Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 




Concert
Feest der herkenning

Eric Vloeimans' Gatecrash, vrijdag 21 maart 2014, Paradox, Tilburg

Trompettist Eric Vloeimans behoeft nauwelijks introductie. Deze harde werker speelt in velerlei orkesten en bands met de meest uiteenlopende samenstellingen en stijlen. Zijn muziek laat zich niet in één genre vangen. Vandaag, 21 maart 2014, luidt hij de lente in met zijn formatie Gatecrash op het podium van een volledig uitverkocht Paradox in Tilburg. In Gatecrash wordt vrijelijk gebruik gemaakt van elektronica. Dat geeft Vloeimans de mogelijkheid om met zijn trompet een nog breder scala aan sounds te creëren, variërend van fluisterzachte zuchten tot snerpende kreten.

Zo begint het openingsnummer 'Albuquerque' heel rustig en ingetogen met de ijle tonen, die zo herkenbaar zijn van Vloeimans' spel, maar allengs creëert de ritmesectie een stevige groove. Het is mooi om te zien hoe toetsenist Jeroen van Vliet en drummer Jasper van Hulten elkaar in het oog houden en elkaar opzwepen, zoals in het door Van Vliet gecomponeerde 'Mr. GG'.

In het door bassist Gulli Gudmundsson gecomponeerde 'Experience Ultime' doet Vloeimans een stap opzij en kan Gudmundsson, die gewoonlijk altijd bescheiden achter Vloeimans rondsluipt, volop schitteren. In 'Entropie' (ook van de hand van de bassist) horen we funk in een uptempo. Dit is Gatecrash op zijn best, met ketsende discussies tussen de elektronica van Vloeimans en Van Vliet, en met de aandrijvende kracht van Gudmundsson en Van Hulten, welke laatste hierin nog een pittige drumsolo ten beste geeft.

Naast het nieuwe 'Bolero' (een compositie van Vloeimans) en 'Thunderbirds' (Van Hulten), horen we ook nog een aantal wat oudere nummers voorbijkomen, zoals 'Song For Syria' (waarin Vloeimans en Gudmundsson samen een stukje zingen), 'When She Sleeps' en 'Lola'.

De nieuwe cd van Gatecrash is opgenomen tijdens hun Aziatische tournee en is jammer genoeg nog niet uitgekomen, maar het concert was in ieder geval een feest van herkenning.

Klik hier voor foto's van dit concert door Monique van der Lint.

Labels:

(Monique van der Lint, 31.3.14) - [print] - [naar boven]





Cd
Eline Gemerts - 'The Gloves Are Off' (Spotlight, 2014)


Eline Gemerts klinkt niet als Mary Ford in 'Mr. Sandman', niet als Abbey Lincoln in 'When I’m Called Home' en refereert evenmin aan Ray Charles in 'Lonely Avenue'. Dat is een prestatie. Ze heeft dus iets eigens, deze in Suriname geboren zangeres. Maar wat dat dan precies is, komen we niet te weten. Op de hoes van het cd'tje oogt ze als een dame die niet zonder handschoenen aangepakt dient te worden, zoals ze zelfverzekerd schuin over ons in de verte kijkt. "Kom maar op!"

'Strijdlustig', dat is overigens de vertaling van 'The Gloves Are Off'. Het is ginne flauwekul allemaal, zoals ze dat bij ons in Brabant zeggen. Wel, een nummer als 'Seven Nation Army' (inderdaad, van The White Stripes) laat wel iets horen van haar mogelijkheden, maar het ontbreekt haar toch aan presence.

Misschien moet een goeie vocal coach zich eens over Gemerts buigen. Want er huizen vele mogelijkheden in haar: pop, jazz, soul en zelfs country & western. Iets meer focus en reliëf zouden geen kwaad kunnen.

Degene die hier de meeste indruk maakt is gitarist Jerome Hol. Zijn kronkelende, vlammende solo's verlichten bijna elk nummer. Bas van Lier laat de Hammond orkestraal loeien, zoals het orgel ooit bedoeld was. Drummer Erik Kooger slaat functioneel en roffelt lekker op z'n New Orleans in de bandcompositie 'Swamp Farm'. Daar ligt het niet aan.

Meer horen?
Klik
hier voor geluidsfragmenten van dit album.

Labels:

(Eddy Determeyer, 30.3.14) - [print] - [naar boven]





Concert
Meegelokt in een wereld van wanhoop en verlangen

Simin Tander Quartet, vrijdag 14 maart 2014, Paradox, Tilburg

Een concert van Simin Tander is zonder meer een weldaad voor het oog en oor. Buiten het feit dat ze een prachtige verschijning is, maakt ze diepe indruk door haar vrije interpretatie van klanken en ritmes met een haast grenzeloos stembereik. Tander zingt in het Engels en Pasjtoe, en zelfs in een zelfverzonnen taal. Haar gracieuze bewegingen onderstrepen nog eens de intensiteit van haar liederen.

Tander is Duitse, maar koestert haar Afghaanse roots. Oosterse invloeden zijn regelmatig terug te vinden in haar composities, en de pas verworven Afghaanse taal Pasjtoe bezingt ze voor het eerst op haar nieuwe album 'Where Water Travels Home', de cd die vanavond in het Tilburgse Paradox gepresenteerd wordt. Als eerste horen we 'Behind The Curtain'. Authentieke straatgeluiden klinken rond en zorgen meteen voor een typische sfeer. De fluisterdrum van Etienne Nillisen benadrukt. En ook al versta je de tekst niet, met de titel in de hand en de stem van Tander - die haast klinkt als een noodroep - wordt je meegezogen in een andere wereld.

Ontroerend was 'De Kor Arman'. Tander schreef de muziek denkend aan de gedichten van haar vader, zonder ze ooit gelezen of gehoord te hebben. Toen deze na lang zoeken boven water kwamen in Canada, koos ze een gedicht van hem dat uitzonderlijk goed bleek te passen bij de muziek die ze eerder al geschreven had. Ook speciaal was de toegift, de enige cover van de avond: 'La Chanson Des Vieux Amants' van Jacques Brel in een geheel eigen, bewogen versie. Mooie momenten die hun uitwerking niet misten op het publiek.

Tussen Tander en haar medespelers is een sterk waarneembare interactie. Iedereen is duidelijk goed op elkaar ingespeeld en laat zich meevoeren op haar stem. De lyriek en diepgang die het spel van pianist Jeroen van Vliet zo kenmerken, sluiten naadloos aan op de zang die toch een persoonlijke aanpak vereist. En dat geldt ook voor bassist Cord Heineking en drummer Etienne Nillisen. Juist door het accent te leggen op hun uniciteit en individuele capaciteiten ontstaat de harmonie.

Tander is zeker geen doorsnee (jazz)zangeres. Ze kan je volledig verrassen en choqueert soms. Ze haalt uit in het hoog, en klinkt zwoel in het laag. Ze vibreert zowel snel als langzaam. Ze joelt, fluistert, zucht, en streelt je ziel met fraaie, lieflijke melodieën. Altijd met een volkomen zuiverheid en precisie. Tander heeft een verhaal en lokt je mee in een wereld van wanhoop en verlangen. Het is tekenend voor haar passie voor muziek en het leven. Zoiets als liefde.

Klik hier voor foto's van dit concert door Monique van der Lint.

Labels:

(Donata van de Ven, 29.3.14) - [print] - [naar boven]





Column Herbert Noord
Razend tempo


"Jazz ontwikkelt zich in razend tempo. Bijna dagelijks ontstaan nieuwe initiatieven. Oude meesters worden opnieuw geïnterpreteerd en nieuwe stijlen ontstaan door samensmelting met funk, soul, dance en klassiek. Jazz leeft."

Het mag duidelijk zijn dat bovenstaand citaat niet afkomstig kan zijn van Herbert Noord, die het nieuwe initiatief Jazz Ambassadors Meetings even langs de meetlat legt, pardon, fileert.

Klik op bovenstaande button om zijn nieuwe column te lezen.

Labels:

(Maarten van de Ven, 29.3.14) - [print] - [naar boven]





Vooruitblik
Big Bizar Habit nieuw leven ingeblazen


Na een flinke tijd te hebben stilgelegen, gaan gitarist Marc van Vugt en zangeres/pianiste Ineke Vandoorn weer op tour met hun 11-koppig jazz-kamerorkest Big Bizar Habit. Wie de recent uitgebrachte cd '(What about) WORDS' heeft gehoord - een recensie volgt binnenkort - weet dan genoeg: dat worden waarschijnlijk weer drie bijzondere concerten! Tijdens deze minitour zal voor het eerst ook het tweede deel van Marc's suite 'What About Words' te horen zijn, de hartverscheurende, maar ook hoopvolle, suite rond het Zuid-Afrikaanse principe van Ubuntu.

De virtuoze Amerikaanse trombonist Robin Eubanks (onder meer bekend van het Dave Holland Quintet) is bij twee concerten te gast. Hij is ook te horen op de eerdergenoemde cd. Big Bizar Habit heeft bovendien de eer om het allereerste jazzconcert te verzorgen in Cloud Nine, de mooie nieuwe zaal in het gloednieuwe TivoliVredenburg.

Speellijst
04/04 Paradox, Tilburg
24/04 Cloud Nine, TivoliVredenburg, Utrecht
25/04 Toonzaal, Den Bosch

Bezetting: Marc van Vugt – gitaren/compositie, Ineke Vandoorn – zang/piano/teksten, Paul van Kemenade – altsax, Angelo Verploegen – trompet, Louk Boudesteijn – trombone, Herman van Haaren – viool, Merel Vercammen – viool, Mary Oliver – altviool, Saartje van Camp – cello, Paul Berner - contrabas, Joost Lijbaart – drums.

Labels:

(Maarten van de Ven, 28.3.14) - [print] - [naar boven]





Cd
Jozef Dumoulin - 'A Fender Rhodes Solo' (Bee Jazz, 2014)

Opname: 29 maart-4 april 2013

"Hoogste tijd om de muziek te dromen en vorm te geven," schrijft toetsenspeler Jozef Dumoulin op zijn website. Dat is dan naar aanleiding van een komende tournee met Ellery Eskelin en Dan Weiss. Zo klinkt deze cd ook wel een beetje: als dromen waarbij je zelf de beelden kunt invullen. Er zit een New Age-aspect aan, maar Dumoulin is dermate creatief dat zijn muziek nimmer in geneuzel of gezeur vastloopt. De improvisaties variëren van streng monolitisch via zacht wiegende herhalingen tot ornamentaal-speels.

Het album is conceptueel van opzet. Niet alleen werd er nog niet eerder een plaat met louter Fender Rhodes-solo's uitgebracht, Dumoulin lijkt vooral geïnteresseerd in de extremen van het instrument en wat je er met behulp van elektronica aan kunt toevoegen – naast het vertrouwde geluid. Wat dat vertrouwde geluid betreft is er in mijn oren een link naar de Canterbury-scene van de jaren zestig en zeventig, de tijd van de opkomst van de elektrische piano.

De muziek is overwegend a-ritmisch en van uitgewerkte melodieën kun je ook niet echt spreken. Abstracte soundscapes zijn het, die bijna achteloos je hoofd binnen komen drijven – een niet onplezierige sensatie.

Meer horen?
Klik
hier om het album te beluisteren.

Labels:

(Eddy Determeyer, 26.3.14) - [print] - [naar boven]





Concert
Dimami bescheiden en hecht

Dimami meets Joost Buis, zondag 23 maart 2014, Platformtheater, Groningen

Zondagmiddagmuziek, doe je daarmee Dimami tekort? Maar het was zondagmiddag en de muziek van de groep van bassist Dion Nijland heeft een bescheiden, introspectief karakter. De nummers zijn strak vormgegeven, maar binnen die kaders is er alle vrijheid. Samenwerking en sound, daar gaat het bij dit combo om. Je zou bijvoorbeeld kunnen denken aan telepathie bij het bas-drum duet in 'Blue?'. Het tweetal gaat spatgelijk door de versnellingen en vertragingen van dit werk. Maar dan realiseer je je dat de band al vijftien jaar bestaat en die strakke formaties het resultaat zijn van repeteren en repeteren en spelen en spelen. Op de nieuwe cd 'Back And Forth' staat een live-versie van 'Blue?', opgenomen tijdens het SJU Jazzfestival van 2004.

Sound is ook vaste gast Joost Buis wel toevertrouwd. Hij kan knetteren als de beste, maar in de fluwelen regionen van de trombone voelt hij zich het lekkerst in zijn vel. Samen met de gestreken bas van de leider lieten Buis en altist Miguel Boelens fraai getinte melodietjes opgloeien. Boelens kwam soms tot een Benny Carter-achtige lyriek. Dat was het geval in het nummer 'Borstkrabbel', dat met gespartel en geproest begon, maar al snel de slag te pakken had. De solo van de trombonist hier ontwikkelde zich van een ritmisch gestotter naar een schor geschreeuw. Diploma 3 voor deze heren, als ik het voor het zeggen had.

Klik hier voor foto's van dit concert door Willem Schwertmann.

Labels:

(Eddy Determeyer, 25.3.14) - [print] - [naar boven]





Cd
Peter Brötzmann & Steve Noble - 'I Am Here Where Are You' (Trost, 2013)


Het omvangrijke oeuvre van Peter Brötzmann leest als een groot magnum opus, een coherent verhaal waarin al heel wat personages passeerden binnen een zich steeds verder ontvouwende plot. De imposante rietblazer uit Wüppertal is tegelijk auteur en protagonist en voert zijn fans om de haverklap met nieuwe hoofdstukken, zoals dit puike 'I Am Here Where Are You', live opgenomen in Les Ateliers Claus, Brussel.

Geen mens op de wereld die ooit al door een saxofoon of een klarinet heeft geblazen, produceert een geluid zoals de nu 72-jarige Brötzmann dat al decennia doet. De man muzikant noemen is een understatement van jewelste. Natuurkracht dekt de lading heel wat beter, gezien de immense, verpletterende indruk die hij steevast maakt op zijn toehoorders. Al speelt hij solo, in groepsverband of met een duizendkoppig Kozakkenkoor: Brötzmanns machtige sound is direct herkenbaar en zuigt de aandacht naar zich toe. Deze duo-opname met drummer Steve Noble is wat dat betreft geen uitzondering.

Op 'I Am Here Where Are You' is het al vanaf de eerste seconden prijs. Waar vrij improviserende muzikanten meestal de tijd nemen om zich aan te passen aan de akoestiek, doet Brötzmann schijnbaar het tegenovergestelde: door verschroeiend in te zetten, dwingt hij de ruimte met geweld zich aan hem aan te passen. Hij doet dat met zijn typische, dreigende grom, waarmee hij ogenblikkelijk een spanning opwekt waar de meeste muzikanten een half concert voor nodig hebben. Het loodzware, gruizige vibrato dat daarmee gepaard gaat, is niks om op de nuchtere maag te consumeren; het komt aan als whisky in combinatie met een dikke sigaar.

In de vijf stukken raast Brötzmann als een orkaan, met slechts af en toe een moment van relatieve rust. Er zijn duidelijk nog veel dingen waar de Duitser zich kwaad over kan maken en dat kanaliseert hij na meer dan veertig jaar nog steeds in sappige en dramatische uithalen op afwisselend sax, klarinet en taragot/tarogato. Zelfs wanneer Noble in 'If Find Is Found' doelbewust zachter gaat spelen en zich zelfs bijna helemaal terugtrekt, blijft Brötzmann koppig vuur spuwen, waardoor er voor zijn compagnon weinig anders opzit dan zich opnieuw in het strijdgewoel te mengen.

Bij 'Mouth On Moth', dat zich in het midden van de plaat bevindt, komt de luisteraar in het oog van de storm terecht. De trage en kale lijnen van de tenorsax, die als een absurde blues klinken, zorgen echter voor een voelbare dreiging, die na enkele minuten intensiveert tot de hel - zoals verwacht- opnieuw losbarst. 'I Am Here Where Are You' bevat dan ook geen verrassingen of nieuwigheden. Het is een typische Brötzmann-plaat waarvan al ontelbare voorbeelden zijn, maar net die platen zijn de moeite van het aanschaffen waard.

Deze recensie verscheen eerder op
Kwadratuur.

Meer horen?
Klik hier voor een album preview op SoundCloud.

Labels:

(Joachim Ceulemans, 24.3.14) - [print] - [naar boven]





Concert
Gevoel van saamhorigheid

The Nu Band, zaterdag 15 maart 2014, Lokerse Jazzklub, Lokeren

Toen op 9 januari plots het nieuws verscheen dat trompettist Roy Campbell overleden was, leek het vanzelfsprekend dat de Europese tour van The Nu Band, een kwartet dat hij aan het begin van de eeuw mee hielp oprichten, afgelast zou worden. Niets van dat: de overgebleven leden zochten en vonden een vervanger in Thomas Heberer en droegen meteen de hele tournee aan hun voormalige kompaan op. Het werd als vanouds een warm en bruisend weerzien.

The Nu Band, met verder rietblazer Mark Whitecage, bassist Joe Fonda en drummer Lou Grassi, is dan ook een band waar je een gevoel van saamhorigheid mee kan creëren. De speelse hardbop van de band gaat er immers goed in bij liefhebbers van traditionele jazz die zo nu en dan graag een uitdaging voorgeschoteld krijgen, en prikkelt de liefhebbers van het vrijere werk genoeg om hen bij de les te houden. De band vertoont dan ook verwantschap met vaagweg gelijkgezinde bands als het William Parker Quartet, het internationale kwartet van Paul Van Kemenade en andere bands met Ray Anderson.

Er wordt wel gewerkt met composities en bladmuziek, maar de naturel staat voorop. Dit is dan ook een echte concertband, met een stuk of zes albums op zijn cv, die allemaal live opgenomen werden. De leden kunnen gerust een loopje nemen met het materiaal, maar houden elkaar nu en dan ook bij de les, zonder het allemaal te gecontroleerd te maken. Vanaf opener 'Five O’Clock Follies' werd je meteen meegenomen op een bruisende trip met swingende thema's, lekker breed uitgesmeerde solo's (Heberer werd meteen - succesvol - voor de leeuwen geworpen), nadrukkelijke ritmes en hier en daar een streepje exotisme.

Het is ook een plezante band om naar te kijken. Niet enkel omdat het zo'n komiek zicht is om de boomlange Heberer tussen die kleine mannetjes door de knieën te zien buigen, maar ook omdat er met zichtbaar plezier gemusiceerd wordt. Zoals trompet en sax die herhaaldelijk over elkaar buitelden, met vooral Whitecages sax voorzien van een vlezige, vettig jammerende sound. Dat was zo aanstekelijk als de pest. En dan is er nog spraakwaterval Fonda, die uitpakte met een paar bijzonder knappe solo's en er ook de nodige smoelen bij trok. Altijd goed voor geschuddebuik tot de achterste rijen.

Een stuk waarvoor de bassist te leen was gegaan bij Bartók, maar achteraf toch de invloed van die componist uithaalde, bewees de humoristische veelzijdigheid van de band, die zowel imponeerde met vrijere passages zonder ritmische stuwing als met wendingen vol catchy baslijnen en gedreven samenspel. Of 'The Unnecessary Correction', schijnbaar met haken en ogen aan elkaar hangende freebop, die uitgevoerd werd met een overduidelijke beheersing. Regelmatig deed het denken aan de spannende muziek die begin jaren zestig te horen viel op het Blue Note-label, maar dan met de rauwere vurigheid van de free jazz.

De tweede set ging van start met Campbells 'Lower Eastside Blues', een van de meest tijdloos klinkende composities van de band. Grootstadszwier die net zo goed uit de klassieke bopjaren had kunnen komen. Ook een stuk van Heberer maakte indruk, al merkte je meteen dat het ietwat afweek van de andere composities. Dat Campbell gemist werd, werd duidelijk aan de hand van een paar mooie anekdotes, al bleef de band vooral zijn bruisende composities en energie aanspreken. Opnieuw werd ook duidelijk dat Grassi ondanks zijn brede controle geen geluidsdichter is, maar een old school swingdrummer, die het van dwingende kracht, energie en volume moet hebben.

Hier en daar kleurde de band gretig buiten de lijnen van de traditionele jazz door het invoeren van stukjes vrije improvisatie en zelfs even een onweerstaanbaar, popgetint ritme, maar uiteindelijk was het toch die knetterende, losjes zittende hardbop die domineerde en via 'The Last Of The Beboppers' en een geinig, jungleachtig bisnummer het laatste woord kreeg, compleet met zwierige walking bass, jammerende sax en potig drumwerk. Geen grote verrassingen of vernieuwingen, maar kleurrijke en met overgave gebrachte knaljazz met een hoek eraf. En die gaat er altijd in.

Klik hier voor foto's van dit concert door Cees van de Ven.

Deze recensie verscheen eerder op Enola.

Labels:

(Guy Peters, 23.3.14) - [print] - [naar boven]





Cd
Various artists - 'Le Label Swing - Les Premières Années 1937-1939' (Frémeaux & Associés, 2014)


In de vroege ochtend van 11 mei 1938 brandde de 'negerjazz dancing' Mephisto in Rotterdam af. Daarbij gingen de partituren van het All-Star Orchestra van trompettist Bobby Martin in vlammen op. In 1937-39 was het orkest, met daarin onder anderen saxofonist Ernest Purce, pianist Ram Ramirez en drummer Kaiser Marshall, een graag geziene gast in ons land. Wanneer de All-Stars in Scheveningen, Den Haag, Amsterdam, Utrecht of Groningen op de affiches stonden, had de zaaleigenaar gegarandeerd een volle bak. Geen wonder. Want twee weken voordat het noodlot toesloeg, had het orkest in Hilversum voor Brunswick vier kantjes vastgelegd. Een daarvan, 'Crazy Rhythm', is in deze collectie opgenomen en laat een bruisende bigband horen. (Twee testopnamen van deze sessie zijn kennelijk verloren gegaan.) De trompettist zou daarna nooit meer in de platenstudio staan en trok zich in 1944 uit de muziek terug.

Het Swing-label was in 1937 in Parijs opgericht door Charles Delaunay, de secretaris van de Hot Club de France. Het was de eerste Europese platenmaatschappij die (vrijwel) uitsluitend jazzmuziek opnam en uitbracht. Paradepaardje was het Quintette du Hot Club de France, met meestergitarist Django Reinhardt. Die formatie is hier met slechts één track vertegenwoordigd, aangezien Reinhardts werk al eerder compleet werd heruitgebracht.

De Franse jazzmuziek beleefde eind jaren dertig haar eerste bloeiperiode. Parijs werd overspoeld door muzikanten (en schrijvers en schilders) en op deze drie cd's krijgen we een goed beeld van zowel de Amerikaanse gasten als de Franse prominenten, zoals tenorsaxofonist Alix Combelle en trompettist Philippe Brun. Combelle heeft een vorstelijk geluid, waarin Coleman Hawkins en Chu Berry doorschemeren. Zijn lijnen zijn niet zo lang en hij klinkt wat minder zelfverzekerd dan de Amerikaanse voorbeelden. Brun is een uitzonderlijk krachtige blazer, een soort Armstrong, maar dan moderner.

Van de gasten van overzee moet trompettist Bill Coleman genoemd worden, die in 1937-1938 Parijs als domicilie had. In stilistisch opzicht zit hij ergens tussen Louis Armstrong en Roy Eldridge in; hij blaast beweeglijker dan die eerste. Dichter Pierre Reverdy tenslotte, de voormalige amant van couturier Coco Chanel, is hier vertegenwoordigd met 'Fonds Secrets', een vroeg voorbeeld van jazz and poetry, waarbij hij wordt begeleid door Philippe Brun en (broer) Joseph Reinhardt op gitaar.

Labels:

(Eddy Determeyer, 23.3.14) - [print] - [naar boven]





Concert
VIP's van Randstad tot Madrid

Young VIPs Tour 2014: Miguel Rodriguez Kwintet + Floris van der Vlugt & Windkracht 7, vrijdag 14 maart 2014, Grand Theatre, Groningen

Wanneer we de in bepaalde kringen gewilde, wat gemakzuchtige popjazz buiten beschouwing laten, kunnen we de laatste jaren twee belangrijke trends in de jazz casu quo de improvisatiemuziek onderscheiden. Opmerkelijk zijn de herleving van de vrijere jazz, veertig jaar na dato, en de tendens tot globalisering van de muziek.

Van die eerste trend, de vrije impro, was bij deze lichting van de Young VIP's weinig te merken. De Young VIP's zijn, zoals wellicht bekend is, twee jonge bands die de Vereniging van Improvisatiepodia elk jaar selecteert en laat touren. Maar het kwintet van pianist Miguel Rodriguez klutste inderdaad vrolijke Spaanse klanken door zijn straight-ahead jazzaanpak. Het resultaat smaakte naar Chick Corea. Rodriguez is begiftigd met uitzonderlijk lenige vingers, waarmee hij de snelste loopjes vlekkeloos tot een goed einde brengt ('Up Jumped Spring'), maar ook een verstilde ballad als 'Be My Love' weet te bezielen. Bij hem is die hit uit 1950 niet de dwingende smeekbede van een Mario Lanza, maar een bezonken, aarzelende gedachte. Alsof je, sprakeloos van verliefdheid, alleen maar kunt denken: alsjeblieft, alsjeblieft, houd van mij. In harmonisch opzicht is het nummer trouwens niet eens zo eenvoudig.

In andere selecties speelde, zoals gezegd, de muziek uit het geboorteland van de Madrileen een grotere rol. "Het woord flamenco gebruik ik eigenlijk liever niet – maar dit is het wel," sprak hij met een zekere terughoudendheid en gaf vervolgens het woord aan vocaliste Maria Marin. Haar gepassioneerde zang, met de bijbehorende pathetische mimiek, transporteerde de Groninger zaal moeiteloos naar La Estación de Los Porches. In dit kader werkte een Iberische versie in 6/8 van Fats Wallers 'Jitterbug Waltz' eveneens prima. Met handklappen van de zangeres en percussionist Francesco Rubeis kreeg de evergreen een aangename wirwar van ritmische structuren. Dit bandje zou ik wel eens in een meer informele situatie willen meemaken.

Het goeddeels Amsterdamse Windkracht 7 van saxofonist Floris van der Vlugt tapte uit een ander vaatje. Met de blazers-vierschaar, variërend van basklarinettist Joris Roelofs tot sopraansaxofonist Van der Vlugt, beschikt de band over een rijk kleurenpalet. Voeg daarbij de prominente gitaar van Reinier Baas en het plaatje is bijna compleet. Bijna: de sterke ritme-as van Baas en basgitarist Mark Haanstra mag niet onvermeld blijven. En dan is daar ook nog Jamie Peet, een kittig drummertje (nou ja, toch nog bijna 1 meter 90), dat de lessen van Max Roach en Billy Higgins ter harte heeft genomen en als een diesel doordendert.

In het eerste nummer, 'Sticks And Stones', niet van Titus Turner, maar van Morris Kliphuis, zaten de blazers net een fractie achter de ritmesectie, wat een mooi laid-back effect opleverde. Kliphuis was hier overigens vervangen door Joeri de Vente, in het dagelijks leven hoornist van De Volharding. Zoals ook Katharina Thomson had afgezegd en plaats had gemaakt voor Roelofs. Leider Van der Vlugt tenslotte viel op de altsax op door zijn rijpe, volle geluid in het laag.

Labels:

(Eddy Determeyer, 20.3.14) - [print] - [naar boven]





Cd
Vlek - 'Speck' (Vlekmusic, 2012)

Opname: juni 2012

Vlek, ontstaan uit jamsessies in 2009, is een Brabantse zevenmansformatie die een breed scala aan stijlen bestrijkt. Het zijn niet zomaar Brabanders, maar vertegenwoordigers van een generatie musici die de afgelopen twintig jaar steeds nieuwe wegen insloeg. De composities zijn van Edward Capel (saxen en klarinet), Bart van Dongen (toetsen), Pascal Vermeer (drums), Jacq Palinckx (gitaar) en Bert Palinckx (contrabas). Jeroen Doomernik (trompet) en Hans Sparla (trombone) zijn niet met stukken vertegenwoordigd. In elk stuk wordt gezocht naar een interessant contrast tussen het herkenbare en het avontuurlijke, waarbij bewust zó gearrangeerd wordt dat het ensemble lekker breed klinkt.

In het eerste stuk, 'Homeless' van Capel, klinkt Vlek haast als een fusion bigband door het arrangement van blazers met toetsen en gitaar. Van Dongens leuk getitelde 'Herenleed In Simpelveld' klinkt daarmee vergeleken als een soort georganiseerde postpunk, die door de opbouw van het stuk aangenaam ongemakkelijk blijft klinken. 'Nocturne No. 2' van Vermeer en Laetitia van Krieken klinkt als een stuk van Charlie Haden's Liberation Music Orchestra. Met een aangename, punkachtige dissonante ostinaat begint het stuk van Jacq Palinckx, 'Blaar'.

Zo heeft elk stuk een specifiek kenmerk, waarbij aan een schijnbaar tamelijk gewoon thema een eigenzinnige draai gegeven wordt. Soms klinkt het psychedelisch ('Eye Nose Eye' van Jacq Palinckx), dan weer formeel, zoals 'Opus 50' van Bert Palinckx. De humor ligt ook altijd op de loer, zoals in 'Vlek In Je Broek' van Van Dongen, dat grotendeels uit een ostinaat bestaat waarop Capel solistisch mooi tekeer gaat. Er is ook fraai opgebouwd solowerk van Doomernik in het sombere 'Boom', eveneens van Bart van Dongen. Het meest vervreemdende en grappige stuk is voor het laatste bewaard. In 'Vrolijk De Duisternis In' citeert Jaccq Palinckx op campy wijze het arrangeerwerk van Bert Kaempfert. Het ensemblegeluid roept trage televisieseries uit de jaren zestig op.

Door de aanwezigheid van de broers Palinckx had ik eigenlijk meer elektronica, samples en vrijere vormen verwacht, maar juist het werken met duidelijke akoestische structuren creëert hier veel referenties. Er wordt zonder uitzondering bondig en speels geïmproviseerd. Kort na de ontvangst van de cd kon ik een concert van Vlek bij Hot House in Leiden bezoeken. Toen hoorde ik van de musici dat de tracks voor de cd eigenlijk alleen maar uitgezocht waren op hun geluidskwaliteit, want de band is compositorisch zó actief, dat er meer dan 40 stukken tot zijn beschikking staan. Bijzonder is dat er door de instelling en ervaring van de musici ook geen artistiek leider nodig is. 'Speck' is een mooi eerste album van Vlek, waaruit niet alleen de grote ervaring van de musici spreekt, maar vooral ook hun veelzijdigheid. Live zijn ze echter nog leuker!

Maandag 24 maart speelt Vlek bij Axes in Wilhelmina, Eindhoven. Op woensdag 26 maart staat de band op het podium van Paradox, Tilburg.

Meer horen?
Klik
hier om de cd 'Speck' te beluisteren.

Labels:

(Ken Vos, 20.3.14) - [print] - [naar boven]





Concert
Impro-jazz in optima forma

A Night Of Lotz Of Music: Mark Alban Lotz, Mark Tuinstra/Natalio Sued & Alan Purves/Mark Lotz feat. Anton Goudsmit, woensdag 12 maart 2014, Zaal 100, Amsterdam

Er zijn gelukkig nog diverse creatieve vrijplaatsen in Nederland. Onder meer in steden als Den Bosch, Eindhoven, Leiden, Utrecht en zelfs Emmen (zie de site van Kraak Forum). Natuurlijk spant Amsterdam de kroon. Denk maar aan Ruigoord, ADM, OT 301 en Zaal 100. Deze laatste is een podium voor onder andere feestjes, bandjes, cabaret, dichters, obscure vergaderingen en van de in de zestiger jaren ontstane free jazz, thans impro jazz genoemd.

Op woensdagavond 12 maart had fluitist Mark Alban Lotz op dit alternatieve podium 'carte blanche' gekregen. Hij organiseerde een solo-optreden, een duoconcert (Natalio Sued en Mark Tuinstra) en een impro-concertje met drummer Alan Purves, gitarist Anton Goudsmit en Lotz zelf.

Lotz imponeerde solo. Hij had al zijn fluiten uit de kast getrokken en met behulp van summiere elektronische effecten en met toepassing van zijn stem – blazen, zuchten, steunen, janken, grommen, brommen – creëerde hij een klassiek aandoend boeiend klankenspel. Spectaculair vooral was de improvisatie op de door Jelle Hogenhuis gebouwde 'pvc contrabas fluit'. De monniken uit het hooggebergte van Tibet waren niet ver weg.

Ook het duoconcert was zeer de moeite waard. Gitarist Mark Tuinstra en saxofonist Natalio Sued speelden een hechte en goed samenklinkende set. Opvallend was het prachtige, volle, ronde geluid van de tenorsax. Het riep herinneringen op aan de oude tenormeesters als Chu Berry, Coleman Hawkins en Don Byas. En dat werd gecombineerd met melodieuze, vrije improvisatiepassages. Sued verdient zijn plaats in de diverse avontuurlijke jazzgroepen als The Ambush Party, Opositor, Antimufa en Tetzepi.

Het sluitstuk was een grotendeels geïmproviseerde set door een trio bestaande uit Lotz, Purves en Goudsmit. Dat kon natuurlijk niet mislukken. Gedrieën behoren ze tot de top van de moderne (impro-)jazzmuzikanten. Met de oren wijd open werd gedemonstreerd dat pure improvisatie spannende, welluidende en ook nog eens melodieuze muziek kan opleveren. Swingende fragmenten werden afgewisseld met contemplatieve momenten en ook humoristische herkenbare muziekflarden werden niet geschuwd. Ik weet niet of de drie heren in een vast trio willen doorgaan. Zo ja, dan raad ik de enkele nog bestaande serieuze jazzpodia aan dit trio ogenblikkelijk te boeken. Hoe dan ook: lang leve Zaal 100!

Klik hier voor foto's van dit concert door Maarten Jan Rieder.

Labels:

(Jacques Los, 19.3.14) - [print] - [naar boven]





Nieuws
Cees van de Ven genomineerd voor Jazz World Photo


De jury van de wedstrijd Jazz World Photo (JWP) heeft de inzending van Cees van de Ven (1940) genomineerd. Zijn expressieve foto van Bobby Womack, genomen op 15 juli 2013 op het Gent Jazz Festival, maakt deel uit van een selectie van dertig verkozen foto's uit een reeks van 135 internationale inzendingen.

De genomineerde foto's zullen later deel gaan uitmaken van de Jazz World Photo-tentoonstelling, die in verschillende landen te zien zal zijn. Bij de opening van het JAZZINEC International Festival in Trutnov op donderdag 20 maart 2014 zullen de dertig foto's worden bekendgemaakt. Op zaterdag 29 maart 2014 volgt dan de bekendmaking van de winnende foto.

Cees van de Ven bezoekt vaak meerdere concerten per week. Van elk optreden maakt hij een fotoset, een fotorecensie als het ware, waarmee hij de essentie van het concert vertaalt naar beelden. Zijn fotografie richt zich vooral op het portretteren van muzikanten, waarbij hij hun emoties en passies tijdens het spelen pakkend poogt vast te leggen. Meerdere malen werd er een beroep gedaan op zijn foto's voor cd-booklets.

Klik hier voor meer informatie.

Labels:

(Maarten van de Ven, 18.3.14) - [print] - [naar boven]





Cd
Ab Baars, Meinrad Kneer & Bill Elgar - 'Give No Quarter' (Evil Rabbit, 2013)

Opname: 9 oktober 2011

Ab Baars on tenor, clarinet and shakuhachi, Meinrad Kneer on double bass and Bill Elgart on drums. A pretty intense album of free improvisation, never loud, always looking for immediate interactive dynamics, walking - sometimes jumping - with precision and caution, yet free as the wind.

The thirteen tracks on the album are all around five minutes long, and give some insight into the trio's approach. They set a scene, develop it, expand it and close it. Once the character is created, the approach made, there is no need for too long elaborations on the same subject, because they have many more ideas, plenty of ideas, and they all get their place here. One of my favorite albums. And the sound quality is excellent too.

Deze recensie verscheen eerder op
Free Jazz

Meer horen?
Klik hier om de titeltrack van dit album te beluisteren.

Labels:

(Stef Gijssels, 18.3.14) - [print] - [naar boven]





Vooruitblik
Nate Wooley Quintet in Nederland


Het gerenommeerde New Yorkse Nate Wooley Quintet doet deze week voor het eerst Nederland aan. Trompettist Nate Wooley, Basklarinettist Josh Sinton, vibrafonist Matt Moran, bassist Eivind Opsvik en drummer Harris Eisenstadt staan aanstaande woensdag in het Bimhuis en spelen een dag later in LantarenVenster.

Wooley staat bekend als een groot vernieuwer, die voortdurend op zoek is naar manieren om nieuwe geluiden uit zijn trompet te halen. Collega-trompettist Dave Douglas zei over hem: "Nate Wooley is one of the most interesting and unusual trumpet players living today, and that is without hyperbole." Met zijn kwintet gaat hij terug naar de wortels van de jazz, met name de hard bop en free bop uit de jaren zestig en zeventig. Eigen composities of stukken van anderen (zelfs van de vroege Wynton Marsalis) worden door de improvisatiemolen gehaald.

De Canadese muziekcriticus Stuart Broomer over Wooleys muziek: "This is exploratory, varied music, alive with passion and dialogue. It's also exuberant. While Wooley is as 'at home' with free improvisation as any musician, the forms here emphasize the expressiveness of his lines: on the mournful 'My Story, My Story' he combines variations of pitch and inflection to achieve an emotional depth equal to that of Miles Davis or Don Cherry, rare terrain for any trumpeter."

Meer weten?
Klik hier voor een interview met Nate Wooley door Koen Van Meel van Kwadratuur.

Labels:

(Maarten van de Ven, 17.3.14) - [print] - [naar boven]





Concert
Tijd voor Neves doorbraak in Nederland

Jef Neve, donderdag 6 maart 2014, North Sea Jazz Club, Amsterdam

De relatieve onbekendheid van de Belgische componist en pianist Jef Neve in Nederland geeft aan hoezeer publiciteit bepalend is voor erkenning. Immers, in België is Neve met afstand de meest zichtbare jazzmusicus in de media. Dat heeft natuurlijk ook te maken met het gemak waarmee hij zich verbaal uitdrukt. Ook deze avond, een van twee in Nederland, weet hij het publiek nauwer te betrekken bij zijn werk door de stukken in te leiden met anecdotes en wetenswaardigheden over de componisten. Deze avond bestaat het optreden in de gerieflijk geoutilleerde North Sea Jazz Club uit één lange set van meer dan anderhalf uur. Het geluid is uitstekend en gelukkig hebben de meeste luisteraars hun maaltijd bij aanvang al verorberd. In de aankondiging staat vermeld dat Neve stukken gaat opdiepen uit ouder repertoire, maar het concert lijkt ook bedoeld als een try-out voor het soloalbum dat in oktober uitkomt bij Universal.

Dat Neve geen Nederlander is, blijkt onder meer uit de manier waarop hij onbevreesd emotie en bombast in zijn opbouw gebruikt. Het eerste stuk is een standard; Billy Strayhorns 'Lush Life' krijgt een opvallend oorspronkelijke introductie of beter gezegd een proloog die begint in het binnenwerk van de vleugel. De inleiding krijgt de vorm van een klanklandschap, dat vloeiend naar het thema overgaat. Mogelijk is dat gevoel voor klanktapijten ingegeven door Neves ervaring als soundtrackcomponist voor films. Ook in de daaropvolgende stukken blijkt hij een heel bedreven bedenker van onverwachte, grillige intro's. Ik moest onwillekeurig denken aan Erroll Garner, de koning van de intro's. Andere standards die Neve uitgekozen heeft voor de avond zijn Monks 'I Mean You' en een stuk van Joni Mitchell. Hierin laat hij horen dat hij dit materiaal ook als improvisator vaak benadert als een analyserende componist. Dat de pianist een goede communicator is, bewijst hij met een mooi ingeklede interpretatie van Shaffy's 'We Zullen Doorgaan'.

Er was ook een Belgisch tintje aan de avond met stukken van Goose en Waso, die interpretaties meekrijgen die in het verlengde van de originelen lijken te liggen. Neve mag dan een zeer productieve componist zijn, hij beperkt zich ditmaal tot vier eigen composities. Vaak maakt hij gebruikt van ritmische, minimalistische herhalingen, die soms een hypnotiserend effect hebben. De verrassing is voor de toegift: een première van een nieuwe compositie, 'Flying To Diani Beach', waarin onder meer Bach-achtige fraseringen zijn verwerkt. Sommigen zullen de muziek van Neve te uitbundig of niet subtiel genoeg vinden, maar bijna elk stuk bevat deze avond wel meerdere interessante, functionele wendingen. Zelf vind ik dat hij wat meer gebruik zou kunnen maken van ritmische contrasten en stiltes. Ook is duidelijk dat de pianist veel naar muziek van minder voor de hand liggende genres luistert. Voorspelbaar is Jef Neve in ieder geval niet.

Labels:

(Ken Vos, 17.3.14) - [print] - [naar boven]





Nieuws
Lezingen over de geschiedenis van de jazz


De geschiedenis van de jazz 'van nul tot nu' is het onderwerp van acht wekelijkse bijeenkomsten in de Groninger Pinakotheek Forma Aktua. Jazzcriticus Eddy Determeyer zal, samen met platenkenner Sem van Gelder, zijn licht laten schijnen over onderwerpen als het ontstaan van het genre, de rol van de grammofoonplaat, de wereldwijde acceptatie, jazz als pop- en luistermuziek, vrije improvisatie en de huidige stand van zaken. Tevens zullen de initiatiefnemers aan de hand van originele 78-toeren platen laten horen hoe coryfeeën als Duke Ellington en Charlie Parker in werkelijkheid geklonken hebben. Speciale aandacht krijgen buitenmuzikale aspecten die de koers van de jazz bepaald hebben, zoals demografische, technische, koloniale en politieke factoren.

De serie start op woensdag 2 april in Forma Aktua, Nieuwstad 10, Groningen. De bijeenkomsten beginnen om acht uur en zijn gratis toegankelijk.

Klik
hier voor meer informatie. En klik op de bovenstaande afbeelding voor een interview met Eddy Determeyer over deze lezingen.

Labels:

(Maarten van de Ven, 16.3.14) - [print] - [naar boven]





Concert
Mystieke eenheid

Bram Stadhouders' Henosis & Nederlands Kamerkoor, zaterdag 1 maart 2014, Paradox, Tilburg

In 2012 wordt Bram Stadhouders de gelegenheid geboden om, als jongste muzikant ooit, de compositieopdracht van het North Sea Jazz uit te voeren. Op verzoek van de jury heeft de vindingrijke gitarist een stuk gecomponeerd dat onderscheidend is voor zijn oeuvre: de samenwerking van zijn trio met een koor. Op deze wijze ontrolt zich een symbiose tussen de postmoderne improvisatiemuziek en de pure klassiek geschoolde stemmen van het Nederlands Kamerkoor. De ondertitel 'Henosis' staat voor mystieke eenheid. Na de primeur op het NSJ is het een tijdje stil geweest rondom het ambitieuze project. Maar na het verschijnen van het gelijknamige album is het Bram Stadhouders gelukt een minitour te arrangeren, samen met het Nederlands Kamerkoor.

Het Henosis-project komt overigens niet uit de lucht vallen. Bram Stadhouders is al jaren een getalenteerde, veelbelovende en avontuurlijke gitarist en componist. Hij heeft intensief samengewerkt op internationaal niveau, getuige zijn uiteenlopende projecten met Sidsel Endresen en Jim Black, Terje Isungset's Ice-Music, het duo Stadhouders-Goveart en zijn deelname aan Grzech Piotrowski's Quartet en World Orchestra. Hij schuwt het reizen niet en is op zoek naar uitdagende confrontaties met andere muzikale werelden. Het Nederlands Kamerkoor staat sinds 1937 aan de top van de internationale koren. Ook zij zijn niet in een hokje te plaatsen. Zij bedienen zich van vele stijlen, geplaatst tussen middeleeuws en hedendaags. Een aantal projecten zijn bekroond met een Edison of een Diapason d'Or. In de afgelopen seizoenen heeft het ensemble ook andere landen aangedaan.

De schijnbaar onoverbrugbare contradictie tussen drie rasimprovisatoren en het Nederlands Kamerkoor wordt door componist Bram Stadhouders naadloos geslecht. Hoewel de muziek in de basis volledig is uitgeschreven, spat de innovatie en de tomeloze dadendrang ervan af. In tegenstelling tot de ouverture op het NSJ is er meer ruimte ontstaan voor geïmproviseerde muziek. Een wedergeboorte. De sprankelende, vaak verbogen spacy gitaarklanken en de drum- en keyboardaccenten gaan een natuurlijke verbintenis aan met het krachtige koor. Het koor en het trio voeren afwisselend de boventoon.

De gewijde, sferische muziek wordt - ruw of subtiel - onderbroken door drumpassages en verrassende wendingen. De synergie is leidend, maar de uitgesponnen composities bieden ruimte voor onderhuidse of openlijke aanrakingen met andere muziekstijlen. Deze doemen op uit een bombastisch orkestraal geheel en laten sporen zien uit het swingtijdperk. Of er ontstaat ruimte voor een bedwelmende fusion en zelfs een vluchtige funk. De afwisseling tussen de hoge vrouwenstemmen en de sonore mannenstemmen dringen zich bij vlagen percussief op. Als contrast voegt het trio met gitaar, drums en elektronica een milde psychedelica toe. De tekstloze vocalen accentueren de onwerkelijke, mystieke sfeer. Zij laten een wonderbaarlijke toonschakering horen, maar klinken bovenal sacraal en soms zelfs hemels. De elektronica laat dit niet alleen resoneren, maar zorgt voor de toevoeging van een menselijke element, zoals een aardse, liefdevolle gitaarpassage.

Door het oogcontact tussen Stadhouders en dirigent Klaas Stok wordt ruimte gevonden en afwisseling gezocht tussen compositie en improvisatie. Onmerkbaar wordt langs vloeiende, lyrische gitaarlijnen en staccato gezang een immense apotheose bereikt. Weelderige soundscapes, 'onderwater staande' elektronica, distortion en echo's zijn het laatste tussenstation waar, onder aanvoering van Onno Govaert, zelfs de free jazz wonderbaarlijk opdoemt uit deze kruisbestuiving.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Louis Obbens.

(Louis Obbens, 16.3.14) - [print] - [naar boven]





Concert
Ongrijpbaar en toch aanstekelijk

Kris Davis Trio, maandag 3 maart 2014, Gent Jazz Club, Gent

Vermoeid en met een jetlag die doorwerkte tot in de toppen van haar vingers begon pianiste Kris Davis maandagavond 3 maart in Gent aan haar Europese tournee. Met bassist John Hébert en drummer Tom Rainey aan haar zijde maakte ze op een indrukwekkende manier duidelijk waar het in de downtown scene van New York tegenwoordig om draait.

Het Kris Davis Trio kwam naar het Belfort Restaurant afgezakt in het kader van Gent Jazz Club, dat min of meer fungeert als de clubversie van het bekende zomerfestival. Na de voor een breder publiek toegankelijke acts van de voorbije maanden koos de organisatie deze keer voor de uitdagende triojazz van de Canadese Kris Davis. Die keuze pakte niet verkeerd uit, het volk was alweer op post (voor laatkomers was het zelfs zoeken naar een plaatsje) en ondanks de soms taaie muziek bleef men geboeid luisteren naar wat zich op het podium afspeelde.

In aanloop naar deze tournee verscheen 'Waiting For You To Grow', het tweede album van het trio. Net zoals op de debuutplaat 'Good Citizen' goochelt Davis daarop met muzikale invloeden, waarbij ze zich niet tot de brede jazzgeschiedenis beperkt, maar ook hedendaagse klassieke componisten scherp in het vizier houdt. Een titel als 'Berio' liegt er bijvoorbeeld niet om, maar ook door technieken te gebruiken als de prepared piano worden bruggen geslagen naar de gecomponeerde muziek.

Het repertoire van de avond bestond voornamelijk uit werk van Davis en dan vooral de composities die ze schreef voor 'Waiting For You To Grow'. Voor diegenen die de plaat al hadden beluisterd waren er dus heel wat herkenningspunten, al dreven deze live-uitvoeringen wel eens af naar heel andere richtingen dan de studio-opnames. De mysterieuze titeltrack werd in Gent bijvoorbeeld gekanaliseerd in twee koppige pianoakkoorden in het lage register, wat het diffuse karakter van het stuk helemaal doorbrak. In 'Whirly Swirly' nam het trio meer risico en dat uitte zich in veel vrijheid voor Hébert. Het pompende baslijntje dat op de plaat voor een houvast zorgt, werd hier herleid tot een enkele noot waar duchtig omheen werd gespeeld, wat het zoeken naar structuur niet vergemakkelijkte. Rainey opende met een korte roffelsolo, zodat Davis de tijd had haar piano te prepareren, wat nodig was om het typerende rammelende motiefje te kunnen laten horen dat de groep in elkaar doet klitten.

Davis imponeerde met haar klavier- en pedalentechniek. Dankzij een fenomenale timing slaagde ze erin een zweem van microtonaliteit te doen ontstaan, meer bepaald door clusters en akkoorden met elkaar te combineren en ze elk op hun beurt ultrakort af te kappen. In de collectieve prestaties was het spektakelgehalte dan weer erg hoog. Tijdens 'Hiccupus' zaten sommige toeschouwers met open mond te kijken naar het fantastische schouwspel. De compositorische draad waarbij het thema constant van metrum wisselde of een halve maat verschoof, was van een hoog cerebraal niveau, maar het trio gaf het na verloop van tijd een stevige groove mee en hield bovendien alles strak. Rainey deed er nog een schepje bovenop door tegenritmes te spelen en gaten in stijl op te vullen.

De twee set begon met een klein dipje. Met 'Long Ago And Far Away stond er ook een standard op het programma, maar de uitvoering was jammer genoeg niet erg doorleefd. Het trio had wat tijd nodig om terug op scherp te staan na de onderbreking; de lange vlucht, die hen die ochtend om vijf uur al naar België had gebracht, zat duidelijk nog in de benen. Toch wisten ze naar het einde toe nog serieus uit te pakken met een stuk uit Davis' kwintetplaat 'Capricorn Climber', dat alweer liet zien uit welk kwaliteitshout het Kris Davis Trio gesneden is.

De obligatoire (maar toch vaak overbodige) toegift was een korte bewerking van Monks 'Evidence', een stuk dat ook de revue passeert op Davis' laatste soloplaat 'Massive Threads'. Het trio maakte er een trage fade-out van, waarin de akkoordenreeks slechts eenmaal subtiel weerklonk om vervolgens helemaal uit te sterven. Met twee uitgebreide sets vol zinnenprikkelende jazz en een bijna integrale uitvoering van het repertoire van de nieuwe plaat had het drietal haar reputatie ondertussen moeiteloos waargemaakt. Die jetlag had daar uiteindelijk weinig tegen in te brengen.

Klik hier voor foto's van dit concert door Cees van de Ven.

Deze recensie verscheen eerder op Kwadratuur.

Labels:

(Joachim Ceulemans, 15.3.14) - [print] - [naar boven]





Vooruitblik
Eerste JIN@LUX live-cd


Aanstaande zondag gaat Stichting Jazz & Impro Nijmegen (JIN) voor de eerste keer een live cd-opname maken van een jazzconcert in LUX. Zaal 7 aldaar staat inmiddels bekend om de geweldige transparante akoestiek, waardoor de klankkleuren van de instrumenten perfect tot hun recht komen. Door intens en betrokken te luisteren, brengt het JIN-publiek de muzikanten op het podium er bovendien vaak toe het beste uit zichzelf te halen. Kortom, een ideale locatie voor een mooie opname. De eerste band die dit gaat doen is de zevenkoppige band van pianist/componist Philipp Rüttgers, Phil's Music Laboratory.

De JIN wil daarbij ook bijdragen aan de kosten van deze cd. Om zo veel mogelijk publiek binnen halen, is de entree voor dit concert € 10,-. De helft hiervan gaat naar de band als bijdrage in de productiekosten. In de zaal kunnen bezoekers zich verzekeren van toezending van de cd door € 10,- of meer te storten en hun adresgegevens achter te laten.

Klik
hier voor meer informatie.

Labels:

(Maarten van de Ven, 14.3.14) - [print] - [naar boven]





Concert
Beheerst eerbetoon aan Sun Ra

BadBooshBand & Heliocentric Counterblast, vrijdag 28 februari 2014, Grand Theatre, Groningen

Wanneer je gewerkt en gewoond hebt en gestorven bent in Germantown, Philadelphia, dan ligt het voor de hand dat je je muzikale erfenis nalaat aan een jong, energiek, zeg maar üppig orkestje uit Berlijn, Germanland. Nog bij zijn leven wijdde de oude magister Sun Ra de jongelui van Heliocentric Counterblast in in zijn leer en riten. En zo stonden rietblazer Kathrin Lemke en haar zes mannen als een economy size Arkestra in het Groninger Grand de honderdste geboortedag van de pianist, componist en orkestleider te vieren.

Een rechtstreekse imitatie van het Arkestra streefden de Berlijners kennelijk niet na. Soli waren eerder beheerst en Europees dan explosief en kosmisch. Ook in arkestraal opzicht werd uit een ander vaatje getapt. Waarbij het gebruik van een breed kleurenpalet ons er nochtans aan herinnerde dat Sun Ra aanvankelijk geïnspireerd was door Fletcher Henderson, Duke Ellington en Tadd Dameron.

Pianist Niko Meinhold wees ons op zijn Roland nog even op het pionierswerk van Sun Ra wat betreft de elektrische piano: zijn keyboard evoceerde in 'Twilight' een theremin. Het Arkestra placht zich te hullen in fantastische gewaden, die het midden hielden tussen Flash Gordon-pakken, priesterkledij uit de Ming-dynastie en de glitteruniformen van de muzikanten in de Tropicana, Havanna anno 1950. Dat werd bescheiden gesymboliseerd door baritonsaxofonist Andreas Dormann, die een kleurig tafelkleedje had omgeknoopt.

Heliocentric Counterblast heeft zich gespecialiseerd in het vroege repertoire van Sun Ra's Arkstra. Afgezien van een enkele evergreen ('A Call For Demons') werden er overwegend meer obscure composities gespeeld. Dat maakte het geheel vanzelfsprekend spannender. 'To Do Voodoo' was exemplarisch voor de sfeervolle ballads waar het Arkestra in excelleerde. In dit soort nummers speelde de fluit van Dirk Steglich een belangrijke rol.

Een overeenkomst tussen de Berlijnse belijders en de internationale BadBooshBand met pianiste Kaja Draksler is de functie van de contrabas. In de Counterblast is de bas van Mike Majkowski de spil: hij is degene die de groove met veel vertoon van lef vasthoudt. Ook in de BadBooshBand dicteert de bas vaak de structuur. Vorm versus improvisatie, daar draait het hier om. Zo zetten Draksler en bassist Mattia Magatelli in het openingsnummer 'Forrest Road' eensgezind een statige melodie neer, waar drummer Luca Marini vervolgens kwispelend doorheen rent. Waarop ook de pianiste zich bij hem voegt, zodat Magatelli de melodische honneurs in zijn eentje waarneemt.

Dat vormprincipe houdt Draksler consequent vast. Soms verpakt ze haar structuur in een groter, vrijer geheel – dat evenwel net zo goed aan zijn eigen vormregels onderhevig lijkt. In 'Juzniotok' lopen drie ostinate ritmes een tijdje parallel, om elkaar vervolgens in de wielen te rijden en tenslotte te ontsporen. Magatelli's 'Amonk' lijkt een ode aan componist en pianist Thelonious Monk en dan speciaal aan diens stride-achtergrond.

De Grote Voorgangers konden tevreden zijn over het gebodene in het Grand Theatre.

Klik hier voor foto's van dit concert door Willem Schwertmann.

Labels:

(Eddy Determeyer, 12.3.14) - [print] - [naar boven]





Cd
Simin Tander - 'Where Water Travels Home' (Jazzhaus Records, 2014)

Opname: september 2013

Een keer in de 10-15 jaar is er ineens iemand met een exceptioneel talent, die ongebaande wegen bewandelt en bestaande paden van een nieuwe dimensie voorziet. Simin Tander is hier een bijzonder voorbeeld van. Zij is volstrekt authentiek in haar benadering van muziek maken en ook een echte vocaliste in de ruimste zin van het woord. Zij zingt voornamelijk eigen composities, maar ook bestaande stukken, die zij voorziet van een eigen signatuur.

Haar eerste album 'Wagma' was al bijzonder, waar haar stemtechniek naast het zingen van teksten ook opviel doordat Tander volledig vrij durft te improviseren en haar stem ook als een volwaardig instrument kan gebruiken. Zingen staat het dichtst bij de ziel, en dat hoor je op dit tweede album nog sterker terug dan op haar debuut. Met 'Where Water Travels Home' gaat ze namelijk nog een stap verder: ze gaat nog directer naar de kern, trefzeker en met volle overgave in alle kwetsbaarheid, waar je als luisteraar enorm door wordt geraakt. Haar openheid ontroert zo dat je er kippenvel van krijgt. Zó dichtbij zingt ze.

Op dit album maakt Tander onder meer gebruik van de taal van haar Afghaanse vader, die ze helaas vroeg heeft verloren. Twee jaar geleden begon ze een zoektocht naar Pashtoense muziek en heeft ze zich met een oude vriend van haar vader verder verdiept in Pashtoe, een van de twee hoofdtalen van Afghanistan.

Een lange wens ging in vervulling. De tekst van een gedicht van haar vader gebruiken, 'De Kor Arman'. Het is een ongelofelijk mooi stuk. Tander zingt met een diepgang en een overgave waar je u tegen zegt! De tekst is spiritueel van aard en dat hoor je. Het gaat over de liefde, de oorlog en de vrede en niet bang hoeven te zijn voor een wederontmoeting, zonder vorm, puur, je niet te verbergen. Treffender kun je de muziek van Tander eigenlijk niet benoemen. Haar zoektocht heeft haar muzikale vruchten afgeworpen. 'I want you like a light in the desert', vertelt het gedicht. Dat is precies wat Tander doet, verlichten, zonder schijn en oppervlakkigheid, je raken, je ontroeren.

Andere autobiografische stukken zijn 'Our Silent Storm' (over een verloren liefde) en 'Where Would I Fly To If I Could'. Je hoort de oude pijn van het kleine meisje, die te zwaar is om te kunnen dragen en de fantasie om te kunnen vliegen. Als luisteraar vlieg je mee met de muziek en tekst; je hoort de persoonlijke ontwikkeling en de fase van daarmee in vrede zijn. Dat kenmerkt Tander sterk, het mystieke, ze kan het concreet maken en het voor zichzelf laten spreken zonder het spirituele te verliezen. Haar stem kan klinken als die van een oude ziel, maar ook heel luchtig en loepzuiver.

Naast deze spirituele stukken zingt ze ook in haar eigen fantasietaal, zoals in het opgewekte 'Little Song', een liedje voor haar kleine nichtje. Het nummer 'Far' ontstond tijdens een improvisatiesessie. Het bruist van de energie, alle musici zijn volstrekt gelijkwaardig, het groovet. Hier hoor je hoe goed Tander kan improviseren en hoe hecht haar band is.

De hele cd is als een cyclus met een soort open einde, ieder ontwikkelt zich op zijn of haar eigen manier en Tander heeft de luisteraar een intiem kijkje gegeven in haar ontwikkeling, omringd door geweldige muzikanten: pianist Jeroen van Vliet, bassist Cord Heineking en drummer Etienne Nillesen. Zij zijn voor Tander de perfecte muzikanten, die haar op een zeer hoog niveau laat excelleren. Tander zingt allesomvattend: ze zingt het leven. Dat is naar mijn mening het grootste compliment dat je een muzikant kan geven!

Aanstaande vrijdag presenteert Simin Tander haar nieuwe cd in
Paradox.

(Koen Scherer, 12.3.14) - [print] - [naar boven]





Nieuws
Toots Thielemans houdt er definitief mee op


De 91-jarige Toots Thielemans beëindigt zijn muzikale carrière en annuleert alle geplande concerten. Hij voelt zich niet sterk genoeg meer om een volledig concert te spelen. Thielemans is de grootste jazzlegende van België en wordt wereldwijd gelauwerd als een vernieuwende muzikant en, meer nog, een warmhartige mens.

"Hij wil zijn publiek niet teleurstellen, waardoor alle geplande concerten worden geannuleerd", zo laat zijn manager Veerle Van de Poel weten. "Je moet veel energie hebben om een volledig concert te geven, en hij vreest dat hij dat niet meer kan." Thielemans wil nu genieten van de rust die hij heeft verdiend. "Hij kan terugkijken op een prachtige internationale en succesvolle carrière waarin hij vele uitdagingen is aangegaan en waarbij hij steeds uitblonk door zijn muzikaliteit."

"Hij wenst dan ook alle mensen - het publiek, de fans, de organisatoren en zijn medemuzikanten in binnen- en buitenland - te bedanken voor alles wat ze hem gegeven hebben en hij hoopt dat iedereen hem zal blijven herinneren als het ketje uit Brussel dat uitgroeide tot een wereldburger."

Thielemans belandde in december vorig jaar met een inzinking in het ziekenhuis. Hij moest zijn uitverkocht concert in De Roma in Antwerpen toen uitstellen.

Jean Baptiste Frédéric Isidor Thielemans wordt op 29 april 92 jaar. Behalve als gitarist en mondharmonicaspeler verwierf hij ook bekendheid als virtuoos fluiter. Het was, en dat is weinig bekend, in Zweden dat hij in de jaren vijftig doorbrak. Thielemans, geboren in de Brusselse volkswijk de Marollen, wordt vooral in het buitenland als één van de grootste jazzmuzikanten ooit beschouwd. Hij werkte samen met onder meer Benny Goodman, Peggy Lee, Ella Fitzgerald, Quincy Jones, Bill Evans, Pat Metheny, Billy Joel, Paul Simon en Nick Cave.

In 1952 emigreerde hij naar de Verenigde Staten. Daar beleefde hij al snel een van de belangrijkste momenten in zijn carrière: hij werd lid van Charlie Parker's All-Stars en speelde in Philadelphia enkele concerten samen met deze jazzgrootheid. Hij werd ook als gitarist opgenomen in het beroemde George Shearing Quintet. In 1957 nam hij de Amerikaanse nationaliteit aan.

Bron: Belga

Labels:

(Maarten van de Ven, 12.3.14) - [print] - [naar boven]





Concert
Onderbuik en hersenpan

Steve Lehman Trio, zondag 9 maart 2014, Platformtheater, Groningen

Dat het Steve Lehman Trio zich alweer een paar jaar als zodanig manifesteert hoor je. Niet slechts in de vlekkeloze expositie van de doorgaans eigen composities, maar juist als het trio al improviserend het diepe induikt. Ook dan blijft de orkestrale aanpak helder.

De Lehman Brothers – dat inmiddels gevleugelde begrip dringt zich aan je op. Tamelijk letterlijk zelfs: altsaxofonist Steve Lehman en bassist Matt Drewer zouden, met hun eendrachtige coupe en hun magere bouw, gemakkelijk voor broers kunnen doorgaan. Drummer Damian Reid, die wat achteraf in een donker hoekje zit, is ongetwijfeld evenzeer een brother. Een van de gespeelde nummers heet dan ook 'Foster Brothers'. Hier demonstreert het drietal hoe naadloos het van gecomponeerd materiaal naar vrije improvisatie glijdt en vice versa.

Lehmans werken zijn overigens eerder staccato statements dan minutieus uitgewerkte melodische opera. Zijn belangrijkste historische voorbeeld is zijn leermeester, altist Jackie McLean, maar ik hoor eveneens echo's van Lee Konitz. Qua toon, waarin een zeker soort eenzaamheid huist, maar ook in de notenguirlandes die sierlijk van modulatie naar modulatie slingeren.

Dit is muziek die je uitermate vrolijk maakt. Zeker wanneer Reid al meppend en ratelend de extase verder opstookt. In Chick Coreas 'Humpty Dumpty', een malletnummer, dein je onwillekeurig een trancetoestand binnen. Onder hypnose dwaal je dan makkelijk af naar het Newport Jazz Festival anno 1958, naar slagwerker Chico Hamilton en diens feature 'Blue Sands'. En hoe je pa bij het aanschouwen van die sequentie van 'Jazz on a Summer’s Day' ontevreden mompelde dat hij de zwetende kop van de drummer wel eens wilde zien.

Goed, terug naar 2014 en het Platform Theater. Naar Matt Drewer, die nimmer netjes zal walken, maar wiens noten evenzovele felle en precieze injecties zijn. Naar dat driemans orkest dat een perfect evenwicht gevonden heeft tussen hersenpan en onderbuik.

Klik hier voor foto's van dit concert door Willem Schwertmann.

Vanavond is dit sterke trio te zien in het Bimhuis. Klik hier voor meer informatie.

Labels:

(Eddy Determeyer, 12.3.14) - [print] - [naar boven]





Cd
Fred van Duijnhoven - 'Breuk' (PJJ, 2013)

Opname: 15 december 2012

Fred van Duijnhoven is bepaald niet de gemiddelde drummer. In zijn lange carrière heeft hij zijn werk voor vaste ensembles steeds afgewisseld met soloprojecten die hem vaak naar ongebruikelijke locaties voeren, zoals de Telpost langs de Rijn bij Millingen en de maïsakkers van Klein-Amerika buiten Groesbeek. Ook de bands die hij van een ritmische ondergrond voorziet, zijn nooit de dertien-in-het-dozijn-combo's, maar avontuurlijke tot experimentele groepen, zoals I Compani en het onvolprezen Bo's Art Trio met saxofonist Bo van de Graaf en pianist Michiel Braam. In een meer recent verleden vormde Fred met zijn broer Martin en de percussionisten André Groen en Eugène Flören de groep Wyler 4, een kwartet waarin het melodisch slagwerk centraal staat.

Wat opvalt in elke muzikale context waarin Van Duijnhoven figureert, is dat hij niet alleen het ritme voor zijn rekening neemt, maar een dimensie toevoegt vanuit een impulsieve beeldende kracht, een vermogen om via het samenspel van ritmepatronen en de puur expressieve klankenrijkdom die aan trommelvellen en deksels ontlokt kan worden, stemmingen op te roepen en de fantasie van de luisteraar in werking te stellen. Dat deze effecten worden bereikt met minimalistische middelen is een kwaliteit die kenmerkend is voor zijn soloalbums, waarvan er tot nu toe drie zijn verschenen. 'Breuk' is daarvan de meest recente, na 'Bellbird' (1996) en 'Bird’s Nest' (2003). De titels verraden het al: hier is een drummer-vogelaar aan het werk, die net als de componist Olivier Messiaen gefascineerd is door de vloeiende overgang tussen de georganiseerde muzikale context en de vrije, onbeheerste klankwereld van de vogel in zijn natuurlijke omgeving.

Het stuiterende ritme van het openingsnummer 'Goshawk' is een mooie illustratie van dit concept: de opzwepende drumroffels lijken een begeleidingsmelodie bij de bronstige paringsvlucht van de havik. Trommels en bekkens lijken soms onafhankelijk van elkaar bespeeld te worden, waardoor een complex en omvangrijk geluid ontstaat met veel dynamiek en diepte. In de fijne cover van Burt Bacharachs hit 'Close To You' (met de toepasselijke openingszin: 'Why do birds suddenly appear when you are near') zijn het de subtiele brushes die als ijverige vogeltjes rond de door zangeres Amber van Nieuwburg sereen gezongen melodie fladderen. De spaarzame, maar essentiële bijdrage van marimba-speler Eugène Flören zorgt ervoor dat de kern van de compositie hier misschien dichter wordt benaderd dan in de bekende romantische vertolking van The Carpenters.

Pronk- en titelstuk van deze met een speeltijd van 13 minuten wel erg korte mini-cd is het nummer 'Breuk', dat Van Duijnhoven samen met Eugène Flören uitvoert. Het is een ontregelend stuk muziek met een schijnbaar eenvoudig ritme dat via bepaald niet voor de hand liggende accenten van de marimba op een haast bizarre, maar onverstoorbare wijze wordt ontleed, totdat er uiteindelijk een soort muzikale slapstick ontstaat. 'Breuk' bevat zoveel intrigerends dat je je afvraagt waarom een muzikant met een dergelijke gave zo lang onder de radar blijft.

Labels:

(Eddy Determeyer, 11.3.14) - [print] - [naar boven]





Nieuws
Joke Schot genomineerd voor foto van het jaar JJA Jazz Awards


Fotografe Joke Schot (1958) is als enige Nederlandse doorgedrongen tot de finale van de Amerikaanse JJA Jazz Awards (Jazz Journalists Association Awards) 2014 in de categorie fotografie. Haar dynamische beeld van Herbie Hancock is een van de negen genomineerden.

"Ik was blij verrast toen ik hoorde dat mijn foto genomineerd was. Ik doe voor het eerst mee, en dan verwacht je uiteraard niet dat je tussen de mogelijk winnende foto's zit", vertelt Joke Schot enthousiast. De Rotterdamse fotografe is geselecteerd met een dynamisch beeld van Herbie Hancock die bladmuziek uitvouwt, genomen tijdens het North Sea Jazz Festival in 2013.

De andere genomineerden in deze categorie zijn: Antonio Porcar Cano, Barbara Adamek, Gerard Boisnel, Oleksii Karpovych, Richard Conde, Roberto Cifarelli, Sandro Niboli en Vladimir Korobitsyn. De prijsuitreiking vindt plaats op 11 juni in de New Yorkse Blue Note Jazz Club. De JJA Jazz Awards is een prestigieuze Amerikaanse prijs, die vele categorieën kent, voor zowel musici als media en wordt gekozen door stemmen van professionele journalisten.

Sinds eind jaren tachtig is Joke Schot te vinden in de foto-pit op grote jazz- en muziekfestivals, zoals North Sea Jazz. Schot zoekt naar beweging, actie, emotie en interactie op het podium en probeert die elementen vast te leggen in haar beelden. Ze heeft al vele musici voor haar lens gehad, zoals Marcus Miller, Roy Hargrove, Wayne Shorter, Carla Bley, Herbie Hancock, ICP, Leonard Cohen, Betty Lavette, Gregory Porter, Christian Scott, Lenny Kravitz en vele anderen.

Labels:

(Maarten van de Ven, 11.3.14) - [print] - [naar boven]





Concert
Talent te over

Will Vinson Quartet featuring Lage Lund, vrijdag 28 februari 2014, LantarenVenster, Rotterdam

De in Engeland geboren saxofonist Will Vinson is een relatief onbekende jazzmuzikant. Hij woont sinds 1999 in New York en heeft een geringe internationale reputatie opgebouwd. Chris Potter, Mark Turner, Kurt Rosenwinkel en meer in het bijzonder gitarist Lage Lund zijn geestverwanten van hem. Vinson heeft verschillende, goed ontvangen, cd's onder zijn naam uitgebracht, waaronder: 'Owl Trio', 'Stockholm Syndrome' en het recente 'Live At Small’s'. Het tijdschrift DownBeat vergelijkt hem met een jonge bokser van Olympisch niveau. Een dergelijk predikaat nodigt direct uit voor een concertbezoek.

Het besluit van Lantaren-Venster om het optreden, vanwege een beperkte publieke belangstelling, te verplaatsen naar een kleinere zaal, is een omissie. Doordat de gordijnen open blijven, wordt het publiek op ooghoogte getrakteerd op een enorm wit bioscoopdoek. Om desondanks zicht te houden op de musici wordt het publiek gedwongen stijl naar beneden te kijken. Diep in het onderste krocht.

Het kwartet verkiest, wellicht niet geheel toevallig, voor het spelen van één set. De natuurlijke synergie en het comfort dat ontstaat tussen Will Vinson en Lage Lund valt direct op. Na het piano-intro door Vinson volgt 'The Clock Killer'. In dit door de leider zelf geschreven stuk, laat de saxofonist, in de hardboptraditie, delicate en zwierige saxlijnen los. Dit in volstrekte samenhang met twinkelende akkoorden, afkomstig van Lunds semi-akoestische gitaar. Ook in het vervolg blijft het hardbopconcept intact, in een afwisseling van originele composities en een enkele standard, vooral afkomstig van 'Live At Small’s'.

Vinsons saxofoonspel existeert door kracht en een dramatische gevoeligheid en wordt gekenmerkt door imposante timbres, fijne nuances en fenomenale techniek. De helderheid en articulatie voeren de boventoon. Er is echter geen sprake van krachtpatserij, effectbejag of het nemen van grote muzikale risico's. Het toont respect voor de jazztraditie en verkent mondjesmaat ritmische, harmonische en melodische variaties uit de modernere hoek. Dit geldt in gelijke mate voor het lyrisch gitaarspel van Lund. Hij koppelt riffs en solo's met ogenschijnlijk speels gemak aan elkaar. Hierbij bespeelt hij zijn instrument afwisselend puntig en vloeiend. Complex, maar altijd op navolgbare wijze.

Dit optreden streeft geen vernieuwing of het aanbrengen van complexe structuren na. Het leitmotief is de schoonheid van de toon. Over een degelijk fundament van Rick Rosato op bas en Jochen Rueckert op drums slagen zij hierin met vlag en wimpel. Never a dull moment! De prangende vraag is echter of er voor Will Vinson en Lage Lund niet veel meer eer te behalen valt in een minder traditionele context. Talent te over.

Klik hier voor foto's van dit concert door Louis Obbens.

Labels:

(Louis Obbens, 10.3.14) - [print] - [naar boven]





Cd
Various artists - 'Roots Of Soul' (Documents, 2013)

Opnamen: 1949-1960

Het was gelijk het muzieknieuws van 2011. In januari van dat jaar maakte de Amerikaanse Library of Congress bekend dat ze de grootste schenking aller tijden in ontvangst had genomen. Het complete geluidsarchief van de Universal Music Group. Meer dan 200.000 masters, rond de 9000 spoelen en zo'n 15.000 lakplaten. In totaal ruim anderhalve kilometer plankruimte. Geen wonder dat James H. Billington, woordvoerder van de nationale bibliotheek, glimmend van genoegen verklaarde dat "de donatie van het UMG archief aan de Library of Congress een belangrijke gift is aan de natie, die de band tussen de generaties in stand houdt die zo essentieel is voor het levend houden van onze nationale collectieve herinnering aan de muziek en de geluidsopnamen die zo belangrijk waren voor de vorige generaties."

Zal best. Maar dan vergeten we voor het gemak dat het digitaliseren en restaureren van die gigantische rijstebrijberg tussen de drie- en vierhonderd manjaren gaat kosten. Voorzichtig geschat. En Universal behoudt de exploitatierechten. Welnu, in de afgelopen jaren heeft die maatschappij geen poot uitgestoken naar al die originele Decca's, Deutsche Grammophone's en Verve's. Goed, van tijd tot tijd werd er wel eens wat gelicenseerd aan derden, maar daar bleef het toch bij. Het lag intussen wél te rotten in dat pakhuis bij Boyers, Pennsylvania. En dat kostte vanzelfsprekend alleen maar geld.

Een heel verhaal om uit te leggen waarom de Decca's van Sister Rosetta Tharpe, Billie Holiday, Louis Jordan, Buddy en Ella Johnson, de Ink Spots en het Norfolk Jubilee Quartet en een hele ris andere pioniers niet vertegenwoordigd zijn op de 10-cd box 'Roots Of Soul'. Ray Charles en James Brown krijgen terecht veel ruimte en ook voortrekkers als Ruth Brown, Sam Cooke en Jackie Wilson komen aan bod. Alles bij elkaar hebben we hier tweehonderd tracks, die gezamenlijk een heel behoorlijk beeld geven van de vocale rhythm & blues in de jaren vijftig, de gouden periode van het genre. Vocaal, inderdaad. Want hoewel het Duitse Intense Media kennelijk toegang had tot de respectieve catalogussen van RCA, King, Atlantic, Modern, Aladdin en nog wat kleinere spelers, is niet geopteerd voor oververhitte jumpbands. Jammer, want de studio-ensembles die de vocalisten begeleidden waren doorgaans puik, maar dat Ray Charles vanaf 1954 met zijn eigen orkesten in de studio stond hoor je wel degelijk.

Een uitzondering zijn de Van McCoy Strings die met een nummer uit 1958 ('Sweet And Easy') vertegenwoordigd zijn. Bandleider en bassist McCoy kende ik eerlijk gezegd niet, alhoewel hij voor tal van jaren zestig en zeventig soul- en disco-artisten heeft gewerkt, als producer en songschrijver. Maar de baslijnen die hij hier als achttienjarige speelde weken fundamenteel af van de vier-in-de-maat partijen die destijds gebruikelijk waren. McCoy had een meer soepele, melodische, latin-geörienteerde aanpak, die vooruit wees naar de soulmuziek van zes, zeven jaar later. Daarmee zou je hem een unsung pioneer kunnen noemen. Want ook een gigant als James Brown moest op de komst van bassist Bernard Odum wachten voor hij met 'Papa’s Got A Brand New Bag' geschiedenis kon schrijven.

Wat je ook uit de opnamen van Brown uit de periode 1955-1960 kunt opmaken, is de verbluffende veelzijdigheid van de man. Of was het eerder een soort fundamentele onzekerheid? Want we horen hem hier als emotionele blues balladeer, als doowopper, als shouter in de Little Richard-traditie, als gospelzanger die zijn tekst per ongeluk in de kerk had laten liggen, als schaamteloze meelifter op de successen van Bill Doggett en The Coasters en als overgeëmotioneerde huilebalk die Tommy "Weepin’ and Cryin’" Brown (geen familie) het nakijken geeft. Voor mij was dat kameleontische aspect van de Godfather een eyeopener.

Ach, zo vallen er wel meer dingen op in dit fascinerende document. Zanger, pianist en songschrijver Ivory Joe Hunter, die (volgens mij) als eerste zwarte artiest voet aan de grond krijgt bij het country & westernpubliek, jaren vóór Ray Charles in ieder geval. Etta James, die als zeventienjarige direct heel sterk debuteert met 'Good Rocking Daddy' en 'The Wallflower'. Thurston Harris, die van Buddy Johnsons 'Fine Brown Frame' 'Fine Fine Frame' maakt en er meteen maar zijn eigen naam achter zet. Moonah, die in 1953 met 'All Shook Out' het perfecte R&B-nummer opneemt – waarmee de samenstellers ongetwijfeld Moohah bedoelen, nom de plume van radiojockey A.C. Williams uit Memphis. Bobby Day, van wie ik nog niets in de kast had staan, maar die toch een rol heeft gespeeld als, zeg maar, de Andy Williams van de zwarte muziek. Earl Grant (en Jackie Wilson) die zich wat dat betreft nog een stuk verder het fondant invreten.

En Faye Adams tenslotte, de misschien wel meest indrukwekkende bluesmama van deze collectie.

Labels:

(Eddy Determeyer, 10.3.14) - [print] - [naar boven]





Concert
Felix Schlarmann Group: temperatentvol en melodieus

zaterdag 15 februari 2014, Bimhuis, Amsterdam

Al vele jaren is hij gangmaker in de Amsterdamse jazzscene, de drummende en componerende Felix Schlarmann. Geen wonder dus, dat velen erop aandrongen dat hij nu eindelijk zijn nummers op cd zou zetten. Dat is gebeurd op 'Counterlife', uitgebracht bij Challenge Records. In het Bimhuis liet Schlarmann met zijn groep horen dat melodie en temperament verrassend goed samengaan.

Meteen al in het eerste nummer, 'Riverside Park', laat de groep haar karakteristieke geluid horen. Van Chossy speelt melodieuze akkoorden op de piano, Dietrich en Van de Vlugt blazen vloeiende melodielijnen en nemen de tijd om elke noot mooi te laten klinken. De andere twee heren voegen zich bij het spel dat gestaag dynamischer wordt en tot een uitbarsting komt, om vervolgens ook weer uitgebalanceerd uit te drijven. Ook in de andere nummers komen landschappen voorbij met lieflijke dorpjes in het dal en ruige bergen die van teen tot top bedwongen willen worden.

Met Von Chossy op de toetsen, Lars Dietrich op altsax, Floris van der Vlugt op sopraan-, altsax en basklarinet en Pat Cleaver op bas heeft Schlarmann jonge talenten met naam en faam om zich heen verzameld. De groepsleden zijn ook allemaal bandleider op Cleaver na, maar dat zal niet lang meer duren. Deze avond tekenen de heren voor samenspel dat uitgebalanceerd en schijnbaar moeiteloos en in elkaar schuift.

Vlak voor de pauze neemt Schlarmann het woord. Bijna verlegen vertelt hij dat vanavond de presentatie is van zijn eerste cd met eigen composities van de afgelopen jaren. Het zijn nummers die zijn gegroeid in het samenspel. "Het is gaaf om te horen hoe de bandleden, die veel meer verstand van harmonie hebben dan ik, de nummers nog mooier maken", licht hij toe. De man die in de Amsterdamse jazzscene zijn sporen al heeft verdiend met de maandelijkse sessies in Studio/K en die in een paar jaar tijd Jazzfest Amsterdam tot een toonaangevend landelijk festival heeft weten uit te bouwen, is zichtbaar blij dat de presentatie van zijn eerste cd in het Bimhuis plaatsvindt.

Na de pauze reist de muziek verder met recentere nummers. Hierin voeren strakke ritmes de boventoon, met swingende saxen en piano-akkoorden die tegen een stootje kunnen. De energie knalt van het podium, nog steeds met gearticuleerd samenspel. Het weer laat zich niet onbetuigd en laat de regen tegen de ramen kletteren, hard en ritmisch. Zo komt 'State Of Lucidity', het openingsstuk van de cd voorbij, en het levendige neefje van Schlarmann. Het laatste stuk, 'One For Dave', is opgedragen aan Schlarmanns leermeester, de saxofonist Dave Liebman. Deze noemt de muziek van zijn pupil 'beautiful and wel-played contemporary jazz of the highest order'. Verder commentaar overbodig.

Labels:

(Heleen van Tilburg, 8.3.14) - [print] - [naar boven]



 

Cd / Jazztube
Samuel Blaser Consort In Motion - 'A Mirror To Machaut' (Songlines, 2013)


When Swiss trombonist Samuel Blaser released his 'Pieces Of Old Sky' in 2009, I was perplexed by his musical vision, the coherence of the sound, and the wholly personal approach to music, later confirmed by albums such as 'As The Sea'.

What he does here, is even more exceptional. Typically, classical music enters jazz often with well-known tunes to be stripped of the so esteemed boring parts for today's audiences, and redressed as kitschy more dynamic renderings. On 'A Mirror To Machaut', Blaser reinvents the music by the 14th Century French composer, taking his material as the basis for a warm, welcoming and rich musical universe of highly modern jazz, performed by four stellar musicians, including Joachim Badenhorst on clarinets, Russ Lossing on piano, Drew Gress on bass, and Gerry Hemingway on drums.

Blaser re-arranges the music, takes some elements from his medieval source, some themes, and reconfigures them, arranges them to perfection for a strange, sometimes even eery, sound. The opening track, 'Hymn' is a bluesy piece, with unison theme, and beautiful soloing by Badenhorst on bass clarinet. 'Douce Dame Jolie' is a wonderful piece for solo bass, joined for the last seconds by the clarinet, a bizarre assymmetrical construction. On 'Saltarello' piano and bass weave an open-textured sound to which trombone and clarinet phrases circle around each other in a gentle dreamlike dance, with nightmarish undertones. 'Dames, Se Vous M'Estes Lointein' is built around a structure of fierce drumming by Hemingway, the backbone of the piece if you want, over which a somewhat blaring unison theme is hanging like a herald of pain. 'Color' is characterized by a strange mix of Ellington and Miles Davis, the former in the arrangements of the horns, the latter in the vintage sound of the electric piano.

I will not go into each track, you can listen to it for yourselves, which I highly recommend, but needless to say, this is very varied, very intelligently crafted music, with a stellar band. Badenhorst sounds like you've rarely heard him, demonstrating the deeply emotional quality of his tone on the clarinet, Lossing is his usual tension-builder, a master of pause and anticipation, Gress is precise and solid both plucked and bowed, and I must say that Hemingway is absolutely fabulous, turning drumming to medieval music into an organic blend full of sudden surprises and percussive ear-candy.

Blaser himself is also quite exceptional for two other reasons. First, the music is king, and if the music does not require a trombone, then the trombone does not enter the piece, and even if the trombone is playing, it is hardly ever in a front stage position. Second, Blaser is a trombonist who knows that the power of his instrument lies in the quality of its sound, which is often best heard when played slowly and with precision.

Yet his true quality is his grasp of music, his playfulness with the material (check out the many tempo changes on 'Linea'), the quality and coherence of the sound, the great arrangements, the accuracy of the execution, and the sheer fun of it, even when the pieces are solemn or sad. This is a true delight to listen to.

Deze recensie verscheen eerder op
Free Jazz

Bekijk de Jazztube!
Klik op de afbeelding linksboven om the making of van 'A Mirror To Machaut' te zien.


Meer horen?
Klik hier om het album te beluisteren.

Labels: ,

(Stef Gijssels, 7.3.14) - [print] - [naar boven]





Concert
Zijn strijkkwartetten hot?

Eddie Engels-Arend Huisman Quintet, dinsdag 18 februari 2014, De Smederij, Groningen

Zijn strijkkwartetten in de jazz momenteel hot? Hier in Groningen hoorde ik er binnen vijf weken twee. Eerst was daar de Russische trombonist Pavel Shcherbakov met een kwartet waaruit vooral romantische muziek opwelde en afgelopen dinsdag bracht de Ierse vocaliste Suzanne Savage haar eigen strijkers mee, waarmee ze een soort van psychofolk uitvoerde. Samen met cellist Hugo Smit had ze aantrekkelijke arrangementen vervaardigd, waarbij het kwartet een breed palet aan stemmen en samenklanken liet horen. Savage en Smit hadden er een echt orkest van gemaakt: soms lagen de onderscheiden partijen dicht bij elkaar, op andere momenten was er sprake van gelaagdheid, van contrast en contrapunt. Maar voor alles klonk de groep subtiel en dienstbaar.

Tja, en dan was dat alleen nog maar de entr'acte. Want de trekkers van de avond waren trompettist Eddie Engels en trombonist Arend Huisman. Begeleid door het vaste Smederij-combo – Diederik Idema op toetsen, Hans Lass op bas en Steve Altenberg op drums – werkten de blazers zich door een boppig repertoire.

Het voordeel van een standard als 'Body And Soul' is dat alle muzikanten te allen tijde exact weten waar ze zitten, zodat er rustig risico's genomen kunnen worden. Het leek er trouwens op dat Johnny Green het nummer speciaal voor de ventieltrombone van Huisman had gecomponeerd. Engels bezit de plezierige faculteit elegant over de melodie te dansen – te trippelen, had ik bijna geschreven. Het ritmetrio spreidde een comfortabel bedje onder zijn trompet.

En dat was dan alleen nog maar de hoofdattractie. Want in het jamgedeelte sprong er een blozende jongeman op de bühne die kennelijk vastbesloten was Dexter Gordon postuum een lesje in lui blazen te geven. Gerben Wasser is de naam. Goeie sound ook.

En dat was dan nog niet eens het slot. Sessieleider Diederik Idema maakte de blits door 'The Preacher' met zijn Hammond Sk-1 compleet te demonteren, te poetsen en te oliën en naar eigen inzicht weer in elkaar te prutsen. Horace Silver keek Dexter Gordon aan en schudde lachend zijn hoofd.

Klik hier voor foto's van het Eddie Engels-Arend Huisman Quintet door Zoltan Acs.

Labels:

(Eddy Determeyer, 7.3.14) - [print] - [naar boven]





Cd
The Rempis/Daisy Duo - 'Second Spring' (Aerophonic Records, 2014)

Opname: 30 mei 2013

Zet een paar improviserende avonturiers bij elkaar en het resultaat kan, zelfs zonder voorgaande ervaring, leiden tot een verrassend vanzelfsprekend samengaan. Toch zal het zelden de intense verbondenheid hebben die er bestaat bij een stel muzikanten die zowat hun hele carrière zij aan zij geoefend, geëxperimenteerd en gestreden hebben. Dat is het geval bij saxofonist Dave Rempis en drummer Tim Daisy: samen groot geworden in Chicago en uitgegroeid tot een duo van formaat.

Natuurlijk verwijst elke recensie over een sax/drums-duo steeds opnieuw naar de tandem Coltrane/Ali, maar hier kan je net zo goed verwijzen naar Fred Anderson en Hamid Drake, of Ken Vandermark en Paal Nilssen-Love. De Chicago-omgeving heeft zeker een bepalende invloed gehad, en was ook de thuisbasis voor andere projecten waarin Rempis en Daisy elkaar ontmoetten: Triage, The Engines, The Rempis Percussion Quartet en The Vandermark 5. Hun eerste duoplaat, 'Back To The Circle', verscheen in 2005.

Leg die plaat naast 'Second Spring', en het valt op hoe sterk de muzikanten intussen nog gegroeid zijn. Op het debuutalbum zaten het spel en de techniek al meer dan prima, maar hier gaan de twee breder, spontaner en vrijer, zonder aan coherentie in te boeten. Rempis en Daisy houden nog altijd van een groove, van lichtjes exotisch getinte ritmes en een onderhuidse schwung - al is die niet altijd even expliciet aanwezig - en ze leunen regelmatig dichter aan bij de traditie van de Europese razernij en vrijheid.

In opener 'Impasto' gaat het er het meest conventioneel aan toe. Dat is bruisende improvisatie, net niet explosief, maar toch behoorlijk potig, met ongedurig drumwerk van Daisy en aanvankelijk lange Anderson-achtige uithalen van Rempis. Die heeft zowel op alt-, tenor- als baritonsax meer dan voldoende persoonlijkheid om indruk te maken,ook al maakt hij soms een beweging tussen de bluesy hoogdagen van Sonny Rollins en het taaiere verkenningswerk van Mats Gustafsson. Gaandeweg krijgt het stuk meer reliëf en agressie, en wordt het stabiel aan het pruttelen gehouden met die tenorsax.

Daarna krijg je meteen een imposante afwisseling tussen stijlen en sferen, tussen meer en minder densiteit. 'Numbers Lost' start schijnbaar aarzelend, aftastend, met metalig gerammel en een serie flarden van Rempis, maar dat zoekende maakt snel plaats voor een donkere broeierigheid, waarin het geweeklaag op de bariton een mooie plaats krijgt. Opvolger 'Three Flags' is dan weer compact en rechttoe rechtaan: bronstig gierend in het hoge register van de grote sax, regelmatig ook met een ritmische punch die hij deelt met Vandermark. Daisy blijft intussen in de weer met gedoseerde ondersteuning: levendig, kleurrijk, zonder die persoonlijke lichtheid overboord te gooien. Daardoor blijft het samenspel steeds zijn dansende flair bewaren.

Het ultrakorte 'For R. Barry' is met minder dan drie minuten een klein, elegisch hoogtepunt, ingebed tussen twee kloeke improvisaties, die elk op een verschillende manier de openheid van de aanpak demonstreren. 'Frijoleo' is als een wild roofdier: onvoorspelbaar, moeilijk te volgen, met nu en dan flitsen van rauwe kracht, met in de tweede helft een overschakeling naar de altsax, die Rempis altijd een onwaarschijnlijk glibberig parcours laat uitvoeren, voortdurend schaduwdansend en elke aanval ontwijkend met een schijnbeweging. Afsluiter 'Gerosten And Gestalten' is een knappe oefening in spaarzaamheid en ruimte, waarin Daisy zijn controle over het complete drumstel rustig uit de doeken kan doen.

In tegenstelling tot veel vergelijkbare albums gooit 'Second Spring' de deur dus niet dicht met een enorme klap, maar dat hoeft ook niet. Rempis en Daisy moeten het al lang niet meer hebben van het Grote Gebaar of de rechtse directe, maar van een allround aanpak die meer dan vijftien jaar intense samenwerking mooi in de verf zet. De beste improvisatie klinkt vaak tegelijk verrassend en vanzelfsprekend, en dat geldt ook voor 'Second Spring'.

Deze recensie verscheen eerder op Enola.be

Meer horen?
Klik
hier om te luisteren naar 'Impasto', de openingstrack van dit album.

Labels:

(Guy Peters, 6.3.14) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...






Menupagina's:

Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Neerpelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.