Pagina's

donderdag, juli 30, 2026

Cd
Joe Henderson - 'Consonance: Live At The Jazz Showcase'

Resonance, 2026 | Opname: februari 1978

Tenorsaxofonist Joe Henderson (1937-2001) was een van de titanen van de naoorlogse jazz. Al tijdens zijn muziekstudies in Detroit verbaasde hij zijn muziekleraars met zijn blaastechniek en perfecte toonbeheersing, het gevolg van honderden uren solo's van Lester Young en Charlie Parker naspelen. Begin jaren zestig leerde Henderson in New York trompettist Kenny Dorham kennen, die hem introduceerde bij Blue Note en in wiens band hij speelde in de periode 1962-1963. Hendersons eerste plaatopname was op Dorhams 'Una Mas' in 1963. In hetzelfde jaar verschenen zijn eerste twee albums onder eigen naam: 'Our Thing' en 'Page One', én speelde hij een schitterende solo op de titeltrack van Lee Morgans 'The Sidewinder'. In 1964 herhaalde hij die stunt nog eens op de titeltrack van het album 'Song For My Father' van pianist Horace Silver, in wiens kwintet hij speelde van 1964 tot 1966.

Tussen 1963 en 1968 speelde Henderson op een dertigtal Blue Note-albums van onder meer Blue Mitchell, Grant Green, Larry Young, Pete La Roca en Andrew Hill. Die opnamen waren zeer verscheiden: van hardbopsessies tot avant-garde-experimenten. Eind jaren zestig speelde de saxofonist een tijdje bij Herbie Hancock en Miles Davis. Met die laatste kwam het helaas niet tot een plaatopname. Na een korte samenwerking met cross-overband Blood, Sweat & Tears in 1971 verhuisde Henderson naar San Francisco waar hij les begon te geven. Hij trad nog op en maakte nog tal van opnamen, maar de waardering van het jazzpubliek bleef uit. Dat neemt niet weg dat hij in de jaren zeventig en ook in de daaropvolgende decennia nog vaak van zich liet horen met schitterende albums, waaronder vooral 'The State Of The Tenor: Live At The Village Vanguard' (1985) en 'Lush Life: The Music Of Billy Strayhorn' (1992) een speciale vermelding verdienen.

Bij Resonance Records verscheen van Henderson recent een dubbele live-cd (ook digitaal en als driedubbelelpee verkrijgbaar) onder de titel 'Consonance: Live At The Jazz Showcase'. Het gaat om nooit eerder uitgegeven opnamen van concerten uit februari 1978 die Henderson speelde in het befaamde jazzcafé van Joe Segal in Chicago. Hendersons begeleiders waren pianiste Joanne Brackeen, contrabassist Steve Rodby en drummer Danny Spencer. Hoewel de saxofonist zich toentertijd in een 'luwe' periode bevond, speelde hij in de Showcase de concerten van zijn leven. Henderson had een hoekige, gespierde speelstijl, maar daaronder ging dikwijls lyriek van de zeldzame soort schuil. Op 'Consonance', wat 'gelijkluidendheid' betekent, komt zijn unieke frasering en ritmische drive vooral tot uiting in lang uitgesponnen nummers. De dubbel-cd telt negen tracks, waarvan vijf ruimschoots de twintigminutengrens overschrijden. Het gaf de saxofonist de kans om zijn inventiviteit, expressiviteit en explosiviteit de vrije loop te laten, en die kans greep hij met beide handen, want de opnamen barsten van energie, emotie en intensiteit. Nu eens laat hij tedere melodische lijnen op de luisteraars los, dan weer neemt hij een diepe duik in virtuoze arpeggio's of gromt hij als een hongerige beer die een prooi ruikt.

Hendersons begeleiders deden daarbij nauwelijks voor hem onder. Joanne Brackeen genoot onder meer bekendheid als de enige vrouwelijke muzikant die ooit bij Art Blakey's Jazz Messengers speelde (van 1969 tot 1972), en als bandleider: tot haar discipelen behoorden onder meer Terence Blanchard, Michael Brecker, Jack DeJohnette en Branford Marsalis. Zelf was ze sterk beïnvloed door McCoy Tyner. Contrabassist Steve Rodby speelde lang bij The Pat Metheny Group en producete ook albums van de gitarist. Tijdens de opnamen van Consonance stond hij aan het begin van zijn carrière en was hij zowat de huisbassist van de Jazz Showcase. Drummer Danny Spencer is altijd ondergewaardeerd gebleven. Zijn naam is vooral verbonden aan het Contemporary Jazz Quintet, dat twee albums uitbracht bij Blue Note en waarin ook Joe Hendersons broer Leon speelde. In de loop van zijn carrière toerde hij en nam hij op met muzikanten als Art Farmer, Dexter Gordon, Dizzy Gillespie en Sonny Stitt. Bassist Bob Hurst, bekend van zijn samenwerking met Wynton en Branford Marsalis, zei ooit over hem: "He's the first drummer I played with who lit a fire under you." Spencer was zelf sterk beïnvloed door Elvin Jones, net als McCoy Tyner een begeleider van John Coltrane. Met de ritmesectie van Hendersons band in Chicago zat het dus meer dan goed, temeer omdat Coltrane zelf een van de grote voorbeelden van Henderson was.

Het eerste nummer van de eerste cd is Coltranes 'Mr. P.C.', afkomstig van diens album 'Giant Steps' (1960). Henderson zet er meteen de toon mee door er een high energy-versie van te brouwen waarbij het effect van tien blikjes Red Bull in het niet verzinkt. Aan het eind van de track spuit de stoom uit je oren. Daarna is het de beurt aan 'Inner Urge', de titeltrack van Hendersons vierde album voor Blue Note. Het nummer, geschreven door de saxofonist, groeide in geen tijd uit tot een standard. Met zijn 26 minuten is het de langste track van de dubbel-cd. Daarna is het de beurt aan 'Invitation', een ook al ruim 20 minuten durende cover van Bronislaw Kaper. Het nummer werd in de loop der jaren door talloze muzikanten vertolkt omdat de harmonieën erg geschikt zijn voor solo's. Henderson was er een meester in, zoals op de opname te horen is. De eerste cd sluit af met Charlie Parkers bebop classic 'Relaxin’ At Camarillo', een blues die verwijst naar het zes maanden durende verblijf van de altsaxofonist in het Camarillo State Mental Hospital in 1946-47, waar hij verpleegd werd als gevolg van zijn drugsverslaving.

De tweede cd opent met Hendersons Latijns getinte 'Recorda Me', dat verscheen op zijn debuutalbum 'Page One' en dat ook uitgroeide tot een standard. Het is een nummer dat de saxofonist tijdens vrijwel al zijn concerten speelde, net als 'Good Morning Heartache' van Billie Holiday, opnieuw een vehikel waarop hij zijn machtige soleerkunsten vertoont. 'Round Midnight’ is nog zo'n onverwoestbare klassieker. Brackeen zet er een solo van hoog McCoy Tyner-gehalte op neer. Afsluiten doet de band met het 24 minuten durende 'Softly, As in a Morning Sunrise' van Sigmund Romburg, en met 'Isotope', opnieuw een compositie van Henderson, die hij schreef als hommage aan Monk en aan diens gewoonte om humor in zijn muziek te integreren.

Kort samengevat is 'Consonance: Live At The Jazz Showcase' een steengoed voorbeeld van hoe muzikanten veel meer expressie en inventiviteit kunnen leggen in nummers die ze spelen voor een publiek. Niet gehinderd door de voorschriften van veel platenmaatschappijen om albums uit te brengen die behapbare en dus overwegend korte tracks bevatten, kunnen ze live nummers uitkleden tot op het bot, om ze daarna op hun onnavolgbare manier opnieuw aan te kleden. Dat ze daar tijd voor nodig hebben is niet meer dan normaal.

Goed nieuws is dat de vaults van Joe Segal nog vele honderden uren aan niet eerder uitgebrachte concertopnamen bevatten, en dat de beste daarvan stapsgewijs zullen worden uitgebracht. Dat is nu al het geval voor opnamen van onder meer Yusef Lateef, Ahmad Jamal en Sun Ra. Breek je spaarvarken alvast open!

In de Jazztube hieronder kun je kijken naar het optreden van het Joe Henderson Trio op het North Sea Jazz Festival 1993 in Den Haag. Met op bas Dave Holland en op drums Al Forster.

Tekst: Patrick Auwelaert | Foto: Veryl Oakland | Deze recensie verscheen ook in Jazz&mo'