem Romers (drums).
Concert
Harp en piano als Siamese tweeling
Sorcha McCague Quintet, dinsdag 8 april 2025, De Smederij, Groningen
De harp is nog altijd een vreemde vogel in de jazzvolière. Dorothy Ashby, Betty Glamann en Alice Coltrane trokken in het verleden de aandacht naar de harp en momenteel laat Brandee Younger van zich spreken. Her en der zijn er voorts nog wel wat jonge muzikantes op het instrument bezig - hoegenaamd geen kerels! Diederik Idema, chef van de wekelijkse Jazz Jams, vertelde dat er in de afgelopen 35 jaar nimmer een harp een voet over de drempel heeft gezet.
De Ierse Sorcha McCague had dus de primeur. Zoals we misschien wel zouden verwachten kan haar instrument ons in royale wolken van tinteltonen hullen. Lieflijke lentekriebels over het hele lijfje. Maar voor het grootste deel speelt ze gewoon enkele noten met een onmiskenbaar jazzy inslag. Daarbij komt dat haar hoge register compleet kan samensmelten met de piano van Dimitris Karkoulius. Een symbiotische connectie, alsof de muzikanten ooit als Siamese tweeling zijn geboren. De pianist beweegt zich zo lenig als een kat en zo speels als een jonge hond. Zijn soli zijn zorgvuldig geslepen en gepolitoerde edelstenen. Ik zou wel eens naar een solorecital van hem willen luisteren.
Alexia Harpa zat achter de ketels. Van eerdere optredens in De Smederij kennen we de percussioniste als een onstuimige bougie die alle bands op koers weet te houden. In het eerste nummer, 'Sorcha's Song', leek ze wat aan het tempo te trekken, maar niet veel later speelde ze zo crisp als een geroosterde boterham. En wonderlijk subtiel, als dat zo uitkwam. En hoor haar hippe patronen. Daarbij is Harpa een muzikante die nog volop in ontwikkeling is.
Kijk, als je zo'n harp maar omgeeft door goeie muzikanten is the sky the limit.
Cd | Jazztube
Kit Downes - 'Dr. Snap'
Bimhuis Records, 2024 | Opname: 3 november 2022
Pianist Kit Downes werkte voor zijn in de Reflex-serie van Bimhuis Records verschenen album 'Dr. Snap' - natuurlijk live opgenomen in het Bimhuis - met een tentet, bestaande uit piano, vier blazers, gitaar, contrabas en maar liefst drie drummers.
'Dr. Snap' is een heerlijk dynamisch album geworden, waarin we een veelvoud van muzikale stijlen terug horen. 'Children With Pitchforks' begint met een patroon op fluit van Ketija Ringa Karahona, waarna we al snel de grote invloed van de percussie gewaarworden (Sun-Mi Hong, James Maddren en Veslemøy Narvesen), op een album dat toch primair draait om ritme. In dit eerste stuk is die ritmiek van het springerige soort, met duidelijke latin-invloeden. In 'Full Dress' [ZIE DE JAZZTUBE HIERONDER] horen we mooi de invloed van funk, onder andere door de groove van bassist Petter Eldh. Heerlijk vette solo's van Robin Fincker op tenorsax en van Downes zelf zijn hier prima op hun plaats. En bijzonder zoals de dynamiek hier ineens volledig stilvalt en de band overschakelt op een experimentele klankwereld. Een experiment dat zich doorzet in het ingetogen 'Mirror'. Het is de solo van Eldh, aan het begin van 'Familiar' gevolgd door Downes' bijdrage die er weer structuur inbrengt. Vervolgens zijn er boeiende patronen van de blazers, naast Karahona en Fincker zijn dat Ben van Gelder op altsax en Percy Pursglove op trompet. Gitarist Reinier Baas sluit hier met krachtig spel mooi op aan.
Downes horen we nagenoeg solo, met luisterrijke, bijna klassiek aandoende klanken in 'Interlude A'. Bijzonder hoe ook hier langzaam de abstractie zijn intrede doet. Het al even ingetogen 'Pantheon 4' (geen idee waar die delen 1 tot en met 3 gebleven zijn) begint weer met de klanken van de fluit, nu in combinatie met de altsax. En ook hier speelt de ritmiek weer een grote rol, alleen nu van het lome soort. Baas is goed te horen aan het begin van 'Dimitrios In 64', met bijzonder experimenteel spel en de klankwolk van de blazers aangenaam kruidend. Dan zijn de slagwerkers en de contrabas aan zet met wederom stomende ritmiek, iets waar Pursglove met veel experiment ruimschoots gebruik van maakt. 'Snapdraks' vangt aan met spel op de bekkens, experimenteel spel en wederom de trompet. En tegen het einde van dit relatief lange stuk is het wederom de fluit die opvalt. Nog twee vrij korte stukken volgen, in 'Interlude B' horen we Downes, begeleid door ingetogen slagwerk en in 'Pitchfork Reprise' maakt de band tot slot de cirkel rond door terug te keren naar de muziek waar het mee begon.
Concert
Hot 8 Brass Band opgepimpt
dinsdag 1 april 2025, Simplon, Groningen
Brassbandmuziek is straatmuziek. Dat is al bijna tweehonderd jaar zo. Onversterkt. Maar in New Orleans kun je zo'n band toch al vanaf een kilometer horen. De bastrommel klinkt als vuurwerk aan de einder. Je kijkt rond: waar komt het geluid vandaan? Daar rechts, of is dat de echo? En dan zie je na enig speurwerk de brassband en de second line, de dansers die het ensemble escorteren. Moeders met baby's op hun rug, beren van kerels die koelkisten met bier en fris zeulen. Het volgend moment dans je mee, relaxed door de straten, keurig wachtend voor rood.
Die bands kun je ook wel vinden op de podia aan Frenchmen Street. Nog steeds onversterkt, afgezien van een microfoon voor de zang en de solo's.
Iemand uit het hogere echelon van Simplon had bedacht dat die Hot 8 Brass Band uit New Orleans maar het beste tot rockniveau versterkt kon worden. Iedere muzikant een eigen mike en dan maar schuiven. Terwijl met name het orkestrale samenspel van de blazers, met zijn nuances en subtiele dissonanten, zo cruciaal is. Dat kun je horen op hun meest recente cd, 'Big Tuba' (True Thoughts, 2025). Enfin, ik vernam dat op de dames-wc's bezoeksters hun oren dichtstopten met stukken toiletpapier.
De Hot 8 is inmiddels al twintig jaar een begrip in de Big Easy. In de voetsporen ven de Rebirth en de Treme Brass Bands lopen ze hun parades en blazen ze allerlei feesten en partijen op. 'We brass hard' is het motto en daar is geen woord van gelogen. Alles vibreert, het podium, de praktikabels, de vloer, het buikje en het bier. Halverwege het optreden staar ik een paar seconden gebiologeerd naar een stuk drumstick van twaalf centimeter, dat een meter van me vandaan is ingeslagen. Aan het gefragmenteerde breukvlak zie ik dat er sprake is geweest van uitermate hoge belastingen. Ik heb dus weer eens geluk gehad.
Het programma is verder een potpourri van eigen stukken, met veel rap, en klassiekers van Bill Withers en James Brown. Publieksparticipatie wordt op de geijkte wijze aangemoedigd. "Hell yeah!" wordt geriposteerd met "hell yeah!"
Hm, wordt het zo langzamerhand niet eens tijd voor een tripje naar NOLA?
Cd
Nik Bärtsch's Ronin - 'Spin'
Ronin Rhythm, 2024 | Opname: september 2023
Na een stevige reeks albums voor ECM Records verkassen Nik Bärtsch en de zijnen naar het eigen Ronin Rhythm Records voor wat een instant herkenbare aanvulling is bij de vertrouwde ritual groove music van het kwartet. Bassist Jeremias Keller is een nieuwe aanwinst, maar de rest speelt al twintig jaar samen, en dat voel je. Op 'Spin' geldt een beetje het 'always different, always the same'-adagio, al is het maar omdat de band zijn handelsmerk gemaakt heeft van die uitgesponnen 'modules' die cyclische patronen als startpunt nemen.
'Modul 14' en 'Modul 23' zijn herwerkingen van eerdere stukken, maar er zijn ook een paar nieuwe stukken, die een vergelijkbare insteek hanteren: eindeloos wentelende interactie, repetitief en uitgevoerd met een Zwitserse precisie. Echt rauw is het nooit en uit de band springen doet het evenmin, maar daar is het deze band niet om te doen. Wat primeert is het in stand houden van die balans tussen het mechanische en het menselijke en in die herhaling een vorm van extase vinden.
Voor sommigen zal dit misschien warmte of verrassingen missen, anderen zullen zich te goed doen aan de trance. Geen miskoop voor wie het eerdere werk kent, misschien een goed startpunt en ontdekking voor nieuwe luisteraars.
Concert
Stomend swingfeestje
Nederlands Studenten Jazz Orkest o.l.v. Bernard van Rossum & Velvet Vox, donderdag 27 maart 2025, Simplon, Groningen
Stel u had mij afgelopen weekend voorspeld dat ik het nog eens mee zou maken, een volle stomende zaal jongens en meisjes, door de bank genomen een kwart van mijn eigen jaren, die staan te swingen op bigbandmuziek en bij elke solo in wild geraas uitbarsten. Mijn reactie was kort geweest: "Jaja! Kicken! Dream on!" en ik had al bij de koelkast gestaan voor twee keiltjes.
Toch gebeurde precies dat, afgelopen donderdag aan het Boterdiep numero 69, te Groningen stad. Het thema van de 2025-editie van het Nederlands Studenten Jazz Orkest (NSJO) was 'Van eigen bodem' en dat bleek een trip door ruim honderd jaar Nederlandse liedjes. De nadruk lag op actuele galmpop die door de aanwezigen feilloos werd meegezongen en die voor mij terra incognita was en is. Één ding herkende ik, iets van rapper Typhoon, maar dat kun je bezwaarlijk tot de galmpop rekenen. De echte klassiekers, van Jean-Luis Pisuisse en Herman Emmink tot André Hazes, ja, die zitten ook wel in mijn systeem.
Maar mooi hè, dat die jongelui ook eens meemaken dat je voor een bult geluid niet per se een gitaar plus versterker nodig hebt, maar dat het net zo goed lukt met een dertigkoppige bigband. Het geheime wapen van het NSJO is de tienmans (m/v/mv) strijkerssectie. Tien violisten en cellisten, die gezamenlijk een beste keel kunnen opzetten en ook als solist hun persoontje staan. De tweede troef was de dubbele vocal group. Velvet Vox, drie dames, werd gesteund door drie achtergrondzangeressen. De vocalisten waren in feite de enige professionals van de avond - afgezien van dirigent Bernard van Rossum. Het orkest wisselt periodiek van samenstelling en bestaat uit studenten aan Nederlandse universiteiten. Van de solisten viel trompettist Quirijn op. Lekker brassy en brash. Masculien, om niet te zeggen macho.
"Dit is het mooiste wat ik ooit heb gehoord," hoorde ik achter me een jongen zeggen. Het klonk een beetje beduusd.