Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 


In memoriam
Clark Terry


Clark Terry, die zaterdag 21 februari in Pine Bluff, Arkansas na een lang ziekbed overleed, gold als een van de meest karakteristieke trompettisten van de jazz. In zijn hyperbeweeglijke geluid huisde altijd iets wat je misschien nog het best met 'juichkreet' zou kunnen duiden. Die sound was onmiskenbaar een afspiegeling van zijn karakter.

Terry gold als een onvermoeibare pleitbezorger voor de muziek en vond het zijn plicht jonge, veelbelovende muzikanten zo veel mogelijk te ondersteunen. Dat was al zo toen hij een jeugdige en aan lager wal geraakte Miles Davis onderdak bood. Om te constateren dat die zijn hotelkamer leegroofde nadat hij zijn hielen had gelicht.

Ook humor speelde altijd een rol in zijn spel. Dat kun je al in zijn vroege opnamen, met de bigband van saxofonist Charlie Barnet (1947), vaststellen. In het nummer 'Pompton Turnpike' speelde hij een even grappig als zelfverzekerd duet met de leider op sopraansax. In 1964 had hij een hit met het nummer 'Mumbles', een soort gemompelde, onverstaanbare blues. Dat was geïnspireerd op de incoherente blueszangers die hij in zijn jonge jaren in zijn geboorteplaats St. Louis had gehoord.

Clark Terry zag in 1920 het levenslicht in een stad die op dat moment reeds een rijke jazztrompettraditie kende. Daar zaten bekende namen bij als Charlie Creath en Dewey Jackson, plus een veelvoud daarvan aan grootmeesters die het nimmer tot plaatopnamen brachten. Clark bleek een natuurtalent. Hij had het geluk dat een oudere zus van hem met de tubaïst van Jackson getrouwd was. Zodoende raakte hij verzeild bij de repetities van Jacksons Musical Ambassadeurs en ontmoette hij een van de trompettisten, die zijn talent herkende. Op school speelde hij trompet en ventieltrombone en al snel had hij zijn eerste betaalde schnabbels. Hij werkte met een rondreizende revue en op de Mississippi, waar de bandleider de gewoonte had liedjes te spelen in een andere toonaard dan wat afgesproken was. Die lachte zich vervolgens zo'n heel nummer rot om het gestuntel van zijn jeugdige muzikanten.

Tijdens zijn militaire diensttijd speelde Terry in een marineband. Vervolgens werd zijn talent door de opeenvolgende bandleaders Lionel Hampton, George Hudson, Eddie Vinson, Charlie Barnet, Charlie Ventura en Count Basie onderkend. Bij Basie werkte hij in diens bigband en vervolgens in het Basie Octet; zijn zichtbaarheid nam hierdoor aanzienlijk toe.

De kroon op zijn carrière waren ongetwijfeld de acht jaren die hij op de Duke Ellington University doorbracht. Ellington wist wel raad met het unieke beweeglijke en extreem expressieve geluid van de trompettist. Nochtans verliet hij Duke in 1959 om met trompettist en arrangeur Quincy Jones, een andere voormalige protegé, naar Europa te gaan. Diens show 'Free and Easy' flopte en Jones moest alle zeilen bijzetten om het orkest een paar maanden op de been te houden. Terry kreeg vervolgens studiowerk bij NBC, waar hij een van de eerste zwarte stafmuzikanten was. Voor miljoenen Amerikanen werd hij als prominent bandlid van de 'Tonight Show' een bekend gezicht.

Daarnaast bleef Terry zoveel mogelijk jazz spelen, met Bob Brookmeyer, met Gerry Mulligan, met Jazz at the Philharmonic en met eigen groepen. Gaandeweg ging hij zich meer op de bugel toeleggen. Een truc die altijd goed uitpakte was het spelen van duetten met zichzelf, op trompet en bugel. Ook gaf hij honderden clinics en masterclasses en bleef hij jong talent steunen. Zij laatste ontdekking was pianist Justin Kauflin, te zien in de documentaire 'Keep On Keepin’ On', die Alan Hicks in 2014 maakte.

Terrys drukke werkzaamheden en zijn diabetes zaten elkaar al decennia in de weg. Zijn benen moesten worden geamputeerd en op 21 februari was het gebeurd met een van de aardigste gozers van de jazzscene.

Labels:

(Eddy Determeyer, 25.2.15) - - [naar boven]


Lees verder in het archief...






Menupagina's:

Zoeken op Draai:


web deze website

Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Neerpelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.